Bernhard's brief (003)

donderdag 12 februari-2004
Al heel kort na zijn veroordeling tot 15 jaar begon dubbelspion Reede tekenen van irritatie te vertonen. Hij voelde zich onrechtvaardig behandeld en wilde de petoet uit. Per saldo had hij in zijn ogen uitstekend werk verricht. Had hij immers niet in samenspraak met zijn Britse en Duitse opdrachtgevers ervoor gezorgd dat CS 6, misschien wel de gevaarlijkste communistische verzetsgroep tijdens WO II, tot de grond aan toe was afgebroken? Had hij niet zo’n magnifieke rol neergezet in het Englandspiel-drama en dat van de Silbertannemoorden? En had hij niet zo keurig zijn mond gehouden over de geheime Brits-Duitse contacten?Of over een brief? Hij begon Jeanette Kamphorst, een nog vrij onervaren actrice op het conspiratieve toneel, deelgenoot te maken van zijn geheimen. En hij stuurde haar op pad om druk uit te oefenen op allerlei lieden die mogelijk bij machte waren om hem uit zijn benarde positie te bevrijden. Zo spraken zij bijvoorbeeld af dat zij binnen die context contact zou opnemen met professor G.E. Langemeijer, ook toen al een invloedrijk man in het Nederlandse befwereldje. Dat ging blijkbaar niet helemaal naar wens. Op 3 juni 1953 schreef hij ongeduldig aan Kamphorst:
“...Wat de correspondentie met professor Langemeijer betreft schrijft u dat u hem 10 dagen (de) tijd gegeven hebt. Maar heeft u daar ook verdere consequenties aan verbonden? Ik bedoel bij niet antwoorden? Zo ja, wat ik ook aanneem, wat zijn dan de volgende stappen ten aanzien van Professor Langemeijer?”
Later zou Kamphorst verklaren dat ze eenmaal bij Langemeijer thuis was geweest en gedreigd had dingen uit diens privéleven naar buiten te tillen als hij niks voor Reede deed. Of die botte chantage effect heeft gehad hebben we niet kunnen achterhalen. Maar feit is wel dat Reede niet zo heel lang meer heeft moeten wachten op zijn vrijlating. Overigens kent zijn brief een interessant vervolg:
“U voelt wel dat als hier thans niets gebeurt de gehele zaak in een belachelijk daglicht komt te staan en hij zeer terecht in zijn vuistje lacht. Mijns inziens rest hier slechts één antwoord en dat is publicatie. Maar dan ook radicaal. Laten we dan voorlopig de twee zaken van prins Bernhard uit het spel laten dan is er toch nog voldoende stof tot publiceren...”
De twee zaken die Reede op het oog had waren de 100.000 Reichsmark die de prins in 1937 ontvangen zou hebben van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA) in Berlijn als beloning voor verstrekte inlichtingen. En de stadhoudersbrief die niet bestaat, maar als ie wel bestaat vals is. De brief waarvan Jan Heitink in 1981 een kopie heeft aanschouwd in La Piscine, het hoofdkwartier van de Franse geheimedienst in Parijs. Stay tuned.

Bernhard's brief

  • Hits: 314
Klik hier om uw reactie toe te voegen

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch