Over Syrië

Hits: 314

woensdag 27 juli-2011
Syrië, evenals Libanon, behoorde tot de Eerste Wereldoorlog tot het Ottomaanse Rijk. Na bijna 400 jaar viel dit rijk tijdens deze oorlog uitéén in Franse en Britse mandaatgebieden. Syrië en Libanon werden een Frans mandaatgebied. In 1920 werd Libanon losgemaakt van Syrië overeenkomstig de verlangens van de Libanese Maronieten. In 1941 riep Syrië zijn onafhankelijkheid uit, die echter pas in 1944 door de meeste landen werd erkend. De Fransen bleven in Syrië tot 1946. In 1956 maakte Syrië samen met Egypte deel uit van de Verenigde Arabische Republiek (VAR). In 1963 werd een staatsgreep gepleegd, die de Baath-partij aan de macht bracht. Op 22 februari 1971 werd Hafiz al-Assad president. Na zijn overlijden in 2000 werd hij als president opgevolgd door zijn zoon Bashar al-Assad. De buitenlandse politiek werd grotendeels bepaald door conflicten met Israël en Libanon. In 1967 veroverde Israël de Golan-hoogten op Syrië. In 1973 opende Syrië tijdens de Jon Kippoer oorlog de aanval op Israël, maar zag geen kans de bezetting van de Golan-hoogten ongedaan te maken. In 1976 viel Syrië het in een burgeroorlog verkerende Libanon binnen. Het verliet Libanon pas weer in 2005.

Een burgeroorlog nabij
Wanhopige verhalen van Syrische vluchtelingen in Turkije en de propaganda van de Syrische staatsmedia, meer komt er niet naar buiten over het toenemende geweld. Het land is hermetisch afgesloten, de buitenlandse pers is het land uitgezet. Duidelijk is dat duizenden militairen de opstandige Noord Syrische stad Jisr al Shughour innamen en de omgeving uitkamden en afbranden, nadat een week eerder 120 veiligheidsofficieren waren gedood. Waarschijnlijk door het Syrische leger zelf, omdat de veiligheidsagenten weigerden burgers te doden. Als de oppositie gelijk heeft is er sprake van muiterij in het leger en heeft de oppositie de wapens opgepakt. Deze mogelijkheid duidt op een escalerende opstand die een burgeroorlog dichterbij brengt. De betogende opstandelingen eisen het vertrek van het regime van president Bashar al-Assad.(45). Het aantal dodelijke slachtoffers wordt al geschat op 1600 mensen. Door met tanks, helikopters en duizenden soldaten elke opstandige stad te bestoken, maakt Assad duidelijk dat het Libische scenario vooralsnog is uitgesloten.
De meerderheid van de Syrische bevolking, zo’n 70 %, bestaat uit soenitische moslims, die weinig of niets te vertellen hebben. De vele minderheden, christenen, Koerden, Druzen en Armeniërs worden beschermd door de Alevieten: een religieuze minderheid in Syrië (ongeveer 15 procent van de bevolking). Zij maken al decennia lang de dienst uit in het land. Volgens de Amerikaanse Syrië-kenner Joshua Landis, vrezen de minderheden een machtsgreep door de soennieten. Als het een sektarische oorlog wordt, dan zijn de soenitische opstandelingen overduidelijk in het voordeel. De Alevieten hebben dan alles te verliezen. De kans is reëel dat het leger van Assad in tweeën breekt en dat daardoor de soenitische opstandelingen de beschikking krijgen over de zo nodige wapens. Hoewel de legerleiding uit voornamelijk Alevieten bestaat en trouw is aan Assad, zijn de soldaten dienstplichtigen of gewone soldaten die hoofdzakelijk uit Soenieten bestaan. Volgens internet melden Syrische dissidenten zich steeds vaker aan als militairen, die weigeren te vechten tegen de eigen bevolking. De strijd in Syrië lijkt niet meer te gaan over het veroveren van een plein om te kunnen demonstreren, maar te gaan om de loyaliteit van het leger. Want dat heeft de wapens die nodig zijn om het regiem te verdrijven (1) .

Een onneembare vesting
Cruciaal in de geopolitieke strategie van het Assad-regime is de alliantie met Iran, die in 1979 werd gesmeed tussen Hafiz al-Sadat (de vader van de huidige president) en ayatollah Khomeini, dat Syrië nieuwe mogelijkheden bood in de strijd tegen Israël. De koude vrede tussen Israël en Egypte ging gelijk op met de koude oorlog tussen Syrië en Israël die deels in Libanon werd uitgevochten. De alliantie gaf Iran de mogelijkheid om via Syrië de Hezbollah te bewapenen, waardoor het land indirect een rol speelde in de burgeroorlog in Libanon. Daar vonden Syrië en Iran elkaar in de strijd tegen Israël. En zelfs na de terugtrekking van Israël uit Zuid-Libanon in 2000 bleven Iran en Syrië de Hezbollah steunen.
Meer recentelijk heeft Turkije tevergeefs gepoogd om te bemiddelen tussen Israël en Syrië. Syrië steunt Hamas en tot op dag van vandaag verblijft de leider van Hamas, Khaled Meshaal, in Damascus. Op de achtergrond maakt ook Iran gebruik van de alliantie met Syrië om Hafiz al-Sadat de strijd te doen staken en de onderhandelingstafel te verkiezen.
Bashar al-Assad, die in 2000 zijn overleden vader opvolgde, heeft bewezen dat hij even behendig als zijn vader kan navigeren tussen allerlei regionale obstakels. Hij hield vast aan de relatie met Iran en ondanks de terugtocht uit Libanon in 2005 heeft Syrië in Libanon nog een flinke vinger in de pap, hetzij indirect via Hezbollah, hetzij via de veiligheidsdiensten. Ondertussen werkt Assad hard aan het verbeteren van de relatie met Turkije. Dit heeft geresulteerd in versterkte economische banden, vrije doorgang van burgers en recentelijk zelfs gezamenlijke militaire oefeningen. De bekoelde relatie tussen Turkije en Israël helpt bij deze toenadering. Ook weet Assad de VS slim te bespelen. Barack Obama is doordrongen van de strategische waarde van Syrië en koestert de hoop dat een akkoord tussen Syrië en Israël het einde zal betekenen van de tandem Syrië-Iran. President George Bush riep na de moordaanslag op de Libanese premier Hariri de Amerikaanse ambassadeur in Damascus terug en legde Syrië sancties op.
Sinds het aantreden van president Obama zijn de relaties verbeterd. Obama heeft in januari 2011 zelfs een nieuwe ambassadeur naar Damascus gestuurd. De sancties blijven nog wel van kracht en het lopende onderzoek naar de daders van de aanslag op Hariri zal genoeg aanleiding geven voor diplomatiek getouwtrek.
Veel landen hebben baat bij een stabiel Syrië en vooralsnog zien zij Bashar al-Assad als degene die dit kan garanderen. Ondanks de retoriek en de steun van Syrië aan Hamas en Hezbollah heeft Israël meer baat bij het huidige regime dan bij een instabiele toestand aan zijn noordgrens. De VS zijn kritisch over de repressie, maar sluiten interventie voor-als-nog uit (2).

De opstand
Op 26 januari 2011 ontstonden er protesten tegen het bewind van Bashar al-Assad om politieke hervormingen en burgerrechten op te eisen en het einde van de noodtoestand, die al sinds 1963 bestaat af te dwingen. Op 29 maart nam het Syrische kabinet ontslag als toegeving aan de betogers. Op 19 april werd de noodtoestand opgeheven. Aanvankelijk was Bashar al-Assad er nog stellig van overtuigd, dat zijn land immuun was voor onrust zoals in Tunesië en Egypte. In een interview met de Wall Street Journal zei hij: “Ondanks de moeilijke omstandigheden waarin Syrië verkeert is het stabiel, omdat ons beleid volledig in lijn is met de wensen van het volk” Inderdaad, Bashar al-Assad genoot in zijn land voor een deel een grote populariteit. Maar zelfs onder zijn aanhangers heerste het besef, dat het land toe was aan verandering. Een groeiende groep vond zelfs, dat het hervormingsproces niet snel genoeg ging. In navolging van de bevolking van Tunesië, Egypte, Jemen en Bahrein gingen de Syriërs sinds medio februari dan ook de straat op om te betogen voor meer vrijheden en een beter leven op korte termijn ten koste van honderdtallen doden. De berichtgeving werd, nadat nagenoeg alle westerse journalisten het land uitgezet waren, in hoge mate onbetrouwbaar en karig (3).
De machtsbasis van Bashar al-Assad en zijn vader Hafez al-Assad rustte vooral op de Alevieten, die een religie beleden verwant aan die van de sjiieten. Samen met andere sjiietische groeperingen maken zij echter slechts circa 15 procent uit van de bevolking. De meerderheid van de bevolking, circa 70 procent, is soenitisch. De rest van de bevolking bestaat uit circa 10 procent Christenen en Druzen. Het socialistische en seculiere regime van Al-Assad is namelijk aantrekkelijk voor de religieuze minderheden, die al-Assad’s keiharde optreden tegen de soenitische Moslimbroederschap waarderen. Dit systeem werkte dankzij de geheime dienst, de beruchte Mukhabarat. De corruptie onder de alevitische machthebbers en de soenitische loyalisten, die hoge posten bezetten in het leger en de geheime dient, is bovendien een groot obstakel voor het economische liberaliseringsprogramma (4).
Een fundamenteel dilemma bleef. Of de economie liberaliseren en het creëren van voldoende arbeidsplaatsen voor de groeiende bevolking of het niet liberaliseren van de economie en het in stand houden van grote werkloosheid en onderdrukking van de meerderheid van de soenitische bevolking. Al –Assad was uiteindelijk te laat met zijn hervormingen zodat als gevolg van de ontwikkelingen in Tunesië en Egypyte de opstand uitbrak die zich uitbreidde over het hele land en die steeds massalere vormen aannam. De strategische locatie van Syrië tussen Israël en Libanon enerzijds en Iran anderzijds maakt het mogelijk voor Syrië een veel grotere politieke rol te spelen in de regio, dan bijvoorbeeld Libië, waar het Westen heeft ingegrepen om de bevolking te beschermen bij hun verzet tegen dictator Khadafi. Zo een ingrijpen van het Westen tegen het Syrische leger en de gevreesde veiligheidsdienst Mukhabarat tegen de eigen bevolking is in Syrië daarom niet denkbaar. Het onder politieke en economische druk zetten van Bashar al Assad is een mogelijkheid, maar de vraag is of hij er zich iets van zal aantrekken. Wellicht dat Turkije in staat is het militaire geweld van Syrië door onderhandelingen met Bashar al-Assad stop te zetten. Ook kan Iran in die zin een belangrijke rol spelen. Europa en de VS zijn daartoe niet de geschikte partners door hun relaties met Israël.

Jan Oosthoek (voorzitter Werkgroep Midden Oosten-Vught), 27 juli 2011

noten:
(1) Elsevier van 18 juni 2011
(2) De Groene Amsterdammer van 7 april 2011
(3) HP-De Tijd april 2011- Irene de Zwaan
(4) Elsevier van 30 april 2011

Klik hier om uw reactie toe te voegen
Aantal keren bekeken: 314

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch