WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 71 (deel 1/2) van 4 januari 2007

 

Beste lezers,


allereerst veel geluk en en goede gezondheid in het komende jaar toegewenst.

WTO-voorzitter Lamy noemde 2007 het "beslissende jaar voor de WTO". Laten we hopen dat het ook een beslissend jaar zal zijn voor het verzet tegen handelsliberalisering.

Na de laatste nieuwsbrief van 3 september 2006 ontvingen jullie nog twee specials. Op 12 september was dat "Informatie over drie handelsgerelateerde bijeenkomsten" en op 30 oktober het uitgebreide artikel "'Bedrijven eerst'-agenda van de EU en Ontwikkelingsronde WTO". Daarnaast werden er in november een tweetal geredigeerde stukken geplaatst op de websites van globalinfo en indymedia.
Deze editie, nummer 71, omvat het artikel van 30 oktober en een van de web-artikelen, alsmede een paar zeer recente artikelen.

Ondertussen zit er meer in de pen, zoals stukken over de ontwikkelingen rond het GM-besluit van de WTO, de REACH Richtlijn van de EU, het nieuwe handelsoffensief van Europees Commissaris Mandelson en de inspanningen voor (verdere ontwikkeling) van de Europees-Amerikaanse handelssamenwerking. Maar daarop moeten jullie nog even wachten.


Veel leesplezier, en vriendelijke groeten,

Rob Bleijerveld

 

INHOUD:

 

De Doha Ronde-onderhandelingen zijn nog niet hervat sinds de opschorting ervan eind juli 2006. In de vier maanden na het zomerreces van de WTO voerden de WTO-lidstaten diverse informele, verkennende en technische besprekingen, maar er is nog geen zicht op een politieke doorbraak. De zelfbenoemde G6-kopgroep probeert eind januari tijdens een minitop in Davos de draad weer op te pakken, maar betwijfeld wordt of het juiste 'momentum' voor de onderhandelingen aanwezig is.
De sociale strijd om behoud van publieke diensten, is na de Bolkenstein Richtlijn, nog lang niet gestreden, en zal in de eerste helft van 2007 zelfs op haar hoogtepunt komen nu de Europese Vakbonden de strijd aan binden met de Europese Commissie om met Raamwetgeving omtrent behoud van publieke diensten te komen.
De Unesco Convention als reactie op cultuurhandel in de GATS: De kunstenaar mag nog denken in termen van kunst als middel tot zelfontplooiing, emancipatie, verwondering of politieke reflectie, overheden denken bij publieke financiering in de sector echter alleen aan het veronderstelde economisch belang voor de nationale economie. Een nieuw UNESCO-akkoord 'ter bevordering en bescherming van de diversiteit van culturele uitwisseling' verandert daar niets aan.
Van 20 tot 25 januari wordt het 7e Wereld Sociaal Forum (WSF) gehouden in Nairobi, Kenia. Sociale bewegingen in Kenia "willen zien dat het WSF omgevormd wordt in een ruimte om zich te organiseren en mobiliseren tegen de smerige krachten van internationaal financieringskapitaal, neoliberalisme en al hun lokale neokoloniale en tussenhandels-collaborateurs," schrijft Onyango Oloo, coördinator van het Keniaans Sociaal Forum. Of dit ook zal lukken, is een praktische kwestie die komende januari uitgetest zal kunnen worden.

E) WEF daagt

Het jaarlijkse 'bal der rijken', het World Economic Forum, zal wederom in het Zwitserse ski-oord Davos gehouden worden, van 24 - 28 januari. En ook het protest zal dan weer de kop opsteken.

K) Video: 'De wereld zonder WTO'

Net uit; een video van Focus on the Global South waarin uitgelegd wordt waarom de crisis van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) goed is, en de wereld best zonder WTO kan.

L) (30 okt) 'Bedrijven eerst'-agenda van de EU en Ontwikkelingsronde WTO

Europese maatschappelijke organisaties bekritiseren al geruime tijd de grote invloed van de lobby van transnationale ondernemingen op het Europese (handels)beleid en de ondernemersgerichte (handels)agenda die de Europese Commissie hanteert. Onlangs werd door het S2B-netwerk een kritisch rapport gepubliceerd en werd actie gevoerd door diverse maatschappelijke organisaties. Het wachten is op een definitief voorstel van de Europese Commissie over hoe die om wil gaan met ondermeer deze ondernemerslobby's.

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


A) '2007 - het beslissende jaar voor de WTO'
(door Rob Bleijerveld)

De Doha Ronde-onderhandelingen zijn nog niet hervat sinds de opschorting ervan eind juli 2006. In de vier maanden na het zomerreces van de WTO voerden de WTO-lidstaten diverse informele, verkennende en technische besprekingen, maar er is nog geen zicht op een politieke doorbraak. De zelfbenoemde G6-kopgroep probeert eind januari tijdens een minitop in Davos de draad weer op te pakken, maar betwijfeld wordt of het juiste 'momentum' voor de onderhandelingen aanwezig is.


Na het zomerreces hoopte menig onderhandelaar in Genève en in de hoofdsteden van de WTO-lidstaten dat het achter gesloten deuren – en dus buiten de publieke schijnwerpers om – gemakkelijker zou zijn voor lidstaten om politieke toezeggingen te doen. Informele ontmoetingen zouden de mogelijkheid bieden om de politieke impasse te doorbreken zonder voor de eigen achterban gezichtsverlies te hoeven lijden. Maar de schok van de opschorting van de Doha-onderhandelingen had niet het het verwachte effect; het leidde er juist toe dat de politiek druk van de ketel werd genomen en dat de WTO-lidstaten geen initiatieven meer namen.
Een paar bijeenkomsten die de G20- en de CAIRNS-groepen in september organiseerden en waarvoor leden van de invloedrijke G6 waren uitgenodigd [1], leidden evenmin tot enige politieke doorbraak. Ook de aanwezigheid van WTO-voorzitter Lamy op deze bijeenkomsten en zijn bezoeken aan verschillende hoofdsteden mochten niet baten.

Stille diplomatie

Tijdens de Algemene Raadszitting van 10 oktober gaf Lamy aan dat bij de ministers en onderhandelaars die hij sprak wel de wens leeft om terug te gaan naar de onderhandelingstafel, maar dat de daadwerkelijke onderhandelingsposities van de WTO-lidstaten sinds eind juli niet of nauwelijks zijn gewijzigd. Om een akkoord te kunnen bereiken in 2007 was het volgens hem nodig dat de standpunten tussen november 2006 en de lente van 2007 in voldoende mate convergeren. Hij riep de lidstaten en de voorzitters van de verschillende onderhandelingsgroepen op ''door te gaan met het technische voorbereidingswerk'' en stelde een periode in van ''stille diplomatie'' [2].

Het aantal informele besprekingen achter gesloten deuren tussen lidstaten onderling of met de voorzitters van verschillende onderhandelingscommssies (landbouw, NAMA, diensten en handelsfacilitatie) namen vervolgens toe. Een nieuwe formatie van WTO-lidstaten, de 'Non G6', probeerde onderwijl een politieke doorbraak te forceren. Deze groep - bestaande uit Noorwegen, Nieuw-Zeeland, Chili, Indonesië, Kenia en Canada [3] - was opgezet uit frustratie over het feit dat zij (en vele andere lidstaten) voor en ook na de impasse in feite buitenspel stonden. Ze hielden in oktober en november brainstormsessies over de factoren die leidden tot de opschorting van de Doha-onderhandelingen en over mogelijke scenario's om die weer op gang te brengen. De nadruk lag daarbij op de diverse landbouw-struikelblokken. Hun inzet bleef echter beperkt tot het analyseren van het 'proces' en leidde niet tot 'substantieve' voorstellen.

In de aanloop naar begin november gaven invloedrijke lidstaten en de voorzitters van de onderhandelingscommittees aan steeds meer gefrustreerd te raken over het uitblijven van vooruitgang [4]. Op 10 november bepleitte een deel van 20 WTO-lidstaten tijdens een 'green room'-zitting bij Lamy de hervatting van de onderhandelingen [5]. Een week daarvoor had landbouwvoorzitter Falconer op indirekte wijze duidelijk gemaakt ook voor hervatting te zijn; hij nodigde op persoonlijke titel de gedelegeerden van alle lidstaten uit om op 10 november deel te nemen aan een onderhandelingssessie over landbouw [6].

''Zachte aanpak''

Op 16 november tijdens de zitting van de WTO-stuurgroep - de Trade Negotiations Committee - gaf Lamy vervolgens het startschot tot een nieuwe aanpak à la Falconer: de ''zachte hervatting'' van de onderhandelingen op alle gebieden [7][8]. De nadruk lag daarbij op landbouw en diensten. De voorzitters van de verschillende onderhandelingscommittees kregen de vrije hand om, samen met gedelegeerden, te bepalen hoe (en hoe snel) ze verder moesten.

Falcone agendeerde vervolgens tot eind 2006 een aantal zogenaamde ''openhaardgesprekken'' waarbij zo'n 20 tot 25 gedelegeerden op knusse wijze over landbouw kunnen beraadslagen. Daarnaast stelde hij de zogenaamde ''confessionals'' in waarbij WTO-lidstaten individueel of als groep bij hem kunnen komen opbiechten over hun werkelijk gevoelens over ''flexibiliteiten'', ''bottom lines'' en over de standpunten van anderen. Ook werd voor 11 december een vergadering met open agenda vastgesteld om alle gedelegeerden te informeren.
Behalve bij landbouw werden ook voor NAMA en GATS [9] 'openhaardgesprekken' geagendeerd.

Verkiezingsuitslag VS

Op 7 november verkregen de Demokraten een meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden (233 : 202 ) als in de Senaat (51 : 49) [10]. Ze zullen vanaf 2007 in het Huis ook de voorzitterszetel innemen van een belangrijk handelscommittee. Na hun overwinning deelden de Democraten mee dat ze op (internationaal) handelsgebied samen zullen werken met Republikeinen. (Hierop liet handelsminister Schwab weten dat de wisseling van de wacht niet zou leiden tot wijziging van het Amerikaanse handelsbeleid ten aanzien van de Doha Ronde en onderstreepte dit op 9 november in de Wall Street Journal met de herhaling van een viertal zware eisen richting de belangrijke handelspartners).

Het handelsbeleid van de Democratische Partij is echter tweeslachtig. Hoewel ze de WTO-onderhandelingspositie van Bush lijken te steunen [11], zijn ze kritisch waar het gaat om de standpunten bij bilaterale onderhandelingen [12]. Tijdens de verkiezingscampagne van vele Democraten moest de bilaterale inzet van Bush het ontgelden wegens Amerikaans banenverlies, oneerlijke handel en zwakke milieu- en arbeidsbepalingen.

Amerikaans handelsmandaat en landbouwbeleid

Deze positie zal van invloed zijn op de kwestie van het handelsmandaat van Bush (TPA) [13]. Om een (tijdelijke) verlenging na juni 2007 veilig te stellen lijken er gezien de Democratische opstelling twee opties voor Bush: het handelsmandaat beperken tot de Doha-onderhandelingen, of daarin arbeids- en milieubepalingen opnemen. De eerste zal een hoge binnenlandse politieke prijs hebben en de tweede zal stuiten op weerstand bij met name ontwikkelingslanden [14].
De Amerikaanse staatsecretaris voor handel, Veroneau, denkt dat verlenging van het mandaat mogelijk is mits de WTO-lidstaten begin 2007 een doorbraak in de Doha-besprekingen weten te bewerkstelligen en de uitslag van de Franse presidentsverkiezingen niet tegen zit. Bush zal dan volgens hem (niet nader genoemde) toezeggingen doen aan het Congress in ruil voor verlenging van de TPA [15].

Waarnemers gaan ervan uit dat het andere hete hangijzer in de Amerikaanse handelspolitiek, de Farm Bill, niet zal worden herschreven. De Democraten zullen hun nieuw verworven steun buiten de grote steden namelijk willen behouden met het oog op de presidentsverkiezingen van 2008. Daarom zullen ze niet inzetten op aanzienlijke vermindering van de binnenlandse landbouwsubsidies (zoals geëist door vele WTO-lidstaten), maar - net als de Republikeinen - kiezen voor het voorstel van landbouwstaatssecretaris Johanns om de Farm Bill aan te passen.
Johanns zegt zo te willen voorkomen dat klachten door WTO-lidstaten tegen gesubsidieerde Amerikaanse gewassen worden toegekend (zoals bij de Braziliaanse katoenklacht). Hij stelt onder meer voor de verhoging van direkte (van productie ontkoppelde) betalingen en een groter gebruik van milieubeschermingsprogramma's voor, beide onder de Groene Box-regeling. Ook is er volgens hem ruimte voor verhoging van andere (handelsverstorende !) subsidies onder de Amber Box-regeling.
Volgens landbouwdeskundige Drazek uit Washington is het zelfs mogelijk het uitgaveplafond voor de Amber Box met 5 miljard dollar omlaag te brengen indien de recente grote prijsstijgingen voor bijna alle landbouwproducten een paar jaar aanhouden. De handelsverstorende ''loan deficiency payments'', de semi-handelsverstorende ''countercyclical payments'' en de niet-handelsverstorende [16] ''direct farm payments'' kunnen dan gehandhaafd blijven of zelfs worden uitgebreid binnen de marge van de WTO-eisen [17].

'Doha Light'?

BP-topman, Goldman Sachs International-voorzitter en voormalig GATT-voorzitter, Peter Sutherland, verzocht Brussel en Washington op 14 november dringend stappen te zetten gericht op een snelle hervatting van de Doha-onderhandelingen. Hij waarschuwde dat het ''onafgebroken inzetten op een steeds ambitieuzere uitkomst geen garantie voor succes is maar wel het risiko van falen oplevert''. Hij hield de EU en de VS voor dat de kosten van een mislukking van de Doha Ronde mogelijk zeer hoog zullen zijn, omdat het kan leiden tot het ineffectief funktioneren van het multilaterale handelssysteem [18]. Daarom doen de WTO-lidstaten, eenmaal weer aan de onderhandelingstafel gezeten, er goed aan in te zetten op een haalbare, maar misschien minder ambitieuze Doha-deal.
Hij voorziet een politiek haalbaar Doha-akkoord in de lente van 2007, gebaseerd op de voorstellen en ''quietly-promised'' aanvullende concessies van juli 2006, samen met ''respectable services commitments, some minor rulemaking, [and] a big agreement on trade facilitation, all supported by aid for trade.''

De laatste ronde...

Op 14 december deed WTO-voorzitter Lamy tijdens de Algemene Raadszitting aan alle delegatiehoofden van de lidstaten verslag van de verschillende bijeenkomsten die plaats vonden in het kader van de ''soft appraoch''. Hij vertelde hen dat het nog steeds mogelijk is om in 2007 de Doha-besprekingen af te ronden [19]. Hoewel alle lidstaten tot nu toe bij hun oude standpunten blijven, zouden de 'grote spelers' hebben gehint op verzachting van hun posities. Wat volgens Lamy nu nodig is, is de politieke wil om dit om te zetten in daadwerkelijke standpuntswijzigingen. Gebeurt dit niet, dan dreigt de totale ineenstorting van de WTO. Lamy duidt 2007 aan als het ''defining year for the organisation.''

Hij zei niet van plan te zijn een zelfgeschreven compromis-tekst te presenteren (de 'nuclear option' van Arthur Dunkel tijdens de Uruguay Round) om een doorbraak te forceren. Zo'n aanpak is volgens hem erg gevaarlijk en is strijdig met de 'bottom-up' principes van de WTO. Toch sloot hij een eventueel gebruik ervan niet uit.
Verder gaf hij aan te verwachten dat de G6-minitop die de EU eind janari in Davos [20] organiseert niet meer zal zijn dan een evaluatiemoment. Ook was hij voorzichtig wat betreft de mogelijke uitkomst van een WTO minitop in February [21]. Zijn terughoudendheid is wellicht mede toe te schrijven aan de inschatting dat het Congress niet voor februari duidelijkheid zal verschaffen op handelsgebied.


Bronnen:
- ''WTO Negotiations Remain Suspended – But for How Long?'' (Trade Issues Update), door BoD Canadian Egg Marketing Agency, 9 november 2006 (http://www.canadaegg.ca/data/1/rec_docs/553_Trade%20Issues%20
Update_Nov2006.pdf
).
- ''Doha compromise necessary by springtime, Lamy tells WTO members,'' Bridges Weekly Trade News Digest vol 10 nr 33, van 11 oktober 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-10-11/story1.htm).
- ''Doha Round: The 'time-out' is over, but will negotiations resume?'' - Bridges Weekly Trade News Digest vol 10 nr 38, van 15 November 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-11-15/story1.htm).
- ''Informal discussions on agriculture continue, though WTO talks remain suspended,'' Bridges Weekly Trade News Digest vol 10 nr 37, van 8 november 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-11-08/story3.htm).
- ''Fireside chats'' planned at WTO tot stoke the embers of the Doha negotiations,'' door Martin Khor (Third World Network), van 24 november 2006 (http://www.twnside.org.sg/title2/twninfo483.htm)
- ''WTO AG talks: Chair turns on engine, but car not yet in gear,'' Bridges Weekly Trade News Digest vol 10 nr 38, van 15 November 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-11-15/story2.htm).
- ''US Elections, Trade and the WTO,'' Bridges Monthly Trade Review year 10 Nr 7, november 2006 (http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES10-7.pdf)

Noten:
[1] Meer hierover in: ''Hervatting van de Doha-onderhandelingen nog op losse schroeven - Ontwikkelingen en speculaties,'' door Rob Bleijerveld in WTO.ZIP nr 70, van 3 september 2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060903-7370.htm#q).
NAAR TEKST
[2] In ''The suspension of the WTO Doha negotiations: scenarios and identification of pressure points for developing countries,'' (p. 15 en 16) van oktober 2006 geeft het South Centre aan dat ''stille diplomatie'' kan leiden tot een overhaaste aanpak, en daardoor tot minder transparantie en het negeren van onderwerpen die van belang zijn voor de minder invloedrijke ontwikkelingslanden. (http://www.southcentre.org/publications/Analytical
Notes/
CrossCuttingIssuesTradeNegotiation/SC_TDP_AN_CC_3_
SuspesionOfTheRoundOCT2006_EN.pdf
). NAAR TEKST
[3] Ze kwamen bijeen van 16 tm 20 oktober in Oslo, en van 5 tm 7 november in Vevey (bij Genève). De landen in deze groep zijn tevens lid van de Cairns-groep (Nieuw-Zeeland, Chili, Canada), de G33 (Indonesië), G20 (Chili, Indonesië), de G10 (Noorwegen) en de ACP en Africa Groep (Kenia).
NAAR TEKST
[4] Ze wilden de besprekingen over technische zaken voortzetten. Vele kwesties kunnen volgens hen ondertussen verder worden uitgewerkt, ongeacht de bestaande belangrijke polititieke meningsverschillen (zoals het daadwerkelijke cijferwerk met betrekking tot tarieven, subsidies en coëfficiënten voor landbouw en NAMA).
NAAR TEKST
[5] De opschorting leidde volgens hen slechts tot inactiviteit doordat de politieke druk op de regeringen afnam. Hervatting van de onderhandelingen zou de belangrijke lidstaten er tenminste toe dwingen zich openbaar uit te spreken over de redenen waarom ze niet met een nieuwe inzet komen. Anderen constateerden dat er geen basis was voor verdere onderhandelingen bij gebrek aan nieuwe concessies en gaven aan bang te zijn dat hervatting leidt tot een definiteve impasse.
NAAR TEKST
[6] Volgens het CEMA (zie bij Bronnen) kan deze werkwijze echter leiden tot ''imbalances'' in de diskussies omdat ''niet alle ambassadeurs en officials hetzelfde niveau van technische expertise hebben''.
NAAR TEKST
[7] Ofwel ergens tussen ''stille diplomatie en volledige onderhandelingen'' in.
NAAR TEKST
[8] Volgens Martin Khor van Third World Network was er sprake van onenigheid binnen de WTO-staf en stelde de persoonlijke aanpak van Falconer Lamy voor voldongen feiten.
NAAR TEKST
[9] Sinds begin november waren er al bijeenkomsten over de hervatting van de GATS-onderhandelingen. De VS en de EU willen zo snel mogelijk echte onderhandelingen over markttoegang en domestic regulation agenderen, en nieuwe sluitdata voor herziene aanbiedingen en eindaanbiedingen vaststellen. Volgens Martin Khor van TWN (zie Bronnen) is het echter onwaarschijnlijk dat deze onderhandelingen eerder zullen beginnen dan die over landbouw.
NAAR TEKST
[10] Op de inauguratiedag van de Senaat op 4 januari kunnen ze die meerderheid echter nog verliezen. Mocht de ziekgeworden Demokratische senator van South Dakota, Tim Johnson, op die dag te ziek zijn om zijn zetel in te nemen, dan wordt hij vervangen door een Republikein. Senaatsvoorzitter Dick Cheney (!) krijgt vervolgens een doorslaggevende stem daar waar ''de stemmen staken''! Uit: ''Democratic Sen. Johnson in Stable Condition After Brain Surgery,'' door Charles Babington, in de Washington Post van 15 december 2006 (http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2006/12/14/AR2006121400379.html).
NAAR TEKST
[11] Interessant in dit verband is wel dat enkele WTO-tegenstanders in het parlement zijn verkozen.
NAAR TEKST
[12] Voor een uitgebreide analyse over de positie van Democraten ten aanzien van handel, zie: ''Democratic win to affect US Trade Policy - but how?,'' Bridges Weekly Trade News Digest vol 10, nr 38, van 15 november 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-11-15/story3.htm)
NAAR TEKST
[13] Zie ook noot 1.
NAAR TEKST
[14] Wegens hoge extra kosten en wegens afscherming van de importmarkt voor niet gecertificeerde producten.
NAAR TEKST
[15] Dit betreft de door de Amerikanene gehanteerde definities van subsidies...
NAAR TEKST
[16] '''Narrow Window Of Opportunity' To Secure TPA Renewal, Says Bush Administration,'' Bridges Weekly Trade News Digest vol 10 nr 42, van 13 december 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-12-13/story4.htm).
NAAR TEKST
[17] ''Could higher prices sweeten U.S. WTO offer?,'' Farmweek, van 20 december 2006 (http://farmweek.ilfb.org/viewdocument.asp?did=9833&
drvid=114&r=1.585025E-02). NAAR TEKST
[18] Zie: http://www.chathamhouse.org.uk/pdf/meeting_transcripts/
141106sutherland.pdf
Ook door anderen wordt gewaarschuwd (voor gevaar van protectionisme en verlies aan vertrouwen), zie: ''IMF's Lipsky Warns Failure of WTO Talks May Spur Protectionism,'' door Mark Drajem en William McQuillen (http://www.bloomberg.com/apps/news?pid=20601086&sid=aaIs7_v_
lmqQ&refer=news
).
NAAR TEKST
[19] ''Lamy: Concluding round in 2007 not out of reach yet,'' Bridges Weekly Trade News Digest vol 10 nr 43, van 20 december 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-12-20/story1.htm).
NAAR TEKST
[20] Die is gepland aan de vooravond van het World Economic Forum van 24 tot en met 28 januari.
NAAR TEKST
[21] ''2007 Seen as a Potentially ‘Defining Year’ for the Current Round of Global Trade Talks,'' door John Zaracostas, New York Times van 26 december 2006 (http://www.nytimes.com/2006/12/26/
business/worldbusiness/26trade.html
) NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B) Van General Agreement on Trade in Services naar General Agreement on Public Services
(Steun de) Campagne voor behoud en regulering van publieke diensten.
(door Henry van Maasakker)

De sociale strijd om behoud van publieke diensten, is na de Bolkenstein Richtlijn, nog lang niet gestreden, en zal in de eerste helft van 2007 zelfs op haar hoogtepunt komen nu de Europese Vakbonden de strijd aan binden met de Europese Commissie om met Raamwetgeving omtrent behoud van publieke diensten te komen.


Vanaf 1 januari 2007 is Duitsland voorzitter van de Europese Raad (en voorzitter van de G8). De regering Merkel heeft zich ten doel gesteld het Europese Grondwettelijke Verdragvoorstel (in gewijzigde vorm), de Lissabon Strategie en het Europese buitenlandse handelsbeleid (Doha Ronde) nieuw leven in te blazen, aldus ATTAC Duitsland in haar persverklaring van 28 december 2006 [1]

Deze drie neoliberale projecten verkeren in crisis. Nederland en Frankrijk zeiden 'Neen' tegen de EU-"grondwet", de Lissabon Strategie liep op de klippen na 3 maanden van stakingen en bezettingen in Frankrijk gericht tegen versoepeling van het ontslagrecht, en de Doha Ronde van de WTO stagneerde mede door de rigide opstelling van de EU in diverse kwesties.

Dit "nieuw leven inblazen" zal echter op een toenemend maatschappelijk verzet stuiten, niet alleen vanuit de Sociale fora - nationaal en internationaal – waar veel NGO's vertegenwoordigd zijn, maar ook steeds meer vanuit politieke partijen en vakbonden. Zo pakte een coalitie van NGO's en vakbonden, ondersteund door diverse linkse partijen, onlangs het verzet tegen de dienstenrichtlijn van de Europese Commissie - ook bekend als de Bolkenstein Richtlijn – weer op [2].

Op 15 november 2006 – en na verschillende discussierondes - aanvaarde het Europese Parlement een compromistekst over de dienstenrichtlijn. Diverse linkse partijen, waaronder de socialisten en de Groenen [3] stemden tegen dat compromisvoorstel omdat het veel onduidelijkheden en onzekerheden bevat. Zo is niet duidelijk welke diensten er nu wel of niet onder zullen vallen.

Bescherming van Publieke Diensten

Deze bezwaren worden gedeeld door diverse vakbondsfederaties in Europa (zoals het FNV en de Duitse DGB) die verenigd zijn in de European Trade Union Confederation (ETUC) [4]. Op 27 november, dus binnen 14 dagen na aanvaarding van het compromisvoorstel over de Bolkenstein Richtlijn, lanceerde die een campagne (met handtekeningen-aktie) waarin de Europese Commissie wordt opgeroepen om met raamwetgeving te komen ter bescherming van publieke diensten [5].

Het blijkt noodzakelijk om de publieke diensten zoveel mogelijk te beschermen. De Commissie is namelijk al geruime tijd bezig met het opstellen van andere richtlijnen gericht op verdere liberalisering en privatisering van diensten. Daaronder vallen de posterijen, de spoorwegen, de publieke omroepen, en de gezondheidszorg, die volgens de tegenstanders deel uitmaken van het publieke domein. In maart 2004 verzocht de Europese vakbeweging de Europese Commissie al om een moratorium op liberalisering (van diensten) in te stellen, maar de Commissie gaf daaraan geen gehoor. Ze wil nu jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie gebruiken om onder het compromisvoorstel van 15 november 2006 uit te komen, en, om zo haar zin door te drijven.

Volgens de ETUC heeft privatisering en liberalisering van publieke diensten het volgende effect: "(..) For a number of years, the European Commission has pursued a policy of market-opening to create competition and a free market. Often, liberalisation has had the effect of replacing single, public monopolies with a large group of private quasi-monopolies. Furthermore, such liberalisation has reduced the accessibility and sometimes the quality of public services, and has not benefited consumers (…)". [6]

Ondanks het groeiende maatschappelijke verzet tegen de neoliberale politiek van de Europese Commissie, het verzoek om een moratorium op liberalisering, en het verzoek om een raamwetgeving voor"publieke diensten van algemeen belang" [7] blijft het akelig stil in Brussel.

Handtekeningenaktie

Tegen deze achtergrond is de ETUC in samenspraak met de bij haar aangesloten bonden zoals de DGB en de FNV, een campagne en een petitie of handtekeningenactie begonnen ter behoud van de publieke diensten en om de EC te dwingen met raamwetgeving te komen ter bescherming en behoud van de publieke diensten.
Wat doet de Europese Commissie dan eigenlijk op het gebied van behoud en verbetering van publieke diensten? De ETUC constateert het volgende: "(…) [the Commission] is getting lost in a maze of hesitation involving Green Papers, White Papers and Communications, but failing to put forward a proposal for legislation. The ETUC has proposed a moratorium on liberalisation. It has also put forward a framework directive on services of general economic interest. But the Commission refuses to take action (…)." [8]

Vakbondsakties tegen marktwerking

De FNV gaat daarom samen met haar Duitse zuster, de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB) actie voeren. Jongerius van de FNV en Sommer van de DGB zien veel overeenkomsten in ontwikkelingen in Duitsland en Nederland. In beide landen worden bijvoorbeeld in steeds meer publieke sectoren marktwerking en marktprikkels geïntroduceerd; overigens vaak ten koste van de toegang, de kwaliteit en de geldende arbeidsvoorwaarden van het personeel.

De FNV en de DGB zullen zich samen, maar ook met de andere lidorganisaties van het EVV, hard maken voor een socialer Europa. De beide bonden eisen dat de Europese Commissie het algemene belang voorrang geeft. Diensten die van algemeen belang zijn, moeten worden beschermd. Iedereen heeft immers recht op toegang tot, bijvoorbeeld, goede gezondheidszorg. De Europese bonden verzamelen op dit moment via internet handtekeningen van Europese burgers. De DGB en de andere lidorganisaties van de ETUC hopen 1 miljoen handtekeningen te verzamelen. De campagne loopt tot aan het ETUC congres van 21 tm 24 mei 2007 in Sevilla.

De handtekeningenactie op het Internet is onder deze link te vinden: http://www.petitionpublicservice.eu/

Een oproep aan de lezer:

Steun een Sociaal Europa met goede en toegankelijke publieke dienstverlening en teken deze belangrijke petitie. (En zet daarmee tegelijkertijd een stap in de richting van een wereldwijde overeenkomst over publieke diensten, het General Agreement on Public Services [9]).


Noten:
[1]
Zie persverklaring "Wissenschaftler fordern öffentliche Diskussion über Europapolitik" (http://www.attac.de/aktuell/presse/presse_aus
gabe.php?id=651
) en de uitgebreide stellingname van de wetenschappelijke Raad van ATTAC in "Ein Europa des Friedens, der Arbeit und der Solidarität - Erklärung des Wissenschaftlichen Beirats von Attac zur deutschen EU-Ratspräsidentschaft, Dezember 2006" (http://www.attac.de/aktuell/presse/
docs/BeiratStellungnahme-EU-Praesidentschaft-Dez2006.pdf
).
NAAR TEKST
[2]
Tegen deze richtlijn die de liberalisering en privatisering van diensten beoogt, werd intensief en langdurig campagne gevoerd. Zo was er op 14 februari 2006 een grote demonstratie in Strassburg. Voor nadere informatie over de dienstenrichtlijn, zie http://www.dienstenrichtlijn.nl/nieuws/ NAAR TEKST
[3]
Zie daarover ondermeer http://europa.sp.nl/bericht/12076/061115-
sp_stemt_tegen_dienstenrichtlijn.html
en http://www.groenlinks.nl/europa/nieuws/dienstenrichtlijn-tweede-lezing
NAAR TEKST
[4]
In het Nederlands: EVV. De ETUC omvat 81 nationale vakbondsfederaties uit 36 Europese landen, alsmede 12 Europese industriefederaties en heeft in totaal 60 miljoen leden. Voor een lijst van ondersteuners van de campagne, zie: http://www.etuc.org/a/3125). De European Federation of Public Service Unions (EPSU) heeft zich inmiddels ook aangesloten. NAAR TEKST
[5] Zie: http://www.etuc.org/spip/recherche.php3?recherche=General+
Agreement+on+Public+Services
NAAR TEKST
[6]
"In November 2006, the ETUC launches a petition on public services" (http://www.etuc.org/a/3088?var_recherche=petition). NAAR TEKST
[7]
Tot 1986 waren openbare diensten in de EU al díe overheidsdiensten die waren uitgesloten van concurrentie. Een en ander veranderde toen de Europese Commissie onder leiding van Jacques Delors twee andere begrippen en regelingen introduceerde: de 'diensten van algemeen belang' (DAB) en 'diensten van algemeen economisch belang' (DAEB). De DAB worden tot op zekere hoogte door de overheid gereguleerd en gecontroleerd en de gebruiker betaalt geen prestatievergoeding (bijv. rechtspraak). Bij de DAEB gaat het om soortgelijke diensten maar met een gebruikersprijs (bijv. watervoorziening). Toch zijn ook deze twee categorieën nooit goed gedefinieerd. Meer hierover in "Sept. 2006: Dienstenrichtlijn en Witboek 2004 (weer) in Europees parlement - Europese vakbondscampagne voor bescherming van openbare en sociale diensten," door Rob Bleijerveld, 6 juni 2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060606-7468.htm#d). NAAR TEKST
[8]
Zie noot 6. NAAR TEKST
[9]
Sinds 2005 voeren een aantal organisaties op initiatief van Public Services International, Consumers International, One World Action en Public World campagne om te komen tot de invoering van een General Agreement on Public Services (GAPS). Zie: http://www.gapscampaign.org/ en "Bridging the Gaps, The case for a General Agreement on Services" (http://www.
consumersinternational.org/Templates/Internal.asp?NodeID=94123
).
NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) Cultureel nationalisme vs. cultuureconomisch globalisme
(door Kornee van der Haven)

De Unesco Convention als reactie op cultuurhandel in de GATS: De kunstenaar mag nog denken in termen van kunst als middel tot zelfontplooiing, emancipatie, verwondering of politieke reflectie, overheden denken bij publieke financiering in de sector echter alleen aan het veronderstelde economisch belang voor de nationale economie. Een nieuw UNESCO-akkoord 'ter bevordering en bescherming van de diversiteit van culturele uitwisseling' verandert daar niets aan.


Cultuur en economie zijn meer met elkaar verweven dan ooit en de commercialisering van het culturele leven is een feit. Publieke financiering krijgt de kunstsector ogenschijnlijk alleen nog vanwege het veronderstelde economisch belang van die sector voor de nationale economie. Traditionele functies van kunst als middel tot zelfontplooiing, emancipatie, verwondering of politieke reflectie, bestaan in het beste geval alleen nog in het hoofd van de kunstenaar. Dit is een ontwikkeling die decennia geleden al is ingezet en nog steeds voortduurt. Een ontwikkeling die inherent is aan de massaliteit van de huidige cultuurproductie en de afstand tussen (cultuur)consumenten en (cultuur)producenten, zoals Arthur Lehning in 1969 al vaststelde:
De mogelijkheden [tot zelfexpressie] zullen abstract blijven zolang [...] er een scheiding bestaat tussen degenen, die de massacultuur produceren en de consumenten van de 'cultuurgoederen', zoals dit ook in het economische produktieproces het geval is.[1]

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw fungeert de WTO als de globale motor achter dit proces van 'vermarkting' en 'massaficatie' van cultuur. Het neoliberale utopische streven van dit instituut naar een wereldwijde vrije markt herinnert ook de Nederlandse politici regelmatig aan het belang om de positie van de Nederlandse cultuur binnen een wereldwijde cultuurmarkt te versterken. Onlangs nog onderstreepten de staatssecretarissen van Buitenlandse Zaken en OC&W dit belang in een brief aan het parlement: "Tal van Nederlandse culturele producten, variërend van de dance van DJ Tiësto tot en met de ontwerpen van Hella Jongerius, vinden een gretige afzet in het buitenland."[2] Culturele vernieuwing zit hem volgens deze politici niet langer in het experiment als zodanig, maar in de 'onorthodoxe' neiging van kunstenaars met hun werk economisch-innovatief aan de slag te gaan: "wij [gaan] steun verlenen aan nieuwe en soms ook onorthodoxe cultuuruitingen die economisch innovatief en veelbelovend zijn."[3]

De ideologie van de WTO werkt door op nationaal niveau - ook in de Haagse politiek - dat moge blijken uit de intenties van Nederlandse beleidsmakers om cultuur ook internationaal gezien 'concurrerend' en economisch succesvol te maken. Cultuur fungeert hierbij bovendien als een - zij het veelal symbolische - 'nationale uitstalkast' die moet laten zien wat de Nederlandse creatieve industrie allemaal in huis heeft. De vraag of DJ Tiësto zomaar overal vrijelijk op de wereldmarkt zijn dance kan aanbieden en daarbij op gelijke wijze als buitenlandse concurrenten behandeld wordt, blijft voorlopig nog onbeantwoord, nu de WTO-onderhandelingen in juli dit jaar geheel stil zijn komen te liggen en vooralsnog niet hervat zijn.[4]

Binnen de WTO bestaat grote onenigheid over de vraag of het wel zo goed is te komen tot een wereldwijde cultuurmarkt. Met name de EU (met uitzondering van Oostenrijk) blijft wat dit betreft tegenstribbelen en heeft vooralsnog met geen enkel ander WTO-lid afspraken gemaakt op het gebied van markttoegang of nationale behandeling ten aanzien van de culturele sector. Andere leden van de WTO hebben er meermaals op aangedrongen toegang te krijgen tot de Europese audiovisuele markt - een van de meest commerciële van het nog 'ongeliberaliseerde' deel van de globale cultuursector. De EU is er echter in geslaagd om de 'meest begunstigde natie'-behandeling - de verplichting om ondernemers uit andere WTO-landen op eenzelfde manier te behandelen als eigen producenten - ten aanzien van de culturele sector niet in alle gevallen uit te hoeven voeren, door een aantal uitzonderingen op deze regel vast te laten leggen. Een van die uitzonderingen maakt het voor EU-lidstaten mogelijk om nationale producties te financieren die aan bepaalde 'linguistic and origin criteria' voldoen.[5] Subsidiëren van bijvoorbeeld (commerciële) Nederlandse films mag nog steeds en kan binnen de WTO door andere leden nog niet worden aangevochten. Ook zijn er uitzonderingen gemaakt op gebied van archiefwezen, musea en bibliotheken.

Voortbouwend op deze 'cultural exceptions' in de GATS is onlangs de Unesco-conventie 'Convention on the protection and promotion of the diversity of cultural expressions' tot stand gekomen.[6] Met name Canada en Frankrijk hebben zich sterk voor dit verdrag ingezet. In Artikel 8 van dit verdrag wordt duidelijk gesteld dat "partijen alle passende maatregelen mogen aanwenden om culturele uitingen te beschermen als deze in hun bestaan bedreigd worden."

Behalve het stimuleren van binnenlandse cultuursector, maakt dit ook de weg vrij om quota voor buitenlandse producties in te stellen of te handhaven. De mogelijkheden voor bescherming van de nationale cultuur zijn in dit verdrag veel breder gedefinieerd dan in de culturele uitzonderingen in het GATS verdrag. Het verdrag moet zich juridisch nog bewijzen, maar het is mogelijk dat het op een aantal punten meer gewicht in de schaal zal leggen dan de GATS, zoals Herald Voorneveld, voormalig vertegenwoordiger bij de Unesco, onlangs beweerde.[7] Voorneveld stelt dat de Unesco-conventie "een zekere mate van soevereiniteit overdraagt aan een gouvernementeel werkend comité (Unesco)" en zich niet beperkt tot een verzameling bilaterale contracten, zoals in het geval van de GATS.

Naar aanleiding van de Unesco-conventie zou kunnen worden geconcludeerd dat economische globalisering van cultuur een halt is toegeroepen en dat de 'andersglobalistische beweging' hier een overwinning heeft geboekt. Niets is natuurlijk minder waar. Ondanks de doelstelling te streven naar meer culturele uitwisseling zoals die in de Unesco-conventie (artikel 12) is opgenomen, lijkt de totstandkoming van het verdrag meer te maken met conservatisme en cultuurnationalistische neigingen van enkele lidstaten, voorop Frankrijk.

Nationale culturele grenzen worden verder afgebakend, terwijl de kunst nu juist zo'n mooi middel is om mensen over taal- en cultuurgrenzen heen met elkaar te laten communiceren. Ook de onafhankelijke positie van de kunsten in politiek en economisch opzicht wordt met dit beleid niet gediend. Het thema 'economie en cultuur' staat immers overal in Europa hoog op de politieke agenda, ook bij de landen die de Unesco-conventie ondersteunen. De doelstellingen van het cultuurbeleid beperken zich meer en meer tot economische principes. Publieke steun voor de kunsten lijkt nog slechts te kunnen worden gelegitimeerd, als de daaruit voortkomende cultuurproducten op de internationale cultuurmarkt hun letterlijke waarde kunnen bewijzen.

Terwijl men binnen de Unesco diversiteit en bescherming van de kwetsbare binnenlandse kunsten predikt, beperken de culturele beleidsdoelen van nationale overheden zich vooral tot het internationaal concurrerend maken van de kunsten en het creëren van meer potentiële afzetmogelijkheden in het buitenland voor de eigen 'creatieve economie'.[8] Cultuur wordt gezien als een economische groeisector, die kan bijdragen aan creativiteit en innovatie van ondernemingen. De grote vraag die hierbij onbeantwoord blijft: levert dit alles betere, mooiere of een meer diverse kunst en cultuur op? De mooie doelstellingen van diversiteit en pluriformiteit in de Unesco-conventie - mede ondersteund door de Nederlandse overheid - ten spijt, houdt de Nederlandse overheid zich niet met dergelijke vragen bezig. Hoe funest de GATS-verdragen ook kunnen uitpakken voor de culturele diversiteit in Europa, als de nationale overheid bij wijze van alternatief alleen met cultureel conservatisme, vergezeld van een weinig inspirerende nationale uitstalkast van creatief-industriële Holland Promotie op de proppen komt, dan is er nog steeds niet veel gewonnen.


Dit artikel werd geschreven voor WTO.ZIP nieuwsbrief en verscheen op 13 november 2006 op http://www.globalinfo.nl/content/view/1050/30/
Het bijbehorende artikel van Kornee heet "Kunst en Vrijhandel" van 9 november 2006 en dat is te vinden op http://www.globalinfo.nl/article/articleview/1044/1/1/


Noten:
[1]
NAAR TEKST "Socialisme en democratie", door Arthur Lehning (in: "Ithaka"; Baarn 1980, p. 88-100, p.100.)
[2] "Koers Kiezen", visie op internationaal cultuurbeleid van Nicolaï en Van der Laan in de vorm van een brief aan de Tweede Kamer (11 mei 2006, p. 6). (http://www.minocw.nl/documenten/19125a.pdf).
NAAR TEKST
[3] Idem, p. 7.
NAAR TEKST
[4] Zie ondermeer WTO.ZIP nieuwsbrief nr. 70 van 21 augustus 2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060821-9770.htm).
NAAR TEKST
[5] European Commission, WTO Members' Requests to the EC and its member states for improved market access for services, Consultation Document, Version 2, 12 november 2002, p. 34-35. (http://www.arm-wto.am/eng/analytics/WTOMembersrequests_totheECanditsMember
STatesforimprovedMarke.pdf
).
NAAR TEKST
[6] (http://www.unesco.org/culture/diversite/convention)
NAAR TEKST
[7] Interview met Voorneveld in het kwartaalmagazine van St. Internationale Culturele Activiteiten SICAmag, nr. 30 (themanummer 'Kunst en Vrijhandel', juni 2006), p. 18-19. (http://www.sica.nl/pdf/SICAMAG30.pdf). Dit themanummer biedt een goed overzicht over de discussie over de globalisering van de handel in 'cultuurproducten'; voor een korte beschouwing van hierin opgenomen artikelen, zie "Kunst en Vrijhandel" van Kornee van der Haven, 9 november 2006 (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/1044/1/1/).
NAAR TEKST
[8] In "Ons creatieve vermogen - Brief cultuur en economie" (hoofdstuk 4) van 14-10-2005 is de visie van de Nederlandse ministeries voor EZ en OCW te vinden (http://www.creativecommons.nl/downloads/ons_creatief_
vermogen.pdf
).
NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) WSF 2007: Een schets vanuit Kenia

Van 20 tot 25 januari wordt het 7e Wereld Sociaal Forum (WSF) gehouden in Nairobi, Kenia [1]. Vorig jaar waren er drie decentrale WSF's (in Caracas (Venezuela), Bamako (Mali) en Karachi (Pakistan) [2]. Nu is er dus weer een centrale.
Onderstaand artikel is van Onyango Oloo, coördinator van het Keniaans Sociaal Forum [3]. Vertaling: Kees Hudig.


Sociale bewegingen vast van plan hun aanwezigheid op het WSF door te drukken

Sociale bewegingen in Kenia "willen zien dat het WSF omgevormd wordt in een ruimte om zich te organiseren en mobiliseren tegen de smerige krachten van internationaal financieringskapitaal, neoliberalisme en al hun lokale neokoloniale en tussenhandels-collaborateurs," schrijft Onyango Oloo. Of dit ook zal lukken, is een praktische kwestie die komende januari uitgetest zal kunnen worden.

De klok tikt. Met nauwelijks nog een maand te gaan voordat het 6e Wereld Sociaal Forum (WSF) begint, zetten sociale bewegingen in Afrika en elders op de wereld een tandje bij om hun aanwezigheid kenbaar te maken in de Keniaanse hoofdstad waar het jaarlijkse evenement gepland is van 20 tot 25 januari.

Er is zeker een vlaag activiteiten te zien in het gastland zelf. Einde november kwam een bonte verzameling organisaties en bewegingen bijeen die verschillende minderheden en veehoedersgroepen vertegenwoordigden, in het Kenyatta International Conference Centre om de week van de veehoeders te vieren. Anders dan bij vorige keren, was de versie van 2006 speciaal gewijd aan het opbouwen van steun en mobiliseren voor het WSF. Ontevreden met hun stereotiepe beeld als culturele artefacten, gebruikt om buitenlandse valuta op te trommelen uit het toerisme, besloten de Maasai, Samburu, Turkana, Rendille, Pokot, Yiaku, Njemps, Ogiek, El Molo en andere gemarginaliseerde groepen (velen onder hen uit het historisch verwaarloosde en systematisch verarmde Noorden van Kenia) dat ze de ruimte die het WSF bood zouden gebruiken om thema's naar voren te brengen die voor hun leven veel belangrijker zijn.

Onder die thema's bevinden zich de land-wetten uit koloniale tijd en beleid dat hun gemeenschappen heeft onteigend; het effect van mijnbouw en ontginning op milieu en leefomstandigheden; discriminerend beleid door achtereenvolgende regeringen dat zorgde voor de koppige instandhouding van prekoloniale armoede en onderontwikkeling; de arrogante veronachtzaming van zorgen die opgeworpen werden door (bijvoorbeeld) Samburu vrouwen die jarenlang verkracht werden door Britse soldaten die daar militaire oefeningen hielden; voorstellen voor het beëindigen van conflicten en het creëren van omstandigheden voor duurzame groei; de rol van jongeren; aanhoudende spanningen met binnentrekkende boeren en inheemse Keniaanse tussenhandelaar-zakenmannen die duizenden hectares land innemen terwijl de veehoeders en minderheden het doelwit zijn van staatsterreur, ontruimingen en aanklachten, en andere gerelateerde zorgen.

Het WSF 2007 zou ook kunnen dienen als gelegenheid om recente overwinningen te vieren van sommige gemarginaliseerde groepen. Zo haalden de San in Botswana de voorpagina's in de hele wereld nadat in december 2006 een rechtbank oordeelde dat ze gelijk hadden in hun klacht dat ze onrechtmatig van hun voorouderlijk land gedwongen waren door de regering en dat ze het recht hadden om terug te keren naar hun woonplek in de Kalahari woestijn. Met dat besluit hijgend in de nek, besloot een andere rechtbank, dit keer in Kenia, dat de Njemps minderheid het recht had op een eigen parlementaire vertegenwoordiger, gezien de jaren van uitsluiting en marginalisatie door de achtereenvolgende Keniaanse regeringen, zowel in de koloniale tijd als daarna.

De andere zijde van de medaille is dat de leden van de Digo-gemeenschap aan de kust van Kenia ziedend zijn nadat een hooggerechtshof uitspraak deed in het voordeel van mijnbouwbedrijf Tiomin (gevestigd in Toronto) en tegen zeven lokale boeren die weigerden te accepteren dat ze slechts een schamele compensatie zouden krijgen van het bedrijf voor het verplaatsen van leden van de gemeenschap van een plek waar titanium ontgonnen moet worden. De rechtbank oordeelde ook dat de Keniaanse regering door mag gaan met het verdrijven van alle boeren die zich tegen de compensatie keren. De Tiomin-zaak vormt een baken die geleid heeft tot nationale en internationale coalities en solidariteitscampagnes die activisten uit Kenia, Canada, de VS, Italië en andere delen van de wereld verenigt.

Ook de Yiaku-mensen zijn zeer actief geweest met plannen voor het World Social Forum 2007. Ze hebben tenminste twee vertegenwoordigers in het Organiserend Comité en zijn actief binnen de Sociale Mobilisatie Commissie.

Zij hebben een unieke zaak op het gebied van culturele overleving: in de jaren 1930 werden ze gedwongen geassimileerd in de grotere Maasai-groep en gedurende tientallen jaren zijn ze hun taal kwijtgeraakt zodat nu nog maar tien mensen (meest bejaarden) in de Yiaku-taal kunnen communiceren. Momenteel zijn ze weggestopt in het binnenste van het Mukogodo-woud aan de rand van Nanyuki-stad in het district Laikipia in centraal Kenia. Maar in hun vastbeslotenheid om te blijven vechten voor zelfbeschikking, hebben ze zich verenigd met andere gemarginaliseerde en met uitsterven bedreigde volken in Afrika en in de wereld en ze zullen ongetwijfeld indrukwekkende getuigenissen delen tijdens het evenement in januari.

Bewoners van de zogenaamde “mitaa ya mabanda” of informele nederzettingen in Kenia - van de uitdijende krottenwijken van Kibera en Mathare tot de minder bekende Huruma, Korogoacho, Mukuru, Konedel, Chaani en andere sloppenwijken, zitten midden in het gebeuren. Het Kutoka netwerk werkt nauw samen met deze gemeenschappen om te zorgen voor een massale aanwezigheid van bewoners van deze wijken op het WSF 2007. Een van de hoogtepunten van hun activiteiten zal een marathon zijn die z'n weg slingert van de krotten van Nairobi naar het historische Uhuru Park, de plek waar de openings- en sluitingsceremonies gehouden zullen worden.

Straatventers, die de meest recente slachtoffers zijn van gemeentelijke bestuur en staatsterreur in de Keniaanse hoofdstad, organiseren zich ook om deel te nemen. Ten dele doen ze dit om de beeldvorming van de media tegen te gaan dat ze niet meer zijn dan een stel boeven die samenwerken met georganiseerde criminelen om het zakencentrum van Nairobi onveilig te maken.

Vrouwen in Afrika en over de wereld zijn druk bezig om hun aanwezigheid op het WSF 2007 te organiseren in samenwerking met het in Nairobi gebaseerde FEMNET en de in Kampala gevestigde AWEPON, waarbij ze heel bewust aanhaken bij vergaderingen als de Feministische Dialogen om een effectieve deelname door vrouwen te verzekeren.

De Keniaanse vakbeweging betrad het WSF-proces tamelijk laat in september 2006 en vond zijn weg na wat struikelingen. Eerst was er een grote strijd rond de term "recht op fatsoenlijk werk" dat ingevoegd werd in de centrale richtlijnen van het WSF 2007, omdat wat WSF-veteranen bezwaar hadden tegen het invoeren van een specifieke campagne van de ILO in een breed platform zoals het WSF. Uiteindelijk werd er een compromis bereikt en werd de term overgenomen na hevige discussies achter de schermen.

Meer recentelijk werd op een persconferentie die georganiseerd was door de leiding van de Keniaanse vakbeweging, onterechte beschuldigingen aan het secretariaat van het WSF 2007 geuit, die kwaad bloed zetten, maar wat ook weer weggepoets werden na een persoonlijke ontmoeting tussen de twee kampen.

Zelfs al voor de aankomst van COTU (de Keniaanse Vakbondsfederatie) op de WSF-scene, waren arbeiders en hun problematiek terdege deel van het WSF-proces met Zuid Afrika's COSATU als lid van de Internationale Raad van het WSF en OATUU (Organisatie van Afrikaanse Vakbonds Eenheid, vert.)-leider Hassan Sunmonu een van de meest bekende aanwezigen op bijeenkomsten van het Afrikaans Sociaal Forum. Elders op de wereld zijn organisaties als de Canadese Canadian Labour Congress en andere vakbondsgroepen al vanaf het begin ondersteuners van het WSF-proces.

In Kenia hebben organisaties als de Kenia Human Rights Commission (KHRC) lange tijd gewerkt aan het naar voren brengen van de problematiek rond export processing zones (EPZ), loonslaven en werkers op bloemenfarms. De KHRC heeft onlangs een internationaal forum georganiseerd voor vakbondsactivisten uit Thailand, Indonesië, Zuid-Afrika, Uganda, Tanzania, Kenia en andere delen van de wereld, om te praten over de thema's die arbeiders naar het WSF 2007 zouden willen brengen.

De Kenya Land Alliance, een van de oprichtende leden van het Keniaans Sociaal Forum en lid van het WSF 2007 Organiserings Comité, heeft het afgelopen jaar boeren, krakers, vissers, veehoeders en andere mensen uit het platteland gemobiliseerd om hun problematiek betreffende land en levensonderhoud naar het WSF te brengen. De KLA heeft materieel en anderszins regionale forums ondersteund, zoals het Coast Social Forum en het Central Social Forum.

Andere dynamische organismes in het Organiserend Comité van het WSF 2007, zoals het Shelter Forum, Citizens Assembly en Haki Jamii hebben ontheemden gemobiliseerd, stedelijke bewoners, armen, jongeren etc. opdat ze sociale en economische problemen verwoorden en alternatieven suggereren.

Op wereldschaal heeft de World Assembly of Social Movements een serie bijeenkomsten en uitwisselingen gehouden over hoe de WSF-ruimte het best benut kan worden om sociale bewegingen te versterken. Op continentaal niveau, zijn de Khanya College uit Zuid Afrika en de pas gevormde Sankara Centre voor Social Movements in Kenia vastbesloten om ervoor te zorgen dat WSF 2007 een gelegenheid zal zijn om te netwerken en gezamenlijke acties te ontwerpen met andere sociale bewegingen in de wereld.

In dezelfde sfeer zal een initiatief dat voortkomt uit Azië en Afrika prominent aanwezig zijn op de WSF-bijeenkomst in Nairobi, als activisten uit die twee enorme continenten elementen zullen definiëren voor Aziatisch-Afrikaanse solidariteit. Eenzelfde proces is in ontwikkeling met Latijns Amerika en Afrika.

Op het formele organiserende niveau zijn al deze initiatieven, ontmoetingen en voorstellen geconcretiseerd in een besluit van de Internationale Raad van het WSF (ondersteund door het lokale organiserende comité en het Afrikaans Sociaal Forum) om de vierde dag van het WSF-evenement (24 januari) te besteden aan het bestendigen van gezamenlijke acties en campagnes, gedeeltelijk om voortdurende kritiek en waarnemingen het hoofd te bieden dat na verloop van jaren het WSF weinig meer voorstelt dan een praatgebeuren.

Met nog maar enkele weken te gaan voor het WSF 2007-evenement plaatsvindt, is duidelijk dat het WSF-proces zelf ideologisch betwist terrein is. Sommige meer activistische types strijden ervoor dat het WSF-evenement verder komt dan hun beeld van een jaarlijkse jamboree van NGO's met hun usual hoge pieten suspects die van het ene seminar naar de andere workshop fladderen voordat ze terugvliegen naar hun veilige civil society nestjes.

Sociale bewegingen, waaronder tientallen in Kenia, willen zien dat het WSF omgevormd wordt in een ruimte om zich te organiseren en mobiliseren tegen de smerige krachten van internationaal financieringskapitaal, neoliberalisme en al hun lokale neokoloniale en tussenhandel-collaborateurs.

Of dit gerealiseerd kan worden is een praktische kwestie die komende januari in Nairobi uitgetest zal worden.


Noten:
[1] Website: http://www.wsf2007.org/
Website voor het organiseren van workshops: http://www.wsfprocess.net/
NAAR TEKST
[2] Zie: http://www.wsf2006.org/
NAAR TEKST
[3]
Website: http://www.pambazuka.org/en/category/comment/38952 Onyango Oloo is Nationale Coördinator van het Keniaans Sociaal Forum. Hij schrijft hier op persoonlijke titel. Reacties naar editor AT pambazuka.org of online naar http://www.pambazuka.org
NAAR TEKST

NAAR INHOUD

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Henry van Maasakker, Renate Ebner, Kornee van der Haven, Kees Hudig en Rob Bleijerveld.
Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op: http://www.globalinfo.nl , op http://www.indymedia.nl , op http://belgium.indymedia.org en op http://www.stelling.nl/trouble

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva AT xs4all.nl

-----------------------