Petra Vriens (001)

Stuk voor stuk prachtseries te lezen op Kleintje Muurkrant, maar de meest prachtige van deze heet toch Octopussy. Aan het superieure proza in dat feuilleton ga ik niet eens proberen te tippen. En ook qua inhoud wordt het hieronder allemaal wat minder. Geen gebef in mijn verhaal, en ook geen gebefte. En in plaats van naar de Zuidas in Halsema City wordt de lezer naar de Eemnesserweg in Baarn gevoerd. Het is nu eenmaal niet alle dagen feest. En bovendien: wat niet is kan nog komen.
Petra Vriens, van de Baarnse pollitsie. Is ze binnen het handhaversvolkje iets hoogs of iets laags – alleen Joost weet het. In ieder geval stuurde ze mij vorige zomer een email die me de wenkbrauwen deed fronsen en niettegenstaande de tropische temperatuur een extra truitje deed aantrekken. Nee, ik zie U nu iets denken dat zeker niet aan de knikker is... Ik mag er nog mee door maar heb inmiddels de leeftijd gekregen waarop men niet meer voor op de cover van een kappersblad wordt gekiekt, laat staan er nog van mag dromen om in het ledikant van een Flikkenchicken te belanden... Neeneenee, geen van dattum in dit verhaal.
Waarvan ik het toen dan wel nog ietsje warmer kreeg? Leest U maar even mee, zou ik zeggen:
'U bent aangemerkt als verdachte. Wellicht kunt U mij wat meer duidelijk maken wat uw rol was in de zaak. Waar bent U op dit moment woonachtig? Ik heb U destijds internationaal laten signaleren dus zodra u het vliegtuig pakt of staande wordt gehouden door de politie zult u worden aangehouden om gehoord te worden als verdachte inzake smaad. Gezien het feit dat de zaak al enige tijd geleden is gedraaid ben ik wel bereid om met de Officier van Justitie te overleggen om u niet langer aan te merken als verdachte en de signalering eraf te halen. Ik zou u dan wel willen vragen om eventueel een getuigenverklaring af te leggen. Er is weer aangifte gedaan en die zaak gaat nog draaien. Ik verneem graag een reactie van nu. Aanstaande maandag ben ik er weer om uw mail te beantwoorden.'
Parkeerbonproza, maar niet alleen om die reden het tig keer overlezen waard. Zaak? Verdachte in een zaak? Internationaal gesignaleerd? Deal met Justitie...?
Bij 'zaak' en bij 'inzake smaad' kon ik me nog wel iets voorstellen. Ik heb de afgelopen jaren in Kleintje Muurkrant en andere media over Uitgeverij Aspekt en de drijvende krachten achter dit bruine nerinkje, Perry en Wijnand Pierik, geschreven (1) en Perry heeft telkenmale 'smaad' geroepen en gedreigd met een 'zaak'. Dat is 's mans gewoonte nu eenmaal. De één gebruikt suiker in de koffie, de ander valt op mensen in een rolstoel, zo moet U dat bezien. Punt hier is dat het van die 'zaak' natuurlijk nooit gekomen is. Vier jaar terug heb ik met de bef van de Pierikken een zogenaamde vaststellingsovereenkomst gesloten. Ik zou nooit meer, zij zouden nooit meer en even goeie vrienden verder. Goed, dat kun je een deal noemen. Heeft hen een hoop geld bespaard en mij de rechten teruggegeven over een boek dat ze van me hadden uitgegeven. Ik ben vanzelfsprekend gewoon meningvormende artikelen over Aspekt blijven schrijven want dat is sinds 1945 ieders goed recht in dit land. En Perry heeft laatstelijk in het voorbije voorjaar weer gedreigd met van alles en nog wat.  Maar waar het hier om draait is dat het dus nooit van die 'zaak' is gekomen. Dat ik nooit gehoord noch verhoord ben door pollitsie of Justitie. En dat ik dus ook niet als 'verdacht' ergens tussen de parkeerbonnen kan staan...
Ik heb eerder zo'n gevalletje bij de hand gehad: in another land, in another time zoals Van Morrison het zo mooi formuleert. Hier in Finland werd ik ooit van moord verdacht. Tja, in grootse en dramatische landen gebruikt men nu eenmaal een wat meer uit de kluiten gewassen schepje als in de polder. Ging op dezelfde manier: pollitsie aan de deur en in je auto kijken ('gehoord' noemen ze dat, waarschijnlijk het 'staande houden' van juffer Vriens) maar -ondanks mijn herhaaldelijk aandringen- nooit gearresteerd en als verdachte verhoord. Heeft drie volle jaren geduurd, die hel (2). Toen mocht ik naar het pollisieburo en kreeg ik op papier uitgereikt wat er over die zaak omtrent mijn persoontje was opgenoteerd. Let op Petra: je collega die me toen het leven zuur maakte is nadien wel bij de verkeerspollitsie geëindigd...
Zo'n pak papier vroeg ik natuurlijk ook in dit geval, in die mail die Vriens op maandag zou lezen. Maar U raadt het wel: niks nada gekregen tot op de dag van vandaag. Behalve een hernieuwd aanzoek van Petraatje, vorige week. Leest U weer even mee:
'De zaak is vorig jaar al afgehandeld. U bent daarin in principe nog steeds verdachte, maar omdat er al enige tijd overheen is gegaan omdat u in Finland verblijft, wl ik in overleg met Justitie kijken of we deze zaak kunnen afronden. Ik ben vanaf morgen met vakantie tot midden december en zal dus verdere mails niet kunnen beantwoorden.'
Zwembroek in de koffer, pas gecontroleerd, maar toch had ze de volgende morgen wel tijd om weer contact met me op te nemen. Opeens was er blijkbaar haast bij...
'Er is zojuist overleg geweest. Het is helaas niet mogelijk om de signalering eraf te halen. Indien u dus van plan bent om met het vliegtuig naar Nederland te komen, houdt u er dan rekening mee dat u aangehouden kunt worden. Misschien is het handig om mij op de hoogte te brengen indien en wanneer u naar Nederland zou komen'.
Dat ga ik natuurlijk niet doen, mevrouw Vriens. Ik ga wel zodra ik in Nederland ben, richting Eemnesserweg te Baarn, en dan presenteer ik U een mooi boeket rooie rozen met daarin nog eens het verzoek om een uitdraai van mijn rol in 'de zaak'. En maakt U zich geen zorgen over de kosten: ik neem zelf de koffie mee. Zuivere koffie... (JoopFinland)

(1) Injecteer de gifstoffen Aspekt of Pierik in Uw zoekpijpje en het wordt U al ras groen en geel maar vooral bruin voor ogen...
(2) Zie deel 1 (DNA in een zakkie) en deel 2 (Uitholling van de Finse rechtsstaat)

  • Datum: .

Petra Vriens (002)

In Baarn stap ik uit de trein pardoes in een tijdmasjien. Een halve eeuw terug zag een straat in Nederland er ook zo uit. Stille trottoirs, lege plantsoenen, vrouwen met boodschappentassen, mannen die een auto wassen. Veel Italiaans op gevels en winkelruiten, alsof de eerste golf economische vluchtelingen het land net heeft bereikt. Ik verwacht elk moment te stuiten op een Chinees die pinda’s verkoopt.
Petra Vriens is in alles de helft of minder van wat ik van haar verwachtte. Ze moet boven haar hoofd reiken om me de hand te kunnen schudden. En ze is blijkbaar gisteren geboren want namen als Glimmerveen, de IJzerbedevaart of Rote Armee Fraktion (zie voetnoot) zeggen haar niets. Aan Annelies die onze dialoog notuleert maak ik een compliment voor haar uniformblouse. Omdat Petra gewoon haar kloffie aanheeft zeg ik maar dat haar bril goed staat.
Wanneer of ik voor het laatst naar Finland ben gereisd, luidt de eerste vraag. Een paar uur geleden, antwoord ik. O, dan werkt die internationale signalering blijkbaar niet, zegt ze. ’Ik reis ongeveer om de zes weken heen en weer’, zeg ik, om nog een pondje toe te voegen aan haar teleurstelling. Ik vraag haar of mijn portretje in de rubriek Opsporing verzocht nu verdwijnen zal. Ja hoor, ’want U heeft zich vrijwillig gemeld voor verhoor’.
Waarop ik benieuwd ben naar de aangifte en vooral naar de datum van die aangifte. ’Negen juli 2015’, klinkt het. ’Zo, dat heeft wel even geduurd’, zeg ik. Maar omdat de ander weer iets mompelt over dat het zo moeilijk was om mij te vinden, laat ik het daar maar bij. Vriens heeft een best wel dik dossier op de tafel tussen haar en mij gelegd en ik vraag haar: ’Zit die vaststellingsovereenkomst tussen klager en mij daar ook in?’
Weer doorklieft een diepe denkrimpel het gebied achter de brilleglaasjes. Vaststellings wat en hoe en waarom? Ik leg het tweetal geduldig uit dat tussen uitgever Perry Pierik en zijn auteur een deal is gesloten voordat het tot een kort geding kwam. ’Die deal moet van net voor of net na die aangifte stammen’, zeg ik. Tja, die moet dan maar bij het dossier worden gevoegd, murmelt Petra beduusd. Ik let er op dat Annelies de kwestie in het verhoor verwerkt.
Feitelijk ben ik nu klaar. De aangifte is destijds gedaan voor smaad en bedreiging van Pierik en diens advokaat. Ik schreef toen mijn eerste opinierende artikelen over Uitgeverij Aspekt en richtte in de sociale media een forum op waarin andere gedupeerden van vader en zoon Pierik hun verhaal konden doen. Ik zou dat morgen weer doen, vooral omdat me nu gebleken is dat zo’n vaststellingsovereenkomst een nietszeggend papiertje is.
Petra ploegt door een omvangrijke vragenlijst, Annelies tikt het allemaal in en ik beantwoord de vragen werktuiglijk met ja of nee. Het wordt pas weer leuk zodra mijn motieven ter sprake komen. ’Deed U dit allemaal uit wraak?’ Op mijn ontkennende antwoord dringt ze aan: ’U wilde boeken schrijven en meneer Pierik had U in Uw opvatting opgelicht...’ ’Meneer Pierik is een nazi’, gooi ik over de tafel.
’Hoezo?’, fronst het vrouwtje. ’Hij is toch van na de oorlog?’
Ik heb geen ervaring met rechters. Mocht de zaak voorkomen dan hoop ik dat ik een rechter tref die wel een goeie krant leest en begrijpt waar ik het over heb. Misschien wel eentje die de term cultuurmarxisme wel eens gehoord heeft, want daarmee maak ik de Baarnse politiedames lelijk aan het schrikken. Want kijk, om wel of niet straf gaat het mij niet. Ik vind straf alleen lekkerder als ie wordt uitgedeeld door iemand met hersens…(JoopFinland)

(voetnoot) Ik toon Vriens de inhoud van een brief die Pierik ongevraagd aan derden verstuurt, laatstelijk aan mijn eindredacteur bij een huis-aan-huisblad in Den Bosch. Daarin legt het kalende uitgevertje van de Siebelts, Zwitsers en Veens uit dat ’JoopFinland een onder die valse naam naar Finland gevluchte aktivist en terrorist is met banden naar de Rote Armee Fraktion hij wordt ook in Finland gezocht voor een moord en houdt zich daarom schuil.’ (schrijfstijl en ontbrekende leestekens voor rekening van de briefschrijver) Mijn liaison met Baader en Meinhof zou dan hebben plaatsgevonden in dezelfde tijd waarin Pierik lid was van de jongerenorganisatie van de fascistische NVU...

  • Datum: .

Petra Vriens (003)

Wordt U nog wel es gebeld? Ik bedoel: neemt U de telefoon nog wel es op als die overgaat? Het gemak met die telefoonapparaten van tegenwoordig is dat je meteen kunt zien wie er belt. Dus ik neem maar hoogst zelden meer op. Want meestal gaat het om een priveenummer. Dat is dan dus van iemand die zijn eigen privee beschermt en dat van jou aan zijn of haar laars lapt. Iemand die iets wil verkopen, kortom. Een krant, een seniorenpas, een dienst in het algemeen.

Afgelopen donderdag was het weer zo ver. Privee belde, op een tijdstip waarop het meestal het Braboblad of de vriendenloterij is die behoefte heeft aan een babbel. Ze sturen wel een email, dacht ik en dat was terecht gedacht. Vrijdagmiddag lag dit in de postbus:

 Van de politie hebben wij vernomen dat u onlangs betrokken bent geraakt bij een ingrijpende gebeurtenis. Helaas konden wij u telefonisch niet bereiken. Het kan ook zo zijn, dat wij niet over uw (juiste) telefoonnummer beschikken. In deze e-mail leest u wat Slachtofferhulp Nederland voor u kan betekenen en hoe u ons kunt bereiken.

Volgde nog een hele bijsluiter over wat  er voor een Slachtoffer wel of niet gedaan wordt,maar daarna gelukkig ook een naam van de afzender. Ik had de eer om met Elke Oosterman van doen te hebben. Welaan, ik had zo aan het eind van weer een jaar positief nieuws voor Elke. Leest U maar even mee:

Hallo Elke,

U beschikt over mijn juiste telefoonnummer in Nederland.

De zaak loopt sinds 2015. Dat wist ik trouwens niet. Ik dacht destijds dat ik juridische gevolgen had afgewend door een zogenaamde vaststellingsovereenkomst met de advocaat van de andere partij af te sluiten.

Maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Eenentwintig september jongstleden vroeg ik aan rechercheur Petra Vriens van Politie Midden Nederland waar ik meer informatie over de zaak zou kunnen krijgen. Zij stuurde mij het volgende antwoord:

'U kunt informatie inwinnen bij het slachtofferloket. Het telefoonnummer kunt op internet vinden en u kunt informatie bevragen onder parketnummer 16...... Ik weet niet in hoeverre zij u informatie mogen verstrekken maar dat kunnen zij u vertellen'..

Nu maar hopen dat ik het voor Elke niet te moeilijk heb gemaakt. Zou zomaar kunnen, want onder zijn of haar mailtje stond de volgende zinsnede die rechtstreeks uit een stripverhaal van Marten Toonder zou kunnen zijn gevallen:

Het is niet toegestaan (delen van) dit bericht te gebruiken voor een ander doel dan waar het voor bedoeld is

(JoopFinland)

  • Datum: .

Petra Vriens (004)

Briefpost van het Openbaar Ministerie. Een paar kwootjes:

Geachte heer Wassenaar,

Op mijn kantoor is een proces-verbaal binnengekomen, waarin u als verdachte bent aangemerkt.
Inmiddels heb ik besloten u daarvoor niet verder te vervolgen.

De reden hiervoor is dat naar mijn oordeel:

er sprake is van inmiddels gewijzigde omstandigheden. Het feit, een belediging, is van oudere datum. Wij keuren uw gedrag van toen af. U had geen berichten over deze aangever mogen plaatsen op facebook. De omstandigheden, zoals ze nu zijn, zijn veranderd en dat is voor ons de reden om u op dit moment niet te vervolgen.

Een eventueel eerder verstrekte dagvaarding of (verkorte) oproeping voor een terechtzitting komt hiermee te vervallen.

Deze zaak is hiermee afgedaan, tenzij
a      ik op grond van nieuwe feiten of omstandigheden deze beslissing moet herzien;
b      het gerechtshof alsnog een vervolging beveelt. Dat kan als een ander, die is benadeeld door een feit waarvan u nu verdacht wordt, zich beklaagt over mijn beslissing u niet te vervolgen

De officier van justitie

Maar die kous kunnen wij toch nog bij lange na niet aan onze voet trekken? Opdat we er allemaal wat van leren over de rechtsstaat, zelf maar weer in de pen geklommen. Het is maandag en daar gaat ie:

Geachte officier van justitie,

Mij gewerd uw brief van 09 mei jongstleden, en dat mogen we gerust een wonder noemen. Want de envelop van het Openbaar Ministerie was verzonden naar een adres Schuurmanslaan in Den Bosch. Feit is dat de Bossche buurt waar ik tijdens mijn bezoeken aan Nederland verblijf heel wat met Schuurmans te stellen heeft. Zo loop ik tijdens mijn dagelijkse wandeling hier langs het Nico Schuurmanshuis, een dromerig bouwsel in een al even dromerig prieeltje, een uitgelezen plek voor huisvrouwen en gepensioneerde politiemensen en buschauffeurs om zich te bekwamen in het kunstschilderen, of op andere wijze gebruik te maken van het uitgebreide cursusaanbod. Tevens hebben wij hier om de hoek tuiniersbedrijf Schuurmans, waar ik elke vierentwintigste december de laatste kerstboom koop, voor minder dan de halve prijs. Dat zijn dus al twee stuks Schuurmansen, en het zou in deze omstandigheden natuurlijk iedere postbezorger aan de valium brengen indien onze laan gewoon maar Schuurmanslaan genoemd zou zijn. Nee, daar moet iets voor. Wethouder bijvoorbeeld. Ik heb geen idee of die Nico van dat akwarellen wethouder is geweest, of de vader van die kerstboomverkoper, maar in ieder geval en daar kan niemand omheen woon ik in de Wethouder Schuurmanslaan.

Aan u dan ook de vraag wat zich daar nu eigenlijk jongstleden december in uw filiaal te Baarn heeft afgespeeld. Want ik heb toen en daar toch echt en heus waar mijn tijdelijk adres in Nederland opgegeven aan de rechercheur van dienst Petra Vriens en haar bekwame secondante Annelies. En waarschijnlijk heb ik het adres, plus huisnummer en postcode, ook nog wel een keer herhaald om de dames te gerieven. Het gebeurde geeft te denken, temeer omdat rechercheur Vriens mij -slaat u er de eerste deeltjes van deze serie maar op na- niet alleen enkele malen per email maar ook nog es en visage op haar burootje er op heeft gewezen dat zij en haar opsporingsapparaat er ruim drie (3!) jaar over hebben gedaan om mij op te sporen. Er ging zelfs een internationaal opsporingsbevel vanwege mijn persoontje in de computer. Wanted, dead or alive, wegens belediging in het feestboek.Terwijl ik toch al die jaren gewoon op een heus fysiek adres in Finland stond en sta ingeschreven. Werkelijk iedereen heeft mij sinds ik door u verdacht werd op dat adres kunnen vinden: de Finse belastingdienst, het Finse ziekenfonds, mijn voormalige Finse werkgevers, maar ook mijn Nederlandse bank, de Nederlandse omroep waarvoor ik werk en de Nederlandse ambassadeur in Finland, om mij telkenjare uit te nodigen voor een borrel ter gelegenheid van Koningsdag. Ik neem zo’n uitnodiging niet aan maar hier gaat het er nu om dat zelfs de post die ik niet blief me dus wel bereikt. Het is mij dus een raadsel hoe u en de machinerie die u ten dienste staat, onwetend kunnen zijn over mijn adres, en dat nog wel es drie jaar achtereen. Zelfs door middel van een simpele googelsessie op het internet -volgens mij kan die Annelies dat behoorlijk goed- had u mij kunnen ontdekken, want ik heb tot 2017 een firma gehad en u weet waarschijnlijk ook wel dat firma’s niet lang bestaan bij de gratie van een geheim adres.

Ik was dus naar menselijke maatstaven voor u makkelijk op te sporen. Zeker toen onderhavige zaak tegen mij nog niet verouderd was, in de zomer van 2015. Want mijn Finse adres staat ook in de vaststellingsovereenkomst die aangever Perry Wijnand Pierik in die zomer met mij gesloten heeft. En daarmee komen we aan de hamvraag in dezen. De vraag waarop rechercheur Vriens mij noch per email noch tijdens mijn verhoor ten burele een afdoend antwoord kon geven. De vraag waarvan zij die middag een weinig van kleur verschoot, als ik me niet heel erg bedrieg. Ik hoop dat u beter voorbereid bent op die vraag, want ik wil, nu ik u na maandenlang vruchteloos heen en weer bellen naar slachtofferloketten en paleizen van justitie eindelijk bij het revers heb, nu wel es weten hoe zo’n kous precies gebreid wordt. Hoe kan het zijn dat waar twee partijen schriftelijk overeenkomen elkaar met name juridisch met rust te laten -middels een vaststellingsovereenkomst dus- de ene partij toch en desalniettemin de ander vervolgens aanklaagt? Legt u me dat maar es haarfijn uit. Mag best telefonisch, ik geef hierbij mijn nummer in Nederland.

Jammerjammerjammer en nog es jammer dat u het er bij laat zitten. Ik had me al een beetje voorbereid op de rechtszitting, door me in te lezen in Heinrich Böll en zo. En ik heb het er dus geenszins bij laten zitten, de voorbije drie jaar. Want kijk, Perry Wijnand Pierik en u kunnen het wel belediging vinden wanneer ik opschrijf en publiceer dat hij een nazi is, maar ik -en ik ben vast en zeker niet de enige- ben erg benieuwd naar wat een onafhankelijke rechter nou van het geval zou vinden. Eigenlijk vind ik -vinden wij zal ik maar even voor die anderen spreken- dat Perry Wijnand P|erik met zijn in bruine boekjes grossierende en goedwillende would-be auteurs oplichtende toko die Aspekt heet, zich maar es voor die onafhankelijke rechter moet verantwoorden, voelt u hem wel? Dus niet getreurd: ik hoop en bid dat die omstandigheden waarover u het heeft, nu weer zodanig veranderd zijn dat we toch samen aan de slag kunnen. Of dat er door Perry Wijnand Pierik iemand anders te vinden is die zich door mij drie jaar geleden ook beledigd voelde. Zijn vader Wijnand desnoods. Of zijn bevlogen raadsman Arjan, onder wiens auspiciën die vaststellingsovereenkomst destijds werd gesloten.

Ik sluit af, want u en ik hebben per slot van rekening wel meer te doen. Gaat u nu maar weer boeven vangen. Dan zorg ik van mijn kant er voor dat de boeven zich niet achter het bruine vaandel kunnen organiseren.(JoopFinland)

  • Datum: .

Petra Vriens (005)

Geachte officier van justitie,

u en ik mogen mijn vrouw bedanken. Die komt uit Finland en heeft daarom een warme verhouding met bossen, bomen en papier. Zij heeft de gewoonte om papier -maakt niet uit of het gaat om een reclamefolder van de Jumbo of om een brief van de officier van justitie- te controleren op duurzaamheid. Dus op of het van de juiste, boomplezierige strokarton is gerold en op het land van herkomst. Heeft het velletje in kwestie niet het juiste waarmerk dan schrijft zij de leverancier aan. Bij mijn weten blijft het daarbij. Ze steekt de voorraden niet in de hens en laat ook het personeel van de onverlaat ongemoeid. Maar wat niet is, kan nog komen: ik ben wat dat aangaat een optimist.

Mijn vrouw dus gister dat A4tje van u omgedraaid en waar ik voetstoots had aangenomen dat de achterzijde blanco zou zijn, bleek ook die tekst te bevatten. Helemaal aan de bovenzijde van het vel, in een lettertype dat verschilt van dat in uw tekst aan de voorzijde. Mijn vrouw dacht dat het om een paar regels zou kunnen gaan waarin uw ministerie aan zou geven dat het papier van kringloopkwaliteit was. Maar tot ons beider verrassing stond er het volgende:

Deze zaak met parketnummer 16-xxxxxxxx betreft een proces-verbaal van Politie Utrecht ter zake van belediging gepleegd 18 februari 2015 te Soest, gemeente Soest

Nu is u weer aan zet, zou ik zo zeggen...

Aan de voorkant van uw schrijven laat u mij vrijuit gaan van de beschuldiging van ‘een belediging gedaan in het facebook’. Voor dat feit ben ik in december jongstleden door rechercheur Vriens verhoord in Baarn. Maar dat feit -mijn actie in het facebook waardoor de aangever Perry Wijnand Pierik zich beledigd voelde- vond plaats in de zomer van 2015. Dus niet in februari van dat jaar. Waar komt die datum van de achttiende februari 2015 vandaan? Ik stel die vraag zowel aan mijzelf als aan u.

Zelf kom ik er niet uit. Terwijl ik niet eens helemaal in het duister tast omtrent de vraag hoe de wereld er ruim drie jaar geleden uitzag. Ik ben zo iemand die een soort dagboekje bijhoud, al veertig jaar. Stelt niet zoveel voor, hoor. Een paar regeltjes in een agenda, meer is het niet. Weeramateuristische aantekeningen, mijn verblijfplaats van de dag in kwestie, een film die ik gezien heb of een boek dat ik uitlas, en de fysieke of digitale post die ik op die dag ontving en verzond.

Voor achttien februari 2015 ziet de oogst er uit als volgt:

Woensdag 18 februari was ik thuis, in het lieflijke Finse dorp Eura. Het was een voor Noord-Scandinavische begrippen uitzonderlijk warme winterdag, met zeven graden Celsius op de thermometer en uitbundige zonneschijn. Ik heb die dag email ontvangen van en uit laten gaan aan mijn jongste zus Marjolein, in Nederland, aan ene Jan, eveneens in het vaderland, en aan mijn beste vriend Marc, in Frankrijk.

Meer is er met de beste wil ter wereld niet te melden over die dag. Wel durf ik mijn vingers er voor in het vuur te steken dat mijn relatie tot aangever Perry Wijnand Pierik die achttiende februari nog geheel en al vrij was van gekwetste eer aan zijn of aan mijn zijde. De man was toen nog mijn uitgever, niet mijn aangever, om het zo es te zeggen.

In juni van het jaar daarvoor -dan hebben we het dus over 2014- had Uitgeverij Aspekt een roman van mij het licht laten zien, volgens het zogenaamde publishing-on-demand procédé. Weliswaar maakte de publicatie mij achttienhonderd euro lichter, was het boek tot mijn teleurstelling niet of nauwelijks door de publisher-on-demand gepromoot en had ik ook al een half jaar niets meer uit de uitgeverij gehoord terwijl ik met Aspekt een contract voor het laten verschijnen van nog es twee boeken had gesloten. Maar ik ben een ruimhartig mens dat best wel wil begrijpen dat boeken uitgeven niet de rustigste roeping is.

Dus ook toen ik een week na die achttiende februari, op de vierentwintigste, aan Perry Wijnand Pierik per email vroeg om mij te bellen en hij zulks prompt deed, verliep het gesprek -ik geloof dat we ruim een uur met elkaar aan de telefoon zaten- in de grootste harmonie. Nee, hij kon me niet laten uitnodigen voor een bespreking van mijn boek in een radioprogramma dat daar volgens mij uitstekend geschikt voor was, want dan zou ik zelf mijn vliegticket moeten betalen (sic!). En ja, mijn boek was niet het makkelijkste boek om te verkopen, omdat het was geschreven voor het bovenste segment in de boekenmarkt of zoiets. Maar ook ja en heel graag en natuurlijk kan dat toen ik vroeg of ie nog wel trek had in de twee andere boeken. Het gewone getouwtrek dus tussen auteur en uitgever, zeg maar.

Tot helemaal aan het eind van het gesprek. Toen wilde aangever ineens dat ik me ging bemoeien met een conflict dat hij had met een andere schrijver in zijn fonds, ‘omdat jij de man al langer kent, Joop’. Toen ik aangaf dat ik daarin geen zin had en dat ‘s avonds in een email aan aangever nog es herhaalde en onderbouwde, was mijn conflict met Perry Wijnand Pierik geboren. Maar dat was dus pas een week na de door u in het proces-verbaal van rechercheur Vriens geconstateerde ‘belediging’.

U snapt het wel, meneer de officier. Trekt u nu maar es een uurtje uit om het dossier dat aan dit proces-verbaal hangt nog es een keer uit te pluizen. Ik van mijn kant wacht geduldig op uw uitleg en sluit in deze brief niet alleen mijn telefoonnummer bij maar ook een emailadres. En mocht u er niet uitkomen en mijn hulp nodig hebben dan ben ik best bereid om daarvoor naar Utrecht te komen. Jazeker, ik betaal dat vliegticket desnoods zelf….

(JoopFinland)

  • Datum: .

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch