WTO.ZIP
nummer 54 van 26 april 2005
INHOUD:
A) Voorstel voor internationale "Ontspoor de WTO"-campagne
Het einde van een illusie: hervorming van de WTO, sociale
bewegingen
wereldwijd en de aanloop naar Hong Kong.
Donderdagavond 21 april j.l. lichtte Walden Bello
van Focus on the Global South (FGS) in Amsterdam het voorstel
toe voor een wereldwijde campagne van sociale bewegingen
om de WTO te doen ontsporen. Het FGS spreekt zowel lobbyisten
als activisten aan en roept de gezamenlijke Nederlandse
maatschappelijke organisaties op om zich aan te sluiten
bij de campagne. In de Filippijnen is het startschot al
gegeven met een demonstratie in Manilla op 23 april.
Het (Engelstalige) voorstel dat verscheen in het aprilnummer
van de "Focus on Trade" is vertaald en bewerkt
door Roelien Knottnerus en Rob Bleijerveld.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Voorstel voor internationale "Ontspoor de WTO"-campagne
Donderdagavond 21 april j.l. was Walden Bello - 'TNI-fellow'
en een van de drijvende krachten achter de Focus on the
Global South (FGS) - te gast bij het Trans National Institute
in Amsterdam. Hij lichtte daar het FGS-voorstel toe voor
een wereldwijde campagne van sociale bewegingen om de
WTO te doen ontsporen. Het FGS spreekt zowel lobbyisten
als activisten aan en roept de gezamenlijke Nederlandse
maatschappelijke organisaties op om zich aan te sluiten
bij de campagne. In de Filippijnen is het startschot al
gegeven met een demonstratie in Manilla op 23 april. Voor
foto's, zie: http://manila.indymedia.org/?action=newswire&parentview=3701
Het (Engelstalige) voorstel en een uitgebreide
inleiding verscheen in het aprilnummer van de nieuwsbrief
"Focus on Trade", nr 108 [1]. Het is geschreven
door Bello, met medewerking van Aileen Kwa en Alexandra
Strickner.
Hieronder een samenvatting door Roelien Knottnerus [2],
met aanvullingen door Rob Bleijerveld
Het einde van een illusie: hervorming van de WTO, sociale
bewegingen
wereldwijd en de aanloop naar Hong Kong.
De zogenaamde 'juli raamovereenkomst' van 2004 toont definitief
aan dat hervorming van de WTO niet de belangen dient van
ontwikkelingslanden. Raamovereenkomst en de ontwikkelingen
daarna onthullen het karakter van de WTO: een ijzeren
kooi waarin ontwikkelingslanden gelokt worden met als
aas een onderhandelingsspel dat echter alleen gunstig
uitpakt voor de grote noordelijke handelsmachten.
De toenemende onbuigzaamheid van de kant van die handelsmachten
maakt het bijna onmogelijk enige andere strategie te hanteren
ter bescherming van de belangen van ontwikkelingslanden
en van sociale bewegingen dan die van de ontsporing van
de ministeriële top, ontwikkeld voorafgaande aan
Cancún.
Een ontsporingsstrategie moet zich richten op het meest
kwetsbare punt van de WTO, namelijk het consensus-systeem
van de besluitvorming. Moet er dus voor zorgen dat er
- voor en tijdens de 6e ministeriële top in Hong
Kong - geen consensus komt op de belangrijkste onderhandelingsthema's.
In de maanden voorafgaand aan de 6e Ministerstop moet
er hard gewerkt worden aan het opzetten van nationale
campagnes (lobby, manifestaties, straatakties, etc) gericht
op de regeringen van de WTO-lidstaten en de onderhandelaars
in Genève. Dit moet dan samenkomen in een gecoördineerd
programma van massa-actie en lobbydruk in Hong Kong en
elders in de wereld op 'D-day', midden december 2005.
Telkens oplaaiende strijd
De laatste paar jaar is er een telkens oplaaiende strijd
gaande tussen de wereldhandelsorganisatie (WTO) en sociale
bewegingen wereldwijd. In Seattle leidden in 1999 een
machtsstrijd tussen de grote handelsblokken, de opstand
van de ontwikkelingslanden en een krachtige mobilisatie
van de sociale bewegingen ertoe dat de 'liberaliseringstrein'
uit de rails liep.
Deze trein werd in 2001 in Doha weer op de rails gezet.
Daar was namelijk geen mogelijkheid tot mobilisatie door
sociale bewegingen. Dat bood de grote handelsnaties de
gelegenheid om de ontwikkelingslanden er op slinkse wijze
toe te brengen zich te verbinden aan de zogenaamde Doha
Ontwikkelings Agenda om de invloedssfeer van de WTO sterk
uit te breiden [3]. Maar in Cancún wist een veel
beter georganiseerde coalitie van landen uit het Zuiden,
gesterkt door maatschappelijke protesten binnen en buiten
het congrescentrum van Cancún - die met de tragische
zelfmoord van de Koreaanse boer Lee Kyung Hae een triest
hoogtepunt bereikten - in september 2003 opnieuw een spaak
in het wiel te steken.
Onze overwinning was echter van korte duur, want tijdens
een bijeenkomst van de Algemene Raad van de WTO eind juli
2004 werd er niets minder dan een coup gepleegd om de
vastgelopen onderhandelingen over vrijhandel binnen de
Doha Ronde weer vlot te trekken onder voor
het Noorden zeer gunstige voorwaarden. De WTO is weer
op stoom en koerst steeds sneller af op de zesde ministeriële
top in Hong Kong, midden december 2005.
De WTO is geen instelling die kan worden hervormd om
te dienen als een vehikel voor een meer gunstige vorm
van globalisering. Dat dit een illusie is, is door deze
ontwikkelingen duidelijk aangetoond. Het enige positieve
punt uit de Doha Verklaring, namelijk dat publieke gezondheid
prevaIeert boven "intellectuele eigendomsrechten",
is zodanig gesaboteerd, dat geen enkel ontwikkelingsland
met een HIV-AIDS noodsituatie daar tot nu iets aan heeft
gehad!
In Cancún lieten de EU en de VS de bijeenkomst
liever mislukken dan substantieel te snijden in hun hoge
landbouwsubsidies of een stap terug te doen in hun poging
om de jurisdictie van de WTO uit te breiden tot investeringen
en andere economische activiteiten die buiten de handelssfeer
liggen.
De zogenaamde juli-raamovereenkomst die door de Algemene
Raad van de WTO in Genève werd aangenomen, is opnieuw
een stuitend voorbeeld van obstructie door de ontwikkelde
landen. Vrijwel alle voor het Zuiden cruciale punten worden
hierin ondergeschikt gemaakt aan de agenda van de geïndustrialiseerde
landen. Zij willen hun hoge landbouwsubsidies handhaven,
en de tarieven voor industriële producten verlagen.
Zij willen de zogenaamde 'Singapore Issues' erdoor drukken
en zetten de ontwikkelingslanden onder druk om hun dienstensectoren
vergaand te liberaliseren.
Daarom is het niet verwonderlijk dat er nu geen 'hervormingsagenda'
is van 'civil society' met daarop "sociale clausules",
"milieuclausules", maatregelen om publieke gezondheid
te daadwerkelijk te beschermen tegen patentrechten, of
landbouwhervorming die werkelijk iets om het lijf heeft.
In de maanden voorafgaand aan de Cancún-top veranderde
de strategie van civil society/sociale bewegingen van
"geen akkoord is beter dan een slecht akkoord"
in "laat de top ontsporen". Het perspectief
voor een "goed akkoord" lijkt nu verder weg
dan ooit naarmate we dichterbij Hong Kong komen....
Doodlopende straat voor ontwikkelingsagenda en eisen
van sociale bewegingen
Het "raamwerk voor vaststelling van modaliteiten
in Landbouw" is niet meer dan een gigantische dumpingexercitie
gericht op ontwikkelingslanden [4]. De grootschalige verdringing
van kleine boeren die onder de huidige landbouwovereenkomst
al in gang is gezet, zal hierdoor alleen maar versterkt
worden. Het raamwerk is tevens een bevestiging van de
onderschikking van de eisen van vier arme Westafrikaanse
landen tot stopzetting van katoensubsidies en tot compensatie
van geleden verliezen aan "vooruitgang" in de
Landbouwonderhandelingen [5].
De paragraaf over markttoegang van industriële goederen,
NAMA (Non-Agricultural Market Access), is hèt recept
voor de deïndustrialisatie van ontwikkelingslanden
[6]. Hun opkomende industrieën kunnen zich op een
open markt op geen enkele manier staande houden tegenover
de macht van grote transnationale ondernemingen. Een sterk
oplopende werkloosheid en het faillissement van kleine,
middelgrote en zelfs grote nationale ondernemingen liggen
op de loer.
UNCTAD en anderen geven aan dat de onder de Structurele
Aanpassings Programma's van het IMF ingezette deïndustrialisatie
verder zal gaan onder dit NAMA-regime.
In het juli-akkoord is opgenomen dat er een begin gemaakt
wordt met onderhandelingen over het faciliteren van handel
(TF), een van de beruchte "Singapore Issues".
Belangrijker dan de hoge kosten die invoering en uitwerking
hiervan ontwikkelingslanden zal opleveren, is de verwachting
dat acceptatie van TF door de geïndustrialiseerde
landen gebruikt zal worden als breekijzer om direkte buitenlandse
investeringen, concurrentiebeleid en overheidsopdrachten
in te voeren in de WTO na afloop van de Doha Ronde.
Bovendien worden ontwikkelingslanden op onverantwoorde
wijze onder druk gezet om hun dienstensectoren volledig
over te leveren aan transnationale ondernemingen [7].
Diensten vormen inmiddels zon 50 procent van het
bruto nationaal product van ontwikkelingslanden. En daarmee
vormt toegang tot deze markt een cruciaal element in de
raamovereenkomst.
Door de onderhandelingen over diensten formeel te koppelen
aan de onderhandelingen op andere terreinen, maakt de
raamovereenkomst het mogelijk voor met name de EU en de
VS om de onderhandelingen te gijzelen. Ze
stellen hun concessies op het terrein van
landbouw afhankelijk van de winst die zij weten binnen
te slepen op het gebied van diensten en vice versa.
Op het terrein van dienstenliberalisering is één
van de kernpunten voor de ontwikkelingslanden het vrij
verkeer van personen, dat gestalte moet krijgen binnen
modus 4 van het GATS-akkoord van de WTO. Op dit punt wordt
de ontwikkelingslanden echter door de ontwikkelde landen
slechts lippendienst bewezen. Hun toezeggingen op dit
gebied zijn op zn best duister en ondoorzichtig.
Er wordt veel nadruk gelegd op een economische middelentoets,
terwijl er geen enkele duidelijkheid wordt geboden rond
de verstrekking van visa en werkvergunningen. Bovendien
is elk aanbod van de ontwikkelde landen steeds alleen
gericht op hoogopgeleid personeel, en nooit op mensen
met een lagere opleiding.
Doha Ontwikkelings Agenda op het 'warmhoudplaatje'
De prioriteit wordt in het juli-akkoord duidelijk gelegd
bij de agenda van de ontwikkelde landen en laat ook andere
voor de ontwikkelingslanden belangrijke kwesties buiten
beschouwing. Daarbij gaat het om regelingen voor intellectuele
eigendomsrechten (TRIPs) [8], speciale en gedifferentieerde
behandeling (S&DT) [9] en implementatie [10]. Een
goede regeling van deze zaken is voor alle ontwikkelingslanden
hard nodig, gezien de wijdverbreide armoede en de noodzaak
om opkomende industrieën in deze landen te beschermen.
Maar in de 'Juli 2004'-raamovereenkomst zijn daarvoor
geen doelen of randvoorwaarden opgenomen, zodat het bij
mooie woorden blijft.
Men kan zich terecht afvragen hoe zo'n raamovereenkomst
tot stand heeft kunnen komen na de Cancún-top,
waar de ontwikkelingslanden ogenschijnlijk de machtsbalans
meer in hun voordeel lieten omslaan.
Hoe het Zuiden geïntimideerd en buitenspel
gezet werd
Om de WTO na Cancún weer op de rails te krijgen,
werkten Washington en Brussel nauw samen om het onderhandelingsproces
weer onder controle te krijgen. Dat deden ze door verdeel-en
heers-taktieken, oneerlijke onderhandelingstaktieken en
vooral door een institutionele coup.
* De G20 verdeeld en geneutraliseerd
In Cancún doorbraken de G20 samen met de G33 en
de G90 [11] het onderhandelingsmonopolie van EU en VS.
De VS volgde daarna de strategie van het buiten WTO-verband
aangaan van bilaterale en regionale vrijhandelsakkoorden
en probeerde tegelijkertijd de G20 uit elkaar te spelen.
De onderhandelingen voor de Amerikaanse Vrijhandelszone
FTAA mislukten echter, de bilaterale akkoorden bleken
hooguit complementair aan de WTO-verdragen en de G20 hield
(ondanks een paar opzeggingen) stand.
Vanaf het voorjaar van 2004 veranderde de strategie en
werkte de VS nauw samen met de EU om twee van de G20-aanvoerders
- Brazilië en India - los te weken uit de G20-groep
en te vervreemden van de rest van de ontwikkelingslanden.
De twee werden met Australië [12] opgenomen in de
kerngroep van onderhandelaars - de FIPs [13] - waar ze
samen met EU en VS en onder 'toezicht' van een representant
van de WTO-leiding het raamwerk voor landbouwmodaliteiten
voorkookten. Landbouw vormde immers het belangrijkste
struikelblok voor het zetten van nieuwe stappen op het
gebied van liberalisering.
In het begin van het FIPs-proces voerden Brazilië
en India overleg met andere ontwikkelingslanden over de
te volgen strategie. Maar nadat steeds meer toezeggingen
gedaan werden die tegemoet kwamen aan hun eigen belangen
[14], gingen ze meer en meer hun eigen weg. Het is te
danken aan hun prestige bij de rest van de ontwikkelingslanden
dat pas een paar weken na het juli-akkoord het besef begon
door te dringen bij veel ontwikkelingslanden dat ze vakkundig
tegen elkaar waren uitgespeeld. Nu er eenmaal een raamovereenkomst
lag op het gebied van landbouw - wat voor de meeste ontwikkelingslanden
het doorslaggevende terrein is - maakten de supermachten
van het moment gebruik om de ontwikkelingslanden onder
druk te zetten om ook in te stemmen met afspraken op het
gebied van markttoegang voor industriële producten,
diensten, handelsfacilitering en wat dies meer zij.
* Sluwe onderhandelingstaktieken
De EU en VS drongen andere ontwikkelingslanden in het
defensief door een onderhandelingsvoordeel op sluwe wijze
uit te spelen. De met veel moeite bereikte gemeenschappelijke
uitgangspunten van zuidelijke groepen werden op gecoördineerde
wijze ondermijnd door hun noordelijke tegenspelers. Zo
viel de VS de omvang van de 'De Minimis'-subsidieregeling
van de arme landen aan, om na intensieve afweerpogingen
van hun kant, 'genoegen' te nemen met de compensatie van
de (vooraf beoogde) uitbreiding van de 'Blauwe Box'-regeling.
Op vergelijkbare wijze introduceerde de EU vlak voor eind
juli opeens het voorstel van de 'Gevoelige Producten'
[4]. De arme landen stemden daarin toe, omdat ze bang
waren dat de EU anders hun belangrijke 'Special Products'-voorstel
[4] of de beoogde regeling voor voedselveiligheid zou
torpederen.
* Institutionele coup
De belangrijkste overwinning van de supermachten was
dat de WTO-besluitvorming - met steun van India en Brazilië
- overgeheveld is van ministeriële top naar de Algemene
Raadszitting. Het managen van het consensus-model door
de vier machtigste handelsblokken - VS, EU, Japan en Canada
[15] - is optimaal via het voortraject van kleine, intransparante
(vaak informele) groepjes waarvoor landen uitgenodigd
worden (of niet...). De ministerstoppen daarentegen maken
dit proces veel kwetsbaarder. Bijvoorbeeld doordat vooral
toppen maatschappelijke organisaties aantrekken en omdat
ministers politiek veel gevoeliger zijn dan de vaste onderhandelaars
in Genève. Ook dwingt de aanwezige pers tot meer
transparantie. De tegenstelling tussen plenaire, formele
'spreekbeurt'-zittingen en kleine, informele bijeenkomsten
waar de echte beslissingen genomen worden, komt zo eerder
aan het licht.
Lerend van de Doha ervaring manoeuvreerden de supermachten
zo dat de belangrijkste beslissingen in juli 2004 op het
bordje terecht kwamen van de Algemene Raad in Genève,
waar naast professionele onderhandelaars en andere lagere
regeringsvertegenwoordigers slechts 40 ministers van WTO-lidstaten
aanwezig waren. Daarnaast was er slechts een handjevol
maatschappelijke organisaties aanwezig en voorkwam de
Zwitserse politie elke vorm van demonstratie. Vele leden
van 'civil society' mochten niet aanwezig zijn bij de
WTO-besprekingen, zodat interactie met delegaties verhinderd
werd. Deze situatie analyserend concludeerde UNCTAD dat
"(...) the future role of Ministerial Conferences
may be increasingly geared towards stocktaking, the injection
of momentum, and putting a political seal on deals already
worked out in the General Council. There is then the very
real possibility that the Sixth Ministerial in Hong Kong
will be transformed into a stocktaking session, with real
decision-making transferred to a General Council meeting
taking place shortly before or after the Ministerial."
[16]
Een ontsporingsstrategie voor Hong Kong
De dynamiek van het juli-akoord maakt het hoogst onwaarschijnlijk
dat de ontwikkelingslanden een ministerieel besluit tegemoet
kunnen zien dat hun belangen dient. In de opmaat naar
de raamovereenkomst werden zij zwaar onder druk gezet
en die psychologische oorlogsvoering wordt nu verder opgevoerd.
Groepen ontwikkelingslanden zijn al gewaarschuwd dat "Hong
Kong zal mislukken", tenzij ze met een beter aanbod
komen op het gebied van diensten. En toen de ontwikkelingslanden
tijdens een recente bijeenkomst in Mombasa (Kenia) eisen
op tafel legden voor enige tegemoetkoming op het gebied
van speciale en gedifferentieerde behandeling, kregen
ze te horen dat de meer geavanceerde ontwikkelingslanden
minder aanspraak zouden kunnen maken op deze regeling.
Tegelijkertijd is er nog geen enkele aanwijzing dat de
EU bereid zou zijn in Hong Kong een datum te noemen voor
het beëindigen van haar exportsubsidies. En de VS
hebben al herhaald dat men niet van zins is enige concessie
te doen ten aanzien van Modus 4 van GATS.
Onderwijl weerspiegelt een G20-verklaring van eind maart
2005 de agenda van de supermachten. De uitkomst van Hong
Kong moet volgens de groep in overeenstemming zijn met
de 'juli 2004'-raamovereenkomst en met de Doha Verklaring.
De landbouwonderhandelingen moeten worden "geïntensiveerd
om vooruitgang te kunnen stimuleren in alle andere onderhandelingsgebieden".
En de eerste "benaderingen" van modaliteiten
moeten voor de Algemene Raadsbijeenkomst van juli 2005
klaar zijn.
De kans dat de Doha Ronde zal worden afgesloten met een
voor de ontwikkelingslanden gunstig resultaat moet dan
ook minimaal worden geacht. De enige effectieve strategie
die dan rest is om een ministeriële overeenkomst
te voorkomen die slechts de onrechtvaardige verhoudingen
van het huidige systeem in stand zou houden. Als de enige
mogelijke deal er een is die de onderontwikkeling, marginalisering
en misère in het Zuiden alleen maar verder zal
versterken, is geen deal beter dan een slechte deal.
Onze zwaktes
De pro-ontwikkelingsstrategie kan alleen succesvol zijn
indien we ons bewust zijn van onze zwakke punten. Ten
eerste is er de fragiele staat van eenheid onder ontwikkelingslanden,
getuige de succesvolle FIPs-strategie van EU en VS. Ten
tweede is de coördinatie van sociale bewegingen weliswaar
indrukwekkend tijdens de toppen maar ontbreekt die grotendeels
in de tussentijd en dat is zorgelijk met betrekking tot
de aanloop tot Hong Kong. Dit komt omdat er in slechts
weinig WTO-lidstaten nationale campagnes en netwerken
actief zijn. Ten derde toonde de 'juli 2004-raamovereenkomst'
het zorgelijke gebrek aan van mobilisatiecapaciteit voor
lobbyactiviteiten door sociale bewegingen in Genève.
Het opvullen van deze lacune is zeer belangrijk om in
te kunnen spelen op de commissies die voor Hong Kong de
raamovereenkomst gaan invullen met concrete doelen en
uitgebreide clarificaties. Tenslotte zal er in Hong Kong,
meer dan bij de andere ministerials, een maximale coördinatie
nodig zijn voor lobbydruk 'binnenin', protesten op het
WTO-terrein, en protesten op straat.
Geen inventarisering, geen consensus op de Hong
Kong-top!
Op de top in Hong Kong moeten de ministers de beslissingen
nemen, wil een ontsporingsstrategie succesvol zijn. Voorkomen
moet worden dat hij slechts dienst doet als forum voor
inventarisering. Dit gevaar ligt echter op de loer omdat
de supermachten paranoide zijn geworden over de manier
waarop tijdens de onderhandelingen grootschalige mobilisaties
op onvoorziene wijze kunnen inwerken op de standpunten
van de ontwikkelingslanden.
Veronderstellend dat het gaat om een ministeriële
top waar beslissingen worden genomen, moet de beweging
zich concentreren op het meest kwetsbare punt van het
beslissingsproces van de WTO: de consensus-regel. Concreet
betekent dat dat we moeten voorkomen dat er voor danwel
tijdens de top in Hong Kong op geen enkel belangrijk terrein
een consensusbesluit valt. Hoe eerder de onderhandelingen
vast komen te zitten, hoe beter voor de ontwikkelingslanden.
Slogans en thema's
De slogans en thema's moeten goed gekozen worden: ze
moeten op overtuigende wijze samenvatten wat bezwaarlijk
is aan het juli-akkoord, en ze moeten te gebruiken zijn
bij de voorbereidende discussies in committtees en op
mini-toppen, als ook op de Hong Kong-top zelf.
Wat ons te doen staat in Genève:
In Genève gaat het voornamelijk om lobbywerk en
pressie gericht op de onderhandelaars en het WTO-secretariaat,
hoewel ook hier druk van grassrootsgroepen nodig is, vooral
op strategische momenten tijdens de onderhandelingen.
De voorgestelde belangrijkste lobby- en pressietaktieken
op een rijtje:
* Stel de funktieoverheveling van Algemene Raad en ministerstop
aan de kaak.
* Zet de nationale onderhandelaars onder druk om vast
te houden aan de belangrijkste standpunten en forceer
zo een patstelling in de Algemene Raad en in de verschillende
committees.
* Eis dat India en Brazilië uit de FIPs stappen en
roep op tot steun om de FIPs te ontbinden. Voorkom een
FIPs voor NAMA.
* Wijs het houden van meer "mini-ministerials"
en andere informele besluitvormingsfora af.
* Wijs ook de SOMs af, de informele besluitvormingsbijeenkomsten
van 'senior officials'.
* Eis van Brazilië en India dat ze samenwerken met
andere G20-leden en met G33 en G90.
* Eis een krachtige afwiizing door G20 tegen Raamwerk
voor Landbouw en dat voor NAMA.
* Eis krachtige afwijzing van de G33 van 'Gevoelige Producten'-categorie
van de EU. Stel gebrek aan werkelijke steun door Noordelijke
landen voor 'Speciale Waarborg Mechanismen' en 'Speciale
Producten' aan de kaak.
* Eis dat de G90 de onderhandelingen over handelsfacilitatie
vertragen of bemoeilijken omdat het een wig is voor integratie
van andere Singapore Issues.
* Ondersteun het opzeten van een mobilisatie committee/netwerk
in Genève en ondersteun de oproepen tot demonstratie
en massa-akties in Genève en in Brussel.
Prioriteiten voor nationale massa-campagnes:
* Maak de agenda van transnationale ondernemingen bekend
met betrekking tot Landbouw, NAMA, en GATS.
* Zet nationale massacampagnes op tegen het juli-akkoord.
Zoeke brede samenwerking in eigen land.
* Zet lobbywerk en akties in tegen wetgevers en handelsorganisaties
in eigen land.
* Zet lobbywerk en akties in teneinde het standpunt van
de nationale regeringsonderhandelaars in Genève
te beïnvloeden.
* Werk nauw samen met media opdat ze het WTO-proces kritischer
belichten.
D-DAY - - Hong Kong, december 2005
Er staat in de aanloop naar Hong Kong veel op het spel.
Het is mogelijk dat de WTO daar wordt bevestigd in zijn
rol als motor van de liberalisering van handel en andere
economische kernactiviteiten, zoals investeringen. Een
andere mogelijke uitkomst is dat het voor de derde keer
een mislukking uitloopt en de WTO voorgoed wordt lamgelegd
als instrument van de mondiale neoliberale agenda. Hong
Kong zou wel eens het Stalingrad van de WTO kunnen worden,
het omslagpunt, waar het offensief om de invloed de WTO
terug te dringen de overhand krijgt en onstuitbaar zal
blijken. Hoe het pleit wordt beslecht, zal in hoge mate
afhangen van de vastberadenheid, de strategie en de tactieken
van de andersglobalisten.
De top van Hong Kong in december 2005 wordt D-day voor
de andersglobaliseringsbeweging.
Hong Kong zal de culminatie moeten worden van een internationaal
proces dat al maanden eerder in gang is gezet. Net als
in Cancún, zal ook hier de macht van het getal
gelden. Daarom moet alles op alles worden gezet om te
zorgen dat demonstranten met duizenden tegelijk zullen
toestromen. Overal vandaan, maar vooral vanuit het Noorden,
vanuit Zuidoost Azië en vanuit Hong Kong zelf. In
navolging van de succesvolle tactiek van het netwerk van
Our World is not for Sale in Cancún, zullen de
lobbystrategieën binnen de ministeriële top,
de maatschappelijk protesten binnen het gebouw waar de
top plaatsvindt, en de massaprotesten en de burgerlijke
ongehoorzaamheid buiten de ministeriële vergaderingen
om, effectief en flexibel op elkaar moeten worden afgestemd.
Alternatieven
Als we als andersglobaliseringsbeweging willen proberen
om ook deze top weer te laten ontsporen, dient zich automatisch
de vraag aan wat dan het alternatief is. Dat is natuurlijk
een kwestie van voortschrijdend inzicht.
Maar het alternatief voor een gecentraliseerd mondiaal
instituut als de WTO is zeker niet chaos,
zoals de grote handelsmachten het zo graag afschilderen.
Het gaat erom dat landen de ruimte krijgen om nationale
strategieën aan te wenden die recht doen aan hun
eigen maatschappelijke waarden en normen, prioriteiten
en structuren (in tegenstelling tot het uniforme neoliberale
model zoals dat door de WTO wordt opgelegd.)
De belangen van ontwikkelingslanden worden het best gediend
door een pluralistisch systeem van mondiaal economisch
bestuur, waarin verschillende instituties, zoals de Wereldhandelsconferentie
van de Verenigde Naties (UNCTAD), de Internationale Arbeidsorganisatie,
multilaterale milieuverdragen, regionale economische blokken
en een radicaal ingekrompen en in zijn bevoegdheden beperkte
WTO elkaar in evenwicht houden en landen zo de nodige
'ontwikkelingsruimte' verschaft.
Noten:
[1] Zie: http://www.focusweb.org/main/html/Article602.html
[2] Roelien werkt voor het GATSPlatform.
[3] In 2001 speelde ook een andere factor mee ten nadele
van de ontwikkelingslanden: de post-11-september atmosfeer.
Hen werd door de VS voorgehouden dat het niet inzetten
van liberaliseringsaanbod bij de Doha-onderhandelingen
gelijk stond aan opstoken tot terrorisme...
[4] Kritiekpunten: a/ Regelingen voor de zogenaamde Groene
Box (direkte inkomenssteun) en Blauwe Box (steun bij productiebeperking)
bieden VS en EU een uitweg voor handhaving of zelfs vergroting
van hun steunmaatregelen en subsidies aan de eigen boerenbedrijven.
b/ De nieuwe categorie van 'Gevoelige Producten' belemmert
de exportmogelijkheden van ontwikkelingslanden doordat
het de EU ontheft van het aanzienlijk verlagen van tarieven
voor 20 tot 40 % van zijn producten.
c/ Concreet stappenplan en einddatum ontbreken voor de
uitfasering van exportsubsidies.
d/ Slechts lippendienst aan de eisen van ontwikkelingslanden
voor de instelling van de categorie 'Speciale Producten'
(verlaging van importtarieven in geïndustrialiseerde
landen) en voor 'Speciale Waarborg Mechanismen' (bescherming
tegen dumping door geïndustrialiseerde landen).
e/ De instandhouding van bestaande "waarborgregeling"
voor geïndustrialiseerde landen die de invoer van
bepaalde lanbouwproducten uit ontwikkelingslanden tegenhoudt.
[5] Veel maatschappelijke organisaties gaan ervan uit
dat het bestaande vrijhandelsraamwerk hoe dan ook schadelijk
is voor kleine boer(inn)en, ook al zouden de EU en VS
stoppen met hun subsidies. Het dwingt de kleine familiebedrijfjes
namelijk tot concurreren op de internationale markt hetgeen
ze niet overleven, terwijl hun inzet juist nodig is voor
de bevoorrading van de binnenlandse markten. De concurrentieslag
leidt tot ontvolking van het agrarische gebied en tot
de concentratie van de landbouwproductie in de handen
van een paar kapitaalkrachtige bedrijven. Ook de werking
van het patentsysteem gaat in tegen de belangen van de
familiebedrijfjes.
[6] Het raamwerk voor modaliteiten voor NAMA is , ondanks
heftige kritiek, gebaseerd op de zogenaamde "Derbez-tekst
van augustus 2003. De daarin opgenomen "niet-lineaire"
formule voor tariefreductie vereist drastische verlaging
van de hoge gebonden tarieven van vele ontwikkelingslanden,
hetgeen tegenstrijdig is aan het principe van de 'minder
dan volledige wederkerigheid' (Speciale en Gedifferentieerde
Behandeling). En de 'Sectorale Initiatieven' (grote tariefsverlagingen
voor alle goederencategoriën in een bepaalde industriële
sector) ontnemen vele ontwikkelingslanden de al geringe
beleidsruimte voor ontwikkeling van de eigen industriële
ontwikkeling. Ook op andere gebieden zijn de bepalingen
voor Speciale en Gedifferentieerde Behandeling erg zwak.
Tekenend is dat de Nationale Vereniging van Amerikaanse
Fabrikanten erg tevreden is met het raamwerk...
[7] Regeringen worden geacht om voor mei 2005 een eerste
of 'verbeterd' aanbod voor liberalisering te doen hoewel
het met name voor ontwikkelingslanden moeilijk zo niet
ondoenlijk is om na te gaan wat dat aanbod voor gevolgen
heeft voor hun economieën.
[8] Bijvoorbeeld: de herziening van artikel 27.3 (b) van
het TRIPs-verdrag (verbod op patentering van levensvormen);
de relatie tussen TRIPs en de Conventie over Biodiversiteit;
de bescherming van traditionele kennis en folklore; en
een regeling voor de bescherming van publieke gezondheid
boven patentrecht.
[9] De kwestie van het concreet invullen en uitvoeren
van S&DT-zaken sleept al vele jaren. De geïndustrialiseerde
landen hebben nu een eis toegevoegd, namelijk de (mate
van) toekenning afhankelijk maken van de mate van ontwikkeling.
[10] Ook 'Implementatie' sleept al jaren en heeft te maken
met het verlagen van de hoge kosten voor de uitvoering
van handelsverplichtingen en om nationale wetgeving aan
te passen op de WTO-regels. De enige Implementatie-zaak
die expliciet in de raamovereenkomst opgenomen is, heeft
vooral betrekking op de handelsbelangen van geïndustriliseerde
landen (Geografische Indicaties, ofwel de uitbreiding
van het reserveren/afschermen van herkomstnamen voor bepaalde
landbouwproducten (bijv. 'naam'-kazen).
[11] G20: de 'grote' landbouwproducenten uit de groep
van ontwikkelingslanden; G33: de 'kleine' landbouwproducenten;
G90: de armste ontwikkelingslanden.
[12] Aanvoerder van de zogenaamde CAIRNS, de groep van
grote, rijke landbouwproducenten.
[13] Five Interested Parties (FIPs)
[14] India en de EU zijn beide voorstander van de zogenaamde
"Uruguay Round"-formule die uitgaat van een
gemiddelde tariefsverlaging over de hele linie, en die
de hoogste tarieven niet extra snijdt. In ruil voor de
verwachte steun van de kant van de EU zal India de Europese
landbouwsubsidies niet te sterk aanvallen.
Brazilië verkeerde in de veronderstelling dat het
FIPs-akkoord de afbouw van exportsubsidies en bepaalde
exportkredieten veiligstelde, hetgeen de Braziliaanse
economie 10 miljard dollar kan opleveren. Toch is de daadwerkelijke
afbouw afhankelijk van de uiteindelijke invulling van
de modaliteiten, die op hun beurt weer afhankelijk is
van aangeboden compensatie. Daarbij voorziet het Common
Agricultural Policy van de EU in de vervanging van exportsubsidies
door directe betalingen aan boeren onder de 'Groene Box'-regeling
die ongemoeid is gelaten in de raamovereenkomst van juli
2004.
[15] Ook wel de Quad (= de Vier) genoemd.
[16] "Review of Developments and Issues in the Post-Doha
Work Program of Particular Concern to Developing Countries:
a Post-UNCTAD XI Perspective," Notitie door UNCTAD-secretariaat,
31 augustus 2004 (p. 7).