logo mai niet gezien
home
   
 
zoeken
 

  Date: Sun, 20 Jun 1999 19:31:46 +0200
From: Fabel van de illegaal <lokabaal@dsl.nl>

Campagne tegen MAI is potentieel antisemitisch

De Fabel van de illegaal en andere linkse organisaties die meedoen aan
internationale campagnes tegen vrijhandelsverdragen als het MAI, worden
regelmatig geconfronteerd met de welwillende interesse van extreem-rechts.
De ongevraagde liefdesbetuigingen komen niet zomaar uit de lucht vallen.
Kritiek op vrijhandel is al lang een specialiteit van extreem-rechts, en
blijkt bovendien gemakkelijk uit te kunnen monden in antisemitisme.

Straks worden wij allemaal "slaven" van de "internationale geldmagnaten in
de Rivièra", voorspelde NSB-ideoloog Hylkema al in 1934. Vrijhandel zou
volgens hem de ondergang worden van de Nederlandse fabrieken en
boerenbedrijven. Nederlandse waar zou op de vrije markt verdrongen worden
door goedkope import.
Alleen een fascistische economie kon volgens hem nog redding brengen. "Wij
dienen onze volkshuishouding zo te beheersen, dat niet ons volk verarmt
omdat een vaderlandsloze groep ons volstopt met import. Zó, dat niet onze
fabrieken stilgelegd worden omdat in Oosterse landen koelies werken voor
enkele dubbeltjes per dag." Hylkema riep op tot verzet tegen "de handels-
en bankwereld, die nog altijd de lof zingt van het beginsel van de open
deur. Maar de boer voelt, dat als het zo door gaat, het einde nabij is."
"Denk niet dat dan de importhandels- en trustkapitalen ons zullen helpen.
Die zijn wel zó mobiel. In één vliegmachine brengt men in enkele uren een
heel miljard papieren waarden over de grens. Heel Nederland kan dan door
internationale speculanten voor een appel en een ei gekocht worden en wij
Nederlanders zullen zijn geworden een volk van armen en afhankelijken",
aldus een verontwaardigde Hylkema.
Wanneer hij een halve eeuw later nog eens had kunnen rondneuzen op
internet, dan zou Hylkema bij het zien van veel van de anti-MAI sites
goedkeurend geknikt hebben. Ook zijn huidige opvolger Marcel Rüter blijkt
ervan gecharmeerd. Rüter is lid van de organisatie Voorpost en is een van
de vooraanstaande ideologen van Nederlands nieuw-rechts. Hij raadde zijn
lezers aan om eens naar de homepage van "MAI niet gezien!" te surfen. De
nationalistische studenten van de NLSV linkten daarop zelfs hun homepage
aan die van de campagne.
De polderfascisten staan niet alleen in hun afkeer van het MAI. Ook de
Republikaner in Duitsland en het Front National in Frankrijk spraken zich
uit tegen het MAI. In sommige landen kwamen nieuw-rechtsen zelfs doodleuk
een kijkje nemen op campagnebijeenkomsten.

Staat versus globalisering?

In extreem-rechtse kringen wordt al geruime tijd geprobeerd de oude
fascistische ideologie in een nieuw jasje te steken. De uitgangspunten en
begrippen van de huidige campagnes tegen de vrijhandel lijken zich daar
prima voor te lenen. Die zijn niet persé links en blijken zich zelfs erg
gemakkelijk in te laten passen in het traditionele extreem-rechtse
wereldbeeld.
Neem bijvoorbeeld het modieuze begrip "globalisering van de economie", dat
bij de campagnes tegen het MAI zo'n centrale plaats krijgt toegewezen.
Achter de term globalisering gaat het onterechte idee schuil dat het
kapitalisme van oorsprong lokaal is, en pas recentelijk bezig is om zijn
tentakels over de hele wereld te verspreiden. In werkelijkheid is het
kapitalisme echter altijd al mondiaal geweest en heeft het zich alleen
kunnen ontwikkelen via de uitbuiting van het zuiden.
Door die vermeende globalisering als hoofdprobleem aan te wijzen, maken de
anti-MAI activisten ons denken ook rijp voor de ermee samenhangende
logische consequentie: de strijd voor een lokale "eigen" economie, en in
het verlengde daarvan voor de "eigen" staat en cultuur. Sommige bewegingen
in de arm gemaakte landen, die strijden tegen het MAI, trekken precies die
conclusie. Dat is gezien de omstandigheden daar misschien enigszins
begrijpelijk, maar zeker niet progressief.
In de rijke landen kan het promoten van de strijd tegen de globalisering
een voedingsbodem bieden aan extreem-rechts. In die hoek werd altijd al
veel waarde gehecht aan een zelfvoorzienende economie. "Geen import van
zaken die onze eigen mensen kunnen voortbrengen, zielsgraag willen
voortbrengen, voortreffelijk kunnen voortbrengen. Want er is geen beter
arbeider ter wereld dan de Nederlandse", meende Hylkema al.
Zestig jaar later schrijven de ideologen van Voorpost over de "mondiale
globalisering van het Amerikaanse kapitalisme" en pleiten ze voor een
"volkskapitalisme op grote schaal en werknemersparticipatie op kleine
schaal", want dat zou de beste "garantie bieden voor het behoud van een
eigen industrie".
In de eerste landelijke actiefolder schreef "MAI niet gezien!" dat het
verdrag "enorme belemmeringen" zou opleggen aan staten om "zelf richting te
geven aan hun economie". Maar volgens Rüter wil "de politieke elite niet
langer leiden of beslissen: ze heeft haar macht verruild voor een
onmachtige dienstbaarheid aan een economisch systeem dat omwille van haar
mondiale hegemonie de specificatie "kapitalisme" overbodig maakt".
Het is opvallend dat zowel de anti-MAI activisten als de nieuw-rechtse
ideoloog menen een scherp onderscheid aan te kunnen brengen tussen de staat
en het economische systeem, het kapitalisme. Maar dat onderscheid is er in
werkelijkheid niet. De moderne staat en het kapitalisme zijn samen ontstaan
en veronderstellen elkaar. Staten scheppen de voorwaarden voor het
voortdurend veranderende kapitalisme, en zijn juist daarom samen met het
bedrijfsleven in de weer met verdragen als het MAI.
De anti-MAI activisten lopen met hun verzet tegen de "globalisering van de
economie" het risico uiteindelijk ook te belanden bij pleidooien voor een
sterkere staat. Nu al wordt in die kringen bijvoorbeeld soms bewonderend
geschreven over de Maleise staat, die het kapitaal streng aan banden zou
leggen. Maar Maleisië benadert in veel opzichten een moderne variant van de
fascistische staat.

Produktief versus speculatief kapitaal?

Voor links is de belangrijkste economische tegenstelling altijd die tussen
kapitaal en arbeid geweest. Wanneer activisten termen als globalisering
gaan benutten, neigen ze er daarentegen haast als vanzelf toe om te gaan
denken in termen van het goede "lokale kapitaal" en het slechte
"internationale kapitaal". Maar de produktie en de handel zijn in
werkelijkheid nauwelijks uit elkaar te trekken. En beide onderdelen van het
kapitaal vermeerderen zich over de ruggen van de werkende mensen en via de
plundering van de natuur.
Hét schrikbeeld dat regelmatig terugkeert bij de internationale campagnes
is dat van het kleine plaatselijke bedrijf dat wordt weggeconcurreerd door
een grote buitenlandse, liefst Amerikaanse, multinational. Veel activisten
pleiten daarom ook voor investeringen in regionale bedrijven, of in sociale
projecten die arbeidsplaatsen en positieve ontwikkelingen op gang zouden
brengen. En die meer zekerheid zouden geven dan het "casino-kapitalisme",
dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de recente grote economische crises.
Dit denken sluit naadloos aan bij het traditionele extreem-rechtse denken.
Voor Hylkema was er maar één werkelijke tegenstelling op het gebied van de
economie, die tussen het "nationale, scheppende produktieve kapitaal" en
het "verwerpelijke internationale grootkapitaal". Extreem-rechts is nooit
principieel tegen het kapitalisme geweest en ontkent traditioneel zelfs
elke belangentegenstelling tussen het "nationale" kapitaal en de arbeiders.
"Alsof fabrikant, werkbaas, spinner niet één belang hebben, het belang van
een welvarend spinnersbedrijf", legde Hylkema al uit. Het ging er volgens
hem juist om de "klassenhaat" te verminderen en de eenheid binnen "het
volk" te vergroten.
Daartoe is het handig om een gezamenlijke vijand te hebben die
verantwoordelijk gesteld kan worden voor de economische problemen, crises
en onzekerheden die het kapitalisme altijd weer oplevert. Het
"internationale kapitaal" kan in die behoefte voorzien. Ook de huidige
nazi-ideologen begrijpen dat heel goed. "In plaats van het volk komt er een
soort universele solidariteit tussen de rijkeren, de bedrijfsleiders, de
industriëlen: op talloze internationale congressen bedisselen zij hun
strategieën", aldus Voorpost.

Vaderlandsloos kapitaal

Eenmaal ideologisch afgesplitst kan het "verwerpelijke internationale
kapitaal" gemakkelijk gekoppeld worden aan "de vijand", bijvoorbeeld een
andere staat of een andere welomschreven groep mensen. Systeemkritiek kan
zo uiteindelijk uitlopen op het waanidee dat een kleine groep vijandig
gezinde mensen ons leven beheerst. Zulke denktrends zijn historisch gezien
nauw verbonden met het antisemitisme.
Er is een diepgewortelde en voornamelijk Europese denktraditie waarbij
steevast een ideologische verbinding wordt gelegd tussen "het
internationale kapitaal", Amerika en "de joden". Het "internationale
speculatiekapitaal" zou volgens die ideeën in handen zijn van joden die
samenzweren om de wereld te overheersen. Dit "joodse kapitaal" zou vooral
vanuit New York opereren.
Extreem-rechtse en nationalistische stromingen actualiseren dit denken al
eeuwenlang steeds opnieuw. Ze roepen dan dat "het vaderland" of "Europa"
bedreigd worden door - al naargelang het publiek - het "internationaal
kapitaal", Amerikaanse mutinationals of "de joden". Voor de achterliggende
ideologie maakt dat niet uit.
Nu hoeft kritiek op vrijhandel vanzelfsprekend niet persé samen te gaan met
antisemitisme, maar de twee sluiten wel naadloos op elkaar aan. De NSB van
Hylkema was bijvoorbeeld in het begin van de jaren 30 niet tegen joden,
maar legde via de kritieken op het "internationale kapitaal" wel alvast de
ideologische basis voor het latere antisemitisme. Het bleek begin jaren 40
maar een kleine stap om in propagandapamfletten het woord "joods" voor
"internationaal kapitaal" in te voegen. Wie het "internationaal kapitaal"
ideologisch apart zet, is dus niet persé een antisemiet, maar de
achterliggende redenering is wél potentieel antisemitisch. De geschiedenis
laat zien hoe gemakkelijk het een tot het ander leidt.
Ook nieuw-rechts is niet gespeend van dit type antisemitisme. Rüter schreef
bijvoorbeeld onlangs in een artikel over globalisering dat "wie over de
kredieten heerst en ze regelt, de economische kringloop en de economische
ontwikkeling beheerst." Het was beslist geen toeval dat hij daarbij de
joodse Amschel Meyer van Rothschild citeert, die volgens hem gezegd zou
hebben: "Geef mij de controle over de valuta, en het is mij gelijk wie de
wetten maakt".
Bij de aanvang van de anti-MAI campagne in het najaar van 1997 werd er
sterk de nadruk op gelegd dat het om geheime onderhandelingen ging, waarbij
de aandacht al snel uitging naar de individuele topmannen. Er werd door de
anti-MAI campagne gesproken over een "multinationale staatsgreep" en "een
stille machtsovername". Dat was wat overdreven. De onderhandelingen rond
het verdrag waren weliswaar grotendeels geheim, maar niet zo absoluut als
wel werd gesuggereerd. Gedwongen door een ambtenaar die wat stukken lekte,
werden de onderhandelingen kort na aanvang al wat meer openbaar.
Veel eigentijdse 'samenzweringsdeskundigen' voelden zich aangetrokken tot
de anti-MAI campagne. Ze hingen veelvuldig bij het secretariaat van de
campagne aan de lijn. Dat hing wellicht samen met het lange artikel over
het MAI dat hun internationale 'vakblad' Nexus publiceerde. Het artikel was
oorspronkelijk afkomstig uit linkse hoek. Nexus was overigens tot aan het
begin van de jaren 90 openlijk antisemitisch, maar stelde zich daarna
voorzichtiger op. De verhalen in het blad bleven echter in essentie hetzelfde.
Ook op bijeenkomsten kwamen 'samenzweringsdeskundigen' af. In augustus 1998
wilde iemand op de internationale bijeenkomst "Globalisering en verzet" in
Genève voorlezen uit het werk van de bekende Duitse antisemiet Van Helsing.
De Nederlandse 'samenzweringsdeskundige' Kühles kwam rond dezelfde tijd op
de Nederlandse anti-MAI campagne af en zag kans gedurende enige tijd zijn
antisemitische gif rond te spreiden in Leidse anarchistische kringen.

Liberalisme vervangt kapitalisme

Het nieuwe kernbegrip globalisering heeft inmiddels het gat gevuld dat
achterbleef nadat een jaar of 10 geleden de kritiek op het kapitalisme uit
de mode raakte. Halverwege de jaren 90 raakten in linkse kringen daarop
eerst analyses rond het "neo-liberalisme" in zwang. Vooral de populaire
opstand van de Mexicaanse Zapatistas heeft daaraan veel bijgedragen.
Maar het neo-liberalisme is niet hetzelfde als het kapitalisme. Het is
veeleer de ideologie die gratis geleverd wordt bij de economische
hervormingen van het kapitalisme, die sinds halverwege de jaren 70 van
bovenaf doorgedrukt worden. Die hervormingen omvatten onder meer de
flexibilisering van de arbeid, de privatisering van overheidsdiensten en de
ontwikkeling van nieuwe industrieën rond de informatie- en de
biotechnologie. Een onderdeel van deze ontwikkelingen is ook de trend naar
meer internationale vrijhandel. Eind jaren 90 kwam juist dit laatste
onderdeel centraal te staan bij onder meer de anti-MAI campagne.
Deze verschuivingen hangen vanzelfsprekend nauw samen met de verrechtsing
en de groeiende onduidelijkheid van wat nu eigenlijk links is, en wat
rechts. Politieke discussies vinden nauwelijks nog plaats, en dat speelt
internationaal ook de anti-MAI campagnes parten. Het schort daarbij veelal
ook aan historisch besef. Campagnes rond internationale solidariteit van
een paar jaar terug zijn volkomen uit het bewustzijn verdwenen.
De meeste linkse groepen zijn zonder veel overleg aan de anti-MAI campagnes
begonnen, opgejut door de apocalyptische verhalen over de "nieuwe
wereldgrondwet". Het gebrek aan diepgaand inhoudelijk overleg heeft er ook
voor gezorgd dat de activisten lange tijd door konden gaan op hetzelfde
spoor zonder de nodige politieke richtingsveranderingen.
Het razendsnel inkrimpen van de linkse actiebeweging het afgelopen
decennium zorgde ervoor dat veel NGO's zich een opvallender rol konden gaan
toeëigenen. Ook bij de internationale campagnes tegen het MAI is dat goed
te zien. Helaas beperken NGO's hun kritiek over het algemeen strikt tot het
neo-liberalisme en de vrijhandel. Het kapitalisme als geheel staat bij hen
vrijwel nooit ter discussie. Daar hebben ze geen belang bij. Ze zijn zelf
teveel onderdeel van het systeem, en hebben daarbij ook nogal wat baantjes
te verliezen. Te linkse praat levert geen geld op.
Politieke discussies voeren ze dan ook niet graag. Liever overspoelen
NGO-campagneprofessionals hun mede-activisten dagelijks met details over
vrijhandel uit alle hoeken van de wereld. Wie geen beschikking heeft over
e-mail of internet, krijgt al snel het gevoel niet serieus mee te kunnen
doen in de campagnes. De NGO-informatie heeft daarbij voornamelijk
betrekking op de situatie zoals die gezien wordt van bovenaf, door
beleidsmakers. Gezichtspunten van onderaf worden veel minder gehoord. Maar
het verschil wordt door de totale info-overkill op den duur zelfs door de
meest ervaren activist nauwelijks meer waargenomen.
De linkse groepen in de campagnes zijn over het algemeen helaas te zwak om
zelfstandig, zonder de NGO's, een brede linkse campagne van de grond te
krijgen. De keuze om de kritiek dan maar te beperken tot de vrijhandel, en
zo de steun van de NGO's niet in gevaar te brengen, is dan klaarblijkelijk
snel gemaakt. Met als gevolg dat men een nationalistische ideologie
verspreidt die eerder voor nieuw-rechts dan voor links een goede basis
biedt voor verdere groei.

Eric Krebbers
Merijn Schoenmaker

Bronnen:
- Fabel van de illegaal, Peoples' Global Action: een inspirerend netwerk
van verzet, augustus 1998. In: MAI niet gezien?, Reader Globalisering van
de armoede.
- Gruber, Ofenbauer, Fetischistischer Antikapitalismus, mei 1999. In: IZ3W
237.
- Hylkema, Het Nederlandsch fascisme, 1934.
- Kele, Nazi's and workers, 1972.
- Krebbers, Met "nieuw rechts" tegen de globalisering?, september 1998. In:
Gebladerte-reeks 15.
- Krebbers, 'Samenzweringsdeskundige' blijkt anti-semiet, december 1998.
In: Gebladerte-reeks 15.
- Krebbers, Een nieuw-rechtse ideoloog bij een linkse campagne, februari
1999. In: De Fabel van de illegaal 33.
- Krebbers, Nieuw-rechts en de Ghandi-economie, februari 1999. In: De Fabel
van de illegaal 33.
- MAI AG Berlin, Tanz der Vampire, febuari 1999. In: BUKO, Kölngehen.
- MAI niet gezien?, actiefolders, 1998.
- Neyrinck, Nationalisme en imperialisme: een Siamese tweeling?, 1998. In:
Revolte 84.
- Rüter, Liberalisme, de prozac van de politiek?!, 1997. In: SOS 11/12.
- Rüter, De Joegoslavering van Europa, 1997. In: SOS 11/12.
- Stock, Furchtbar gut gemeint, november 1998. In: Jungle World 45.
- Stock, Jenseits von Gut und Böse, mei 1998. In: Jungle World 21.
- Venema, Omdat de economie niet aan economen mag worden overgelaten, 1998.
In: Revolte 84.
- Westerink, De zeven meest gestelde vragen over de anti-MAI campagne, juni
1998. In: De Fabel van de illegaal 30.