WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 74 van  31 juli 2008

 

REDACTIONEEL


Beste lezers,


Deze nieuwsbrief is een samenstel van afzonderlijke delen (1 tm 6) die tussen 4 februari en 31 juli 2008 zijn gepubliceerd. Ze worden hier integraal weergegeven.


vriendelijke groet, Rob Bleijerveld



INHOUDSOPGAVE:


A) (Deel 1 / 4 februari 2008) Olifanten in de donkere kamer van de WTO 

Is het Doha Akkoord wel haalbaar? Tijdens het World Economic Forum besloten twintig handelsministers om een nieuw plan van Lamy te steunen: rond Pasen een (mini)ministers-top en voordat Bush jr. aftreedt een nieuw Doha Akkoord. Maar het ontbreken van een fast-track mandaat en de financiële crisis kunnen roet in het eten (van Lamy, de VS en de EU) gooien....
B1. Redactioneel
B2. Peru: demonstranten tegen vrijhandelsverdrag gedood
       Meerdere demonstranten zijn de afgelopen dagen om het leven gekomen
       tijdens protesten tegen de ondertekening van een vrijhandelsakkoord
       tussen Peru en de VS.
B3. Publicatie over strijd tegen Vrijhandelsverdragen
       Drie organisaties die zich bezighouden met campagnes omtrent internationale
       handel, hebben nu een boekwerk uitgebracht met de titel "Fighting FTA's, The
       Growing Resistance to Bilateral Free Trade and Investment Agreements"
       (Vechten tegen Vrijhandelsverdragen, het groeiende verzet tegen Bilaterale
       Vrijhandels Verdagen en Investerings Verdragen).
B4. 12 april: Regionalisering als alternatief voor neoliberale globalisering
       Op zaterdag 12 april 2008 wordt in Utrecht de vierde Dag van Alternatieven
       gehouden met als thema "Regionalisering als alternatief voor neoliberale
       globalisering".
B5. Handel en Duurzaamheid: hoogste tijd voor een radicalere
      beleidsverandering
       Het kabinet wil begin 2008 het beleidsstandpunt over Handel en Duurzaamheid
       herzien. Platform Aarde-Boer-Consument biedt een alternatief voor de
       dominante visie dat armoedebestrijding op een geliberaliseerde wereldmarkt
       moet plaatsvinden. Het is ook een alternatief voor de snel toenemende
       milieuproblematiek, de alarmerend dalende biodiversiteit, de toenemende
       voedselonzekerheid en het verminderde levensonderhoud van kleine boeren en
       gezinsbedrijven in Noord en Zuid.
C1. Redactioneel
C2.
 Europees vrijhandelsbeleid internationaal onder vuur
      Handelsactivisten uit ontwikkelingslanden geven informatie over de
      gevolgen van aangescherpt vrijhandelsbeleid van Nederland en de EU.
C3.
"Tegen het Europa van het kapitaal - Vóór mondiale
     rechtvaardigheid!"
      De coalitie Seattle to Brussels Network (S2B) bracht een heldere verklaring
      uit tegen de nieuwste beleidsplannen van de EU op het gebied van
      buitenlandse handel en investeringen. De Europese Commissie ziet de
      buitenwereld in toenemende mate als een afzetmarkt en grondstofleverancier
      voor Europese bedrijven. Daar moet verzet tegen georganiseerd worden. 
C4.
 Verdere afbraak van publieke diensten door de EU ondanks
     toenemende economische crisis

      Na de recente aanvaarding door Europese regeringsleiders en Europees
      Parlement van het "nieuwe" grondwettelijke verdrag (Verdrag van Lissabon)
      hebben de Europese Commissie en het Europees Hof van Justitie hun aanval op
      de publieke diensten geïntensiveerd [1]. Dit leidt niet alleen tot een grotere
      aantasting van de sociale rechten, maar ook tot meer stagnatie van de Euro-
      pese economie. Meer dan ooit is de sociale strijd, en in het bijzonder de vak-
      bondstrijd, noodzakelijk tegen deze neoliberale afbraakplannen.
C5.
 EPA's: aggressieve handelspolitiek van de Europese Commmissie
      Eind 2007 dreigden de onderhandelingen tussen Europese Unie en 78 ACP-
      landen over de zogenaamde Economische Partnerschaps Akkoorden (EPA's) op
      niets uit te lopen. Maar onder dreiging van handelsrepressailles parafreerden
      15 Caribische landen en 20 landen in Afrika en het Pacifische Gebied interim-
      akkoorden. Ook na 2007 gaat de EU door met het opdringen van EPA's: een
      nieuwe vorm van mercantiel kolonialisme!
C6.
 EPA's: neokoloniale vrijhandel in Afrika
      Het heeft er alle schijn van dat de jarenlange patstelling binnen de WTO tussen
      het Noorden en het Zuiden doorbroken wordt door de Europese Unie door
      door optimaal gebruik te maken van de toenemende asymmetrie of machtson-
      gelijkheid tussen de EU en de ACP-landen. De EU wil alsnog bilaterale "WTO
      Plus"- akkoorden afsluiten die de in economische problemen verkerende,
      Europese economie ten goede moeten komen.
D1.  Redactioneel
D2.
 17 mei: Aandacht voor handels-top EU-Latijns-Amerika en voor het
     aggressieve Europese handelsbeleid ('Global Europe')
      Op 16 en 17 mei vindt in de Peruaanse hoofdstad Lima de topconferentie
      plaats tussen de EU, landen in Latijns-Amerika en het Caribische Gebied.
      Namens Nederland nemen daar onder andere Balkenende en Verhage aan deel.
      Aanstaande zaterdagavond - 17 mei - is er een solidariteitsavond in Amsterdam.
D3.
 Topconferentie EU-Latijns Amerika in Lima
      Op vrijdag 16 mei begint in Lima (Peru) de topconferentie tussen Latijns
      Amerika en de EU. De EU zal -overeenkomstig zijn 'Global Europe'-strategie-
      proberen de onderhandelingen over vrijhandelsverdragen een stap verder te
      brengen. Onder moeilijke omstandigheden proberen maatschappelijke
      organisaties protest te organiseren tijdens de top. Latijns-Amerika-centrum
      Noticias volgt de conferentie op de voet.
D4.
  Alternatieven voor het neoliberalisme: ALBA en de Bank van het
     Zuiden.

      Tijdens de vijfde top over een vrijhandelsakkoord tussen de EU,  Latijns-
      Amerikaanse landen en Caribische landen die deze week in Peru wordt
      gehouden, zullen ALBA (Bolivarian Alternative for the Americas) en de
      Banco del Sur waarschijnlijk op de achtergrond een prominente rol spelen.
      ALBA biedt namelijk een ander model voor economische samenwerking in
      de regio en de Banco del Sur kan een alternatief zijn voor de financiering
      door IMF en Wereldbank en kan de landen in de regio minder afhankelijk
      maken van de handels- en investeringsvoorwaarden van de EU en de VS.
Op 21 juli begint in Genève een nieuwe mini-ministeriële top. De top moet een door-
braak opleveren in het stagnerende Doha onderhandelingsproces.
WTO.ZIP en Globalinfo volgen de top en de critici; informatie en updates zijn te
vinden op Globalinfo.nl

Gisteren, 29 juli is de WTO-top mislukt waarover WTO.ZIP eerder berichtte.
Op de website www.globalinfo.nl werd en wordt de berichtgeving bijgehouden.

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


A) Olifanten in de donkere kamer van de WTO
(door
Rob Bleijerveld)  

Is het Doha Akkoord wel haalbaar? Tijdens het World Economic Forum besloten twintig handelsministers om een nieuw plan van Lamy te steunen: rond Pasen een (mini)ministers-top en voordat Bush jr. aftreedt een nieuw Doha Akkoord. Maar het ontbreken van een fast-track mandaat en de financiële crisis kunnen roet in het eten (van Lamy, de VS en de EU) gooien....


Op 26 februari, tijdens het World Economic Forum in Davos, kwamen de handelsministers van twintig belangrijke WTO-landen en toplieden van grote ondernemingen en van internationale instellingen op uitnodiging van WTO-voorzitter Lamy en de Zwitserse minister voor Economische Zaken Leuthard bijeen om te praten over een doorbraak in de Doha Ronde. De ministers namen daar het voorstel van Lamy aan om met hernieuwde inzet te proberen dit jaar de Ronde af te sluiten. Ze willen dit bereiken voordat de Amerikaanse president Bush in januari 2009 aftreedt.

Maar voor het zover is moeten eerst een tweetal nieuwe onderhandelingsteksten voor Landbouw (AG) en Industriële Goederen (NAMA) worden goedgekeurd door de lidstaten. Algemeen wordt aangenomen dat de voorzitter van de Landbouwonderhandelingen van de WTO, Falkoner, op dinsdag 5 februari zijn nieuwe (herziene) tekst zal presenteren zodat die tijdens de Algemene Raadsvergadering van 5 en 6 februari kan worden besproken. Kort daarna wordt ook een nieuwe (herziene) tekst van de voorzitter van de onderhandelingen over Industriële Goederen, Stephenson, verwacht. Deze teksten vormen de basis voor een serie van consultaties en discussies welke moeten resulteren in de vaststelling van de zogenaamde modaliteiten [1], de uitgangspunten voor de laatste fase van de onderhandelingen op beide terreinen. Deze besprekingen kunnen los van elkaar plaatshebben, maar Lamy heeft al aangegeven dat zijn voorkeur uitgaat naar een 'horizontaal' onderhandelingsproces, waarbij topambtenaren en 'ambassadeurs' onderling Landbouwtoezeggingen 'uitruilen' tegen NAMA-toezeggingen [2]. Tussen Pasen (23 en 24 maart) en begin april worden de resultaten van deze uitruil vastgelegd tijdens een ministeriele top (waarschijnlijk een mini-top).

Het is echter zeer de vraag of dit haalbaar is [3]. De afgelopen maanden wordt er weliswaar gesproken van enige vooruitgang bij Landbouw, maar dat is - gezien de heftige reacties op de voorstellen van Stephenson - tot nu toe niet het geval bij NAMA. En er zijn nog meer beren op de weg. Bijvoorbeeld de GATS-kwestie: de rijke landen proberen deze onderhandelingen tegen de afspraken in te koppelen aan die van Landbouw en NAMA. Ook vormen de controversiële voorstellen over het zogenaamde zeroing (nulstelling) bij de onderhandelingen over een anti-dumping tekst een belangrijke barrière [4].

Volgens recente persberichten zien de ministers van de VS, EU, Brazilië en India mogelijkheden om voor het eind van het Bush-regiem de Doha Ronde af te sluiten. De Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken, Celso Amorim, zei dat "de politieke verschillen vaak groter zijn dan de economische waar het gaat om de cijfers". En de Indiase handelsminister Nath gaf aan, dat "we het erover eens zijn dat het momentum, de intentie en de wil om deze rond tot een einde te brengen groter zijn dan ooit."


Scepsis

Een andere deelnemer aan de Davos-bijeenkomst is sceptisch. De Egyptische handelsminister Rachid Mohamed Rachid zei dat sommige landen zich afvragen of de belangrijkste spelers - de VS, EU, Brazilië en India - eigenlijk wel een deal wìllen. Hij riep op tot het aanpassen van de onderhandelingen aan de veranderde omstandigheden, zoals de torenhoge voedselprijzen. "De Doha Ronde roept steeds minder verwachtingen op omdat we elk jaar blijven zeggen dat de wereld ineen zal storten indien we de Ronde niet afsluiten, en elk jaar doen we juist dat niet en wordt de hele wereld beter," aldus Rachid tegen Reuters-journalisten [5].

Sceptisch mag zeker ook Chakravarthi Raghavan worden genoemd, de hoofdredacteur van de South-North Development Monitor (SUNS) en sinds 1978 waarnemer van de ontwikkelingen van GATT en WTO. In een recent artikel [6] gaf hij aan dat het publiekelijke optimisme van de hoofdrolspelers in de WTO over de mogelijkheid om de Doha Ronde dit jaar af te sluiten, niet is gebaseerd op de realiteit.

Er is een aantal 'olifanten in de donkere kamer' [7] (om met Martin Wolf, de belangrijkste economische commentator van The Financial Times te spreken). Het plan van Lamy - doorgaan met de Landbouw- en NAMA-onderhandelingen, twee herziene voorzittersteksten, een "horizontaal" uitruilproces in de beperkte 'Greenroom'-opzet om tot modaliteiten te komen en een ministers-top rond Pasen om een overeenkomst te kunnen bezegelen voordat Bush jr. aftreedt - stuit volgens hem tenminste op het ontbreken van een Trade Promotion Authority (TPA, of ook: fast-track mandaat) voor Bush en op de wereldwijde ontwikkelingen op financieel gebied waarvan de gevolgen niet zijn in te schatten en desastreus kunnen uitpakken en die vragen om een andere benadering van het begrip economie.


Olifant 1: fast-track mandaat

Lamy mag er dan van uitgaan dat zijn plan de Amerikaanse regering de mogelijkheid biedt om de grote ontwikkelingslanden te houden aan belangrijke concessies voor landbouw en industriële goederen, maar het is heel onwaarschijnlijk dat een Doha deal zal worden geratificeerd door het Congress zonder een Trade Promotion Authority voor Bush [8]. Zeker omdat het tot de zomer kan duren voordat de Democratische en Republikeinse partijen hun kandidaat hebben gekozen.

Uit een document over geschiedenis en werking van het TPA, het US Senate Committee Report over de Handelswetgeving van 2002 [9], blijkt ondermeer dat Congress de besluitvorming over een handelsakkoord onder bepaalde voorwaarden oneindig lang kan rekken. Het ontbreken van een presidentieel fast-track mandaat betekent een te grote onzekerheid voor de handelspartners van de VS om deals te sluiten in afwachting van een Congressioneel besluit (om een situatie van salami-tactiek te voorkomen).

Iedereen kan volgens Raghavan weten, dat het onmogelijk is te verwachten dat de Amerikaanse regering in 2009 of zelfs in 2010 over een TPA kan beschikken. Sinds het aflopen van het vorige fast-track mandaat van Bush wordt door Lamy cs. ten onrechte gesuggereerd dat Bush een tijdelijk en beperkt mandaat kan krijgen indien de WTO-partners akkoord gaan met een (voor de VS) aantrekkelijk pakket aan maatregelen voor markttoegang. Op deze basis presst Lamy voortdurend de grote ontwikkelingslanden om concessies te blijven doen.

Daarbij zal volgens een andere deskundige, de voormalige Indiase GATT-ambassadeur van 1989 tot 1994, B. K. Zutshi, Lamy's Plan B - de zogenaamde Dunkel-optie - nu niet werken. Zutshi schrijft dat de toenmalige voorzitter Dunkel in 1991, en met toestemming van de stuurgroep van de Uruguay Ronde onderhandelingen, zijn eigen onderhandelingstekst presenteerde als enig levensvatbaar compromis-pakket voor een eindakkoord. De heersende meningsverschillen werden daarin teruggebracht tot een beperkt en overzichtelijk aantal en de tekst was gebaseerd op uitgebreide consultaties met de lidstaten. Daarna ging het toch bijna mis. De VS en de EU wilden bij nader inzien op bepaalde terreinen inhoudelijke veranderingen doorvoeren zonder dat díe delen van de tekst zouden worden geopend voor heronderhandeling welke ongunstig uitpakten voor ontwikkelingslanden. Hun gezamenlijke strategie was gebaseerd op het beruchte Blair House akkoord dat de onderlinge verschillen over landbouw regelde.

Uiteindelijk zorgden ze ervoor dat Dunkel werd vervangen door de meer inschikkelijke Sutherland en kregen ze in december 1993 hun zin. Het uiteindelijke resultaat werd door de grote ontwikkelingslanden aan hun parlementen voorgelegd als een "fait accompli" (er zou geen alternatief zijn).

Onverlet de vele ondemocratische methodes die Lamy hanteert - zoals het niet schriftelijk vastleggen van stuurgroepbesluiten, het stelselmatig uitsluiten van (arme) lidstaten en het tegenhouden van de verplichte tweejaarlijkse algemene ministers-top - kan, volgens Zutshi, worden verwacht dat zo'n 'deal' nu door vele landen wordt afgewezen.


Olifant 2: de wereldwijde financiële crisis

De andere 'olifant' is de toenemende financiële crisis die leidt tot een algemeen verlies aan geloof en vertrouwen en die de VS en de wereldeconomie in een diepe recessie dreigt te storten. Een crisis die begon als een afgeleide hypotheekschuldencrisis, daarna vergezeld werd door een consumentenkredietschuldencrisis en nu is verworden tot een volledig ontwikkelde financiële crisis waarvan de vertakkingen in het geheel niet doorgrond worden door de financiële experts aan de top van banken en internationale instellingen.

Maar ook de onderhandelaars op het gebied van internationale handel (her)kennen de doorwerking van de crisis niet! Hoewel een correcte diagnose en passende oplossingen voor de crisis belangrijk zijn om de Doha Ronde onderhandelingen met goed gevolg te kunnen afsluiten, lijken die zich buiten het werkterrein van de onderhandelaars te bevinden.

Als de ontwikkelingslanden akkoord gaan met de huidige voorstellen voor de dienstenonderhandelingen (GATS) komt hen dat uiteindelijk duur te staan. De voorgestelde liberalisering van grensoverschrijdende transacties en internationale kapitaalstromen, van markttoegang voor handel in financiële diensten [10], maar ook van regels voor binnenlandse regelgeving zullen leiden tot, wat de New York Times columnist Paul Krugman noemt, de export van begraven "giftig, financieel afval" [11] vanuit het Noorden naar het Zuiden. De paar grote ontwikkelingslanden die de financiële crisis van de VS, Europa en Japan tot nu toe bespaard bleef, zullen daardoor worden overspoeld.

De Keynesiaanse (paniek)maatregelen van de Amerikaanse Fed (plotselinge grote renteverlagingen), de Amerikaanse regering (alle huishoudens voorzien van een geldcheque) en het IMF (een draai van 180 graden waarbij het aloude 'ontwikkelingsbeleid' gericht op fiscaal evenwicht en consolidatie wordt vervangen door beleid gericht op wereldwijde fiscale stimulans) toont aan dat de experts uit de financiële wereld niet weten waar de skeletten zich bevinden. Shrirang P. Shukla, van maart 1984 tot februari 1989 GATT-ambassadeur van India: "Wanneer financieel-kapitaal, losstaand van productie-kapitaal, de staatsmacht overneemt, dan is de grootste zorg van beleidsmakers om de waarde van de financiële aandelen te behouden en te verhogen: op deze wijze wordt het gehele beleid geheroriënteerd. Tenzij de onderliggende verschuiving in de machtsbasis op analytische wijze wordt aangetoond, zal er geen werkelijke corrigerende actie kunnen plaatsvinden of zelfs op papier worden gesteld."

Alleen een wereldregering gecontroleerd door 'verlicht' productie-kapitaal kan volgens hem Keynesiaans beleid uitvoeren. De compromissen gebouwd op de dunne fundamenten van transparantie, het intrekken van excessieve financiële deregulering of 'uitmuntende' toplieden van banken en een snufje New Deal bieden geen duurzame en effectieve oplossingen, zeker niet op wereldschaal. Terwijl dit soort beleid de economieën van de VS en andere OECD-lidstaten tijdelijk kan versterken, pakt het voor de rest van de wereld zeer nadelig uit. Het betekent de voortzetting of zelfs de toename van de oorlog over olie- en gasreserves in West-Azië en van de druk op de groeiende economieën van China en India om hun economische beleid af te stemmen op de expansiebehoefte van het financieel-kapitaal. Zonder de voortgang van de oorlog over olie- en gasreserves kan de overheersing van de dollar en daarmee van het financieel-kapitaal niet doorgaan. De druk op China en India zal doorgaan omdat deze "grote opkomende machten" een potentiële bedreiging vormen voor het domein van het financieel-kapitaal. Ze blijven echter een bedreiging tenzij ze snel worden geïntegreerd in het wereldsysteem als af te romen buitengebied dat groeit door de vooruitgang van productie-kapitaal of als platform voor het verspreiden van nieuwe risico's voor de activiteiten van financieelkapitaal, of voor beide, aldus Shukla.

Het probleem van de "financiële innovatie" [12] dat nu angst moet inboezemen bij investeerders is niet ideologisch zoals Krugman van mening is. Het probleem ligt dieper en heeft betrekking op de conceptuele funderingen van de economie die ten grondslag ligt aan het moderne financiële systeem en op het verdoezelen van het liquiditeitsrisico. Daardoor onderschatten de ontwerpers van financiële producten en de financiële risiko-managers het risico voor het functioneren van de financiële markten door het verdwijnen van liquiditeit. Daarenboven leidde een onvoorwaardelijk geloof in de marktwerking ertoe dat beleidsmakers waarschuwingssignalen negeerden.

Nu hun kaartenhuis is ingestort, lopen niet alleen de investeringsbanken en hun kapitaal gevaar, maar ook de fundamenten en theorieën van deze markteconomie.


"Economie is geen wetenschap"

Volgens prof. Robert Driskill [13] gaat de doorsnee econoom over het algemeen van de aanname uit dat "vrijhandel" iedereen bevoordeelt in plaats van dit door feitelijke empirische te bewijzen. Uit de aard der dingen kunnen economische theorieën niet worden bewezen op grond van oorzaak en gevolg. Het beste wat economen kunnen doen, is uitgaan van laagkwalitatief associatief bewijs door landen en economieën met "vrije" en "open" markten die groeien en gedijen te vergelijken met andere die gesloten en beperkt zijn. Maar zelfs de meetlatten voor "openheid" zijn subjectief en met het bewijs kun je alle kanten op. Zoals prof. Dani Rodrik en anderen [14] aanvoerden, is het bewijs tweeslachtig en kan het worden geïnterpreteerd als zou groei open markten en vrijere handel opleveren, in plaats van andersom.

De Bank for International Settlement, de centrale bank der centrale banken en bastion van de liberale economie, lijkt zich recent (voorzichtig) uit te spreken voor neo-Keynesiaanse macro-economie. De BIS zegt het volgende over pogingen om beleidsconclusies te generaliseren: "Economie is geen wetenschap, tenminste niet in de zin van herhaalde experimenten die altijd hetzelfde resultaat opleveren. Daarom slaan economische voorspellingen de plank vaak mis, vooral op cyclische keerpunten, door ontoereikende gegevens, gebrekkige modellen en schokken in het wilde weg die vaak samen optreden en dan onbevredigende resultaten opleveren... het is zelden overdreven te zeggen dat we te maken hebben met een fundamenteel onzekere wereld, een wereld waarin waarschijnlijkheden niet kunnen worden berekend meer dan simpelweg een risicovolle wereld." [15]


Noten:
[1] Modaliteiten in WTO-speak zijn de richtlijnen voor onderhandelingen (bijvoorbeeld boven- en ondergrenzen voor tariefstelsels, coefficienten van tariefreducties, andere cijfermatige uitgangspunten) die nodig zijn om de doelen te kunnen halen die in de Doha Ministersverklaring zijn gesteld.  NAAR TEKST
[2] Er is sprake van twee scenario's en in geen van beide gevallen zal de besluitvorming transparant of met algemene deelname zijn ('invitation-only' Greenroom- en F-room-bijeenkomsten). Een aantal ontwikkelingslanden maakt zich zorgen over de wijze waarop de uiteindelijke onderhandelingsteksten zullen worden vastgesteld. Eveneens over het mogelijk inschuiven van andere thema's (zoals 'diensten' en 'intellectuele eigendomsrechten') in het 'horizontale'proces en of er weer oneigenlijke druk op hen zal worden uitgeoefend om voorgekookte besluiten te accepteren. Zie: "Davos meet urges new push for Doha deal, amidst economic uncertainty," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 3, 30 januari 2008 en "Options and scenarios float around on way ahead for Doha," door Martin Khor, in TWN Info Service on WTO and Trade Issues, 2 februari 2008.  NAAR TEKST
[3] Zie daarvoor: "Ag Chair to Issue Revised Draft Text by End January," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 1, 16 januari 2008; "23 January 2008 "NAMA Impasse Persists, As WTO Members Await New Draft Texts," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 2, 23 januari 2008 en "Options and scenarios float around on way ahead for Doha," door Martin Khor, in TWN Info Service on WTO and Trade Issues, 2 februari 2008. NAAR TEKST
[4] "Divisions persist on anti-dumping draft text," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 3, 30 januari 2008. NAAR TEKST
[5] "Trade powers eye new WTO push around Easter," Sam Cage en Jonathan Lynn, 26 januari 2008. NAAR TEKST
[6] "Is what is good for "sealing" Doha talks good for the trading system?," door Chakravarthi Raghavan, 28 januari 2008 (link ). NAAR TEKST
[7] Het verhaal van de blinden en de olifant: iemand's waarheidsbevinding is afhankelijk van diens perspectief. Dat wat een absolute waarheid lijkt, kan berusten op de bedriegelijke aard van de halve waarheid (link ). NAAR TEKST
[8] Deze visie wordt gedeeld door B. K. Zutshi (Indiase GATT-ambassadeur van 1989 tot 1994): "Het akkoord voor de Uruguay Ronde kwam alleen tot stand doordat de Amerikaanse regering op het allerlaatst de beschikking kreeg over een TPA." NAAR TEKST
[9] Zie: Trade Promotion Authority Annotated (included Proc. Prov. Trade Acts of 1974 and 2002), Committee of Finance US Senate (februari 2007)NAAR TEKST
[10] Toegang voor buitenlandse ondernemingen tot hun aandelenmarkten, verzekeringen, banken en pensioenfondsen etc, en/of het opnemen van de modes 1 en 3 voor de bestaande markttoegang. NAAR TEKST
[11] 'Begraven' refereert aan de verborgen en plotseling aan de dag tredende, oninbare schulden van banken en investeringsmaatschappijen.  NAAR TEKST
[12] Het proces (zoals bij de Amerikaanse hypotheekcrisis) waarbij schulden worden "gesecuritiseerd", herverpakt (in zogenaamde "collaterised debt obligations"), voorzien van de hoogste waardering (Triple A; hoewel ze niet zijn gebaseerd op reëel onderpand!) en doorverkocht aan instellingen en investeerders. NAAR TEKST
[13] "Deconstructing the argument for free trade (draft)," door Robert Driskill, 26 september 2007 (link, pdf ). NAAR TEKST
[14] Zie bijvoorbeeld de benadering van de Turkse econoom/econometrist Yanikkaya in "Waarschuwing: afschaffing van handelsbarrières kan uw groei ernstige schade toebrengen!," door Renate Ebner, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 57, van 27 juli 2005 (link) NAAR TEKST
[15] "BIS 77th Annual Report ," 24 juni 2007. NAAR TEKST

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B) Diverse artikelen 28 februari 2008

  B1.  Redactioneel
  B2.  Peru: demonstranten tegen vrijhandelsverdrag gedood
  B3.  Publicatie over strijd tegen Vrijhandelsverdragen: "Fighting FTA's, The
       
 Growing Resistance to Bilateral Free Trade and Investment Agreements"
  B4.  12 april: Regionalisering als alternatief voor neoliberale globalisering
         (4e Dag van Alternatieven)

  B5.  Handel en Duurzaamheid: hoogste tijd voor een radicalere
         beleidsverandering



B1)  Redactioneel


Beste lezer,

Op 8 februari werden de "voorzittersteksten" voor Landbouw en Industriegoederen gepresenteerd aan de WTO-lidstaten. Deze onderhandelingsteksten riepen zeer heftige reacties op van diverse delegaties en de vooruitgang waarop WTO-voorzitter Lamy hoopt is (nog) niet bereikt. En er is op heel korte termijn stevige vooruitgang nodig om tijdens de geplande ministers-top van eind maart/begin april een "horizontale uitruil" tussen concessies op beide terreinen mogelijk te maken.

In de ZIP-bijdrage van 4 februari ("Olifanten in de donkere kamer van de WTO") schreef ik al iets over de plannen van de WTO-leiding en over het perspectief van het Doha-onderhandelingen; binnenkort volgt een verslag over het onderhandelingsverloop en over andere ontwikkelingen met betrekking tot de Wereld Handels Organisatie.

De houding en de posities van de VS en de EU zijn ondertussen als "van ouds": ze doen geen enkele handelsconcessie van enige betekenis, maar laten steevast weten dat de Doha-onderhandelingen dreigen te stagneren indien de (grote) ontwikkelingslanden geen water bij de wijn doen. Terwijl ze zich op het internationale niveau vlak vooral bezig houden met het aanwijzen van potentiële "spelbrekers" van de Doha-ronde, zijn ze zeer actief op het bilaterale en regionale niveau. Wat hen in WTO-verband niet lukt(e), proberen ze hier wel te bereiken, namelijk de opname in de diverse Bilaterale en Regionale Vrijhandels Akkoorden van regels voor investeringen, overheidsaanbesteding en binnenlandse regelgeving. Een hit is ook de opname van het Most Favourite Nation-principe in bilaterale verdragen waardoor afspraken met een partner-staat stilzwijgend ook gaan gelden voor een andere staat waarmee de VS of EU zo'n verdrag sluit.

In diverse landen in de wereld groeit het verzet tegen de Bilaterale Vrijhandels Akkoorden (BITs) en Regionale Vrijhandels Akkoorden (RITs) en soms met heftige gevolgen zoals te lezen is in de bijdrage over Peru. Ook is een aankondiging opgenomen van de recent verschenen brochure "Fighting FTA's, The Growing Resistance to Bilateral Free Trade and Investment Agreements" (Vechten tegen Vrijhandelsverdragen, het groeiende verzet tegen Bilaterale Vrijhandels Verdagen en Investerings Verdragen). De brochure is in zijn geheel te vinden op een speciale website, en enkele hoofdstukken zullen de komende tijd in Nederlandse vertaling verschijnen op globalinfo.nl

Verder is er een aankondiging van een discussiedag over regionale economie (12 april) waaraan je kunt deelnemen. En ook - als voorschot op deze Dag van de Alternatieven - een (bewerkt) document van het Platform Aarde-Boer-Consument over handel en duurzaamheid.


met vriendelijke groet,

Rob Bleijerveld

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B2)  Peru: demonstranten tegen vrijhandelsverdrag gedood
(door Kees Hudig)

Meerdere demonstranten zijn de afgelopen dagen om het leven gekomen tijdens protesten tegen de ondertekening van een vrijhandelsakkoord tussen Peru en de VS.


Op 18 februari riepen (vooral) boerenorganisaties een landelijke staking uit tegen het vrijhandelsakkoord, omdat die tot het overspoelen van het land met Amerikaanse landbouwproducten zal leiden en tot het kapotmaken van de lokale boeren. De boeren eisen maatregelen om de voor hen nadelige effecten van het akkoord te compenseren. Door blokkades waren belangrijke wegen in het hele land onbruikbaar geworden. Ook de treinrails naar de belangrijkste toeristenattractie Machu Piccu was geblokkeerd en honderden toeristen zaten vast.

Twee demonstranten werden op 20 februari doodgeschoten door de politie in Ayacucho en een derde viel dood neer in Arequipa toen hij een traangasaanval (door de politie) probeerde te ontvluchten. Een vierde werd doodgeschoten door een boze automobilist toen diens auto bij een barricade moest stoppen. Boze inwoners van de stad Huamanga bestormden na de schietpartij - die twee demonstranten het leven kostte - een politiebureau en vernielden meerdere politieauto's [1].

Ook op 18 februari viel al een dode toen de politie demonstranten bij een straatblokkade in Barranca aanviel. Er werden daarbij ook 150 boeren gearresteerd en tenminste elf mensen raakten gewond [2].

Op 19 februari kondigde de Peruaanse regering de noodtoestand af vanwege de protesten [3]. Na deze moorden schortte de Nationale Agrarische Federatie (CNA) de protesten op "om de veiligheid van onze leden te beschermen en onderhandelingen met de regering te beginnen" [4].

De Peruaanse President Alan Garcia ontpopt zich als een heuse havik. Ooit was de man enigszins links (sociaal-democraat) maar nu verdedigt hij vrijhandelsverdragen met hand en tand tegen zijn eigen bevolking. Op het afgelopen World Economic Forum sloot hij een vergelijkbaar verdrag met Canada [5] (Wie wil nog beweren dat het WEF een onschuldig en informeel gebeuren is?).
Garcia kwam in juli 2006 aan de macht met een neoliberaal programma en met steun van het zakenleven en heeft sindsdien alles gedaan om de Amerikanen te vriend te houden. Garcia was 16 jaar eerder ook president en liet toen een economische janboel achter. Het land werd toen belaagd door de maoistische guerrilla-organisatie Lichtend Pad. Peru zal dit jaar gastheer zijn voor de EU-Latijns Amerika conferentie (in mei) en de APEC-top [6] (16-23 november).

Het vrijhandelsakkoord tussen de VS en Peru werd in december [7] door Bush en Garcia ondertekend, die beiden verklaarden dat het verdrag ook gezien mocht worden als een klap in het gezicht van de Venezolaanse president Hugo Chávez. Een eerdere poging tot een vrijhandelsakkoord mislukte door de kracht van de protesten in het land. De inhoud zou daarom iets gematigd zijn, maar veel maatschappelijke organisaties handhaven hun kritiek.

Opvallend is dat de gebeurtenissen internationaal weinig aandacht van de media genereren.


Indymedia Peru is al de hele dag onbereikbaar en op andere indymedia-websites is nauwelijks nieuws te vinden. Meer informatie op de websites van Bilaterals en Citizens Trade.


Bron: Globalinfo NL, 21 februari 2008

Noten:
[1] http://www.earthtimes.org/articles/show/186969,farmers-strike-turns-violent-in-peru-four-dead.html NAAR TEKST
[2] http://www.agenciapulsar.org/nota.php?id=12176 NAAR TEKST
[3] http://www.bilaterals.org/article.php3?id_article=11199 NAAR TEKST
[4] (Spaanstalig) http://bilaterals.org/article.php3?id_article=11217 NAAR TEKST
[5] http://www.signonsandiego.com/news/world/20080126-1632-peru-canada-trade.html NAAR TEKST
[6] http://www.apec2008.org.pe/ NAAR TEKST
[7] http://www.citizenstrade.org/pdf/afp_bushgarciasignpact_12142007.pdf NAAR TEKST

NAAR INHOUD

 
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B3)  Publicatie over strijd tegen Vrijhandelsverdragen: Publicatie over strijd tegen Vrijhandelsverdragen: "Fighting FTA's, The Growing Resistance to Bilateral Free Trade and Investment Agreements"


Drie organisaties die zich bezighouden met campagnes omtrent internationale handel, hebben nu een boekwerk uitgebracht met de titel "Fighting FTA's, The Growing Resistance to Bilateral Free Trade and Investment Agreements" (Vechten tegen Vrijhandelsverdragen, het groeiende verzet tegen Bilaterale Vrijhandels Verdagen en Investerings Verdragen). De rijk geïllustreerde brochure van meer dan 100 pagina's is het resultaat van een conferentie over verzet tegen vrijhandelsakkoorden die in 2006 in Bangkok werd georganiseerd. Daar kwamen progressieve bewegingen uit de hele wereld bijeen om kennis te delen over strategieën tegen de 'corporate' vrijhandelsagenda.

In de brochure wordt uitvoerig en deskundig geanalyseerd wat de effecten van bilaterale vrijhandelsverdragen zijn en waarom verzet ertegen noodzakelijk is. Het is 'colonisation redux' (weer terug naar koloniale tijden) zoals een van de hoofdstukken heet. Maar bovendien worden inspirerende beschrijvingen gegeven van campagnes in uiteenlopende delen van de wereld.

De brochure besluit met een hoofdstuk 'strategische lessen' waarin onder meer geadviseerd wordt om 'niet in de val van coöptatie te stappen'. Leerzaam materiaal, zeker voor ngo's in Nederland die zich tot nu toe voornamelijk op de vlakte hebben gehouden wat deze thematiek betreft.

De brochure is geheel terug te vinden op de speciale website http://www.fightingftas.org/ (in het Engels, Frans en Spaans). Enkele hoofdstukken zullen de komende tijd in Nederlandse vertaling op globalinfo.nl verschijnen.

Bron: Globalinfo NL

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B4)  12 april: Regionalisering als alternatief voor neoliberale
         globalisering (4e Dag van Alternatieven)

Op zaterdag 12 april 2008 wordt in Utrecht de vierde Dag van Alternatieven gehouden met als thema "Regionalisering als alternatief voor neoliberale globalisering".


Volgens de organisatoren biedt regionalisering zowel een kritische blik op de huidige globalisering, als een mogelijk antwoord op grote problemen met betrekking tot klimaatverandering, uitputting van energie en andere natuurlijke hulpbronnen, voedsel- en watervoorziening en het uitstervende planten- en diersoorten. Het betekent dat consumptie en productie meer op de regionaal aanwezige hulpbronnen kunnen worden afgestemd en dat landen hun economieën, midden- en kleinbedrijven, arbeiders en boeren beter kunnen beschermen tegen de vrije wereldmarkt.

De diverse inleidingen en workshops zijn gericht op een heroriëntatie op de huidige globalisering en op het ontwikkelen van alternatieven daarvoor (met inspirerende praktijkvoorbeelden in de regionale voedsel- en energievoorziening).

De workshops hebben ondermeer betrekking op visies/praktijken, voedselvoorziening, lokaal beleid/mondiale voedselvoetafdruk, geld, duurzame energievoorziening, zelfvoorzienend wonen/leven, ondernemen, veevoerproductie, wetenschappelijk onderzoek/onderwijs, sociale
cohesie/zorg/leefbaarheid, plan ALBA (Latijnsamerika), en analyse/strategie ten opzichte van de neoliberale Europese Unie.

Ook worden er twee films vertoond: "Ancient Futures-Learning from Ladakh" en "The power of community: How Cuba survived peak oil". En er is een discussie over de brochure "Regionalisering" van Vóór de Verandering, de organisator van deze dag.

Op http://www.globalternatives.nl/index.php?topic=dva2008 is het voorlopige programma te vinden. Het definitieve programma is per 3 maart bekend. Via dezelfde webpagina kan men zich aanmelden.

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B5)
 Handel en Duurzaamheid: hoogste tijd voor een radicalere
       beleidsverandering
(door Guus Geurts) [1] [2]

Het kabinet wil begin 2008 het beleidsstandpunt over Handel en Duurzaamheid herzien. Platform Aarde-Boer-Consument biedt een alternatief voor de dominante visie dat armoedebestrijding op een geliberaliseerde wereldmarkt moet plaatsvinden. Het is ook een alternatief voor de snel toenemende milieuproblematiek, de alarmerend dalende biodiversiteit, de toenemende voedselonzekerheid en het verminderde levensonderhoud van
kleine boeren en gezinsbedrijven in Noord en Zuid.

Visies op handel en duurzaamheid

Bij het ontwikkelen van toekomstig beleid zijn er twee visies mogelijk op de huidige problematiek rond handel en duurzaamheid:

1. De visie van het huidige kabinet, de meeste politieke partijen en veel maatschappelijke organisaties: Internationale handel (door export op een geliberaliseerde wereldmarkt) is één van de belangrijkste voorwaarden voor ontwikkeling. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met arbeidsnormen, duurzaamheid en mensenrechten – de zogenaamde Non-Trade Concerns (NTC's). En er wordt gewerkt aan een level playing field, de ontwikkelingslanden mogen hun markten tijdelijk beschermen en, Aid for Trade biedt hen kansen om gebruik te maken van deze exportmogelijkheden en te voldoen aan deze Non Trade Concerns.

2. De visie van het Platform Aarde Boer Consument, het European Platform for Food Sovereignty (http://www.epfs.eu) en internationale boerenorganisaties als Via Campesina (http://www.viacampesina.org): Non Trade Concerns zoals de voorziening van voedselzekerheid en –veiligheid, arbeidsnormen, bestaanszekerheid van kleine boeren en bescherming van natuur, milieu en dierenwelzijn zijn het uitgangspunt. Om aan deze
mensenrechten en andere maatschappelijke eisen tegemoet te komen, zijn geregionaliseerde productie en consumptie in Noord en Zuid het meest effectief.


Toelichting bij de tweede visie

Uitgangspunt hierbij is dat de Nederlandse en Europese burger al op te grote voet leeft; haar mondiale voetafdruk is te groot. Dit komt onder andere door de grootschalige import van soja, palmolie en hardhout. Bij deze producten wint de koopkracht van de westerse burger het op een geliberaliseerde wereldmarkt van de voorziening van basisbehoeften in ontwikkelingslanden en van natuur- en milieubelangen. Indien nieuw beleid op het gebied van NTC's geen rekening houdt met deze – op termijn - onhoudbare situatie, is dit beleid nooit  duurzaam te noemen.

Bovendien is de huidige export van landbouwproducten vanuit ontwikkelingslanden naar Nederland en Europa in handen van Westerse multinationale bedrijven en van grootgrondbezitters in de ontwikkelingslanden. Het beslag op de schaarse natuurlijke hulpbronnen in veel ontwikkelingslanden gaat ten koste van de eigen voedselproductie en van natuur en milieu. Kleine boeren en de inheemse bevolking waarvan de landrechten niet zijn gegarandeerd (Latijns Amerika, Indonesië) worden vaak met geweld van hun grond verjaagd, waarbij doden vallen.

De meeste kleine boeren, zeker de allerarmsten, zijn niet in staat te produceren voor de wereldmarkt. Blijvende bescherming van hun lokale markten tegen gesubsidieerde, maar ook ongesubsidieerde export vanuit Europa en Azië is nodig. Daarom – en ook om aantasting van de werkgelegenheid, voedselzekerheid in hun landen en om dalende overheidsinkomsten door verlaging van de importheffingen te voorkomen – moeten de EPA-voorstellen [3] drastisch worden aangepast. Dus: geen vrije toegang voor 80% van de Europese goederen tot de ACP-landen
[4].

Marktbescherming van boeren in ontwikkelingslanden levert hen voldoende hoge prijzen op lokale en nationale markten zodat ze kunnen investeren in een duurzame productie en een betere voorziening in hun basisbehoeften. Noodzakelijk is daarnaast financiële ondersteuning van voedsellandbouw via intern overheidsbeleid (iets dat de laatste decennia grotendeels
achterwege is gebleven volgens het World Development Report van de Wereldbank).

Kleine producenten van tropische producten in ACP-landen en de MOL's [5] die wel van de export profiteren, moeten een kostendekkende prijs ontvangen voor een duurzaam product en de verwerking moet zoveel mogelijk in de ontwikkelingslanden zelf plaatsvinden. Noodzakelijk hiervoor is mededingswetgeving ten opzichte van de grote verwerkende bedrijven, marktregulering om aanbod en vraag op elkaar af te stemmen en het afschaffen van tariefsescalatie op bewerkte tropische producten. Quota voor rietsuiker en de grondstoffenovereenkomsten kunnen dit ondersteunen evenals een fairtrade-concept met extra aandacht voor arbeids- en milieu-eisen.


Mogelijke alternatieven binnen het internationaal handels- en duurzaamheidsbeleid

1. Internationale VN-verdragen op het gebied van mensenrechten, arbeidsnormen en milieu dienen prioriteit te krijgen boven vrijhandelsverdragen. Nederland moet binnen de EU en de VN aandringen op het opnemen van sanctiemogelijkheden.

2. Het stellen van handhaafbare duurzaamheidsnormen aan productieprocessen. Geen toelating tot de EU van producten die hier niet aan voldoen en het agenderen van sociale – en milieunormen in WTO-verband.

3. Het verhogen van importheffingen op regionaal te verbouwen producten (voedsel, veevoer, hout, biomassa) indien invoer vanuit ontwikkelingslanden leidt tot aanwijsbare en bewezen nadelige effecten op de voorziening van basisbehoeften en natuur en milieu. Verhoging van
tarieven kan ter sprake komen zodra de WTO-onderhandelingen mislukken.

4. "Duurzame import" van soja, palmolie, biomassa en hardhout. Dit alternatief, waarvoor een politieke en maatschappelijke meerderheid kiest, is niet werkelijk duurzaam. De eisen waaraan multinationale bedrijven moeten voldoen, zijn vrijblijvend en tot stand gekomen zonder consultatie van de plaatselijke bevolking in de ontwikkelingslanden. De grootschalige
import en distributie vergroten bovendien de mondiale voetafdruk van de Europese burger en het broeikaseffect. Ook blijven verdringingseffecten buiten beschouwing dat het proces van natuurvernietiging en verdrijving (en verarming) van de oorspronkelijke bevolking versterkt.

Platform ABC kiest voor het derde alternatief. Onder hoge sociale- en ecologische eisen en kostendekkend kunnen Europese boeren veevoer, voedsel, energieproducten en hout produceren indien er voldoende hoge importheffingen worden geheven op genoemde producten. Dit dient gepaard te gaan met productiebeheersing (om dumping te voorkomen) en eco-taxen binnen de Unie. Zo worden alle kosten geïnternaliseerd in de prijs die direct
door de consument wordt betaald. De prijs voor luxe consumptieproducten als vlees zal hierdoor hoger zijn. Maar in ruil hiervoor krijgen ontwikkelingslanden meer ruimte voor de productie van hun eigen basisbehoeften. Tevens wordt zo de druk verlaagd op waardevolle
natuurgebieden met onvervangbare biodiversiteit in het Zuiden.


Conclusie

De (internationale) overheid dient weer als marktmeester en handhaver van bindende sociale en milieunormen op te treden, een rol die het bedrijfsleven en de WTO de afgelopen jaren speelden. De huidige WTO-voorstellen, waar NTC's geen deel van uitmaken en die een meer
regionale en duurzame economie in Noord en Zuid onmogelijk maken, wijzen wij dan ook af. Handel wordt namelijk nog steeds gezien als doel en afdwingbaar recht in plaats van als middel tot duurzame ontwikkeling, waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was.

Hopelijk zien Nederland en de EU op tijd in dat er historische vergissingen zijn gemaakt. Wordt het niet eens tijd voor een parlementaire enquête of burgerinitiatief over de afgesloten WTO-verdragen?


Noten:
[1] Guus Geurts (guusgeurts ATyahoo com) is namens XminY Solidariteitsfonds betrokken bij Platform Aarde Boer Consument. NAAR TEKST
[2] Dit is geschreven op 17 januari 2008; het is een aangepaste standpuntbepaling van Platform Aarde-Boer-Consument (http://www.aardeboerconsument.nl), ingebracht rond de conferentie 'Handel en Duurzaamheid' op 12 november 2007, georganiseerd door het ministerie van EZ (http://www.handelenduurzaamheid.nl). Het is ook bedoeld als voorschot op de Dag van de Alternatieven op 12 april 2008 waar verschillende benaderingen van Handel en Duurzaamheid op de agenda staan. Meer informatie over deze dag op: http://www.globalternatives.nl, onder 'Regionalisering'. Het artikel is ingekort door de WTO.ZIP redactie. NAAR TEKST
[3] Economic Partnership Agreements, voortzetting van de Lomé en Cotonou Verdragen tussen de EU en ACP-landen. NAAR TEKST
[4] ACP-landen: een aantal ex-koloniën van EU-landen in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan (Pacific). NAAR TEKST
[5] MOL's: Minst Ontwikkelde Landen NAAR TEKST

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) Diverse artikelen 25 maart 2008

  C1.  Redactioneel
  C2.  Europees vrijhandelsbeleid internationaal onder vuur
  C3. "Tegen het Europa van het kapitaal - Vóór mondiale rechtvaardigheid!"
  C4.  Verdere afbraak van publieke diensten door de EU ondanks toenemende
         economische crisis

  C5.  EPA's: aggressieve handelspolitiek van de Europese Commmissie
  C6.  EPA's: neokoloniale vrijhandel in Afrika


C1)  Redactioneel


Beste lezer,


Tijdens de Europese top in Lissabon, maart 2000, stelden de Europese Commissie en de Ministerraad zich als doel om de EU in 2010 tot de "most competitive and dynamic knowledge-based economy in the world" te maken. Sinds enige tijd is de Unie concreet bezig om aan deze doelstelling vorm aan te geven, ondermeer door het 'Global Europe'-project. In deze ZIP meer informatie met betrekking tot dit ambitieuze programma dat uitgaat van
drastische hervorming van Europese wetgeving en een agressieve concurrentiestrategie in het buitenland.

Opgenomen zijn een aankondiging van een campagne tegen Global Europe (en andere activiteiten, 9 tm 12 april), een verklaring van het 'Seattle to Brussels' Network, een artikel dat uitlegt hoe de Lissabon Agenda uitwerkt voor publieke dienstverlening en sociale rechten, en twee artikelen over de onderhandelingen voor Economic Partnership Agreements tussen de EU en ACP-landen.

En volgende keer meer over WTO.


veel leesplezier,

Rob Bleijerveld

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C2)  Europees vrijhandelsbeleid internationaal onder vuur
(door Keest21)

Handelsactivisten uit ontwikkelingslanden geven informatie over de gevolgen van aangescherpt vrijhandelsbeleid van Nederland en de EU.


In de week van 7-12 april komen zo'n veertig vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties die zich met internationale handel bezighouden uit verschillende zuidelijke landen naar Nederland om informatie te geven over de gevolgen van het vrijhandelsbeleid. Zij zullen eerst twee dagen in Brussel bij de EU verschillende programma's verzorgen. Daar zal onder meer een openbare hoorzitting gehouden worden in het Europees Parlement op 9 april.

Vervolgens zal er op donderdag 10 april een 'expertmeeting' zijn in Den Haag waaraan ook politici deelnemen. Op vrijdag 11 april zal er een publieks informatie-avond zijn in Amsterdam, in de Hortus van 20-22.30 uur. Op die avond zal tevens het startschot gegeven worden voor een campagne rond 'Global Europe' in Nederland. Op zaterdag 12 april ten slotte zal het onderwerp deel uitmaken van het programma van de Dag van Alternatieven in Utrecht.
Onder de sprekers bevinden zich prominente vertegenwoordigers van basisbewegingen en maatschappelijke organisaties uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika als Dot Keet, Joseph Peruggunan en Carlos Aguillar.

Zij komen naar Europa omdat het internationale handelsbeleid van de EU steeds harder wordt. Met name de Global Europe strategie, die sinds november 2006 door de Europese Commissie ingezet wordt, betekent een ongekende keuze voor de belangen van het Europese bedrijfsleven. Beleid op het gebied van ontwikkeling en milieu wordt daar ondergeschikt aan gemaakt. Dit heeft vergaande gevolgen, ook voor omstandigheden op sociaal en ecologisch gebied binnen de EU.

Aan de bijeenkomsten zullen naast de Zuidelijke gasten ook Nederlandse handelsactivisten deelnemen. De activiteiten worden georganiseerd door - onder anderen - Transnational Institute, Both ENDS, Ander Europa en XminY Solidariteitsfonds

*Woensdag 9 april (09.00-13.00, Europees Parlement, registratie nodig via pietje.vervest@tni.org).

*Donderdag 10 april (Expertmeeting, gegevens volgen nog).

*Vrijdag 11 april (20-22.30 uur, Café van de Hortus Botanicus, Plantage Middenlaan 2a Amsterdam (toegang gratis)

*Zaterdag 12 april, Dag van Alternatieven (10.00 tot 17.00 uur)
Christelijk Gymnasium Utrecht, Koningsbergerstraat 2 Utrecht
(15,- aanmelding vereist) www.globalternatives.nl/dva2008


Bron: Globalinfo NL

NAAR INHOUD

 
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C3)  "Tegen het Europa van het kapitaal - Vóór mondiale
             rechtvaardigheid!"

Verklaring van het Seattle to Brussels Network Europe
25 January 2008
(vertaling/bewerking Kees, Rob)

De coalitie Seattle to Brussels Network (S2B) bracht een heldere verklaring uit tegen de nieuwste beleidsplannen van de EU op het gebied van buitenlandse handel en investeringen. De Europese Commissie ziet de buitenwereld in toenemende mate als een afzetmarkt en grondstofleverancier voor Europese bedrijven. Daar moet verzet tegen georganiseerd worden.


De verklaring:

Als leden van het Seattle to Brussels Network (S2B) roepen we op om de krachten te bundelen voor het terugdringen van de 'Global Europe: Competing in the World'-strategie van de Europese Unie, van de onrechtvaardige bilaterale handelsakkoorden van de EU en van de ondernemersmacht. Wij verklaren ons ook tegen de valse oplossing van onrechtvaardig multilateralisme en de EU-voorstellen bij de Wereldhandelsorganisatie WTO, en tegen een heropleving van de Doha Ronde van de WTO in de exclusieve burelen van het World Economic Forum in Davos.

Wij, activisten uit de maatschappij die betrokken zijn bij een breed scala aan bewegingen en organisaties in Europa, verklaren onze tegenstand en verzet tegen het neoliberale beleid op het gebied van handel en investeringen dat de EU-regeringen en de Europese Commissie in onze landen en wereldwijd uitvoert. Tegelijkertijd werken wij aan het opbouwen van alternatieven.


Global Europe: dienstverlening aan Europese bedrijven

In 2006 onthulde de Europese Commissie een nieuwe beleidsmededeling van de EU met als titel 'Global Europe: Competing in the World'. Deze zet uiteen hoe de EU zich moet opstellen bij het onderhandelen over bilaterale handelsakkoorden met grote opkomende economieën om de bedrijven uit de Unie te verzekeren van nieuwe en winstgevende markten. Terwijl er aan de ene kant druk wordt uitgeoefend om binnen de Europese Unie wetten te hervormen zodat ze nog meer op de hand van het bedrijfsleven zijn, kiest de EU nu ook voor een agressieve zogenaamde 'externe mededingings-strategie'. Zoals de Europese Commissaris voor Handel het stelt: "Wat bedoelen we met 'externe aspecten van concurrentie? Wij willen er zeker van zijn dat concurrerende Europese bedrijven, ondersteund door de juiste interne maatregelen, in staat gesteld worden om toegang te krijgen tot, en veilig te opereren in, markten op de wereld. Dat is onze agenda."

De kernelementen van deze strategie zijn:
*) Toegang tot grondstoffen (van landbouwproducten tot energie)
*) Betere toegang of nieuwe toegang tot markten voor Europese producten
*) Afspraken en wetten die Europese investeringen en intellectueel eigendomsrecht waarborgen.

Aanvullend op de lopende multilaterale onderhandelingen binnen de  Wereldhandelsorganisatie WTO, wil de Europese Commissie deze doelen bereiken door het aangaan van bilaterale vrijhandelsakkoorden met de zogenaamde 'opkomende economieën' India, Zuid-Korea, de ASEAN-staten en ook met Midden-Amerika en de Andes-regio. Rusland, de MERCOSUR-landen en de Gulf Cooperation Council staan ook hoog op het prioriteitenlijstje van de Commissie. Een van de doelen van deze bilaterale of bi-regionale vrijhandelsakkoorden is het openen en dereguleren van de markten van ontwikkelingslanden voor Europese bedrijven. Een ander doel is het verschaffen van betere toegang voor die bedrijven tot natuurlijke hulpbronnen, met name energievoorraden. Daarnaast wordt hun winst zeker gesteld door het opleggen van intellectuele eigendomsrechten en andere handelsbeschermingsmechanismes.

Deze strategie ondermijnt niet alleen de regelgeving in de beoogde landen; aan deze agenda wordt ook duidelijk de deregulering in de EU zelf gekoppeld. Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat toekomstige maatregelen op het gebied van maatschappelijke thema's, arbeid of milieu niet 'het wereldwijde concurrentievermogen' van Europese bedrijven mogen aantasten.
Op deze manier vormt Global Europe een ernstige bedreiging voor sociale rechtvaardigheid, gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling, niet alleen buiten de EU maar ook daarbinnen. Daarnaast zijn de aantasting van de rechten van arbeiders, de achteruitgang van de kwaliteit van banen binnen de EU en de vernietiging van het op duurzame wijze bedrijven van landbouw onlosmakelijk verbonden met de externe handelsagenda van de EU. Het is een handjevol bedrijven dat baat heeft bij deze voorgenomen handelsliberalisering in alle sectoren - landbouw, industrie en diensten - terwijl miljoenen mensen hun baan er door zullen verliezen.


Stop EPA-campagne is dringender dan ooit

Van 7-9 december 2007 kwamen wij in Lissabon bijeen om uitdrukking te geven aan ons verzet tegen het 'Afrika-EU Strategic Partnership' en de zogenaamde 'Economic Partnership Agreements' (EPAs). Deze onrechtvaardige handelsakkoorden zijn gebaseerd op een ultra-liberale visie en bedreigen de bestaanszekerheid van miljoenen boeren en arbeiders in zowel Afrika, Caribisch gebied en de Pacific (ACP) als ook in de Europese landen. Wij stonden stil bij de historische en de huidige rol van Europese regeringen en bedrijven in Afrika en benadrukten dat Europa een directe bron van bedreigingen en druk op de bewoners en het milieu van Afrika vormt. De door de EU voorgestelde EPA-verdragen confronteerden de ACP-landen de afgelopen jaren met een beleid dat in toenemende mate uitgaat van handelsliberalisering, de bevordering van een op de export gerichte economie, de liberalisering van kapitaalsmarkten, de bevordering van buitenlandse investeringen en de privatisering van publieke diensten. Deze akkoorden worden ook gemotiveerd door het streven van de EU om geopolitieke en economische invloed in haar voormalige koloniën te behouden - of terug te winnen.

Gedurende de laatste paar maanden misbruikten de EU en de Europese Commissie (EC) de vervaldatum van het Verdrag van Cotonou (een soort voorkeursbehandeling voor ex-koloniën, vert.) om de ACP-landen onder druk te zetten. Twintig landen werden er toe aangezet om '"tussentijdse akkoorden" te ondertekenen die voor hen erg onvoordelig zijn. Op 13 december 2007 verklaarden de ACP-ministers in Brussel dat "de belangen van
ontwikkeling en regionale integratie van de ACP ondergeschikt zijn gemaakt aan de mercantilistische belangen van de EU". Deze tussentijdse akkoorden over liberalisering van de handel in goederen zijn er snel doorgedrukt tijdens de afgelopen weken op basis van tekstvoorstellen van de EC die onderhandelaars van de ACP niet goed hebben kunnen bekijken of veranderen.
Het resultaat zijn verschrikkelijke akkoorden, met ingrijpende verplichtingen voor de ACP-landen en - ondermeer – onvoldoende bescherming wat betreft voedselsoevereiniteit en opkomende industrieën. Het is duidelijk dat de EC bewust de tussentijdse akkoorden heeft verminkt als hefboom om de ACP-landen volgend jaar te dwingen onderhandelingen te aanvaarden over de beruchte liberalisering van diensten en de 'Singapore issues'. De Stop EPA-campagne moet doorgaan en deze interim-akkoorden ongedaan maken en verdere schadelijke eisen van de EU afwentelen.


De nieuwe externe handelsstrategie van de EU vernietigt onze banen, rechten en het milieu.

EU-beleid dat gebaseerd is op zogenaamd 'concurrentievermogen' en op markten die in toenemende mate worden geopend en gedereguleerd, leverde geen goede resultaten op voor duurzame ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid. Steeds hardere concurrentie en handelsliberalisering leidden daarentegen tot meer onzekerheid, precariteit, slechtere loons- en arbeidsverhoudingen en vergroting van de ongelijkheid tussen landen, regio's en tussen mannen en vrouwen. Deze strategie bedreigt ook de regelgeving voor milieu en gezondheid.

Voor arme landen betekent het openen van de markt de ineenstorting van de inheemse landbouw en industrie door de oneerlijke concurrentie van Europese bedrijven. Dat bedreigt de bestaanszekerheid van miljoenen mensen. Rurale gemeenschappen, die vaak nog een meerderheid van de bevolking vormen in de landen die het doelwit zijn, zullen met name worden benadeeld omdat goedkope, bewerkte en gesubsidieerde landbouwproducten de markten van de ontwikkelingslanden zullen overspoelen. Boeren, en met name kleinschalige boerinnen, die gewoon niet op kunnen tegen de machtige Europese agribusiness, zullen van hun land worden gedreven.

Handelsleiders uit de EU en de VS waarschuwden onlangs dat het aanpakken van klimaatverandering geen excuus mag zijn om nieuwe barriéres op te werpen voor buitenlandse handel. Handelsministers, wiens besluiten een voortzetting betekenen van onduurzame manieren van productie, consumptie en handel, zijn direct verantwoordelijk voor klimaatverandering. De opwarming van de aarde toont het falen van een ontwikkelingsmodel aan dat is gebaseerd op ongebreidelde economische groei, de irrationele ontginning van fossiele brandstoffen, overproductie, overconsumptie en handelsliberalisering.

Terwijl de maatschappij zich meer dan ooit bewust is van de sociale en ecologische crisis van de planeet, zit de politieke klasse nog steeds 'ontwikkeling-as-usual' te bevorderen. Wat ècht nodig is, is een verschuiving van paradigma's.

Wij eisen Klimaatrechtvaardigheid Nu, met oplossingen als:
*) Vermindering van de consumptie in de EU;
*) Grote financiële overdrachten van de EU naar het Zuiden, gebaseerd op historische verantwoordelijkheid en ecologische schuld, om te helpen met het betalen van kosten voor aanpassing en verzachtende maatregelen;
*) Financiering verschaffen door vernieuwende belastingsystemen, schuldenkwijtschelding en het gebruik van geld uit militaire begrotingen;
*) Het in de grond laten zitten van fossiele brandstoffen;
*) Investeringen in doordacht, efficiënt energiegebruik en veilige, schone, kleinschalige hernieuwbare energieproductie;
*) Op rechten gebaseerde bescherming van hulpbronnen die is gericht op landrecht voor inheemse bewoners en de soevereiniteit van bewoners over energie, bos, land en water bevordert;
*) Duurzame gezinslandbouw en voedselsoevereiniteit.


Het Verdrag van Lissabon: de verkeerde oplossing voor een ondemocratisch onsociaal Europa

Wij verwerpen het zogenaamde Hervormings Verdrag van de Europese Unie (Verdrag van Lissabon), dat de macht van de Europese Commissie op het gebied van handel en ontwikkeling vergroot en het vermogen van burgers om het beleid democratisch te beïnvloeden verder verkleint. Het nieuwe verdrag versterkt het neoliberale beleid en het democratisch tekort van de EU, bestendigt de macht van transnationale bedrijven en dient de belangen van Europees kapitaal, vergroot de militarisering van Europa, versterkt 'Fort Europa' en levert geen werkelijke bescherming voor Europese burgers tegen de afkalvende sociale en milieustandaards.

De kern van het antisociale karakter van de 'grondwet' die werd verworpen in Frankrijk en Nederland, blijft bestaan. Het nieuwe Verdrag zal ongetwijfeld de legitimiteitscrisis verergeren. Het Europa dat nu wordt gevormd is een Europa van het kapitaal, dat probeert wereldwijd de belangen te verdedigen van zijn belangrijkste economische en financiële spelers (daarbij zowel samenwerking als spanningen met de VS producerend), en dat dezelfde belangen behartigt in Unie zelf, ten koste van de belangen van zijn burgers en het milieu. Om dat te kunnen heeft Europa een groeiende interne autoritaire structuur nodig die zal optreden als een 'fort' ten opzichte van migranten, gevestigd en gecoördineerd door zijn versterkte natiestaten, en een 'verenigde' en gestructureerde militaire macht om zijn economische en monetair-financiële macht wereldwijd uit te kunnen oefenen.

Wij verwerpen Eruopese beleid van het naar buiten verleggen van de grenzen, het beleid van detentie, uitwijzing en deportatie en de terugkeerverdragen, en het Frontex-programma dat een grote investering in de militarisering van de buitengrenzen betekent en de basis schept voor directe interventies in Afrikaanse landen en een onvervalste oorlogsverklaring tegen migranten is.


Een andere visie voor Europa: vrede, duurzaamheid, solidariteit

Ons doel is om te werken aan een wereld die is gebaseerd op vrede, participatieve democratie, sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, duurzaamheid, voedselsoevereiniteit en het recht van bewoners op zelfbeschikking.

Wij beogen ruimte te creëren voor het verbinden van alle huidige strijd, opkomende basis-verzetsbewegingen en alternatieve visies, opkomende sociale bewegingen, NGO's, vrouwenorganisaties, vakbonden, mensenrechtenorganisaties, boeren, ecologische en inheemse bewegingen, organisaties van migranten en vluchtelingen voor gemeenschappelijke actie en reflectie.

Wij roepen op voor gemeenschappelijke strategieën om de huidige onderhandelingen te stoppen die gericht zijn op het invoeren van "Vrij"HandelsAkkoorden (Free Trade Agreements, FTA's) tussen Europa en de rest van de wereld; voor het consolideren van de strijd tegen Europese transnationale bedrijven, voor het versterken van het proces van de vorming van alternatieven en voor het terugveroveren van het recht op voedsel, onderwijs, gezondheid en andere basisvoorzieningen.

Wij verplichten ons hierbij tot het versterken van interregionale solidariteit en samenwerking tussen onze sociale bewegingen en organisaties uit de hele wereld tegen de macht van het bedrijfsleven en alle onrechtvaardige bilaterale verdragen over handel en investeringen.
Wij verplichten onszelf om ons te voegen bij verzet tegen neoliberaal beleid en op mensen gebaseerde alternatieven op te bouwen.

Wij zullen met name samen campagne voeren om:
*) De Economic Partnership Agreements (EPA's) te stoppen;
*) De Global Europe Strategie tegen te houden;
*) Alle bilaterale handelsverdragen te stoppen;
*) De WTO-onderhandelingen op te schorten en het gehele multilaterale handelssysteem te herzien;
*) Een moratorium te ondersteunen voor agrobrandstof, evenals de strijd tegen aardopwarming en de energiecrisis;
*) Vrijheid van beweging te bereiken voor alle mensen.

Om de macht van transnationale bedrijven af te breken, beogen wij:
*) Het verzet te versterken tegen operaties van bedrijven die mensenrechten schenden en een sleutelrol spelen in de vorming van een mondiaal neoliberaal systeem;
*) Bloot te leggen welke juridisch-politieke systemen en dominante instellingen de belangen van transnationale bedrijven dienen en beschermen, waaronder de vrijhandelsakkoorden en bilaterale investeringsverdragen (BIT's) die het transnationale bedrijven mogelijk maken om straffeloos te opereren;
*) Het eisen van uitvoering van bestaande regels, de opheffing van onrechtvaardige wetten en vooruitgang op het gebied van internationale regelgeving die de rechten van mensen en het milieu respecteren en waaraan bedrijven en overheden zich geacht worden te houden;
*) Gereedschap te verschaffen voor het ondersteunen van de strategieën van gemeenschappen, sociale bewegingen en organisaties die zich verzetten tegen bedrijven en alternatieven ontwikkelen om de TNCs te ontmantelen en hun misdaden te beoordelen.

Wij zullen beleid ondersteunen dat voorstander is van solidariteit, vrede, de ontplooiing van alle mensenrechten en de harmonie tussen de mensen en de planeet.

In de komende maanden zullen we de momenten op de politieke kalender benutten om verbindingen te leggen met de wereldwijde beweging voor rechtvaardigheid:
*) De wereldwijde actiedag van het World Social Forum op 26 januari 2008;
*) De 12e UNCTAD-vergadering in Accra, Ghana (april 2008);
*) De Actieweek over Global Europe en de vrijhandelsakkoorden van de EU in Brussel en verschillende Europese landen (april 2008);
*) De 'top van de bevolking' "Enlanzando Alternativas 3" en de Permant Peoples Tribunal Session tijdens de EU-LAC-top waar ook de voorgestelde vrijhandelszone op de agenda staat (Lima, Peru, 15-18 mei 2008);
*) Het WSF over migratie in Madrid (11-13 september 2008);
*) Het 5e Europees Sociaal Forum in Malmø (17-21 september 2008);
*) De campagnes die oproepen voor referenda over (of tegen) het Verdrag van Lissabon.


Seattle to Brussels Network

De verklaring, alsmede de organisaties die deel uitmaken van het netwerk,
is te vinden op: http://www.s2bnetwork.org/download/S2B_statement_WSF_GlobalDayofAction_2008


NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C4)  Verdere afbraak van publieke diensten door de EU ondanks
        toenemende economische crisis
(door Henry van Maasakker)

Na de recente aanvaarding door de Europese regeringsleiders en het Europees Parlement van het "nieuwe" grondwettelijke verdrag, het Verdrag van Lissabon, hebben de Europese Commissie en het Europees Hof van Justitie hun aanval op de publieke diensten geïntensiveerd [1]. Dit leidt niet alleen tot een grotere aantasting van de sociale rechten, maar ook tot meer stagnatie van de Europese economie. Meer dan ooit is de sociale strijd, en in het bijzonder de vakbondstrijd, noodzakelijk tegen deze neoliberale afbraakplannen.


Nieuw Europees grondwettelijk Verdrag van Lissabon.

Op 13 december 2007  zetten de regeringsleiders van de EU gezamenlijk hun handtekening onder een "nieuw" Europese grondwettelijke verdrag, ook wel het Verdrag van Lissabon genoemd. Dit verdrag heeft dezelfde neoliberale grondslag als de eerder bij referendum in Frankrijk en Nederland afgewezen "Europese grondwet" [2].  Het is de bedoeling van de bestuurders om onder het huidige (Sloveense) voorzitterschap van de Europese Unie zo snel mogelijk – en zonder het houden van nationale referenda - de goedkeuring te verkrijgen van de diverse parlementen. Op 20 februari werd het verdrag al goedgekeurd door het Europese parlement en het moet nog worden voorgelegd voor ratificatie aan de parlementen van diverse Europese lidstaten [3].

Dit ratificatieproces verloopt echter veel minder gemakkelijk dan gedacht. In Duitsland uitte het hoogste rechtscollege ernstige twijfels over de veronderstelling dat de nationale parlementen meer bevoegdheden hebben gekregen [4]. In Denemarken wil men eerst de garantie van de Europese Commissie dat het "Noord-Europese sociale model" gehandhaafd blijft [5] anders wordt er geen goedkeuring verleend. Om het algemeen Europese goedkeuringsproces te bespoedigen, heeft de Commissie de verdere liberalisering van de Europese gezondheidsdiensten tijdelijk opgeschort omdat anders de kans bestaat dat bepaalde nationale parlementen alsnog geen goedkeuring geven aan het Verdrag van Lissabon [6].

Het Verdrag van Lissabon fungeert als het beleidskader voor de verdergaande deregulering, privatisering en flexibilisering van de publieke diensten (ondermeer van postwezen, onderwijs, gezondheidszorg, nutsbedrijven, sociale zaken en werkgelegenheid). In het verdrag zijn de uitgangspunten opgenomen voor de overheidsfinanciën van de afzonderlijke lidstaten, zoals het Groei- en Stabiliteit Pact (GSP), die dwingen tot afbouw van de publieke sector bij overschrijdingen van het overheidsbudget en het oplopen van de staatsschuld [7].

Het opnemen van dergelijke uitgangspunten is funest in deze tijd van toenemende economische crisis – zoals de ook in Europa (Spanje, Engeland en Polen) hard toeslaande huizen- en kredietcrisis – omdat de nationale overheden op deze wijze het macro-economische instrumentarium wordt ontnomen [8] om een anticyclisch begrotingsbeleid te voeren. Een dergelijk beleid zou de groei van overheidtekorten [9] en staatsschuld kunnen combineren met de groei van overheidsinvesteringen in de publieke sector, vooral in de publieke dienstverlening. Dit zou dan als bodem kunnen fungeren voor de neerwaartse golf of stagnatiefase [10] in de Europese economie, en als buffer om de groeiende huizen- en kredietcrisis met haar neerwaartse spiraal op te vangen én het zou een nieuwe lange golf [11], gebaseerd op publieke kapitaalvorming, mogelijk maken.


Flexibilisering van de arbeidsmarkt

De voortgaande aanval op de publieke diensten wordt ondersteund door de "flexicurity agenda" [12] die onderdeel is van de vernieuwde Lissabon-strategie, waarbij de voorgenomen verslechtering van het ontslagrecht een cruciale rol speelt. Op 27 november 2007 nam het Europese parlement deze agenda met grote meerderheid aan. Het is nog goed even de doelstellingen van de vernieuwde Lissabon strategie [13] in herinnering te roepen: (…) Het doel van deze strategie is om van Europa een grootmacht te maken die kan wedijveren met de VS, India en China. Dit betekent flexibeler ('slimmer') en vooral goedkoper werken. In dat kader moeten de kosten voor arbeid verder omlaag, de productiviteit omhoog en de overheidsuitgaven verminderd. Daarbij moet zoveel mogelijk aan de werking van de markt worden overgelaten. Zo veel mogelijk onderdelen van de sociale wetgeving, de gezondheidszorg, het onderwijs en andere publieke voorzieningen moeten daarom worden geprivatiseerd.(..) [14].

Publieke diensten hebben in veel gevallen nog een gedeeltelijk overheidskarakter; de werkers in deze sectoren zijn dan ambtenaren of semi-ambtenaren met een relatief sterke rechtspositie en dito beloning. Een verslechtering van het ontslagrecht (flexibilisering) maakt van hen loonarbeiders met een slechte, private rechtspositie en slechte beloning. Er ontstaat op deze wijze een soort structurele arbeidsreserve waardoor  voortdurend druk op de lonen van de publieke diensten kan worden uitgeoefend. Ook qua werkgelegenheid worden deze diensten dan steeds meer afhankelijk van het algemene conjunctuurverloop.

Deze ontwikkelingen is binnenkort aan de orde omdat de flexicurity agenda niet alleen door het Europese parlement is aangenomen maar ook al door de Europese Raad (december 2007). De raad zal vervolgens op korte termijn de Werkgelegenheidsrichtlijnen voor Werk en Groei vaststellen waarvan "flexicurity" het hoofdbestanddeel vormt. Nederland zal op basis hiervan gevraagd worden een nationale Hervormingsagenda vast te stellen.

De aanval op de publieke diensten vond ook plaats op andere wijze, namelijk via de uitspraken van het Europese Hof van Justitie in twee geruchtmakende zaken met betrekking tot de diensten- en de detacheringrichtlijnen].

Vikingzaak:
In de zogenaamde Vikingzaak wilde een Finse maatschappij van ferryboten onder Estse vlag varen om zo  goedkopere Estse arbeidskrachten in te kunnen huren. De zeeliedenvakbond belette door stakingen het inhuren van deze mensen en ook de vestiging van het ferrybedrijf in Estland. De ferrymaatschappij noemde dit een schending van artikel 43 EG (hoofdstuk 2, Oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap), dat de vrijheid van vestiging waarborgt. Volgens het arrest van het Europese Hof van Justitie verwoordt artikel 43 een fundamenteel beginsel. Hoewel het Hof het stakingsrecht erkent, meent het toch dat stakingen enkel de vrijheid van vestiging mogen belemmeren wanneer dit gerechtvaardigd wordt door dwingende redenen van algemeen belang en dan alleen indien een staking een geschikt en niet meer dan noodzakelijk middel is om het nagestreefde doel te verwezenlijken. Met andere woorden: de vrijheid van vestiging is het hoofdbeginsel en men moet goede argumenten hebben om hierop met een staking een "uitzondering" te kunnen maken.

Lavalzaak:
In de zogenaamde Lavalzaak wilde een Letse onderneming Letten in Zweden via uitzendarbeid een school laten bouwen tegen Letse lonen. Ook hier voerden de vakbonden met succes actie tegen. De bouwwerf werd geblokkeerd en afgesneden van elektriciteit (het ging dus om andere vormen van vakbondsactie dan een staking). Daarop klaagde het bedrijf bij de Europese rechter over blokkade van het vrije verkeer van diensten (artikel 49, hoofdstuk 3, Oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap) en de werking van de Europese Richtlijn 96/71 over uitzendarbeid. De uitzend- of detacheringrichtlijn garandeert minimale arbeidsvoorwaarden aan uitzendkrachten uit een andere lidstaat, op voorwaarde dat de ontvangende lidstaat deze vastlegt volgens welomschreven procedures. In Scandinavië zorgt de uitzendrichtlijn voor moeilijkheden, omdat veel zaken - en met name kwesties over arbeidsloon - worden geregeld door CAO's (vooral bedrijfstak-CAO's).
In de zaak Laval wilden de Zweedse vakbonden rechten voor de Letse uitzendkrachten afdwingen boven de minimale wettelijke Zweedse normen zoals die in de CAO zijn geregeld. Wat betreft de lonen wilden zij Laval dwingen aan te sluiten bij de bouw-CAO, zodat Laval verplicht zou zijn per werf met de Zweedse vakbonden te onderhandelen zoals dat voor de Zweedse bouwondernemingen het geval is.
De uitzendrichtlijn bood hier volgens het Hof - dat zich hield aan een strikte interpretatie - geen soelaas. Ofwel de vakbonden eisten volgens het Hof meer dan het minimale loonniveau dat wordt gegarandeerd door deze richtlijn, ofwel er bestaan geen minimale CAO- lonen in Zweden. Dit betekent dat de vakbondsactie getoetst moet worden aan de algemene regels van het "vrije en ongestoorde verkeer" op de interne markt. Was de vakbondsactie strijdig met het vrije verkeer van diensten, omdat het een feitelijke hinderpaal opwierp? Het Hof bevestigt dit zonder veel argumentatie in zijn oordeel: het vrije verkeer van diensten mag niet gehinderd worden door dit soort vakbondsacties, want de procedure om eerst aan te sluiten bij de bouw-CAO en dan te gaan onderhandelen over lonen, is veel te moeilijk of onwettig. Zweden had maar gebruik moeten maken van de mogelijkheden die de uitzendrichtlijn biedt.


Reactie van de Europese vakbondscentrale EVV (ETUC)

Beide richtlijnen – de diensten- en de detacheringrichtlijnen - worden gebruikt om de sociale rechten van werknemers zoals goede beloning, werkgelegenheid, arbeidsomstandigheden, en recht op staking te ondermijnen. Dit leidde meteen tot een reactie van John Monks van het Europees Vakverbond ETUC [15] die hierin een groot gevaar ziet: "Alles wat wij in Europa aan sociale rechten hebben opgebouwd, wordt nu afgebroken door rechtbanken voor wie de vrijheid van het bedrijfsleven veel belangrijker is dan rechten van werknemers".

Deze controverse kan ook gevolgen hebben voor de ratificatie van de Europese grondwet. Monks pleitte al voor de opname van een sociale clausule ter bescherming van arbeidsrechten in het Verdrag van Lissabon. In Denemarken zijn vakbonden al een campagne begonnen tegen de verdere aantasting van het stakingsrecht en de neerwaartse spiraal van lonen en arbeidsomstandigheden. In tijden van economische recessie is een dergelijke neerwaartse spiraal catastrofaal.


Europees verzet en maatschappelijke acties

In Groot-Britannië vragen veel parlementsleden van Labour, de Liberaal Democraten en de Conservatieven om een referendum over het Verdrag van Lissabon. Dit verzoek is onlangs door het Britse Lagerhuis afgewezen, zodat men zich nu concentreert op het parlementaire goedkeuringsproces zelf. In Ierland wordt over dit Verdrag een referendum gehouden. Het goedkeuringsproces door het Deense parlement stagneert zolang er geen garanties komen dat het "Deense sociale model" gehandhaafd blijft.

De Britse vakbondscentrale  TUC vraagt om aanscherping van het Sociale Handvest, men wil af van de zogenaamde opt-out positie van Groot-Britannië waar het de sociale wetgeving betreft. John Monks, hoofd van de ETUC, eist nu een extra sociale clausule in het Verdrag van Lissabon waarin het Europese stakingsrecht expliciet is geregeld. De campagne van de ETUC voor een Europese raamwetgeving tot behoud van publieke diensten gaat ondertussen gewoon door [16] en handtekeningen zijn nog steeds zeer welkom.

In Duitsland, dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland geen stelsel van wettelijke minimumlonen kent dat dat sociale dumping kan tegengaan, is het minimumloon ingevoerd in de postsector. De Europese Commissie volgt naar verluidt het Duitse dossier op de voet, om na te gaan of dit minimumloon in de postsector niet strijdig is met de regels van de interne markt. TNT heeft onlangs een juridische procedure tegen het Duitse minimumloon gewonnen, maar de Duitse vakbond Verdi, gaat tegen dit vonnis in hoger beroep.

In Nederland maakt de vakbeweging FNV zich door vakbondsacties tegen marktwerking sterk voor behoud van publieke diensten. Er is een FNV-handtekeningenactie [17] waarin de eis van het ETUC voor raamwetgeving wordt gesteund. Tegelijkertijd wordt de Tweede Kamer verzocht een hoorzitting te houden over privatisering en om een tijdelijke stop (moratorium) op privatisering in te stellen.

In de aanloop naar de Europese Parlementsverkiezingen van 2009 formuleren linkse politieke partijen, vakbonden en NGO's in Nederland en daarbuiten hun ideeën over een 'Sociaal Europa'. Een bescheiden bijdrage aan deze discussies en debatten zou er als volgt uit kunnen zien [18]:
* Verbeteren van de positie van de Europese vakbonden bij de CAO-onderhandelingen zodat die de werknemers efficiënt kunnen vertegenwoordigen en hun rechten kunnen versterken.
* Instellen van economische en financiële maatregelen ter verlaging van de werkloosheid.
* Versterken van de beschermende bepalingen in het arbeidsrecht met respect voor de fundamentele rechten en uitbreiden van hun toepassingsgebied naar alle vormen van flexibele arbeid, met inbegrip van de zelfstandigen die in werkelijkheid afhankelijk zijn van hun contractant, zowel op economisch, juridisch als persoonlijk vlak.
* Prioriteit geven aan flexibiliteitsmaatregelen die in het belang zijn van de werknemers en ontwikkeling van  sociale alternatieven voor de neoliberale afbraakplannen.
* Stopzetten van het beleid dat tot doel heeft de sociale bescherming te beperken en de winstmarges van de bedrijven te verhogen.
* Vaststellen van een Europese minimum standaard voor sociale zekerheid met betrekking tot werkloosheid, arbeidsongeschiktheid etc.
* Vaststellen van een Europese minimum standaard voor pensionering.


Noten:
[1] Publieke diensten worden hier beschouwd als "maatschappelijke loon". In het kader van de  hernieuwde Lissabon strategie streeft men niet alleen naar het verlagen van het nettoloon, maar vooral ook van het brutoloon-aandeel in het Nationaal Inkomen waarvan het "maatschappelijke loon" een belangrijke component vormen. Het idee is dat daarmee het winstaandeel in het Nationaal Inkomen kan stijgen. NAAR TEKST
[2] Zie bijvoorbeeld "EU treaty is a constitution, says Giscard d'Estaing," door Ben Russelll, 30 oktober 2007. NAAR TEKST
[3] De parlementen van Frankrijk, Hungarije, Malta, Roemenië en Slovenië keurden het verdrag al vóór 20 februari goed. NAAR TEKST
[4] Zie: "Top German judge questions democratic innovations to EU treaty," door  Honor Mahony, EU Observer, 27 februari 2008 en "German constitutional court to decide on EU treaty complaint," door Honor Mahony, EU Observer, 10 maart 2008. NAAR TEKST
[5] Zie: "Copenhagen asked to check workers' rights before EU treaty ratified," door  Lisbeth Kirk, EU Observer, 11 februari 2008. NAAR TEKST
[6] Zie: "EC bang voor reacties op liberalisering gezondheidszorg," SP, 14 januari 2008. NAAR TEKST
[7] Hierin weerspiegelt zich vooral de angst voor geldontwaarding bij de grote Europese bank- en verzekeringsconglomeraten. Die zijn bang dat geldschepping door de nationale overheden de waarde van de Euro ondermijnt. Volgens het Verdrag van Lissabon moet de Europese Centrale Bank een neoliberaal anti-inflatiebeleid voeren op basis van een hoge rentestand, stabiele munt en stabiele wisselkoersen (maar geen anticyclisch macro-economisch beleid zoals de Federale Reserve in de VS). Bij stijging van het algemene prijspeil (inflatierisiko) en toename van de economische crisis moeten de aanpassingen verlopen via verlaging van de lonen of van het brutoloonaandeel in het Nationaal Inkomen van de lidstaten. NAAR TEKST
[8] In hun boek "De prijs van de Euro; de gevaren van de Europese Monetaire Unie" (Ed. Van Gennep, 1998) spreken Geert Reuten, Kees Vendrik en Robert Went over het ontbreken van automatische stabilisatoren op Europees niveau op het moment dat een ernstige economische crisis uitbreekt. NAAR TEKST
[9] De meeste overheden streven naar een begrotingsoverschot. Economische groei of overwinsten zijn nu afhankelijk geworden van de zeer instabiele, via de beurs gefinancierde consumptiegolven (huizen, auto's, vliegvakanties) of speculatiezeepbellen. Er is een zeer grillig algemeen conjunctuurpatroon ontstaan waarbij internationale beurscrises of financiële crises zich meteen ontwikkelen tot afzetcrises met dalende bedrijfsrendementen voor de reële economie. NAAR TEKST
[10] Voor een uitgebreide analyse van deze stagnatiefase, zie: "Globalisering: de nieuwe functioneringswijze van het kapitalisme" door Robert Went (2004). NAAR TEKST
[11] De lange opgaande economische golf van de Europese economie van 1945 tot 1975 is voor een groot deel te danken aan autonome overheidsinvesteringen, voor de lange termijn, in publieke kapitaalvorming als onderwijs, gezondheidszorg, sociale huisvesting enzovoorts, zie: "The Global Economy, hoofdstuk 3 Growth and Cycles," door Stuart Holland (London, 1987). NAAR TEKST
[12] Flexicurity is een samentrekking van flexibility en (job)security. NAAR TEKST
[13] Het verlagen van het brutoloonaandeel in het Nationaal Inkomen leidt tot onderconsumptie en onderinvestering, en tot chronische stagnatie van de Europese economie. Om toch nog economische groei te genereren, wordt een Europese export-strategie ontwikkeld om via handelsverdragen op multilateraal (Doha Ronde, WTO) en bi-regionaal niveau (Economische Partnerschap Akkoorden) afzetmogelijkheden te creëeren voor Europese bedrijven (landbouwproducten, industriële goederen en commerciële diensten) en meer dan normale overwinsten voor de nationale overheden. NAAR TEKST
[14] "Het Europees parlement helpt Donner het ontslagrecht opnieuw op de agenda te krijgen," door Niek Stam, 5 december 2007. NAAR TEKST
[15] John Monks, de Algemeen Secretaris van de European Trade Union Confederation, maakte duidelijk dat deze recente uitspraken het gehele goedkeuringproces van het Verdrag van Lissabon bedreigen. De nationale vakbonden beschouwen deze uitspraken namelijk als bom onder hun nationale systemen van arbeidsverhoudingen. Zie: "ETUC presents its postition on the Laval and Viking cases at the hearing of the European Parliament," ETUC, 26 februari 2008. NAAR TEKST
[16] Campagne voor publieke diensten van hoge kwalitateit die voor iedereen toegankelijk zijn. Zie: http://www.petitionpublicservice.eu/?utm_source=left&utm_medium=banner NAAR TEKST
[17] Petitie "Marktwerking? Time-out!" NAAR TEKST
[18] Voor een uitgebreid en samenhangend geheel van sociale en economische beleidsvoorstellen voor een sociaal Europa, zie: "Unsocial Europe; the future of the European model in the face of globalisation," door Anne Gray (London South Bank University), juni 2005. NAAR TEKST

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C5)  EPA's: aggressieve handelspolitiek van de Europese Commmissie
(door Rob Bleijerveld)

Eind 2007 dreigden de onderhandelingen tussen Europese Unie en 78 ACP-landen [1] over de zogenaamde Economische Partnerschaps Akkoorden (EPA's) op niets uit te lopen. De ACP-landen wezen de Europese voorstellen af en kwamen met eigen alternatieven. Ook vroegen ze om uitstel van de sluitdatum van 31 december 2007. De Commissie dreigde vervolgens met drastische verhoging van de exporttarieven voor ACP-producten zodat 15 Caribische landen (Cariforum) en 20 afzonderlijke landen in Afrika en het Pacifische Gebied zich gedwongen voelden om op de valreep interim-akkoorden te paraferen. Ook na 2007 gaat de EU verder met het opdringen van EPA's. Het doel is de formele ondertekening van "WTO
Plus"-vrijhandelsakkoorden met alle zes ACP-regio's. Een nieuwe vorm van mercantiel kolonialisme!


Het Cotonou Verdrag voor handelsbetrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en de ACP Groep liep per 31 december 2007 af en aansluitend zouden een 6-tal regionale en WTO-conforme vrijhandelsakkoorden inwerking worden gesteld. Dat was een van de voorwaarden op basis waarvan de WTO-leden tijdens de ministerstop van 2001 instemden met een 'waiver' (uitzonderingsvoorziening) voor de in dit verdrag opgenomen voorkeursbehandeling van deze groep ontwikkelingslanden [2]. Tijdens de 5 jaar durende EPA-onderhandelingen - en vooral in de laatste maanden - groeide de afkeer van vele ACP-landen voor de Europese opstelling en de voorstellen van Unie. De EU stelde overmatige eisen (zoals de opname van "WTO Plus"-bepalingen [3]), nam alternatieve voorstellen niet serieus, oefende oneigenlijke druk uit op de ACP-partners en speelde hen onderling uit [4].


Veranderde EU-taktiek

Toen duidelijk was dat er voor 31 december 2007 geen volledige vrijhandelsakoorden zouden worden getekend, veranderde de Europese Commissie haar taktiek en voerde de druk op de ACP-landen op door te dreigen met verhoging van de exporttarieven van ACP-producten voor de Europese markten. Het tussentijdse doel was om de landen op enigerlei wijze te binden aan het EPA-proces door de ACP-landen te dwingen tenminste een paraaf te zetten onder interim-akkoorden die onder de voorwaarden van de EU later kunnen worden omgezet naar meer omvattende (en qua inhoud controversiële) vrijhandelsakkoorden. De EU wil dat laatste binnen 1 tot 3 jaar bereiken.

De meeste van de ACP-landen die geen beroep kunnen doen op de voorkeursregelingen onder het 'Everything But Arms'-verdrag [5] maar in grote mate afhankelijk zijn van die export, zagen zich gedwongen een interim-overeenkomst te tekenen om hun markttoegang te verzekeren. Alles moest vlug gebeuren, over allerlei bijkomende voorwaarden kon niet meer onderhandeld worden [6]. De ACP-landen moesten het doen met de bewering van de Commissie dat de interimakkoorden flexibel zijn en niet bindend. In werkelijkheid bevatten wel degelijk bindende verplichtingen [7] en bindende sluitdata. Ook maken de akkoorden een aantal hervormingen (van binnenlandse wet- en regelgeving) in de ACP-landen noodzakelijk en daar niet aan voldoen, leidt zeker tot sancties...
Uiteindelijk was toch slechts 1 regio - de 15 Caribische landen van het CARIFORUM [8]- bereid een interim-EPA met de EU te sluiten en kwamen niet meer dan 20 andere landen beperkte bilaterale interim-handelsverdragen met de Unie overeen. Met name in twee regio's is de tegenstand groot: West-Afrika en de Pacific. De Europese Unie is echter vastbesloten om ook die landen die de EPA's afwezen alsnog "aan boord te krijgen".

De aggressieve politiek van de EU waardoor sommige landen in een regio wel en andere niet parafeerden, doorkruiste de coordinatie-plannen van bepaalde regio's. Zo wilde men in de West-Afrikaanse regio pas na 2009 EPA-onderhandelingen beginnen met de EU. Eerst wilden ze de verschillende tariefsystemen en andere regelingen onderling afstemmen opdat er geen onbedoelde negatieve optreden en wilden ze bepalen hoe zo'n EPA er voor hen zou moeten uitzien. De verdragen die de EU opdrong aan Ghana en Ivoorkust haalden echter een streep door deze opzet. De enige manier om dit nog tegen te gaan, is het openbreken van de akkoorden. Maar dat zal zeer moeilijk zijn, want de Unie kan de overige regioleden namelijk dwingen aan te sluiten bij het interim-akkoord vanwege in die verdragen ingebouwde "accessie"-clausules. Ook zijn er bepalingen in opgenomen die uitgaan van het opstarten van onderhandelingen over diensten en de "Singapore onderwerpen" [9]. Dat geeft volgens Marc Maes van 11.11.11 aan dat de Commissie zich aggressief zal opstellen en zal proberen te voorkomen dat de akkoorden die nu zijn geparafeerd, niet worden opengebroken [10].


Politieke 'Spin'

In een opiniestuk in het Belgische blad Mo* [11] geeft onderzoeker Etienne De Belder een aantal strategische lijnen aan waarlangs de EPA-onderhandelingen, alsook het verzet daartegen, (kunnen) lopen.

Volgens hem is de Europese Handelscommissaris Mandelson de 'spin-doctor' bij de EPA-onderhandelingen. Hij verpakte een harde kern ("Het niet ondertekenen van EPA's veroorzaakt enorm grote economische, sociale en politieke problemen in de ACP-landen zelf die de huidige machthebbers daar fataal kunnen worden. Het is een binnenlands probleem") met moderne PR-technieken en paste "snelkookpantaktieken" toe. De Belder: "EPA's zijn één van de logische eindpunten van een verschuiving in de politieke agenda tussen Noord en Zuid van het 'ontwikkelingsparadigma' naar het 'inperkingsimperatief' waarbij de nadelige gevolgen van Westers internationaal beleid in Afrika ver weg van de Noordelijke grenzen moet gehouden worden (ofwel: 'containment policy' met betrekking tot migratie, epidemieën, onveiligheid en terrorisme)."

De mooie woorden en vage beloften kunnen de harde waarheid uiteindelijk niet verbergen: de EPA-akkoorden leveren de armste landen op de middellange termijn massale binnenlandse faillissementen en toegenomen plaatselijke werkloosheid door het openstellen van hun markten voor de Europese multinationals. Daarbij leidt het verlies aan douanerechten tot vermindering van de overheidsinkomsten ter grootte van het bedrag dat nodig is om in dezelfde periode te investeren in basisdiensten zoals gezondheid en onderwijs. De sociale gevolgen van de vrijhandel kunnen dus niet meer worden opvangen met inkomsten uit diezelfde handel. Dat leidt op zijn beurt tot meer verarming en sociale spanningen onder de meest kwetsbare groepen in de samenleving. "Een gevaarlijke politieke cocktail is bereid, het drukketel-effect kan beginnen," aldus De Belder. Daarbij maakt de Commissie behendig gebruik van elementen om deze taktiek te laten slagen, zoals: scheldtirades achter gesloten deuren, oproepen van misverstanden via desinformatie en geruchtenmolens, uithollen van kernbegrippen van de tegenstander door zijn terminologie over te nemen en het voortdurend tegen elkaar uitspelen van de tegenstanders.


Verzet(smogelijkheden)

De Belder geeft aan dat de mondiale 'Stop EPA'-beweging in staat is om de Europese Commissie op het verkeerde been te zetten. De overbelaste Europese bureaucratie kan van slag raken zodra verschillende strategische dimensies [12] elkaar kruisen en kan dan nog slechts dreigen om haar zin te krijgen (zoals nu in het EPA-proces gebeurt). Een conflict met de Europese Ministerraad en het Parlement behoort dan tot de mogelijkheden. De Stop EPA-platforms moeten echter wel een duurzame campagne kunnen opzetten (en dus over voldoende geld kunnen beschikken) en de EU-stellingen op meerdere fronten aanvallen.

Afrikaanse staatshoofden hebben zich altijd kritisch uitgelaten over de EPA's. Ondanks het feit dat 36 regeringen op het laatst toch eieren voor hun geld kochten, is er nog steeds een meerderheid die de EPA's niet wil tekenen. Daarmee is het volgens hem mogelijk een patstelling te bewerkstelligen in de inmiddels weer opgestartte EPA-onderhandelingen. Een andere insteek voor de Afrikaanse regeringen kan zijn om - vergelijkbaar met de structurele aanpassingsprogramma's van Wereldbank en IMF in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw - de EPA's gewoonweg niet uit te voeren, zelfs na hun eventuele betekening.

De ratificatie van de EPA's in de Europese parlementen en die van de ACP-landen is het echte politiek strijdtoneel. Voor de Afrikanen is de globale handelsstrategie van de Commissie een nieuwe vorm van mercantiel kolonialisme dat ondanks de moderne verschijningsvorm hetzelfde structurele geweld in zich draagt. Dit lokt een tweede Afrikaanse onafhankelijkheidstrijd uit.
Het is natuurlijk de vraag of de 'STOP EPA'-beweging in voldoende mate en op tijd de publieke opinie en de poltici in Europa kan mobiliseren. In elk geval is de potentiële samenwerking van emancipatiebewegingen in Zuid én Noord van enorm strategisch belang om de huidige kolonisatiegolf in te dammen.


Hieronder een paar links voor recente berichtgeving over vormen van protest tegen de EPA's:
** Afrika:
"Africa: International Call for Action Against EPAs," door Miriam Mannak, 25 februari 2008;
"African Civil society groups urge a stop to EPAs," door Kanaga Raja (TWN), SUNS #6425, 29 februari 2008;
"Namibia:
Civil Society Rises Up Against EPAs," door Catherine Sasman, 7 maart 2008;
"Nigeria: EPAs - Groups
Decry Perceived EU Imposition," door Abimbola Akosile, 18 maart 2008.
** Brussel:
"Epa's: Afrika komt op straat in Brussel," door Elena Dikomitis (Mo*), 15 januari 2008.
** Europarlementariërs en protestaktie tegen Commissielid Michel:
"Economic partnerships remain contested at ACP-EU talks," 18 maart 2008;
"Protest at EU-ACP Joint
Parliamentary Assembly in Slovenia," 18 maart 2008.

Noten:
[1] Het ACP-land Cuba tekende niet het Cotonou Verdrag en doet daarom niet mee in de EPA-onderhandelingen. NAAR TEKST
[2] Zie bijvoorbeeld: "EC-ACP Cotonou Waiver Finally Granted," ICTSD, 15 november 2001, in Bridges Trade News Digest vol 5 nr 39. NAAR TEKST
[3] De EU streeft naar de opname in EPA's van vergaande liberaliseringsafspraken over landbouw- en industriegoederenen, (alle) dienstensectoren, handelsbevordering en in WTO-verband in 2001 afgewezen
"handelsgerelateerde" onderwerpen als investeringen, concurrentieregels en overheidsaanbesteding. Daarnaast wil de EU clausules opnemen die de ACP-landen verplicht aan Europa een voorrangspositie te verlenen en die de
opmars van China in Afrika remt (zie "Africa: EPAs Born of EU's Concern With China on Continent," door Miriam Mannak, IPS 26 februari 2008).
NAAR TEKST
[4] Dat was mogelijk omdat de ACP-landen economisch gezien zeer afhankelijk zijn van de export van een beperkt aantal landbouw- en industrieproducten naar de EU. De meeste van hen zijn daarom niet in staat zich goed te verweren tegen de aggressieve houding van de EU. NAAR TEKST
[5] Na afloop van het Cotonou Verdrag eind 2007 kan een deel van de ACP-landen - de zogenaamde Minst Ontwikkelde Landen (MOL's) - zich nog beroepen op bepaalde handelsvoordelen uit het 'Everything But Arms'-verdrag. De landen zonder MOL-status die dsondanks niet tekenden zijn: Nigeria, Congo-Brazzaville, Gabon, Zuid-Afrika en zeven eilanden in de Stille Zuidzee. De handelsvoordelen van de MOL's zijn van tijdelijke aard omdat ze afhankelijk zijn van de uitkomst van WTO-onderhandelingen over "gevoelige producten". Met de tijd zullen ze minder worden of zelfs verdwijnen (zie: "Tariff Preferences, WTO Negotiations and the LDCs: The Case of the 'Everything But Arms' Initiative," door Wusheng Yu en Trine Vig Jensen (samenvatting), Blackwell Publishing, maart 2005). NAAR TEKST
[6] Zie: "Interim EPA's, een risico voor ontwikkeling," Oxfam-Sol, 2 januari 2008. NAAR TEKST
[7] Zoals de 'Most Favoured Nation'-clausule die eerder geen thema was bij de onderhandelingen. Het verplicht de EPA-partners tot het verlenen van dezelfde handelsvoordelen aan zowel de eigen bedrijven als aan bedrijven uit de EU. Hierdoor kunnen derde landen - die met het ACP-land in kwestie een vrijhandelsverdrag willen sluiten - tegen hun wil een speelbal worden van de liberaliseringsplannen van de EU. En dat kan ongunstig uitpakken voor middelgrote ontwikkelingslanden, aldus Brazilië (zie: "Brazil: EPA clause could deter trade between developing countries," 14 maart 2008). NAAR TEKST
[8] Het akkoord kan pas inwerkingtreden na de geplande ondertekening van de "voorlopige voorziening" door de ministers op 15 april 2008 en de parlementaire goedkeuring daarna. NAAR TEKST
[9] Het betreft hier "investeringen", "concurrentiebeleid" en "overheidsaanbestedingen" (3 van 4 onderwerpen die van de WTO-agenda zijn verwijderd). NAAR TEKST
[10] Maes geeft aan dat 'ontwikkeling' en 'oorsprongsregels voor goederen' twee zaken zijn waarmee de EU ACP-landen weer naar de onderhandelingstafel kan lokken. Relevante bepalingen in de interim-akkoorden zijn bewust vaag en onuitgewerkt... NAAR TEKST
[11] "De tweede onafhankelijkheidsstrijd van Afrika - De politieke toekomst van EPA's na 31/12/07" van 18 februari 2008. NAAR TEKST
[12] Zoals kritiek door academici van naam, sociaal engagement door bekende kunstenaars, rechtsprocedures aanspannen met goede juridische ondersteuning, en politiek lobbywerk vanuit de civiele samenleving richting Europese Ministerraad en Europarlement. NAAR TEKST

Bronnen:
- "Several ACP countries sign EPAs with Brussels, as group continues to splinter," in Bridges Weekly Trade Digest vol 11 nr 41, 28 november 2007.
- "Caribbean Group, Cameroon, Ghana sign EPAs with EU," in Bridges Weekly Trade Digest vol 11 nr 44, 19 december 2007.
- "EPA with EU a done deal," door Sir Ronald Sanders, BBC, 24 december 2007.
- "EPA Damages Regional Cooperation in Southern Africa," door  Brigitte Weidlich, IPS, 15 februari 2008.
- "De tweede onafhankelijkheidsstrijd van Afrika - De politieke toekomst van EPA's na 31/12/07" van 18 februari 2008
- "Analysis part 1: Africa: EU Aims to Rope in States Resisting EPAs," door Aileen Kwa, 26 februari 2008, IPS
- "Analysis part 2: Africa: EU Still Pushing Offensive Interests in EPA Talks," door Aileen Kwa, IPS, 26 februari 2008.
- "Er is nog leven na 40 jaar handelsvoordelen (Mauritius)," door Nasseem Ackbarally, IPS, 15 maart 2008.

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C6. EPA's: neokoloniale vrijhandel in Afrika
(door Henry van Maasakker)

Het heeft er alle schijn van dat de jarenlange patstelling binnen de WTO tussen het Noorden en het Zuiden doorbroken wordt door de Europese Unie door optimaal gebruik te maken van de toenemende asymmetrie of machtsongelijkheid tussen de EU en de ACP-landen. De EU wil alsnog bilaterale "WTO Plus"- akkoorden afsluiten die de in economische problemen verkerende, Europese economie ten goede moeten komen.


Halverwege de vorige eeuw, in tijden van economische voorspoed, leken de rijke landen in Europa zich de luxe van ontwikkelingshulp en economische samenwerking met de voormalige koloniën in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Zuidzee - de groep van de 77 zogenaamde ACP landen [1] - te kunnen veroorloven.

De lang aanhoudende stagnatie [2] van de Europese economie en de toenemende wereldwijde concurrentie vanaf 1975 zorgde echter voor een omslag: het voertuig van hulp en samenwerking - de preferentiële handelsregelingen van Lomé en Cotonou
[3] - werd onder druk van de WTO, overboord gezet en ingeruild voor een harde, neoliberale Europese exportstrategie, die van de Economische Partnerschap Akkoorden (EPA's).
Deze omslag, onder condities van chronische economische stagnatie, vertoont opvallende parallellen met de periode in de Europese geschiedenis van 1870 tot en met WW-I, die bekend staat als de Lange Depressie. Tijdens deze periode gingen met elkaar concurrerende Europese naties, onder leiding van Engeland, in Afrika [4] op zoek naar afzetgebieden voor hun industrieproducten, investeringsgebieden voor hun overtollig kapitaal en grondstoffen voor hun industrieën, en op deze wijze ontstond er een specifiek koloniaal vrijhandelssysteem dat vooral de Europese economieën ten goede kwam.

Na de Afrikaanse onafhankelijkheidstrijd van de jaren '40 en '50 van de vorige eeuw, in tijden van economische voorspoed of stijgende economische groei, sloten de Europese naties en hun voormalige koloniën verschillende generaties van handelsovereenkomsten waarin ruimte was voor 'ontwikkeling' van de voormalige Europese koloniën, nu ACP-landen genoemd. In 1957 werd het "Regime of Association" opgezet dat vanaf 1963 twee Yaoundé Conventions opleverde. Tussen 1975 en 1995 werden de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de ACP-landen bepaald door vier successievelijke Lomé-overeenkomsten waarin een aantal nieuwe bepalingen waren opgenomen. Deze Lomé-overeenkomsten waren belangrijk voor de ACP-landen omdat ze uitgingen van de zogenaamde niet-wederkerige handelsvoorkeuren. Op grond hiervan konden de ACP-landen, tarief- en quotavrij, allerlei landbouw- en industrieproducten naar de EU exporteren, en de akkoorden omvatten ook bepalingen over financiële en technische ondersteuning bij toenemende handels- en betalingsbalanstekorten.

In juni 2000 tekenden de EU en 78 ACP landen [5] het Verdrag van Cotonou waarbij de ACP landen hun positie enigszins konden verbeteren. Dat was in ruil voor de toezegging van deelname aan onderhandelingen gericht op de geleidelijke vervanging van de niet-wederkerige handelsvoorkeuren door regionale vrijhandelszones die in overeenstemming waren met de WTO-regels voor vrije handel. In dit akkoord was vastgelegd dat er van september 2002 tot eind 2007 onderhandeld zou worden over Economische Partnerschap Akkoorden tussen de EU en verschillende regionale groepen van ACP-landen. Dat zou moeten leiden tot "nieuwe met WTO verenigbare handelsovereenkomsten, die handelsbarrières tussen de EU en de ACP op een progressieve manier verwijderen" en zou tegelijkertijd voortborduren op "de initiatieven voor regionale integratie van ACP-landen [6]". De geleidelijke invoering van deze EPA's was voorzien voor de periode 2008-2020.


WTO Plus

De praktijk is echter een andere: de EPA's zullen niet alleen een eind maken aan de unilaterale handelspreferenties van de ACP-landen, maar zijn in feite bedoeld om een vrijhandelsregime te vestigen dat in twee opzichten verder gaat dan de bepalingen in de huidige WTO-akkoorden.

Ten eerste gebruikt de EU in haar EPA-voorstellen een voor de ACP-landen ongunstige interpretatie van de term "substantially all the trade" ("in wezen alle handel") die voorkomt in de WTO-definitie voor 'regionale vrijhandelsovereenkomsten' (neergelegd in artikel XXIV (8b) van de GATT). Volgens de GATT/WTO regels heeft 'regionale vrijhandel' betrekking op de verwijdering van accijnzen en andere restrictieve handelsreguleringen op "substantially all the trade" (SAT) in producten binnen een periode van 10 jaar.
De EU stelt nu dat SAT betrekking heeft, op tenminste, 90 procent liberalisering van de markten van beide regiopartners (de EU en de verschillende ACP regiogroepen). Een liberalisering volgens een SAT-percentage van 80 (100% liberalisering van de EU-markt en 60% van de ACP markten) zou veel gunstiger uitpakken voor de ACP-landen [7]; de EU wil juist een SAT 90%. Als de EU haar zin krijgt, moeten de ACP-landen hun markten in een heel korte tijd bijna volledig moeten openen voor importen (landbouw- en industrieproducten, financiële diensten) uit de Europese Unie.

Ten tweede wil de Unie ook onderhandelingen over de volledige liberalisering van dienstenmarkten en de liberalisering op basis van de zogenaamde handelsgerelateerde onderwerpen ("investeringen", "concurrentiebeleid", "overheidsaanbestedingen", "handelsbevordering" en "informatiebescherming") onderbrengen in de EPA's. Veel ontwikkelingslanden, waaronder de ACP-landen, verzetten zich echter al geruime tijd binnen de WTO tegen het beginnen van onderhandelingen over "investeringen", "concurrentiebeleid" en "overheidsaanbestedingen", 3 van de 4 zogenaamde Singapore onderwerpen.
Het Cotonou Verdrag (Art. 34 tot 38) voorziet in dat verband overigens alleen in het sluiten van een overeenkomst voor de bescherming van investeringen en voor samenwerking op het gebied van concurrentiebeleid. De EU wil niet alleen verder gaan dan de consensus binnen de WTO ten aanzien van deze onderwerpen, maar gaat hiermee ook verder dan het kader dat het verdrag van Cotonou biedt. Dit laatste geldt ook voor handel in diverse (publieke) diensten, waar de EU pleit voor snelle en ambitieuze onderhandelingen.


Toenemende onderontwikkeling als nadelig gevolg

Handelsverdragen zoals de Economische Partnerschap Akkoorden, zullen de structurele ontwikkeling- problematiek van Afrika niet oplossen, maar juist vergroten [8]. Ze verschaffen namelijk geen enkele vorm van importbescherming meer tegen hoogwaardige Europese producten en diensten en de Afrikaanse producenten en fabrikanten zijn niet in staat om hiertegen te concurreren. De ACP-landen zullen daardoor, nog meer dan nu, terugvallen op de export van primaire producten en grondstoffen, met toenemende ongelijkheid of asymmetrie van hun handels- en betalingsbalans en een toenemende schuldenlast bij internationale financiële instellingen (IMF, WB) tot gevolg.

Niet alleen op de handels- en betalingsbalans nemen de ongelijkheden of asymmetrie toe, dit geldt ook voor de verhoudingen tussen private sector en publieke sector en tussen buitenlandse of internationale sector en de binnenlandse of landbouwsector.
De overheidssector van publieke diensten (gezondheidszorg, onderwijs, enzovoorts) die in deze landen in grote mate wordt gefinancierd door tariefinkomsten op de Europese importen, zal bij de afschaffing van dit belastingsysteem, zeer zwaar worden getroffen. Er zal eerder sprake zijn van krimp dan door publieke investeringen gegenereerde economische groei.
De binnenlandse, Afrikaanse landbouwsector, en daarmee de voedselvoorziening, krijgt eveneens grote klappen te verduren. Niet alleen verliest ze haar positie op de Europese markten en daarmee haar exportinkomsten, ze dreigt ook volledig te bezwijken onder de last van de groeiende import van zwaar gesubsidieerde Europese landbouwproducten. Daarmee, dreigt ze haar positie op de binnenlandse markten voorgoed te verliezen met grote gevolgen voor de voedselvoorziening.

Politieke partijen, vakbonden en maatschappelijke organisaties in het Zuiden als ook in Europa, zullen zich ook in 2008 moeten blijven inspannen om deze vrijhandelsakkoorden oftewel deze "WTO Plus"-akkoorden met hun catastrofale gevolgen voor de ACP- staten te stoppen [9].


Noten:
[1] De ACP-groep omvat inmiddels 79 staten waaronder de 40 armste en minst ontwikkelde staten van de wereld. Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/ACS-staten NAAR TEKST
[2] Voor een voortreffelijke analyse van deze stagnatie in het Europese 'monopoly capitalism' met haar neoliberale  deflatiepolitiek, zie: "Monopoly Capitalism in Crisis, part II: The era of stagnation and crisis: 1975-2000, Hoofdstuk 6 The Onset of 'Eurosclerosis'," van Bill Lucarelli, London, 2004. NAAR TEKST
[3] Voor een omschrijving van de Verdragen van Lomé en Cotonou (handelspreferenties en financiële ondersteuning), zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/ACS-staten  en http://www.acpsec.org/en/faq.htm. NAAR TEKST
[4] De Britse Afrikanist Basil Davidson omschrijft deze periode in zijn "African civilization revisited" (1991) als The Scramble for Africa. Het is vooral Engeland dat in deze stagnatieperiode met toenemende, wereldwijde concurrentie wordt geconfronteerd. Engeland zette voor haar verouderde industrieën met groeiende overcapaciteit, met dalende rendementen en braakliggend financieel kapitaal in Afrika een zeer winstgevend koloniaal handelsysteem op, het zgn. Nieuwe Imperialisme, waarbij kapitaal en industrieproducten tegen grondstoffen en landbouwproducten worden geruild. Dit systeem leverde Engeland grote overschotten op haar handels- en betalingsbalans op; haar koloniën kregen echter te maken met structurele tekorten. Sindsdien - zelfs na de Afrikaanse onafhankelijkheidstrijd - worden de Afrikaanse landen met structurele handels en betalingsbalanstekorten geconfronteerd. Er is in Afrika sprake van voortdurende economische krimp, een groeiende schuldenberg, achteruitgang en crises. Zie, "The Looting of Africa. The economics of exploitation, hoofdstukken 3 en 4," door Patrick Bond (Zed books, London, 2006). NAAR TEKST
[5] Cuba tekende als enige ACP land niet. NAAR TEKST
[6] De opzet van de EU is om via de EPA onderhandelingen vrijhandelszones in te stellen met West-Afrika,  Centraal Afrika, Oost- en Zuidelijk Afrika, het Caribische Gebied en het Stille Zuidzee gebied. Deze onderhandelingen zijn in feite mislukt hoewel er wel interim-akkoorden zijn gesloten met 36 ACP-landen, waarbij de Caribische regio als een handelsblok optreedt. Zie: "De tweede onafhankelijkheidstrijd van Afrika," door Etienne De Belder (onderzoeker Oxfam-Solidariteit), in Uitpers nr 95, webzine Internationale Politiek, maart 2008. NAAR TEKST
[7] Zie voor een uitgebreide vergelijking en opmerkelijke overeenkomsten tussen de WTO-onderhandelingen waarbij de EU betrokken is en de EPA-onderhandelingen tussen de EU en de ACP- landen, de Duitse studie en
brochure "Factsheet 209- EPAs und Freihandel, Irrweg gegenseitige Güterliberalisierung", ATTAC, augustus 2007. Zie ook: "Renegotiating GATT Article XXIV - a priority for African countries engaged in North-South trade agreements", door Rémi Lang (UNECA), februari 2006.
NAAR TEKST
[8] De gevolgen van de EPA's voor de ACP-staten zijn opgesomd door een onderzoekscommissie uit het Franse parlement. Voor een korte samenvatting van het rapport van deze commissie, zie: http://www.eurafair.de/pageID_3668939.html NAAR TEKST
[9] Zie voor de Stop EPA campagne: http://www.stopepa.de/  en  http://www.twnafrica.org/cotonou.asp NAAR TEKST

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) Diverse artikelen 15 juni 2008

  D1.  Redactioneel
  D2.  17 mei: Aandacht voor handels-top EU-Latijns-Amerika en voor het
          aggressieve Europese handelsbeleid ('Global Europe')

  D3.  Topconferentie EU-Latijns Amerika in Lima
  D4.  Alternatieven voor het neoliberalisme: ALBA en de Bank van het Zuiden.


D1 Redactioneel


Beste lezer,

Deze keer aandacht voor een belangrijke handels-top in Lima (Peru) tussen de EU en landen in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied, waartegen fel wordt geprotesteerd door organisaties van Latijnsamerikaanse boeren, vrouwen, inheemse bewoners en vakbonden. Op 17 mei is er in Amsterdam een solidariteitsavond met een live-verbinding met activisten in Lima en aandacht voor 'Global Europe', de aggresieve handelspolitiek van de EU.
In deze editie ook een artikel over ALBA en de Banco del Sur, twee recente initiatieven van Latijns-Amerikaanse staten die op de achtergrond een belangrijke rol (kunnen) spelen bij deze top.


Deze week, danwel begin volgende week, zullen in WTO-verband twee langverwachte voorzittersteksten worden uitgebracht. Het gaat om herziene conceptteksten voor landbouw en industriele goederen. Een tekst over diensten zal snel daarna volgen, zo verwacht men.
De WTO en de belangrijkste ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden hebben voor om zo snel mogelijk een 'horizontale uitruil' te beginnen op gebied van landbouw en  industriegoederen, voorbereid door topambtenaren van een beperkte groep landen. Deze 'uitruil' wordt dan gevolgd een mini-top van zo'n 25 ministers waar een en ander wordt vastgelegd. Mogelijk zullen afspraken over 'Rules' ook een rol spelen bij dit alles. Tegelijkertijd (parallel) zal er een topontmoeting plaatsvinden over de liberalisering van dienstensectoren en de liberalisering van binnenlandse regels en maatregelen voor GATS.

Als deze opzet slaagt, zal dit de basis leggen voor een Doha-akkoord dat eind van 2008 klaar moet zijn voor tekening door alle lidstaten. Ondertussen wordt er in Genève, in en rond het WTO-gebouw, gefluisterd dat de ministers-top zal moeten worden uitgesteld omdat er toch nog te weinig overeenstemming is in het landbouwdossier. Eind mei, zoals Lamy wil, is mogelijk te vroeg... Misschien dan eind juni of - net als in de afgelopen paar jaar - een topontmoeting van beperkte omvang maar met geforceerde agenda in juli, vlak voor het zommerreces?


met vriendelijke groet,

Rob Bleijerveld

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D2 17 mei: Aandacht voor handels-top EU-Latijns-Amerika en voor het
aggressieve Europese handelsbeleid ('Global Europe')



Op 16 en 17 mei vindt in de Peruaanse hoofdstad Lima de topconferentie plaats tussen de EU, landen in Latijns-Amerika en het Caribische Gebied.

Namens Nederland nemen daar onder andere Balkenende en Verhage aan deel.

De top staat vooral in het teken van onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden, met verstrekkende gevolgen. Er zijn dan ook grote tegenconferenties en manifestaties, maar ook dreigt forse repressie tegen kritische stemmen. In februari werden nog vier boeren doodgeschoten tijdens protesten tegen een vrijhandelsverdrag met de VS.

Ook vanuit Nederland wordt aandacht aan de top besteed, en zijn er activisten nauw bij betrokken. Elders in deze WTO.ZIP is een overzicht van initiatieven en weblinks naar bronnen te vinden.

Aanstaande zaterdagavond - 17 mei - is er een solidariteitsavond in Amsterdam.

Daar zal informatie gegeven worden over de omstandigheden van de top in Lima en de tegenactiviteiten. Ook zal er nader worden ingegaan op het Europese handelsbeleid dat sinds 2006 onder de noemer 'Global Europe' agressief op de belangen van Europese multinationals is afgestemd. En er zal een directe verbinding gemaakt worden met actievoerders in Lima.


Begin: 20 uur
Adres: Plantage Doklaan 10-12 Amsterdam.
Bereikbaarheid: tram 9 of 14, metrostation Waterlooplein
Toegang: gratis

Georganiseerd door: TransNational Institute, XminY Solidariteitsfonds, Ander Europa, Noticias/Ojalá, Vóór de Verandering, Friends of the Earth Europe

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D3 Topconferentie EU-Latijns Amerika in Lima
(door Globalinfo/Noticias)

Op vrijdag 16 mei begint in Lima (Peru) de topconferentie tussen Latijns Amerika en de EU. Hoewel officieel ook over andere politieke thema's, gaat de top vooral over de economie. De EU zal - overeenkomstig zijn 'Global Europe'-strategie - proberen de onderhandelingen over vrijhandelsverdragen een stap verder te brengen. Onder moeilijke omstandigheden proberen maatschappelijke organisaties protest te organiseren tijdens de top. In Amsterdam is er op zaterdag 17 mei een solidariteitsavond [1].
Latijns-Amerika-centrum Noticias volgt de conferentie op de voet en is er ook in Lima aanwezig met een flink aantal mensen. Op haar website is een speciale rubriek [2] ingericht voor nieuws en achtergronden over de top.

Daar valt onder meer te lezen hoe op 8 mei een studentendemonstratie hard door de politie uiteengeslagen [3] werd.

Ook andere groepen, zoals inheemse volkeren, boeren en vakbonden hebben conferenties belegd.

Verspreid over de stad vindt een soort tegentop plaats onder de noemer 'Enlanzando Alternativas' [4] dat de grootste moeite heeft om überhaupt vergunningen te krijgen om bijeen te komen. Een van de onderdelen van dit project is een uitgebreid tribunaal tegen Europese multinationals [5].

Sommige linkse regeringsvertegenwoordigers zullen zowel de officiële top bezoeken als de tegentop.

Namens Nederland zullen onder meer Balkenende en Verhagen en een hele rits ambtenaren van EZ en andere ministeries aan de top deelnemen.

Wat betreft de repressie houdt iedereen dan ook z'n hart vast. In februari vielen er nog vier doden toen boeren protesteerden [6] tegen de ondertekening van een vrijhandelsakkoord met de VS.
De zittende (sociaaldemocratische) president Alan Garcia is impopulair. Toen hij in april een bezoek bracht aan Puno moest hij gehaast de streek weer verlaten omdat de delegatie bekogeld [7] werd. De eerder gearresteerde dichteres Melissa Patino is op 8 mei vrijgelaten, in afwachting van haar proces en onder druk van een grote internationale campagne. De Peruaanse autoriteiten hebben ook voortdurend lopen stoken tegen elk kritisch geluid tegen de topconferentie en ze hebben openlijk
gedreigd met repressie. Volgens de Peruaanse minister van Defensie zijn de protesten 'anti-Peruaans' en moeten mensen maar op andere dagen gaan protesteren dan tijdens de top. Ook is verklaard dat alle bezoekers uit Bolivia onruststokers zijn....

Op 16 en 17 mei staan desondanks demonstraties op het programma. Op de solidariteitsavond op 17 mei in Amsterdam zal er een live-verbinding met activisten in Lima zijn. Daarnaast zal er informatie gegeven worden over het Europese handelsbeleid en over de alternatieve top (vanaf 20.00 uur
Plantage Doklaan 10-12 Amsterdam).


Noten:
[1] http://www.globalinfo.nl/content/view/1544/1/
[2] http://www.noticias.nl/lima2008.php
[3] http://www.noticias.nl/lima2008_artikel.php?id=1
[4] http://www.enlazandoalternativas.org/
[5] http://www.enlazandoalternativas.org/spip.php?rubrique=3
[6] http://www.globalinfo.nl/content/view/1485/30/
[7] http://www.globalinfo.nl/content/view/1539/30/

Meer informatie ('eigen' media):
* website van Noticias met Lima-special 
* Foto's van Noticias 
* Achtergrondstuk over de top: "Peru maakt zich op voor internationale topbijeenkomsten," door Suzanne Kruyt en
   Raphael Hoetmer, 1 mei 2008
.
* Achtergrondstuk over EU handelsbeleid tav. Latijns Amerika: "'Global Europe' en Latijns Amerika," door Kees
   Hudig/La Chispa, 14 mei 2008
.
* Blog over 'Global Europe'
* Radio Alerta 
* Indymedia Peru 
* Linkse website Peru (Spaanstalig) 
* 'Dringend nieuws' wordt gepost op www.indymedia.nl

Verder:
* Persverklaring van Friends of the Earth Europe van 13 mei 2008: "EU and business on trial for crimes in Latin America.
   Alternative summit puts
spotlight on environmental and social impacts of EU and European
companies".
* Pers-dossier met details van de beschuldigingen tegen Europese ondernemingen en met informatie over de juryleden van
   het tribunaal in 
Lima: "Permanent Peoples' Tribunal: Second Session on European transnational companies in Latin
   
America and on neoliberal policies".


Meer informatie (offcieel):
* Website van de top 
* Website van de EU over de top

Bron: Globalinfo NL

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D4 Alternatieven voor het neoliberalisme: ALBA en de Bank van het
         Zuiden

(door Henry van Maasakker)

Tijdens de top over een vrijhandelsakkoord tussen de EU, Latijns-Amerikaanse landen en Caribische landen (De Vijfde LAC-EU Top) die deze week in Lima (Peru) wordt gehouden, zullen ALBA (Bolivarian Alternative for the Americas) en de Banco del Sur waarschijnlijk op de achtergrond een prominente rol spelen. ALBA biedt namelijk een ander model voor economische samenwerking in de regio en de Banco del Sur kan een alternatief zijn voor de financiering door IMF en Wereldbank en kan de landen in de regio minder afhankelijk maken van de handels- en investeringsvoorwaarden van de EU en de VS.


De grote economische blokken in de wereld, zoals de VS en de EU, proberen vooral sinds de jaren '90 van de vorige eeuw vrijhandelsverdragen met het Zuiden af te sluiten die ten goede komen aan de Europese of Amerikaanse economieën en de daar gevestigde multinationals. Een voorbeeld is Latijns-Amerika.

De laatste jaren groeit de volksbeweging tegen dit soort initiatieven echter, zowel op straat als institutioneel. Zo worden tijdens de Vijfde EU-LAC top die deze week in Peru
[1] plaatsvindt demonstraties en een tegentop gehouden en worden de praktijken van multinationals aan de kaak gesteld. En op de achtergrond speelt de Banco del Sur een rol als alternatieve geldbron.

De VS streeft al langere tijd naar een volledige vrijhandelszone met Latijns-Amerika en wendde daartoe verschillende instrumenten aan. De door de VS gedomineerde Wereldbank en IMF legden vanaf de tweede helft van de jaren '70 aan de Latijns-Amerikaanse landen - die in diepe schulden verkeerden - zogenaamde herstructurering- of deflatieprogramma's op. Deze programma's bestonden, net als de programma's tijdens de Grote Depressie in de jaren '30 van de vorige eeuw, hoofdzakelijk uit deregulatie, devaluatie, liberalisering en privatisering van hun economieën. Sedert de val van de Berlijnse Muur kon dit neoliberale programma van de Wereldbank en het IMF wereldwijd, maar zeker ook in Latijns-Amerika, op groeiende steun en vooral op versnelde wereldwijde invoering rekenen. Rusland, landen in Oost-Europa, Afrika en Latijns-Amerika: allemaal met structurele handels- en betalingsbalanstekorten.

In tegenstelling tot wat Wereldbank- en IMF-economen, en hun ideologische leermeesters - de Chicago Boys - beweerden, leidden deze programma's in geheel Latijns-Amerika tot groeiende financiële en economische crises, tot verdere verarming en tot grote politieke instabiliteit, waarbij vaak neofascistische regimes aan de macht kwamen om de Wereldbank- en IMF-programma's aan de bevolking op te leggen. Dit staat in scherp contrast tot landen in Azië, zoals China, India en Vietnam, maar in het verleden ook Zuid-Korea en Singapore, die juist gebruik maakten van economische planning met een omvangrijke staatssector (inclusief publieke diensten), stabiele wisselkoersen, kapitaalcontroles, tariefmuren en export (agrarische producten, industriële goederen, kapitaal) die hoge economische groeicijfers met handelsbalansoverschotten opleverden.

In tweede helft van de jaren '90 kwam er een tegenreactie in Latijns-Amerika op gang tegen deze opgelegde saneringsprogramma's met haar vrijhandelsverdragen, zoals de Free Trade Agreement of the Americas (FTAA/ALCA), die werd gedragen door gekozen linkse regeringen. Ook werd op 25 en 26 april 2005 een alternatief handelsverdrag gesloten tussen Venezuela, Cuba en Bolivia met als titel "Het Bolivariaans Alternatief voor de Latijns-Amerikaanse volkeren", ofwel ALBA
[2].


ALBA [3] is een regionaal samenwerkingsverband op economisch, sociaal en cultureel vlak dat is bedoeld om een eerlijke handel te realiseren, gebaseerd op wederzijdse belangen. Hieronder zijn de uitgangspunten omschreven:

  1. Het nemen van concrete stappen voor het invoeren van het integratieproces, gebaseerd op de gezamenlijke verklaring van Venezuela en Cuba van 14 december 2004
  2. Het doen van investeringen, gericht op wederzijds belang, in de vorm van publieke, binationale, gemengde of coöperatieve bedrijven, projecten met een gemeenschappelijk management of andere samenwerkingsverbanden. Prioriteit wordt gegeven aan initiatieven die de capaciteit versterken van sociale deelname, industrialisatie van de natuurlijke hulpbronnen en veilig voedsel met respect voor en bescherming van het milieu.
  3. Het uitwerken van een strategisch plan dat aanvullende productie waarborgt met een wederzijds voordeel, gebaseerd op een efficiënte verwerking van de bestaande natuurlijke voorraden (vooral olie), en het beheer over de grondstoffen, de groei van de werkgelegenheid, markttoegang en andere zaken, zoals die in solidariteit door de volkeren verlangd worden.
  4. Het onderling uitwisselen van wetenschappelijke en technische kennis om de economische en sociale ontwikkeling van de drie landen te steunen.
  5. Het onderling uitwisselen van in de eigen landen ontwikkelde kennistechnologische pakketten ten behoeve van het gemeenschappelijk belang, die zullen voorzien in gebruik en uitvoering gebaseerd op principe van wederzijds belang.
  6. Het streven naar een aandeel van tenminste 51% voor het gastland in strategische bi- of trinationale bedrijven daar waar de natuurlijke ligging en de prijs van de investering dat toelaten.
  7. Het openen van filialen van staatsbanken op elkaars grondgebied. En het maken van wederzijdse kredietafspraken tussen aan te wijzen bankinstituties ter vergemakkelijking van de betaling van en belasting over de zakelijke en financiële transacties tussen de landen.
  8. Het toestaan van commerciële compensatie door middel van goederen en diensten mits dit het wederzijdse belang van uitbreiding en versterking van de handelsbetrekkingen dient (b.v. olie ruilen tegen gezondheidsdiensten).
  9. Het versterken van de samenwerking op het gebied van de communicatie door het beter benutten van infrastructurele mogelijkheden voor transmissie, distributie, telecommunicatie enz., met respect voor elkaars informatieve, culturele en opvoedkundige doelen. De regeringen zullen de mogelijkheden voor integrale communicatie van Telesur steunen door de kwalitatieve en kwantitative verspreiding in de landen uit te breiden.
 10. Het bevorderen van de ontwikkeling van gezamenlijke culturele projecten, waarbij rekening wordt gehouden met het bijzondere karakter van de verschillende gebieden en de culturele identiteit van de bevolking.
 11. Het samenwerken om het analfabetisme uit te roeien, door middel van de in Cuba ontwikkelde methode voor het bijbrengen van basisschoolkennis bij grote groepen mensen.


Een coöperatieve ontwikkelingsbank van het Zuiden: De Banco del Sur

Hoewel er tegenwoordig gesproken wordt over een zogenaamde gewijzigde Washington Consensus als antwoord op de groeiende financiële crises in het Zuiden, is het volgens een recent rapport van Eurodad [4] nog steeds zo dat in 7 van de 10 gevallen, het IMF en de Wereldbank de eerder genoemde herstructureringsprogramma's opleggen aan schuldenlanden.

Als een soort antwoord hierop nam de Venezolaanse president Hugo Chávez in 2006 het initiatief voor de oprichting van de nieuwe Bank van het Zuiden (Banco del Sur) [5][6], een Zuid-Amerikaanse investerings- en ontwikkelingsbank. De Bank van het Zuiden wil de economische en sociale ontwikkeling financieren van de landen die deel uitmaken van de Zuid-Amerikaanse Unie (UNASUR). De hoofdzetel is gevestigd in Carácas (Venezuela). Het beginkapitaal van de bank van het Zuiden bedraagt 4,5 miljard euro. Zeven landen met hun presidenten hebben zich inmiddels aangesloten bij dit initiatief, te weten de Nestor Kirchner van Argentinië, Hugo Chávez van Venezuela, Lula da Silva van Brazilië, Nicandor Duarte van Paraguay, Rafael Correa van Ecuador [7], Evo Morales van Bolivia en Tabare Vasquez van Uruguay.[8]

De Bank van het Zuiden heeft als belangrijkste doel het steunen van vaak grootschalige, zeer kapitaalintensieve, infrastructurele projecten door middel van langlopende leningen, onder andere op het gebied van grondstoffen- en energiewinning [9]. Het gaat dan bijvoorbeeld om de 8000-kilometer lange gaspijpleiding van Venezuela naar Argentinië die door Bolivia en Brazilië heen loopt. De projecten zijn niet geheel onomstreden, omdat ze opgespannen voet kunnen staan met de ecologische doelstellingen van de ALBA en landen die op korte termijn overwegen lid te worden van ALBA, de zogenaamde geassocieerde leden.

De Bank van het Zuiden is op 10 december 2007 officieel van start gegaan. De bank is opgericht door de eerder genoemde 7 landen, maar de Raad van Bestuur wordt gevormd door de ministers van Economische Zaken van 10 Latijns-Amerikaanse landen en zelfs 12 landen kunnen gebruik maken van de faciliteiten. Joseph Stiglitz - Nobelprijswinner, bekend Keynesiaans econoom en voormalig hoofdeconoom van de Wereldbank - zei er het volgende over na een ontmoeting met Chávez:

(....) "one of the advantages of having a Bank of the South is that it would reflect the perspectives of those in the Western Hemisphere. It would boost Latin America's development and provide a useful alternative to the World Bank and the International Monetary Fund. It is a good thing to have competition in most markets, including the market for development lending [10]." (....).


Noten:
[1] Voor meer over deze top en over de tegentop van de Latijns-Amerikaanse volkeren, de Enlances Alternativo, zie http://www.noticias.nl/lima2008.php. NAAR TEKST
[2] ALBA heeft het karakter van een Economische en Sociale Unie, waarbij wordt gestreefd naar één geïntegreerd economisch blok van Latijns-Amerikaanse landen. ALBA gaat nu als één handelsblok het programma van Raul Prebisch, een Import-Subsidie Industrialisatie programma (ISI) uitvoeren op basis van het model van de  Keynesiaanse ontwikkelingsstaat (Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Import_substitution_industrialization). Hierbij is geleerd van de ervaringen van de opkomende grote Aziatische ontwikkelingseconomieën, India en China. Deze weg was Cuba na 1989 vanwege haar diepe economische depressie, al eerder ingeslagen (Zie: "Prospects for the Cuban Revolution in the Post-Communist Era," van dr. G. Lambie, 1997  (http://www.hartford-hwp.com/archives/43b/164.html). Op 25 april stelde de ALBA een eigen bank in werking: de Banco del ALBA. Meer hierover in: "Banco del Alba entrará en funcionamiento el 25 de abril," ABN, 7 april 2008 (http://www.sela.org/sela/prensa.asp?id=12917&step=3). NAAR TEKST
[3] Voor een uitgebreide ALBA-analyse, zie "ALBA, Venezuela's answer to 'free trade': the Bolivarian alternative for the Americas," door David Harris en Diego Azzi, Focus on the Global South, januari 2007 (http://www.focusweb.org/pdf/alba-book.pdf). Voor een korte samenvatting, zie http://www.globalinfo.nl/content/view/1071/39/. Een recente kritische ALBA-analyse is te vinden in "Alternative financing for development: Venezuela and ALBA," door Alejandro Bendaña, 28 februari 2008 (http://www.focusweb.org/alternative-financing-for-development-venezuela-and-alba.html?Itemid=92). NAAR TEKST
[4] Een analyse en korte samenvatting van en een link naar dit Eurodad-rapport is te vinden in "World Bank Still Pushing Economic Policy Conditions, door Celine Tan, 9 november 2007 (http://www.twnside.org.sg/title2/finance/twninfofinance110705.htm). NAAR TEKST
[5] Op 28 april 2008 besloten de regeringen van Brazilië, Ecuador, Paraguay, Uruguay, Venezuela en Bolivia om aan hun parlementen en presidenten het voornemen voor te leggen om de Bank per eind 2008 te openen. Argentinië sluit zich naar verwachting binnenkort aan bij dit initiatief. Zie: "El Banco del Sur comenzará a operar a finales de 2008 con un capital inicial de 7.000 millones de dólares," EuropaPress, 28 april 2008 (http://www.sela.org/sela/prensa.asp?id=13115&step=3). NAAR TEKST
[6] Per 25 april 2008 is daarnaast de (door met name Venezuela gefinancierde) Banco del ALBA actief. Volgens de Venezolaanse minister voor Financiën, Isea, heeft deze bank niet ten doel rijkdom te vergaren, maar om de landen in Latijns-Amerika en de Cariben te stimuleren tot ontwikkeling. De middelen van de bank worden aangewend om de bestaande assymetrische verhoudingen in de regio te corrigeren door het opvoeren van de economische productie. NAAR TEKST
[7] Ecuador is voorstander van een nog bredere aanpak. Naast de Bank van het Zuiden zou er een regionaal monetair fonds (RMF) moeten komen en een monetaire unie met eigen munt voor geheel Latijns-Amerika ter vervanging van de dominantie van de Amerikaanse dollar. Zie: "De Bank van het Zuiden: een bank voor het zuiden?," Francine Mestrum, augustus 2007 (http://www.vrede.be/tijdschrift_view.php?id=1063). NAAR TEKST
[8] Drie andere landen toonden destijds interesse voor deelname: Chile, Peru en Colombia. NAAR TEKST
[9] De importsubstitutie industrialisatie à la Prebisch kan niet van de grond komen als deze basisindustrieën niet eerst tot ontwikkeling worden gebracht, zie "Raul Prebisch" (http://en.wikipedia.org/wiki/Raul_Prebisch). NAAR TEKST
[10] Uit: "Bank of the South: Another step toward Latin American integration," door Roberto Mallen, 7 december 2007  (http://www.coha.org/2007/12/07/bank-of-the-south-another-step-toward-latin-american-integration/).
Landen met een structureel overschot op hun handels- en betalingsbalans (een monetair surplus) kunnen andere landen met een structureel tekort op hun betalingsbalans hebben bijstaan zonder allerlei harde sanerings- of deflatieprogramma's. Een centraal idee van John Maynard Keynes bij de formulering van zijn oorspronkelijke Bretton Woods-voorstellen om een Grote Depressie zoals in de jaren '30 te voorkomen (zie bijvoorbeeld: "Excerpts from No-Nonsense guide to Globalization by Wayne Elwood (2002)" (http://www.thirdworldtraveler.com/Globalization/Globalization_GuideTo.html). 
NAAR TEKST

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


E) Nieuws en achtergrondinformatie over de WTO-top van 21-28 juli


Beste lezers,

Morgen, 21 juli, komen de handelsministers van zo'n 35 WTO-lidstaten in Genève bijeen voor een mini-ministeriële top. De top zal een paar dagen duren en moet een doorbraak opleveren in het stagnerende Doha onderhandelingsproces. WTO.ZIP en Globalinfo volgen de top en de critici. De informatie is te vinden op Globalinfo.nl en zal regelmatig worden bijgewerkt (voor de weblinks, zie onder).


Op 21 juli begint in Genève een ministeriële top waaraan de handelsministers van zo'n 35 WTO-lidstaten deelnemen. Deze top zal een paar dagen duren en moet een doorbraak opleveren in het stagnerende Doha onderhandelingsproces. De groep van ministers is op 25 juni uitgenodigd door WTO-voorziter Lamy die graag voor het eind van 2008 een Doha Akkoord wil bereiken.

Met deze "invitation-only" topontmoeting - in feite de opvolger van de algemene ministeriële top in Hong Kong van december 2005 - wil Lamy de belangrijkste twee struikelblokken in een klap uit de weg ruimen: de stagnatie in de onderhandelingen over landbouw en over industriële goederen. Dat moet volgens hem de weg vrij maken voor vooruitgang op andere gebieden zoals diensten, TRIPs, Geografische Indicaties en Regels, waarna de Doha Ronde in zijn geheel voor eind 2008 kan worden afgesloten met een nieuw handelsverdrag.

Sinds een week of twee zijn topambtenaren van verschillende landen, bijgestaan door de voorzitters van de onderhandelingscommissies voor landbouw (AG) en industriële goederen (NAMA), bezig met de inhoudelijke voorbereiding van de top. Ze gaan daarbij uit van de nieuwste onderhandelingsteksten die door de twee voorzitters zijn geschreven. Hun ministers worden geacht "horizontale" (= cross-sectorale) onderhandelingen te houden die overeenstemming moet opleveren over de grondregels ('modaliteiten') voor AG en NAMA. Na de zomer volgt dan een meer technische uitwerking van beide thema's en kan er verder worden gegaan met onderhandelingen op alle overige deelterreinen van de Doha Ronde zodat - in de visie van Lamy - er voor eind 2008 een nieuw WTO-verdrag klaar is om te worden getekend door regeringen en parlementen.

Parallel aan de top zal er op aandringen van een aantal rijke landen een "signaleringsconferentie" voor diensten worden gehouden (24 juli). Een aantal rijke landen, waaronder de EU, de VS en Japan, willen dan een doorbraak bewerkstelligen op gebied van vraag en aanbod over de liberalisering van dienstenmarkten. Ze lieten eerder doorschemeren dat ze geen consessies zullen doen 'op' landbouw indien de (opkomende) ontwikkelingslanden hun dienstenmarkten niet verder willen open gooien. Lamy wees een voorstel van India af die de opname in de agenda van de top van thema's als anti-dumping, visserijregels, TRIPS, geografische indicaties en biodiversiteit (CBD) verlangde.

De top wordt overschaduwd door het gebrek aan voldoende tussentijdse vooruitgang op AG en NAMA, door de "signalerings-conferentie" over diensten en door de kritiek van ontwikkelingslanden op het demokratische gehalte van de top en het negeren van hun (ontwikkelings-)belangen. Ook van de kant van maatschappelijke organisaties en sociale bewegingen is er veel kritiek. Niet alleen wijzen ze de ondemokratische gang van zaken
binnen de WTO af maar ook de stelling van Lamy dat een 'Doha deal' een oplossing is voor de voedsel- en financiële crises. Verder geven ze aan dat de regering Bush - in tegenstelling tot wat steeds wordt gesuggereerd door Lamy, VS en EU - niet kan rekenen op een "fast track" handelsmandaat indien de WTO voor eind 2008 in het kader van de Doha Ronde tot overeenstemming komt.


Agenda

20 juli: De verschillende landengroepen (zoals de G33, de G45, de Groep van Kleine en Kwetsbare Economieën (SVEs) en de Afrika Group) komen bijeen om hun definitieve posities te bepalen.

21 juli: de aftrap van de top op de 1e open, informele sessie van het Trade Negotiations Committee (TNC) waarbij alle gedelegeerden aanwezig kunnen zijn.

21 tm 25 juli: Elke ochtend vindt er een open TNC-bijeenkomst plaats, gevolgd door (exclusieve) "Green Room'-bijeenkomsten waar de werkelijke onderhandelingen over AG en NAMA plaatsvinden en waar zal worden gepoogd te komen tot een onderlinge uitruil van consessies op deze twee thema's.

24 juli: Op donderdag is er een zogenaamde signalerings-conferentie over diensten die zijn schaduw vooruit werpt. Een aantal rijke landen, waaronder de EU, de VS en Japan, willen dan een doorbraak bewerkstelligen op gebied van vraag en aanbod over de liberalisering van dienstenmarkten. Ze lieten eerder doorschemeren dat ze geen consessies zullen doen 'op'
landbouw indien de (opkomende) ontwikkelingslanden hun dienstenmarkten niet verder willen open gooien.

26 juli: Op zaterdag is er een open, formele TNC-bijeenkomst waar alle gedelegeerden van de WTO-lidstaten de eventuele nieuwe modaliteiten voor AG en NAMA en het verslag van de dienstenconferentie kunnen "aannemen".

28 en 29 juli: Volgende week maandag en dinsdag komt de Algemene Raad van de WTO bijeen om - zo stelt Lamy voor - "kennis te nemen" van de (aangenomen) modaliteiten.


Nieuws en achtergrondinformatie over de WTO-top zijn te vinden op globalinfo.nl

- "Meer nieuws en achtergronden bij de WTO-top"
Diverse artikelen en updates

- "Bush heeft geen mandaat bij WTO-onderhandelingen (met update over Farm Bill)"
Op 21 juli staat de langverwachte poging tot herstart van de WTO-onderhandelingen op ministerieel niveau op de agenda. De delegatie van de VS beschikt echter niet over een volledig handelsmandaat.
(Met onderaan een update van 18 juli over Farm Bill en WTO)

- "Aktieoproep 'Stop WTO's Doha Ronde' 7 juli 2008"
Aktieoproep 'Stop WTO's Doha Ronde' 7 juli 2008 Het Our World Is Not For Sale-netwerk (OWINFS) roept op tot aktie tegen de Ministeriële Top van de WTO op 21 juli. Deze top is een opzet van voorzitter Lamy om een doorbraak te forceren in de onderhandelingen die ongunstig zal uitpakken voor ontwikkelingslanden, de arme bevolking en het milieu. OWINFS vraagt organisaties om in eigen land zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op politiek en media opdat dit geen succes wordt.


Links naar bijlagen en aanvullende informatie (bijgewerkt 8 juli 2008):

* "Basis gesprekspunten over de WTO" (6 juli 2008)
Aandachtspunten die kunnen helpen bij (de voorbereiding van) gesprekken over de WTO met de eigen handelsminister.

* "Lobby- en aktiedocumenten van sociale bewegingen over de WTO" (6 juli 2008)
Weblinks naar lobby- en aktiedocumenten.

* "Vakbondsbrief aan NAMA-1
" (8 juni 2008)
Brief van 8 juni 2008 van de voorzitters van een aantal vakbondskoepels aan de handelsministers van de NAMA-11 groep (Argentinië, Brazilië, Venezuela, Zuidafrika, Namibië, Tunisië, Egypte, India, Indonesië en de Filippijnen). Hierin wordt gevraagd vast te houden aan de standpunten die de groep in de WTO-onderhandelingen innam ten aanzien van markttoegang voor industriële goederen.

* "Verklaring vakbondskoepels uit Latijnsamerika en Caribben over Nieuwe NAMA Modaliteiten Concepttekst" (28 mei 2008)
Verklaring van vakbondskoepels uit Latijnsamerika en het Caribbisch Gebied over de Nieuwe Concept Modaliteiten Tekst voor de onderhandelingen over Industriële Goederen.

* "Regering Bush en handelsminister Schwab hebben geen mandaat om een Doha deal te tekenen" (5 maart 2008)
Een analyse van Lori Wallach van Public Citizen over het ontbreken van een speciaal handelsmandaat voor de Amerikaanse president. Bush kan niet garanderen dat toezeggingen door zijn handelsministerie bij de WTO-onderhandelingen geaccordeerd zullen worden door het parlemant. Dat is belangrijk voor de bereidheid van de andere WTO-lidstaten om toezeggingen aan de VS te doen en ook voor de slagingskans van de Doha Ronde.

* New efforts to move GATS negotiations ignore negative impacts on financial and food crises! (30 mei 2008)
Uitleg waarom concepttekst van de voorzitter van de WTO-dienstenonderhandelingen (van 26 mei 2008 ) strijdig is met de belangen van ontwikkelingslanden; door Myriam Vander Stichele, voor de Working Group on Services van Our World Is Not For Sale.


met vriendelijke groet,

Rob Bleijerveld

NAAR INHOUD


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


F. Nieuws en achtergrondinformatie over de mislukte WTO-top


Beste lezers,


Gisteren, 29 juli is de WTO-top mislukt waarover WTO.ZIP eerder berichtte.
Op de website www.globalinfo.nl werd en wordt de berichtgeving bijgehouden.

Een en ander is na te lezen in: "WTO-top mislukt ! (update 30 juli)"

Deze week wordt dit artikel steeds voorzien van nieuwe infos.


met vriendelijke groet,

Rob Bleijerveld


NAAR INHOUD

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Henry van Maasakker, Kees Hudig, Rob Bleijerveld, Noticias en Guus Geurts.
Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op: http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva ATxs4all.nl

-----------------------