WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Oproep van de Geneva People's Alliance [1] aan
alle maatschappelijke organisaties:
(Vertaling/bewerking door Rob Bleijerveld)
Sluit aan bij de internationale mobilisaties in Genève
en
STOP de bedrijfsgerichte WTO-agenda vóór Hong
Kong !
Met de Hong Kong-ministerstop van december in zicht, versnellen
de lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie de onderhandelingen
ten behoeve van een succesvolle uitkomst. De mislukking
van de handelsbesprekingen in Cancún heeft geleid
tot aanpassing van de onderhandelingsstrategie van de WTO:
de onderhandelaars zullen proberen de belangrijkste hindernissen
op te ruimen tijdens bijeenkomsten van de Algemene Raad
in Genève. Op deze wijze wordt publieke toetsing
en druk van maatschappelijke organisaties uit de weg gegaan
en is de besluitvorming nog ondoorzichtiger en ondemokratischer
dan voorheen. Sociale bewegingen en civil society moeten
daarom in aktie komen om deze strategie tegen te gaan!
De Juli Raamovereenkomst die afgelopen jaar getekend werd,
is onmiskenbaar gebaseerd op genoemde strategiewijziging.
In de aanloop naar Hong Kong zijn twee bijeenkomsten van
de Algemene Raad voorzien waar, naar verwachting, de belangrijke
beslissingen genomen zullen worden op alle onderhandelingsterreinen.
In die opzet zullen de ministers in Hong Kong slechts de
balans opmaken in plaats beslissingen nemen.
Terwijl de handelsbesprekingen voortgaan, wordt het werkelijke
karakter daarvan duidelijker. Ook nu weer zijn de onderhandelingen
gericht het bevoordelen van grote ondernemingen en worden
de belangen van kleine boerenbedrijven, vrouwen, mannen,
de armen en het milieu buiten beschouwing gelaten. Uitgaande
van wat er op het spel staat op gebied van landbouw, diensten
en industriële goederen en uitgaande van de bestaande
machtsongelijkheid in WTO-verband, zijn deze ontwikkelingen
zeer zorgwekkend. Daarom is het van het grootste belang
dat we maatschappelijke druk uitoefenen en internationale
aandacht opwekken voor de komende bijeenkomsten van de Algemene
Raad in Genève. Sociale bewegingen en civil society
moeten daar aanwezig zijn om rekenschap te eisen van de
WTO-lidstaten en om er voor te zorgen dat de ontwikkelingsstaten,
en de belangen van mensen en het milieu wereldwijd niet
verder vertrapt worden in de stormloop van de handelsliberalisering.
Daarom roepen we op sociale bewegingen en civil society
op om naar Genève [2] te komen voor deelname aan:
1. een bijeenkomst van de 'Algemene Raad van Volkeren'
van 25 tot en met 30 juli (tegelijkertijd met de
juli-bijeenkomst van de Algemene Raad van de WTO)[3];
2. een massale, internationale mobilisatie tegen
de 'corporate agenda' van de WTO midden oktober
(net voor, of tijdens de oktober-bijeenkomst van de Algemene
Raad van de WTO, gepland voor 19 en 20 oktober. NB deze
data staan nog niet vast).
ad 1. De Algemene Raad van Volkeren
is een:
- observatorium, waar alle onderhandelingen gevolgd worden
en waar vertegenwoordigers van NGO's en sociale bewegingen
uit noord en zuid gedelegeerden van de WTO kunnen ontmoeten;
- ruimte voor het publieke debat over het lopende handelsbeleid
en over wat daarbij op het spel staat, met paneldiscussies
en plenaire, openbare vergaderingen;
- festival met muziek en cultuur om het publiek aan te trekken;
en
- ontmoetingsplek met accommodatie (camping), en de mogelijkheid
voor het organiseren van bijeenkomsten, persconferenties,
etc. Honderden mensen worden verwacht.
ad 2. De oktober-mobilisatie zal
waarschijnlijk een combinatie zijn van:
- een internationale conferentie over de eerste jaren van
de WTO en de gevolgen van haar beleid;
- een Vergadering van Volksbewegingen (Via Campesina zal
onder meer aanwezig zijn);
- een internationale demonstratie; en
- een verband met andere, lokale mobilisaties wereldwijd.
Alle regeringen en de WTO moeten onze aanwezigheid voelen!
NOG VÓÓR HONG KONG ...
DE 'CORPORATE AGENDA' VAN DE WTO STOPPEN
... IN GENÈVE !
Noten:
[1] Deze oproep deden ruim op 19 april toen ze in Genève
spraken over het coördineren van bovenstaande activiteiten,
onder de naam "Geneva Peoples' Alliance". De lijst
van eerste firmanten: Action Aid International (UK), Action
Populaire Contre la Mondialisation, Associazione Ricreativa
Culturale Italiana, Friends of the Earth Latinamerica &
Caribbean, diverse ATTAC-groepen (Oostenrijk, Frankrijk,
Duitsland, Griekenland, Hongarije, Italië, Polen, Roemenië,
Spanje, Zweden, Zwitserland en Vlaanderen), AG Welthandel&WTO,
Berne Declaration (Zwitserland), CADTM (België), CADTM
(Zwitserland), Centre du Commerce International pour le
Développement, Coordination Paysanne Européenne,
Development Fund (Noorwegen), Ecumenical Advocacy Alliance,
Initiative Colibri (Duitsland), Institute for Agriculture
and Trade Policy, International Gender and Trade Network,
Friends of the Earth Europe, Focus on the Global South,
Forum Social Lémanique, Gerechtigkeit jetzt! - Die
Welthandelskampagne (Duitsland), Mouvement dAction
Paysanne (België) en Observatori del Deute en la Globalitzaciò
(Barcelona).
[2] De oproep staat op: http://www.suisse.attac.org/article.php3?id_article=615
Voor ondertekening ervan en aansluiting bij de Alliantie:
suisse@attac.org (verzocht wordt snel door te geven hoeveel
mensen van uw organisatie naar Genève komen).
Voor voorstellen voor conferenties, workshops en akties
in juli: Genya Dana, gdana@iatp.org
Voor vragen omtrent accomodatie: Jean Blaylock, jblaylock@e-alliance.ch
De coördinatoren in Genève benadrukken dat ze
zichzelf zien als facilitatoren; ze zijn niet de 'organisatoren'
of de 'leiders'. Ze proberen slechts zaken te regelen die
nodig zijn om activisten in staat te stellen gedurende de
aktieweek van juli datgene te doen waartoe de gezamenlijke
groepen besloten. Het zijn de activisten zelf die ervoor
moeten zorgen dat hun eigen programma-onderdelen tot uitvoering
worden gebracht.
[3] Voorlopig programma (in twee delen):
a/ Zwaartepunt maandag 25 en dinsdag 26 juli: bijeenkomsten
met gedelegeerden. Facilitatoren stellen ruimte beschikbaar.
b/ Zwaartepunt op woensdag 27 en donderdag 28 juli: de grotere
openbare en gezamenlijke activiteiten. Basisraamwerk hiervoor:
- ochtenddebatten (GATS, AG, NAMA): gezamenlijke organisatie
door aangesloten, gespecialiseerde netwerken. Ons voorstel:
AG op 27, NAMA op 28 en GATS op 29 juli; duur van 9:30 tot
12:30.
- lunch: (letterlijk) een lopend feestbuffet.
- flexibele middagbijeenkomsten (van kleine, 'eigen' activiteiten
door organisaties; en activiteiten waarbij snel gereageerd
moet worden op actuele ontwikkelingen in de WTO-onderhandelingen).
- grote avondactiviteiten (voorstel: 27 juli bekende sprekers
over de WTO-issues; 28, 29 en 30 juli culturele activiteiten;
afsluitingsactiviteit op 30 juli).
- vast(e) dagelijks(e) tijdstip(pen) voor persverklaringen
(desgewenst voor elk netwerk dat daaraan behoefte heeft).
- Dagelijks zichtbare aanwezigheid voor het WTO-gebouw.
Groepen en netwerken die wat willen organiseren, kunnen
hun behoeften doorgeven (tijdstip, aantallen, etc) en de
facilitatoren hanteren een soort 'booking'-systeem en proberen
daarmee aan zoveel mogelijk verzoeken gehoor te geven.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) Petitie: Stop het GATS-machtsspel tegen de wereldbevolking!
Het OWINFS-netwerk [1] verzoekt maatschappelijke groepen
in Noord en Zuid dringend om te protesteren tegen het lopende
GATS-onderhandelingsproces van de Wereld Handels Organisatie
WTO. In een daartoe opgestelde petitie analyseert OWINFS
de stand van zaken op gebied van de dienstenliberalisering
en constateert dat de positie van arme staten en van de
wereldbevolking in het geding is.
Op 31 mei liep een WTO-ultimatum af voor het indien van
aangepaste 'aanbiedingen' voor liberalisering van diensten
door lidstaten. Het OWINFS geeft aan wat de gevaren zijn
van dienstenliberalisering en welke pogingen worden ondernomen
door rijke staten om wijzigingen in het onderhandelingsproces
door te drukken. Niet alleen worden de gevolgen van dienstenliberalisering
belicht voor openbare diensten, maar ook voor andere gebieden
zoals landbouw en industriële ontwikkeling, en voor
politieke beleidsruimte.
Na de sluitdatum voor ondertekening (12 juni aanstaande)
zal de petitie aangeboden worden aan de WTO-gedelegeerden
in Genève en gebruikt worden door daar aanwezige
lobbygroepen. Beïnvloeding van de gedelegeerden wordt
als erg belangrijk gezien vanwege de lopende voorbereidingen
in de WTO voor het opstellen van het zogenaamde "first
approximations"-document in juli. Dat document zal
namelijk kader en richting vastleggen voor vernieuwing van
de akkoorden uit de Doha Ronde, en zal ter goedkeuring worden
voorgelegd aan de ministers op de top in Hong Kong.
Je/jullie organisatie kan dus nog ondertekenen! Stuur een
mail naar Alexandra Strickner van het Institute for Agriculture
and Trade Policy: astrickner@iatp.org
De Engelstalige petitie is te vinden op: http://www.gats.nl
en op http://www.ourworldisnotforsale.org/showarticle.asp?search=506
[2].
De voorlopige lijst van ondertekenaars
(050607):
Africa-Europe Faith Justice Network (België); Alab
Katipunan (Filippijnen); Alternative Information and Development
Center (Zuid-Afrika); Attac-groepen uit Oostenrijk, Hongarije,
Italië, Nederland, Noorwegen en Zwitserland; Buendnis
fuer Eine Welt/OeIE (Oostenrijk); Campagna per la riforma
della Banca mondiale (Italië); Campaign for the Welfare
State (Noorwegen); Canadian Labour Congress; Center for
development, education and business HUMANITAS (Bosnië
en Herzegovina); Christian Trade Union Confederation of
Belgium; Confederazione Generale Italiana del Lavoro; Czech-Moravian
Confederation of Trade Union; Dachverband entwicklungspolitischer
Organisationen in Kaernten (Oostenrijk); Nederlands GATS-platform;
Education International; El Encuentro Popular de Costa Rica;
European Federation of Public Service Unions; Initiative
for Democratic Education In the Americas; Initiative Colibri;
Institute for Agriculture and Trade Policy (VS); International
Federation of Building and Wood Workers; International Metal
Workers Federation; International Union of Food, Agriculture,
Hotel, Restaurant, Catering, Tobacco and Allied Workers
Associations; Congress of Workers' Unity (Filippijnen);
LOKOJ Institute, Dhaka (Bangladesh); Friends of the Earth
(Finland); National Union of Public and General Employees
(Canada); Public Services International; Red Mexicana de
Acción frente al Libre Comercio (Mexico); Southern
and Eastern African Trade and Information Negotiations Institute;
Suedwind (Oostenrijk); Sungi Development Foundation (Pakistan);
The Berne Declaration; The Council of Canadians; The Oakland
Institue (VS); Transnational Institute (Nederland); Transport
and General Workers Union (UK); The public service union
in the UK; War on Want (UK); Wemos Foundation (Nederland);
Women in Development Europe; World Forum of Fisher Peoples;
WTO Watch Qld (Australië); XminusY Solidarity Fund
(Nederland).
Noten:
[1] OWINFS staat voor Our World Is Not For Sale. Het is
een los, wereldwijd samenwerkingsverband van organisaties,
actvisten en sociale bewegingen die zich inzet tegen de
bepalende invloed van grote ondernemingen in het wereldhandelssysteem.
Het netwerk streeft naar een duurzaam, sociaal rechtvaardig,
demokratisch en verantwoord multilateraal handelssysteem
(http://www.ourworldisnotforsale.org/).
[2] Een Nederlandse samenvatting zal worden opgenomen in
de nieuwsbrief van het Nederlandse GATSPlatform die binnenkort
verschijnt.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) Besluitvorming rond 'Bolkesteinrichtlijn' in cruciale
fase
Mail uw zorgen aan het Europees Parlement
(door het bestuur van Attac Nederland)
De commissie Interne Markt van het Europees Parlement buigt
zich nu over de Bolkesteinrichtlijn en bereidt de behandeling
van wijzigingsvoorstellen voor. Samen met andere Attac-groepen
in Europa roept de Attac Nederland op om via emails te protesteren
tegen de Dienstenrichtlijn die een aanval is op de publieke
dienstverlening, de arbeidsrechten en de democratie.
Het traject voor de invoering van de dienstenrichtlijn van
Bolkestein gaat een nieuwe fase in. De commissie Interne
Markt van het Europees Parlement is begonnen aan het bepalen
van haar standpunt, dat naar verwachting half juni naar
buiten zal worden gebracht. De afgelopen maanden hebben
diverse commissies van het EP - waaronder Sociale Zaken
en Milieu - zich over het voorstel gebogen en advies uitgebracht.
De commissie Interne Markt gaat nu deze adviezen bundelen,
om op basis daarvan te komen met een geamendeerd voorstel.
Dat zal naar het zich laat aanzien in september/oktober
in eerste lezing plenair in het Europees Parlement besproken
worden. De commissie Interne Markt speelt dus een cruciale
rol in het politieke proces rond de invoering van de dienstenrichtlijn.
De Bolkesteinrichtlijn wil de Europese dienstenmarkt vergaand
liberaliseren. Liberalisering van de dienstenmarkt is een
van de zaken die in het grondwetsvoorstel voor de EU verankerd
liggen. In dit stadium van de politieke besluitvorming over
de dienstenrichtlijn is het van belang de commissie Interne
Markt ervan te blijven doordringen dat afscherming van publieke
diensten voor ongebreidelde marktwerking, de bescherming
van sociale rechten en het afzwakken of schrappen van het
omstreden oorsprongslandbeginsel van het hoogste belang
zijn. Volgens dat beginsel hoeven bedrijven die grensoverschrijdend
hun diensten aanbieden, zich in grote lijnen alleen te houden
aan het sociaal, milieu- en arbeidsrecht van hun land van
oorsprong. Als de Bolkesteinrichtlijn op dat punt niet wordt
gewijzigd, dreigt een neerwaartse spiraal in gang te worden
gezet, waarbij grensoverschrijdend opererende bedrijven
zich bij voorkeur vestigen in plaatsen met de minst belemmerende
regels.
Protest tegen de dienstenrichtlijn blijft onverminderd
van belang. In de aanloop naar het grondwetreferendum in
Frankrijk heeft de Europese Commissie geprobeerd de indruk
te wekken dat het voorstel teruggetrokken en aangepast zou
worden. Maar dat is schijn. De Europese Commissie gaat helemaal
niets veranderen aan het oorspronkelijke voorstel en laat
amendering aan het Europese Parlement over. De commissie
Interne Markt zal daartoe met haar advies een voorzet geven.
Voor alle amenderingen zal vervolgens nog een meerderheid
gevonden moeten worden in het Europees Parlement. En dat
is zeker nog geen gelopen koers. Attac roept daarom nu internationaal
op de wijdverbreide kritiek op de dienstenrichtlijn nogmaals
massaal onder de aandacht van de commissie Interne Markt
te brengen. Bijgevoegd vindt u een voorbeeld van een protestmail
en een lijst met e-mailadressen van de
leden van de commissie. Wilt u uw bezwaren op andere wijze
verwoorden, dan kan dat natuurlijk ook.
= = = = = = =
(Tekstvoorstel email:)
"Geacht parlementslid,
De commissie Interne Markt, waar u deel
van uitmaakt, is begonnen met de behandeling van de richtlijn-Bolkestein.
Ik wil u graag laten weten dat ik, en met mij tienduizenden
burgers en werknemers in heel Europa, deze richtlijn beschouw
als een gerichte aanval op de publieke dienstverlening,
de arbeidsrechten en de democratie, die toch het algemeen
belang en de maatschappelijke participatie zou moeten dienen.
Ik ben actief bezig om in mijn omgeving zoveel mogelijk
mensen van deze zaken op de hoogte te brengen. Gezamenlijk
vragen wij u om intrekking van de richtlijn-Bolkestein.
Hoogachtend, ..."
(In het Engels:)
"Dear Member of the European Parliament,
The Internal Market Committee, of which
you are a member, has initiated the discussion on the Bolkestein
Directive. I would like to inform you that, together with
thousands of citizens and workers all over Europe, I consider
the Directive an atrocious attack on our public services,
workers rights and democracy, which itself is the primary
guardian of public welfare and collective participation.
I have been striving to raise awareness among the general
public about these issues in my area. Together we ask for
the withdrawal of the Bolkestein Directive.
Yours sincerely, ..."
(Adressen van leden Commissie Interne
Markt:)
pwhitehead@europarl.eu.int; phillip@phillipwhiteheadmep.net;
zroithova@europarl.eu.int; gbloom@europarl.eu.int; mdevitis@europarl.eu.int;
bdoorn@europarl.eu.int; jfourtou@europarl.eu.int; egebhardt@europarl.eu.int;
mhandzlik@europarl.eu.int; mharbour@europarl.eu.int; cheathonharris@europarl.eu.int;
ahedh@europarl.eu.int; eherczog@europarl.eu.int; ajaatteenmaki@europarl.eu.int;
pjonckheer@europarl.eu.int; ahedh@europarl.eu.int; michal.kaminski@sejm.pl;
hdkristensen@europarl.eu.int; alambsdsorff@europarl.eu.int;
klechner@europarl.eu.int; llehtinen@europarl.eu.int; amccarthy@europarl.eu.int;
tmanders@europarl.eu.int; mmedinaortega@europarl.eu.int;
wnewton@europarl.eu.int; bpatrie@europarl.eu.int; zplestinska@europarl.eu.int;
gpodesta@europarl.eu.int; hruhle@europarl.eu.int; amackowka@op.pl;
amackowka@onet.pl; aschwab@europarl.eu.int; e-b.svensson@bredband.net;
jslajer@europarl.eu.int; mthyssen@europarl.eu.int; jtoubon@europarl.eu.int;
bvergnaud@europarl.eu.int; bweiler@europarl.eu.int; jwuermeling@europarl.eu.int
- - - - -
Meer informatie:
- "Een kritische inleiding tot
de Bolkesteinrichtlijn - De vernietiging van het Sociaal
Europa", door Stijn Oosterlynck, Attac Vlaanderen (http://vl.attac.be/article535.html).
Een helder en uitgebreid artikel dat ingaat op vele vragen
rondom deze richtlijn. zoals: Wat heeft de Bolkesteinrichtlijn
te maken met de Lissabonstrategie en het Sociaal Europa?
Bedreigt de Bolkesteinrichtlijn publieke diensten zoals
de gezondheidszorg? Leidt de Bolkesteinrichtlijn tot een
deregulering van de dienstensector? Wordt de consument beter
van de Bolkesteinrichtlijn? Organiseert de Bolkesteinrichtlijn
de sociale en fiscale dumping? Heeft de Bolkesteinrichtlijn
iets te maken met de Europese Grondwet? Hoe moet het verder
met de Bolkesteinrichtlijn?
- websites over de dienstenrichtlijn
en de protesten daartegen: http://www.attac.nl
http://vl.attac.be
http://www.dienstenrichtlijn.nl
http://www.bolkestein.org
- Het bestuur van Attac Nederland zetelt
aan de De Wittenstraat 43-45, 1052 AL Amsterdam (tel: 020-6279661;
mail: info@attac.nl).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) G8-management en onbetrouwbare popsterren
(door Kees Hudig)
De G8-top in Gleneagles nadert met rasse schreden. Dat
is ook te merken aan de groeiende hoeveelheid informatie
die beschikbaar komt over de voorbereidingen.
Critici van de G8 hebben met name belangstelling voor de
toeren die Blair uithaalt om tegelijkertijd de topconferentie
gladjes te laten verlopen, en toch een progressief gezicht
te tonen naar een deel van de demonstranten toe. Dat is
geen eenvoudige taak. Tijd voor de nodige 'spin' dus (manipulatie).
In een stuk op de website Spinwatch wordt uit de doeken
gedaan hoe dat in z'n werk gaat [1].
Blair en Brown hebben voor de strategie twee sporen uitgezet.
Aan de ene kant worden de demonstranten gesplitst in 'goeden'
en 'slechten'. De 'goeden' mogen demonstreren, mits dat
in tijd en ruimte niet in de buurt van de topconferentie
zelf plaatsvindt. Ergo wordt het brede platform Make Poverty
History (MPH) de nodige kushandjes toegezonden. Zo vertoont
Blair zich met het typerende witte armbandje op toneel,
dat MPH verkoopt zodat mensen kunnen aangeven dat ze tegen
armoede zijn. De 'slechte' demonstranten zijn degenen die
echte veranderingen eisen en daarvoor ook acties willen
ondernemen. Hen staat een gigantische politiemacht te wachten
en voor Schotland ongekende wapens zoals taser-pistolen
die 50.000 volt door een demonstrant heenschieten, zodat
die tijdelijk verlamd ineenzakt [2].
'Goed voor Afrika'
In ruil voor de toegestoken veren, ondersteunen de ngo's
die de leiding hebben in MPH de regering Blair. Maar ook
de gematigde demonstranten zijn natuurlijk niet gek, dus
moet Blair hen ook in z'n beleid wat te bieden hebben. Nu
is zijn probleem dat hij eigenlijk net als alle andere neoliberale
politici vooral naar de pijpen van het bedrijfsleven danst,
terwijl de demonstranten daar juist schoon genoeg van hebben.
Blair roept al maanden dat hij het echt anders wil, en de
buzzwords zijn daarbij 'Afrika', 'schulden' en 'klimaatverandering'.
Of zoals hij in een toespraak in Dundee in maart zei: "Het
zou heel erg raar zijn als mensen kwamen om te protesteren
tegen deze G8, aangezien we ons richten op armoede in Afrika
en klimaatverandering. Ik begrijp echt niet waartegen ze
tegen zouden komen demonstreren".
Ter voorbereiding van het 'Goed voor Afrika'-gezicht, is
er een speciale commissie opgericht, de Commission for Africa.
Deze commissie pleit voor leuke dingen in Afrika. Maar wie
goed leest wat daarbij uitgebroed wordt, ziet dat er vooral
gepleit wordt voor meer marktwerking en privatisering. Dat
is ook niet zo vreemd, aangezien de commissie steeds nauw
samengewerkt heeft met lobby-organisaties van het bedrijfsleven
zoals Business Action for Africa (BAA) en de Business Contact
Group.
Een speciaal dossier van de onderzoeksgroep Corporatewatch
gaat nog veel dieper in op de invloeden van het bedrijfsleven
[3]. De banden zijn ingrijpend en talrijk. Het beeld van
een Brave New World dringt zich op, waarbij gematigde ngo's
en multinationals plannen smeden om de wereld verder te
privatiseren. Public-Private-Partnerships (PPP's) heet die
benadering in ontwikkelingsjargon.
Geldof
Een balsturige popster dreigt nu echter roet in Blair's
eten te gooien. Bob Geldof, die twintig jaar geleden Life
Aid bedacht om geld in te zamelen tegen de hongersnood in
Afrika, was door MPH ingeschakeld om zijn kunstje nog eens
over te doen. Anders dan medewoorvoerder en popmiljonair
Bono, trekt Geldof tamelijk fel van leer tegen de G8-leiders.
Bij de presentatie van een met popsterren gelardeerd programma
van vijf concerten op 2 juli, verraste hij vriend en vijand
met de oproep om massaal naar Schotland te komen op 6 juli,
de dag dat de G8-top moet beginnen [4]. Vervolgens riep
hij ook bootbezitters op om demonstranten van het Europese
vasteland te gaan ophalen [5]. Volgens Geldof heeft alle
liefdadigheid niets geholpen en is het nu de hoogste tijd
voor politieke actie.
Er wordt degelijk onderzoek gedaan naar de werkelijke achtergrond
van de G8-agenda en Blair's beleid daarbij. Dat onderzoek
wordt bovendien gratis aangeboden op websites, die gemakkelijk
te vinden zijn. Dus zou je verwachten dat media dat soort
informatie ook verwerken in hun berichtgeving. Maar dat
is in de Nederlandse commerciële media niet echt het
geval. Aan de Volkskrant is dergelijke informatie in ieder
geval niet besteed. Volgens een bericht van 2 juli 2006,
heeft Tony Blair "samen met zijn minister van Financien
een ambitieus plan voor kwijtschelding van de schulden en
verdubbeling van de ontwikkelingshulp op de G8-agenda gezet".
Over de eerdergenoemde commissie weet de krant hoofdzakelijk
te melden dat "niemand bestrijdt" dat die "een
grondige analyse heeft gemaakt van de problemen in Afrika
en dat Blair die adviezen ook ter harte heeft genomen".
Noten:
[1] Het betreffende stuk is in Nederlandse vertaling onder
de titel
"Goochelen met de G8" verschenen op globalinfo:
http://www.globalinfo.nl/article/articleview/613/1/1/
[2] Bron: http://thescotsman.scotsman.com/index.cfm?id=550602005
[3] Dossier corporatewatch: http://www.corporatewatch.org.uk/?lid=412
[4] Zie http://www.globalinfo.nl/article/articleview/616/1/2/
[5] Zie: http://www.globalinfo.nl/article/articleview/620/1/2/
G8-agenda:
Een uitgebreide agenda van activiteiten rond de G8-top in
Schotland, staat te lezen in het speciale katern dat deze
week in tijdschrift Ravage is verschenen.
Een goed overzicht is ook te vinden op:
http://www.dissent.org.uk/content/section/12/63/
Activiteiten in Nederland:
Zondag 12 juni: Voetbaltoernooi in Amsterdamse Bos om geld
op te halen (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/600/1/2/)
Maandag 13 juni: Informatie-avond in Acu, Voorstraat 71
Utrecht
Vrijdag 17 juni: Informatieavond in Vrankrijk, Spuistraat
216 Amsterdam
Websites voor meer informatie:
http://www.dissent.co.uk (Engels)
http://squat.net/scotland (Nederland)
http://www.stopg8.be/ (Belgie)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) Invoerheffingen als noodzakelijk instrument voor
landbouwbeleid
(door Giel Ton)
Zowel in Nederland als in Bolivia worden de ontwikkelingen
op het WTO-handelsfront nauwlettend gevolgd. Landbouweconoom
Giel Ton werkte de afgelopen vijf jaar voor de nationale
koepel van kleine Boliviaanse boerencoöperaties en
-verenigingen [1]), en schetst in onderstaand artikel het
gevaar van het Europese groene liberalisme voor landbouwbeleid
ten behoeve van kleine boeren in ontwikkelingslanden [2].
Boliviaanse landbouwsector
Bolivia werd in 1999 lid van het handelsblok van landbouwexporterende
landen, de Cairns Group [3], die binnen de WTO-onderhandelingen
pleit voor een volledige liberalisering van de landbouw.
De Cairns Group beoogt meer marktruimte te verkrijgen voor
de in deze landen goedkoop geproduceerde producten ten koste
van beschermde en gesubsidieerde landbouwproductie, met
name uit Europa en de VS, maar ook in ontwikkelingslanden.
Het toetredingsbesluit werd door de toenmalige Bolivaanse
regering zonder overleg met het parlement genomen, en is
het resultaat van de lobby van het multinationale bedrijfsleven
actief in de sojasector van Bolivia. De theoretische uitgangspunten
die de Cairns-visie onderbouwen zijn terug te voeren op
het idee dat ieder land zich moet specialiseren in dat waar
het goed in is en geen inefficiënte sectoren moet beschermen
[4]. In het kort is dit ook het neoliberale paradigma voor
vrijhandel. Deze neoliberale politiek heeft zich ook geuit
in het tekenen van vrijhandelsverdragen met het buurland
en belangrijke landbouwexporteur Argentinië (via een
associatieverdrag met de MERCOSUR [5]).
Bolivia is volgens de statistieken inderdaad een netto
landbouwexporteur met een sterke groei van de agrarische
exportsector. Maar als je achter deze cijfers kijkt, zie
je dat die export vrijwel volledig komt uit de sojateelt,
die overwegend door grote boeren geproduceerd wordt en waar
relatief weinig arbeidskracht in gebruikt wordt. De statistieken
wat betreft de voedselproductie - overwegend afkomstig van
de kleinere en gediversificeerde gezinsbedrijven - zijn
van andere aard. Bolivia wordt wat voedsel betreft steeds
meer afhankelijk van de importen uit het buitenland. Grafieken
van het INE (het Boliviaanse CPB) geven aan dat deze voedselimporten
sinds het vrijhandelsverdrag met de MERCOSUR (1996) sterk
zijn gestegen [6].
Veel economen juichen deze specialisatie toe en benadrukken
dat Bolivia zich moet specialiseren in de producten die
ze goedkoper kan leveren aan de wereldmarkt en voor haar
voedsel voorrang moet geven aan producten die goedkoper
van elders kunnen worden aangevoerd. Wat daarbij vaak wordt
vergeten door de economische macro-modellenbouwers, is dat
de werkgelegenheid in de voedselproducerende sector (in
het geval van Bolivia de indiaanse dorpen in de Andes) niet
zo makkelijk 'verschoven' kan worden naar andere sectoren.
En dat er dus nog enkele generaties families hun inkomen
en sociale zekerheid gedeeltelijk uit de markt voor landbouwproducten
moeten halen. Migratie is een pijnlijk en meestal niet zo
succesvol alternatief. De scholing in de berggebieden is
behoorlijk slecht, de afstand tot de stad groot en de interne
sociale verbanden minstens zo belangrijk voor de overleving
van de families dan een mager dagloon als migrant in de
stad.
Economische uitsluiting
Er is op de korte termijn geen zicht op een arbeidsintensieve
sector die de 2,5 miljoen mensen in de Andes-regio's op
een andere manier van een enigszins stabiel inkomen kan
voorzien. Tegelijkertijd is de Andes allesbehalve een gebied
waar comparatieve voordelen liggen in de landbouw: kleine
percelen, bergachtig, moeilijk toegankelijk. Het is geen
exportsector maar desalniettemin een belangrijke economische
sector om een minimale levensstandaard vast te houden. Zelfvoorziening
door landbouw en veeteelt is een belangrijke doelstelling
voor de indiaanse boerenfamilies, maar absoluut niet de
enige doelstelling. Diensten als onderwijs, gezondheidszorg,
vervoer, en niet zelf geproduceerde levensmiddelen (zoals
basisbehoeften als olie, zout en suiker, maar ook andere
verbruiksgoederen als cocablaadjes, koffie en frisdrank)
moeten met geld worden gekocht. En om aan geld te komen
moet een gedeelte van de eigen productie worden verkocht.
Inkomsten dus, die afhankelijk zijn van de prijs op de markt,
en van een afzetkanaal in de buurt. Beide punten zijn daardoor
belangrijke aangrijpingspunten voor ontwikkeling en armoedebestrijding.
Daarom lijkt er voldoende reden voor een overheidsbeleid
dat leidt tot stabielere en hogere prijzen voor landbouwproducten
in de Andes-regio, want stabielere en hogere landbouwprijzen
voor traditionele voedselgewassen zullen positief uitwerken
op de armoedebestrijding. De meeste armoede bevindt zich
op het platteland en de invloed van hogere landbouwprijzen
op de kosten van levensonderhoud van de arme stadsbewoner
is minimaal [7]. De lokale voedselproductie vindt haar weg
via een keten van lokale verwerkers en handelaren. De meeste
werkgelegenheid in Bolivia vindt plaats in het midden- en
kleinbedrijf; bedrijfjes die met weinig kapitaal werken.
Deze voedselverwerkende sector is daardoor een relatief
arbeidsintensieve sector. De kleinschaligheid en het gebrek
aan investeringskapitaal maakt adverteren echter onmogelijk
en het leveren aan supermarkten moeilijk, zodat deze kleine
bedrijven in snel tempo de concurrentie van geïmporteerde
verwerkte en voorverpakte producten verliezen. De kwaliteits-
en kwantiteitsomslag die veel van die kleine verwerkende
bedrijven moeten maken, is zonder overheidsbescherming echter
heel moeilijk te verwezenlijken; in Bolivia is geld lenen
ontzettend duur (rente van 15-30%), staat het technisch
onderwijs op een bedroevend peil en is er vrijwel geen geld
voor strategisch onderzoek. Het is dan ook logisch dat de
Boliviaanse verwerkende industrie op dit moment bij wegvallend
beschermend beleid zich moeilijk verder kan ontwikkelen
en dat de werkgelegenheid in deze sector op de tocht staat.
Dat een beschermend overheidsbeleid op de langere termijn
tot een concurrerende sector kan leiden, bewijst de sojasector.
Deze 'motor van het Boliviaanse agro-exportmodel' heeft
juist jarenlang baat gehad bij een systeem van marktbescherminng
door invoerrechten. De sojasector in Bolivia verkoopt in
Venezuela en Colombia en heeft jarenlang baat gehad bij
het mechanisme van variabele invoerheffingen ('price band
system') dat in deze landen funktioneert. Daarbij worden
de invoerheffingen verhoogd als de wereldmarktprijs laag
is en worden ze verlaagd als de wereldmarktprijs hoog is.
Het resultaat is een soort van 'vering' waardoor de interne
prijs voor de verwerkende industrie stabiel blijft. De binnenlandse
prijs in deze Andes-landen wordt daardoor minder direct
beïnvloed door de schommelende prijzen voor het alternatief,
de importen tegen de flucterende wereldmarktprijs. Over
Boliviaanse sojaimporten hoeft in Venezuela en Colombia
geen invoerheffing worden betaald omdat deze landen een
interne markt hebben zonder invoerrrechten [8]. Zo konden
de Boliviaanse sojaexporteurs de concurrentie uit Brazilië
en de VS aan, die geen lid zijn van die interne markt, doordat
ze een relatief prijsvoordeel hebben ten opzichte van hun
directe concurrentie. Dat prijsverschil kon tot meer dan
30% oplopen in de jaren dat de wereldmarktprijs voor soja
laag was. De beschermde afzetmarkt bleek een belangrijke
factor voor het kunnen ontwikkelen van deze dynamische exportsector.
Price Band System
De Boliviaanse producenten voor de binnenlandse markt,
die voor hun overlevingsstrategieën voor een belangrijk
deel afhankelijk zijn van de inkomsten uit hun landbouwproductie,
zouden ook baat kunnen hebben bij het toepassen van het
price band system voor producten als melkpoeder en tarwe(meel).
Maar onder druk van de Wereldbank en het IMF heeft Bolivia
zich teruggetrokken uit dit systeem van marktbescherming.
Melkproducenten in bijvoorbeeld Venezuela en Colombia hebben
wel baat bij dit systeem en krijgen een stabiele prijs die
(uitgedrukt in US-dollars) duidelijk hoger ligt dan de prijs
die Boliviaanse producenten voor hun melk krijgen. Waar
de Boliviaanse producenten de kostprijs niet volledig terug
verdienen (= arm blijven of verarmen), gebeurt dat in die
landen wel (= een redelijker inkomen hebben). Met toenemende
kracht eist de boerenbeweging dan ook dat de uitzonderingspositie
van Bolivia wordt opgeheven en het price band systeem toegepast
gaat worden. Dit handelspolitieke instrument ligt echter
internationaal zwaar onder vuur. Het is te verwachten dat
onder druk van de MERCOSUR of door de WTO-onderhandelingen
dit interessante en werkbare instrument van overheidsbeleid
zal worden afgeschaft of vergaand uitgehold [9].
Die werkzaamheid van het price band systeem en soortgelijke
prijsondersteuningsinstrumenten zit hem vooral in het feit
dat invoerheffingen een inkomstenbron zijn in plaats van
een uitgavenpost, zoals het geval bij overheidssubsidies.
Voor arme landen is dat dus een van de weinige effectieve
instrumenten om iets aan economisch beleid te doen. Binnen
de WTO-onderhandelingen is de dominante trend tussen de
vroegere Cairns Group, de VS en Europa, zoals ook neergelegd
in de 'July Package', om de invoertarieven in de wereld
zo ver mogelijk te verlagen of - beter nog - op te heffen,
en om de exportsubsidies af te schaffen. De Cairns Group
zou daardoor beter kunnen exporteren naar derde landen (China,
India). Het aanbod van landbouwexporten uit de EU en de
VS op de wereldmarkt zou afnemen, terwijl de VS en Europa
de markt met andere middelen zouden mogen blijven beschermen
(kwaliteitseisen) of de prijsval compenseren met inkomensondersteunende
subsidies richting hun boeren. Dat een definitief landbouwakkoord
er nog niet is, is deels te wijten aan Brazilië. Brazilië
is weliswaar deel van de Cairns Group, maar heeft, samen
met onder andere India en China, tegelijkertijd ook een
ander platform opgericht. Deze zogenaamde G-20 gebruikt
het radicale Cairns Group-standpunt echter vooral onderhandelingstechnisch
opdat er op de andere terreinen (respecteren van patenten,
openstelling industriesector voor buitenlandse investeerders,
privatisering van diensten, vrijgeven van overheidsaanbestedingen
aan buitenlandse leveranciers [10]) geen concessies hoefden
worden gedaan. Tijdens de huidige 'low profile' WTO-onderhandelingen
eist Europa daardoor minder in de andere sectoren (Singapore
Issues) om Brazilië toe te laten geven op landbouwgebied...
[11].
Groen liberalisme
De Europese positie bij de WTO-onderhandelingen is er dus
vooral op gericht om alle vormen van invoerheffingen af
te schaffen zodat de interne prijs in alle landen overeen
gaat komen met de wereldmarktprijs, en om (in Europa) de
inkomensgevolgen voor boeren te compenseren met inkomenssubsidies.
Het paradigma van vrijhandel en globalisering van landbouwmarkten
wordt omhelsd, terwijl de resulterende pijn met overheidssubsidies
wordt verlicht. Deze 'uitruil' doet een groot beroep op
de EU-begroting en is economisch zeer voordelig voor de
internationaal operende agribussiness (lagere prijzen voor
in Europa gekochte landbouwinputs). Een onverwachte steunpilaar
van dit beleid vormen delen van de milieubeweging en de
groene frakties in het Europese parlement, die de subsidiëringsmacht
van de Europese Unie willen gebruiken om milieudoelen te
bereiken. De noodzakelijke omslag naar een meer milieuvriendelijke
landbouw - die via de vraagkant langszaam op gang komt -
kan, zo denkt men, makkelijker tot stand komen door voorwaarden
te stellen aan boeren die aan het subsidie-infuus liggen.
Dat laatste maakt dat deze delen van de progressieve beweging
de omslag in het Europese landbouwbeleid van marktprijsondersteuning
naar 'cross-compliance' inkomenssteun geestdriftig toejuichen.
Het vele geld dat via exportsubsidies aan landbouwoverschotten
wordt besteed zou dan een beter te legitimeren bestemming
krijgen. Onbewust omarmt men daarbij echter een paradigma
van internationale handelsregulering dat funest uitpakt
voor kleine boeren in ontwikkelingslanden, een politiek
van "groen liberalisme".
Subsidies gebruiken om de negatieve effecten van de vergrote
internationale concurrentie weg te poetsen, is een model
van landbouwbeleid dat in ontwikkelingslanden, met een zwakke
overheid en zonder mogelijkheden tot inkomenssteun, absoluut
niet mogelijk is. Een brede coalitie boerenorganisaties
en NGO's uit noord en zuid protesteert daarom tegen de huidige
onderhandelingstendens in de WTO en omarmt het concept 'food
sovereignty'. Dit houdt onder andere in dat landen op het
gebied van hun voedselvoorziening weer marktordeningsmechanismen
(waaronder heffingen en quotas) zouden mogen gaan gebruiken,
met name om de binnenlandse markt te beschermen tegen goedkope
voedselimporten en om werkgelegenheid in de landbouw te
behouden [12]. Het paradigma van 'vrijhandel en economische
groei via internationale handel', wordt daarbij frontaal
aangevallen door een paradigma dat de 'verdediging tegen
ongewenste invloeden van die wereldhandel' centraal stelt.
Bovendien benaderen deze groepen de landbouw als een sociaal
proces en als een multifunctionele sector, en niet alleen
als een bron van verhandelbare goederen. Men stelt dat het
food sovereignty-concept ook zou kunnen dienen als nieuw
paradigma voor een Europees landbouwbeleid, waarin gesubsidieerde
landbouwexporten zouden moeten worden afgeschaft, maar waar
prijsondersteunde en gesubsdieerde productie voor de interne
regionale markt weer een legitieme reden wordt voor landbouwbeleid.
Gezinsbedrijven als leverancier van gezond voedsel voor
de regionale markt en landbouwprijzen op een niveau dat
(produktie)kostendekkend is voor de gezinsbedrijven. Dat
noodzaakt tot meer regulering van de markt door systemen
van quotering en aanbodbeheersing ter voorkoming van overschotten.
Misschien is dat juist wel noodzakelijk voor een samenleving
die meer wil met landbouw dan alleen het leveren van een
goedkoop produkt.
Conclusie
Het lijkt me dan ook sterk de vraag of op deze manier het
Europese landbouwbeleid en de WTO-besluitvorming de goede
richting op gaan, of dat het een nieuwe vorm is van 'ongelijke
handel'. Een handelssysteem dat ontwikkelingslanden verbiedt
bepaalde instrumenten te gebruiken voor de versterking van
hun agrarische sector, en dat het verruimen van maatregelen
toestaat die deze landen niet kunnen betalen. Het is daarom
de uitdaging om landbouwbeleid te voeren en handelsregels
op te stellen die ook aan ontwikkelingslanden de mogelijkheid
bieden om het sociale vangnet dat de landbouw vaak is te
beschermen met maatregelen die ze kunnen uitvoeren (invoerheffingen).
En om tegelijkertijd een Europees milieubeleid te voeren
dat effectief is in het terugdringen van de milieubelasting
en dat het dierenwelzijn vergroot. De vaststelling dat de
internationale handel in landbouwproducten niet werkt zoals
we willen dat die zou werken, mogen we niet alleen in het
rijke noorden oplossen middels subsidies. Het dient te leiden
tot een handelsinstrumentarium dat het voor alle landen
in de wereld mogelijk maakt om voedselproductie en plattelandsontwikkeling
naar eigen behoeften vorm te geven.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
- - - - - - - - - - - - -
Kader: Gevolgen van de globalisering
van de Boliviaanse landbouwmarkten
De mogelijkheden om op de lokale markt
een redelijke prijs voor het product te krijgen, komen vanwege
de globalisering onder druk te staan. Het getuigt van heel
veel optimisme om te denken dat hier alleen maar sprake
is van een 'pijnlijk proces van aanpassing'; ik zie het
als fenomenen die aangeven dat er sprake is van het afbreken
van een (aanzet tot) lokale economische ontwikkeling. Een
lokale economie die weliswaar niet concurrerend is ten opzichte
van de rijke landen, maar wel essentieel is voor het in
stand houden gedurende de komende decennia van sociale verbanden
en overlevingsstrategieën in een van de armste gebieden
van de wereld:
- Na de devaluatie van de Argentijnse Peso werd het Argentijnse
produkt ineens heel goedkoop. Als gevolg van de meelimporten
uit Argentinië sloot de laatste meelfabriek in de zuidelijke
stad Tarija, waardoor van de een op de andere dag de boeren
hun tarwe niet meer konden verkopen. Tarwe is een van de
weinige gewassen die op de armere gronden geteeld kan worden.
Het is belangrijk voor de zelfvoorziening en, als nevenproduct,
levert eten op voor het vee. Het gewas blijft dus, maar
de mogelijkheid tot geldinkomsten is vedwenen.
- Na de verlaging van de invoerheffingen met Argentinië,
besloot de bierfabriek in Sucre ineens om het moutgerst
uit Argentinië te importeren in plaats van op te kopen
bij de boeren uit de streek. Goedkoper vervoer en gestandaardiseerde
kwaliteit, zo luidde het argument. Uit arrenmoede werd de
geoogste gerst van honderden boerenfamilies dan maar aan
de varkens gevoerd, waarbij overigens na een half jaar de
lokale markt voor varkensvlees volledig in elkaar stortte.
Weer een inkomensalternatief minder.
- Vooruitlopend op een WTO over gelijke rechten voor buitenlandse
en binnenlandse bedrijven bij overheidsaanbestedingen, heeft
Bolivia al een wet die selectief aankoopbeleid verbiedt.
De meeste gemeentes met schoolmelkprogramma's kiezen daarom
in de openbare aanbestedingsprocedures voor goedkoop geïmporteerd
melkpoeder in plaats van plaatseljk geproduceerde melk.
De prijs is nu het enige besliscriterium. Daags na het slechte
nieuws stuurde de fabriek een brief aan de boeren dat ze
daardoor voortaan minder melk konden aanleveren aan de fabriek
en dat de prijs weer een keer omlaag moest. Jonge families,
met plannen voor het investeren in wat extra koeien (van
twee naar vijf koeien), zetten hun kansen op enige sociale
mobiliteit maar weer in de kast.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
- - - - - - - - - - - -
Noten:
[1] CIOEC-Bolivia
[2] Dit is een geactualiseerde versie van hetgeen in het
najaar 2004 verscheen in 'Project&Nieuws' nr 18, van
St. Duurzame Solidariteit (GL).
[3] Genoemd naar de Australische stad waar de eerste bijeenkomst
plaatsvond. Het is een amalgaam van landen die netto landbouwexporteur
zijn. Australië is ook verreweg de belangrijkste ideoloog
en woordvoerder van de groep.
[4] Een heel heldere verwoording van dit neoliberale paradigma
staat in de verschillende studies van ABARE dat onderzoek
uitvoert voor de Australische regering, zoals "Domestic
Support of Agriculture; is WTO Special Treatment for developing
countries helping or hindering change?", ABARE Current
Issues mei 2002 (http://abareonlineshop.com/product.asp?prodid=12362)
[5] Bolivia is geassocieerd lid van de MERCOSUR, het vrijhandelsblok
van Argentinië, Brazilië, Uruguay en Paraguay,
en heeft een verdrag dat de eliminatie van invoerheffingen
regelt (ACE 36), met een geleidelijke afbouw per productgroep,
met als einddatum 2007 voor de meeste landbouwsectoren en
2017 voor de meest gevoelige sectoren.
[6] Website: http://www.ine.gov.bo Meer informatie over
de gebruikte gegevens: giel.ton@planet.nl
[7] In ons onderzoek "Integración Regional y
producción Campesina: la urgencia de políticas
de soberanía alimentaria" (Prudencio en Ton,
CIOEC-Bolivia, 2004; zie: http://www.rimisp.org/boletines/bol39/doc6.zip)
analyseerden we onder andere de prijsopbouw van verschillende
voedselgewassen op de binnenlandse markt en tonen daarbij
aan dat een verhoging van de producentprijzen (bijv. vanwege
20% invoerheffing) een minimaal effect heeft op de uiteindelijk
prijs die de consument betaalt voor zijn voedsel op de stedelijke
markt. De marges van de tussenhandel zijn in de meeste gevallen
anderhalf tot driemaal zo hoog als de prijs die de producent
krijgt of die aan de grens betaald wordt voor het geïmporteerde
product. De invloed op het netto-inkomen van de boer is
echter wel substantieel.
[8] Bolivia, Peru, Ecuador, Colombia en Venezuela hebben
een gemeenschappelijke markt, naar Europees model, de Comunidad
Andina de Naciones (CAN).
[9] Argentinië heeft onder druk van haar graanexporteurs
al een WTO-procedure aangespannen en gewonnen tegen een
soortgelijk price band syteem in Chili.
[10] Dat zijn een paar van de zogenaamde Singapore Issues
die de EU persé op de onderhandelingstafel wilde
krijgen.
[11] In ruil voor het besluit de exportsubsidies af te schaffen,
eiste Europa (Pascal Lamy) in juni 2004 bijvoorbeeld dat
er 'wisselgeld' komt in de vorm van lagere invoerheffingen,
ook in ontwikkelingslanden.
[12] Deze coalitie, rond de Via Campesina, stelt een reeks
handelsreguleringsmaatregelen voor, die nu door de WTO verboden
worden en de afschaffing van andere die nu via de WTO toegestaan
worden. Een groot aantal voorstellen zijn nader gespecificeerd
in: "Towards Food Sovereignty: Constructing an Alternative
to the WTO Agreement on Agriculture", Olson et al,
IATP 2003 (http://www.tradeobservatory.org), en in "Our
World Is Not For Sale; Priority to Peoples' Food Sovereignty
- WTO out of Food and Agriculture" (http://www.peoplesfoodsovereignty.org).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F) Voedseldumping: handel of hulp?
(door Brigitte Boswinkel en Mary Janssen [1])
Voedselhulp is een noodzakelijk kwaad. Wanneer er voedselhulp
wordt gegeven, heerst in een gebied al geruime tijd honger
en sterven er mensen van de honger en de gevolgen van ondervoeding.
Voedselhulp is in dit soort extreme gevallen een zeer welkome
vorm van noodhulp. In de praktijk nemen hongersnood en extreme
armoede in de wereld nog steeds toe en is voedselhulp niet
incidenteel. Een langdurige afhankelijkheid van voedselhulp
is geen uitzondering meer. Houden we deze hulprelatie zelf
in stand? En wie is gebaat bij deze hulp?
De Food Trade and Nutrition Coalition (FTN) [2] gaf in april
een publicatie [3] uit die de relatie tussen voedselhulp,
gesubsidieerde overschotten in donorlanden en handel blootlegt.
Is voedselhulp nu handel of hulp?
Voedselhulp: Wie wordt er beter van?
De meeste voedselhulp wordt gegeven in tijden van nood.
Maar 40% van de voedselhulp valt onder ontwikkelingshulp
en wordt over een lange periode verstrekt. Dit soort voedselhulp
is lang niet altijd positief voor de ontvangende landen.
* Langdurige voedselhulp niet bevorderlijk voor
de gezondheid:
Voedselhulp is over het algemeen niet aangepast aan het
lokale voedselpatroon of kan door het productaanbod een
verarmd voedingspatroon opleveren dat minder rijk is aan
nutriënten in termen van bijvoorbeeld eiwitten of micronutriënten.
Dit kan leiden tot een eenzijdig voedingspatroon, wat mensen
vatbaarder maakt voor ziekten.
* Het instorten van de lokale markt en productie:
Van alle voedselhulp wordt 60% gegeven in de vorm van goederen,
bijvoorbeeld graan, en is vooral afkomstig van de Verenigde
Staten. Wanneer deze voedselhulp gedurende een lange periode
wordt gegeven of verkocht op de markt van het ontvangende
land, concurreert dat met de lokale markt en de lokale voedselproductie.
Het goedkope, geïmporteerde voedsel doet de nationale
voedselprijzen dalen waardoor de consumenten minder lokaal
verbouwd voedsel kopen. Vooral wanneer voedselhulp komt
in de oogsttijd zullen de prijzen inzakken en zijn lokale
producenten minder geneigd te investeren in nieuwe productie.
De dalende inkomsten van de producenten vergroot hun armoede
en hun afhankelijkheid van voedselhulp.
* Voedsel dumpen:
Veel rijke landen verstrekken landbouwsubsidies aan hun
voedselproducenten. Hierdoor is een overproductie ontstaan
en wordt alles wat een land niet nodig heeft om de eigen
inwoners te voeden, onder de kostprijs aangeboden op de
wereldmarkt of als voedselhulp gegeven. De effecten voor
de lokale markt in het ontvangende land zijn dus vergelijkbaar
met de effecten van dumping: dalende prijzen op de wereldmarkt
en dalende inkomsten voor ontwikkelingslanden.
* Voedselhulp wordt in stand gehouden vanuit commercieel
oogpunt:
Voedselhulp kan een integraal deel zijn van de economie
van een donorland en zo als politiek instrument gebruikt
worden, zoals het geval is in de VS. Door de voedselhulp
zijn bepaalde sectoren gecreëerd die belang hebben
bij het voortbestaan daarvan zoals de transport- en distributiesector.
Voedselhulp wordt dus niet altijd in het belang van hongerende
mensen gegeven. De afzet van producten en het voortbestaan
van bepaalde economische sectoren in donorlanden varen er
wel bij.
Wie geven voedselhulp?
Het geven van voedselhulp wordt door verschillende internationale
instanties gecoördineerd die allen een eigen beleid
formuleren.
Van de Verenigde Naties zijn de FAO (de voedsel- en landbouworganisatie)
en het WFP (Wereldvoedselprogramma) betrokken bij voedselhulp.
De FAO verzamelt data over de voedingssituatie in de wereld
en voert landbouwprogramma's uit. Het WFP is een programma
dat voedselhulp geeft. Het gros van de producten van de
hulp komt uit de VS. Het zijn dan ook de VS die de FAO en
WPF domineren.
Daarnaast opereert de Food Aid Convention (FAC) die bestaat
uit donorlanden, onder anderen de EU en de VS, en als doel
heeft een minimum beschikbare hoeveelheid aan voedselhulp
te garanderen om tegemoet te komen aan de behoeften in tijden
van nood en voor ontwikkelingsdoeleinden in ontwikkelingslanden.
Voedselhulp moet voorspelbaar zijn, ongeacht de wereldmarktprijzen.
De wereldhandelsorganisatie (WTO) streeft vrije handel
in de wereld na en is in dit verhaal een vreemde eend in
de bijt. Voedselhulp valt binnen de WTO onder het landbouwakkoord.
Onder dat akkoord vallen bepaalde subsidies voor landbouwproducten
ten behoeve van voedselhulp en ook voor de export, transport
en distributie daarvan.
Voornaamste conclusies en aanbevelingen van de FTN-coalitie
Voedselhulp is vaak gerelateerd aan handelsaspecten en
het openen van markten in ontwikkelingslanden. Het erkennen
van voedselsoevereiniteit is belangrijk om een verandering
te bewerkstelligen in de al lang bestaande praktijken van
aanbodgestuurde hulp en lange termijn landbouwbeleid. De
rijke, machtige landen hebben de verantwoordelijkheid om
hun dominante positie in de wereld niet langer te misbruiken.
De beste oplossing om misbruik van voedselhulp in goederen
vanwege commerciële redenen te voorkomen, is het ontbinden
van voedselhulp en het stimuleren van lokale aankopen. Dit
betekent dat voedselhulp niet gebonden moet zijn aan de
afzet van producten uit donorlanden, maar uitsluitend gegeven
moet worden in de vorm van financiering. Dit kapitaal kan
gebruikt worden om lokaal voedsel aan te kopen dat past
in de bestaande voedselpatronen. Dit stimuleert de lokale
productie en markt.
Specifiekere aanbevelingen voor de WTO-top in Hong
Kong
De FTN-coalitie eist dat de WTO zich niet langer bezig
houdt met voedselhulp, maar dat over laat aan de FAC. Om
dumpoverschotten in Westerse landen te verkleinen moet het
WTO-Landbouwakkoord doorgaan met het afschaffen van exportsubsidies
en zorgen dat voedselhulp gebaseerd is op bestaande behoeften.
Internationale voedselhulp moet los staan van commerciële
transacties.
noten:
[1] Beiden zijn medewerker van Stichting Wemos. Wemos werkt
aan structurele verbetering van de gezondheid van mensen
in ontwikkelingslanden. Samen met organisaties in die landen
en met steun van Nederlandse zorgverleners doet Wemos wereldwijd
een beroep op regeringsleiders en beleidsmakers: health
for all.
[2] De Food Trade and Nutrition Coalition (FTN) is een internationale
coalitie die zich inzet voor het universele recht op adequaat
voedsel en het universele recht op gezondheid. Om ondervoeding
en honger te bestrijden en om voedsel- en voedingszekerheid
te promoten wordt op internationaal niveau actie ondernomen.
Overheden worden opgeroepen het bedrijfsleven en intergouvernementele
organisaties, zoals de EU en de Wereldhandelsorganisatie
(WTO) aan te spreken op hun verantwoordelijkheden.
[3] De titel is: "Dumping Food Aid: Trade or Aid? -
(subsidized) Food Aid in kind: What is in it for the WTO?".
Het rapport kan besteld worden via trade@wemos.nl of gedownload
worden via: http://www.wemos.nl/en-GB/Content.aspx?type=news&id=1829
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) Millenniumdoelstellingen zijn doekje voor het bloeden
[1]
(door Francine Mestrum [2])
Het klinkt zo vanzelfsprekend. We heffen een internationale
belasting en betalen met de opbrengst daarvan de grote prioriteit
van de internationale ontwikkelingssamenwerking. Met het
geld van de financiële speculatie, de Tobintaks, helpen
we de armen in de wereld.
Toch is dit helemaal geen goed idee. Omdat de MDG's (millenniumdoelstellingen)
voor armoedebestrijding geen ambitieus plan zijn en ook
anders gefinancierd kunnen worden. En omdat de Tobintaks
bedoeld is om de financiële markten enigszins aan banden
te leggen. Ik wil in deze bijdrage kort ingaan op deze twee
punten.
Een. De millenniumdoelstellingen zijn niet
ambitieus. Het eerste doel is de extreme armoede met de
helft te verminderen, tussen 1990 en 2015. Extreme armoede,
aldus Jeffrey Sachs in zijn verslag aan de Verenigde Naties,
is "armoede die doodt". Het zijn mensen met minder
dan 1 $ per dag die sterven van honger of van perfect geneesbare
ziekten. Volgens de Wereldbank gaat het om nog steeds meer
dan één miljard mensen. De helft van de wereldbevolking
leeft met gemiddeld 1,25 $ per dag. De cijfers zijn verre
van nauwkeurig, maar ze geven een idee van de omvang van
het probleem. De extreme armoede halveren, betekent dat
men 500 miljoen mensen laat sterven. Gewone rekenkunde.
De millenniumdoelstellingen zullen niet gehaald worden.
De Wereldbank zei het al in 2001. In China en Indië
vermindert de armoede, maar ze stagneert in Latijns Amerika
en neemt nog steeds toe in Afrika. Volgens de jongste berekeningen
van Jeffrey Sachs is er in 2006 135 miljard $ en in 2015
195 miljard $ nodig om het beleid toch nog op het goede
spoor te zetten en de MDG's te halen. Dat is respectievelijk
0,44 en 0,54 % van het BBP van de rijke landen. Vijfendertig
jaar geleden beloofden deze landen 0,7 % van hun BBP aan
ontwikkelingshulp te besteden. Ze herhaalden dat nog een
keer in 2002, op de VN-conferentie van Monterrey. Maar ze
doen het nog steeds niet. Er wordt jaarlijks wel 900 miljard
$ aan defensie uitgegeven.
De MDG's kúnnen niet gehaald worden. De armoedebestrijdingsstrategie
van de internationale instellingen is uitsluitend gericht
op groei. Volgens UNDP duurt het met de huidige groei nog
tot 2147 voor in Afrika de extreme armoede met de helft
kan worden verminderd. 54 landen zijn vandaag armer dan
ze in 1990 al waren. Niet de 'mondialisering', maar de privatiseringen,
het vrij kapitaalverkeer en de vrijhandel veroorzaken meer
armoede dan ze oplossen. De 'vrije markt' voor textiel die
sinds 1 januari 2005 van toepassing is, maakt honderdduizenden
mensen werkloos. Het sociaal beleid dat sommige landen proberen
te voeren, wordt er mee teniet gedaan.
De millenniumdoelstellingen moeten nagestreefd worden,
dat spreekt voor zich. Maar dit beleid is lang niet voldoende
en armoedebestrijding is nog géén ontwikkeling.
En de MDG's kunnen rustig gefinancierd worden binnen het
kader van de beloofde 0,7 %. Er is geen enkele reden te
bedenken om dat niet te doen. En er is géén
reden te bedenken waarom de ngo's niet pleiten voor economische
en sociale ontwikkeling, waarmee mensen uit hun armoede
kunnen gehaald worden.
Twee. De groei van de financiële markten
is wellicht het belangrijkste kenmerk van de mondialisering.
De dagelijkse omzet op de wisselmarkten bedraagt bijna drieduizend
miljard Dollar per dag. Speculanten kunnen de nationale
economieën van arme landen gemakkelijk verstoren en
grote verliezen teweeg brengen waar uiteindelijk de bevolking
het slachtoffer van is. De elites van de arme landen hebben
meer kapitaal op bankrekeningen in het Noorden staan dan
de totale schuldenlast van hun landen. 40 % van de Afrikaanse
rijkdom bevindt zich in rijke landen en in belastingparadijzen.
Er zijn dus goede redenen om de macht van deze financiële
markten te beperken.
Er zijn nog allerhande voorstellen voor een internationale
fiscaliteit in omloop. Een belasting op de wapenverkoop,
bijvoorbeeld. Een beetje cynisch weliswaar, want hoe meer
wapens je dan hebt om mensen te doden, hoe meer mensen je
aan de armoede kan onttrekken. Of een belasting op de CO2
uitstoot. Of op de brandstof voor vliegtuigen. Of gewoonweg
een belasting op het inkomen van de rijke landen. Stel dat
al deze besprekingen gekoppeld worden aan de MDG's, wat
doe je dan met de Tobintaks als er uiteindelijk wordt gekozen
voor een CO2 belasting? Welk argument moet je dan gaan bedenken
om toch nog voor een Tobintaks te pleiten?
Blair stelt een International Finance Facility voor, een
manier om de ontwikkelingshulp te financieren met leningen
en die later terug te betalen met de verhoogde steun van
de rijke landen. Maar wat als de rijke landen - eens te
meer - hun beloften niet houden? Dan komt de ontwikkelingshulp
helemaal in gevaar.
Ik leid hier twee conclusies uit af. Ten
eerste moet de Tobintaks zijn specifieke doel behouden
en gezien worden als slechts één element van
een brede internationale fiscaliteit die er hoe dan ook
zal komen. Controle op de financiële markten is een
essentieel element van elke strijd voor een andere mondialisering.
De Tobintaks verdient voorrang, omdat het een structurele
maatregel is die beter dan alle andere werd bestudeerd.
Maar het is geen goed idee hem meteen voor de MDG's te gebruiken,
aangezien dit er toe kan leiden dat sommige landen enkel
in een eerste, lage trap geïnteresseerd zouden zijn,
die wél geld opbrengt maar nagenoeg niets tegen de
financiële speculatie kan doen.
Ten tweede moet verder worden nagedacht over
een mondiale fiscaliteit als instrument voor een mondiale
herverdeling. Armoedebestrijding is niet voldoende. Ook
de ongelijkheid moet kunnen aangepakt worden en er moet
een economisch en sociaal ontwikkelingsbeleid kunnen gevoerd
worden in de arme landen. Het is schrijnend te moeten vaststellen
dat de MDG's volop in de belangstelling staan, exact tien
jaar nadat in Kopenhagen de eerste sociale VN-top werd gehouden.
Over dat actieprogramma wordt niets meer gehoord. Ook daar
stond armoede op de agenda, maar samen met werk en sociale
integratie.
Hoe de opbrengst van de mondiale belastingen zal gebruikt
worden, moet noodzakelijkerwijs in een open, democratisch
en mondiaal forum besproken worden, bij voorkeur in de VN.
Men kan denken aan een wereldwijd sociaal en economisch
herstelprogramma om de schade te herstellen die de 'Washington
Consensus' heeft aangericht. Men kan denken aan de produktie
van mondiale publieke goederen, als vrede en veiligheid,
milieuzorg, gezondheid, sociale rechtvaardigheid, gelijkheid
tussen man en vrouw, enz. En men kan denken aan een programma
voor decent werk en respect voor alle internationaal erkende
mensenrechten, inclusief de economisch en sociale rechten.
Zoals ook wordt gevraagd door de ILO-Commissie die de sociale
dimensie van de mondialisering heeft bekeken.
De MDG's zijn een doekje voor het bloeden.
Ze worden ons voorgesteld als een ambitieus ontwikkelingsprogramma,
terwijl de twee strategieën die er toe leiden verwerpelijk
zijn. Enerzijds is er een risico dat ze beperkt blijven
tot een schrale vorm van liefdadigheid. Waarmee Bill Gates,
Bono en Sharon Stone zich een goed geweten kunnen kopen.
Anderzijds, wordt de armoedebestrijding gebruikt om arme
landen méér neoliberale hervormingen op te
leggen. Jeffrey Sachs, een vader van de structurele aanpassingen,
pleit nu voor overheidsinvesteringen in onderwijs en gezondheidszorg
en een leidende rol voor de VN. Maar er is niets dat er
op wijst dat de Wereldbank en het IMF hun privatiseringsdrang
willen afremmen. De ngo's kunnen niet blind meestappen in
deze strategie. Juist van hen wordt verwacht dat ze wijzen
op de tekortkomingen van het beleid, op de toenemende ongelijkheid
in de wereld, op het gebrek aan elke vorm van economische
en sociale ontwikkeling. De derdewereldbeweging is ontstaan
om de kloof tussen arm en rijk te helpen dichten. Nu dreigt
die kloof te worden vergeten. Samen met de noodzakelijke
herverdeling, samen met de sociaal-economische rechten die
toch centraal zouden moeten staan in elk ontwikkelings-
en armoedeverhaal.
Noten:
[1] Overgenomen uit: 'Zand in de Machine', attac vlaanderen,
8 maart 2005 (http://vl.attac.be/article429.html).
[2] Francine Mestrum is coördinator van de wetenschappelijke
raad van attac vlaanderen.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) 3e Globaliseringscafee XminY
Op vrijdag 24 juni is er weer een globaliseringscafee.
Deze keer op het programma: 'Economische grootmacht China',
'De prijs van het aardgas' (in Nederland en Bolivia), en
'De multinationals van de maand' (Coca Cola en Total). Daarnaast
de vaste rubrieken 'opgelost' en 'heel ingewikkeld', een
laatste update van de G8-protesten en spetterende filmpjes
en websites. Uiteraard zijn er de nodige hapjes en drankjes
verkrijgbaar.
* China:
China is de sweatshop van de rijke landen geworden. Zo'n
beetje alles dat hier goedkoop in de winkel ligt, wordt
daar gemaakt. Maar de arbeids- en milieu-omstandigheden
in China zijn dramatisch slecht. Vakbondsvrijheid en recht
op vergadering en protest bestaan er niet en worden hard
onderdrukt. Hoewel het erop lijkt dat niemand in Nederland
zich daar druk over maakt, zijn er wel organisaties die
proberen arbeiders in China te ondersteunen. Jantien Meyer
van stichting Fairwear (http://www.fairwear.nl) vertelt
daarover.
Tegelijkertijd is China druk bezig om een economische wereldmacht
te worden, die buitenlandse markten probeert te veroveren
en beleid voert om z'n importbehoefte aan brandstof en grondstoffen
zeker te stellen. Over de effecten die dat in Afrika heeft,
hebben we daarom een artikel uit Le Monde Diplomatique vertaald:
(China op jacht naar de Afrikaanse Markt: http://www.globalinfo.nl/article/
articleview/609/1/1/). Ook daarvoor hebben Nederlandse media
een blinde vlek. Wat heeft China trouwens te maken met de
drama's in Sudan/Darfour? Daarover vertelt journalist Frans
Bieckman (ovb.).
* Aardgas
Aardgas. Het leidt tot een ware volksopstand in Bolivia.
Bewegingen van boeren en indianen geloven niet meer dat
ze er wat mee opschieten als buitenlandse multinationals
als Shell de aardgasvoorraad mogen exploiteren. Ze eisen
nationalisatie. Volgens de kranten in Nederland zijn ze
stapelgek omdat multinationals de enigen zouden zijn die
in staat zijn de fossiele grondstoffen te exploiteren. De
Boliviaanse opstandelingen verklaren dat dat nu precies
is wat de afgelopen eeuwen is gebeurd, en dat ze er alleen
maar armer op zijn geworden. Wie heeft er nou gelijk?
Aardgas in Nederland is trouwens ook een merkwaardig product.
Afgelopen jaar is de prijs voor gewone huishoudens sterk
gestegen. De simpele reden is dat ooit afgesproken is dat
de prijs van aardgas gekoppeld is aan die van aardolie,
en die laatste is gestegen. Met als gevolg dat de Staat
der Nederlanden en dezelfde multinationals als in Bolivia,
er erg rijk van zijn geworden, zonder dat ze iets extra's
hebben gedaan. "De markt z'n werk laten doen"
heet dat dan. Wat kun je doen als gewone burger die niet
de keuze heeft om de kachel maar uit te laten? Eerst nemen
we een kijkje terug in de tijd. In de jaren tachtig was
er de zeer succesvolle en populaire campagne 'Tegengas'.
We laten wat onthullende stukjes film uit die tijd zien
en Hans Wiltschut vertelt ons wat er toen gebeurde.
De laatste tijd komen er steeds alarmerender berichten over
dat de fossiele brandstoffen binnen korte (en dan bedoelen
we echt korte, een jaar of 20) tijd helemaal op zullen zijn.
Wat zijn de gevolgen daarvan eigenlijk, en waarom lijkt
niemand zich daar op voor te bereiden (in ieder geval niet
bij politiek en bedrijfsleven)?. Daarover vertelt Rodrigo
Fernandez (Milieudefensie)
* Multinationals
Multinationals. Die worden bij XminY beschouwd als "de
pest van de 21e eeuw". Uit de vele wandaden die ze
plegen, lichten we er deze keer twee uit. Zoals Coca Cola
in India. Hele dorpen verzetten zich tegen een vestiging
van het bedrijf in hun nabijheid, omdat het bedrijf al het
water in de buurt opslorpt. Dana van Breukelen volgde (en
filmde) de strijd in zo'n dorp ter plekke en vertelt erover.
Daarnaast is oliebedrijf Total tot actiedoelwit verklaard
omdat het een van de pijlers is waarop het regime in Birma
rust.
* Kort
Verder worden tussen neus en lippen door nog wat flitsende
filmpjes vertoond, zoals de nieuwste (anti-)Nike-clip, en
een verslag van een onderzoek naar tevredenheid onder Britse
consumenten en scholieren. Het boek dat deze keer gepresenteerd
wordt, is het schitterende 'The Interventionists' (over
kunst die politiek actief beoogt te zijn). Het is eigenlijk
de catalogus van een gelijknamige tentoonstelling aan het
museum Mass Moca(http://www.massmoca.org/visual_arts/interventionists.html).
Afgesloten wordt het cafee met aankondigingen en
updates van actuele campagnes. De G8-top zal twee
weken later beginnen, en u krijgt daarover een laatste update.
Meer info:
Vrijdag 24 juni van 17 tm 20 uur op het kantoor van XminY
Solidariteitsfonds aan de De Wittenstraat 43, te Amsterdam
(tel 020-6279661, email: kh@xminy.nl)
Het globaliseringscafe is gratis toegankelijk.