WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 52 van 18 maart 2005

 

INHOUD:

A) 19 maart: demonstratie tegen de EU-dienstenrichtlijn

Hoe ziet de race naar het afvalputje er in vogelvlucht uit?

B) Stop de Dienstenrichtlijn voor een sociaal Europa

De richtlijn vormt een rechtstreekse aanval op het Europese sociale model en de kwaliteit en toegankelijkheid van de publieke dienstverlening in Europa. Een analyse over werking en gevolgen van deze drastische maatregel.
En een repliek op media-berichten als zouden Europese Commissie en regeringsleiders het voorstel willen afzwakken.

C) Project Vóór de Verandering klaagt Minister Brinkhorst aan

Op donderdag 14 april 2005 om 14.00 uur start in het Haagse Nieuwspoort een tribunaal waar Minister Brinkhorst van Economische Zaken aangeklaagd zal worden wegens zijn internationale economische beleid, met name in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). U wordt bij deze uitgenodigd.

D) Brinkhorst drukt patenten door

EU-ministers van Economische Zaken stemden op 7 maart in met de invoering van de omstreden gemeenschappelijke software-patentenregeling. Brinkman steunde het besluit ondanks een motie van de Tweede Kamer, en liet zijn Deense collega vallen.

E) Eurocommissaris Peter Mandelson belooft ACS-landen eerlijke EPA's
Is Mandelson tot inkeer gekomen of is het PR-offensief van de Commissie gestart?

De nieuwe Europese handelscommissaris Mandelson wil de EPA-onderhandelingen ontwikkelingsvriendelijk maken. De STOP EPA-coalitie denkt echter dat de huidige onderhandelingsinzet leidt tot deïndustrialisatie en marktverlies voor de ACS-landen. Hun campagne roept op tot actieve solidariteit.

F) Derde weg PLUS

Chris Peeters is het niet eens met de afwijzing van EPA's door STOP EPA. Mandelson schept volgens hem een opening door te stellen dat ontwikkeling uitgangspunt voor de EPA's moet zijn. Chris wil nagaan hoe ze in alle sectoren gestalte moeten krijgen om ontwikkeling te stimuleren. De strategische vraag "hoe moeten we managed trade bewerkstelligen"?

G) G8 Internationaal

De komende conferentie van de G8 zal van 6-9 juli plaatsvinden op een landelijk gelegen golfcomplex-met-sjiek-hotel in de buurt van het Schotse Edinburgh. Het Britse 'verzetsnetwerk' Dissent! is al een jaar bezig met het opzetten van infrastruktuur voor akties. Ook in België en Nederland wordt gemobiliseerd.

H) G8 Werkgelegenheidsministers: zoek een echte baan!

Over de oproep voor een protestaktie tegen een bijeenkomst van de ministers voor werkgelegenheid van de G8 op 10 en 11 maart in London. Hun beslissingen zijn een aanslag op welzijn en zekerheden! Ook een (samengevat) sarcastisch stukje proza over de opzet van een tewerkstellingsprogramma voor mensen die overleden zijn.

I) Hongerig naar macht
Zes redenen om de mondiale voedselbedrijven te reguleren

Mondiale voedselbedrijven zijn te machtig geworden en ondermijnen het gevecht tegen armoede in ontwikkelingslanden. Dat concludeert Action Aid in een onlangs uitgebracht rapport. De organisatie roept op om de wereldwijde voedselbedrijven opnieuw te reguleren. De actiegroep staat daarin niet alleen; op vele fronten is het gevecht geopend tegen de macht van de grote voedselmultinationals.

J) Poppen aan het dansen

Het zal de lente wel zijn, maar ineens rennen allerlei hoge pieten vrolijk door de wei op weg naar nieuwe posten. Krijgt WTO.ZIP nu eindelijk een roddelrubriek?

K) 'Toekomst van de WTO' - een controversieel rapport

Op 17 januari bracht de Wereldhandelsorganisatie een rapport uit onder de titel "The Future of the WTO" dat verschillende institutionele kwesties behandelt en aanbevelingen doet voor hervormingen ten aanzien van funktioneren en besluitvorming van de WTO. Hier een ingekorte vertaling van een (onvolledige) beschouwing door Martin Khor van het Third World Network.

L) Davos: de eerste mini-ministerial van 2005
WTO-voorzitter roept op tot grotere politieke inzet van lidstaten

Met nog krap 11 maanden te gaan tot aan de 6e Ministerstop blijkt Hong Kong niet het eindpunt te zijn van de Doha Ronde. WTO-voorzitter maakt zich zorgen over de voorbereidingen van de top en roept eind januari in Davos op tot een grotere inzet van alle lidstaten.

M) Maart: mini-ministerial Kenia
Vijf staten bepalen de agenda en voeren de druk op

Van 2 tot en met 4 maart vond in Kenia een mini-top plaats voor 30 genodigde lidstaten. Voorzitter Kituyi had een aantal handelsministers uit Afrikaanse ontwikkelingsstaten uitgenodigd om het ontwikkelingsaspect van de Doha Ronde te benadrukken. Hij zei dat de ontwikkelingsstaten moe worden van alle lege beloften gedaan door rijke staten. Toch lijkt het erop dat de bijeenkomst het meest opleverde voor een paar OESO-staten en de belangrijkste G20-staten.

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp

 

A) Geen race naar het afvalputje - stop de EU-dienstenrichtlijn!
Demonstratie 19 maart, Brussel


Op 22 maart is er weer een topontmoeting van Europese staatshoofden en regeringsleiders in Brussel. Vakbonden en andersglobalisten uit heel Europa roepen op om op zaterdag 19 maart te komen demonstreren en te manifesteren tegen jeugdwerkloosheid en sociale afbraak, voor het stopzetten van de oorlog in Irak en de militarisering van Europa, tegen racisme, de EU-dienstenrichtlijn en het opengooien van markten in het Zuiden.

De demonstratie tegen de EU-dienstenrichtlijn vertrekt om 14.00 uur vanaf de Europa-Esplanda, Brussel (bij Zuid-Station/Gare Midi).
Vanuit Nederland wordt er busvervoer georganiseerd door de vakbonden FNV en MHP (zie: http://www.eenbetereuropa.nl of bel hun hoofdkantoren; vakbondsleden gratis; anderen 10 euro) en door Keer 't Tij (zie: http://www.keerhettij.nl of tel: 020 - 6897555).

De volgende tekst is afkomstig van de website www.dienstenrichtlijn waar van alles te vinden is over de voorgestelde regeling:


* De dienstenrichtlijn in vogelvlucht
* Geen race naar het afvalputje - stop de EU-dienstenrichtlijn

Is het een goed idee om een Frans bedrijf uw huisvuil te laten ophalen zonder dat de gemeente nog iets te zeggen heeft over hoe het afval aangeleverd, opgehaald en verwerkt moet worden? Is het vooruitgang, als een Tsjechisch thuiszorgbureau haar diensten in Nederland kan aanbieden, zonder dat het personeel opgeleid is zoals we in Nederland gewend zijn? Maar wél goedkoper, zodat uw eigen thuiszorginstelling weggeconcurreerd wordt? Wij vinden van niet. En daarom verzetten we ons met alle macht tegen de dienstenrichtlijn die vanuit Europa op ons af komt.

De dienstenrichtlijn - ook wel Bolkestein-richtlijn genoemd naar de liberale oud-Eurocommissaris Bolkestein - moet de belemmeringen opheffen voor het vrije verkeer van diensten. De richtlijn moet gaan gelden voor vrijwel alle diensten, van vastgoedmakelaars tot afvalverwerking of toeristische dienstverlening. Ook basisvoorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs zijn niet uitgesloten van deze richtlijn.
De dienstenrichtlijn wil zo'n beetje álles in het leven behandelen als koopwaar. Of het nou gaat om uitzendwerk, horeca, kinderopvang, consultancy, autoverhuur of thuiszorg: overal moet de tucht van de vrije markt gaan gelden, waar de laagste prijs de doorslag geeft, ten koste van arbeidsvoorwaarden, milieubescherming, kwaliteit en veiligheid.

Voorstanders zeggen dat de vrije interne markt voor diensten zal leiden tot meer keuzevrijheid, kwalitatief betere dienstverlening en lagere prijzen voor de consument. En tot meer economische groei en de creatie van meer werkgelegenheid met hoogwaardige banen. Maar tegenstanders waarschuwen dat de richtlijn zal leiden tot uitholling van arbeidsrechten, sociale voorzieningen, publieke diensten en milieubescherming. Dat is vooral te wijten aan het oorsprongslandbeginsel dat in de richtlijn is opgenomen.
Volgens het oorsprongslandbeginsel hoeven dienstverleners zich veelal alleen nog te houden aan de wet- en regelgeving van het EU-land waar hun hoofdkantoor gevestigd is. Dat zal in de hand werken dat bedrijven zich (formeel) gaan vestigen in landen met de minste regels op sociaal en milieugebied, en zo de regels uithollen in landen waar die zaken beter zijn geregeld. Die landen zullen de druk voelen om hun eigen strengere regelgeving te ontmantelen om hun bedrijven vast te houden. Zo ontstaat een race naar het afvalputje.

Buitenlandse werknemers zijn straks lekker goedkoop: Buitenlandse bedrijven hoeven zich onder de dienstenrichtlijn in de meeste sectoren niets aan te trekken van de in Nederland afgesproken arbeidsvoorwaarden. Zij hoeven veel van hun gedetacheerde werknemers slechts het minimumloon te betalen. Sociale lasten betalen deze buitenlandse bedrijven dankzij het oorsprongslandbeginsel vaak alleen in eigen land. Zulke oneerlijke concurrentie zet wel de Nederlandse CAO-lonen, arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid onderdruk.

De voorgestelde richtlijn gaat uit van een aanzienlijk groeipotentieel en een substantiële banengroei. Maar de feitelijke uitkomsten van eerdere liberaliseringen zijn steeds ernstig achtergebleven bij de voordelen die ervan werden verwacht. Vakbondsonderzoek wijst uit dat die juist hebben geleid tot de vernietiging van bestaande banen en de erosie van de sociale cohesie.

Deregulering, liberalisering en commercialisering dreigt voor tal van sociale en culturele voorzieningen. Alleen publieke diensten waarvoor geen enkele economische tegenprestatie wordt gevraagd zijn namelijk uitgezonderd van de dienstenrichtlijn. Maar voor heel veel publieke diensten en voorzieningen moet gewoon betaald worden: zoals voor de publieke omroep, de bibliotheek, het zwembad, het museum, het theater, de kinderopvang, de volwasseneneducatie, universiteiten, ziekenhuizen, etc.

De dienstenrichtlijn in de praktijk

De dienstenrichtlijn verbiedt het stellen van eisen aan de groepsgrootte in de kinderopvang of het aantal 'handen aan het bed' in de bejaardenzorg. De richtlijn kan in heel Europa ook het einde betekenen voor de sociale huursector: huren afschermen voor marktwerking met subsidies en maximumtarieven is dan verboden.

Als een Engels bedrijf Nederlandse werknemers inhuurt om in Nederland bepaalde diensten te verrichten, geldt voor hen, op basis van het oorsprongslandbeginsel, de arbeidstijdenwet van hun Engelse moederbedrijf en zullen ze langere werkweken moeten draaien dan de Nederlandse wet eigenlijk toestaat.

Een Poolse afvalverwerker die in Nederland opereert is vooral gehouden aan de Poolse milieuwetgeving. De veel strengere Nederlandse milieueisen kan hij - met het oorsprongslandbeginsel in de hand - veelal naast zich neerleggen.

Daarom zeggen wij "Nee tegen de EU-dienstenrichtlijn"

* Omdat we niet willen dat onze lonen en arbeidsvoorwaarden onder druk worden gezet
* Omdat zaken als onderwijs, zorg en cultuur belangrijke publieke diensten zijn, die we in eigen hand willen houden
* Omdat we zelf willen vaststellen aan welke kwaliteits-, milieu- en veiligheidseisen bedrijven moeten voldoen die in Nederland werken


Bron: http://www.dienstenrichtlijn.nl/richtlijn/vogelvlucht.stm

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp

 

B) Stop de Dienstenrichtlijn voor een sociaal Europa
(door Roeline Knottnerus [1])

Niet alleen de EU-dienstenrichtlijn ligt onder vuur. Ook de campagne tégen de dienstenrichtlijn kan soms op zware kritiek rekenen. En niet alleen van vrije-marktadepten. De kritiek komt ook uit progressieve hoek. Het platform 'Stop de EU-dienstenrichtlijn' ontvangt af en toe boze telefoontjes van linkse mensen, die vinden dat de tegencampagne getuigt van eng nationalisme en een onwil om onze verworvenheden te delen met burgers uit minder rijke landen. Die kritiek laat zich echter goed ontzenuwen.


De Europese dienstenrichtlijn moet de volledige Europese dienstenmarkt vergaand liberaliseren. Door de manier waarop men dat wil realiseren, vormt de richtlijn een rechtstreekse aanval op het Europese sociale model en de kwaliteit en toegankelijkheid van de publieke dienstverlening in Europa.

Deregulering en oorsprongsbeginsel

Met een vergaande vereenvoudiging van regelgeving wil de richtlijn het bedrijven veel gemakkelijker maken om grensoverschrijdend hun diensten aan te bieden. Meer business opportunities zijn immers goed voor de economische groei en de werkgelegenheid, is de redenatie. Maar er is een keerzijde aan deze medaille. In combinatie met het oorsprongslandbeginsel, dat de spil van de dienstenrichtlijn vormt, dreigt afbraak van de sociale samenhang. Als bedrijven overal in de EU grensoverschrijdend diensten mogen aanbieden volgens de regels van hun eigen land, zorgt dit voor een ongelijk speelveld. Bij bedrijven uit landen met striktere voorschriften zal dit leiden tot een roep tot het nog losser maken van het korset van regels waardoor men zich gebonden weet. Omdat bedrijven steeds vrijer zijn in hun beslissingen over waar ze hun productie willen realiseren, zullen overheden in toenemende mate geneigd zijn aan zulke eisen gehoor te geven. De bedrijvigheid moet immers 'binnen boord' worden gehouden, vanwege zijn bijdrage aan de economie, inclusief de bijbehorende werkgelegenheid en belastingopbrengsten. Zo wordt dus een zichzelf versterkende spiraal richting laagste gemene deler gecreëerd.

De negatieve sociale effecten worden nog versterkt doordat in deze situatie werknemers uit verschillende landen gemakkelijk tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. Het bedrijfsleven kan eenvoudig rondshoppen op zoek naar landen met het gunstigste klimaat op het gebied van regelgeving en arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Voor werknemers is het vrijwel onmogelijk deze tendens te keren. Zeker zolang de vakbonden zich nog niet op Europees niveau verenigd hebben, zal het voor hen erg moeilijk worden een vuist te maken tegen het dictaat van een transnationaal bedrijfsleven dat in toenemende mate primair is gericht op winstmaximalisatie en het realiseren van optimale bedrijfsresultaten in het belang van de aandeelhouder. Immer verdergaande afkalving van werknemersrechten en onttakeling van de sociale zekerheid kunnen daardoor stelselmatig als een 'noodzakelijke herstructurering' worden gepresenteerd. Getuige de kritiek uit progressieve hoek op de campagnes tegen de dienstenrichtlijn, is het erg moeilijk om je tegen deze drogredenatie te verweren. De mogelijkheid om politiek andere keuzes te maken wordt daarbij immers al bij voorbaat als een gepasseerd station weggezet.

Als bovenop de flexibilisering van de arbeidsmarkt bovendien vermarkting wordt losgelaten op cruciale publieke diensten als zorg, huisvesting en onderwijs, zonder dat afdoende randvoorwaarden mogen worden gesteld om de universele toegankelijkheid en betaalbaarheid te garanderen, en de niveaus van consumentenbescherming, (voedsel)veiligheid, milieubescherming, etc. door het terugdringen van de bureaucratie en verminderde controlemogelijkheden dreigen te worden uitgehold, is de ontmanteling van het Europese sociale model compleet.

Harmonisatie 'naar beneden'

Het directe gevolg van de mechanismen zoals die door de dienstenrichtlijn worden geïntroduceerd is zo een niet te stuiten race naar de bodem. Harmonisatie zal uitsluitend naar beneden plaatsvinden. In heel Europa zullen over de hele linie de publieke voorzieningen, de niveaus van sociale bescherming en de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden alleen maar steeds verder verslechteren. De oude en de nieuwe lidstaten, met hun zeer verschillende niveaus van bescherming en beloning, worden vakkundig tegen elkaar uitgespeeld. De lachende derde is het transnationale bedrijfsleven, dat zijn concurrentiepositie ziet verbeteren en zijn winstpositie ziet stijgen.

Dat is een succes voor de bedrijvenlobby, die op Europees niveau structureel wordt geconsulteerd om de liberaliseringsinspanningen af te stemmen op hun wensen. Europa ziet diensten als haar grote kracht. Daar ziet men de grootste concurrentievoordelen en groeikansen. Daarom wordt door Europa niet alleen binnen de EU zwaar ingezet op de liberalisering van diensten, maar ook op mondiaal niveau. Bijvoorbeeld binnen het GATS-verdrag van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Inzet bij WTO-onderhandelingen

Als de EU-dienstenrichtlijn erdoor komt, zal dat de onderhandelingspositie van de EU in de WTO enorm versterken. De Europese Commissie kan dan in de dienstenonderhandelingen in één keer marktopenstelling van de hele EU-markt aanbieden. Met dat lokkertje zullen ontwikkelingslanden extra zwaar onder druk kunnen worden gezet om hun markten open te stellen voor het bedrijfsleven uit de EU. Die Europese bedrijven zijn economisch zo groot en machtig, dat zij vooral in de minder ontwikkelde landen gemakkelijk hele markten naar zich toe kunnen trekken en dicteren. Als zij met hulp van de EU eenmaal marktoegang hebben weten te forceren, kunnen zij arme landen meer dan ooit dwingen tot scherpe kostenconcurrentie door beschermende regelgeving tegen te houden en 'concurrerende' arbeidsomstandigheden af te dwingen. Bij mondiale vrijhandel zal zonder een visie op sociale bescherming en het bijbehorend flankerend beleid de neerwaartse spiraal dan ook nog scherpere vormen aannemen.

Economische groei en sociale randvoorwaarden

Het kan Europa niet kwalijk worden genomen dat het kijkt naar economische groeikansen. Wat Europa wel kan worden verweten, is dat het onvoldoende oog heeft voor de sociale randvoorwaarden waaronder die groei gerealiseerd moet worden.
Dienstenliberalisering vormt een belangrijk onderdeel van de Lissabon-agenda die van Europa de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld moet maken. Maar die agenda kent niet alleen een economische, maar nadrukkelijk ook een sociale component. Het gaat niet alleen om welvaart, maar ook om welzijn. Die sociale poot komt momenteel echter in al het economisch liberaliseringsgeweld volstrekt onvoldoende uit de verf. Het is geen schande als progressieve krachten in de samenleving in het geweer komen om te eisen dat aan de ontwikkeling van de sociale aspecten van de Lissabon-agenda - bijvoorbeeld op het terrein van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, sociale zekerheid en publieke dienstverlening - tenminste enige prioriteit wordt toegekend. Economische groei per se is niet zaligmakend. Economische groei kan negatief uitpakken, bijvoorbeeld bij een te grote scheefgroei in de inkomensverdeling. Of zelfs ronduit schadelijk zijn, bijvoorbeeld voor het milieu. De voorwaarden waaronder economische groei plaatsvindt zijn dus van cruciaal belang. Juist op die voorwaarden willen de Europese campagnes tegen de dienstenrichtlijn nader ingevuld zien. In het belang van alle burgers van de Europese Unie en haar handelspartners.

De Lissabon-agenda wil dienen om welvaart en welzijn in de Europese Unie te verhogen. Maar dat kan alleen als er een duidelijke visie wordt ontwikkeld op hoe die groei in het algemeen belang moet worden verdeeld en ingezet. Nationaal en internationaal. Het moge duidelijk zijn dat het niemand misstaat om in een debat over de sociale toekomst van Europa stelling te nemen. Dat is ook het licht waarin het verzet tegen de EU-dienstenrichtlijn - dat intussen Europa-breed gestalte begint te krijgen - moet worden bezien. Wie zich iets anders laat wijsmaken, vergist zich. Deze richtlijn, met zijn negatieve sociale dynamiek, mag er niet komen. Verzet tegen deze dienstenrichtlijn is daarom een daad van nationale en internationale solidariteit.

Commissie zet critici op verkeerde been

De laatste tijd verschijnen er met enige regelmaat berichten in de media dat de Europese Commissie bereid zou zijn het omstreden voorstel voor een dienstenrichtlijn af te zwakken. Het feit dat ook Europese leiders als Jacques Chirac, die het voorstel brandmerkte als 'onacceptabel', en Gerhard Schröder, die zei het 'onder alle omstandigheden' te willen verhinderen, zich tegen de richtlijn lijken te keren [2], heeft bij sommige tegenstanders van de richtlijn het idee doen postvatten dat de strijd daarmee gewonnen is. Maar niets is minder waar.

De Commissie belijdt publiekelijk dat wijziging van het voorstel nodig is, m.n. op het terrein van waarborgen voor de publieke gezondheidsstelsels en om sociale dumping te voorkomen. Maar tegelijkertijd houdt men stellig vast aan het oorsprongslandbeginsel dat het hart vormt van de dienstenrichtlijn en is men zeker niet van plan zelf actie te ondernemen om een en ander te herzien. Men wacht de amendering van het bestaande voorstel door het parlement af.

Er zijn talloze amendementen in voorbereiding, maar het is nog zeer de vraag of wijzigingsvoorstellen op het oorsprongslandbeginsel en de publieke dienstverlening op een meerderheid in het Parlement zullen kunnen rekenen. Of het zal lukken om echt de angel uit de dienstenrichtlijn te halen, is dan ook nog steeds uitermate twijfelachtig. Ook omdat er intussen fel campagne wordt gevoerd door voorstanders van de richtlijn. Die hameren op de geweldige voordelen die vrijhandel in diensten in combinatie met het oorsprongslandbeginsel zullen opleveren in termen van economische groei en werkgelegenheid. Het getal van 600.000 banen vliegt daarbij met enige regelmaat over tafel. Terwijl recente prognoses van bijvoorbeeld het CPB uitwijzen dat de voordelen toch echt niet overdreven moeten worden

Critici van Barroso en de zijnen moeten zich dan ook niet de wind uit de zeilen laten nemen. Het lijkt erop dat de Commissie zich nu vooral van zijn toegeeflijke kant laat zien om te voorkomen dat de omstreden dienstenrichtlijn extra voeding geeft aan Europese campagnes tegen de Grondwet. De Commissie zal - ook nadat de referenda over de Grondwet hun beslag hebben gekregen - moeten worden gedwongen om het voorstel voor de dienstenrichtlijn in te trekken, dan wel vergaand aan te passen om aan alle sociale bezwaren tegemoet te komen. Het blijft dus juist nu zaak voor maatschappelijke organisaties om de publieke en politieke druk op de ketel te houden.


Noten:
[1] Roelien is coördinator van het GATS-platform
[2] 'Barriers to cross-border expansion are prohibitive to many companies yet the services directive drafted in Brussels is likely to be watered down,' door Tobias Buck en Jan Cienski, Financial Times van 15 maart 2005

Voor meer informatie: http://www.dienstenrichtlijn.nl


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) Project Vóór de Verandering klaagt Minister Brinkhorst aan
(van de Globalupdate mailinglist)


Op donderdag 14 april 2005 om 14.00 uur start in het Haagse Nieuwspoort een tribunaal waar Minister Brinkhorst van Economische Zaken aangeklaagd zal worden wegens zijn internationale economische beleid, met name in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Een zestal aanklagers zal naar voren brengen dat het beleid van de minister in strijd is met diverse internationale verdragen op het gebied van mensenrechten, armoedebestrijding en milieubescherming. De minister is uitgenodigd en zal op een later tijdstip, tijdens een tweede zitting, de gelegenheid krijgen om zich te verdedigen.

Tijdens de eerste zitting van het tribunaal zullen zes experts elk een deelaanklacht uitspreken. In deze deelaanklachten wordt voor verschillende thema's uitgewerkt waarom het beleid van Minister Brinkhorst indruist tegen de internationale afspraken over de sociale, culturele en economische mensenrechten en over bescherming van het milieu. Doel van het tribunaal is onder meer om te bepalen of het gewenst is dat de minister deelneemt aan de eerstvolgende conferentie van de WTO in december 2005, en zo ja, onder welke voorwaarden. Het tribunaal vindt plaats tijdens de internationale actieweek over handel (zie: http://www.april2005.org/).

Na de tweede zitting zal een publieksjury onder leiding van een drietal 'rechters' het oordeel vellen. Je kunt de zittingen bijwonen als publiek of je kunt je opgeven als jurylid. In beide gevallen word je verzocht je van tevoren aan te melden. Over het hoe en waar volgt zo spoedig mogelijk nader bericht. Hou daarvoor ook de website http://www.globalternatives.nl/ in de gaten.

Dezelfde dag (donderdag 14 april) wordt, na de formele eerste zitting in Nieuwspoort, om 20.00 uur in zaal De Hagedis aan de Waldeck Pyrmontkade 116 te Den Haag een Globaliseringscafé georganiseerd. Iedereen is uitgenodigd om daar in een informele sfeer vragen te stellen over de aanklacht en de achtergronden. Meer gedetailleerde informatie over het tribunaal en het Globaliseringscafé zal binnenkort te vinden zijn op: http://www.globalternatives.nl/.


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) Brinkhorst drukt patenten door
(door Kees Hudig)


EU-ministers van Economische Zaken hebben zich op een zeldzaam dictatoriale manier gedragen door op 7 maart in de Raad voor Concurrentievermogen te besluiten in te stemmen met de invoering van de omstreden gemeenschappelijke software-patentenregeling. Volgens vele deskundigen is de regeling vooral in het belang van de grote computerindustrie en zal die zeer nadelig kunnen zijn voor particulieren, kleine producenten en kunstenaars. Het Europarlement heeft zelfs een motie aangenomen waarin gevraagd werd om intrekking van het voorstel en ook parlementen van verschillende landen hebben te kennen gegeven ernstige bezwaren te hebben. De bezwaren stoelen onder meer op onduidelijkheid over de reikwijdte van de octrooiregeling. Dit soort regelgeving zou wel eens het einde kunnen betekenen van open source software [1] [2].

Volgens John Naughton, computerexpert van The Observer, gaat het bij deze kwestie ook om de vraag wie de baas is bij de EU; het gekozen parlement of de commissie waar nooit iemand voor gekozen heeft [3].

Een van degenen die ervoor gezorgd heeft dat het onderwerp deze keer door de vergadering gejast kon worden, is de Nederlandse minister van EZ Brinkhorst. Zoals gewoonlijk verdedigt hij zijn wandaad met de kennisgeving dat het allemaal juist de kleintjes ten goede moet komen (NRC 7 maart: "Volgens Brinkhorst is de huidige situatie zonder gemeenschappelijk softwarepatent in het nadeel van de kleine softwaremakers omdat de praktijk tussen lidstaten nu erg verschilt"). Misschien kan Brinkhorst dan uitleggen waarom zelfs zijn Deense collega Bendtsen verklaard heeft dat hij woedend is op Brinkhorst, omdat deze geweigerd heeft om hem te helpen zich te verzetten tijdens de EU-top voor Economsiche Zaken [4].

Volgens een verslag in de Telegraaf [5] kreeg Brinkhorst er na zijn collaboratie in Luxemburg nog wel voorzichtig van langs in de Tweede Kamer. Die had immers eerder een motie aangenomen waarin hij de opdracht kreeg om initiatieven te ondersteunen om de richtlijn in te trekken. Het bleef zonder gevolgen, voor Brinkhorst dan.


Noten:
[1] Zie voor allerlei achtergrondinformatie: http://www.ffii.org/
[2] En ook "Patentering van software in de Europese Unie beperkt Bolkestein en Microsoft krijgen niet hun zin" door Renate Ebner in WTO.ZIP nr 39 van 31 oktober 2003; "Een patent idee?" door Paul Roeland in WTO.ZIP nr 47 van 11 augustus 2004; en "Europese patentrichtlijn voor software (voorlopig) van de baan" door Rob Bleijerveld in WTO.ZIP nr 49 van 19 november 2004.
[3] Observer 13 maart 2005 (http://www.guardian.co.uk/Columnists/Column/0,5673,1436250,00.html)
[4] Nu.nl 9 maart 2005 (http://www.nu.nl/news.jsp?n=494481&c=50) en "Deense minister overleeft debat patenten" (webwereld 10/03/2005 http://www.webwereld.nl/nieuws/21002.phtml).
[5] "Ongenoegen over Brinkhorst", de Telegraaf van 10 maart (http://www.telegraaf.nl/i-mail/article18868971.ece).


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


E) Eurocommissaris Peter Mandelson belooft ACS-landen eerlijke EPA's
Is Mandelson tot inkeer gekomen of is het PR-offensief van de
Commissie gestart?
(door Stefan Verwer [1])


De inkt van de aanstellingsbrief van de nieuwe Europese handelscommissaris was nog niet opgedroogd of Peter Mandelson trad al naar buiten met ferme uitspraken ten aanzien van de EPA-onderhandelingen. Deze zouden herzien moeten worden, zodat ze daadwerkelijk ontwikkelingsvriendelijk zijn.

De Europese Commissie maakt haast met de handelsonderhandelingen met de 77 ACS-landen (ontwikkelingslanden in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan): de zogenaamde EPA's (Economic Partnerships Agreements). Deze regionale vrijhandelsovereenkomsten moeten al in 2008 in werking treden. Immers in 2008 loopt de WTO-'waiver' [2] voor de handelspreferenties die de Europese Unie (EU) aan de ACS geeft ten einde. EPA's moeten het systeem van preferenties die de ACS genoot, bijvoorbeeld voor suiker, vervangen. Een hele opgave en de Europese Commissie kreeg de wind van voren toen zij haar onderhandelingsmandaat medio 2002 aan de Europese lidstaten presenteerde. Terwijl de lidstaten het mandaat kritiekloos aanvaardden, plaatsten parlementariërs en maatschappelijke organisaties grote vraagtekens bij de intenties van de Commissie. Inmiddels dreigt de wind van kritiek de vorm van een orkaan te krijgen, nu maatschappelijke organisaties uit de landen van de ACS en de EU zich klaar maken voor harde confrontaties met de Europese Commissie.

Crisisberaad?

Kort nadat de Belg Louis Michel zijn functie als Commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking in de Barroso Commissie aanvaardt, plant hij een vergadering met z'n Britse handelscollega Mandelson. In een intern voorbereidende memo stelt Michel dat de Europese Commissie een groot communicatieprobleem heeft omdat een groot aantal maatschappelijke organisaties een STOP EPA-campagne plannen. Beide commissarissen spreken af om de EPA's in de nabije toekomst beter te presenteren om zo iedereen in Europa en de ACS te overtuigen van de goede intenties van de Commissie. Conclusie: de PR van de Europese Commissie moet beter. In dezelfde periode gaat een interne memo uit naar alle EU-delegaties in de ACS-landen met een korte, simpele boodschap: vasthouden aan de huidige positie van de EU ten opzichtte van EPA's en op geen enkele manier toegeven aan de kritiek, die vooral door maatschappelijke organisaties wordt geuit.

In Brussel spreken ambtenaren van de Commissie inmiddels hun verbazing uit over de STOP EPA-campagne. In tegenstelling tot de feiten (de campagne is bedacht en geïnitieerd door Afrikaanse maatschappelijke organisaties) wordt gesteld dat STOP EPA een zoveelste voorbeeld is van de Noordelijke dominantie van de Zuidelijke maatschappelijke agenda. Volgens de Commissie zouden Noordelijke Christelijke NGO's de campagne gelanceerd hebben. Een campagne die verder wordt gekwalificeerd als paternalistisch voor de ACS-landen, die immers de EPA's met beide armen zouden ontvangen. Als een paper verschijnt waarin nauwgezet deze kritieken van de Commissie worden weerlegd en de kritiekpunten binnen EPA's worden aangestipt, blijft het stil in Brussel. Stil? Stil op één man na: Peter Mandelson.

PR-manager van de EPA's?

"Er is geen tijd te verliezen, de EPA-onderhandelingen moeten in januari 2008 afgerond zijn", aldus Peter Mandelson. De nieuwe handelscommissaris wijst tegelijkertijd op het feit dat het onderhandelingsresultaat moet voldoen aan de WTO-regels. Dit lijkt in schril contrast te staan tot zijn eerdere uitspraken op 1 december 2004 toen hij de ACS-landen toesprak in het ACS-house in Brussel. Mandelson pleitte daar voor een gedifferentieerde benadering van ontwikkelingslanden met verschillende ontwikkelingsniveaus, zodat het proces werkelijk ontwikkelingsgericht kan zijn. De WTO-regelgeving waar de EU de EPA's op wil baseren laat een gedifferentieerde benadering echter helemaal niet toe. Artikel 24 van de GATT, waarin de regels voor vrijhandelsverdragen zijn neergelegd, is oorspronkelijk ontworpen voor vrijhandelsverdragen tussen landen met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau. De uitwerking van het openen van 90% van de markt tussen de rijkste en de armste landen van deze planeet binnen een zo kort mogelijke periode (normaliter 10 jaar, maar in het geval van EPA's zou die termijn opgerekt kunnen worden), lijkt aan alles bij te dragen behalve aan armoedebestrijding in de ACS-landen.

Dit laatste lijkt weer het tegenovergestelde van hetgeen Mandelson bepleit als hij het heeft over de mogelijkheid voor ACS-landen om al hun "gevoelige" producten te beschermen. Ziet Mandelson een mogelijkheid de WTO-regelgeving radicaal te hervormen om EPA's nog steeds compatibel te maken aan deze regelgeving? Of is hier sprake van een PR-offensief? Deze vraag lijkt beantwoord te worden als Mandelson hoog opgeeft over het capaciteitsopbouw-programma van de Europese Commissie.

Erger dan een doekje voor het bloeden

De Commissie trekt honderden miljoenen euro's uit om de ACS-landen te ondersteunen in de handelsonderhandelingen die zij bilateraal en multilateraal voeren. Dit lijkt een genereus gebaar, maar in werkelijkheid is het juist deze capaciteitsopbouw door de Commissie die de Afrikaanse onderhandelingspositie serieus ondermijnt. Zo gaat het Europese geld ondermeer naar een project waarbij tientallen jonge, netafgestudeerde economen naar ACS-landen gestuurd worden om de regeringen te adviseren over de verschillende handelsonderhandelingen die men voert. Nou is het voor de jongeren een uitstekende ervaringsplaats, maar het is bedenkelijk omdat hun adviezen de toekomst van miljoenen inwoners in de ACS meebepalen. Daarnaast dienen de uitgezonden jongeren verantwoording af te leggen aan hun Noordelijke financiers en niet aan de Zuidelijke overheden die zij adviseren.

Nog destructiever is het effect van de gelden die de EU jaarlijks overmaakt aan de verschillende regionale secretariaten van de ACS-regio's. Zo ontvangen de secretariaten van COMESA, ECOWAS en SADC - die een cruciale rol in de EPA-onderhandelingen spelen - allen financiële en personele ondersteuning vanuit Europa. Hun onafhankelijkheid in de onderhandelingen wordt steeds twijfelachtiger en de kritiek op hun positie groeit in de ACS-landen. Zo was het een hard gelag voor de verschillende Afrikaanse onderhandelaars, net terug uit Cancún, om geconfronteerd te worden met het voorstel van verschillende regionale secretariaten om met de EU binnen EPA's te gaan onderhandelen over de Singapore Issues. Ondanks veel weerstand staan de Singapore Issues nog steeds op de agenda en een groeiend aantal Afrikaanse regeringsvertegenwoordigers, parlementariërs en leidende commentatoren twijfelen aan de onafhankelijkheid van de regionale secretariaten.

Het feit dat Mandelson hoog van de toren blaast over de capaciteitsondersteuning die de Commissie geeft aan de ACS duidt op onwetendheid of moet, zoals boven al is gezegd, beschouwd worden als een uiting van een ongeloofwaardig PR-offensief.

Peter Mandelson

Mandelson is (zoals hij zelf zegt) 'a fighter, not a quitter', het is de man die bekend staat als een liberaal pur sang. Het is iemand die naar eigen zeggen begaan is met de armste landen in de wereld, maar oplossingen ten aanzien van sociale en milieuzorgen niet los kan zien van economische ontwikkeling. Zo zette hij op de eerste dag van zijn aantreden de verhoudingen met NGO's op scherp door deze te beschuldigen van een onrealistische en destructieve visie op handel. Hij staat bekend als iemand met nauwe banden met het bedrijfsleven en bij zijn aanstelling werd betwijfeld of hij de juiste persoon was voor de Europese Commissie, die zich volgens velen al teveel laat leiden door industriële belangen.

Het dubieuze verleden van Mandelson en het feit dat hij bekend staat als een geslepen politicus belooft niet veel goeds voor de toekomst [3]. Het feit dat er geen enkel teken is dat Mandelson het mandaat van de Europese Commissie gaat aanpassen (en het is juist het mandaat van de Europese Commissie dat zo onder vuur ligt, moet maatschappelijke organisaties in de ACS en Europa argwanend maken ten aanzien van Mandelson en zijn werkelijke bedoelingen.

Zoals een Britse collega van ActionAid op één van de vele NGO-discussielijsten onlangs concludeerde: 'Ik ben bang dat ik de positieve interpretatie van Mandelson's uitspraken niet deel. Mandelson probeert eerder een positieve draai te geven aan EPA's dan een nieuwe start te maken'. Er worden veel bijeenkomsten georganiseerd met ontwikkelingsorganisaties, zonder dat de geuite kritiek en zorgpunten daadwerkelijk in het beleid meegenomen worden. De conclusie van de Britse collega: 'In summary it's good old Mandy: just spin'.

STOP EPA-campagne

Binnen de grote coalitie van maatschappelijke organisaties in Europa en de ACS die de STOP EPA-verklaring ondertekenden, is uitgebreid gesproken over de te volgen strategie. Accepterend dat verschillende organisaties verschillende tactieken gebruiken, is er grote consensus over één ding: de huidige benadering van de EU ten opzichtte van EPA's zal dramatische gevolgen hebben voor de ACS-landen. Afgesproken is dat iedere organisatie op haar eigen manier actie gaat voeren tegen de EPA's zoals ze nu worden onderhandeld (met lobby, campagne, onderzoek of de straat op). Sommige organisaties in Afrika zijn nauw betrokken bij de onderhandelingen, anderen voeren meer publieksgerichte acties. Weer anderen proberen via onderzoek naar de gevolgen van EPA's of door alternatieven voor EPA's te ontwikkelen de onderhandelingen te beïnvloeden.

Uiteindelijk is iedereen het echter over één ding eens. Als EPA's op basis van de huidige onderhandelingsinzet en agenda zoals ze nu worden onderhandeld in 2008 starten, zal dat in veel ACS-landen leiden tot deïndustrialisatie, zullen veel ACS-producenten hun markten verliezen en zal de armoede in de ACS alleen maar toenemen. Dat moet worden voorkomen! Daarom roept STOP EPA op tot actieve solidariteit van milieu- en ontwikkelingsorganisaties, van vakbonden en producentenorganisaties uit Europa en de ACS-landen. Hopelijk volgt Europa in de oproep voor meer solidariteit die er vanuit de ACS klinkt...


Noten:
[1] Stefan Verwer is werkzaam voor Both ENDS. Both ENDS is één van de initiatiefnemers van en is actief betrokken bij de internationale STOP EPA-campagne in Europa.
[2] Tijdelijke uitzonderingsregeling die binnen de WTO aan de ACS-landen en de EU is verstrekt.
[3] Mandelson is verschillende malen in zijn politieke carrière gedwongen geweest af te treden in verband met verschillende schandalen.

Bronnen:
- "The ACS-EU relationship in the global economy", Speech door EU Trade Commissioner Peter Mandelson tijdens de ACS-EU Ministerstop, Brussels, 1 december 2004 (http://europa-eu-un.org/articles/lt/article_4102_lt.htm)
- "Mandelson wades into trade radicals. NGOs are unimpressed by vision of 'benign' globalisation", door David Gow, 23 november 23 2004
(http://www.guardian.co.uk/business/story/0,3604,1357321,00.html)

Meer informatie op http://www.epawatch.org en http://www.stopepa.org of neem contact op met sv@bothends.org


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


F) Derde weg PLUS
(door Chris Peeters)

'We moeten Mandelson - als liberaliseringshardliner - niet vertrouwen', schrijft Stefan Verwer elders in deze WTO.ZIP in het artikel "Eurocommissaris Peter Mandelson belooft ACS-landen eerlijke EPA's", 'en NGO's moeten actie voeren om duidelijk te maken dat EPA's in hun huidige vorm niet acceptabel zijn'.
Natuurlijk moeten we Mandelson niet vertrouwen. Hij is een typische exponent (zo niet een van de voormannen) van de Derde Weg-richting, het sociaal-democratische antwoord op het falen van de na-oorlogse Keynesiaanse politiek. Dat antwoord bestaat er vooral uit dat de liberale markteconomie onvermijdelijk en goed is en dat landen hun kansen op de wereldwijde markt moeten grijpen door een goede 'infrastructuur': onderwijs, onderzoek, een goed investeringsklimaat. Dat is zijn antwoord voor Engeland en het is zijn antwoord voor Afrika. Hij is wel oprecht in zijn streven Afrika vooruit te helpen.

De praktijk van meer dan tien jaar liberalisering laat echter zien dat het antwoord van de Derde Weg ontoereikend is. Landen kunnen binnen zeer ongelijke machtsverhoudingen niet als vanzelfsprekend 'hun kans grijpen', ze blijven maar al te makkelijk het slachtoffer van die ongelijke machtsverhoudingen. Niet vrije handel moet daarom het uitgangspunt zijn, maar 'managed trade', met armoedebestrijding als uitgangspunt. Waar EPA's dus blind gericht zijn op vrijhandel, moeten ze afgewezen worden.

Tot zover ben ik het roerend met Stefan eens, maar de strategische vraag is hoe we managed trade moeten bewerkstelligen. Mandelson zelf heeft een opening geschapen, door te stellen dat ook hij vindt dat ontwikkeling uitgangspunt voor de EPA's moet zijn. Naar mijn mening betekent dat dat we niet EPA's als zodanig moeten afwijzen, maar dat we in alle sectoren moeten aangeven hoe de EPA's gestalte moeten krijgen om ontwikkeling te stimuleren.
Belangrijke elementen van NGO-voorstellen kunnen daarin mijns inziens worden ondergebracht. Zo kan heel goed verdedigd worden dat de landbouw zodanig beschermd moet worden dat kleine boeren een menswaardig bestaan hebben. Je kunt dan even afzien van de discussie of kleine boeren op termijn kunnen overleven. Op dit moment is het zo dat de verpauperde Afrikaanse steden geen perspectief bieden voor weggesaneerde boeren.
Het is ook heel goed te verdedigen dat de landbouw zo beschermd moet worden dat regionale voedselveiligheid wordt zekergesteld; dat is immers ook altijd Europees beleid geweest.
Per industrietak is aan te geven hoe de EU die kan ondersteunen (bijvoorbeeld door beperkende oorsprongsregels of tariefescalatie af te schaffen). Er is zo'n brede beweging rond de EPA's actief dat het mogelijk moet zijn op alle punten een 'goede' EPA uit te werken. Een zo uitgewerkte EPA kan als model dienen om in WTO-verband een werkelijke ontwikkelingsronde gestalte te geven en kan de sociaaldemocratie afbrengen van haar beperkte derdeweg-model.

Een vergelijkbare strategische discussie speelt ook met betrekking tot grondstoffen. In een conferentie over 'Sustaining a future for agriculture' (in november 2004 in Genève door IATP georganiseerd [*]) was er brede steun voor de gedachte dat grondstofovereenkomsten zeer wenselijk zijn (om voor kleine boeren lonende grondstofprijzen te krijgen). Maar die moeten de problemen oplossen waaraan een vorige generatie akkoorden aan ten onder is gegaan (zoals het probleem van profiteurs, de hoge kosten van voorraadbeheersing, de verdeel- en heerspolitiek van rijke landen etc.). Ze moeten ook per grondstof anders zijn, 'to take into account heterogenity of markets, producers, products and consumers, and would need to recognize the key changes over the past 2 to 3 decades: the much greater concentration of markets and the role corporations now play'. In feite eenzelfde soort voorstellen als hierboven beschreven voor EPA's. En de twee voorstellen vullen elkaar heel goed aan: grondstofakkoorden kunnen een prima onderdeel van EPA's zijn.

Maar ook op deze conferentie was er een 'richtingenstrijd'. Een groep meende dat het huidige neoliberale systeem, gebaseerd op exportgeleide ontwikkeling met lage prijzen en grote volumes, onvermijdelijk is en wil binnen dat systeem landen zo goed mogelijk laten overleven. Een andere groep staat een alternatief systeem voor, gebaseerd op voedselsouvereiniteit en wil dat grondstoffenovereenkomsten, aanbodregulering en antimonopolistische strijd dienen om dat alternatief te bewerkstelligen.

Ik denk echter dat die tegenstelling onvruchtbaar is, omdat voor de korte termijn beide groepen dezelfde strijd kunnen voeren. Zowel wat betreft EPA's als bij grondstoffenhandel verwerpen de NGO's 'liberalisering als oplossing', ten gunste van managed trade via goede EPA's en grondstoffenovereenkomsten. Als het lukt om die af te dwingen kan de strijd ervoor - door boeren te organiseren, bedrijfsconcentraties te bestrijden, alternatieven voor het voetlicht te brengen - een prima basis zijn om waar wenselijk verdergaande hervormingen van het internationale handelssysteem te bewerkstelligen.

[*] Zie http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refid=46613

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


G) G8 Internationaal
(door Kees Hudig)

Zo'n 100 mensen uit 23 landen hebben twee weken geleden in het Zuidduitse Tübingen een weekend vergaderd over acties tegen de komende conferentie van de G8. Deze zal van 6-9 juli plaatsvinden op een landelijk gelegen golfcomplex-met-sjiek-hotel in de buurt van het Schotse Edinburgh.


De bijeenkomst werd (goed) georganiseerd door het Britse 'verzetsnetwerk' Dissent!. Die is al een jaar bezig met het opzetten van alles en nog wat dat nodig is bij een moderne topconferentie. De Dissent!-mensen stelden duidelijk dat Dissent! zelf geen acties en demonstraties organiseert, en ook geen woordvoerder ergens van is. Ze organiseren alleen de infrastructuur, zodat anderen acties en dergelijke kunnen organiseren. Eerst werd er uitvoerig informatie gegeven over de omstandigheden in Schotland. Politie en media beginnen langzaam maar zeker dol te draaien bij het idee dat er een hoop activisten op bezoek zullen komen. De Schotse politie zou volgens de Dissent!-ers weinig ervaring hebben met grote manifestaties, maar is doorgaans terughoudend in het gebruik van traangas. Daar staat tegenover dat ze wellicht sneller schieten en graag met paarden op mensenmenigtes inrijden. Tekenend is dat ze besloten hebben waterkanonnen te lenen van België. De wetgeving verschilt nogal met die in het zuiden van het eiland, maar er wordt ook rekening gehouden met de uitvaardiging van noodwetten tijdens de top-dagen waardoor allerlei burgerrechten buiten spel gezet kunnen worden.

Op de zaterdag voorafgaande aan de G8-top (2 juli) wordt er een grote demonstratie gehouden ('Make poverty History') [1] in nabijgelegen Edinburgh. Die wordt georganiseerd door een koepel van tamelijk gematigde ontwikkelingsorganisaties die verklaard zouden hebben zich niet tégen de G8 op te stellen, maar hen te willen aanmoedigen om goede maatregelen voor de wereld te nemen. Hoe dan ook, er wordt al gesproken van de verwachting dat er meer dan 100.000 mensen aan deel zullen nemen. Radicalere actievoerders zullen ook aan de demonstratie deelnemen, onder meer achter de alternatieve leus 'Make Capitalism History'.
Er is nog een ander initiatief dat probeert de aandacht op te eisen, G8 Alternatives [2]. Dat is de zoveelste mantelorganisatie van de 'dogmarxistische' SWP, die voornamelijk uitblinkt in het net-doen-alsof ze hevig actievoeren en waar alleen nog andere organisaties mee samenwerken als ze zich verschuilen achter een vaag platform.

Bij het Dissent!-netwerk wordt ondertussen hard gewerkt aan allerlei zaken die nodig zijn voor acties tijdens die dagen (arrestantenhulp, vergadercentra, mediastructuur, eten, onderdak, you name it). Een speciale info-groep (Trapese) heeft al op meer dan 50 plekken een 'G8-show' gehouden om te informeren over de G8 en de redenen voor verzet daartegen. Ze hebben ook een mooie cd-rom gemaakt vol informatie en filmpjes [3].

Johnny Walker

Gleneagles, het hotel waar de conferentie gehouden wordt, ligt in landelijk gebied, tientallen kilometers van de steden Edinburgh en Glasgow. Eigenaar van het hotel is de drankenmultinational Diageo (met merken als Johnny Walker en Baileys ed.). In de buurt wonen voornamelijk miljonairs en grote schapenboeren. Het zal niet eenvoudig worden om in de buurt van het hotel te komen. Maar ook daar wordt aan gewerkt. Zo werd er in Tübingen verteld over de traditie van 'hillwalking', door de heuvels wandelen, en zullen er routes uitgezet worden door de Ochil Hills die grenzen aan het golfoord.

Op de internationale bijeenkomst werd besloten tot het houden van uiteenlopende acties.
Een van de acties die georganiseerd worden in de dagen voorafgaand aan de top is een (strikt geweldloze) blokkade van atoomduikbootbasis Faslane (maandag 4 juli) [4]. Op de eerste dag van de top, woensdag 6 juli zullen "de toegangswegen naar het Gleneagles-hotel geblokkeerd worden".
8 Juli is uitgeroepen tot internationale actiedag rondom klimaatverandering (een van de onderwerpen van de top) en ook een nabijgelegen illegalenbajes zal object van actie worden. Daarnaast roept de People's Golfing Association [5] op om op 7 juli massaal te gaan volksgolfen, waarbij ze waarschijnlijk steun zullen krijgen van het leger van CIRCA [6]. Verder zijn er groepen die per fiets komen [7], hebben feministen hun eigen organisatie [8] en is er ook een initiatief om banden aan te knopen met lokale bewoners en samen met hen de buurt op te knappen [9]. Voor elke hobby is er ondertussen bij dissent! een werkgroep opgericht waar je je bij aan kunt sluiten, of dat nu arrestantenhulp is, koken, mediawerk of blokkeren (zie de dissent! website voor meer informatie [10])

In Nederland en België beginnen ondertussen ook voorbereidingen om aan te sluiten bij het netwerk.
Op 31 maart zal een openbare vergadering voor Nederlandse activisten gehouden worden (20 uur, boven ACU, Utrecht), en de eerste informatiebijeenkomsten zijn er op 11 april (ACU, Utrecht), 16 april (Vrankrijk, Amsterdam) en 17 april (Klinker, Nijmegen). Er is een emaillijst voor mensen die op de hoogte willen blijven [11]. Voor contact met de voorbereidingsgroep: infog8@squat.net Binnenkort gaat er ook een speciale website in de lucht.
In België is ook reeds vergaderd en zijn info-bijeenkomsten in de maak. 19 Maart om 19 uur te Gent: Algemene open vergadering op de Alternatieve boekenbeurs [12]. 8-10 April te Antwerpen: "Days of Dissent", Actie- en voorbereidingsweekend [13].
Zie ook de indymedia-websites voor aankondigingen.

Oproepje:

Geld: Dissent! staat voor hoge kosten en heeft gevraagd om vanuit het buitenland donaties te sturen. Ook de lokale voorbereidingen zullen geld kosten. Vandaar de oproep om geld te produceren voor het g8-verzet. Denk aan het organiseren van een benefiet, verkoop, inzameling, etc. Je kunt het resultaat naar XminY Solidariteitsfonds sturen (giro 609060 ovv. Bijdrage G8), dan wordt ervoor gezorgd dat de helft naar Dissent! doorgestuurd wordt, en de andere helft voor het lokale Nederlands/Belgische netwerk ter beschikking komt. Heb je hulp nodig bij het organiseren van een en ander, mail dan naar: infog8@squat.net


Noten:
[1] http://www.makepovertyhistory.org/
[2] http://www.g8alternatives.org.uk/
[3] Een kopie van de anti-G8 cd-rom van Trapese kun je opvragen bij XminY in Amsterdam (http://www.xminy.nl, email: kh@xminy.nl)
[4] http://www.faslaneg8.com/
[5] http://www.tao.ca/~wrench/dist/g8/pga.html
[6] http://www.clownarmy.org/
[7] http://www.g8bikeride.org.uk/
[8] http://g8feministaction.frockon.org/
[9] http://reshape.org.uk/
[10] http://www.dissent.org.uk
[11] http://lists.direkte-aktie.net/mailman/listinfo/g8
[12] http://www.aboekenbeurs.be
[13] Contact stopg8@gmail.com of http:// www.stopg8.be (nog onder constructie). Inschrijven op de lijst: stopdeg8-subscribe@lists.riseup.net

Zie voor een ruim overzicht van links naar allerlei andere initiatieven rond de G8-top: http://www.indymedia.org.uk/en/2005/03/306409.html
Een vertaling van het verslag van de internationale conferentie: http://www.devrije.nl/archives/00000168.htm

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


H) G8 Werkgelegenheidsministers: zoek een echte baan!
(door Rob Bleijerveld)


Onder deze titel werd onlangs in het Verenigd Koninkrijk opgeroepen om te protesteren tijdens een bijeenkomst van de ministers voor werkgelegenheid van de G8 die op 10 en 11 maart bijeenkwamen in London.

Hieronder een ingekorte vertaling van de oproep:

In de aanloop naar de G8-top in juli 2005 in Schotland komen de ministers voor werkgelegenheid op 10 en 11 maart in London bijeen voor een 'mini-top'. Ze zullen daar beslissingen nemen die ons leven beïnvloeden, zoals waar, hoe en onder welke omstandigheden we werken, wat er gebeurt indien we niet werken, en wat ons wacht zodra we met pensioen gaan.

Ze hebben hun eigen vreemde taal om te beschrijven wat ze van plan zijn op te leggen. Ze hebben het over 'hulp', 'inclusiviteit' en 'actief ouder worden', maar doelen eigenlijk op de verplichting voor steeds meer mensen om te werken onder slechte omstandigheden, en op het snijden in pensioenen en uitkeringen. Ze praten over 'flexibiliteit' of 'het inzetten van menselijk potentieel' en bedoelen: het uitbuiten van 'menselijk kapitaal'. En 'verwijderen van barrières'? Dat betekent invoering van tijdelijk en onregelmatig werk, en het ongedaan maken van zekerheden en verbeteringen die de werknemers verkregen na jaren van strijd.

We gaan de straat op omdat we weigeren te dienen als 'menselijk kapitaal', ruw materiaal dat gekneed en gevormd wordt ten behoeve van het maken van winst. We laten ons niet verplichten tot het uitvoeren van nutteloze, zware arbeid die niet voorziet in sociale behoeften. Verplichte werkprogramma's als voorwaarde voor het krijgen van een uitkering zijn bedoeld om te disciplineren en te beheersen. En wanneer mensen verplicht worden te werken, gaan de lonen omlaag en vermindert de macht van de werknemers.

Ondertussen krijgen steeds meer migranten en vluchtelingen die langs de grenspolitie weten binnen te komen, te maken met opsluiting, onthouding van voorzieningen en uitbuiting als goedkope arbeidskracht. Ze worden tot zondebok gemaakt en geïsoleerd als "onechte asielzoekers", terwijl het de bazen en de machtigen zijn die profiteren van de algemeen verminderde bestaanszekerheid, betaling en veiligheid, en van de aanvallen door de staat tegen de werklozen.

In 1998 richtte de G8-bijeenkomsten in het Verenigd Koninkrijk zich op 'employabiliteit' en economische herstructurering. Nu zien we in heel Europa en daarbuiten de bezuinigingen in de sociale sector, de privatisering, de 'flexploitatie' en de programma's voor verplicht werk. Wat hebben ze nu weer in petto voor ons? Laten we hun plannen onwerkbaar maken!


Hierna volgt een sarcastisch stukje proza over de opzet van een tewerkstellingsprogramma voor mensen die overleden zijn. Bijbehorend is de speciale en luguber aandoende website "New Deal for the Dead - Part of the Department for Hard Work and Slave Labour" (http://www.nodeal.org.uk/). Ondertitel: Government website explains how New Deal will 'enable the dead to earn a living.'

De tekst ingekort weergegeven:

"In navolging van de succesvolle New Deal-programma's sinds 1997 om partners, alleenstaande ouders, gehandicapten, 50-plussers 'aan het werk te helpen', zal dit programma nagaan of in deze groep die tot nu toe buiten beschouwing bleef nog arbeidpotentieel aanwezig is... Daartoe zal een pilotgebied aangewezen worden - het ZOMBIE ('Zone Of Mortality Bringing Inclusive Employment') - voor degenen die korter dan 6 maanden geleden heen gingen, met een mogelijke uitloop naar diegenen die al langer dood zijn. Voor degenen die in aanmerking komen, zal een sollicitatie-procedure opgezet worden, een 13-wekelijkse Intensieve Animatie Period (IAP) en ze krijgen een gegarandeerde arbeidsplaats. Werkgevers ontvangen een subsidie van 70 pounds per week, en krijgen de beschikking over personeel met een gedegen vooropleiding en werkdiscipline.
"Dood zijn is geen excuus voor niet werken". Zij die niet in willen gaan op ons aanbod zullen te maken krijgen met het sanktie- en strafregime dat andere New Deal-programma's maakten tot een effectief instrument voor het wijzigen van
het werkgelegenheidsbeleid."


Bron: http://www.dissent.org.uk/content/view/144/63/

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


I) Hongerig naar macht
Zes redenen om de mondiale voedselbedrijven te reguleren
(door: Chris Peeters)

Mondiale voedselbedrijven zijn te machtig geworden en ondermijnen het gevecht tegen armoede in ontwikkelingslanden. Dat concludeert Action Aid in een onlangs uitgebracht rapport [1]. De organisatie roept op om de wereldwijde voedselbedrijven opnieuw te reguleren. De actiegroep staat daarin niet alleen; op vele fronten is het gevecht geopend tegen de macht van de grote voedselmultinationals.


Multinationale ondernemingen (MNO's) zoals Monsanto, Cargill, Unilever en Ahold controleren in toenemende mate de voedselketens, van zaad tot supermarktschap. De 30 grootste voedelwinkelketens bijv. verkopen wereldwijd 30% van de kruidenierswaren; vijf bedrijven controleren 90% van de wereldwijde graanhandel, zes driekwart van de pesticidemarkt [2].

Action Aid geeft 6 redenen om de voedsel-MNO's te reguleren:

1. MNO's gebruiken en misbruiken hun macht om rijkdom uit arme gemeenschappen te persen. Ze verhogen de prijs voor pesticiden en zaden, en verlagen de prijs die ze boeren betalen. De paar overgebleven bedrijven concurreren vaak niet eens, maar vormen prijskartels [3].
2. Ze betalen lage prijzen en slepen zo extra winsten binnen. De historisch gezien lage grondstoffenprijzen geven ze niet door aan de consumenten.
3. Ze marginaliseren arme boeren en landbouwarbeiders. Vooral kleine boeren kunnen moeilijk voldoen aan de steeds zwaardere eisen die opkopers aan producten stellen en worden daardoor massaal van het platteland verdreven.
4. Ze kunnen niet volledig ter verantwoording worden geroepen voor hun invloed op mensenrechten en het milieu, omdat ze vaak niet meer grijpbaar zijn voor nationale wetgeving doordat ze gebruik maken van de juridische scheiding tussen moeder- en dochtermaatschappij.
5. De vrijwillige gedragscodes van MNO's zijn niet verplicht, en onvoldoende.
6. Mensen die het slachtoffer zijn van MNO's krijgen geen toegang tot de rechtszaal.

MNO's hebben zo een verwoestend effect op arme plattelandsgemeenschappen en (aangezien daar het grootste deel van de armen van de wereld leven) op armoedebestrijding. Action Aid ondersteunt plattelandsgemeenschappen bij hun gevecht tegen de negatieve invloed van MNO's. De organisatie vindt dat ook regeringen en internationale instellingen in actie moeten komen om te voorkomen dat MNO's inbreuk maken op de rechten van armen en van lokale gemeenschappen. Een evenwichtiger machtsverdeling moet niet alleen machtsmisbruik tegengaan, maar is ook een belangrijk middel om een democratischer en rechtvaardiger voedselsysteem te scheppen en rechtvaardige en duurzame groei. Action Aid roept regeringen daarom op om:

- de markt voor voedselproducten opnieuw te reguleren met de ontwikkeling van de armsten als doel. Zorg dat MNO's hun macht niet kunnen misbruiken, ondersteun producentenorganisaties en doe wat aan de grondstoffencrisis.
- te zorgen dat MNO's wettelijk aansprakelijk zijn voor hun invloed op mensenrechten en het milieu.

Actie tegen bedrijvenconcentratie

In dat gevecht tegen bedrijfsconcentraties staat Action Aid niet alleen.
De FAO constateert in haar laatste rapport dat controle van de grondstoffenketen door een paar machtige bedrijven de grondstoffenprijs en het deel van de uiteindelijke prijs dat aan de directe producent toevalt, verlagen [4].
De International Federation of Agricultural Producers (IFAP) constateert dat de mondiale dominantie van een paar grote bedrijven in de landbouwvoedselketen een grote uitdaging is voor boeren. De organisatie heeft in juni 2004 een actieprogramma tegen de concentratie in de voedselsector aangenomen [5].
Het Agribusiness Accountability-initiatief [6] bestrijdt vooral de concentratie in de voedingssector. In januari 2005 is op een expertmeeting besloten een website te maken waarop gegevens over bedrijvenconcentratie zullen worden verzameld.
Op een door het IATP in november 2004 georganiseerde conferentie 'Sustaining a future for Agriculture' [7] stelden de deelnemers vast dat - gegeven de huidige structuur in landbouw- en voedselmarkten - het belangrijk is om de controle van de landbouw door bedrijven en de toenemende trend naar marktconcentratie te bestrijden.
In Nederland strijd het Platform voor een ander Landbouwbeleid tegen de manier waarop Ahold de boeren uitperst om haar prijzenoorlog te kunnen volhouden.

Strategie

Er is dus een breed bondgenootschap mogelijk om de concentratie in de voedselketen te bestrijden. Een groot probleem lijkt echter een goede strategie. In de strijd om de markt in de detailhandel lijken slechts een paar grote spelers te kunnen overwinnen. Alle landen (inclusief de EU) lijken er op gespitst om 'hun' kampioen te beschermen en geven dus geen prioriteit aan het bevorderen van de concurrentie in deze sector. Om hun macht tegenover de supermarkten overeind te houden (er is een felle concurrentie om 'de plank in de supermarkt') voelen de andere onderdelen van de voedselbewerkingsketen zich genoodzaakt ook continu te fuseren. Aan het eind van de keten staan de vele kleine boerenbedrijfjes, die steeds machtelozer worden. Een strategie om dat gevecht te voeren is dus allesbehalve eenvoudig. Een suggestie zou kunnen zijn om binnen het kader van de WTO een concurrentie-autoriteit te vestigen. De veronderstelde voordelen van een vrije markt gelden immers alleen als er voldoende concurrentie bestaat. En aan die voorwaarde is binnen de agrobusiness allerminst voldaan!


Noten:
[1] 'Power Hungry; six reasons to regulate global food corporations' van Action Aid, februari 2005 (http://www.actionaid.org.uk/wps/content/documents/power_hungry.pdf). Dit artikel is voornamelijk gebaseerd op bovenstaand rapport.
[2] In het rapport staan natuurlijk nog veel meer voorbeelden van marktconcentratie. Zie ook 'Food inc., Corporate concentration from farm to consumer', door B. Vorley (2003), London, UK Food Group. En http://www.etc.org alsmede de in noot 5 genoemde website.
[3] Van alle recente boetes voor de vorming van prijskartels betaalden agro-MNO's 85% (noot 1, pag. 27).
[4] 'The state of the agricultural markets' (pag. 34) (http://www.fao.org/documents/show_cdr.asp?url_file=/docrep/007/y5419e/y5419e00.htm).
[5] http://www.ifap.org/news/Brief%20IndustriConcent_Nov04_Eng.pdf
[6] Een netwerk van academici, activisten en voedselexperts die erkennen dat de bedrijvenconcentratie in de voedselsector de duurzaamheid van het voedselsysteem bedreigt. Zie http://www.agribusinessaccountability.org
[7] waaraan ondermeer deelnamen Action Aid, Focus on the Global South, FOE International, OXFAM en Via Campesina (http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refid=46613)

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


J) Poppen aan het dansen
(door Kees Hudig)


Het zal de lente wel zijn, maar ineens rennen allerlei hoge pieten vrolijk door de wei op weg naar nieuwe posten. Krijgt WTO.ZIP nu eindelijk een roddelrubriek?

Nieuwe wolven

Begin maart maakte de Financial Times bekend dat Paul Wolfowitz, een van de grootste havikken in het kabinet van Bush (hij is staatssecretaris van oorlog en volgens sommige waarnemers persoonlijk verantwoordelijk voor de aanval op Irak), ogen zou hebben voor de post van president van de Wereldbank. James Wolfensohn, de huidge president, stapt immers in mei op als zijn tweede ambtsperiode van vijf jaar ten einde loopt. Hij is onder Clinton aangesteld, had te kennen gegeven dat hij wel verder wilde, maar de regering Bush wil kennelijk alle hens aan dek. De traditie (!) wil dat de Amerikanen mogen beslissen wie er hoofd van de Wereldbank wordt, en de Europeanen wie het IMF aanvoert.

Lange tijd leek het erop dat de post naar Robert Zoellick zou gaan, bekend als de betonnen toponderhandelaar van de VS bij internationale handelsbesprekingen. Maar klaarblijkelijk hebben ze toch bedacht dat het nog harder moet. In de International Herald Tribune (van 2 maart 2005) stond een overzicht van de geheime lijst met overige kandidaten: Randall Tobias (leider van het AIDS-bestrijdingsprogramma van de Amerikaanse regering en daarvoor topmanager van AT&T en Eli Lilly), John Taylor (topambtenaar op ministerie van Financien) en de enige vrouw, Carly Fiorina (topmanager bij Hewlett-Packard). Onze kandidaat blijft Reverend Billy [1].

Zo'n beetje alle media namen het bericht van de mogelijke kandidatuur van Wolfowitz over, waarna de Amerikaanse regering officieel ontkende dat de transfer in het spel zou zijn. Maar dat gelooft niemand. De lancering eerst als proefballon laten uitlekken om te kijken hoe de reacties zijn, is een bekende tactiek bij omstreden benoemingen. De Amerikaanse minister van Financiën John Snow verklaarde ook nog pseudo grappig dat de ouwe rockster en MTV-miljonair Bono een goeie kandidaat zou zijn, waarna de lobbyorganisatie van Bono, DATA, ook nog ging ontkennen dat hij kandidaat zou zijn.

Net (16 maart) werd bekend dat Bush besloten heeft inderdaad Wolfowitz voor te dragen als kandidaat voor het presidentschap van de wereldbank. Hij noemt hem een "bevlogen, eerlijke vent" (BBC)[3]. Doorgaans wordt de kandidaat die de VS naar voren schuift voor de Wereldbank niets in de weg gelegd. Officieel moet de benoeming bekrachtigd worden door de uitvoerende raad (executive board). Theoretisch is er een kans dat de EU z'n veto uitspreekt (zoals de VS dat deed tegen Caio Koch-Weser toen die in 2000 door de EU voor de leiding van het IMF voorgesteld werd).

De BBC merkt op dat het de tweede keer in korte tijd is dat de VS een havik benoemt op een internationale post. Eerder deze maand werd staatssecretaris van Buitenlandse Zaken John Bolton benoemd tot de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, een instelling waar hij zich als staatssecretaris vaak schamper over uitliet. De wereldbank heeft officieel het doel om ontwikkelingsprojecten te financieren.
Met zo'n havik aan het hoofd zou de koers verder naar rechts kunnen schuiven, en een politisering van de projecten met zich meebrengen. (loop je op onze muziek, krijg je geld, en dat vooral voor projecten die je in goed overleg met multinationals uitvoert...)

Supachai schuift door

De hoogste man van de wereldhandelsorganisatie WTO, de Thai Supachai Panitchpakdi, is door VN-hoofd Kofi Annan genomineerd om hoofd van de UNCTAD te worden, de VN-afdeling voor handel en ontwikkeling, die weer in gewicht toeneemt. Supachai's baantje bij de WTO eindigt eind augustus en de nieuwe UNCTAD-chef moet 1 september aan de slag, dus dat past precies. Moeilijker zal het zijn om ineens over te schakelen op "development-friendly integration of developing countries into the world economy" (de taakomschrijving van de UNCTAD).

Hoog op de lijst van mogelijke opvolgers van Supachai bij de WTO staat weer de naam van ... Pascal Lamy. Op de WTO-website staat zijn sollicitatie-brief [3]. Lamy, collega en vriend van bovengenoemde Zoellick, was tot voor kort Europees commissarris voor handel en een van de hoofdverantwoordelijken voor de neoliberale koers van de EU bij de WTO-onderhandelingen.

Bolkestein neemt een sabattical om eindelijk eens al die Olie B. Bommels te gaan lezen die hem altijd zo inspireerden.

Ad Melkert, om onduidelijke redenen ooit tot bewindvoerder bij de Wereldbank benoemd, staat op het lijstje voor de post van hoofd van het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP. Premier Balkenende heeft het officieel voor hem opgenomen met de glunderende woorden "het altijd goed is als Nederland meedoet. Nederland wordt gezien als een betrouwbare partner, we draaien actief mee. Melkert doet het uitstekend bij de Wereldbank, we gaan nu afwachten hoe de procedure verder verloopt' [4].
Andere kandidaten zijn de Noorse minister van Ontwikkelingssamenwerking Hilde Frafjord Johnson en de Britse Valerie Amos, de eerste zwarte leider in het Britse Hogerhuis.


Noten:
[1] Zie: http://www.revbilly.com/
[2] http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/4354839.stm
[3] http://www.wto.org/english/thewto_e/dg_e/stat_lamy_e.htm
[4] Planet.nl 11 maart 2005 (http://www.planet.nl/planet/show/id=62967/contentid=558169/sc=f8473a).

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


K)'Toekomst van de WTO' - een controversieel rapport
(ingekort/vertaald door Rob Bleijerveld)

Op 17 januari bracht de Wereldhandelsorganisatie een rapport uit onder de titel "The Future of the WTO" dat verschillende institutionele kwesties behandelt en aanbevelingen doet voor hervormingen ten aanzien van funktioneren en besluitvorming van de WTO. Hieronder een ingekorte vertaling van een beschouwing door Martin Khor van het Third World Network [1]. Hij becommentarieerde een beperkt aantal voorstellen uit het lijvige rapport.


Op verzoek van WTO directeur-generaal Supachai Panitchpakdi stelde een Consultative Board onder leiding van Peter Sutherland dit 86 pagina lange rapport samen. Naast Sutherland, voormalig topman van GATT en WTO, en nu CEO bij Goldman Sachs International en British Petroleum, werkten 7 andere handelsexperts aan het rapport.
Het rapport behandelt de rol van de WTO bij de globalisering, en gaat in op de vele punten van externekritiek. In afzonderlijke hoofdstukken beschouwt het preferentiële handelsverdragen (PTA's), samenhang tussen WTO en andere instituties, relaties met civil society, geschillenbeslechtingssysteem, besluitvormingsproces, en rol van directeur-generaal en secretariaat.

Controversieel

Van veel van de voorstellen kan verwacht worden dat ze controverses zullen oproepen, zeker díe voorstellen die al eerder ter tafel kwamen en door anderen werden afgewezen.
Controversiële maatregelen op het gebied van besluitvormingsproces:
- plurilaterale benadering van voorgestelde nieuwe akkoorden waarvoor consensus onder de lidstaten ontbreekt;
- de instelling van een "raadgevende groep" bestaande uit ongeveer 30 ministers (waarvan enkele een vaste plaats hebben); en
- vergrote mandaten voor directeur-generaal en secretariaat zodat ze een pro-actieve, en zelfs leidende rol kunnen spelen in onderhandelingen.

Consensus

Het rapport gaat uitgebreid in op het consensus-principe in de WTO en meldt dat consensusbesluiten weliswaar meer legitiem zijn dan meerderheidsbesluiten, maar dat de wil van de meerderheid geblokkeerd kan worden door een enkele staat. Het consensus-principe wordt weliswaar niet verworpen, maar over de toepassing ervan doet Sutherland cs. twee aanbevelingen:
- een studie moet inzichtelijk maken hoe te onderscheiden tussen diverse soorten van beslissingen en te bepalen waarvoor consensus wel/niet bruikbaar is;
- de Algemene Raad moet verklaren dat een lidstaat die een maatregel wil blokkeren welke op veel steun kan rekenen, alleen een consensus-besluit tegen kan houden indien hij schriftelijk (met redenen omkleedt) aangeeft dat de zaak in kwestie van vitaal nationaal belang is.

Variable verplichtingen

Het rapport oppert de mogelijkheid van "variabele geometrie" in WTO-verplichtingen: lidstaten mogen besluiten tot het aangaan van meer of minder (ambitieuze) verplichtingen. Deze verkapte plurilaterale aanpak moet het mogelijk maken dat "sets of WTO members" meer ambitieuze verplichtingen nastreven, terwijl de andere lidstaten zich tijdens de onderhandelingen kunnen terugtrekken ("opt-out"). In een later stadium kan een lidstaat (weer) meedoen ("opt-in") maar moet zich dan neerleggen dat wat inmiddels is vastgesteld. Deze gecompliceerde "opt-in"/"opt-out"-aanpak stelde de EU voor in 2001 (Doha-top) en 2003 (Cancún-top; Singapore Issues). Dat riep echter veel weerstand op.
Het rapport erkent dat deze benadering klasseverschillen tussen lidstaten kan veroorzaken, maar gaat uit van een positieve werking in bepaalde gevallen: het kan de machtigste lidstaten afhouden van het verkiezen van regionale en bilaterale verdragen boven die van de WTO.
Bij de ontwikkeling van nieuwe disciplines zou de GATS-benadering (elke lidstaat besluit over het eigen tempo van marktopening en nationale behandeling) een alternatief voor het plurilaterale model kunnen zijn. De EU droeg dit systeem aan in een poging om "Investeringen" geaccepteerd te krijgen; ook hiertegen was het verzet hevig en aanhoudend.

Andere aanbevelingen:

- Vast recht op technische assistentie en deskundigheidsbevordering voor Minst Ontwikkelde Landen met betrekking tot nieuwe WTO-akkoorden.
- Jaarlijkse ministersbijeenkomst en halfjaarlijks schriftelijk verslag door WTO aan ministers over belangrijkste ontwikkelingen. Een ministerstop elke vijf jaar.
- Meer frequentere aanwezigheid van 'senior'-handelsdeskundigen in Genève. En elke drie of zes maanden een speciale Algemene Raadsbijeenkomst voor hen.
- Een raadgevend orgaan met ministers en/of senior-handelsdeskundigen voor de politieke begeleiding van de onderhandelaars en ter vervanging van de "vaak inefficiente" mini-ministerials. Om effectief te zijn moet deze raad worden voorgezeten door de directeur-generaal en een "beperkt lidmaatschap" (maximaal 30) hebben. Een deel van de 30 zetels heeft een permanente bezetting (de machtigste lidstaten), de rest kan roteren (te verdelen naar geografische gebieden of regionale handelsverdragen).

Relatie lidstaten en secretariaat

Betreurd wordt dat de rol van het secretariaat door het "lidstaat-gedreven" karakter verkleind is, en dat de capaciteit van het secretariaat om "creatieve voorstellen in te brengen in het onderhandelingsproce" minder gewaardeerd wordt dan voorheen. In diverse secties van het rapport worden voorstellen gedaan om de funkties van het secretariaat te verbeteren. Hoewel er erkend wordt dat er "veel kritiek" geuit is op de leiding van de ministerstoppen (proces en organisatie) zijn er geen voorstellen voor een andere manier van leidinggeven. Zo worden de exclusieve "Green Room"-bijeenkomsten niet afgeschaft, maar juist versterkt door ze te formaliseren (met een sausje van 'regionale vertegenwoordiging' als legitimiteit).
De "Facilitators" worden in het voorstel niet aangewezen door de lidstaten, maar zoals nu door de WTO-leiding. D.-G. en conferentievoorzitter "should not become part of a further bargaining process." (...) maar het secretariaat krijgt wel een leidende rol bij de ministerails toebedeeld. D.-G. en secretariaat moeten "at the centre of negotiations" staan gedurende de ministerials en daar voorstellen doen die bijdragen aan het bereiken van consensus".
Dit zal tenminste door sommige lidstaten als controversieel worden opgevat. De ervaring leert immers dat de secretariaats-staf een cruciale rol speelde bij ministerstoppen, zowel formeel als informeel (en achter de schermen). En het rapport stelt voor dat die funkties erkend, gelegitimeerd en versterkt worden.

Vergroting mandaat WTO-leiding

Mandaat en rol van de D.-G. moeten vergroot worden en vastgelegd door de Algemene Raad. "Als de lidstaten niet bereid zijn om de principes die ze onderschreven te verdedigen en te bevorderen, dan moet het secretariaat vrij zijn dat te doen". Het secretariaat is in die visie zelfs "de bewaker van de akkoorden die de WTO-wet omvat." Debat hierover kan niet uitblijven (gezien de WTO-geschiedenis).
Het secretiaat mag verondersteld worden politieke analyses te leveren aan lidstaten. Voordracht van kandidaten voor het voorzitterschap van de WTO op basis van regionale volgorde of rotatie tussen arme en rijke staten moet vermeden worden.

Spaghetti

In een hoofdstuk over "de erosie van non-discriminatie" waarschuwt het rapport dat het "most-favoured nation" (MFN) principe niet langer de rgel lijkt te zijn, door een de 'spaghetti kom' van douane unies, gemeenschappelijke markten, regionale en bilaterale vrijhandelsverdragen en voorkeursverdragen. Waar aan de ene kant verdragen als de EU en NAFTA een stimulans zijn voor het multilaterale systeem (...) zijn de voorkeurs-handelsverdragen (PTA's) dat juist niet. Het zijn eerder struikelblokken dan bouwstenen, onder meer omdat door de opname van niethandelsdoelen, zoals beschermingsclausules voor IPR's, arbeid en milieu, en beperkingen op het gebruik van "capital controls." De opstellers van het rapport vrezen dat deze zaken via een zijdeur de WTO "binnenkomen."

S&DT

Ook controversieel is de analyse van een voorstellen voor Speciale & Gedifferentieerde Behandeling". Het stelt vragen bij twee aannames over S&DT (die verdere studie behoeven):
1. handelsliberalisatie is ongeschikt ('not valid') voor arme staten, en daarmee zijn eisen tot wederkerige handelsconcessies niet op hun plaats. Volgens het rapport tonen empirische studies aan dat naar-binnengericht beleid schade berokkent aan 'ontwikkelingslanden' en dat bescherming hun exportprestaties ondermijnt.
2. wederkerige concessies van 'ontwikkelingslanden' zijn niet de moeite waard omdat hun markten onbetekenend zijn. De rapporteurs zeggen dat veel 'ontwikkelingslanden' niet voldoen aan dit beeld, vandaar de eis tot 'graduering'.

Voorkeursregelingen

Sutherland cs. zetten de nadelen van voorkeurs-markttoegang op een rijtje en gaan er van uit dat het spaghetti-komprobleem op de lange termijn opgelost zal worden door het terugbrengen van de MFN-tarieven naar nul (omdat dan ook de preferenties dan verdwijnen).
Een remedie tegen de discriminerende voorkeursregelingen is het op indirekte wijze verlagen van MFN-tarieven en niet-tariefbepaalde maatregelen in multilaterale onderhandelingen. Of door de werking van GATT Artikel XXIV nader toe te spitsen en de voorzieningen beter te beheren.

Relatie WTO en Civil Society

Hierover worden geen nieuwe voorstellen gedaan. Het zijn met name de lidstaten die - op nationaal niveau - in diskussie moeten (kunnen) gaan met maatschappelijke organisaties over handelskwesties. De lidstaten zouden daarnaast duidelijke doelen moeten vaststellen voor de relaties van het WTO secretariaat met civil society.

In het rapport staan ook diverse voorstellen over geschillenbeslechting.

Op 24 januari hadden de lidstaten de mogelijkheid in een speciale bijeenkomst te reageren op het rapport.


Noot:
[1] "'Future of WTO' report has many controversial proposals", Khor, TWN Info Service on WTO Issues (Jan05/2) van 20 januari 2005 (http://www.twnside.org.sg/title2/twninfo179.htm). Een eerdere versie van dit artikel is op 18 januari gepubliceerd in de South-North Development Monitor (SUNS).

Om verder te lezen:
- Het rapport 'Future of the WTO' is te vinden op:
http://www.wto.org/english/thewto_e/10anniv_e/10anniv_e.htm
- "'Wise Men' Seek Shake Up at WTO", Reuters, 17 januari 2005 (http://www.tradeobservatory.org/index.cfm?RefID=37864).
- "The Sutherland Report: a call for change?", door Carin Smaller, TIP/IATP (Geneva Update) 19 Januari 2005 (http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refid=46549).
- "Rapport hekelt gebrek politieke betrokkenheid bij WTO", Financieele Dagblad, 18 januari 2005
- "Supachai's Consultative Board: non-discrimination in trouble", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 9, Nr 1 van 19 januari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-01-19/story1.htm).
- "Members, Civil Society react tot proposals for WTO reform", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 9, Nr 2 van 26 januari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-01-26/story3.htm)


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


L) Davos: de eerste mini-ministerial van 2005
WTO-voorzitter roept op tot grotere politieke inzet van lidstaten
(door Rob Bleijerveld)

Met nog krap 11 maanden te gaan tot aan de 6e Ministerstop blijkt Hong Kong niet het eindpunt te zijn van de Doha Ronde. WTO-voorzitter maakt zich zorgen over de voorbereidingen van de top en roept eind januari in Davos op tot een grotere inzet van alle lidstaten.


Eind januari werd tijdens de jaarvergadering van het World Economic Forum (WEF) in Davos een bijeenkomst gehouden over de toekomst van de WTO, met als titel 'Is the WTO's Tenth Birthday Worth Celebrating?'. In het panel zat ondermeer WTO-voorzitter Supachai Panitchpakdi die aangaf niet optimisch te zijn over de voortgang van de Doha Ronde en zich op alle fronten zorgen zei te maken. "Er is wel werk verzet, maar niet genoeg om te garanderen dat Hongkong de laatste stap zal zijn om de Doha Ronde in 2006 te kunnen beëindigen", aldus de Directeur-Generaal. Hij riep de 148 WTO-lidstaten op om voort te maken met de voorbereidende onderhandelingen voor de Hong Kong-top, die plaats zal vinden van 13 tot en met 18 december 2005.

Na de laatste WTO-ministerstop in Cancún is op aandringen van met name de OESO-lidstaten in juli 2004 een nieuw WTO-raamwerk ontworpen om Hong Kong in elk geval tot succes te maken. De doelstelling om - na deze zogenaamde July Package Agreement van Genève - voldoende vooruitgang te maken op technisch gebied is echter niet gehaald. Er was in januari nog te weinig overeenstemming over te hanteren cijfers en uitgangspunten zoals die voor tariefreductie en subsidies. Ook waren er nog geen sluitdata voor het invullen van principeafspraken. Volgens Supachai is het noodzakelijk dat de ministers voor de zomer van 2005 voldoende technische vooruitgang boeken om een politiek akkoord in december mogelijk te maken.

Davos Minitop

In de marge van het WEF werden diverse bijeenkomsten georganiseerd waar WTO-lidstaten de stand van zaken van de Doha-onderhandelingen opmaakten en over de voorbereidingen en doelen voor de WTO-top in december diskussieerden. Dit gebeurde op basis van kleine sessies (rondom de meest invloedrijke lidstaten) en een 'mini-ministerial' op 29 januari waaraan handelsministers uit ongeveer 30 lidstaten op uitnodiding deelnamen.

'First Approximation'

In Davos waren het met name de meest invloedrijke lidstaten die aandrongen om op 5 sleutelgebieden "concrete vooruitgang" te boeken. Dat zijn: modaliteiten (= uitgangspunten, randvoorwaarden) voor Landbouw (AG); een formule voor tariefreductie voor industriële- en consumptiegoederen (NAMA); aanbod voor marktopening voor diensten (GATS); vooruitgang in handelsfacilitatie (TF); en versterking van WTO-regels (RL) zoals 'anti-dumping disciplines'.
Volgens voorzitter Zwitserland was er ook overeenstemming over een "fatsoenlijke weerslag van de ontwikkelingsdimensie" in de onderhandelingen [*].

Men ziet de noodzaak tot een grotere ministeriële betrokkenheid in 2005. De besprekingen moeten vanuit de "verduidelijkingsfase" omgezet worden in "werkelijke onderhandelingen" op elk gebied. De resultaten daarvan zouden voor het zomerreces van augustus door 'senior'-onderhandelaars in het WTO-hoofdkwartier te Genève vervat moeten worden in conceptteksten. De daarin opgenomen verschillende standpunten worden vervolgens door de onderhandelaars "versmald" tot de zogenaamde 'First Approximation'. Het geheel wordt daarna teruggebracht tot een "beperkt aantal belangrijke politieke issues" die de basis moet leggen voor overeenstemming tijdens de WTO-ministerstop in Hong Kong en die het afsluiten van de Doha Ronde voor eind 2006 mogelijk moet maken.

Voorafgaand aan het WEF was al bekend geworden dat een aantal lidstaten aanboden om in 2005 een mini-top te faciliteren. Geagendeerd werden mini-toppen in Mombasa, Kenia (2, 3 en 4 maart), in Parijs (3 en 4 mei, tijdens de OECD-jaarbijeenkomst) en in China en in Korea (dit najaar?).

Doha Ronde loopt uit...

Op 14 februari bevestigde het Trade Negotiations Committee, dat toeziet op het werk van de verschillende WTO-raden en committee's, de besluiten die genomen zijn in de beperkte setting van Davos. De meningen van lidstaten verschillen echter over status en opzet van de 'First Approximation' van juli 2005. Zelfs een ingelaste bijeenkomst op 12 februari, waar 13 invloedrijke lidstaten op uitnodiging van de VS verder diskussieerden over Landbouw, NAMA en GATS, leidde niet tot meer onderlinge overeenkomst.

Directeur-Generaal Supachai Panitchpakdi zei dat de lidstaten het eens zijn dat er een "substantiële doorbraak" nodig is tijdens de ministersconferentie in Hong Kong. Dat is een voorwaarde om de Doha Ronde ergens in 2006 te kunnen afsluiten. Een "substantiële doorbraak" is een overeenkomst over onderhandelingsmodaliteiten voor de NAMA- en Landbouwbesprekingen, een "kritische massa" van aanbod voor dienstenliberalisering, en aanzienlijke vooruitgang op andere onderhandelingsgebieden, zoals de hervorming van antidumping en tegenwaarde (countervailing) disciplines.

De 'senior' handelsdiplomaten van de lidstaten en de WTO-officials benadrukten op 14 februari dat er politieke wil nodig is om de Doha Ronde tot een eind te brengen. Voor de Amerikaanse regering dringt de tijd, omdat het 'blanco mandaat' (de Trade Promotion Authority) van Bush op 1 juni 2007 definitief afloopt. Daarna krijgt het Amerikaanse Congress meer invloed in de vaststelling van hoofdlijnen en details van internationale handelsakkoorden waar de VS bij betrokken is.


Noot:
[*] Voor meer gedetailleerde info over de verschillende akkoorden, zie de "Doha Briefings" van de ICTSD van december 2004 (http://www.ictsd.org/pubs/dohabriefings/index.htm). Binnenkort zal daarvan een update verschijnen.

Bronnen:
- "Dagboeknotities van een wereldforumganger," door Heiko Jessayan, Het Financieele Dagblad van 29 januari 2005.
- "WTO-topman bezorgd over succes Doharonde," Het Financieele Dagblad van 28 januari 2005.
- "Four WTO mini-ministerials planned for 2005," door ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest vol 9, nr 2, van 26 januari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-01-26/WTOinbrief.htm).
- "Key members agree to step up pace of WTO negotiations", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest vol 9, nr 3 van 2 februari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-02-02/story2.htm).
- "WTO members aim for july 'Approximations,' Hong Kong deal", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest vol 9, nr 5 van 16 februari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-02-16/story2.htm).
- "NAMA, Services expected to top Kenya WTO mini-ministerial agenda." International Trade Reporter (Vol 22 Nr 8) van 24 februari 2005

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


M) Maart: mini-ministerial Kenia
Vijf staten bepalen de agenda en voeren de druk op
(door Rob Bleijerveld)

Van 2 tot en met 4 maart vond in Kenia een mini-top plaats waarbij meer dan 30 delegaties van lidstaten uitgenodigd waren [1]. Het voorstel voor deze "informele" top was gedaan tijdens het World Economic Forum dat eind januari plaatsvond in Davos. Voorzitter Mukisha Kituyi had een aantal handelsministers uit (met name Afrikaanse) ontwikkelingsstaten uitgenodigd om het ontwikkelingsaspect van de Doha Ronde te benadrukken. In zijn inleiding wees hij erop dat de ontwikkelingsstaten moe worden van alle lege beloften gedaan door rijke staten. "Het tijdperk van de retoriek is voorbij en we willen concrete voorstellen die de bestaande onevenwichtigheid opheffen op wereldhandelsgebied". Toch lijkt het erop dat de bijeenkomst het meest opleverde voor een paar OESO-staten en de belangrijkste G20-staten.


De agenda omvatte een aantal 'hot issues' uit de Doha Development Agenda. De eerste dag bestond uit een bezoek aan een Wildpark. De tweede dag was bedoeld voor besprekingen over Niet-Agrarische Markt Toegang en daarna over Landbouw en Ontwikkelingsaspecten. De laatste dag zouden Diensten, Handelsfacilitatie en Regels aan de orde komen.

Markttoegang voor industriële en consumptiegoederen (NAMA)

Het te hanteren tariefreductiesysteem stond centraal in de diskussie, maar men kwam niet overeenstemming over hoe zo'n formule eruit moet zien. Grofweg ging het om vijf hoofdelementen: binding/bandbreedte van de te reduceren tarieven, diepte en coëfficiënt van de reducties, de mogelijkheid om bepaalde producten van reductie uit te sluiten, de voorgestelde implementatieperiode, en het al dan niet handhaven van niet-wederkerige verplichtingen via preferentieverdragen.
De ministers kwamen wel overeen dat men zich verder zou richten op de elementen voor een niet-lineaire formule, met inbegrip van de nodige flexibiliteit. Relevante (nieuwe of herziene) voorstellen kunnen nog tot half maart ingeleverd worden om geagendeerd te worden op de eerstvolgende NAMA Onderhandelings bijeenkomst. Voor juni (en zomogelijk al bij de afsluiting van de minitop in Parijs van begin mei) moet er een tariefreductieformule gekozen zijn, aldus de selecte groep van 33 WTO-lidstaten...
Daarbij riep EU handelscommissaris Mandelson op tot het instellen van een informele "non-group" [2] om de NAMA-onderhandelingen te kunnen versnellen...

De druk op arme staten, ook die niet aanwezig waren in Kenia, om in te stemmen met een ongunstig besluit is erg groot. Al bij de onderhandelingen voor het July Package Agreement van 2004 werd er gesuggereerd dat het noodzakelijk is dat arme staten een concessie doen op dit vlak. Na een aanvankelijke haperende start na augustus 2004 wordt nu de vaart er goed ingezet. In december 2004 en januari 2005 maakten de lidstaten hun beginposities en verwachtingen kenbaar in de NAMA onderhandelingsgroep in Genève en deze week worden daar vervolgonderhandelingen gehouden over de tarivering van industriële goederen. Zoals het zich laat aanzien, zullen de rijke staten aansturen op het aanvaarden door de WTO-lidstaten van (bijna) 100 % tariefbinding en van een strenge niet-lineaire formule die leidt tot een algeheel drastische tariefreductie voor met name arme staten. Ondanks de suggestieve tekst hierover in de July Package Agreement van 2004 geeft artikel 1 van bijlage B aan dat "additional negotiations are required to reach agreement". Volgens handelsexpert Lal Das geen reden om overhaast in te stemmen met ongunstige of onduidelijke voorstellen [3].

Diensten

De voorzitter sprak zijn bezorgdheid uit over de trage voortgang van de dienstenonderhandelingen. Hij riep díe lidstaten die nog geen eerste aanbod/vraag hebben gedaan op om dat uiterlijk in mei te doen. De deelnemende lidstaten stellen zich als doel om een kritische massa van hoogkwalitatief aanbod te leveren.
Tijdens de besprekingen liep de spanning op over het relatieve belang van landbouwliberalisering voor de Doha Ronde. Brazilië en andere ontwikkelingsstaten klaagden erover dat de VS en de EU een grote nadruk legden op dienstenliberalisering terwijl ze tot nu toe geen concrete toezeggingen willen doen over de hervorming van hun landbouwsubsidies. Brazilië, gesteund door Australië, vond dat pas sprake kan zijn van liberalisering op het gebied van diensten en NAMA nadat er afspraken zijn gemaakt over subsidiereductie. De VS en de EU waren echter van mening dat vooruitgang in landbouw gelijk op moet gaan met beweging in NAMA en diensten, hun beider prioriteiten.
Brazilië viel uit tegen de EU en de spanning liep zo hoog op, dat de voorzitter de bijeenkomst schorste en de beide ministers geruime tijd apart nam. Volgens de Amerikaans handelsminister Allgeier werd het conflict later bijgelegd en werd overeengekomen om op alle drie gebieden stappen vooruit te zetten. Dat onderonsje betekent de marginalisering van de belangen van de arme staten.

Landbouw

Aan de zijlijn van de Kenia-top opereerde de zogenaamde 'Non-group of Five' (NG5), bestaande uit Australië, de VS, India, Brazilië en de EU. Deze NG5 wierp door de grote invloed van de leden op het Landbouwdossier - en daarmee op de gehele Doha Agenda - haar schaduw vooruit. Andere deelnemers aan de Kenia ministerial werden onrustig [4] aangezien deze groep in juli 2004 in staat was om de hoofdlijnen te bepalen van de landbouwparagrafen in de raamovereenkomst van Genève [5].
Eerder die dag was er een conflict uitgebroken tussen de EU en de andere vier over de zogenaamde Ad Valorem Equivalenten (AVE's) [6]. In de AVE-kwestie staan grote landbouwexporteurs tegenover grote landbouwimporteurs [7]. Voorzitter Mukisha Kituyi voelde zich genoodzaakt om de agenda van de mini-ministerial hals over kop om te gooien. Het punt 'Landbouw' werd naar achteren verschoven om een voortijdig mislukken van de topontmoeting te voorkomen [8].

Toen Landbouw aan de orde kwam op de mini-ministerial waren AVE's een belangrijk item, in tegenstelling tot het voor veel arme staten belangrijke knelpunt van de erosie van voorkeursystemen [9]. De AVE-omzetting is van belang bij de uiteindelijke keuze van de tariefreductie formule. De AVE-diskussie - voornamelijk gevoerd door de NG5 en G10 - ging met name over de vraag of dit nú uitgewekt moet worden, danwel later in maart tijdens de zogenaamde Landbouwweek [10].
Men kwam overeen om de kwestie te splitsen in een deel dat gaat over de methode van AVE-omzetting en een deel dat gaat over mogelijkheid en voorwaarden voor het ongedaan maken daarvan. In Genève zal het technische voorbereidingswerk doorgaan om de opties voor omzetting en verificatie verder uit te werken. En gedurende de 'Landbouwweek' zal een besluit genomen worden over de methode van AVE-omzetting. De gegevens die nodig zijn voor de invulling daarvan moeten door alle lidstaten aangereikt worden in april.
Het besluit over herroepbaarheid van AVE-omzetting, over plafonds en binding wordt uitgesteld.

Tevens is besloten om voor juli de kaders aan te geven voor een akkoord over landbouwsubsidies, opdat de ministers tegen het eind van 2005 "allesomvattende en evenwichtige" modaliteiten vast kunnen stellen. Wat betreft die subsidies had de EU al laten weten dat de Unie in Cancún de bereidheid toonde om die af te bouwen, maar dan alleen indien andere rijke staten dat ook zouden doen. Toch liet de Landbouwcommissaris, Fischer Boel, niet na om te benadrukken dat de EU in de onderhandelingen geen grote wijzigingen zal accepteren in de criteria voor de zogenaamde Groene en Blauwe box-regelingen. Eerder is de verdenking al gerezen dat de EU (en de VS) deze regelingen gebruiken als omweg om toch een deel van hun landbouwsubsidies in stand te houden.

Katoen

'Katoen' maakt onderdeel uit van het Landbouwakkoord, en het tegengaan van dumpen van goedkope katoen op de wereldmarkt is met name van belang voor een aantal zeer arme Afrikaanse producenten. Tijdens de Kenia-top bevestigde het Orgaan voor Beroepszaken van de WTO het vonnis in een zaak die Brazilië aangespannen had tegen subsidies aan Amerikaanse katoenboeren.
De Braziliaanse handelsminister Amorim noemde dit een "grote overwinning voor ontwikkelingslanden in het algemeen" [11]. En zijn Rwandese collega Nshuti zei dat dit vonnis aan de eisen van Afrikaanse staten meer kracht zou bijzetten met betrekking tot vaststelling van voorwaarden en sluitdata voor de stopzetting van katoensubsidiëring door geïndustrialiseerde staten. Volgens de Amerikaanse minister Allgeier zijn de VS echter niet van plan om te beginnen met ontmanteling van het subsidiesysteem. Ze beschouwen het als een uitruilobject binnen het geheel van de landbouwonderhandelingen... (en ze kunnen dit doen omdat er vooralsnog geen deadline vastgesteld is voor de uitvoering van het vonnis). Toch zijn door deze WTO-uitspraak de eerste scheuren al zichtbaar in de Agrarische Coalitie die Bush tot nu toe steeds steunde [12].

De ministers kwamen overeen dat het WTO Subcommittee voor Katoen op korte termijn ontwikkelingssteun moet regelen voor katoenproducenten en op de lange termijn de handelsaspecten verder moet uitwerken.

Handelsfacilitatie (TF)

Opgemerkt werd dat er op dit gebied voor juli meer voorstellen ingediend moeten worden waarin verplichtingen neergelegd worden voor het leveren van uitgebreide en gerichte technische assistentie.

Ontwikkeling

De ministers benadrukten de noodzaak om de overgebleven kwesties inzake Speciale & Gedifferentieerde Behandeling en Implementatie af te handelen, om het principe van "minder dan volledige wederkerigheid verder uit te werken, en om in nieuwe verplichtingen bepalingen op te nemen voor beleidsruimte voor arme staten.
Volgens Eurocommissaris Mandelson betekent dat het (bijna) ongewijzigd overnemen van het pakket voorstellen dat vóór Cancún samengesteld werd (en waar destijds veel kritiek op was...). Mandelson wijst ook op de "sterke ontwikkelingscomponenten" in de ingediende voorstellen voor marktopening voor NAMA, diensten en landbouw. Verder riep hij alle industriestaten dringend op om voor of tijdens Hong Kong een duidelijke toezegging te doen voor het verlenen van accijns- en quotavrije markttoegang voor de 'Minst Ontwikkelde Landen' (MOL's).

Perspectieven voor Doha Ronde?

Na afloop van de top in Mombasa werd (officieel) gesproken over een positief resultaat, omdat het de Doha-onderhandelingen versneld zou doen hebben. Volgens de voorzitter leverde het voldoende politiek momentum en leiderschap op. Men had díe speerpunten kunnen identificeren die politieke sturing behoeven om het proces op een technische wijze te bespoedigen, gericht op het behalen van de doelen van het Doha Werk Programma.

Andere berichten spreken echter over grote twijfels bij indviduele ambassadeurs over de perspectieven ten aanzien van Doha Ronde en het ontwikkelingsaspect daarvan. Een aantal betwijfelen of er voor Hong Kong echte vooruitgang geboekt zal kunnen worden. Voor sommigen was het resultaat zelfs minder dan de lage verwachtingen waarmee ze in Mombasa aankwamen. Een minister van een van de 'Minst Ontwikkelde Landen' meldde, dat veel zal afhangen van een bijeenkomst van de MOL's-groep in mei. Daar zullen ze hun gezamenlijke standpunt bepalen ten aanzien van het vervolg van de Doha Ronde.

Maatschappelijk protest en repressie

En buiten, op de straten van Mombasa, hielden op 3 februari zo'n 500 mensen een vreedzame demonstratie tegen de subsidie-politiek van de rijke staten. Ze droegen borden met teksten als "Africa is Not For Sale", "WTO You Are Killing Our Farmers" en "Protect Us From Cheap and Subsidised Agricultural Imports". De demonstratie werd gesteund door een groep respectabele NGO's, civil society, boeren- en kerkelijke organisaties. Maar de autoriteiten verklaarden de demonstratie onwettig; de politie joeg de demonstranten met grof geweld uiteen en arresteerde er een veertigtal [12]. Maatschappelijke groepen protesteerden vervolgens tegen de geweldstoepassing en arrestaties.


Noten:
[1] De deelnemers waren de EU, de VS, Australië, Canada, Japan, Norwegen, Zwitserland, Hong Kong, Zuid-Korea, Brazilië, Argentinië, Mexico, Costa Rica, India, China, Indonesië, Zuid-Afrika, Kenia, Egypte, Marokko, Tanzania, Zambia, Rwanda, Senegal, Benin, Maleisië, Thailand, Singapore, Pakistan, Bangladesh, Guyana, Jamaica, Jordan en Oman. (uit: - "WTO mini-ministerial at Mombasa - Divergence in the shadow of palm trees and lions" door Karin Gregow).
[2] De term Non-group duidt erop dat de leden niet een gemeenschappelijke binding hebben, zoals bij de G20 of G33. De bedoeling van de EU is om met een paar andere invloedrijke lidstaten (met grote, maar onderling tegenstrijdige belangen bij NAMA) een deal te sluiten. Die deal is dan richtinggevend voor de vervolgonderhandelingen in de grotere groep.
[3] Voor een uitgebreide uitleg over positie en perspectieven voor arme staten, zie: "NAMA Negotiations in the WTO: binding of tariff and tariff reduction process", door Bhagirath Lal Das, 6 maart 2005 (uit: Third World Network Info Service on WTO and Trade Issues (Mar05/2) van 15 maart 2005. Werd verspreid via de [StopWTORound]-maillijst).
[4] Een aantal andere WTO-topspelers - China, Zwitserland en Japan - drongen aan op een plaats in deze NG5, hetgeen werd afgewezen vanuit "coherentie"-overwegingen.
[5] Zie: "WTO 'eindelijk' weer op gang na Cancún-debacle - Raamakkoord strijdig met ontwikkelingsdoel van Doha Ronde", door Rob Bleijerveld in WTO.ZIP nr 47 van 11 augustus 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040811--00(47).htm).
[6] Bij Ad Valorem Equivalenten gaat het om de omzetting van importtarieven voor landbouwproducten die uitgedrukt zijn in hoeveelheden in tarieven die gebaseerd zijn op prijs. Dat moet het mogelijk maken dat tarieven in verschillende klassen worden ingedeeld met een verschillend reductieregime. Daarnaast gaat het om de vraag of en in hoeverre zo'n omzetting weer ongedaan gemaakt kan worden. De EU en de G10 willen het recht behouden op het ongedaan maken van omzetting. Ze hebben een groot aantal speciale tarieven ingesteld voor de import van bepaalde "gevoelige" producten om de eigen producenten te kunnen beschermen.
[7] Australië, de VS, India en Brazilië zijn grote voedselexporteurs (de eerste twee uit de Cairns-group, de andere uit de G20). De EU exporteert veel landbouwproducten, maar importeert er ook veel. De Unie is lid van de G10-groep van grote voedselimporteurs, waarvan ook Zwitserland en Japan deel uitmaken. Bij de NG5-besprekingen was de voorzitter van de WTO Landbouwraad, Tim Groser aanwezig.
[8] Volgens de Australische regering was de EU door de NG5-druk uiteindelijk bereid om na te denken over een compromis. De andere leden van de groep besloten daarop van deze AVE's nu geen breekpunt te maken.
[9] Bij voorkeursregelingen voor import/export tussen arme staten en bijvoorbeeld de EU of VS is sprake van niet-wederkerigheid: de markttoegang die de rijke staten bieden hoeven niet geboden worden door de arme partners.
[10] Tijdens de Landbouwweek (14 tm 18 maart) zijn er in Genève onder leiding van de WTO diverse onderhandelingssessies met als doel besluiten te nemen over hetgeen tot nu toe in de raad en commissies voorgesteld is.
[11] In andere zaken is een soortgelijke overwinning binne handbereik. Zoals bij de zaak van Brazilië, Thailand en Australië tegen de gesubsidieerde suikerexport van de EU waarin is bepaald dat die subsidies volgens het Landbouwakkoord te hoog zijn. Maar de EU kan intrekking van de subsidies nog rekken; daarom diende Brazilië op 7 maart een verzoek in om de subsidies ook nietig te laten verklaren onder het Subsidie en Tegenwaarde Akkoord (CSM). Daarnaast overweegt Brazilië om op gebied van soya-subsidies door de VS een zaak aanhangig te maken bij de WTO (zie: http://www.oneworld.nl/p_ne_re.asp?BerichtID=3630).
[12] "Cautious Reaction to WTO Cotton Ruling," USAgNet van 7 maart 2005 (http://www.wisconsinagconnection.com/story-national.cfm?Id=246&yr=2005)
[13] Op 18 maart zullen ze voor de rechtbank moeten verschijnen. De maximumstraf voor het ten laste gelegde is een gevangenisstraf van 3 jaar...

Bronnen:
- "WTO mini-ministerial at Mombasa - Divergence in the shadow of palm trees and lions", door Karin Gregow, African Trade Agenda, Third World Network-Africa Vol 2 Nr 2, february 2005 (twnafrica.org/docs/ATA-22-en.rtf)
- "Kenya Mini-Ministerial Begins", WTD, 2 maart 2005
- "Dispute Continues Over AVEs", WTD, 3 maart 2005
- "WTO protesters charged," door Joseph Maiyo (Kenyan Broadcasting Organisation), van 5 maart 2005.
- "Ministers report progress at Kenya mini-ministerial, ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 9, Nr 8 van 9 maart 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-03-09/story2.htm)
- "Singapore Issues to Dominate Agenda in Mombasa Trade Talks", door Benson Kathuri, East African Standard (Nairobi), 2 maart 2005 (http://www.eastandard.net/archives/cl/hm_news/news.php?articleid=14424).
- "Speeding Up the NAMA Talks", WTD, 3 maart 2005 (http://www.eastandard.net/archives/cl/hm_news/news.php?articleid=14424)
- "Agriculture progress made on AVE's at Mobasa 'mini-miniterial'", ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest Vol 9, Nr 3 van 2 februari 2005 (http://www.ictsd.org/weekly/05-03-09/WTOinbrief.htm)
- "Ministers agree in two market access issues", Bridges Monthly Trade News Digest, vol 9 nr 2-3, van 15 maart 2005 (http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES9-2-3.pdf).
- "Brazil: WTO cotton victory against US reaffirmed; pressures EU on sugar", Bridges Weekly Trade News Digest Vol 9, Nr 8 van 9 maart 2005 (www.ictsd.org/weekly/05-03-09/story1.htm).
- "Rich, Poor Disparity Crops Up At Trade Meet," door David Mageria (East African Standard - Nairobi) van 5 maart 2005 (http://allafrica.com/stories/200503040938.html).
- "Civil Society Angered By Arrests At World Trade Talks,"
Catholic Information Service for Africa (Nairobi), 4 maart 2005 (http://allafrica.com/stories/200503040490.html).

 

WTO----zzzzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppppppp

 



 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Kees Hudig, Rob Bleijerveld, Chris Peeters, Roelien Knottnerus, en Stefan Verwer.
euwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op: http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva@xs4all.nl

-----------------------