WTO.ZIP
nummer 70 (deel 2/3) van 21 augustus 2006
G) Het is tijd voor
voedselsoevereiniteit
(door Guus Geurts [1])
Na het (voorlopig) mislukken van de WTO-onderhandelingen
overheerst de retoriek over gemiste kansen voor ontwikkelingslanden,
en wordt er druk gespeculeerd over wie de schuldige
van het falen is. Maar zoals vele maatschappelijke
organisaties - buiten de pers - aangeven, is het mislukken
van de huidige WTO-onderhandelingen juist een zegen
voor ontwikkelingslanden, en voor gezinsbedrijven
in de landbouw wereldwijd.
De huidige WTO-voorstellen - waarin duidelijk de
grote invloed van de EU en de VS zichtbaar was - hadden
inhoudelijk namelijk niets met een ontwikkelingsronde
te maken. In ruil voor cosmetische verlagingen van
handelsverstorende landbouwsubsidies, wilden ze -
en dan met name ten behoeve van hun invloedrijke multinationals
- een sterk vergrote toegang op de landbouw-, industrie-
en dienstenmarkten van ontwikkelingslanden verkrijgen.
Dit zou desastreuze gevolgen hebben gehad voor het
levensonderhoud van miljoenen boeren en arbeiders
in deze landen, omdat deze niet kunnen concurreren
tegen deze (gesubsidieerde) importen. Tegelijkertijd
zouden deze landen miljarden aan importbelastingen
mislopen.
Maar de EU - gesteund door het Nederlandse kabinet
- is ook bereid hiervoor haar gezinslandbouw op te
geven, terwijl het maar de vraag is of de WTO-onderhandelingen
veel banen in de industrie en de dienstensectoren
zouden hebben opgeleverd. Ik betwijfel het. Met name
binnen het MKB zou het verlies aan banen wel eens
groter kunnen zijn dan de winst. De organisatie laat
zich echter volledig ondersneeuwen door de lobby van
de multinationals binnen het VNO-NCW. Maar ook het
CDA, de partij die altijd voor de boeren leek op te
komen, liet en laat zonder protest tienduizenden familiebedrijven
afvloeien. Deze bedrijven kunnen de desastreuze EU-landbouwhervormingen
niet langer volhouden. U weet wel: de door de EU sinds
1992 veelvuldig toegepaste truc waarbij gegarandeerde
prijzen werden en worden verlaagd - dus minder exportsubsidies
nodig - en boeren een gedeeltelijke compensatie via
inkomenssubsidies krijgen. De inkomens van de boeren
dalen dus, en de kleine bedrijven vallen als eerst
af. De groeiers die deze bedrijven opkopen en veelvuldig
de LTO-besturen bevolken, vinden het wel best.
Omdat de overproductie van producten als graan, melk,
suiker en vlees niet wordt aangepakt, en de intensieve
veehouderij toegang krijgt tot goedkoop graan, gaat
ook de dumping in ontwikkelingslanden vervolgens gewoon
door. Het afschaffen van het laatste restantje exportsubsidies
in 2013 is dan ook alleen voor de bühne; het
budget voor handelsverstorende inkomenssubsidies zou
binnen de WTO-voorstellen zelfs mogen stijgen. Alle
retoriek over ontkoppeling van de productie ten spijt.
Gelukkig zijn de onderhandelaars van ontwikkelingslanden
slimmer dan de CDA-stemmende boer, want zij pikken
deze truc niet langer.
Deze boer laat zich overigens ook misleiden door CDA-retoriek
over de wens tot Level Playing Field, waardoor een
eerlijke concurrentie onder gelijke milieu-, arbeids-
en dierenwelzijnseisen op de wereldmarkt mogelijk
zou worden. Vergeet het maar, want deze non-trade
concerns zijn nooit onderdeel van het huidige WTO-voorstel
geweest.
Tijd dus voor een alternatief waarbij zowel het Nederlandse
gezinsbedrijf als het gezinsbedrijf in het zuiden
geholpen zijn, en dat, in tegenstelling tot dit WTO-voorstel
(en daarop afgestemde EU-landbouwbeleid), wel effectief
is op gebied van milieu, natuur en landschap. En omdat
het ook minder EU-budget opslokt, kunnen we daarmee
ook de PvdA tevreden stemmen, zij blijven namelijk
maar hameren op vermindering van het landbouwbudget.
Het gaat om de door de internationale boerenbeweging
Via Campesina gepropageerde 'voedselsoevereiniteit'
[2].
Hierbij krijgen landen of regio's als de EU weer het
recht hun eigen landbouwbeleid te voeren, zolang men
de boeren in andere landen maar niet benadeelt via
handelsverstorende subsidies. Dus herstel cq. herinvoering
van een kostendekkende prijs voor een product dat
aan alle maatschappelijke eisen voldoet, door het
opnieuw verhogen van importheffingen. Omdat ook productiebeheersing
(op Europees consumptieniveau) wordt toegepast kan
de aanspraak op Europees geld laag blijven. Dat hebben
we alleen nog nodig voor een minderheid van boeren
die daadwerkelijk groene diensten aan de samenleving
leveren op gebied van natuur, landschap en milieu.
Op deze manier wordt voorkomen dat de koe vanuit de
wei in de bioindustrie verdwijnt, en kan Europa weer
haar eigen veevoer telen in plaats van gebruik te
maken van de voor mens en natuur desastreuze sojateelt
in Latijns Amerika.
Boeren in ontwikkelingslanden helpen we verder door
het opnieuw op de agenda van de VN plaatsen van grondstoffenovereenkomsten
voor producten als koffie. Het is namelijk niet het
gebrek aan markttoegang op de Europese markt dat hen
de das omdoet, maar het gebrek aan marktregulering
en bescherming van hun eigen voedselmarkt.
Het mislukken van deze WTO-onderhandelingen biedt
dus een uitgelezen kans om de rijen tussen boeren-,
ontwikkelings- en milieuorganisaties te sluiten. En
laat de door de VVD gesteunde groeiers en multinationals
die wel op de wereldmarkt willen concurreren, dan
maar links liggen.
Noten:
[1]Dit artikel verscheen eerder
in het Agrarisch Dagblad van 28 juli jl. Guus is milieukundige
en namens XminY betrokken bij Platform Aarde Boer
Consument. Meer info: http://www.guusgeurts.nl
NAAR TEKST
[2] Voor een uitleg van het begrip
'food sovereignty', en implicaties voor het internationaal
handelsbeleid op gebied van landbouw zie: http://www.viacampesina.org/en/index.php?option=com_content&task=
view&id=21&Itemid=135 NAAR
TEKST
NAAR
INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) Fighting FTA's: Strategieën
tegen vrijhandelsverdragen
Nu de WTO in een impasse is geraakt, worden bilaterale
en regionale vrijhandelsverdragen weer belangrijker.
In Bangkok werd van 27-29 juli de bijeenkomst "Fighting
FTA's" gehouden om strategieën tegen vrijhandelsverdragen
te ontwikkelen. Er deden vertegenwoordigers van sociale
bewegingen uit 19 verschillende landen aan mee, opvallend
genoeg vooral uit arme landen. Een vertaling van het
persbericht hierover [*]..
Fighting FTAs: internationale strategieworkshop
Van 27-29 juli 2006 organiseerden FTA Watch, GRAIN
en Bilaterals.org de eerste internationale bijeenkomst
in Bangkok, Thailand, om een strategische analyse
te maken van de strijd tegen vrijhandelsovereenkomsten
(in het Engels: Free Trade Agreements, FTAs). Deelnemers
waren afkomstig van sociale bewegingen die strijd
voeren tegen FTAs of bilaterale handelsverdragen in
19 landen. Bijvoorbeeld:
Costa Rica
Costa Rica ligt in de achtertuin van de Verenigde
Staten. Hoewel de regering achter gesloten deuren
besloot om het Midden-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag
CAFTA te ondertekenen, is een brede coalitie van de
bevolking er tegen. De mensen hebben geleerd van de
rampzalige ervaring van Mexico nadat dit het Nafta-akkoord
ondertekende, en van Chili nadat die een vrijhandelsverdrag
met de VS tekende. Daarom hebben ze gemobiliseerd
en druk uitgeoefend op hun regering totdat het parlement
weigerde om de voorwaarden van het Verdrag te aanvaarden.
Het gevolg is dat CAFTA momenteel in Costa Rica niet
in werking is.
"Costa Rica heeft vier publieke universiteiten.
Daarvan hebben drie besloten om gezamenlijk stelling
te nemen tegen ondertekening van het vrijhandelsakkoord.
De overheidsinstelling Ombudsman is een andere organisatie
die zich tegen het akkoord uitgesproken heeft. Een
voormalige president en andere ervaren politieke figuren
zijn ook duidelijk tegenstander van de overeenkomst.
Kunstenaars hebben culturele evenementen georganiseerd
om zich fel tegen vrijhandelsakkoorden te verzetten.
Uiteindelijk moest het parlement de overeenkomst afwijzen",
vertelde Maria Eugenio Trejos van Pensamiento Solidario.
Colombia
Hoewel Colombia een hoge mate van interventie door
de VS kent, hebben de inwoners zich fel verzet tegen
een vrijhandelsverdrag met de VS. "Op 12 augustus
2004 mobiliseerden we een miljoen mensen in de straten
van de hoofdstad. Inheemse bewoners blokkeerden snelwegen.
De regering schoot op mensen. Meer dan zeshonderd
mensen raakten gewond en 6 mensen werden gedood. Desondanks
lukt het ons om het vrijhandelsverdrag met de VS door
het parlement te laten beoordelen. Er zal in oktober
over gestemd worden," vertelde Aurelio Suarez
van Asociacion Nacional por la Salvacion Agropecuaria
(ANSA).
Filippijnen
De regering heeft grote haast om een vrijhandelsverdrag
met Japan op te stellen en te ondertekenen, zonder
dat de burgers - zelfs de parlementsleden niet - enige
informatie hebben gekregen over de inhoud van de onderhandelingen.
Parlementsleden en de civiele maatschappij hebben
bezwaar aangetekend bij het Hooggerechtshof omdat
het ondertekenen van zo'n verdrag met Japan in strijd
zou zijn met de grondwet. Tot nu toe heeft de regering
het verdrag niet kunnen ondertekenen. Mario Aguja,
parlementslid van de politieke partij Akbayan, vertelde:
"We hebben de zaak bij het hof aanhangig gemaakt
omdat arbeiders erdoor getroffen zullen worden. Boeren
zullen erdoor getroffen worden. We willen informatie.
Als parlementsleden moeten we mensen beschermen. Hoe
kunnen we zonder informatie onze mensen beschermen?
We zijn ook een campagne gestart tegen deze aantasting
van de grondwet".
Zuid Korea
De tweede ronde onderhandelingen met de VS werd onlangs
vroegtijdig beëindigd vanwege massale protesten
van bijna honderdduizend demonstranten en een eendaagse
staking van vakbonden in het hele land. Choi Jae Kwam,
een vertegenwoordiger van de Koreaanse Boeren Bond,
vertelde: "Toen we met onze campagne begonnen,
onthulde een opiniepeiling dat slechts twintig procent
tegen het vrijhandelsverdrag was omdat de meesten
niets over het verdrag wisten en daarom neutraal waren.
Maar toen meer dan 300 economen en andere academici
zich bij het team voegden om gedurende drie maanden
een hele serie onderzoeken te doen, die uitmondden
in een publicatie van 700 pagina's die aan het publiek
verstrekt werd, was daar veel aandacht voor. De nieuwste
peilingen laten nu zien dat 52 procent tegen het vrijhandelsverdrag
is. In de laatste demonstratie waren vertegenwoordigers
van 14 sectoren zoals landbouw, industrie, publieke
zorg, film, muziek, media, onderwijs, consumenten,
etcetera. Zij maken deel uit van netwerken met allianties
op regionaal niveau. Er waren campagne-tours in het
hele land, waarbij culturele festivals en seminars
gehouden werden in alle provincies.
Sinds maart 2002 heeft Robert Zoellick, de toenmalige
hoogste handelsvertegenwoordiger van de VS aan de
financiële commissie van de Amerikaanse Senaat
verklaard dat de VS bilaterale handelsonderhandelingen
als middel zal benutten om het Amerikaanse belang
in de hele wereld veilig te stellen.
Vrijhandelsverdragen (FTAs) of bilaterale handelsverdragen
worden benut als een nieuw mechanisme om voordeel
van de VS te verzekeren bij de toegang tot grondstoffen
en markten in andere landen en de invloed op buitenlandse
economieën, in samenwerking met internationale
financieringsinstellingen als de Wereldbank het IMF
en Ontwikkelingsbanken in verschillende gebieden.
De hulp en ondersteuning door ontwikkelde landen via
organisaties als USAID stimuleert ook neoliberaal
beleid, en gaat gepaard met uitbreiding van macht
en militaire invloed van de VS op belangrijke strategische
plekken in de wereld.
Politiek instrument
Het is nu duidelijk dat vrijhandelsverdragen niet
gewoon een zaak van internationale handel zijn, maar
een politiek apparaat van de machtige VS. De VS wil
zo zijn nieuwe vorm van imperialisme uitbreiden, teneinde
handel over te nemen en investeringen en nationale
grondstoffenvoorraden te kunnen beheersen van landen
in verschillende strategische gebieden op de wereld.
De ervaring van landen in Midden- en Zuid Amerika,
Pakistan, Zuid Korea, Thailand en de Filippijnen laten
dat zien. Een ander belangrijk punt is dat landen
die vrijhandelsverdragen met de VS onderhandelen,
ook het buitenlandse beleid van de VS moeten ondersteunen
en met name de oorlog tegen terrorisme. Ze moeten
daarbij soldaten naar Irak sturen en moeten mensen
onderdrukken onder het mom van bestrijding van 'terroristen'.
De Verenigde Staten zijn echter niet het enige land
dat z'n neoliberale positie probeert uit te breiden.
De Europese Unie, China, Japan en zelfs India - dat
een verse supermacht aan het worden is - proberen
hun beleid in dezelfde richting te manoeuvreren. Dit
alles heeft grote effecten in kleinere landen, en
kleine ondernemers, gemeenschappen, vrouwen, kinderen
en het milieu worden ernstig geraakt. Deze supermachten
gebruiken "verdeel en heers"-tactieken op
zowel internationaal als regionaal niveau om landen
onder druk te zetten om de onderhandelingen zo snel
mogelijk af te sluiten in concurrentieslag met elkaar.
Deze verdragen verdelen de maatschappij in elkaar
tegengestelde sectoren, zoals exporteurs die winst
behalen bij groei van de export, consumenten die kortetermijnwinst
halen bij goedkope import, patiënten die duurdere
medicijnen moeten kopen, arbeiders die uitgebuit worden
en boeren die slechts kunnen wachten op hun ineenstorting.
Drastische gevolgen
Een opvallend kenmerk van alle onderhandelingen,
is dat de regering van elk land zal proberen om de
voordelen van vrijhandelsverdragen te overdrijven.
Zo was dat het geval bij Zuid Afrika dat z'n vrijhandelsverdrag
aanprees als een "trein naar de hemel" die
Zuid Afrika mee zou voeren naar de groep van vergaand
ontwikkelde landen. De ervaring van landen die al
vrijhandelsverdragen hebben getekend, zoals Chili
en Australië, leert echter dat de daadwerkelijke
winstpunten zwaar werden overdreven en dat in sommige
gevallen de negatieve effecten nog ernstiger waren.
In Chili veroorzaakte het vrijhandelsverdrag verlies
aan land, en een wijziging van de nationale wetgeving
om privatisering van basisvoorzieningen in de infrastructuur
te bevorderen, waaronder water. Dat hield in leidingwater,
drinkwater, zeewater, water in opvangbekkens en in
rivieren; bij elkaar behoort 80 procent van het water
in Chili nu aan particuliere bedrijven toe. Zelfs
de oceaan is geprivatiseerd.
Wat Australië betreft, waarvan een vrijhandelsverdrag
met de VS al anderhalf jaar in werking is: daarover
werd een onderzoek gepresenteerd waaruit bleek dat
slechts een jaar nadat het vrijhandelsverdrag van
kracht werd, de export van Australie met vijf procent
was afgenomen en het handelstekort daarentegen met
vijf procent was toegenomen. Dat was niet bepaald
wat de Australiërs beloofd was. De VS probeerde
de wetgeving over intellectuele eigendomsrechten van
Australië en een regeling op het gebied van medicijnen
(Pharmaceutical Benefit Scheme, PBS) te wijzigen,
wat zal neerkomen op stijging van de prijs van medicijnen.
Tegelijkertijd zijn lokale medicijnenproducenten verhuisd
naar andere landen omdat ze niet meer konden concurreren
met geïmporteerde producten uit de VS. Deze effecten
hebben ervoor gezorgd dat mensen nu meer aandacht
hebben voor het vrijhandelsverdrag hetgeen leidt tot
de eis om de inhoud van het verdrag te wijzigen. Ook
is er nu meer verzet tegen een naderende onderhandelingsronde
met China.
Tegenstrategieën
De ervaringen in de verschillende landen tonen aan
dat indien er informatie wordt verspreid en wanneer
er zorgvuldig onderzoek en analyse wordt gepleegd
met economische, sociale, culturele en politieke dimensies,
mensen snel beseffen hoe vrijhandelsverdragen uit
zullen werken op verschillende gebieden. Er kan dan
gewerkt worden aan het ontwikkelen van sterke tegenstand.
Costa Rica, waarvan de regering het CAFTA-verdrag
al had getekend, zag een beweging ontstaan om ratificatie
van het verdrag te voorkomen door breed maatschappelijk
protest. In de Filippijnen is de regering er niet
in geslaagd een vrijhandelsverdrag met Japan te sluiten,
aangezien er een rechtszaak aanhangig is gemaakt waarbij
geclaimd wordt dat het een inbreuk op de grondwet
is. In Colombia hebben wetenschappelijke instellingen
en andere onafhankelijke organisaties zich gezamenlijk
tegen vrijhandelsverdragen uitgesproken, terwijl in
Zuid Korea, Thailand en Ecuador mensen met veel succes
informatie hebben benut om campagne te voeren en er
daardoor in zijn geslaagd om de onderhandelingen en
ondertekening te vertragen.
Na de uitwisseling van ervaringen van civiele organisaties
in 19 landen gedurende drie dagen, kwamen vertegenwoordigers
van maatschappelijke organisaties overeen om een netwerk
te vormen om informatie uit te wisselen, ervaringen
bijeen te brengen, analyses uit te voeren en gemeenschappelijk
onderzoek over effecten, geheime agenda's en tactieken
van regeringen om hun bevolking de vrijhandelsverdragen
te laten aanvaarden. Bovendien zullen ze de ogen blijven
richten op transnationale bedrijven en andere kapitalisten
die een drijvende kracht achter vrijhandelsonderhandelingen
vormen. En zij zullen voortgaan met samen strijden
in solidariteit.
(30 juli 2006, Bangkok, Thailand)
Deelnemers waren afkomstig uit 19 landen: Mexico,
Costa Rica, Nicaragua, Colombia, Chili, Ecuador, Argentinië,
Marokko, Senegal, Mozambique, Zuid Afrika, Canada,
Australië, Nieuw Zeeland, Pakistan, Zuid Korea,
Indonesië, Filippijnen en Thailand.
Noot:
[*] De oorsponkelijke
tekst is te vinden op http://www.bilaterals.org/article.php3?id_article=5499
Deze vertaling van Kees Hudig/XminY verscheen eerder
op: http://globalinfo.nl/content/view/975/30/
NAAR TEKST
NAAR
INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
I) Vrouwelijke arbeiders extra getroffen
door liberalisering [1]
Volgens een onderzoek van het Afrikaanse instituut
GERA (Gender and Economic Reforms in Africa) heeft
beleid gericht op economische liberalisering geleid
tot specifiek verslechtering van de arbeidsomstandigheden
van vrouwen. De achteruitgang was bij vrouwen
sterker dan bij mannen die onder vergelijkbare
omstandigheden moesten werken.
GERA onderzocht de verandering in de arbeidsomstandigheden
gedurende een half jaar in twee landen in 2002.
Zo werden de arbeidsomstandigheden onderzocht
in de schoenenindustrie in Zuid Afrika en in fabrieken
in de vrijhandelszones in Madagaskar. In beide
landen wordt een sterk neoliberaal economisch
beleid gevoerd.
De Zuid-Afrikaanse regering besloot sinds 1994
de importtarieven drastisch te verlagen. Volgens
het ministerie van Handel en Industrie zou dat
tot economische groei leiden, waarna de tarieven
naar believen weer aangepast zouden kunnen worden.
De regering van Madagaskar probeerde vooral buitenlandse
investeerders aan te trekken door de instelling
van speciale productiezones met voordelige belastingvoorwaarden
voor investeerders.
In het geval van Zuid Afrika leidde het beleid
tot sterke groei van import uit met name Azië,
die de locale productie van schoenen in KwaZulu
Natal en West Kaap benadeelde. In Madagaskar betekende
het juist een sterke groei van het aantal buitenlandse
bedrijven (van 12 in 1990 naar meer dan 2000 in
2000). Maar vreemd genoeg maakt het allemaal weinig
uit voor de arbeiders, of zoals het onderzoeksrapport
het stelt: "workers in both countries have
to confront similarly harsh realities in response
to their respective industries' attempt to become
globally competitive." Het rapport gaat gedetailleerd
in op de nadelige effecten voor de arbeiders,
en dan speciaal de vrouwen onder hen.
Lees het verder in het Engels: Website GERA
(http://www.twnafrica.org/news_detail.asp?twnID=919)
Noot:
[*]
Vertaling: Globalinfo (4 augustus 2006) en te
vinden op: http://globalinfo.nl/content/view/965/30/
NAAR TEKST
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
J) War on Want's film over de WTO
War on Want maakte een filmpje van 4 1/2 minuut
over de schadelijke gevolgen van WTO en het "vrijhandels"-beleid.
Het laat zien wat die WTO is en hoe die zo machtig
werd.
De film is op te halen vanaf: http://www.waronwant.org/?lid=12336
(grootte: 24 tot 30 Mb).
Ook kan het direkt via het internet bekeken worden
(na installatie van een plugin) op: http://www.waronwant.org/alttv
En, indien gewenst kan een hoge-resolutie versie
van 90Mb worden besteld.
WaronWant vraagt om het filmpje zo breed mogfelijk
te verspreiden.
Meer informatie van WaronWant over de WTO in
"Trade and WTO; The 'free trade' threat"
op: http://www.waronwant.org/?lid=11090
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
K) Real Aid 2
Op basis van internationale statistische gegevens
en eigen onderzoek concludeert het Britse ActionAid
in haar nieuwe rapport "Real Aid 2"
dat een kwart van alle hulpgelden uit rijke landen
in feite verkeerd wordt besteed. Vaak worden met
de fondsen dure en vaak ineffectieve, westerse
consultants, onderzoek en training betaald die
in veel gevallen de belangen van de noordelijke
donors dienen. De gekozen 'oplossingen' voor problemen
zijn daarbij veelal ongeschikt.
ActionAid vindt dat het geld beter kan worden
besteed aan direkte armoedebestrijding.
Behalve aan deze technische assistantie gaat
veel van de officiële ontwikkelingshulp op
aan administratieve kosten, dubbeltelling van
schuldverlichting, gebonden hulp en donorhulp
overeenkomstig de geopolitieke en commerciële
prioriteiten van de donors. Ook wordt het besteed
aan binnenlandse vluchtelingendoelen in de donorlanden.
Er wordt geschat dat in totaal de helft van alle
hulp niet direkt wordt gebruikt ten behoeve van
de armen. ActionAid vindt dat de arme landen in
staat moeten worden gesteld om hun eigen ontwikkelingsbeleid
vast te stellen en om hen meer keuze te laten
hoe de fondsen voor technische assistantie worden
aangewend.
Auteur van het rapport:
Romilly Greenhill
Vindplaats: http://www.actionaid.org/wps/content/documents/18%20REAL
%20AID%202%20PAGES%20%20COVER.pdf
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
L) Eén
spoor, twee treinen: over zin en onzin van ontwikkelingssamenwerking
(door Thomas Hiergens [*])
In het kader van de Gentse politieke debatten
"Zonder dwarsliggers kunnen de treinen niet
rijden..." ging het maandag 17 juli in het
Laurentinstituut over ontwikkelingssamenwerking.
Een nobel thema in tijden van escalerend geweld
en burgerleed in het Midden-Oosten. Maar net als
daar verdronk het debat in een (woorden)strijd
tussen twee hardhorige kampen. Wat beloofde een
'zacht' debat te worden, bleek al snel duidelijke
tegenstrijdigheden op te roepen. Het zal Libanezen,
Palestijnen en Israëli worst wezen.
Al menige jaren organiseren vzw. Trefpunt en Democratie
2000 politieke debatten gedurende de Gentse Feesten.
Over samenleving, politiek, cultuur, et cetera.
Eén debat elke dag. Een welgekomen sérieux
voor 10 dagen dolle gekte.
Met als debattitel "Het failliet van de
ontwikkelingssamenwerking?" boog het college
van gastsprekers, bestaande uit de vertegenwoordigers
van de grote ngo's 11.11.11, Broederlijk Delen
en Oxfam Solidariteit, publiciste Francine Mestrum,
sp.a politicus Dirk Van Der Maelen, Theo Ruyter
van Attac Nederland en twee academici van de Universiteit
van Amsterdam, zich deze keer over de zin en onzin
van de gangbare Westerse ontwikkelingssamenwerking.
Dat dit een breed thema is met weinig houvast
aan bepaalde technische of ideologische facetten
zou de achilleshiel van deze gedachtewisseling
worden.
Francine Mestrum, auteur van het veelbesproken
boek "De rattenvanger van Hameln," beet
de spits af met een rits citaten uit verschillende
decennia VN-ontwikkelingsdocumenten. Hiermee bracht
ze drie zaken op het voorplan: een bilan van de
onmiskenbaar magere resultaten, het geloof dat
het beter kan én het besef dat er nooit
iets echt verandert. Daarmee gaf ze voer aan Rudy
De Meyer, hoofd studiedienst 11.11.11, die erop
wees dat ontwikkelingssamenwerking slechts de
staart van de hond is: sterk onderhevig aan de
economische conjunctuur en de politieke machtsverhoudingen.
Ontwikkelingssamenwerking als speelbal van hogere
tendensen, volgzaam en dociel. Het IMF, De Wereldbank
en de Verenigde Naties zetten de toon. Ze coöpteren
het jargon van de ngo's en de civiele samenleving,
maar handelen volgens andere, meestal neoliberale,
principes.
Ontwikkeling wordt niet gegeven, maar wordt
bevochten
De echte tweespalt van dit debat kwam aan de
oppervlakte toen Theo Ruyter van Attac Nederland
het woord nam. Hij schoot onmiddellijk met scherp
op de ontwikkelingsindustrie, zowel op de officiële
hulp van overheidswege als op het ngo-wereldje.
Zijn centrale stellingname kwam erop neer dat
eind jaren '80 die ontwikkelingsindustrie uiteindelijk
de ontwikkelingssamenwerking de das heeft omgedaan.
En nu vergeten diezelfde instellingen en ngo's
de hand in eigen boezem te steken. Ze doen niet
aan zelfkritiek, stellen de essentie van de Hulp
niet langer in vraag en houden zichzelf angstvallig
in stand.
En zo kwamen we al snel op het centrale spoor,
waar overduidelijk twee verschillende treinen
op rijden, van dit debat. In de ene richting rijdt
een trein met believers, positivo's en vernieuwers,
vertegenwoordigd door de ngo's en Dirk Van Der
Maelen. Zij houden een pleidooi voor verbetering
en vernieuwing van het huidige ontwikkelingsbeleid:
meer en beter, het adagium van de Milleniumdoelstellingen.
De trein die de andere richting uit rijdt wordt
vertegenwoordigd door de Nederlandse academici
en Theo Ruyter en bevolkt door non-believers,
andersdenkenden en voorstanders van meer en hardere
zelfkritiek. Voor hen kan enkel een drastische
verandering nog enige zoden aan de dijk brengen:
een tabula rasa van het huidige ontwikkelingswerk.
Sp.a politicus Dirk Van Der Maelen sprong op
de bres voor de trein voor vernieuwing en verbetering:
"Te veel negatieve verhalen verzieken de
positieve effecten en doen het debat wegglijden
in cynisme en verzuring. Die houding speelt ook
in de kaart van extreem-rechts, die gretig gebruik
maakt van dergelijke argumenten. Het is voor hen
een reden om de ontwikkelingssamenwerking met
de grond gelijk te maken en niets anders in de
plaats te stellen dan een ultra-liberale wereldorde
waar de arme landen sowiezo als verliezers zullen
uitkomen." Van Der Maelen's betoog kreeg
bijval van de vertegenwoordigers van de ngo's:
"Het staat buiten kijf dat het overgrote
merendeel van de ngo's handelen met goede bedoelingen.
Hun acties zijn nodig om het publiek bewust te
maken van de problematiek."
Maar daar keek Theo Ruyter, machinist in de trein
voor drastische verandering, niet van op. Hij
beet van zich af door te stellen dat goede bedoelingen
niet meteen goede resultaten impliceren. "Dat
scherpe kritiek in de kaart van extreem-rechts
speelt, hoor ik al jaren", klaagde hij. "Het
is een oubollig argument van de ontwikkelingsindustrie
om niet aan zelfkritiek te hoeven doen. Ik hoopte
een vernieuwende wind te kunnen waarnemen in dit
debat, maar dat kan blijkbaar nog steeds niet.
De ngo's moeten, als onderdeel van de ontwikkelingsindustrie,
dringend de hand in eigen borst steken. Ze verkopen
de Milleniumdoelstellingen aan hun achterban,
maar geloven er zelf niet in. Dat kan toch niet?"
Net toen het er op leek dat men met modder naar
elkaar zou beginnen smijten nam Jan Breman, emeritus
hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van
Amsterdam en passagier op de trein voor drastische
verandering, het woord. Samen met zijn collega
Kristoffel Lieten, Prof. Dr. Ontwikkelingssociologie
en Kinderarbeid, is hij als academicus goed geplaatst
om een moreelfilosofische grondslag voor een nieuw
ontwikkelingsdenken aan te dragen. Beide heren
slaagden er kort in de discussie uit het polariserende
vaarwater te houden.
Breman hield een pleidooi voor een totaal Nieuwe
Sociale Beweging, gebaseerd op solidariteit. Enkel
dat kan volgens hem het tij doen keren. "We
moeten dringend de andere én onszelf heruitvinden,
want ontwikkeling wordt niet gegeven, maar wordt
bevochten. Er is goede contra-informatie nodig
tegen de aanvallen van rechts en andere doemdenkers.
Dat kan alleen door kritisch te staan ten aanzien
van het gangbare beleid en de huidige visie op
ontwikkeling. Waarom blijft het almaar verkeerd
gaan? Hoe komt het dat de resultaten na vier en
een halve 'ontwikkelingsdecennia' zo pover zijn?
Dáárop krijgen we geen antwoord,
ook niet vanuit de ngo-wereld."
Mag het ietsje meer zijn?
De polarisering tussen believers en non-believers,
tussen vernieuwers en revolutionairen, kwam de
kwaliteit van het debat niet ten goede, of juist
wel. Het complexe en brede thema polariseerde
(voer voor debat), maar beet zich vast in repetitieve
argumenten (afzwakking van het debat). Na vier
uur discussie hadden de sprekers niets méér
gezegd als dat na anderhalf uur al duidelijk was
geworden. De argumenten lijken tot op heden nog
steeds ontoereikend om ons over de complexe zinsvraag
van ontwikkelingssamenwerking afdoende antwoorden
te verschaffen. Hoe het verder moet, lijkt niemand
echt te weten. Iedereen weet wat niet werkt, niemand
weet wat wel werkt.
Dit milieu van sprekers kent elkaar goed, misschien
wel te goed. Men weet wat de andere zal zeggen
in reactie op dit of dat. Dit debat is duidelijk
al herhaaldelijk aan de toog van een of ander
intellectuelencafé gevoerd. Zonder echte
vooruitgang. "Het debat moet gevoerd worden",
klonk het plots eensluidend. Maar werd het dan
al niet gevoerd? Alleen nog niet grondig genoeg?
En zijn het niet de doorslaggevende argumenten
die ons ontbreken?
Ten gronde over de zinsvraag van ontwikkelingssamenwerking
discussiëren blijft nog te veel een kwestie
van perceptie, of erger nog, van geloof. En geloof
kan nooit een kwalitatief analysekader zijn voor
doortastende en duurzame beleidsmaatregelen uit
te zetten. Maar er wordt tenminste over gedebatteerd
in Gent, en dat is meer dan positief. Dat is het
begin.
Noten:
[*] Dit artikel werd op 19
juli gepubliceerd op: http://www.indymedia.be/nl/node/3256.html
NAAR TEKST
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
M) Ontwikkeling van een
duurzame en solidaire manier van economisch
meten
Oproep: onderteken petitie "Eerlijk
Meten"
(door Globalternatives)
Vanuit verschillende organisaties [1]
is het initiatief genomen tot een voorstel
aan de Tweede Kamer om de economie op
een andere manier te meten en dus ook
op een andere manier beleid te maken.
De belangrijkste reden is dat, zoals het
nu gaat, allerlei sociale en milieukosten
niet worden meegerekend en allerlei gevolgen
van het economisch beleid voor de ontwikkelingslanden
uit het zicht blijven. Ook wordt door
de nationale beleidsmakers uitgegaan van
de noodzaak van economische groei, zonder
zich voldoende af te vragen of er geen
grenzen aan die groei zijn, en of het
nu al niet genoeg is.
Het voorstel is opgenomen in een brief
met bijlagen die u kunt vinden op de website
van Globalternatives [2].
(Hieronder is een ingekorte weergave van
de brief opgenomen.)
Staat u achter dit initiatief, dan kunt
u ter plekke de brief mee-ondertekenen
[3].
Dat kan tot uiterlijk 30 augustus 2006.
Daarna zal het voorstel door de initiatiefnemers
en sympathisanten aan de Tweede Kamer
worden aangeboden.
** Petitie aan het Nederlands Parlement
over de ontwikkeling van een duurzame
en solidaire manier van economisch meten
(ingekort):
Bij de vaststelling van nationale beleidskaders
baseren regering en parlement zich in
niet onbelangrijke mate op de analyses
van het Centraal Plan Bureau (CPB), in
het bijzonder de Macro Economische Verkenning
(MEV).
Op 22 mei jl. vond in Den Haag op initiatief
van De Derde Kamer een congres plaats
onder de noemer Eerlijk delen = Eerlijk
meten [4].
Een aantal Tweede Kamerleden nam hieraan
deel. Centraal stonden de ernstige tekortkomingen
van het huidige stelsel van nationale
rekeningen. Deze tekortkomingen bleken
al diverse malen de aanzet te zijn tot
het trekken van onjuiste beleidsconclusies.
Met name de feitelijke economische groei
wordt binnen het vigerende systeem van
nationale rekeningen systematisch overschat.
Het stelsel vormt ook de analytische basis
van de Macro Economische Verkenning, en
van het doorrekenen van programmas
en begrotingsvoorstellen van politieke
partijen.
Een belangrijke constatering was dat
al sinds de jaren zestig deze tekortkomingen
bekend zijn. Echter, tot nu toe is aan
de noodzaak van andere wijzen van beschrijven
en analyseren van de economie nauwelijks
gevolg gegeven.
Wel heeft de Tweede Kamer in 1995 een
motie Wolffensperger aangenomen, waarin
het kabinet om een voor milieukosten gecorrigeerd
Nationaal Inkomen werd verzocht.
De Minister van Economische Zaken reageerde
hierop in 1996 met het plan van aanpak
voor een Duurzaam Nationaal Inkomen (DNI).
In 1997 kreeg het Instituut voor Milieuvraagstukken
(IVM) van de Vrije Universiteit de opdracht
om in samenwerking met het Rijksinstituut
voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
en het Centraal Bureau voor de Statistiek
(CBS) het DNI te berekenen over het jaar
1990.
Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek
stemde de Tweede Kamer in met een vervolg
traject, waarin elke vijf jaar het DNI
wordt berekend.
Maar in 2004 besloot de regering dat het
tijd was om het DNI wat verder van de
Ministeries te plaatsen, en begrootte
vervolgens geen middelen voor toekomstige
DNI- berekeningen.
Inmiddels zijn meer alternatieven beschikbaar
gekomen die naast ecologische ook aan
sociale aspecten en aan de mondiale context
van de Nederlandse economie aandacht geven.
Op het congres is voornamelijk gesproken
over drie alternatieven, te weten het
voornoemde DNI (zie bijlage 1), de Index
of Sustainable Economic Welfare
ISEW, en het voorstel Meta Economische
Verkenningen - MEV+. De argumentatie voor
deze alternatieven is sterk. Zij zouden
voor een goede beleidsafweging bovendien
nog aan politieke kracht winnen indien
zij in de vorm van proefversies uitgewerkt
en doorgerekend zouden worden.
Het CBS heeft op het bovengenoemde congres
aangegeven, de benodigde gegevens in principe
beschikbaar te hebben zodat deze berekeningen
daadwerkelijk gemaakt kunnen worden. En
de Wereldbank beveelt in haar recente
rapportage "Where is the wealth of
nations?" aan dat overheden via dit
soort indicatoren de duurzaamheid van
het economisch functioneren van hun land
laten doorrekenen.
Parlement en regering zouden financiële
middelen beschikbaar moeten stellen ten
behoeve van de totstandkoming van deze
proefversies uit te voeren door onafhankelijke
onderzoekers. Hun opdracht zou moeten
zijn om vóór aanvang van
de behandeling van de nationale begroting
2008 deze proefversies te ontwerpen. In
hun onderzoek zouden zij dan ondersteund
dienen te worden door de op dit gebied
relevante nationale instellingen als het
CBS, het CPB, het Sociaal en Cultureel
Planbureau (SCP), het RIVM en het Milieu-
en Natuurplanbureau (MNP). Daarmee zou
een nieuw begin gemaakt kunnen worden
met de uitvoering van de eerder vermelde
wens van uw Kamer uit 1995. Bovendien
zou daarmee het politieke debat verrijkt
worden betreffende de koers van de economie,
de verhouding economie en milieu, onze
verantwoordelijkheid tegenover ontwikkelingslanden,
en de inhoud en koers van het buitenlands
beleid, evenals de begrotingsbehandeling.
Noten:
[1]
Initiatiefnemers: Dr. Lou Keune (Vóór
de Verandering), Prof. Dr. Bob Goudzwaard
(lid De Derde Kamer, congresvoorzitter),
Tuur Elzinga (XminY-Solidariteitsfonds),
Ir. Rob Gort (De Derde Kamer), Drs. Christiaan
Hogenhuis (OIKOS), Jan Juffermans
(De Kleine Aarde), Frank Köhler (Milieudefensie),
Drs. Theo Ruyter (ATTAC Nederland), Esther
Somers (De Derde Kamer) en Peter van Vliet
(iNSnet). NAAR
TEKST
[2]
http://www.globalternatives.nl/mevpetitie
NAAR
TEKST
[3]
begin augustus waren er al 500 ondertekenaars.
NAAR
TEKST
[4]
Een verslag daarvan is te vinden op: http://www.dederdekamer.org/2.1
_nieuwsbericht.php?nieuwsid=263&jaar_virtueel=2006&maand_virtueel=05
NAAR
TEKST
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
N) Cursus 'Inleiding
Solidaire Economie'
Eindhoven: september - oktober 2006
In september 2006 start in
Eindhoven onder verantwoordelijkheid
van Vóór de Verandering,
en in samenwerking met Omslag
- Werkplaats voor Duurzame Ontwikkeling,
een "Inleidende Cursus Solidaire
Economie". De cursus staat
open voor iedereen die zeer kritisch
is ten aanzien van de neoliberale
economie en graag wil weten hoe
het anders zou kunnen. Maximaal
kunnen 20 mensen deelnemen, wie
het eerst komt ...
Belangstellenden kunnen zich tot
uiterlijk 25 augustus 2006 hiervoor
opgeven.
Solidaire Economie is ontstaan
uit onvrede met de op dit moment
overheersende neoliberale economische
orde en de noodzaak van een alternatief.
Kern van Solidaire Economie is
dat zij niet bepaald wordt door
de wetmatigheden van de (kapitalistische)
markteconomie maar door de politiek,
dus de georganiseerde uitdrukking
van de wil van de mensen. Daarbij
wordt ten principale uitgegaan
van, enerzijds de mogelijkheden
van de mensen en de natuur, en
anderzijds de behoeften van diezelfde
mensen en natuur. Solidaire economie
is primair gericht op het realiseren
van de noodzakelijke zorg voor
alle levende en toekomstige mensen,
met respect voor de natuur en
het milieu. Zij is gegrondvest
op de overtuiging dat samenwerking,
onderlinge ondersteuning en een
verantwoorde omgang met de natuur
uit oogpunt van duurzaamheid meer
opleveren dan concurrentie en
ongebreideld winstbejag.
De cursus kent 4 hoofdthemas
en 8 dagdelen.
Thema I: De noodzaak
van economische alternatieven
Dagdeel 1: Het leven van
alledag loopt vast; Dagdeel
2: Dat het vastloopt is
niet verwonderlijk, het heeft
te maken met het economisch systeem.
Thema II: Anders denken,
ander beleid
Dagdeel 3: Hoe zou een andere
economie eruit kunnen zien?;
Dagdeel 4: Hoe zou een ander
economisch beleid eruit kunnen
zien?.
Thema III: Anders doen
Dagdeel 5: Hoe overleven
mensen in grote nood?; Dagdeel
6: Solidaire economie in
de praktijk.
Thema IV: Aan de slag
Dagdeel 7: Politiek in beweging;
Dagdeel 8: Het nieuwe ontstaat
in het oude.
(De deelnemerskosten bedragen
€ 75,- Deelnemers betalen
zelf hun reiskosten en hun consumpties.
Opgeven kan via: XminY Solidariteitsfonds
(Kees/Martijn) op tel. 020-6279661
of per e-mail aan cursus AT globalternatives.nl
of omslag AT omslag.nl)
Meer informatie
op:
http://www.globalternatives.nl/index.php?page_id=24&show=news&news_id=43&style_id=
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Nieuwsbrief
over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie
WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief
van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag.
Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Guus Geurts,
Kees Hudig en Rob Bleijerveld.
Voor
een gratis email-abonnement en voor het sturen
van mededelingen, copy of reacties: onyva AT
xs4all.nl
------------------------------------------------------------------------------------------------------
|