WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) '2007 - het beslissende
jaar voor de WTO'
(door Rob Bleijerveld)
De Doha Ronde-onderhandelingen zijn nog niet
hervat sinds de opschorting ervan eind juli 2006.
In de vier maanden na het zomerreces van de WTO
voerden de WTO-lidstaten diverse informele, verkennende
en technische besprekingen, maar er is nog geen
zicht op een politieke doorbraak. De zelfbenoemde
G6-kopgroep probeert eind januari tijdens een
minitop in Davos de draad weer op te pakken, maar
betwijfeld wordt of het juiste 'momentum' voor
de onderhandelingen aanwezig is.
Na het zomerreces hoopte menig onderhandelaar
in Genève en in de hoofdsteden van de WTO-lidstaten
dat het achter gesloten deuren en dus buiten
de publieke schijnwerpers om gemakkelijker
zou zijn voor lidstaten om politieke toezeggingen
te doen. Informele ontmoetingen zouden de mogelijkheid
bieden om de politieke impasse te doorbreken zonder
voor de eigen achterban gezichtsverlies te hoeven
lijden. Maar de schok van de opschorting van de
Doha-onderhandelingen had niet het het verwachte
effect; het leidde er juist toe dat de politiek
druk van de ketel werd genomen en dat de WTO-lidstaten
geen initiatieven meer namen.
Een paar bijeenkomsten die de G20- en de CAIRNS-groepen
in september organiseerden en waarvoor leden van
de invloedrijke G6 waren uitgenodigd [1],
leidden evenmin tot enige politieke doorbraak.
Ook de aanwezigheid van WTO-voorzitter Lamy op
deze bijeenkomsten en zijn bezoeken aan verschillende
hoofdsteden mochten niet baten.
Stille diplomatie
Tijdens de Algemene Raadszitting van 10 oktober
gaf Lamy aan dat bij de ministers en onderhandelaars
die hij sprak wel de wens leeft om terug te gaan
naar de onderhandelingstafel, maar dat de daadwerkelijke
onderhandelingsposities van de WTO-lidstaten sinds
eind juli niet of nauwelijks zijn gewijzigd. Om
een akkoord te kunnen bereiken in 2007 was het
volgens hem nodig dat de standpunten tussen november
2006 en de lente van 2007 in voldoende mate convergeren.
Hij riep de lidstaten en de voorzitters van de
verschillende onderhandelingsgroepen op ''door
te gaan met het technische voorbereidingswerk''
en stelde een periode in van ''stille diplomatie''
[2].
Het aantal informele besprekingen achter gesloten
deuren tussen lidstaten onderling of met de voorzitters
van verschillende onderhandelingscommssies (landbouw,
NAMA, diensten en handelsfacilitatie) namen vervolgens
toe. Een nieuwe formatie van WTO-lidstaten, de
'Non G6', probeerde onderwijl een politieke doorbraak
te forceren. Deze groep - bestaande uit Noorwegen,
Nieuw-Zeeland, Chili, Indonesië, Kenia en
Canada [3]
- was opgezet uit frustratie over het feit dat
zij (en vele andere lidstaten) voor en ook na
de impasse in feite buitenspel stonden. Ze hielden
in oktober en november brainstormsessies over
de factoren die leidden tot de opschorting van
de Doha-onderhandelingen en over mogelijke scenario's
om die weer op gang te brengen. De nadruk lag
daarbij op de diverse landbouw-struikelblokken.
Hun inzet bleef echter beperkt tot het analyseren
van het 'proces' en leidde niet tot 'substantieve'
voorstellen.
In de aanloop naar begin november gaven invloedrijke
lidstaten en de voorzitters van de onderhandelingscommittees
aan steeds meer gefrustreerd te raken over het
uitblijven van vooruitgang [4].
Op 10 november bepleitte een deel van 20 WTO-lidstaten
tijdens een 'green room'-zitting bij Lamy de hervatting
van de onderhandelingen [5].
Een week daarvoor had landbouwvoorzitter Falconer
op indirekte wijze duidelijk gemaakt ook voor
hervatting te zijn; hij nodigde op persoonlijke
titel de gedelegeerden van alle lidstaten uit
om op 10 november deel te nemen aan een onderhandelingssessie
over landbouw [6].
''Zachte aanpak''
Op 16 november tijdens de zitting van de WTO-stuurgroep
- de Trade Negotiations Committee - gaf Lamy vervolgens
het startschot tot een nieuwe aanpak à
la Falconer: de ''zachte hervatting'' van de onderhandelingen
op alle gebieden [7][8].
De nadruk lag daarbij op landbouw en diensten.
De voorzitters van de verschillende onderhandelingscommittees
kregen de vrije hand om, samen met gedelegeerden,
te bepalen hoe (en hoe snel) ze verder moesten.
Falcone agendeerde vervolgens tot eind 2006 een
aantal zogenaamde ''openhaardgesprekken'' waarbij
zo'n 20 tot 25 gedelegeerden op knusse wijze over
landbouw kunnen beraadslagen. Daarnaast stelde
hij de zogenaamde ''confessionals'' in waarbij
WTO-lidstaten individueel of als groep bij hem
kunnen komen opbiechten over hun werkelijk gevoelens
over ''flexibiliteiten'', ''bottom lines'' en
over de standpunten van anderen. Ook werd voor
11 december een vergadering met open agenda vastgesteld
om alle gedelegeerden te informeren.
Behalve bij landbouw werden ook voor NAMA en GATS
[9]
'openhaardgesprekken' geagendeerd.
Verkiezingsuitslag VS
Op 7 november verkregen de Demokraten een meerderheid
in zowel het Huis van Afgevaardigden (233 : 202
) als in de Senaat (51 : 49) [10].
Ze zullen vanaf 2007 in het Huis ook de voorzitterszetel
innemen van een belangrijk handelscommittee. Na
hun overwinning deelden de Democraten mee dat
ze op (internationaal) handelsgebied samen zullen
werken met Republikeinen. (Hierop liet handelsminister
Schwab weten dat de wisseling van de wacht niet
zou leiden tot wijziging van het Amerikaanse handelsbeleid
ten aanzien van de Doha Ronde en onderstreepte
dit op 9 november in de Wall Street Journal met
de herhaling van een viertal zware eisen richting
de belangrijke handelspartners).
Het handelsbeleid van de Democratische Partij
is echter tweeslachtig. Hoewel ze de WTO-onderhandelingspositie
van Bush lijken te steunen [11],
zijn ze kritisch waar het gaat om de standpunten
bij bilaterale onderhandelingen [12].
Tijdens de verkiezingscampagne van vele Democraten
moest de bilaterale inzet van Bush het ontgelden
wegens Amerikaans banenverlies, oneerlijke handel
en zwakke milieu- en arbeidsbepalingen.
Amerikaans handelsmandaat en landbouwbeleid
Deze positie zal van invloed zijn op de kwestie
van het handelsmandaat van Bush (TPA) [13].
Om een (tijdelijke) verlenging na juni 2007 veilig
te stellen lijken er gezien de Democratische opstelling
twee opties voor Bush: het handelsmandaat beperken
tot de Doha-onderhandelingen, of daarin arbeids-
en milieubepalingen opnemen. De eerste zal een
hoge binnenlandse politieke prijs hebben en de
tweede zal stuiten op weerstand bij met name ontwikkelingslanden
[14].
De Amerikaanse staatsecretaris voor handel, Veroneau,
denkt dat verlenging van het mandaat mogelijk
is mits de WTO-lidstaten begin 2007 een doorbraak
in de Doha-besprekingen weten te bewerkstelligen
en de uitslag van de Franse presidentsverkiezingen
niet tegen zit. Bush zal dan volgens hem (niet
nader genoemde) toezeggingen doen aan het Congress
in ruil voor verlenging van de TPA [15].
Waarnemers gaan ervan uit dat het andere hete
hangijzer in de Amerikaanse handelspolitiek, de
Farm Bill, niet zal worden herschreven. De Democraten
zullen hun nieuw verworven steun buiten de grote
steden namelijk willen behouden met het oog op
de presidentsverkiezingen van 2008. Daarom zullen
ze niet inzetten op aanzienlijke vermindering
van de binnenlandse landbouwsubsidies (zoals geëist
door vele WTO-lidstaten), maar - net als de Republikeinen
- kiezen voor het voorstel van landbouwstaatssecretaris
Johanns om de Farm Bill aan te passen.
Johanns zegt zo te willen voorkomen dat klachten
door WTO-lidstaten tegen gesubsidieerde Amerikaanse
gewassen worden toegekend (zoals bij de Braziliaanse
katoenklacht). Hij stelt onder meer voor de verhoging
van direkte (van productie ontkoppelde) betalingen
en een groter gebruik van milieubeschermingsprogramma's
voor, beide onder de Groene Box-regeling. Ook
is er volgens hem ruimte voor verhoging van andere
(handelsverstorende !) subsidies onder de Amber
Box-regeling.
Volgens landbouwdeskundige Drazek uit Washington
is het zelfs mogelijk het uitgaveplafond voor
de Amber Box met 5 miljard dollar omlaag te brengen
indien de recente grote prijsstijgingen voor bijna
alle landbouwproducten een paar jaar aanhouden.
De handelsverstorende ''loan deficiency payments'',
de semi-handelsverstorende ''countercyclical payments''
en de niet-handelsverstorende [16]
''direct farm payments'' kunnen dan gehandhaafd
blijven of zelfs worden uitgebreid binnen de marge
van de WTO-eisen [17].
'Doha Light'?
BP-topman, Goldman Sachs International-voorzitter
en voormalig GATT-voorzitter, Peter Sutherland,
verzocht Brussel en Washington op 14 november
dringend stappen te zetten gericht op een snelle
hervatting van de Doha-onderhandelingen. Hij waarschuwde
dat het ''onafgebroken inzetten op een steeds
ambitieuzere uitkomst geen garantie voor succes
is maar wel het risiko van falen oplevert''. Hij
hield de EU en de VS voor dat de kosten van een
mislukking van de Doha Ronde mogelijk zeer hoog
zullen zijn, omdat het kan leiden tot het ineffectief
funktioneren van het multilaterale handelssysteem
[18].
Daarom doen de WTO-lidstaten, eenmaal weer aan
de onderhandelingstafel gezeten, er goed aan in
te zetten op een haalbare, maar misschien minder
ambitieuze Doha-deal.
Hij voorziet een politiek haalbaar Doha-akkoord
in de lente van 2007, gebaseerd op de voorstellen
en ''quietly-promised'' aanvullende concessies
van juli 2006, samen met ''respectable services
commitments, some minor rulemaking, [and] a big
agreement on trade facilitation, all supported
by aid for trade.''
De laatste ronde...
Op 14 december deed WTO-voorzitter Lamy tijdens
de Algemene Raadszitting aan alle delegatiehoofden
van de lidstaten verslag van de verschillende
bijeenkomsten die plaats vonden in het kader van
de ''soft appraoch''. Hij vertelde hen dat het
nog steeds mogelijk is om in 2007 de Doha-besprekingen
af te ronden [19].
Hoewel alle lidstaten tot nu toe bij hun oude
standpunten blijven, zouden de 'grote spelers'
hebben gehint op verzachting van hun posities.
Wat volgens Lamy nu nodig is, is de politieke
wil om dit om te zetten in daadwerkelijke standpuntswijzigingen.
Gebeurt dit niet, dan dreigt de totale ineenstorting
van de WTO. Lamy duidt 2007 aan als het ''defining
year for the organisation.''
Hij zei niet van plan te zijn een zelfgeschreven
compromis-tekst te presenteren (de 'nuclear option'
van Arthur Dunkel tijdens de Uruguay Round) om
een doorbraak te forceren. Zo'n aanpak is volgens
hem erg gevaarlijk en is strijdig met de 'bottom-up'
principes van de WTO. Toch sloot hij een eventueel
gebruik ervan niet uit.
Verder gaf hij aan te verwachten dat de G6-minitop
die de EU eind janari in Davos [20]
organiseert niet meer zal zijn dan een evaluatiemoment.
Ook was hij voorzichtig wat betreft de mogelijke
uitkomst van een WTO minitop in February [21].
Zijn terughoudendheid is wellicht mede toe te
schrijven aan de inschatting dat het Congress
niet voor februari duidelijkheid zal verschaffen
op handelsgebied.
Bronnen:
- ''WTO Negotiations Remain Suspended But
for How Long?'' (Trade Issues Update), door BoD
Canadian Egg Marketing Agency, 9 november 2006
(http://www.canadaegg.ca/data/1/rec_docs/553_Trade%20Issues%20
Update_Nov2006.pdf).
- ''Doha compromise necessary by springtime, Lamy
tells WTO members,'' Bridges Weekly Trade News
Digest vol 10 nr 33, van 11 oktober 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-10-11/story1.htm).
- ''Doha Round: The 'time-out' is over, but will
negotiations resume?'' - Bridges Weekly Trade
News Digest vol 10 nr 38, van 15 November 2006
(http://www.ictsd.org/weekly/06-11-15/story1.htm).
- ''Informal discussions on agriculture continue,
though WTO talks remain suspended,'' Bridges Weekly
Trade News Digest vol 10 nr 37, van 8 november
2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-11-08/story3.htm).
- ''Fireside chats'' planned at WTO tot stoke
the embers of the Doha negotiations,'' door Martin
Khor (Third World Network), van 24 november 2006
(http://www.twnside.org.sg/title2/twninfo483.htm)
- ''WTO AG talks: Chair turns on engine, but car
not yet in gear,'' Bridges Weekly Trade News Digest
vol 10 nr 38, van 15 November 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-11-15/story2.htm).
- ''US Elections, Trade and the WTO,'' Bridges
Monthly Trade Review year 10 Nr 7, november 2006
(http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES10-7.pdf)
Noten:
[1]
Meer hierover in: ''Hervatting van de Doha-onderhandelingen
nog op losse schroeven - Ontwikkelingen en speculaties,''
door Rob Bleijerveld in WTO.ZIP nr 70, van 3 september
2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060903-7370.htm#q).
NAAR
TEKST
[2]
In ''The suspension of the WTO Doha negotiations:
scenarios and identification of pressure points
for developing countries,'' (p. 15 en 16) van
oktober 2006 geeft het South Centre aan dat ''stille
diplomatie'' kan leiden tot een overhaaste aanpak,
en daardoor tot minder transparantie en het negeren
van onderwerpen die van belang zijn voor de minder
invloedrijke ontwikkelingslanden. (http://www.southcentre.org/publications/Analytical
Notes/CrossCuttingIssuesTradeNegotiation/SC_TDP_AN_CC_3_
SuspesionOfTheRoundOCT2006_EN.pdf).
NAAR
TEKST
[3]
Ze kwamen bijeen van 16 tm 20 oktober in Oslo,
en van 5 tm 7 november in Vevey (bij Genève).
De landen in deze groep zijn tevens lid van de
Cairns-groep (Nieuw-Zeeland, Chili, Canada), de
G33 (Indonesië), G20 (Chili, Indonesië),
de G10 (Noorwegen) en de ACP en Africa Groep (Kenia).
NAAR
TEKST
[4]
Ze wilden de besprekingen over technische zaken
voortzetten. Vele kwesties kunnen volgens hen
ondertussen verder worden uitgewerkt, ongeacht
de bestaande belangrijke polititieke meningsverschillen
(zoals het daadwerkelijke cijferwerk met betrekking
tot tarieven, subsidies en coëfficiënten
voor landbouw en NAMA). NAAR
TEKST
[5]
De opschorting leidde volgens hen slechts tot
inactiviteit doordat de politieke druk op de regeringen
afnam. Hervatting van de onderhandelingen zou
de belangrijke lidstaten er tenminste toe dwingen
zich openbaar uit te spreken over de redenen waarom
ze niet met een nieuwe inzet komen. Anderen constateerden
dat er geen basis was voor verdere onderhandelingen
bij gebrek aan nieuwe concessies en gaven aan
bang te zijn dat hervatting leidt tot een definiteve
impasse. NAAR
TEKST
[6]
Volgens het CEMA (zie bij Bronnen) kan deze werkwijze
echter leiden tot ''imbalances'' in de diskussies
omdat ''niet alle ambassadeurs en officials hetzelfde
niveau van technische expertise hebben''.
NAAR TEKST
[7]
Ofwel ergens tussen ''stille diplomatie en volledige
onderhandelingen'' in. NAAR
TEKST
[8]
Volgens Martin Khor van Third World Network was
er sprake van onenigheid binnen de WTO-staf en
stelde de persoonlijke aanpak van Falconer Lamy
voor voldongen feiten. NAAR
TEKST
[9]
Sinds begin november waren er al bijeenkomsten
over de hervatting van de GATS-onderhandelingen.
De VS en de EU willen zo snel mogelijk echte onderhandelingen
over markttoegang en domestic regulation agenderen,
en nieuwe sluitdata voor herziene aanbiedingen
en eindaanbiedingen vaststellen. Volgens Martin
Khor van TWN (zie Bronnen) is het echter onwaarschijnlijk
dat deze onderhandelingen eerder zullen beginnen
dan die over landbouw. NAAR
TEKST
[10]
Op de inauguratiedag van de Senaat op 4 januari
kunnen ze die meerderheid echter nog verliezen.
Mocht de ziekgeworden Demokratische senator van
South Dakota, Tim Johnson, op die dag te ziek
zijn om zijn zetel in te nemen, dan wordt hij
vervangen door een Republikein. Senaatsvoorzitter
Dick Cheney (!) krijgt vervolgens een doorslaggevende
stem daar waar ''de stemmen staken''! Uit: ''Democratic
Sen. Johnson in Stable Condition After Brain Surgery,''
door Charles Babington, in de Washington Post
van 15 december 2006 (http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2006/12/14/AR2006121400379.html).
NAAR
TEKST
[11]
Interessant in dit verband is wel dat enkele WTO-tegenstanders
in het parlement zijn verkozen. NAAR
TEKST
[12]
Voor een uitgebreide analyse over de positie van
Democraten ten aanzien van handel, zie: ''Democratic
win to affect US Trade Policy - but how?,'' Bridges
Weekly Trade News Digest vol 10, nr 38, van 15
november 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-11-15/story3.htm)
NAAR
TEKST
[13]
Zie ook noot 1. NAAR
TEKST
[14]
Wegens hoge extra kosten en wegens afscherming
van de importmarkt voor niet gecertificeerde producten.
NAAR
TEKST
[15]
Dit betreft de door de Amerikanene gehanteerde
definities van subsidies... NAAR
TEKST
[16]
'''Narrow Window Of Opportunity' To Secure TPA
Renewal, Says Bush Administration,'' Bridges Weekly
Trade News Digest vol 10 nr 42, van 13 december
2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-12-13/story4.htm).
NAAR
TEKST
[17]
''Could higher prices sweeten U.S. WTO offer?,''
Farmweek, van 20 december 2006 (http://farmweek.ilfb.org/viewdocument.asp?did=9833&
drvid=114&r=1.585025E-02).
NAAR
TEKST
[18]
Zie: http://www.chathamhouse.org.uk/pdf/meeting_transcripts/
141106sutherland.pdf Ook door anderen wordt
gewaarschuwd (voor gevaar van protectionisme en
verlies aan vertrouwen), zie: ''IMF's Lipsky Warns
Failure of WTO Talks May Spur Protectionism,''
door Mark Drajem en William McQuillen (http://www.bloomberg.com/apps/news?pid=20601086&sid=aaIs7_v_
lmqQ&refer=news).
NAAR TEKST
[19]
''Lamy: Concluding round in 2007 not out of reach
yet,'' Bridges Weekly Trade News Digest vol 10
nr 43, van 20 december 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-12-20/story1.htm).
NAAR
TEKST
[20]
Die is gepland aan de vooravond van het World
Economic Forum van 24 tot en met 28 januari.
NAAR TEKST
[21]
''2007 Seen as a Potentially Defining Year
for the Current Round of Global Trade Talks,''
door John Zaracostas, New York Times van 26 december
2006 (http://www.nytimes.com/2006/12/26/
business/worldbusiness/26trade.html)
NAAR TEKST
NAAR
INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) Van General Agreement on
Trade in Services naar General Agreement on Public
Services
(Steun de) Campagne voor behoud en regulering
van publieke diensten.
(door Henry van Maasakker)
De sociale strijd om behoud van publieke diensten,
is na de Bolkenstein Richtlijn, nog lang niet
gestreden, en zal in de eerste helft van 2007
zelfs op haar hoogtepunt komen nu de Europese
Vakbonden de strijd aan binden met de Europese
Commissie om met Raamwetgeving omtrent behoud
van publieke diensten te komen.
Vanaf 1 januari 2007 is Duitsland voorzitter van
de Europese Raad (en voorzitter van de G8). De
regering Merkel heeft zich ten doel gesteld het
Europese Grondwettelijke Verdragvoorstel (in gewijzigde
vorm), de Lissabon Strategie en het Europese buitenlandse
handelsbeleid (Doha Ronde) nieuw leven in te blazen,
aldus ATTAC Duitsland in haar persverklaring van
28 december 2006 [1]
Deze drie neoliberale projecten verkeren in crisis.
Nederland en Frankrijk zeiden 'Neen' tegen de
EU-"grondwet", de Lissabon Strategie
liep op de klippen na 3 maanden van stakingen
en bezettingen in Frankrijk gericht tegen versoepeling
van het ontslagrecht, en de Doha Ronde van de
WTO stagneerde mede door de rigide opstelling
van de EU in diverse kwesties.
Dit "nieuw leven inblazen" zal echter
op een toenemend maatschappelijk verzet stuiten,
niet alleen vanuit de Sociale fora - nationaal
en internationaal waar veel NGO's vertegenwoordigd
zijn, maar ook steeds meer vanuit politieke partijen
en vakbonden. Zo pakte een coalitie van NGO's
en vakbonden, ondersteund door diverse linkse
partijen, onlangs het verzet tegen de dienstenrichtlijn
van de Europese Commissie - ook bekend als de
Bolkenstein Richtlijn weer op [2].
Op 15 november 2006 en na verschillende
discussierondes - aanvaarde het Europese Parlement
een compromistekst over de dienstenrichtlijn.
Diverse linkse partijen, waaronder de socialisten
en de Groenen [3]
stemden tegen dat compromisvoorstel omdat het
veel onduidelijkheden en onzekerheden bevat. Zo
is niet duidelijk welke diensten er nu wel of
niet onder zullen vallen.
Bescherming van Publieke Diensten
Deze bezwaren worden gedeeld door diverse vakbondsfederaties
in Europa (zoals het FNV en de Duitse DGB) die
verenigd zijn in de European Trade Union Confederation
(ETUC) [4].
Op 27 november, dus binnen 14 dagen na aanvaarding
van het compromisvoorstel over de Bolkenstein
Richtlijn, lanceerde die een campagne (met handtekeningen-aktie)
waarin de Europese Commissie wordt opgeroepen
om met raamwetgeving te komen ter bescherming
van publieke diensten [5].
Het blijkt noodzakelijk om de publieke diensten
zoveel mogelijk te beschermen. De Commissie is
namelijk al geruime tijd bezig met het opstellen
van andere richtlijnen gericht op verdere liberalisering
en privatisering van diensten. Daaronder vallen
de posterijen, de spoorwegen, de publieke omroepen,
en de gezondheidszorg, die volgens de tegenstanders
deel uitmaken van het publieke domein. In maart
2004 verzocht de Europese vakbeweging de Europese
Commissie al om een moratorium op liberalisering
(van diensten) in te stellen, maar de Commissie
gaf daaraan geen gehoor. Ze wil nu jurisprudentie
van het Europese Hof van Justitie gebruiken om
onder het compromisvoorstel van 15 november 2006
uit te komen, en, om zo haar zin door te drijven.
Volgens de ETUC heeft privatisering en liberalisering
van publieke diensten het volgende effect: "(..)
For a number of years, the European Commission
has pursued a policy of market-opening to create
competition and a free market. Often, liberalisation
has had the effect of replacing single, public
monopolies with a large group of private quasi-monopolies.
Furthermore, such liberalisation has reduced the
accessibility and sometimes the quality of public
services, and has not benefited consumers (
)".
[6]
Ondanks het groeiende maatschappelijke verzet
tegen de neoliberale politiek van de Europese
Commissie, het verzoek om een moratorium op liberalisering,
en het verzoek om een raamwetgeving voor"publieke
diensten van algemeen belang" [7]
blijft het akelig stil in Brussel.
Handtekeningenaktie
Tegen deze achtergrond is de ETUC in samenspraak
met de bij haar aangesloten bonden zoals de DGB
en de FNV, een campagne en een petitie of handtekeningenactie
begonnen ter behoud van de publieke diensten en
om de EC te dwingen met raamwetgeving te komen
ter bescherming en behoud van de publieke diensten.
Wat doet de Europese Commissie dan eigenlijk op
het gebied van behoud en verbetering van publieke
diensten? De ETUC constateert het volgende: "(
)
[the Commission] is getting lost in a maze of
hesitation involving Green Papers, White Papers
and Communications, but failing to put forward
a proposal for legislation. The ETUC has proposed
a moratorium on liberalisation. It has also put
forward a framework directive on services of general
economic interest. But the Commission refuses
to take action (
)." [8]
Vakbondsakties tegen marktwerking
De FNV gaat daarom samen met haar Duitse zuster,
de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB) actie voeren.
Jongerius van de FNV en Sommer van de DGB zien
veel overeenkomsten in ontwikkelingen in Duitsland
en Nederland. In beide landen worden bijvoorbeeld
in steeds meer publieke sectoren marktwerking
en marktprikkels geïntroduceerd; overigens
vaak ten koste van de toegang, de kwaliteit en
de geldende arbeidsvoorwaarden van het personeel.
De FNV en de DGB zullen zich samen, maar ook
met de andere lidorganisaties van het EVV, hard
maken voor een socialer Europa. De beide bonden
eisen dat de Europese Commissie het algemene belang
voorrang geeft. Diensten die van algemeen belang
zijn, moeten worden beschermd. Iedereen heeft
immers recht op toegang tot, bijvoorbeeld, goede
gezondheidszorg. De Europese bonden verzamelen
op dit moment via internet handtekeningen van
Europese burgers. De DGB en de andere lidorganisaties
van de ETUC hopen 1 miljoen handtekeningen te
verzamelen. De campagne loopt tot aan het ETUC
congres van 21 tm 24 mei 2007 in Sevilla.
De handtekeningenactie op het Internet is
onder deze link te vinden: http://www.petitionpublicservice.eu/
Een oproep aan de lezer:
Steun een Sociaal Europa met goede en toegankelijke
publieke dienstverlening en teken deze belangrijke
petitie. (En zet daarmee tegelijkertijd een stap
in de richting van een wereldwijde overeenkomst
over publieke diensten, het General Agreement
on Public Services [9]).
Noten:
[1]
Zie persverklaring "Wissenschaftler
fordern öffentliche Diskussion über
Europapolitik" (http://www.attac.de/aktuell/presse/presse_aus
gabe.php?id=651) en de uitgebreide stellingname
van de wetenschappelijke Raad van ATTAC in "Ein
Europa des Friedens, der Arbeit und der Solidarität
- Erklärung des Wissenschaftlichen Beirats
von Attac zur deutschen EU-Ratspräsidentschaft,
Dezember 2006" (http://www.attac.de/aktuell/presse/
docs/BeiratStellungnahme-EU-Praesidentschaft-Dez2006.pdf).
NAAR
TEKST
[2] Tegen
deze richtlijn die de liberalisering en privatisering
van diensten beoogt, werd intensief en langdurig
campagne gevoerd. Zo was er op 14 februari 2006
een grote demonstratie in Strassburg. Voor nadere
informatie over de dienstenrichtlijn, zie http://www.dienstenrichtlijn.nl/nieuws/
NAAR
TEKST
[3] Zie
daarover ondermeer http://europa.sp.nl/bericht/12076/061115-
sp_stemt_tegen_dienstenrichtlijn.html en http://www.groenlinks.nl/europa/nieuws/dienstenrichtlijn-tweede-lezing
NAAR
TEKST
[4]In
het Nederlands: EVV. De ETUC omvat 81 nationale
vakbondsfederaties uit 36 Europese landen, alsmede
12 Europese industriefederaties en heeft in totaal
60 miljoen leden. Voor een lijst van ondersteuners
van de campagne, zie: http://www.etuc.org/a/3125).
De European Federation of Public Service Unions
(EPSU) heeft zich inmiddels ook aangesloten.
NAAR TEKST
[5] Zie: http://www.etuc.org/spip/recherche.php3?recherche=General+
Agreement+on+Public+Services NAAR
TEKST
[6]
"In November 2006, the ETUC launches a petition
on public services" (http://www.etuc.org/a/3088?var_recherche=petition).
NAAR
TEKST
[7]
Tot 1986 waren openbare
diensten in de EU al díe overheidsdiensten
die waren uitgesloten van concurrentie. Een en
ander veranderde toen de Europese Commissie onder
leiding van Jacques Delors twee andere begrippen
en regelingen introduceerde: de 'diensten van
algemeen belang' (DAB) en 'diensten van algemeen
economisch belang' (DAEB). De DAB worden tot op
zekere hoogte door de overheid gereguleerd en
gecontroleerd en de gebruiker betaalt geen prestatievergoeding
(bijv. rechtspraak). Bij de DAEB gaat het om soortgelijke
diensten maar met een gebruikersprijs (bijv. watervoorziening).
Toch zijn ook deze twee categorieën nooit
goed gedefinieerd. Meer hierover in "Sept.
2006: Dienstenrichtlijn en Witboek 2004 (weer)
in Europees parlement - Europese vakbondscampagne
voor bescherming van openbare en sociale diensten,"
door Rob Bleijerveld, 6 juni 2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060606-7468.htm#d).
NAAR
TEKST
[8]
Zie noot 6. NAAR
TEKST
[9]Sinds
2005 voeren een aantal organisaties op initiatief
van Public Services International, Consumers International,
One World Action en Public World campagne om te
komen tot de invoering van een General Agreement
on Public Services (GAPS). Zie: http://www.gapscampaign.org/
en "Bridging the Gaps, The case for a General
Agreement on Services" (http://www.
consumersinternational.org/Templates/Internal.asp?NodeID=94123).
NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) Cultureel nationalisme vs.
cultuureconomisch globalisme
(door Kornee van der Haven)
De Unesco Convention als reactie op cultuurhandel
in de GATS: De kunstenaar mag nog denken in termen
van kunst als middel tot zelfontplooiing, emancipatie,
verwondering of politieke reflectie, overheden
denken bij publieke financiering in de sector
echter alleen aan het veronderstelde economisch
belang voor de nationale economie. Een nieuw UNESCO-akkoord
'ter bevordering en bescherming van de diversiteit
van culturele uitwisseling' verandert daar niets
aan.
Cultuur en economie zijn meer met elkaar verweven
dan ooit en de commercialisering van het culturele
leven is een feit. Publieke financiering krijgt
de kunstsector ogenschijnlijk alleen nog vanwege
het veronderstelde economisch belang van die sector
voor de nationale economie. Traditionele functies
van kunst als middel tot zelfontplooiing, emancipatie,
verwondering of politieke reflectie, bestaan in
het beste geval alleen nog in het hoofd van de
kunstenaar. Dit is een ontwikkeling die decennia
geleden al is ingezet en nog steeds voortduurt.
Een ontwikkeling die inherent is aan de massaliteit
van de huidige cultuurproductie en de afstand
tussen (cultuur)consumenten en (cultuur)producenten,
zoals Arthur Lehning in 1969 al vaststelde:
De mogelijkheden [tot zelfexpressie] zullen abstract
blijven zolang [...] er een scheiding bestaat
tussen degenen, die de massacultuur produceren
en de consumenten van de 'cultuurgoederen', zoals
dit ook in het economische produktieproces het
geval is.[1]
Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw fungeert
de WTO als de globale motor achter dit proces
van 'vermarkting' en 'massaficatie' van cultuur.
Het neoliberale utopische streven van dit instituut
naar een wereldwijde vrije markt herinnert ook
de Nederlandse politici regelmatig aan het belang
om de positie van de Nederlandse cultuur binnen
een wereldwijde cultuurmarkt te versterken. Onlangs
nog onderstreepten de staatssecretarissen van
Buitenlandse Zaken en OC&W dit belang in een
brief aan het parlement: "Tal van Nederlandse
culturele producten, variërend van de dance
van DJ Tiësto tot en met de ontwerpen van
Hella Jongerius, vinden een gretige afzet in het
buitenland."[2]
Culturele vernieuwing zit hem volgens deze politici
niet langer in het experiment als zodanig, maar
in de 'onorthodoxe' neiging van kunstenaars met
hun werk economisch-innovatief aan de slag te
gaan: "wij [gaan] steun verlenen aan nieuwe
en soms ook onorthodoxe cultuuruitingen die economisch
innovatief en veelbelovend zijn."[3]
De ideologie van de WTO werkt door op nationaal
niveau - ook in de Haagse politiek - dat moge
blijken uit de intenties van Nederlandse beleidsmakers
om cultuur ook internationaal gezien 'concurrerend'
en economisch succesvol te maken. Cultuur fungeert
hierbij bovendien als een - zij het veelal symbolische
- 'nationale uitstalkast' die moet laten zien
wat de Nederlandse creatieve industrie allemaal
in huis heeft. De vraag of DJ Tiësto zomaar
overal vrijelijk op de wereldmarkt zijn dance
kan aanbieden en daarbij op gelijke wijze als
buitenlandse concurrenten behandeld wordt, blijft
voorlopig nog onbeantwoord, nu de WTO-onderhandelingen
in juli dit jaar geheel stil zijn komen te liggen
en vooralsnog niet hervat zijn.[4]
Binnen de WTO bestaat grote onenigheid over de
vraag of het wel zo goed is te komen tot een wereldwijde
cultuurmarkt. Met name de EU (met uitzondering
van Oostenrijk) blijft wat dit betreft tegenstribbelen
en heeft vooralsnog met geen enkel ander WTO-lid
afspraken gemaakt op het gebied van markttoegang
of nationale behandeling ten aanzien van de culturele
sector. Andere leden van de WTO hebben er meermaals
op aangedrongen toegang te krijgen tot de Europese
audiovisuele markt - een van de meest commerciële
van het nog 'ongeliberaliseerde' deel van de globale
cultuursector. De EU is er echter in geslaagd
om de 'meest begunstigde natie'-behandeling -
de verplichting om ondernemers uit andere WTO-landen
op eenzelfde manier te behandelen als eigen producenten
- ten aanzien van de culturele sector niet in
alle gevallen uit te hoeven voeren, door een aantal
uitzonderingen op deze regel vast te laten leggen.
Een van die uitzonderingen maakt het voor EU-lidstaten
mogelijk om nationale producties te financieren
die aan bepaalde 'linguistic and origin criteria'
voldoen.[5]
Subsidiëren van bijvoorbeeld (commerciële)
Nederlandse films mag nog steeds en kan binnen
de WTO door andere leden nog niet worden aangevochten.
Ook zijn er uitzonderingen gemaakt op gebied van
archiefwezen, musea en bibliotheken.
Voortbouwend op deze 'cultural exceptions' in
de GATS is onlangs de Unesco-conventie 'Convention
on the protection and promotion of the diversity
of cultural expressions' tot stand gekomen.[6]
Met name Canada en Frankrijk hebben zich sterk
voor dit verdrag ingezet. In Artikel 8 van dit
verdrag wordt duidelijk gesteld dat "partijen
alle passende maatregelen mogen aanwenden om culturele
uitingen te beschermen als deze in hun bestaan
bedreigd worden."
Behalve het stimuleren van binnenlandse cultuursector,
maakt dit ook de weg vrij om quota voor buitenlandse
producties in te stellen of te handhaven. De mogelijkheden
voor bescherming van de nationale cultuur zijn
in dit verdrag veel breder gedefinieerd dan in
de culturele uitzonderingen in het GATS verdrag.
Het verdrag moet zich juridisch nog bewijzen,
maar het is mogelijk dat het op een aantal punten
meer gewicht in de schaal zal leggen dan de GATS,
zoals Herald Voorneveld, voormalig vertegenwoordiger
bij de Unesco, onlangs beweerde.[7]
Voorneveld stelt dat de Unesco-conventie "een
zekere mate van soevereiniteit overdraagt aan
een gouvernementeel werkend comité (Unesco)"
en zich niet beperkt tot een verzameling bilaterale
contracten, zoals in het geval van de GATS.
Naar aanleiding van de Unesco-conventie zou kunnen
worden geconcludeerd dat economische globalisering
van cultuur een halt is toegeroepen en dat de
'andersglobalistische beweging' hier een overwinning
heeft geboekt. Niets is natuurlijk minder waar.
Ondanks de doelstelling te streven naar meer culturele
uitwisseling zoals die in de Unesco-conventie
(artikel 12) is opgenomen, lijkt de totstandkoming
van het verdrag meer te maken met conservatisme
en cultuurnationalistische neigingen van enkele
lidstaten, voorop Frankrijk.
Nationale culturele grenzen worden verder afgebakend,
terwijl de kunst nu juist zo'n mooi middel is
om mensen over taal- en cultuurgrenzen heen met
elkaar te laten communiceren. Ook de onafhankelijke
positie van de kunsten in politiek en economisch
opzicht wordt met dit beleid niet gediend. Het
thema 'economie en cultuur' staat immers overal
in Europa hoog op de politieke agenda, ook bij
de landen die de Unesco-conventie ondersteunen.
De doelstellingen van het cultuurbeleid beperken
zich meer en meer tot economische principes. Publieke
steun voor de kunsten lijkt nog slechts te kunnen
worden gelegitimeerd, als de daaruit voortkomende
cultuurproducten op de internationale cultuurmarkt
hun letterlijke waarde kunnen bewijzen.
Terwijl men binnen de Unesco diversiteit en bescherming
van de kwetsbare binnenlandse kunsten predikt,
beperken de culturele beleidsdoelen van nationale
overheden zich vooral tot het internationaal concurrerend
maken van de kunsten en het creëren van meer
potentiële afzetmogelijkheden in het buitenland
voor de eigen 'creatieve economie'.[8]
Cultuur wordt gezien als een economische groeisector,
die kan bijdragen aan creativiteit en innovatie
van ondernemingen. De grote vraag die hierbij
onbeantwoord blijft: levert dit alles betere,
mooiere of een meer diverse kunst en cultuur op?
De mooie doelstellingen van diversiteit en pluriformiteit
in de Unesco-conventie - mede ondersteund door
de Nederlandse overheid - ten spijt, houdt de
Nederlandse overheid zich niet met dergelijke
vragen bezig. Hoe funest de GATS-verdragen ook
kunnen uitpakken voor de culturele diversiteit
in Europa, als de nationale overheid bij wijze
van alternatief alleen met cultureel conservatisme,
vergezeld van een weinig inspirerende nationale
uitstalkast van creatief-industriële Holland
Promotie op de proppen komt, dan is er nog steeds
niet veel gewonnen.
Dit artikel werd geschreven voor WTO.ZIP nieuwsbrief
en verscheen op 13 november 2006 op http://www.globalinfo.nl/content/view/1050/30/
Het bijbehorende artikel van Kornee heet "Kunst
en Vrijhandel" van 9 november 2006 en dat
is te vinden op http://www.globalinfo.nl/article/articleview/1044/1/1/
Noten:
[1]
NAAR
TEKST "Socialisme en democratie",
door Arthur Lehning (in: "Ithaka"; Baarn
1980, p. 88-100, p.100.)
[2]
"Koers Kiezen", visie op internationaal
cultuurbeleid van Nicolaï en Van der Laan
in de vorm van een brief aan de Tweede Kamer (11
mei 2006, p. 6). (http://www.minocw.nl/documenten/19125a.pdf).
NAAR
TEKST
[3]
Idem, p. 7. NAAR
TEKST
[4]
Zie ondermeer WTO.ZIP nieuwsbrief nr. 70 van 21
augustus 2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060821-9770.htm).
NAAR
TEKST
[5]
European Commission, WTO Members' Requests to
the EC and its member states for improved market
access for services, Consultation Document, Version
2, 12 november 2002, p. 34-35. (http://www.arm-wto.am/eng/analytics/WTOMembersrequests_totheECanditsMember
STatesforimprovedMarke.pdf). NAAR
TEKST
[6]
(http://www.unesco.org/culture/diversite/convention)
NAAR
TEKST
[7]
Interview met Voorneveld in het kwartaalmagazine
van St. Internationale Culturele Activiteiten
SICAmag, nr. 30 (themanummer 'Kunst en Vrijhandel',
juni 2006), p. 18-19. (http://www.sica.nl/pdf/SICAMAG30.pdf).
Dit themanummer biedt een goed overzicht over
de discussie over de globalisering van de handel
in 'cultuurproducten'; voor een korte beschouwing
van hierin opgenomen artikelen, zie "Kunst
en Vrijhandel" van Kornee van der Haven,
9 november 2006 (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/1044/1/1/).
NAAR
TEKST
[8]
In "Ons creatieve vermogen - Brief cultuur
en economie" (hoofdstuk 4) van 14-10-2005
is de visie van de Nederlandse ministeries voor
EZ en OCW te vinden (http://www.creativecommons.nl/downloads/ons_creatief_
vermogen.pdf). NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) WSF 2007: Een schets vanuit
Kenia
Van 20 tot 25 januari wordt het 7e Wereld
Sociaal Forum (WSF) gehouden in Nairobi, Kenia
[1].
Vorig jaar waren er drie decentrale WSF's (in
Caracas (Venezuela), Bamako (Mali) en Karachi
(Pakistan) [2].
Nu is er dus weer een centrale.
Onderstaand artikel is van Onyango Oloo, coördinator
van het Keniaans Sociaal Forum [3].
Vertaling: Kees Hudig.
Sociale bewegingen vast van plan hun aanwezigheid
op het WSF door te drukken
Sociale bewegingen in Kenia "willen zien
dat het WSF omgevormd wordt in een ruimte om zich
te organiseren en mobiliseren tegen de smerige
krachten van internationaal financieringskapitaal,
neoliberalisme en al hun lokale neokoloniale en
tussenhandels-collaborateurs," schrijft Onyango
Oloo. Of dit ook zal lukken, is een praktische
kwestie die komende januari uitgetest zal kunnen
worden.
De klok tikt. Met nauwelijks nog een maand te
gaan voordat het 6e Wereld Sociaal Forum (WSF)
begint, zetten sociale bewegingen in Afrika en
elders op de wereld een tandje bij om hun aanwezigheid
kenbaar te maken in de Keniaanse hoofdstad waar
het jaarlijkse evenement gepland is van 20 tot
25 januari.
Er is zeker een vlaag activiteiten te zien in
het gastland zelf. Einde november kwam een bonte
verzameling organisaties en bewegingen bijeen
die verschillende minderheden en veehoedersgroepen
vertegenwoordigden, in het Kenyatta International
Conference Centre om de week van de veehoeders
te vieren. Anders dan bij vorige keren, was de
versie van 2006 speciaal gewijd aan het opbouwen
van steun en mobiliseren voor het WSF. Ontevreden
met hun stereotiepe beeld als culturele artefacten,
gebruikt om buitenlandse valuta op te trommelen
uit het toerisme, besloten de Maasai, Samburu,
Turkana, Rendille, Pokot, Yiaku, Njemps, Ogiek,
El Molo en andere gemarginaliseerde groepen (velen
onder hen uit het historisch verwaarloosde en
systematisch verarmde Noorden van Kenia) dat ze
de ruimte die het WSF bood zouden gebruiken om
thema's naar voren te brengen die voor hun leven
veel belangrijker zijn.
Onder die thema's bevinden zich de land-wetten
uit koloniale tijd en beleid dat hun gemeenschappen
heeft onteigend; het effect van mijnbouw en ontginning
op milieu en leefomstandigheden; discriminerend
beleid door achtereenvolgende regeringen dat zorgde
voor de koppige instandhouding van prekoloniale
armoede en onderontwikkeling; de arrogante veronachtzaming
van zorgen die opgeworpen werden door (bijvoorbeeld)
Samburu vrouwen die jarenlang verkracht werden
door Britse soldaten die daar militaire oefeningen
hielden; voorstellen voor het beëindigen
van conflicten en het creëren van omstandigheden
voor duurzame groei; de rol van jongeren; aanhoudende
spanningen met binnentrekkende boeren en inheemse
Keniaanse tussenhandelaar-zakenmannen die duizenden
hectares land innemen terwijl de veehoeders en
minderheden het doelwit zijn van staatsterreur,
ontruimingen en aanklachten, en andere gerelateerde
zorgen.
Het WSF 2007 zou ook kunnen dienen als gelegenheid
om recente overwinningen te vieren van sommige
gemarginaliseerde groepen. Zo haalden de San in
Botswana de voorpagina's in de hele wereld nadat
in december 2006 een rechtbank oordeelde dat ze
gelijk hadden in hun klacht dat ze onrechtmatig
van hun voorouderlijk land gedwongen waren door
de regering en dat ze het recht hadden om terug
te keren naar hun woonplek in de Kalahari woestijn.
Met dat besluit hijgend in de nek, besloot een
andere rechtbank, dit keer in Kenia, dat de Njemps
minderheid het recht had op een eigen parlementaire
vertegenwoordiger, gezien de jaren van uitsluiting
en marginalisatie door de achtereenvolgende Keniaanse
regeringen, zowel in de koloniale tijd als daarna.
De andere zijde van de medaille is dat de leden
van de Digo-gemeenschap aan de kust van Kenia
ziedend zijn nadat een hooggerechtshof uitspraak
deed in het voordeel van mijnbouwbedrijf Tiomin
(gevestigd in Toronto) en tegen zeven lokale boeren
die weigerden te accepteren dat ze slechts een
schamele compensatie zouden krijgen van het bedrijf
voor het verplaatsen van leden van de gemeenschap
van een plek waar titanium ontgonnen moet worden.
De rechtbank oordeelde ook dat de Keniaanse regering
door mag gaan met het verdrijven van alle boeren
die zich tegen de compensatie keren. De Tiomin-zaak
vormt een baken die geleid heeft tot nationale
en internationale coalities en solidariteitscampagnes
die activisten uit Kenia, Canada, de VS, Italië
en andere delen van de wereld verenigt.
Ook de Yiaku-mensen zijn zeer actief geweest
met plannen voor het World Social Forum 2007.
Ze hebben tenminste twee vertegenwoordigers in
het Organiserend Comité en zijn actief
binnen de Sociale Mobilisatie Commissie.
Zij hebben een unieke zaak op het gebied van
culturele overleving: in de jaren 1930 werden
ze gedwongen geassimileerd in de grotere Maasai-groep
en gedurende tientallen jaren zijn ze hun taal
kwijtgeraakt zodat nu nog maar tien mensen (meest
bejaarden) in de Yiaku-taal kunnen communiceren.
Momenteel zijn ze weggestopt in het binnenste
van het Mukogodo-woud aan de rand van Nanyuki-stad
in het district Laikipia in centraal Kenia. Maar
in hun vastbeslotenheid om te blijven vechten
voor zelfbeschikking, hebben ze zich verenigd
met andere gemarginaliseerde en met uitsterven
bedreigde volken in Afrika en in de wereld en
ze zullen ongetwijfeld indrukwekkende getuigenissen
delen tijdens het evenement in januari.
Bewoners van de zogenaamde mitaa ya mabanda
of informele nederzettingen in Kenia - van de
uitdijende krottenwijken van Kibera en Mathare
tot de minder bekende Huruma, Korogoacho, Mukuru,
Konedel, Chaani en andere sloppenwijken, zitten
midden in het gebeuren. Het Kutoka netwerk werkt
nauw samen met deze gemeenschappen om te zorgen
voor een massale aanwezigheid van bewoners van
deze wijken op het WSF 2007. Een van de hoogtepunten
van hun activiteiten zal een marathon zijn die
z'n weg slingert van de krotten van Nairobi naar
het historische Uhuru Park, de plek waar de openings-
en sluitingsceremonies gehouden zullen worden.
Straatventers, die de meest recente slachtoffers
zijn van gemeentelijke bestuur en staatsterreur
in de Keniaanse hoofdstad, organiseren zich ook
om deel te nemen. Ten dele doen ze dit om de beeldvorming
van de media tegen te gaan dat ze niet meer zijn
dan een stel boeven die samenwerken met georganiseerde
criminelen om het zakencentrum van Nairobi onveilig
te maken.
Vrouwen in Afrika en over de wereld zijn druk
bezig om hun aanwezigheid op het WSF 2007 te organiseren
in samenwerking met het in Nairobi gebaseerde
FEMNET en de in Kampala gevestigde AWEPON, waarbij
ze heel bewust aanhaken bij vergaderingen als
de Feministische Dialogen om een effectieve deelname
door vrouwen te verzekeren.
De Keniaanse vakbeweging betrad het WSF-proces
tamelijk laat in september 2006 en vond zijn weg
na wat struikelingen. Eerst was er een grote strijd
rond de term "recht op fatsoenlijk werk"
dat ingevoegd werd in de centrale richtlijnen
van het WSF 2007, omdat wat WSF-veteranen bezwaar
hadden tegen het invoeren van een specifieke campagne
van de ILO in een breed platform zoals het WSF.
Uiteindelijk werd er een compromis bereikt en
werd de term overgenomen na hevige discussies
achter de schermen.
Meer recentelijk werd op een persconferentie
die georganiseerd was door de leiding van de Keniaanse
vakbeweging, onterechte beschuldigingen aan het
secretariaat van het WSF 2007 geuit, die kwaad
bloed zetten, maar wat ook weer weggepoets werden
na een persoonlijke ontmoeting tussen de twee
kampen.
Zelfs al voor de aankomst van COTU (de Keniaanse
Vakbondsfederatie) op de WSF-scene, waren arbeiders
en hun problematiek terdege deel van het WSF-proces
met Zuid Afrika's COSATU als lid van de Internationale
Raad van het WSF en OATUU (Organisatie van Afrikaanse
Vakbonds Eenheid, vert.)-leider Hassan Sunmonu
een van de meest bekende aanwezigen op bijeenkomsten
van het Afrikaans Sociaal Forum. Elders op de
wereld zijn organisaties als de Canadese Canadian
Labour Congress en andere vakbondsgroepen al vanaf
het begin ondersteuners van het WSF-proces.
In Kenia hebben organisaties als de Kenia Human
Rights Commission (KHRC) lange tijd gewerkt aan
het naar voren brengen van de problematiek rond
export processing zones (EPZ), loonslaven en werkers
op bloemenfarms. De KHRC heeft onlangs een internationaal
forum georganiseerd voor vakbondsactivisten uit
Thailand, Indonesië, Zuid-Afrika, Uganda,
Tanzania, Kenia en andere delen van de wereld,
om te praten over de thema's die arbeiders naar
het WSF 2007 zouden willen brengen.
De Kenya Land Alliance, een van de oprichtende
leden van het Keniaans Sociaal Forum en lid van
het WSF 2007 Organiserings Comité, heeft
het afgelopen jaar boeren, krakers, vissers, veehoeders
en andere mensen uit het platteland gemobiliseerd
om hun problematiek betreffende land en levensonderhoud
naar het WSF te brengen. De KLA heeft materieel
en anderszins regionale forums ondersteund, zoals
het Coast Social Forum en het Central Social Forum.
Andere dynamische organismes in het Organiserend
Comité van het WSF 2007, zoals het Shelter
Forum, Citizens Assembly en Haki Jamii hebben
ontheemden gemobiliseerd, stedelijke bewoners,
armen, jongeren etc. opdat ze sociale en economische
problemen verwoorden en alternatieven suggereren.
Op wereldschaal heeft de World Assembly of Social
Movements een serie bijeenkomsten en uitwisselingen
gehouden over hoe de WSF-ruimte het best benut
kan worden om sociale bewegingen te versterken.
Op continentaal niveau, zijn de Khanya College
uit Zuid Afrika en de pas gevormde Sankara Centre
voor Social Movements in Kenia vastbesloten om
ervoor te zorgen dat WSF 2007 een gelegenheid
zal zijn om te netwerken en gezamenlijke acties
te ontwerpen met andere sociale bewegingen in
de wereld.
In dezelfde sfeer zal een initiatief dat voortkomt
uit Azië en Afrika prominent aanwezig zijn
op de WSF-bijeenkomst in Nairobi, als activisten
uit die twee enorme continenten elementen zullen
definiëren voor Aziatisch-Afrikaanse solidariteit.
Eenzelfde proces is in ontwikkeling met Latijns
Amerika en Afrika.
Op het formele organiserende niveau zijn al deze
initiatieven, ontmoetingen en voorstellen geconcretiseerd
in een besluit van de Internationale Raad van
het WSF (ondersteund door het lokale organiserende
comité en het Afrikaans Sociaal Forum)
om de vierde dag van het WSF-evenement (24 januari)
te besteden aan het bestendigen van gezamenlijke
acties en campagnes, gedeeltelijk om voortdurende
kritiek en waarnemingen het hoofd te bieden dat
na verloop van jaren het WSF weinig meer voorstelt
dan een praatgebeuren.
Met nog maar enkele weken te gaan voor het WSF
2007-evenement plaatsvindt, is duidelijk dat het
WSF-proces zelf ideologisch betwist terrein is.
Sommige meer activistische types strijden ervoor
dat het WSF-evenement verder komt dan hun beeld
van een jaarlijkse jamboree van NGO's met hun
usual hoge pieten suspects die van het ene seminar
naar de andere workshop fladderen voordat ze terugvliegen
naar hun veilige civil society nestjes.
Sociale bewegingen, waaronder tientallen in Kenia,
willen zien dat het WSF omgevormd wordt in een
ruimte om zich te organiseren en mobiliseren tegen
de smerige krachten van internationaal financieringskapitaal,
neoliberalisme en al hun lokale neokoloniale en
tussenhandel-collaborateurs.
Of dit gerealiseerd kan worden is een praktische
kwestie die komende januari in Nairobi uitgetest
zal worden.
Noten:
[1] Website: http://www.wsf2007.org/
Website voor het organiseren van workshops: http://www.wsfprocess.net/
NAAR
TEKST
[2] Zie: http://www.wsf2006.org/
NAAR TEKST
[3] Website:
http://www.pambazuka.org/en/category/comment/38952
Onyango Oloo is Nationale Coördinator van
het Keniaans Sociaal Forum. Hij schrijft hier
op persoonlijke titel. Reacties naar editor AT
pambazuka.org of online naar http://www.pambazuka.org
NAAR
TEKST
NAAR INHOUD