WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 68 van 6 juni 2006

 

 

INHOUD:

 

A) Modaliteitenopzet AG en NAMA en ministerstop vóór eind juni

Een maand van aanhoudende en intensieve WTO-onderhandelingen in Genève - aansluitend op de niet gehaalde deadline van 30 april - heeft niet geleid tot belangrijke vooruitgang voor Landbouw (AG) en Industriële Goederen (NAMA). Volgens voorzitter Lamy moet er eind juni een akkoord zijn over de betreffende 'modaliteiten'. Want anders komen de besprekingen over andere onderwerpen - waarvoor op 31 juli de modaliteitsconcepten klaar moeten zijn - in de knel.

B) Europese organisaties veroordelen Mandelson's anti-ontwikkelings WTO agenda

Op 1 juni verscheen er een open brief van ruim 70 groepen uit 16 Europese landen in de Financial Times waarin ze de handelspolitiek van de Europese Unie veroordelen. De brief, getiteld 'Not in Our Name', is gericht aan handelscommissaris Peter Mandelson en de regeringen van de 25 EU-lidstaten.

C) GATS-onderhandelingen over financiële diensten leiden tot meer armoede en financiële instabiliteit

De GATS-onderhandelingen over financiële diensten (banken, beleggingsfondsen, verzekeringsmaatschappijen, etc.) worden weinig gevolgd en bediscussieerd maar vormen een grote bedreiging voor ontwikkelingslanden en duurzame ontwikkeling. Een artikel over werking en gevolgen, en wat ertegen gedaan kan worden.
Begin september zal het Europese Parlement in "Tweede Lezing" discussiëren en stemmen over een inmiddels enigszins gewijzigde versie van de Bolkestein Richtlijn. Ook moet dan worden gestemd over het zogenaamde Witboek (2004) van de Europese Commissie. Dat Witboek verduidelijkt wat de Commissie verstaat onder diensten van algemeen economisch belang (DAEB) en diensten van algemeen belang (DAB). Instemmen met het Commissie-voorstel komt neer op het definitief onder de markttucht brengen van wat bekend staat als openbare dienstverlening.
Waarom zijn supermarktketens een probleem? Aandacht voor de gevolgen van supermarktmacht voor bijvoorbeeld tuinbouwarbeiders en arme landen. Uitleg en beeldend materiaal over buitenlandse campagnes tegen supermarktmacht. En de vraag "Wat kunnen we in Nederland doen?"

F) Critici plannen offensief terwijl crisis van IMF en Wereldbank groeit

Eind april vond in Washington DC de voorjaarsbijeenkomst van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds plaats, omringd door politieafzettingen. Op straat waren er nauwelijks demonstranten, maar in een gebouw vlakbij analyseerden critici over de ernstige crisis waarin beide instellingen zich bevinden. De oppositie zette de laatste puntjes op de i van een mondiale campagne om de twee instellingen van hun macht te ontdoen.

Recensie van boek over G8-top in Gleneagles en de akties daartegen.

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


A) Modaliteitenopzet AG en NAMA en ministerstop vóór eind juni
(door Rob Bleijerveld)

Een maand van aanhoudende en intensieve WTO-onderhandelingen in Genève - aansluitend op de niet gehaalde deadline van 30 april - heeft niet geleid tot belangrijke vooruitgang voor Landbouw (AG) en Industriële Goederen (NAMA). Volgens voorzitter Lamy moet er eind juni een akkoord zijn over de betreffende 'modaliteiten'. Want anders komen de besprekingen over andere onderwerpen - waarvoor op 31 juli de modaliteitsconcepten klaar moeten zijn - in de knel.


Het was de WTO-lidstaten niet gelukt om voor 30 april overeenstemming te bereiken over modaliteiten voor Landbouw (AG) en Markttoegang voor Industriële Goederen (NAMA) [1]. Ondertussen is er nog steeds geen belangrijke vooruitgang te melden. Zo heeft de verlengde periode van non-stop en intensieve onderhandelingen die op 26 april werd ingesteld niet veel opgeleverd [2]. Een eerder voorzien topverleg met ministers van midden juni werd al vroegtijdig afgeblazen. En, voorzover na te gaan is, heeft een WTO-minitop tijdens de jaarvergadering van de OECD in Parijs niet meer opgeleverd dan het onderschrijven door de OECD-ministers van het belang van de Doha Ronde [3].
De tijd dringt echter meer en meer. Tijdens een zogenaamde Heads-of-Delegation bijeenkomst (HOD) op 30 mei maakte WTO-voorzitter Lamy de stand van zaken op en ontvouwde zijn plannen voor de komende weken.

Voor eind juni moet er een akkoord zijn bereikt over de modaliteiten voor AG en NAMA. De voorzitters van de betreffende onderhandelingscommissies moeten daartoe "op of rond 19 juni" conceptteksten aanleveren [4]. Daarna is er tijd voor analyse en het stellen van vragen over die teksten. In de laatste week van juni is er een bepaalde "ministeriële betrokkenheid" nodig voor overeenstemming over die teksten. (Op 29 mei verklapte Lamy tijdens een 'Green Room'-bijeenkomst [5] aan een gehoor van zo'n 20 ambassadeurs dat er op 29 juni een ministeriële bijeenkomst begint die twee tot vier dagen zal duren. Inmiddels is hierover en over een ingelaste diensten-ministerial (!) meer bekend geworden [6].)

Lamy is van mening dat dit mogelijk is mits de lidstaten constructief, ambitieus en met gevoel van urgentie samenwerken. In elk geval moet worden voorkomen dat de overige Doha-onderhandelingen in de knel komen. De deadline voor de concept-modaliteiten voor ondermeer diensten, handelsfacilitatie, anti-dumping, regionale verdragen, visserijsubsidies, en de behandeling van kleine en kwetsbare economieën is 31 juli. En deze deadline is cruciaal voor afronding van de Doha Ronde in 2006.

Bezorgdheid over besluitvormingsproces

Op de HOD-bijeenkomst van 30 mei gaf de WTO-voorzitter tevens aan dat het onderhandelingsproces zal lijken op dat van eind juli 2004 [7].
Toen moest de WTO een besluit nemen over hoe verder te gaan na Cancún. De belangrijkste landbouwproducenten (de VS, de EU, Brazilië, India en Australië) zorgden toen voor een langdurige impasse op Landbouwgebied en blokkeerden zo de voortgang van de overige WTO-besprekingen. De vijf kwamen uiteindelijk tot een akkoord en hun tekst vormde de basis voor een besloten discussie van een paar dagen door ministers en ambassadeurs uit zo'n 30 lidstaten ('Green Room'). De uitkomst ervan werd voorgelegd aan de Algemene Raad (= de gezamenlijke WTO-lidstaten) die meteen daarna bijeen kwam. De Raad adopteerde vervolgens de tekst, die nu bekend is als "the July 2004 Framework". Het Framework was de eerste grote inbreuk op het "ontwikkelingsperspectief" van het Doha-akkoord uit 2001.

De vraag is of Lamy in zijn opzet slaagt.
Op de genoemde bijeenkomst gaven verschillende ontwikkelingsstaten - Benin namens de Afrika Groep, Zambia namens de MOL's, en Paraguay, Venezuela en Cuba - namelijk aan dat deze werkwijze zal leiden tot intransparantie en uitsluiting. Ze zijn bezorgd dat vele ontwikkelingsstaten niet deel zullen kunnen nemen aan de besluitvorming.
De Afrika Groep herinnerde de WTO-voorzitter eraan dat hun delegaties over zeer weinig capaciteit en menskracht beschikken en dat ze niet "pushed and hurried" willen worden [8].

Ook stelden ontwikkelingsstaten vragen over de rol, funktie en de vorm van de beoogde Ministerial. Lamy's antwoord was vaag. Hij refereerde weer aan de formele gang van zaken in juli 2004 en vertelde de gedelegeerden dat de ministersbijeenkomst slechts tot doel had de impasse te doorbreken.
De ministers hebben volgens hem geen recht tot besluitvorming. Daarbij zouden alle groepen en belangrijke standpunten zijn vertegenwoordigd in de Ministerial en zou de top opgezet zijn als mix van besloten en open bijeenkomsten. En de eindbeslissing zou worden genomen tijdens een zitting van het Trade Negotiations Committee, de stuurgroep van de WTO.

Een andere kwestie waarover ontwikkelingsstaten hun bezorgdheid uitten, betreft de status van de modaliteiten: gaat het om gedeeltelijke of volledige modaliteiten? Ze gaven aan dat een uitkomst van dit proces alle aspecten en kwesties met betrekking tot de Landbouw- en NAMA-onderhandelingen zou moeten bevatten. Indonesië, Venezuela en Cuba benadrukten het belang van Speciale Producten en van het Speciale Garantie Mechanisme. En El Salvador en Honduras maakten bekend nieuwe elementen in de discussie rond kleine en kwetsbare economieën te willen introduceren.

Cuba herinnerde eraan dat er eind juni alleen sprake kan zijn van een voorlopig en voorwaardelijk akkoord. Er zijn hier namelijk slechts twee kwesties in het geding (AG en NAMA) en van een eindbeslissing is er pas sprake zodra over alle aspecten van de Doha Agenda besloten is (de 'Single Undertaking').


Bronnen:
- "WTO modalities texts on 19 June, mini-Ministerial at end-June," door Kanaga Raja (South North Development Monitor/ Third World Network), 30 mei 2006 (http://groups.google.ca/group/misc.activism.progressive/browse_thread/
thread/632aa642296d1002/c39d180d1e9d12a7?q=WTO+modalities+texts+on+19+
June%2C+mini-Ministerial+at+end-June&rnum=1#c39d180d1e9d12a7
).
- "Lamy Sets End-June Deadline For Ag, NAMA Modalities," ICTSD, Bridges Weekly Trade News Digest Vol 10 Nr 19, van 31 mei 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-31/story1.htm).

Noten:
[1] Meer daarover in: "(26 april) April-deadline WTO toch niet gehaald; Geen nieuwe deadline, wel intensief werkprogramma voor modaliteiten", door Rob Bleijerveld, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 67, van 27 april 2006 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/060427-5567.htm). NAAR TEKST
[2] Overeenkomstig de afspraken van eind december in Hong Kong moet eerst de bestaande impasse op AG en NAMA-gebied worden overwonnen alvorens conceptmodaliteiten kunnen worden vastgesteld voor andere onderwerpen. NAAR TEKST
[3] Zie: "Chair's summary of the OECD Council at Ministerial Level," OECD, 23 - 24 mei 2006 (http://www.oecd.org/document/43/0,2340,en_2649_201185_36781483_1_1_1_1,00.html). Volgens een Indiase krant zouden de ministers van ondermeer de EU, de VS, Nieuw Zeeland, Australië en Japan deelnemen aan deze minitop. Opvallend is dat India en Brazilië zich vlak tevoren afmeldden omdat er "in de afgelopen maand in vergaderingen van werkgroepen van de WTO geen convergentie is bereikt op belangrijke kwesties". Zie: "India, Brazil opt out of WTO meet", door Amiti Sen, 23 mei 2006 (http://www.financialexpress.com/fe_full_story.php?content_id=127978). Deze stap van India en Brazilië lijkt echter geen breuk in te houden met de opzet van EU en VS om een Doha-deal door te drukken via de G20-top. In recente pers-uitlatingen benadrukken India, Brazilië en China namelijk het belang van spoedige overstemming over modaliteiten en van het afsluiten van de Doha Ronde in 2006. NAAR TEKST
[4] Beide voorzitters aarzelden echter: Falconer (AG) vond 19 juni eigenlijk te vroeg en Stephenson (NAMA) zei dat hij alleen een concepttekst kan opstellen indien de standpunten van de lidstaten voldoende dichtbij komen. Voor meer achtergrond daarbij, zie respectievelijk: "Ag chair to produce draft text around 19 june, as members remain divided on subsidy cuts," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 10 Nr 19,van 31 mei 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-31/story2.htm) en "NAMA: members to turn to core issues even though minor ones remain unresolved," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 10 Nr 18, van 24 mei 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-24/story2.htm). NAAR TEKST
[5] Dat is een besloten topoverlegvorm ("alleen genodigden welkom"). NAAR TEKST
[6] Inmiddels (6 juni) zijn er berichten die spreken over deelname van 30 tot 40 ministers van 28 juni tot ongeveer 3 juli. NGO's hebben geen toegang tot het WTO-gebouw. Door het inlassen van een ministerstop over diensten-ministers op 26 juni wordt de inzet eind juni extra groot. ("EU Calls for 'Services' Ministerial", Washington Trade Daily van 1 juni: "The European Union plans to convene a stocktaking meeting of select trade ministers on the Doha Development Agenda services negotiations in an effort to better link the outcomes of the modalities negotiations in agriculture and nonagricultural market access with the important services sector". Voor de dienstentop zijn ondermeer Brazilië, Argentinië, Maleisië, Thailand, de Filippijnen en enkele andere Zuidoost Aziatische staten uitgenodigd. NAAR TEKST
[7] zie: "WTO 'eindelijk' weer op gang na Cancún-debacle; Raamakkoord strijdig met ontwikkelingsdoel van Doha Ronde," door Rob Bleijerveld, in WTO.ZIP Nieuwsbrief nr 47, van 11 augustus 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040811-9147.htm). NAAR TEKST
[8] Tijdens de Algemene Raadszitting van 15 mei werden hierover ook belangrijke opmerkingen gemaakt. Zo relativeerde Cuba het belang van het afsluiten van de Doha Ronde in 2006: de rijke staten zouden daar het meeste belang bij hebben. Cuba stelde voor om te onderzoeken hoe het staat met kosten en voordelen van verlenging van de Doha Ronde tot na 2006. Venezuela zei dat de intensieve onderhandelingsperiode in mei (lees: het grote aantal van besloten vergaderingen) lijkt te worden aangedreven doet het "spook van de uitsluiting". Paraguay waarschuwde namens de zogenaamde 'informal group' van ontwikkelingsstaten dat de haastige spoed een negatief effect kan hebben op "transparantie richting alle lidstaten" en dat dat op zijn beurt de legitimiteit van elk bereikt akkoord kan aantasten. Zie: "Lamy: talks now in 'Red Zone,' members need to compromise," ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 10 Nr 17, van 17 mei 2006 (http://www.ictsd.org/weekly/06-05-17/story1.htm). NAAR TEKST

NAAR INHOUD

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B) Europese organisaties veroordelen Mandelson's anti-ontwikkelings WTO agendaagenda


Brussel, 1 juni 2006 - In een open brief veroordeelden ruim 70 groepen uit 16 Europese landen vandaag de handelspolitiek van de Europese Unie. De brief, getiteld 'Not in Our Name', is gericht aan handelscommissaris Peter Mandelson en de regeringen van de 25 EU-lidstaten en is als advertentie opgenomen in de Financial Times van vandaag [1].

Sonja Meister, handelscampagnevoerder van Friends of the Earth Europe, zei: "De EU claimt een pro-ontwikkelingsagenda te volgen. Maar dat zijn lege woorden - de EU dient bijna uitsluitend de belangen van grote ondernemingen. De manier waarop de EU nu in de WTO onderhandelt, duwt arme landen steeds verder weg in de ellende, verergert de klimaatverandering en leidt tot toenemend verlies van bossen en biodiversiteit [2]."

"Met deze open brief aan handelscommissaris Peter Mandelson geven ruim 70 Europese organisaties aan zich af te keren van de handelspolitiek van de EU. Onze brief brengt naar voren dat Mandelson niet de steun geniet van de Europese civil society. De handelsagenda van de EU moet een andere oriëntatie krijgen namelijk die van de economische alternatieven die werkelijk duurzaam zijn en die eerlijk zijn ten opzichte van ontwikkelingslanden," zo voegde Meister toe.

De coalitie die de open brief opstelde bestaat uit vakbondsleden, geloofsgroepen, vrouwenorgansaties, ontwikkelings- en milieuorganisaties. De brief bekritiseert de EU vooral wegens het onder druk zetten van ontwikkelingslanden opdat die hun landbouw-, industrie- en dienstenmarkten openen terwijl de Unie zelf zijn handelsverstorende landbouwsubsidiesysteem handhaaft.

Zo blijft de Unie ontwikkelingslanden dwingen om "ambitieuze" marktopeningsbeloften te doen in de lopende onderhandelingen over industriële goederen. Deindustrialisering van arme naties en toenemende exploitatie van hun natuurlijke grondstoffen en hulpbronnen zullen hiervan het gevolg zijn.

De deadline van de WTO voor het afsluiten van de Doha Ronde komt snel naderbij. De regeringsdelegaties bevinden zich midden in een 6-weekse periode van intensieve onderhandelingen, die gezien worden als de laatste kans om de officiële deadline van eind juli te halen.


Naschrift (red.):
In het BBC-programma "World At One" reageert Mandelson op de open brief en zegt dat de organisaties de onderhandelingen niet in detail gevolgd hebben (...). "Nobody is doing more to open its markets and give aid for trade than the European Union," aldus Mandelson. Hij vindt de standpunten in de brief misplaatst en geeft aan dat "serious NGOs like Oxfam" weigerden de brief te tekenen. Desgevraagd geeft Celine Charveriat, hoofd van Oxfam's Make Trade Fair Campaign aan dat Oxfam inderdaad niet wilden tekenen. Maar Mandelson moet dit niet gebruiken om af te leiden van waar het werkelijk om gaat. Volgens Oxfam is een eerlijke deal nog steeds mogelijk, maar "the real issue here is the failure of Peter Mandelson and other EU leaders to keep their promises to deliver a trade deal that lifts poor people out of poverty," aldus Charveriat [3].


Bron:
- "European organisations unite to condemn Mandelson's anti-development WTO agenda," Press Release, 1 juni 2006 (http://www.foeeurope.org/press/2006/AW_1_June_Mandelson.htm). Vertaling: Rob Bleijerveld.

Noten:
[1] De brief is hier te vinden: http://www.foeeurope.org/publications/2006/Not_in_Our_Name.pdf NAAR TEKST
[2] "The WTO's Hong Kong Declaration: An analysis of key impacts on the global environment and livelihoods," analyse door Friends of the Earth, februari 2006 (http://www.foeeurope.org/publications/2006/HongKong_analysis_Feb2006.pdf). NAAR TEKST
[3] "Mandelson rejects trade criticisms, " BBC, 1 juni 2006 (http://news.bbc.co.uk/go/pr/fr/-/2/hi/business/5038434.stm). NAAR TEKST

NAAR INHOUD

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) GATS-onderhandelingen over financiële diensten leiden tot meer armoede en financiële instabiliteit
(door Myriam vander Stichele [*])

De GATS-onderhandelingen over financiële diensten (banken, beleggingsfondsen, verzekeringsmaatschappijen, etc.) worden weinig gevolgd en bediscussieerd maar vormen een grote bedreiging voor ontwikkelingslanden en duurzame ontwikkeling. Hieronder een artikel over werking en gevolgen, en wat ertegen gedaan kan worden.


De onderhandelingen over een nieuw dienstenakkoord in de WTO, het GATS, omvatten ook de besprekingen over de liberalisering van financiële diensten. Deze liberalisering zorgt voor betere markttoegang voor buitenlandse banken, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en andere ondernemingen. Maar het geeft die ondernemingen ook meer mogelijkheden om in gastlanden lokale banken en andere financiële ondernemingen over te nemen en om hun eigen financiële zaken op te zetten (dwz. investeringen).
De Noordelijke landen en de lobby van de grote financiële conglomeraten oefenen veel druk uit om toegang te verkrijgen tot meer winstgevende markten. Zo verzocht de EU vele ontwikkelingslanden om hun financiële markten vergaand te openen en de dereguleren.

Na maart 2006 gingen de onderhandelingen een nieuwe fase in. In het kader van een serie "plurilaterale" onderhandelingen in april, mei en juni voert een groep van Noordelijke landen discussies over marktopening met een groep van grote en middelgrote ontwikkelingslanden. Voor eind juni 2006 moeten de WTO-lidstaten aangeven hoe ze hun aanbod voor marktopening willen verbeteren ("new offers"). En voor 31 oktober 2006 moet elke lidstaat een lijst overhandigen met nieuwe dienstensectoren die hij onder GATS wil liberaliseren.

Tot dit zeer krappe onderhandelingsschema is besloten tijdens de top in Hong Kong in december 2005. In de maanden voorafgaand aan deadlines in juli en oktober 2006 zullen ontwikkelingslanden tijdens de "plurilaterale" en de lopende bilaterale onderhandelingen onder druk worden gezet om meer financiële diensten te liberaliseren. Dit terwijl er een groot aantal belangrijke kwesties en problemen spelen die betrekking hebben op ontwikkelingslanden en duurzame ontwikkeling. Aangezien deze worden genegeerd door de onderhandelaars moeten ze door civil society naar voren worden gebracht:

* Voorrang voor snelle liberalisering

De nadruk bij de bilaterale en plurilaterale GATS-onderhandelingen over de financiële diensten op snelle en zeer uitgebreide markttoegang voor buitenlandse ondernemingen gaat alle proporties te buiten. In de praktijk betekent dit het verzoek om buitenlandse financiële ondernemingen in staat te stellen de hele binnenlandse, particuliere financiële industrie geheel over te nemen zonder de gevolgen te evalueren. Dit weerhoudt ontwikkelingslanden ervan hun nationale financiële industrie te ontwikkelen en te verbeteren. Noordelijke onderhandelaars vragen om gelijke behandeling voor buitenlandse bedrijven maar verzwijgen daarbij dat die bedrijven zich niet op dezelfde wijze gedragen als nationale banken en verzekeringsmaatschappijen (zie de volgende paragraaf!).

* GATS vergroot de kloof tussen arm en rijk

De Noordelijke pro-liberaliseringsargumenten van grotere "efficiëntie" en meer keuzevrijheid ten aanzien van financiële produkten staan haaks op de ervaringen met liberalisering van financiële diensten in veel ontwikkelingslanden:

- Buitenlandse financiële ondernemingen vergroten de kloof tussen rijk en arm door zich bij hun dienstverlening voornamelijk te richten op multinationals, de rijkste klanten, de meest ontwikkelde landen en de meest ontwikkelde regio's, en door het beste personeel aan te trekken uit de gastlanden ("cherry picking").
- De netto geldstroom gaat van Zuid naar Noord naarmate de winsten uit dienstverlening aan rijke klanten gemakkelijker teruggesluisd kunnen worden naar het land waar de hoofdzetel van het bedrijf gevestigd is (GATS Art. XI verbiedt beperkingen op de repatriëring van winsten) en naarmate klanten in arme landen meer mogelijkheden krijgen om geld over te brengen naar het Noorden.
- Gastlanden moeten extra onkosten maken voor het reguleren van en het toezicht houden op de veranderingen en de toegenomen risiko's door de complexe dienstverlening door buitenlandse banken.
- De bilaterale GATS-onderhandelingen worden gebruikt om maatregelen ter discussie te stellen ter ondersteuning van armoedebestrijding (zoals in het geval van de EU).
- Om in het buitenland banken of verzekeringen over te kunnen nemen en de aandelenkoersen hoog te houden, snijden de financiële ondernemingen in de kosten en ontslaan ze personeel thuis en in het gastland. Dit leidt tot vermindering van de werkgelegenheid en tot meer uitbesteding (outsourcing) waarbij het personeel minder verdient en minder bonussen krijgt, zelfs als het financiële conglomeraat miljarden dollar netto winst maakt.

* GATS vergroot het risiko van een financiële crisis

De snelle liberalisering van financiële diensten bedreigt op velerlei manieren de financiële stabiliteit van ontwikkelingslanden en het internationale monetaire systeem. Landen die willen liberaliseren moeten eerst de juiste regulering instellen. Noordelijke onderhandelaars negeren namelijk de ervaringen uit eerdere financiële crises die aantonen dat liberalisering geleidelijk en in de juiste volgorde moet plaatsvinden En ondersteund moet worden door kostbare deskundigheidsbevordering van financiële authoriteiten in ontwikkelingslanden. Het louter openen van de markt voor buitenlandse financiële diensten lost de problemen van de financiële dienstverlening in veel ontwikkelingslanden niet op.

GATS-regels versterken het gevaar van financiële instabiliteit en vormen zowel een beperking als een uitdaging voor regeringen en centrale banken om onafhankelijk beleid te ontwikkelen. De weinige bepalingen onder GATS die over de risiko's van financiële diensten gaan, zijn ondergeschikt aan de verplichting om te liberaliseren. Omdat GATS vaag is over de toegestane financiële voorzorgsmaatregelen (prudential measures) zijn veel reguleringen van ontwikkelingslanden kwetsbaar: ze kunnen worden aangeklaagd middels een WTO-geschil of doelwit worden van een meedogenloze onderhandelaars tijdens geheime GATS-onderhandelingen. Dit kan ertoe leiden dat landen afzien van het introduceren van de nodzakelijke nationale wetgeving voor armoedebestrijding, duurzaamheid en financiële stabiliteit. Last not least oefenen de autoriteiten in de "thuislanden" toezicht uit op de buitenlandse banken (met name hun filialen)!

* GATS sluit naadloos aan bij de belangen van de Westerse financiële industrie

De lobby van de grootste financiële conglomeraten in het Noorden was erg actief en successvol tijdens de GATS-onderhandelingen. Als gevolg daarvan sluiten de GATS-regels en de lopende onderhandelingen naadloos aan bij hun strategieën van uitbreiding en winstgevendheid (hetgeen leidt tot concentratie van de industrie). Zelfs uit openbare documenten van de Europese Commissie komt naar voren dat de Europese financiële industrie wil uitbreiden omdat ze thuis niet genoeg winst kan maken! Het GATS-akkoord heeft slechts een zeer zwak artikel - Art. IX - dat marktmisbruik kan aanpakken die volgt op onbeperkte concentratie van de industrie.

* Belangrijke punten van civil society worden niet opgenomen in de GATS-onderhandelingen

GATS-regels en -onderhandelingen houden geen rekening met de vele problemen die de civil society, vooral in het Zuiden, aandraagt, zoals:
- gebrek aan algemene toegang tot financiële diensten;
- gebrek aan financiering of andere dienstverlening aan arme individuen, kleine boeren en ondernemers;
- gebrek aan transparantie van de financiële industrie en zijn transacties; en
- het buiten beschouwing blijven van lopende initiatieven gericht op het bevorderen van duurzame ontwikkeling door financieringsmechanismen en op verantwoordelijk gedrag van financiële bedrijven.

De lopende onderhandelingen versterken de financieringsmechanismen voor de globalisering door grote ondernemingen. Ze vinden plaats op een moment waarop nog niet alle noodzakelijke nationale en internationale financiële beschermingsmaatregelen ingesteld zijn. Daarom zouden financiële bedrijven die voor toenemende armoede en niet-duurzame ontwikkeling zorgen onder GATS niet het recht moeten krijgen om meer markten te betreden.

Wat kan men doen?

Meer bewustwordingsactiviteiten over deze belangrijke kwestie zouden moeten leiden tot meer openbare en politieke debatten in de landen van de "eisers" en vooral in de landen die onder druk staan om te liberaliseren. De lopende plurilaterale onderhandelingen richten zich de volgende landen: China, India, Brazilië, Thailand, Maleisië, Indonesië, Filippijnen, Zuid-Afrika, Egypte, Marokko, Pakistan, Turkije, Uruguay, Tunesië, Nigeria, Argentinië, Costa Rica, Israël, Verenigde Arabische Emiraten, Singapore en Kuwait. Maar ook veel andere ontwikkelingslanden ontvingen verreikende (bilaterale) verzoeken tot marktopening. De belangrijkste "eisers" zijn Australië, Canada, de Europese Gemeenschap, Hong Kong China, Japan, de Verenigde Staten en Zwitserland.

Ministers, ministeriële ambtenaren, parlementariërs en andere politici zouden door de civil society moeten worden ondervraagd: waarom onderhandelen ze zonder daarbij rekening te houden met de risiko's van liberalisering van financiële diensten? Leden van ATTAC zouden de risiko's van financiële instabiliteit onder de aandacht kunnen brengen. Vakbonden kunnen zich richten op banenverlies en onzekerheid die ontstaan wanneer grote financiële conglomeraten in het buitenalnd fusies aangaan en bedrijven aankopen voor nog hogere winsten terwijl ze reeds grote winsten maken.


Enkele organisaties zijn al begonnen met het houden van activiteiten, zoals de Zwitserse Bern Declaration (http://www.evb.ch/p25010276.html) en het Duitse WEED (http://www.weed-online.org/themen).


Meer information:
-- "Critical issues in the financial industry", M. Vander Stichele, april 2005: chapter 6 analyeert de liberalisering van financiële diensten onder GATS (http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Financial_sector_report_05_NL.pdf).
- - "ATS negotiations in financial services: The EU requests and their implications for developing countries - Bilateral negotiations analysis," M. Vander Stichele, december 2005 (http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Weed_speech_FSI_GATS_2005_NL.pdf).
-- "Briefing paper to ATTAC members" (http://www.somo.nl/html/paginas/pdf/Briefing_FS_attac_2004_EN.pdf).

Contactgegevens Myriam Vander Stichele:
mvandersticheleATsomo.nl of 020-639 12 91).

Noot:
[*] Bron: "GATS negotiations in financial services promote poverty and financial instability," door Myriam vander Stichele (onderzoekster SOMO, Amsterdam), mei 2006. Vertaling: Rob Bleijerveld. Het artikel was opgenomen in de Trade&Fin nieuwsbrief van Rethinking Bretton Woods Project, van 29 mei 2006 (zie: http://www.coc.org). NAAR TEKST

NAAR INHOUD

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) Sept. 2006: Dienstenrichtlijn en Witboek 2004 (weer) in Europees parlement
Europese vakbondscampagne voor bescherming van openbare en sociale diensten
(door Rob Bleijerveld)

Op 16 februari van dit jaar stemde het Europees Parlement (EP) in met een afgezwakte (maar nog steeds neoliberale) versie van de Dienstenrichtlijn van Bolkestein [1] [2]. Op 29 mei keurde de Europese Raad van Ministers haar eigen versie goed. Deze week enigszins af van die van de volksvertegenwoordiging. In september komt de ministeriële richtlijn voor de "Tweede Lezing" weer in het Parlement. Ook zal er dan over het zogenaamde Witboek (2004) van de Europese Commissie worden gestemd. Dat Witboek verduidelijkt wat de Commissie verstaat onder diensten van algemeen economisch belang (DAEB) en diensten van algemeen belang (DAB). Instemmen met het Commissie-voorstel komt neer op het definitief onder de markttucht brengen van wat bekend staat als openbare dienstverlening


Hieronder eerst een uitleg van de begrippen openbare dienst, DAEB en DAB [3]. Daarna volgen twee bewerkte artikelen uit de laatste nieuwsbrief [4] van het EPSU, de Europese Federatie van Publieke Diensten Vakbonden die zich al geruime tijd inzet voor de bescherming van openbare en sociale diensten, en van basisrechten.
In april startte het EPSU met de campagne "Quality public service - quality of life". Ook voert EPSU samen met het ETUC (Europese Handels Vakbond Confederatie) een krachtige lobby in het Europese Parlement tegen elementen uit de Bolkestein Richtlijn en tegen het Witboek van de Commissie. De EPSU heeft met succes parlementariërs bereid gevonden om een concept-"Kaderrichtlijn" ter bescherming van de openbare diensten-sector op te stellen en in te dienen. De EPSU voert een campagne om steun te verwerven voor deze richtlijn en roept vakbondsleden in Europa op deze actief te ondersteunen.


* Van "openbare dienst" naar "dienst van algemeen economisch belang"

De term "openbare dienst" bestaat al lang en houdt in dat een overheid een monopolie heeft op bepaalde publieke dienstverlening (telefoon, drinkwater, openbaar vervoer, etc). De overheid financiert de dienst en bepaalt de gebruikersprijs voor de dienstverlening mede aan de hand van sociale, ecologische of economische overwegingen. Maar in het jargon en vooral de regelgeving van de EEG (en later de EU) komt de term "openbare dienst" nergens voor! En dus is er ook niets vastgelegd over privatisering, nationalisatie of over staatssteun. Wat niet bestaat hoeft ook niet gereguleerd, toch?

Tot 1986 vormde de uitvoering van openbare diensten een uitzondering op het beginsel van de vrije mededinging (EEG-verbod op afspraken tussen ondernemingen en staatssteun) en bleef ze ongemoeid. In datzelfde jaar werd onder de toenmalige commissievoorzitter Delors een begin gemaakt met de opbouw van de Eenheidsmarkt voor vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten in de Unie. Toen werd ook een begin gemaakt met het gaandeweg toepassen van het concurrentieprincipe op de openbare diensten. Echter niet door die diensten te definiëren, maar door twee andere begrippen en regelingen te introduceren: diensten van algemeen belang (DAB) en diensten van algemeen economisch belang (DAEB). De DAB zijn diensten die tot op zekere hoogte door de overheid worden gereguleerd en gecontroleerd en waarvoor de gebruiker geen prestatievergoeding betaalt (bijv. rechtspraak). De DAEB zijn soortgelijke diensten maar met een gebruikersprijs (bijv. watervoorziening). Vervolgens werd nergens het begrip van DAEB precies omschreven.

In deze leemte stelde de Commissie in 2004 het zogenaamde Witboek [5] op waarin een en ander wordt verduidelijkt. Er wordt uitdrukkelijk gesteld dat DAB en DAEB niet mogen worden verward met de uitdrukking "openbare dienst". Overheden mogen van de Commissie alleen DAEB’s oprichten als particuliere ondernemers de dienst niet aanbieden én als de DAEB de concurrentieregels respecteert. Diensten van algemeen economisch belang mogen weliswaar met overheidsgeld gefinancierd worden, maar alleen zoals een particuliere investeerder dat zou doen! Anders is er sprake van concurrentievervalsing.... Verder is er een ingewikkeld stelsel opgesteld van bepalingen met betrekking tot overheidssteun, meldingsplicht, en uitzonderingsgevallen [6].

De bepalingen uit het Witboek komen ook voor in het concept Grondwetsverdrag dat eerder werd afgewezen door de Nederlandse en Franse bevolking. De Commissie wil ondanks de tegenstand binnenkort bepaalde delen uit die tekst alvast gaan invoeren. Ziehier de reden voor het agenderen van het Witboek bij het Europese Parlement.

Indien het EP in september instemt zal wat we kennen als "openbare dienst" definitief verdwijnen. Lokale, regionale en nationale overheden kunnen dan geen enkele dienst meer aanbieden waartoe iedereen toegang heeft en waarvan de kosten door de gemeenschap worden gedragen. Waterleiding aanleggen tot aan het laatste huis van de dorp? Niet rendabel of niet betaalbaar. Een bijdrage van de staat dan maar? Concurrentie-vervalsing, dus verboden.

En dan hebben we het nog niet gehad over de sociale rechten van de Europese burgers. Hierover is nog steeds niets geregeld, laat staan gegarandeerd
op Europees niveau (rechten op arbeid, minimuminkomen, werkloosheidsuitkeringen, pensioen, gezondheidszorg, huisvesting).....


* Inleiding door de EPSU-voorzitter

Secretaris-generaal Carola Fischbach-Pyttel van de EPSU schrijft dat de kwestie van de openbare diensten dankzij de inzet van de Europese vakbond nu bovenaan op de agenda van het Europarlement staat. De betekenis van de openbare diensten - die in Brussel worden aangeduid als "diensten van algemeen belang" (DAB) - is toegenomen in de nasleep van het debat over de Dienstenrichtlijn van Bolkestein. Het EPSU vecht al geruime tijd voor de erkenning van openbare diensten door de Europese Commissie en de Raad van ministers, en startte in april de "Quality public service - quality of life"-campagne. De Federatie wil zich de komende anderhalf jaar inzetten om het cruciale belang van een kaderrichtlijn voor diensten van algemeen belang naar voren te brengen en doet daarbij een beroep op de aangesloten vakbondsleden.

In alle EU-lidstaten zijn nationale coordinatoren aangesteld die lokale activiteiten en akties moeten opzetten en er voor moeten zorgen dat de situatie van de lokale publieke dienstverlening weerspiegeld wordt in de EPSU-lobby in Brussel. Fischbach-Pyttel gaat ervan uit, dat de expertise van de vakbondsleden (8 miljoen!) en de gezamenlijke kracht voldoende zijn om tastbare resultaten te bereiken.

Het eerste success is dat de Partij van Europese Socialisten (PES) een concept kaderrichtlijn DAB opstelde en die aanbood aan de Commissie. De Groene Partij ondersteunt dit project van harte. In de eerste week van september zal het Europese Parlement stemmen over het DAB Witboek van de Commissie dat onderhevig is aan kritiek van voorstanders van een goede bescherming van de openbare dienstensector [7]. Tot die tijd zal de EPSU "aan de parlementariërs duidelijk maken dat de openbare dienst-werknemers in Europa hen in de gaten houden en erop toe zien dat ze het meest sterke signaal afgeven aan de Europese Commissie dat het nu tijd is voor een kaderrichtlijn!".


* Persbericht: "EPSU eist dat Europese Parlement de tegenstrijdigheden in de Dienstenrichtlijn van de Raad ongedaan maakt" [8]

(31 mei, Brussel) In het licht van de stemming van de Raad van Ministers over de Dienstenrichtlijn op 29 mei zal de EPSU het Europese Parlement stevig onder druk zetten om veel van de overgebleven problemen op te lossen wanneer de kwestie terugkomt voor Tweede Lezing in september. “De Dienstenrichtlijn levert veel problemen op voor de openbare diensten-werknemers in Europa, en in de context van de bredere wetgevende agenda van de Europese Unie bevat de tekst enkele regelrechte tegenstrijdigheden,” aldus Secretaris-generaal Carola Fischbach-Pyttel van de EPSU.

Er zijn drie belangrijke problemen, namelijk:
- De Diensten van Algemeen Belang (DAB/DAEB), waaronder de sociale diensten, zijn nog onderdeel van de richtlijn;
- In de secties over arbeidswetgeving ontbreekt elke referentie aan het Europese Charter van Basisrechten;
- De mogelijkheid voor lidstaten om de noodzakelijke vereisten te handhaven is verder ingeperkt.

Een andere tegenstrijdigheden rond de dienstentekst is het gegeven dat sociale diensten van algemeen belang op dit moment deel uitmaken van een Europees debat dat specifiek opgezet is om hun eigenschappen te definiëren! De Raad heeft bijna opzettelijk dit proces genegeerd door sociale diensten op te nemen in het bereik van de richtlijn. Evenzo is het debat ter verduidelijking van de status van diensten van algemeen belang nog gaande en zo'n kerndebat over het waarborgen van kwalitatieve publieke diensten in de EU moet de tijd krijgen.

Mw.. Fishbach-Pyttel voegde daaraan toe: "Het is behoorlijk frustrerend dat ondanks de verbindendverklaring door de Raad van de "geest van het Europese Grondwettelijke Verdrag" het Charter van Basisrechten niet wordt erkend, evenmin als het recht van lidstaten om hun eigen diensten van algemeen belang te ontwerpen. Het is alsof de Raad opereert in een parallelle wereld waarin beloften om weer aansluiting te zoeken bij de Europese burger door het beschermen van publieke diensten niet gevolgd hoeven te worden door daadwerkelijke aktie."

De EPSU zal met de European Trade Union Confederation (ETUC) samenwerken om zeker te stellen dat het Europese Parlement in Tweede Lezing op krachtige wijze de referentie aan het Charter, de uitsluiting van DAB/DAEB en de noodzaak voor duidelijke criteria voor goedkeuring onderschrijft.


Noten:
[1] Voor meer achtergrondinformatie uit maart 2005 over de Dienstenrichtlijn, zie: "Stop de Dienstenrichtlijn voor een sociaal Europa" door Roelien Knottnerus, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 52, van 18 maart 2005 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/050318-0652.htm). NAAR TEKST
[2] Voor diverse reacties op de parlementaire stemming van 16 februari, zie: http://www.dienstenrichtlijn.nl/nieuws/ NAAR TEKST
[3] Uit:"De voorstanders van een 'ja' liegen om de Europese Grondwet erdoor te duwen," interview met Raoul-Marc Jennar, expert Europese aangelegenheden en internationale handel, 20 december 2004 (http://www.ptb.be/scripts/article.phtml?section=A2AAAB&obid=25494) en "EU Grondwet obstakel voor demokratisch en sociaal Europa," door Herman Michiel cs., 18 september 2005: "Van openbare diensten naar diensten van algemeen economisch belang" (p. 43) (http://www.sap-pos.org/txt-nl/2005/september/brochure_grondwet_180905.PDF). NAAR TEKST
[4] Bron: EPSU Newsletter, 2 June, 2006 (http://www.epsu.org/m/181). NAAR TEKST
[5] Http://europa.eu.int/eur-lex/nl/com/wpr/2004/com2004_0374nl01.pdf NAAR TEKST
[6] Http://www.europadecentraal.nl/emc.asp?pageId=312 NAAR TEKST
[7] Voor achtergrondinformatie over dit Witboek met betrekking tot de gezondheidszorg en de drinkwatervoorziening, zie respectievelijk: "De neoliberale route naar 'betere' gezondheidszorg in Europa," door Erwin Pannekeet, in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 46, van 22 juni 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040622-0746.htm) en "Europese primeur: Nederlandse Waterleidingwet verbiedt privatisering van drinkwatersector," door Rob Bleijerveld, in WTO.ZIP nr 49, van 19 november 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/041119-8349.htm). NAAR TEKST
[8] "EPSU to look to European Parliament to resolve Council Services Directive contradictions," EPSU, 31 mei 2006 (http://www.epsu.org/a/2088). NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


E) Maandag 26 juni, Amsterdam: Wat is er mis met de supermarkt?
Informatieavond en campagne-verkenning


In Nederland hebben supermarktketens in snel tempo de markt veroverd. Bijna iedereen doet tegenwoordig z'n boodschappen daar. Dat heeft vérgaande en hoofdzakelijk negatieve gevolgen op vele gebieden. Er moet, in navolging van succesvolle campagnes in het buitenland, nodig wat aan gebeuren. Waarom zijn supermarkten een probleem, zelfs als ze wat biologische producten verkopen?

*) Ze monopoliseren het winkelaanbod en concurreren kleine winkels kapot.
*) Ze hebben enorme inkoopmacht, waardoor ze bodemprijzen van hun toeleveranciers kunnen bedingen en die absurde eisen kunnen stellen.
*) Het zijn multinationals die zoveel mogelijk winst willen maken en daarom alle kosten zo laag mogelijk willen houden. Vraag maar eens na bij 'uw' cassière of vakkenvuller.
*) Ze bestoken ons met nare reclame.
*) Ze zijn druk bezig ook de markten in armere landen te veroveren.


Op de informatieavond worden enkele campagnes in het buitenland getoond (zoals de Britse Breaking the Armlock (http://www.breakingthearmlock.com) en omtrent Lidl in Duitsland (http://www.attac.de/lidl-kampagne)). Daarna wordt informatie gegeven over een aantal onderdelen van de productieketen, zoals de tuinbouwarbeiders (door OKIA) en de gevolgen van grotere markttoegang voor supermarktbedrijven in armere landen (door SOMO).
Vervolgens wordt er publiekelijk nagedacht over de mogelijkheden om in Nederland een campagne omtrent supermarkten te beginnen.

Aanvang: 20 uur
Adres: Plantage Doklaan 8-12, Amsterdam
Bron: http://www.broeinest.info/programmabroeinest.htm

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


F) Critici plannen offensief terwijl crisis van IMF en Wereldbank groeit
(door Walden Bello [*])


Washington DC, 24 April: De voorjaarsbijeenkomst van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds vond dit weekend plaats omringd door politieafzettingen in het hart van Washington, DC. Er waren echter bijna geen demonstranten te zien.

De actie was binnen te vinden, een paar blokken verwijderd, bij het Institute for Policy Studies. Daar zette de oppositie de laatste puntjes op de i van een mondiale campagne om de twee instellingen te "ontmachten" ('disempower'). Voor de 70 activisten uit verschillende delen van de wereld die de tweedaagse strategiebijeenkomst bijwoonden, was de relatieve afwezigheid van straatprotesten ontmoedigend. Zij weten dat de twee instellingen zich feitelijk in de meest ernstige crisis sinds jaren bevinden, een crisis die het perspectief biedt om hun greep op het bestuur van de wereldeconomie te verzwakken.

Legitimiteitscrisis bij het IMF

De crisis is het duidelijkst bij het Internationaal Monetair Fonds. Volgens voormalig IMF en Wereldbank-medewerker Dennis Tray, nu vice-president van het Center for Global Development, heeft het IMF zich nooit hersteld van de Aziatische financiële crisis van 1997. "Het verloor toen z'n legitimiteit," verklaarde hij tijdens een lunchbijeenkomst georganiseerd door het Carnegie Endowment for International Peace. Sinds deze crisis zagen Aziatische sleutellanden als Thailand, de Filippijnen, China en India af van nieuwe leningen van het IMF, vanwege de effecten van rampzalige financiële liberaliseringsprogramma's die veel Aziatische landen in de beginjaren negentig aannamen op aandringen van het Fonds.

Aan de aarzeling van de Aziatische landen om zich nog meer in de schulden te steken bij het Fonds is nu een duidelijke beweging onder Latijns Amerikaanse landen toegevoegd. Deze wordt geleid door Brazilië en Argentinië, en behelst het volledig afbetalen van hun schulden aan het IMF zodat ze zich onafhankelijk kunnen maken van een instelling die zeer wordt gehaat in de regio.

Wat in feite een boycot is door enkele van zijn grootste geldleners, zorgt nu voor een budgettaire crisis: in de laatste twee decennia werden de operaties van het IMF in toenemende mate gefinancierd door terugbetaling van leningen door ontwikkelingslanden, eerder dan uit contributies van de rijke Noordelijke regeringen. Dit was een bewuste verschuiving van de last naar de leners om de instelling in stand te houden. Maar waar moet het Fonds zijn middelen vandaan halen, nu dat belangrijke klanten-landen hun financiële betrekkingen beëindigen?

Op dezelfde bijeenkomst als waar de Tray sprak, onthulde Ngaire Woods, een deskundige op het gebied van IMF en Wereldbank van Oxford University, dat het IMF verwacht dat de betaling van uitstaande leningen en rente aan de organisatie meer dan halveren zal van 3.19 miljard USD in 2005 naar 1.39 miljard in 2006 en nog eens zal halveren naar 635 miljoen USD in 2009. Dat zou - zoals zij het beschreef - "een grote inkrimping van de begroting van de organisatie" betekenen.

Problemen bij de Bank

Hoewel minder behept met het aura van controverse en mislukking dat het IMF omringt, is de Wereldbank ook in crisis volgens deskundige waarnemers. Een begrotingscrisis neemt ook de Bank in haar greep: volgens Woods zakten de inkomsten uit gelden van leners van 8.1 miljard USD in 2001 naar 4.4 miljard in 2004, terwijl inkomsten uit investeringen van de Bank zakten van 1.5 miljard in 2001 naar 304 miljoen USD in 2004. China, Indonesië, Mexico, Brazilië en veel van de meer gevorderde ontwikkelingslanden gaan naar andere instellingen om te lenen.

De begrotingscrisis is echter maar een aspect van de algehele crisis van de instelling. De beleidsvoorschriften die economen van de Bank uitvaardigen, worden in toenemende mate door ontwikkelingslanden gezien als irrelevant voor de problemen waar ze mee zitten. Dat zegt de Tray, die voor het IMF werkte in Hanoi en de vertegenwoordiger van de Wereldbank in Jakarta was. Het probleem, zo verklaart hij, ligt in de nadruk die de onderzoeksafdeling van de Bank legt op het produceren van "vlijmscherp" technisch economisch werk dat vooral afgestemd is op de Westerse academische wereld, in plaats van het leveren van kennis ter ondersteuning van praktische beleidsadviezen. Bij de Bank werken momenteel zo'n 10,000 mensen, waarvan de meeste economen, en de Tray beweert dat "er niets mis is met de Wereldbank dat niet opgelost zou kunnen worden door een staf die veertig procent kleiner is".

Woods ondersteunt de Tray en merkt in een recent rapport op dat "de meestgehoorde klacht in het veld is dat het Fonds en de Bank geen beleidservaring hebben. De stafleden zijn afgestudeerd in economie of financiën, maar slecht uitgerust voor het ingewikkelde en smerige werk van de politieke systemen waarbinnen ze moeten opereren."

Het misprijzen jegens politiek dat veel stafleden minder geschikt maakt om om te gaan met de ontwikkelende wereld, gaat vaak gepaard met een blinde vlek voor het feit dat de beleidsvoorschriften van de Bank en het Fonds niet alleen beïnvloed worden door de ingewikkelde politiek van de ontwikkelingslanden maar ook door een nog belangrijker soort politiek. "De politiek heeft altijd invloed gehad op het advies dat IMF en Wereldbank gaven," schrijft Woods. Zo was Zuid Korea's eerste 'standby overeenkomst' met het IMF in 1997 duidelijk opgesierd met voorwaarden die daar op verzoek van de VS aan toegevoegd waren. En in jaren '90 zorgde politieke druk binnen de G7 voor leningen door de Bank aan Rusland, die echter nooit gebruikt werden (maar waar Rusland wel voor moet betalen), en werd het IMF gedwongen de ogen te sluiten voor het falen om de streefdoelen te halen. Wereldbank-projecten worden soms in het geheim samengesteld op basis van bestaande overeenkomsten voor contracten tussen grote bedrijven die gesteund worden door machtige regeringen en donoren.

Hoe een crisis te verbergen

Onder de aanwezigen op de bijeenkomst van non-gouvernementele organisaties op het Institute for Policy Studies was Robin Broad, een professor verbonden aan American University. Zij houdt de Wereldbank al lange tijd goed in de gaten en schreef het boek "Unequal Alliance: the World Bank and the Philippines" dat beschouwd wordt als een klassieke studie naar de verhoudingen tussen de instelling en haar klanten-landen. Broad beweert dat de Wereldbank zich in feite in een diepere crisis bevindt dan het IMF, maar dat dat alleen minder zichtbaar is voor de buitenwereld.

"De reactie van het IMF was om zich terug te trekken in haar fort, wat de publieke waarneming versterkte dat het van alle kanten onder vuur lag," merkt ze op. "De reactie van de Bank was echter om naar buiten te treden om zo haar groeiende crisis te verbergen."

Ze onderscheidt drie elementen in het offensief van de Bank. "Ten eerste gaat die op pad om donoren te vertellen dat de instelling het best geschikt is om leningen uit te zetten met doelen als een einde maken aan armoede, voor het milieu, voor het oplossen van HIV-AIDS, noem maar op... Terwijl de geschiedenis van de Bank feitelijk aantoont dat dat niet zo is. Ten tweede heeft ze de grootste onderzoeksafdeling voor 'ontwikkeling' van de wereld - wat zo'n 50 miljoen dollar kost - wiens bestaansreden het is om onderzoek te produceren dat al van tevoren bepaalde conclusies moet ondersteunen. Ten derde heeft ze een enorme afdeling voor externe zaken - met een begroting van zo'n 30 miljoen dollar - een PR-afdeling dat deze zogenaamd objectieve onderzoeksresultaten voert aan de pers en het imago kweekt van een alleswetende Bank."

Maar, concludeert ze, "Dit kan niet lang goed gaan. Binnen de Bank weten ze dat ze in een crisis zitten en lopen ze te worstelen. Als we ons werk doen, zal vroeger of later de waarheid naar buiten komen."

Reacties op nieuwe initiatieven

De aanwezigen op de ngo-bijeenkomst verwierpen de met veel ophef uitgebrachte anti-corruptiecampagne van Wereldbank-president Paul Wolfowitz als een zoveelste publiciteitsstunt om de afglijdende legitimiteit van de Bank wat op te krikken. "Dit is pas hypocriet. Hij was midden jaren '80 de ambassadeur van de VS in Indonesië toen corruptie met Wereldbankprojecten daar welig tierde en hij heeft toen nooit wat ondernomen," zei Shalmali Guttal van het in Bangkok gevestigde Focus on the Global South. "Gemiddeld een op elke drie dollars die de Bank aan de regering Suharto gaf gedurende de dertigjarige periode van halverwege de jaren zestig tot midden jaren negentig, verdween in de zakken van Suharto's mensen. Dat liep uit op ongeveer 10 miljard USD van het 30 miljard omvattende leningsprogramma van de Bank. Wolfowitz stond in feite bekend als een goeie vriend van het Suharto-regime."

Groot scepticisme was er ook over het plan om de stemmacht te vergroten van sommige van de grotere ontwikkelingslanden, zoals China en Brazilië, evenals over de aankondiging dat er nog enkele arme landen in aanmerking zouden kunnen komen voor schuldenreductie onder het door de Bank beheerde "Higly Indebted Poor Country Initiative" (HIPC). Dat laatste werd gezien als een PR-inspanning om een falend programma op te krikken, terwijl het eerste een wanhopige poging is om de trend terug te buigen dat veel ontwikkelingslanden zich afkeren van afhankelijkheid van de twee instellingen.

Einde van hervorming?

Er werd op de bijeenkomst nauwelijks gesproken over het hervormen van het leningen- en projectenbeleid van de Bank en het Fonds. Die aanpak had de voorkeur van veel van de grotere ngo's in de jaren negentig. Sameer Dossani, coördinator van de campagne "50 Years is Enough!" verwoordde de twijfels van de bijeenkomst over de levensvatbaarheid van een hervormingsgerichte aanpak: "We bekritiseerden de Structurele Aanpassings Programma's, en ze kwamen aanzetten met de PRSP's (Poverty Reduction Strategy Papers). We riepen om het schrappen van schulden, en ze kwamen aanzetten met HIPC. Is het, nu ook deze initiatieven uit lijken te lopen op een mislukking, misschien tijd om een andere benadering te kiezen?"

Nu de crisis van de twee instellingen steeds groter wordt, achten de critici de tijd rijp om een meer radicale strategie neer te zetten. Aan het eind van de tweedaagse bijeenkomst verklaarde Lidy Nacpil van Jubilee South, een wereldwijde coalitie die het schrappen van schulden eist, "We hebben ons verenigd rond een strategie om de bank en het Fonds te ontmachten ('disempower'). In plaats van het stellen van voorwaarden aan operaties van het IMF en de Wereldbank met als doel hun negatieve uitwerking te beperken, moet de nieuwe benadering de meest kwetsbare operaties of afdelingen van de twee instellingen identificeren om ze vervolgens plat te leggen met wereldwijde campagnes. Het strategisch doel is om uiteindelijk de twee instellingen radicaal te ontdoen van macht en invloed. "Het is zoals met het afsnijden van de tentakels van een octopus," verklaarde Dossani. "Je begint met de meest kwetsbare delen en gaat dan verder."

Twee initiatieven die overwogen worden door de nieuwe campagne zijn internationale massa-mobilisaties bij de najaarsbijeenkomst van Wereldbank en IMF in Singapore in de derde week van september en een internationale conferentie over "Alternatieven voor de Wereldbank en het IMF", die samen zou moeten vallen met de najaarsbijeenkomst.


[*] Bron: "Critics plan offensive as IMF-World Bank crisis deepens", door Walden Bello, Focus on Trade nr. 118, van mei 2006 (http://www.focusweb.org/content/view/881/27/). Vertaling/bewerking: Kees Hudig.
Bello is professor in de sociologie aan de Universiteit van de Filippijnen en Uitvoerend Directeur bij het in Bangkok gevestigde Focus on the Global South.
NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


G) Recensie 'Shut Them Down'


Een paar maanden na de G8-top in het Schotse Gleneagles verscheen het boek 'Shut Them Down'. Het kijkt terug op de topconferentie en vooral op de acties die ertegen werden ondernomen.
Kriss Scholl schreef een recensie van het boek, die je hier terug kunt vinden:
http://www.globalinfo.nl/article/articleview/917/1/1/

NAAR INHOUD
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Renate Ebner, Rob Bleijerveld, en Kees Hudig.

Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op: http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva AT xs4all.nl

-----------------------