Skip to main content

Elke avond om kwart over zes wordt ons straatje versperd door een Germaanse god. Odin leest het in kloeke letters op de al even kloeke vrachtwagen. Odin is de naam van de handel in antroposofisch allerlei waarvan het winkeltje tegenover ons afnemer is. Het Germaanse vrachtje wordt gelost op een christelijke tijd, als de buurt zit te eten, en om die reden door die buurt tot nu toe gedoogd. Maar mindere goden liggen onder vuur.

Van de week was het de beurt van de melkboer. Hij parkeerde voor het winkeltje op het midden van de tropisch warme dag, liet zijn motor tijdens het lossen stationair draaien en reageerde met een claxonconcert op ons protest. Buurman Stef dreigde hem te gaan filmen en ‘op het internet te gooien’. En van de eigenaar van de winkel vertelde hij ongevraagd en tot drie keer toe dat deze ‘een Jood is en een Jood is het alleen om geld te doen’.

Onze buurt komt niet in de winkel, en ik hoop zo dat dat niet is omdat de eigenaar een Jood zou zijn. Appie -zo heet ie echt- hanteert prijzen die Stef con suis niet kunnen betalen. Wij zaten eens verlegen om koffiemelk en ik ging met een zak over mijn hoofd naar de nering van Appie om daar bijna vier euro neer te tellen voor het kleinste formaat flesje van Frisia. In het voorbijgaan zag ik in de koeling verantwoorde appelpunten liggen van acht euro het stuk.

Appie’s klanten komen dus van verre, en ik denk wel es uit een heel ander universum. Het is voor onze vensters een komen en weer gaan van vooral vrouwen in steevast roze- of violette-gekleurde lange, wijde plooijurken en een enkele man met haar en baard tot op de heupen. Een soort van Amish, maar dan in zuurstokkleuren. Het volkje berijdt -elektrische- auto’s en bakfietsen waarin twee of drie kleine soofjes passen.

De kleinste kinderen brengen de dag door in een verantwoorde opvang om de hoek, de oudere bezoeken de middelbare Vrije School, een hoek verderop. De lagere Vrije School ligt tweehonderd meter bij ons vandaan, in het park achter het huis waar ik ben opgegroeid. De winkelstraat achter de onze is vergeven van de sofische boekwinkeltjes en zaakjes waar je jezelf kunt vinden volgens de richtlijnen van Steiner.

Voorlopig is het verzet tegen Appie alleen nog maar ingegeven door de overlast die zijn winkel geeft in onze smalle, oude straat. Maar ik zie Appie als deel van een groter probleem: mijn geboortestadje is het domein van de antroposofische sekte geworden. Het volkje van kwezels en kwakdenkers drijft de prijzen van huizen en andere zaken op, verdrijft de oorspronkelijke bewoners en vergiftigt de publieke opinie met extreemrechts gedachtegoed…

(JoopFinland)

  • Datum: .

Verwondering en bewondering. Dat zijn de twee termen waarmee de schrijfster haar ontmoeting met antroposofen samenvat. Ilse Marrevee schreef, een tijdje geleden alweer, het boekje Antroposofie ontmoet (2015). Een paar weken geleden hield zij een lezing over het ding in de plaatselijke bieb. Ik heb die niet bezocht. Niet alleen omdat je er tien hele euro’s voor moest neertellen, en omdat ik in het publiek waarschijnlijk de enige met een mondkapje zou zijn geweest. Neen, ik zag in de flaptekst van het boekje dat feitelijk een optelsom van een tiental interviews is, dat maar één naam van de ondervraagden bij mij een belletje deed rinkelen. De rest is dus import, is voor een deel waarschijnlijk ook al weer verder gebakfietst, en kan dus geen licht werpen op mijn vraag wanneer en vooral waarom zoveel discipelen van Steiner in mijn geboortestadje zijn neergestreken.

Die ene is Karel Freeve. Dat was de huisarts van mijn ouders, in de jaren tachtig, en volgens hen ‘niet zo’n goeie’. Die waardering doet er hier niet toe, belangrijker is dat Freeve de opvolger was van ‘dokter Bos’. Een legendarische verschijning uit mijn kinderjaren. Dat begon al op de straat voor mijn geboortehuis waar de dokter de nodige bekijks trok omdat hij zich met zijn bijna twee meter uit een Heinkel scooter wurmde, een soort bakfiets met een motor en een deurtje. Maar ook eenmaal binnen, in het veel te grote gezin, bleef elk bezoek van de man nog lang in de herinnering. Omdat hij voor iedereen even tijd had. Bos had voor ons het beste van alle medicijnen meegebracht: aandacht. Al bestond die maar uit eventjes een hand op je hoofd of een woordje of twee, ze was de balsem voor negen kwetsbare zielen.

Bij mijn ouders kon ‘dokter Bos’ niet stuk. Pas veel later begreep ik dat ze met reeds een kind en een ander op komst dat geboortehuis van mij hadden kunnen betrekken na bemiddeling van deze huisarts. Mijn vader was reeds getrouwd toen hij mijn moeder ontmoette, en ‘hokkende’ paartjes waren veroordeeld tot een krottenwijk. Bos kreeg ze in de tweekamerwoning in de eerste naoorlogse uitbreiding van het stadje. En het was ook Bos die mijn vader vijftien jaar nadien deed inzien dat er met negen mensen in die twee kamertjes niet alleen gebrek aan ruimte ontstond maar ook de gezondheid van zijn vrouw gevaar liep.

Weer iets later kreeg Bos een voornaam: Maarten. En laat het nu juist Maarten Bos zijn die naar verluidt aan de basis stond van de ‘antroposifering’ van het stadje. Het zij zo, belangrijk hier is dat Bos dus geen missie pleegde. Nooit heb ik mijn moeder -haar streng-christelijke achtergrond zou daar zonder meer aanleiding toe hebben gegeven- horen refereren aan zoiets als Bos-en-de-sofen. Sterker: toen eind jaren zeventig de eerste Vrijeschool verrees gebeurde dat in zeg maar de achtertuin van het huis waar ik opgegroeid ben. Die grensde aan een hertenkampje, en mijn moeder bekeek het vreemdsoortige optrekje en zei: ‘Dat zal wel een nieuw hok voor die beesten moeten worden’. De term antroposofie heb ik uit haar mond nooit vernomen…

(JoopFinland)

  • Datum: .

‘Alles hier was rood!’ Uit de mond van buurman Stef klinkt ‘rood’ net zo verontwaardigd als de term ‘Jood’ die hij in het eerste deeltje van deze serie bezigde. Het mannetje pleegt zelf zijn stem uit te brengen op een van de twee ‘burger’partijtjes in deze stad, waarvan overigens tenminste eentje is voortgekomen uit de PvdA...

Alles was dus inderdaad PvdA hier, in de zeventiger jaren toen ik tot politieke wasdom kwam. De sociaaldemocratie had een meerderheid in de gemeenteraad en de burgemeester was ook van de PvdA. Het leek hier wel Nijmegen in die dagen. Of Groningen. In het historische centrum had de auto vrij spel en ten zuiden ervan verrezen de lelijkste flats van het land.

‘Je had Bijl, en Winsemius en de ergste van allemaal, Luesink!’ Stef kent de boosdoeners van achternaam, ik weet ook hoe ze van voren heetten. Want de eerste twee wethouders kwamen van mijn school, en de laatste bij ons over de vloer. Die was trouwens niet van de PvdA maar in de ogen van buur dus nog een graadje erger, want groen.

Kees Luesink was vriendje van mijn broertje, en ik was vriendje met zijn zusje, Hanneke. Kees zou het tot bestuurslid van GroenLinks en tot burgemeester schoppen, mijn broer gooide het over een andere boeg. Toen Hanneke en ik veertien waren liet mijn broer me op school het blad van het Palestina Comité ronddelen en verzamelde Hanneke daar handtekeningen tegen de oorlog in Nam.

Piet Bijl, die zo veel van vadertje Marx weg had, gaf ons maatschappijleer. Ook hij was lid van het landelijk bestuur van zijn club en staat in de partij bekend als de Rode Baron. Maar dat Ben Winsemius ooit wethouder zou worden verbaast mij nog steeds. ‘Ielepiele’ werd het schuwe en broodmagere mannetje op school genoemd. Bovendien gaf hij wiskunde, les in dorheid …

Van Luesink en Bijl helemaal tot aan Stille Bennie: ze waren niet te betrappen op ook maar iets uit de Steinerei … Maar hoe kon dan toch uit de rode stad van de jaren zeventig de stad van de zwevers van nu ontstaan? Heeft de opgang van de anthroposofie te maken met de neergang van de sociaaldemocratie?

(JoopFinland)

  • Datum: .

In 2030 moet het afgelopen zijn met het onbevoegd voor de klas staan, maar in dit stadje veegt men met dit voornemen d’rlui reet af.

De inkt van het manifest van de onderwijsvakbond is nog niet droog of hier dwarrelt deur-aan-deur een sjieke folder op de mat. Vanwege de gebruikte bonte kleuren lijkt het nog eventjes op een pleidooi om onze uit het oliestaatje met tig gele kaarten en weer een verloren strafschopserie afgedropen ambassadeurs van vrijheid en gelijkheid met een applaus op straten, daken en balkons te verwelkomen. Maar de titel van het vlugschrift laat geen ruimte voor twijfel.

Auryn, zo heet het, op een ondergrond van violet en rose.

‘Auryn draag de ‘AU’ in zich, het scheikundige symbool voor het element goud. Goud als symbool voor de zon, de bron van het leven. Goud als symbool voor het bijzondere, het waardevolle, de essentie die je nastreeft in het leven.’

‘(Je kunt) Auryn zien als de alomvattende naam voor alles wat we het kind wensen, alles wat we nodig hebben om dit te verwezenlijken en de niet waarneembare krachten die de kinderen, ouders en leerkrachten begeleiden en de school zullen gaan omhullen met een glans.’

Genoeg? Genoeg, om te weten dat het hier om de voorgenomen oprichting van een school gaat. Een school ‘volgens de Waldorf-pedagogiek’, een vrijeschool dus. De zoveelste in het stadje.

De citaten hierboven komen van de website van de oprichters, in een stuk in de plaatselijke huis-aan-huiskrant gaan ze gezellig op de foto. En steken ze hun middelvinger op richting de onderwijscrisis in dit land.

Auryn gaat niet doen aan lesmateriaal, ben je gek? De docenten gaan hun eigen ding doen voor de klas, en met de klas. En die docenten hoeven ook niet bevoegd te zijn, ben je tweemaal gek?

Op de website leest het: ‘Welk voorbeeld geeft een leerkracht wanneer deze in zijn onderwijs orders uitvoert waar hij zelf niet achter kan staan? Of lesinhoud overbrengt die hij zinloos vindt of waarvan hij denkt dat ze een geheel ander doel dienen? De pedagogische vrijheid van de leerkrachten is een noodzakelijke voorwaarde voor waarachtig onderwijs.’

En in het krantje: ‘Wij stemmen ons onderwijs af op de ontwikkelingsbehoeften van het kind, iedere dag opnieuw. Daarom volgen we geen methodenboekjes maar ontwikkelen de lessen zelf.’

Het nieuwe speeltje van de Steinerclub in dit stadje heeft van genoeg sukkels steun gekregen om volgende augustus van start te mogen gaan, maar heeft nog geen plek. Oei… Vijftig meter verderop staat alles wat hier ooit middelbaar onderwijs huisvestte leeg… Als dat maar niet de speelweide van de pretvogels gaat worden…

Maar gelukkig is er ook het schandaal rond De Kompaan. Zo heet de onderwijsinstelling die tegenwoordig in een vleugel van mijn vroegere school zit, daar weg wil en iets nieuws en fruitigs liet bouwen ‘achter het station’.

‘Achter het station’ had je in mijn jeugd leegstaande fabrieken, verroeste treinrails en altijd slecht weer. Maar tegenwoordig wordt er genieuwbouwd. Voor het Steinervolk dat van heinde en verre opstoomt. Met veel verantwoord dit en dat en zegge en schrijve 1 verantwoorde pizzawinkel annex cadeaushop.

Daar werd dus ook gebouwd voor de Kompanen, maar wel twee keer zo duur als begroot. Zit het stadsbestuur lelijk mee in de maag. Dus waarom niet de aurieners geplempt naast die kompanen, allemaal met uitzicht op een ouwe muur, en lekker ver weg van de bewoonde wereld…?

(JoopFinland)

  • Datum: .

De pedagogiek van Steiner is niet uniek en ook niet zeldzaam. Aldus een reactie op het vorige deeltje in deze serie. Nee helaas, was dat maar zo, antwoorden wij hier weer op. Steiners denken staat in een lange en schier onuitroeibare traditie van racisme.

‘Wie seculier, wetenschappelijk gericht onderwijs wil, moet beseffen dat dit leidt tot een pragmatisch en materialistisch perspectief (…) Een klimaatvriendelijk en humanistisch onderwijs ontkomt niet aan een metafysica, een filosofie, een levenswijze die mens- en natuurvriendelijk is.’

Aldus de kern van het vervolg van die reactie.

Maar de school die ik in deeltje 3 beschrijf was helemaal niet seculier, want protestant-christelijk. En hoewel ze een afdeling Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs had, betaalde ze ook een salaris aan Frans Bannink.

Bannink was een klein, rond en grijs manneke met een bril waarachter vriendelijke oogjes je altijd lachend aankeken. De kabouter was onze godsdienstleraar. Nu zou je veronderstellen dat de godsdienstleraar van een prot-chr school een hervormde of gereformeerde achtergrond had.

Maar met Fransje was iets vreemds aan de hand.

Hou me ten goede, ik heb het mysterie van Frans Bannink achter me gelaten in mijn jeugd, dus nooit pogingen in het werk gesteld om er achter te komen hoe het werkelijk zat. Ik kan dus helemaal fout zitten, maar ik herinner mij Bannink als zijnde een rabbi.

Was het dat op die grijze ronde kruin van hem een keppeltje paste? Was het dat hij ons inwijdde in de allereerste beginselen van de Joodse gebedsdienst? Mijn broer wist in ieder geval zeker dat Fransje een Jood was, en nog wel een toegedane Zionist ook.

Die blaadjes van het Palestina Comité deelde ik rond in zijn klas.

Het fijne weet ik er dus niet van. Maar wel dat de lessen van Fransje voor ons veertien-, vijftienjarigen een rondtocht vormden door alles waarmee we thuis of in ons vriendenkringetje niet meteen in aanraking kwamen.

Bannink was gek op film. We keken samen met hem, naar Jesus Christ Superstar natuurlijk – en als ik me niet bedrieg wel drie of vier keer- maar ook naar Anna Karenina, en À Bout de Souffle. Maar de ware passie van het mannetje lag bij de esotherie.

Bannink introduceerde ons in de bonte wereld van de paranormale verschijnselen.

Het ging in zijn lessen vooral over tafeldansers en spiritistische séances. Over Rosemary Brown, een uit de kappersbladen van die tijd bekende Britse die beweerde muziek van gestorven componisten ‘door te geven’. En over de gewezen bisschop James Pike, wiens boek Contact met de doden ik met rode konen van opwinding las in de bieb omdat ik het niet mee naar huis durfde te nemen.

Dit was de levenswijze die ik op die school kreeg aangeboden. Verschilt die van die van een Vrije School? Dacht het wel. Laten we in de volgende deeltjes twee vrijescholieren aan het woord …

(JoopFinland)

  • Datum: .

Post-Steiner adepten, een boodschap van vrede en naastenliefde: vooral het tekstje -van de auteur zelf- onder Het Maatschappelijk Onverstand (029) roept om een reactie.

Eerst dat van die post. Gaat volgens mij over aanhangers van Steiner die de leer van Steiner voor hun eigen ding gebruiken. Zoiets als met Stalin die het Marxisme omzette in de Goelag Archipel. Mijn punt is: pleit dat Marx en Steiner vrij? Wat ik doe -ook in de aanhef van het vorige deeltje in deze serie- is een poging om Steiner te beschrijven als ‘staande in een lange en schier onuitroeibare traditie van racisme’.

Dan die naastenliefde. ‘De geschiedenis van het Christendom laat goed zien wat mensen doen met een boodschap van vrede en naastenliefde’, aldus de reactie. Zit ik helemaal fout als ik veronderstel dat de auteur hier ook het Steinerisme presenteert als een boodschap van pais en vree? Dus dat Steiner net als de christenen maatschappelijke betrokkenheid propageert, maatschappelijke betrokkenheid als basis voor vredelievendheid en compassie.

Ik heb twee teksten in de aanbieding over de maatschappelijke betrokkenheid van de antroposofen.

De eerste is van mezelf, uit 1996: Verdwalen in de eindeloze innerlijke wereld. Ik noemde me toen nog niet JoopFinland maar verder bevat het stuk al veel van wat ik in de eerste deeltjes van deze serie te berde heb gebracht. Hier wil ik met name de staart van het artikel nog eens afdrukken, een citaat van Martin Andersen Nexø:

"Jullie die altijd met nagelbijten en met quasi-diepzinnige gesprekken en jezelf bezig bent, brengen nooit iets voort dat enige levensvatbaarheid zal bezitten. Jullie verdwalen in wat jullie de eindeloze innerlijke wereld noemen en laten jullie naasten in de steek. Jullie teren op hetgeen er in de strijdjaren is bereikt en laten je niet graag meer uit je spijsverteringsslaapje wakker schudden."

De andere tekst las ik vanochtend in het plaatselijke huis-aan-huisblaadje. Wekelijks schrijft daarin de vermaarde Trouw-columnist Wim Boevink een beschouwinkje over deze stad die ik graag lees, alleen al omdat Boevink hier nog maar kort leeft en dus zijn ogen de kost geeft. De aflevering van deze week heet Het zal er vast wel eens beven.

Ik woon in de straat die Boevink hieronder beschrijft, En stuit dagelijks op de binnenwereld:

Er is hier, in de stad waar ik nog heel even woon, ook een binnenwereld.
Nieuwstad is een middeleeuwse stadsuitbreiding in Zutphen. Het is ook de naam van een straat; vanuit de richting Deventer bereik je hierlangs de binnenstad.
Het is een straat van kunst en spiritualiteit. Een soort visitekaart van de stad. Als ik die artistiek-spirituele lijn volg dan biedt de straat die Nieuwstad heet over een lengte van misschien tweehonderd meter een bonte verzameling van galeries en bezinningscentra. Met elkaar gemeen hebben ze een zekere mate van ingekeerd zijn, gericht op de eigen individuele expressie en het eigen welbevinden.
De binnenwereld.
Ofschoon het eerste centrum dat ik tegenkom ‘Compassie’ heet, opgezet vanuit een bijbelse visie geloof ik. De koffie kost er een euro, thee 75 cent. De ruimte oogt als een huiskamer met een bar. Er zijn bordspellen, twee sanseveria’s en boeken over Jezus.
Er is een galerie waar je kunst kan kopen of huren, met regelmatige openingstijden. Ertegenover een galerie die zich ‘leesbibliotheek’ noemt en alleen open is op afspraak. Iets verderop meer kunst, maar dan alleen als etalage. Op de ruit staat ‘Het Melkhuisje’ geschilderd.
Er is een antroposofische boekhandel die zich ‘De Boekerij’ noemt. In de etalage een dromenvanger, zo’n ding met veertjes en een boek dat ‘Ode aan de zon’ heet.

Achter gesloten gordijnen een centrum dat de naam ‘Bara’ draagt, voor ‘yoga, meditatie, chi kung, mindfulness, lichaamswerk.’
In dit spectrum is er nog meer: een spiritueel huis met de naam ‘Leocadia’ biedt zich aan, voor massages en baden, het beschermen tegen negatieve invloeden en het spiritueel zegenen, ook van ‘zakelijke activiteiten.’ Daartegenover ‘Mahara’, centrum voor ‘holistic lifestyle’. Ze werven met cacao en ‘endless chocolade experiences’ en ook met holistisch knippen: dat geeft je voor 66 euro een kapsel ‘dat je laat stralen van binnenuit.’
Geen van al deze adressen maakt de indruk druk beklant te zijn.
Een beddenwinkel die ‘De Duif’ heet verkoopt vegan handdoeken.
Een binnenwereld.
Het zal er vast wel eens beven.’

(JoopFinland)

  • Datum: .

Gaan we in het kader van deze serie over tot het behandelen van de brochure ‘Uit de Vrije School geklapt. Over antroposofie en racisme: een stellingname’, op naam van Toos Jeurissen (1).

De Vrije School uit de brochure heet De Berkel, naar een riviertje. Ze heeft die naam behouden ondanks haar verhuizing naar een nieuwbouwwijk. De Berkel werd in 1978 opgericht en is inderdaad gevestigd geweest in het ‘kippenhok-in-aanbouw’ dat mijn moeder op een ochtend ‘bie us achter’ ontwaardde. Tegenwoordig zit in het gebouwtje een zwarte kousen-schooltje (2).

De brochure is meteen na de verschijning uitgebreid behandeld in het Kleintje. Hier lees je diverse passages uit het boekje, plus verwijzingen naar de discussie van toen. Veel van de in de brochure geciteerde passages uit de Flensburger Hefte zullen als gevolg van de zegeningen van het internet tegenwoordig ergens online zijn te raadplegen.

De brochure heeft een prangende omslag die gelukkig voor ons lezers adequaat beschreven is in de tekst:

‘In het rassenkundeschrift van de dochter van (Angelique) Oprinsen vond ik een tekening die voor mij heel goed weergeeft dat deze manier van denken en kijken ronduit verkeerd is. Het beeld van de tekening draag ik met me mee. (…) Het beeld geeft de indeling weer van huidskleur met betrekking tot de delen van een etmaal. Op de voorgrond staan twee blanke kindertjes in de stralende zon. Op de achtergrond in het donker, dus in de verdwijnende nacht, staat wazig afgebeeld een zwart jongetje’.

Pikant detail: die ‘man uit een natuurvoedingswinkel’ die reclame maakt voor het boek ‘Australie op blote voeten’ van Marlo Morgan, dat zou toch niet Appie zijn geweest…? (3)

Uit de Vrije School geklapt’ stamt alweer uit begin 1996. Bijna dertig jaar later vragen wij ons drie dingen af:

1. Hoe is het Toos Jeurissen (auteur) en Angelique Oprinsen (klokkenluidster) sindsdien vergaan? Hoe verhouden zij zich nu tot de inhoud en de boodschap van hun brochure? Zijn zij nog steeds de antroposofie toegedaan? In de volgende aflevering hoop ik een vraaggesprekje met hen of met een van hen aan te kunnen bieden.
2. Bevat het lesaanbod van Vrije Scholen tegenwoordig nog steeds een gruwel als Rassenkunde?
3. Nu de ‘omvolkings’- en de ‘white supremacy’-retoriek van Steiner zich steeds wijder verbreidt is het interessant om na te gaan hoeveel rechtstreeks verband er is tussen de aanhang van Steiner en die van ‘alt right’in Nederland, in casu het Forum voor Democratie en JA21 en diverse andere clubjes die zich om maar wat te noemen vooral sinds corona te buiten gaan aan allerlei complottheorietjes. Hoe dicht liggen de ‘joga-moeders’ die tijdens de corona in de publiciteit kwamen, bij de sofen?

(1) Je kon het destijds voor tien gulden in huis krijgen, mijn exemplaar kostte een paar euro bij het Fort van Sjakoo.
(2) Zie ook aflevering 2 van deze serie
(3) Zie aflevering 1 van deze serie

JoopFinland

  • Datum: .

Toos Jeurissen is niet beroemd geworden door haar schotschriftje tegen de racistische Vrije School (1). Dat wil zeggen: niet zo beroemd als Tommy Wieringa. Hoewel diens beroemdheid em vooral zit in een flinke stapel door hem geschreven boeken en zijn columns in de Kaag-krant, NRC.

Er was een tijd waarin staal rotte en beton roestte. Ik vertel U niets nieuws wanneer U inmiddels ook op Uw hoofd meer grijs dan blond of zwart bent. Heerlijke tijd, waarin oorlog nog oorlog was en geen bezigheidstherapie, om maar es iets te noemen … (2)

In die tijd had je een periodiek dat Rottend Staal Nieuwsbrief heette. Krantje van papier dat later Rottend Staal Online ging heten omdat het fysieke krantje verdween, net als het Kleintje dus. Op Wikipedia leest U meer over het geval, dat in 2012 definitief de geest gaf (3).

Op Rottend Staal Online staat nog steeds de tekst die Tommy Wieringa in 2000 losliet over de Vrije School. U vindt em nu nog door te googelen, maar omdat googelen in de toekomst van de kunstmatige kennis een doodlopend pad zal worden (4), geven wij hem hier integraal en voor nop.

Dat wil zeggen: in de volgende aflevering. Mis die dus niet!

(JoopFinland)

(1) Zie de vorige aflevering van deze serie
(2) Ik persoonlijk vind het stuitend om naar kiejeffers te moeten kijken die de roltrap naar een metrostation afdalen, in t-shirt en op sneakers en met verder niks bij zich als het debieltje waarop voortdurend de blik is gevestigd. Kun je in Brussel of Rotterdam ook filmen, maar dan heeft de voice overhet niet over oorlog. Een oorlog waarin de metro’s doorrijden en de debieltjes ons blijven vermeien … Het wil maar niet wennen voor mij, maar ja, ik ben dan ook groot geworden met ouders die WOII aan den lijve ondervonden …
(3) Het Kleintje bestaat nog steeds
(4) Tel maar na op Uw tien vingers: het intypen van een zoekterm zal in het universum van ChatGPT gaan resulteren in een verhaal dat U voor zoete koek moet slikken, om de simpele reden dat er geen alternatieve verhalen meer in omloop zullen zijn...

  • Datum: .

Hierbij het voor ons relevante deel van Tommy Wieringa’s rede tegen de Vrije School, zoals die in het internetis bewaard gebleven. Het ding wordt voorafgegaan door een verantwoording:

Waarom hier? Tommy Wieringa legt uit:

De onderstaande rede werd uitgesproken bij de lustrumviering van de Hogeschool van Utrecht op 30 augustus 2000. Het 'Utrechts Nieuwsblad' (UN) nam de toespraak verkort over zonder dat de auteur met die mutilatie had ingestemd. Op 9 september publiceert het UN de brief waarin de schrijver afstand neemt van de versie zoals die in de krant werd afgedrukt. Voor de geïnteresseerden hierbij alsnog de tekst zoals die werd uitgesproken voor het College van Bestuur, medewerkers en relaties van de Hogeschool van Utrecht.

En begint dan als volgt, onder de titel U en Ik, 15 minuut 51:

Toen ik halverwege de jaren '70 werd ingeschreven bij basisschool De Wiekslag in Oldenzaal, kon ik niet weten dat dat het begin was van een educatieve internering die bijna twintig jaar zou duren. Men kan vooraf maar beter niet teveel weten. Ik zou in staking zijn gegaan bij de tafel van 5.

In de derde klas kregen kinderen wondjes die niet meer dicht gingen. De Wiekslag was gebouwd op een chemische stortplaats. Zij werd steen voor steen afgebroken. Op die plaats is een stadsvijver gegraven in de vorm van Barbapapa. Eenden slobberen kroos waar ik knikkerde. *

De katholieke jongensschool St. Jozef waar ik daarna naar toe ging, hield een jaar na mijn entree op te bestaan. Zij werd ondergebracht in een algemene basisschool. De vrijgekomen gebouwen deden eerst dienst als bibliotheek, toen kwam er een bulldozer. Nu kun je op de plaats waar ik als enige toegang kreeg tot de privé-collectie boeken van meester Hoefnagels, kiezen uit zestien soorten waspoeder. Op het schoolplein waar ik ene Geert alle haren uit zijn rooie rotkop trok omdat hij 'oe moe is 'n hekse' had gezegd, zit een meisje dat vraagt of je kristalzegels spaart.

Dan de middelbare school.

Dat was een noodlottige vergissing waarvan de gevolgen tot op heden nadreunen. Door een bevlieging van mijn moeder ging ik naar de Vrije School in Zutphen. Daar kregen wij les in tijdelijke onderkomens en trokken net als de Molukkers van noodgebouw naar noodgebouw. Op al die plaatsen woekeren nu weer zuring, brandnetel en wilde grassoorten zoals zij doen wanneer de beschaving wegtrekt en ergens anders kwartier maakt.

Het antroposofische onderwijs is aan het begin van de 20ste eeuw ontwikkeld door de duistere Oostenrijkse denker Rudolf Steiner. Aan het eind van die eeuw werd zijn troebele filosofie nog altijd vrijwel ongewijzigd uitgedragen.

Steiners werken zijn pasgeleden door een onderzoekscommissie beoordeeld en op 16 passages sterk racistisch bevonden.

De leerlingen wisten dat al wat langer.

De aardrijkskundeleraar vertelde dat de continenten waren geschapen naar analogie van het menselijk gezicht: breed van boven en spits toelopend naar de kin, zie Kaap de Goede Hoop of Vuurland.

- En Australië dan? wilden wij weten.

- Of Antarctica, zijn dat dan continentale misbaksels?

Ik bedoel, we waren niet blind of zo. Maar nadere uitleg kregen we niet. Hij vervolgde met zijn inzichten in soort en ras:

- Kijk, hierboven, in die brede, bovenste ring, dat zijn wij: het blanke, Kaukasische ras. Daar horen ook de Amerikanen bij. Wij vertegenwoordigen het denkend deel der aarde, de cultuurmens, dat is aan de geschiedenis van de mensheid wel te zien. Dan is er een tweede ring, zeg van de Indiaanse, Maleise en Mongoolse rassen. Dat zijn de harde werkers, landbouwers om zo maar te zeggen. Daar is wilskracht de grootste deugd. Onder die ring vind je de negerrassen, waaronder ook de Aboriginals. Zij zijn onbekommerd, dansen veel en bekommeren zich niet om boeken of studie. Bij de negerrassen is het gevoel de voornaamste deugd.

München 1938. En ook Zutphen 1985.

Mijn haat jegens deze ariosofische racist verdiepte zich nog toen hij, nadat ik uiteindelijk van school af moest, mijn zelfgetekende wereldkaart van een meter bij een meter niet teruggaf.

Hij staat nog steeds voor de klas. Officieel is het lesmateriaal van de Vrije Scholen geschoond van racistische dogma's, maar hij zal zijn gekkenpraat nog altijd wel verkondigen. In een nieuw gebouw, dat wel. Ik ben pas wezen kijken op de opening. Het is groot en mooi.** De antroposofische gerichtheid op het Teutoonse Rijk is onverminderd sterk, want ik telde zeven lokalen Duits.

Tot hier mijn oertijd, daarna is het een beetje lichter geworden.

* Inderdaad kun je soms maar beter niet teveel weten … Het Twentse Goor waar Wieringa het levenslicht zag, kwam al sinds de jaren tachtig in het nieuws door de grootschalige vergiftiging met asbestvan haar bevolking.

** Waarschijnlijk heeft Wieringa het over de school hier vijftig meter verderop die nog steeds het predicaat vrije draagt. Een oerlelijke nieuwbouw die voor een groot gedeelte het monumentale pand van een voormalig klooster heeft vernield. Naar mijn beste weten zal ook deze huisvesting van de middelbare Steinerschool binnen niet al te lange tijd sluiten omdat de Zutphense binnenstad geen kinders meer telt. Alleen eeuwig zonde en jammer dat op de plaats van het ding zelfs geen brandnetels meer zullen groeien, te vrezen valt dat er een sofisch Bildungstheater of zelfzoekinstituut in zal komen …

Nu maar achter die aardrijkskundeleraar aan!

JoopFinland

  • Datum: .

We blijven in deze serie nog even bij Tommy Wierenga. Omdat deze schrijver na zijn rede tegen de Vrije School in 2000 nog niet klaar was met de sofen.

In 2015 stierf zijn moeder, dezelfde die hem destijds naar die school had gestuurd. De auteur schreef een boekje over de vrouw: Dit is mijn moeder. Het is vooral een boekje over de relatie tussen haar en hem, natuurlijk, Want de wegen tussen de twee scheidden toen hij twaalf was en bij zijn vader ging wonen.

De zoon bleef een zwak voor haar behouden, hoewel de vrouw knettergek was. Hij beschrijft in het boekje hoe hij -al enige tijd na haar sterven- uit zijn adressenboekje de telefoonnummers van andere doden aan het schrappen is en bij dat van zijn moeder aarzelt. Stel nu dat ze hem op een dag toch zou bellen, vanuit haar hemel?

Haar boodschap uit het hiernamaals zou op zijn antwoordapparaat belanden. En zij zou ijdel genoeg zijn om daarin niet het nummer te vermelden waarop zoonlief haar zou kunnen terugbellen …

De hemel, of het hiernamaals, was waarin moeder Wierenga heilig geloofde, en haar zoon niet, nog minder nadat hij zijn moeder op haar sterfbed had meegemaakt. De vrouw kreeg borstkanker en verliet zich voor de behandeling daarvan niet op oncologen maar op kwezels. Een bonte rij van piskijkers, sterrenwichelaars, macrobioten en huis-tuin-en-keukenpsychologen passeert de revue.

Lia Wierenga onderging het droeve lot van de befaamde actrice Sylvia Millecam, in 2001. Ook die gaf zich voor de behandeling van haar kwaal over aan ‘alternatieve genezers’ en kwam pas van die dwaalweg terug toen het te laat was. De dood van Millecam veroorzaakte toentertijd een behoorlijke portie ongenoegen in de samenleving *.

Maar helaas niet genoeg om de kwakdenkers voorgoed in een kwaad daglicht te stellen …

(JoopFinland)

* Ook in Kleintje Muurkrant. Googel op sylvia en millecam en je kunt het allemaal nog es meemaken...

  • Datum: .

De nieuwste biografie van Bernard Lievegoed gelezen, of liever gezegd doorgeploegd. Je moet er helemaal voor naar de laatste van de ruim 400 pagina’s ongelofelijk slecht opgeschreven ongelofelijke kul maar daar wordt de kern van Lievegoed en zijn sekte dan ook bondig samengevat:
-Ondergang van (het rijk van Theodorik), enkele decennia na zijn dood.
-Ondergang van de Zonnehuizen en het NPI enkele decennia na het overlijden van Bernard
(Lievegoed) (1)
Waarbij Theodorik staat voor Theodorik de Grote, heerser van het Oost-Gotische koninkrijk (circa 450-550 na Christus), de Zonnehuizen voor de heilpedagogische instituten van de anthroposofen, en het NPI voor Nederlands Pedagogisch Instituut (voor organisatieontwikkeling in het bedrijfsleven).
En waarbij de link tussen Theodorik en Lievegoed zou bestaan uit de aanname dat de laatste een reincarnatie van de eerste zou zijn geweest …

Uitgeluld ben je …

Maar waarom koopt Jopie zo’n raar (en duur: veertig piek ben je aan het ding kwijt) boek over een boedel die eigenlijk failliet is, zult U vragen. Wel, dat zit zo: Jopie heeft een Lievegoed van nogal dichtbij meegemaakt. En wil zijn kennis over de man graag met U delen.

Het gaat daarbij dus niet om pa Lievegoed, die was al bijna dood toen ik een telg van hem ontmoette. Die heet Reinout Lievegoed, de tweede nog in leven zijnde zoon (geboren in 1945) van Bernard Lievegoed en Nel Schatborn.
Ik worstelde me door het ‘boek’ (2) over pa om meer te weten te komen over diens verhouding met deze Reinout, en over het leven van Reinout Lievegoed voordat ik hem tegenkwam. Vergeefs dus: Reinout wordt in de biografie alleen maar geboren, en genoemd in de overlijdensadvertentie voor zijn vader.
Da’s geen goed teken in verband met een vader-zoonverhouding, zeg ik U na, maar dat is, omdat ook de twee echtgenotes en de andere kinderen van Lievegoed nauwelijks in diens successtory worden genoemd, mogelijk het gevolg van de verheerlijking van de schrijver voor zijn goeroe.

Ik denk dat ook omdat de Reinout Lievegoed zoals ik hem ken, wel degelijk in de voetsporen van senior is getreden, een grote naam is binnen de anthroposofische beweging en regelmatig in de Duitse en Zwitserse gelederen van de sekte verblijft.

Zo functioneert ook deze Lievegoed in een veelvoud aan medische beroepen. Hij was de arts maar ook de psycholoog van mijn toenmalige schoonmoeder. Maar hij was tevens de arts van mijn toenmalige vriendin.
In die tijd -halverwege de jaren tachtig van de voorbije eeuw- was Reinout directeur van het anthroposofische ziekenhuis Berg en Bosch in Bilthoven. Ik weet dat omdat hij daar om de haverklap die ex-schoonmoeder van mij heenbracht.
Schoonmoe -die geloofde in engelen en kabouters en zich naar eigen zeggen uitstekend met ‘gestorven geesten’ kon verstaan- werd ook regelmatig door Reinout naar ‘dokter Bastiaans’ getransporteerd (3).

Een kort lijntje had Lievegoed junior ook met de ‘biodynamische zorgboerderij’ De Hondspol, in Driebergen-Rijsenburg. Daar werd mijn ex-vriendin gedurende de zomer van 1987 drie maanden opgesloten (alleen haar moeder had er toegang tot haar), in het kader van een therapie tegen manisch-depressiviteit zoals die aandoening toen nog heette.
Zo vervulde deze Reinout een zeer centrale rol in het leven van in ieder geval die vrouwen. Maar bleek hij zodra men hem echt nodig had -ik riep zomer 1988 zijn hulp in toen haar moeder mijn van mij zwangere ex overhaalde om weer gezellig bij haar te komen wonen- bij zijn collega-kwezels in het Duitse te verblijven.

Maar behalve als arts, kinderarts, psycholoog en chauffeur maakte Reinout Lievegoed zich ook verdienstelijk als … minnaar. Zijn vrijwel dagelijkse bezoeken aan ex-schoonmoe liepen er altijd op uit dat het tweetal zich afzonderde in de kamer van de vrouw en de behandelend geneesheer de volgende ochtend bij het ontbijt aanschoof.
En mijn ex mocht zelfs een kindje van hem baren …
Op het huwelijk van haar en mijn dochter was ook de halfbroer van de laatste aanwezig. In de rondgezongen versie over zijn vader heeft die aanvankelijk wel contact met de jongen gehad maar dat later afgekapt.
Ik snap wel waarom …
De jongen is Reinout gedoopt. En in het onooglijke boek over Lievegoed senior is een foto afgedrukt waarop onze Bernard op zijn twintigste als twee druppels water lijkt op deze Reinout junior junior...

(1) Bernard Lievegoed 1905-1992; Een mens met een missie; Een biografie in eigen woorden. Auteur: Frans Lutters; Uitgeverij Christofoor, 2023, pagina 406.
(2) Wat te zeggen van een passage als deze? ‘Tussen tweeënveertig en negenenveertig heerst Mars en eindigt de (21 jaar) grote zonnetijd. (…) Voor de man die door zijn veertiger-jaren-crisis heengekomen is, betekenen de vijftiger jaren een bevrijding. (…) De tijd die iemand de mogelijkheid biedt dingen te overzien, de Jupitertijd.’ (idem, pp 220-221)
Je kunt het hele boek lezen en je kunt het voor mijn part ook twee keer lezen, maar nergens krijg je uitleg van gehanteerde begrippen zoals ‘planetenleven’, ‘ingewijde’, ‘maanknoop’. Misschien moet je daarvoor juist een ingewijde zijn…?
(3) Zoals bekend behandelde Jan Bastiaans mensen met een oorlogstrauma en deed hij dat ook met behulp van een dosis LSD.

(JoopFinland)

  • Datum: .