WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Modaliteitenopzet AG en NAMA en ministerstop
vóór eind juni
(door Rob Bleijerveld)
Een maand van aanhoudende en intensieve WTO-onderhandelingen
in Genève - aansluitend op de niet gehaalde deadline
van 30 april - heeft niet geleid tot belangrijke vooruitgang
voor Landbouw (AG) en Industriële Goederen (NAMA).
Volgens voorzitter Lamy moet er eind juni een akkoord zijn
over de betreffende 'modaliteiten'. Want anders komen de
besprekingen over andere onderwerpen - waarvoor op 31 juli
de modaliteitsconcepten klaar moeten zijn - in de knel.
Het was de WTO-lidstaten niet gelukt om voor 30 april overeenstemming
te bereiken over modaliteiten voor Landbouw (AG) en Markttoegang
voor Industriële Goederen (NAMA) [1].
Ondertussen is er nog steeds geen belangrijke vooruitgang
te melden. Zo heeft de verlengde periode van non-stop en
intensieve onderhandelingen die op 26 april werd ingesteld
niet veel opgeleverd [2].
Een eerder voorzien topverleg met ministers van midden juni
werd al vroegtijdig afgeblazen. En, voorzover na te gaan
is, heeft een WTO-minitop tijdens de jaarvergadering van
de OECD in Parijs niet meer opgeleverd dan het onderschrijven
door de OECD-ministers van het belang van de Doha Ronde
[3].
De tijd dringt echter meer en meer. Tijdens een zogenaamde
Heads-of-Delegation bijeenkomst (HOD) op 30 mei maakte WTO-voorzitter
Lamy de stand van zaken op en ontvouwde zijn plannen voor
de komende weken.
Voor eind juni moet er een akkoord zijn bereikt over de
modaliteiten voor AG en NAMA. De voorzitters van de betreffende
onderhandelingscommissies moeten daartoe "op of rond
19 juni" conceptteksten aanleveren [4].
Daarna is er tijd voor analyse en het stellen van vragen
over die teksten. In de laatste week van juni is er een
bepaalde "ministeriële betrokkenheid" nodig
voor overeenstemming over die teksten. (Op 29 mei verklapte
Lamy tijdens een 'Green Room'-bijeenkomst [5]
aan een gehoor van zo'n 20 ambassadeurs dat er op 29 juni
een ministeriële bijeenkomst begint die twee tot vier
dagen zal duren. Inmiddels is hierover en over een ingelaste
diensten-ministerial (!) meer bekend geworden [6].)
Lamy is van mening dat dit mogelijk is mits de lidstaten
constructief, ambitieus en met gevoel van urgentie samenwerken.
In elk geval moet worden voorkomen dat de overige Doha-onderhandelingen
in de knel komen. De deadline voor de concept-modaliteiten
voor ondermeer diensten, handelsfacilitatie, anti-dumping,
regionale verdragen, visserijsubsidies, en de behandeling
van kleine en kwetsbare economieën is 31 juli. En deze
deadline is cruciaal voor afronding van de Doha Ronde in
2006.
Bezorgdheid over besluitvormingsproces
Op de HOD-bijeenkomst van 30 mei gaf de WTO-voorzitter
tevens aan dat het onderhandelingsproces zal lijken op dat
van eind juli 2004 [7].
Toen moest de WTO een besluit nemen over hoe verder te gaan
na Cancún. De belangrijkste landbouwproducenten (de
VS, de EU, Brazilië, India en Australië) zorgden
toen voor een langdurige impasse op Landbouwgebied en blokkeerden
zo de voortgang van de overige WTO-besprekingen. De vijf
kwamen uiteindelijk tot een akkoord en hun tekst vormde
de basis voor een besloten discussie van een paar dagen
door ministers en ambassadeurs uit zo'n 30 lidstaten ('Green
Room'). De uitkomst ervan werd voorgelegd aan de Algemene
Raad (= de gezamenlijke WTO-lidstaten) die meteen daarna
bijeen kwam. De Raad adopteerde vervolgens de tekst, die
nu bekend is als "the July 2004 Framework". Het
Framework was de eerste grote inbreuk op het "ontwikkelingsperspectief"
van het Doha-akkoord uit 2001.
De vraag is of Lamy in zijn opzet slaagt.
Op de genoemde bijeenkomst gaven verschillende ontwikkelingsstaten
- Benin namens de Afrika Groep, Zambia namens de MOL's,
en Paraguay, Venezuela en Cuba - namelijk aan dat deze werkwijze
zal leiden tot intransparantie en uitsluiting. Ze zijn bezorgd
dat vele ontwikkelingsstaten niet deel zullen kunnen nemen
aan de besluitvorming.
De Afrika Groep herinnerde de WTO-voorzitter eraan dat hun
delegaties over zeer weinig capaciteit en menskracht beschikken
en dat ze niet "pushed and hurried" willen worden
[8].
Ook stelden ontwikkelingsstaten vragen over de rol, funktie
en de vorm van de beoogde Ministerial. Lamy's antwoord was
vaag. Hij refereerde weer aan de formele gang van zaken
in juli 2004 en vertelde de gedelegeerden dat de ministersbijeenkomst
slechts tot doel had de impasse te doorbreken.
De ministers hebben volgens hem geen recht tot besluitvorming.
Daarbij zouden alle groepen en belangrijke standpunten zijn
vertegenwoordigd in de Ministerial en zou de top opgezet
zijn als mix van besloten en open bijeenkomsten. En de eindbeslissing
zou worden genomen tijdens een zitting van het Trade Negotiations
Committee, de stuurgroep van de WTO.
Een andere kwestie waarover ontwikkelingsstaten hun bezorgdheid
uitten, betreft de status van de modaliteiten: gaat het
om gedeeltelijke of volledige modaliteiten? Ze gaven aan
dat een uitkomst van dit proces alle aspecten en kwesties
met betrekking tot de Landbouw- en NAMA-onderhandelingen
zou moeten bevatten. Indonesië, Venezuela en Cuba benadrukten
het belang van Speciale Producten en van het Speciale Garantie
Mechanisme. En El Salvador en Honduras maakten bekend nieuwe
elementen in de discussie rond kleine en kwetsbare economieën
te willen introduceren.
Cuba herinnerde eraan dat er eind juni alleen sprake kan
zijn van een voorlopig en voorwaardelijk akkoord. Er zijn
hier namelijk slechts twee kwesties in het geding (AG en
NAMA) en van een eindbeslissing is er pas sprake zodra over
alle aspecten van de Doha Agenda besloten is (de 'Single
Undertaking').
Bronnen:
- "WTO modalities texts on 19 June, mini-Ministerial
at end-June," door Kanaga Raja (South North Development
Monitor/ Third World Network), 30 mei 2006 (http://groups.google.ca/group/misc.activism.progressive/browse_thread/
thread/632aa642296d1002/c39d180d1e9d12a7?q=WTO+modalities+texts+on+19+
June%2C+mini-Ministerial+at+end-June&rnum=1#c39d180d1e9d12a7).
- "Lamy Sets End-June Deadline For Ag, NAMA Modalities,"
ICTSD, Bridges Weekly Trade News Digest Vol 10 Nr 19, van
31 mei 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-31/story1.htm).
Noten:
[1] Meer daarover in: "(26 april)
April-deadline WTO toch niet gehaald; Geen nieuwe deadline,
wel intensief werkprogramma voor modaliteiten", door
Rob Bleijerveld, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 67, van 27 april
2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060427-5567.htm).
NAAR TEKST
[2] Overeenkomstig de afspraken van
eind december in Hong Kong moet eerst de bestaande impasse
op AG en NAMA-gebied worden overwonnen alvorens conceptmodaliteiten
kunnen worden vastgesteld voor andere onderwerpen. NAAR
TEKST
[3] Zie: "Chair's summary of the
OECD Council at Ministerial Level," OECD, 23 - 24 mei
2006 (http://www.oecd.org/document/43/0,2340,en_2649_201185_36781483_1_1_1_1,00.html).
Volgens een Indiase krant zouden de ministers van ondermeer
de EU, de VS, Nieuw Zeeland, Australië en Japan deelnemen
aan deze minitop. Opvallend is dat India en Brazilië
zich vlak tevoren afmeldden omdat er "in de afgelopen
maand in vergaderingen van werkgroepen van de WTO geen convergentie
is bereikt op belangrijke kwesties". Zie: "India,
Brazil opt out of WTO meet", door Amiti Sen, 23 mei
2006 (http://www.financialexpress.com/fe_full_story.php?content_id=127978).
Deze stap van India en Brazilië lijkt echter geen breuk
in te houden met de opzet van EU en VS om een Doha-deal
door te drukken via de G20-top. In recente pers-uitlatingen
benadrukken India, Brazilië en China namelijk het belang
van spoedige overstemming over modaliteiten en van het afsluiten
van de Doha Ronde in 2006. NAAR TEKST
[4] Beide voorzitters aarzelden echter:
Falconer (AG) vond 19 juni eigenlijk te vroeg en Stephenson
(NAMA) zei dat hij alleen een concepttekst kan opstellen
indien de standpunten van de lidstaten voldoende dichtbij
komen. Voor meer achtergrond daarbij, zie respectievelijk:
"Ag chair to produce draft text around 19 june, as
members remain divided on subsidy cuts," ICTSD, in
Bridges Weekly Trade News Digest Vol 10 Nr 19,van 31 mei
2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-31/story2.htm)
en "NAMA: members to turn to core issues even though
minor ones remain unresolved," ICTSD, in Bridges Weekly
Trade News Digest Vol 10 Nr 18, van 24 mei 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-24/story2.htm).
NAAR TEKST
[5] Dat is een besloten topoverlegvorm
("alleen genodigden welkom"). NAAR
TEKST
[6] Inmiddels (6 juni) zijn er berichten
die spreken over deelname van 30 tot 40 ministers van 28
juni tot ongeveer 3 juli. NGO's hebben geen toegang tot
het WTO-gebouw. Door het inlassen van een ministerstop over
diensten-ministers op 26 juni wordt de inzet eind juni extra
groot. ("EU Calls for 'Services' Ministerial",
Washington Trade Daily van 1 juni: "The European Union
plans to convene a stocktaking meeting of select trade ministers
on the Doha Development Agenda services negotiations in
an effort to better link the outcomes of the modalities
negotiations in agriculture and nonagricultural market access
with the important services sector". Voor de dienstentop
zijn ondermeer Brazilië, Argentinië, Maleisië,
Thailand, de Filippijnen en enkele andere Zuidoost Aziatische
staten uitgenodigd. NAAR TEKST
[7] zie: "WTO 'eindelijk' weer
op gang na Cancún-debacle; Raamakkoord strijdig met
ontwikkelingsdoel van Doha Ronde," door Rob Bleijerveld,
in WTO.ZIP Nieuwsbrief nr 47, van 11 augustus 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040811-9147.htm).
NAAR TEKST
[8] Tijdens de Algemene Raadszitting
van 15 mei werden hierover ook belangrijke opmerkingen gemaakt.
Zo relativeerde Cuba het belang van het afsluiten van de
Doha Ronde in 2006: de rijke staten zouden daar het meeste
belang bij hebben. Cuba stelde voor om te onderzoeken hoe
het staat met kosten en voordelen van verlenging van de
Doha Ronde tot na 2006. Venezuela zei dat de intensieve
onderhandelingsperiode in mei (lees: het grote aantal van
besloten vergaderingen) lijkt te worden aangedreven doet
het "spook van de uitsluiting". Paraguay waarschuwde
namens de zogenaamde 'informal group' van ontwikkelingsstaten
dat de haastige spoed een negatief effect kan hebben op
"transparantie richting alle lidstaten" en dat
dat op zijn beurt de legitimiteit van elk bereikt akkoord
kan aantasten. Zie: "Lamy: talks now in 'Red Zone,'
members need to compromise," ICTSD, in Bridges Weekly
Trade News Digest Vol 10 Nr 17, van 17 mei 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-17/story1.htm).
NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) Europese organisaties veroordelen
Mandelson's anti-ontwikkelings WTO agendaagenda
Brussel, 1 juni 2006 - In een open brief veroordeelden ruim
70 groepen uit 16 Europese landen vandaag de handelspolitiek
van de Europese Unie. De brief, getiteld 'Not in Our Name',
is gericht aan handelscommissaris Peter Mandelson en de
regeringen van de 25 EU-lidstaten en is als advertentie
opgenomen in de Financial Times van vandaag [1].
Sonja Meister, handelscampagnevoerder van Friends of the
Earth Europe, zei: "De EU claimt een pro-ontwikkelingsagenda
te volgen. Maar dat zijn lege woorden - de EU dient bijna
uitsluitend de belangen van grote ondernemingen. De manier
waarop de EU nu in de WTO onderhandelt, duwt arme landen
steeds verder weg in de ellende, verergert de klimaatverandering
en leidt tot toenemend verlies van bossen en biodiversiteit
[2]."
"Met deze open brief aan handelscommissaris Peter
Mandelson geven ruim 70 Europese organisaties aan zich af
te keren van de handelspolitiek van de EU. Onze brief brengt
naar voren dat Mandelson niet de steun geniet van de Europese
civil society. De handelsagenda van de EU moet een andere
oriëntatie krijgen namelijk die van de economische
alternatieven die werkelijk duurzaam zijn en die eerlijk
zijn ten opzichte van ontwikkelingslanden," zo voegde
Meister toe.
De coalitie die de open brief opstelde bestaat uit vakbondsleden,
geloofsgroepen, vrouwenorgansaties, ontwikkelings- en milieuorganisaties.
De brief bekritiseert de EU vooral wegens het onder druk
zetten van ontwikkelingslanden opdat die hun landbouw-,
industrie- en dienstenmarkten openen terwijl de Unie zelf
zijn handelsverstorende landbouwsubsidiesysteem handhaaft.
Zo blijft de Unie ontwikkelingslanden dwingen om "ambitieuze"
marktopeningsbeloften te doen in de lopende onderhandelingen
over industriële goederen. Deindustrialisering van
arme naties en toenemende exploitatie van hun natuurlijke
grondstoffen en hulpbronnen zullen hiervan het gevolg zijn.
De deadline van de WTO voor het afsluiten van de Doha Ronde
komt snel naderbij. De regeringsdelegaties bevinden zich
midden in een 6-weekse periode van intensieve onderhandelingen,
die gezien worden als de laatste kans om de officiële
deadline van eind juli te halen.
Naschrift (red.):
In het BBC-programma "World At One" reageert Mandelson
op de open brief en zegt dat de organisaties de onderhandelingen
niet in detail gevolgd hebben (...). "Nobody is doing
more to open its markets and give aid for trade than the
European Union," aldus Mandelson. Hij vindt de standpunten
in de brief misplaatst en geeft aan dat "serious NGOs
like Oxfam" weigerden de brief te tekenen. Desgevraagd
geeft Celine Charveriat, hoofd van Oxfam's Make Trade Fair
Campaign aan dat Oxfam inderdaad niet wilden tekenen. Maar
Mandelson moet dit niet gebruiken om af te leiden van waar
het werkelijk om gaat. Volgens Oxfam is een eerlijke deal
nog steeds mogelijk, maar "the real issue here is the
failure of Peter Mandelson and other EU leaders to keep
their promises to deliver a trade deal that lifts poor people
out of poverty," aldus Charveriat [3].
Bron:
- "European organisations unite to condemn Mandelson's
anti-development WTO agenda," Press Release, 1 juni
2006 (http://www.foeeurope.org/press/2006/AW_1_June_Mandelson.htm).
Vertaling: Rob Bleijerveld.
Noten:
[1] De brief is hier te vinden: http://www.foeeurope.org/publications/2006/Not_in_Our_Name.pdf
NAAR TEKST
[2] "The WTO's Hong Kong Declaration:
An analysis of key impacts on the global environment and
livelihoods," analyse door Friends of the Earth, februari
2006 (http://www.foeeurope.org/publications/2006/HongKong_analysis_Feb2006.pdf).
NAAR TEKST
[3] "Mandelson rejects trade criticisms,
" BBC, 1 juni 2006 (http://news.bbc.co.uk/go/pr/fr/-/2/hi/business/5038434.stm).
NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) GATS-onderhandelingen over financiële
diensten leiden tot meer armoede en financiële instabiliteit
(door Myriam vander Stichele [*])
De GATS-onderhandelingen over financiële diensten
(banken, beleggingsfondsen, verzekeringsmaatschappijen,
etc.) worden weinig gevolgd en bediscussieerd maar vormen
een grote bedreiging voor ontwikkelingslanden en duurzame
ontwikkeling. Hieronder een artikel over werking en gevolgen,
en wat ertegen gedaan kan worden.
De onderhandelingen over een nieuw dienstenakkoord in de
WTO, het GATS, omvatten ook de besprekingen over de liberalisering
van financiële diensten. Deze liberalisering zorgt
voor betere markttoegang voor buitenlandse banken, verzekeringsmaatschappijen,
pensioenfondsen en andere ondernemingen. Maar het geeft
die ondernemingen ook meer mogelijkheden om in gastlanden
lokale banken en andere financiële ondernemingen over
te nemen en om hun eigen financiële zaken op te zetten
(dwz. investeringen).
De Noordelijke landen en de lobby van de grote financiële
conglomeraten oefenen veel druk uit om toegang te verkrijgen
tot meer winstgevende markten. Zo verzocht de EU vele ontwikkelingslanden
om hun financiële markten vergaand te openen en de
dereguleren.
Na maart 2006 gingen de onderhandelingen een nieuwe fase
in. In het kader van een serie "plurilaterale"
onderhandelingen in april, mei en juni voert een groep van
Noordelijke landen discussies over marktopening met een
groep van grote en middelgrote ontwikkelingslanden. Voor
eind juni 2006 moeten de WTO-lidstaten aangeven hoe ze hun
aanbod voor marktopening willen verbeteren ("new offers").
En voor 31 oktober 2006 moet elke lidstaat een lijst overhandigen
met nieuwe dienstensectoren die hij onder GATS wil liberaliseren.
Tot dit zeer krappe onderhandelingsschema is besloten tijdens
de top in Hong Kong in december 2005. In de maanden voorafgaand
aan deadlines in juli en oktober 2006 zullen ontwikkelingslanden
tijdens de "plurilaterale" en de lopende bilaterale
onderhandelingen onder druk worden gezet om meer financiële
diensten te liberaliseren. Dit terwijl er een groot aantal
belangrijke kwesties en problemen spelen die betrekking
hebben op ontwikkelingslanden en duurzame ontwikkeling.
Aangezien deze worden genegeerd door de onderhandelaars
moeten ze door civil society naar voren worden gebracht:
* Voorrang voor snelle liberalisering
De nadruk bij de bilaterale en plurilaterale GATS-onderhandelingen
over de financiële diensten op snelle en zeer uitgebreide
markttoegang voor buitenlandse ondernemingen gaat alle proporties
te buiten. In de praktijk betekent dit het verzoek om buitenlandse
financiële ondernemingen in staat te stellen de hele
binnenlandse, particuliere financiële industrie geheel
over te nemen zonder de gevolgen te evalueren. Dit weerhoudt
ontwikkelingslanden ervan hun nationale financiële
industrie te ontwikkelen en te verbeteren. Noordelijke onderhandelaars
vragen om gelijke behandeling voor buitenlandse bedrijven
maar verzwijgen daarbij dat die bedrijven zich niet op dezelfde
wijze gedragen als nationale banken en verzekeringsmaatschappijen
(zie de volgende paragraaf!).
* GATS vergroot de kloof tussen arm en rijk
De Noordelijke pro-liberaliseringsargumenten van grotere
"efficiëntie" en meer keuzevrijheid ten aanzien
van financiële produkten staan haaks op de ervaringen
met liberalisering van financiële diensten in veel
ontwikkelingslanden:
- Buitenlandse financiële ondernemingen vergroten
de kloof tussen rijk en arm door zich bij hun dienstverlening
voornamelijk te richten op multinationals, de rijkste klanten,
de meest ontwikkelde landen en de meest ontwikkelde regio's,
en door het beste personeel aan te trekken uit de gastlanden
("cherry picking").
- De netto geldstroom gaat van Zuid naar Noord naarmate
de winsten uit dienstverlening aan rijke klanten gemakkelijker
teruggesluisd kunnen worden naar het land waar de hoofdzetel
van het bedrijf gevestigd is (GATS Art. XI verbiedt beperkingen
op de repatriëring van winsten) en naarmate klanten
in arme landen meer mogelijkheden krijgen om geld over te
brengen naar het Noorden.
- Gastlanden moeten extra onkosten maken voor het reguleren
van en het toezicht houden op de veranderingen en de toegenomen
risiko's door de complexe dienstverlening door buitenlandse
banken.
- De bilaterale GATS-onderhandelingen worden gebruikt om
maatregelen ter discussie te stellen ter ondersteuning van
armoedebestrijding (zoals in het geval van de EU).
- Om in het buitenland banken of verzekeringen over te kunnen
nemen en de aandelenkoersen hoog te houden, snijden de financiële
ondernemingen in de kosten en ontslaan ze personeel thuis
en in het gastland. Dit leidt tot vermindering van de werkgelegenheid
en tot meer uitbesteding (outsourcing) waarbij het personeel
minder verdient en minder bonussen krijgt, zelfs als het
financiële conglomeraat miljarden dollar netto winst
maakt.
* GATS vergroot het risiko van een financiële
crisis
De snelle liberalisering van financiële diensten bedreigt
op velerlei manieren de financiële stabiliteit van
ontwikkelingslanden en het internationale monetaire systeem.
Landen die willen liberaliseren moeten eerst de juiste regulering
instellen. Noordelijke onderhandelaars negeren namelijk
de ervaringen uit eerdere financiële crises die aantonen
dat liberalisering geleidelijk en in de juiste volgorde
moet plaatsvinden En ondersteund moet worden door kostbare
deskundigheidsbevordering van financiële authoriteiten
in ontwikkelingslanden. Het louter openen van de markt voor
buitenlandse financiële diensten lost de problemen
van de financiële dienstverlening in veel ontwikkelingslanden
niet op.
GATS-regels versterken het gevaar van financiële instabiliteit
en vormen zowel een beperking als een uitdaging voor regeringen
en centrale banken om onafhankelijk beleid te ontwikkelen.
De weinige bepalingen onder GATS die over de risiko's van
financiële diensten gaan, zijn ondergeschikt aan de
verplichting om te liberaliseren. Omdat GATS vaag is over
de toegestane financiële voorzorgsmaatregelen (prudential
measures) zijn veel reguleringen van ontwikkelingslanden
kwetsbaar: ze kunnen worden aangeklaagd middels een WTO-geschil
of doelwit worden van een meedogenloze onderhandelaars tijdens
geheime GATS-onderhandelingen. Dit kan ertoe leiden dat
landen afzien van het introduceren van de nodzakelijke nationale
wetgeving voor armoedebestrijding, duurzaamheid en financiële
stabiliteit. Last not least oefenen de autoriteiten in de
"thuislanden" toezicht uit op de buitenlandse
banken (met name hun filialen)!
* GATS sluit naadloos aan bij de belangen van de
Westerse financiële industrie
De lobby van de grootste financiële conglomeraten
in het Noorden was erg actief en successvol tijdens de GATS-onderhandelingen.
Als gevolg daarvan sluiten de GATS-regels en de lopende
onderhandelingen naadloos aan bij hun strategieën van
uitbreiding en winstgevendheid (hetgeen leidt tot concentratie
van de industrie). Zelfs uit openbare documenten van de
Europese Commissie komt naar voren dat de Europese financiële
industrie wil uitbreiden omdat ze thuis niet genoeg winst
kan maken! Het GATS-akkoord heeft slechts een zeer zwak
artikel - Art. IX - dat marktmisbruik kan aanpakken die
volgt op onbeperkte concentratie van de industrie.
* Belangrijke punten van civil society worden niet
opgenomen in de GATS-onderhandelingen
GATS-regels en -onderhandelingen houden geen rekening met
de vele problemen die de civil society, vooral in het Zuiden,
aandraagt, zoals:
- gebrek aan algemene toegang tot financiële diensten;
- gebrek aan financiering of andere dienstverlening aan
arme individuen, kleine boeren en ondernemers;
- gebrek aan transparantie van de financiële industrie
en zijn transacties; en
- het buiten beschouwing blijven van lopende initiatieven
gericht op het bevorderen van duurzame ontwikkeling door
financieringsmechanismen en op verantwoordelijk gedrag van
financiële bedrijven.
De lopende onderhandelingen versterken de financieringsmechanismen
voor de globalisering door grote ondernemingen. Ze vinden
plaats op een moment waarop nog niet alle noodzakelijke
nationale en internationale financiële beschermingsmaatregelen
ingesteld zijn. Daarom zouden financiële bedrijven
die voor toenemende armoede en niet-duurzame ontwikkeling
zorgen onder GATS niet het recht moeten krijgen om meer
markten te betreden.
Wat kan men doen?
Meer bewustwordingsactiviteiten over deze belangrijke kwestie
zouden moeten leiden tot meer openbare en politieke debatten
in de landen van de "eisers" en vooral in de landen
die onder druk staan om te liberaliseren. De lopende plurilaterale
onderhandelingen richten zich de volgende landen: China,
India, Brazilië, Thailand, Maleisië, Indonesië,
Filippijnen, Zuid-Afrika, Egypte, Marokko, Pakistan, Turkije,
Uruguay, Tunesië, Nigeria, Argentinië, Costa Rica,
Israël, Verenigde Arabische Emiraten, Singapore en
Kuwait. Maar ook veel andere ontwikkelingslanden ontvingen
verreikende (bilaterale) verzoeken tot marktopening. De
belangrijkste "eisers" zijn Australië, Canada,
de Europese Gemeenschap, Hong Kong China, Japan, de Verenigde
Staten en Zwitserland.
Ministers, ministeriële ambtenaren, parlementariërs
en andere politici zouden door de civil society moeten worden
ondervraagd: waarom onderhandelen ze zonder daarbij rekening
te houden met de risiko's van liberalisering van financiële
diensten? Leden van ATTAC zouden de risiko's van financiële
instabiliteit onder de aandacht kunnen brengen. Vakbonden
kunnen zich richten op banenverlies en onzekerheid die ontstaan
wanneer grote financiële conglomeraten in het buitenalnd
fusies aangaan en bedrijven aankopen voor nog hogere winsten
terwijl ze reeds grote winsten maken.
Enkele organisaties zijn al begonnen met het houden van
activiteiten, zoals de Zwitserse Bern Declaration (http://www.evb.ch/p25010276.html)
en het Duitse WEED (http://www.weed-online.org/themen).
Meer information:
-- "Critical issues in the financial industry",
M. Vander Stichele, april 2005: chapter 6 analyeert de liberalisering
van financiële diensten onder GATS (http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Financial_sector_report_05_NL.pdf).
- - "ATS negotiations in financial services: The EU
requests and their implications for developing countries
- Bilateral negotiations analysis," M. Vander Stichele,
december 2005 (http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Weed_speech_FSI_GATS_2005_NL.pdf).
-- "Briefing paper to ATTAC members" (http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Briefing_FS_attac_2004_EN.pdf).
Contactgegevens Myriam Vander Stichele:
mvandersticheleATsomo.nl of 020-639 12 91).
Noot:
[*] Bron: "GATS
negotiations in financial services promote poverty and financial
instability," door Myriam vander Stichele (onderzoekster
SOMO, Amsterdam), mei 2006. Vertaling: Rob Bleijerveld.
Het artikel was opgenomen in de Trade&Fin nieuwsbrief
van Rethinking Bretton Woods Project, van 29 mei 2006 (zie:
http://www.coc.org). NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) Sept. 2006: Dienstenrichtlijn en Witboek
2004 (weer) in Europees parlement
Europese vakbondscampagne voor bescherming van openbare
en sociale diensten
(door Rob Bleijerveld)
Op 16 februari van dit jaar stemde het Europees Parlement
(EP) in met een afgezwakte (maar nog steeds neoliberale)
versie van de Dienstenrichtlijn van Bolkestein [1]
[2]. Op 29 mei
keurde de Europese Raad van Ministers haar eigen versie
goed. Deze week enigszins af van die van de volksvertegenwoordiging.
In september komt de ministeriële richtlijn voor de
"Tweede Lezing" weer in het Parlement. Ook zal
er dan over het zogenaamde Witboek (2004) van de Europese
Commissie worden gestemd. Dat Witboek verduidelijkt wat
de Commissie verstaat onder diensten van algemeen economisch
belang (DAEB) en diensten van algemeen belang (DAB). Instemmen
met het Commissie-voorstel komt neer op het definitief onder
de markttucht brengen van wat bekend staat als openbare
dienstverlening
Hieronder eerst een uitleg van de begrippen openbare dienst,
DAEB en DAB [3].
Daarna volgen twee bewerkte artikelen uit de laatste nieuwsbrief
[4] van het
EPSU, de Europese Federatie van Publieke Diensten Vakbonden
die zich al geruime tijd inzet voor de bescherming van openbare
en sociale diensten, en van basisrechten.
In april startte het EPSU met de campagne "Quality
public service - quality of life". Ook voert EPSU samen
met het ETUC (Europese Handels Vakbond Confederatie) een
krachtige lobby in het Europese Parlement tegen elementen
uit de Bolkestein Richtlijn en tegen het Witboek van de
Commissie. De EPSU heeft met succes parlementariërs
bereid gevonden om een concept-"Kaderrichtlijn"
ter bescherming van de openbare diensten-sector op te stellen
en in te dienen. De EPSU voert een campagne om steun te
verwerven voor deze richtlijn en roept vakbondsleden in
Europa op deze actief te ondersteunen.
* Van "openbare dienst" naar "dienst van
algemeen economisch belang"
De term "openbare dienst" bestaat al lang en
houdt in dat een overheid een monopolie heeft op bepaalde
publieke dienstverlening (telefoon, drinkwater, openbaar
vervoer, etc). De overheid financiert de dienst en bepaalt
de gebruikersprijs voor de dienstverlening mede aan de hand
van sociale, ecologische of economische overwegingen. Maar
in het jargon en vooral de regelgeving van de EEG (en later
de EU) komt de term "openbare dienst" nergens
voor! En dus is er ook niets vastgelegd over privatisering,
nationalisatie of over staatssteun. Wat niet bestaat hoeft
ook niet gereguleerd, toch?
Tot 1986 vormde de uitvoering van openbare diensten een
uitzondering op het beginsel van de vrije mededinging (EEG-verbod
op afspraken tussen ondernemingen en staatssteun) en bleef
ze ongemoeid. In datzelfde jaar werd onder de toenmalige
commissievoorzitter Delors een begin gemaakt met de opbouw
van de Eenheidsmarkt voor vrij verkeer van personen, goederen,
kapitaal en diensten in de Unie. Toen werd ook een begin
gemaakt met het gaandeweg toepassen van het concurrentieprincipe
op de openbare diensten. Echter niet door die diensten te
definiëren, maar door twee andere begrippen en regelingen
te introduceren: diensten van algemeen belang (DAB) en diensten
van algemeen economisch belang (DAEB). De DAB zijn diensten
die tot op zekere hoogte door de overheid worden gereguleerd
en gecontroleerd en waarvoor de gebruiker geen prestatievergoeding
betaalt (bijv. rechtspraak). De DAEB zijn soortgelijke diensten
maar met een gebruikersprijs (bijv. watervoorziening). Vervolgens
werd nergens het begrip van DAEB precies omschreven.
In deze leemte stelde de Commissie in 2004 het zogenaamde
Witboek [5]
op waarin een en ander wordt verduidelijkt. Er wordt uitdrukkelijk
gesteld dat DAB en DAEB niet mogen worden verward met de
uitdrukking "openbare dienst". Overheden mogen
van de Commissie alleen DAEBs oprichten als particuliere
ondernemers de dienst niet aanbieden én als de DAEB
de concurrentieregels respecteert. Diensten van algemeen
economisch belang mogen weliswaar met overheidsgeld gefinancierd
worden, maar alleen zoals een particuliere investeerder
dat zou doen! Anders is er sprake van concurrentievervalsing....
Verder is er een ingewikkeld stelsel opgesteld van bepalingen
met betrekking tot overheidssteun, meldingsplicht, en uitzonderingsgevallen
[6].
De bepalingen uit het Witboek komen ook voor in het concept
Grondwetsverdrag dat eerder werd afgewezen door de Nederlandse
en Franse bevolking. De Commissie wil ondanks de tegenstand
binnenkort bepaalde delen uit die tekst alvast gaan invoeren.
Ziehier de reden voor het agenderen van het Witboek bij
het Europese Parlement.
Indien het EP in september instemt zal wat we kennen als
"openbare dienst" definitief verdwijnen. Lokale,
regionale en nationale overheden kunnen dan geen enkele
dienst meer aanbieden waartoe iedereen toegang heeft en
waarvan de kosten door de gemeenschap worden gedragen. Waterleiding
aanleggen tot aan het laatste huis van de dorp? Niet rendabel
of niet betaalbaar. Een bijdrage van de staat dan maar?
Concurrentie-vervalsing, dus verboden.
En dan hebben we het nog niet gehad over de sociale rechten
van de Europese burgers. Hierover is nog steeds niets geregeld,
laat staan gegarandeerd
op Europees niveau (rechten op arbeid, minimuminkomen, werkloosheidsuitkeringen,
pensioen, gezondheidszorg, huisvesting).....
* Inleiding door de EPSU-voorzitter
Secretaris-generaal Carola Fischbach-Pyttel van de EPSU
schrijft dat de kwestie van de openbare diensten dankzij
de inzet van de Europese vakbond nu bovenaan op de agenda
van het Europarlement staat. De betekenis van de openbare
diensten - die in Brussel worden aangeduid als "diensten
van algemeen belang" (DAB) - is toegenomen in de nasleep
van het debat over de Dienstenrichtlijn van Bolkestein.
Het EPSU vecht al geruime tijd voor de erkenning van openbare
diensten door de Europese Commissie en de Raad van ministers,
en startte in april de "Quality public service - quality
of life"-campagne. De Federatie wil zich de komende
anderhalf jaar inzetten om het cruciale belang van een kaderrichtlijn
voor diensten van algemeen belang naar voren te brengen
en doet daarbij een beroep op de aangesloten vakbondsleden.
In alle EU-lidstaten zijn nationale coordinatoren aangesteld
die lokale activiteiten en akties moeten opzetten en er
voor moeten zorgen dat de situatie van de lokale publieke
dienstverlening weerspiegeld wordt in de EPSU-lobby in Brussel.
Fischbach-Pyttel gaat ervan uit, dat de expertise van de
vakbondsleden (8 miljoen!) en de gezamenlijke kracht voldoende
zijn om tastbare resultaten te bereiken.
Het eerste success is dat de Partij van Europese Socialisten
(PES) een concept kaderrichtlijn DAB opstelde en die aanbood
aan de Commissie. De Groene Partij ondersteunt dit project
van harte. In de eerste week van september zal het Europese
Parlement stemmen over het DAB Witboek van de Commissie
dat onderhevig is aan kritiek van voorstanders van een goede
bescherming van de openbare dienstensector [7].
Tot die tijd zal de EPSU "aan de parlementariërs
duidelijk maken dat de openbare dienst-werknemers in Europa
hen in de gaten houden en erop toe zien dat ze het meest
sterke signaal afgeven aan de Europese Commissie dat het
nu tijd is voor een kaderrichtlijn!".
* Persbericht: "EPSU eist dat Europese Parlement
de tegenstrijdigheden in de Dienstenrichtlijn van de Raad
ongedaan maakt" [8]
(31 mei, Brussel) In het licht van de stemming van de Raad
van Ministers over de Dienstenrichtlijn op 29 mei zal de
EPSU het Europese Parlement stevig onder druk zetten om
veel van de overgebleven problemen op te lossen wanneer
de kwestie terugkomt voor Tweede Lezing in september. De
Dienstenrichtlijn levert veel problemen op voor de openbare
diensten-werknemers in Europa, en in de context van de bredere
wetgevende agenda van de Europese Unie bevat de tekst enkele
regelrechte tegenstrijdigheden, aldus Secretaris-generaal
Carola Fischbach-Pyttel van de EPSU.
Er zijn drie belangrijke problemen, namelijk:
- De Diensten van Algemeen Belang (DAB/DAEB), waaronder
de sociale diensten, zijn nog onderdeel van de richtlijn;
- In de secties over arbeidswetgeving ontbreekt elke referentie
aan het Europese Charter van Basisrechten;
- De mogelijkheid voor lidstaten om de noodzakelijke vereisten
te handhaven is verder ingeperkt.
Een andere tegenstrijdigheden rond de dienstentekst is
het gegeven dat sociale diensten van algemeen belang op
dit moment deel uitmaken van een Europees debat dat specifiek
opgezet is om hun eigenschappen te definiëren! De Raad
heeft bijna opzettelijk dit proces genegeerd door sociale
diensten op te nemen in het bereik van de richtlijn. Evenzo
is het debat ter verduidelijking van de status van diensten
van algemeen belang nog gaande en zo'n kerndebat over het
waarborgen van kwalitatieve publieke diensten in de EU moet
de tijd krijgen.
Mw.. Fishbach-Pyttel voegde daaraan toe: "Het is behoorlijk
frustrerend dat ondanks de verbindendverklaring door de
Raad van de "geest van het Europese Grondwettelijke
Verdrag" het Charter van Basisrechten niet wordt erkend,
evenmin als het recht van lidstaten om hun eigen diensten
van algemeen belang te ontwerpen. Het is alsof de Raad opereert
in een parallelle wereld waarin beloften om weer aansluiting
te zoeken bij de Europese burger door het beschermen van
publieke diensten niet gevolgd hoeven te worden door daadwerkelijke
aktie."
De EPSU zal met de European Trade Union Confederation (ETUC)
samenwerken om zeker te stellen dat het Europese Parlement
in Tweede Lezing op krachtige wijze de referentie aan het
Charter, de uitsluiting van DAB/DAEB en de noodzaak voor
duidelijke criteria voor goedkeuring onderschrijft.
Noten:
[1] Voor meer achtergrondinformatie
uit maart 2005 over de Dienstenrichtlijn, zie: "Stop
de Dienstenrichtlijn voor een sociaal Europa" door
Roelien Knottnerus, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 52, van 18
maart 2005 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/050318-0652.htm).
NAAR TEKST
[2] Voor diverse reacties op de parlementaire
stemming van 16 februari, zie: http://www.dienstenrichtlijn.nl/nieuws/
NAAR TEKST
[3] Uit:"De voorstanders van een
'ja' liegen om de Europese Grondwet erdoor te duwen,"
interview met Raoul-Marc Jennar, expert Europese aangelegenheden
en internationale handel, 20 december 2004 (http://www.ptb.be/scripts/article.phtml?section=A2AAAB&obid=25494)
en "EU Grondwet obstakel voor demokratisch en sociaal
Europa," door Herman Michiel cs., 18 september 2005:
"Van openbare diensten naar diensten van algemeen economisch
belang" (p. 43) (http://www.sap-pos.org/txt-nl/2005/september/brochure_grondwet_180905.PDF).
NAAR TEKST
[4] Bron: EPSU Newsletter, 2 June,
2006 (http://www.epsu.org/m/181).
NAAR TEKST
[5] Http://europa.eu.int/eur-lex/nl/com/wpr/2004/com2004_0374nl01.pdf
NAAR TEKST
[6] Http://www.europadecentraal.nl/emc.asp?pageId=312
NAAR TEKST
[7] Voor achtergrondinformatie over
dit Witboek met betrekking tot de gezondheidszorg en de
drinkwatervoorziening, zie respectievelijk: "De neoliberale
route naar 'betere' gezondheidszorg in Europa," door
Erwin Pannekeet, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 46, van 22 juni
2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040622-0746.htm)
en "Europese primeur: Nederlandse Waterleidingwet verbiedt
privatisering van drinkwatersector," door Rob Bleijerveld,
in WTO.ZIP nr 49, van 19 november 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/041119-8349.htm).
NAAR TEKST
[8] "EPSU to look to European
Parliament to resolve Council Services Directive contradictions,"
EPSU, 31 mei 2006 (http://www.epsu.org/a/2088).
NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) Maandag 26 juni, Amsterdam: Wat is
er mis met de supermarkt?
Informatieavond en campagne-verkenning
In Nederland hebben supermarktketens in snel tempo de markt
veroverd. Bijna iedereen doet tegenwoordig z'n boodschappen
daar. Dat heeft vérgaande en hoofdzakelijk negatieve
gevolgen op vele gebieden. Er moet, in navolging van succesvolle
campagnes in het buitenland, nodig wat aan gebeuren. Waarom
zijn supermarkten een probleem, zelfs als ze wat biologische
producten verkopen?
*) Ze monopoliseren het winkelaanbod en concurreren kleine
winkels kapot.
*) Ze hebben enorme inkoopmacht, waardoor ze bodemprijzen
van hun toeleveranciers kunnen bedingen en die absurde eisen
kunnen stellen.
*) Het zijn multinationals die zoveel mogelijk winst willen
maken en daarom alle kosten zo laag mogelijk willen houden.
Vraag maar eens na bij 'uw' cassière of vakkenvuller.
*) Ze bestoken ons met nare reclame.
*) Ze zijn druk bezig ook de markten in armere landen te
veroveren.
Op de informatieavond worden enkele campagnes in het buitenland
getoond (zoals de Britse Breaking the Armlock (http://www.breakingthearmlock.com)
en omtrent Lidl in Duitsland (http://www.attac.de/lidl-kampagne)).
Daarna wordt informatie gegeven over een aantal onderdelen
van de productieketen, zoals de tuinbouwarbeiders (door
OKIA) en de gevolgen van grotere markttoegang voor supermarktbedrijven
in armere landen (door SOMO).
Vervolgens wordt er publiekelijk nagedacht over de mogelijkheden
om in Nederland een campagne omtrent supermarkten te beginnen.
Aanvang: 20 uur
Adres: Plantage Doklaan 8-12, Amsterdam
Bron: http://www.broeinest.info/programmabroeinest.htm
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F) Critici plannen offensief terwijl
crisis van IMF en Wereldbank groeit
(door Walden Bello [*])
Washington DC, 24 April: De voorjaarsbijeenkomst van de
Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds vond dit
weekend plaats omringd door politieafzettingen in het hart
van Washington, DC. Er waren echter bijna geen demonstranten
te zien.
De actie was binnen te vinden, een paar blokken verwijderd,
bij het Institute for Policy Studies. Daar zette de oppositie
de laatste puntjes op de i van een mondiale campagne om
de twee instellingen te "ontmachten" ('disempower').
Voor de 70 activisten uit verschillende delen van de wereld
die de tweedaagse strategiebijeenkomst bijwoonden, was de
relatieve afwezigheid van straatprotesten ontmoedigend.
Zij weten dat de twee instellingen zich feitelijk in de
meest ernstige crisis sinds jaren bevinden, een crisis die
het perspectief biedt om hun greep op het bestuur van de
wereldeconomie te verzwakken.
Legitimiteitscrisis bij het IMF
De crisis is het duidelijkst bij het Internationaal Monetair
Fonds. Volgens voormalig IMF en Wereldbank-medewerker Dennis
Tray, nu vice-president van het Center for Global Development,
heeft het IMF zich nooit hersteld van de Aziatische financiële
crisis van 1997. "Het verloor toen z'n legitimiteit,"
verklaarde hij tijdens een lunchbijeenkomst georganiseerd
door het Carnegie Endowment for International Peace. Sinds
deze crisis zagen Aziatische sleutellanden als Thailand,
de Filippijnen, China en India af van nieuwe leningen van
het IMF, vanwege de effecten van rampzalige financiële
liberaliseringsprogramma's die veel Aziatische landen in
de beginjaren negentig aannamen op aandringen van het Fonds.
Aan de aarzeling van de Aziatische landen om zich nog meer
in de schulden te steken bij het Fonds is nu een duidelijke
beweging onder Latijns Amerikaanse landen toegevoegd. Deze
wordt geleid door Brazilië en Argentinië, en behelst
het volledig afbetalen van hun schulden aan het IMF zodat
ze zich onafhankelijk kunnen maken van een instelling die
zeer wordt gehaat in de regio.
Wat in feite een boycot is door enkele van zijn grootste
geldleners, zorgt nu voor een budgettaire crisis: in de
laatste twee decennia werden de operaties van het IMF in
toenemende mate gefinancierd door terugbetaling van leningen
door ontwikkelingslanden, eerder dan uit contributies van
de rijke Noordelijke regeringen. Dit was een bewuste verschuiving
van de last naar de leners om de instelling in stand te
houden. Maar waar moet het Fonds zijn middelen vandaan halen,
nu dat belangrijke klanten-landen hun financiële betrekkingen
beëindigen?
Op dezelfde bijeenkomst als waar de Tray sprak, onthulde
Ngaire Woods, een deskundige op het gebied van IMF en Wereldbank
van Oxford University, dat het IMF verwacht dat de betaling
van uitstaande leningen en rente aan de organisatie meer
dan halveren zal van 3.19 miljard USD in 2005 naar 1.39
miljard in 2006 en nog eens zal halveren naar 635 miljoen
USD in 2009. Dat zou - zoals zij het beschreef - "een
grote inkrimping van de begroting van de organisatie"
betekenen.
Problemen bij de Bank
Hoewel minder behept met het aura van controverse en mislukking
dat het IMF omringt, is de Wereldbank ook in crisis volgens
deskundige waarnemers. Een begrotingscrisis neemt ook de
Bank in haar greep: volgens Woods zakten de inkomsten uit
gelden van leners van 8.1 miljard USD in 2001 naar 4.4 miljard
in 2004, terwijl inkomsten uit investeringen van de Bank
zakten van 1.5 miljard in 2001 naar 304 miljoen USD in 2004.
China, Indonesië, Mexico, Brazilië en veel van
de meer gevorderde ontwikkelingslanden gaan naar andere
instellingen om te lenen.
De begrotingscrisis is echter maar een aspect van de algehele
crisis van de instelling. De beleidsvoorschriften die economen
van de Bank uitvaardigen, worden in toenemende mate door
ontwikkelingslanden gezien als irrelevant voor de problemen
waar ze mee zitten. Dat zegt de Tray, die voor het IMF werkte
in Hanoi en de vertegenwoordiger van de Wereldbank in Jakarta
was. Het probleem, zo verklaart hij, ligt in de nadruk die
de onderzoeksafdeling van de Bank legt op het produceren
van "vlijmscherp" technisch economisch werk dat
vooral afgestemd is op de Westerse academische wereld, in
plaats van het leveren van kennis ter ondersteuning van
praktische beleidsadviezen. Bij de Bank werken momenteel
zo'n 10,000 mensen, waarvan de meeste economen, en de Tray
beweert dat "er niets mis is met de Wereldbank dat
niet opgelost zou kunnen worden door een staf die veertig
procent kleiner is".
Woods ondersteunt de Tray en merkt in een recent rapport
op dat "de meestgehoorde klacht in het veld is dat
het Fonds en de Bank geen beleidservaring hebben. De stafleden
zijn afgestudeerd in economie of financiën, maar slecht
uitgerust voor het ingewikkelde en smerige werk van de politieke
systemen waarbinnen ze moeten opereren."
Het misprijzen jegens politiek dat veel stafleden minder
geschikt maakt om om te gaan met de ontwikkelende wereld,
gaat vaak gepaard met een blinde vlek voor het feit dat
de beleidsvoorschriften van de Bank en het Fonds niet alleen
beïnvloed worden door de ingewikkelde politiek van
de ontwikkelingslanden maar ook door een nog belangrijker
soort politiek. "De politiek heeft altijd invloed gehad
op het advies dat IMF en Wereldbank gaven," schrijft
Woods. Zo was Zuid Korea's eerste 'standby overeenkomst'
met het IMF in 1997 duidelijk opgesierd met voorwaarden
die daar op verzoek van de VS aan toegevoegd waren. En in
jaren '90 zorgde politieke druk binnen de G7 voor leningen
door de Bank aan Rusland, die echter nooit gebruikt werden
(maar waar Rusland wel voor moet betalen), en werd het IMF
gedwongen de ogen te sluiten voor het falen om de streefdoelen
te halen. Wereldbank-projecten worden soms in het geheim
samengesteld op basis van bestaande overeenkomsten voor
contracten tussen grote bedrijven die gesteund worden door
machtige regeringen en donoren.
Hoe een crisis te verbergen
Onder de aanwezigen op de bijeenkomst van non-gouvernementele
organisaties op het Institute for Policy Studies was Robin
Broad, een professor verbonden aan American University.
Zij houdt de Wereldbank al lange tijd goed in de gaten en
schreef het boek "Unequal Alliance: the World Bank
and the Philippines" dat beschouwd wordt als een klassieke
studie naar de verhoudingen tussen de instelling en haar
klanten-landen. Broad beweert dat de Wereldbank zich in
feite in een diepere crisis bevindt dan het IMF, maar dat
dat alleen minder zichtbaar is voor de buitenwereld.
"De reactie van het IMF was om zich terug te trekken
in haar fort, wat de publieke waarneming versterkte dat
het van alle kanten onder vuur lag," merkt ze op. "De
reactie van de Bank was echter om naar buiten te treden
om zo haar groeiende crisis te verbergen."
Ze onderscheidt drie elementen in het offensief van de
Bank. "Ten eerste gaat die op pad om donoren te vertellen
dat de instelling het best geschikt is om leningen uit te
zetten met doelen als een einde maken aan armoede, voor
het milieu, voor het oplossen van HIV-AIDS, noem maar op...
Terwijl de geschiedenis van de Bank feitelijk aantoont dat
dat niet zo is. Ten tweede heeft ze de grootste onderzoeksafdeling
voor 'ontwikkeling' van de wereld - wat zo'n 50 miljoen
dollar kost - wiens bestaansreden het is om onderzoek te
produceren dat al van tevoren bepaalde conclusies moet ondersteunen.
Ten derde heeft ze een enorme afdeling voor externe zaken
- met een begroting van zo'n 30 miljoen dollar - een PR-afdeling
dat deze zogenaamd objectieve onderzoeksresultaten voert
aan de pers en het imago kweekt van een alleswetende Bank."
Maar, concludeert ze, "Dit kan niet lang goed gaan.
Binnen de Bank weten ze dat ze in een crisis zitten en lopen
ze te worstelen. Als we ons werk doen, zal vroeger of later
de waarheid naar buiten komen."
Reacties op nieuwe initiatieven
De aanwezigen op de ngo-bijeenkomst verwierpen de met veel
ophef uitgebrachte anti-corruptiecampagne van Wereldbank-president
Paul Wolfowitz als een zoveelste publiciteitsstunt om de
afglijdende legitimiteit van de Bank wat op te krikken.
"Dit is pas hypocriet. Hij was midden jaren '80 de
ambassadeur van de VS in Indonesië toen corruptie met
Wereldbankprojecten daar welig tierde en hij heeft toen
nooit wat ondernomen," zei Shalmali Guttal van het
in Bangkok gevestigde Focus on the Global South. "Gemiddeld
een op elke drie dollars die de Bank aan de regering Suharto
gaf gedurende de dertigjarige periode van halverwege de
jaren zestig tot midden jaren negentig, verdween in de zakken
van Suharto's mensen. Dat liep uit op ongeveer 10 miljard
USD van het 30 miljard omvattende leningsprogramma van de
Bank. Wolfowitz stond in feite bekend als een goeie vriend
van het Suharto-regime."
Groot scepticisme was er ook over het plan om de stemmacht
te vergroten van sommige van de grotere ontwikkelingslanden,
zoals China en Brazilië, evenals over de aankondiging
dat er nog enkele arme landen in aanmerking zouden kunnen
komen voor schuldenreductie onder het door de Bank beheerde
"Higly Indebted Poor Country Initiative" (HIPC).
Dat laatste werd gezien als een PR-inspanning om een falend
programma op te krikken, terwijl het eerste een wanhopige
poging is om de trend terug te buigen dat veel ontwikkelingslanden
zich afkeren van afhankelijkheid van de twee instellingen.
Einde van hervorming?
Er werd op de bijeenkomst nauwelijks gesproken over het
hervormen van het leningen- en projectenbeleid van de Bank
en het Fonds. Die aanpak had de voorkeur van veel van de
grotere ngo's in de jaren negentig. Sameer Dossani, coördinator
van de campagne "50 Years is Enough!" verwoordde
de twijfels van de bijeenkomst over de levensvatbaarheid
van een hervormingsgerichte aanpak: "We bekritiseerden
de Structurele Aanpassings Programma's, en ze kwamen aanzetten
met de PRSP's (Poverty Reduction Strategy Papers). We riepen
om het schrappen van schulden, en ze kwamen aanzetten met
HIPC. Is het, nu ook deze initiatieven uit lijken te lopen
op een mislukking, misschien tijd om een andere benadering
te kiezen?"
Nu de crisis van de twee instellingen steeds groter wordt,
achten de critici de tijd rijp om een meer radicale strategie
neer te zetten. Aan het eind van de tweedaagse bijeenkomst
verklaarde Lidy Nacpil van Jubilee South, een wereldwijde
coalitie die het schrappen van schulden eist, "We hebben
ons verenigd rond een strategie om de bank en het Fonds
te ontmachten ('disempower'). In plaats van het stellen
van voorwaarden aan operaties van het IMF en de Wereldbank
met als doel hun negatieve uitwerking te beperken, moet
de nieuwe benadering de meest kwetsbare operaties of afdelingen
van de twee instellingen identificeren om ze vervolgens
plat te leggen met wereldwijde campagnes. Het strategisch
doel is om uiteindelijk de twee instellingen radicaal te
ontdoen van macht en invloed. "Het is zoals met het
afsnijden van de tentakels van een octopus," verklaarde
Dossani. "Je begint met de meest kwetsbare delen en
gaat dan verder."
Twee initiatieven die overwogen worden door de nieuwe campagne
zijn internationale massa-mobilisaties bij de najaarsbijeenkomst
van Wereldbank en IMF in Singapore in de derde week van
september en een internationale conferentie over "Alternatieven
voor de Wereldbank en het IMF", die samen zou moeten
vallen met de najaarsbijeenkomst.
[*]
Bron: "Critics plan offensive as IMF-World
Bank crisis deepens", door Walden Bello, Focus on Trade
nr. 118, van mei 2006 (http://www.focusweb.org/content/view/881/27/).
Vertaling/bewerking: Kees Hudig.
Bello is professor in de sociologie aan de Universiteit
van de Filippijnen en Uitvoerend Directeur bij het in Bangkok
gevestigde Focus on the Global South. NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) Recensie 'Shut Them Down'
Een paar maanden na de G8-top in het Schotse Gleneagles
verscheen het boek 'Shut Them Down'. Het kijkt terug op
de topconferentie en vooral op de acties die ertegen werden
ondernomen.
Kriss Scholl schreef een recensie van het boek, die je hier
terug kunt vinden:
http://www.globalinfo.nl/article/articleview/917/1/1/
NAAR INHOUD
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------