Beursfraude (004)

In één van onze voorafgaande bijdragen over het Hollandse beursschandaal schonken wij aandacht aan de rol die Mississippi-roerganger Dirk de Groot heeft gespeeld bij wereldwijde financiële manipulaties die de val van de Sovjet Unie ten doel hadden. Daarbij werd hij geassisteerd door een combine van met de CIA gelieerde figuren en ridders van de in Den Haag gevestigde oecumenische Souvereine Militaire Hospitaler Orde van St. Jan van Jerusalem (OSJ). In deze episode nog iets meer daarover.

Crime International BV
Het was niet de eerste keer, dat deze uiterst rechtse combine zich intensief inzette bij het op deze wijze destabiliseren en uiteindelijk ten val brengen van een links bewind. In november 1975 sneuvelde in Australië de ruim drie jaar oude Labour-regering van Edward Whitlam dankzij de gezamenlijke inspanningen van gouverneur generaal en OSJ-lid sir John Kerr en CIA-toppers als Ray Cline en William Colby. De regering-Whitlam was na haar aantreden onder andere overgegaan tot de erkenning van Noord-Vietnam en Noord-Korea en was voornemens de CIA-basis in Australië te sluiten. Daarmee maak je jezelf niet populair in de westerse centra van de macht. Via allerlei duistere financiële manipulaties waarbij de Nugan Hand Bank een voorname rol speelde werden Whitlam cs. in moeilijke posities gemanoeuvreerd en vervolgens door de stoomwals van de overwegend rechtse pers platgereden.
Toen in 1975 naar buiten werd gebracht, dat promesses behorende bij een forse lening, die de Labour-regering was aangegaan in verband met een prestigieus oliewinningsproject, in handen waren geraakt van de Russische Narodny-Bank waren de rapen gaar. Gouverneur Kerr stuurde de regering naar huis en nieuwe verkiezingen brachten de conservatieven weer aan het roer. Pas na jaren kwamen de Australische kiezers erachter hoe ze bij de neus waren genomen. Een van de katalysatoren van dit bewustwordingsproces vormde het faillissement van de Nugan Hand Bank in 1980. Onderzoek wees uit, dat de bank zich jarenlang schuldig had gemaakt aan het witwassen van winsten uit de illegale handel in wapens en drugs. De duisterlingen achter de schermen hoorden lang niet allemaal thuis bij de zogenoemde onderwereld, maar ook bij een paar geheime diensten en parallelle organisaties als de OSJ. Zoals wij in een vroeger stadium al hebben vermeld moet prins Bernhard een prominente figuur binnen deze orde zijn. Aanwijzingen voor die veronderstelling waren de ridderslagen die ZKH uitdeelde aan een paar verdienstelijke wereldburgers tijdens een bijeenkomst in New York in 1969, toen de orde juist in het leven was geroepen. En zijn geplande aanwezigheid bij de in 1976 door de Amerikaanse mafia geïnitieerde inauguratie van Frank Sinatra in Las Vegas. De toch al met Lockheed-perikelen opgezadelde premier Den Uyl bleef dit schandaal bespaard, omdat de plechtigheid rond de met de cosa nostra verbonden zanger te elfder ure werd afgefloten. Maar volgens de officiële annalen was de prins wel aanwezig bij de met veel rim-ram omgeven geboorte van de Belgische afdeling van de orde op 29 januari 1985 in New York. De motor achter dit initiatief was de louche Belgische zakenman Gustave Keteleer die wij in de vorige aflevering in het Kleintje al hebben geportretteerd als vertegenwoordiger van de Palestijns/Syrische wapens en drugsorganisatie van Rifaat Assad, Manzur el-Khassar en Hassan Zubaidi.

Via de mafia naar Rome
Net als hun ordebroeder Keteleer stortten leden van de Italiaanse tak van de OSJ zich in de eerste helft van de jaren tachtig op de met massa's wapen- en drugsdollars gevulde ruiven die tussen de strijdende partijen in de Golfoorlog waren opgesteld. Samen met ondermeer de CIA, de Amerikaanse luchtmacht, Gelli's P2-loge en één van de FIAT-bedrijven van prins Bernhards oude vriend Agnelli. Volgens de New York Times speelde ook nog een andere goede bekende van ZKH een uitermate belangrijke rol in deze roversopera. Dat was Maxwell Rabb, de door president Reagan in 1981 benoemde Amerikaanse ambassadeur in Rome. Rabb had toen al een uiterst bevlekte reputatie. Voordat hij in 1953 toetrad tot de regering-Eisenhower had de voormalige Harvard-student zich in Washington jarenlang warm gelopen onder het toeziend oog van Henry Cabot Lodge, gedurende decennia een van de zwaargewichten in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Na beëindiging van zijn politieke carrière in 1958 zocht Rabb zijn geluk in het zakenleven en lieerde zich met Ed Levinson. Een partner van Meyer Lanski, de 'minister van Financiën' van de Amerikaanse mafia. Langs deze weg veroverde Rabb in de jaren zestig een warm plekje binnen de bestuurscolleges van een aantal door de mafia gerunde hotels op de Bahama's en de Antillen en in Las Vegas. Zij vormden een op het oog nette cover voor enorme, onder leiding van Lanski staande gok- annex witwasoperaties.
Rabb genoot in mafiakringen kennelijk al snel zoveel vertrouwen dat hij een directiezetel kreeg aangeboden bij de Sterling National Bank. Hij aanvaardde het aanbod gretig en hield het pluche daarna langdurig warm. De bank was in 1929 gesticht door Frank Erickson, die in datzelfde jaar tevens hoofd werd van de mafia-gokbranche in New York. Het moge duidelijk zijn wat voor bank de Sterling National was. Pas in begin jaren tachtig, toen Rabb comfortabel naar Rome was verhuisd, werd de Sterling door de Amerikaanse federale overheid voor de rechter gesleept wegens belastingontduiking. Praktisch tegelijkertijd werd zij door de Italiaanse justitie ervan beschuldigd als wasserette te hebben gediend voor inktzwart geld van mafiabankier Michele Sindona en 27 miljoen dollar daarvan te hebben laten verdwijnen.

Een sjeik en een SD-agent
Midden jaren zestig breidde de inmiddels met de mafia geassocieerde Rabb zijn zakelijke invloedssfeer ook naar Europa uit. Hij werd de grootste aandeelhouder van het Londense Finance International. Een financieringsmaatschappij onder leiding van de Pakistaanse sjeik Ali Ahmed. Volgens zegslieden uit de Amsterdamse onderwereld had deze sjeik ook al geen smetteloos blazoen. Hij zou al in de jaren veertig in een Indiase gevangenis hebben gezucht wegens grootscheepse goud- en diamantsmokkel en voor een gigantisch bedrag zijn vrijgekocht. Eind jaren veertig, begin jaren vijftig hield hij zich bezig met een internationale wapensmokkel vanuit Nederland en Engeland naar het in 1947 gevormde Pakistan, dat in voortdurende gewapende onmin leefde met buurland India. Een van de partners van Ali Ahmed bij deze smokkel was de Britse wapenfabrikant en MI-6 agent Sir Denis Kendall uit Grantham. In die tijd lid van het Lagerhuis en één van de intimi van sir Winston Churchill. In 1957 liet hij zich naturaliseren tot Amerikaan en vestigde zich in Beverly Hills. Gedurende de decennia daarna gaf hij leiding aan een reeks van bedrijven en laboratoria die zich bezighielden met de ontwikkeling van chemische en bio-wapens. Alles ten dienste van het ene hogere doel: het 'ausradieren' van het wereldcommunisme. Een en ander belette hem niet om zich ook verder te bekwamen in het conventionele handwerk. Samen met FIDCO uit Lexington, Kentucky, een CIA-coverfirma en haar dochteronderneming Euramae op Cyprus bemoeide Kendall zich in de jaren zeventig en tachtig met drugs- voor wapens- operaties in Zuidoost-Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Op het Afrikaanse continent speelde Kendall vaak zijn sinistere machts-spelletjes met een Britse partner: Tiny Rowland. Een krantenmagnaat en wapenhandelaar van Duitse afkomst. Aardig detail: tussen 1935 en 1938 onderhield Rowland contacten met de toen in Engeland verblijvende Abwehrspion Soltikov. Deze Duitse graaf kreeg daarna van zijn Abwehrchef Richard Protze opdracht de familie Lippe-Biesterfeld in het oog te houden. De wereld is klein.
Terug naar Rabb. Zijn komst bij Finance International ging gepaard met de vorming van een zakelijke alliantie met het Nederlandse Comtrax, dat onder leiding stond van de Nederlandse zakenman Guillaume Meertens. Deze voormalige Nederlandse top-agent van SD-ers als Klaus Barbie en Willy Lages mocht zich na de oorlog verheugen in de vriendschap van prins Bernhard, voor wie hij ook zakelijk activiteiten ontplooide. Gezien het geheimzinnige karakter daarvan is het niet uit te sluiten, dat hij daarbij gebruik maakte van zijn intact gebleven liaisons met het nazi-netwerk van Barbie, Skorzeny en de Nederlandse gebroeders Sassen. Een netwerk dat zich zoals bekend onder andere bezighield met wapens- en drugshandel en medeverantwoordelijk was voor een imposante reeks van terreurdaden en een aantal al dan niet gelukte staatsgrepen.
Zeker is dat Meertens zich, in het kader van de zakelijke activiteiten van de FI/Comtrax-alliantie in 1966, buitengewoon verdienstelijk maakte door ZKH en de sjeik te introduceren bij Edmond de Rothschild. Een gerenommeerde Franse bankier, die er overigens niet voor terugdeinsde om ook zakelijke contacten te onderhouden met de met Rabb's mafiabank verbonden Michele Sindona. De wereld is bijzonder klein. Tot de 'assets' van FI/Comtrax behoorden in de tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig naast de Uruguayaanse vice-president en top-functionarissen uit Mauritius, Congo Brazzaville, Kenia, Tanzania en de Filippijnen ook de Duitse Bundes-president Walter Scheel, president Bhutto van Pakistan, president Suharto van Indonesië en koning Hassan II van Marokko. Er werd met hen druk onderhandeld over interessante projecten als de bouw van hotels, wegen, fabrieken, huizen en leveranties van ruwe olie. Maar voor zover waarneembaar kwam er nooit veel van terecht. Het leek allemaal sterk op handel in lege dozen, wat een beproefde methode is voor het coveren van illegale activiteiten. ZKH lobbiede in sommige gevallen persoonlijk ten behoeve van FI/Comtrax. Bijvoorbeeld bij zijn vriend koning Hassan II. Een man wiens rijkdommen voornamelijk hun oorsprong vonden en vinden in de export van een populair genotmiddel. Bij het intercontinentale vervoer daarvan en in de verkoop spelen Nederlandse experts op dit specifieke terrein een stevig partijtje mee. Die maken overigens lang niet allemaal deel uit van de club van 'druglords' als Bruinsma, Urka, Verhoek en Romy. Maar wel van de club van 'tweeduizend' van Mertens (zie Kleintje 319), die hun zwarte geld listig onderbrachten bij Mississippi-strateeg Dirk de Groot. Op een paar interessante gevallen komen wij nog terug...

Jan Portein

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 321, 22 mei 1998

  • Datum: .

Beursfraude (005)

- Beursfraude - deel vijf

In de eerste vier afleveringen van onze rondgang door de spelonken van de financiële onderwereld lieten wij ondermeer de verbindingen die bestonden tussen Dove International - één van de investeringsvehikels van beursgoeroe Dirk de Groot - en allerlei duistere politiek-criminele organisaties de revu passeren. Een van die louche clubs was de Soevereine Militaire Orde van St. Jan (OSJ), waarbinnen prins Bernhard een belangrijke plaats innam. Langs deze route dalen wij nu opnieuw af. Op zoek naar nog ongeëxploreerde connecties tussen figuren uit de onderwereld en de 'high society'.

Zoals in de voorafgaande bijdragen al aan de orde is geweest onderhield Gustave Keteleer, het in 1985 in aanwezigheid van ZKH geïnstalleerde hoofd van de Belgische OSJ, zakelijke contacten met de top van het Syrische wapen- en drugskartel. Daartoe behoorde naast Rifaat Assad (de broer van de Syrische president) en de Palestijn Hassan Zubaïdi, ook de beruchte Manzur al-Khassar, de zoon van een voormalige Syrische premier.
Manzur begon zijn carrière in de eerste helft van jaren zeventig. Hij opereerde in die periode vanuit Londen en kwam al vrij snel in aanraking met de Britse justitie wegens drugsinvoer via het Joegoslavische Kosovo. Na een gevangenisstraf van twee en een half jaar verhuisde hij met zijn gezin naar een zonniger oord: het Spaanse Marbella. Hij betrok een villa naast het riante optrekje van de Saoedische koning Fahd met wie hij al spoedig op goede voet stond.
Dat gold eveneens voor de ook al vlakbij hem wonende internationale wapenhandelaar Adnan Khashoggi (met wie hij participeerde in het Iran/Contra-verhaal), Philippe Junot (een tijdlang geparenteerd aan de Grimaldi's), de Amerikaanse topzwendelaar Marc Rich (geen onbekende voor de Nederlandse gebroeders Wyler van Granaria) en de Palestijnse guerrilla-leider Abu Abas. Mede dankzij deze relaties klom Manzur op tot de top van de wapens- en drugsbranche in de wereld en genoot deswege enig aanzien bij de fine fleur van deze aarde. In deze kringen was men hier en daar echter minder gelukkig met Manzurs groeiende aandeel in een reeks PLO-aanslagen tegen joodse doelen en Mossad-agenten. Zo ging hij eind 1985, begin 1986 over tot het beramen van een aanslag op een paar Israëlische wapenhandelaren in Amsterdam. Een van zijn maten zou echter de Mossad hebben getipt en de Amsterdamse recherche maakte een voortijdig einde aan Manzurs opzetje. De Syrische evenwichtskunstenaar bleef zelf buiten schot, hoewel er vanuit Nederland wel een poging werd ondernomen om hem erin te luizen. Althans, wanneer wij de inhoud van een veelbesproken bandopname mogen geloven, die in januari 1992 werd geproduceerd door een paar goede subtoppers uit de toenmalige Nederlandse misdaadcompetitie: Charlie Wong en Geurt Roos, de oud-capo van dominee Bruinsma. De tape bevatte een reeks van interessante verhalen met namen en toenamen uit de woelige jaren die Wong en Roos achter zich hadden liggen en was bedoeld als een soort levensverzekering. Maar Wong ervoer al midden 1993 dat zoiets voor kwaadwilligen geen beletsel vormt voor het uitblazen van kaarsen. Bij Roos was dat al een jaar daarvoor door een toeval mislukt toen zijn BMW werd doorzeefd met warm lood uit Joegoslavië. Hij zat echter niet in de wagen. Wel zijn vriend Edwin van Houten, die ter plekke overleed. Merkwaardig detail: volgens verschillende publicaties behoorde de 19-jarige tot de hofhouding van prins Bernhard. Een van de vertellingen van Wong had betrekking op een paar hoogtepunten uit de carrière van een van zijn voormalige gabbers, Henk Orlando Rommie. Alias de Cobra.

de Cobra en de procureur
Romy's opkomst in de drugsscene dateert uit de beginjaren tachtig en werd geschraagd door een paar goede contacten in België. Een daarvan was de beroepsgokker Baptist Andries, die wanneer dat zo uitkwam nuttige informatie uitwisselde met een Brusselse substituut-procureur, Claude Leroy. Die verbinding kwam goed van pas toen in september 1984 een paar uitvoerders van Romy dichtbij Brussel door de politie werden aangehouden met 1300 kilo hasj. De arrestatie bleek het resultaat te zijn van een grootscheeps, internationaal onderzoek naar de activiteiten van Romy en zijn club. De cobra kwam erachter dat daarover bij justitie in Brussel een interessant dossier op de plank lag. En wat belangrijker was: onder het bereik van Leroy. De deal was snel gemaakt. Via Andries betaalde Romy rond de twee ton aan Leroy in ruil voor een kopie van dat dossier. Daarin stond ondermeer te lezen dat het drugstransport waarbij zijn uitvoerders tegen de lamp waren gelopen was opgezet en begeleid door het Duitse Bundes Kriminalamt. Uitlokking dus en Romy's trawanten kwamen in april 1985 op vrije voeten. Maar het betekende wel het einde van de carrière van Leroy, die eind 1985 wegens schending van het ambtsgeheim tot anderhalf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Hij ging onmiddellijk in hoger beroep, erop wijzend dat hij met het leveren van informatie aan de onderwereld meer aan de weet wilde komen over de Bende van Nijvel en andere tot dat complex behorende affaires. Een bekend soort smoes die ooit uit Amerika is overgewaaid en die in Nederland bijvoorbeeld door het IRT is gebruikt om de massale doorvoer van allerlei soorten shit te gedogen en zelfs te entameren.
In de loop van het onderzoek tegen Leroy werd ook Romy verhoord. Maar wel op neutraal terrein. In Baarle-Nassau. Volgens de Wong-tapes kreeg Romy daarna "een vrijgeleide naar Marbella om de heer Mansur in de val te lokken. Want de heer Mansur wordt gezien als een van de grootsten in de hasj in de hele wereld. Maar meneer Mansur, die met de PLO te maken heeft, heeft zijn eigen inlichtingendienst en komt daar dus heel snel achter, dus die laat Henk Rommie lekker gaan. Henk Rommie ging daarop naar Marokko en ging daar lekker de gevangenis in" (Parool 05-11-96).
Romy verdween inderdaad wegens hasjhandel achter de tralies van een Marokkaanse gevangenis. Maar in tegenstelling tot een aanzienlijk aantal Nederlandse vrachtwagenchauffeurs en toeristen die voor hetzelfde delict al dan niet terecht in koning Hassans bunkers huizen, niet voor lang. Begin 1988 werd Romy uitgeleverd aan onze zuiderburen voor hasjsmokkel vanuit Marokko naar België. Hij werd veroordeeld tot tien jaar, maar zat er geen dag voor in de gevangenis. Volgens Belgische bronnen omdat hij "die gegevens heeft over de procureur des konings en over die andere mensen die ze chanteerden". Mogelijk, maar volgens Leroy en diens echtgenote Dominique Mersch kan er ook een andere reden zijn.

de Cobra en de prins
Zowel Leroy zelf als zijn echtgenote bezochten in het voorjaar van 1986 de naar Paraguay gevluchte Jean Bultot, wiens naam prominent voorkomt in alle publicaties met betrekking tot de bende van Nijvel. De voormalige onderdirecteur van de gevangenis in St.Gillis en wapenexpert had eind januari van dat jaar de benen genomen, omdat hij vreesde voor zijn leven. Hij wist teveel. Vanuit Paraguay startte hij een correspondentie met het justitiële onderzoeksteam van Dendermonde onder leiding van rechter Freddy Troch, die de zaak van de Bende onder zich had. Volgens een rapportage van dat team had Bultot daarin onder meer het volgende vermeld: "Claude Leroy werd tijdens zijn proces geconfronteerd met een ongewoon personage: Henk Rommie, persoon die superbeschermd wordt door een lid van de koninklijke familie in Nederland. Wanneer Leroy Claude gepoogd had om zulks te verklaren zou hij jong zijn gestorven". Troch en de zijnen hadden weliswaar andere prioriteiten, maar hun nieuwsgierigheid naar deze kwestie was wel degelijk gewekt. Een citaat uit een ander vertrouwelijk verslag van het onderzoeksteam dd. 32-06-86: "Leroy heeft als magistraat een internationale drugszaak behandeld. In deze zaak zou hij op "iets groots" gestuit zijn. Hooggeplaatste personen die internationaal gezagsdragend zijn, zouden in deze zaak betrokken zijn. Het onderzoek daarin werd uitgevoerd door Frans Reyniers van de gerechtelijke politie in Brussel. Henk Rommie diende in deze zaak te worden verhoord. Toen Reyniers op rogatoire - getuigen verhorende - commissie naar Nederland moest, bleek dat Romy al gewaarschuwd was". Blijkbaar was Leroy nog wat voorzichtig, maar Troch cs. zetten door en op 26 juni is de substituut eindelijk bereid man en paard te noemen: "Op een gegeven ogenblik heeft Leroy een onderzoek in verband met drugs. Het bleek dat er ergens in Vlaanderen een clandestien druglabo werd uitgebaat. Op zeker moment werd een camion geladen met hasj onderschept en inbeslaggenomen. Terwijl de politiediensten alles onderzochten in verband met deze trafiek, gebeurde intussen elders in de omgeving van Antwerpen een trafiek van 25 ton drugs. In deze zaak zouden in België geen vooraanstaande personen zijn betrokken, doch in Nederland zou het kopstuk ervan prins Bernhard zijn. Als uitvoerder in verband met deze drugszaak wordt de naam Henk Rommie genoemd, man die grote sier voert in Nederland, aldaar de hand boven het hoofd wordt gehouden door ? Intussen werd Henk Rommie in Marokko aangehouden, maar over zijn uitlevering werd op geen enkel ogenblik gesproken. In dit verband spreekt Leroy ook over een zekere Andries, die voor Henk Rommie zou werken en drugs zou verhandelen".

de slangenkuil
De ontboezemingen van Leroy lijken op het eerste gezicht sterk op die van een stamineebezoeker na twintig glazen Kwak. Maar wie in dit verband weer eens een bescheiden blik werpt op de lijst van KZH's vrienden, onder wie vele hooggeplaatste personen die internationaal gezagsdragend zijn, bekruipt onwillekeurig toch een gevoel van herkenning.
Zoals al in eerdere afleveringen aan de orde kwam, droeg noch het OSJ- noch het Comtrax/FI-netwerk waarmee de prins gelieerd was een erg koosjer karakter. Verbindingen binnen dit kader met Syrische wapen- en drugsclan van al-Khassar, met de maffia, met (ex-) nazi's en de regimes van Paraguay, Marokko en Pakistan die kapitalen verdienden aan, cq. op de been bleven dankzij de drugshandel, liggen dicht onder de oppervlakte. Om maar niet te spreken van de connecties die ZKH indertijd onderhield met mensen als de maffia- en Mossadbankier Tibor Rosenbaum en de internationale wapen- en drugsfinancier Robert Vesco. En de huidige relatie via de exclusieve greens van een extravagante golfclub in Spanje tussen ZKH en George Bush, de regisseur van een formidabele stroom van wapens voor drugsdeals in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.
Het is dus misschien wel wat onverwacht dat de naam van de prins opduikt in het Belgische Bende van Nijvel-dossier, maar echt vreemd is het ook weer niet.

Jan Portein

 

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 322, 18 juni 1998

  • Datum: .

Beursfraude (006)

Joop Verroen en de beursbengels

Voor deze aflevering over de achtergronden van het beursschandaal keren wij terug naar 16 december 1996. Op de avond van die dag vond in Zeist een merkwaardige inbraak plaats bij het Landelijk Recherche-team. Een uit financieel experts samengestelde unit, die het "follow the money"-adagium koesterde bij de jacht op groot wild. De dieven namen ongestoord twee laptops en een aantal diskettes mee met informatie over een paar lopende onderzoeken. Begin januari 1997 kwam de zaak naar buiten via het programma van de inmiddels naar SBS getransfereerde Kuifje van RTL, Peter R. de Vries, en groeide uit tot de LRT-affaire.

door Jan Portein

In de uitzendingen die Peter R. aan de affaire wijdde nam hij een paar mensen op de korrel die blijkens de inhoud van de diskettes in de belangstelling stonden van de LRT-rechercheurs. Tot die uitverkorenen behoorden onder andere makelaar en Pavarotti-aanbidder Harry Mens, vastgoed-, paarden- en aan-
delenverzamelaar Ed Maas en de eenvoudige vakbondsman Joop Verroen. De onthullingen van Peter R. schoten bij Maas in het niet daarvoor bestemde keelgat en hij stuurde stante pede zijn advocaat de baan op. Dat was mr. Oscar Hammerstein. Een wat omstreden jurist, maar zeer "well-connected". Zo zou hij zich zelfs volgens de Volkskrant ooit een paar maal met prins Willem Alexander tegoed hebben gedaan aan de geneugten van het Amsterdamse uitgaansleven. En onderhield hij daarnaast jarenlang een soort Bommel-Poes relatie met mr. Frits Salomonson, de juridisch adviseur en intimus van Willem Alexanders ouwelui.
Peter R. bood Maas in het daaropvolgende hoofdstuk van Kuifje in LRT-land licht-hakkelend zijn verontschuldigingen aan en liet hem in zijn programma zelfs demonstratief een kluis bezorgen bij het LRT-kasteel. Dan konden de jongens en meisjes van dat woelmuizenteam voortaan hun laptops en diskettes wat beter opbergen. Peter R. richtte zijn pijlen daarna min of meer noodgedwongen op Joop Verroen. Deze zou zich ondermeer hebben beziggehouden met het construeren van routes waarlangs gelden van vakbondsleden uit de haven- en vervoersector werden weggesluisd naar investeringen in een paar vreemdsoortige projecten in de Dominicaanse Republiek. Volgens de FNV ging het om oude, allang ontzenuwde geruchten. De vakbond sleepte Peter R. voor de rechter en won de zaak. Pas toen werd het beeld bij RTL wat scherper afgesteld. De genoemde gelden zouden zijn afgetapt uit de voorraden van het Pensioenfonds van Vervoers- en Havenbedrijven (PVH). En Verroen vertegenwoordigde sedert 1984 de vakbond bij de top van dit fonds.

Glad ijs
Het was niet voor het eerst, dat het betrokken pensioenfonds in opspraak kwam. Eind 1987 bleek het PVH grootaandeelhouder te zijn van Westhaven. Dat fonds was het rudiment van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, die in 1984 na jarenlange strijd van de zijde van de werknemers failliet was gegaan. Westhaven beschikte in die periode over niet meer dan een geldzak van een paar miljoen en het terrein van de voormalige ADM. Het fonds stond oorspronkelijk onder controle van een paar beleggers die in 1990 deel zouden gaan uitmaken van de investeringsgroep Courtier. Als primus inter pares van deze nijvere groep gold de nu binnen het kader van het beursschandaal van belastingontduiking etcetera verdachte Berry van den Brink en de naar Belgische dreven uitgeweken Frits Salomonson als diens paladijn.
Midden 1987 werd Westhaven overgenomen door de Investeringsmaatschappij Nederland (IMN) van ex-belastinginspecteur Wim Jenezon. Met hulp van het PVH. Een klein jaar later deed dezelfde combinatie een vermetele poging om nog meer poten onder het kostelijke meubilair van Van den Brink cs. weg te zagen door een overval te plegen op één van de paradepaardjes van de Courtier-groep in wording, de Industriële Maatschappij. Er volgde een bikkelharde strijd waarin zich ook de enigmatische investeerder Jan Jurgen Kuijten mengde. In 1990 werd de strijd beslecht. Jenezon verliet gewond het slagveld. Kuijten, die bekend stond als iemand die de wet nogal eens testte op zijn rekbaarheid, nam via zijn Venture Fonds Nederland voor een respectabel bedrag zowel de Industriële Maatschappij als de Investeringsmaatschappij Nederland over.
Tot ieders verbazing bleek niet lang daarna, dat het PVH het gladde Thialf-ijs van Jenezon had ingeruild voor het nog gladdere Calgary-ijs van Kuijten. Verroen cs. hadden zich achter de schermen verzekerd van een aanzienlijk aandelenpakket Venture Fonds Nederland dat zich qq. bezighield met op zijn zachtst gezegd avontuurlijke beleggingen en vindingrijke constructies. Geen voor de hand liggende investering voor een normaliter op safe spelend pensioenfonds.

OPTAS
Op 1 januari 1991 werden de pensioenen van de administratieve sector van de haven- en vervoersbedrijven ondergebracht bij een nieuwe, in dit verband opgerichte verzekeringsmaatschappij, de NV OPTAS in Rotterdam. Twee van de drie commissarissen waren gelieerd met de Groupe Courtier: Frits Salomonson en de ex-directeur van het Centraal Planbureau Peter Barend de Ridder.
Dit duo raakte datzelfde jaar nog in perikelen verzeild die de facto het einde van Courtier inluidden en de top van de met dit schandaal verbonden Nederlandse Middenstandsbank rigoureus uitdunden. Die perikelen hadden betrekking op het automatiseringsbedrijf Newtron van Courtier-lid Willem Smit, dat eind 1990 naar de beurs was gebracht. Smit, die lijf en leden liet beschermen door ex-wereldkampioen judo Willem Ruska, bleek de hoge winstverwachtingen niet te kunnen waarmaken. Binnen het bedrijf heerste een bestuurlijke chaos. Er werd gerotzooid bij het leven. Zodanig zelfs dat de voorzitter van de raad van Commissarissen, voormalig minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Smit-Kroes, zich genoodzaakt zag om vroegtijdig op te stappen. Naar eigen zeggen kon zij kon zich niet verenigen met de heersende moraal binnen Newtron. Volgens haar was bij verschillende lieden in de top van het bedrijf het gevoel voor mijn en dijn nogal vervaagd. De aandeelhouders, waaronder Adri Strating (één van de hoofdverdachten van het beursschandaal en "uitvinder" van Courtier), zagen de rampzalige gebeurtenissen met lede ogen aan. De ultieme reddingspogingen van de zijde Berry van den Brink, Peter de Ridder en Frits Salomonson hadden hetzelfde effect als een hartmassage bij een diepvrieskip. Midden 1992 viel dan ook de vlag bij Newtron. Vrienden waren geen vrienden meer. Groupe Courtier brokkelde langzaam af.

Frits
In de jaren daarna kwam de als uiterst aimabel bekend staande Frits Salomonson in zwaar weer terecht. Zowel in de privésfeer als zakelijk. Dat nam niet weg, dat hij samen met De Ridder in april 1994 nog tot commissaris werd benoemd bij OPTAS Schade NV. Een nieuwe dochteronderneming die in het leven was geroepen om het WAO-hiaat in de administratieve sector van Haven en Vervoer te dichten. En bovendien kreeg het roemruchte Courtier-duo diezelfde functie toebedeeld bij OPTAS Leven NV, een levensverzekeringsmaatschappij.
Met name op dit laatste specifieke verzekeringsterrein raakte Salomonson, die in de jaren daarvoor bekwaam kaap-SASEA had gerond en zonder kleerscheuren de golf van NORO was overgestoken, als een van de topfiguren van de Banque de Suez verzeild in de gevaarlijke grondzeeën van het Vie d'Or-schandaal. In 1995 maakte deze nauw met de Banque gelieerde levensverzekeraar snel water en ging met veel geraas naar de kelder. Na een diepgaand onderzoek bleek zo'n 180 miljoen gulden via een Antillenroute verdwenen te zijn. Een flink aantal dossiers was eveneens onvindbaar en in vakkringen ging het sterke gerucht dat Vie d'Or een witwasserij was geweest voor drugsmiljoenen. Het zou niet de laatste keer zijn dat de naam van de advocaat van het Koninklijk Huis in verband werd gebracht met drugsaffaires. Zo kwam in die jaren tijdens het IRT-onderzoek onder leiding van Maarten van Traa aan het licht, dat Salomonson tussen 1984 en 1988 als president-commissaris mede-verantwoordelijk was geweest voor een witwasconstructie bij het beursgenoteerde bedrijf TextLite via het zwart verhandelen van personeelsopties aan buitenstaanders. Bij deze handel zouden drugsgelden van de organisatie van de in 1991 vermoorde Dominee Bruinsma een andere kleur hebben aangenomen. De naam van Salomonson kwam eveneens voorbij in een geruchtmakende affai-
re rond zijn "jonge vriend" mr. Oscar Hammerstein. Deze werd ervan beschuldigd in samenspel met onder andere voormalig luxe bordeel-houder Ronnie Galjaard 17 miljoen drugsguldens een megaperl-sopje te hebben gegeven in één van de Zwitserse wasserettes van de bekende libertarische zakenman Robert Jan Doorn. Oscar werd vrijgesproken, maar was zeker niet onbeschadigd uit de strijd tevoorschijn gekomen. Niettemin is hij inmiddels terug aan het front. Niet alleen als advocaat van Maas, maar ook als verdediger van Henk Rommie (zie Kleintje Muurkrant nummer 322).

Peter
In tegenstelling tot wat iedereen zou denken was het leven van Salomonsons OPTAS-collega Peter Barend de Ridder ook niet elke dag paaseieren geweest. Zoals vermeld belandde hij via de Courtier-groep in het begin van de jaren negentig in de grabbelton van Newtron. Maar dat was niet de enige traumatische ervaring die hij als een van de grootste particuliere beleggers van Nederland in de loop van de tijd opdeed. Zo raakte hij tezelfdertijd als commissaris verwikkeld in het gekrakeel rond het beleggingsfonds Groeigarant en de beheersmaatschappij daarvan, Financial Services Europe. Beide geestes- en troetelkinderen van zijn vriend Ton Jongbloed, die begin 1989 onder druk van de Frederiksplein-clan van Wim Duitenberg na wat al te avontuurlijk bankieren en het schermen met geheime dossiers het veld had moeten ruimen bij Staal Bankiers. Toen de groei bij Groeigarant eruit raakte en met een scherpe bocht de terugweg werd aanvaard zorgde SOBI-inquisiteur Pieter Lakeman voor extra commotie door te openbaren, dat rond de directeur van het bedrijf eenzelfde aroma hing als Neel bij Newtron had waargenomen. En dat een essence daarvan ook in de raad van commissarissen rondzweefde. Ondanks heftig remmen en bijsturen van De Ridder gierde Groeigarant bergafwaarts. De koene chauffeur wist met veel kunst en vliegwerk de zaak op de weg te houden, tot een veilige P tenslotte soelaas bood en hij met enige opluchting het vehikel kon verlaten. Hij beloofde zichzelf voortaan wat voorzichtiger te zijn en stapte in de
vertrouwde Gestion-bus van zijn voormalige Courtier-partner, Adri Strating.
Samen met onder andere een paar aardige jongens van andere pensioenfondsen die al jarenlang meegingen met door Adri georganiseerde toertochten genoot OPTAS-commissaris De Ridder allereerst van een uitgebreide koffietafel in Stratings eigen villa in Baambrugge, de "Witte Olifant". Een prachtig optrekje, dat had toebehoord aan de voormalige koning van de Amsterdamse onderwereld, Zwarte Joop de Vries, die op zijn beurt zijn hart weer had verpand aan de "Pink Elephant". En toeval bestaat niet: Iemand uit diens vroegere kennissenkring bezat in Italië de "Gelukkige Olifant". Wie naar het verleden kijkt van deze drie roemruchte Nederlanders moet het volmondig eens zijn met het Indonesische volksgezegde: "Waar olifanten samenkomen, lijdt het gras". Na de koffietafel bracht het beleggersgezelschap onder leiding van Adri vervolgens een bezoek aan de Bijenkorf. Niet alleen om te kijken
of hun ingelegde centjes adequaat werden gebruikt, maar ook om wat presentjes mee te nemen voor moeders thuis. De interessante rondrit werd besloten met wat ontspannen gokken in het
casino van de firma Bever. De meesten van het vrolijke gezelschap waren net bezig een aardige winst weg te halen uit het "black jack"-hoekje van croupier Brom toen een inval van de FIOD een abrupt maakte aan de leuke dag. Adri Strating werd opgepakt wegens frauduleuze activiteiten. Een paar anderen van het busgezelschap deelden zijn lot. De Ridder riep zonder beschuldigd te zijn dat hij onschuldig was. En dat hij boos was op Strating. Tot nu is dat voldoende gebleken.

Reorganisaties
Ondertussen was Joop Verroen namens de FNV betrokken bij moeizame onderhandelingen met de werkgevers om tot een nieuw centraal akkoord te komen inzake de pensioenen van de havenwerkers. In december 1996 was het zover en Verroens taak als landelijk onderhandelaar was daarmee ten einde. Verroen in het Rotterdamsch Dagblad van 12-12-96: "De klassenstrijd in de haven is voorbij. De werknemers hebben een goede rechtspositie. Ze zijn geëmancipeerd, doen mee in de samenleving. We zorgen er nu voor die zekerheden vast te houden. Het veranderingsproces in de haven gaat ondertussen door: niet langer met je rug naar het werk staan, maar met je neus. En het werk opeisen. Nu ga ik het akkoord als "gewoon" bestuurder in de Rotterdamse haven uitvoeren en bewaken." Dat laatste duurde niet lang. Na de uitzendingen van Peter de Vries in het
kader van de LRT-affaire begin 1997 ging Joop met vakantie. Eind mei nam hij voortijdig ontslag bij de bond om gezondheidsredenen. Naar verluidt met een koperen handdruk. Hij verhuisde naar de Dominicaanse Republiek, kocht daar twee leuke optrekjes en een prijzig autootje. Mede daartoe in staat gesteld door een cheque uit Londen van een naamloze weldoener.

Uit een opgave bij de Rotterdamse Kamer van Koophandel dd. 6 juni 1997 blijkt, dat bij OPTAS een rigoureuze reorganisatie had plaatsgevonden. Er was een holding in het leven geroepen als overkoepelend orgaan boven de al bestaande OPTAS-NV's. Het lag in de bedoeling om in 1998 ook de andere sectoren van het PVH over te dragen aan de goede zorgen van deze holding, waar opnieuw De Ridder en Salomonson tot commissarissen waren benoemd. Opvallend was dat zowel in de talloze publikaties over deze twee financiële bollebozen als in hun officiële cv's hun werkzaamheden voor OPTAS onvermeld zijn gebleven. Maar je hoeft ook niet alles aan de grote klok te hangen. Hoe dit ook zij, eind 1997 -toen de voorgenomen reorganisaties hun beslag hadden gekregen- verdwenen hun namen wel geruisloos uit de OPTAS-annalen.

Gezien de hierboven beschreven gebeurtenissen en de strapatsen van hoogwaardigheidsbekleders bij andere pensioenfondsen binnen het raam van het beursschandaal is het voor de werknemers in de Nederlandse havens misschien niet onverstandig om bij hun vakbond eens te informeren of de koers binnen het PVH en OPTAS altijd wel recht-zo-die-gaat is geweest. En of de kwestie-Verroen inderdaad niets om het lijf had, terwijl het LRT diezelfde kwestie als "politiek gevoelig" omschreef. Want ook voor werknemers geldt al geruime tijd de noodzaak: niet langer met je rug naar je geld staan, maar met je neus.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 323, 17 juli 1998

  • Datum: .

Beursfraude (007)

Een uitgebreide selectie van professionele snuffelaars onder leiding van Officier van Justitie Henk de Graaff is nog steeds bezig met het blootleggen van een netwerk van lepe spaarders die zich zeker zo'n 25 jaar lang via de Zwitserse weg illegaal hebben verrijkt (zie ook "de tweeduizend van Mertens" in Kleintje Muurkrant 319).

door Jan Portein

Dat gebeurt in redelijke stilte. Toch valt uit het weinige dat langs de vertrouwde routes naar de pers is gedirigeerd op te maken, dat De Graaff's speurneuzen veel aandacht besteden aan een sterk met Nederland gelieerde Zwitserse bank en een nauw daarmee verbonden associé op het terrein van beleggingen: Bank Cantrade en Experta.

De Bank
Voordat professor Arnold Heertje - na zelf jarenlang vele smakelijke vorkjes te hebben meegeprikt uit de vleespotten van de bevriende beursbengels - zichzelf plotseling als een Deep Throat ex machina bij De Graaff presenteerde en de officier wees op de rol die beide Zwitserse instellingen bij de geruchtmakende beursfraude hadden gespeeld, waren her en der hun namen al gevallen. Zonder dat dat merkwaardigerwijs ergens in publicitair Nederland een Aha-erlebnis teweegbracht.

Een paar voorbeelden met betrekking tot Cantrade:
1. Toen eind 1990 het justitiële onderzoek naar de rol van de Femisbank bij het onderbrengen van avontuurlijk bijeen vergaard geld rigoureuze vormen begon aan te nemen, deed de Utrechtse vrije ondernemer Ronnie Galiart op 29 december van dat jaar een vergeefse poging om bij de bank 17,5 miljoen gulden los te peuteren. Die stond daar geparkeerd achter een coderekening. Op 4 januari 1991 kwam Galiart terug met zijn raadsman, mr. Bob van der Goen. Een advocaat die samen met een telg uit de familie Van Zinnicq Bergmann (een familie die warme relaties met Paleis Soestdijk onderhoudt) een prestigieus kantoor in Soest runde met filialen in Londen en Zürich. Na wat licht onwelvoeglijke aandrang werd het bedragje door een Femis-employé alsnog overgemaakt naar de NMB. Tijdens een gerechtelijk vooronderzoek bleek het door Galiart en Femis beheerde kapitaal toe te behoren aan de bekende Surinaamse rijst- en houthandelaar Shyam Guptar, werd het door het Openbaar Ministerie als drugsgeld aangemerkt en waarde zoals gebruikelijk in dit soort gevallen de geest van Desi door de dossiers. Hoe dit ook zij, Van der Goen zorgde er na intensief driehoeksoverleg met zijn collega Oscar Hammerstein van advocatenkantoor Boekel de Neree en accountant Rob Boon van Deloitte en Touche voor dat Guptar's florijnen alsnog veilig werden opgeborgen. Via Luxemburg kwamen zij terecht bij de Bank Cantrade. Van daaruit werden zij dan eind januari verder geëxpedieerd naar een rekening bij een Zwitserse hypotheekbank. Geruime tijd later slaagde een hijgende Vrouwe Justitia er echter in om de Surinaamse miljoenen toch nog te achterhalen. In het strafproces dat volgde wisten de twee advocaten zichzelf vrij te pleiten. De accountant ging voor het luik.

2. Na de fusie tussen de Nederlandse Middenstandsbank en de Postbank eind 1989 ontspon zich binnen de leiding van het bedrijf een kleurrijke machtsstrijd tussen de NMB- en Postbank-fracties. In de herfst van 1992 was het pleit beslecht ten gunste van de Postbankboys onder leiding van Godfried van der Lugt, de huidige topman van de ING. Na diens overwinning barstten de min of meer te verwachten roddels over hem los. Een daarvan is in deze context interessant. Volgens dit verhaal zou Van der Lugt namelijk in zijn pre-Postbankperiode, toen hij carrière maakte bij de door zijn vader bestierde Nederlandse Crediet Bank, persoonlijk zwart geld-transporten naar het land van Milka en horloges hebben begeleid. De rond zestig miljoen gulden die daar uiteindelijk mee gemoeid waren zouden deels hebben toebehoord aan "een beruchte Amsterdamse onroerendgoedhandelaar" (zie Groene Amsterdammer 26 juli 1995). Goede kandidaten voor die kwalificatie waren zowel Ronnie van der Putte als "ome" Jaap Kroonenberg, die toen beiden grote zaken deden met Mavic Financieringen BV, een dochterbedrijf van de NCB. Het zwarte geld zou gedeponeerd zijn op het hoofdkantoor van de Bank Cantrade in Zürich. Als een cruciale bron het niet op het laatste moment had laten afweten zou deze geschiedenis de kolommen van de Volkskrant hebben gehaald. Nu bleef zij helaas apocrief. Maar het is wel saillant dat in dit verband de naam van Cantrade viel. Kennelijk werd die in dit milieu geassocieerd met een wasserette.

3. In de jaren tachtig ontwikkelde zich in de financiële wereld van Australië een bittere strijd om de macht tussen twee beursgiganten: Robert Holmes a Court en "comin' man" John Dorman Elliott. De laatste was op het overnamepad en kwam daarbij binnen de invloedssfeer van Holmes a Court. Elliott gebruikte bij zijn veldtocht op zijn minst ongebruikelijke en volgens het Openbaar Ministerie zelfs ongeoorloofde middelen. De in Nederland sedert de werkzaamheden van de commissie Van Traa gemeengoed geworden begrippen als personeelsopties en preferente aandelen kregen via de pers ook "down under" een bekende klank. Het O.M. zocht na de vrede brengende samensmelting van Elliott's onderneming Elders met Holmes a Court's BHP 10 jaar lang naar de adders onder Elliot's gras. Er bestond namelijk een sterk vermoeden dat Elliott een gedeelte van de financieringsgelden voor een wat duur uitgevallen bedrijfsovername in 1984 en voor de uiteindelijke fusie met BHP in 1988 in eigen zak gestoken had. Vooral de listig buiten zicht gemanoeuvreerde aandelen van de naar Nederlands recht gestichte dochteronderneming Elders NV, die 18 procent van het aandelenkapitaal van de moedermaatschappij controleerde, prikkelde de nieuwsgierigheid van het O.M. Op het oog had een zakenconglomeraat, waarvan notabene het Internationale Rode Kruis de belangrijkste component vormde, recht op het leeuwendeel van het jaarlijkse dividend. Maar de Australische onderzoekers kwamen tot het besef dat het om een façade ging waarachter zich de werkelijke eigenaren moesten schuilhouden. En zij gingen dus te rade bij de bank die voor de verdwijntruc had gezorgd en zowel van hoed als rand wist: Bank Cantrade. De bank - in de persoon van Gerrit van Riemsdijk - bezwoer dat Elliott en zijn naaste medewerkers niet de eigenaren waren van het aandelenpakket Elders NV., maar weigerde te openbaren wie dan wel. Zwitsers bankgeheim. Einde verhaal. Het Australische O.M. wierp niet zo lang geleden de handdoek in de ring. Een kostbare speurtocht van tien jaar kwam daarmee ten einde. Elliott ging vrijuit.

De Associé
Dan een paar voorbeelden van Experta's duistere praktijken:
1. Deze inmiddels in verschillende compartimenten verdeelde vermogensbeheerder verspreidde al in de jaren zeventig de geur van W.C. Duck door haar betrokkenheid bij de illegale gok activiteiten van "Zwarte Joop" de Vries, de koning van de Amsterdamse Wallen. De Vries, die bankierde bij Slavenburg, kreeg vanaf 1973 voor de organisatie en het sluizen van de winsten daarvan assistentie van de financiële top van de Amerikaanse mafia: Meyer Lanski en diens eerste luitenant Dino Cellini. Experta handelde "ten faveure van Nederlanders van wie de namen nooit naar buiten werden gebracht". Ook binnen dit met de mafia verbonden illegale gokwezen (zie "Sasea: la filiere hollandaise" in Celsius, september 1989). Zoals bekend maakte Lanski om de miljoenen van zijn organisatie in Zwitserland wit te wassen gebruik van hetzelfde financiële circuit dat voor Victor Baarn cs. een paar Lockheed-douceurtjes in veiligheid bracht en midden 1974 de verkoop van ZKH's pittoreske kasteeltje Warmelo regelde. Bij dit laatste was ook oud-KLM directeur J.A. Ritmeester van der Kamp actief. Hij werd in 1976 tot voorzitter van de toen in het leven geroepen Stichting Raad voor de Casinospelen benoemd. Al spoedig na het openen van de eerste officiële casino's onder Van der Kamp's toezicht gonsde het van de geruchten. De winsten zouden systematisch worden afgeroomd ("skim-money") en naar Zwitserland worden gesluisd. Toen één van de betrokkenen tegenover De Telegraaf over deze materie uit de school had geklapt kreeg hij een leuke baan op de Antillen. Na onderling overleg met de top van de officiële gokbranche zag de krant af van publikatie. Het is de vraag in hoeverre er verband bestaat tussen bovenstaande gebeurtenissen en de arrestatie eind vorig jaar van Theo van Keulen, een voormalig topman van Holland Casino. Hij werd beschuldigd van het op grote schaal ontduiken van belasting via de Zwitserse weg en is inmiddels veroordeeld.

2. In 1988 ontwikkelde zich in Frankrijk een beursschandaal met de kracht van een tornado. Vooral omdat in het centrum ervan een aantal intieme vrienden van president Mitterrand opdook, onder wie de toenmalige minister van Financiën en latere premier Pierre Beregovoy, diens vriend Roger-Patrice Pelat en de nestor van de Franse Parti Socialiste, Max Theret. Zij waren vroegtijdig ervan op de hoogte geraakt, dat de aluminium-reus Pechiney (een Frans staatsbedrijf) in het geheim voorbereidingen trof voor de overname van de Amerikaanse verpakkingsonderneming Triangle American Can. Via een Zwitserse route verwierven zij samen met een paar andere beurshaaien voornamelijk op Wallstreet flinke pakketten aandelen van het Amerikaanse bedrijf. Na de overname door Pechiney en het bekendmaken van het overnamebedrag schoten de aandelen Triangle omhoog en Mitterrand's musketiers haalden bekwaam hun winst uit voorkennis binnen. De Amerikaanse beurscontrolecommissie rook echter onraad en kon na een diepgaand onderzoek de plot goeddeels reconstrueren. Dat resulteerde onder andere tot een zich jarenlang voortslepend strafproces in Parijs met vrij pittige straffen aan het eind van de rit. Beregovoy zag de bui hangen en pleegde op 1 mei 1993 zelfmoord. Pelat was in maart 1989 al "normaal" overleden. De ook met mafiazetbaas Paretti in de slag zijnde Theret kreeg twee jaar voorwaardelijk aan zijn pantalon en een boete van 8 ton. Overigens was uit het Amerikaanse onderzoek eveneens gebleken, dat één van de Zwitserse financiële ondernemingen die deel uitmaakten van de plot Experta was geweest.

3. Na intensief wroeten zag Officier van Justitie De Graaff vorig jaar het licht en zond zijn knokploegen uit voor de arrestatie van meerdere beurscoryfeeën, die volgens hem jarenlang niet alleen de zakken van hun clientèle maar ook die van henzelf hadden gevuld via onoirbare praktijken. Eén van hen was de in het Zwitserse Chur gevestigde Dirk de Groot die aan fiscusallergie lijdende Nederlanders in staat stelde om anoniem hun zwarte geld op zijn zogenoemde Mississippi-rekeningen te stallen en desgewenst het gezellig te beleggen. Bij dat laatste werd regelmatig gebruik gemaakt van de diensten van Experta. Al dan niet via Han Vermeulen, een intieme zakenrelatie van De Groot. En gezien hun nauwe zakelijke verwevenheid met Vermeulen en De Groot is het meer dan waarschijnlijk dat ook de twee andere hoofdverdachten in de beursaffaire, Adri Strating en Eddie Swaab, van tijd tot tijd de Experta-route hebben gevolgd. De zich tegenwoordig in Zwitserland ophoudende Swaab kwam in 1988 al internationaal in het nieuws toen hij werd verdacht van aandelenhandel met voorkennis (zie het Pechineyonderzoek). In die tijd onderhield hij in stilte contact met een voor de Zwitserse Union Bank werkzame effectenhandelaar en met de Nederlands/Franse beleggingsreus Robeco. Hij telde onder zijn clientèle een paar Amerikaanse en Japanse banken en het niet onaanzienlijke Kuwait Investment Office. Daarnaast beheerde hij net als De Groot een stel anonieme "Grancourt"-rekeningen bij Vermeulens effectenkantoor Van Meer James Capel, een dochterbedrijf van de Hongkong and Shanghai Banking Corporation . De voorkennis-zaak rond Swaab was voor de HSBC aanleiding Vermeulen op te dragen de rekeningen van Grancourt af te sluiten.

Een doorkijkje
Bank Cantrade werd in de jaren zestig gesticht door de Nederlander Gerrit van Riemsdijk, die langdurig de functie van president-commissaris vervulde. Zijn zoon Dirk was vanaf midden jaren zeventig eveneens werkzaam binnen Cantrade en schopte het tot directeur. Tot zijn portefeuille behoorde vooral de Nederlandse clientèle van de bank. Er is dus reden om te veronderstellen, dat Dirk van Riemsdijk de eerder aangehaalde Van der Lugt-transporten verder heeft afgehandeld. Sinds 1989 bezat Bank Cantrade ook een dochteronderneming in Amsterdam, op het adres Westeinde 26. Op schootsafstand van Duitenberg's Fort Knox en van de Groene Amsterdammer. In de directie zaten ondermeer mr. Th.J.M. Stalenhoef, afkomstig van de Chase Manhattan Bank die Van der Lugt's Nederlandse Crediet Bank had opgeslorpt, de van de ABN/AMRO afkomstige mr. R.J.J.M. van Zinnicq Bergmann en Marten Godfried van Lanschot die tot eind jaren tachtig deel had uitgemaakt van de raad van bestuur van F. Van Lanschot Bankiers, het elitaire bankbedrijf uit Den Bosch met zijn nauwe banden met Philips en Paleis Soestdijk. In 1992 nam verzekeraar Delta Lloyd de Nederlandse Bank Cantrade over van het Zwitserse moederbedrijf. Begin november 1997 resulteerde dat in het bezoek van een groepje nieuwsgierige heren die namens OvJ De Graaff even in de boeken kwamen neuzen naar mogelijk kwalijk riekende effectentransacties uit het verleden. Dirk van Riemsdijk heeft Bank Cantrade inmiddels verlaten en maakt tegenwoordig deel uit van de leiding van de beheer- en investeringsonderneming Swisspartners Investment Network AG in Zürich. Samen met zijn oude Cantrade-collega Rainer Moser. Swisspartners is een voortzetting van Experta Verwalwaltung. Een nieuwe naam doet soms wonderen. Volgens een met de zaken van de erven Piet Derksen vertrouwde bron bemoeit Dirk van Riemsdijk zich in Nederland intensief met de beleggingsactiviteiten van Uni-Invest. Een beursgenoteerde onderneming met veel Levend Water in de kruipruimte. Eén van Van Riemsdijk's Swisspartners is Jan Willem van Lanschot, die in de presentatiefolder van het Zwitserse bedrijf tot de roerende ontboezeming komt dat helaas "de rendementen net als de bomen niet tot in de hemel groeien". Vooral niet als de wortels al rot zijn. Maar dat zei Jan Willem er niet bij. In de raad van toezicht van Swisspartners zit ondermeer een vertegenwoordiger uit de bedrijfsleiding van Experta BIL (Banque Internationale a Luxembourg) uit Zürich. Het kan nauwelijks toevallig zijn, dat OvJ De Graaff ook de directeur van Experta BIL, de autohandelaar Cor van Rooijen, een tijdje gratis onderdak heeft verleend in een keurig maar sober Nederlands staatshotel. Doel daarvan was ondermeer om Van Rooijen nader aan het gebit te voelen over zijn vermeende betrokkenheid bij de operaties van de beursbengels om Neerlands rijken een behaaglijk Zwitserlevengevoel te bezorgen. De lekkages uit het justitieel onderzoek naar de beursfraude hadden tot nu toe voornamelijk betrekking op de rol van een fors aantal vrije ondernemers en vertegenwoordigers van pensioenfondsen. Nu de speurhonden van OvJ De Graaff blijkbaar de lucht hebben opgesnoven van luitjes uit de "high society" zullen zonder twijfel loodgieters op pad zijn gestuurd om lekkages over "ons soort mensen" te voorkomen. Eens zien of De Graaff ballen heeft.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 327, 27 november 1998

  • Datum: .

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch