WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Olifanten
in de donkere kamer van de WTO
(door Rob
Bleijerveld)
Is
het Doha Akkoord wel haalbaar? Tijdens het World Economic Forum
besloten twintig handelsministers om een nieuw plan van Lamy te
steunen: rond Pasen een (mini)ministers-top en voordat Bush jr.
aftreedt een nieuw Doha Akkoord. Maar het ontbreken van een fast-track
mandaat en de financiële crisis kunnen roet in het eten (van Lamy, de
VS en de EU) gooien....
Op
26 februari, tijdens het World Economic Forum in Davos, kwamen de
handelsministers van twintig belangrijke WTO-landen en toplieden van
grote ondernemingen en van internationale instellingen op uitnodiging
van WTO-voorzitter Lamy en de Zwitserse minister voor Economische Zaken
Leuthard bijeen om te praten over een doorbraak in de Doha Ronde. De
ministers namen daar het voorstel van Lamy aan om met hernieuwde inzet
te proberen dit jaar de Ronde af te sluiten. Ze willen dit bereiken
voordat de Amerikaanse president Bush in januari 2009 aftreedt.
Maar
voor het zover is moeten eerst een tweetal nieuwe
onderhandelingsteksten voor Landbouw (AG) en Industriële Goederen
(NAMA) worden goedgekeurd door de lidstaten. Algemeen wordt aangenomen
dat de voorzitter van de Landbouwonderhandelingen van de WTO, Falkoner,
op dinsdag 5 februari zijn nieuwe (herziene) tekst zal presenteren
zodat die tijdens de Algemene Raadsvergadering van 5 en 6 februari kan
worden besproken. Kort daarna wordt ook een nieuwe (herziene) tekst van
de voorzitter van de onderhandelingen over Industriële Goederen,
Stephenson, verwacht. Deze teksten vormen de basis voor een serie van
consultaties en discussies welke moeten resulteren in de vaststelling
van de zogenaamde modaliteiten [1],
de uitgangspunten voor de laatste fase van de onderhandelingen op beide
terreinen. Deze besprekingen kunnen los van elkaar plaatshebben, maar
Lamy heeft al aangegeven dat zijn voorkeur uitgaat naar een
'horizontaal' onderhandelingsproces, waarbij topambtenaren en
'ambassadeurs' onderling Landbouwtoezeggingen 'uitruilen' tegen
NAMA-toezeggingen [2].
Tussen Pasen (23 en 24 maart) en begin april worden de resultaten van
deze uitruil vastgelegd tijdens een ministeriele top (waarschijnlijk
een mini-top).
Het is echter zeer de vraag of dit haalbaar is [3].
De afgelopen maanden wordt er weliswaar gesproken van enige vooruitgang
bij Landbouw, maar dat is - gezien de heftige reacties op de
voorstellen van Stephenson - tot nu toe niet het geval bij NAMA. En er
zijn nog meer beren op de weg. Bijvoorbeeld de GATS-kwestie: de rijke
landen proberen deze onderhandelingen tegen de afspraken in te koppelen
aan die van Landbouw en NAMA. Ook vormen de controversiële voorstellen
over het zogenaamde zeroing (nulstelling) bij de onderhandelingen over
een anti-dumping tekst een belangrijke barrière [4].
Volgens
recente persberichten zien de ministers van de VS, EU, Brazilië en
India mogelijkheden om voor het eind van het Bush-regiem de Doha Ronde
af te sluiten. De Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken, Celso
Amorim, zei dat "de politieke verschillen vaak groter zijn dan de
economische waar het gaat om de cijfers". En de Indiase handelsminister
Nath gaf aan, dat "we het erover eens zijn dat het momentum, de
intentie en de wil om deze rond tot een einde te brengen groter zijn
dan ooit."
Scepsis
Een
andere deelnemer aan de Davos-bijeenkomst is sceptisch. De Egyptische
handelsminister Rachid Mohamed Rachid zei dat sommige landen zich
afvragen of de belangrijkste spelers - de VS, EU, Brazilië en India -
eigenlijk wel een deal wìllen. Hij riep op tot het aanpassen van de
onderhandelingen aan de veranderde omstandigheden, zoals de torenhoge
voedselprijzen. "De Doha Ronde roept steeds minder verwachtingen op
omdat we elk jaar blijven zeggen dat de wereld ineen zal storten indien
we de Ronde niet afsluiten, en elk jaar doen we juist dat niet en wordt
de hele wereld beter," aldus Rachid tegen Reuters-journalisten [5].
Sceptisch
mag zeker ook Chakravarthi Raghavan worden genoemd, de hoofdredacteur
van de South-North Development Monitor (SUNS) en sinds 1978 waarnemer
van de ontwikkelingen van GATT en WTO. In een recent artikel [6]
gaf hij aan dat het publiekelijke optimisme van de hoofdrolspelers in
de WTO over de mogelijkheid om de Doha Ronde dit jaar af te sluiten,
niet is gebaseerd op de realiteit.
Er is een aantal 'olifanten in de donkere kamer' [7] (om
met Martin Wolf, de belangrijkste economische commentator van The
Financial Times te spreken). Het plan van Lamy - doorgaan met de
Landbouw- en NAMA-onderhandelingen, twee herziene voorzittersteksten,
een "horizontaal" uitruilproces in de beperkte 'Greenroom'-opzet om tot
modaliteiten te komen en een ministers-top rond Pasen om een
overeenkomst te kunnen bezegelen voordat Bush jr. aftreedt - stuit
volgens hem tenminste op het ontbreken van een Trade Promotion
Authority (TPA, of ook: fast-track mandaat) voor Bush en op de
wereldwijde ontwikkelingen op financieel gebied waarvan de gevolgen
niet zijn in te schatten en desastreus kunnen uitpakken en die vragen
om een andere benadering van het begrip economie.
Olifant
1: fast-track mandaat
Lamy
mag er dan van uitgaan dat zijn plan de Amerikaanse regering de
mogelijkheid biedt om de grote ontwikkelingslanden te houden aan
belangrijke concessies voor landbouw en industriële goederen, maar het
is heel onwaarschijnlijk dat een Doha deal zal worden geratificeerd
door het Congress zonder een Trade Promotion Authority voor Bush [8]. Zeker omdat het tot de zomer kan
duren voordat de Democratische en Republikeinse partijen hun kandidaat
hebben gekozen.
Uit een document over geschiedenis en werking van het TPA, het US
Senate Committee Report over de Handelswetgeving van 2002 [9],
blijkt ondermeer dat Congress de besluitvorming over een handelsakkoord
onder bepaalde voorwaarden oneindig lang kan rekken. Het ontbreken van
een presidentieel fast-track mandaat betekent een te grote onzekerheid
voor de handelspartners van de VS om deals te sluiten in afwachting van
een Congressioneel besluit (om een situatie van salami-tactiek te
voorkomen).
Iedereen kan volgens Raghavan weten, dat het
onmogelijk is te verwachten dat de Amerikaanse regering in 2009 of
zelfs in 2010 over een TPA kan beschikken. Sinds het aflopen van het
vorige fast-track mandaat van Bush wordt door Lamy cs. ten onrechte
gesuggereerd dat Bush een tijdelijk en beperkt mandaat kan krijgen
indien de WTO-partners akkoord gaan met een (voor de VS) aantrekkelijk
pakket aan maatregelen voor markttoegang. Op deze basis presst Lamy
voortdurend de grote ontwikkelingslanden om concessies te blijven doen.
Daarbij
zal volgens een andere deskundige, de voormalige Indiase
GATT-ambassadeur van 1989 tot 1994, B. K. Zutshi, Lamy's Plan B - de
zogenaamde Dunkel-optie - nu niet werken. Zutshi schrijft dat de
toenmalige voorzitter Dunkel in 1991, en met toestemming van de
stuurgroep van de Uruguay Ronde onderhandelingen, zijn eigen
onderhandelingstekst presenteerde als enig levensvatbaar
compromis-pakket voor een eindakkoord. De heersende meningsverschillen
werden daarin teruggebracht tot een beperkt en overzichtelijk aantal en
de tekst was gebaseerd op uitgebreide consultaties met de lidstaten.
Daarna ging het toch bijna mis. De VS en de EU wilden bij nader inzien
op bepaalde terreinen inhoudelijke veranderingen doorvoeren zonder dat
díe delen van de tekst zouden worden geopend voor heronderhandeling
welke ongunstig uitpakten voor ontwikkelingslanden. Hun gezamenlijke
strategie was gebaseerd op het beruchte Blair House akkoord dat de
onderlinge verschillen over landbouw regelde.
Uiteindelijk
zorgden ze ervoor dat Dunkel werd vervangen door de meer inschikkelijke
Sutherland en kregen ze in december 1993 hun zin. Het uiteindelijke
resultaat werd door de grote ontwikkelingslanden aan hun parlementen
voorgelegd als een "fait accompli" (er zou geen alternatief zijn).
Onverlet
de vele ondemocratische methodes die Lamy hanteert - zoals het niet
schriftelijk vastleggen van stuurgroepbesluiten, het stelselmatig
uitsluiten van (arme) lidstaten en het tegenhouden van de verplichte
tweejaarlijkse algemene ministers-top - kan, volgens Zutshi, worden
verwacht dat zo'n 'deal' nu door vele landen wordt afgewezen.
Olifant
2: de wereldwijde financiële crisis
De
andere 'olifant' is de toenemende financiële crisis die leidt tot een
algemeen verlies aan geloof en vertrouwen en die de VS en de
wereldeconomie in een diepe recessie dreigt te storten. Een crisis die
begon als een afgeleide hypotheekschuldencrisis, daarna vergezeld werd
door een consumentenkredietschuldencrisis en nu is verworden tot een
volledig ontwikkelde financiële crisis waarvan de vertakkingen in het
geheel niet doorgrond worden door de financiële experts aan de top van
banken en internationale instellingen.
Maar ook de
onderhandelaars op het gebied van internationale handel (her)kennen de
doorwerking van de crisis niet! Hoewel een correcte diagnose en
passende oplossingen voor de crisis belangrijk zijn om de Doha Ronde
onderhandelingen met goed gevolg te kunnen afsluiten, lijken die zich
buiten het werkterrein van de onderhandelaars te bevinden.
Als
de ontwikkelingslanden akkoord gaan met de huidige voorstellen voor de
dienstenonderhandelingen (GATS) komt hen dat uiteindelijk duur te
staan. De voorgestelde liberalisering van grensoverschrijdende
transacties en internationale kapitaalstromen, van markttoegang voor
handel in financiële diensten [10],
maar ook van regels voor binnenlandse regelgeving zullen leiden tot,
wat de New York Times columnist Paul Krugman noemt, de export van
begraven "giftig, financieel afval" [11]
vanuit het Noorden naar het Zuiden. De paar grote ontwikkelingslanden
die de financiële crisis van de VS, Europa en Japan tot nu toe bespaard
bleef, zullen daardoor worden overspoeld.
De Keynesiaanse
(paniek)maatregelen van de Amerikaanse Fed (plotselinge grote
renteverlagingen), de Amerikaanse regering (alle huishoudens voorzien
van een geldcheque) en het IMF (een draai van 180 graden waarbij het
aloude 'ontwikkelingsbeleid' gericht op fiscaal evenwicht en
consolidatie wordt vervangen door beleid gericht op wereldwijde fiscale
stimulans) toont aan dat de experts uit de financiële wereld niet weten
waar de skeletten zich bevinden. Shrirang P. Shukla, van maart 1984 tot
februari 1989 GATT-ambassadeur van India: "Wanneer financieel-kapitaal,
losstaand van productie-kapitaal, de staatsmacht overneemt, dan is de
grootste zorg van beleidsmakers om de waarde van de financiële aandelen
te behouden en te verhogen: op deze wijze wordt het gehele beleid
geheroriënteerd. Tenzij de onderliggende verschuiving in de machtsbasis
op analytische wijze wordt aangetoond, zal er geen werkelijke
corrigerende actie kunnen plaatsvinden of zelfs op papier worden
gesteld."
Alleen een wereldregering gecontroleerd door
'verlicht' productie-kapitaal kan volgens hem Keynesiaans beleid
uitvoeren. De compromissen gebouwd op de dunne fundamenten van
transparantie, het intrekken van excessieve financiële deregulering of
'uitmuntende' toplieden van banken en een snufje New Deal bieden geen
duurzame en effectieve oplossingen, zeker niet op wereldschaal. Terwijl
dit soort beleid de economieën van de VS en andere OECD-lidstaten
tijdelijk kan versterken, pakt het voor de rest van de wereld zeer
nadelig uit. Het betekent de voortzetting of zelfs de toename van de
oorlog over olie- en gasreserves in West-Azië en van de druk op de
groeiende economieën van China en India om hun economische beleid af te
stemmen op de expansiebehoefte van het financieel-kapitaal. Zonder de
voortgang van de oorlog over olie- en gasreserves kan de overheersing
van de dollar en daarmee van het financieel-kapitaal niet doorgaan. De
druk op China en India zal doorgaan omdat deze "grote opkomende
machten" een potentiële bedreiging vormen voor het domein van het
financieel-kapitaal. Ze blijven echter een bedreiging tenzij ze snel
worden geïntegreerd in het wereldsysteem als af te romen buitengebied
dat groeit door de vooruitgang van productie-kapitaal of als platform
voor het verspreiden van nieuwe risico's voor de activiteiten van
financieelkapitaal, of voor beide, aldus Shukla.
Het probleem van de "financiële innovatie" [12]
dat nu angst moet inboezemen bij investeerders is niet ideologisch
zoals Krugman van mening is. Het probleem ligt dieper en heeft
betrekking op de conceptuele funderingen van de economie die ten
grondslag ligt aan het moderne financiële systeem en op het verdoezelen
van het liquiditeitsrisico. Daardoor onderschatten de ontwerpers van
financiële producten en de financiële risiko-managers het risico voor
het functioneren van de financiële markten door het verdwijnen van
liquiditeit. Daarenboven leidde een onvoorwaardelijk geloof in de
marktwerking ertoe dat beleidsmakers waarschuwingssignalen negeerden.
Nu
hun kaartenhuis is ingestort, lopen niet alleen de investeringsbanken
en hun kapitaal gevaar, maar ook de fundamenten en theorieën van deze
markteconomie.
"Economie
is geen wetenschap"
Volgens prof. Robert Driskill [13]
gaat de doorsnee econoom over het algemeen van de aanname uit dat
"vrijhandel" iedereen bevoordeelt in plaats van dit door feitelijke
empirische te bewijzen. Uit de aard der dingen kunnen economische
theorieën niet worden bewezen op grond van oorzaak en gevolg. Het beste
wat economen kunnen doen, is uitgaan van laagkwalitatief associatief
bewijs door landen en economieën met "vrije" en "open" markten die
groeien en gedijen te vergelijken met andere die gesloten en beperkt
zijn. Maar zelfs de meetlatten voor "openheid" zijn subjectief en met
het bewijs kun je alle kanten op. Zoals prof. Dani Rodrik en anderen [14]
aanvoerden, is het bewijs tweeslachtig en kan het worden
geïnterpreteerd als zou groei open markten en vrijere handel opleveren,
in plaats van andersom.
De Bank for International Settlement, de
centrale bank der centrale banken en bastion van de liberale economie,
lijkt zich recent (voorzichtig) uit te spreken voor neo-Keynesiaanse
macro-economie. De BIS zegt het volgende over pogingen om
beleidsconclusies te generaliseren: "Economie is geen wetenschap,
tenminste niet in de zin van herhaalde experimenten die altijd
hetzelfde resultaat opleveren. Daarom slaan economische voorspellingen
de plank vaak mis, vooral op cyclische keerpunten, door ontoereikende
gegevens, gebrekkige modellen en schokken in het wilde weg die vaak
samen optreden en dan onbevredigende resultaten opleveren... het is
zelden overdreven te zeggen dat we te maken hebben met een fundamenteel
onzekere wereld, een wereld waarin waarschijnlijkheden niet kunnen
worden berekend meer dan simpelweg een risicovolle wereld." [15]
Noten:
[1] Modaliteiten
in WTO-speak zijn de richtlijnen voor onderhandelingen (bijvoorbeeld
boven- en ondergrenzen voor tariefstelsels, coefficienten van
tariefreducties, andere cijfermatige uitgangspunten) die nodig zijn om
de doelen te kunnen halen die in de Doha Ministersverklaring zijn
gesteld. NAAR
TEKST
[2] Er
is sprake van twee scenario's en in geen van beide gevallen zal de
besluitvorming transparant of met algemene deelname zijn
('invitation-only' Greenroom- en F-room-bijeenkomsten). Een aantal
ontwikkelingslanden maakt zich zorgen over de wijze waarop de
uiteindelijke onderhandelingsteksten zullen worden vastgesteld.
Eveneens over het mogelijk inschuiven van andere thema's (zoals
'diensten' en 'intellectuele eigendomsrechten') in het
'horizontale'proces en of er weer oneigenlijke druk op hen zal worden
uitgeoefend om voorgekookte besluiten te accepteren. Zie: "Davos
meet urges new push for Doha deal, amidst economic uncertainty,"
ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 3, 30 januari
2008 en "Options
and scenarios float around on way ahead for Doha," door
Martin Khor, in TWN Info Service on WTO and Trade Issues, 2 februari
2008. NAAR
TEKST
[3] Zie
daarvoor: "Ag
Chair to Issue Revised Draft Text by End January," ICTSD, in
Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 1, 16 januari 2008; "23
January 2008 "NAMA
Impasse Persists, As WTO Members Await New Draft Texts,"
ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 12 Nr 2, 23 januari
2008 en "Options
and scenarios float around on way ahead for Doha," door
Martin Khor, in TWN Info Service on WTO and Trade Issues, 2 februari
2008. NAAR TEKST
[4] "Divisions
persist on anti-dumping draft text," ICTSD, in Bridges Weekly
Trade News Digest Vol 12 Nr 3, 30 januari 2008. NAAR
TEKST
[5] "Trade
powers eye new WTO push around Easter," Sam Cage en Jonathan
Lynn, 26 januari 2008. NAAR
TEKST
[6] "Is
what is good for "sealing" Doha talks good for the trading system?,"
door Chakravarthi Raghavan, 28 januari 2008 (link ). NAAR
TEKST
[7] Het verhaal
van de blinden en de olifant:
iemand's waarheidsbevinding is afhankelijk van diens perspectief. Dat
wat een absolute waarheid lijkt, kan berusten op de bedriegelijke aard
van de halve waarheid (link ). NAAR
TEKST
[8]
Deze visie wordt gedeeld door B. K. Zutshi (Indiase GATT-ambassadeur
van 1989 tot 1994): "Het akkoord voor de Uruguay Ronde kwam alleen tot
stand doordat de Amerikaanse regering op het allerlaatst de beschikking
kreeg over een TPA." NAAR
TEKST
[9] Zie: Trade
Promotion Authority Annotated (included Proc. Prov. Trade Acts of 1974
and 2002), Committee of Finance US Senate (februari 2007). NAAR TEKST
[10] Toegang
voor buitenlandse ondernemingen tot hun aandelenmarkten, verzekeringen,
banken en pensioenfondsen etc, en/of het opnemen van de modes 1 en 3
voor de bestaande markttoegang. NAAR
TEKST
[11] 'Begraven'
refereert aan de verborgen en plotseling aan de dag tredende, oninbare
schulden van banken en investeringsmaatschappijen. NAAR TEKST
[12] Het
proces (zoals bij de Amerikaanse hypotheekcrisis) waarbij schulden
worden "gesecuritiseerd", herverpakt (in zogenaamde "collaterised debt
obligations"), voorzien van de hoogste waardering (Triple A; hoewel ze
niet zijn gebaseerd op reëel onderpand!) en doorverkocht aan
instellingen en investeerders. NAAR
TEKST
[13] "Deconstructing
the argument for free trade (draft)," door Robert Driskill,
26 september 2007 (link, pdf ). NAAR
TEKST
[14] Zie
bijvoorbeeld de benadering van de Turkse econoom/econometrist Yanikkaya
in "Waarschuwing:
afschaffing van handelsbarrières kan uw groei ernstige schade
toebrengen!," door Renate Ebner, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr
57, van 27 juli 2005 (link) NAAR
TEKST
[15] "BIS
77th Annual Report ," 24 juni 2007. NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B)
Diverse
artikelen 28 februari 2008
B1.
Redactioneel
B2.
Peru: demonstranten tegen vrijhandelsverdrag gedood
B3.
Publicatie over strijd tegen Vrijhandelsverdragen: "Fighting FTA's, The
Growing Resistance to
Bilateral Free Trade and Investment Agreements"
B4.
12 april: Regionalisering als alternatief voor neoliberale
globalisering
(4e Dag van
Alternatieven)
B5.
Handel en Duurzaamheid: hoogste tijd voor een radicalere
beleidsverandering
B1)
Redactioneel
Beste lezer,
Op
8 februari werden de "voorzittersteksten" voor Landbouw en
Industriegoederen gepresenteerd aan de WTO-lidstaten. Deze
onderhandelingsteksten riepen zeer heftige reacties op van diverse
delegaties en de vooruitgang waarop WTO-voorzitter Lamy hoopt is (nog)
niet bereikt. En er is op heel korte termijn stevige vooruitgang nodig
om tijdens de geplande ministers-top van eind maart/begin april een
"horizontale uitruil" tussen concessies op beide terreinen mogelijk te
maken.
In de ZIP-bijdrage van 4 februari ("Olifanten
in de donkere kamer van de WTO")
schreef ik al iets over de plannen van de WTO-leiding en over het
perspectief van het Doha-onderhandelingen; binnenkort volgt een verslag
over het onderhandelingsverloop en over andere ontwikkelingen met
betrekking tot de Wereld Handels Organisatie.
De houding en de
posities van de VS en de EU zijn ondertussen als "van ouds": ze doen
geen enkele handelsconcessie van enige betekenis, maar laten steevast
weten dat de Doha-onderhandelingen dreigen te stagneren indien de
(grote) ontwikkelingslanden geen water bij de wijn doen. Terwijl ze
zich op het internationale niveau vlak vooral bezig houden met het
aanwijzen van potentiële "spelbrekers" van de Doha-ronde, zijn ze zeer
actief op het bilaterale en regionale niveau. Wat hen in WTO-verband
niet lukt(e), proberen ze hier wel te bereiken, namelijk de opname in
de diverse Bilaterale en Regionale Vrijhandels Akkoorden van regels
voor investeringen, overheidsaanbesteding en binnenlandse regelgeving.
Een hit is ook de opname van het Most Favourite Nation-principe in
bilaterale verdragen waardoor afspraken met een partner-staat
stilzwijgend ook gaan gelden voor een andere staat waarmee de VS of EU
zo'n verdrag sluit.
In diverse landen in de wereld groeit het
verzet tegen de Bilaterale Vrijhandels Akkoorden (BITs) en Regionale
Vrijhandels Akkoorden (RITs) en soms met heftige gevolgen zoals te
lezen is in de bijdrage over Peru. Ook is een aankondiging opgenomen
van de recent verschenen brochure "Fighting FTA's, The
Growing
Resistance to Bilateral Free Trade and Investment Agreements"
(Vechten
tegen Vrijhandelsverdragen, het groeiende verzet tegen Bilaterale
Vrijhandels Verdagen en Investerings Verdragen). De brochure is in zijn
geheel te vinden op een speciale website, en enkele hoofdstukken zullen
de komende tijd in Nederlandse vertaling verschijnen op globalinfo.nl
Verder
is er een aankondiging van een discussiedag over regionale economie (12
april) waaraan je kunt deelnemen. En ook - als voorschot op deze Dag
van de Alternatieven - een (bewerkt) document van het Platform
Aarde-Boer-Consument over handel en duurzaamheid.
met vriendelijke groet,
Rob Bleijerveld
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B2)
Peru:
demonstranten tegen vrijhandelsverdrag gedood
(door
Kees Hudig)
Meerdere
demonstranten zijn de afgelopen dagen om het leven gekomen tijdens protesten tegen de
ondertekening van een vrijhandelsakkoord tussen Peru en de VS.
Op
18 februari riepen (vooral) boerenorganisaties een landelijke staking
uit tegen het vrijhandelsakkoord, omdat die tot het overspoelen van het
land met Amerikaanse landbouwproducten zal leiden en tot het kapotmaken
van de lokale boeren. De boeren eisen maatregelen om de voor hen
nadelige effecten van het akkoord te compenseren. Door blokkades waren
belangrijke wegen in het hele land onbruikbaar geworden. Ook de
treinrails naar de belangrijkste toeristenattractie Machu Piccu was
geblokkeerd en honderden toeristen zaten vast.
Twee
demonstranten werden op 20 februari doodgeschoten door de politie in
Ayacucho en een derde viel dood neer in Arequipa toen hij een
traangasaanval (door de politie) probeerde te ontvluchten. Een vierde
werd doodgeschoten door een boze automobilist toen diens auto bij een
barricade moest stoppen. Boze inwoners van de stad Huamanga bestormden
na de schietpartij - die twee demonstranten het leven kostte - een
politiebureau en vernielden meerdere politieauto's [1].
Ook op
18 februari viel al een dode toen de politie demonstranten bij een
straatblokkade in Barranca aanviel. Er werden daarbij ook 150 boeren
gearresteerd en tenminste elf mensen raakten gewond [2].
Op 19
februari kondigde de Peruaanse regering de noodtoestand af vanwege de
protesten [3]. Na deze moorden schortte de
Nationale Agrarische
Federatie (CNA) de protesten op "om de veiligheid van onze leden te
beschermen en onderhandelingen met de regering te beginnen" [4].
De
Peruaanse President Alan Garcia ontpopt zich als een heuse havik. Ooit
was de man enigszins links (sociaal-democraat) maar nu verdedigt hij
vrijhandelsverdragen met hand en tand tegen zijn eigen bevolking. Op
het afgelopen World Economic Forum sloot hij een vergelijkbaar verdrag
met Canada [5] (Wie wil nog beweren dat het WEF
een onschuldig en
informeel gebeuren is?).
Garcia kwam in juli 2006 aan de macht met
een neoliberaal programma en met steun van het zakenleven en heeft
sindsdien alles gedaan om de Amerikanen te vriend te houden. Garcia was
16 jaar eerder ook president en liet toen een economische janboel
achter. Het land werd toen belaagd door de maoistische
guerrilla-organisatie Lichtend Pad. Peru zal dit jaar gastheer zijn
voor de EU-Latijns Amerika conferentie (in mei) en de APEC-top [6]
(16-23 november).
Het vrijhandelsakkoord tussen de VS en Peru
werd in december [7] door Bush en Garcia ondertekend,
die beiden
verklaarden dat het verdrag ook gezien mocht worden als een klap in het
gezicht van de Venezolaanse president Hugo Chávez. Een eerdere poging
tot een vrijhandelsakkoord mislukte door de kracht van de protesten in
het land. De inhoud zou daarom iets gematigd zijn, maar veel
maatschappelijke organisaties handhaven hun kritiek.
Opvallend is dat de gebeurtenissen internationaal weinig aandacht van
de media genereren.
Indymedia Peru is
al de hele dag onbereikbaar en op andere indymedia-websites
is nauwelijks nieuws te vinden. Meer informatie op de websites
van Bilaterals en
Citizens
Trade.
Bron: Globalinfo
NL, 21 februari 2008
Noten:
[1] http://www.earthtimes.org/articles/show/186969,farmers-strike-turns-violent-in-peru-four-dead.html
NAAR
TEKST
[2] http://www.agenciapulsar.org/nota.php?id=12176
NAAR TEKST
[3] http://www.bilaterals.org/article.php3?id_article=11199
NAAR
TEKST
[4] (Spaanstalig) http://bilaterals.org/article.php3?id_article=11217
NAAR
TEKST
[5] http://www.signonsandiego.com/news/world/20080126-1632-peru-canada-trade.html
NAAR
TEKST
[6] http://www.apec2008.org.pe/
NAAR
TEKST
[7] http://www.citizenstrade.org/pdf/afp_bushgarciasignpact_12142007.pdf NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B3)
Publicatie
over strijd tegen Vrijhandelsverdragen: Publicatie over
strijd tegen Vrijhandelsverdragen: "Fighting FTA's,
The Growing Resistance to Bilateral Free Trade and Investment
Agreements"
Drie organisaties
die zich bezighouden met campagnes omtrent internationale handel,
hebben nu een boekwerk uitgebracht met de titel "Fighting FTA's, The
Growing Resistance to Bilateral Free Trade and Investment Agreements"
(Vechten tegen Vrijhandelsverdragen, het groeiende verzet tegen
Bilaterale Vrijhandels Verdagen en Investerings Verdragen). De rijk
geïllustreerde brochure van meer dan 100 pagina's is het resultaat van
een conferentie over verzet tegen vrijhandelsakkoorden die in 2006 in
Bangkok werd georganiseerd. Daar kwamen progressieve bewegingen uit de
hele wereld bijeen om kennis te delen over strategieën tegen de
'corporate' vrijhandelsagenda.
In de brochure wordt uitvoerig en
deskundig geanalyseerd wat de effecten van bilaterale
vrijhandelsverdragen zijn en waarom verzet ertegen noodzakelijk is. Het
is 'colonisation redux' (weer terug naar koloniale tijden) zoals een
van de hoofdstukken heet. Maar bovendien worden inspirerende
beschrijvingen gegeven van campagnes in uiteenlopende delen van de
wereld.
De brochure besluit met een hoofdstuk 'strategische
lessen' waarin onder meer geadviseerd wordt om 'niet in de val van
coöptatie te stappen'. Leerzaam materiaal, zeker voor ngo's in
Nederland die zich tot nu toe voornamelijk op de vlakte hebben gehouden
wat deze thematiek betreft.
De brochure is geheel terug te
vinden op de speciale website http://www.fightingftas.org/
(in het
Engels, Frans en Spaans). Enkele hoofdstukken zullen de komende tijd in
Nederlandse vertaling op globalinfo.nl verschijnen.
Bron:
Globalinfo
NL
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B4)
12
april: Regionalisering als alternatief voor neoliberale
globalisering (4e
Dag van Alternatieven)
Op
zaterdag 12 april 2008 wordt in Utrecht de vierde Dag van Alternatieven
gehouden
met als thema "Regionalisering als alternatief voor neoliberale globalisering".
Volgens de organisatoren biedt regionalisering zowel een kritische blik
op de huidige globalisering, als een mogelijk antwoord op grote
problemen met betrekking tot klimaatverandering, uitputting van energie
en andere natuurlijke hulpbronnen, voedsel- en watervoorziening en het
uitstervende planten- en diersoorten. Het betekent dat consumptie en
productie meer op de regionaal aanwezige hulpbronnen kunnen worden
afgestemd en dat landen hun economieën, midden- en kleinbedrijven,
arbeiders en boeren beter kunnen beschermen tegen de vrije wereldmarkt.
De
diverse inleidingen en workshops zijn gericht op een heroriëntatie op
de huidige globalisering en op het ontwikkelen van alternatieven
daarvoor (met inspirerende praktijkvoorbeelden in de regionale voedsel-
en energievoorziening).
De workshops hebben ondermeer betrekking
op visies/praktijken, voedselvoorziening, lokaal beleid/mondiale
voedselvoetafdruk, geld, duurzame energievoorziening, zelfvoorzienend
wonen/leven, ondernemen, veevoerproductie, wetenschappelijk
onderzoek/onderwijs, sociale
cohesie/zorg/leefbaarheid, plan ALBA (Latijnsamerika), en
analyse/strategie ten opzichte van de neoliberale Europese Unie.
Ook
worden er twee films vertoond: "Ancient Futures-Learning from Ladakh"
en "The power of community: How Cuba survived peak oil". En er is een
discussie over de brochure "Regionalisering" van Vóór de Verandering,
de organisator van deze dag.
Op
http://www.globalternatives.nl/index.php?topic=dva2008 is
het
voorlopige programma te vinden. Het definitieve programma is per 3
maart bekend. Via dezelfde webpagina kan men zich aanmelden.
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B5)
Handel
en Duurzaamheid: hoogste tijd voor een radicalere
beleidsverandering
(door Guus
Geurts) [1] [2]
Het
kabinet wil begin 2008 het beleidsstandpunt over Handel en Duurzaamheid herzien. Platform
Aarde-Boer-Consument biedt een alternatief voor de dominante visie dat
armoedebestrijding op een geliberaliseerde wereldmarkt moet plaatsvinden.
Het is ook een alternatief voor de snel toenemende milieuproblematiek,
de alarmerend dalende biodiversiteit, de toenemende voedselonzekerheid en
het verminderde levensonderhoud van
kleine
boeren en gezinsbedrijven in Noord en Zuid.
Visies
op handel en duurzaamheid
Bij het ontwikkelen van toekomstig beleid zijn
er twee visies mogelijk op de huidige problematiek rond handel en
duurzaamheid:
1.
De visie van het huidige kabinet, de meeste politieke partijen en veel
maatschappelijke organisaties: Internationale handel (door export op
een geliberaliseerde wereldmarkt) is één van de belangrijkste
voorwaarden voor ontwikkeling. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening
gehouden met arbeidsnormen, duurzaamheid en mensenrechten – de
zogenaamde Non-Trade Concerns (NTC's). En er wordt gewerkt aan een
level playing field, de ontwikkelingslanden mogen hun markten tijdelijk
beschermen en, Aid for Trade biedt hen kansen om gebruik te maken van
deze exportmogelijkheden en te voldoen aan deze Non Trade Concerns.
2.
De visie van het Platform Aarde Boer Consument, het European Platform
for Food Sovereignty (http://www.epfs.eu)
en internationale
boerenorganisaties als Via Campesina (http://www.viacampesina.org):
Non
Trade Concerns zoals de voorziening van voedselzekerheid en
–veiligheid, arbeidsnormen, bestaanszekerheid van kleine boeren en
bescherming van natuur, milieu en dierenwelzijn zijn het uitgangspunt.
Om aan deze
mensenrechten en andere maatschappelijke eisen tegemoet
te komen, zijn geregionaliseerde productie en consumptie in Noord en
Zuid het meest effectief.
Toelichting
bij de tweede visie
Uitgangspunt
hierbij is dat de Nederlandse en Europese burger al op te grote voet
leeft; haar mondiale voetafdruk is te groot. Dit komt onder andere door
de grootschalige import van soja, palmolie en hardhout. Bij deze
producten wint de koopkracht van de westerse burger het op een
geliberaliseerde wereldmarkt van de voorziening van basisbehoeften in
ontwikkelingslanden en van natuur- en milieubelangen. Indien nieuw
beleid op het gebied van NTC's geen rekening houdt met deze – op
termijn - onhoudbare situatie, is dit beleid nooit duurzaam
te
noemen.
Bovendien is de huidige export van landbouwproducten
vanuit ontwikkelingslanden naar Nederland en Europa in handen van
Westerse multinationale bedrijven en van grootgrondbezitters in de
ontwikkelingslanden. Het beslag op de schaarse natuurlijke hulpbronnen
in veel ontwikkelingslanden gaat ten koste van de eigen
voedselproductie en van natuur en milieu. Kleine boeren en de inheemse
bevolking waarvan de landrechten niet zijn gegarandeerd (Latijns
Amerika, Indonesië) worden vaak met geweld van hun grond verjaagd,
waarbij doden vallen.
De meeste kleine boeren, zeker de
allerarmsten, zijn niet in staat te produceren voor de wereldmarkt.
Blijvende bescherming van hun lokale markten tegen gesubsidieerde, maar
ook ongesubsidieerde export vanuit Europa en Azië is nodig. Daarom – en
ook om aantasting van de werkgelegenheid, voedselzekerheid in hun
landen en om dalende overheidsinkomsten door verlaging van de
importheffingen te voorkomen – moeten de EPA-voorstellen [3]
drastisch
worden aangepast. Dus: geen vrije toegang voor 80% van de Europese
goederen tot de ACP-landen
[4].
Marktbescherming van boeren in
ontwikkelingslanden levert hen voldoende hoge prijzen op lokale en
nationale markten zodat ze kunnen investeren in een duurzame productie
en een betere voorziening in hun basisbehoeften. Noodzakelijk is
daarnaast financiële ondersteuning van voedsellandbouw via intern
overheidsbeleid (iets dat de laatste decennia grotendeels
achterwege is gebleven volgens het World Development Report van de
Wereldbank).
Kleine
producenten van tropische producten in ACP-landen en de MOL's [5]
die
wel van de export profiteren, moeten een kostendekkende prijs ontvangen
voor een duurzaam product en de verwerking moet zoveel mogelijk in de
ontwikkelingslanden zelf plaatsvinden. Noodzakelijk hiervoor is
mededingswetgeving ten opzichte van de grote verwerkende bedrijven,
marktregulering om aanbod en vraag op elkaar af te stemmen en het
afschaffen van tariefsescalatie op bewerkte tropische producten. Quota
voor rietsuiker en de grondstoffenovereenkomsten kunnen dit
ondersteunen evenals een fairtrade-concept met extra aandacht voor
arbeids- en milieu-eisen.
Mogelijke
alternatieven binnen het internationaal handels- en duurzaamheidsbeleid
1.
Internationale VN-verdragen op het gebied van mensenrechten,
arbeidsnormen en milieu dienen prioriteit te krijgen boven
vrijhandelsverdragen. Nederland moet binnen de EU en de VN aandringen
op het opnemen van sanctiemogelijkheden.
2. Het stellen van
handhaafbare duurzaamheidsnormen aan productieprocessen. Geen toelating
tot de EU van producten die hier niet aan voldoen en het agenderen van
sociale – en milieunormen in WTO-verband.
3. Het verhogen van
importheffingen op regionaal te verbouwen producten (voedsel, veevoer,
hout, biomassa) indien invoer vanuit ontwikkelingslanden leidt tot
aanwijsbare en bewezen nadelige effecten op de voorziening van
basisbehoeften en natuur en milieu. Verhoging van
tarieven kan ter sprake komen zodra de WTO-onderhandelingen mislukken.
4.
"Duurzame import" van soja, palmolie, biomassa en hardhout. Dit
alternatief, waarvoor een politieke en maatschappelijke meerderheid
kiest, is niet werkelijk duurzaam. De eisen waaraan multinationale
bedrijven moeten voldoen, zijn vrijblijvend en tot stand gekomen zonder
consultatie van de plaatselijke bevolking in de ontwikkelingslanden. De
grootschalige
import en distributie vergroten bovendien de mondiale
voetafdruk van de Europese burger en het broeikaseffect. Ook blijven
verdringingseffecten buiten beschouwing dat het proces van
natuurvernietiging en verdrijving (en verarming) van de oorspronkelijke
bevolking versterkt.
Platform ABC kiest voor het derde
alternatief. Onder hoge sociale- en ecologische eisen en kostendekkend
kunnen Europese boeren veevoer, voedsel, energieproducten en hout
produceren indien er voldoende hoge importheffingen worden geheven op
genoemde producten. Dit dient gepaard te gaan met productiebeheersing
(om dumping te voorkomen) en eco-taxen binnen de Unie. Zo worden alle
kosten geïnternaliseerd in de prijs die direct
door de consument
wordt betaald. De prijs voor luxe consumptieproducten als vlees zal
hierdoor hoger zijn. Maar in ruil hiervoor krijgen ontwikkelingslanden
meer ruimte voor de productie van hun eigen basisbehoeften. Tevens
wordt zo de druk verlaagd op waardevolle
natuurgebieden met onvervangbare biodiversiteit in het Zuiden.
Conclusie
De
(internationale) overheid dient weer als marktmeester en handhaver van
bindende sociale en milieunormen op te treden, een rol die het
bedrijfsleven en de WTO de afgelopen jaren speelden. De huidige
WTO-voorstellen, waar NTC's geen deel van uitmaken en die een meer
regionale
en duurzame economie in Noord en Zuid onmogelijk maken, wijzen wij dan
ook af. Handel wordt namelijk nog steeds gezien als doel en afdwingbaar
recht in plaats van als middel tot duurzame ontwikkeling, waarvoor het
oorspronkelijk bedoeld was.
Hopelijk zien Nederland en de EU op
tijd in dat er historische vergissingen zijn gemaakt. Wordt het niet
eens tijd voor een parlementaire enquête of burgerinitiatief over de
afgesloten WTO-verdragen?
Noten:
[1] Guus Geurts (guusgeurts
ATyahoo com) is namens XminY Solidariteitsfonds betrokken bij
Platform Aarde Boer Consument. NAAR
TEKST
[2] Dit is geschreven op 17
januari 2008; het is een aangepaste
standpuntbepaling van Platform Aarde-Boer-Consument
(http://www.aardeboerconsument.nl),
ingebracht rond de conferentie 'Handel en Duurzaamheid' op 12 november
2007, georganiseerd door het ministerie van EZ (http://www.handelenduurzaamheid.nl).
Het is ook bedoeld als voorschot op de Dag van de Alternatieven op 12
april 2008 waar verschillende benaderingen van Handel en Duurzaamheid
op de agenda staan. Meer informatie over deze dag op: http://www.globalternatives.nl,
onder 'Regionalisering'. Het artikel is ingekort door de WTO.ZIP
redactie. NAAR TEKST
[3] Economic Partnership Agreements,
voortzetting van de Lomé en Cotonou Verdragen tussen de EU en
ACP-landen. NAAR TEKST
[4] ACP-landen: een aantal
ex-koloniën van EU-landen in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille
Oceaan (Pacific). NAAR TEKST
[5] MOL's: Minst Ontwikkelde Landen NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) Diverse
artikelen 25 maart 2008
C1.
Redactioneel
C2.
Europees vrijhandelsbeleid internationaal onder vuur
C3.
"Tegen het Europa van het kapitaal - Vóór mondiale rechtvaardigheid!"
C4.
Verdere afbraak van publieke diensten door de EU ondanks
toenemende
economische crisis
C5.
EPA's: aggressieve handelspolitiek van de Europese Commmissie
C6. EPA's: neokoloniale vrijhandel in Afrika
C1)
Redactioneel
Beste lezer,
Tijdens de Europese top in Lissabon, maart 2000, stelden de Europese
Commissie en de Ministerraad zich als doel om de EU in 2010 tot de
"most competitive and dynamic knowledge-based economy in the world" te
maken. Sinds enige tijd is de Unie concreet bezig om aan deze
doelstelling vorm aan te geven, ondermeer door het 'Global
Europe'-project. In deze ZIP meer informatie met betrekking tot dit
ambitieuze programma dat uitgaat van
drastische hervorming van Europese wetgeving en een agressieve
concurrentiestrategie in het buitenland.
Opgenomen zijn een aankondiging van een campagne tegen Global Europe
(en andere activiteiten, 9 tm 12 april), een verklaring van het
'Seattle to Brussels' Network, een artikel dat uitlegt hoe de Lissabon
Agenda uitwerkt voor publieke dienstverlening en sociale rechten, en
twee artikelen over de onderhandelingen voor Economic Partnership
Agreements tussen de EU en ACP-landen.
En volgende keer meer over WTO.
veel leesplezier,
Rob Bleijerveld
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C2) Europees
vrijhandelsbeleid internationaal onder vuur
(door Keest21)
Handelsactivisten uit
ontwikkelingslanden geven informatie over de gevolgen van aangescherpt
vrijhandelsbeleid van Nederland en de EU.
In de week van 7-12 april komen zo'n veertig vertegenwoordigers van
maatschappelijke organisaties die zich met internationale handel
bezighouden uit verschillende zuidelijke landen naar Nederland om
informatie te geven over de gevolgen van het vrijhandelsbeleid. Zij
zullen eerst twee dagen in Brussel bij de EU verschillende programma's
verzorgen. Daar zal onder meer een openbare hoorzitting gehouden worden
in het Europees Parlement op 9 april.
Vervolgens zal er op donderdag 10 april een 'expertmeeting' zijn in Den
Haag waaraan ook politici deelnemen. Op vrijdag 11 april zal er een
publieks informatie-avond zijn in Amsterdam, in de Hortus van 20-22.30
uur. Op die avond zal tevens het startschot gegeven worden voor een
campagne rond 'Global Europe' in Nederland. Op zaterdag 12 april ten
slotte zal het onderwerp deel uitmaken van het programma van de Dag van
Alternatieven in Utrecht.
Onder de sprekers bevinden zich prominente vertegenwoordigers van
basisbewegingen en maatschappelijke organisaties uit Afrika, Azië en
Latijns-Amerika als Dot Keet, Joseph Peruggunan en Carlos Aguillar.
Zij komen naar Europa omdat het internationale handelsbeleid van de EU
steeds harder wordt. Met name de Global Europe strategie, die sinds
november 2006 door de Europese Commissie ingezet wordt, betekent een
ongekende keuze voor de belangen van het Europese bedrijfsleven. Beleid
op het gebied van ontwikkeling en milieu wordt daar ondergeschikt aan
gemaakt. Dit heeft vergaande gevolgen, ook voor omstandigheden op
sociaal en ecologisch gebied binnen de EU.
Aan de bijeenkomsten zullen naast de Zuidelijke gasten ook Nederlandse
handelsactivisten deelnemen. De activiteiten worden georganiseerd door
- onder anderen - Transnational Institute, Both ENDS, Ander Europa en
XminY Solidariteitsfonds
*Woensdag 9 april
(09.00-13.00, Europees Parlement, registratie nodig via
pietje.vervest@tni.org).
*Donderdag 10
april (Expertmeeting, gegevens volgen nog).
*Vrijdag 11 april
(20-22.30 uur, Café van de Hortus Botanicus, Plantage Middenlaan 2a
Amsterdam (toegang gratis)
*Zaterdag 12
april, Dag van Alternatieven (10.00 tot 17.00 uur)
Christelijk Gymnasium Utrecht, Koningsbergerstraat 2 Utrecht
(15,- aanmelding vereist) www.globalternatives.nl/dva2008
Bron: Globalinfo NL
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C3)
"Tegen
het Europa van het kapitaal - Vóór mondiale
rechtvaardigheid!"
Verklaring
van het Seattle to Brussels Network Europe
25
January 2008
(vertaling/bewerking
Kees, Rob)
De
coalitie Seattle to Brussels Network (S2B) bracht een heldere verklaring uit tegen de nieuwste
beleidsplannen van de EU op het gebied van buitenlandse handel en
investeringen. De Europese Commissie ziet de buitenwereld in toenemende mate
als een afzetmarkt en grondstofleverancier voor Europese bedrijven. Daar
moet verzet tegen georganiseerd worden.
De
verklaring:
Als leden van het Seattle to Brussels Network (S2B) roepen we op om de
krachten te bundelen voor het terugdringen van de 'Global Europe:
Competing in the World'-strategie van de Europese Unie, van de
onrechtvaardige bilaterale handelsakkoorden van de EU en van de
ondernemersmacht. Wij verklaren ons ook tegen de valse oplossing van
onrechtvaardig multilateralisme en de EU-voorstellen bij de
Wereldhandelsorganisatie WTO, en tegen een heropleving van de Doha
Ronde van de WTO in de exclusieve burelen van het World Economic Forum
in Davos.
Wij, activisten uit de maatschappij die betrokken zijn bij een breed
scala aan bewegingen en organisaties in Europa, verklaren onze
tegenstand en verzet tegen het neoliberale beleid op het gebied van
handel en investeringen dat de EU-regeringen en de Europese Commissie
in onze landen en wereldwijd uitvoert. Tegelijkertijd werken wij aan
het opbouwen van alternatieven.
Global
Europe: dienstverlening aan Europese bedrijven
In 2006 onthulde de Europese Commissie een nieuwe beleidsmededeling van
de EU met als titel 'Global Europe: Competing in the World'. Deze zet
uiteen hoe de EU zich moet opstellen bij het onderhandelen over
bilaterale handelsakkoorden met grote opkomende economieën om de
bedrijven uit de Unie te verzekeren van nieuwe en winstgevende markten.
Terwijl er aan de ene kant druk wordt uitgeoefend om binnen de Europese
Unie wetten te hervormen zodat ze nog meer op de hand van het
bedrijfsleven zijn, kiest de EU nu ook voor een agressieve zogenaamde
'externe mededingings-strategie'. Zoals de Europese Commissaris voor
Handel het stelt: "Wat bedoelen we met 'externe aspecten van
concurrentie? Wij willen er zeker van zijn dat concurrerende Europese
bedrijven, ondersteund door de juiste interne maatregelen, in staat
gesteld worden om toegang te krijgen tot, en veilig te opereren in,
markten op de wereld. Dat is onze agenda."
De kernelementen
van deze strategie zijn:
*) Toegang tot grondstoffen (van landbouwproducten tot energie)
*) Betere toegang of nieuwe toegang tot markten voor Europese producten
*) Afspraken en wetten die Europese investeringen en intellectueel
eigendomsrecht waarborgen.
Aanvullend op de lopende multilaterale onderhandelingen binnen
de Wereldhandelsorganisatie WTO, wil de Europese Commissie
deze doelen bereiken door het aangaan van bilaterale
vrijhandelsakkoorden met de zogenaamde 'opkomende economieën' India,
Zuid-Korea, de ASEAN-staten en ook met Midden-Amerika en de
Andes-regio. Rusland, de MERCOSUR-landen en de Gulf Cooperation Council
staan ook hoog op het prioriteitenlijstje van de Commissie. Een van de
doelen van deze bilaterale of bi-regionale vrijhandelsakkoorden is het
openen en dereguleren van de markten van ontwikkelingslanden voor
Europese bedrijven. Een ander doel is het verschaffen van betere
toegang voor die bedrijven tot natuurlijke hulpbronnen, met name
energievoorraden. Daarnaast wordt hun winst zeker gesteld door het
opleggen van intellectuele eigendomsrechten en andere
handelsbeschermingsmechanismes.
Deze strategie ondermijnt niet alleen de regelgeving in de beoogde
landen; aan deze agenda wordt ook duidelijk de deregulering in de EU
zelf gekoppeld. Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat toekomstige
maatregelen op het gebied van maatschappelijke thema's, arbeid of
milieu niet 'het wereldwijde concurrentievermogen' van Europese
bedrijven mogen aantasten.
Op deze manier vormt Global Europe een ernstige bedreiging voor sociale
rechtvaardigheid, gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling, niet
alleen buiten de EU maar ook daarbinnen. Daarnaast zijn de aantasting
van de rechten van arbeiders, de achteruitgang van de kwaliteit van
banen binnen de EU en de vernietiging van het op duurzame wijze
bedrijven van landbouw onlosmakelijk verbonden met de externe
handelsagenda van de EU. Het is een handjevol bedrijven dat baat heeft
bij deze voorgenomen handelsliberalisering in alle sectoren - landbouw,
industrie en diensten - terwijl miljoenen mensen hun baan er door
zullen verliezen.
Stop
EPA-campagne is dringender dan ooit
Van 7-9 december 2007 kwamen wij in Lissabon bijeen om uitdrukking te
geven aan ons verzet tegen het 'Afrika-EU Strategic Partnership' en de
zogenaamde 'Economic Partnership Agreements' (EPAs). Deze
onrechtvaardige handelsakkoorden zijn gebaseerd op een ultra-liberale
visie en bedreigen de bestaanszekerheid van miljoenen boeren en
arbeiders in zowel Afrika, Caribisch gebied en de Pacific (ACP) als ook
in de Europese landen. Wij stonden stil bij de historische en de
huidige rol van Europese regeringen en bedrijven in Afrika en
benadrukten dat Europa een directe bron van bedreigingen en druk op de
bewoners en het milieu van Afrika vormt. De door de EU voorgestelde
EPA-verdragen confronteerden de ACP-landen de afgelopen jaren met een
beleid dat in toenemende mate uitgaat van handelsliberalisering, de
bevordering van een op de export gerichte economie, de liberalisering
van kapitaalsmarkten, de bevordering van buitenlandse investeringen en
de privatisering van publieke diensten. Deze akkoorden worden ook
gemotiveerd door het streven van de EU om geopolitieke en economische
invloed in haar voormalige koloniën te behouden - of terug te winnen.
Gedurende de laatste paar maanden misbruikten de EU en de Europese
Commissie (EC) de vervaldatum van het Verdrag van Cotonou (een soort
voorkeursbehandeling voor ex-koloniën, vert.) om de ACP-landen onder
druk te zetten. Twintig landen werden er toe aangezet om '"tussentijdse
akkoorden" te ondertekenen die voor hen erg onvoordelig zijn. Op 13
december 2007 verklaarden de ACP-ministers in Brussel dat "de belangen
van
ontwikkeling en regionale integratie van de ACP ondergeschikt zijn
gemaakt aan de mercantilistische belangen van de EU". Deze tussentijdse
akkoorden over liberalisering van de handel in goederen zijn er snel
doorgedrukt tijdens de afgelopen weken op basis van tekstvoorstellen
van de EC die onderhandelaars van de ACP niet goed hebben kunnen
bekijken of veranderen.
Het resultaat zijn verschrikkelijke akkoorden, met ingrijpende
verplichtingen voor de ACP-landen en - ondermeer – onvoldoende
bescherming wat betreft voedselsoevereiniteit en opkomende industrieën.
Het is duidelijk dat de EC bewust de tussentijdse akkoorden heeft
verminkt als hefboom om de ACP-landen volgend jaar te dwingen
onderhandelingen te aanvaarden over de beruchte liberalisering van
diensten en de 'Singapore issues'. De Stop EPA-campagne moet doorgaan
en deze interim-akkoorden ongedaan maken en verdere schadelijke eisen
van de EU afwentelen.
De
nieuwe externe handelsstrategie van de EU vernietigt onze banen,
rechten en het milieu.
EU-beleid dat gebaseerd is op zogenaamd 'concurrentievermogen' en op
markten die in toenemende mate worden geopend en gedereguleerd, leverde
geen goede resultaten op voor duurzame ontwikkeling en sociale
rechtvaardigheid. Steeds hardere concurrentie en handelsliberalisering
leidden daarentegen tot meer onzekerheid, precariteit, slechtere loons-
en arbeidsverhoudingen en vergroting van de ongelijkheid tussen landen,
regio's en tussen mannen en vrouwen. Deze strategie bedreigt ook de
regelgeving voor milieu en gezondheid.
Voor arme landen betekent het openen van de markt de ineenstorting van
de inheemse landbouw en industrie door de oneerlijke concurrentie van
Europese bedrijven. Dat bedreigt de bestaanszekerheid van miljoenen
mensen. Rurale gemeenschappen, die vaak nog een meerderheid van de
bevolking vormen in de landen die het doelwit zijn, zullen met name
worden benadeeld omdat goedkope, bewerkte en gesubsidieerde
landbouwproducten de markten van de ontwikkelingslanden zullen
overspoelen. Boeren, en met name kleinschalige boerinnen, die gewoon
niet op kunnen tegen de machtige Europese agribusiness, zullen van hun
land worden gedreven.
Handelsleiders uit de EU en de VS waarschuwden onlangs dat het
aanpakken van klimaatverandering geen excuus mag zijn om nieuwe
barriéres op te werpen voor buitenlandse handel. Handelsministers,
wiens besluiten een voortzetting betekenen van onduurzame manieren van
productie, consumptie en handel, zijn direct verantwoordelijk voor
klimaatverandering. De opwarming van de aarde toont het falen van een
ontwikkelingsmodel aan dat is gebaseerd op ongebreidelde economische
groei, de irrationele ontginning van fossiele brandstoffen,
overproductie, overconsumptie en handelsliberalisering.
Terwijl de maatschappij zich meer dan ooit bewust is van de sociale en
ecologische crisis van de planeet, zit de politieke klasse nog steeds
'ontwikkeling-as-usual' te bevorderen. Wat ècht nodig is, is een
verschuiving van paradigma's.
Wij
eisen Klimaatrechtvaardigheid Nu, met oplossingen als:
*) Vermindering van de consumptie in de EU;
*) Grote financiële overdrachten van de EU naar het Zuiden, gebaseerd
op historische verantwoordelijkheid en ecologische schuld, om te helpen
met het betalen van kosten voor aanpassing en verzachtende maatregelen;
*) Financiering verschaffen door vernieuwende belastingsystemen,
schuldenkwijtschelding en het gebruik van geld uit militaire
begrotingen;
*) Het in de grond laten zitten van fossiele brandstoffen;
*) Investeringen in doordacht, efficiënt energiegebruik en veilige,
schone, kleinschalige hernieuwbare energieproductie;
*) Op rechten gebaseerde bescherming van hulpbronnen die is gericht op
landrecht voor inheemse bewoners en de soevereiniteit van bewoners over
energie, bos, land en water bevordert;
*) Duurzame gezinslandbouw en voedselsoevereiniteit.
Het
Verdrag van Lissabon: de verkeerde oplossing voor een ondemocratisch
onsociaal Europa
Wij verwerpen het zogenaamde Hervormings Verdrag van de Europese Unie
(Verdrag van Lissabon), dat de macht van de Europese Commissie op het
gebied van handel en ontwikkeling vergroot en het vermogen van burgers
om het beleid democratisch te beïnvloeden verder verkleint. Het nieuwe
verdrag versterkt het neoliberale beleid en het democratisch tekort van
de EU, bestendigt de macht van transnationale bedrijven en dient de
belangen van Europees kapitaal, vergroot de militarisering van Europa,
versterkt 'Fort Europa' en levert geen werkelijke bescherming voor
Europese burgers tegen de afkalvende sociale en milieustandaards.
De kern van het antisociale karakter van de 'grondwet' die werd
verworpen in Frankrijk en Nederland, blijft bestaan. Het nieuwe Verdrag
zal ongetwijfeld de legitimiteitscrisis verergeren. Het Europa dat nu
wordt gevormd is een Europa van het kapitaal, dat probeert wereldwijd
de belangen te verdedigen van zijn belangrijkste economische en
financiële spelers (daarbij zowel samenwerking als spanningen met de VS
producerend), en dat dezelfde belangen behartigt in Unie zelf, ten
koste van de belangen van zijn burgers en het milieu. Om dat te kunnen
heeft Europa een groeiende interne autoritaire structuur nodig die zal
optreden als een 'fort' ten opzichte van migranten, gevestigd en
gecoördineerd door zijn versterkte natiestaten, en een 'verenigde' en
gestructureerde militaire macht om zijn economische en
monetair-financiële macht wereldwijd uit te kunnen oefenen.
Wij verwerpen Eruopese beleid van het naar buiten verleggen van de
grenzen, het beleid van detentie, uitwijzing en deportatie en de
terugkeerverdragen, en het Frontex-programma dat een grote investering
in de militarisering van de buitengrenzen betekent en de basis schept
voor directe interventies in Afrikaanse landen en een onvervalste
oorlogsverklaring tegen migranten is.
Een
andere visie voor Europa: vrede, duurzaamheid, solidariteit
Ons doel is om te werken aan een wereld die is gebaseerd op vrede,
participatieve democratie, sociale rechtvaardigheid, mensenrechten,
duurzaamheid, voedselsoevereiniteit en het recht van bewoners op
zelfbeschikking.
Wij beogen ruimte te creëren voor het verbinden van alle huidige
strijd, opkomende basis-verzetsbewegingen en alternatieve visies,
opkomende sociale bewegingen, NGO's, vrouwenorganisaties, vakbonden,
mensenrechtenorganisaties, boeren, ecologische en inheemse bewegingen,
organisaties van migranten en vluchtelingen voor gemeenschappelijke
actie en reflectie.
Wij roepen op voor gemeenschappelijke strategieën om de huidige
onderhandelingen te stoppen die gericht zijn op het invoeren van
"Vrij"HandelsAkkoorden (Free Trade Agreements, FTA's) tussen Europa en
de rest van de wereld; voor het consolideren van de strijd
tegen Europese transnationale bedrijven, voor het versterken van het
proces van de vorming van alternatieven en voor het terugveroveren van
het recht op voedsel, onderwijs, gezondheid en andere
basisvoorzieningen.
Wij verplichten ons hierbij tot het versterken van interregionale
solidariteit en samenwerking tussen onze sociale bewegingen en
organisaties uit de hele wereld tegen de macht van het bedrijfsleven en
alle onrechtvaardige bilaterale verdragen over handel en investeringen.
Wij verplichten onszelf om ons te voegen bij verzet tegen neoliberaal
beleid en op mensen gebaseerde alternatieven op te bouwen.
Wij zullen met name samen campagne voeren om:
*) De Economic Partnership Agreements (EPA's) te stoppen;
*) De Global Europe Strategie tegen te houden;
*) Alle bilaterale handelsverdragen te stoppen;
*) De WTO-onderhandelingen op te schorten en het gehele multilaterale
handelssysteem te herzien;
*) Een moratorium te ondersteunen voor agrobrandstof, evenals de strijd
tegen aardopwarming en de energiecrisis;
*) Vrijheid van beweging te bereiken voor alle mensen.
Om de macht van transnationale bedrijven af te breken, beogen wij:
*) Het verzet te versterken tegen operaties van bedrijven die
mensenrechten schenden en een sleutelrol spelen in de vorming van een
mondiaal neoliberaal systeem;
*) Bloot te leggen welke juridisch-politieke systemen en dominante
instellingen de belangen van transnationale bedrijven dienen en
beschermen, waaronder de vrijhandelsakkoorden en bilaterale
investeringsverdragen (BIT's) die het transnationale bedrijven mogelijk
maken om straffeloos te opereren;
*) Het eisen van uitvoering van bestaande regels, de opheffing van
onrechtvaardige wetten en vooruitgang op het gebied van internationale
regelgeving die de rechten van mensen en het milieu respecteren en
waaraan bedrijven en overheden zich geacht worden te houden;
*) Gereedschap te verschaffen voor het ondersteunen van de strategieën
van gemeenschappen, sociale bewegingen en organisaties die zich
verzetten tegen bedrijven en alternatieven ontwikkelen om de TNCs te
ontmantelen en hun misdaden te beoordelen.
Wij zullen beleid ondersteunen dat voorstander is van solidariteit,
vrede, de ontplooiing van alle mensenrechten en de harmonie tussen de
mensen en de planeet.
In de komende maanden zullen we de momenten op de politieke kalender
benutten om verbindingen te leggen met de wereldwijde beweging voor
rechtvaardigheid:
*) De wereldwijde actiedag van het World Social Forum op 26 januari
2008;
*) De 12e UNCTAD-vergadering in Accra, Ghana (april 2008);
*) De Actieweek over Global Europe en de vrijhandelsakkoorden van de EU
in Brussel en verschillende Europese landen (april 2008);
*) De 'top van de bevolking' "Enlanzando Alternativas 3" en de Permant
Peoples Tribunal Session tijdens de EU-LAC-top waar ook de voorgestelde
vrijhandelszone op de agenda staat (Lima, Peru, 15-18 mei 2008);
*) Het WSF over migratie in Madrid (11-13 september 2008);
*) Het 5e Europees Sociaal Forum in Malmø (17-21 september 2008);
*) De campagnes die oproepen voor referenda over (of tegen) het Verdrag
van Lissabon.
Seattle to Brussels Network
De verklaring, alsmede de organisaties die deel uitmaken van het
netwerk,
is te vinden op: http://www.s2bnetwork.org/download/S2B_statement_WSF_GlobalDayofAction_2008
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C4)
Verdere
afbraak van publieke diensten door de EU ondanks
toenemende economische
crisis
(door Henry van Maasakker)
Na de recente aanvaarding door
de Europese regeringsleiders en het Europees Parlement van het "nieuwe"
grondwettelijke verdrag, het Verdrag van Lissabon, hebben de Europese
Commissie en het Europees Hof van Justitie hun aanval op de publieke
diensten geïntensiveerd [1]. Dit leidt niet alleen tot een
grotere aantasting van de sociale rechten, maar ook tot meer stagnatie
van de Europese economie. Meer dan ooit is de sociale strijd, en in het
bijzonder de vakbondstrijd, noodzakelijk tegen deze neoliberale
afbraakplannen.
Nieuw
Europees grondwettelijk Verdrag van Lissabon.
Op 13 december 2007 zetten de regeringsleiders van de EU
gezamenlijk hun handtekening onder een "nieuw" Europese grondwettelijke
verdrag, ook wel het Verdrag van Lissabon genoemd. Dit verdrag heeft
dezelfde neoliberale grondslag als de eerder bij referendum in
Frankrijk en Nederland afgewezen "Europese grondwet" [2].
Het is de bedoeling van de bestuurders om onder het huidige (Sloveense)
voorzitterschap van de Europese Unie zo snel mogelijk – en zonder het
houden van nationale referenda - de goedkeuring te verkrijgen van de
diverse parlementen. Op 20 februari werd het verdrag al goedgekeurd
door het Europese parlement en het moet nog worden voorgelegd voor
ratificatie aan de parlementen van diverse Europese lidstaten [3].
Dit ratificatieproces verloopt echter veel minder gemakkelijk dan
gedacht. In Duitsland uitte het hoogste rechtscollege ernstige twijfels
over de veronderstelling dat de nationale parlementen meer bevoegdheden
hebben gekregen [4]. In Denemarken wil men eerst de
garantie van de Europese Commissie dat het "Noord-Europese sociale
model" gehandhaafd blijft [5] anders wordt er geen goedkeuring
verleend. Om het algemeen Europese goedkeuringsproces te bespoedigen,
heeft de Commissie de verdere liberalisering van de Europese
gezondheidsdiensten tijdelijk opgeschort omdat anders de kans bestaat
dat bepaalde nationale parlementen alsnog geen goedkeuring geven aan
het Verdrag van Lissabon [6].
Het Verdrag van Lissabon fungeert als het beleidskader voor de
verdergaande deregulering, privatisering en flexibilisering van de
publieke diensten (ondermeer van postwezen, onderwijs, gezondheidszorg,
nutsbedrijven, sociale zaken en werkgelegenheid). In het verdrag zijn
de uitgangspunten opgenomen voor de overheidsfinanciën van de
afzonderlijke lidstaten, zoals het Groei- en Stabiliteit Pact (GSP),
die dwingen tot afbouw van de publieke sector bij overschrijdingen van
het overheidsbudget en het oplopen van de staatsschuld [7].
Het opnemen van dergelijke uitgangspunten is funest in deze tijd van
toenemende economische crisis – zoals de ook in Europa (Spanje,
Engeland en Polen) hard toeslaande huizen- en kredietcrisis – omdat de
nationale overheden op deze wijze het macro-economische instrumentarium
wordt ontnomen [8] om een anticyclisch
begrotingsbeleid te voeren. Een dergelijk beleid zou de groei van
overheidtekorten [9] en staatsschuld kunnen
combineren met de groei van overheidsinvesteringen in de publieke
sector, vooral in de publieke dienstverlening. Dit zou dan als bodem
kunnen fungeren voor de neerwaartse golf of stagnatiefase [10]
in de Europese economie, en als buffer om de groeiende huizen- en
kredietcrisis met haar neerwaartse spiraal op te vangen én het zou een
nieuwe lange golf [11], gebaseerd op publieke
kapitaalvorming, mogelijk maken.
Flexibilisering
van de arbeidsmarkt
De voortgaande aanval op de publieke diensten wordt ondersteund door de
"flexicurity agenda" [12] die onderdeel is van de
vernieuwde Lissabon-strategie, waarbij de voorgenomen verslechtering
van het ontslagrecht een cruciale rol speelt. Op 27 november 2007 nam
het Europese parlement deze agenda met grote meerderheid aan. Het is
nog goed even de doelstellingen van de vernieuwde Lissabon strategie [13]
in herinnering te roepen: (…) Het doel van deze strategie is om van
Europa een grootmacht te maken die kan wedijveren met de VS, India en
China. Dit betekent flexibeler ('slimmer') en vooral goedkoper werken.
In dat kader moeten de kosten voor arbeid verder omlaag, de
productiviteit omhoog en de overheidsuitgaven verminderd. Daarbij moet
zoveel mogelijk aan de werking van de markt worden overgelaten. Zo veel
mogelijk onderdelen van de sociale wetgeving, de gezondheidszorg, het
onderwijs en andere publieke voorzieningen moeten daarom worden
geprivatiseerd.(..) [14].
Publieke diensten hebben in veel gevallen nog een gedeeltelijk
overheidskarakter; de werkers in deze sectoren zijn dan ambtenaren of
semi-ambtenaren met een relatief sterke rechtspositie en dito beloning.
Een verslechtering van het ontslagrecht (flexibilisering) maakt van hen
loonarbeiders met een slechte, private rechtspositie en slechte
beloning. Er ontstaat op deze wijze een soort structurele
arbeidsreserve waardoor voortdurend druk op de lonen van de
publieke diensten kan worden uitgeoefend. Ook qua werkgelegenheid
worden deze diensten dan steeds meer afhankelijk van het algemene
conjunctuurverloop.
Deze ontwikkelingen is binnenkort aan de orde omdat de flexicurity
agenda niet alleen door het Europese parlement is aangenomen maar ook
al door de Europese Raad (december 2007). De raad zal vervolgens op
korte termijn de Werkgelegenheidsrichtlijnen voor Werk en Groei
vaststellen waarvan "flexicurity" het hoofdbestanddeel vormt. Nederland
zal op basis hiervan gevraagd worden een nationale Hervormingsagenda
vast te stellen.
De aanval op de publieke diensten vond ook plaats op andere wijze,
namelijk via de uitspraken van het Europese Hof van Justitie in twee
geruchtmakende zaken met betrekking tot de diensten- en de
detacheringrichtlijnen].
Vikingzaak:
In de zogenaamde Vikingzaak wilde een Finse maatschappij van ferryboten
onder Estse vlag varen om zo goedkopere Estse arbeidskrachten
in te kunnen huren. De zeeliedenvakbond belette door stakingen het
inhuren van deze mensen en ook de vestiging van het ferrybedrijf in
Estland. De ferrymaatschappij noemde dit een schending van artikel 43
EG (hoofdstuk 2, Oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap), dat
de vrijheid van vestiging waarborgt. Volgens het arrest van het
Europese Hof van Justitie verwoordt artikel 43 een fundamenteel
beginsel. Hoewel het Hof het stakingsrecht erkent, meent het toch dat
stakingen enkel de vrijheid van vestiging mogen belemmeren wanneer dit
gerechtvaardigd wordt door dwingende redenen van algemeen belang en dan
alleen indien een staking een geschikt en niet meer dan noodzakelijk
middel is om het nagestreefde doel te verwezenlijken. Met andere
woorden: de vrijheid van vestiging is het hoofdbeginsel en men moet
goede argumenten hebben om hierop met een staking een "uitzondering" te
kunnen maken.
Lavalzaak:
In de zogenaamde Lavalzaak wilde een Letse onderneming Letten in Zweden
via uitzendarbeid een school laten bouwen tegen Letse lonen. Ook hier
voerden de vakbonden met succes actie tegen. De bouwwerf werd
geblokkeerd en afgesneden van elektriciteit (het ging dus om andere
vormen van vakbondsactie dan een staking). Daarop klaagde het bedrijf
bij de Europese rechter over blokkade van het vrije verkeer van
diensten (artikel 49, hoofdstuk 3, Oprichtingsverdrag van de Europese
Gemeenschap) en de werking van de Europese Richtlijn 96/71 over
uitzendarbeid. De uitzend- of detacheringrichtlijn garandeert minimale
arbeidsvoorwaarden aan uitzendkrachten uit een andere lidstaat, op
voorwaarde dat de ontvangende lidstaat deze vastlegt volgens
welomschreven procedures. In Scandinavië zorgt de uitzendrichtlijn voor
moeilijkheden, omdat veel zaken - en met name kwesties over arbeidsloon
- worden geregeld door CAO's (vooral bedrijfstak-CAO's).
In de zaak Laval wilden de Zweedse vakbonden rechten voor de Letse
uitzendkrachten afdwingen boven de minimale wettelijke Zweedse normen
zoals die in de CAO zijn geregeld. Wat betreft de lonen wilden zij
Laval dwingen aan te sluiten bij de bouw-CAO, zodat Laval verplicht zou
zijn per werf met de Zweedse vakbonden te onderhandelen zoals dat voor
de Zweedse bouwondernemingen het geval is.
De uitzendrichtlijn bood hier volgens het Hof - dat zich hield aan een
strikte interpretatie - geen soelaas. Ofwel de vakbonden eisten volgens
het Hof meer dan het minimale loonniveau dat wordt gegarandeerd door
deze richtlijn, ofwel er bestaan geen minimale CAO- lonen in Zweden.
Dit betekent dat de vakbondsactie getoetst moet worden aan de algemene
regels van het "vrije en ongestoorde verkeer" op de interne markt. Was
de vakbondsactie strijdig met het vrije verkeer van diensten, omdat het
een feitelijke hinderpaal opwierp? Het Hof bevestigt dit zonder veel
argumentatie in zijn oordeel: het vrije verkeer van diensten mag niet
gehinderd worden door dit soort vakbondsacties, want de procedure om
eerst aan te sluiten bij de bouw-CAO en dan te gaan onderhandelen over
lonen, is veel te moeilijk of onwettig. Zweden had maar gebruik moeten
maken van de mogelijkheden die de uitzendrichtlijn biedt.
Reactie
van de Europese vakbondscentrale EVV (ETUC)
Beide richtlijnen – de diensten- en de detacheringrichtlijnen - worden
gebruikt om de sociale rechten van werknemers zoals goede beloning,
werkgelegenheid, arbeidsomstandigheden, en recht op staking te
ondermijnen. Dit leidde meteen tot een reactie van John Monks van het
Europees Vakverbond ETUC [15] die hierin een groot gevaar
ziet: "Alles wat wij in Europa aan sociale rechten hebben opgebouwd,
wordt nu afgebroken door rechtbanken voor wie de vrijheid van het
bedrijfsleven veel belangrijker is dan rechten van werknemers".
Deze controverse kan ook gevolgen hebben voor de ratificatie van de
Europese grondwet. Monks pleitte al voor de opname van een sociale
clausule ter bescherming van arbeidsrechten in het Verdrag van
Lissabon. In Denemarken zijn vakbonden al een campagne begonnen tegen
de verdere aantasting van het stakingsrecht en de neerwaartse spiraal
van lonen en arbeidsomstandigheden. In tijden van economische recessie
is een dergelijke neerwaartse spiraal catastrofaal.
Europees
verzet en maatschappelijke acties
In Groot-Britannië vragen veel parlementsleden van Labour, de Liberaal
Democraten en de Conservatieven om een referendum over het Verdrag van
Lissabon. Dit verzoek is onlangs door het Britse Lagerhuis afgewezen,
zodat men zich nu concentreert op het parlementaire goedkeuringsproces
zelf. In Ierland wordt over dit Verdrag een referendum gehouden. Het
goedkeuringsproces door het Deense parlement stagneert zolang er geen
garanties komen dat het "Deense sociale model" gehandhaafd blijft.
De Britse vakbondscentrale TUC vraagt om aanscherping van het
Sociale Handvest, men wil af van de zogenaamde opt-out positie van
Groot-Britannië waar het de sociale wetgeving betreft. John Monks,
hoofd van de ETUC, eist nu een extra sociale clausule in het Verdrag
van Lissabon waarin het Europese stakingsrecht expliciet is geregeld.
De campagne van de ETUC voor een Europese raamwetgeving tot behoud van
publieke diensten gaat ondertussen gewoon door [16] en handtekeningen zijn nog
steeds zeer welkom.
In Duitsland, dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland geen
stelsel van wettelijke minimumlonen kent dat dat sociale dumping kan
tegengaan, is het minimumloon ingevoerd in de postsector. De Europese
Commissie volgt naar verluidt het Duitse dossier op de voet, om na te
gaan of dit minimumloon in de postsector niet strijdig is met de regels
van de interne markt. TNT heeft onlangs een juridische procedure tegen
het Duitse minimumloon gewonnen, maar de Duitse vakbond Verdi, gaat
tegen dit vonnis in hoger beroep.
In Nederland maakt de vakbeweging FNV zich door vakbondsacties tegen
marktwerking sterk voor behoud van publieke diensten. Er is een
FNV-handtekeningenactie [17] waarin de eis van het ETUC voor
raamwetgeving wordt gesteund. Tegelijkertijd wordt de Tweede Kamer
verzocht een hoorzitting te houden over privatisering en om een
tijdelijke stop (moratorium) op privatisering in te stellen.
In de aanloop naar de Europese Parlementsverkiezingen van 2009
formuleren linkse politieke partijen, vakbonden en NGO's in Nederland
en daarbuiten hun ideeën over een 'Sociaal Europa'. Een bescheiden
bijdrage aan deze discussies en debatten zou er als volgt uit kunnen
zien [18]:
* Verbeteren van de positie van de Europese vakbonden bij de
CAO-onderhandelingen zodat die de werknemers efficiënt kunnen
vertegenwoordigen en hun rechten kunnen versterken.
* Instellen van economische en financiële maatregelen ter verlaging van
de werkloosheid.
* Versterken van de beschermende bepalingen in het arbeidsrecht met
respect voor de fundamentele rechten en uitbreiden van hun
toepassingsgebied naar alle vormen van flexibele arbeid, met inbegrip
van de zelfstandigen die in werkelijkheid afhankelijk zijn van hun
contractant, zowel op economisch, juridisch als persoonlijk
vlak.
* Prioriteit geven aan flexibiliteitsmaatregelen die in het belang zijn
van de werknemers en ontwikkeling van sociale alternatieven
voor de neoliberale afbraakplannen.
* Stopzetten van het beleid dat tot doel heeft de sociale bescherming
te beperken en de winstmarges van de bedrijven te verhogen.
* Vaststellen van een Europese minimum standaard voor sociale zekerheid
met betrekking tot werkloosheid, arbeidsongeschiktheid etc.
* Vaststellen van een Europese minimum standaard voor pensionering.
Noten:
[1] Publieke diensten worden hier
beschouwd als "maatschappelijke loon". In het kader van de
hernieuwde Lissabon strategie streeft men niet alleen naar het
verlagen van het nettoloon, maar vooral ook van het brutoloon-aandeel
in het Nationaal Inkomen waarvan het "maatschappelijke loon" een
belangrijke component vormen. Het idee is dat daarmee het
winstaandeel in het Nationaal Inkomen kan stijgen. NAAR
TEKST
[2] Zie bijvoorbeeld "EU
treaty is a constitution, says Giscard d'Estaing," door Ben
Russelll, 30 oktober 2007. NAAR
TEKST
[3] De parlementen van Frankrijk,
Hungarije, Malta, Roemenië en Slovenië keurden het verdrag al vóór 20
februari goed.
NAAR
TEKST
[4] Zie: "Top German judge
questions democratic innovations to EU treaty,"
door Honor Mahony, EU Observer, 27 februari
2008 en "German
constitutional court to decide on EU treaty complaint,"
door Honor Mahony, EU Observer, 10 maart 2008. NAAR
TEKST
[5] Zie: "Copenhagen asked to
check workers' rights before EU treaty ratified,"
door Lisbeth Kirk, EU Observer, 11 februari 2008. NAAR
TEKST
[6] Zie: "EC
bang voor reacties op liberalisering gezondheidszorg," SP, 14
januari 2008. NAAR TEKST
[7] Hierin weerspiegelt zich vooral
de angst voor geldontwaarding bij de grote Europese bank-
en verzekeringsconglomeraten. Die zijn bang dat geldschepping
door de nationale overheden de waarde van de Euro ondermijnt.
Volgens het Verdrag van Lissabon moet de Europese Centrale Bank een
neoliberaal anti-inflatiebeleid voeren op basis van een hoge
rentestand, stabiele munt en stabiele wisselkoersen (maar geen
anticyclisch macro-economisch beleid zoals de Federale Reserve in de
VS). Bij stijging van het algemene prijspeil (inflatierisiko) en
toename van de economische crisis moeten de aanpassingen
verlopen via verlaging van de lonen of van het
brutoloonaandeel in het Nationaal Inkomen van de lidstaten. NAAR
TEKST
[8] In hun boek "De prijs van de
Euro; de gevaren van de Europese Monetaire Unie" (Ed. Van Gennep,
1998) spreken Geert Reuten, Kees Vendrik en Robert Went over
het ontbreken van automatische stabilisatoren op Europees niveau op het
moment dat een ernstige economische crisis uitbreekt. NAAR
TEKST
[9] De meeste overheden streven naar
een begrotingsoverschot. Economische groei of overwinsten zijn
nu afhankelijk geworden van de zeer instabiele, via de beurs
gefinancierde consumptiegolven (huizen, auto's, vliegvakanties) of
speculatiezeepbellen. Er is een zeer grillig algemeen
conjunctuurpatroon ontstaan waarbij internationale beurscrises
of financiële crises zich meteen ontwikkelen tot afzetcrises met
dalende bedrijfsrendementen voor de reële economie. NAAR
TEKST
[10] Voor een uitgebreide analyse van
deze stagnatiefase, zie: "Globalisering:
de nieuwe functioneringswijze van het kapitalisme"
door Robert Went (2004). NAAR
TEKST
[11] De lange opgaande economische
golf van de Europese economie van 1945 tot 1975 is voor een groot deel
te danken aan autonome overheidsinvesteringen, voor de lange
termijn, in publieke kapitaalvorming als
onderwijs, gezondheidszorg, sociale huisvesting enzovoorts,
zie: "The Global Economy, hoofdstuk 3 Growth and Cycles," door
Stuart Holland (London, 1987). NAAR TEKST
[12] Flexicurity is een samentrekking
van flexibility en (job)security. NAAR
TEKST
[13] Het verlagen van het
brutoloonaandeel in het Nationaal Inkomen leidt tot onderconsumptie
en onderinvestering, en tot chronische stagnatie van de
Europese economie. Om toch nog economische groei te genereren,
wordt een Europese export-strategie ontwikkeld om via handelsverdragen
op multilateraal (Doha Ronde, WTO) en bi-regionaal niveau
(Economische Partnerschap Akkoorden) afzetmogelijkheden te
creëeren voor Europese bedrijven (landbouwproducten,
industriële goederen en commerciële diensten) en meer dan
normale overwinsten voor de nationale overheden. NAAR
TEKST
[14] "Het
Europees parlement helpt Donner het ontslagrecht opnieuw op de agenda
te krijgen," door Niek Stam, 5 december 2007. NAAR
TEKST
[15] John Monks, de Algemeen
Secretaris van de European Trade Union Confederation, maakte duidelijk
dat deze recente uitspraken het gehele goedkeuringproces van
het Verdrag van Lissabon bedreigen. De nationale vakbonden beschouwen
deze uitspraken namelijk als bom onder hun nationale systemen van
arbeidsverhoudingen. Zie: "ETUC presents its
postition on the Laval and Viking cases at the hearing of
the European Parliament," ETUC, 26 februari 2008. NAAR
TEKST
[16] Campagne voor publieke diensten
van hoge kwalitateit die voor iedereen toegankelijk zijn. Zie: http://www.petitionpublicservice.eu/?utm_source=left&utm_medium=banner
NAAR TEKST
[17] Petitie
"Marktwerking? Time-out!" NAAR
TEKST
[18] Voor een uitgebreid en
samenhangend geheel van sociale en economische beleidsvoorstellen voor
een sociaal Europa, zie: "Unsocial
Europe; the future of the European model in the face of globalisation,"
door Anne Gray (London South Bank University), juni
2005. NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C5)
EPA's:
aggressieve handelspolitiek van de Europese Commmissie
(door Rob
Bleijerveld)
Eind 2007
dreigden de onderhandelingen tussen Europese Unie en 78 ACP-landen [1] over de zogenaamde Economische
Partnerschaps Akkoorden (EPA's) op niets uit te lopen.
De ACP-landen wezen de Europese voorstellen af en kwamen met eigen
alternatieven. Ook vroegen ze om uitstel van de sluitdatum van 31 december 2007.
De Commissie dreigde vervolgens met drastische verhoging van de
exporttarieven voor ACP-producten zodat 15 Caribische landen (Cariforum) en
20 afzonderlijke landen in Afrika en het Pacifische Gebied zich gedwongen
voelden om op de valreep interim-akkoorden te paraferen.
Ook na 2007 gaat de EU verder met het opdringen van EPA's. Het doel is
de formele ondertekening van "WTO
Plus"-vrijhandelsakkoorden
met alle zes ACP-regio's. Een nieuwe vorm van mercantiel kolonialisme!
Het Cotonou Verdrag voor handelsbetrekkingen en samenwerking tussen de
Europese Unie en de ACP Groep liep per 31 december 2007 af en
aansluitend zouden een 6-tal regionale en WTO-conforme
vrijhandelsakkoorden inwerking worden gesteld. Dat was een van de
voorwaarden op basis waarvan de WTO-leden tijdens de ministerstop van
2001 instemden met een 'waiver' (uitzonderingsvoorziening) voor de in
dit verdrag opgenomen voorkeursbehandeling van deze groep
ontwikkelingslanden [2]. Tijdens de 5 jaar durende
EPA-onderhandelingen - en vooral in de laatste maanden - groeide de
afkeer van vele ACP-landen voor de Europese opstelling en de
voorstellen van Unie. De EU stelde overmatige eisen (zoals de opname
van "WTO Plus"-bepalingen [3]), nam alternatieve voorstellen
niet serieus, oefende oneigenlijke druk uit op de ACP-partners en
speelde hen onderling uit [4].
Veranderde
EU-taktiek
Toen duidelijk was dat er voor 31 december 2007 geen volledige
vrijhandelsakoorden zouden worden getekend, veranderde de Europese
Commissie haar taktiek en voerde de druk op de ACP-landen op door te
dreigen met verhoging van de exporttarieven van ACP-producten voor de
Europese markten. Het tussentijdse doel was om de landen op enigerlei
wijze te binden aan het EPA-proces door de ACP-landen te dwingen
tenminste een paraaf te zetten onder interim-akkoorden die onder de
voorwaarden van de EU later kunnen worden omgezet naar meer omvattende
(en qua inhoud controversiële) vrijhandelsakkoorden. De EU wil dat
laatste binnen 1 tot 3 jaar bereiken.
De meeste van de ACP-landen die geen beroep kunnen doen op de
voorkeursregelingen onder het 'Everything But Arms'-verdrag [5]
maar in grote mate afhankelijk zijn van die export, zagen zich
gedwongen een interim-overeenkomst te tekenen om hun markttoegang te
verzekeren. Alles moest vlug gebeuren, over allerlei bijkomende
voorwaarden kon niet meer onderhandeld worden [6]. De ACP-landen moesten het doen
met de bewering van de Commissie dat de interimakkoorden flexibel zijn
en niet bindend. In werkelijkheid bevatten wel degelijk bindende
verplichtingen [7] en bindende sluitdata.
Ook maken de akkoorden een aantal hervormingen (van binnenlandse wet-
en regelgeving) in de ACP-landen noodzakelijk en daar niet aan voldoen,
leidt zeker tot sancties...
Uiteindelijk was toch slechts 1 regio - de 15 Caribische landen van het
CARIFORUM [8]- bereid een interim-EPA met de
EU te sluiten en kwamen niet meer dan 20 andere landen beperkte
bilaterale interim-handelsverdragen met de Unie overeen. Met name in
twee regio's is de tegenstand groot: West-Afrika en de Pacific. De
Europese Unie is echter vastbesloten om ook die landen die de EPA's
afwezen alsnog "aan boord te krijgen".
De aggressieve politiek van de EU waardoor sommige landen in een regio
wel en andere niet parafeerden, doorkruiste de coordinatie-plannen van
bepaalde regio's. Zo wilde men in de West-Afrikaanse regio pas na 2009
EPA-onderhandelingen beginnen met de EU. Eerst wilden ze de
verschillende tariefsystemen en andere regelingen onderling afstemmen
opdat er geen onbedoelde negatieve optreden en wilden ze bepalen hoe
zo'n EPA er voor hen zou moeten uitzien. De verdragen die de EU opdrong
aan Ghana en Ivoorkust haalden echter een streep door deze opzet. De
enige manier om dit nog tegen te gaan, is het openbreken van de
akkoorden. Maar dat zal zeer moeilijk zijn, want de Unie kan de overige
regioleden namelijk dwingen aan te sluiten bij het interim-akkoord
vanwege in die verdragen ingebouwde "accessie"-clausules. Ook zijn er
bepalingen in opgenomen die uitgaan van het opstarten van
onderhandelingen over diensten en de "Singapore onderwerpen" [9].
Dat geeft volgens Marc Maes van 11.11.11 aan dat de Commissie zich
aggressief zal opstellen en zal proberen te voorkomen dat de akkoorden
die nu zijn geparafeerd, niet worden opengebroken [10].
Politieke
'Spin'
In een opiniestuk in het Belgische blad Mo* [11] geeft onderzoeker Etienne De
Belder een aantal strategische lijnen aan waarlangs de
EPA-onderhandelingen, alsook het verzet daartegen, (kunnen) lopen.
Volgens hem is de Europese Handelscommissaris Mandelson de
'spin-doctor' bij de EPA-onderhandelingen. Hij verpakte een harde kern
("Het niet ondertekenen van EPA's veroorzaakt enorm grote
economische, sociale en politieke problemen in de ACP-landen zelf die
de huidige machthebbers daar fataal kunnen worden. Het is een
binnenlands probleem") met moderne PR-technieken en paste
"snelkookpantaktieken" toe. De Belder: "EPA's zijn één van de logische
eindpunten van een verschuiving in de politieke agenda tussen Noord en
Zuid van het 'ontwikkelingsparadigma' naar het 'inperkingsimperatief'
waarbij de nadelige gevolgen van Westers internationaal beleid in
Afrika ver weg van de Noordelijke grenzen moet gehouden worden (ofwel:
'containment policy' met betrekking tot migratie, epidemieën,
onveiligheid en terrorisme)."
De mooie woorden en vage beloften kunnen de harde waarheid uiteindelijk
niet verbergen: de EPA-akkoorden leveren de armste landen op de
middellange termijn massale binnenlandse faillissementen en toegenomen
plaatselijke werkloosheid door het openstellen van hun markten voor de
Europese multinationals. Daarbij leidt het verlies aan douanerechten
tot vermindering van de overheidsinkomsten ter grootte van het bedrag
dat nodig is om in dezelfde periode te investeren in basisdiensten
zoals gezondheid en onderwijs. De sociale gevolgen van de vrijhandel
kunnen dus niet meer worden opvangen met inkomsten uit diezelfde
handel. Dat leidt op zijn beurt tot meer verarming en sociale
spanningen onder de meest kwetsbare groepen in de samenleving. "Een
gevaarlijke politieke cocktail is bereid, het drukketel-effect kan
beginnen," aldus De Belder. Daarbij maakt de Commissie behendig gebruik
van elementen om deze taktiek te laten slagen, zoals: scheldtirades
achter gesloten deuren, oproepen van misverstanden via desinformatie en
geruchtenmolens, uithollen van kernbegrippen van de tegenstander door
zijn terminologie over te nemen en het voortdurend tegen elkaar
uitspelen van de tegenstanders.
Verzet(smogelijkheden)
De Belder geeft aan dat de mondiale 'Stop EPA'-beweging in staat is om
de Europese Commissie op het verkeerde been te zetten. De overbelaste
Europese bureaucratie kan van slag raken zodra verschillende
strategische dimensies [12] elkaar kruisen en kan dan nog
slechts dreigen om haar zin te krijgen (zoals nu in het EPA-proces
gebeurt). Een conflict met de Europese Ministerraad en het Parlement
behoort dan tot de mogelijkheden. De Stop EPA-platforms moeten echter
wel een duurzame campagne kunnen opzetten (en dus over voldoende geld
kunnen beschikken) en de EU-stellingen op meerdere fronten aanvallen.
Afrikaanse staatshoofden hebben zich altijd kritisch uitgelaten over de
EPA's. Ondanks het feit dat 36 regeringen op het laatst toch eieren
voor hun geld kochten, is er nog steeds een meerderheid die de EPA's
niet wil tekenen. Daarmee is het volgens hem mogelijk een patstelling
te bewerkstelligen in de inmiddels weer opgestartte
EPA-onderhandelingen. Een andere insteek voor de Afrikaanse regeringen
kan zijn om - vergelijkbaar met de structurele aanpassingsprogramma's
van Wereldbank en IMF in de jaren tachtig en negentig van de vorige
eeuw - de EPA's gewoonweg niet uit te voeren, zelfs na hun eventuele
betekening.
De ratificatie van de EPA's in de Europese parlementen en die van de
ACP-landen is het echte politiek strijdtoneel. Voor de Afrikanen is de
globale handelsstrategie van de Commissie een nieuwe vorm van
mercantiel kolonialisme dat ondanks de moderne verschijningsvorm
hetzelfde structurele geweld in zich draagt. Dit lokt een tweede
Afrikaanse onafhankelijkheidstrijd uit.
Het is natuurlijk de vraag of de 'STOP EPA'-beweging in voldoende mate
en op tijd de publieke opinie en de poltici in Europa kan mobiliseren.
In elk geval is de potentiële samenwerking van emancipatiebewegingen in
Zuid én Noord van enorm strategisch belang om de huidige
kolonisatiegolf in te dammen.
Hieronder
een paar links voor recente berichtgeving over vormen van protest tegen
de EPA's:
** Afrika:
"Africa:
International Call for Action Against EPAs," door Miriam
Mannak, 25
februari 2008;
"African
Civil society groups urge a stop to EPAs," door Kanaga Raja (TWN), SUNS #6425, 29 februari
2008;
"Namibia:
Civil
Society Rises Up Against EPAs," door Catherine Sasman, 7
maart 2008;
"Nigeria:
EPAs - Groups Decry
Perceived EU Imposition," door Abimbola Akosile, 18 maart 2008.
** Brussel:
"Epa's:
Afrika komt op straat in Brussel," door Elena Dikomitis
(Mo*), 15 januari
2008.
** Europarlementariërs en
protestaktie tegen Commissielid Michel:
"Economic
partnerships remain contested at ACP-EU talks," 18 maart 2008;
"Protest
at EU-ACP Joint Parliamentary
Assembly in Slovenia," 18 maart 2008.
Noten:
[1] Het ACP-land Cuba tekende niet
het Cotonou Verdrag en doet daarom niet mee in de EPA-onderhandelingen. NAAR
TEKST
[2] Zie bijvoorbeeld: "EC-ACP
Cotonou Waiver Finally Granted," ICTSD, 15 november 2001, in Bridges Trade
News Digest vol 5 nr 39.
NAAR
TEKST
[3] De EU streeft naar de opname in
EPA's van vergaande liberaliseringsafspraken
over landbouw- en industriegoederenen, (alle) dienstensectoren,
handelsbevordering en in WTO-verband in 2001 afgewezen
"handelsgerelateerde"
onderwerpen als investeringen, concurrentieregels en overheidsaanbesteding. Daarnaast
wil de EU clausules opnemen die de ACP-landen verplicht aan Europa
een voorrangspositie te verlenen en die de
opmars van
China in Afrika remt (zie "Africa:
EPAs Born of EU's Concern With
China on Continent," door Miriam Mannak, IPS 26 februari 2008). NAAR
TEKST
[4] Dat was mogelijk omdat de
ACP-landen economisch gezien zeer afhankelijk zijn van de export
van een beperkt aantal landbouw- en industrieproducten naar de EU.
De meeste van hen zijn daarom niet in staat zich goed te verweren tegen de
aggressieve houding van de EU. NAAR
TEKST
[5] Na afloop van het Cotonou
Verdrag eind 2007 kan een deel van de ACP-landen - de zogenaamde Minst
Ontwikkelde Landen (MOL's) - zich nog beroepen op bepaalde
handelsvoordelen uit het 'Everything But Arms'-verdrag. De landen zonder
MOL-status die dsondanks niet tekenden zijn: Nigeria,
Congo-Brazzaville, Gabon, Zuid-Afrika en zeven eilanden in de Stille Zuidzee. De handelsvoordelen van de MOL's
zijn van tijdelijke aard omdat ze afhankelijk zijn van de uitkomst
van WTO-onderhandelingen over "gevoelige producten". Met de tijd zullen
ze minder worden of zelfs verdwijnen (zie: "Tariff Preferences, WTO
Negotiations and the LDCs: The Case of the 'Everything
But Arms' Initiative," door Wusheng Yu en Trine Vig Jensen (samenvatting), Blackwell
Publishing, maart 2005).
NAAR
TEKST
[6] Zie: "Interim
EPA's, een risico voor ontwikkeling," Oxfam-Sol, 2 januari 2008. NAAR
TEKST
[7] Zoals de 'Most Favoured
Nation'-clausule die eerder geen thema was bij de onderhandelingen. Het
verplicht de EPA-partners tot het verlenen van dezelfde handelsvoordelen aan
zowel de eigen bedrijven als aan bedrijven uit de EU. Hierdoor kunnen derde
landen - die met het ACP-land in kwestie een vrijhandelsverdrag willen
sluiten - tegen hun wil een speelbal worden van de liberaliseringsplannen
van de EU. En dat kan ongunstig uitpakken voor middelgrote
ontwikkelingslanden, aldus Brazilië (zie: "Brazil:
EPA clause
could deter trade between developing countries," 14 maart 2008). NAAR
TEKST
[8] Het akkoord kan pas
inwerkingtreden na de geplande ondertekening van de "voorlopige voorziening" door
de ministers op 15 april 2008 en de parlementaire goedkeuring
daarna. NAAR
TEKST
[9] Het betreft hier
"investeringen", "concurrentiebeleid" en "overheidsaanbestedingen" (3 van
4 onderwerpen die van de WTO-agenda zijn verwijderd). NAAR
TEKST
[10] Maes geeft aan dat
'ontwikkeling' en 'oorsprongsregels voor goederen' twee zaken zijn waarmee de EU
ACP-landen weer naar de onderhandelingstafel kan lokken. Relevante bepalingen
in de interim-akkoorden zijn bewust vaag en onuitgewerkt... NAAR
TEKST
[11] "De
tweede onafhankelijkheidsstrijd van Afrika - De politieke toekomst
van EPA's na 31/12/07" van 18 februari 2008. NAAR
TEKST
[12] Zoals kritiek door academici van
naam, sociaal engagement door bekende kunstenaars,
rechtsprocedures aanspannen met goede juridische ondersteuning, en politiek
lobbywerk vanuit de civiele samenleving richting Europese Ministerraad
en Europarlement. NAAR
TEKST
Bronnen:
- "Several
ACP countries sign EPAs with Brussels, as group continues to splinter,"
in Bridges Weekly Trade Digest vol 11 nr 41, 28 november 2007.
- "Caribbean
Group, Cameroon, Ghana sign EPAs with EU," in Bridges Weekly Trade Digest vol 11 nr 44, 19
december 2007.
- "EPA
with EU a done deal," door Sir Ronald Sanders, BBC, 24
december 2007.
- "EPA
Damages Regional Cooperation in Southern Africa,"
door Brigitte Weidlich, IPS, 15 februari 2008.
- "De
tweede onafhankelijkheidsstrijd van Afrika - De politieke toekomst van
EPA's na 31/12/07" van 18 februari 2008
- "Analysis
part 1: Africa: EU Aims to Rope in States Resisting EPAs," door Aileen Kwa, 26 februari
2008, IPS
- "Analysis
part 2: Africa: EU Still Pushing Offensive Interests in EPA Talks,"
door Aileen Kwa, IPS, 26 februari 2008.
- "Er
is nog leven na 40 jaar handelsvoordelen (Mauritius)," door
Nasseem Ackbarally,
IPS, 15 maart 2008.
NAAR
INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C6. EPA's:
neokoloniale vrijhandel in Afrika
(door
Henry van Maasakker)
Het heeft
er alle schijn van dat de jarenlange patstelling binnen de WTO tussen het Noorden en het Zuiden
doorbroken wordt door de Europese Unie door optimaal gebruik te maken
van de toenemende asymmetrie of machtsongelijkheid tussen de EU
en de ACP-landen. De EU wil alsnog bilaterale "WTO Plus"- akkoorden
afsluiten die de in economische problemen verkerende, Europese economie
ten goede moeten komen.
Halverwege
de vorige eeuw, in tijden van economische voorspoed, leken de rijke
landen in Europa zich de luxe van ontwikkelingshulp en economische
samenwerking met de voormalige koloniën in Afrika, het Caribische
gebied en de Stille Zuidzee - de groep van de 77 zogenaamde
ACP landen
[1] - te kunnen veroorloven.
De lang aanhoudende stagnatie
[2] van de Europese economie en de
toenemende wereldwijde concurrentie vanaf 1975 zorgde echter voor een
omslag: het voertuig van hulp en samenwerking - de preferentiële
handelsregelingen van Lomé en Cotonou
[3] - werd onder druk van de WTO,
overboord gezet en ingeruild voor een harde, neoliberale Europese
exportstrategie, die van de Economische Partnerschap Akkoorden (EPA's).
Deze omslag, onder condities van chronische economische stagnatie,
vertoont opvallende parallellen met de periode in de Europese
geschiedenis van 1870 tot en met WW-I, die bekend staat als de Lange
Depressie. Tijdens deze periode gingen met elkaar concurrerende
Europese naties, onder leiding van Engeland, in Afrika
[4]
op zoek naar afzetgebieden voor hun industrieproducten,
investeringsgebieden voor hun overtollig kapitaal en grondstoffen voor
hun industrieën, en op deze wijze ontstond er een specifiek koloniaal
vrijhandelssysteem dat vooral de Europese economieën ten goede kwam.
Na de Afrikaanse onafhankelijkheidstrijd van de jaren '40 en '50 van de
vorige eeuw, in tijden van economische voorspoed of stijgende
economische groei, sloten de Europese naties en hun voormalige koloniën
verschillende generaties van handelsovereenkomsten waarin ruimte was
voor 'ontwikkeling' van de voormalige Europese koloniën, nu ACP-landen
genoemd. In 1957 werd het "Regime of Association" opgezet dat vanaf
1963 twee Yaoundé Conventions opleverde. Tussen 1975 en 1995 werden de
handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de ACP-landen bepaald
door vier successievelijke Lomé-overeenkomsten waarin een aantal nieuwe
bepalingen waren opgenomen. Deze Lomé-overeenkomsten waren belangrijk
voor de ACP-landen omdat ze uitgingen van de zogenaamde
niet-wederkerige handelsvoorkeuren. Op grond hiervan konden de
ACP-landen, tarief- en quotavrij, allerlei landbouw- en
industrieproducten naar de EU exporteren, en de akkoorden omvatten ook
bepalingen over financiële en technische ondersteuning bij toenemende
handels- en betalingsbalanstekorten.
In juni 2000 tekenden de EU en 78 ACP landen
[5] het Verdrag van Cotonou waarbij
de ACP landen hun positie enigszins konden verbeteren. Dat was in ruil
voor de toezegging van deelname aan onderhandelingen gericht op de
geleidelijke vervanging van de niet-wederkerige handelsvoorkeuren door
regionale vrijhandelszones die in overeenstemming waren met de
WTO-regels voor vrije handel. In dit akkoord was vastgelegd dat er van
september 2002 tot eind 2007 onderhandeld zou worden over Economische
Partnerschap Akkoorden tussen de EU en verschillende regionale groepen
van ACP-landen. Dat zou moeten leiden tot "nieuwe met WTO verenigbare
handelsovereenkomsten, die handelsbarrières tussen de EU en de ACP op
een progressieve manier verwijderen" en zou tegelijkertijd
voortborduren op "de initiatieven voor regionale integratie van
ACP-landen
[6]". De geleidelijke invoering van
deze EPA's was voorzien voor de periode 2008-2020.
WTO
Plus
De praktijk is echter een andere: de EPA's zullen niet alleen een eind
maken aan de unilaterale handelspreferenties van de ACP-landen, maar
zijn in feite bedoeld om een vrijhandelsregime te vestigen dat in twee
opzichten verder gaat dan de bepalingen in de
huidige WTO-akkoorden.
Ten eerste gebruikt de EU in haar EPA-voorstellen een voor de
ACP-landen ongunstige interpretatie van de term "substantially all the
trade" ("in wezen alle handel") die voorkomt in de WTO-definitie voor
'regionale vrijhandelsovereenkomsten' (neergelegd in artikel XXIV (8b)
van de GATT). Volgens de GATT/WTO regels heeft 'regionale vrijhandel'
betrekking op de verwijdering van accijnzen en andere restrictieve
handelsreguleringen op "substantially all the trade" (SAT) in producten
binnen een periode van 10 jaar.
De EU stelt nu dat SAT betrekking heeft, op tenminste, 90 procent
liberalisering van de markten van beide regiopartners (de EU en de
verschillende ACP regiogroepen). Een liberalisering volgens een
SAT-percentage van 80 (100% liberalisering van de EU-markt en 60% van
de ACP markten) zou veel gunstiger uitpakken voor de ACP-landen
[7];
de EU wil juist een SAT 90%. Als de EU haar zin krijgt, moeten de
ACP-landen hun markten in een heel korte tijd bijna volledig moeten
openen voor importen (landbouw- en industrieproducten, financiële
diensten) uit de Europese Unie.
Ten tweede wil de Unie ook onderhandelingen over de volledige
liberalisering van dienstenmarkten en de liberalisering op basis van de
zogenaamde handelsgerelateerde onderwerpen ("investeringen",
"concurrentiebeleid", "overheidsaanbestedingen", "handelsbevordering"
en "informatiebescherming") onderbrengen in de EPA's. Veel
ontwikkelingslanden, waaronder de ACP-landen, verzetten zich echter al
geruime tijd binnen de WTO tegen het beginnen van onderhandelingen over
"investeringen", "concurrentiebeleid" en "overheidsaanbestedingen", 3
van de 4 zogenaamde Singapore onderwerpen.
Het Cotonou Verdrag (Art. 34 tot 38) voorziet in dat verband overigens
alleen in het sluiten van een overeenkomst voor de bescherming van
investeringen en voor samenwerking op het gebied van
concurrentiebeleid. De EU wil niet alleen verder gaan dan de consensus
binnen de WTO ten aanzien van deze onderwerpen, maar gaat hiermee ook
verder dan het kader dat het verdrag van Cotonou biedt. Dit laatste
geldt ook voor handel in diverse (publieke) diensten, waar de EU pleit
voor snelle en ambitieuze onderhandelingen.
Toenemende
onderontwikkeling als nadelig gevolg
Handelsverdragen zoals de Economische Partnerschap Akkoorden, zullen de
structurele ontwikkeling- problematiek van Afrika niet oplossen, maar
juist vergroten
[8]. Ze verschaffen namelijk geen
enkele vorm van importbescherming meer tegen hoogwaardige Europese
producten en diensten en de Afrikaanse producenten en fabrikanten zijn
niet in staat om hiertegen te concurreren. De ACP-landen zullen
daardoor, nog meer dan nu, terugvallen op de export van primaire
producten en grondstoffen, met toenemende ongelijkheid of asymmetrie
van hun handels- en betalingsbalans en een toenemende schuldenlast bij
internationale financiële instellingen (IMF, WB) tot gevolg.
Niet alleen op de handels- en betalingsbalans nemen de ongelijkheden of
asymmetrie toe, dit geldt ook voor de verhoudingen tussen private
sector en publieke sector en tussen buitenlandse of internationale
sector en de binnenlandse of landbouwsector.
De overheidssector van publieke diensten (gezondheidszorg, onderwijs,
enzovoorts) die in deze landen in grote mate wordt gefinancierd door
tariefinkomsten op de Europese importen, zal bij de afschaffing van dit
belastingsysteem, zeer zwaar worden getroffen. Er zal eerder sprake
zijn van krimp dan door publieke investeringen gegenereerde economische
groei.
De binnenlandse, Afrikaanse landbouwsector, en daarmee de
voedselvoorziening, krijgt eveneens grote klappen te verduren. Niet
alleen verliest ze haar positie op de Europese markten en daarmee haar
exportinkomsten, ze dreigt ook volledig te bezwijken onder de last van
de groeiende import van zwaar gesubsidieerde Europese
landbouwproducten. Daarmee, dreigt ze haar positie op de binnenlandse
markten voorgoed te verliezen met grote gevolgen voor de
voedselvoorziening.
Politieke partijen, vakbonden en maatschappelijke organisaties in het
Zuiden als ook in Europa, zullen zich ook in 2008 moeten blijven
inspannen om deze vrijhandelsakkoorden oftewel deze "WTO
Plus"-akkoorden met hun catastrofale gevolgen voor de ACP- staten te
stoppen
[9].
Noten:
[1] De ACP-groep omvat
inmiddels 79 staten waaronder de 40 armste en minst ontwikkelde staten
van de wereld. Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/ACS-staten NAAR
TEKST
[2] Voor een
voortreffelijke analyse van deze stagnatie in het Europese 'monopoly
capitalism' met haar neoliberale deflatiepolitiek, zie: "Monopoly
Capitalism in Crisis, part II: The era of stagnation and crisis:
1975-2000, Hoofdstuk 6 The Onset of 'Eurosclerosis'," van
Bill Lucarelli, London, 2004. NAAR
TEKST
[3] Voor een omschrijving
van de Verdragen van Lomé en Cotonou (handelspreferenties en financiële
ondersteuning), zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/ACS-staten
en http://www.acpsec.org/en/faq.htm.
NAAR TEKST
[4] De Britse Afrikanist
Basil Davidson omschrijft deze periode in zijn "African civilization
revisited" (1991) als The Scramble for Africa. Het is vooral Engeland
dat in deze stagnatieperiode met toenemende, wereldwijde concurrentie
wordt geconfronteerd. Engeland zette voor haar verouderde industrieën
met groeiende overcapaciteit, met dalende rendementen en braakliggend
financieel kapitaal in Afrika een zeer winstgevend koloniaal
handelsysteem op, het zgn. Nieuwe Imperialisme, waarbij kapitaal en
industrieproducten tegen grondstoffen en landbouwproducten worden
geruild. Dit systeem leverde Engeland grote overschotten op haar
handels- en betalingsbalans op; haar koloniën kregen echter te maken
met structurele tekorten. Sindsdien - zelfs na de Afrikaanse
onafhankelijkheidstrijd - worden de Afrikaanse landen met structurele
handels en betalingsbalanstekorten geconfronteerd. Er is in Afrika
sprake van voortdurende economische krimp, een groeiende schuldenberg,
achteruitgang en crises. Zie, "The
Looting of Africa. The economics of exploitation, hoofdstukken 3 en 4,"
door Patrick Bond (Zed books, London, 2006). NAAR
TEKST
[5] Cuba tekende als enige
ACP land niet. NAAR TEKST
[6] De opzet van de EU is
om via de EPA onderhandelingen vrijhandelszones in te stellen met
West-Afrika, Centraal Afrika, Oost- en Zuidelijk Afrika, het
Caribische Gebied en het Stille Zuidzee gebied. Deze onderhandelingen
zijn in feite mislukt hoewel er wel interim-akkoorden zijn gesloten met
36 ACP-landen, waarbij de Caribische regio als een handelsblok
optreedt. Zie: "De tweede onafhankelijkheidstrijd van Afrika," door
Etienne De Belder (onderzoeker Oxfam-Solidariteit), in Uitpers nr 95,
webzine Internationale Politiek, maart 2008. NAAR
TEKST
[7] Zie voor een
uitgebreide vergelijking en opmerkelijke overeenkomsten tussen de
WTO-onderhandelingen waarbij de EU betrokken is en de
EPA-onderhandelingen tussen de EU en de ACP- landen, de Duitse studie en
brochure "Factsheet
209- EPAs und Freihandel, Irrweg gegenseitige Güterliberalisierung",
ATTAC, augustus 2007. Zie ook: "Renegotiating
GATT Article XXIV - a priority for African countries engaged in
North-South trade agreements", door Rémi Lang (UNECA),
februari 2006. NAAR TEKST
[8] De gevolgen van de
EPA's voor de ACP-staten zijn opgesomd door een onderzoekscommissie uit
het Franse parlement. Voor een korte samenvatting van het rapport van
deze commissie, zie: http://www.eurafair.de/pageID_3668939.html NAAR
TEKST
[9] Zie voor de Stop EPA
campagne: http://www.stopepa.de/
en http://www.twnafrica.org/cotonou.asp NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) Diverse artikelen 15
juni 2008
D1. Redactioneel
D2. 17 mei: Aandacht voor handels-top EU-Latijns-Amerika en
voor het
aggressieve
Europese handelsbeleid ('Global Europe')
D3. Topconferentie EU-Latijns Amerika in Lima
D4. Alternatieven voor het neoliberalisme: ALBA en de Bank
van het Zuiden.
D1 Redactioneel
Beste lezer,
Deze keer aandacht voor een belangrijke handels-top in Lima (Peru)
tussen de EU en landen in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied,
waartegen fel wordt geprotesteerd door organisaties van
Latijnsamerikaanse boeren, vrouwen, inheemse bewoners en vakbonden. Op
17 mei is er in Amsterdam een solidariteitsavond met een
live-verbinding met activisten in Lima en aandacht voor 'Global
Europe', de aggresieve handelspolitiek van de EU.
In deze editie ook een artikel over ALBA en de Banco del Sur, twee
recente initiatieven van Latijns-Amerikaanse staten die op de
achtergrond een belangrijke rol (kunnen) spelen bij deze top.
Deze week, danwel begin volgende week, zullen in WTO-verband twee
langverwachte voorzittersteksten worden uitgebracht. Het gaat om
herziene conceptteksten voor landbouw en industriele goederen. Een
tekst over diensten zal snel daarna volgen, zo verwacht men.
De WTO en de belangrijkste ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden
hebben voor om zo snel mogelijk een 'horizontale uitruil' te beginnen
op gebied van landbouw en industriegoederen, voorbereid door
topambtenaren van een beperkte groep landen. Deze 'uitruil' wordt dan
gevolgd een mini-top van zo'n 25 ministers waar een en ander wordt
vastgelegd. Mogelijk zullen afspraken over 'Rules' ook een rol spelen
bij dit alles. Tegelijkertijd (parallel) zal er een topontmoeting
plaatsvinden over de liberalisering van dienstensectoren en de
liberalisering van binnenlandse regels en maatregelen voor GATS.
Als deze opzet slaagt, zal dit de basis leggen voor een Doha-akkoord
dat eind van 2008 klaar moet zijn voor tekening door alle lidstaten.
Ondertussen wordt er in Genève, in en rond het WTO-gebouw, gefluisterd
dat de ministers-top zal moeten worden uitgesteld omdat er toch nog te
weinig overeenstemming is in het landbouwdossier. Eind mei, zoals Lamy
wil, is mogelijk te vroeg... Misschien dan eind juni of - net als in de
afgelopen paar jaar - een topontmoeting van beperkte omvang maar met
geforceerde agenda in juli, vlak voor het zommerreces?
met vriendelijke groet,
Rob Bleijerveld
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D2 17 mei: Aandacht voor
handels-top EU-Latijns-Amerika en voor het
aggressieve
Europese handelsbeleid ('Global Europe')
Op 16 en
17 mei vindt in de Peruaanse hoofdstad Lima de topconferentie plaats
tussen de EU, landen in Latijns-Amerika en het Caribische Gebied.
Namens Nederland nemen daar onder andere Balkenende en Verhage aan deel.
De top staat vooral in het teken van onderhandelingen over
vrijhandelsakkoorden, met verstrekkende gevolgen. Er zijn dan ook grote
tegenconferenties en manifestaties, maar ook dreigt forse repressie
tegen kritische stemmen. In februari werden nog vier boeren
doodgeschoten tijdens protesten tegen een vrijhandelsverdrag met de VS.
Ook vanuit Nederland wordt aandacht aan de top besteed, en zijn er
activisten nauw bij betrokken. Elders in deze WTO.ZIP is een overzicht
van initiatieven en weblinks naar bronnen te vinden.
Aanstaande zaterdagavond - 17 mei - is er een solidariteitsavond in
Amsterdam.
Daar zal informatie gegeven worden over de omstandigheden van de top in
Lima en de tegenactiviteiten. Ook zal er nader worden ingegaan op het
Europese handelsbeleid dat sinds 2006 onder de noemer 'Global Europe'
agressief op de belangen van Europese multinationals is afgestemd. En
er zal een directe verbinding gemaakt worden met actievoerders in Lima.
Begin: 20 uur
Adres: Plantage Doklaan 10-12 Amsterdam.
Bereikbaarheid: tram 9 of 14, metrostation Waterlooplein
Toegang: gratis
Georganiseerd door: TransNational Institute, XminY Solidariteitsfonds,
Ander Europa, Noticias/Ojalá, Vóór de Verandering, Friends of the Earth
Europe
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D3 Topconferentie
EU-Latijns Amerika in Lima
(door
Globalinfo/Noticias)
Op vrijdag
16 mei begint in Lima (Peru) de topconferentie tussen Latijns Amerika
en de EU. Hoewel officieel ook over andere politieke thema's, gaat de
top vooral over de economie. De EU zal - overeenkomstig zijn 'Global
Europe'-strategie - proberen de onderhandelingen over
vrijhandelsverdragen een stap verder te brengen. Onder moeilijke
omstandigheden proberen maatschappelijke organisaties protest te
organiseren tijdens de top. In Amsterdam is er op zaterdag 17 mei een
solidariteitsavond [1].
Latijns-Amerika-centrum
Noticias volgt de conferentie op de voet en is er ook in Lima aanwezig
met een flink aantal mensen. Op haar website is een speciale rubriek
[2] ingericht voor nieuws en achtergronden over de top.
Daar valt onder meer te lezen hoe op 8 mei een studentendemonstratie
hard door de politie uiteengeslagen [3] werd.
Ook andere groepen, zoals inheemse volkeren, boeren en vakbonden hebben
conferenties belegd.
Verspreid over de stad vindt een soort tegentop plaats onder de noemer
'Enlanzando Alternativas' [4] dat de grootste moeite heeft om überhaupt
vergunningen te krijgen om bijeen te komen. Een van de onderdelen van
dit project is een uitgebreid tribunaal tegen Europese multinationals
[5].
Sommige linkse regeringsvertegenwoordigers zullen zowel de officiële
top bezoeken als de tegentop.
Namens Nederland zullen onder meer Balkenende en Verhagen en een hele
rits ambtenaren van EZ en andere ministeries aan de top deelnemen.
Wat betreft de repressie houdt iedereen dan ook z'n hart vast. In
februari vielen er nog vier doden toen boeren protesteerden [6] tegen
de ondertekening van een vrijhandelsakkoord met de VS.
De zittende (sociaaldemocratische) president Alan Garcia is impopulair.
Toen hij in april een bezoek bracht aan Puno moest hij gehaast de
streek weer verlaten omdat de delegatie bekogeld [7] werd. De eerder
gearresteerde dichteres Melissa Patino is op 8 mei vrijgelaten, in
afwachting van haar proces en onder druk van een grote internationale
campagne. De Peruaanse autoriteiten hebben ook voortdurend lopen stoken
tegen elk kritisch geluid tegen de topconferentie en ze hebben openlijk
gedreigd met repressie. Volgens de Peruaanse minister van Defensie zijn
de protesten 'anti-Peruaans' en moeten mensen maar op andere dagen gaan
protesteren dan tijdens de top. Ook is verklaard dat alle bezoekers uit
Bolivia onruststokers zijn....
Op 16 en 17 mei staan desondanks demonstraties op het programma. Op de
solidariteitsavond op 17 mei in Amsterdam zal er een live-verbinding
met activisten in Lima zijn. Daarnaast zal er informatie gegeven worden
over het Europese handelsbeleid en over de alternatieve top (vanaf
20.00 uur
Plantage Doklaan 10-12 Amsterdam).
Noten:
[1] http://www.globalinfo.nl/content/view/1544/1/
[2] http://www.noticias.nl/lima2008.php
[3] http://www.noticias.nl/lima2008_artikel.php?id=1
[4] http://www.enlazandoalternativas.org/
[5] http://www.enlazandoalternativas.org/spip.php?rubrique=3
[6] http://www.globalinfo.nl/content/view/1485/30/
[7] http://www.globalinfo.nl/content/view/1539/30/
Meer
informatie ('eigen' media):
* website van
Noticias met Lima-special
* Foto's van
Noticias
*
Achtergrondstuk over de top: "Peru
maakt zich op voor internationale topbijeenkomsten,"
door Suzanne Kruyt en
Raphael Hoetmer, 1 mei 2008.
*
Achtergrondstuk over EU handelsbeleid tav. Latijns Amerika: "'Global
Europe'
en Latijns Amerika," door Kees
Hudig/La Chispa, 14 mei 2008.
* Blog over 'Global
Europe'
* Radio Alerta
* Indymedia Peru
* Linkse website Peru
(Spaanstalig)
*
'Dringend nieuws' wordt gepost op www.indymedia.nl
Verder:
*
Persverklaring van Friends of the Earth Europe van 13 mei 2008: "EU
and business on trial for crimes in
Latin America.
Alternative summit puts spotlight on environmental and
social impacts of EU and European companies".
*
Pers-dossier met details van de beschuldigingen tegen Europese ondernemingen en met informatie
over de juryleden van
het tribunaal in Lima: "Permanent
Peoples' Tribunal: Second Session on European transnational
companies in Latin
America and on neoliberal policies".
Meer
informatie (offcieel):
* Website
van de top
* Website
van de EU over de top
Bron: Globalinfo
NL
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D4 Alternatieven voor het
neoliberalisme: ALBA en de Bank van het
Zuiden
(door
Henry van Maasakker)
Tijdens de
top over een vrijhandelsakkoord tussen de EU, Latijns-Amerikaanse
landen en Caribische landen (De Vijfde LAC-EU Top) die deze week in
Lima (Peru) wordt gehouden, zullen ALBA (Bolivarian Alternative for the
Americas) en de Banco del Sur waarschijnlijk op de achtergrond een
prominente rol spelen. ALBA biedt namelijk een ander model voor
economische samenwerking in de regio en de Banco del Sur kan een
alternatief zijn voor de financiering door IMF en Wereldbank en kan de
landen in de regio minder afhankelijk maken van de handels- en
investeringsvoorwaarden van de EU en de VS.
De grote economische blokken in de wereld, zoals de VS en de EU,
proberen vooral sinds de jaren '90 van de vorige eeuw
vrijhandelsverdragen met het Zuiden af te sluiten die ten goede komen
aan de Europese of Amerikaanse economieën en de daar gevestigde
multinationals. Een voorbeeld is Latijns-Amerika.
De laatste jaren groeit de volksbeweging tegen dit soort initiatieven
echter, zowel op straat als institutioneel. Zo worden tijdens de Vijfde
EU-LAC top die deze week in Peru
[1] plaatsvindt demonstraties en een
tegentop gehouden en worden de praktijken van multinationals aan de
kaak gesteld. En op de achtergrond speelt de Banco del Sur een rol als
alternatieve geldbron.
De VS streeft al langere tijd naar een volledige vrijhandelszone met
Latijns-Amerika en wendde daartoe verschillende instrumenten aan. De
door de VS gedomineerde Wereldbank en IMF legden vanaf de tweede helft
van de jaren '70 aan de Latijns-Amerikaanse landen - die in diepe
schulden verkeerden - zogenaamde herstructurering- of
deflatieprogramma's op. Deze programma's bestonden, net als de
programma's tijdens de Grote Depressie in de jaren '30 van de vorige
eeuw, hoofdzakelijk uit deregulatie, devaluatie, liberalisering en
privatisering van hun economieën. Sedert de val van de Berlijnse Muur
kon dit neoliberale programma van de Wereldbank en het IMF wereldwijd,
maar zeker ook in Latijns-Amerika, op groeiende steun en vooral op
versnelde wereldwijde invoering rekenen. Rusland, landen in
Oost-Europa, Afrika en Latijns-Amerika: allemaal met structurele
handels- en betalingsbalanstekorten.
In tegenstelling tot wat Wereldbank- en IMF-economen, en hun
ideologische leermeesters - de Chicago Boys - beweerden, leidden deze
programma's in geheel Latijns-Amerika tot groeiende financiële en
economische crises, tot verdere verarming en tot grote politieke
instabiliteit, waarbij vaak neofascistische regimes aan de macht kwamen
om de Wereldbank- en IMF-programma's aan de bevolking op te leggen. Dit
staat in scherp contrast tot landen in Azië, zoals China, India en
Vietnam, maar in het verleden ook Zuid-Korea en Singapore, die juist
gebruik maakten van economische planning met een omvangrijke
staatssector (inclusief publieke diensten), stabiele wisselkoersen,
kapitaalcontroles, tariefmuren en export (agrarische producten,
industriële goederen, kapitaal) die hoge economische groeicijfers met
handelsbalansoverschotten opleverden.
In tweede helft van de jaren '90 kwam er een tegenreactie in
Latijns-Amerika op gang tegen deze opgelegde saneringsprogramma's met
haar vrijhandelsverdragen, zoals de Free Trade Agreement of the
Americas (FTAA/ALCA), die werd gedragen door gekozen linkse regeringen.
Ook werd op 25 en 26 april 2005 een alternatief handelsverdrag gesloten
tussen Venezuela, Cuba en Bolivia met als titel "Het Bolivariaans
Alternatief voor de Latijns-Amerikaanse volkeren", ofwel ALBA
[2].
ALBA
[3] is een regionaal
samenwerkingsverband op economisch, sociaal en cultureel vlak
dat is bedoeld om een eerlijke handel te realiseren, gebaseerd op
wederzijdse belangen. Hieronder zijn de uitgangspunten omschreven:
1. Het nemen van concrete stappen voor het invoeren van het
integratieproces, gebaseerd op de gezamenlijke verklaring van Venezuela
en Cuba van 14 december 2004
2. Het doen van investeringen, gericht op wederzijds belang,
in de vorm van publieke, binationale, gemengde of coöperatieve
bedrijven, projecten met een gemeenschappelijk management of andere
samenwerkingsverbanden. Prioriteit wordt gegeven aan initiatieven die
de capaciteit versterken van sociale deelname, industrialisatie van de
natuurlijke hulpbronnen en veilig voedsel met respect voor en
bescherming van het milieu.
3. Het uitwerken van een strategisch plan dat aanvullende
productie waarborgt met een wederzijds voordeel, gebaseerd op een
efficiënte verwerking van de bestaande natuurlijke voorraden (vooral
olie), en het beheer over de grondstoffen, de groei van de
werkgelegenheid, markttoegang en andere zaken, zoals die in
solidariteit door de volkeren verlangd worden.
4. Het onderling uitwisselen van wetenschappelijke en
technische kennis om de economische en sociale ontwikkeling van de drie
landen te steunen.
5. Het onderling uitwisselen van in de eigen landen
ontwikkelde kennistechnologische pakketten ten behoeve van het
gemeenschappelijk belang, die zullen voorzien in gebruik en uitvoering
gebaseerd op principe van wederzijds belang.
6. Het streven naar een aandeel van tenminste 51% voor het
gastland in strategische bi- of trinationale bedrijven daar waar de
natuurlijke ligging en de prijs van de investering dat toelaten.
7. Het openen van filialen van staatsbanken op elkaars
grondgebied. En het maken van wederzijdse kredietafspraken tussen aan
te wijzen bankinstituties ter vergemakkelijking van de betaling van en
belasting over de zakelijke en financiële transacties tussen de landen.
8. Het toestaan van commerciële compensatie door middel van
goederen en diensten mits dit het wederzijdse belang van uitbreiding en
versterking van de handelsbetrekkingen dient (b.v. olie
ruilen tegen gezondheidsdiensten).
9. Het versterken van de samenwerking op het gebied van de
communicatie door het beter benutten van infrastructurele mogelijkheden
voor transmissie, distributie, telecommunicatie enz., met respect voor
elkaars informatieve, culturele en opvoedkundige doelen. De regeringen
zullen de mogelijkheden voor integrale communicatie van Telesur steunen
door de kwalitatieve en kwantitative verspreiding in de landen uit te
breiden.
10. Het bevorderen van de ontwikkeling van gezamenlijke
culturele projecten, waarbij rekening wordt gehouden met het bijzondere
karakter van de verschillende gebieden en de culturele identiteit van
de bevolking.
11. Het samenwerken om het analfabetisme uit te roeien, door
middel van de in Cuba ontwikkelde methode voor het bijbrengen van
basisschoolkennis bij grote groepen mensen.
Een
coöperatieve ontwikkelingsbank van het Zuiden: De Banco del Sur
Hoewel er tegenwoordig gesproken wordt over een zogenaamde gewijzigde
Washington Consensus als antwoord op de groeiende financiële crises in
het Zuiden, is het volgens een recent rapport van Eurodad [4]
nog steeds zo dat in 7 van de 10 gevallen, het IMF en de Wereldbank de
eerder genoemde herstructureringsprogramma's opleggen aan
schuldenlanden.
Als een soort antwoord hierop nam de Venezolaanse president Hugo Chávez
in 2006 het initiatief voor de oprichting van de nieuwe Bank van het
Zuiden (Banco del Sur) [5][6], een Zuid-Amerikaanse
investerings- en ontwikkelingsbank. De Bank van het Zuiden wil de
economische en sociale ontwikkeling financieren van de landen die deel
uitmaken van de Zuid-Amerikaanse Unie (UNASUR). De hoofdzetel is
gevestigd in Carácas (Venezuela). Het beginkapitaal van de bank van het
Zuiden bedraagt 4,5 miljard euro. Zeven landen met hun presidenten
hebben zich inmiddels aangesloten bij dit initiatief, te weten de
Nestor Kirchner van Argentinië, Hugo Chávez van Venezuela, Lula da
Silva van Brazilië, Nicandor Duarte van Paraguay, Rafael Correa van
Ecuador [7], Evo Morales van Bolivia en
Tabare Vasquez van Uruguay.[8]
De Bank van het Zuiden heeft als belangrijkste doel het steunen van
vaak grootschalige, zeer kapitaalintensieve, infrastructurele projecten
door middel van langlopende leningen, onder andere op het gebied van
grondstoffen- en energiewinning [9]. Het gaat dan bijvoorbeeld om de
8000-kilometer lange gaspijpleiding van Venezuela naar Argentinië die
door Bolivia en Brazilië heen loopt. De projecten zijn niet geheel
onomstreden, omdat ze opgespannen voet kunnen staan met de ecologische
doelstellingen van de ALBA en landen die op korte termijn overwegen lid
te worden van ALBA, de zogenaamde geassocieerde leden.
De Bank van het Zuiden is op 10 december 2007 officieel van start
gegaan. De bank is opgericht door de eerder genoemde 7 landen, maar de
Raad van Bestuur wordt gevormd door de ministers van Economische Zaken
van 10 Latijns-Amerikaanse landen en zelfs 12 landen kunnen gebruik
maken van de faciliteiten. Joseph Stiglitz - Nobelprijswinner, bekend
Keynesiaans econoom en voormalig hoofdeconoom van de Wereldbank - zei
er het volgende over na een ontmoeting met Chávez:
(....) "one of the advantages of having a Bank of the South is that it
would reflect the perspectives of those in the Western Hemisphere. It
would boost Latin America's development and provide a useful
alternative to the World Bank and the International Monetary Fund. It
is a good thing to have competition in most markets, including the
market for development lending [10]." (....).
Noten:
[1] Voor meer over deze top en over
de tegentop van de Latijns-Amerikaanse volkeren, de Enlances
Alternativo, zie http://www.noticias.nl/lima2008.php. NAAR
TEKST
[2] ALBA heeft het karakter van een
Economische en Sociale Unie, waarbij wordt gestreefd naar één
geïntegreerd economisch blok van Latijns-Amerikaanse landen. ALBA gaat
nu als één handelsblok het programma van Raul Prebisch, een
Import-Subsidie Industrialisatie programma (ISI) uitvoeren op basis van
het model van de Keynesiaanse ontwikkelingsstaat (Zie:
http://en.wikipedia.org/wiki/Import_substitution_industrialization).
Hierbij is geleerd van de ervaringen van de opkomende grote Aziatische
ontwikkelingseconomieën, India en China. Deze weg was Cuba na 1989
vanwege haar diepe economische depressie, al eerder ingeslagen (Zie:
"Prospects for the Cuban Revolution in the Post-Communist Era," van dr.
G. Lambie, 1997
(http://www.hartford-hwp.com/archives/43b/164.html). Op 25 april stelde
de ALBA een eigen bank in werking: de Banco del ALBA. Meer hierover in:
"Banco del Alba entrará en funcionamiento el 25 de abril," ABN, 7 april
2008 (http://www.sela.org/sela/prensa.asp?id=12917&step=3). NAAR
TEKST
[3] Voor een uitgebreide
ALBA-analyse, zie "ALBA, Venezuela's answer to 'free trade': the
Bolivarian alternative for the Americas," door David Harris en Diego
Azzi, Focus on the Global South, januari 2007
(http://www.focusweb.org/pdf/alba-book.pdf). Voor een korte
samenvatting, zie http://www.globalinfo.nl/content/view/1071/39/. Een
recente kritische ALBA-analyse is te vinden in "Alternative financing
for development: Venezuela and ALBA," door Alejandro Bendaña, 28
februari 2008
(http://www.focusweb.org/alternative-financing-for-development-venezuela-and-alba.html?Itemid=92).
NAAR TEKST
[4] Een analyse en korte
samenvatting van en een link naar dit Eurodad-rapport is te vinden in
"World Bank Still Pushing Economic Policy Conditions, door Celine Tan,
9 november 2007
(http://www.twnside.org.sg/title2/finance/twninfofinance110705.htm). NAAR
TEKST
[5] Op 28 april 2008
besloten de regeringen van Brazilië, Ecuador, Paraguay, Uruguay,
Venezuela en Bolivia om aan hun parlementen en presidenten het
voornemen voor te leggen om de Bank per eind 2008 te openen. Argentinië
sluit zich naar verwachting binnenkort aan bij dit initiatief. Zie: "El
Banco del Sur comenzará a operar a finales de 2008 con un capital
inicial de 7.000 millones de dólares," EuropaPress, 28 april 2008
(http://www.sela.org/sela/prensa.asp?id=13115&step=3). NAAR
TEKST
[6] Per 25 april 2008 is
daarnaast de (door met name Venezuela gefinancierde) Banco del ALBA
actief. Volgens de Venezolaanse minister voor Financiën, Isea, heeft
deze bank niet ten doel rijkdom te vergaren, maar om de landen in
Latijns-Amerika en de Cariben te stimuleren tot ontwikkeling. De
middelen van de bank worden aangewend om de bestaande assymetrische
verhoudingen in de regio te corrigeren door het opvoeren van de
economische productie. NAAR
TEKST
[7] Ecuador is voorstander
van een nog bredere aanpak. Naast de Bank van het Zuiden zou er een
regionaal monetair fonds (RMF) moeten komen en een monetaire unie met
eigen munt voor geheel Latijns-Amerika ter vervanging van de dominantie
van de Amerikaanse dollar. Zie: "De Bank van het Zuiden: een bank voor
het zuiden?," Francine Mestrum, augustus 2007
(http://www.vrede.be/tijdschrift_view.php?id=1063). NAAR
TEKST
[8] Drie andere landen toonden
destijds interesse voor deelname: Chile, Peru en Colombia. NAAR
TEKST
[9] De importsubstitutie
industrialisatie à la Prebisch kan niet van de grond komen als deze
basisindustrieën niet eerst tot ontwikkeling worden gebracht, zie "Raul
Prebisch" (http://en.wikipedia.org/wiki/Raul_Prebisch). NAAR
TEKST
[10] Uit: "Bank of the
South: Another step toward Latin American integration," door Roberto
Mallen, 7 december 2007
(http://www.coha.org/2007/12/07/bank-of-the-south-another-step-toward-latin-american-integration/).
Landen met een structureel overschot op hun handels- en betalingsbalans
(een monetair surplus) kunnen andere landen met een structureel tekort
op hun betalingsbalans hebben bijstaan zonder allerlei harde sanerings-
of deflatieprogramma's. Een centraal idee van John Maynard Keynes bij
de formulering van zijn oorspronkelijke Bretton Woods-voorstellen om
een Grote Depressie zoals in de jaren '30 te voorkomen (zie
bijvoorbeeld: "Excerpts from No-Nonsense guide to Globalization by
Wayne Elwood (2002)"
(http://www.thirdworldtraveler.com/Globalization/Globalization_GuideTo.html). NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) Nieuws en
achtergrondinformatie over de WTO-top van 21-28 juli
Beste lezers,
Morgen, 21
juli, komen de handelsministers van zo'n 35 WTO-lidstaten in Genève
bijeen voor een mini-ministeriële top. De top zal een paar dagen duren
en moet een doorbraak opleveren in het stagnerende Doha
onderhandelingsproces. WTO.ZIP en Globalinfo volgen de top en de
critici. De informatie is te vinden op Globalinfo.nl en zal regelmatig
worden bijgewerkt (voor de weblinks, zie onder).
Op 21 juli begint in Genève een ministeriële top waaraan de
handelsministers van zo'n 35 WTO-lidstaten deelnemen. Deze top zal een
paar dagen duren en moet een doorbraak opleveren in het stagnerende
Doha onderhandelingsproces. De groep van ministers is op 25 juni
uitgenodigd door WTO-voorziter Lamy die graag voor het eind van 2008
een Doha Akkoord wil bereiken.
Met deze "invitation-only" topontmoeting - in feite de opvolger van de
algemene ministeriële top in Hong Kong van december 2005 - wil Lamy de
belangrijkste twee struikelblokken in een klap uit de weg ruimen: de
stagnatie in de onderhandelingen over landbouw en over industriële
goederen. Dat moet volgens hem de weg vrij maken voor vooruitgang op
andere gebieden zoals diensten, TRIPs, Geografische Indicaties en
Regels, waarna de Doha Ronde in zijn geheel voor eind 2008 kan worden
afgesloten met een nieuw handelsverdrag.
Sinds een week of twee zijn topambtenaren van verschillende landen,
bijgestaan door de voorzitters van de onderhandelingscommissies voor
landbouw (AG) en industriële goederen (NAMA), bezig met de inhoudelijke
voorbereiding van de top. Ze gaan daarbij uit van de nieuwste
onderhandelingsteksten die door de twee voorzitters zijn geschreven.
Hun ministers worden geacht "horizontale" (= cross-sectorale)
onderhandelingen te houden die overeenstemming moet opleveren over de
grondregels ('modaliteiten') voor AG en NAMA. Na de zomer volgt dan een
meer technische uitwerking van beide thema's en kan er verder worden
gegaan met onderhandelingen op alle overige deelterreinen van de Doha
Ronde zodat - in de visie van Lamy - er voor eind 2008 een nieuw
WTO-verdrag klaar is om te worden getekend door regeringen en
parlementen.
Parallel aan de top zal er op aandringen van een aantal rijke landen
een "signaleringsconferentie" voor diensten worden gehouden (24 juli).
Een aantal rijke landen, waaronder de EU, de VS en Japan, willen dan
een doorbraak bewerkstelligen op gebied van vraag en aanbod over de
liberalisering van dienstenmarkten. Ze lieten eerder doorschemeren dat
ze geen consessies zullen doen 'op' landbouw indien de (opkomende)
ontwikkelingslanden hun dienstenmarkten niet verder willen open gooien.
Lamy wees een voorstel van India af die de opname in de agenda van de
top van thema's als anti-dumping, visserijregels, TRIPS, geografische
indicaties en biodiversiteit (CBD) verlangde.
De top wordt overschaduwd door het gebrek aan voldoende tussentijdse
vooruitgang op AG en NAMA, door de "signalerings-conferentie" over
diensten en door de kritiek van ontwikkelingslanden op het
demokratische gehalte van de top en het negeren van hun
(ontwikkelings-)belangen. Ook van de kant van maatschappelijke
organisaties en sociale bewegingen is er veel kritiek. Niet alleen
wijzen ze de ondemokratische gang van zaken
binnen de WTO af maar ook de stelling van Lamy dat een 'Doha deal' een
oplossing is voor de voedsel- en financiële crises. Verder geven ze aan
dat de regering Bush - in tegenstelling tot wat steeds wordt
gesuggereerd door Lamy, VS en EU - niet kan rekenen op een "fast track"
handelsmandaat indien de WTO voor eind 2008 in het kader van de Doha
Ronde tot overeenstemming komt.
Agenda
20
juli: De verschillende landengroepen (zoals de G33, de
G45, de Groep van Kleine en Kwetsbare Economieën (SVEs) en de Afrika
Group) komen bijeen om hun definitieve posities te bepalen.
21
juli: de aftrap van de top op de 1e open, informele sessie
van het Trade Negotiations Committee (TNC) waarbij alle gedelegeerden
aanwezig kunnen zijn.
21
tm 25 juli: Elke ochtend vindt er een open TNC-bijeenkomst
plaats, gevolgd door (exclusieve) "Green Room'-bijeenkomsten waar de
werkelijke onderhandelingen over AG en NAMA plaatsvinden en waar zal
worden gepoogd te komen tot een onderlinge uitruil van consessies op
deze twee thema's.
24
juli: Op donderdag is er een zogenaamde
signalerings-conferentie over diensten die zijn schaduw vooruit werpt.
Een aantal rijke landen, waaronder de EU, de VS en Japan, willen dan
een doorbraak bewerkstelligen op gebied van vraag en aanbod over de
liberalisering van dienstenmarkten. Ze lieten eerder doorschemeren dat
ze geen consessies zullen doen 'op'
landbouw indien de (opkomende) ontwikkelingslanden hun dienstenmarkten
niet verder willen open gooien.
26
juli: Op zaterdag is er een open, formele TNC-bijeenkomst
waar alle gedelegeerden van de WTO-lidstaten de eventuele nieuwe
modaliteiten voor AG en NAMA en het verslag van de dienstenconferentie
kunnen "aannemen".
28
en 29 juli: Volgende week maandag en dinsdag komt de
Algemene Raad van de WTO bijeen om - zo stelt Lamy voor - "kennis te
nemen" van de (aangenomen) modaliteiten.
Nieuws
en achtergrondinformatie over de WTO-top zijn te vinden op globalinfo.nl
- "Meer
nieuws en achtergronden bij de WTO-top"
Diverse
artikelen en updates
- "Bush
heeft geen mandaat bij WTO-onderhandelingen (met update over
Farm Bill)"
Op 21 juli
staat de langverwachte poging tot herstart van de WTO-onderhandelingen
op ministerieel niveau op de agenda. De delegatie van de VS beschikt
echter niet over een volledig handelsmandaat.
(Met
onderaan een update van 18 juli over Farm Bill en WTO)
- "Aktieoproep
'Stop WTO's Doha Ronde' 7 juli 2008"
Aktieoproep
'Stop WTO's Doha Ronde' 7 juli 2008 Het Our World Is Not For
Sale-netwerk (OWINFS) roept op tot aktie tegen de Ministeriële Top van
de WTO op 21 juli. Deze top is een opzet van voorzitter Lamy om een
doorbraak te forceren in de onderhandelingen die ongunstig zal
uitpakken voor ontwikkelingslanden, de arme bevolking en het milieu.
OWINFS vraagt organisaties om in eigen land zoveel mogelijk invloed uit
te oefenen op politiek en media opdat dit geen succes wordt.
Links naar bijlagen en
aanvullende informatie (bijgewerkt 8 juli 2008):
* "Basis
gesprekspunten over de WTO" (6 juli 2008)
Aandachtspunten
die kunnen helpen bij (de voorbereiding van) gesprekken over de WTO met
de eigen handelsminister.
* "Lobby-
en aktiedocumenten van sociale bewegingen over de WTO" (6
juli 2008)
Weblinks
naar lobby- en aktiedocumenten.
* "Vakbondsbrief aan NAMA-1 " (8 juni 2008)
Brief
van 8 juni 2008 van de voorzitters van een aantal vakbondskoepels aan
de handelsministers van de NAMA-11 groep (Argentinië, Brazilië,
Venezuela, Zuidafrika, Namibië, Tunisië, Egypte, India, Indonesië en de
Filippijnen). Hierin wordt gevraagd vast te houden aan de standpunten
die de groep in de WTO-onderhandelingen innam ten aanzien van
markttoegang voor industriële goederen.
* "Verklaring
vakbondskoepels uit Latijnsamerika en Caribben over Nieuwe NAMA
Modaliteiten Concepttekst" (28 mei 2008)
Verklaring
van vakbondskoepels uit Latijnsamerika en het Caribbisch Gebied over de
Nieuwe Concept Modaliteiten Tekst voor de onderhandelingen over
Industriële Goederen.
* "Regering
Bush en handelsminister Schwab hebben geen mandaat om een Doha deal te
tekenen" (5 maart 2008)
Een
analyse van Lori Wallach van Public Citizen over het ontbreken van een
speciaal handelsmandaat voor de Amerikaanse president. Bush kan niet
garanderen dat toezeggingen door zijn handelsministerie bij de
WTO-onderhandelingen geaccordeerd zullen worden door het parlemant. Dat
is belangrijk voor de bereidheid van de andere WTO-lidstaten om
toezeggingen aan de VS te doen en ook voor de slagingskans van de Doha
Ronde.
* New
efforts to move GATS negotiations ignore negative impacts on financial
and food crises! (30 mei 2008)
Uitleg
waarom concepttekst van de voorzitter van de
WTO-dienstenonderhandelingen (van 26 mei 2008 ) strijdig is met de
belangen van ontwikkelingslanden; door Myriam Vander Stichele, voor de
Working Group on Services van Our World Is Not For Sale.
met vriendelijke groet,
Rob Bleijerveld
NAAR
INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F. Nieuws en
achtergrondinformatie over de mislukte WTO-top
Beste lezers,
Gisteren, 29 juli is de WTO-top mislukt waarover WTO.ZIP eerder
berichtte.
Op de website www.globalinfo.nl werd en wordt de berichtgeving
bijgehouden.
Een en ander is na te lezen in: "WTO-top
mislukt ! (update 30 juli)"
Deze week wordt dit artikel steeds voorzien van nieuwe infos.
met vriendelijke groet,
Rob Bleijerveld
NAAR INHOUD