'Bedrijven eerst'-agenda van de EU
en Ontwikkelingsronde WTO
Europese maatschappelijke organisaties
bekritiseren al geruime tijd de grote invloed
van de lobby van transnationale ondernemingen
op het Europese (handels)beleid en de ondernemersgerichte
(handels)agenda die de Europese Commissie
hanteert. Onlangs werd door het S2B-netwerk
een kritisch rapport gepubliceerd en werd
actie gevoerd door diverse maatschappelijke
organisaties. Het wachten is op een definitief
voorstel van de Europese Commissie over hoe
die om wil gaan met ondermeer deze ondernemerslobby's.
Hieronder vind je achtereenvolgens een
inleiding, een vertaling van de samenvatting
van het rapport en een persverklaring bij
de actie van 17 oktober.
I. Inleiding
Op 9 november 2005 lanceerde de Europese
Commissie (EC) het "Europese Transparantie
Initiatief" [1]
en publiceerde haar visie over transparantie
ten aanzien van de Europese beleids- en besluitvorming
in haar "Green Paper on European Transparency
Initiative" [2].
Vervolgens startte de Commissie een inspreekronde
voor "alle belanghebbenden" en zei
toe dat hun reacties "meegenomen worden"
bij het vaststellen van concrete maatregelen
om de transparantie van de EU te verhogen.
Belanghebbenden konden zich tussen 3 mei en
31 augustus 2006 (aan de hand van de Green
Paper) uitspreken over drie aspecten van transparantie,
namelijk:
- transparantie en belangenvertegenwoordiging
(debat over lobby-activiteiten in de EU);
- minimumstandaards voor consultatie door
de EC (voor vaststelling van kader voor feedback
over de toepassing van de standaards); en
- de publicatie van gegevens van begunstigden
van EU-fondsen (debat over openbaarmaking
van gegevens van ontvangers van geld van de
Commissie, van lidstaten en dan met name met
betrekking tot de Struktuurfondsen en het
Gemeenschappelijke Landbouwbeleid).
Diverse maatschappelijke groepen in Europa
- verenigd in ALTER-EU [3]
- zijn zeer ontevredenheid over de in de Green
Paper voorgestelde maatregelen en over het
feit dat de Commissie genoegen wil nemen met
de vrijwilligheid van lobbyisten om hun gegevens
openbaar te maken. Op 11 juli 2006 publiceerde
ALTER-EU zijn aanbevelingen aan de Commissie
over transparantie [4].
Op 16 oktober 2006 bracht het Seattle to
Brussels Network [5]
een rapport uit dat aantoont dat grote Europese
bedrijven jarenlang de invulling van het handelsbeleid
van de EU bij de WTO-onderhandelingen hebben
bepaald. De lobby van deze transnationale
bedrijven leidde tot een beleid dat haaks
staat op de zogenaamde Ontwikkelingsagenda
van de Doha Ronde en dat mens en milieu benadeelt.
Myriam van der Stichele, Kim Bizarri en Leonard
Plank tonen in hun rapport "Corporate
power over EU trade policy: good for business,
bad for the world" [6]
met voorbeelden deze beinvloeding aan op gebied
van Landbouw (voedselverwerkende industrie),
Diensten (financiële diensten en detailhandel),
en Non-agrarische markttoegang (chemicaliën
en natuurlijke hulpbronnen). De voorbeelden
zijn afkomstig uit onderzoeken naar bedrijven
die op deze gebieden actief zijn.
Tevens voerden het S2B-netwerk en ALTER-EU
op 17 oktober een aktie voor de deur van de
belangrijke lobby-organisatie UNICE (Confederation
of European Industrialists) en eiste de verplichtstelling
van transparantie in bedrijfslobby's en een
einde aan de bevoorrechte toegang van bedrijven
in de politieke besluitvorming van de Europese
Unie [7].
Noten:
[1] Zie: http://ec.europe.eu/comm/eti/index.htm
NAAR TEKST
[2] Zie: http://ec.europe.eu/comm/eti/docs/gp_en.pdf
NAAR TEKST
[3] ALTER-EU is een coalitie
van meer dan 140 organisaties, inclusief NGO's,
vakbonden, academici en publieke vertegenwoordigers
die campagne voeren voor een verplichtte lobby
transparantie en ethische regulering in de
EU. Voor meer informatie zie: http://www.alter-eu.org
NAAR TEKST
[4] Zie: http://www.alter-eu.org/submissionjuly2006
NAAR TEKST
[5] Dit is een Europees
netwerk van meer dan 70 organisaties uit 16
landen gericht op de promotie van een duurzaam,
social en democratisch te verantwoorden handelssysteem.
Voor meer informatie zie: http://www.s2bnetwork.org
NAAR TEKST
[6] Dit rapport is te
vinden op: http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Corporate_
power_over_EU_2006_NL.pdf NAAR
TEKST
[7] Zie: http://www.alter-eu.org/node/51
NAAR TEKST
II. Rapport:
"Bepalende invloed van bedrijven
op Europees handelsbeleid: goed voor ondernemers,
slecht voor de wereld".
(vertaling: Rob Bleijerveld, Renate Ebner)
Introductie
Terwijl de handelsbesprekingen in het kader
van de Doha Ontwikkelings Ronde van de Wereld
Handels Organisatie (WTO) zich in een impasse
bevinden, levert dit rapport een evaluatie
de rol van de Europese Unie (EU) in de WTO.
De Unie heeft de externe aspecten van haar
overkoepelende op concurrentie geënte
agenda - de Lissabon Agenda - centraal gesteld
bij haar positiebepaling in de WTO. Het onderzoek
richt zich met name op de invloed van de ondernemerslobby
op de inhoud van de Europese agenda voor concurrentie
en handel. De Europese WTO-agenda gaat uit
van de belangen van de eigen industrie en
stelt haar concurrentiepositie centraal, hetgeen
heeft geleid tot de ondermijning van de Doha
Ontwikkelings Ronde waarin juist de belangen
van ontwikkelingslanden in het middelpunt
moesten staan.
In het rapport wordt bovendien geconcludeerd
dat Europa door de bevoordeling van haar bedrijven
niet in staat zal zijn om de doelen op het
gebied van werkgelegenheid, sociale samenhang
en milieubescherming zoals vastgelegd in de
Lissabon Agenda en de WTO-onderhandelingen
te behalen.
Hoofdstuk 1
Dit hoofdstuk illustreert hoe de Lissabon
Strategie een 'bedrijven-eerst'-agenda werd
doordat voornamelijk de belangen van grote
Europese ondernemingen werden gediend en de
doelen van volledige werkgelegenheid, sociale
samenhang en duurzaamheid werden gereduceerd
tot neo-liberale maatregelen voor kostenvermindering
en minimumstandaards.
In het hoofdstuk wordt uitgelegd hoe deze
bevoordeling van ondernemingen direkt herleidbaar
is tot de aggressieve lobbypraktijken van
de grootste Europese bedrijven en hun belangenorganisaties
via de kanalen waarover ze konden beschikken,
zoals:
- ontmoetingen tussen de belangrijkste bedrijfsdirecties,
de belangrijkste politici en EU-ambtenaren;
- innige communicatie tussen zakenlobbyisten
en stafleden van de Europese Commissie die
verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling
en toepassing van EU-beleid;
- de inzet van juristenkantoren en consultants
ter bewaking van de bedrijfsexpertise in het
besluitvormingsproces; en
- de praktijk van de 'draaideur' [a].
Deze bedrijfslobby die ondernemingen in staat
stelt om de Europese besluitvorming te controleren,
leidde tot ondoorzichtige en ondemokratische
keuzes bij de afweging tussen bedrijfsbelangen
en sociale belangen - met als resultaat schadelijke
sociale en
ecologische gevolgen in de EU en daarbuiten.
Ter vergroting van hun concurrentievermogen
zoeken grote ondernemingen naar wegen voor
besparingen door schaalvergroting en minimalisering
van productiekosten zodat hun marktaandeel
toeneemt. Markttoegang - een belangrijke doelstelling
van de huidige WTO onderhandelingen - stelt
ondernemingen in staat te profiteren van goedkopere
input en omzetstijging en van de mogelijkheid
om door het opzetten van zogenaamde 'value-chains'
(waarde-ketens) markten 'van conceptie tot
consument' te beheersen. De bovenkant van
de keten concentreerde zich in toenemende
mate doordat grote bedrijven zich richtten
op de activiteiten met de meeste toegevoegde
waarde. De macht aan de onderkant van de keten
(bijv. laaggeschoolde arbeid) bleef echter
gefragmenteerd waardoor de toeleveranciers
van grote ondernemingen weinig onderhandelingsruimte
overhielden en zij de opgedrongen handelsvoorwaarden
wel moesten accepteren. Op deze wijze zijn
een aantal Europese transnationale ondernemingen
(TNC's) uitgegroeid tot de grootste en meest
concurrerende ondernemingen in Europa en daarbuiten.
De uitzonderlijke lobby-toewijding van deze
ondernemingen komt voort uit hun behoefte
om veilig te stellen dat de EU een internationaal
handelssysteem bevordert dat hun strategieën
voor meer winst en minder kosten ondersteunt.
Hoofdstuk 2
Het tweede hoofdstuk behandelt de drie belangrijkste
thema's in de WTO-onderhandelingen (Landbouw,
Diensten en Non-agrarische markttoegang) en
vergelijkt de onderhandelingsstandpunten van
de EU met de lobbystandpunten van Europa's
meest invloedrijke ondernemingen en hun belangenorganisaties.
Profielen van sleutelondernemingen tonen de
direkte link tussen bedrijfsbelangen en de
Europese onderhandelingspositie, en onthullen
zo de op ondernemers gerichte agenda van de
EU en zijn negatieve gevolgen voor mens en
milieu, met name in ontwikkelingslanden. De
sterke bevoordeling van bedrijven in de Europese
opstelling heeft de WTO-besprekingen in gevaar
gebracht omdat ze duidelijk inging tegen de
belangen van ontwikkelingslanden.
Onderhandelingen over Landbouw
Dit deel uit hoofdstuk twee illustreert hoe
de EU de landbouwonderhandelingen gebruikte
om de concurrentiepositie van haar voedselverwerkende
en drankenindustrie te beschermen en te verstevigen
- want deze sector vormt Europa's meest concurrerende
industrietak in de internationale handel in
landbouwgoederen.
De verwerkende industrie probeert zijn haar
internationale concurrentiepositie vooral
te verstevigen door het verkrijgen van goedkopere
landbouwgrondstoffen (binnen en buiten Europa)
en door het veroveren van nieuwe markten bij
gelijktijdige handhaving van protectionistische
maatregelen in Europa tegen buitenlandse
concurrentie en als garantie voor de aanvoer
van verse grondstoffen vanuit de Europese
lidstaten.
Het aggressieve standpunt van de EU over
marktopening in ontwikkelingslanden en het
vasthouden van de Unie aan parallelle concessies
op alle deelgebieden van de landbouwonderhandelingen
zijn duidelijk bedoeld om de positie van de
Conferederation of the Food and Drinks Industries
in the EU (CIAA) te verdedigen. De CIAA -
waarvan Unilever een van de meest actieve
leden is - voert een zware lobby voor enkele
van Europa's grootste voedselverwerkende industrieën.
Een succesvol voorbeeld van deze lobby is
het besluit tot uitstel van de verduidelijking
van garantiemechanismen voor ontwikkelingslanden
tijdens de Hong Kong-top van de WTO. De op
ondernemers gerichte agenda van de EU zal
echter resulteren in het onvermogen van ontwikkelingslanden
om hun markten te beschermen tegen de voortdurende
dumping van Europese landbouwproducten. Dit
zal op zijn beurt het levensonderhoud van
miljoenen kleine boeren in gevaar brengen
die niet in staat zijn om op de interne of
externe markten te concurreren. Ook zal deze
agenda mileuonvriendelijke en sociaal onverantwoorde
landbouwpraktijken belonen.
Onderhandelingen over diensten
Aangezien de Europese dienstenindustrie op
de wereldmarkt concurrerend is geworden, ziet
de Europese Unie het General Agreement on
Trade in Services (GATS) als een instrument
om de concurrentiepositie van haar dienstenindustrie
te beschermen en te verstevigen. De sleutelrol
bij het opstellen van de Europese agenda voor
diensten werd ingenomen door de grootste associatie
van Europese dienstenindustrieën, de
European Services Forum (ESF). Met behulp
van zijn bevoorrechte toegang tot documenten,
ambtenaren en beleidsmakers op het hoogste
niveau voerde het ESF een succesvolle lobby
bij de EU. Dit resulteerde in het innemen
van de meest aggressieve standpunten door
de EU ondanks de tegenstand van ontwikkelingslanden
bij de GATS-onderhandelingen. Voorbeelden
van succesvolle lobby komen uit de detailhandel
en de financiële dienstensector.
Teneinde zijn concurrenvermogen te garanderen
is het de detailhandel er veel aan gelegen
om zich op een permanente basis en met weinig
investeringsobstakels te kunnen begeven op
diverse winstgevende markten, vooral India
en China. Eurocommerce, de Foreign Trade Association,
het ESF en de European Retail Round Table
- Europa's grootste associatie van detaillisten
- voerden een succesvolle lobby bij de EU.
Zo werd door de inzet van de EU in de ministeriële
tekst van de Hong Kong-top (december 2005)
de afschaffing van het recht vastgelegd waarmee
een land de wenselijkheid van nieuwe winkelvestigingen
- ook buitenlandse - op zijn grondgebied kan
evalueren ('economic needs test'). Dat zal
leiden tot deregulering van de al kwetsbare
markten in ontwikkelingslanden hetgeen de
capaciteit van die landen ondermijnt om mogelijk
negatieve gevolgen door buitenlandse investeringen
te beheersen. De strategieën van de internationaal
opererende retailers (zoals Carrefour [b])
- vertegenwoordigd door genoemde lobbyorganisaties
- hebben al geleid tot verlaging van inkomens,
reductie van werkgelegenheid, tot slechte
arbeidsvoorwaarden in supermarkten en bij
hun toeleveranciers, maar ook tot de marginalisering
van kleine boeren en producenten zowel in
Europa als in andere landen waar ze opereren.
Ook voor de financiële dienstensector
speelt het GATS een belangrijke rol in de
hevige wereldwijde concurrentieslag tussen
de grote spelers om winstvergroting, markttoegang
(vooral in landen met de meer koopkrachtige
klanten) en winststrategieën vrij van
regeringsmaatregelen en regelgeving. De Financial
Leaders Group en de International Financial
Services, London (met zijn actieve LOTIS
Committee) staan al langere tijd in nauw contact
met Europese beleidsmakers en onderhandelaars,
ook toen de EU tijdens de GATS-onderhandelingen
haar standpunt en liberaliseringseisen ('requests')
op het gebied van de financiële dienstverlening
vaststelde. Hun invloed is zodanig dat in
de geschreven EU 'requests' aan ontwikkelingslanden
zelfs referenties als deze staan: "the
EU industry raises this issue...".
Geheel overeenkomstig met de eisen van de
financiële dienstensector vroeg de EU
van vele ontwikkelingslanden een versnelde
marktopening en de afschaffing van vele reguleringen.
Ondertussen wuift de EU de bezorgdheid weg
dat snelle liberalisering zonder passende
regulering kan leiden tot financiële
instabiliteit en negatieve economische en
sociale gevolgen (zoals het niet verlenen
van kredieten aan arme klanten en plaatselijke
bedrijven). Internationale banken zoals de
ING en hun lobbyorganisaties zullen mogen
doorgaan met financiële activiteiten
die vaak strijdig zijn met sociale, ecologische
en economische rechten, en die ook niet leiden
tot meer werkgelegenheid.
Onderhandelingen over industriële
goederen en natuurlijke hulpbronnen
Het is in het belang van de Europese industrie
als 's werelds grootste exporteur van industriële
goederen, dat alle tariefmaatregelen en andere
handelsreguleringen over het hele bereik van
haar waarde-ketens verdwijnen. Dat opent immers
de weg voor meer export vanuit Europa en tussen
de diverse dochterondernemingen en geeft toegang
tot goedkopere grondstoffen. UNICE, Europa's
oudste en meest invloedrijke belangenorganisatie
was een belangrijke en luidruchtige voorstander
van dit belang. UNICE was met name succesvol
tijdens de NAMA-onderhandelingen bij het bewegen
van de EU tot het eisen van grote tariefreducties
van ontwikkelingslanden ondanks de duidelijke
weerstand van deze landen wegens de negatieve
gevolgen van dergelijke tariefreducties op
hun industrie en werkgelegenheid.
Een voorbeeld van de NAMA-agenda van de EU
komt van de Europese chemische industrie met
's werelds grootste producenten en leidende
chemicaliënexporteurs en -importeurs.
Vanwege de toenemende productie van chemicaliën
en chemische bestanddelen buiten de EU voerde
de European Chemical Industry Council (CEFIC)
- die meer lobbyisten heeft dan alle in Brussel
gevestigde milieuorganisaties samen - een
lobby bij de EU om in de NAMA-onderhandelingen
drastische tariefreducties te eisen in een
poging om zijn internationale concurrentiepositie
veilig te stellen en om toegang te verkrijgen
tot goedkope grondstoffen.
De EU maakte zich hard voor deze maatregelen
die zeer gunstig zullen uitpakken voor de
Europese multinationals ondanks aanwijzingen
dat zo'n liberisering van de chemische sector
de ontwikkeling van een eigen chemische industrie
in ontwikkelingeslanden kan verlammen. Wederom
verdedigt de Unie hier de belangen van een
industrie die alleen al in Europa verantwoordelijk
is voor een groot banenverlies en de aantasting
van de Europese wetgeving op gebied van milieu
en gezondheid.
Een andere sector die een actieve NAMA-lobby
voerde was de bosbouw-, pulp en papierindustrie
die grote behoefte heeft aan goedkope grondstoffen
(via toegang tot buitenlandse markten) en
tot winstgevende markten in opkomende markten
zoals China.
De Confederation of European Paper Industries
(CEPI), die de belangen van de sector vertegenwoordigt,
voerde een succesvolle lobby bij de EU om
- ondanks de tegenstand van Niet Gouvernementele
Organisaties - veilig te stellen dat de bosbouwsector
niet uitgesloten zou worden van de NAMA-onderhandelingen,
noch van de tariefreducties die daaruit voort
vloeien. De CEPI maakte zich ook hard voor
de eliminatie van Non-Tariff Barriers (zoals
milieuregulering) en exportbelastingen die
verantwoordelijk worden gehouden voor de hoge
kosten verbonden aan het verhandelen van natuurlijke
hulpbronnen binnen de waarde-keten van deze
industrietak.
De studie van het Seattle to Brussels Network
geeft aan dat opname van de bosbouwsector
in de WTO-onderhandelingen kan leiden tot
uitsluiting van de toegang tot en de vernietiging
van de natuurlijke hulpbronnen waarvan velen
voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn.
Het verlies aan biodiversiteit en de toename
van illegale boskap zijn eveneens te voorziene
gevolgen van de Europese
onderhandelingsstrategie, vooral in die (vele)
landen waar het bosbeheer al zwak is.
Door uit te blijven gaan van een door bedrijven
gedicteerde onderhandelingsagenda komt de
EU haar beloften ten aanzien van de Doha Ontwikkelings
Ronde niet na. Maar evenmin haar verplichtingen
betreffende duurzame ontwikkeling en milieubescherming,
sociale doelen en duurzaamheidsdoelen van
haar Lissabon Strategie. Het is met name zorgwekkend
dat de Unie er voor kiest om de conclusies
en aanbevelingen van zijn eigen onderzoeken
(Sustainable Impact Assessments) te negeren
omdat daaruit bleek dat de door de EU gemaakte
beleidskeuzen negatieve gevolgen hebben voor
mens en milieu, terwijl de industrie profiteert.
Hoofdstuk 3
In het derde hoofdstuk wordt teruggegrepen
op de voorgaande hoofdstukken en een aantal
belangrijke aanbevelingen aan de 25 Europese
handelsministers gedaan.
De eerste aanbeveling is dat de EU haar huidige
standpunt over lobby-transparantie heroverweegt
om op een effectieve manier met de bedrijfsinvloed
op zijn beleidsagenda om te kunnen gaan en
deze te kunnen beperken. De Europese Commissie
zou geen genoegen moeten nemen met een vrijwillig
systeem maar met een verplicht transparantiesysteem
dat uitgaat van een uitgebreide en betrouwbare
registratie en openbaarmaking van wie de lobbyisten
zijn en welke hun financiële bronnen.
De tweede aanbeveling is een algehele herziening
van het huidige Europese handelsbeleid en
de handelsmandaten van de Europese Commissie
gebaseerd op de volgende criteria:
- het verdedigen en nakomen van de verplichtingen
van de EU betreffende sociale, economische,
culturele en humanitaire rechten en met betrekking
tot milieu en levensonderhoud in haar onderhandelingspositie;
- het garanderen van de noodzakelijke beleidsruimte
voor en reguleringscapaciteit van regeringen
vooral in ontwikkelingslanden, opdat die een
eigen beleid voor duurzame ontwikkeling kunnen
vaststellen;
- (landbouw:) het garanderen van voedselsouvereiniteit
van volkeren;
- (diensten:) het versterken en breed toegankelijk
maken van diensten, en dan vooral van basisvoorzieningen;
- (NAMA:) het verdedigen en bevorderen van
werkgelegenheid, sociale welzijn, gezondheid
en milieu;
Gegeven de huidige impasse bij de WTO-onderhandelingen
zou de EU:
- de gelegenheid van de opgeschorte besprekingen
moeten gebruiken om het multilaterale handelssysteem
als geheel te herzien en te heroverwegen,
en op basis van bovenstaande aanbevelingen
een nieuwe benadering voor haar handelsbeleid
te kiezen;
- moeten garanderen dat de onderhandelingen
niet worden voortgezet voordat alle gevolgen
op elk onderhandelingsterrein grondig zijn
geëvalueerd;
- moeten garanderen dat de zogenaamde duurzaamheids
impact evaluaties (SIA's) met gepaste stakeholderbetrokkenheid
een integraal onderdeel worden van de Europese
handelbeleid; en
- moeten garanderen dat de onevenwichtigheden
van de WTO-overeenkomsten worden aangepakt
voordat nieuwe onderhandelingen worden opgestart.
Toegevoegde noten (door
RB/RE):
[a] Draaideur:
Het aannemen door lobby-organisaties van EU-ambtenaren
die kort daarvoor bij de EU ontslag namen
of voor onbepaalde tijd met sabbatical verlof
gingen. Deze ambtenaren beschikken over exlusieve
informatie, weten de weg in de EU-burelen
en hebben daar een eigen netwerk. NAAR
TEKST
[b] Andere in dit verband
in het rapport aangehaalde retailers zijn:
Ahold, IKEA, Tesco, Metro, Asda/Wal-Mart,
en Delhaize. NAAR TEKST
III. Actie:
Persbericht: "Waarom moet Europa
geven om lobby transparantie?
Nieuw rapport: Schadelijke invloed van bedrijfslobby
op handelsbeleid"
(vertaald door SOMO)
Brussel, 16 oktober 2006 - Transparantie
in bedrijfslobby moet verplicht worden gesteld
en er moet een einde gemaakt worden aan de
bevoorrechte toegang van bedrijven in de politieke
besluitvorming van de Europese Unie (EU).
Dit eisten de Alliance for Lobbying Transparancy
and Ethics Regulation at the EU (ALTER-EU)
en het Seattle to Brussels Network (S2B) vandaag
bij de presentatie van hun nieuwe rapport
dat de grote invloed van bedrijfslobby op
het handelsbeleid van de EU en de schadelijke
gevolgen hiervan onthult. Het rapport werd
gelanceerd op de dag voor de jaarlijkse bijeenkomst
van de Europese Industrie met de EU onder
het motto "Waarom geven bedrijven om
Europa?" [c].
Barbara Specht, van WIDE (Women in Development
Europe), lid van ALTER-EU en het S2B-netwerk:
"Deze jaarlijkse bijeenkomst tussen bedrijfslobbyisten
en de EU Commissieleden is slechts één
publiek voorbeeld van de macht van bedrijven
in de EU. Maar het is slechts de top van de
ijsberg. De rest van het jaar vinden talloze
bijeenkomsten tussen de EU en bedrijfslobbyisten
plaats. Transparantie voor het publiek ontbreekt,
hoewel juist hun belang in gevaar is wanneer
bedrijven teveel invloed hebben."
Het nieuwe rapport "Corporate power
over EU Trade Policy: Good for Business, bad
for the World" [d]
analyseert de invloed van bedrijfslobbyisten
op het handelsbeleid van de EU en kijkt naar
de negatieve gevolgen hiervan op sociale rechtvaardigheid,
het milieu en armoedebestrijding. Het rapport
geeft concrete voorbeelden en case studies.[e]
Volgens Myriam Vander Stichele van SOMO (Stichting
Onderzoek Multinationale Ondernemingen) en
co-auteur van het rapport toont het EU-standpunt
in de wereldhandel duidelijk het gevaar van
de macht van grote bedrijven in de beleidsonderhandelingen:
"Onder druk van bedrijven stelde de EU
agressieve eisen voor markttoegang in ontwikkelingslanden,
ook al zou dit leiden tot een toename van
de armoede en vernietiging van het milieu
in deze landen. EU-
onderhandelingsvoorzitter Mandelson moet de
invloed van het bedrijfsleven op de onderhandelingen
inperken en over gaan op een nieuwe benadering
die verder kijkt dan kostenbesparing voor
het bedrijfsleven."
Een belangrijke stap om de invloed van bedrijven
te controleren is de transparantie in de EU-lobby
te vergroten. In haar recente voorstel voor
het European Transparancy Initiative behandelt
de Europese Commissie het probleem echter
niet adequaat: transparantie mag in het voorstel
vrijwillig en optioneel zijn.
Jorgo Riss, lid van de ALTER-EU stuurgroep
en directeur van Greenpeace EU: "We zullen
ons inzetten om duidelijke afspraken te bewerkstelligen
rond transparantie in de bedrijfslobby in
het European Transparancy Initiative. Om te
beginnen moet gedetailleerde informatie beschikbaar
komen over de bedragen die omgaan in de verschillende
beleidsgebieden. Deze informatie moet over
alle lobbyisten beschikbaar zijn voor het
publiek."
Leden van ALTER-EU komen 16 en 17 oktober
bij elkaar om de volgende stap te bepalen
in hun campagne voor meer transparantie. De
Europese Commissie werkt momenteel aan het
definitieve voorstel voor het European Transparancy
Initiative, die naar verwachting eind van
het jaar gepresenteerd wordt.[f]
Leden van beide netwerken zullen 17 oktober
's morgens protesteren bij de UNICE conferentie
[g].
Noten:
[c]
De dag van de UNICE (Confederation
of European Industrialists) is getiteld: "Why
do companies care about Europe?". Naar
verwachting komen een paar honderd lobbyisten
bij elkaar met leden van zes EU-commissies.
Voor meer informatie hierover:
http://www.unice.org/content/default.asp?PageId=402
NAAR
TEKST
[d]
"Corporate Power over EU Trade
Policy: Good for Business, bad for the World",
door Myriam Vander Stichele, Kim Bizarri,
Leonard Plank (Seattle to Brussels Network,
16 oktober 2006). Het rapport is hier te downloaden:
http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Corporate_power_over_EU_2006_NL.pdf
NAAR
TEKST
[e]
Een S2B mediabriefing is hier beschikbaar:
http://www.s2bnetwork.org/download/s2bmediabriefing_16_10_06
NAAR
TEKST
[f]
Een ALTER EU mediabriefing is hier beschikbaar:
http://www.alter-eu.org/MediaBriefing161006
NAAR
TEKST
[g]
Morgen (dinsdag 17 oktober; 9:15-10:00
a.m. Espace Flagey, Place Flagey, Brussel)
is er een foto/tv moment. "Barroso?",
die de EU-commissie vertegenwoordigt, zal
een knusse bijeenkomst hebben met een zakenman.
Ze drinken champagne in een tweepersoonsbed
voor het gebouw van de UNICE-conferentie,
terwijl de deelnemers binnenkomen. NAAR
TEKST
ALTER-EU
is een coalitie van meer dan 140 organisaties,
inclusief
NGO's, vakbonden, academici en publieke vertegenwoordigers
die
campagne voeren voor een verplichtte lobby
transparantie en ethische
regulering in de EU. Voor meer informatie
zie: http://www.alter-
eu.org
Het Seattle to Brussels
Network is een Europees netwerk van meer
dan
70 organisaties uit 16 landen gericht op de
promotie van een
duurzaam, social en democratisch te verantwoorden
handelssysteem.
Voor meer informatie zie: http://www.s2bnetwork.org
NAAR
INHOUD