WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 70 (deel 3/3) van 3 september 2006

O) Het IMF: Krimpen of Zinken!: een gezamenlijke verklaring en strategiepaper
Oproep: onderteken en neem deel aan campagne!

Op 24 juli verscheen "Het IMF: Krimpen of Zinken!: een gezamenlijke verklaring en strategiepaper" op de website van Focus on the Global South [1]. Dit document is het resultaat van twee maanden van samenwerking tussen een aantal organisaties die deelnamen aan de "Strategy Session on the International Monetary Fund" van eind april in het Institute for Policy Studies te Washington [2].
De opstellers roepen organisaties wereldwijd op om de verklaring te ondertekenen voorafgaand aan de herfstvergadering van de Bretton Woods Institutions (IMF en Wereldbank) van 13 tm. 20 september in Singapore. Met de aanbieding van de verklaring en lijst van ondertekenaars aan de deelnemende regeringen in september wordt het startschot gegeven voor een wereldwijde campagne tegen het IMF. Andere activiteiten in september zijn een conferentie over de toekomst van het Fonds op 17 september in Singapore en alternatieve activiteiten in het nabijgelegen Batam (Indonesië) op 15 tm. 19 september [3].

De initiatoren zijn: Institute for Policy Studies; Sisters of the Holy Cross Congregation Justice Committee; Focus on the Global South; Jubilee South; 50 Years is Enough; Gender Action; Nicaragua-US Friendship Office; Solidarity Africa Network; Development Gap; Citizens' Action for Essential Services; Intercultural Resources-Lokayan; Jerry Mander, co-director, International Forum on Globalization.


De kwetsbaarheid van het Internationale Monetaire Fonds was nog nooit zo groot als nu. Het Fonds lijdt aan een drievoudige crisis - een legitimiteitscrisis, een begrotingscrisis en een rollencrisis - en die criss is in zijn 62-jarige bestaan ongeëvenaard. Deze omstandigheden verschaffen de tegenstanders de gelegenheid om het Fonds drastisch te laten krimpen, om zijn macht te ontnemen (disempower), of zelfs te ontmantelen. Als deze gelegenheid niet wordt aangegrepen, kan het zijn dat door veranderende omstandigheden het IMF alsnog wordt versterkt en gered.

Tien jaar geleden was het Fonds nog zeer ambitieus en ging hij er arrogant van uit te weten wat het beste was voor ontwikkelingslanden. Nu ligt het IMF onder vuur, verbergt hij zich achter vier muren in Washington, DC. en is niet in staat om een effectief antwoord te formuleren op de kritiek van een groeiende groep organisaties.

Legitimiteitscrisis

De omslag in het welzijn van het Fonds is voornamelijk het gevolg van de Aziatische financiële crisis die een einde maakte aan de vermaarde tijgereconomieën in de zomer en herfst van 1997. De Azië-crisis was het "Stalingrad" van het IMF en hij is de klap nooit te boven gekomen. Of zoals Dennis de Tray, een voormalig IMF-official die op het moment van crisis bij de Wereldbank in Jakarta werkte, het uitdrukt: "Fund lost its legitimacy then, and it never recovered it" [4].

Het Fonds liep drie vernietigende klappen op tijdens de crisis.
Ten eerste werd het gezien als beleidsverantwoordelijke voor de ontmanteling van kapitaalbeheersingsmaatregelen door vele Oostaziatische regeringen in de jaren voorafgaand aan de crisis. Dit beleid van "capital account liberalization" leidde weliswaar tot het aantrekken van vele miljarden dollars aan speculatief kapitaal tussen 1993 en 1997, maar zorgde er tevens voor dat er geen hindernissen waren voor de kapitaalvlucht die optrad tijdens de panieksituatie in de zomer van 1997. In een paar weken tijd werd 100 miljard dollar onttrokken aan de economieën van Indonesië, de Filippijnen, Thailand, Maleisië en Zuid-Korea.

De tweede klap was de wijdverspreide opvatting dat de vele miljarden dollars van de IMF-reddingsoperaties voor de getroffen landen niet bedoeld waren voor het redden van de economieën van deze landen maar voor het afbetalen van buitenlandse schuldeisers en speculanten. Zo verloor Citibank met een zeer uitgebreide "aanwezigheid" in Azië geen cent door de crisis. Deze schandalige ontwikkeling leidde tot scherpe kritiek op het IMF, zelfs van de kant van vrijmarktadepten. Daaronder George Shultz, voormalig Secretary of State van de VS onder Richard Nixon, die zei dat het Fonds een gevaar oplevert voor de moraal ("moral hazard") en daarom zou moeten worden afgeschaft.

De derde slag voor het IMF kwam voort uit de gevolgen van de stabilisatieprogramma's die hij opdrong aan de landen in economische crisis. Door tegen beter weten in de nadruk te leggen op het snijden in de overheidsuitgaven om de inflatie terug te dringen, versnelden deze programma's in feite het afglijden van deze economieën in recessie.

Het Aziatische financiële debakel gaf de aanzet voor voortdurende herziening van de structurele aanpassingsprogramma's die IMF en Wereldbank sinds 1980 aan ruim 90 economieën in ontwikkeling of overgang oplegden. Slechts enkele van de programma's leidden tot groei, afname van ongelijkheid, en afname van armoede zoals beloofd aan alle deelnemende landen. De "shocktherapie"-programma's van het IMF zorgden er in de 90-er jaren voor dat de rijen van armen aanzwelden met miljoenen mensen in Rusland en Oost-Europa [5]. De resultaten waren dermate slecht dat het voortgezette structurele aanpassingsprogramma van het IMF hernoemd werd tot "armoedereductie en groeifaciliteit (PRGF).".

Terwijl het Fonds in 2002 nog steeds wankelde als gevolg van de Azië-crisis, stortte de economie van Argentinië in. Dat land was niet in staat om $100 miljard af te lossen van zijn $140 miljard aan buitenlandse schuld. Misschien meer dan elk ander land had Argentinië het neoliberale recept van het IMF tot op de letter toegepast, met de invoering van ondermeer een vergaande deregulering, een omvangrijke tariefliberalisering, en financiële liberalisering. Het IMF was tevens de grootste supporter van de Argentijnse Valuta Raad die de voorraad aan pesos, de Argentijnse munt, bond aan de in het land circulerende dollars. Toen dit pakket van beleidsmaatregelen in 2001 en 2002 een mislukking bleek, was het ook gedaan met de geloofwaardigheid van het IMF omdat die miljarden dollars aan stabilisatieleningen had verschaft om het Argentijnse beleid te steunen.

De nadagen van de crisis bleken zelfs nog meer vernietigend. Na de verkiezing van Nestor Kirchner in 2003 tot president, verklaarde deze dat zijn regering de staatsschuld aan particuliere schuldeisers zou terugbetalen tegen een koers van 25 cent per dollar. Woedende schuldeisers wilden dat het IMF Kirchner tot de orde zou roepen, maar het IMF - met zijn reputatie aan flarden en zonder invloed van enige betekenis - trok zich terug en ging de confrontatie uit de weg. Zo lukte het de Argentijnse president om deze vergaande afschrijving van de staatsschuld aan de internationale particuliere sector door te drukken.

Een aantal ontwikkelingslanden, waaronder Argentinië en Brazilië, verbrijzelden daarop het imago van het Fonds als onmisbare leeninstantie van laatste toevlucht. Na de eerste serie aflossingen ging Kirchner door met het volledig afbetalen van de Argentijnse schuld aan het IMF. Ook Brazilië loste zijn hele IMF-schuld in. Beide konden zich zo onafhankelijk verklaren van een instelling die erg wordt gehaat in Latijnsamerika.

Begrotingscrisis

De legitimiteitscrisis veroorzaakte financiële gevolgen. In 2003 verklaarde de Thaise regering dat het de meeste van zijn IMF-schulden had afbetaald en stelde dat het kort nadien financieel onafhankelijk zou zijn van de organisatie. Indonesia beëndigde zijn leenovereenkomst met het Fonds in 2003 en kondigde recentelijk aan zijn schuld van meerdere miljarden dollar in twee jaar te zullen afbetalen [6]. Een aantal andere, grote leners in Azië, zich bewust van de vernietigende gevolgen van het door het IMF opgelegde beleid, zagen af van het aangaan van nieuwe leningen bij het Fonds. Onder deze landen zijn de Filippijnen, India en China. Deze trend is nu verterkt doordat Brazilië en Argentinië na het recentelijk aflossen van hun schulden en het uitroepen van hun financiële souvereiniteit, duidelijk aangaven niet meer te zullen lenen.

Deze boycot door de grootste leners vertaalt zich feitelijk in een begrotingscrisis. Want de operaties van het IMF werden de laatste twintig jaar in toenemende mate betaald uit schuldafdrachten van zijn ontwikkelingsklanten, meer dan uit de bijdragen van rijke noordelijke regeringen. Die laatsten zorgden er met opzet voor dat de leners de kosten voor het instandhouden van de instelling gingen dragen. Volgens cijfers van het IMF leiden deze ontwikkelingen ertoe dat de betaling van rente en schulafdracht met ruim de helft zullen afnemen, van 3,19 miljard dollar in 2005 tot 1,39 miljard dollar in 2006, en daarna verder tot 635 miljoen dollar in 2009. Ngaire Woods, IMF-deskundige van de Oxford University, Fund, beschreef het effect als een "enorme deuk in het budget van de organisatie" [7].

Rollencrisis

Het IMF zoekt tevergeefs naar een nieuwe rol nu zijn rol als tuchtmeester van onder schuldenlast lijdende landen en afdwinger van structurele aanpassing geërodeerd is.

Een poging van de G7 om het Fonds een centrale rol te geven in een nieuwe "wereldwijde financiele architectuur" liep met een sisser af. De G7 wilde het IMF het beheer geven over een kredietsysteem voor crisismanagement (contingency credit line) waartoe landen toegang hebben waar een financiële crisis dreigt uit te breken mits ze voldoen aan de door het IMF goedgekeurde macroeconomische voorwaarden. Het plan werd echter afgevoerd omdat het beeld van een regering die toegang zoekt tot de kredietlijn op zich al een financiële paniek zou kunnen veroorzaken terwijl zo'n regering die juist probeert te voorkomen.

Een andere voorstel - het opzetten van een door het IMF geleide "Sovereign Debt Restructuring Mechanism" - sneuvelde ook. Het ging om een internationale versie van het Chapter 11 faillisementsmechanisme (van het NAFTA-akkoord [8]) dat landen bescherming zou moeten bieden tegen schuldeisers op basis van een schuldenherstructureringsplan. Zuidelijke landen wierpen tegen dat het plan te zwak was en de VS wezen het af omdat ze bang waren dat het de handelingsvrijheid van Amerikaanse banken teveel zou inperken.

Tijdens de lentebijeenkomst van het IMF van dit jaar werd het Fonds opgedragen om de relaties tussen landen te controleren (monitor) die betrokken zijn bij wereldwijde, macroeconomische onevenwichtigheden - ofwel grootschalige handelsoverschotten of -tekorten. Maar het mandaat was erg vaag en het weerspiegelt heel duidelijk de wanhoop van de G8 die op zoek is naar een geschikte rol voor een internationale economische bureaucratie die overbodig en irrelevant is geworden.

Waarom we nu moeten handelen

Nu het IMF het meest kwestbaar is vanwege de drievoudige crisis waarin het zich bevindt, is dit het meest geschikte moment om een campagne te lanceren om zijn macht te ontnemen, hem te laten "krimpen", zo niet te ontmantelen.

Er zijn drie factoren die in het voordeel kunnen werken van deze campagne.

Ten eerste hebben de grootste ontwikkelingsklanten - zoals boven al aangevoerd - meer dan genoeg van het Fonds en willen ze de relatie stopzetten.

Verder is de Amerikaanse elite meer dan ooit verdeeld over het Fonds. Een belangrijk aantal conservatieven willen het IMF opdoeken. De laatste keer dat in het Amerikaanse Congress werd gesproken over het aanvullen van de financiele middelen van het IMF was in 1998, en slechts op het nippertje werd een maatregel voor aanvulling goedgekeurd. Het valt te betwijfelen of zo'n maatregel het nu wel zou halen.

Tenslotte was er sprake van grote politieke verschillen tussen de VS en belangrijke Europese lidstaten over het IMF. De Europese regeringen wilden het IMF bijvoorbeeld gebruiken om Argentinië te dwingen in elk geval de Europese houders van schuldpapieren af te betalen. Maar de Bush-regering stond onwelwillend tegenover het idee om IMF-geld aan te wenden om Europese speculanten schadeloos te stellen [9]. Een andere uiting van onenigheid betrof het plan om het IMF het "Sovereign Debt Restructuring Mechanism" te laten managen: de Europeanen waren voor maar de VS torpedeerden het plan.

Om kort te gaan, de drie pilaren waarop het Fonds ruim 60 jaar lang stond - het geloof in zijn onmisbaarheid voor ontwikkelingslanden, een "internationalistische consensus" onder de Amerikaanse elite, en de "transatlantische consensus" tussen de Europese en Amerikaanse elites - zijn in belangrijke mate geërodeerd. En dat heeft reële mogelijkheden geschapen voor een wereldwijde campagne van maatschappelijke organisaties om de macht te ontnemen aan het Fonds danwel om de instelling te ontmantelen.

Een onmisbare leeninstantie van laatste toevlucht?

Terwijl een toenemend aantal individuen en groepen die op het IMF-thema actief zijn, het eens zijn over het toenemend disfunktioneren van het IMF, zijn er sommigen die aarzelen om op te roepen om de instelling buiten werking te stellen. Ze hebben het gevoel dat er nog steeds behoefte is aan een instelling van laatste toevlucht waar ontwikkelingslanden geld kunnen lenen [10].

Maar dit is niet langer een realiseerbare rol voor het IMF

Voor vele Aziatische landen is het antwoord op een noodsituatie een regionale instelling die de complexiteiten van de regio beter kent dan het Fonds en die daarom in mindere mate zonder onderscheid voorwaarden zou opleggen. Het Asian Monetary Fund (AMF) dat tijdens de Azië-crisis werd geblokkeerd door een veto van Washington en IMF zou die rol hebben kunnen vervullen. De Oostaziatische landen lijken nu met hun "ASEAN Plus Three"-afspraken de weg in te slaan van het opzetten van zo'n regionale financiële organisatie.

In Latijnsamerika is er ook beweging richting een regionale instelling die ondermeer moet dienen als kapitaalbron en als leeninstantie van laatste toevlucht: het Bolivarian Alternative for the Americas (ALBA), dat naar voren wordt geschoven door Venezuela, Bolivia, en Cuba.

Maar een bezwaar is hier op zijn plaats. Oostazië en Latijnsamerika hebben aanzienlijke kapitaalreserves die als bron kunnen dienen voor een regionale leeninstantie van laatste toevlucht. Hoe zit het echter met het kapitaalarme Afrika? De bezorgdheid hierover zorgde voor terughoudendheid bij menig Afrikaanse regering om zich af te keren van het Fonds.

Allereerst is de belangrijkste behoefte in Subsahara Afrika, zoals voor de meeste zuidelijke landen, echte en onvoorwaardelijke schuldenkwijtschelding en niet dat valse HIPC ("Highly Indebted Poor Country") initiatief dat doorspekt is van voorwaarden á la IMF. Die schuldenkwijtschelding moet ook de de schuld van Afrikaanse landen aan het IMF omvatten. Tot nu toe heeft het Fonds dit hardnekkig geweigerd, maar moest het onlangs verbeten akkoord gaan met het wegstrepen van de IMF-schuld van 19 HIPC-landen. Ten aanzien van de vraag wie kan dienen als leeninstantie van laatste toevlucht voor Afrika is het belangrijk te onderkennen dat de verschrikkelijke getuigenis van de slechte adviezen en beleidsvoorstellen van het IMF in dit gebied de instelling niet kwalificeert om in deze rol door te gaan [11]. Zoals een deskundige opmerkte wordt Afrika niet alleen tot asiel voor beleidsmaatregelen die elders gefaald hebben, maar ze worden ook toegepast door IMF-medewerkers die minder ervaren zijn danwel van een lager caliber [12].

In plaats van te rekenen op het IMF kunnen Afrikaanse regeringen misschien beter mikken op samenwerking met relatief kapitaalrijke ontwikkelingslanden als China, Venezuela, India, en Zuidafrika voor het opzetten van een regionale instelling die als leeninstantie van laatste toevlucht kan dienen. Echter lerende van hun ervaringen met het noorden en het IMF moeten ze aandringen op een eerlijke regeling met die landen zonder speciale voorwaarden, hetgeen niet gemakkelijk zal zijn omdat sommige van die landen net zo uitbuitend zijn als noordelijke landen.

Maar de Afrikanen hebben geen andere keuze dan om het beheer over de hulpbronnen op hun rijke continent in eigen hand te krijgen door de kwijtschelding of afwijzing van schulden, danwel door allianties aan te gaan met potentiële sympatiserende (sympathetic) bondgenoten in Venezuela en anderen die hun banden met het IMF eerder doorsneden. De Afrikanen moeten vervolgens deze hulpbronnen aanwenden voor ontwikkeling en niet toestaan dat ze versneld aan Afrika onttrokken worden in de vorm van enorme schuldenafdrachten aan grote schuldeisers, Wereldbank en IMF.

De gevolgen van het niet aangrijpen van de gelegenheid

Het IMF is op dit moment "down and out", maar zijn vermogen om weer op te veren moet niet worden onderschat. Het kan zijn dat er zich omstandigheden voordoen die de VS en de Europese lidstaten ertoe brengen zich weer samen sterk te maken voor een herleving van het Fonds. Het kan ook zijn dat de VS het IMF in leven houdt om te dienen als werktuig voor Washington's unilaterale politiek. Bijvoorbeeld om China te dwingen om diens munt, de renminbi, in waarde te laten dalen om zo het probleem van de Amerikaanse handelsbalans op te lossen.

Met andere woorden: we hebben niet de luxe om toe te kijken en te genieten van het aangezicht van het Fonds dat een doodstrijd levert. We moeten het een handje helpen om het lot te ondergaan dat het geheel en al verdient.

Campagne-eisen en -activiteiten

Om de strategische doelstelling te bereiken van het ontnemen van de macht aan het IMF, zou de Campagne er bij zuidelijke landen op aan moeten aandringen geen nieuwe leenafspraken meer te maken met het Fonds.

De Campagne zou ook bij regeringen moeten aandringen om eenzijdig de door het Fonds geclaimde schulden af te wijzen.

We zouden regeringen moeten vragen om zich terug te trekken uit valse of niet doelmatige schuldverminderingsprogramma's als het HIPC die door Wereldbank en IMF worden gecontroleerd.

Evenzo zou de Campagne regeringen moeten vragen om geen gebruik meer te maken van de adviezen en beheersdiensten van Fonds en Bank bij de Poverty Reduction Strategy Programs (PRSP's) en om de gemaakte afspraken te herzien danwel door ze eenzijdig op te zeggen. Hierbij zal doorslaggevend zijn om op systematische wijze de negatieve gevolgen te laten zien die de voorwaarden van Fonds en Bank hebben voor productie, banen, lonen, inkomsten, gendergelijkheid, publieke gezondheid, publieke diensten en het milieu. Met name de Poverty Reduction and Growth Facility (PRGF) van het IMF lijkt kwetsbaar te zijn op dit vlak en een gerichte campagne om die stil te leggen lijkt kans van slagen te hebben. Daarmee kan dan momentum worden opgebouwd ten behoeve van andere initiatieven.

We moeten in de VS, Europa, Japan en de zuidelijke landen oproepen tot het instellen van hoorzittingen en evaluaties met betrekking tot het IMF op basis van het parlementaire toezicht, begrotingsbepalingen en -praktijken. Het doen van oproepen tot terugtrekking van het lidmaatschap van het IMF kan een middel zijn om de aandacht te trekken van zowel overheid, pers als van maatschappelijke groepen. Het houden van een forum over deze kwestie in een vooraanstaand land, zoals Argentinië, kan leiden tot het opzetten van soortgelijke fora in andere landen. Dit kan worden gekoppeld aan het houden van openbare referenda over voortzetting van het IMF-lidmaatschap. Het referendum over het Braziliaanse lidmaatschap van de Free Trade Agreement of the Americas in 2002 kan daartoe als voorbeeld dienen. En, daar waar de mogelijkheid van een overwinning aanwezig is, kunnen we bij de parlementen aandringen om te stemmen over het al dan niet terugtrekken uit het IMF.

In 2007 zou een grootschalige conferentie over alternatieven voor het IMF als leeninstantie van laatste toevlucht moeten worden georganiseerd. De voorbereiding in de vorm van uitgebreid onderzoekswerk zou dit jaar al moeten worden uitgevoerd. Als gordijnopener voor deze conferentie organiseert de Campagne een eendaagse seminar over alternatieven voor het IMF in Singapore gelijktijdig met de herfstbijeenkomst van IMF en Wereldbank in september dit jaar.

Een van de centrale handelingsuitgangspunten van de campagne is om de verschillende deelnemende organisaties de mogelijkheid te bieden om mee te doen op een wijze die hen past. Zo zullen bepaalde regeringen en organisaties nog niet bereid zijn om de oproep te ondertekenen om uit het IMF te stappen, maar wel om uit een PRSP te stappen of om de oproep voor het opdoeken van het PRGF te steunen.

De uitdaging die voor ons ligt

In zijn klassieke werk, "The Structure of Scientific Revolutions," toonde Thomas Kuhn aan hoe denkmodellen voortkomen uit kaders die aanzetten tot plotseling optredende en zeer grote stappen vooruit in wetenschappelijke kennis. Op overeenkomstige wijze wijzigde zich het beeld van het IMF drastisch: van een vitale instelling die bijdroeg aan groei en stabiliteit in de wereld tijdens de twee decennia die volgden op de Tweede Wereldoorlog werd het een 800-pond zware gorilla die al drie decennia lang de weg naar duurzame ontwikkeling voor miljarden mensen in de wereld blokkeert. Was deze overbodige instelling al in 1994 met zijn 50-ste verjaardag opgeheven, dan:

- zouden 22 miljoen Indonesiërs en 1 miljoen Thais niet onder de armoedegrens zijn beland door het beleid van "capital account liberalization" dat hij oplegde aan de Oostaziatische landen;

- zou Argentinië, the posterheld van IMF-stijl neoliberalisme, de tragedie van werkeloosheid en armoede van de helft van zijn bevolking bespaard zijn gebleven;

- zouden duizenden mensen in Malawi niet geleden hebben aan ondervoeding en voedselgebrek doordat hij Malawi dwong tot "commercialisering" van zijn instituut voor bevoorrading en stabilisatie van de voedselvoorziening, hetgeen leidde tot het failissement ervan;

- zouden 100 miljoen mensen in Rusland en Oost Europa geen vrije val gemaakt dankzij de IMF shocktherapie programma's.

Globaal economisch beheer is belangrijk, maar het is een systeem waarin het Fonds zoals op dit moment samengesteld niet langer enige positieve rol te spelen heeft. De veronderstelde stabiliserende funkties van het Fonds in een vluchtige wereld van ongereguleerde wereldwijde financiële stromen zijn voortdurend getorpedeerd door zijn machtigste lid, de VS. Onderwijl werd het dienstdoen als leeninstantie van laatste toevlucht op systematische wijze ondermijnd door de voorwaarden die het Fonds oplegde aan zijn klanten en die leidden tot grotere armoede, ongelijkheid en geïnstitutionaliseerde economische stagnatie.

Het ontnemen van de macht aan het Fonds zal niet leiden tot wereldwijde financiële en fiscale chaos zoals Wall Street ons zal voorhouden. Integendeel, het ontnemen van de macht aan het IMF is een onmisbare voorwaarde voor het opzetten van een werkelijk rechtvaardig, rationeel en doelmatig systeem van globaal financieel beheer. De IMF-voorwaarden veroordelen ontwikkelingslanden tot crises en grotere armoede. De "reddings"-programma's van het IMF doen niets anders dan het redden van de grote krediteuren en het opzadelen van mensen met stabilisatieprogramma's die leiden tot recessie. Het IMF heeft in feite geen belang bij het beperken van de macht van wereldwijd opererende speculanten. Zolang het Fonds een machtspositie bekleedt, zal het elke werkelijke, wereldwijde financiële hervorming blokkeren ten voordele van Wall Street, zullen er meer financiële crises volgen en meer onzekerheid voor mensen, en zal het financiële kapitaal minder verantwoording hoeven af te leggen.

Net als oude kerncentrales is het IMF gevaarlijk en moet het, zo vinden velen, met pensioen gaan. De beste oplossing voor problemen die zulke stokoude instellingen opleveren, is door ze te ontmantelen. Maar als dit nu nog niet mogelijk blijkt met betrekking tot het Fonds, dan moeten zijn macht om schade aan te richten en zijn reikwijdte drastisch worden ingeperkt.


Noten:
[1] http://www.focusweb.org/content/view/985/27/ Vertaling: Rob Bleijerveld. NAAR TEKST
[2] Zie ook "Critici plannen offensief terwijl crisis van IMF en Wereldbank groeit," door Walden Bello in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 68, van 6 juni 2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060606-7468.htm#f). NAAR TEKST
[3] Meer informatie over dit International Peoples Forum vs the IMF and the World Bank op: http://www.ifiwatchnet.org/uploads/e66573a01f5e8e9cf2a1e942b0f4141a/
IPF_ANNOUNCEMENT_INVITATION.doc
NAAR TEKST
[4] Commentaar tijdens lunch-seminar over IMF en Wereldbank, op 21 april 2006 bij het Carnegie Endowment for International Peace (Washington, DC.). NAAR TEKST
[5] "Human Development Report 2003," van het United Nations Development Program (UNDP) (pp. 33-65), Oxford University Press (NY, 2003). NAAR TEKST
[6] "President Says IMF Debt to be Repaid in Two Years," Jakarta Post, 26 mei 2006. NAAR TEKST
[7] "The Globalizers in Search of a Future: Four Reasons why the IMF and World Bank Must Change, and Four Ways they can," door Ngaire Woods, CDG (Center for Global Development) Brief, april 2006 (2). NAAR TEKST
[8] Handelsovereenkomst tussen Mexico, Canada en de VS. NAAR TEKST
[9] Zie "Synthesis Report on the E Forum on International Regulation," door Walden Bello, Focus on the Global South and Pacific Action Research Center (Hong Kong, december 2005). NAAR TEKST
[10] "On Globalization," door George Soros, in "Public Affairs" (New York, 2002). NAAR TEKST
[11] "The Globalizers: the IMF, the World Bank, and their Borrowers," door Ngaire Woods (pp. 141-178), Cornell University Press (Ithaca, 2006). NAAR TEKST
[12] Commentaar van Ngaire Woods, tijdens lunch-seminar over IMF en Wereldbank, op 21 april 2006 bij het Carnegie Endowment for International Peace (Washington, DC.). NAAR TEKST

Toevoeging:
Het International Peoples Forum vs the IMF and the World Bank vindt plaats van 15 tm 17 september 2006 in Batam (Indonesia) en Singapore. Meer informatie:
http://www.ifiwatchnet.org/uploads/e66573a01f5e8e9cf2a1e942b0f4141a/
IPF_ANNOUNCEMENT_INVITATION.doc

De (voorlopige) lijst van ondertekenaars is te vinden op: http://www.focusweb.org/component/option,com_facileforms/
act,run/ff_name,signlist/ff_border,1/

De lijst is inmiddels aangegroeid tot vele tientallen organisaties en individuen, waaronder een aantal uit Nederland.

NAAR INHOUD

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


P) Alternatieven voor de ineengestorte Doha Ronde
(ingekort door Rob Bleijerveld)

In zijn artikel "Alternatives to the collapsed WTO Doha Round talks" van 23 augustus beschrjft Stephen Lendman [1] de aantasting van de economische macht van de VS in de Wereld Handels Organisatie WTO en hoe de grootmacht weigert daaruit consequenties te trekken. De VS dreigt net als andere grootmachten in het verleden ten onder te gaan aan de eigen fouten.


Lendman ziet de opstelling van de VS als belangrijkste reden voor de opschorting van de Doha Ronde na 5 jaar van onderhandelingen. "Zoals vaker eiste de VS nu ook de grootste winst op, bood zelf zeer weinig en verwachtte de ontwikkelingslidstaten te kunnen dwingen om akkoord te gaan."

Maar opkomende economische machten Brazilië en India en anderen weigerden hieraan toe te geven. Zelfs handelscommissaris Mandelson merkte op, dat de VS een "buitenproportionele" prijs van de ontwikkelingslanden vroeg en dat "surely the richest and strongest nation in the world, with the highest standards of living, can afford to give as well as take." De VS beschouwt zichzelf als de de facto heerser van de wereld en eist daarom het recht op om de regels vast te stellen en verwacht dat alle anderen daaraan gehoorzamen. Maar het tij keert en een groeiend aantal landen heeft genoeg van wat Washington verstaat onder 'vrijhandel', een handel die in feite niet 'eerlijk' is.

In het WTO-onderhandelingsproces beloofde de VS veel, bijvoorbeeld op het voor ontwikkelingslanden belangrijke gebied van de landbouw. Mooie woorden werden gespendeerd aan de 'geest van de Doha Ontwikkelingsronde', maar toen het op daden aankwam, weigerden de Amerikanen hun landbouwbeleid - de Farm Bill - drastisch te wijzigen. Zelfs een WTO-vonnis over katoen-subsidies (na een Braziliaanse klacht) leidde niet tot relevante beleidswijzigingen. De onbetrouwbaarheid en onoprechtheid van de VS bleken ook uit de verwikkelingen rondom de kwestie van de 'tarief- en quotavrije markttoegang' voor de Minst Ontwikkelde Landen (MOL's). De VS wilden hen een regeling opdringen waarbij de rijke landen zelf mogen kiezen welke producten zij 'gevoelig' achten en willen uitsluiten ('3%-pakket'). In feite betekent dit markttoegang voor de MOL's voor producten die ze niet (op concurrerende wijze kunnen) produceren maar geen toegang voor goederen die ze wel concurrerend produceren.

Lendman wijst vervolgens op de bilaterale 'vrijhandelsverdragen' die de VS met andere staten afsloot of waarover de VS nu onderhandelt [2]. Het karakter daarvan (een-tegen-tegen onderhandelingen achter gesloten deuren) en de uitkomst (afspraken die soms verder gaan dan de WTO-bepalingen) geven aan dat de VS niet geleerd heeft van de WTO-mislukkingen uit het verleden: Seattle, Cancún en nu in Genéve. Met de nadruk op bilaterale akkoorden proberen de Amerikanen stapje voor stapje de eenheid in de ontwikkelingswereld te ondermijnen. Hoewel onzeker is of de Amerikanen zo hun nederlaag om zullen kunnen zetten in een gedeeltelijke overwinning, is wel duidelijk dat ze ondanks dat Doha aan het infuus ligt, danwel al dood is, niet af willen stappen van hun "free trade"-benadering.

Het Bolivariaanse Alternatief

Ondertussen wordt de Amerikaanse dominantie van de neoliberale eenrichtingsweg en de 'race to the bottom' betwist. Met name in Latijns-Amerika groeit de geest van weerstand die geïnspireerd wordt door een nieuw experiment, het Alternativa Bolivariana para las Americas (ALBA).

ALBA moet volgens Lendman een alternatief worden voor de 'vrijhandelsakkoorden' die gebaseerd zijn op de WTO-regels en maatregelen van IMF en Wereldbank, welke zorgen voor toenemende armoede en ellende. De VS en de Amerikaanse transnationale ondernemingen willen met deze 'vrijhandelsakkoorden' een supranationale "economische grondwet" vestigen die via bindende handelsregels de rijke landen bevoordelen en transnationals in staat stelt om de wereldmarkten te overheersen.

Het doel van ALBA daarentegen is te komen tot vergaande integratie van Latijns-Amerikaanse landen en tot de ontwikkeling van 'de sociale staat'. Een staat die er voor zorgt dat de gewone mensen kunnen beschikken over voor hun levensonderhoud noodzakelijke producten en voorzieningen. De principes: aanvulling (niet concurrentie), solidariteit (niet overheersing), samenwerking (niet uitbuiting) en respect voor de souvereiniteit van elke deelnemende natie.
Belangrijk onderdeel van het ALBA-project van de Venezolaanse president Chavez (en het People's Trade Agreement dat Cuba, Venezuela en Bolivia onderling afsloten) is de onderlinge uitwisseling van goederen en diensten buiten het internationale bank- en handelssysteem om. Zoals het ruilen van Venezolaanse olie en bouwmatarialen voor Cubaanse ondersteuning op gebied van gezondheidszorg en alfabetisering.

Het Mercosur Alternatief

Minder indrukwekkend en radikaal dan ALBA is de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt van Latijns-Amerika, de Mercosur.

Deze douane-unie - bestaande uit Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela en de 'geassocieerde' leden Bolivia, Chili, Colombia, Ecuador en Peru (en tijdelijk waarnemer Mexico) - was ooit bedoeld als aanvulling op het handelsmodel van de WTO. De heersende klasse uit de Latijns-Amerikaanse landen dacht met een regionaal handelsblok sterker te kunnen staan in de onderhandelingen met de VS.
Hoewel Mercosur niet in staat bleek om de VS zover te krijgen zijn onderhandelingspositie te verzachten, bewees het blok wel dat ontwikkelingslanden die samen ergens pal voor staan, in staat zijn de onderhandelingen met de VS tot stilstand te brengen. Mercosur liet zien dat ze niet akkoord wenst te gaan met de eenzijdige Amerikaanse deals die henzelf schade toebrengen.

Met het Venezolaanse lidmaatschap op 21 juli jl. is Mercosur 's werelds derde grootste economische blok geworden [3]. Volgens de Venezolaanse president Chavez gaat Mercosur nu een nieuwe fase in. De Latijns-Amerikaanse eenheid is versterkt en het blok zal beter dan voorheen kunnen onderhandelen met de VS, EU en Japan. De Braziliaanse president Lula da Silva voegde daaraan toe dat niemand meer praat over het door de Amerikanen gepushte Free Trade Agreement of the Americas, het FTAA.

Sociale Top voor Souvereiniteit en Integratie

Of met name de Braziliaanse en Argentijnse regeringen ook de wens van Chavez zullen onderschrijven dat Mercosur nu "sociale kwesties voorrang zal geven" boven de belangen van "de ondernemersmodellen van de oude elite" is de vraag. De Mercosur-leiders konden tijdens hun recente topontmoeting echter wel kennis nemen van de straatmarsen en manifestaties van activisten van allerlei plumage. Voor het eerst hielden de Latijns-Amerikaanse sociale bewegingen hun Peoples' Summit for Sovereignty and Integration gelijktijdig met een Mercosur-top [4]. Op hun agenda stonden zaken als anti-armoede maatregelen, rechten en eisen van inheemse volkeren, rechten van vrouwen, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, investeringen in onderwijs, en handelsliberalisering.

De deelnemende organisaties sloten hun top af met een verklaring getiteld "Zuid-Amerika gaat een nieuw tijdperk in," waarin ze aangeven te zullen strijden voor een alternatief voor de falende neoliberale 'vrijhandels'plannen. Hun motto: "Tegen vrijhandelsovereenkomsten - vóór integratie van de volkeren. Tegen buitenlandse schulden en bemoeienis door internationale financiële instellingen - vóór economische onafhankelijkheid. Tegen militarisering - vóór zelfbepaling. Tegen honger en armoede - vóór betere verdeling van rijkdom."

Rusland

Net zoals de macht van Mercosur meer politiek dan economisch is, is dat ook het geval bij andere opkomende machten, zoals Rusland, China en India.

Volgens Lendman zijn de verhoudingen tussen Rusland en de VS al enige tijd gespannen, omdat Rusland weigert zijn economie geheel te laten domineren door Amerikaanse bedrijven. Zo gaat het in tegen de eisen van de VS met betrekking tot het WTO-toetredingsproces, waarop Bush het proces stopzette. Putin's reactie was om Chevron en Conoco-Phillips te beletten gas- en olievelden in de Barends Zee te ontwikkelen. Tevens werd een deal met Chavez gesloten: wapens en militaire uitrusting in ruil voor deelname aan de bouw van een pijpleiding in Venezuela [5].

Daarbij trad Rusland in 2001 toe tot de Shanghai Cooperation Organization (SCO) - een belangrijke energie-alliantie met China, Kazachstan, Kyrgystan, Tajikistan and Uzbekistan, waaraan ook Iran binnenkort zal gaan deelnemen. Het SCO lijkt bedoeld om te voorkomen dat de VS de olie- en gasrijke Euraziatische-Kaspische regio zal overheersen. Nadat de pro-Amerikaanse president Yushchenko van Ukraine gedwongen werd af te treden, is de kans groot dat ook dat land zal toetreden tot de SCO, waarmee de invloed van de VS op Rusland nog meer afneemt.

Euro's voor dollars

Meer tegenslag voor de VS dreigt door de (uitgesproken of veronderstelde) intenties van Rusland, China en Iran om een deel van hun dollarreserves om te zetten in andere valuta, waaronder de euro. Verder is Rusland van plan om zijn munt uitwisselbaar te maken met andere belangrijke valuta (net zoals China dat eerder deed). Iran is voornemens om een oliebeurs te openen en om een deel van zijn olie te verkopen in euro's. China opende op 18 augustus al een oliebeurs, de Shanghai Petroleum Exchange, en kondigde aan binnenkort ook oliederivaten en chemische producten te gaan verhandelen. Lendman zegt te verwachten dat de yuan en later mogelijk de euro de handelseenheid zal zijn.

Deze ontwikkelingen bij elkaar vormen een ernstige bedreiging voor de Amerikaanse dominantie in de verschillende regio's en ondermijnen de positie van de VS als economische wereldmacht. De VS zal dit niet met lede ogen aanzien en waarschijnlijk op vele fronten aktie ondernemen. Maar bovenstaande alianties van ontwikkelingslanden tonen, aldus Lendman, aan dat de negatieve gevolgen van de Amerikaanse dominantie door samenwerking kan worden tegengegaan. Daarbij kunnen deze naties bogen op de kracht van de aantallen en zijn ze wellicht in staat andere landen aan te trekken waardoor de balans nog verder kan doorslaan.

Verzet je (samen) en je zult succes hebben

De les die hieruit geleerd kan worden, is volgens Lendman dat een voldoende aantal naties eerst moeten ervaren hoe sterk ze zijn door vanuit gemeenschappelijk eigenbelang samen te werken en door te proberen overeind te blijven. De ontwikkelingslanden kunnen "schoolbully" VS van zich afschudden zodra voldoende van hen weigeren nog verder geduwd en geslagen te worden en bereid zijn terug te vechten.

De geschiedenis is op hun hand daar het er op lijkt dat de VS dezelfde fout maakt die andere dominante heersers in het verleden maakten, namelijk te vér grijpen en dan vallen. Yale-wetenschapper Immanuel Wallerstein [6] schreef: (the US) "has been a fading global power since the 1970s, and the US response to the (9/11) terrorist attacks has accelerated this decline......the economic, political and military factors that contributed to US hegemony are the same factors that will inexorably produce the coming US decline." En professor Chalmers Johnson [7] voorspelt het uiteenvallen van het Amerikaanse 'empire' indien de huidige trend doorzet. Hij schetste een verontrustend scenario met een "staat van voortdurende oorlog", het "verloren gaan van democratie" en het faillisement van de VS die zijn "grootse militaire projecten" niet meer kan bekostigen.

Zoals boven aangegeven zijn er al beloftevolle aanzetten van samenwerking gedaan om op te komen voor de eigen rechten, aanzetten die anderen kunnen inspireren mee te doen. Ook de recente gebeurtenissen in Mexico, waar duizenden mensen al geruime tijd de straten van Mexico City bezetten en miljoenen demonstreerden om presidentskandidaat Obrador te steunen, kunnen een nieuwe stimulans zijn om te strijden voor sociale gelijkheid en rechtvaardigheid in Mexico, de Latijn-Amerikaanse regio of daarbuiten.


Noten:
[1] bron: "Alternatives To the Collapsed WTO Doha Round Talks," Stephen Lendman, 23 augustus (http://www.zmag.org/content/showarticle.cfm?SectionID=13&ItemID=10813). Stephen Lendman woont in Chicago (email: lendmanstephen AT sbcglobal.net; weblog: sjlendman.blogspot.com).
Vertaald en ingekort door Rob Bleijerveld. De vertaling werd eerder gepubliceerd op http://www.globalinfo.nl/content/view/981/30/ NAAR TEKST
[2] Het gaat om 23 landen. Minder bekend zijn echter de even schadelijke verdragen onder andere naam. Zoals het US-India Knowledge Initiative dat transnationale ondernemingen vije toegang geeft tot de Indiase landbouwmarkt (Monsanto - GMO-producten; Cargill en Archer Daniels Midland - te dure tarwe) en de grootwinkelmarkt (Walmart). NAAR TEKST
[3] De politieke en economische macht van het blok kan nog groeien: Chavez stelde voor om Bolivia en Cuba tot lid te maken. Met Cuba is inmiddels een Economisch Complementatie Akkoord afgesloten over tarieven en handel. Een eventueel presidentschap voor Obrador maakt toetreding van Mexico waarschijnlijk. NAAR TEKST
[4] 20 en 21 juli in Cordoba, Argentinië. NAAR TEKST
[5] Eind augustus ging Chavez naar China om energie- en investeringsakkoorden af te sluiten en politieke steun te verwerven. NAAR TEKST
[6] In diens boek "The Decline of American Power" uit 2003. NAAR TEKST
[7] In diens boek Sorrows of Empire"" uit 2004. NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


Q) Hervatting van de Doha-onderhandelingen nog op losse schroeven
Ontwikkelingen en speculaties
(door Rob Bleijerveld)


Sinds de opschorting van de Doha Ronde-besprekingen op 24 juli is er veel gepraat en geschreven over het heropstarten daarvan. De posities van de hoofdrolspelers zijn echter tot nu toe vrijwel ongewijzigd; de impasse duurt voort. Verklaringen van hoofdrolspelers duiden er op dat een eventuele heropstart niet vóór de Amerikaanse Congress-verkiezingen van 7 november zal plaats hebben.


Na de 24e juli haastte handelsminister Schwab van de VS zich volgens verschillende persberichten om in het weekend van 29 en 30 juli te kunnen overleggen met minister Amorim van Brazilië. Ze zouden daarbij gesproken hebben over "hoe de grote verschillen tussen de 'arme en rijke landen' kunnen worden overbrugd." "Think of it as creative brainstorming," aldus Schwab [1].
In de Observer werd gesuggereerd dat Schwab Amorim ook vroeg om nog niet met sankties te komen in de kwestie van het WTO-vonnis over de Braziliaanse katoenklacht [2]. WTO-sankties zouden de Amerikaanse 'protectionistische krachten' namelijk vrij spel geven en er toe kunnen leiden dat er de komende jaren geen Doha deal te verwachten is.... [3]. Kort na 24 juli kondigde Brazilië aan de WTO te zullen vragen om de huidige veranderingen in het Amerikaanse katoensubsidesysteem te onderzoeken omdat de uitgevoerde hervormingen onvoldoende zouden zijn. Dit eerste verzoek werd gedaan op 1 september en werd door de VS afgewezen. Brazilië kan voor de volgende zitting van de WTO Geschillencommissie op 28 september een tweede verzoek doen (dat de VS niet kan afwijzen). Na 90 dagen kan Brazilië dan beginnen met het opleggen van tariefsankties tot maximaal 4 miljard dollar [4]. Meer waarschijnlijk is dat het land dit zal gebruiken als troefkaart en zal zien met welk Doha-bod de VS zal komen op de 'onderhandelingssessies' in Brazilië (9 en 10 september) en in Australië (20-22 september).

Zoektocht naar 'momentum'

Voorzitter Australië van de Cairns-groep (grote landbouwexporteurs waaronder Brazilië [5]) nodigde eind juli de G6-leden uit om deel te nemen aan een evaluatie- en onderhandelinsgsessie in Queensland (Australië). Van 20 tm 22 september houden de Cairns-leden daar hun jaarvergadering en handelsminister Vaile van Australië hoopt dat de gelegenheid te baat wordt genomen om "momentum" te verkrijgen in het Doha-proces.
De Amerikaanse ministers Schwab en Johanssen en WTO-voorzitter Lamy zeiden meteen toe te zullen komen. Over eventuele Japanse deelname is niets bekend gemaakt in de media. India zegt alleen deel te nemen indien de VS bereid is tot een aanzienlijke reductie van zijn landbouwsubsidies. Handelsminister Nath: "Brazil wants to have a deal badly. The US wants it on their terms with huge subsidies. But when agricultural products are padded with subsidies, it is not a level-playing field." [6]. De Europese Commissarissen Fischer Boel en Mandelson lieten weten niet in te zullen gaan op de uitnodiging [7]. Ze vinden ook dat de VS eerst aanzienlijke concessies moet doen, anders heeft praten in Cairns geen zin. Schwab beklaagde zich erover dat Eurocommissaris Mandelson de telefoon zelfs niet wilde opnemen toen ze hem wilde spreken over dit besluit.

Een andere bijeenkomst die door de Amerikanen wordt genoemd als mogelijkheid om de "stagnatie te doorbreken" is de APEC-top van medio november in Vietnam.

Eerst zullen er echter een drietal Doha-gerelateerde bijeenkomsten worden gehouden in Río de Janeiro. Op 4 augustus kondigde Brazilië aan dat daar op 9 en 10 september een G20-top [8] zal plaatsvinden waarvoor ook andere ontwikkelingslanden zijn uitgenodigd. Ze zullen diskussiëren over mogelijkheden om de ontwikkelde landen te bewegen de Doha Ronde succesvol af te sluiten [9]. De EU, VS, Japan en Pascal Lamy zijn uitgenodigd om aansluitend aan de G20-bijeenkomst met Brazilië en India te evalueren hoe de Doha-onderhandelingen weer op te pakken zijn [10]. Vervolgens zullen Brazilië, Zuid-Afrika en India op 13 september met elkaar overleggen over hun gezamenlijke WTO-belangen [11].

De rol van Azië

De ASEAN-top van 23 en 24 augustus in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur was aanleiding voor verschillende WTO-hoofdrolspelers om zich (in de pers) uit te laten over hun verwachtingen ten aanzien van de Doha Ronde. De ASEAN-groep en Japan waren van mening dat de WTO-besprekingen wat hen betreft voor half november weer moeten worden opgepakt. Alle WTO-lidstaten moeten hun posities herzien zodat de onderhandelingsdoelen succesvol zullen zijn [12].
In een gezamenlijke verklaring gaven de VS en de ASEAN aan de ineenstorting van de Doha-onderhandelingen te betreuren. Ze bepleiten een nauwe samenwerking om de onderhandelingen "voor eind 2006 weer op de rails te zetten." Handelsminister Schwab van de VS vertelde de pers echter dat een eventuele heropstartdatum wat de VS betreft ergens tussen eind december 2006 en maart 2007 moet liggen. Mocht een heropstart dan niet lukken, dan voorziet ze dat de Doha Ronde de eerste paar jaar stil zal liggen... Daarbij heeft het volgens haar "geen zin om Doha weer op te starten indien de uitkomst niet substantieel is." [13] "De VS is bereid 'meer flexibiliteit te tonen' wat betreft binnenlandse landbouwsubsidies mits andere landen dieper snijden in hun tarieven," aldus Schwab.

Breekijzer?

Amerika's handelsminister Schwab bezocht China op 28 en 29 augustus voor besprekingen over ondermeer de Doha Ronde. In de internationale pers wordt aangenomen dat de VS China - de op twee na grootste handelsnatie ter wereld - wil gebruiken als breekijzer om dwarsliggers Brazilië en India uit elkaar te drijven.

Zoals bijna te doen gebruikelijk werd China voorafgaand aan het bezoek via de pers getracteerd op allerlei Amerikaanse beschuldigingen en verkapte dreigementen [14]. Evenwel toonde ze zich tijdens het bezoek zeer vleiend over de voortgang die China heeft gemaakt sinds zijn toetreding tot de WTO. Schwab gaf aan dat "niet alleen de Chinese bevolking maar ook de VS" van de snelgroeiende Chinese economie profiteert. Een dag eerder had ze er bij de Chinese handelsminister Bo Xilai op aangedrongen dat China een grotere rol speelt bij het weer tot leven brengen van de WTO-onderhandelingen.
Uit het Chinese antwoord lijkt op te maken dat China niet zo bevattelijk is voor de dreigementen van de VS [15]. China wil zich samen met andere lidstaten constructief opstellen en zich actief inzetten voor hervatting van de Doha-onderhandelingen. Bo Xilai benadrukte evenwel dat de Doha Ronde een ontwikkelingsronde is en dat de ontwikkelde landen daar meer aandacht voor moeten hebben. "The Doha round is a development round and the emphasis in the talks should be placed on development issues in order to break the stalemate and promote a fair, stable and open multilateral trading system," aldus de minister.

Amerikaanse agenda allesbepalend

Uit diverse verklaringen van 'hoofdrolspelers' viel al op te maken dat de Doha-onderhandelingen over de Amerikaanse Congress-verkiezingen van 7 november 2006 zullen worden heengetild.
Zo gaf Japan op 24 augustus impliciet te kennen er niet op te rekenen dat de Doha-onderhandelingen voor half november zullen worden voortgezet. Volgens de Amerikaanse minister Schwab zouden eventuele vervolgbesprekingen zelfs pas tussen eind december 2006 en maart 2007 kunnen plaatshebben.

Eurocommissaris Mandelson - die eerder de Cairns-uitnodiging afsloeg en zijn woordvoerder liet meedelen het in 'Río de Janeiro' niet zou komen tot voortzetting van de onderhandelingen [16] - deed op 1 september ook een duit in het zakje. Hij zei een ‘window of opportunity’ voor Doha te zien tussen de Congress-verkiezingen van november en de in het voorjaar geplande herziening van het Amerikaanse landbouwbeleid, de zogenaamde Farm Bill. "I hope then that the obvious political constraints that were operating can be put behind us and then we can start negotiating meaningfully again," aldus Mandelson. Hij sprak indirekt de Amerikaanse politici aan toen hij stelde dat er sprake zal zijn van een "echte crisis" indien het Congress niet het handelsmandaat van de Amerikaanse regering, de Trade Promotion Authority, vernieuwt dat op 1 juli 2007 afloopt [17][18].

Het Amerikaanse Farmweek voerde - wellicht voor 'binnenlands gebruik' in de VS - een Europese landbouwattaché op, de Fransman Christian Berger, die een nog ruimere marge hanteerde [19]. Gezien de spanningen tussen de VS en de belangrijke landbouwnatie in de EU, Frankrijk, zou het volgens Berger beter zijn om de onderhandelingen pas voort te zetten na de presidentsverkiezingen in zowel Frankrijk (2007) als de VS (2008). Naar zijn inschatting zullen in 2009 zowel Bush als Bush-opponent Chirac het veld hebben geruimd, zullen de Europese boeren gewend zijn geraakt aan verdere landbouwhervormingen en zal het landbouwbeleid in de VS zijn aangepast. Een cruciale voorwaarde is wel dat het Congress het handelsmandaat van de Amerikaanse regering vernieuwt, want de EU zou er geen vertrouwen in hebben afspraken te maken met een delegatie zonder onderhandelingsbevoegdheid.

Farm Bill

De weigering van de VS om zijn landbouwbeleid te herzien in het kader van de WTO-onderhandelingen was een van de belangrijkste oorzaken voor het opschorten van de besprekingen voor onbepaalde tijd. De retoriek van de Amerikaanse handelsdelegatie over zijn geweldige landbouwaanbod kan niet verhullen dat de VS - evenals de EU - een groot politiek binnenlands probleem heeft. De belangenorganisaties - zoals de 'bende van 11' [20] - die ingaan tegen aanpassing van het landbouwaanbod zijn (nog) te krachtig.
Elke vijf jaar moet het Amerikaanse landbouwbeleid, de zogenaamde Farm Bill, herzien worden en de eerstvolgende geprogrammeerde wijziging gaat in op 1 september 2007.
De afgelopen maanden werden er door zowel de Amerikaanse regering als door het parlement hoorzittingen georganiseerd om van belanghebbenden te horen welke veranderingen ze voorstaan.

Sommige organisaties van boeren en van grondstoffenverwerkers willen de Farm Bill wijzigen, anderen willen juist vasthouden aan voor hen gunstige regelingen en stellen voor de looptijd van Farm Bill met een jaar te verlengen. De gedane wijzigingvoorstellen gaan over afschaffing van braakligregelingen, wijziging in het stelsel van garantieprijzen, wijziging van inkomenssubsidiesvormen, instelling van al dan niet permanente voorzieningen bij rampen, verruiming van verzekering en credietopname voor producenten van biobrandstoffen [21].

Op 31 augustus verklaarde landbouwminister Johanns van de VS dat het hoe dan ook noodzakelijk is om de Farm Bill te wijzigen [22]. Zelfs indien er geen zicht is op een nieuw WTO-akkoord, dan nog zijn het de "gewijzigde economische omstandigheden" [23] in de VS en in de wereld die aanpassing van de Farm Bill vereisen. Nu worden teveel overheidsgeld uitgegeven aan een te klein aantal grote producenten die zorgen voor relatief weinig opbrengsten. Dat leidt onbedoeld tot opdrijving van de grondprijs en maakt lenen duurder; jonge mensen worden zo ontmoedigd om actief te worden in de landbouwsector.

De regering van de VS zal niet voor januari 2007 met een eigen wetsvoorstel komen. Hoewel de regering de verschillende onderdelen van de Farm Bill desnoods met "aggressief zal verdedigen" in de WTO, moet het landbouwbeleid niet uitgaan van het tegengaan van WTO-geschillen die beetje voor beetje zullen leiden tot de ontmanteling van die onderdelen. Wetgever en regering moeten volgens Johanns anticiperen op de toekomst en een werkelijk vangnetsysteem voor boeren kan niet alleen op subsidies gebaseerd zijn.

Trade Promotion Authority

Op 30 juni 2007 loopt het huidige handelsmandaat (TPA) van de Bush-regering af. Met deze TPA kan Bush zonder al te veel problemen handelsakkoorden door het parlement loodsen. Het Congress mag de wetsvoorstellen niet wijzigen maar kan ze alleen wegstemmen danwel goedkeuren.

Op vrijdag 18 augustus liet de handelsminister Schwab weten dat het nog te vroeg was om verlenging of verandering van het handelsmandaat te overwegen. Een van de redenen was dat ze niet de druk op de (Doha-)ketel wilde laten verslappen. Ze voegde daar de waarschuwing aan toe dat de VS aan zijn eis tot drastische tariefsverlagingen zal blijven vasthouden [24].

Sommige Amerikaanse waarnemers zagen in de reis die Schwab eind augustus naar China en Maleisië ondernam een eerste signaal dat de VS zal proberen de Doha-besprekingen weer op gang te brengen. Toch zou Bush eerst een duidelijk politiek signaal moeten afgeven over de verlenging van het TPA voordat de G6-partners met nieuwe voorstellen zullen komen. En dat is niet voor de Congress-verkiezingen van november te verwachten [25].

In de aanloop naar de Congress-verkieizingen van 7 november zal een grote strijd losbranden over de verlenging van de TPA. De regering moet aan de ene kant proberen te voorkomen dat de Demokraten de meerderheid in het parlement bemachtigen (omdat die voorwaarden zullen stellen die onacceptabel zijn voor Bush) [26]. Aan de andere kant is er ook onder de Republikeinse aanhang (agro-business, boeren) veel weerstand tegen het radikaal snijden in landbouwsubsidies zoals geëist door de WTO-partners.


Noten:
[1] "US and Brazil to work on relaunch of WTO talks," AP van 30 juli 2006 (http://www.gulfnews.com/business/Trade/10055921.html). NAAR TEKST
[2] Zie: "Dispute Settlement: Dispute DS267; United States — Subsidies on Upland Cotton" (http://www.wto.org/english/tratop_e/dispu_e/cases_e/ds267_e.htm). NAAR TEKST
[3] Daarbij zijn er in oktober verkiezingen in Brazilië en Lula zou kunnen 'scoren' met sankties tegen de VS. "For George Bush, a fair deal means what American farmers demand," door Heather Stewart, Observer, 30 juli 2006 (http://observer.guardian.co.uk/business/story/0,,1833088,00.html). NAAR TEKST
[4] "US Blocks Brazil Cotton Probe Request," door Bradley S. Klapper (AP), 1 september 2006 (http://www.chron.com/disp/story.mpl/ap/fn/4157259.html). NAAR TEKST
[5] De Cairns-groep: Argentinë, Australië, Bolivia, Brazilië, Canada, Chili, Colombia, Costa Rica, Guatemala, Indonesië, Maleisië, Nieuw Zeeland, Pakistan, Paraguay, de Filippijnen, Zuid-Afrika, Thailand en Uruguay. NAAR TEKST
[6] "India cold-shoulders Cairns Group initiative," door KG Narendranath & Arun S, 8 augustus 2006 (http://www.financialexpress.com/fe_full_story.php?content_id=136588). NAAR TEKST
[7] "Australia slams EU for trade talks fiasco," door Honor Mahony, 4 augustus 2006 (http://friendsofeurope.org/news_detail.asp?ID=939&page=det). De Australian van 4 augustus suggereert dat de Europese Commissie wel een waarnemer naar de Cairns-top stuurt ("US ready to talk on trade reforms," door Geoff Elliott en Verity Edwards (http://www.ourworldisnotforsale.org/showarticle.asp?search=1732)). NAAR TEKST
[8] G20: Argentina, Bolivia, Brazil, Chile, China, Cuba, Egypt, the Philippines, Guatemala, India, Indonesia, Mexico, Nigeria, Pakistan, Paraguay, South Africa, Thailand, Tanzania, Uruguay, Venezuela and Zimbabwe. NAAR TEKST
[9] "Brazil's Rio de Janeiro to host G20 meeting in September," Xinhua, 5 augustius 2006 (http://english.people.com.cn/200608/05/eng20060805_290199.html). NAAR TEKST
[10] Australië is niet uitgenodigd. NAAR TEKST
[11] Het is de eerste top van de in 2003 opgerichte India-Brazil-South Africa Dialogue Forum. Uit: "Brazil to talk trade with India, S Africa," AFP, 27 augustus 2006 (http://www.theaustralian.news.com.au/story/0,20867,20266701-1702,00.html). NAAR TEKST
[12] "Japan, Malaysia want early resumption of WTO trade talks," van 24 augustus 2006 (http://mdn.mainichi-msn.co.jp/business/news/20060824p2g00m0bu00
2000c.html
). De ASEAN-groep: Maleisië, Singapore, Thailand, Indonesië, de Filippijnen, Vietnam, Cambodia, Laos, Brunei en Myanmar. NAAR TEKST
[13] "World trade talks could be frozen for years," 28 augustus 2006 (http://www.namibian.com.na/2006/August/marketplace/06426D9066.html). NAAR TEKST
[14] Die lijken vooral op de binnenlandse politiek: China profiteert (ten onrechte...) van zijn status als ontwikkelingsland en zou moeten helpen om de armoede in de (echte) ontwikkelingslanden op te lossen; het land moet zijn WTO-toetredingsverplichtingen nakomen; het mislukken van de Doha Ronde zou een geweldige aanslag betekenen op China's economie en zou kunnen leiden tot allerlei handelsdisputen. In: "US tries to woo China against India, Brazil on WTO talks," van 29 augustus 2006 (http://www.zeenews.com/znnew/articles.asp?aid=318899&ssid=51&sid=BUS).
NAAR TEKST
[15] In "Schwab's visit underscores China's mediating role in stalled trade talks," van 30 augustus 2006 (http://english.people.com.cn/200608/30/eng20060830_298052.html) wordt echter gesuggereerd dat China wellicht toch de rol van breekijzer op zich zal nemen. China kan namelijk zowel profiteren van tariefs- en subsidiereducties door de VS en de EU, als van opening van de dienstensectoren in India en Brazilië. Daarbij zou de basis voor de samenwerking tussen de VS en China inmiddels versterkt zijn door recente oplossingen voor diverse bilaterale problemen. "Trade heavyweight China lacks WTO punch," door Chris Buckley, van 17 augustus 2006 (http://www.financialexpress.com/fe_full_stor.php?content_id=137642) gaat over speculaties van een aantal deskundigen over de 'low-profile' rol van China in de WTO.
(Andere dreigementen voor binnenlands gebruik betreffen de voorkeursregeling voor 13 "upper middle income economies" (waaronder India, Brazilië en Zuid-Afrika) binnen het Generalized System of Preferences (GSP) programma dat eind 2006 verlengd of aangepast moet worden. In: "Trade: The dangers of payback. Experts warn that revoking trade benefits to India and others could hurt U.S. businesses and consumers," door Parija B. Kavilanz, van CNNMoney, 18 augustus 2006 (http://money.cnn.com/2006/08/18/news/international/ustrade_payback/)). NAAR TEKST
[16] "Commission says WTO talks unlikely to be resumed in near future," Euractiv, van 31 augustus 2006 (http://www.euractiv.com/en/trade/commission-wto-talks-resumed-near-future/article-157375). Gevraagd naar wat de EU van de Río-bijeenkomst verwacht, zei Mandelson: "renewal of commitment, reassertion of the value and economic benefits for the global economy as a whole and in particular for developing countries." (zie noot Q). NAAR TEKST
[17] "EU trade chief sees window for WTO rescue," Reuters, van 1 september 2006 (http://www.financialexpress.com/latest_full_story.php?content_id=139110). NAAR TEKST
[18] Voormalig Indiaas GATT-ambassadeur, Bhagirath Lal Das, denkt echter dat de onderhandelingen in september weer zullen beginnen. In november kunnen de volledige modaliteiten voor landbouw en NAMA klaar zijn en de Doha Ronde kan voor de afloop van het handelsmandaat van Bush afgerond zijn! Hij is van mening dat de VS toch hun subsidieniveau kunnen verlagen en dat Duitsland nu een belangrijkere stem in de EU heeft dan landbouwnatie Frankrijk zodat de G20-top tot verdere compromissen bereid zal zijn. In: "US may cut farm subsidies, says Das," door Ashok B. Sharma, van 30 augustus 2006 (http://www.felsberg.com.br/ingles/felsberg_news_contents.asp?i=22979
&desc=if
). NAAR TEKST
[19] "French attache sees TPA as crucial to WTO," 30 augustus 2006 (http://farmweek.ilfb.org/viewdocument.asp?did=9474). Dit bericht is niet bevestigd, maar de analyse sluit wel aan bij de te verwachten politieke problemen ten aanzien van de Farm Bill. De Congressleden voelen zich niet gesteund om vergaande wijzigingsvoorstellen te verdedigen nu er geen (regelgevend) WTO-akkoord tot stand is gekomen en omdat hun positie kwetsbaar is met de Amerikaanse verkiezingen van 2007 en 2008 in het vooruitzicht. NAAR TEKST
[20] Een groep van 11 belangrijke landbouworganisaties die verantwoordelijk zou zijn voor het feit dat Bush eind juli geen WTO-toezeggingen kon doen. "Farm groups on a roll.... More to follow?," door Forrest Laws, 15 augustus 2006 (http://southwestfarmpress.com/news/08-15-06-column-farm-groups/). Maar binnen deze alliantie van 11 (en zelfs binnen de afzonderlijke lidorganisaties) rommelt het. NAAR TEKST
[21] Biofuels zijn een politiek instrument, maar leiden niet tot CO2-reductie of voedselzekerheid. Volgens sommige deskundigen kost de productie zelfs meer energie dan het oplevert. Zie: "Frankenstein fuels," door Mark Lynas, in de New Statesman, van 7 augustus 2006 (http://www.newstatesman.com/200608070031). Meer info op: http://www.biofuelwatch.org.uk]
Stiglitz beschrijft hoe de zogenaamde "escalating tariffs" de te dure Amerikaanse ethanol-productie (maïs) afschermen voor de veel goedkopere Braziliaanse ethanol (suiker). In: "Reasons behind the demise of the Doha development round," door Joseph Stiglitz (pagina 9), van 15 augustus 2006 (http://www.taipeitimes.com/News/editorials/archives/2006/08/15/2003323304).
NAAR TEKST
[22] "U.S. Must Reform Farm Policy, U.S. Agriculture Secretary Says- Large farm subsidies cannot be justified, Johanns says," door Andrzej Zwaniecki, van 31 augustus 2006 (http://usinfo.state.gov/xarchives/display.html?p=washfile-english
&y=2006&m=August&x=20060831172749SAikceinawz0.923443
). NAAR TEKST
[23] De huidige regeling is niet meer te betalen zijn door de terugkopende economisch groei in de VS. Bij het opstellen van de huidige Farm Bill in 2002 was er nog sprake van een begrotingsoverschot; nu is er een begrotingstekort. NAAR TEKST
[24] "Too early to consider renewing US trade law-Schwab," 19 augustus 2006 (http://tralac.org/scripts/content.php?id=5188). NAAR TEKST
[25] "WTO talks can get back on track!, Reuters, 19 august 2006 (http://www.financialexpress.com/latest_full_story.php?content_id=137764). Na overleg met zijn economische topadviseurs op 18 augustus liet Bush na om het Congress aan te sporen snel het TPA te wijzigen. Volgens Daniel Griswold van Cato Institute's Center for Trade Policy Studies kan het Witte Huis nog geen schets van een mogelijke Doha-deal presenteren om de handelsdeskundigen in het parlement te kunnen overtuigen van de noodzaak van verlenging. NAAR TEKST
[26] Volgens Harvard-hoogleraar en voormalig hoofdeconoom bij het IMF, Kenneth Rogoff, heeft Bush ook weinig politieke speelruimte omdat de Demokraten de toenemende inkomensongelijkheid centraal zullen stellen in de verkiezingsstrijd. Bush mag dus niet de middenklasse (die er economisch op achteruit is gegaan) van zich vervreemden. Daarbij zijn er lagere groeiverwachtingen voor de economie van de VS. (In: "VS niet schuldig aan falen WTO; Verenigde Staten liberaalste handelsland ter wereld," in Het Financieele Dagblad, 15 augustus 2006 (vertaling: Menno Grootveld)). NAAR TEKST

NAAR INHOUD

------------------------------------------------------------------------------------------------
Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Guus Geurts, Kees Hudig en Rob Bleijerveld.
Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op: http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl
Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva AT xs4all.nl
------------------------------------------------------------------------------------------------------