Bernhard's brief (005)

maandag 16 februari-2004
Begin 1949 toen zij hun activiteiten ten behoeve van Gerit Reede en het achterhalen van de brief die in diens bezit zou zijn aanvingen, kwamen Jan Berghuis en Jeanette Kamphorst in aanraking met de geestelijk verzorger van de familie Reede: pater W.Cooymans. De pater was voor de oorlog al verbonden aan het Haagse Aloysiuscollege. Met uitzondering van ’40 – ’45 toen hij les gaf aan het Amsterdamse filiaal. Cooymans was al geruime tijd bezig om een proces versus Reede te voorkomen. Daarvoor had hij ondermeer steun gezocht bij het stijf-katholieke kamerlid Ch.J.J.M. Welter. Toen het duo Kamphorst – Berghuis zich aan het front meldde zond hij laatstgenoemde al snel naar Den Haag voor een consult met de geachte afgevaardigde. In een brief aan Welter refeerde Cooymans aan het bezoek van Berghuis aldus:
“ ... Waarom ik schreef dat ik het in het belang van het land vond, dat deze zaak (Reede) geruisloos zou moeten worden behandeld zal u wel duidelijk zijn geworden uit het onderhoud dat de heer Berghuis met u mocht hebben”.
Waar de pater naar verwees is zelfs door een Lepeltak nog in te vullen. De pogingen van deze combine om een proces-Reede te voorkomen leden schipbreuk. Maar ten tijde van dat proces deed zich wel een merkwaardig intermezzo voor toen Reede om een onderbreking van de zitting verzocht voor een onderonsje met de president van de rechtbank. Aldus geschiedde. Aan het eind van het proces kreeg hij vijftien jaar voor de mik. De eis was levenslang. Verdiend was de doodstraf. Een klein jaar later werd het vonnis door de raad van cassatie bevestigd. Procureur fiscaal bij die raad was professor Langemeijer, die enige tijd daarna nog bezoek zou krijgen van ene Jeanette Kamphorst (*). Stay tuned.

(*) Zie aflevering drie van deze serie.

Bernhard's brief

  • Hits: 317
Klik hier om uw reactie toe te voegen

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch