Golfverslaving

Meestal raken we verslaafd aan wat het slechtste voor ons is. De mens is in al die eeuwen van filosofische overpeinzingen en draconische bestraffingen geen zier veranderd; hij blijft geneigd tot wat in de kern slecht voor hem is en waarvan hij later spijt krijgt. Berouw komt na de zonde.
Er is slechts één verslaving die niet gehoorzaamt aan deze wet, en dat is de verslingerdheid aan golf. Hierbij komen de lusten geheel en al de speler zelf toe, en de lasten zijn omgeving. Voorwaar een verslaving die de moeite en het geld waard is.
Er zijn gevallen bekend waarbij een golfbal een andere medespeler honderden meters verderop op het gazon dodelijk trof, maar dit zijn verwaarloosbare feiten. Vast staat
dat golf de minst gevaarlijke sport of liever gezegd bezigheid is die eenieder kan beoefenen, hoe krakkemikkig zijn conditie ook is. Bovendien laat een minder valide
speler zijn spullen meestal door een slaaf, genaamd caddy, dragen zodat hij alle energie kan steken in het lezen van de green en het maken van afspraakjes met even
gehandicapte medespelers.
Tegenwoordig is iedereen, behalve een handjevol natuurmijmeraars, aan golf verslaafd. Is het geen prachtig gezicht zo’n wit gebutst balletje door de wolkeloze azuren lucht te zien suizen na een slag met een ijzer met een houten knots aan het eind? Is het geen schitterend tafereel wanneer een speler in het oranje licht van de ondergaande zon geconcentreerd boven zijn of haar slagijzer hangt om zo’n wit gebutst balletje te putten? Staan wij niet met open monden toe te kijken hoe zwierig en elegant de eerste de beste golfmens het ijzer hanteert alvorens het wit gebutste balletje een hengst te geven?
Is het bovendien niet prettig te weten dat die vieze natuur met haar vuile planten en smerige beesten plaats heeft gemaakt voor een prachtig gladglooiend effen groen
biljartlaken waar het laatste onkruid uit is weggespoten en dat bevrijd is van alle konijnen, patrijzen, fazanten, hazen, reeën, leeuweriken, kievieten, kraaien, roeken,
kauwen, filosofen, veldmuizen, torenvalken, dichters, kwikstaarten, kuif-, pimpel- en koolmezen, vinken, mussen, om maar niet te spreken van al dat andere, zes- en
achtpotige gespuis?
Nee?
De god van geloof, hoop en liefde draait zich om in zijn graf.

Halewijn

  • Datum: .

Heeft het leven zin zonder neuzenvergelijken?

Niet de rijken, maar de armen zijn er de oorzaak van dat de armen arm blijven.

Omdat armen bijvoorbeeld goedkope kleding van C&A moeten kopen of goedkoop voer van McDonald's moeten eten, houden ze de derde wereld en de kledingmakers en boeren daar arm. Zo is het met alle producten die hier door de armen gekocht kunnen worden; ze worden gemaakt door armen elders. De armen houden de armen dus in stand en arm.

Wil men iets aan de armoe doen, dan moet men dus de armen aanpakken. Wanneer er geen armen meer zijn, is er ook geen armoe meer.

Hoe pakken we dat aan? We zouden de armen gewoon kunnen opruimen. Om een rigoureus einde te maken aan armoede ligt een algehele verdwijning van de arme soort voor de hand. Teergevoeligheid is in dat geval niet op zijn plaats. Ik zie evenwel allerlei oplossingen om het leed enigszins te verzachten, zo er al sprake is van leed. Te denken valt bijvoorbeeld aan sterfhuizen waar ze eenmaal in hun leven in de watten gelegd worden, met verrukkelijk eten en zoet geurende baden in een vredige en weelderige omgeving waar ze ten slotte wegzakken in zachte bedden. Dwang is misschien niet nodig om ze zo ver te krijgen mits het uitzicht op één dag luilekkerland aanlokkelijk genoeg is.

De armen die er niets voor voelen zich te onderwerpen aan een dergelijke zachte vorm van verdwijnen, hebben misschien meer dwang nodig. Het vooruitzicht van een nog ellendiger bestaan in de toekomst, met nog draconischer sancties op hun armoede, zou moeten volstaan om ze over de drempel te krijgen. Zo is het per slot van rekening ook gebeurd tijdens de industriële revolutie, en niet alleen in Engeland.

De echte diehards zijn alleen te helpen met een actievere vorm van verdwijnen. Er zullen speciale units met passende technologie in het leven geroepen worden die deze armen actief gaan bestrijden. Vooral halsstarrige en onwillige armen, die voor de harde noodzaak op de vlucht gaan en een precedent scheppen voor anderen die hen als helden en martelaren gaan zien, moeten stil verdwijnen en vergeten worden.

Armoede kost de staat en de rijken veel geld. Zij moeten zich voortdurend verdedigen tegen de grijpgrage handen van de armen. De noodzaak van particuliere bewaking en privélegers wordt steeds groter; de kosten rijzen de pan uit. Berekend is dat het groeiend aantal rijken in de toekomst zeker 30% van hun inkomsten kwijt is aan bescherming tegen binnendringende armoedzaaiers. U zult misschien zeggen dat met die 30% de armoede voor een deel gelenigd kan worden, maar dat is een drogredenering. Volgens het Platform Samenwerkende Miljonairs verdragen de armen geen medeleven in de vorm van materiële welvaart, beter eten, duurdere kleding, enzovoort. Daarvoor hebben ze ondanks alle gegeven kansen te weinig opleiding genoten. De armen hebben hun armoede immers geheel aan zichzelf te wijten; daarbij past geen compassie.

Kortom, de armoede moet inslapen, een zachte dood sterven.

Maar wat als er geen armen meer zijn? Heeft het dan nog wel zin en nut rijk te zijn? Misschien gaan we dan echt doen waar het op aankomt, namelijk neuzenvergelijken.

Halewijn

  • Datum: .

Niks zal nooit goed komen

Als je met het ouder worden positief gestemd blijft over jezelf en de medemens, ben je niet helemaal goed bij je hoofd. Wie niet ziet of wil zien hoe de ene mens de andere opvreet en misbruikt, of er geen weet van wil hebben dat dit gebeurt, kan net zo goed in dromenland gaan leven. Degene die zei dat de mens een wolf is voor zijn medemens, doet daarmee de wolven te kort, want deze sociale diersoort verdient die vergelijking niet.
Overigens gaat elke vergelijking met de dieren en hun vermeende goede of slechte eigenschappen mank, want de mens werd op de zesde dag geschapen naar het beeld van het opperwezen. Elke slechte eigenschap en aanleg tot wangedrag hebben we dus van hummes geërfd. Onze god is er een van begeerte, straf en angst, een wraakzuchtig wezen. Dat gedoe met de liefde is eigenlijk alleen een kwestie van omgang met hormonen waarvoor we een handleiding hebben gekregen van daarboven (de tien geboden) en de NVSH (alles mag, mits twee keer in de week).
Later heeft nog iemand gezegd dat je je naaste even lief moet hebben als jezelf, en dat lukt heel aardig als daar net zo'n mooie kop en kont op staat en aan zit. Elke vergelijking met dieren slaat dus werkelijk nergens op. Dat is zeker met het ouder worden het geval, wanneer ons voortschrijdend doorschijnend lichaam steeds meer gelijkenis begint te vertonen met het lichtwezen. Als we van tevoren hadden geweten dat we al die decennia waarin we ons met tegenzin (omdat het moest van...) hebben geoefend in versterving, onthechting en niet-begeren, vanzelf maar dan in geconcentreerde vorm zouden tegenkomen in de herfst van ons leven, hadden we naar alle waarschijnlijkheid minder egoïstisch genoten van die paar momenten van gewichtloosheid.
Deze gedachten schoten mij te binnen naar aanleiding van de kwestie of de mens geschapen is dan wel het product is van evolutie. Als de mens geschapen is, moeten we elke relatie met het dierenrijk terzijde schuiven en de mens (en diens schepper) verantwoordelijk stellen voor de ongelooflijke rotzooi die hij ervan gemaakt heeft.
Mocht hij zich echter ontwikkeld hebben uit paleontologische primaten, laten we dan de apen de schuld geven (en alle dieren in de lijn vóór hen) en ons verder geen illusies maken dat het ooit nog goed komt.
Zie de mens maar als een goed voornemen van het opperwezen.

Halewijn

  • Datum: .

Serengeti aan de Eenselaar

Laatst heeft onze jonge hond een vrouwtjesfazant gevangen op de akkers aan de Eenselaar en de Rode Beemden. Ze joeg er ondanks mijn herhaalde roepen als een vos achteraan en was niet meer te stoppen. Haar jachtinstinct won het van haar toch al niet zo sterk ontwikkelde gehoorzaamheid.
Ze zal zo'n kwartier uit het zicht verdwenen zijn geweest, toen ik haar van verre over de bolle akker aan zag komen lopen; er hing iets uit haar muil dat op een vleugel
leek. Ze zag me en ging op het omgeploegde land liggen om haar buit op te peuzelen.
Rondom haar streken al enkele gieren in de vorm van een ekster en enkele roeken neer. Als een getergd roofdier viel ze naar de gauwdieven uit, een echt tafereel uit
buitenlandse natuurfilms.
Ze bleef daar rustig staan en liggen eten terwijl ik eerst nog de sloot over moest voor ik bij haar kon komen. De fazant was al half opgevreten; de kop was verdwenen en
de ingewanden hingen uit de buikholte. Je kon zien dat ze vers gevangen was, de blauwgrijze poten zagen er vreemd ondood uit.
Wat moest ik doen? Ik overwoog om haar de prooi af te pakken, maar waarom? Ze had hem zelf gevangen, iets wat ze ook met muizen doet en waartegen ik toch ook geen stappen onderneem. Waar moest ik met het dode beest blijven? Het begraven of zomaar weggooien in de beek? En hoe zou ze het oppakken als ik haar triomf ging vergallen? Moest ik het bebloede karkas bij de poten pakken en er haar mee om de oren slaan, een methode die eens door de ex van mijn vrouw was toegepast bij hun
toenmalige hond? Ik vond het een beetje vies om het lijk bij de poten te pakken. Dus liet ik haar haar gang gaan en stond ik vol bewondering te kijken hoe ze zonder mes
en vork het karkas kraakte en fileerde en de veren zorgvuldig terzijde legde. Nog geen tien minuten later had ze het zo goed als op, met achterlating van wat ribben, veren en enkele ingewanden.
Op de weg terug naar huis was de moordenares vreemd stil, dromerig en afwezig; misschien had ze nog wat bij het karkas willen uitrusten. Waarom moest de mens zo
wreed ingrijpen in de natuurlijke gang van zaken? Regelmatig keek ze verlangend achterom. Er schijnt iets met honden te gebeuren als ze aan het jagen zijn. Er komt
een soort cocaïne vrij in de hersenen waar ze ook werkelijk aan verslaafd kunnen raken. Laten we het niet hopen. Straks komt ze aangewandeld met een koe half uit
haar bek.

Halewijn

  • Datum: .

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch