De moord op Louis Sévèke (001)

De deze week in drie delen uitgezonden documentaire De Villamoord laat zien hoe een zogenoemde tunnelvisie het onderzoek van de politie in de weg kan staan. De moord op een vrouw in Arnhem, in september 1998, werd een groep mannen van Turks-Nederlandse afkomst in de schoenen geschoven. Hun veroordeling was het gevolg van abominabel technisch onderzoek, gebrekkige getuigenverhoren en het voor de rechter verdonkeremanen van de verklaring van een informant. Het heeft er ruim twintig jaar na het drama alles van weg dat de veroordeling van de ‘daders’ voor politie en justitie prioriteit had: dat er zich alleen nog maar een misdaad hoefde aan te dienen om ze voor jaren achter de tralies te krijgen. Er is in de voor het verdere verloop ervan duvelsbelangrijke beginfase van het onderzoek de vraag gesteld ‘whodunnit’, en niet ‘wat is er eigenlijk gebeurd?’. Concreet: waarom is de rol van de enige ooggetuige, de vrouw die claimde dat ook op haar geschoten was, niet nader onderzocht?

De Villamoord is een knauw voor het rechtsgevoel. Nog erger is het feit dat zij deel uitmaakt van zo langzamerhand een flinke serie. Die begon, halverwege de negentiger jaren, bij de Puttense moordzaak. In die zaak zaten twee broers zeven jaar onterecht vast voor de moord op de stewardesse Christel Ambrosius. In 2000 vond de Schiedammer parkmoord plaats, op de tienjarige Nienke Kleiss. Een man zat voor die daad vier jaar, voordat ze door een ander werd bekend. Rond dezelfde tijd begon de Deventer moordzaak te spelen, inmiddels de langstlopende uit de geschiedenis van het Nederlands strafrecht. Voor de moord op de weduwe Wittenberg heeft de beoogde dader twaalf jaar in hechtenis gezeten. Toen een paar maand geleden in het nieuws kwam dat politie en justitie op grote schaal gefraudeerd hebben met geurhonden, heeft de man -in wiens zaak bewijs via geurhonden van doorslaggevend gewicht was- de staat aangeklaagd. In 2003 volgde de onterechte veroordeling van Lucia de Berk, de ‘gifmoordenares’ die zeven jaar zat voor evenzovele moorden terwijl er aan het eind van haar lijdensweg moest worden vastgesteld dat er geen enkel misdrijf had plaatsgevonden.

Op vijftien november 2005 werd in Nijmegen Louis Sévèke vermoord. Hij genoot landelijke bekendheid als onderzoeker van geheime diensten. Zijn gewelddadige dood wekte dan ook veel onrust, vooral toen de zoektocht naar de dader of daders heel lang niets leek op te leveren. Eind maart 2007 werd de 38-jarige Marcel Teunissen in hechtenis genomen. Hij werd gezocht voor een aantal bankovervallen en legde volgens een politieverklaring een bekentenis af in de zaak-Sévèke. Het motief voor de moord zou mogelijk wraak zijn geweest. Teunissen en Sévèke kenden elkaar uit de kraaksien, en Sévèke zou Teunissen ervan hebben verdacht een infiltrant te zijn en Teunissen weggewerkt te hebben uit de beweging. Volgens familieleden van Sévèke was de toedracht anders. Zij stellen dat Teunissen vertrok naar aanleiding van een discussie over het verlaten van kraakpanden in ruil voor geld van de eigenaars. Teunissen, die daar voorstander van was, verliet volgens de familie het kraakpand uit onvrede over de uitkomst van de discussie. Op 7 maart 2008 werd Teunissen veroordeeld tot levenslang. Een zware straf die volgens de rechter noodzakelijk was wegens de kans op herhaling. Teunissen was volledig toerekeningsvatbaar verklaard en kwam zodoende niet in aanmerking voor TBS. Behalve voor de moord op Sévèke werd Teunissen ook veroordeeld voor zeven bankovervallen, vier bomaanslagen en een poging daartoe. Hij is niet tegen de uitspraak in beroep gegaan.

Van Teunissen is sindsdien weinig meer vernomen. Maar vrij snel na zijn veroordeling gaf hij een interview waarin hij de moord ontkende en aangaf dat hij zich door zijn advocaat in de steek gelaten voelde. In deze serie wordt de vraag gesteld waarom Teunissen niet in beroep ging maar wel al vrij snel terugkwam van zijn bekentenis. En waarom het sindsdien zo stil rond Teunissen en de zaak-Sévèke is geworden …

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (002)

Een zonderling op een eiland kopte De Groene Amsterdammer van zes april 2007 boven een artikel van Koen Haegen. Via vraaggesprekken met mensen die Marcel Teunissen hebben meegemaakt, wordt deze in het stuk neergezet als een teruggetrokken man die niet eens samen met de anderen van zijn woongroep placht te eten. Een beeld dat ‘niet strookt met het idee van een infiltrant. Die moet immers contacten leggen, biertjes drinken met activisten in de kroeg en zich aansluiten bij politieke groepen’ (1).

Klopt dat beeld van de infiltrant? Moet die zich opdringen aan de omgeving waaruit hij inlichtingen wil peuren? Het is een vraag waarmee Louis Sévèke zelf zich intensief heeft bezig gehouden. We zullen in deze serie zijn uitgebreide onderzoek naar inlichtingendiensten de revue laten passeren. Sévèke schreef, deels samen met anderen, twee boeken (2). Tevens liet hij een kloeke verzameling artikelen en notities na, onder andere voor Buro Jansen en Janssen.

Aan de laatste instantie -die al dertig jaar ondezoek verricht naar doen en laten van politie, justitie en inlichtingendiensten in Nederland en Europa- per email de vraag van hierboven gesteld:

‘Hallo, in een serie die wij wijden aan de moord op Louis Sévèke stuiten wij op het beeld van de veroordeelde moordenaar Marcel Teunissen als een teruggetrokken figuur. Dit beeld wordt in de msm vervolgens gebruikt om geruchten te ontzenuwen als zou Teunissen een infiltrant kunnen zijn geweest. Hebben jullie de ervaring dat een infiltrant altijd een actief optredende, zeg maar zich voorzichtig opdringende figuur moet zijn?

Of kan het ook andersom? We herinneren ons bijvoorbeeld het geval-Peter Siebelt, dat jullie buro heeft onthuld. Die ouwe kranten-ophaler was toch een mens van weinig woorden? (3)

We zijn benieuwd naar jullie ervaringen in dezen.

De redactie van Kleintje Muurkrant’

(JoopFinland)

(1) https://www.groene.nl/artikel/een-zonderling-op-een-eiland
(2) De tragiek van een geheime dienst(Nijmegen, Uitgeverij Ravijn, 1990) Operatie Homerus(Breda, Uitgeverij Papieren Tijger, 1998)
(3) Peter Siebelt distilleerde uit een oudpapier-opruimactie in diverse kraak- en actiepanden de stof waaruit hij boeken schreef als Eco Nostra. Het netwerk achter Volkert van der Graaf en RaRa, wie ben ik?

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (003)

‘Wij hebben nooit een psychologische schets gegeven van een infiltrant of informant. Incidenteel misschien wel, maar dat ging dan over het individu, zoals bij Paul Kraaijer.’ Aldus het antwoord van Buro Jansen en Janssen op de vraag of het haar bekend is dat Marcel Teunissen, die veroordeeld werd voor de moord op Louis Sévèke, een stil en teruggetrokken persoon zou zijn.

‘Ik weet niet waar het beeld van Marcel Teunissen op gebaseerd is’, zo geeft de zegsman van het onderzoekscollectief aan. ‘Wij herkennen hem daar niet in, maar daar valt in onze ogen niets uit te concluderen. Het leidt vooral af en belemmert een gedegen analyse. Karakterisering of psychologisering helpt niet bij het doen van goed onderzoek. Het zorgt eerder voor mist en misplaatste duiding. Goed onderzoek betekent dat je de gangen van een persoon moet nagaan.’

‘Stil of luidruchtig is daarbij niet relevant. Adrian Franks maakt dat duidelijk. Zijn verhaal maakt duidelijk dat ook het doel van de infiltratie een belangrijke rol speelt. Paul Oosterbeek was misschien niet luidruchtig op de manier van Cees van Lieshout, maar voor sommigen was van Lieshout ook een bescheiden karakter.’

Het mailtje van Buro J&J geeft, behalve een duidelijke mening over de berichtgeving rond Teunissen in de msm, een kort overzicht van bekende infiltranten in de ’beweging’.

Paul Oosterbeek was de krantenjongen van Algemene Beveiligings Consultants BV, die in de vorige aflevering de revue passeerde. Zijn knapste staaltje infiltratiewerk vond in 1988 plaats bij het Shipping Research, dat illegale olietransporten naar het Apartheidsregime in Zuid-Afrika volgde. Op de website van Ravage staat een uitgebreid dossier uit 1994 over hem (1).

Paul Kraaijer maakte geen geheim van zijn journalistieke roots. Hij kwam in 2011 luidruchtig uit de kast als spion voor de AIVD. De Telegraaf en Nieuwsuur boden hem een podium, de NVJ (journalistenvakbond) keurde zijn gedrag af. Buro J&J plaatste vooral twijfels bij zijn verhalen, deed inderdaad uitgebreid onderzoek naar zijn geestesgesteldheid.

Adrian Franks infiltreerde in opdracht van multinationals vanuit Frankrijk dierenrechtengroepen en de milieubeweging. Op de site van Buro J&J staat het ‘Verslag van een speurtocht’ naar de gangen van Franks. Saillant: jaren later duikt zijn moeder nog eens op, als directrice van een bedrijfje dat informatie uit de antimilitaristische sien verkoopt.

Met Cees (Paul Moussault noemt hem in zijn boeken consequent Caesar) van Lieshout zijn we terug bij Sévèke. Van Lieshout, die tussen 1978 en 1990 voor de BVD, de voorganger van de AIVD, werkte, is de hoofdfiguur uit het boek ‘Operatie Homerus’. Na de moord op Sévèke was van Lieshout een van de eerste verdachten.

(JoopFinland)

(1)  Link bevat ook sappig verhaal over ABC-directeur Peter Siebelt (zie aflevering 2), die zichzelf toen nog niet als schrijver had ontdekt...

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (004)

Hoe lag Nederland er eigenlijk bij in de herfst van 2005? Met andere woorden: tegen welke culturele, sociale en politieke achtergrond vond de moord op Sévèke plaats? Er waren drie dingen gaande die we bijna vijftien jaar nadien even van wat stof moeten ontdoen.

De Schipholbrand, van 27 oktober van dat jaar. Op het terrein van het voormalige vrachtgebouw op Schiphol-Oost was een prefab gevangenis voor afgewezen asielzoekers neergezet. De (derde!) brand in het ding eiste elf dodelijke slachtoffers, en tientallen gewonden. De ramp deed de discussie over ‘illegalen’ fel oplaaien. Een man die ervan werd beschuldigd dat hij de brand veroorzaakt zou hebben, zat drie jaar vast voordat hij werd vrijgesproken. In de nasleep van de Schipholbrand traden twee ministers af (die voor Justitie en die voor Volkshuisvesting) en ook de burgemeester van Haarlemmermeer pakte zijn biezen. Louis Sévèke was nauw betrokken bij de organisatie van een protestmars naar aanleiding van de Schipholbrand die op 17 november, twee dagen nadat hij doodgeschoten werd, door Nijmegen moest trekken.

De poster-actie tegen Verdonk. De minister voor Vreemdelingenzaken, Rita Verdonk, trad niet af na de gebeurtenissen op Schiphol-Oost. Tegen haar xenofobe beleid werd een actie op touw gezet waarbij op een poster de volgende tekst verscheen: Reisbureau Rita, arrestatie-deportatie-crematie, Adequaat tot het bittere einde. De politie was ook in het Nijmeegse zeer bezig met het verwijderen en in beslag nemen van de posters. In De Grote Broek, het pand van waaruit Sévèke op 15 november naar huis liep toen hij werd vermoord, had men een paar dagen daarvoor een politie-inval in verband met de poster meegemaakt.

Het optuigen van toezicht op het onderzoek door politie en justitie, de zogenoemde Tegenspraak.
In de eerste aflevering van deze serie besteedden we kort aandacht aan een aantal justitiële dwalingen. Vooral naar aanleiding van wat de geschiedenis is ingegaan als de ‘Schiedammer Parkmoord’, waarvoor iemand vier jaar onschuldig vast zat, was men op de hoede voor de ‘tunnelvisie’. Voorkomen moest worden dat bij verhoor en forensisch onderzoek scenario’s op oneigenlijke gronden werden uitgesloten. Bij het onderzoek naar de moord op Sévèke moest de Nijmeegse politie haar eigen onderzoek onderzoeken, en kwam er daarom een externe commissie die ‘tegenspraak’ organiseerde. Samenstelling en werkwijze van deze externe controlleurs gaf tijdens het onderzoek veel strubbelingen, waarop we nog zullen terugkomen. Ook in de kringen van Sévèke werden er vanaf het begin veel vragen bij het onderzoek gesteld. Buro Jansen&Janssen bood de familie van het slachtoffer aan om zelf onderzoek te verrichten en op die manier de ‘tegenspraak’ eventueel van tegenspraak te kunnen voorzien. Maar tot verbazing van de zegsmens van het buro werd dit aanbod afgeslagen… (*)

(*) De Gelderlander, 31 december 2005

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (005)

In de vorige aflevering van deze serie werd stilgestaan bij de culturele, sociale en politieke achtergrond van de moord op Sévèke. In dit deel aandacht voor de discussie in juridische kringen die toen plaats vond. Immers, Marcel Teunissen werd op de kop af twaalf jaar geleden tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. En levenslang betekende toen nog echt levenslang. ‘(In Nederland) verlaat je bij veroordeling tot levenslang de cel pas tussen zes plankjes’, aldus de Nijmeegse hoogleraar strafrecht Peter Tak, in De Gelderlander van 7 maart 2008.

De veroordeling van Teunissen paste in een trend. Gedurende een halve eeuw, tussen 1946 en 1997, werd het zwaartse vonnis tien keer uitgesproken. Maar in de tien jaar daarna verdriedubbelde dit aantal. Advocaat Wim Anker gold in 2008 als specialist in levenslang en was de enige die een databank bijhield over die straf. Hij heeft het in het stuk in De Gelderlander over de discrepantie tussen de steeds zwaardere vonnissen en de afname van het aantal levensdelicten. Anker is dan al jarenlang pleitbezorger voor het in geval van levenslang na vijftien jaar opnieuw beoordelen van het geval.

Want ‘mensen veranderen in de gevangenis’, gaf ook Tak aan. ‘Men wordt wijzer of komt zelfs geheel tot inkeer.’ Hij beschrijft in het interview de praktijk in buurlanden. Onderzoek in Duitsland leert dat vervroegde vrijlating daar niet tot grote problemen leidt: ‘De strafbehoefte van de maatschappij blijkt dan te zijn weggesleten.’ Drie weken na de veroordeling van Teunissen zal er een denktank van verontruste juristen worden gevormd. Men wil de strafmaat op de politieke agenda. De toenmalige staatssecretaris Albayrak heeft de hakken in het zand gezet. Levenslang in de dan toegepaste vorm is volgens haar ‘een inherent onderdeel van ons sanctiestelsel’.

Twaalf jaar later is er weinig tot niets veranderd. Een paar tot de zwaarste sanctie veroordeelden hebben geprobeerd om de Hoge Raad te laten uitspreken dat de Nederlandse staat in hun geval Europese verdragen schendt. Maar die staat kon repliceren dat de tot levenslang veroordeelde een verzoek tot gratie kan indienen. Gratie werd tot 1970 in meer dan tachtig procent van de aanvragen toegekend, daarna nog maar drie keer. NB: in de tolerante jaren 1970 werd geen enkele keer levenslang uitgesproken…

In het geval van Teunissen luidde het vonnis levenslang omdat volgens de rechters de kans op herhaling van het strafbaar feit groot was. Teunissen werd als ten tijde van de moord volledig toerekeningsvatbaar beoordeeld. Dit wekte de nodige bevreemding. Omdat het door de rechtbank vastgestelde motief voor de moord -wraak wegens de uitstoting van de dader uit de Nijmeegse kraakbeweging, eind jaren 1990- volgens menigeen toch alleen door een behoorlijk gestoorde persoon kon zijn gekoesterd...

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (006)

Op de plaats delict herinnert niets meer aan de gebeurtenissen van bijna vijftien jaar geleden.

Boven de Mariënburg torent nog steeds de radiomast die in de kinderfantasie van april 1970 zoveel weghad van de Apollo 13 die volgens de berichtgeving op de autoradio in nood verkeerde. En ergens achter het koffiehuis dat nu op het pleintje staat, was de werkplaats van fietsenmaker Jakobs. De Van Broeckhuysenstraat en in het verlengde daarvan de Van Welderenstraat glooien nog net als een halve eeuw geleden zachtjes naar beneden. Maar voor de jongen die in het koffiehuis serveert zijn de zeventiger jaren geschiedenis, en ook de naam Sévèke zegt hem niets.

De linkerzijde van de Van Broeckhuysenstraat wordt gedomineerd door een enorm monumentaal pand. Zou het het voormalig kraakpand De Grote Broek zijn? Nee, het huisvest de Albert Heyn. Ertegenover zit een boekhandel die zo oud is dat ie twee namen heeft. De eigenaar antwoordt op de vraag of De Grote Broek er nog is: ‘Ja, helaas wel. Maar vier deuren van ons vandaan.’ Dat met Sévèke was volgens hem ‘een raar geval’ en hij wil er verder ‘niets over kwijt’.

De Grote Broek is dus vrij klein. Een pui met verrassend veel doorzichtig glas, erachter lege tafels en stoelen. Ook de toegangsdeur is goeddeels van glas. Een handgeschreven bordje met Gesloten hangt op ooghoogte. Voor hoelang blijft onduidelijk. Tussen de posters op de vensters hangt er eentje van Your Local Pirates, het bandje van Joke Kaviaar en Peter Storm. Dus er is nog wel leven in het gebouw…

De Van Welderenstraat is vooral veel smaller dan uit de krantefoto’s van 2005 naar voren komt. De twee of drie woonlagen boven de winkels op de begane grond moeten op die novemberavond toch veel meer getuigen hebben gehuisvest dan de tien of twintig voorbijgangers die volgens de politie op dat moment door de straat liepen?

De Eilbrachtstraat is een onooglijk doorloopje naar de volgende parallelstraat. Hij heeft net als die boekwinkel twee namen. Alleen het ikonische fietsenrek staat er nog steeds.

De vluchtroute is ideaal. Reeds in de Van Welderenstraat zuigt het Centraal Station van de stad aan bijna alle voetgangers. De anonieme meute heeft en had haast, keek naar de grote klok boven het spooremplacement...

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (007)

De trieste gebeurtenis van 15 november 2005 was voor tenminste twee dagbladcolumnisten en voor een bekend literator aanleiding zichzelf onder de aandacht te brengen.

Gerrit Komrij schreef in die tijd de reeks columns onder de naam Gouden Woorden achterop het NRC. De gouden woorden in de afleveringvan 22 december lijken vooral Franse woorden. De columnist heeft het niet één maar twee keer over raison d’être.Eerst in verband met de door de omgeving van het slachtoffer afgekondigde en gehuldigde mediastilte. Een paar alinea’s verder met betrekking tot het door Komrij veronderstelde ‘geloof in samenzweringen (…) van radicaal links’.
Politie heet voor Komrij politie, de binnenlandse veiligheidsdienst binnenlandse veiiligheidsdienst. De intimi en medestanders van Sévèke krijgen echter de volle laag. Zij zijn achtereenvolgens ‘vrienden van Louis‘, dus tussen aanhalingstekens, ‘strijdmakkers van zijn fanatieke clubje’, ‘Nijmegens oproer-kraaiers’, ‘Nijmeegse fundamentalisten’, ‘Nijmegens Gideonsbende’, ‘Nijmeegse revolutionairen’ en ‘het clubje’.

De raison d’être van Sylvain Ephimenco was in 2005 dezelfde als vandaag. De immigrant van Frans-Algerijnse komaf basht in Trouw wekelijks zijn lotgenoten. De columns van Ephimenco worden gekenmerkt door een pijnlijk gebrek aan feitenkennis, en door onverbloemde steun voor de meest rabiate uitingen van geborneerdheid in het algemeen en xenofobie in het bijzonder.
In zijn bijdrage Zwijgen en controle in zaak-Sévèke van 31 december 2005 heeft de columnist het over 16 in plaats van 15 november, en wordt het slachtoffer gelinkt aan de ‘gewelddadige ondervraging’ van infiltranten in de kraakbeweging en aan ‘Kedichem’. Ephimenco vindt in navolging van Komrij zwijgzame activisten niet kies of voorzichtig maar verdacht: ‘de wetten van de Omerta worden in het krakerswereldje goed nageleefd.’

‘Krakers fascineren A. F. Th.’, aldus De Gelderlander van 15 augustus 2007. De broodschrijver A. F. Th. van der Heijden uit Geldrop -Adrie voor zijn vrouw, Albert in zijn boeken- heeft daarvoor twee keer over de kraakbeweging geschreven. De Slag om de Blauwbrug gaat over een junk die verzeild raakt in de Kroningsrellen van 30 april 1980. Advocaat van de hanen gaat al helemaal niet meer over krakers maar tracteert de lezer op een drankzuchtige versie van Henk Kersting, de advocaat van de in 1985 vermoorde Hans Kok.
Aanleiding voor het artikel in de provinciale krant is het plan van de gevierde schrijver om een boek te gaan wijden aan de moord in de stad waar hij ooit studeerde: De Oprotpremie. Op een foto bij het stuk komt de auteur uit het Nijmeegs Centraal Station, zijn lange jas zwiert open langs zijn aanzienlijke buik. Op de plek van de moord ‘(merkt) de stilstaande man niets van de aandacht die hij trekt’. Nog een citaat: ‘Met de Nijmeegse kraakbeweging had hij indertijd niets. In Amsterdam woonde hij zeven jaar in een kraakpand, maar altijd voelde hij ‘zich meer toeschouwer dan deelnemer’’…

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (008)

In de dagen meteen na de aanslag haalden een paar ooggetuigenverslagen de media. De Volkskrant liet op 18 november 2005 Ramon Rambeaux aan het woord. Rambeaux woonde volgens het blad aan de Van Welderenstraat precies tegenover waar die kruist met de Eilbrachtstraat, dus op nog geen tien meter afstand van de plaats delict.

‘Ik zag een man die heel rustig zijn sporttas dichtritste, rustig een paar passen zette en toen begon te rennen. Hij had een soort rood windjack aan en -ik kon dat van boven goed zien- hij had kort, gemilimeterd haar.’

Opvallend in Rambeaux’ verklaring was dat hij daar waar andere ooggetuigen bloed uit het hoofd van het slachtoffer hadden zien stromen, gewag maakte van twee ‘grote, rode vlekken’ op de borst van Sévèke.

Nog opvallender is dat deze ooggetuige zich in het interviewtje ontpopte als een vuurwapendeskundige. Rambeaux nam de feitelijke schietpartij niet waar maar werd gealarmeerd door twee knallen, waarna hij uit zijn raam keek.

De knallen waren volgens hem ‘niet van een pistool -die zou ik herkennen- maar meer alsof er strijkers werden afgestoken.’ En vanwege de door hem geconstateerde bloedende borstwonden stelde hij vast: ‘Alsof er gebruikgemaakt is van een afgezaagd jachtgeweer.’

Onderzoek naar het soort wapen dat bij een aanslag is gebruikt kan informatie opleveren over of die aanslag lang van tevoren is gepland of juist min of meer in haast is gebeurd. Regel nummer één onder experts luidt: gebruik van een vuurwapen is niet aan te bevelen voor een sluipmoordenaar.

Deze conclusie staat in een rapport met de naam A Study of Assassination. Een studie naar de sluipmoord, gepubliceerd in 1997 onder auspiciën van de CIA. In negentien bladzijden krijgt de raadpleger een handleiding in de organisatie van een aanslag *).

Het gebruik van een vuurwapen bij een sluipmoord wordt feitelijk ontraden voor de CIA-mensen. Een expert kan honderd procent effectief moorden met pistool of revolver, maar experts zijn dungezaaid. Een handvuurwapen vereist het juiste kaliber munitie en een zeer korte afstand tot het slachtoffer. Het object moet ook minstens drie maal worden geraakt.

Afgaande op de aanwijzingen in A Study of Assassination was de moordenaar van Sévèke een amateur, omdat hij een vuurwapen gebruikte en daarmee slechts twee keer schoot. Onderzoek naar de door hem eventueel gebruikte vluchtweg kan dat beeld bevestigen.

Echter: achter het optreden van een amateur met een ogenschijnlijk beperkt inzicht in waar hij mee bezig was, kan een organisatie schuilgaan die wel degelijk professioneel van opzet was en een amateur inzette voor het vuile werk…

*) Het rapport komt ter sprake in het hoofdstuk Studie in sluipmoord uit het boek Stieg Larssons erfenis, in 2018 uitgebracht door de Zweedse onderzoeksjournalist Jan Stocklassa. Stieg Larsson zou later beroemd worden als schrijver van misdaadromans maar was in de jaren tachtig en negentig als journalist bezig om extreem-rechts in Zweden in kaart te brengen, en -daarmee in verband- de moord op ‘s lands premier Olof Palme te onderzoeken.

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (009)

Enkele dagen na de dodelijke aanslag geeft het onderzoeksteam een daderprofiel aan de media. Hierin staat een ‘blanke man met kort haar en in het bezit van een blauwe en/of rode sporttas’. Deze zou zijn gevlucht via de Eilbrachtstraat en de Vlaamsegas, richting Molenstraat.

Volgens de in de vorige aflevering van deze serie geïntroduceerde ‘handleiding’ voor aanslagplegers in dienst van de CIA, A Study of Assassination,vertelt de vermoedelijke vluchtroute veel over de mate van voorbereiding en tevens betrokkenheid van een verdachte.

Centraal bij onderzoek naar een vermeende vluchtroute staat de vraag of die van tevoren was uitgestippeld door de dader. Met andere woorden: was ze de kortste weg uit de aandacht van mogelijke getuigen van de aanslag?

Waar was de door getuigen aangewezen schutter die avond na de aan hem toegeschreven daad naar op weg? Stond er in de na de steegachtige Eilbrachtstraat en Vlaamsegas brede en goed bereikbare Molenstraat een vluchtauto voor hem gereed?

Was verdachte de steegjes ingerend om zich ongezien ergens van zijn wapen te kunnen ontdoen? Was hij via de steegjes en de Molenstraat op weg naar het centraal station van Nijmegen? Of stuitte het onderzoeksteam hier op de laatste mogelijkheid: wist verdachte niet goed welke richting hij uit moest?

De kortste weg naar het Nijmeegse centraal station vanaf de plaats delict is die via de Van Welderenstraat en Molenstraat. Is verdachte met de trein naar dat station gekomen dan is hij in dit scenario als het ware op zijn schreden teruggekeerd.

Tussen Eilbrachtstraat en Vlaamsegas ligt de Tweede Walstraat. Ook die leidt naar de Molenstraat. Mogelijk wilde verdachte herkenning in de door hem eerder aangedane Van Welderenstraat voorkomen. Maar waarom koos hij dan niet voor afslaan via de Tweede Walstraat?

De Vlaamsegas was in 2005 een beruchte steeg, vanwege de handel in drugs. Daarom hing het straatje vol met bewakingscamera’s. Waarom zou de dader een groot risico genomen hebben om op een beveiligingscamera vastgelegd te worden?

Zijn keuze voor de risicovolle Vlaamsegas doet de vraag rijzen of de dader goed wist wat hij deed. Was hij een amateur, die op een donkere avond in november feitelijk een beetje verdwaalde in de Nijmeegse binnenstad?

Of heeft het onderzoeksteam het vanaf het begin bij het verkeerde eind: zou haar speurwerk niet zozeer om de vermeende schutter moeten draaien maar om mogelijke handlangers van die schutter. Werd de man in de Molenstraat opgewacht door een vluchtauto?

In de getuigenverklaringen van omstanders in en bewoners van de Van Welderenstraat zingen verhalen rond over minstens twee auto’s die op het moment van de aanslag de aandacht trokken. De ene auto reed stapvoets voorbij terwijl het slachtoffer werd aangevallen.

De andere auto hield even na negenen op de Van Welderenstraat stil. Van de twee inzittenden stapte er eentje uit, om onmiddellijk weer in te stappen nadat in de straat het eerste schot had weerklonken. Waarop de auto wegreed.

Nog eens: met het toespitsen van een onderzoek op een dader die door omstanders en omwonenden als schutter wordt beleefd, neemt men een risico. Wat als die vermeende dader een ‘patsy’ is? Iemand die op het moment suprème ter plekke is, maar dan als bliksemafleider…?

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (010)

De Vlaamsegas vormde in 2005 het episch centrum van de Nijmeegse drugssien en daarom hingen er in het steegje in totaal vier bewakingscamera’s. Nadat het onderzoekteam bekendmaakte ‘de man met de sporttas’ te beschouwen als verdachte en de Vlaamsegas als onderdeel van ‘s mans vluchtroute, werd er met spanning gewacht op de analyse van de beelden die de camera’s de avond van de vijftiende november gemaakt hadden.

Gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot die analyse zei een woordvoerder van het onderzoeksteam op 18 november: ‘Digitale bronnen veranderen niet, getuigenverklaringen wel’. Met die bewering verklaarde hij waarom het Bamboe-team prioriteit gaf aan het optekenen van ooggetuigeverslagen van omwonenden en voorbijgangers.

Op 1 december kwam het dagblad De Gelderlander met het nieuws dat de Nijmeegse politie geen bruikbare beelden had van de verdachte, omdat de kwaliteit van de twee politiecamera’s te slecht was. En op de wel goed afleesbare videobanden van de twee camera’s die een coffeeshop had opgehangen, was geen man met een sporttas te zien.

De krant was uit eigen onderzoek te weten gekomen dat de twee camera’s van de politie verouderd waren. ‘Een van de politiecamera’s kan de schutter slechts op de rug hebben gefilmd. De andere camera, die zijn gezicht zou hebben kunnen opnemen, hangt in een vreemde hoek. Het apparaat staat niet op de straat gericht, maar op de straatverlichting.’

Van bewakingscamera’s worden wonderen verwacht, gaven door de krant geinterviewde deskundigen aan. Veelal ten onrechte. Met beelden heb je nog niet veel in handen. Het systeem moet goed en regelmatig onderhouden worden. En de operator van het systeem moet weten in welke camera hij op welk moment kijkt.

Het onderzoek van De Gelderlander leidde tot een verhit debat van de Nijmeegse gemeenteraad met burgemeester Ter Horst. Onbeantwoord blijft echter de vraag wat er eigenlijk op die camerabeelden van 15 november 2005 rond de klok van negen wél te zien was...

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (011)

In wat er van het politieonderzoek direct na de aanslag naar buiten komt, ontbreekt informatie over het wapen en de munitie die gebruikt werd. Een belangrijke lacune, omdat kennis over moordwapen en de soort en het kaliber van de afgevuurde kogels iets kan vertellen over het min of meer geplande karakter van de aanslag, dus over het min of meer professionele karakter ervan.

De schutter vuurde tweemaal, waarvan de laatste keer van zeer korte afstand. Het eerste schot trof het slachtoffer in de rug. Van welke afstand? Hoeveel letsel veroorzaakte dit schot? Een enkel schot en een slachtoffer dat daarna op de grond valt, bieden geen garantie dat het slachtoffer niet zal overleven. Het feit dat de dader weloverwogen op enige tientallen centimeters een tweede schot op borst of hoofd afvuurde, impliceert dat hij of zij een professional moet zijn geweest.

Welke kogels werden bij de aanslag gebruikt? Waren het ‘gewone’, dat wil zeggen half gemantelde kogels, of volledig gemantelde? Volledig gemantelde munitie gaat door muren en metaal, maar heeft als nadeel dat ze recht door een menselijk lichaam kan gaan, dus zonder het dodelijk te verwonden. Gewone, half gemantelde kogels richten een ravage in een lichaam aan. Een dader die niet meer dan twee schoten afvuurt en daartoe volledig gemantelde munitie gebruikt, neemt een groot risico.

Verschillende getuigeverklaringen gaan over ‘twee luide knallen’ in de overigens ook bepaald niet verlaten Van Welderenstraat. Een klein handwapen met een lager geluidsniveau is makkelijker te hanteren. Daarmee kunnen meerdere schoten worden afgevuurd, zodat de dader zekerder kan zijn van zijn of haar zaak, en minder snel de aandacht trekt. Een schutter die precies wist wat te doen, zou ook het gebruik van een geluidsdemper hebben overwogen.

Tot zover de verslaggeving in deze serie over wat er de eerste maanden na de aanslag openbaar werd gemaakt met betrekking tot het onderzoek. In het vervolg van deze serie zal ‘de man met de sporttas’ even gelaten worden voor wat ie is. De plaats delict wordt echter nog niet verlaten: er zijn die auto’s die zijn gezien terwijl ze in de buurt van de aanslag stilhouden of langsrijden…

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (012)

In de eerste ooggetuigeverslagen van de aanslag speelt een rode Opel Vectra van het bouwjaar 1992-93 een rol. Vlak voor er in de Van Welderenstraat schoten klonken stond deze auto geparkeerd voor het perceel nummer 110. Er zaten twee mannen in, van wie er eentje uitstapte seconden voordat het eerste schot klonk, zo’n dertig meter verderop aan de overkant van de straat. Volgens de getuige(n?) stapte de man na de schoten snel weer in en reed de auto weg.

In welke richting deze ‘rode Opel’ wegreed is niet bekend geworden. Ook de rijrichting van enige andere auto’s die op het moment van de aanslag de T-kruising Van Welderenstraat-Eilbrachtstraat passeerden is niet bekend, of niet bekend gemaakt. Het gaat daarbij om een Mercedes, en een Volkswagen. De Volkswagen is misschien alleen maar voorbijgereden. Maar ook uit de voorbijrijdende Mercedes zou tijdens de aanslag een man zijn uitgestapt en meteen weer ingestapt. De oudere man zou zijn vergezeld door een jonge, blonde vrouw.

Met het verstrijken van de tijd na de vijftiende november wordt het beeld alleen maar diffuser. Merk en kleur van de betreffende auto’s kunnen niet worden bevestigd. En de uit- en meteen weer instappende man kan dus zowel uit de voorbijrijdende Mercedes als de geparkeerd staande Vectra zijn gekomen. Op 25 november laat het onderzoeksteam aan het dagblad De Gelderlander weten dat ‘de inzittenden van in totaal drie auto’s zich nu allemaal hebben gemeld’. Maar op 23 februari 2007, dus vijftien maanden na deze mededeling, meldt de politie dat de rode Opel Vectra niet is getraceerd.

In een interview in Vrij Nederland (6 december 2005) zegt Ed Bruinvis, vriend en collega van Sévèke, dat hij meteen naar de politie gebeld heeft toen de recherche bekend had gemaakt dat men op zoek was naar de inzittenden van een auto die ten tijde van de aanslag op de plaats delict uit- en meteen weer in die auto zouden zijn gestapt. ‘Het bleek dat een van de mannen mank liep. Ik heb ze laten weten dat Cees van Lieshout ook mank loopt’.

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (013)

Ed Bruinvis kent Cees van Lieshout (in de artistieke sien gebruikte de man de voornaam Caesar) uit het RVF, het Rood Verzetsfront. Het RVF was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw in de kijker van binnenlandse en buitenlandse veiligheidsdiensten vanwege haar openlijk beleden solidariteit met revolutionair-linkse groepen in landen als (West-)Duitsland, België, Frankrijk, Italië en Japan. Volgens inlichtingendiensten zou het RVF er zorg voor dragen dat Nederland een veilige haven voor de gezochte leden van deze groepen was.

Voordat hij voor de voorloper van de AIVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), in het RVF infiltreerde deed Van Lieshout dienst als criminele informant voor de politie. Volgens het principe boeven-vangt-men-met-boeven hield de man die in drugs en -naar verluidt- in kinderporno had gehandeld zich nog steeds op in kringen van kleine en grotere criminelen, en speelde informatie over zijn collega’s door aan zijn baas. Dit vond vooral plaats in en rond Nijmegen, en wel in de jaren rond 1975.

Vanaf 1977 werd Van Lieshout gerund door de BVD en ingezet als agent-provocateur, eerst dus in het RVF en vanaf 1982 in ‘de beweging’. Een agent-provocateur neemt niet alleen deel aan subversieve acties maar lokt deze ook uit. Van Lieshout zou zich met name bezondigd hebben aan het verschaffen van wapens, en aan het vervaardigen van bommen. “De beweging’, ook wel ‘buitenparlementaire beweging’, is de benaming die in de jaren tachtig gegeven werd aan het geheel van groepen en groepjes die zich bezighielden met onder veel meer anti-militarisme, kraken, anti-racisme, anti-kernenergie en strijd voor een schoner milieu.

Van Lieshout wist zich een positie te verschaffen in deze groepen omdat hij minstens drie dingen meebracht waaraan ‘de beweging’ een chronisch gebrek had. De man had een rijbewijs, beschikte over geld, en was gefascineerd door geweld. Van Lieshout was niet alleen mobiel en bemiddeld maar vooral een ‘heavo’, zoals dat toen heette. In de ‘eeuwige’ discussie binnen de links-radicale beweging over het al dan niet toepassen van -hoeveel en welk soort van- geweld, roerde hij de trom ten faveure van dat geweld.

In ieder geval binnen het RVF bezorgde zijn positiebepaling ten aanzien van het gebruik van geweld Van Lieshout een centrale rol in de organisatie. Het RVF had een fysiek hoofdkwartier in Drenthe en daar werd Van Lieshout lang de hand boven het hoofd gehouden. Ed Bruinvis herinnert zich hoe hij pas nadat hij ‘Drenthe’ vertelde over de plannen van Van Lieshout om het RVF middels drugshandel van geld te gaan voorzien, gehoor kreeg voor zijn bezwaren tegen de man. De wedijver binnen de organisatie tussen ‘heavo’s’ en ‘softies’ is een rode draad in de ‘reconstructie’ die Paul Moussault heeft geschreven over het RVF (1).

Aan de werkzaamheden van Van Lieshout binnen radicaal-links komt een abrupt einde in 1990, na de publicatie van het boekje De Tragiek van een Geheime Dienst. In het werkje worden de personalia van agenten van de Nijmeegse PID (plaatselijke BVD) aan de openbaarheid prijsgegeven (2). Van Lieshouit neemt de wijk naar Kreta, maar wordt gedwongen naar Nederland terug te keren als zijn uitkering van de ziektewet wordt stopgezet. Hier pleegt hij twee roofovervallen, wordt gepakt en zit een gevangenisstraf uit.

Begin 1993 doet Van Lieshout tegenover journalist Martin Gommers van De Gelderlander zijn beklag over de BVD. Als “Rob Kamphuis” hekelt hij zijn voormalige broodheer vanwege het ontbreken van een “sociaal plan” voor ex-werknemers (3). Op brede schaal herkennen mensen die in de beweging met hem van doen hebben gehad Cees van Lieshout in het relaas van “Kamphuis”. De man keert terug naar Kreta, maar onder de naam Onderzoeksburo Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV) doen Louis Sévèke, Frank Schoenmaeckers en Ed Bruinvis jarenlang onderzoek naar Operatie Homerus, zoals de werkzaamheid van Van Lieshout door de BVD werd genoemd. In 1998 verschijnt van hun hand het gelijknamige boek (4).

(1) Rood Verzetsfront. Aanzetten tot stadsguerilla in Nederland – een reconstructie / Paul Moussault & Jan Lust. - Breda: Uitgeverij Papieren Tijger, 2009 &
Het Rood Verzetsfront in het vizier van de geheime dienst / Paul Moussault & Barbara Sahakian. - Brede: Uitgeverij Papieren Tijger, 2018
(2) De Tragiek van een Geheime Dienst / anonieme auteurs. - Amsterdam: Uitgeverij Ravijn, 1990
(3) Ontredderde BVD-er pleegt overvallen. Van psychische begeleiding undercover-agenten komt niets terecht. In: De Gelderlander van 30 januari 1993
(4) Operatie Homerus. Spioneren voor de BVD/ Onderzoeksburo Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV). - Breda: Uitgeverij Papieren Tijger, 1998

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (014)

Ruim een half jaar na de aanslag, op 25 juli 2006, tast het Bamboe-onderzoeksteam dat op de zaak is gezet, nog steeds in het duister over de mens(en) achter twee internet-alii.

Linke Loetje heeft op 6 december 2006 een bericht achtergelaten op de website die vrienden en familie van het slachtoffer hebben opgezet. In het bericht wordt aangegeven dat de verzender een belangrijke tip heeft voor de onderzoekers van de moord, drie weken daarvoor. De beheerders van de site roepen het alias op om contact op te nemen. Desgevraagd kunnen zij hem of haar anonimitiet naar de autoriteiten garanderen. Maar van Linke Loetje wordt niets meer vernomen.

Het tweede alias luidt Edmund Dantes. John Schoorl schrijft in de Volkskrant van 7 augustus 2006 het volgende:

De politie kreeg dertien tips over deze mysterieuze figuur, maar het merendeel was onbruikbaar en heeft geen waarde voor het achterhalen van de identiteit van deze persoon. Onder de naam ‘Edmund Dantes’ probeerde iemand vorig jaar meerdere keren contact te krijgen met de Nijmeegse activist, die in de avond van 15 november 2005 werd vermoord. Hij stuurde mails vanuit Belgie en Nederland.. Enkele weken voor de moord zocht hij nog contact en wilde hij Sévèke ontmoeten, maar liet niets meer van zich horen toen Sévèke tot twee keer toe had gereageerd.
Van de dertien tips die de politie binnenkreeg gingen er tien over de andere betekenis die de naam Edmund Dantes heeft. Maar die kende de politie al. Het is namelijk de
(verbasterde, JF) naam van een beroemde literaire figuur. In het uit 1844 stammende boek De Graaf van Monte Christo, geschreven door de Franse auteur Alexandre Dumas, speelt Dantes de hoofdrol.’

Het Nijmeegse uitgeversduo Wijnand en Perry Wijnand Pierik (Aspekt), publiceert boeken van de auteur Vincent Dumas. Deze boeken zijn door Perry Wijnand Pierik zelf geschreven. Naar dat feit verwijzen niet alleen de boektitels, die naadloos aansluiten bij het overige oeuvre van PWP. Ook deze reactie van een koper van een ‘Vincent Dumas’ op bol.com onthult de identiteit van de schrijver:

Nijmegen, Nederland, 14 april 2006

Ik had verwacht dat ik hier in de geest van de moordenaar zou kunnen kijken en dat er ook echt psycologische uiteenzettingen in zouden staan. Maar nee! Wat zonde van mijn geld, dit is voor de zoveelste keer dat Perry Pierik onder één van zijn niet te tellen aantal schuilnamen probeert om iets te verkopen! Of je nou de naam Vincent Dumas neemt, of Percy, Dennis, Monica de Bruyn (om maar even een paar namen te noemen die Pierik 'gebruikt'), het is allemaal prut wat hij uitgeeft! Wat ik juist in zo'n boek verwacht is diepgang en niet een boekje van amper honderd pagina's. Je kunt nog zo veel namen aannemen als je wilt, maar als je niet kunt schrijven dan kun je het niet en daarom denk ik beter dat een échte kenner eens een boek schrijft over figuren als de Duitse kannibaal. Ik blijf des ondanks trouw klant van Bol, want 99,9 procent van wat Bol verkoopt is namelijk wél de moeite waard! Dit boek bevat totaal niets.‘

Uitgeverij Aspekt geeft in Nederland en Vlaanderen boeken van extreemrechtse auteurs uit, en de jonge Pierik is in direct verband gebracht met groepen en groepjes in de uiterst rechtse en neo-nazistische hoek. In de artikelenserie Uitgeverij Suspect elders op deze site, leest het:

Als we de website Maroc.NL mogen geloven -en waarom zouden we dat niet doen?- was hij "in Woerden en Utrecht actief voor het fascistische Jongeren Front Nederland (JFN)" De site baseert haar bewering op een uitspraak van wijlen NVU-voorman Joop Glimmerveen, uit 1995. In zijn blad Volkse Waarnemer (ja hoor, dat vinden ook wij verdacht veel lijken op Völkische Beobachter, destijds het lijfblad van de NSDAP) windt Glimmerveen zich op over een artikel in de Haagse Courant.
Het relaas is geschreven door Perry, in samenwerking met Marcel Reijmerink. De twee beschuldigen rechts-radicalen van de moord in Frankrijk op twee onderzoekers naar extreem-rechts. Uit rancune gooit Glimmerveen het Mitgliedschaft van Pierik in de ring. Kun je zeggen dat rancune niet de beste Specsavers oplevert. Maar zelfs een Glimmerveen zal toch niet zonder daarbij goed na te denken aan Jan en alleman een verleden in de eigen gelederen toeschrijven?’

Op de geciteerde website geeft de jonge Pierik toe dat hij leider Mordaunt van de JFN heeft ontmoet. De uitgever doet het voorkomen alsof het genoegen geheel aan de kant van Mordaunt was. Op de vraag of een beruchte NSB-er in Twente familie van hem was, geeft hij ook een ontwijkend antwoord.

(JoopFinland)

  • Datum: .

De moord op Louis Sévèke (015)

Eind maart 2006 kondigt het Bamboeteam aan dat het ‘Project Plaats Delict’ is afgesloten. De rechercheurs hebben volgens eigen zeggen op grond van ‘uitgebreid technisch onderzoek’ en ‘honderden’ getuigeverklaringen een beeld gekregen van wat zich op 15 november van het jaar daarvoor rond negen uur ‘s avonds op en rond de T-kruising Van Welderenstraat-Eilbrachtstraat heeft afgespeeld. 

Het resultaat van het nachtelijke sporenonderzoek op de plaats delict -een man is er door twee schoten om het leven gebracht en de vermoedelijke dader van de aanslag lijkt gevlucht te zijn via een belendende steeg- komt onder druk te staan door het door de rechercheurs laten verrichten van eenzelfde onderzoek maar dan twee volle etmalen later en tweehonderd meter verder, op vrijdag 18 november op de hoek van het plein schuin tegenover het kraakpand De Grote Broek. Een onderzoekslijn houdt het voor mogelijk dat het slachtoffer dat even voor negenen uit dat pand de Van Welderenstraat is ingelopen op weg naar huis, op het plein is opgewacht door de dader of een medeplichtige van de dader. 

Het late tijdstip van dit technisch onderzoek valt alleen te begrijpen indien men op die vrijdag niet gezocht heeft naar sporen van wie of wat zich daar dinsdagavond heeft gevonden maar naar iets van vlak voor dat onderzoek. Aanleiding voor zo’n onderzoek op dat tijdstip op die plaats zou een getuigeverklaring kunnen zijn. Op 21 maart 2006 verstuurt de politie drieduizend sms-jes, aan alle mobiele telefoonnummers die op 15 november 2005 tussen half negen en half tien ‘s avonds in het centrum van Nijmegen zijn geregistreerd. In het tekstbericht verzoekt de afzender om op de website van de politie een vragenlijst te checken. Uit de vragenlijst blijkt de politie nog op zoek te zijn naar ruim tien mogelijke getuigen.

Twee van de gezochte getuigen worden door de politie 01 en 02 genoemd. Het betreft twee mannen die twee weken voor de moord De Grote Broek bezochten. Uit de vragenlijst:

Een door de politie gehoorde persoon hoorde zaterdag 29 oktober twee mannen (onbekende getuigen 01 en 02) over Louis Sévèke praten. De twee mannen kwamen die dag tussen 15.00 en 17.00 uur uit het pand met de naam ‘De Grote Broek’ in de Van Broeckhuysenstraat. Een van de mannen stelt aan de door ons gehoorde persoon de vraag: ‘Jij kent Louis toch goed? Hij is toch die advocaat die krakers helpt?’ Zo begon het gesprek tussen de door de politie gehoorde persoon met deze twee mannen, waarbij een van de mannen zegt uit Venray (geboorteplaats slachtoffer, JF) te komen. Een van hen heeft ook een kartonnen doos, ter grootte van een dik boek, in zijn hand. De mannen gebruikten een oude, rode personenauto, lijkend op een Opel Rekord model eind jaren ‘80. Bij het wegrijden maakte deze auto een ronkend en laag geluid.

De politie vraagt: bent (of kent) u een van deze twee mannen die op zaterdag 29 oktober 2005 tussen 15.00 en 17.00 uur over Louis Sévèke sprak? Neem dan contact op met de politie. Meld bij ieder contact in wie u zich herkent (of wie u kent): onbekende getuige 01 of onbekende getuige 02.’

(JoopFinland)

  • Datum: .

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch