|
Date: Sat, 17 Jul 1999
Hierbij ontvangen jullie een artikel van mij over mijn indrukken van
een
bijeenkomst bij XminY over het besluit van de Fabel van de Illegaal
uit
Leiden om te stoppen met hun deelname aan de anti-MAI campagne.
Ter verdere lezing/verspreiding/publicatie of wat je maar wilt.
groetjes Jeroen
****************************************************************************
DOOR DENDEREN OF DISCUSSIE?
Dinsdag 6 juli was ik op een bijeenkomst bij de fondsorganisatie XminY.
Twee mensen van XminY en het Platform naar een Ander Europa hadden de
mensen van de Fabel van de Illegaal uit Leiden uitgenodigd om uitleg
te
komen geven over de beslissing om met hun deelname aan de campagne "MAI
niet gezien" te stoppen. De Fabel was, samen met vele anderen,
eind 1997
één van de initiatiefnemers in Nederland tot het oprichten
van deze
campagnegroep gericht op het bestrijden van het wording zijnde verdrag
tussen een groot aantal nationale staten, dat als hoofdbedoeling heeft
de
laatste belemmeringen voor ongebreidelde investeringen en de eventuele
gevaren die deze belangen bedreigen te beschermen. De afgelopen weken
heeft
de Fabel, na weken lang met diverse personen overleg te hebben gevoerd,
in
diverse bladen en mailinglijsten een aantal artikelen doen circuleren
over
de achterliggende redenen van die beslissing.
Kort gezegd komen die redenen op het volgende neer. De Fabel is zich
de
laatste maanden meer en meer bewust geworden van het feit dat de wijze
waarop de anti-MAI-campagne werd gevoerd in grote lijnen aansloot bij
de
themas en speerpunten die extreem-rechts ook tegen het MAI-verdrag
naar
voren brengt. De Fabel vindt dat wanneer de manier waarop invulling
wordt
gegeven aan een campagne blijkbaar dermate navolging vindt bij, en
overeenkomsten vertoont met de wijze waarop extreem rechts zijn eigen
anti-MAI-campagne voert, dat er dan iets fundamenteel schort aan de
campagne vanuit links. Wanneer je niet meer aan kan geven in een campagne
waar de verschillen tussen radicaal links en extreem-rechts liggen,
dan
schort er iets fundamenteel aan de inhoud van je campagne. Daarbij komt
nog
dat de Fabel een gebrek bespeurde aan kritisch denken en ideeën
in de
internationale anti-MAI-campagne. Bij het instappen in de anti-MAI-campagne
is door vele groepen, de Fabel inclusief zoals ze zelf erkennen, niet
eerst
nagedacht over een linkse onderbouwing van die campagne. Welke fundamentele
ideeën en tegenstellingen in de samenleving er aan de kaak gesteld
moesten
worden, was meerdere malen een thema dat vooruitgeschoven werd. De Fabel
wou dat niet langer vooruitschuiven.
Tevens ontdekte de Fabel dat een aantal belangrijke organisaties die
op
internationaal vlak actief zijn in de anti-MAI-campagne, nauwe banden
onderhouden met, of gefinancierd worden door de Engelse James Goldsmith
Memorial Foundation. Die fondsorganisatie wordt geleid door Edward
Goldsmith, een man die al decennia aan de weg timmert in met name
milieucampagnes. Goldsmith stond ooit aan de wieg van de oprichting
van
bijvoorbeeld Friends of the Earth, de internationale koepelorganisatie
waarbij het Nederlandse Vereniging Milieudefensie is aangesloten. De
laatste jaren knoopte Goldsmith steeds nauwere contacten aan met extreme
rechtse denktanks van onder andere het Franse Front National en het
Belgische Vlaams Blok. Diezelfde Goldsmith is tevens een belangrijke
persoon in het International Forum on Globalisation, dat in 1997 de
internationale anti-MAI-campagne op gang bracht. Voor de overige details
met betrekking tot Goldsmiths verwerpelijke ideeën en banden verwijs
ik
naar de artikelen van de Fabel van de Illegaal.
De twee voornoemde redenen deden de Fabel besluiten zich terug te trekken
uit de anti-MAI-campagne, om zich te kunnen bezinnen op mogelijkheden
voor
een andere invulling van deze campagne. Tevens impliceerde dit besluit
dat
de Fabel zijn rol als secretariaat van de campagne wou afstoten. De
artikelen en het besluit tot afstoten van de secretariaatsfunctie sloegen
in als een bom. In de Ravage van 26 juni 1999 verscheen een woedend
artikel
van Kees Stad die de Fabel beschuldigde van samenzweringsdenken,
ideologische bekrompenheid, en stelt dat wanneer je je niet met themas
wilt bezighouden waar extreem-rechts in geïnteresseerd is je maar
beter
niet meer met politiek kan bezig houden. Tevens beschuldigde hij de
Fabel
ervan zijn ogen positie in deze ommezwaai nauwelijks duidelijk te hebben
gemaakt. Terwijl ik de artikelen van de Fabel in grote lijnen genuanceerd
en zelfkritisch vond, stond Kees artikel bol van de plattitudes.
Verwijzend naar de anti-asfaltbeweging in Engeland wist hij het zelfs
zover
te brengen dat "je op sommige punten misschien wel meer hebt aan
oprechte
conservatieven dan aan veel van die zelfbenoemde radicalen". Ik
zie niet in
wat daar nu positief aan is. Oprechte conservatieven willen geen snelweg
langs hun landgoederen, niet omdat ze tegen het toenemende autoverkeer
zijn, maar omdat ze die overlast niet bij hun eeuwenoude familiebezit
willen. Dat heeft puur te maken met de verdediging van het eigen belang
en
niets te maken met een fundamentele kritiek op de toenemende
(auto)mobiliteit (en andere aspecten van de technologisering van de
samenleving), met alle daaraan verbonden desastreuze gevolgen. Ik zie
daar
weinig gemeenschappelijks in. Nog even afgezien van alle andere
verwerpelijke politieke ideeën die deze lieden erop na houden.
Dat Engelse
road-protesters daar eventueel geen probleem zien, is hun zaak.
Maar niet alleen Kees had zich gestoord aan de wijze waarop en de inhoud
van de door de Fabel het land ingestuurde artikelen. Ook diverse andere
groepen en personen voelden zich op positieve of negatieve wijze
aangesproken. En zo kwam die adhoc-bijeenkomst bij XminY tot stand.
Diverse
al of niet betrokkenen bij de MAI-campagne, of mensen die de door de
Fabel
aangevoerde discussiepunten interessant vonden (waaronder ik mezelf
reken),
kwamen op de bijeenkomst af. Hoewel de inzet van XminY en het Platform
naar
een ander Europa was, dat de Fabel rekenschap zou komen geven over de
inhoudelijke argumenten voor de stopzetting van de deelname en de wijze
waarop die overgebracht was, had de Fabel om een andere invulling van
de
agenda gevraagd waarbij niet zij, bij wijze van spreken, in het
beklaagdenbankje zouden komen te zitten. De Fabel had voorgesteld de
discussie breder te trekken naar het thema "welke inhoud geef je
aan
campagnes, met wie en op welke wijze voer je ze". Dat leek mij
interessant.
Maar al bij het begin van de bijeenkomst bleek dat de meeste aanwezigen
geen interesse hadden voor zon discussie.
Een aantal mensen hadden zich hogelijk opgewonden over de inhoud van
de
artikelen. Zoals Kees Stad ze oppervlakkig en zonder veel zelfkritiek
vond,
vonden anderen dat de weergegeven feiten niet klopten, of vonden dat
de
interpretatie die aan de feiten werd gegeven van een hoog paranoïa-gehalte
getuigde. Sommigen bleken de stukken ook erg slecht gelezen te hebben.
Zij
constateerden dat de campagne "MAI niet gezien" door de Fabel
was
opgeblazen door eruit te stappen en de campagne als "besmet met
anti-semitische tendensen te verklaren". Uit de artikelen van de
Fabel
blijkt noch dat ze de campagne willen opblazen, noch dat actievoeren
tegen
het MAI-verdrag per definitie anti-semitisch is. De Fabel geeft in de
artikelen aan dat zij pas op plaats maken, dat zij zich voorlopig
terugtrekken, dat zij een aantal zaken eerst goed willen uitzoeken,
om dan
vervolgens te kijken op welke wijze zij een andere invulling aan de
campagne of themas zoals globalisering en vrijhandel kunnen geven.
Als
anderen op de oude voet verder willen gaan staat dat helemaal vrij.
De
Fabel heeft getracht de redenen nogmaals mondeling te verduidelijken.
Maar
eigenlijk waren de meeste aanwezigen daar ook niet in geïnteresseerd.
Tegen
het grootste deel van de aangevoerde feiten werd ook niet veel ingebracht.
Het bleek uiteindelijk vooral te gaan om de wijze waarop de Fabel hun
beslissing had genomen en die over had gebracht. De boodschapper wordt
gekapitteld en over de strekking van de boodschap zelf wil men niet
discussiëren.
Dat die beslissing van de Fabel al langer in de lucht hing was bij velen
al bekend die de afgelopen maanden gesprekken hadden gevoerd met mensen
van
de Fabel. De Fabel maakte zijn beslissing begin juni via een bijgevoegde
brief bij de notulen van het "MAI niet gezien"-netwerk, en
daarna via
diverse bladen en mailinglijsten, bekend. Veel mensen, met name die
niet of
weinig op de vergaderingen kwamen van de campagnegroep, werden overrompeld
door die beslissing. Opeens dreigde de campagne zonder secretariaat
te
komen te zitten. Al die honderd of meer abonnees op de MAI-mailinglijst,
die voor het grootste deel passief consumeerden en zelden of nooit op
vergaderingen kwamen om mee te denken en mee vorm te geven aan de campagne,
waren ineens zonder secretariaat komen te zitten. Dat is in eerste
instantie een probleem van het hele campagnenetwerk "MAI niet gezien".
Blijkbaar was de secretariaatsfunctie van de Fabel voor de campagne
dermate
belangrijk geworden, dat met het opstappen van de Fabel de hele campagne
op
zn reet zou komen te liggen. Dat zegt wel iets over de betrokkenheid
van
de overige `deelnemers aan het netwerk. De meesten waren kennelijk
te
beroerd om die secretariaatsfunctie over te nemen of inhoudelijk mee
te
denken over de vorm en de richting van de campagne. Veel mensen laten
het
denk- en organisatiewerk liever over aan anderen en willen wel als
`actie-vee op komen draven. Of het naar buiten brengen van de
beslissing
van de Fabel via een brief bij de notulen o.k is of niet daar kun je
over
van mening verschillen. Mij lijkt er niets mis mee. Hoe moet je mensen
anders bereiken dan via brief of email, als het overgrote deel nooit
of
zelden op vergaderingen komt. Als je te beroerd bent om je inhoudelijk
met
die campagne te bemoeien, vindt ik dat je het anderen, die daar juist
wel
ongelooflijk veel tijd en energie in hebben gestoken, niet kan verwijten
dat ze zich op inhoudelijke gronden terugtrekken. En ook het tijdstip
waarop zon beslissing genomen wordt kan geen punt van kritiek
zijn.
Tijdsdruk door een naderend evenement (zoals bijvoorbeeld de aanstaande
WTO-top in november) kan en mag nooit een argument zijn om toch maar
door
te gaan met bepaald politiek werk, wanneer je er inhoudelijk niet meer
achter kan staan. Dat betekent uiteraard niet dat je het met die
inhoudelijke gronden voor die beslissing eens hoeft te zijn. Uiteindelijk
bleek, weinig verbazingwekkend, dat degenen die, voor het begin van
de
bijeenkomst, het besluit en de wijze waarop die was overgebracht niet
in
orde vonden, dat ook na deze bijeenkomst nog steeds vonden. Anderzijds
bleek dat degenen die de argumenten voor terugtrekking en de wijze waarop
die waren overgebracht in orde vonden, dat na de bijeenkomst ook nog
steeds
vonden.
Blijft staan dat de inhoudelijke discussie over actievoeren, solidariteit
en het opzetten van campagnes niet heeft plaats gevonden. In de loop
van de
bijeenkomst bleek al ras wat de werkelijke agenda van de vergadering
was;
een groep mensen wou verder gaan met de anti-MAI- en
anti-globaliseringscampagne. Met name aangezien er in het november in
Seattle (VS) een nieuwe onderhandelingsronde van de
Wereldhandelsorganisatie (WTO) van start gaat. Op naar de volgende
campagne! Mij best, maar maak dan gelijk dàt tot thema van de
bijeenkomst,
dan had ik me mijn komst kunnen besparen. Waarom, op welke basis, met
welke
speerpunten? Jij mag het zeggen. Veel inhoudelijke discussie zal er
waarschijnlijk niet over plaats vinden, aangezien de eerst volgende
vergadering over die campagne pas half september plaatsvindt. En in
twee
maanden een hele campagne inhoudelijk van de grond trekken is een
Titanenarbeid die ik niet reëel en wenselijk acht. Maar ja,...
de colonne
eenmaal in beweging, wil niet meer gestopt worden. Deze wijze van reageren
viel ook te bespeuren toen het Solidariteitskomitee Mexico en de
voorbereidingsgroep voor de Internationale Boeren Karavaan om inhoudelijke
redenen besloten hun activiteiten stop te zetten. Op de inhoudelijke
redenen voor het opschorten of stopzetten van de activiteiten werd niet
gereageerd. Enkel op het tijdstip en de wijze waarop tot die beslissing
was
gekomen kwamen reacties. Het is opvallend hoe weinig mensen/groepen
openlijk aan dit soort debatten deelnemen, of hun ideeën daarover
op papier
(willen) zetten.
Eerlijk gezegd was het eigenlijk weinig verbazingwekkend dat de
bijeenkomst zo gelopen is. Het valt me de laatste jaren steeds meer
op dat
mensen uit de scene zich met een thema bezig gaan houden zonder zich
werkelijk te verdiepen in het waarom en hoe of de politieke ideeën
en het
praktisch handelen van de organisatie of het initiatief dat ze menen
te
moeten ondersteunen. Informatie die ter beschikking ligt, die een ander
licht op de organisatie of het initiatief dat ondersteund wordt, werpt
wordt terzijde geschoven of afgedaan als ondergeschikt, irrelevant of
als
afkomstig uit dubieuze bron. Welke initiatieven ondersteun je, en welke
niet? Met wie verklaar ik me solidair, en met wie niet? Wat wil die
organisatie met wie ik me solidair verklaar en in hoeverre rijmt zich
dat
met mn eigen politieke ideeën? Met wie werk je samen en waarom?
Waar
liggen je eigen grenzen en in hoeverre wals je daarover heen?
Campagne-hoppen en brandweerpolitiek zijn schering en inslag.
Waarschijnlijk is het nooit anders geweest. De Fabel van de Illegaal
zal
waarschijnlijk in het najaar een discussiebijeenkomst rondom deze thematiek
organiseren.
Curieus was nog de rol van XminY in deze bijeenkomst. Aan het eind van
de
bijeenkomst vroeg XminY uitleg aan twee aanwezige medewerkers van de
groep
Corporate European Observatory (CEO) over de contacten van die club
met
Goldsmith en de financiële steun die deze groep krijgt van de James
Goldsmith Memorial Foundation. Na afloop van de bijeenkomst vernam ik
dat
XminY een maand geleden een ontmoeting met Edward Goldsmith heeft gehad.
Goldsmith wil een vergelijkbare fondsorganisatie in Frankrijk opzetten
en
kwam informeren in hoeverre er samenwerkingsmogelijkheden met XminY
mogelijk waren. Maar daar werd niets over gezegd. Als XminY aan CEO
vraagt
de kaarten op tafel te leggen, had XminY dat zelf ook kunnen doen.
Jeroen
|