Jacob Israël de Haan

donderdag 10 augustus-2006
Vanzelfsprekend is protest tegen de Israëlische misdaden in Libanon een gerechtvaardigde zaak, maar het bekladden van het monument voor de dichter Jacob Israël de Haan in de Amsterdamse Jodenbreestraat, is een misser van proporties. Als De Haan nu geleefd had, was de kans namelijk groot geweest dat hij zich krachtig tegen Israël had uitgesproken. Sterker nog: De Haan is de geschiedenis ingegaan als de eerste jood die door een zionist werd vermoord, omdat hij zich niet met het zionisme kon verenigen.

Jacob Israël De Haan werd op 31 december 1881 in Smilde geboren en was de zoon van een joodse godsdienstleraar. Zelf had hij niet veel op met het joodse geloof, hij voelde meer voor het socialisme. Bovendien ontdekte hij bij zichzelf homoseksuele gevoelens, wat in die tijd nogal onverenigbaar was met het joodse milieu. In 1904 woonde de Haan in Amsterdam. Hij zorgde toen voor veel opschudding met het homo-erotische boek ‘Pijpelijntjes’. Na verschillende mislukte betrekkingen, schandalen en de aanscherping van de Nederlandse zedenwet in 1911, sloeg de Haan een andere richting in. In 1915 verscheen het eerste deel van zijn dichtbundel ‘Het Joodse Lied’, waarmee hij, ondanks zijn homoseksualiteit, een zekere populariteit bereikte onder joden in Nederland. Hij begon vervolgens aan een studie Hebreeuws en meldde zich aan als lid van de Nederlandse Zionisten Bond, om in 1918 naar Palestina te vertrekken. In Palestina was de Haan aanvankelijk gefascineerd door de joodse kolonisten, maar al snel trok hij zich het lot aan van de Arabische bevolking, die zich toen al in een achtergestelde positie bevond vergeleken met de door Westers kapitaal gesteunde joodse immigranten. De Haan sprak zich uit voor een joods-Arabische samenwerking en samen met de vooraanstaande Palestijnse Rabbijn Yosef Chaim Zonnenfeld bezocht hij verschillende Arabische leiders. Ook sloot hij zich aan bij de (destijds) anti-zionistische organisatie ‘Yagoedat Israël’.
Voor de zionisten was de maat daarmee vol: zij riepen de Haan uit tot verrader. Hij werd op straat door hen uitgescholden en bespuugd. Op 30 juni 1924 werd hij neergeschoten, bij het verlaten van een synagoge, om een dag later te overlijden. Pas in de jaren tachtig werd deze moord opgelost. Toen bleek dat Awraham Tehoni, de toenmalige leider van de militair zionistische organisatie ‘Haganna’, een einde aan het leven van de Haan had gemaakt.

Kortom: het is volstrekt misplaatst om Israëlische misdaden aan de naam van Jacob Israël de Haan te verbinden, door een monument ter nagedachtenis aan hem te bekladden. Dit incident toont aan hoe eenvoudig het is om het gestelde doel voorbij te schieten.

  • Hits: 194
Klik hier om uw reactie toe te voegen

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch