logo mai niet gezien
home
   
 
zoeken
 

Date: Mon, 27 Sep 1999 20:12:48 +0100
From: Fabel van de illegaal <lokabaal@dsl.nl>
Bijeenkomst "Doordenderen of discussieren?" op zondag 10 oktober 1999

Beste activist,

Op zondag 10 oktober 1999 vindt de volgende bijeenkomst plaats van de groep
"Doordenderen of discussieren?" (voorheen "MAI niet gezien!"). De
bijeenkomst wordt gehouden in de vergaderruimte van Dwars, Oudegracht 229
in Utrecht en begint om 13:00 uur. Je bent daar van harte welkom.

Er zal gediscussieerd worden over de anti-WTO campagne aan de hand van
artikelen van de Fabel van de illegaal en het onderstaande artikel
"Valkuilen voor de solidariteitsbeweging". Dit artikel verscheen in
Dusnieuws 9, december 1998. Dusnieuws is het blad van anarchistisch
collectief EuroDusnie in Leiden.

Met strijdbare groeten,
Harry Westerink en
Merijn Schoenmaker


-------------------------------
Valkuilen voor de solidariteitsbeweging

Het groeiende verzet tegen de Eurotop en de G7-top ontmoeting volgend jaar
in Keulen laat vermoeden dat er zoiets als een nieuwe brede 'beweging' zou
kunnen ontstaan. Het activisme tegen dit soort ontmoetingen is echter niet
nieuw. Aan hand van de beweging tegen het IMF en de Wereldbank in 1988 en
het MAI- verdrag sinds eind 1997 probeert het volgende artikel fouten die
binnen de internationalistische beweging gemaakt werden en nog steeds
gemaakt worden te analyseren. Het is niet de bedoeling het activisme tegen
de "globalisering" te veroordelen maar juist wat ervaringen vanuit de anti-
IMF campagne erbij te verwerken, want: hoezo moet je de oude fouten nog
eens herhalen? Dat het artikel opbouwend is bedoeld komt door het
inflationaire gebruik van relativerende omschrijvingen naar voren: Dit en
dat is verkeerd aan de beweging... maar natuurlijk klopt het tot op zekere
hoogte dat... Het artikel is gebaseerd op een stuk in het Duitse radikaal-
linkse weekblad Jungle World. Ondanks alle verschillen tussen beide landen
is de tekst zeker ook op de Nederlandse beweging van toepassing en is het
het allemaal waard om breed bediscussieerd te worden. Het is geen pure
vertaling - waar het van belang is heeft de Dusnieuws-auteur de argumenten
op de Nederlandse situatie toegepast en zijn eigen aantekeningen geplaatst.
Het origineel is bij de redactie of via Internet verkrijgbaar. Okay, here
we go... (red.)

1. Personalisering van sociale relaties

Het globale kapitalisme wordt niet beschouwd als een complex
maatschappelijk principe dat met simpele tegenstrijdigheden zoals
bovenklasse tegen onderklasse, zwart tegen wit, man tegen vrouw, uitbuiter
tegen uitgebuite te verklaren is maar de als schuldig geïdentificeerde
acteurs worden gepersonaliseerd; vaak als de heersenden. Soms worden ook
individuele personen verantwoordelijk gesteld, bijvoorbeeld Bill Gates
(Microsoft) of de baas van de WTO Renato Ruggiero. Er wordt verondersteld
dat ze de hele economie van sommige landen in handen hebben. Natuurlijk
dragen zij een zekere verantwoording maar via zo'n benadering wordt de
kritiek aan uitbuiting en onderdrukking gereduceerd tot enkele personen en
maatschappelijke omstandigheden worden niet beschouwd - bijvoorbeeld het
feit dat mensen niet tegen hun wil in 'beheersd' worden maar zelf naar een
autoritaire staat en concurrentie op de arbeidsmarkt streven. Maar in het
simplistische wereldbeeld van de solidariteitsbeweging wordt niet alleen
het kwade gepersonaliseerd en veel aan stereotypering gedaan (bijvoorbeeld
anti-amerikanisme), maar ook het goede wordt geïdealiseerd. Prominente
linkse personen zoals Che Guevara of Subcommandante Marcos worden tot
pop-sterren gestileerd. Het gaat vooral om revolutie-romantiek en
-esthetiek, inhoudelijke diskussies worden niet gevoerd. De sterren worden
vereerd zo als Lady Di. Het gedachtengoed van de solidariteitsbeweging komt
niet overeen met de door haar gebruikte vergelijkingen, metaforen en
karikaturen. Om de kritiek op het Noord-Zuid-conflict duidelijk te maken
worden vaak stereotyperingen gebruikt (Noord = blanke, vette man, Zuid =
hongerige zwarte) die oude kolonialistische denkbeelden bevestigen - ook
als het ironisch bedoeld is en een goed doel nagestreefd wordt.

2. Samenzweringstheorieën

Er wordt gesuggereerd dat de gepersonaliseerde problemen, "de heersenden",
"de politici" of "de multinationals" een homogene belangengroep is die
doelgericht en in het geheim de onderdrukking en uitbuiting van de rest van
de mensheid plant. In alle gepubliceerde stukken over het MAI bijvoorbeeld,
wordt benadrukt dat de onderhandelingen binnen de OECD tot 1997 in het
geheim gevoerd werden. Maar over het MAI werd in het begin in een volstrekt
onbelangrijke werkgroep van de OECD onderhandeld zo dat er bijna niemand
geïnteresseerd in was - de media noch de regeringen.

3. Onderscheid tussen producerend en uitbuitend kapitaal

De Nazi's hebben een onderscheid tussen het goede, producerende,
industriekapitaal en het slechte, uitbuitende, financiële kapitaal gemaakt.
De morele opwinding tegenover het financiële kapitaal leeft niet alleen
onder de burgers van links-liberaal tot conservatief maar ook binnen
radikaal-linkse kringen. De economische crisis in Azië en andere crisis-
gevallen van financiële markten en nationale economieën worden beschouwd
als een gevolg van speculatie en het casino- kapitalisme. Tegenover het
veroordeelde flitskapitaal worden directe investeringen in produktieve
sectoren die arbeidsplaatsen creëeren aangehaald. Dit onderscheid tussen
het goede en het foute kapitaal is historisch en theoretisch gezien
onmogelijk te maken. Er is wel een onderscheid tussen verschillende vormen
van investeringen en hun gevolgen te maken, maar waarom investeringen in
productieve sectoren minder problematisch of zelfs in moreel opzicht meer
te waarderen zijn kan door het onderscheid maken tussen de twee "markten"
niet verklaard worden. Allebei hebben ze de maximalisering van hun winsten
tot doel, zijn bereid tot uitbuiting en milieuvernietiging en in geen geval
bieden ze een emancipatorisch of bevrijdend perspectief. Naast deze,
reformerende kant van het vermeende verschil tussen industrieel
en financieel kapitaal bevordert het anti-semitische stereotyperingen. Het
zijn het toch altijd de joden geweest die het kapitaal en de banken bezitten?

4. Apocalyps en wereldondergang - scenario's

Linkse bewegingen hebben de tendens in enkele projecten van machtige
fracties van staat en kapitaal hoogst gevaarlijke, dramatische
ontwikkelingen te zien, bijvoorbeeld in het MAI-verdrag de "heerschappij
van de multinationals". Zonder de instabiliteit van het kapitalisme te
verwaarlozen moet er toch geconstateerd worden dat vele vergelijkbare
angsten tamelijk overdreven waren. Noch de versterkte bewapening van de
NAVO nog ecologische catastrofes hebben de wereld uit haar evenwicht kunnen
brengen. Ook het MAI zou een niet extra-ordinair belangrijke mozaïek-steen
in het globale kapitalisme geweest zijn. Natuurlijk is het legitiem enkele
aspecten van de wereld-economische problematiek te benadrukken als het
overzicht over de totaliteit en de invloed van het kapitalisme maar blijft
bestaan. Maar als enkele recente projecten verabsoluteerd en overdreven
bedreigings-scenario's gecreërd worden wordt niet alleen een kort-levende,
instabiele campagne-politiek bevorderd maar maakt het een theoretisch goed
onderbouwde kritiek tegen het kapitalisme heel moeilijk.

5. Identiteitspolitiek

De globaliserings-processen worden niet alleen door het grootste deel van
de maatschappij als anoniem, fragmentiserend en gevaarlijk voor de
identiteit bekritiseerd. Ook binnen de solidariteitsbeweging speelt de
groepsidentiteit een belangrijke rol. De zoektocht naar identiteit blijft
hier niet tot het eigen milieu beperkt, maar wordt naar buiten gericht en
op maatschappelijke groepen in het zuiden geprojecteerd. Het proces van de
identiteits-zoektocht kan in drie categorieën worden samengevat:

a) Dominant is de steeds positieve benadering van zogenaamde etnische
minderheden of -gemeenschappen in het Zuiden. Omdat het door deze groepen
geformuleerde concept vaak sterk in oppositie staat met de
regeringspolitiek, met heersende andere etnische groepen of met
buitenlandse multinationals, de VS of voormalige koloniale machten worden
ze binnen radikaal-linkse kringen als kiemcel van verzet gezien.
Solidariteit met inheemse groepen in het kader van repressie en verdrijving
vanwege een stuwdamproject is onder het aspect van de mensenrechten gewoon
noodzakelijk. Maar de gevaren van een positieve opvatting van etnische
identiteitsvorming - bijvoorbeeld bevestiging of versterking van etnische
scheidslijnen (welke als belangrijke oorzaak van conflicten en oorlogen
beschouwd kunnen worden) - worden niet voldoende overdacht.

b) Weinig bekend en gepraktiseert maar in vergelijkbare mate problematisch
is de zogenaamde seksuele identiteitspolitiek. Natuurlijk is de
thematisering van de seksuele discriminatie binnen de wereldeconomie
belangrijk, ja zelfs noodzakelijk. Maar de propaganda van een vrouwelijke
identiteit ("wij vrouwen") tendeert tot biologismen (sociale relaties
worden genaturaliseerd en als "aangeboren" beschouwd) en bevestigt seksuele
discriminatie meer dan dat ze iets tot haar afschaffing bijdraagt. Het
verzet tegen patriarchale verhoudingen eindigt zo in de essentialisering
van hetgeen vrouwelijk zal zijn.

c) Identiteitspolitiek beweert dat er een wereldwijd existerende klasse
bestaat - de klasse van diegenen die onderdrukt worden (gemarginaliseerden,
arbeidersklasse, proletariërs etc.). Met het woord van de globalisering van
onderop bijvoorbeeld, wordt een eenheid gecreëerd die in geen enkel opzicht
bestaat. De belangen van de arbeidersklasse zijn zo divers dat ze elkaar
soms volledig tegenspreken. Ontvangers van een uitkering in West Europa
profiteren van de lage lonen in derde wereld-landen. Zo gezien zijn zij
niet de gemarginaliseerde, onderdrukte groep, maar heersenden. De
klassenspecifieke variatie van de identiteitspolitiek kan de verschillende
rollen die elk individu heeft niet integreren. Tenminste in het Noorden is
elk persoon de ene keer heerser en wordt de andere keer zelf beheersd. Dit
is een dynamisch proces dat geen vaste indeling in klassen toestaat. Deze
conclusie sluit belangen-gerichte samenwerkings-verbanden niet uit,
bijvoorbeeld koöperaties tussen groepen uit het Zuiden en het Noorden tegen
afbraak van sociale voorzieningen. Maar de samenwerking kan alleen
punctueel en temporair blijven en de acteuren moeten zich van de
instabiliteit van de verschillende belangen bewust zijn. Trouwens: zelfs
het kapitaal is geen homogeen geinteresseerde gemeenschap, maar heeft deels
tegenstrijdige doeleinden.

6. Idealisering van het lokale en het kleine

Tegenover de heerschappij van de multinationals of van de machtige staten
in het Noorden wordt als positief alternatief vaak het lokale en het kleine
gesteld. Hier bestaat het gevaar van een positief concept van "Heimat" en
deze idealisering van het lokale geeft een aanknopingspunt voor de
racistische regionalismebewegingen. Hetzelfde geldt voor inheemse
dorpgemeenschappen in het Zuiden die als positief alternatief tegenover de
globale heerschappij van de industrielanden gezien worden. De
solidariteits-beweging is vaak ertoe geneigd autoritaire en patriarchale
structuren bewust te negeren, bijvoorbeeld bij de Indische Adivasi. Hier
wordt nogmaals duidelijk wat met het triple- oppression idee bedoeld wordt:
er bestaat geen vorm van totale onderdrukking. Er is geen hoofdprobleem en
andere, van dit hoofdprobleem afhankelijke problemen. Racisme, seksisme en
kapitalisme zijn zelfstandige onderdrukkingsmechanismen die elkaar wel
beïnvloeden maar niet in een hiërarchie te plaatsen zijn.

7. Internationalisme en Inter-Nationalisme

In veel van de rond het MAI-debat gepubliceerde stukken wordt bekritiseerd
dat door het verdrag de nationale souvereiniteit ondergraven wordt en de
staten politieke invloedsmogelijkheden, bijvoorbeeld wat sociaal- en
milieu-politiek betreft, aan transnationale bedrijven gaan verliezen. Dit
soort argumentatie suggereert dat heerschappij door nationale staten
vriendelijker is dan heerschappij door het kapitaal. Ze vergeet dat de
nationaal-statelijke en kapitalistische opvatting onlosmakelijk met elkaar
verbonden zijn en negeert zo conclusies van neo- marxistische en
anarchistische staatstheorieën. Omdat met een positief teruggrijpen op de
nationale staat en diens politiek elke kritiek aan heerschappij verloren
gaat is het niet verwonderlijk dat rechtse nationaal- revolutionairen het
MAI met deels vergelijkbare argumenten bekritiseren als linkse bewegingen.
Het internationalisme krijgt zo een nieuwe perspectief: Inter-Nationalisme.
Dat geldt niet alleen voor Europa: In India worden buitenlandse
multinationals van het begin af aan zowel van de linkse beweging als van de
hindu-nationalistische partijen (bijvoorbeeld de BJP) bekritiseert. De
nationalisten agiteren tegen Coca-Cola, het US- imperialisme en de Westerse
decadentie. Ze gebruiken de anti- MAI beweging om het nationalisme te
bevorderen en het Indische kapitaal te ondersteunen. Het feit dat het MAI
niet werd ondertekend is in principe een winst voor het nationalisme.
Linkse en rechtse tegenstanders hebben de regeringen zonder moeite kunnen
overtuigen dat het MAI een machtsverlies voor hen zou betekenen. Geen
succes voor de anti-MAI campagne dus! Door de solidariteitsbeweging wordt
vaak gesuggereerd dat de staat rechtvaardiger is dan de markt, maar dat is
een oude fout uit de tijd van Keynes (staats-theoreticus die voor het eerst
stelde dat de staat in de markt moet ingrijpen). Keynesiaanse politiek is
echter crisis-politiek om kapitalistische verhoudingen te stabiliseren. Als
staten en elites in bepaalde historische periodes een "sociale
verzorgingsstaat" realiseren met het doel burgers rustig te houden, dan is
dat niet minder disciplinerend dan de diktatuur van de markt die
theoretisch ook de vrijheid van het individu garandeert. Kijk hierbij ook
artikelen in de voorafgaande en deze Dusnieuws.

8. Neo-liberalisme gelijk stellen aan kapitalisme

Het woord kapitalisme is "uit", zelfs in linkse kringen. Kapitalisme wordt
vervangen door neo-liberalisme. Datgene wat aan het neo-liberalisme
bekritiseerd wordt behoort echter tot tegenstrijdigheden die binnen het
kapitalistische systeem liggen, bijvoorbeeld ruimtelijke en sectorale
expansie, uitbuiting en milieuvernietiging en afbraak van sociale
voorzieningen. Door het gelijk stellen van de temporair dominerende
kapitalistische ideologie met het kapitalisme zelf worden alleen sommige
neo-liberale aspecten van het kapitalisme bekritiseerd, bijvoorbeeld bij
het MAI de afbouw van rechtelijke beperkingen bij investeringen. Soms loopt
het daarop uit dat het consumptie-principe niet meer bekritiseerd wordt
maar de tegenstrijdigheden binnen het kapitalisme tot een manager-probleem
verklaard worden. Het neo-liberalisme is een ideologie ter bestrijding van
een crisis van het kapitalisme, geen apocalyps. En neo-liberalisme is ook
niet het ultieme einde - inmiddels zijn zelfs neo-liberale economen bang
voor de gevolgen van hun concept en het wordt door een neo-keynesiaanse
crisis-bestrijdingsideologie vervangen. Omdat neo-liberalisme niet
hetzelfde als kapitalisme is, is ook anti-neo-liberalisme niet hetzelfde
als anti-kapitalisme, dat wil zeggen: wie zich tegen het neo-liberalisme
uitspreekt hoeft niet automatisch anti-kapitalistisch te zijn. Zelfs
oud-liberale, conservatieve of fascistische stromingen zijn tegen het
orthodoxe neo-liberalisme zonder dat ze er een emancipatorisch perspectief
aan koppelen.

9. Keulen 1999: De geschiedenis herhaalt zich?

Ten aanzien van de in juni 1999 geplande activiteiten tegen de G7- en de
EU-top moet de vraag gesteld worden of de solidariteitsbeweging in een van
de boven genoemde valkuilen valt en er weer een heel beperkte
kapitalisme-kritiek overblijft, of, of ze zich ervan kan bevrijden. Het
debat rond de nationale staat werd met deels sucessvolle resultaten ook
binnen de anti-MAI-beweging zelf gevoerd. Daarnaast hebben autonome groepen
tot christelijke groepen hun wijdverbreide vijandsschap tegenover theorie
verruild voor een theoretisch gefundeerde kritiek tegen het kapitalisme.
(sic!). Het belangrijkst is nu om deze kritiek niet voor ons zelf te houden
maar de (vooral publieke) heerschap van de inter-nationalisten, de
lobbyisten en de keynes-aanhangers te doorbreken.

Peter

Dit artikel verscheen in Dusnieuws 9, december 1998