WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Geen race naar het afvalputje - stop de EU-dienstenrichtlijn!
Demonstratie 19 maart, Brussel
Op 22 maart is er weer een topontmoeting van Europese staatshoofden
en regeringsleiders in Brussel. Vakbonden en andersglobalisten
uit heel Europa roepen op om op zaterdag 19 maart te komen
demonstreren en te manifesteren tegen jeugdwerkloosheid
en sociale afbraak, voor het stopzetten van de oorlog in
Irak en de militarisering van Europa, tegen racisme, de
EU-dienstenrichtlijn en het opengooien van markten in het
Zuiden.
De demonstratie tegen de EU-dienstenrichtlijn vertrekt
om 14.00 uur vanaf de Europa-Esplanda, Brussel (bij Zuid-Station/Gare
Midi).
Vanuit Nederland wordt er busvervoer georganiseerd door
de vakbonden FNV en MHP (zie: http://www.eenbetereuropa.nl
of bel hun hoofdkantoren; vakbondsleden gratis; anderen
10 euro) en door Keer 't Tij (zie: http://www.keerhettij.nl
of tel: 020 - 6897555).
De volgende tekst is afkomstig van de website www.dienstenrichtlijn
waar van alles te vinden is over de voorgestelde regeling:
* De dienstenrichtlijn in vogelvlucht
* Geen race naar het afvalputje - stop de EU-dienstenrichtlijn
Is het een goed idee om een Frans bedrijf uw huisvuil te
laten ophalen zonder dat de gemeente nog iets te zeggen
heeft over hoe het afval aangeleverd, opgehaald en verwerkt
moet worden? Is het vooruitgang, als een Tsjechisch thuiszorgbureau
haar diensten in Nederland kan aanbieden, zonder dat het
personeel opgeleid is zoals we in Nederland gewend zijn?
Maar wél goedkoper, zodat uw eigen thuiszorginstelling
weggeconcurreerd wordt? Wij vinden van niet. En daarom verzetten
we ons met alle macht tegen de dienstenrichtlijn die vanuit
Europa op ons af komt.
De dienstenrichtlijn - ook wel Bolkestein-richtlijn genoemd
naar de liberale oud-Eurocommissaris Bolkestein - moet de
belemmeringen opheffen voor het vrije verkeer van diensten.
De richtlijn moet gaan gelden voor vrijwel alle diensten,
van vastgoedmakelaars tot afvalverwerking of toeristische
dienstverlening. Ook basisvoorzieningen als gezondheidszorg
en onderwijs zijn niet uitgesloten van deze richtlijn.
De dienstenrichtlijn wil zo'n beetje álles in het
leven behandelen als koopwaar. Of het nou gaat om uitzendwerk,
horeca, kinderopvang, consultancy, autoverhuur of thuiszorg:
overal moet de tucht van de vrije markt gaan gelden, waar
de laagste prijs de doorslag geeft, ten koste van arbeidsvoorwaarden,
milieubescherming, kwaliteit en veiligheid.
Voorstanders zeggen dat de vrije interne markt voor diensten
zal leiden tot meer keuzevrijheid, kwalitatief betere dienstverlening
en lagere prijzen voor de consument. En tot meer economische
groei en de creatie van meer werkgelegenheid met hoogwaardige
banen. Maar tegenstanders waarschuwen dat de richtlijn zal
leiden tot uitholling van arbeidsrechten, sociale voorzieningen,
publieke diensten en milieubescherming. Dat is vooral te
wijten aan het oorsprongslandbeginsel dat in de richtlijn
is opgenomen.
Volgens het oorsprongslandbeginsel hoeven dienstverleners
zich veelal alleen nog te houden aan de wet- en regelgeving
van het EU-land waar hun hoofdkantoor gevestigd is. Dat
zal in de hand werken dat bedrijven zich (formeel) gaan
vestigen in landen met de minste regels op sociaal en milieugebied,
en zo de regels uithollen in landen waar die zaken beter
zijn geregeld. Die landen zullen de druk voelen om hun eigen
strengere regelgeving te ontmantelen om hun bedrijven vast
te houden. Zo ontstaat een race naar het afvalputje.
Buitenlandse werknemers zijn straks lekker goedkoop: Buitenlandse
bedrijven hoeven zich onder de dienstenrichtlijn in de meeste
sectoren niets aan te trekken van de in Nederland afgesproken
arbeidsvoorwaarden. Zij hoeven veel van hun gedetacheerde
werknemers slechts het minimumloon te betalen. Sociale lasten
betalen deze buitenlandse bedrijven dankzij het oorsprongslandbeginsel
vaak alleen in eigen land. Zulke oneerlijke concurrentie
zet wel de Nederlandse CAO-lonen, arbeidsvoorwaarden en
sociale zekerheid onderdruk.
De voorgestelde richtlijn gaat uit van een aanzienlijk
groeipotentieel en een substantiële banengroei. Maar
de feitelijke uitkomsten van eerdere liberaliseringen zijn
steeds ernstig achtergebleven bij de voordelen die ervan
werden verwacht. Vakbondsonderzoek wijst uit dat die juist
hebben geleid tot de vernietiging van bestaande banen en
de erosie van de sociale cohesie.
Deregulering, liberalisering en commercialisering dreigt
voor tal van sociale en culturele voorzieningen. Alleen
publieke diensten waarvoor geen enkele economische tegenprestatie
wordt gevraagd zijn namelijk uitgezonderd van de dienstenrichtlijn.
Maar voor heel veel publieke diensten en voorzieningen moet
gewoon betaald worden: zoals voor de publieke omroep, de
bibliotheek, het zwembad, het museum, het theater, de kinderopvang,
de volwasseneneducatie, universiteiten, ziekenhuizen, etc.
De dienstenrichtlijn in de praktijk
De dienstenrichtlijn verbiedt het stellen van eisen aan
de groepsgrootte in de kinderopvang of het aantal 'handen
aan het bed' in de bejaardenzorg. De richtlijn kan in heel
Europa ook het einde betekenen voor de sociale huursector:
huren afschermen voor marktwerking met subsidies en maximumtarieven
is dan verboden.
Als een Engels bedrijf Nederlandse werknemers inhuurt om
in Nederland bepaalde diensten te verrichten, geldt voor
hen, op basis van het oorsprongslandbeginsel, de arbeidstijdenwet
van hun Engelse moederbedrijf en zullen ze langere werkweken
moeten draaien dan de Nederlandse wet eigenlijk toestaat.
Een Poolse afvalverwerker die in Nederland opereert is
vooral gehouden aan de Poolse milieuwetgeving. De veel strengere
Nederlandse milieueisen kan hij - met het oorsprongslandbeginsel
in de hand - veelal naast zich neerleggen.
Daarom zeggen wij "Nee tegen de EU-dienstenrichtlijn"
* Omdat we niet willen dat onze lonen en arbeidsvoorwaarden
onder druk worden gezet
* Omdat zaken als onderwijs, zorg en cultuur belangrijke
publieke diensten zijn, die we in eigen hand willen houden
* Omdat we zelf willen vaststellen aan welke kwaliteits-,
milieu- en veiligheidseisen bedrijven moeten voldoen die
in Nederland werken
Bron: http://www.dienstenrichtlijn.nl/richtlijn/vogelvlucht.stm
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) Stop de Dienstenrichtlijn voor een sociaal Europa
(door Roeline Knottnerus [1])
Niet alleen de EU-dienstenrichtlijn ligt onder vuur.
Ook de campagne tégen de dienstenrichtlijn kan soms
op zware kritiek rekenen. En niet alleen van vrije-marktadepten.
De kritiek komt ook uit progressieve hoek. Het platform
'Stop de EU-dienstenrichtlijn' ontvangt af en toe boze telefoontjes
van linkse mensen, die vinden dat de tegencampagne getuigt
van eng nationalisme en een onwil om onze verworvenheden
te delen met burgers uit minder rijke landen. Die kritiek
laat zich echter goed ontzenuwen.
De Europese dienstenrichtlijn moet de volledige Europese
dienstenmarkt vergaand liberaliseren. Door de manier waarop
men dat wil realiseren, vormt de richtlijn een rechtstreekse
aanval op het Europese sociale model en de kwaliteit en
toegankelijkheid van de publieke dienstverlening in Europa.
Deregulering en oorsprongsbeginsel
Met een vergaande vereenvoudiging van regelgeving wil de
richtlijn het bedrijven veel gemakkelijker maken om grensoverschrijdend
hun diensten aan te bieden. Meer business opportunities
zijn immers goed voor de economische groei en de werkgelegenheid,
is de redenatie. Maar er is een keerzijde aan deze medaille.
In combinatie met het oorsprongslandbeginsel, dat de spil
van de dienstenrichtlijn vormt, dreigt afbraak van de sociale
samenhang. Als bedrijven overal in de EU grensoverschrijdend
diensten mogen aanbieden volgens de regels van hun eigen
land, zorgt dit voor een ongelijk speelveld. Bij bedrijven
uit landen met striktere voorschriften zal dit leiden tot
een roep tot het nog losser maken van het korset van regels
waardoor men zich gebonden weet. Omdat bedrijven steeds
vrijer zijn in hun beslissingen over waar ze hun productie
willen realiseren, zullen overheden in toenemende mate geneigd
zijn aan zulke eisen gehoor te geven. De bedrijvigheid moet
immers 'binnen boord' worden gehouden, vanwege zijn bijdrage
aan de economie, inclusief de bijbehorende werkgelegenheid
en belastingopbrengsten. Zo wordt dus een zichzelf versterkende
spiraal richting laagste gemene deler gecreëerd.
De negatieve sociale effecten worden nog versterkt doordat
in deze situatie werknemers uit verschillende landen gemakkelijk
tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. Het bedrijfsleven
kan eenvoudig rondshoppen op zoek naar landen met het gunstigste
klimaat op het gebied van regelgeving en arbeidsvoorwaarden
en -omstandigheden. Voor werknemers is het vrijwel onmogelijk
deze tendens te keren. Zeker zolang de vakbonden zich nog
niet op Europees niveau verenigd hebben, zal het voor hen
erg moeilijk worden een vuist te maken tegen het dictaat
van een transnationaal bedrijfsleven dat in toenemende mate
primair is gericht op winstmaximalisatie en het realiseren
van optimale bedrijfsresultaten in het belang van de aandeelhouder.
Immer verdergaande afkalving van werknemersrechten en onttakeling
van de sociale zekerheid kunnen daardoor stelselmatig als
een 'noodzakelijke herstructurering' worden gepresenteerd.
Getuige de kritiek uit progressieve hoek op de campagnes
tegen de dienstenrichtlijn, is het erg moeilijk om je tegen
deze drogredenatie te verweren. De mogelijkheid om politiek
andere keuzes te maken wordt daarbij immers al bij voorbaat
als een gepasseerd station weggezet.
Als bovenop de flexibilisering van de arbeidsmarkt bovendien
vermarkting wordt losgelaten op cruciale publieke diensten
als zorg, huisvesting en onderwijs, zonder dat afdoende
randvoorwaarden mogen worden gesteld om de universele toegankelijkheid
en betaalbaarheid te garanderen, en de niveaus van consumentenbescherming,
(voedsel)veiligheid, milieubescherming, etc. door het terugdringen
van de bureaucratie en verminderde controlemogelijkheden
dreigen te worden uitgehold, is de ontmanteling van het
Europese sociale model compleet.
Harmonisatie 'naar beneden'
Het directe gevolg van de mechanismen zoals die door de
dienstenrichtlijn worden geïntroduceerd is zo een niet
te stuiten race naar de bodem. Harmonisatie zal uitsluitend
naar beneden plaatsvinden. In heel Europa zullen over de
hele linie de publieke voorzieningen, de niveaus van sociale
bescherming en de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden alleen
maar steeds verder verslechteren. De oude en de nieuwe lidstaten,
met hun zeer verschillende niveaus van bescherming en beloning,
worden vakkundig tegen elkaar uitgespeeld. De lachende derde
is het transnationale bedrijfsleven, dat zijn concurrentiepositie
ziet verbeteren en zijn winstpositie ziet stijgen.
Dat is een succes voor de bedrijvenlobby, die op Europees
niveau structureel wordt geconsulteerd om de liberaliseringsinspanningen
af te stemmen op hun wensen. Europa ziet diensten als haar
grote kracht. Daar ziet men de grootste concurrentievoordelen
en groeikansen. Daarom wordt door Europa niet alleen binnen
de EU zwaar ingezet op de liberalisering van diensten, maar
ook op mondiaal niveau. Bijvoorbeeld binnen het GATS-verdrag
van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Inzet bij WTO-onderhandelingen
Als de EU-dienstenrichtlijn erdoor komt, zal dat de onderhandelingspositie
van de EU in de WTO enorm versterken. De Europese Commissie
kan dan in de dienstenonderhandelingen in één
keer marktopenstelling van de hele EU-markt aanbieden. Met
dat lokkertje zullen ontwikkelingslanden extra zwaar onder
druk kunnen worden gezet om hun markten open te stellen
voor het bedrijfsleven uit de EU. Die Europese bedrijven
zijn economisch zo groot en machtig, dat zij vooral in de
minder ontwikkelde landen gemakkelijk hele markten naar
zich toe kunnen trekken en dicteren. Als zij met hulp van
de EU eenmaal marktoegang hebben weten te forceren, kunnen
zij arme landen meer dan ooit dwingen tot scherpe kostenconcurrentie
door beschermende regelgeving tegen te houden en 'concurrerende'
arbeidsomstandigheden af te dwingen. Bij mondiale vrijhandel
zal zonder een visie op sociale bescherming en het bijbehorend
flankerend beleid de neerwaartse spiraal dan ook nog scherpere
vormen aannemen.
Economische groei en sociale randvoorwaarden
Het kan Europa niet kwalijk worden genomen dat het kijkt
naar economische groeikansen. Wat Europa wel kan worden
verweten, is dat het onvoldoende oog heeft voor de sociale
randvoorwaarden waaronder die groei gerealiseerd moet worden.
Dienstenliberalisering vormt een belangrijk onderdeel van
de Lissabon-agenda die van Europa de meest concurrerende
kenniseconomie ter wereld moet maken. Maar die agenda kent
niet alleen een economische, maar nadrukkelijk ook een sociale
component. Het gaat niet alleen om welvaart, maar ook om
welzijn. Die sociale poot komt momenteel echter in al het
economisch liberaliseringsgeweld volstrekt onvoldoende uit
de verf. Het is geen schande als progressieve krachten in
de samenleving in het geweer komen om te eisen dat aan de
ontwikkeling van de sociale aspecten van de Lissabon-agenda
- bijvoorbeeld op het terrein van arbeidsvoorwaarden en
-omstandigheden, sociale zekerheid en publieke dienstverlening
- tenminste enige prioriteit wordt toegekend. Economische
groei per se is niet zaligmakend. Economische groei kan
negatief uitpakken, bijvoorbeeld bij een te grote scheefgroei
in de inkomensverdeling. Of zelfs ronduit schadelijk zijn,
bijvoorbeeld voor het milieu. De voorwaarden waaronder economische
groei plaatsvindt zijn dus van cruciaal belang. Juist op
die voorwaarden willen de Europese campagnes tegen de dienstenrichtlijn
nader ingevuld zien. In het belang van alle burgers van
de Europese Unie en haar handelspartners.
De Lissabon-agenda wil dienen om welvaart en welzijn in
de Europese Unie te verhogen. Maar dat kan alleen als er
een duidelijke visie wordt ontwikkeld op hoe die groei in
het algemeen belang moet worden verdeeld en ingezet. Nationaal
en internationaal. Het moge duidelijk zijn dat het niemand
misstaat om in een debat over de sociale toekomst van Europa
stelling te nemen. Dat is ook het licht waarin het verzet
tegen de EU-dienstenrichtlijn - dat intussen Europa-breed
gestalte begint te krijgen - moet worden bezien. Wie zich
iets anders laat wijsmaken, vergist zich. Deze richtlijn,
met zijn negatieve sociale dynamiek, mag er niet komen.
Verzet tegen deze dienstenrichtlijn is daarom een daad van
nationale en internationale solidariteit.
Commissie zet critici op verkeerde been
De laatste tijd verschijnen er met enige regelmaat berichten
in de media dat de Europese Commissie bereid zou zijn het
omstreden voorstel voor een dienstenrichtlijn af te zwakken.
Het feit dat ook Europese leiders als Jacques Chirac, die
het voorstel brandmerkte als 'onacceptabel', en Gerhard
Schröder, die zei het 'onder alle omstandigheden' te
willen verhinderen, zich tegen de richtlijn lijken te keren
[2], heeft bij sommige tegenstanders van de richtlijn het
idee doen postvatten dat de strijd daarmee gewonnen is.
Maar niets is minder waar.
De Commissie belijdt publiekelijk dat wijziging van het
voorstel nodig is, m.n. op het terrein van waarborgen voor
de publieke gezondheidsstelsels en om sociale dumping te
voorkomen. Maar tegelijkertijd houdt men stellig vast aan
het oorsprongslandbeginsel dat het hart vormt van de dienstenrichtlijn
en is men zeker niet van plan zelf actie te ondernemen om
een en ander te herzien. Men wacht de amendering van het
bestaande voorstel door het parlement af.
Er zijn talloze amendementen in voorbereiding, maar het
is nog zeer de vraag of wijzigingsvoorstellen op het oorsprongslandbeginsel
en de publieke dienstverlening op een meerderheid in het
Parlement zullen kunnen rekenen. Of het zal lukken om echt
de angel uit de dienstenrichtlijn te halen, is dan ook nog
steeds uitermate twijfelachtig. Ook omdat er intussen fel
campagne wordt gevoerd door voorstanders van de richtlijn.
Die hameren op de geweldige voordelen die vrijhandel in
diensten in combinatie met het oorsprongslandbeginsel zullen
opleveren in termen van economische groei en werkgelegenheid.
Het getal van 600.000 banen vliegt daarbij met enige regelmaat
over tafel. Terwijl recente prognoses van bijvoorbeeld het
CPB uitwijzen dat de voordelen toch echt niet overdreven
moeten worden
Critici van Barroso en de zijnen moeten zich dan ook niet
de wind uit de zeilen laten nemen. Het lijkt erop dat de
Commissie zich nu vooral van zijn toegeeflijke kant laat
zien om te voorkomen dat de omstreden dienstenrichtlijn
extra voeding geeft aan Europese campagnes tegen de Grondwet.
De Commissie zal - ook nadat de referenda over de Grondwet
hun beslag hebben gekregen - moeten worden gedwongen om
het voorstel voor de dienstenrichtlijn in te trekken, dan
wel vergaand aan te passen om aan alle sociale bezwaren
tegemoet te komen. Het blijft dus juist nu zaak voor maatschappelijke
organisaties om de publieke en politieke druk op de ketel
te houden.
Noten:
[1] Roelien is coördinator van het GATS-platform
[2] 'Barriers to cross-border expansion are prohibitive
to many companies yet the services directive drafted in
Brussels is likely to be watered down,' door Tobias Buck
en Jan Cienski, Financial Times van 15 maart 2005
Voor meer informatie: http://www.dienstenrichtlijn.nl
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) Project Vóór de Verandering klaagt
Minister Brinkhorst aan
(van de Globalupdate mailinglist)
Op donderdag 14 april 2005 om 14.00 uur start in het Haagse
Nieuwspoort een tribunaal waar Minister Brinkhorst van Economische
Zaken aangeklaagd zal worden wegens zijn internationale
economische beleid, met name in het kader van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO). Een zestal aanklagers zal naar voren brengen dat
het beleid van de minister in strijd is met diverse internationale
verdragen op het gebied van mensenrechten, armoedebestrijding
en milieubescherming. De minister is uitgenodigd en zal
op een later tijdstip, tijdens een tweede zitting, de gelegenheid
krijgen om zich te verdedigen.
Tijdens de eerste zitting van het tribunaal zullen zes
experts elk een deelaanklacht uitspreken. In deze deelaanklachten
wordt voor verschillende thema's uitgewerkt waarom het beleid
van Minister Brinkhorst indruist tegen de internationale
afspraken over de sociale, culturele en economische mensenrechten
en over bescherming van het milieu. Doel van het tribunaal
is onder meer om te bepalen of het gewenst is dat de minister
deelneemt aan de eerstvolgende conferentie van de WTO in
december 2005, en zo ja, onder welke voorwaarden. Het tribunaal
vindt plaats tijdens de internationale actieweek over handel
(zie: http://www.april2005.org/).
Na de tweede zitting zal een publieksjury onder leiding
van een drietal 'rechters' het oordeel vellen. Je kunt de
zittingen bijwonen als publiek of je kunt je opgeven als
jurylid. In beide gevallen word je verzocht je van tevoren
aan te melden. Over het hoe en waar volgt zo spoedig mogelijk
nader bericht. Hou daarvoor ook de website http://www.globalternatives.nl/
in de gaten.
Dezelfde dag (donderdag 14 april) wordt, na de formele
eerste zitting in Nieuwspoort, om 20.00 uur in zaal De Hagedis
aan de Waldeck Pyrmontkade 116 te Den Haag een Globaliseringscafé
georganiseerd. Iedereen is uitgenodigd om daar in een informele
sfeer vragen te stellen over de aanklacht en de achtergronden.
Meer gedetailleerde informatie over het tribunaal en het
Globaliseringscafé zal binnenkort te vinden zijn
op: http://www.globalternatives.nl/.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) Brinkhorst drukt patenten door
(door Kees Hudig)
EU-ministers van Economische Zaken hebben zich op een zeldzaam
dictatoriale manier gedragen door op 7 maart in de Raad
voor Concurrentievermogen te besluiten in te stemmen met
de invoering van de omstreden gemeenschappelijke software-patentenregeling.
Volgens vele deskundigen is de regeling vooral in het belang
van de grote computerindustrie en zal die zeer nadelig kunnen
zijn voor particulieren, kleine producenten en kunstenaars.
Het Europarlement heeft zelfs een motie aangenomen waarin
gevraagd werd om intrekking van het voorstel en ook parlementen
van verschillende landen hebben te kennen gegeven ernstige
bezwaren te hebben. De bezwaren stoelen onder meer op onduidelijkheid
over de reikwijdte van de octrooiregeling. Dit soort regelgeving
zou wel eens het einde kunnen betekenen van open source
software [1] [2].
Volgens John Naughton, computerexpert van The Observer,
gaat het bij deze kwestie ook om de vraag wie de baas is
bij de EU; het gekozen parlement of de commissie waar nooit
iemand voor gekozen heeft [3].
Een van degenen die ervoor gezorgd heeft dat het onderwerp
deze keer door de vergadering gejast kon worden, is de Nederlandse
minister van EZ Brinkhorst. Zoals gewoonlijk verdedigt hij
zijn wandaad met de kennisgeving dat het allemaal juist
de kleintjes ten goede moet komen (NRC 7 maart: "Volgens
Brinkhorst is de huidige situatie zonder gemeenschappelijk
softwarepatent in het nadeel van de kleine softwaremakers
omdat de praktijk tussen lidstaten nu erg verschilt").
Misschien kan Brinkhorst dan uitleggen waarom zelfs zijn
Deense collega Bendtsen verklaard heeft dat hij woedend
is op Brinkhorst, omdat deze geweigerd heeft om hem te helpen
zich te verzetten tijdens de EU-top voor Economsiche Zaken
[4].
Volgens een verslag in de Telegraaf [5] kreeg Brinkhorst
er na zijn collaboratie in Luxemburg nog wel voorzichtig
van langs in de Tweede Kamer. Die had immers eerder een
motie aangenomen waarin hij de opdracht kreeg om initiatieven
te ondersteunen om de richtlijn in te trekken. Het bleef
zonder gevolgen, voor Brinkhorst dan.
Noten:
[1] Zie voor allerlei achtergrondinformatie:
http://www.ffii.org/
[2] En ook "Patentering van software in de Europese
Unie beperkt Bolkestein en Microsoft krijgen niet hun zin"
door Renate Ebner in WTO.ZIP nr 39 van 31 oktober 2003;
"Een patent idee?" door Paul Roeland in WTO.ZIP
nr 47 van 11 augustus 2004; en "Europese patentrichtlijn
voor software (voorlopig) van de baan" door Rob Bleijerveld
in WTO.ZIP nr 49 van 19 november 2004.
[3] Observer 13 maart 2005 (http://www.guardian.co.uk/Columnists/Column/0,5673,1436250,00.html)
[4] Nu.nl 9 maart 2005 (http://www.nu.nl/news.jsp?n=494481&c=50)
en "Deense minister overleeft debat patenten"
(webwereld 10/03/2005 http://www.webwereld.nl/nieuws/21002.phtml).
[5] "Ongenoegen over Brinkhorst", de Telegraaf
van 10 maart (http://www.telegraaf.nl/i-mail/article18868971.ece).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) Eurocommissaris Peter Mandelson belooft ACS-landen
eerlijke EPA's
Is Mandelson tot inkeer gekomen of is het PR-offensief van
de
Commissie gestart?
(door Stefan Verwer [1])
De inkt van de aanstellingsbrief van de nieuwe Europese
handelscommissaris was nog niet opgedroogd of Peter Mandelson
trad al naar buiten met ferme uitspraken ten aanzien van
de EPA-onderhandelingen. Deze zouden herzien moeten worden,
zodat ze daadwerkelijk ontwikkelingsvriendelijk zijn.
De Europese Commissie maakt haast met de handelsonderhandelingen
met de 77 ACS-landen (ontwikkelingslanden in Afrika, het
Caribische gebied en de Stille Oceaan): de zogenaamde EPA's
(Economic Partnerships Agreements). Deze regionale vrijhandelsovereenkomsten
moeten al in 2008 in werking treden. Immers in 2008 loopt
de WTO-'waiver' [2] voor de handelspreferenties die de Europese
Unie (EU) aan de ACS geeft ten einde. EPA's moeten het systeem
van preferenties die de ACS genoot, bijvoorbeeld voor suiker,
vervangen. Een hele opgave en de Europese Commissie kreeg
de wind van voren toen zij haar onderhandelingsmandaat medio
2002 aan de Europese lidstaten presenteerde. Terwijl de
lidstaten het mandaat kritiekloos aanvaardden, plaatsten
parlementariërs en maatschappelijke organisaties grote
vraagtekens bij de intenties van de Commissie. Inmiddels
dreigt de wind van kritiek de vorm van een orkaan te krijgen,
nu maatschappelijke organisaties uit de landen van de ACS
en de EU zich klaar maken voor harde confrontaties met de
Europese Commissie.
Crisisberaad?
Kort nadat de Belg Louis Michel zijn functie als Commissaris
voor Ontwikkelingssamenwerking in de Barroso Commissie aanvaardt,
plant hij een vergadering met z'n Britse handelscollega
Mandelson. In een intern voorbereidende memo stelt Michel
dat de Europese Commissie een groot communicatieprobleem
heeft omdat een groot aantal maatschappelijke organisaties
een STOP EPA-campagne plannen. Beide commissarissen spreken
af om de EPA's in de nabije toekomst beter te presenteren
om zo iedereen in Europa en de ACS te overtuigen van de
goede intenties van de Commissie. Conclusie: de PR van de
Europese Commissie moet beter. In dezelfde periode gaat
een interne memo uit naar alle EU-delegaties in de ACS-landen
met een korte, simpele boodschap: vasthouden aan de huidige
positie van de EU ten opzichtte van EPA's en op geen enkele
manier toegeven aan de kritiek, die vooral door maatschappelijke
organisaties wordt geuit.
In Brussel spreken ambtenaren van de Commissie inmiddels
hun verbazing uit over de STOP EPA-campagne. In tegenstelling
tot de feiten (de campagne is bedacht en geïnitieerd
door Afrikaanse maatschappelijke organisaties) wordt gesteld
dat STOP EPA een zoveelste voorbeeld is van de Noordelijke
dominantie van de Zuidelijke maatschappelijke agenda. Volgens
de Commissie zouden Noordelijke Christelijke NGO's de campagne
gelanceerd hebben. Een campagne die verder wordt gekwalificeerd
als paternalistisch voor de ACS-landen, die immers de EPA's
met beide armen zouden ontvangen. Als een paper verschijnt
waarin nauwgezet deze kritieken van de Commissie worden
weerlegd en de kritiekpunten binnen EPA's worden aangestipt,
blijft het stil in Brussel. Stil? Stil op één
man na: Peter Mandelson.
PR-manager van de EPA's?
"Er is geen tijd te verliezen, de EPA-onderhandelingen
moeten in januari 2008 afgerond zijn", aldus Peter
Mandelson. De nieuwe handelscommissaris wijst tegelijkertijd
op het feit dat het onderhandelingsresultaat moet voldoen
aan de WTO-regels. Dit lijkt in schril contrast te staan
tot zijn eerdere uitspraken op 1 december 2004 toen hij
de ACS-landen toesprak in het ACS-house in Brussel. Mandelson
pleitte daar voor een gedifferentieerde benadering van ontwikkelingslanden
met verschillende ontwikkelingsniveaus, zodat het proces
werkelijk ontwikkelingsgericht kan zijn. De WTO-regelgeving
waar de EU de EPA's op wil baseren laat een gedifferentieerde
benadering echter helemaal niet toe. Artikel 24 van de GATT,
waarin de regels voor vrijhandelsverdragen zijn neergelegd,
is oorspronkelijk ontworpen voor vrijhandelsverdragen tussen
landen met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau. De uitwerking
van het openen van 90% van de markt tussen de rijkste en
de armste landen van deze planeet binnen een zo kort mogelijke
periode (normaliter 10 jaar, maar in het geval van EPA's
zou die termijn opgerekt kunnen worden), lijkt aan alles
bij te dragen behalve aan armoedebestrijding in de ACS-landen.
Dit laatste lijkt weer het tegenovergestelde van hetgeen
Mandelson bepleit als hij het heeft over de mogelijkheid
voor ACS-landen om al hun "gevoelige" producten
te beschermen. Ziet Mandelson een mogelijkheid de WTO-regelgeving
radicaal te hervormen om EPA's nog steeds compatibel te
maken aan deze regelgeving? Of is hier sprake van een PR-offensief?
Deze vraag lijkt beantwoord te worden als Mandelson hoog
opgeeft over het capaciteitsopbouw-programma van de Europese
Commissie.
Erger dan een doekje voor het bloeden
De Commissie trekt honderden miljoenen euro's uit om de
ACS-landen te ondersteunen in de handelsonderhandelingen
die zij bilateraal en multilateraal voeren. Dit lijkt een
genereus gebaar, maar in werkelijkheid is het juist deze
capaciteitsopbouw door de Commissie die de Afrikaanse onderhandelingspositie
serieus ondermijnt. Zo gaat het Europese geld ondermeer
naar een project waarbij tientallen jonge, netafgestudeerde
economen naar ACS-landen gestuurd worden om de regeringen
te adviseren over de verschillende handelsonderhandelingen
die men voert. Nou is het voor de jongeren een uitstekende
ervaringsplaats, maar het is bedenkelijk omdat hun adviezen
de toekomst van miljoenen inwoners in de ACS meebepalen.
Daarnaast dienen de uitgezonden jongeren verantwoording
af te leggen aan hun Noordelijke financiers en niet aan
de Zuidelijke overheden die zij adviseren.
Nog destructiever is het effect van de gelden die de EU
jaarlijks overmaakt aan de verschillende regionale secretariaten
van de ACS-regio's. Zo ontvangen de secretariaten van COMESA,
ECOWAS en SADC - die een cruciale rol in de EPA-onderhandelingen
spelen - allen financiële en personele ondersteuning
vanuit Europa. Hun onafhankelijkheid in de onderhandelingen
wordt steeds twijfelachtiger en de kritiek op hun positie
groeit in de ACS-landen. Zo was het een hard gelag voor
de verschillende Afrikaanse onderhandelaars, net terug uit
Cancún, om geconfronteerd te worden met het voorstel
van verschillende regionale secretariaten om met de EU binnen
EPA's te gaan onderhandelen over de Singapore Issues. Ondanks
veel weerstand staan de Singapore Issues nog steeds op de
agenda en een groeiend aantal Afrikaanse regeringsvertegenwoordigers,
parlementariërs en leidende commentatoren twijfelen
aan de onafhankelijkheid van de regionale secretariaten.
Het feit dat Mandelson hoog van de toren blaast over de
capaciteitsondersteuning die de Commissie geeft aan de ACS
duidt op onwetendheid of moet, zoals boven al is gezegd,
beschouwd worden als een uiting van een ongeloofwaardig
PR-offensief.
Peter Mandelson
Mandelson is (zoals hij zelf zegt) 'a fighter, not a quitter',
het is de man die bekend staat als een liberaal pur sang.
Het is iemand die naar eigen zeggen begaan is met de armste
landen in de wereld, maar oplossingen ten aanzien van sociale
en milieuzorgen niet los kan zien van economische ontwikkeling.
Zo zette hij op de eerste dag van zijn aantreden de verhoudingen
met NGO's op scherp door deze te beschuldigen van een onrealistische
en destructieve visie op handel. Hij staat bekend als iemand
met nauwe banden met het bedrijfsleven en bij zijn aanstelling
werd betwijfeld of hij de juiste persoon was voor de Europese
Commissie, die zich volgens velen al teveel laat leiden
door industriële belangen.
Het dubieuze verleden van Mandelson en het feit dat hij
bekend staat als een geslepen politicus belooft niet veel
goeds voor de toekomst [3]. Het feit dat er geen enkel teken
is dat Mandelson het mandaat van de Europese Commissie gaat
aanpassen (en het is juist het mandaat van de Europese Commissie
dat zo onder vuur ligt, moet maatschappelijke organisaties
in de ACS en Europa argwanend maken ten aanzien van Mandelson
en zijn werkelijke bedoelingen.
Zoals een Britse collega van ActionAid op één
van de vele NGO-discussielijsten onlangs concludeerde: 'Ik
ben bang dat ik de positieve interpretatie van Mandelson's
uitspraken niet deel. Mandelson probeert eerder een positieve
draai te geven aan EPA's dan een nieuwe start te maken'.
Er worden veel bijeenkomsten georganiseerd met ontwikkelingsorganisaties,
zonder dat de geuite kritiek en zorgpunten daadwerkelijk
in het beleid meegenomen worden. De conclusie van de Britse
collega: 'In summary it's good old Mandy: just spin'.
STOP EPA-campagne
Binnen de grote coalitie van maatschappelijke organisaties
in Europa en de ACS die de STOP EPA-verklaring ondertekenden,
is uitgebreid gesproken over de te volgen strategie. Accepterend
dat verschillende organisaties verschillende tactieken gebruiken,
is er grote consensus over één ding: de huidige
benadering van de EU ten opzichtte van EPA's zal dramatische
gevolgen hebben voor de ACS-landen. Afgesproken is dat iedere
organisatie op haar eigen manier actie gaat voeren tegen
de EPA's zoals ze nu worden onderhandeld (met lobby, campagne,
onderzoek of de straat op). Sommige organisaties in Afrika
zijn nauw betrokken bij de onderhandelingen, anderen voeren
meer publieksgerichte acties. Weer anderen proberen via
onderzoek naar de gevolgen van EPA's of door alternatieven
voor EPA's te ontwikkelen de onderhandelingen te beïnvloeden.
Uiteindelijk is iedereen het echter over één
ding eens. Als EPA's op basis van de huidige onderhandelingsinzet
en agenda zoals ze nu worden onderhandeld in 2008 starten,
zal dat in veel ACS-landen leiden tot deïndustrialisatie,
zullen veel ACS-producenten hun markten verliezen en zal
de armoede in de ACS alleen maar toenemen. Dat moet worden
voorkomen! Daarom roept STOP EPA op tot actieve solidariteit
van milieu- en ontwikkelingsorganisaties, van vakbonden
en producentenorganisaties uit Europa en de ACS-landen.
Hopelijk volgt Europa in de oproep voor meer solidariteit
die er vanuit de ACS klinkt...
Noten:
[1] Stefan Verwer is werkzaam voor Both ENDS. Both ENDS
is één van de initiatiefnemers van en is actief
betrokken bij de internationale STOP EPA-campagne in Europa.
[2] Tijdelijke uitzonderingsregeling die binnen de WTO aan
de ACS-landen en de EU is verstrekt.
[3] Mandelson is verschillende malen in zijn politieke carrière
gedwongen geweest af te treden in verband met verschillende
schandalen.
Bronnen:
- "The ACS-EU relationship in the global economy",
Speech door EU Trade Commissioner Peter Mandelson tijdens
de ACS-EU Ministerstop, Brussels, 1 december 2004 (http://europa-eu-un.org/articles/lt/article_4102_lt.htm)
- "Mandelson wades into trade radicals. NGOs are unimpressed
by vision of 'benign' globalisation", door David Gow,
23 november 23 2004
(http://www.guardian.co.uk/business/story/0,3604,1357321,00.html)
Meer informatie op
http://www.epawatch.org en http://www.stopepa.org of neem
contact op met sv@bothends.org
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F) Derde weg PLUS
(door Chris Peeters)
'We moeten Mandelson - als liberaliseringshardliner - niet
vertrouwen', schrijft Stefan Verwer elders in deze WTO.ZIP
in het artikel "Eurocommissaris Peter Mandelson belooft
ACS-landen eerlijke EPA's", 'en NGO's moeten actie
voeren om duidelijk te maken dat EPA's in hun huidige vorm
niet acceptabel zijn'.
Natuurlijk moeten we Mandelson niet vertrouwen. Hij is een
typische exponent (zo niet een van de voormannen) van de
Derde Weg-richting, het sociaal-democratische antwoord op
het falen van de na-oorlogse Keynesiaanse politiek. Dat
antwoord bestaat er vooral uit dat de liberale markteconomie
onvermijdelijk en goed is en dat landen hun kansen op de
wereldwijde markt moeten grijpen door een goede 'infrastructuur':
onderwijs, onderzoek, een goed investeringsklimaat. Dat
is zijn antwoord voor Engeland en het is zijn antwoord voor
Afrika. Hij is wel oprecht in zijn streven Afrika vooruit
te helpen.
De praktijk van meer dan tien jaar liberalisering laat
echter zien dat het antwoord van de Derde Weg ontoereikend
is. Landen kunnen binnen zeer ongelijke machtsverhoudingen
niet als vanzelfsprekend 'hun kans grijpen', ze blijven
maar al te makkelijk het slachtoffer van die ongelijke machtsverhoudingen.
Niet vrije handel moet daarom het uitgangspunt zijn, maar
'managed trade', met armoedebestrijding als uitgangspunt.
Waar EPA's dus blind gericht zijn op vrijhandel, moeten
ze afgewezen worden.
Tot zover ben ik het roerend met Stefan eens, maar de strategische
vraag is hoe we managed trade moeten bewerkstelligen. Mandelson
zelf heeft een opening geschapen, door te stellen dat ook
hij vindt dat ontwikkeling uitgangspunt voor de EPA's moet
zijn. Naar mijn mening betekent dat dat we niet EPA's als
zodanig moeten afwijzen, maar dat we in alle sectoren moeten
aangeven hoe de EPA's gestalte moeten krijgen om ontwikkeling
te stimuleren.
Belangrijke elementen van NGO-voorstellen kunnen daarin
mijns inziens worden ondergebracht. Zo kan heel goed verdedigd
worden dat de landbouw zodanig beschermd moet worden dat
kleine boeren een menswaardig bestaan hebben. Je kunt dan
even afzien van de discussie of kleine boeren op termijn
kunnen overleven. Op dit moment is het zo dat de verpauperde
Afrikaanse steden geen perspectief bieden voor weggesaneerde
boeren.
Het is ook heel goed te verdedigen dat de landbouw zo beschermd
moet worden dat regionale voedselveiligheid wordt zekergesteld;
dat is immers ook altijd Europees beleid geweest.
Per industrietak is aan te geven hoe de EU die kan ondersteunen
(bijvoorbeeld door beperkende oorsprongsregels of tariefescalatie
af te schaffen). Er is zo'n brede beweging rond de EPA's
actief dat het mogelijk moet zijn op alle punten een 'goede'
EPA uit te werken. Een zo uitgewerkte EPA kan als model
dienen om in WTO-verband een werkelijke ontwikkelingsronde
gestalte te geven en kan de sociaaldemocratie afbrengen
van haar beperkte derdeweg-model.
Een vergelijkbare strategische discussie speelt ook met
betrekking tot grondstoffen. In een conferentie over 'Sustaining
a future for agriculture' (in november 2004 in Genève
door IATP georganiseerd [*]) was er brede steun voor de
gedachte dat grondstofovereenkomsten zeer wenselijk zijn
(om voor kleine boeren lonende grondstofprijzen te krijgen).
Maar die moeten de problemen oplossen waaraan een vorige
generatie akkoorden aan ten onder is gegaan (zoals het probleem
van profiteurs, de hoge kosten van voorraadbeheersing, de
verdeel- en heerspolitiek van rijke landen etc.). Ze moeten
ook per grondstof anders zijn, 'to take into account heterogenity
of markets, producers, products and consumers, and would
need to recognize the key changes over the past 2 to 3 decades:
the much greater concentration of markets and the role corporations
now play'. In feite eenzelfde soort voorstellen als hierboven
beschreven voor EPA's. En de twee voorstellen vullen elkaar
heel goed aan: grondstofakkoorden kunnen een prima onderdeel
van EPA's zijn.
Maar ook op deze conferentie was er een 'richtingenstrijd'.
Een groep meende dat het huidige neoliberale systeem, gebaseerd
op exportgeleide ontwikkeling met lage prijzen en grote
volumes, onvermijdelijk is en wil binnen dat systeem landen
zo goed mogelijk laten overleven. Een andere groep staat
een alternatief systeem voor, gebaseerd op voedselsouvereiniteit
en wil dat grondstoffenovereenkomsten, aanbodregulering
en antimonopolistische strijd dienen om dat alternatief
te bewerkstelligen.
Ik denk echter dat die tegenstelling onvruchtbaar is, omdat
voor de korte termijn beide groepen dezelfde strijd kunnen
voeren. Zowel wat betreft EPA's als bij grondstoffenhandel
verwerpen de NGO's 'liberalisering als oplossing', ten gunste
van managed trade via goede EPA's en grondstoffenovereenkomsten.
Als het lukt om die af te dwingen kan de strijd ervoor -
door boeren te organiseren, bedrijfsconcentraties te bestrijden,
alternatieven voor het voetlicht te brengen - een prima
basis zijn om waar wenselijk verdergaande hervormingen van
het internationale handelssysteem te bewerkstelligen.
[*] Zie http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refid=46613
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) G8 Internationaal
(door Kees Hudig)
Zo'n 100 mensen uit 23 landen hebben twee weken geleden
in het Zuidduitse Tübingen een weekend vergaderd over
acties tegen de komende conferentie van de G8. Deze zal
van 6-9 juli plaatsvinden op een landelijk gelegen golfcomplex-met-sjiek-hotel
in de buurt van het Schotse Edinburgh.
De bijeenkomst werd (goed) georganiseerd door het Britse
'verzetsnetwerk' Dissent!. Die is al een jaar bezig met
het opzetten van alles en nog wat dat nodig is bij een moderne
topconferentie. De Dissent!-mensen stelden duidelijk dat
Dissent! zelf geen acties en demonstraties organiseert,
en ook geen woordvoerder ergens van is. Ze organiseren alleen
de infrastructuur, zodat anderen acties en dergelijke kunnen
organiseren. Eerst werd er uitvoerig informatie gegeven
over de omstandigheden in Schotland. Politie en media beginnen
langzaam maar zeker dol te draaien bij het idee dat er een
hoop activisten op bezoek zullen komen. De Schotse politie
zou volgens de Dissent!-ers weinig ervaring hebben met grote
manifestaties, maar is doorgaans terughoudend in het gebruik
van traangas. Daar staat tegenover dat ze wellicht sneller
schieten en graag met paarden op mensenmenigtes inrijden.
Tekenend is dat ze besloten hebben waterkanonnen te lenen
van België. De wetgeving verschilt nogal met die in
het zuiden van het eiland, maar er wordt ook rekening gehouden
met de uitvaardiging van noodwetten tijdens de top-dagen
waardoor allerlei burgerrechten buiten spel gezet kunnen
worden.
Op de zaterdag voorafgaande aan de G8-top (2 juli) wordt
er een grote demonstratie gehouden ('Make poverty History')
[1] in nabijgelegen Edinburgh. Die wordt georganiseerd door
een koepel van tamelijk gematigde ontwikkelingsorganisaties
die verklaard zouden hebben zich niet tégen de G8
op te stellen, maar hen te willen aanmoedigen om goede maatregelen
voor de wereld te nemen. Hoe dan ook, er wordt al gesproken
van de verwachting dat er meer dan 100.000 mensen aan deel
zullen nemen. Radicalere actievoerders zullen ook aan de
demonstratie deelnemen, onder meer achter de alternatieve
leus 'Make Capitalism History'.
Er is nog een ander initiatief dat probeert de aandacht
op te eisen, G8 Alternatives [2]. Dat is de zoveelste mantelorganisatie
van de 'dogmarxistische' SWP, die voornamelijk uitblinkt
in het net-doen-alsof ze hevig actievoeren en waar alleen
nog andere organisaties mee samenwerken als ze zich verschuilen
achter een vaag platform.
Bij het Dissent!-netwerk wordt ondertussen hard gewerkt
aan allerlei zaken die nodig zijn voor acties tijdens die
dagen (arrestantenhulp, vergadercentra, mediastructuur,
eten, onderdak, you name it). Een speciale info-groep (Trapese)
heeft al op meer dan 50 plekken een 'G8-show' gehouden om
te informeren over de G8 en de redenen voor verzet daartegen.
Ze hebben ook een mooie cd-rom gemaakt vol informatie en
filmpjes [3].
Johnny Walker
Gleneagles, het hotel waar de conferentie gehouden wordt,
ligt in landelijk gebied, tientallen kilometers van de steden
Edinburgh en Glasgow. Eigenaar van het hotel is de drankenmultinational
Diageo (met merken als Johnny Walker en Baileys ed.). In
de buurt wonen voornamelijk miljonairs en grote schapenboeren.
Het zal niet eenvoudig worden om in de buurt van het hotel
te komen. Maar ook daar wordt aan gewerkt. Zo werd er in
Tübingen verteld over de traditie van 'hillwalking',
door de heuvels wandelen, en zullen er routes uitgezet worden
door de Ochil Hills die grenzen aan het golfoord.
Op de internationale bijeenkomst werd besloten tot het
houden van uiteenlopende acties.
Een van de acties die georganiseerd worden in de dagen voorafgaand
aan de top is een (strikt geweldloze) blokkade van atoomduikbootbasis
Faslane (maandag 4 juli) [4]. Op de eerste dag van de top,
woensdag 6 juli zullen "de toegangswegen naar het Gleneagles-hotel
geblokkeerd worden".
8 Juli is uitgeroepen tot internationale actiedag rondom
klimaatverandering (een van de onderwerpen van de top) en
ook een nabijgelegen illegalenbajes zal object van actie
worden. Daarnaast roept de People's Golfing Association
[5] op om op 7 juli massaal te gaan volksgolfen, waarbij
ze waarschijnlijk steun zullen krijgen van het leger van
CIRCA [6]. Verder zijn er groepen die per fiets komen [7],
hebben feministen hun eigen organisatie [8] en is er ook
een initiatief om banden aan te knopen met lokale bewoners
en samen met hen de buurt op te knappen [9]. Voor elke hobby
is er ondertussen bij dissent! een werkgroep opgericht waar
je je bij aan kunt sluiten, of dat nu arrestantenhulp is,
koken, mediawerk of blokkeren (zie de dissent! website voor
meer informatie [10])
In Nederland en België beginnen ondertussen ook voorbereidingen
om aan te sluiten bij het netwerk.
Op 31 maart zal een openbare vergadering voor Nederlandse
activisten gehouden worden (20 uur, boven ACU, Utrecht),
en de eerste informatiebijeenkomsten zijn er op 11 april
(ACU, Utrecht), 16 april (Vrankrijk, Amsterdam) en 17 april
(Klinker, Nijmegen). Er is een emaillijst voor mensen die
op de hoogte willen blijven [11]. Voor contact met de voorbereidingsgroep:
infog8@squat.net Binnenkort gaat er ook een speciale website
in de lucht.
In België is ook reeds vergaderd en zijn info-bijeenkomsten
in de maak. 19 Maart om 19 uur te Gent: Algemene open vergadering
op de Alternatieve boekenbeurs [12]. 8-10 April te Antwerpen:
"Days of Dissent", Actie- en voorbereidingsweekend
[13].
Zie ook de indymedia-websites voor aankondigingen.
Oproepje:
Geld: Dissent! staat voor hoge kosten en heeft gevraagd
om vanuit het buitenland donaties te sturen. Ook de lokale
voorbereidingen zullen geld kosten. Vandaar de oproep om
geld te produceren voor het g8-verzet. Denk aan het organiseren
van een benefiet, verkoop, inzameling, etc. Je kunt het
resultaat naar XminY Solidariteitsfonds sturen (giro 609060
ovv. Bijdrage G8), dan wordt ervoor gezorgd dat de helft
naar Dissent! doorgestuurd wordt, en de andere helft voor
het lokale Nederlands/Belgische netwerk ter beschikking
komt. Heb je hulp nodig bij het organiseren van een en ander,
mail dan naar: infog8@squat.net
Noten:
[1] http://www.makepovertyhistory.org/
[2] http://www.g8alternatives.org.uk/
[3] Een kopie van de anti-G8 cd-rom van Trapese kun je opvragen
bij XminY in Amsterdam (http://www.xminy.nl, email: kh@xminy.nl)
[4] http://www.faslaneg8.com/
[5] http://www.tao.ca/~wrench/dist/g8/pga.html
[6] http://www.clownarmy.org/
[7] http://www.g8bikeride.org.uk/
[8] http://g8feministaction.frockon.org/
[9] http://reshape.org.uk/
[10] http://www.dissent.org.uk
[11] http://lists.direkte-aktie.net/mailman/listinfo/g8
[12] http://www.aboekenbeurs.be
[13] Contact stopg8@gmail.com of http:// www.stopg8.be (nog
onder constructie). Inschrijven op de lijst: stopdeg8-subscribe@lists.riseup.net
Zie voor een ruim overzicht van links
naar allerlei andere initiatieven rond de G8-top: http://www.indymedia.org.uk/en/2005/03/306409.html
Een vertaling van het verslag van de internationale conferentie:
http://www.devrije.nl/archives/00000168.htm
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) G8 Werkgelegenheidsministers: zoek een echte baan!
(door Rob Bleijerveld)
Onder deze titel werd onlangs in het Verenigd Koninkrijk
opgeroepen om te protesteren tijdens een bijeenkomst van
de ministers voor werkgelegenheid van de G8 die op 10 en
11 maart bijeenkwamen in London.
Hieronder een ingekorte vertaling van de oproep:
In de aanloop naar de G8-top in juli 2005 in Schotland
komen de ministers voor werkgelegenheid op 10 en 11 maart
in London bijeen voor een 'mini-top'. Ze zullen daar beslissingen
nemen die ons leven beïnvloeden, zoals waar, hoe en
onder welke omstandigheden we werken, wat er gebeurt indien
we niet werken, en wat ons wacht zodra we met pensioen gaan.
Ze hebben hun eigen vreemde taal om te beschrijven wat
ze van plan zijn op te leggen. Ze hebben het over 'hulp',
'inclusiviteit' en 'actief ouder worden', maar doelen eigenlijk
op de verplichting voor steeds meer mensen om te werken
onder slechte omstandigheden, en op het snijden in pensioenen
en uitkeringen. Ze praten over 'flexibiliteit' of 'het inzetten
van menselijk potentieel' en bedoelen: het uitbuiten van
'menselijk kapitaal'. En 'verwijderen van barrières'?
Dat betekent invoering van tijdelijk en onregelmatig werk,
en het ongedaan maken van zekerheden en verbeteringen die
de werknemers verkregen na jaren van strijd.
We gaan de straat op omdat we weigeren te dienen als 'menselijk
kapitaal', ruw materiaal dat gekneed en gevormd wordt ten
behoeve van het maken van winst. We laten ons niet verplichten
tot het uitvoeren van nutteloze, zware arbeid die niet voorziet
in sociale behoeften. Verplichte werkprogramma's als voorwaarde
voor het krijgen van een uitkering zijn bedoeld om te disciplineren
en te beheersen. En wanneer mensen verplicht worden te werken,
gaan de lonen omlaag en vermindert de macht van de werknemers.
Ondertussen krijgen steeds meer migranten en vluchtelingen
die langs de grenspolitie weten binnen te komen, te maken
met opsluiting, onthouding van voorzieningen en uitbuiting
als goedkope arbeidskracht. Ze worden tot zondebok gemaakt
en geïsoleerd als "onechte asielzoekers",
terwijl het de bazen en de machtigen zijn die profiteren
van de algemeen verminderde bestaanszekerheid, betaling
en veiligheid, en van de aanvallen door de staat tegen de
werklozen.
In 1998 richtte de G8-bijeenkomsten in het Verenigd Koninkrijk
zich op 'employabiliteit' en economische herstructurering.
Nu zien we in heel Europa en daarbuiten de bezuinigingen
in de sociale sector, de privatisering, de 'flexploitatie'
en de programma's voor verplicht werk. Wat hebben ze nu
weer in petto voor ons? Laten we hun plannen onwerkbaar
maken!
Hierna volgt een sarcastisch stukje proza over de opzet
van een tewerkstellingsprogramma voor mensen die overleden
zijn. Bijbehorend is de speciale en luguber aandoende website
"New Deal for the Dead - Part of the Department for
Hard Work and Slave Labour" (http://www.nodeal.org.uk/).
Ondertitel: Government website explains how New Deal will
'enable the dead to earn a living.'
De tekst ingekort weergegeven:
"In navolging van de succesvolle New Deal-programma's
sinds 1997 om partners, alleenstaande ouders, gehandicapten,
50-plussers 'aan het werk te helpen', zal dit programma
nagaan of in deze groep die tot nu toe buiten beschouwing
bleef nog arbeidpotentieel aanwezig is... Daartoe zal een
pilotgebied aangewezen worden - het ZOMBIE ('Zone Of Mortality
Bringing Inclusive Employment') - voor degenen die korter
dan 6 maanden geleden heen gingen, met een mogelijke uitloop
naar diegenen die al langer dood zijn. Voor degenen die
in aanmerking komen, zal een sollicitatie-procedure opgezet
worden, een 13-wekelijkse Intensieve Animatie Period (IAP)
en ze krijgen een gegarandeerde arbeidsplaats. Werkgevers
ontvangen een subsidie van 70 pounds per week, en krijgen
de beschikking over personeel met een gedegen vooropleiding
en werkdiscipline.
"Dood zijn is geen excuus voor niet werken". Zij
die niet in willen gaan op ons aanbod zullen te maken krijgen
met het sanktie- en strafregime dat andere New Deal-programma's
maakten tot een effectief instrument voor het wijzigen van
het werkgelegenheidsbeleid."
Bron:
http://www.dissent.org.uk/content/view/144/63/
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
I) Hongerig naar macht
Zes redenen om de mondiale voedselbedrijven te reguleren
(door: Chris Peeters)
Mondiale voedselbedrijven zijn te machtig geworden en
ondermijnen het gevecht tegen armoede in ontwikkelingslanden.
Dat concludeert Action Aid in een onlangs uitgebracht rapport
[1]. De organisatie roept op om de wereldwijde voedselbedrijven
opnieuw te reguleren. De actiegroep staat daarin niet alleen;
op vele fronten is het gevecht geopend tegen de macht van
de grote voedselmultinationals.
Multinationale ondernemingen (MNO's) zoals Monsanto, Cargill,
Unilever en Ahold controleren in toenemende mate de voedselketens,
van zaad tot supermarktschap. De 30 grootste voedelwinkelketens
bijv. verkopen wereldwijd 30% van de kruidenierswaren; vijf
bedrijven controleren 90% van de wereldwijde graanhandel,
zes driekwart van de pesticidemarkt [2].
Action Aid geeft 6 redenen om de voedsel-MNO's te
reguleren:
1. MNO's gebruiken en misbruiken hun macht om rijkdom uit
arme gemeenschappen te persen. Ze verhogen de prijs voor
pesticiden en zaden, en verlagen de prijs die ze boeren
betalen. De paar overgebleven bedrijven concurreren vaak
niet eens, maar vormen prijskartels [3].
2. Ze betalen lage prijzen en slepen zo extra winsten binnen.
De historisch gezien lage grondstoffenprijzen geven ze niet
door aan de consumenten.
3. Ze marginaliseren arme boeren en landbouwarbeiders. Vooral
kleine boeren kunnen moeilijk voldoen aan de steeds zwaardere
eisen die opkopers aan producten stellen en worden daardoor
massaal van het platteland verdreven.
4. Ze kunnen niet volledig ter verantwoording worden geroepen
voor hun invloed op mensenrechten en het milieu, omdat ze
vaak niet meer grijpbaar zijn voor nationale wetgeving doordat
ze gebruik maken van de juridische scheiding tussen moeder-
en dochtermaatschappij.
5. De vrijwillige gedragscodes van MNO's zijn niet verplicht,
en onvoldoende.
6. Mensen die het slachtoffer zijn van MNO's krijgen geen
toegang tot de rechtszaal.
MNO's hebben zo een verwoestend effect op arme plattelandsgemeenschappen
en (aangezien daar het grootste deel van de armen van de
wereld leven) op armoedebestrijding. Action Aid ondersteunt
plattelandsgemeenschappen bij hun gevecht tegen de negatieve
invloed van MNO's. De organisatie vindt dat ook regeringen
en internationale instellingen in actie moeten komen om
te voorkomen dat MNO's inbreuk maken op de rechten van armen
en van lokale gemeenschappen. Een evenwichtiger machtsverdeling
moet niet alleen machtsmisbruik tegengaan, maar is ook een
belangrijk middel om een democratischer en rechtvaardiger
voedselsysteem te scheppen en rechtvaardige en duurzame
groei. Action Aid roept regeringen daarom op om:
- de markt voor voedselproducten opnieuw te reguleren met
de ontwikkeling van de armsten als doel. Zorg dat MNO's
hun macht niet kunnen misbruiken, ondersteun producentenorganisaties
en doe wat aan de grondstoffencrisis.
- te zorgen dat MNO's wettelijk aansprakelijk zijn voor
hun invloed op mensenrechten en het milieu.
Actie tegen bedrijvenconcentratie
In dat gevecht tegen bedrijfsconcentraties staat Action
Aid niet alleen.
De FAO constateert in haar laatste rapport dat controle
van de grondstoffenketen door een paar machtige bedrijven
de grondstoffenprijs en het deel van de uiteindelijke prijs
dat aan de directe producent toevalt, verlagen [4].
De International Federation of Agricultural Producers (IFAP)
constateert dat de mondiale dominantie van een paar grote
bedrijven in de landbouwvoedselketen een grote uitdaging
is voor boeren. De organisatie heeft in juni 2004 een actieprogramma
tegen de concentratie in de voedselsector aangenomen [5].
Het Agribusiness Accountability-initiatief [6] bestrijdt
vooral de concentratie in de voedingssector. In januari
2005 is op een expertmeeting besloten een website te maken
waarop gegevens over bedrijvenconcentratie zullen worden
verzameld.
Op een door het IATP in november 2004 georganiseerde conferentie
'Sustaining a future for Agriculture' [7] stelden de deelnemers
vast dat - gegeven de huidige structuur in landbouw- en
voedselmarkten - het belangrijk is om de controle van de
landbouw door bedrijven en de toenemende trend naar marktconcentratie
te bestrijden.
In Nederland strijd het Platform voor een ander Landbouwbeleid
tegen de manier waarop Ahold de boeren uitperst om haar
prijzenoorlog te kunnen volhouden.
Strategie
Er is dus een breed bondgenootschap mogelijk om de concentratie
in de voedselketen te bestrijden. Een groot probleem lijkt
echter een goede strategie. In de strijd om de markt in
de detailhandel lijken slechts een paar grote spelers te
kunnen overwinnen. Alle landen (inclusief de EU) lijken
er op gespitst om 'hun' kampioen te beschermen en geven
dus geen prioriteit aan het bevorderen van de concurrentie
in deze sector. Om hun macht tegenover de supermarkten overeind
te houden (er is een felle concurrentie om 'de plank in
de supermarkt') voelen de andere onderdelen van de voedselbewerkingsketen
zich genoodzaakt ook continu te fuseren. Aan het eind van
de keten staan de vele kleine boerenbedrijfjes, die steeds
machtelozer worden. Een strategie om dat gevecht te voeren
is dus allesbehalve eenvoudig. Een suggestie zou kunnen
zijn om binnen het kader van de WTO een concurrentie-autoriteit
te vestigen. De veronderstelde voordelen van een vrije markt
gelden immers alleen als er voldoende concurrentie bestaat.
En aan die voorwaarde is binnen de agrobusiness allerminst
voldaan!
Noten:
[1] 'Power Hungry; six reasons to regulate global food corporations'
van Action Aid, februari 2005 (http://www.actionaid.org.uk/wps/content/documents/power_hungry.pdf).
Dit artikel is voornamelijk gebaseerd op bovenstaand rapport.
[2] In het rapport staan natuurlijk nog veel meer voorbeelden
van marktconcentratie. Zie ook 'Food inc., Corporate concentration
from farm to consumer', door B. Vorley (2003), London, UK
Food Group. En http://www.etc.org alsmede de in noot 5 genoemde
website.
[3] Van alle recente boetes voor de vorming van prijskartels
betaalden agro-MNO's 85% (noot 1, pag. 27).
[4] 'The state of the agricultural markets' (pag. 34) (http://www.fao.org/documents/show_cdr.asp?url_file=/docrep/007/y5419e/y5419e00.htm).
[5] http://www.ifap.org/news/Brief%20IndustriConcent_Nov04_Eng.pdf
[6] Een netwerk van academici, activisten en voedselexperts
die erkennen dat de bedrijvenconcentratie in de voedselsector
de duurzaamheid van het voedselsysteem bedreigt. Zie http://www.agribusinessaccountability.org
[7] waaraan ondermeer deelnamen Action Aid, Focus on the
Global South, FOE International, OXFAM en Via Campesina
(http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refid=46613)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
J) Poppen aan het dansen
(door Kees Hudig)
Het zal de lente wel zijn, maar ineens rennen allerlei
hoge pieten vrolijk door de wei op weg naar nieuwe posten.
Krijgt WTO.ZIP nu eindelijk een roddelrubriek?
Nieuwe wolven
Begin maart maakte de Financial Times bekend dat Paul
Wolfowitz, een van de grootste havikken in het kabinet
van Bush (hij is staatssecretaris van oorlog en volgens
sommige waarnemers persoonlijk verantwoordelijk voor de
aanval op Irak), ogen zou hebben voor de post van president
van de Wereldbank. James Wolfensohn, de huidge president,
stapt immers in mei op als zijn tweede ambtsperiode van
vijf jaar ten einde loopt. Hij is onder Clinton aangesteld,
had te kennen gegeven dat hij wel verder wilde, maar de
regering Bush wil kennelijk alle hens aan dek. De traditie
(!) wil dat de Amerikanen mogen beslissen wie er hoofd van
de Wereldbank wordt, en de Europeanen wie het IMF aanvoert.
Lange tijd leek het erop dat de post naar Robert Zoellick
zou gaan, bekend als de betonnen toponderhandelaar van de
VS bij internationale handelsbesprekingen. Maar klaarblijkelijk
hebben ze toch bedacht dat het nog harder moet. In de International
Herald Tribune (van 2 maart 2005) stond een overzicht van
de geheime lijst met overige kandidaten: Randall Tobias
(leider van het AIDS-bestrijdingsprogramma van de Amerikaanse
regering en daarvoor topmanager van AT&T en Eli Lilly),
John Taylor (topambtenaar op ministerie van Financien) en
de enige vrouw, Carly Fiorina (topmanager bij Hewlett-Packard).
Onze kandidaat blijft Reverend Billy [1].
Zo'n beetje alle media namen het bericht van de mogelijke
kandidatuur van Wolfowitz over, waarna de Amerikaanse regering
officieel ontkende dat de transfer in het spel zou zijn.
Maar dat gelooft niemand. De lancering eerst als proefballon
laten uitlekken om te kijken hoe de reacties zijn, is een
bekende tactiek bij omstreden benoemingen. De Amerikaanse
minister van Financiën John Snow verklaarde ook nog
pseudo grappig dat de ouwe rockster en MTV-miljonair Bono
een goeie kandidaat zou zijn, waarna de lobbyorganisatie
van Bono, DATA, ook nog ging ontkennen dat hij kandidaat
zou zijn.
Net (16 maart) werd bekend dat Bush besloten heeft inderdaad
Wolfowitz voor te dragen als kandidaat voor het presidentschap
van de wereldbank. Hij noemt hem een "bevlogen, eerlijke
vent" (BBC)[3]. Doorgaans wordt de kandidaat die de
VS naar voren schuift voor de Wereldbank niets in de weg
gelegd. Officieel moet de benoeming bekrachtigd worden door
de uitvoerende raad (executive board). Theoretisch is er
een kans dat de EU z'n veto uitspreekt (zoals de VS dat
deed tegen Caio Koch-Weser toen die in 2000 door de EU voor
de leiding van het IMF voorgesteld werd).
De BBC merkt op dat het de tweede keer in korte tijd is
dat de VS een havik benoemt op een internationale post.
Eerder deze maand werd staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken John Bolton benoemd tot de Amerikaanse ambassadeur
bij de VN, een instelling waar hij zich als staatssecretaris
vaak schamper over uitliet. De wereldbank heeft officieel
het doel om ontwikkelingsprojecten te financieren.
Met zo'n havik aan het hoofd zou de koers verder naar rechts
kunnen schuiven, en een politisering van de projecten met
zich meebrengen. (loop je op onze muziek, krijg je geld,
en dat vooral voor projecten die je in goed overleg met
multinationals uitvoert...)
Supachai schuift door
De hoogste man van de wereldhandelsorganisatie WTO, de
Thai Supachai Panitchpakdi, is door VN-hoofd Kofi Annan
genomineerd om hoofd van de UNCTAD te worden, de VN-afdeling
voor handel en ontwikkeling, die weer in gewicht toeneemt.
Supachai's baantje bij de WTO eindigt eind augustus en de
nieuwe UNCTAD-chef moet 1 september aan de slag, dus dat
past precies. Moeilijker zal het zijn om ineens over te
schakelen op "development-friendly integration of developing
countries into the world economy" (de taakomschrijving
van de UNCTAD).
Hoog op de lijst van mogelijke opvolgers van Supachai bij
de WTO staat weer de naam van ... Pascal Lamy. Op
de WTO-website staat zijn sollicitatie-brief [3]. Lamy,
collega en vriend van bovengenoemde Zoellick, was tot voor
kort Europees commissarris voor handel en een van de hoofdverantwoordelijken
voor de neoliberale koers van de EU bij de WTO-onderhandelingen.
Bolkestein neemt een sabattical om eindelijk eens
al die Olie B. Bommels te gaan lezen die hem altijd zo inspireerden.
Ad Melkert, om onduidelijke redenen ooit tot bewindvoerder
bij de Wereldbank benoemd, staat op het lijstje voor de
post van hoofd van het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP. Premier
Balkenende heeft het officieel voor hem opgenomen met de
glunderende woorden "het altijd goed is als Nederland
meedoet. Nederland wordt gezien als een betrouwbare partner,
we draaien actief mee. Melkert doet het uitstekend bij de
Wereldbank, we gaan nu afwachten hoe de procedure verder
verloopt' [4].
Andere kandidaten zijn de Noorse minister van Ontwikkelingssamenwerking
Hilde Frafjord Johnson en de Britse Valerie Amos, de eerste
zwarte leider in het Britse Hogerhuis.
Noten:
[1] Zie: http://www.revbilly.com/
[2] http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/4354839.stm
[3] http://www.wto.org/english/thewto_e/dg_e/stat_lamy_e.htm
[4] Planet.nl 11 maart 2005 (http://www.planet.nl/planet/show/id=62967/contentid=558169/sc=f8473a).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
K)'Toekomst van de WTO' - een controversieel rapport
(ingekort/vertaald door Rob Bleijerveld)
Op 17 januari bracht de Wereldhandelsorganisatie een
rapport uit onder de titel "The Future of the WTO"
dat verschillende institutionele kwesties behandelt en aanbevelingen
doet voor hervormingen ten aanzien van funktioneren en besluitvorming
van de WTO. Hieronder een ingekorte vertaling van een beschouwing
door Martin Khor van het Third World Network [1]. Hij becommentarieerde
een beperkt aantal voorstellen uit het lijvige rapport.
Op verzoek van WTO directeur-generaal Supachai Panitchpakdi
stelde een Consultative Board onder leiding van Peter Sutherland
dit 86 pagina lange rapport samen. Naast Sutherland, voormalig
topman van GATT en WTO, en nu CEO bij Goldman Sachs International
en British Petroleum, werkten 7 andere handelsexperts aan
het rapport.
Het rapport behandelt de rol van de WTO bij de globalisering,
en gaat in op de vele punten van externekritiek. In afzonderlijke
hoofdstukken beschouwt het preferentiële handelsverdragen
(PTA's), samenhang tussen WTO en andere instituties, relaties
met civil society, geschillenbeslechtingssysteem, besluitvormingsproces,
en rol van directeur-generaal en secretariaat.
Controversieel
Van veel van de voorstellen kan verwacht worden dat ze
controverses zullen oproepen, zeker díe voorstellen
die al eerder ter tafel kwamen en door anderen werden afgewezen.
Controversiële maatregelen op het gebied van besluitvormingsproces:
- plurilaterale benadering van voorgestelde nieuwe akkoorden
waarvoor consensus onder de lidstaten ontbreekt;
- de instelling van een "raadgevende groep" bestaande
uit ongeveer 30 ministers (waarvan enkele een vaste plaats
hebben); en
- vergrote mandaten voor directeur-generaal en secretariaat
zodat ze een pro-actieve, en zelfs leidende rol kunnen spelen
in onderhandelingen.
Consensus
Het rapport gaat uitgebreid in op het consensus-principe
in de WTO en meldt dat consensusbesluiten weliswaar meer
legitiem zijn dan meerderheidsbesluiten, maar dat de wil
van de meerderheid geblokkeerd kan worden door een enkele
staat. Het consensus-principe wordt weliswaar niet verworpen,
maar over de toepassing ervan doet Sutherland cs. twee aanbevelingen:
- een studie moet inzichtelijk maken hoe te onderscheiden
tussen diverse soorten van beslissingen en te bepalen waarvoor
consensus wel/niet bruikbaar is;
- de Algemene Raad moet verklaren dat een lidstaat die een
maatregel wil blokkeren welke op veel steun kan rekenen,
alleen een consensus-besluit tegen kan houden indien hij
schriftelijk (met redenen omkleedt) aangeeft dat de zaak
in kwestie van vitaal nationaal belang is.
Variable verplichtingen
Het rapport oppert de mogelijkheid van "variabele
geometrie" in WTO-verplichtingen: lidstaten mogen besluiten
tot het aangaan van meer of minder (ambitieuze) verplichtingen.
Deze verkapte plurilaterale aanpak moet het mogelijk maken
dat "sets of WTO members" meer ambitieuze verplichtingen
nastreven, terwijl de andere lidstaten zich tijdens de onderhandelingen
kunnen terugtrekken ("opt-out"). In een later
stadium kan een lidstaat (weer) meedoen ("opt-in")
maar moet zich dan neerleggen dat wat inmiddels is vastgesteld.
Deze gecompliceerde "opt-in"/"opt-out"-aanpak
stelde de EU voor in 2001 (Doha-top) en 2003 (Cancún-top;
Singapore Issues). Dat riep echter veel weerstand op.
Het rapport erkent dat deze benadering klasseverschillen
tussen lidstaten kan veroorzaken, maar gaat uit van een
positieve werking in bepaalde gevallen: het kan de machtigste
lidstaten afhouden van het verkiezen van regionale en bilaterale
verdragen boven die van de WTO.
Bij de ontwikkeling van nieuwe disciplines zou de GATS-benadering
(elke lidstaat besluit over het eigen tempo van marktopening
en nationale behandeling) een alternatief voor het plurilaterale
model kunnen zijn. De EU droeg dit systeem aan in een poging
om "Investeringen" geaccepteerd te krijgen; ook
hiertegen was het verzet hevig en aanhoudend.
Andere aanbevelingen:
- Vast recht op technische assistentie en deskundigheidsbevordering
voor Minst Ontwikkelde Landen met betrekking tot nieuwe
WTO-akkoorden.
- Jaarlijkse ministersbijeenkomst en halfjaarlijks schriftelijk
verslag door WTO aan ministers over belangrijkste ontwikkelingen.
Een ministerstop elke vijf jaar.
- Meer frequentere aanwezigheid van 'senior'-handelsdeskundigen
in Genève. En elke drie of zes maanden een speciale
Algemene Raadsbijeenkomst voor hen.
- Een raadgevend orgaan met ministers en/of senior-handelsdeskundigen
voor de politieke begeleiding van de onderhandelaars en
ter vervanging van de "vaak inefficiente" mini-ministerials.
Om effectief te zijn moet deze raad worden voorgezeten door
de directeur-generaal en een "beperkt lidmaatschap"
(maximaal 30) hebben. Een deel van de 30 zetels heeft een
permanente bezetting (de machtigste lidstaten), de rest
kan roteren (te verdelen naar geografische gebieden of regionale
handelsverdragen).
Relatie lidstaten en secretariaat
Betreurd wordt dat de rol van het secretariaat door het
"lidstaat-gedreven" karakter verkleind is, en
dat de capaciteit van het secretariaat om "creatieve
voorstellen in te brengen in het onderhandelingsproce"
minder gewaardeerd wordt dan voorheen. In diverse secties
van het rapport worden voorstellen gedaan om de funkties
van het secretariaat te verbeteren. Hoewel er erkend wordt
dat er "veel kritiek" geuit is op de leiding van
de ministerstoppen (proces en organisatie) zijn er geen
voorstellen voor een andere manier van leidinggeven. Zo
worden de exclusieve "Green Room"-bijeenkomsten
niet afgeschaft, maar juist versterkt door ze te formaliseren
(met een sausje van 'regionale vertegenwoordiging' als legitimiteit).
De "Facilitators" worden in het voorstel niet
aangewezen door de lidstaten, maar zoals nu door de WTO-leiding.
D.-G. en conferentievoorzitter "should not become part
of a further bargaining process." (...) maar het secretariaat
krijgt wel een leidende rol bij de ministerails toebedeeld.
D.-G. en secretariaat moeten "at the centre of negotiations"
staan gedurende de ministerials en daar voorstellen doen
die bijdragen aan het bereiken van consensus".
Dit zal tenminste door sommige lidstaten als controversieel
worden opgevat. De ervaring leert immers dat de secretariaats-staf
een cruciale rol speelde bij ministerstoppen, zowel formeel
als informeel (en achter de schermen). En het rapport stelt
voor dat die funkties erkend, gelegitimeerd en versterkt
worden.
Vergroting mandaat WTO-leiding
Mandaat en rol van de D.-G. moeten vergroot worden en vastgelegd
door de Algemene Raad. "Als de lidstaten niet bereid
zijn om de principes die ze onderschreven te verdedigen
en te bevorderen, dan moet het secretariaat vrij zijn dat
te doen". Het secretariaat is in die visie zelfs "de
bewaker van de akkoorden die de WTO-wet omvat." Debat
hierover kan niet uitblijven (gezien de WTO-geschiedenis).
Het secretiaat mag verondersteld worden politieke analyses
te leveren aan lidstaten. Voordracht van kandidaten voor
het voorzitterschap van de WTO op basis van regionale volgorde
of rotatie tussen arme en rijke staten moet vermeden worden.
Spaghetti
In een hoofdstuk over "de erosie van non-discriminatie"
waarschuwt het rapport dat het "most-favoured nation"
(MFN) principe niet langer de rgel lijkt te zijn, door een
de 'spaghetti kom' van douane unies, gemeenschappelijke
markten, regionale en bilaterale vrijhandelsverdragen en
voorkeursverdragen. Waar aan de ene kant verdragen als de
EU en NAFTA een stimulans zijn voor het multilaterale systeem
(...) zijn de voorkeurs-handelsverdragen (PTA's) dat juist
niet. Het zijn eerder struikelblokken dan bouwstenen, onder
meer omdat door de opname van niethandelsdoelen, zoals beschermingsclausules
voor IPR's, arbeid en milieu, en beperkingen op het gebruik
van "capital controls." De opstellers van het
rapport vrezen dat deze zaken via een zijdeur de WTO "binnenkomen."
S&DT
Ook controversieel is de analyse van een voorstellen voor
Speciale & Gedifferentieerde Behandeling". Het
stelt vragen bij twee aannames over S&DT (die verdere
studie behoeven):
1. handelsliberalisatie is ongeschikt ('not valid') voor
arme staten, en daarmee zijn eisen tot wederkerige handelsconcessies
niet op hun plaats. Volgens het rapport tonen empirische
studies aan dat naar-binnengericht beleid schade berokkent
aan 'ontwikkelingslanden' en dat bescherming hun exportprestaties
ondermijnt.
2. wederkerige concessies van 'ontwikkelingslanden' zijn
niet de moeite waard omdat hun markten onbetekenend zijn.
De rapporteurs zeggen dat veel 'ontwikkelingslanden' niet
voldoen aan dit beeld, vandaar de eis tot 'graduering'.
Voorkeursregelingen
Sutherland cs. zetten de nadelen van voorkeurs-markttoegang
op een rijtje en gaan er van uit dat het spaghetti-komprobleem
op de lange termijn opgelost zal worden door het terugbrengen
van de MFN-tarieven naar nul (omdat dan ook de preferenties
dan verdwijnen).
Een remedie tegen de discriminerende voorkeursregelingen
is het op indirekte wijze verlagen van MFN-tarieven en niet-tariefbepaalde
maatregelen in multilaterale onderhandelingen. Of door de
werking van GATT Artikel XXIV nader toe te spitsen en de
voorzieningen beter te beheren.
Relatie WTO en Civil Society
Hierover worden geen nieuwe voorstellen gedaan. Het zijn
met name de lidstaten die - op nationaal niveau - in diskussie
moeten (kunnen) gaan met maatschappelijke organisaties over
handelskwesties. De lidstaten zouden daarnaast duidelijke
doelen moeten vaststellen voor de relaties van het WTO secretariaat
met civil society.
In het rapport staan ook diverse voorstellen over
geschillenbeslechting.
Op 24 januari hadden de lidstaten de mogelijkheid in
een speciale bijeenkomst te reageren op het rapport.
Noot:
[1] "'Future of WTO' report has many controversial
proposals", Khor, TWN Info Service on WTO Issues (Jan05/2)
van 20 januari 2005 (http://www.twnside.org.sg/title2/twninfo179.htm).
Een eerdere versie van dit artikel is op 18 januari gepubliceerd
in de South-North Development Monitor (SUNS).
Om verder te lezen:
- Het rapport 'Future of the WTO' is te vinden op:
http://www.wto.org/english/thewto_e/10anniv_e/10anniv_e.htm
- "'Wise Men' Seek Shake Up at WTO", Reuters,
17 januari 2005 (http://www.tradeobservatory.org/index.cfm?RefID=37864).
- "The Sutherland Report: a call for change?",
door Carin Smaller, TIP/IATP (Geneva Update) 19 Januari
2005 (http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refid=46549).
- "Rapport hekelt gebrek politieke betrokkenheid bij
WTO", Financieele Dagblad, 18 januari 2005
- "Supachai's Consultative Board: non-discrimination
in trouble", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest
Vol 9, Nr 1 van 19 januari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-01-19/story1.htm).
- "Members, Civil Society react tot proposals for WTO
reform", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest
Vol 9, Nr 2 van 26 januari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-01-26/story3.htm)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
L) Davos: de eerste mini-ministerial van 2005
WTO-voorzitter roept op tot grotere politieke inzet van
lidstaten
(door Rob Bleijerveld)
Met nog krap 11 maanden te gaan tot aan de 6e Ministerstop
blijkt Hong Kong niet het eindpunt te zijn van de Doha Ronde.
WTO-voorzitter maakt zich zorgen over de voorbereidingen
van de top en roept eind januari in Davos op tot een grotere
inzet van alle lidstaten.
Eind januari werd tijdens de jaarvergadering van het World
Economic Forum (WEF) in Davos een bijeenkomst gehouden over
de toekomst van de WTO, met als titel 'Is the WTO's Tenth
Birthday Worth Celebrating?'. In het panel zat ondermeer
WTO-voorzitter Supachai Panitchpakdi die aangaf niet optimisch
te zijn over de voortgang van de Doha Ronde en zich op alle
fronten zorgen zei te maken. "Er is wel werk verzet,
maar niet genoeg om te garanderen dat Hongkong de laatste
stap zal zijn om de Doha Ronde in 2006 te kunnen beëindigen",
aldus de Directeur-Generaal. Hij riep de 148 WTO-lidstaten
op om voort te maken met de voorbereidende onderhandelingen
voor de Hong Kong-top, die plaats zal vinden van 13 tot
en met 18 december 2005.
Na de laatste WTO-ministerstop in Cancún is op aandringen
van met name de OESO-lidstaten in juli 2004 een nieuw WTO-raamwerk
ontworpen om Hong Kong in elk geval tot succes te maken.
De doelstelling om - na deze zogenaamde July Package Agreement
van Genève - voldoende vooruitgang te maken op technisch
gebied is echter niet gehaald. Er was in januari nog te
weinig overeenstemming over te hanteren cijfers en uitgangspunten
zoals die voor tariefreductie en subsidies. Ook waren er
nog geen sluitdata voor het invullen van principeafspraken.
Volgens Supachai is het noodzakelijk dat de ministers voor
de zomer van 2005 voldoende technische vooruitgang boeken
om een politiek akkoord in december mogelijk te maken.
Davos Minitop
In de marge van het WEF werden diverse bijeenkomsten georganiseerd
waar WTO-lidstaten de stand van zaken van de Doha-onderhandelingen
opmaakten en over de voorbereidingen en doelen voor de WTO-top
in december diskussieerden. Dit gebeurde op basis van kleine
sessies (rondom de meest invloedrijke lidstaten) en een
'mini-ministerial' op 29 januari waaraan handelsministers
uit ongeveer 30 lidstaten op uitnodiding deelnamen.
'First Approximation'
In Davos waren het met name de meest invloedrijke lidstaten
die aandrongen om op 5 sleutelgebieden "concrete vooruitgang"
te boeken. Dat zijn: modaliteiten (= uitgangspunten, randvoorwaarden)
voor Landbouw (AG); een formule voor tariefreductie voor
industriële- en consumptiegoederen (NAMA); aanbod voor
marktopening voor diensten (GATS); vooruitgang in handelsfacilitatie
(TF); en versterking van WTO-regels (RL) zoals 'anti-dumping
disciplines'.
Volgens voorzitter Zwitserland was er ook overeenstemming
over een "fatsoenlijke weerslag van de ontwikkelingsdimensie"
in de onderhandelingen [*].
Men ziet de noodzaak tot een grotere ministeriële
betrokkenheid in 2005. De besprekingen moeten vanuit de
"verduidelijkingsfase" omgezet worden in "werkelijke
onderhandelingen" op elk gebied. De resultaten daarvan
zouden voor het zomerreces van augustus door 'senior'-onderhandelaars
in het WTO-hoofdkwartier te Genève vervat moeten
worden in conceptteksten. De daarin opgenomen verschillende
standpunten worden vervolgens door de onderhandelaars "versmald"
tot de zogenaamde 'First Approximation'. Het geheel wordt
daarna teruggebracht tot een "beperkt aantal belangrijke
politieke issues" die de basis moet leggen voor overeenstemming
tijdens de WTO-ministerstop in Hong Kong en die het afsluiten
van de Doha Ronde voor eind 2006 mogelijk moet maken.
Voorafgaand aan het WEF was al bekend geworden dat een
aantal lidstaten aanboden om in 2005 een mini-top te faciliteren.
Geagendeerd werden mini-toppen in Mombasa, Kenia (2, 3 en
4 maart), in Parijs (3 en 4 mei, tijdens de OECD-jaarbijeenkomst)
en in China en in Korea (dit najaar?).
Doha Ronde loopt uit...
Op 14 februari bevestigde het Trade Negotiations Committee,
dat toeziet op het werk van de verschillende WTO-raden en
committee's, de besluiten die genomen zijn in de beperkte
setting van Davos. De meningen van lidstaten verschillen
echter over status en opzet van de 'First Approximation'
van juli 2005. Zelfs een ingelaste bijeenkomst op 12 februari,
waar 13 invloedrijke lidstaten op uitnodiging van de VS
verder diskussieerden over Landbouw, NAMA en GATS, leidde
niet tot meer onderlinge overeenkomst.
Directeur-Generaal Supachai Panitchpakdi zei dat de lidstaten
het eens zijn dat er een "substantiële doorbraak"
nodig is tijdens de ministersconferentie in Hong Kong. Dat
is een voorwaarde om de Doha Ronde ergens in 2006 te kunnen
afsluiten. Een "substantiële doorbraak" is
een overeenkomst over onderhandelingsmodaliteiten voor de
NAMA- en Landbouwbesprekingen, een "kritische massa"
van aanbod voor dienstenliberalisering, en aanzienlijke
vooruitgang op andere onderhandelingsgebieden, zoals de
hervorming van antidumping en tegenwaarde (countervailing)
disciplines.
De 'senior' handelsdiplomaten van de lidstaten en de WTO-officials
benadrukten op 14 februari dat er politieke wil nodig is
om de Doha Ronde tot een eind te brengen. Voor de Amerikaanse
regering dringt de tijd, omdat het 'blanco mandaat' (de
Trade Promotion Authority) van Bush op 1 juni 2007 definitief
afloopt. Daarna krijgt het Amerikaanse Congress meer invloed
in de vaststelling van hoofdlijnen en details van internationale
handelsakkoorden waar de VS bij betrokken is.
Noot:
[*] Voor meer gedetailleerde info over de verschillende
akkoorden, zie de "Doha Briefings" van de ICTSD
van december 2004 (http://www.ictsd.org/pubs/dohabriefings/index.htm).
Binnenkort zal daarvan een update verschijnen.
Bronnen:
- "Dagboeknotities van een wereldforumganger,"
door Heiko Jessayan, Het Financieele Dagblad van 29 januari
2005.
- "WTO-topman bezorgd over succes Doharonde,"
Het Financieele Dagblad van 28 januari 2005.
- "Four WTO mini-ministerials planned for 2005,"
door ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest vol 9, nr
2, van 26 januari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-01-26/WTOinbrief.htm).
- "Key members agree to step up pace of WTO negotiations",
ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest vol 9, nr 3 van
2 februari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-02-02/story2.htm).
- "WTO members aim for july 'Approximations,' Hong
Kong deal", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest
vol 9, nr 5 van 16 februari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-02-16/story2.htm).
- "NAMA, Services expected to top Kenya WTO mini-ministerial
agenda." International Trade Reporter (Vol 22 Nr 8)
van 24 februari 2005
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
M) Maart: mini-ministerial Kenia
Vijf staten bepalen de agenda en voeren de druk op
(door Rob Bleijerveld)
Van 2 tot en met 4 maart vond in Kenia een mini-top
plaats waarbij meer dan 30 delegaties van lidstaten uitgenodigd
waren [1]. Het voorstel voor deze "informele"
top was gedaan tijdens het World Economic Forum dat eind
januari plaatsvond in Davos. Voorzitter Mukisha Kituyi had
een aantal handelsministers uit (met name Afrikaanse) ontwikkelingsstaten
uitgenodigd om het ontwikkelingsaspect van de Doha Ronde
te benadrukken. In zijn inleiding wees hij erop dat de ontwikkelingsstaten
moe worden van alle lege beloften gedaan door rijke staten.
"Het tijdperk van de retoriek is voorbij en we willen
concrete voorstellen die de bestaande onevenwichtigheid
opheffen op wereldhandelsgebied". Toch lijkt het erop
dat de bijeenkomst het meest opleverde voor een paar OESO-staten
en de belangrijkste G20-staten.
De agenda omvatte een aantal 'hot issues' uit de Doha Development
Agenda. De eerste dag bestond uit een bezoek aan een Wildpark.
De tweede dag was bedoeld voor besprekingen over Niet-Agrarische
Markt Toegang en daarna over Landbouw en Ontwikkelingsaspecten.
De laatste dag zouden Diensten, Handelsfacilitatie en Regels
aan de orde komen.
Markttoegang voor industriële en consumptiegoederen
(NAMA)
Het te hanteren tariefreductiesysteem stond centraal in
de diskussie, maar men kwam niet overeenstemming over hoe
zo'n formule eruit moet zien. Grofweg ging het om vijf hoofdelementen:
binding/bandbreedte van de te reduceren tarieven, diepte
en coëfficiënt van de reducties, de mogelijkheid
om bepaalde producten van reductie uit te sluiten, de voorgestelde
implementatieperiode, en het al dan niet handhaven van niet-wederkerige
verplichtingen via preferentieverdragen.
De ministers kwamen wel overeen dat men zich verder zou
richten op de elementen voor een niet-lineaire formule,
met inbegrip van de nodige flexibiliteit. Relevante (nieuwe
of herziene) voorstellen kunnen nog tot half maart ingeleverd
worden om geagendeerd te worden op de eerstvolgende NAMA
Onderhandelings bijeenkomst. Voor juni (en zomogelijk al
bij de afsluiting van de minitop in Parijs van begin mei)
moet er een tariefreductieformule gekozen zijn, aldus de
selecte groep van 33 WTO-lidstaten...
Daarbij riep EU handelscommissaris Mandelson op tot het
instellen van een informele "non-group" [2] om
de NAMA-onderhandelingen te kunnen versnellen...
De druk op arme staten, ook die niet aanwezig waren in
Kenia, om in te stemmen met een ongunstig besluit is erg
groot. Al bij de onderhandelingen voor het July Package
Agreement van 2004 werd er gesuggereerd dat het noodzakelijk
is dat arme staten een concessie doen op dit vlak. Na een
aanvankelijke haperende start na augustus 2004 wordt nu
de vaart er goed ingezet. In december 2004 en januari 2005
maakten de lidstaten hun beginposities en verwachtingen
kenbaar in de NAMA onderhandelingsgroep in Genève
en deze week worden daar vervolgonderhandelingen gehouden
over de tarivering van industriële goederen. Zoals
het zich laat aanzien, zullen de rijke staten aansturen
op het aanvaarden door de WTO-lidstaten van (bijna) 100
% tariefbinding en van een strenge niet-lineaire formule
die leidt tot een algeheel drastische tariefreductie voor
met name arme staten. Ondanks de suggestieve tekst hierover
in de July Package Agreement van 2004 geeft artikel 1 van
bijlage B aan dat "additional negotiations are required
to reach agreement". Volgens handelsexpert Lal Das
geen reden om overhaast in te stemmen met ongunstige of
onduidelijke voorstellen [3].
Diensten
De voorzitter sprak zijn bezorgdheid uit over de trage
voortgang van de dienstenonderhandelingen. Hij riep díe
lidstaten die nog geen eerste aanbod/vraag hebben gedaan
op om dat uiterlijk in mei te doen. De deelnemende lidstaten
stellen zich als doel om een kritische massa van hoogkwalitatief
aanbod te leveren.
Tijdens de besprekingen liep de spanning op over het relatieve
belang van landbouwliberalisering voor de Doha Ronde. Brazilië
en andere ontwikkelingsstaten klaagden erover dat de VS
en de EU een grote nadruk legden op dienstenliberalisering
terwijl ze tot nu toe geen concrete toezeggingen willen
doen over de hervorming van hun landbouwsubsidies. Brazilië,
gesteund door Australië, vond dat pas sprake kan zijn
van liberalisering op het gebied van diensten en NAMA nadat
er afspraken zijn gemaakt over subsidiereductie. De VS en
de EU waren echter van mening dat vooruitgang in landbouw
gelijk op moet gaan met beweging in NAMA en diensten, hun
beider prioriteiten.
Brazilië viel uit tegen de EU en de spanning liep zo
hoog op, dat de voorzitter de bijeenkomst schorste en de
beide ministers geruime tijd apart nam. Volgens de Amerikaans
handelsminister Allgeier werd het conflict later bijgelegd
en werd overeengekomen om op alle drie gebieden stappen
vooruit te zetten. Dat onderonsje betekent de marginalisering
van de belangen van de arme staten.
Landbouw
Aan de zijlijn van de Kenia-top opereerde de zogenaamde
'Non-group of Five' (NG5), bestaande uit Australië,
de VS, India, Brazilië en de EU. Deze NG5 wierp door
de grote invloed van de leden op het Landbouwdossier - en
daarmee op de gehele Doha Agenda - haar schaduw vooruit.
Andere deelnemers aan de Kenia ministerial werden onrustig
[4] aangezien deze groep in juli 2004 in staat was om de
hoofdlijnen te bepalen van de landbouwparagrafen in de raamovereenkomst
van Genève [5].
Eerder die dag was er een conflict uitgebroken tussen de
EU en de andere vier over de zogenaamde Ad Valorem Equivalenten
(AVE's) [6]. In de AVE-kwestie staan grote landbouwexporteurs
tegenover grote landbouwimporteurs [7]. Voorzitter Mukisha
Kituyi voelde zich genoodzaakt om de agenda van de mini-ministerial
hals over kop om te gooien. Het punt 'Landbouw' werd naar
achteren verschoven om een voortijdig mislukken van de topontmoeting
te voorkomen [8].
Toen Landbouw aan de orde kwam op de mini-ministerial waren
AVE's een belangrijk item, in tegenstelling tot het voor
veel arme staten belangrijke knelpunt van de erosie van
voorkeursystemen [9]. De AVE-omzetting is van belang bij
de uiteindelijke keuze van de tariefreductie formule. De
AVE-diskussie - voornamelijk gevoerd door de NG5 en G10
- ging met name over de vraag of dit nú uitgewekt
moet worden, danwel later in maart tijdens de zogenaamde
Landbouwweek [10].
Men kwam overeen om de kwestie te splitsen in een deel dat
gaat over de methode van AVE-omzetting en een deel dat gaat
over mogelijkheid en voorwaarden voor het ongedaan maken
daarvan. In Genève zal het technische voorbereidingswerk
doorgaan om de opties voor omzetting en verificatie verder
uit te werken. En gedurende de 'Landbouwweek' zal een besluit
genomen worden over de methode van AVE-omzetting. De gegevens
die nodig zijn voor de invulling daarvan moeten door alle
lidstaten aangereikt worden in april.
Het besluit over herroepbaarheid van AVE-omzetting, over
plafonds en binding wordt uitgesteld.
Tevens is besloten om voor juli de kaders aan te geven
voor een akkoord over landbouwsubsidies, opdat de ministers
tegen het eind van 2005 "allesomvattende en evenwichtige"
modaliteiten vast kunnen stellen. Wat betreft die subsidies
had de EU al laten weten dat de Unie in Cancún de
bereidheid toonde om die af te bouwen, maar dan alleen indien
andere rijke staten dat ook zouden doen. Toch liet de Landbouwcommissaris,
Fischer Boel, niet na om te benadrukken dat de EU in de
onderhandelingen geen grote wijzigingen zal accepteren in
de criteria voor de zogenaamde Groene en Blauwe box-regelingen.
Eerder is de verdenking al gerezen dat de EU (en de VS)
deze regelingen gebruiken als omweg om toch een deel van
hun landbouwsubsidies in stand te houden.
Katoen
'Katoen' maakt onderdeel uit van het Landbouwakkoord, en
het tegengaan van dumpen van goedkope katoen op de wereldmarkt
is met name van belang voor een aantal zeer arme Afrikaanse
producenten. Tijdens de Kenia-top bevestigde het Orgaan
voor Beroepszaken van de WTO het vonnis in een zaak die
Brazilië aangespannen had tegen subsidies aan Amerikaanse
katoenboeren.
De Braziliaanse handelsminister Amorim noemde dit een "grote
overwinning voor ontwikkelingslanden in het algemeen"
[11]. En zijn Rwandese collega Nshuti zei dat dit vonnis
aan de eisen van Afrikaanse staten meer kracht zou bijzetten
met betrekking tot vaststelling van voorwaarden en sluitdata
voor de stopzetting van katoensubsidiëring door geïndustrialiseerde
staten. Volgens de Amerikaanse minister Allgeier zijn de
VS echter niet van plan om te beginnen met ontmanteling
van het subsidiesysteem. Ze beschouwen het als een uitruilobject
binnen het geheel van de landbouwonderhandelingen... (en
ze kunnen dit doen omdat er vooralsnog geen deadline vastgesteld
is voor de uitvoering van het vonnis). Toch zijn door deze
WTO-uitspraak de eerste scheuren al zichtbaar in de Agrarische
Coalitie die Bush tot nu toe steeds steunde [12].
De ministers kwamen overeen dat het WTO Subcommittee voor
Katoen op korte termijn ontwikkelingssteun moet regelen
voor katoenproducenten en op de lange termijn de handelsaspecten
verder moet uitwerken.
Handelsfacilitatie (TF)
Opgemerkt werd dat er op dit gebied voor juli meer voorstellen
ingediend moeten worden waarin verplichtingen neergelegd
worden voor het leveren van uitgebreide en gerichte technische
assistentie.
Ontwikkeling
De ministers benadrukten de noodzaak om de overgebleven
kwesties inzake Speciale & Gedifferentieerde Behandeling
en Implementatie af te handelen, om het principe van "minder
dan volledige wederkerigheid verder uit te werken, en om
in nieuwe verplichtingen bepalingen op te nemen voor beleidsruimte
voor arme staten.
Volgens Eurocommissaris Mandelson betekent dat het (bijna)
ongewijzigd overnemen van het pakket voorstellen dat vóór
Cancún samengesteld werd (en waar destijds veel kritiek
op was...). Mandelson wijst ook op de "sterke ontwikkelingscomponenten"
in de ingediende voorstellen voor marktopening voor NAMA,
diensten en landbouw. Verder riep hij alle industriestaten
dringend op om voor of tijdens Hong Kong een duidelijke
toezegging te doen voor het verlenen van accijns- en quotavrije
markttoegang voor de 'Minst Ontwikkelde Landen' (MOL's).
Perspectieven voor Doha Ronde?
Na afloop van de top in Mombasa werd (officieel) gesproken
over een positief resultaat, omdat het de Doha-onderhandelingen
versneld zou doen hebben. Volgens de voorzitter leverde
het voldoende politiek momentum en leiderschap op. Men had
díe speerpunten kunnen identificeren die politieke
sturing behoeven om het proces op een technische wijze te
bespoedigen, gericht op het behalen van de doelen van het
Doha Werk Programma.
Andere berichten spreken echter over grote twijfels bij
indviduele ambassadeurs over de perspectieven ten aanzien
van Doha Ronde en het ontwikkelingsaspect daarvan. Een aantal
betwijfelen of er voor Hong Kong echte vooruitgang geboekt
zal kunnen worden. Voor sommigen was het resultaat zelfs
minder dan de lage verwachtingen waarmee ze in Mombasa aankwamen.
Een minister van een van de 'Minst Ontwikkelde Landen' meldde,
dat veel zal afhangen van een bijeenkomst van de MOL's-groep
in mei. Daar zullen ze hun gezamenlijke standpunt bepalen
ten aanzien van het vervolg van de Doha Ronde.
Maatschappelijk protest en repressie
En buiten, op de straten van Mombasa, hielden op 3 februari
zo'n 500 mensen een vreedzame demonstratie tegen de subsidie-politiek
van de rijke staten. Ze droegen borden met teksten als "Africa
is Not For Sale", "WTO You Are Killing Our Farmers"
en "Protect Us From Cheap and Subsidised Agricultural
Imports". De demonstratie werd gesteund door een groep
respectabele NGO's, civil society, boeren- en kerkelijke
organisaties. Maar de autoriteiten verklaarden de demonstratie
onwettig; de politie joeg de demonstranten met grof geweld
uiteen en arresteerde er een veertigtal [12]. Maatschappelijke
groepen protesteerden vervolgens tegen de geweldstoepassing
en arrestaties.
Noten:
[1] De deelnemers waren de EU, de VS, Australië, Canada,
Japan, Norwegen, Zwitserland, Hong Kong, Zuid-Korea, Brazilië,
Argentinië, Mexico, Costa Rica, India, China, Indonesië,
Zuid-Afrika, Kenia, Egypte, Marokko, Tanzania, Zambia, Rwanda,
Senegal, Benin, Maleisië, Thailand, Singapore, Pakistan,
Bangladesh, Guyana, Jamaica, Jordan en Oman. (uit: - "WTO
mini-ministerial at Mombasa - Divergence in the shadow of
palm trees and lions" door Karin Gregow).
[2] De term Non-group duidt erop dat de leden niet een gemeenschappelijke
binding hebben, zoals bij de G20 of G33. De bedoeling van
de EU is om met een paar andere invloedrijke lidstaten (met
grote, maar onderling tegenstrijdige belangen bij NAMA)
een deal te sluiten. Die deal is dan richtinggevend voor
de vervolgonderhandelingen in de grotere groep.
[3] Voor een uitgebreide uitleg over positie en perspectieven
voor arme staten, zie: "NAMA Negotiations in the WTO:
binding of tariff and tariff reduction process", door
Bhagirath Lal Das, 6 maart 2005 (uit: Third World Network
Info Service on WTO and Trade Issues (Mar05/2) van 15 maart
2005. Werd verspreid via de [StopWTORound]-maillijst).
[4] Een aantal andere WTO-topspelers - China, Zwitserland
en Japan - drongen aan op een plaats in deze NG5, hetgeen
werd afgewezen vanuit "coherentie"-overwegingen.
[5] Zie: "WTO 'eindelijk' weer op gang na Cancún-debacle
- Raamakkoord strijdig met ontwikkelingsdoel van Doha Ronde",
door Rob Bleijerveld in WTO.ZIP nr 47 van 11 augustus 2004
(http://www.stelling.nl/trouble/zip/040811--00(47).htm).
[6] Bij Ad Valorem Equivalenten gaat het om de omzetting
van importtarieven voor landbouwproducten die uitgedrukt
zijn in hoeveelheden in tarieven die gebaseerd zijn op prijs.
Dat moet het mogelijk maken dat tarieven in verschillende
klassen worden ingedeeld met een verschillend reductieregime.
Daarnaast gaat het om de vraag of en in hoeverre zo'n omzetting
weer ongedaan gemaakt kan worden. De EU en de G10 willen
het recht behouden op het ongedaan maken van omzetting.
Ze hebben een groot aantal speciale tarieven ingesteld voor
de import van bepaalde "gevoelige" producten om
de eigen producenten te kunnen beschermen.
[7] Australië, de VS, India en Brazilië zijn grote
voedselexporteurs (de eerste twee uit de Cairns-group, de
andere uit de G20). De EU exporteert veel landbouwproducten,
maar importeert er ook veel. De Unie is lid van de G10-groep
van grote voedselimporteurs, waarvan ook Zwitserland en
Japan deel uitmaken. Bij de NG5-besprekingen was de voorzitter
van de WTO Landbouwraad, Tim Groser aanwezig.
[8] Volgens de Australische regering was de EU door de NG5-druk
uiteindelijk bereid om na te denken over een compromis.
De andere leden van de groep besloten daarop van deze AVE's
nu geen breekpunt te maken.
[9] Bij voorkeursregelingen voor import/export tussen arme
staten en bijvoorbeeld de EU of VS is sprake van niet-wederkerigheid:
de markttoegang die de rijke staten bieden hoeven niet geboden
worden door de arme partners.
[10] Tijdens de Landbouwweek (14 tm 18 maart) zijn er in
Genève onder leiding van de WTO diverse onderhandelingssessies
met als doel besluiten te nemen over hetgeen tot nu toe
in de raad en commissies voorgesteld is.
[11] In andere zaken is een soortgelijke overwinning binne
handbereik. Zoals bij de zaak van Brazilië, Thailand
en Australië tegen de gesubsidieerde suikerexport van
de EU waarin is bepaald dat die subsidies volgens het Landbouwakkoord
te hoog zijn. Maar de EU kan intrekking van de subsidies
nog rekken; daarom diende Brazilië op 7 maart een verzoek
in om de subsidies ook nietig te laten verklaren onder het
Subsidie en Tegenwaarde Akkoord (CSM). Daarnaast overweegt
Brazilië om op gebied van soya-subsidies door de VS
een zaak aanhangig te maken bij de WTO (zie: http://www.oneworld.nl/p_ne_re.asp?BerichtID=3630).
[12] "Cautious Reaction to WTO Cotton Ruling,"
USAgNet van 7 maart 2005 (http://www.wisconsinagconnection.com/story-national.cfm?Id=246&yr=2005)
[13] Op 18 maart zullen ze voor de rechtbank moeten verschijnen.
De maximumstraf voor het ten laste gelegde is een gevangenisstraf
van 3 jaar...
Bronnen:
- "WTO mini-ministerial at Mombasa - Divergence in
the shadow of palm trees and lions", door Karin Gregow,
African Trade Agenda, Third World Network-Africa Vol 2 Nr
2, february 2005 (twnafrica.org/docs/ATA-22-en.rtf)
- "Kenya Mini-Ministerial Begins", WTD, 2 maart
2005
- "Dispute Continues Over AVEs", WTD, 3 maart
2005
- "WTO protesters charged," door Joseph Maiyo
(Kenyan Broadcasting Organisation), van 5 maart 2005.
- "Ministers report progress at Kenya mini-ministerial,
ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 9, Nr 8 van
9 maart 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-03-09/story2.htm)
- "Singapore Issues to Dominate Agenda in Mombasa Trade
Talks", door Benson Kathuri, East African Standard
(Nairobi), 2 maart 2005 (http://www.eastandard.net/archives/cl/hm_news/news.php?articleid=14424).
- "Speeding Up the NAMA Talks", WTD, 3 maart 2005
(http://www.eastandard.net/archives/cl/hm_news/news.php?articleid=14424)
- "Agriculture progress made on AVE's at Mobasa 'mini-miniterial'",
ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 9, Nr 3 van
2 februari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-03-09/WTOinbrief.htm)
- "Ministers agree in two market access issues",
Bridges Monthly Trade News Digest, vol 9 nr 2-3, van 15
maart 2005 (http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES9-2-3.pdf).
- "Brazil: WTO cotton victory against US reaffirmed;
pressures EU on sugar", Bridges Weekly Trade News Digest
Vol 9, Nr 8 van 9 maart 2005 (www.ictsd.org/weekly/05-03-09/story1.htm).
- "Rich, Poor Disparity Crops Up At Trade Meet,"
door David Mageria (East African Standard - Nairobi) van
5 maart 2005 (http://allafrica.com/stories/200503040938.html).
- "Civil Society Angered By Arrests At World Trade
Talks,"
Catholic Information Service for Africa (Nairobi), 4 maart
2005 (http://allafrica.com/stories/200503040490.html).
WTO----zzzzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppppppp