• Laatst gewijzigd: zaterdag 25 februari 2017, 11:56.

Terreuraanslagen, de nood aan zelfkritiek

  • Gepubliceerd in Actueel

Het wekt geen verbazing dat ondanks het feit dat we de grootste terreuraanslag ooit meemaakten men er niet in slaagt om naar de kern van het probleem te gaan. En dat is de steun die men vanuit het westen, en dus ook België (1), al sinds het ontstaan van die salafistische terreurgroepen in 1980 aan die bendes geeft.
Toen in april 2013 al Qaeda de oliebronnen in het oosten van Syrië veroverde was de EU er de volgende maand als de kippen bij om die verovering te steunen. Op 23 mei 2013 immers beslisten de 28 ministers van Buitenlandse Zaken van de EU unaniem, en dus ook onze Didier Reynders, dat het embargo met Syrië voor olieproducten zou opgeheven worden.
Uit dat al Qaeda zou dan na een afsplitsing ISIS ontstaan. De EU en Reynders maakten dus de financiering van ISIS mogelijk en steunden al Qaeda. Het is trouwens uit een officieel Amerikaans document geweten dat de VS al in augustus 2012 speelde met het idee van de oprichting van een islamitisch kalifaat in Syrië en ook Irak.
Sinds het ontstaan van die oorlog in Syrië hebben onze politici, zogenaamde specialisten en media voor 100 procent achter die opstandelingen gestaan. Syriëstrijders werden in de media omschreven als helden, idealisten en vrijheidsstrijders.
De kranten bulkten jarenlang uit van hun heldenverhalen en ngo’s namen kritiekloos hun verhalen over als zijnde de absolute waarheid. Met als goed voorbeeld Human Rights Watch en de gasaanval met sarin vlakbij Damascus van 21 augustus 2013.
Wat de westerse elites nodig hebben is een goede spiegel en een flink pak zelfkritiek. Typerend is dat in gans die massa’s woorden die men besteedde aan de zaak de naam van Saoedi-Arabië zelden of niet voorkwam. En nochtans levert dat land de wapens, geld en ideologie aan die bendes.
Doet men niet aan de nodige zelfkritiek dan is het alleen wachten op de volgende aanslag. Is het niet van ISIS dan is het van een andere salafistische terreurgroep.

(1) Dit stukje is een brief van Willy Van Damme aan Humo naar aanleiding van de berichtgeving over de terreuraanslagen (zie)