WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Opzet van 'July Approximations' dreigt te mislukken
WTO-voorzitter slaat alarm - gaan onderhandelingen door?
(door Rob Bleijerveld)
Vandaag was er de eerste zitting van de Algemene Raad
van de WTO als inleiding op de eindspurt van de lidstaten
om voor het zomerreces van augustus concrete afspraken te
maken over de zogenaamde 'July Approximations' [1][2]. De
verwachtingen van dit voorjaar zijn getemperd en een mislukking
van de opzet is mogelijk. De komst naar Genève van
de handelsministers van de grote handelsblokken en van de
grote ontwikkelingsstaten lijkt aan te geven dat die de
hoop nog niet opgegeven hebben.
'Verontrust'
Zowel tijdens de bijeenkomst van het Trade Negotiations
Committee [3] van 8 juli als ook na de informele minitop
in Dalian van 12 en 13 juli bleek WTO-voorzitter Panitchpakdi
hevig teleurgesteld. In zijn ogen hadden de lidstaten te
weinig (politieke) vooruitgang geboekt in de huidige onderhandelingsfase
van de Doha Ronde. Met het zomerreces en de 'July Approximations'
in zicht was de WTO-voorzitter "ernstig verontrust"
over de perspectieven van de 6e ministerstop in december
2005. Maar ook sommige waarnemers zien zwarte wolken samentrekken
boven "Hong Kong". In het algemeen is men het
er over eens dat de Doha Ronde niet voor 2007 afgerond kan
zijn.
Ondertussen is er intensief onderhandeld tijdens informele
en besloten bijeenkomsten op initiatief van de grote handelsblokken.
Ook tijdens de zitting van de Algemene Raad zullen er zijn
parallelle besprekingen zijn volgens beproefd recept. En,
naar verluid, maken de ministers van VS, EU, Japan en het
WTO Secretariaat zich al op voor een verlenging van de bijeenkomst
tot en met het weekend van de 30e/31e [4].
Minitop in Dalian (China) geen succes
Op 8 juli deed Panitchpakdi verslag van de bevindingen
van de voorzitters van de onderhandelingscommissies voor
Landbouw, Industriële Goederen, Diensten, Regels en
Ontwikkeling [5]. In plaats van toenemende convergentie
zag hij "opnieuw uitingen van blokkade en frustatie"
en het "weer opkomen van het steriele debat over de
procesgang in plaats van onderhandelingen over substantie."
Hij riep de deelnemers aan de Dalian-minitop in China op
om "leiderschap te tonen in cruciale politieke kwesties"
om zo een mislukking van de ministerstop in Hong Kong te
voorkomen. Zijn frustratie had betrekking op de grote verschillen
tussen met name de VS en EU en tussen hen en de grote ontwikkelingsstaten.
Maar ongetwijfeld ook op de inbreng in juni van drie regionale
verbanden van arme staten. Die groepen - de Afrikaanse Unie,
de groep van Minst Ontwikkelde Landen en de G33 [6] lijken
zich niet af te willen laten schepen met ongunstige bepalingen
in de 'July Approximations'.
De top in Dalian van een selecte groep van ministers uit
30 invloedrijke WTO-lidstaten heeft echter geen echte doorbraak
opgeleverd. Het waren de ministers van de Five Interested
Parties-groep (VS, EU, Brazilië, India en Australië)
[7] die wederom de agenda bepaalden en samen met China,
Indonesië, Zwitserland en Japan [8] de basis legden
voor een compromis over een tariefreductiesysteem op landbouwgebied.
Ze kozen - met enig voorbehoud ten aanzien van bepaalde
onderdelen - voor het G20-voorstel van een aangepast 'Zwitsers'-model
als 'startpunt'. Dit standpunt werd daarna door de overige
Dalian-deelnemers geaccepteerd [9][10]. Weliswaar werd hiermee
dus een belangrijke stap gezet op gebied van landbouw, maar
op de andere belangrijke terreinen (NAMA, GATS, S&D
en Rules) werd niet veel vooruitgang geboekt. Daarbij gaf
een groot aantal buitengesloten delegaties aan zich aan
de kant geschoven te voelen door dit intransparante proces.
De laatste zware dagen van Panitchpakdi...
Tijdens de bijeenkomst van het Trade Negotiations Committee
van eind vorige week - bedoeld als laatste update over de
onderhandelingen vlak voor de Algemene Raad van 27 juli
- merkte voorzitter Panitchpakdi op: "I have said before
that my finger was hovering over the alarm button. Now I
have pressed it"[11]. Tegelijkertijd schortte hij de
vergadering op en schoof die door naar deze week om nog
de gelegenheid te geven in het weekend vooruitgang te boeken
in de onderhandelingen.
Vorige maand werd door TIP/IATP gesuggereerd [12] dat de
strategie van de VS en EU er uit zou bestaan om weinig toe
te geven op landbouwgebied en om in plaats daarvan veel
druk uit te oefenen op andere delegaties opdat er gunstige
regelingen uit de bus zouden rollen voor industriële
goederen (NAMA) en diensten (GATS). Beide onderwerpen zijn
in het belang van de Europese en Amerikaanse transnationale
bedrijven. Juist het doen van vergaande concessies van EU
en VS op landbouwgebied is voor vele arme staten en producenten
van wezenlijk belang. Voorzitter Groser van landbouw heeft
lang deze gezamenlijke strategie van EU en VS in de kaart
gespeeld door de landbouwbelangen van arme staten ondergeschikt
te maken aan het 'proces'. In juni gaf hij aan dat er voor
de Algemene Raadsvergadering waarschijnlijk geen afspraken
zouden komen op gebied van binnenlandse landbouwsubdsidies
en markttoegang. Baan vrij voor een doorbraak op de andere
terreinen?
...en een uitdaging voor opvolger Lamy?
Een Reuters-bericht van vanmorgen (27 juli) [13] geeft
echter een negatief beeld van de perspectieven in Genève.
De voorzitters van landbouw en van industriële goederen
gaven vandaag namelijk tijdens een besloten vergadering
van de 148 WTO-lidstaten in Genève aan, dat er zelfs
de laatste dagen geen enkele vooruitgang is geboekt. Er
zijn tot de vooruitgeschoven bijeenkomst van het Trade Negotiation
Committee van morgen (28-7) geen onderhandelingen geagendeerd.
De onderhandelingen zouden pas na het zomerreces weer verder
gaan (en dan onder de bezielende leiding van Pascal Lamy...).
De Braziliaanse hoofdonderhandelaar Clodoaldo Hugueney denkt
dat "het over is. Alles voor deze week is beëindigd."
Of zit het geniep in de staart?
Is dit dan de eerstvolgende mislukking na die van Cancún?
De nieuwsberichten van de laatste paar uur zijn niet eenduidig.
Sommige media geven de WTO geen kans meer om voor het zomerreces
iets wezenlijks op papier te krijgen [14] (Het hoofd van
Oxfam's handelscampagne, Celine Charveriat, is zelfs van
mening dat de Doha Ronde mislukt is tenzij er deze herfst
(...) met een andere inzet gewerkt wordt [14]). Andere media
melden nog dat de handelsministers van de EU, de VS en India
zich ook opmaken om naar Genève te gaan om zich daar
met ambtsgenoten te mengen in direkte onderhandelingen.[15]
Wellicht de 'armstwisting' dan pas echt goed op gang komt...
Noten:
[1] 'July Approximations': een set van belangrijke beslissingen
met betrekking tot de onderhandelingen op vijf hoofdgebieden,
die de WTO-lidstaten geacht zijn te nemen tijdens de zitting
van de Algemene Raad op 27 en 29 juli in Genève -
de laatste bijeenkomst voor het zomerreces. Het 'bouwt'
verder op het 'juli-akkoord' van 2004 en moet onder meer
de keuzes voor tariefreductiesystemen omvatten, inclusief
boven- en ondergrenzen voor percentages, 'banden' en coëfficiënten.
De Hong Kong-top in december is bedoeld voor verdere concrete
invulling daarvan.
[2] Meer over de raamovereenkomst van juli 2004 en over
de afspraken omtrent de 'July Approximations' is te vinden
in WTO.ZIP nieuwsbrief 47, van 11 augustus 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040811--00(47).htm)
en WTO.ZIP nieuwsbrief 52, van 18 maart 2005 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/050318--00(52).htm).
[3]De 'stuurgroep' voor de Doha Ronde onder leiding van
voorzitter Panitchpakdi.
[4] Berichten van 25 juli duiden op daadwerkelijke voorbereidingen
op een uitloop van de Raadsvergadering tot en met 31 juli,
of zelfs daarna. De rijke staten nemen blijkbaar geen genoegen
met de status quo (weinig concrete overenstemming tussen
de lidstaten) en forceren (denk aan houdgreep-technieken...)
liever 'Juli Approximations' die een veelvoud aan controversiële
punten omvatten. Belangrijk in dit verband is dat het in
het belang van Bush is dat de Doha Ronde voor medio 2007
afgerond is, omdat het hoogst onzeker is of zijn ruime handelsmandaat
dan verlengd zal worden.
[5] Voor nadere beschouwingen over ontwikkeling en stand
van zaken in de onderhandelingen over deze vijf hoofdgebieden
verwijs ik naar http://www.ictsd.org (zie ook bij bronnen,
onderaan) en naar http://www.twnside.org.sg
[6] AU: "Cairo Declaration en Cairo Roadmap on the
Doha Workprogramme," van 9 juni (http://www.ictsd.org/issarea/africa/docs/Cairo_declaration.pdf);
LDC's: "Livingstone Declaration," van 26 juni
(http://www.acici.org/downloads/DeclarationfinalLDC_4E.doc);
en G-33: "Ministerial Meeting Press Statement."
van 12 juni (http://www.crnm.org/documents/press_releases_2005/
Press%20Statement%20Ministers%20G-33.pdf).
[7] Ook wel de 'Non-group of Five' (NG5) geheten. Over hun
invloed, zie: "Maart: mini-ministerial Kenia. Vijf
staten bepalen de agenda en voeren de druk op," in
WTO ZIP nieuwsbrief nr 52, van 18 maart 2005 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/050318--00(52).htm).
[8] Een gelegenheidsverband, ook wel aangeduid als de FIP+4.
[9] Meer van dit soort 'achterkamertjespolitiek': op 12
juli kwam een nieuwe gelegenheidscoalitie bijeen, de E-FIPs
(expanded Five Interested Parties) om onder leiding van
WTO-landbouwvoorzitter Groser te overleggen over een tariefreductiesysteem.
Uit: "Geneva talks : An unfair deal brokered can cost
heavily," door Ashok B. Sharma van 25 juli 2005 (http://www.financialexpress.com/fe_full_story.php?content_id=97379).
[10] Vervolgens kwam de FIP+4 weer bijeen in Geneve op 18
juli om met Groser verder te praten over de 'aankleding'
van het G20-systeem. Deze zogenaamde 'Room F'-consultaties
zouden naar verluid een week duren.
[11] "Interim WTO Agreement In Doubt," van 25
juli 2005 (http://www.jonesbahamas.com/
?c=47&a=4449&sid=c31c0716297dc3eec41bf905308e4de2).
[12] "Formula One racing: Who's going to win the Grand
Prix?" door Alexandra Strickner en Carin Smaller (TIP/IATP),
van 27 juni 2005 (http://www.ourworldisnotforsale.org).
[13] "No breakthroughs at WTO", Reuters, 27 juli
2005 (http://www.financialexpress.com/latest_full_story.php?content_id=97590)/
[14] Bijvoorbeeld in: "WTO farm trade talks fail:-,"
UPI, van 27 juli 2005 (http://news.webindia123.com/news/
showdetails.asp?id=101161&n_date=20050727&cat=Business)
[15] Bijvoorbeeld in: "Trade chiefs expected in Geneva
to rejuvenate Doha negotiations," San Diego Union Tribune
(VS), 27 juli 2005 (http://www.signonsandiego.com/news/business/
20050727-0540-wto-tradetalks.html).
Bronnen:
- diverse teksten uit Bridges Weekly Trade News Digest,
vol 9 nr 6 (ICTSD, 20 juli 2005) <http://www.ictsd.org/weekly/05-07-20/index.htm>,
uit Bridges Weekly Trade News Digest, vol 9 nr 25 (ICTSD,
13 juli 2005) <http://www.ictsd.org/weekly/05-07-13/index.htm>,
en uit Bridges Monthly Trade News Digest Yr 9 nr 6-7 (ICTSD,
juli 2005) <http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES9-6-7.pdf>.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) Waarschuwing: afschaffing van handelsbarrières
kan uw groei ernstige schade toebrengen!
(door Renate Ebner)
"Liberalisering van de handel pakt voor arme landen
averechts uit." Aldus de Nederlandse econoom Keune
onder verwijzing naar onderzoek van (met name) Kraev naar
de effecten van handelsliberalisering' in 32 low-income
countries. De prijs die ze betalen, is een verlaging van
2 tot 18 % van hun BBP (bruto binnenlands product). Het
Britse Christian Aid berekende voor 22 Afrikaanse landen
een schade van 170 miljard US dollar over de onderzochte
periode van 16 jaar [1].
Een studie van de Turkse econoom/econometrist Yanikkaya
[2] gaat nog een stap verder. Hij bekeek over een periode
van 30 jaar 108 economieën, ontwikkeld en in ontwikkeling,
groot en klein. Wat blijkt? Handelsbarrières kunnen
GOED zijn voor de groei - vooral als je een ontwikkelingsland
bent!
Yanikkaya onderzocht de relatie tussen de mate van openheid
van een economie en haar groei. Kijkend naar wat heel gebruikelijk
is - de handelsvolumes en hun aandeel in het BNP, en import
en export - blijkt er weinig nieuws. Hij vindt zoals velen
voor hem inderdaad een duidelijke en positieve samenhang
tussen handelsvolume en groei. Maar hij zet ook een minder
gebruikelijke stap. Door de intensiteit van de handel en
de samenstelling te onderzoeken - uitgesplitst naar OECD-landen,
niet OECD-landen en bilaterale handel met de VS. Prompt
heeft hij interessante conclusies te pakken.
Innovatie als motor?
Om te beginnen leidt de handel met ontwikkelde danwel niet-ontwikkelde
landen niet tot significante verschillen in groei. Terwijl
dat volgens de economische mainstream wel zouden moeten
[3]. Dit betekent: de stelling dat innovatie de motor achter
groei is, zou best eens verkeerd kunnen zijn [4].
Bevolkingsdichtheid blijkt wel van doorslaggevend belang
voor de handelsvolumes, dus voor groei - net als technologietransfer,
schaalvoordelen en comparatieve handelsvoordelen dat zijn
[5]. Deze conclusies bevestigen andere empirische studies
wel.
Maar Yanikkaya gaat verder. En onderzoekt het effect van
handelsbarrières op groei.
Hier blijkt duidelijk iets aan de hand te zijn.
Yanikkaya constateert om te beginnen dat de theoretische
studies geen eenduidige correlatie tussen handelsbelemmeringen
en groei aantonen - en al helemaal niet voor ontwikkelingslanden
[6]. Hij constateert ook dat dit in opvallend contrast staat
tot de empirische studies van zijn collega's die in meerderheid
stellen dat die correlatie er wel is, en wel negatief. (Oftewel:
hoe meer handelsbarrières hoe minder je groei)
Handelsbelemmeringen groeibevorderend
En Yanikkaya's eigen studie?
Zijn bevindingen blijken niet alleen dichter bij de voorspellingen
van de theoretische studies te liggen. Ze weerspreken bovendien
(logisch!) de empirische studies van de voornoemde collega's.
"Alle handelsbarrieres tonen een duidelijke en POSITIEVE
correlatie met groei, behalve beperkingen van current account
payments, die weliswaar negatief maar insignificant met
groei correleren [7]." Dus: praktisch alle handelsbarriëres
zijn goed voor je groei.
Beperkingen op buitenlandse handel bevorderen in principe
de groei. Hoezeer hangt in de praktijk af van de specifieke
omstandigheden in een land - ontwikkeld dan wel in ontwikkeling,
groot of klein, wel of geen comparatieve voordelen in de
beschermde sectoren.
Dit is hard vloeken in de neoliberale kerk waar handelsbarrières
zondig zijn en dus uitgebannen worden.
Volgens Yanikkaya is in politieke en economische, maar
ook wetenschappelijke kringen sprake van een "onvoorwaardelijk
optimisme ten aanzien van handelsliberalisatie [8]."
Dit vooroordeel is mede te wijten aan de mislukking van
importsubstitutie-strategieën van de jaren 80 [9].
Maar bij nader inzien, zegt hij, blijken ook de empirische
studies ter onderbouwing van dit optimisme niet te deugen.
Zo zijn voor verschillende landen en verschillende periodes
verschillende meetlatten gehanteerd. Bij consequente toepassing
van één enkele meetlat - wat Yanikkaya deed
- blijkt dat sterke groei ook is vertoond in landen met
relatief meer handelsbelemmeringen, zoals China of India
[10].
'Openheid in handel' geen 'handelsliberalisatie'
Volgens Yanikkaya is het begrip 'openheid' synomiem geworden
met de notie van 'vrijhandel', "dat wil zeggen een
handelssysteem waarbij alle handelsverstoringen zijn geëlimineerd"
[11]. In de wetenschappelijke praktijk blijkt daarentegen
geen eenduidige definitie van 'openheid' te bestaan. Met
vergaande consequenties van dien voor de betrouwbaarheid
van conclusies over handelsbelemmeringen en groei. Wat Yanikkaya
betreft zijn en blijven 'openheid in handel' en 'handelsliberalisatie'
twee verschillende concepten [12].
Handelsbarrières - ook in de vorm van heffingen
- zijn goed voor de groei?
Deze boodschap moet vele onderhandelaars in de Doha Ronde
wel als muziek in de oren klinken. Anderen zullen zich ongetwijfeld
Oost-Indisch doof houden...
Noten:
[1] Zie: "Liberalisering van de handel werkt averechts,"
door Lou Keune vooral over het rapport van Egor Kraev: "Estimating
GDP effects of trade liberalisation for developing countries"
(in: WTO.ZIP nieuwsbrief nr 56, van 19 juli 2005; http://www.globalinfo.nl/article/articleview/665/1/1/).
[2] "Trade openness and economic growth: a cross-country
empirical investigation," door Yanikkaya, in Journal
of Development Economics no 72/2003 (http://64.233.183.104/search?q=cache:NELd7AFnl0J:www.wif.ethz.ch/resec/teaching/
yanikkaya.pdf+Yanikkaya+Trade+openness+and+economic+growth:a+cross-country+
empirical+investigation+Journal+of+Development+Economics+no+72/2003&hl=nl)
[3] Een van de stromingen beweert dat groei voort komt uit
innovatie en introductie van nieuwe producten. Als die stelling
zou kloppen, zou handel van ontwikkelingslanden met OECD-landen
- en zeker met leider VS - (veel) meer groei op moeten leveren
dan die met andere ontwikkelingslanden. Maar dat doet die
niet. Exit stelling. Zie: "Tariff and non-tariff barriers
benefit developing countries," door Chakravarthi Raghavan,
van 17 september 2003 (http://www.twnside.org.sg/title/542a.htm).
[4] Of sterker nog: asymmetrische handelsrelaties kunnen
ook negatief uitpakken, aldus Yanikkaya in zijn tekst (hoofdstuk
'literature review', in noot 2).
[5] Comparative advantages: Voordelen in de concurrentiepositie
van een land ten opzichte van andere landen (bijvoorbeeld
lage lonen en vrijhandelszones).
[6] "Theoretical growth studies suggest at best a very
complex and ambiguous relationship between trade restrictions
and growth." (hoofdstuk 'literature review', in noot
2).
[7] Zie noot 2.
[8] Zie bron in noot 3.
[9] Zo kenden de Latijns-Amerikaanse economieën een
lagere groei dan de exportgeoriënteerde economieën
in Zuid-Oost Azië (hoofdstuk 'literature review', in
noot 2)
[10] De eerste die de ongepast optimistische collega's bekritiseerde
was Dani Rodrik. Zie bron in noot 3.
[11] Zie: hoofdstuk 'literature review', in noot 2.
[12] Zie bron in noot 3.
Meer informatie:
Er is veel literatuur en discussie over hoe het nu zit met
groei en handel. In Yanikkaya's studie zit een becommentarieerd
overzicht.
Een van de studies die Yanikkaya's bevindingen bevestigen
is "Decoding the Effects of Trade Volume and Trade
Policies on Economic Growth: A Cross-Country Investigation,"
door Dardana Rruka (Chatham College; ewp-it/0405003) van
mei 2004 (http://econwpa.wustl.edu/eprints/it/papers/0405/0405003.abs).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) Geen vrije handel maar eerlijke handel
(door: Dicky de Morrée (Wemos) namens de Coalitie
voor Eerlijke Handel [*])
Deze week wordt in Genève in de Wereldhandelsorganisatie
(WTO) verder onderhandeld over de vrijmaking van de wereldhandel
in de zogenaamde Doha-ronde. Bij het begin van de onderhandelingen
in 2001 is afgesproken dat het een 'Ontwikkelingsronde'
wordt waarin de belangen van de ontwikkelingslanden centraal
staan. Van dat goede voornemen is echter nog weinig terecht
gekomen, meent de Coalitie voor Eerlijke Handel (CEH).
Dat vrijhandel niet per definitie goed is voor kwetsbare
landen wordt algemeen erkend. In de WTO geldt daarom de
algemene afspraak dat ontwikkelingslanden hun markten minder
ver hoeven te openen en dat ze er langer over mogen doen
dan rijke landen. Ontwikkelingslanden verwachtten in de
Doha-ronde meer toegang te krijgen tot de markten van rijke
landen, en een beëindiging van handelsverstorende subsidies
door rijke landen. De onderhandelingen zijn echter een klassiek
spel van geven en nemen geworden waarin aan ontwikkelingslanden
grote concessies worden gevraagd, terwijl onduidelijk is
wat rijke landen hen nog te bieden hebben.
In de jaren negentig bleek de kippenhouderij interessante
nieuwe kansen te bieden aan West-Afrikaanse boeren en boerinnen,
van Senegal tot Kameroen. Totdat goedkope bevroren kippenpoten
en -vleugels uit Europa de markt overspoelden en de lokale
producenten wegconcurreerden. Doordat we in Europa vooral
kipfilet eten, blijven veel vleugels en poten over die voor
zeer lage prijzen geëxporteerd worden. De Afrikaanse
regeringen zouden hun boeren hiertegen met importtarieven
kunnen beschermen, maar onder druk van de Wereldbank en
het Internationaal Monetair Fonds, heffen de meeste landen
zeer lage importtarieven - onvoldoende om de markt daadwerkelijk
te beschermen. Tienduizenden banen gingen hierdoor verloren
en nog veel meer graanboeren verloren een belangrijke klant.
Kippen eten immers veel graan.
In de meeste ontwikkelingslanden is landbouw een belangrijke
bron van werk en inkomen. Als het niet goed gaat in de landbouw,
leidt dat tot meer armoede en minder voedsel. Goedkoop gesubsidieerd
voedsel uit rijke landen drukt lokale boeren uit de markt.
Rijke landen oefenen echter juist grote druk uit op ontwikkelingslanden
om hun markten te openen, bijvoorbeeld ook voor kip. En
dat terwijl zij bepaald niet toeschietelijk zijn als het
gaat om het verminderen van handelsverstorende steunmaatregelen
in de landbouw. Veel van de Europese en Amerikaanse landbouwsubsidies
werken overproductie en het goedkoop exporteren van overschotten
naar de markten van ontwikkelingslanden in de hand. Wat
overigens bepaald niet in het belang is van de boeren in
de rijke landen, maar wel van de agro-multinationals. De
WTO kan pas een echte ontwikkelingsronde ingaan als rijke
landen hun landbouwbeleid drastisch wijzigen en de ontwikkelingslanden
de ruimte krijgen hun eigen beleid te voeren voor ontwikkeling
en armoedevermindering. En zo boeren een leefbaar inkomen
bieden en om natuur en milieu te beschermen.
Een andere belangrijke poot in de WTO onderhandelingen
zijn die over industriële producten. Een zeer brede
categorie die loopt van bosbouwproducten via t-shirts tot
high tech computers. Ontwikkelingslanden vragen terecht
om flexibiliteit om hun eigen industriële beleid te
kunnen vormgeven en waar nodig te beschermen. Anders zullen
lokale bedrijven hun poorten moeten sluiten en komen hun
werknemers op straat te staan. Ook is veel meer aandacht
voor de effecten op het milieu nodig. Zo concludeert een
studie betaald door de Europese Commissie dat de WTO-voorstellen
in de bossector in landen zonder goed bosbeheer grote sociale
en ecologische gevolgen kunnen hebben. Verdergaande liberalisering
zal bestaande problemen verergeren en zal deze landen niet
stimuleren hun bosbeheer te verbeteren.
In de WTO-onderhandelingen worden landen bovendien onder
druk gezet hun dienstensector open te stellen voor buitenlandse
investeerders. Dit geldt niet alleen voor banken, supermarkten
en transport, maar ook voor basisvoorzieningen als drinkwater
en onderwijs. De Nederlandse regering en de EU moeten dan
ook absoluut geen druk uitoefenen op ontwikkelingslanden
om publieke diensten te liberaliseren. Als ontwikkelingslanden
toch liberaliseren moeten zij het recht behouden om bij
ongewenste neveneffecten op bijvoorbeeld de volksgezondheid
de liberalisering terug te draaien.
Concluderend moeten ontwikkelingslanden weer de ruimte
krijgen om hun eigen landbouw, industrie en diensten te
ontwikkelen en wanneer nodig te beschermen. Pas dan zal
de toegezegde verhoging van de hulp door de G8 landen verschil
maken. In Genève wordt vaak het woord ontwikkeling
in de mond genomen, maar in de praktijk overheerst vooral
de koopmansgeest. De Europese Commissie - die met steun
van de Nederlandse regering voor de Europese lidstaten in
de WTO onderhandelt - is in de onderhandelingen bereid een
aantal concessies te doen, maar vraagt daarvoor wel heel
veel terug. De verliezen die hiermee gepaard gaan zijn veel
groter dan de voordelen van vrijhandel.
Noot:
[*] De Coalitie voor Eerlijk Handel is een platform waarin
18 ontwikkelings-, boeren-, consumenten- en natuur en milieuorganisaties
zich hebben verenigd vanuit hun gezamenlijke bezorgdheid
over de gevolgen voor arme landen van de huidige en nog
te formuleren WTO-regels. De Coalitie heeft hieromtrent
een tienpuntenplan opgesteld die wordt onderschreven door:
Abvakabo FNV, Both Ends, Hivos, ICCO, Institute for Environmental
Security (IES), IUCN-NL, Kerkinactie, Landelijke Vereniging
van Wereldwinkels, Vereniging Milieudefensie, Stichting
Natuur en Milieu, Platform Aarde, Boer en Consument, Novib/Oxfam
Nederland, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen
(SOMO), Oikos, Transnational Institute (TNI), XminY Solidariteitsfonds,
Wemos, en de Zuid-Noord Federatie.
Het tienpuntenplan is te lezen
op http://www.coalitievooreerlijkehandel.nl en heet: "Op
weg naar een duurzaam resultaat in Hong Kong."
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Noor Backers (020 - 4352079 of noor.backers@wemos.nl)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) Acties tegen de macht van supermarktketens
(door: Chris Peeters)
In de vorige WTO.ZIP was een artikel [1] opgenomen over
de grote gevolgen van de concentratie van supermarkten voor
met name de kleine boeren in Europa en in het Zuiden. Dit
artikel gaat in op de actieperspectieven om de supermarktmacht
te bestrijden en de positie van producenten te verbeteren.
In publicaties over de toenemende concentratie in de supermarktsector
zijn weinig concrete voorstellen te vinden gericht op het
terugdringen daarvan. Dat is ook begrijpelijk. Een belangrijk
legitimerend element dat hier ontbreekt maar wel een rol
speelt bij het tegenhouden van bedrijfsconcentratie (overnames
etc.) in andere sectoren is namelijk de vrees dat monopolies
de klant hogere prijzen kunnen vragen. Een berucht voorbeeld
van buiten het supermarktcircuit is natuurlijk Microsoft.
In de supermarktwereld is er juist sprake van een messcherpe
concurrentie om de gunst van de koper, die vaak via de prijs
uitgevochten wordt. De recente supermarktprijzenoorlog in
Nederland is er een goed voorbeeld van. De macht van de
supermarkten richt zich met name tegen de producenten van
levensmiddelen.
Mededingingsrecht
In het algemeen is er natuurlijk sprake van een zeer ongelijke
machtsverhouding tussen supermarktketens en producenten
als er overproductie is en tegelijkertijd schaarste aan
ruimte 'in de schappen'. Niet altijd of overal zijn er mogelijkheden
om de supermarktmacht in te perken door structurele overschotten
te verlagen door productieregulering, danwel door het opzetten
van verkoopcoöperaties. Vaak wordt in publicaties daarom
gepleit voor uitbreiding van het mededingingsrecht [2] als
middel om het misbruik van de inkoopmacht van de supermarktketens
ten nadele van de producenten tegen te gaan. Daarbij doen
zich echter twee problemen voor.
Ten eerste is niet te bepalen of machtsmisbruik
wordt veroorzaakt door toenemende concentratie. Gedragen
de inkopers uit een land waar de supermarkten minder geconcentreerd
zijn zich op de wereldmarkt anders dan die uit landen met
een hoge concentratiegraad? En, is er een heldere concentratiegraad
waarbij een omslag optreedt (bijvoorbeeld zodra de drie
grootste bedrijven meer dan de helft van de detailhandel-verkoop
hebben)? Een duidelijk te bepalen omslagpunt zou een goed
argument leveren om het tegengaan van concentratie te bepleiten.
Maar dat is in de literatuur niet terug te vinden.
In de tweede plaats is het de vraag waar het om
gaat bij misbruik van macht. Mogen supermarkten kwaliteitseisen
en gezondheidseisen stellen aan producten? Als er een vlekje
zit aan een product wil de verwende klant het niet meer.
En als een product een medisch probleem veroorzaakt, breekt
de hel los; dan moeten de schappen ontruimd worden, met
miljoenenverliezen als gevolg. Mogen inkopers de voorkeur
geven aan bulkinkopen met standaardkwaliteit, just in time
te leveren?
Het staat vast dat kleine boeren door al die eisen in grote
problemen komen. Maar het staat ze vrij om - al dan niet
met hulp van de overheid - producentencoöperaties op
te richten om beter aan die voorwaarden te kunnen voldoen.
Van groot belang is natuurlijk welke prijs de boeren voor
hun producten krijgen. Die is vaak veel te laag, vooral
door de werking van de mondiale overproductie. De prijs
wordt namelijk bepaald door dumpingpraktijken van de rijke
landen en de productie van de meest efficiënte (lees:
meest goedkope) producenten [3]. Een strijdpunt is ook wat
de supermarkten vervolgens met die inkoopprijzen doen. In
geval van een 'supermarktoorlog' zakt de verkoopprijs zelfs
tot onder de inkoopprijs. In veel Europese landen is het
echter verboden om producten te verkopen beneden de inkoopprijs.
Dat heeft dan meer te maken met de bescherming van de kleine
detailhandel dan met de bescherming van de producent [4].
Europese campagne
In veel publicaties over het bestrijden van de concentratie
in de supermarktensector wordt een verscherping van het
mededingingsrecht bepleit, op internationaal, europees of
nationaal niveau.
Een verscherping van het mededingingsrecht op internationaal
niveau wordt algemeen als weinig kansrijk gezien. Mededingingsrecht
stond aanvankelijk op de Doha-agenda, maar is daar uit verdwenen
[5]. Ook een verscherping van het mededingingsrecht in de
minst-ontwikkelde landen [6] lijkt problematisch. De overheid
is er immers zeer zwak, de tegenstander machtig.
Over blijft de versterking van het mededingingsrecht in
de rijke landen. Een probleem daarbij is dat dit recht zich
niet uitstrekt buiten het eigen grenzen. Het heeft dus geen
invloed op het gedrag van de Westerse supermarkten in het
Zuiden.
In het Verenigd Koninkrijk wordt al langer actie gevoerd
tegen de supermarktmacht. Als reactie op een kritisch rapport
van de mededingingsautoriteit over veel onrechtvaardige
praktijken van supermarkten die als concurrentieverstorend
werden beschouwd, werd een vrijwillige gedragscode afgesproken.
In de praktijk bleek die nauwelijks te werken. Klachten
waren er echter evenmin, vooral omdat leveranciers vreesden
dat hun producten - uit wraak - uit de schappen zouden worden
verwijderd. Gepleit wordt daarom voor een anoniem klachtrecht
bij de nationale mededingingsautoriteiten.
In 2003 verenigden 16 groepen zich in de 'breaking the armlock'-coalitie
[7]. Die coalitie wil nu - omdat veel grote supermarktketens
in heel europa actief zijn - de actie uitbreiden naar de
rest van Europa. Ze willen 50% van de europarlementariers
een steunverklaring laten onderschrijven; dan volgt automatisch
een debat in het parlement en kan de Commissie onder druk
worden gezet om maatregelen te nemen [8].
Nederland
Ook in Nederland wordt de macht van de supermarkten aangevochten.
Bij de recente prijzenoorlog tussen de Nederlandse supermarkten
is door verschillende organisaties actie gevoerd. Een coalitie
van onder andere LTO, de Dierenbescherming, enkele kleine
supermarktketens en Natuur en Milieu riep in december 2004
op om de prijzenoorlog te stoppen vanwege de rampzalige
gevolgen voor de producenten. De coalitie vroeg de regering
om verkoop beneden de inkoopprijs te verbieden. Pijnenburg
Koek weigerde Albert Heyn nog koek te leveren, omdat die
beneden de inkoopprijs werd verkocht. In de eerste maanden
van 2005 waarschuwden ook andere partijen voor negatieve
effecten van de prijzenoorlog, zoals het Vakcentrum Levensmiddelenhandel,
de FNI (koepelorganisatie van branches en bedrijven in de
Nederlandse levensmiddelenindustrie), Unilever, Laurus en
de Consumentenbond. Naar aanleiding van deze actie liet
minister Veerman de mogelijkheid onderzoeken om verkoop
beneden de inkoopprijs te verbieden. Op basis van het onderzoeksrapport
[9] zag hij echter geen aanleiding het beleid aan te scherpen:
de prijzenoorlog zou geen invloed hebben op de ontwikkelingen
in de supermarktsector en op de prijs die de producenten
ontvangen.
Deze Nederlandse actie van de eerder genoemde coalitie
leverde weliswaar weinig op, maar het kan gezien worden
als eerste begin. Aansluiting bij de Britse campagne is
wellicht een mooi vervolg. Tevens heeft het zin om aansluiting
te zoeken bij het Agribusiness Accountability Initiative.
Deze van oorsprong Amerikaanse organisatie, die enkele jaren
geleden een Europese tak oprichtte, bracht onlangs een groep
onderzoekers bijeen om een database op te zetten over de
concentratie van bedrijven in de hele landbouwsector [10].
Goede gegevens over de concentratie van bedrijven in de
landbouwsector (inclusief de supermarkten) is een goede
basis om de handel en wandel van deze bedrijven in de gaten
te houden en op basis daarvan actie te ondernemen. Organisaties
kunnen dit initiatief ondersteunen door bij de regering
aan te dringen in de WTO voor te stellen de werking van
GATT artikel XVII (dat landen verplicht gegevens te verstrekken
over de activiteit van hun staatshandelsbedrijven) uit te
breiden naar de private sector.
Noten:
[1] Zie "De rol van supermarktketens bij het ondergraven
van duurzame landbouw," in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 56
(http://www.stelling.nl/trouble/zip/050719--00(56).html).
[2] Judith Whateley van Agribusiness Accountability Initiative
vraagt bijvoorbeeld de Europese Commissie om actie te ondernemen
tegen a) verkoop beneden de inkoopprijs; b) 'predatory pricing'
(scherpe verlaging van de verkoopprijs om de concurrent
op verlies te zetten); c) eenzijdige verandering van leveringsvoorwaarden
op korte termijn (bedreigt het voortbestaan van kleine leveranciers);
d) het eisen van onrechtvaardige kortingen; e) het zonder
aanleiding verwijderen van de leverancierslijst; en vóór
a) het beperken van de aankoop van kleine winkels door supermarktketens;
en b) een doorzichtige verkoopprijs (zodat de consument
het verschil kan zien tussen wat hij betaalt en wat de producent
kreeg). Zie hiervoor: "Supermarket practices, the need
for EU-wide action," door Judith Whateley (http://www.agribusinessaccountability.org/page/340/1).
[3] Die problematiek beperkt zich natuurlijk niet tot boeren.
Uitbreiding van het mededingingsrecht om leveranciers te
beschermen tegen de grote macht van de detailhandel kan
enorme precedentwerking hebben op andere sectoren en zal
daardoor niet gemakkelijk worden ingevoerd. Een bekend voorbeeld
uit de autosector is dat Toyota in de internationale concurrentiestrijd
zijn toeleveranciers dwong hun winstmarges te minimaliseren.
Daar is nooit tegen geprotesteerd vanuit het oogpunt van
mededingingsrecht; het werd als natuurlijk onderdeel van
het marktsysteem gezien.
[4] Bescherming van de kleinschalige detailhandel is overigens
ook in de derde wereld zeker de moeite waard. Niet alleen
koopt die sector vooral in bij de kleine boeren, maar het
is - naast landbouw - een zeer belangrijke bron van werkgelegenheid.
Het oprukken van de supermarkten maakt dit juist ongedaan.
[5] Veel landen uit het Zuiden vonden de WTO geen geschikt
forum om over zulke mededingingsrechtzaken te praten, omdat
daar de belangen van transnationale ondernemingen bij verbeterde
markttoegang zwaarder zouden wegen dan van ontwikkeling.
Zie ook: "Conspiracy of silence: old and new directions
on commodities," door Duncan Green (http://www.dgroups.org/groups/cgiar/MarketAfrica/docs/bitter_coffee.pdf).
[6] Hier is de export het meest afhankelijk van voedingmiddelen,
en wonen de meeste kleine boeren (die met name de dupe worden
van de concentratieprocessen in de detailhandel). Hier is
ook de bescherming van de kleine detailhandel van groot
belang.
[7] Dat waren organisaties van boeren, milieuactivisten,
arbeiders en consumenten. Zie: http://www.breakingthearmlock.com
[8] Zie "Supermarket practices, the need for EU-wide
action," door Judith Whateley (http://www.agribusinessaccountability.org/page/340/1).
Dit artikel geeft ook een goed beeld van de manier waarop
supermarkten hun macht misbruiken en van de stand van de
wetgeving in verschillende Europese landen.
[9] Zie: "Verbod op verkoop beneden de kostprijs,"
door het EIM (http://www.ez.nl/dsc?c=getobject&s=obj&!sessionid=1KE@@hW9pz8@H1!b8xG1jif5Wx
RzecGa5dbo5WzcZWns7p!8nhb9oWM9xXGwuyBP&objectid=33611&!dsname=EZInternet&
sitename=EZ-nl&loggetobject=true&isapidir=/gvisapi/)
[10] zie: http://www.marketsharematrix.org/index.html