Een belangrijke sector van de GATS-onderhandelingen, die
op het moment in volle gang zijn, vormt de financiële
sector. Veel ontwikkelingslanden worden door de VS en de
EU gepusht hun financiële sector open te gooien voor
Amerikaanse en Europese banken en andere financiële
instellingen. Afgezien van de mogelijke risico's die met
deze liberalisering gepaard gaan, is er nog een probleem,
namelijk dat deze buitenlandse aanbieders meer controle
krijgen op de betreffende nationale wetgeving.
De lobby van financiële bedrijven is steeds een belangrijke
drijvende kracht achter de roep vanuit het Westen om liberalisering
van financiële markten. Het zijn de grote internationaal
opererende bedrijven die nieuwe markten willen betreden,
en die dus hun overheden stimuleren ver te gaan in hun verzoek
om liberalisering aan andere WTO-leden. De EU heeft bijvoorbeeld
in haar 'request' aan Chili opgenomen dat geld dat Chili
binnenkomt niet langer op een rekening wordt vastgehouden
zoals de wet bepaalt.
Maar er wordt niet alleen op inhoudelijke punten onderhandeld.
Bedrijven merken dat ze niet alleen hinder ondervinden van
bestaande wetgeving, ook de invoering van nieuwe wetgeving,
als ze al eenmaal in het land gevestigd zijn, kan als obstakel
worden ervaren. Daarom wordt er door bedrijven ook gelobbyd
om regels op te stellen over de wijze waarop nieuwe wetgeving
wordt ingevoerd.
Een voorbeeld komt van een lobbyorganisatie van de Britse
verzekeringsindustrie, die wereldwijd opereert. Zij stelden
een 'model schedule' voor over hoe idealiter landen hun
verzekeringswezen zouden liberaliseren. Bijzonder is dat
er ook wordt gevraagd om de mogelijkheid tot commentaar
geven op voorgestelde wetgeving. Bedrijven zou dan moeten
worden toegestaan binnen een bepaalde termijn voorgestelde
wijzingen in te sturen. Een verdergaande eis is dat deze
bedrijven ook op de hoogte moeten worden gesteld, waarom
hun voorstellen niet zijn geaccepteerd door de wetgever.
In (uitgelekte) 'requests' van de VS aan een aantal ontwikkelingslanden
zijn dezelfde eisen opgenomen: "When proposing new
regulations or amendments to existing regulations, make
such proposals publicly available, provide the rationale
for them, establish procedures for submission of comments
by the public, and provide reasonable time for preparation
and submission of such comments... When adopting in final
form new regulations or amendments to existing regulations,
publish the text and, as appropriate, address substantive
comments received, if any, from the public with respect
to the proposed regulations".
Op zich kan het goed zijn dat er een heldere wetgeving
bestaat waarvoor verantwoording wordt afgelegd. Echter,
bovenstaande eisen zouden voor ontwikkelingslanden problematisch
kunnen zijn gezien hun beperkte administratieve middelen
en de beperkte mogelijkheid van het 'publiek' om financiële
regelgeving te beïnvloeden. De gevolgen van toezeggingen
op dit gebied zijn dan ook moeilijk te overzien. Veel ontwikkelingslanden
hebben dan ook al aangegeven dat onderhandelingen over regels,
zoals transparantie van wetgeving, niet op bilateraal, maar
op multilateraal niveau dienen plaats te vinden - iets wat
de EU en VS niet echt willen...
Liberalisering van financiële diensten een probleem
in Mexico
De ervaring van Mexico leert dat de komst van buitenlandse
banken niet perse een enkel rooskleurig verhaal is. Na de
pesocrisis van 1994 was de hoop was dat de buitenlandse
banken het financiële bestel weer op orde zou kunnen
brengen en dat de Mexicaanse overheid niet voor de zoveelste
keer de banken uit de brand zou hoeven te helpen, als een
crisis plaatsvond.
Op het moment is meer dan 80% van het Mexicaanse bankwezen
in handen van buitenlandse aanbieders, met name de Amerikaanse
banken Citigroup en HSBC, en de Spaanse BBVA en Santander
Central Hispano. Hoewel het bankenstelsel veel stabieler
is geworden, is er weinig terechtgekomen van de andere beloften.
De president van de Centrale Bank presenteerde een rapport
waaruit bleek dat de prijzen die door buitenlandse banken
voor financiële diensten in Mexico worden gevraagd,
stukken hoger liggen dan in andere markten waarin de banken
opereren.
Ook worden misschien de rijkste klanten wel bediend, maar
hebben veel gewone huishoudens en kleinere bedrijven amper
toegang tot kredieten, die juist hard nodig zijn in de Mexicaanse
economie. Het gebrek aan kredietverlening door de buitenlandse
banken maakt economische groei onmogelijk en vormt een groot
economisch probleem, aldus de Centrale Bank van Mexico.
In de politiek werd gediscussieerd over nieuwe wetgeving
om buitenlandse banken te dwingen hun prijzen te verlagen
en meer kredieten te verschaffen. Tot nu toe is er van deze
pogingen echter nog niet veel terechtgekomen. Het is moeilijk
buitenlandse banken te reguleren, niet in het minst omdat
zij vaak op een andere buitenlandse beurs staan genoteerd.
***
Aan deze GATS-platform nieuwsbrief droegen bij:
Anke Tijtsma (St. Wemos Gezondheid voor
Allen)
Erik Wesselius (Corporate Europe Observatory)
Meike Skolnik (Ver. Milieudefensie)
Myriam vander Stichele (St. Onderzoek Multinationale Ondernemingen)
Noten:
[1] Het GATS-platform
is een samenwerkingsverband van St. WEMOS Gezondheid voor
Allen, het Transnational Institute (TNI), Corporate Europe
Observatory (CEO), St. Onderzoek Multinationale Ondernemingen
(SOMO), Ver. Milieudefensie, World Information Service on
Energy (WISE), Solidariteitsfonds XminY, de Landelijke Studentenvakbond
(LSVb), Dwars (Jongerenorganisatie GroenLinks).
[2] Deze nieuwsbrief zal binnenkort ook te vinden zijn op
de website van het GATS-platform: http://www.gats.nl
[3] "Dienstenliberalisering en ontwikkelingslanden:
leidt openstelling tot achterstelling?" door Adviesraad
Internationale Vraagstukken, rapport nr. 39 van september
2004. De volledige tekst is nog niet beschikbaar op de website,
maar is opvraagbaar bij: Andrea Nederlof, Secr. Comm. Ontw.
Samenwerking AIV (070-3485990 / andrea.nederlof@minbuza.nl).
De samenvatting en conclusies zijn te vinden op: http://www.aiv-advies.nl
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) Europese provincies, steden en dorpen spreken zich
uit over GATS
Tegen liberalisering publieke diensten, vóór
GATS-vrije zones
(door Rob Bleijerveld [1])
In verschillende Europese staten lopen campagnes over
het dienstenakkoord van de WTO, GATS. In Vlaanderen hielden
11.11.11 en Attac de afgelopen herfst een campagne tegen
privatisering van publieke diensten waaronder de drinkwatervoorziening.
In Frankrijk en Zwitserland lopen al enige tijd scucesvolle
campagnes voor GATS-vrije zones.
Vlaanderen
In Vlaanderen ondertekenden 171 gemeenten, waaronder Antwerpen
en Gent een motie tegen GATS en waterliberalisering. Brussel
tekende een overeenkomstige Attac-motie. Daarmee steunt
55% van alle Vlaamse gemeenten de aktie! Ook tekenden vier
van de vijf Vlaamse provincies het document. En de campagne
loopt nog steeds...
De motie roept op om:
* te bevestigen dat water een mensenrecht is en dat drinkwaterdiensten
door overheden beheerd dienen worden;
* een eind te maken aan de druk op staten in het Zuiden
om hun drinkwaterdiensten te liberaliseren, en om hun andere
openbare diensten te steunen;
* waterdiensten en andere publieke diensten (zoals gezondheidszorg)
uit te sluiten van GATS;
* waterdiensten in Vlaanderen in publieke handen te houden;
* de GATS-onderhandelingen meer transparant te maken en
meer democratische deelname mogelijk te maken, vooral van
plaatselijke autoriteiten;
* de inperking van de reguleringsmogelijkheden door plaatselijke
authoriteiten af te wijzen;
* evaluatie-studies uit te voeren naar de gevolgen van GATS;
en
* een moratorium in te stellen voor de GATS-onderhandelingen.
Frankrijk en Zwitserland [2]
In Frankrijk verklaarden ongeveer 600 gemeenten (28 miljoen
mensen omvattend!) zich een GATS-vrije zone.
De Zwitserse stad Genève, de hoofdzetel van de WTO,
deed hetzelfde al in juni 2003. In Lausanne werd ook een
motie van deze strekking aangenomen maar moet nog bindend
verklaar worden. In vijftien kantons en 20 andere gemeenten
zijn GATS-gerelateerde vragen gesteld aan de autoriteiten.
Europese regio's
Op 26 november werd op de jaarvergadering van de Assembly
of European Regions [3] unaniem een resolutie [4] aangenomen
waarin gevraagd wordt "internationale handel op een
gebalanceerde manier te organiseren, door middel van een
democratisch proces en met de deelname van alle betrokken
instellingen, waaronder de regio's en andere 'stakeholders.'
Er moet rekening gehouden worden met bestaande waarden en
normen van de Europese Unie, zoals mensenrechten - vooral
van rechten van kinderen en arbeiders - en met sociale normen
en milieunormen. De Assembly of European Regions deelt niet
het principe van totale onderschikking aan globale logica
van ongereguleerde concurrentie en vrijhandel."
De verklaring gaat er verder van uit dat de bevoegdheden
van regionale overheidsbesturen gehandhaafd dienen te blijven,
vooral op gebied van economische ontwikkeling, onderwijs
en training, huisvesting, transport, gezondheidszorg, zorg
voor ouderen en 'sociaalzwakkeren', en milieubescherming.
Noten:
[1] Informatie ontleend aan de WTO-INTL-mailijst, met
dank aan Jan Willem Goudriaan van de Europese Federatie
van Dienstenbonden EPSU.
[2] Voor meer informatie, zie: http://www.hors-agcs.org/agcs/
[3] De AER werd opgezet in 1985 om de deelname van de regio's
in de Europese politiek te bevorderen en vertegenwoordigt
nu 250 lidregio's uit 30 staten.
[4] "Services of General interest in a New Europe -
Reinforcing the scope for action by the regions," persbericht
AER van 26 november 2004 (http://www.are-regions-europe.org/Press_Releases_2004/
GB-CP-Final-AG-2004.doc).
Zie ook: "The AER calls upon the European Council to
assess the impact of liberalization before adopting the
draft Services Directive,", persbericht AER van 14
december 2004 (http://www.are-regions-europe.org/News_GB.htm)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) WTO-uitspraak over gokken brengt VS in grote problemen!
Vergelijkbaar risiko voor de EU
(door Rob Bleijerveld)
Eind november 2004 werd in het artikel "Rien ne
va plus..." in WTO.ZIP nr 49 [1] geschreven over het
vonnis van een WTO-panel ten aanzien van internetgokken.
Overeenkomstig een klacht van de eilandstaat Antigua/Barbuda
vond het panel dat de Amerikaanse beperkingen tegen het
aanbieden van grensoverschrijdend internetgokken een schending
zijn van eerder gemaakte GATS-afspraken [2]. Sindsdien zijn
er diverse analyses verschenen over de reikwijdte van dit
WTO-besluit. De panelbeslissing heeft invloed op de onderhandelingen
over de geschillenbeslechting, op de voortgang van de GATS-onderhandelingen
en op de ruimte voor demokratische beslissingen.
David-Goliath effect?
De grote media verlenen aan deze kwestie een soort David-Goliath-dimensie:
het kleine Antigua verslaat de reus VS. Het ICTSD [3] -
dat de beslissing "grensverleggend" noemt - wijst
echter op de reëele beperkingen van kleine staten om
op succesvolle wijze handelssancties op te leggen aan machtige
staten. Zo is de markt van de eilandstaat te klein om exporteurs
uit de VS tariefsverhogingen op te leggen als effectieve
compensatie. En zouden eventuele uitbreidingen van Amerikaanse
markttoegang voor Antigua nauwelijks een verschil maken.
Tevens geeft het ICTSD aan dat de VS, die in hoger beroep
zijn gegaan tegen deze beslissing, blijkbaar inzet op het
jarenlang laten voortslepen van deze kwestie. Daarbij wordt
een Amerikaanse handelsvertegenwoordiger aangehaald die
gehint heeft op het niet uitvoeren door de VS van een eventueel
negatief eindvonnis.
Een ander aspect is de betrokkenheid van machtige gokbedrijven
en hun advokatenkantoren bij het formuleren en aanbrengen
van de Antigua-klacht bij het WTO-panel. Een aantal Amerikaanse
bedrijven zagen hun aandeelkoersen al stijgen kort na het
bekend worden van de uitspraak... [4]
Gevolgen voor onderhandelingen over geschillenbeslechting?
Van meer strukturele aard zijn de inschattingen ten aanzien
van de WTO-onderhandelingen op het gebied van geschillenbeslechting.
Zo meldt het ICTSD dat de panelbeslissing verstrekkende
gevolgen kan hebben voor de lopende onderhandelingen over
"verbetering en verduidelijking van bestaande regels
voor WTO geschillenbeslechting", de Dispute Settlement
Understanding Review [5][6]. In het kader van deze herziening
gaven arme staten eerder al aan dat de regels hen geen goede
instrumenten bieden om handels- en hulppartners te dwingen
om te voldoen aan de panelbeslissingen. Ook repten ze van
het ontbreken van geschikte maatregelen om onnodig uitstel
- middels beroepsprocedures - tegen te gaan en om een goede
compensatie van geleden schade te bewerkstelligen.
Foutje bedankt: GATS overstemt demokratische wetgeving!
Ook de GATS-onderhandelingen komen hier in zicht. Het gaat
met name om de 'positieve lijst'-benadering in de onderhandelingsfase
van aanbod van marktopening voor dienstensectoren. Volgens
deze 'positieve lijst'-benadering beperkt een staat zijn
liberaliseringsaanbod tot die dienstencategoriën en
-subcategoriën waarvoor het marktopening wil bieden
aan buitenlandse aanbieders. Maar, zoals de Antigua-kwestie
aantoont, verhindert dat niet dat vonnissen van het WTO-panel
boven nationaal, provinciaal en gemeentelijk vastgestelde
wetten en regelgeving uitgaan indien er fouten gemaakt worden
bij het vaststellen van de lijsten [7][8]! Het laat zien
dat zelfs de VS - met hun grote personele en juridische
capaciteit - de mogelijke gevolgen van de vastgelegde 'commitments'
kunnen onderschatten [9]. Dat dat gevaar des te meer geldt
voor staten die onvoldoende capaciteit hebben om hun zaken
eerst goed uit te zoeken, is zeker.
GATS: meer struktureel...
Ellen Gould, een onafhankelijke onderzoekster en journalist,
denkt dat de paneluitspraak op vier manieren belangrijk
is [4].
Ten eerste zal de federale overheid in de VS (op den duur)
drie federale wetten moeten aanpassen. Maar ook vier statelijke
wetten, hoewel dat laatste een bevoegdheid is die grondwettelijk
toebedeeld is aan de betreffende staten.
Ten tweede is de uitspraak in de beroepskwestie [10] van
groot belang, omdat het een definitieve WTO-interpretatie
oplevert van de betekenis van bepaalde (dubbelzinnige) GATS-bepalingen
[11]. De Antigua-kwestie is de tweede GATS-zaak waar het
panel zich over buigt. Bij de eerste - de zogenaamde "Mexicaanse
Telecom zaak" - is door gedaagde Mexico afgezien van
hoger beroep.
(Onbetaalbare) compensatie
Verder moeten de VS binnen de WTO kiezen uit twee kwaden
indien de beroepscommissie het panelbesluit handhaaft. Ze
kunnen de beslissing negeren en hopen dat geen enkel ander
WTO-lid - bijvoorbeeld een staat die de VS wèl onder
druk kan zetten - het voorbeeld van Antigua/Barbudas zal
volgen...
Of ze kunnen proberen om met het GATS artikel XXI ("Modification
of Schedules") in de hand de aangevochten GATS-afspraak
terug te trekken. Elk (!) WTO-lid heeft dan echter het recht
om compenserende maatregelen te eisen zodat de VS zijn lijst
van marktopening voor diensten moet aanpassen. En artikel
XXI schrijft voor dat onderhandelingen daarover niet mogen
leiden tot afspraken die minder voordelig zijn op handelsgebied
dan daarvoor het geval was [12]. Het recht op onbeperkte
grensoverschrijdende toegang voor buitenlandse bedrijven
op de lucratieve Amerikaanse internetgokmarkt is nu al miljarden
dollars waard...
En het probleem overstijgt zelfs het grensoverschrijdende
karakter, iets dat de grote media niet opgemerkt hebben.
De VS hebben namelijk ook een GATS-afspraak gemaakt over
"commerciële presentie", waardoor een groot
aantal Amerikaanse wetten die betrekking hebben op gokken
binnen de grenzen waarschijnlijk eveneens de GATS-bepalingen
schenden [13]. De waarde van de Amerikaanse "commerciële
presentie"-toezegging in deze sector is zo groot dat
er nauwelijks een vervangende concessie denkbaar is de VS
zouden kunnen doen om de terugtrekking ervan van de GATS-lijst
te compenseren.
Nog meer beperking van overheidsregulering!
Als laatste betekent de uitspraak van het WTO-panel een
inperking van het recht van een overheid om te reguleren.
In de "Mexicaanse Telecom zaak" werd al geconcludeerd
dat een algeheel verbod op het leveren een bepaalde dienst
een schending is van de GATS-afspraken over markttoegang,
omdat het equivalent is aan een "nul-quotum" voor
die dienstensector. In de "US - Gok zaak" probeerden
de VS zonder succes aan te tonen dat de aangelegde beperkingen
(federale en statelijke wetten) gerechtvaardigd waren wegens
het speciale karakter van de gokdiensten (aanbod via internet).
Het panel oordeelde echter dat ze toch een kwantitatieve
beperking vormen van de afgesproken volledige markttoegang
voor deze dienstensector. Ofwel: ook een algeheel verbod
op een subcategorie van een aangeboden dienst danwel op
een willekeurige leveringsvorm onder een afgesproken handelsmodus
is niet toegestaan.
Anticiperen?
Ten aanzien van overheidsregulering en het overeenkomstig
onderhandelen over GATS-toezeggingen speelt ook het kunnen
anticiperen op nieuwe ontwikkelingen een rol. In het begin
van de jaren '90 konden de VS niet voorzien dat grensoverschrijdende
toezeggingen door technologische veranderingen veel belangrijker
zouden worden dan aangenomen, en dat het aangaan van hun
"other recreation"-afspraken [14] later voor problemen
zou zorgen.
Tijdens de huidige onderhandelingen staan de WTO-lidstaten
onder grote druk van vooral de VS en de EU om ongelimiteerde
toezeggingen te doen in gevoelige sectoren van de financiële,
distributie en reclame diensten. De "US - Gok zaak"
betekent dat ze plannen voor het aangaan van nieuwe toezeggingen
goed moeten (her-)overwegen.
Koekje van eigen deeg
De VS worden nu om de oren geslagen met de gevolgen van
de eigen aggressieve opstelling bij het promoten van e-commerce
binnen de WTO. Tijdens de onderhandelingen stonden ze erop
dat een bepaling werd opgenomen, waarin afspraken over markttoegang
en nationale behandeling ook gelden voor de levering van
diensten via electronische middelen, uitgaande van het "principe
van technologische neutraliteit."
Door hun GATS-afspraken hebben ze nu een echt probleem en
pogingen om onder de gemaakte afspraken uit te komen zullen
mislukken! Het aangaan van de GATS-toezeggingen over gokken
maakt manouvreren welhaast onmogelijk. Het 'argument' dat
de toezeggingen voor "other recreational services"
niet overeen komt met de VN-classificatiecode werd aan de
kant geveegd door de schriftelijke bevestiging daarvan door
de eigen US International Trade Commission. En de zaak van
de VS tegen Mexico (Telecom) haalt de grond weg onder de
bewering dat de toezegging over gokken het internetgebeuren
uitsloot.
De VS kan niet anders doen dan hopen dat de andere WTO-lidstaten
hun ogen dicht zullen doen in ruil voor een hele grote concessie
aan de GATS-onderhandelingstafel... Of toch maar betalen?
Vergelijkbaar risiko voor de EU!
De Europese Commissie maakte GATS-afspraken over ongelimiteerde
"commerciële presentie" ten aanzien van diensten
voor de opslag/verwerking van vast en gevaarlijk afval [14].
Volgens het classificatiesysteem van de VN omvat dit "transport-
en verwerkingsdiensten door verbranding of op andere wijze"
van afval "afkomstig van huishoudens of van industriële
en commerciële instellingen."
Toepassing van de interpretatie van het WTO-panel over de
betreffende markttoegang betekent dat geen enkele lokale,
provinciale, of nationale rechtbank ("jurisdiction")
een buitenlands bedrijf ervan kan weerhouden om gevaarlijk
afval te verbranden of om dat op andere wijze op te slaan/verwijderen.
Zelfs indien dit in het geheel niet toegestaan is aan lokale
bedrijven onder de plaatselijke wet- en regelgeving! Het
panel heeft namelijk gedefinieerd dat een geheel verbod
op dienstverlening op subsectoraal niveau een nul-quotum
inhoudt en dat het daarom de afspraken over markttoegang
schendt. Het enige dat de EU kan doen indien de afval-wetgeving
van een Europese lidstaat aangeklaagd wordt, is het proberen
de GATS-uitzonderingsclausule te gebruiken, een echter bijna
onmogelijke exercitie gezien de ontwikkeling in de "US
- Gok zaak".
Noten:
[1] Zie: http://www.stelling.nl/trouble/zip/041119--00(49).htm
[2] Het rapport is getiteld "United States - Measures
Affecting the Cross-border Supply of Gambling and Betting
Services" (WT/DS285/R) en is te vinden op: http://docsonline.wto.org
[3] Bijvoorbeeld in het artikel "Antigua wins gambling
dispute", in Bridges Monthly Trade News Digest jg.
8, nr. 10 van november 2004 (http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES8-10.pdf).
[4] Email van onderzoekster Ellen Gould aan de GATScrit-lijst
(26 november 2004), getiteld "Highlights of the US
- Gambling Decision".
[5] "US-Antigua gambling dispute raises systemic issues,"
door ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest vol. 8, nr.
40 van 24 november 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-11-24/story4.htm).
[6] Bij ICTSD en WTO was niets te vinden over eventuele
behandeling hiervan op de speciale DSU-zitting van 25 en
26 november. De volgende speciale zitting is op 18 en 19
januari 2005.
[7] Het WTO-panel herinnerde daaraan bij zijn vonnis van
november 2004: "Members' regulatory sovereignty is
an essential pillar of the progressive liberalization of
trade in services, but this sovereignty ends whenever rights
of other Members under the GATS are impaired." (zie:
noot 2).
[8] Staten die met de VS onderhandelen over bilaterale en
regionale vrijhandelsakkoorden lopen een nog groter gevaar
waar het gaat om dienstenliberalisering. De VS dringen er
namelijk zeer sterk bij hun partners op aan dat er een zogenaamde
'negatieve lijst'-benadering gehanteerd wordt: geen enkele
(sub-)categorie wordt uitgesloten van potentiële grensoverschrijdende
handel tenzij uitdrukkelijk van te voren aangegeven.
[9] Naar verwachting zal dit probleem zich vooral - maar
niet uitsluitend - voordoen bij diensten die te maken hebben
met e-commerce, omdat de snelle technologische ontwikkeling
mogelijk leidde tot onopgemerkte gaten in wet- en regelgeving
en GATS-aanbod. Zie "Antigua wins gambling dispute",
noot 3.
[10] Mogelijk doet de WTO-instantie voor beroepszaken, de
Appellate Body, al in januari 2005 een uitspraak.
[11] Daaronder: de betekenis van markttoegang, en de voorwaarden
waaraan voldaan moet worden om een maatregel als "noodzakelijk"
aan te merken.
[12] "Members shall endeavour to maintain a general
level of mutually advantageous commitments not less favourable
to trade than that provided for in Schedules of specific
commitments prior to such negotiations."
[13] Zoals staatsmonopolies over loterijen, exclusieve rechten
voor inheemsen op het exploiteren van casino's, plaastelijke
verboden op bepaalde vormen van gokken (bijvoorbeeld 'slot
machines').
[14] "Solid and hazardous waste disposal services"
(email Gould, zie noot 4)
WTO----zzzzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppppp
F) Beijing +10 en de NAFTA
(door Tijn van Beurden)
Bijna 10 jaar geleden vond de Vierde Wereldvrouwenconferentie
van de VN plaats in Beijing [1]. Zijn vrouwen er sindsdien
op vooruitgegaan? Hieronder een samenvatting en vertaling
van een artikel van Alexandra Spieldoch [2] over de dikwijls
negatieve invloeden van vrijhandelsverdragen en privatiseringen
op de economische positie van vrouwen in de VS in de afgelopen
10 jaar.
Beloftes van de regering van de VS
In Beijing beloofde de VS-regering onder druk van activisten
ondermeer om:
- wetten en administratieve procedures te herzien om gelijke
rechten van vrouwen in economisch opzicht mogelijk te maken;
- het recht van vrouwen op werk en goede werkomstandigheden
te bevorderen;
- alle vormen van discriminatie bij personeelsbeleid af
te schaffen; en om
- harmonisering van werk en gezin te bevorderen voor vrouwen
en mannen (zoals bij ouderschapsverlof).
Tien jaar na Beijing is het duidelijk dat de regering de
beloftes niet is nagekomen.
Duidelijk is verder dat er wereldwijd een toename is van
economische ongelijkheid tussen landen en in de landen zelf.
De natiestaten zijn steeds minder in staat om sociale zekerheid
te bieden. De verschuiving van publieke diensten naar het
huishouden en de verschillen in aard van het werk dat vrouwen
en mannen hebben (beloond en onbeloond, formeel en informeel)
hebben een onevenredig negatieve invloed op vrouwen.
NAFTA (North American Free Trade Agreement)
Toen de VS het NAFTA-verdrag ondertekende in 1993 werd
voorspeld dat NAFTA de grenzen zou openen, nieuwe banen
zou scheppen en de inkomensverschillen in en tussen landen
zou verkleinen. De feiten geven een ander beeld te zien.
Goederen kunnen grenzen passeren, mensen niet. Duizenden
arbeiders zonder geldige papieren proberen iedere dag tevergeefs
de VS binnen te komen. Honderden van hen worden ieder jaar
gedood als ze de grens van Mexico naar de VS willen oversteken.
De verschillen tussen de rijken en armen zijn groter geworden
in de NAFTA-landen. Miljoenen banen zijn verloren gegaan
in deze landen. Ook is de aard van het werk veranderd.
De veronderstelde voordelen van de NAFTA zijn niet gerealiseerd
en veel mensen zijn bezorgd over de huidige en toekomstige
handelsregels die NAFTA als model gebruiken. Verschillende
groepen in de samenleving, waaronder vakbonden en milieugroeperingen,
benadrukken de negatieve effecten van NAFTA. Vrouwen beginnen
dit ook te doen.
Uit voorlopige statistische gegevens blijkt dat de NAFTA
in de VS, Mexico en Canada dikwijls een negatieve invloed
op de kwaliteit van het leven, het milieu en duurzame ontwikkeling
heeft. Laten we aan de hand van wat statistische gegevens
kijken wat de invloed van NAFTA is op werkgelegenheid, landbouw
en migratie.
Werkgelegenheid
In de VS was er banenverlies in belangrijke sectoren als
de staal- en textielindustrie. De aard van het werk is ook
in de loop der jaren gewijzigd van hoofdzakelijk stabiele
lange termijnbanen naar flexibele, slechter betaalde banen.
Multinationals in de VS vonden het economisch voordeliger
om de productie naar Mexico en andere landen in het zuiden
te verplaatsen, waar ze milieu en arbeidswetgeving kunnen
omzeilen. Dit had zwakkere vakbonden, slechter betaald werk
en verlies aan banen tot gevolg.
De volgende gegevens tonen de verliezen aan:
- in de VS trad banenverlies op in alle 50 staten na de
invoer van NAFTA. Vooral in de industriële staten was
het verlies fors omdat de industrie verplaatst werd naar
Mexico;
- veel vrouwen die hun baan in de industriële sector
verloren en nieuw werk vonden in de dienstensector kregen
te maken met lagere lonen en minder kans op vast werk;
- in Texas was er een verlies van 17000 banen in de textielindustrie
toen ondernemingen eerst naar Mexico en vervolgens naar
China verhuisden.
Landbouw
Door de NAFTA en andere vrijhandelsverdragen werd grootschalige
op export gerichte landbouwproductie aangemoedigd. Grote
landbouwondernemingen worden bevoordeeld door oneerlijke
subsidies en het openbreken van exportmarkten. Kleine bedrijven
in de VS en Mexico zijn daardoor verdwenen. Daarbij komt
dat de inkomens van agrariërs en prijzen van de producten
zijn gedaald en de kans op milieuschade is toegenomen.
Hieronder enkele gegevens:
- landarbeiders, van wie de meerderheid in Mexico is geboren,
behoren tot de armste arbeiders in de VS met een inkomen
ruim beneden de armoedegrens;
- volgens een rapport van Oxfam America krijgen arbeiders
in veel gevallen 30% minder uitbetaald dan in 1980;
- van de landarbeiders valt 99% niet onder de social security
of een arbeidsongeschiktheidsverzekering; en
- de meerderheid van de landarbeiders heeft geen geldige
papieren.
Migratie
Na de inwerkingtreding van NAFTA is door werkloosheid op
het platteland en elders de migratie van Mexico naar de
VS toegenomen. Veel arbeiders in de VS sturen geld op naar
hun thuislanden om zo hun families te ondersteunen. Er zijn
aanwijzingen dat het aantal vrouwen dat migreert stijgt.
Ze krijgen met de volgende specifieke problemen te maken:
- Van de meer dan 8 miljoen arbeiders zonder geldige papieren
in de VS komt meer dan de helft uit Mexico.
- De meerderheid van die Mexicaanse arbeiders is man, maar
het aantal vrouwen stijgt.
- Sinds de invoering van de NAFTA bestaat 43,5% van de families
die op het Mexicaanse platteland wonen en geld uit de VS
ontvangen, uit gezinnen met een vrouwelijk gezinshoofd.
Privatisering en Deregulering
Privatisering en deregulering zijn voorwaarden voor het
openen van markten en hebben een sterke uitwerking op de
positie van vrouwen. Het beleid van de VS met betrekking
tot NAFTA en andere vrijhandelsverdragen is gebaseerd op
de veronderstelling dat privatisering en deregulering op
nationaal niveau succesvol zijn geweest. Maar al die veranderingen
hebben plaatsgevonden zonder goede garanties met betrekking
tot - en regelingen voor - de basisvoorzieningen van de
bevolking.
Behalve de verschuivingen naar de privésector veroorzaakt
door NAFTA, is er ook sprake van verslechtering van gezondheidszorg,
sociale zekerheid, en pensioenen op federaal niveau door
privatiserings- en dereguleringsbeleid. Daardoor zijn in
de VS meer dan 44 miljoen mensen niet verzekerd voor ziektekosten.
In 2002 bestond de helft van de gezinnen die in armoede
leven uit eenoudergezinnen.
In veel gevallen verergeren privatiseringen en dereguleringen
de gevolgen van het banenverlies en de flexibilisering van
de arbeidsvoorwaarden doordat de sociale zekerheid is afgenomen,
precies op het moment dat veel gezinnen er aanspraak op
moeten maken.
Conclusie
Deze voorlopige, statistische gegevens laten zien dat zowel
het NAFTA-model dat is gebaseerd op liberalisering van handel,
geldstromen en investeringen, als het daarmee in de pas
lopende privatiserings- en dereguleringsproces een negatief
effect hebben op het levensonderhoud van veel vrouwen en
hun gezinnen. Tien jaar na de World Conference on Women
in Beijing en NAFTA is het noodzakelijk dat vrouwen in de
VS een ander macroeconomisch beleid eisen. Een beleid dat
onze mensenrechten niet aantast maar juist bevordert, en
dat zal leiden tot vergroting - niet vermindering - van
de solidariteit met onze zusters in de wereldwijde vrouwenbeweging.
Noten:
[1] De VN Commissie over de Status van Vrouwen (CSW)
zal van 28 februari tot en met 11 maart 2005 haar evaluatie
presenteren van de toepassing van de Beijing Verklaring
en het Aktieplatform van de Vierde Wereldvrouwenconferentie
in 1995, en van het slotdocument van de drieentwintigste
speciale sessie van de General Assembly in 2000.
Op WomenWatch, de website van de Inter-Agency Network on
Women and Gender Equality (IANWGE), vinden tot januari 2005
online discussies plaats over de kritische aandachtspunten
in verband met die evaluatie (http://www.un.org/womenwatch/forums/review/).
Op zaterdag 15 januari 2005 is er in Utrecht de conferentie
"Beijing+10, Tijd voor actie!" die gaat over de
positie van vrouwen in Nederland en wereldwijd. Tijdens
de bijeenkomst zal de zogenaamde Agenda voor de Toekomst
worden opgemaakt die de Nederlandse politiek onder druk
moet zetten om concrete actiepunten uit te voeren. Alle
geïnteresseerde vrouwen worden uitgenodigd voor deze
"inspirerende dag met boeiende sprekers, interactieve
workshops, een plenair debat, theater, film, tentoonstellingen
en een informatiemarkt."
Meer hierover op: http://www.beijing10.nl
[2] "Beijing + 10 in light of the North American Free
Trade Agreement: How Have Women Fared?," op 17 december
2004 uitgebracht op de website van Americas Program (Interhemispheric
Resource Center)(http://www.americaspolicy.org/reports/2004/0412women.html).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) Vrijhandel als 'red herring' [1]
Recensie van "Vrijhandel is geen wondermiddel, gevolgen
van liberalisering in Latijns-Amerika" door Rob Vos
[2].
(door Wim Dierckxsens [3])
Het artikel van Rob Vos beschouwt de sociale en economische
gevolgen van vrijhandelsbeleid in Latijns-Amerika. Hij stelt
daarbij de voor- en tegenstanders lijnrecht tegenover elkaar,
maar ziet al gauw geen reden om te hard van stapel te lopen
tegen vrijhandelsverdragen als de WTO of het op stapel staande
regionale FTAA [4]. Op basis van cijfers die de realiteit
volledig tegenspreken brengt Vos een positieve relatie aan
tussen vrijhandel en groei. De ontwikkeling van de armoede
zou een afwijzen van vrijhandel niet rechtvaardigen, maar
Vos gaat volkomen voorbij aan de wereldwijd toenemende inkomensconcentratie.
En zijn stelling dat vrijhandel tot meer werkgelegenheid
leidt is empirisch onhoudbaar.
Vos brengt dan ook geen evenwichtige balans aan tussen voors
en tegens van vrijhandel, zoals het artikel wel wil suggereren,
maar is een pleidooi zonder objectieve basis voor de vrijhandel.
Het is een document, als zovele, dat het belang verdedigt
van (in aantal afnemende maar in omvang groeiende) transnationale
ondernemingen en het financieringskapitaal. Je zou je zelfs
de vraag kunnen stellen wie de opdrachtgever is van het
onderzoek van Vos...
Vos haalt weliswaar belangrijke zaken aan, zoals de vrijhandelsverdragen,
export, groei, werkgelegenheid en armoede, maar nergens
komt de kernvraag naar voren waar het liberaliseringsbeleid
nu eigenlijk vandaan komt. Bijgevolg heeft hij het dan ook
niet over de beleidsmaatregelen die daar voor nodig waren.
Het beleid komt echter niet uit de lucht vallen, maar moet
de belangen van het grootkapitaal ten koste van wat dan
ook behartigen. Dit motief wil Vos juist verhullen en dat
maakt dat hij alleen ogenschijnlijk zaken afweegt om een
vooropgezette conclusie te staven.
"Groei?"
Groei is het belangrijkste begrip van Vos en daarom ga
ik hier nader op in. Vos stelt dat "meer vrijhandel
in bijna alle landen, behalve Brazilië en Venezuela,
tot meer economische groei leidt door de stimulans voor
exporten." Dit is een neoliberaal dogma. Zelfs volgens
statistieken van de Wereldbank dragen liberalisering en
vrijhandel niet bij tot de groei van de wereldeconomie.
De sterke groei die de naoorlogse periode kenmerkte neemt
juist af in de neoliberale decennia van de tachtiger en
negentiger jaren. Na de zeventiger jaren daalt de economische
groei in de wereld gestaag. Was de groei nog 4,5% in de
jaren zeventig, in de negentiger jaren was dat cijfer gedaald
naar 2,9%. Als we afzien van de sterke groei in China, een
land dat zich juist door een sterk staatsgeleide en exportgerichte
economie kenmerkt, zou het plaatje er nog minder fraai uitzien.
Per hoofd van de bevolking is het dalende beeld nog sterker.
De groei van het Bruto Mondiaal Product per hoofd (BMP)
daalt van 2,1% in de jaren zeventig naar 1% in de jaren
negentig en tot minder dan 1% in eerste jaren van dit decennium.
Zonder China zou er bijna geen sprake van groei zijn [5].
Ook Latijns-Amerika kende tussen 1960 en 1979 een sterke
groei die in contrast staat met het verloren decennium van
de jaren tachtig [6] en het verloren lustrum zoals het conservatieve
tijdschrift The Economist in "The World in 2005"
(pp 60) de periode tussen 1998 en 2002 kenmerkt.
Vrijhandel? Corporate-led globalization!
Vrijhandel heeft dan ook minder te maken met het stimuleren
van de groei van de verschillende nationale economieën
in de wereld, zoals Vos wel wil suggeren, dan met groei
van het grootkapitaal door middel van de concentratie van
het wereldinkomen en de bestaande wereldmacht in steeds
minder handen. Als we China buiten beschouwing laten, is
de armoede in de wereld gedurende het laatste decennium
toegenomen van 876 miljoen naar 996 miljoen mensen. De verhouding
van het inkomen per hoofd van de bevolking van de 20 rijkste
landen tot die van de 20 armste is meer dan verdubbeld.
Was deze verhouding in de jaren zestig er een van 53:1;
in 2002 was deze verhouding opgelopen naar 121:1. Binnen
landen lopen de inkomenscontrasten eveneens op en niet alleen
in de arme landen. De 1% rijksten in de VS zagen hun inkomensaandeel
oplopen tot 17% van het nationaal inkomen, een percentage
dat sinds 1920 niet meer is waargenomen [7]. Het door de
Verenigde Naties uitgebeelde steeds bredere champagneglas
met betrekking tot de groeiende inkomensongelijkheid in
de wereld is kennelijk aan Vos voorbijgegaan. De winnaars
stopt Vos weg achter zijn gegevens. Het zou de achterliggende
motieven van het vrijhandelsbeleid bloot kunnen leggen.
Dat is de bedoeling van Vos kennelijk juist niet. De deelname
van de 200 grootste transnationale ondernemingen in het
Bruto Mondiaal Product is namelijk tussen 1975 en 1995 verdubbeld
van 17% naar 33%. De deelname van de 35.000 grootste bedrijven
in het BMP eind jaren negentig bedroeg zelfs 50% [8].
Beleid ins Blaue Hinein
Volgens Vos is het beleid er gewoon, ineens. Terwijl er
juist hard aan gewerkt is door de actoren achter de vrijhandelsbevordering
en hun instrumenten zoals de SAP's [9]. De integratie van
markten tot één globale markt ten behoeve
van transnationale ondernemingen en een vrij opererend financieringskapitaal
stimuleert de inkomensconcentratie, maar vergt wel een afbraak
van de nationale souvereiniteit. De WTO, het IMF en de Wereldbank
hebben zich voor deze taak in Latijns-Amerika ingezet. Tolmuren
worden steeds verder afgebroken; staatsbedrijven worden
geprivatiseerd; het fiscale beleid komt in dienst te staan
van het afbetalen van een steeds groter wordende buitenlandse
schuld; buitenlandse investeerders krijgen de loper uitgelegd;
het buitenlands kapitaal krijgt een steeds grotere en speculatievere
bewegingsvrijheid, etcetera.
Effecten van vrijhandel in Latijns-Amerika
De opdracht van Vos lijkt te zijn om de positieve effecten
van vrijhandel in Latijns-Amerika in beeld te brengen. Uit
zijn stuk blijkt dat hij zijn best doet om die effecten
genuanceerd te beschouwen. Vos concludeert aan de hand van
een recente studie in 16 landen uit de regio dat vrijere
handel geen garantie is voor stabiele groei, maar gaat er
wel vanuit dat het de tendens is. Maar het beeld is bewust
vertekend. Het is juist omgekeerd: vrijhandel in het algemeen
en zeker in Latijns-Amerika leidt tot afnemende groei. Nationale
artikelen worden steeds meer vervangen door producten vervaardigd
door steeds minder transnationale ondernemingen. In de supermarkten
van Latijns-Amerika moest je in de jaren zeventig met een
lantaarn zoeken naar geïmporteerde artikelen. Vandaag
de dag wordt dezelfde lantaarn gebruikt om nog nationale
producten te vinden. Dit proces leidt niet tot groei noch
tot een verruimende werkgelegenheid. Het bewerkstelligt
de concentratie van bestaande markten in handen van steeds
minder transnationals. Dit opengooien van de economie in
de periferie staat in contrast met de beschermende maatregelen
voor landbouwproducten in de rijke landen. De export vanuit
Latijns-Amerika blijft in de neoliberale periode dan ook
achter bij de snelgroeiende import. De export vanuit Latijns-Amerika
is wel steeds meer in handen van transnationals. De groei
van het grootkapitaal door concentratie van inkomens en
markten in steeds minder handen vindt in Latijns-Amerika
dan ook plaats via het bevorderen van export en import.
Arme staat
Vos heeft het over groei en bepaalde economische aspecten,
zoals export en werkgelegenheid, maar er zijn belangrijke
economische zaken waar hij het niet over heeft en die maatgevend
zijn voor de positie van staten in Latijns-Amerika. Waar
Vos concludeert dat Latijns-Amerika geen sterkere concurrentiepositie
heeft verworven ten gevolge van vrijhandel is er sprake
van verlies van economische souvereiniteit. Vrijhandel heeft
met name tot de groei van de buitenlandse schuld geleid.
In 1975 bedroeg de buitenlandse schuld van Latijns-Amerika
80 miljard dollar. De structurele aanpassingspolitiek van
het IMF en de Wereldbank hebben niet bijgedragen tot een
verlichting van die schuld, deze instituten zijn juist medeplichtig
aan het uitmelken van het continent. Dankzij de structurele
aanpassingspolitiek bedroeg de buitenlandse schuld in 2002
meer dan 900 miljard dollar ofwel meer dan het tienvoudige
van de schuld vóór de liberaliseringspolitiek
[10]. Om de oplopende buitenlandse schuld af te kunnen lossen
werd er ondermeer op aangedrongen staatsbedrijven massaal
te privatiseren. Deze buitenlandse directe investeringen
droegen niet bij tot groei, en nog minder tot meer werkgelegenheid;
ze leidden juist tot de concentratie van bestaande diensten
en markten in handen van vaak buitenlands kapitaal en monopolies.
Om de winst in harde munt uit te kunnen voeren, willen de
geprivatiseerde staatsbedrijven ook in harde munt innen.
De druk op dolarisering van de economie, zoals eerder gebeurde
in Argentinië en nu in Ecuador en El Salvador, is daarmee
steeds groter. Het gevolg is wel dat zo'n land nog meer
autonomie verliest en leeggepompt kan worden. Tevens heeft
het geen instrument meer ter beschikking om te devalueren
om zodoende beter te concurreren met de omliggende buurlanden.
Arme werkenden
Vrijhandel leidt niet tot (iets) meer werkgelegenheid en
(iets) minder armoede zoals Vos wel wil beweren. Volgens
gegevens van het ILO is gedurende het laatste decennium
de werkeloosheid in de wereld toegenomen en Latijns-Amerika
is geen uitzondering. De werkeloosheid op het continent
nam toe van 6,9% in 1990 naar 9,9% in 2002 [11]. Dit veroorzaakt
een flexibelere arbeidsmarkt met minder arbeidszekerheid
en een verlies aan sociale zekerheid. Dalende lonen en langere
werkdagen zijn de algemene tendens. Het aanbod van arbeid
neemt toe wanneer de vraag juist afneemt. De lonen dalen
daardoor nog meer. Met name vrouwen verschijnen vaker op
de arbeidsmarkt dan voorheen.
Gezien de afnemende vraag evenwel, wordt er met name meer
voor eigen rekening gewerkt. Het percentage economisch actieven
in Latijns-Amerika dat tegen lage inkomens als kleine zelfstandige
werkt, neemt dan ook gestaag toe. Was tussen 1980 en 1989
het percentage economisch actieven dat buiten de landbouw
voor eigen rekening werkte 29%, tien jaar later was dit
cijfer opgelopen naar 44% [12]. Lagere lonen, maar meer
werkende mensen (met name vrouwen) per gezinshuishouding
is het algemene beeld. Op deze wijze weten gezinshuishoudingen
een gezamelijk inkomen te vergaren en de armoede met kunst
en vliegwerk buiten de deur te houden, maar niet door een
door Vos gesuggereerde groei van de werkgelegenheid en verbetering
van lonen. Door het steeds groeiend gebrek aan banen neemt
de informele sector - waar Vos het nergens over heeft -
gestaag toe. Het gebrek aan banen leidt ook tot internationale
migratie waar Vos ook al niet over rept. Massale migratie
van gezinsleden van armere families naar het Noorden met
geldovermakingen naar huis is de andere manier van armoedebestijding
die met name in landen als El Salvador, México, Colombia
en Ecuador relatief zwaar weegt.
Eén agenda, meerdere wegen
Het hele verhaal van de komende vrijhandelsverdragen in
het continent waar Vos naar toe wil (FTAA en CAFTA [13])
is het gevolg van het spaaklopen van wereldhandelsverdragen
sinds 1998 (MAI) en 1999 (WTO). De verdeling van de wereldmarkt
liep stuk aan het einde van de jaren negentig en het gevolg
is blokvorming. Latijns Amerika moet worden verder worden
ingelijfd bij de VS, zoals Oost-Europa bij de Europese Unie.
Weliswaar zijn in het Amerikaans continent de verschillen
in ontwikkelingsgraad duidelijk veel groter dan in Europa,
de effecten zijn echter op grote lijnen dezelfde.
Waar Vos zijn conclusies op baseert blijft een raadsel;
mijn bronnen laten iets anders zien. Het siert Vos dat hij
een pleidooi houdt voor sociale hervormingen, maar het zal
nutteloos zijn zolang de uitgangspunten voor economisch
beleid dezelfde blijven. Opvallend aan de uitkomst van zijn
pleidooi voor vrijhandel is dat de positieve balans heel
minimaal is: "de positieve resultaten van de vrijhandel
zijn zacht gezegd zeer magertjes." Ik beveel hem daarom
aan een vervolgstudie te doen naar de positieve resultaten
voor transnationale ondernemingen...
Vos blijft als wetenschapper en onderzoeker vooralsnog denken
en redeneren binnen het bestaande neo-liberale paradigma.
Hij is niet in staat om de contouren van een ander soort
economie te schetsen. Maar ja, dat is dan ook de taak van
de anders-globalisten.
Noten:
[1] Red herring: misleidende
aanwijzing, iets dat de aandacht afleidt van een onderzochte
kwestie.
[2] Vos' artikel verscheen in november 2004 in La Chispa
nr 306, het magazine over Latijns-Amerika en de Cariben.
Rob Vos is hoogleraar Finance & Development verbonden
aan het Institute of Social Studies in Den Haag. Het artikel
is te vinden op: http://www.noticias.nl/chispa/num306.html#Vrijhandel
Vos coördineerde een studie in zestien Latijns-Amerikaanse
landen, getiteld: "?Quién se beneficia del libre
comercio? Promoción de exportaciones y pobreza en
América Latina y el Caribe en los 90." (Co-schrijvers:
Enrique Ganuza, Samuel Moriey en Sherman Robinson; bij Alfaomega
Publishers in Bogota; 2004; http://www.mail-archive.com/r-caldas@redcaldas.colciencias.gov.co/msg01006.html).
[3] Wim Dierckxsens is doctor in de sociale wetenschappen,
lid van het Wereld Forum voor Alternatieven en onderzoeker
van het Ecumenisch Onderzoekcentrum voor Latijns Amerika
in San José, Costa Rica.
[4] Free Trade Agreement of the Americas
[5] "Por una globalizacíon justa: crear oportunidades
para todos" door de International Labour Organisation
ILO (p 39, 2004; ISBN 92-2-315426-X) en "La larga crisis
de la economía global" door Beinstein (p 114-115,
1999; ISBN 950-05-125909).
[6] "El área de libre comercio de las Américas',
uit het tijdschrift Alternativas Sur van het Centre Tricontinental
(p 21, 2003; ISBN M-24461-2003).
[7] International Labour Organisation, 2004:41,47 (zie noot
4).
[8] Beinstein, 1999:60 (zie noot 4).
[9] de Structural Adaptation Programs van het IMF
[10] CETRI, 2003:21 (zie noot 5)
[11] International Labour Organisation, 2004:45 (zie noot
4)
[12] International Labour Organisation, 2004:46 (zie noot
4)
[13] Central American Free Trade Agreement.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) STOP EPA of WATCH EPA
(door: Chris Peeters [1])
De Europese Unie (EU) heeft het onderhandelingsproces
in gang gezet dat in 2008 moet leiden tot vrijhandelsovereenkomsten
met alle ACP-landen, de zogenaamde EPA's ('Economic Partnerships
Agreements'). Maar de onderhandelingen stuiten op fel verzet.
Vrijhandelsovereenkomsten tussen zulke ongelijke partners
leiden tot rampen voor de zwakste partner! Niet vrijhandel
maar ontwikkeling moet het uitgangspunt zijn. En de EU probeert
de 'Singapore issues' [2], die ze er in de WTO-onderhandelingen
niet heeft kunnen doordrukken, alsnog in de EPA's op te
nemen. Maar de eerste uitspraken van Mandelson bieden ruimte
voor een NGO-campagne om de EPA's te beïnvloeden.
In juni 2000 ondertekenden de EU en 77 landen in Afrika,
het Caraïbische gebied en de Pacific (de ACP-landen)
de Cotonou-overeenkomst - als opvolger van het verdrag van
Lomé. Daarin was vastgelegd dat het hele terrein
van de wederzijdse handelsbetrekkingen opnieuw zou worden
vastgelegd met - en dat is nieuw - vrijhandel als uitgangspunt
[3]. De te vormen EPA's moeten daarenboven in overeenstemming
zijn met de WTO-verdragen. De EU voert de onderhandelingen
met 6 regio's tegelijk [4].
In het kader van deze onderhandelingen hanteert de EU zelfs
een striktere definitie voor vrijhandel dan de VS. Terwijl
die laatste in zijn recente vrijhandelsverdragen uitgaat
van 80%, wil de EU dat de Afrikaanse landen binnen 10 jaar
90% van alle handelsbarrières hebben opgeheven. Terwijl
de Unie zelf haar marktbescherming niet bereid is op te
geven [5].
Speelveld
De voorstellen van de Europese Commissie zouden volgens
CAFOD leiden tot een vrijhandelsgebied waarin de armste
Afrikaanse landen, hun boeren en hun bedrijven onbeschermd
moeten concurreren met de rijkste Europese landen en de
zwaar gesubsidieerde Europese boeren. Dat is geen eerlijke
concurrentie [6]. Een ongelijker 'speelveld' dan tussen
de EU en de ACP-landen bestaat niet. De subsidie voor de
gemiddelde Europese boer is 100 keer zoveel als het bedrag
dat de Afrikaanse boer per jaar verdient! "Het liberaliseren
van lokale voedselmarkten bij zulke ongelijke concurrentie
is geen voorschrift voor verbeterde efficiency, maar een
recept voor de vernietiging van een levensvatbaar platteland
op enorme schaal [7]. Alleen al de Europese melkpolitiek
heeft naar schatting geleid tot een vermindering van de
ACP-melkproductie met 50% en van de export met meer dan
90% [8].
Tot nu toe heeft de EU altijd preferentiële toegang
tot de EU aangeboden, zonder wederkerigheid van de ACP te
vragen. En recente studies over ontwikkeling geven duidelijk
aan dat het beste niveau van marktopenheid varieert, afhankelijk
van het ontwikkelingsniveau, de grootte, de institutionele
ontwikkeling en de aard van de relatieve handelsvoordelen
van het betreffende land. Het CAFOD-rapport geeft helder
aan dat naast de boeren ook de ACP-industrie kampt met reusachtige
nadelen ten opzichte van haar Europese concurrenten en dat
die bij een open concurrentie zou worden weggevaagd [9].
Ook de ACP-overheden zouden grote schade ondervinden door
het wegvallen van importheffingen. Die vormen vaak - omdat
ze eenvoudig te heffen zijn - een aanzienlijk deel van de
ACP-staatsinkomsten.
WTO Plus
De EU probeert ook de vier Singapore-zaken er in de EPA's
door te drukken, dat, terwijl er door fel verzet van de
Afrikaanse landen in de Doha-onderhandelingen alleen nog
'trade facilitation' op de agenda staat. Met betrekking
tot overheidsaanbesteding verlangt de EU zelfs meer dan
aan de orde is in WTO-verband [10].
Bovendien vraagt de EU om vergaande marktopening met betrekking
tot dienstverlening (meer dan in de GATS-onderhandelingen)
en strikte handhaving van intellectuele eigendomsrechten.
Al deze punten zijn vooral in het voordeel van Europese
bedrijven. Door de zwakke positie van de ACP-landen in onderhandelingen
met de EU (o.a. door hun afhankelijkheid van Europese ontwikkelingshulp)
staan ze hier in beginsel nog zwakker dan in WTO-onderhandelingen,
waar ze zich tenminste nog met andere ontwikkelingslanden
kunnen verbinden.
Niet vrijhandel, maar ontwikkeling zou bij zulke ongelijke
'partners' het uitgangspunt moeten zijn. De EU moet accepteren
dat ze om ontwikkeling mogelijk te maken bij zulke handelsverdragen
in het nadeel zal zijn. Ze moet haar markten openen zonder
dat ook van de ACP-landen te verlangen, en ACP-bedrijven
steunen om de EU-markt te betreden [11]. Als dat resultaten
heeft, kunnen Afrikaanse landen zich meer openstellen [12].
CAFOD bepleit alternatieven voor vrijhandelsverdragen, zoals
een verbeterd algemeen stelsel van preferenties, of een
uitbreiding van het "Alles Behalve Wapens"-initiatief
met minder arme Afrikaanse landen, wat regionale handel
in Afrika bevordert en de oorsprongsregels minder belemmerend
maakt.
Mandelson
De nieuwe Eurocommissaris voor handel, Mandelson, lijkt
zich bewust van de gevaren verbonden aan EPA's. In zijn
eerste speech op de EU-ACP ministersbijeenkomst op 1 december
jongstleden pleitte hij voor een gedifferentieerde benadering
van ontwikkelingslanden [13]. "Gevorderde ontwikkelingslanden
moeten zich er van bewust zijn dat ze niet dezelfde voordelen
en privileges kunnen krijgen als de zwakke en kwetsbare
landen [14]. Hij ziet als voornaamste taak van de EPA's
het stimuleren van regionale markten. "Alleen als regionale
integratie van de grond is gekomen kan gestreefd worden
naar toegankelijkheid voor Europese goederen en diensten.
Dan, aan het einde van het onderhandelingsproces, is volledige
integratie in de wereldmarkt aan de orde - maar alleen na
een lange overgangsperiode." "Marktopening moet
worden aangepast aan de individuele omstandigheden van de
landen. Het moet flexibel en a-symmetrisch zijn. U zult
àlle gevoelige producten kunnen beschermen,
tijdens een lange overgangsperiode." [15]
Stop EPA of Watch EPA
Er tekenen zich in de actiegroepenwereld duidelijk twee
tendensen af: het afwijzen of het beïnvloeden van de
EPA-onderhandelingen. Op het Europees Sociaal Forum in Londen
is op 15 oktober een door 120 Europese NGO's onderschreven
campagne gestart om druk op de regeringen uit te oefenen
om met de EPA-onderhandelingen in hun huidige vorm te stoppen
[16].
Mijns inziens zou de andersglobaliseringsbeweging het stadium
van 'Nee' zeggen voorbij moeten zijn. Het levert weinig
op. De EPA-onderhandelingen zullen doorgaan en in 2007 resulteren
in - goede of slechte - EPA-verdragen. In de huidige mondiale
machtsverhoudingen is het belangrijk dat de EU een alternatief
biedt voor de machts- en handelspolitiek van de VS. Daar
ligt - als het grootste handelsblok van de wereld - haar
potentiële politieke macht. Dat alternatief kan beter
in EPA- dan in Doha-verband worden ontwikkeld. In de WTO
voert de EU immers ook onderhandelingen met de VS en andere
ontwikkelde handelsmachten, waaraan ze geen eenzijdige concessies
wil doen. Uiteraard is er een relatie tussen de twee processen.
Het zou merkwaardig zijn als voor een product in WTO-verband
de grenzen open zouden moeten, terwijl in EPA-verband bescherming
is afgesproken.
De tekst van Mandelson biedt aanknopingspunten om de EPA-onderhandelingen
positief te beïnvloeden. De verzamelde NGO-kracht moet
groot genoeg zijn om die ruimte te benutten, en te vechten
voor goede handelsverdragen, in het belang van de armsten.
Noten:
[1] Dit artikel is vooral
een bewerking van het CAFOD-rapport "The wrong ointment;
why the EU's proposals for free trade with Africa will not
heal its scar of poverty" (nov. 2004, http://www.cafod.org.uk/var/storage/original/application/php7ywMCg.pdf)
Voor verdere informatie over EPA's zie:
- Het Eurostep-rapport "New ACP-EU trade arrangements:
new barriers to eradicating poverty?" (maart 2004)
en reactie van de vorige EU-handelscommissaris Lamy (http://europa.eu.int/comm/development/body/tmp_docs/
PL-PN_040621_letter_Eurostep_en.pdf) en een weerwoord van
Eurostep (http://www.eurostep.org/docs/200409101701402170.DOC?
&username=guest@eurostep.org&password=9999&groups=EUROSTEP).
- De websites http://www.stopepa.org, http://www.epawatch.net
en http://www.bothends.nl
- De website van de Europese handelscommissaris met veel
over de stand van zaken met betrekking tot de EPA-onderhandelingen,
zoals road maps voor de onderhandelingen per deelgebied
(http://europa.eu.int/comm/trade/issues/bilateral/regions/acp/index_en.htm).
[2] De Singapore thema's zijn investeringsovereenkomsten,
concurrentie, transparantie van overheidsopdrachten en handelsfacilitering.
De EU wilde deze thema's opnemen in de Doha-onderhandelingsronde.
Door fel verzet vanuit de ontwikkelingslanden - met name
in Afrika - is alleen handelsfacilitering op de agenda blijven
staan.
[3] Ondertussen geeft zelfs de Wereldbank in een recent
rapport aan dat vrijhandelsverdragen tussen ongelijke handelspartners
in het nadeel van de zwakste partner zijn.
[4] De Pacific, het Caraïbische gebied, Centraal Afrika,
West Afrika, Oostelijk plus Zuidelijk Afrika en de Zuid-Afrikaanse
Ontwikkelingsgemeenschap.
[5] De EU heeft bijvoorbeeld aangegeven dat ze tot 2017
de exportsubsidies voor suiker wil handhaven!
[6] De betreffende WTO-regels zijn geschreven voor handel
tussen ongeveer gelijke partners. De GATT stelt in artikel
24 dat handelsverdragen wederzijds moeten zijn: de handelsvoordelen
die partijen elkaar geven moeten in balans zijn. De EU-ACP-verdragen
vloeien daarentegen voort uit een zogenaamde 'waiver' -
een uitzonderingssituatie - die op 31-12-2007 afloopt. Vandaar
dat de EU per 1-1-2008 wederzijdse EPA's wil afsluiten.
In het kader van de Doha-ronde hebben de ACP-landen voorstellen
ingediend om te komen tot aanpassing van deze GATT-regel.
[7] UNDP Human Development Report 1999.
[8] CAFOD, noot lxiii.
[9] Het eigen 'Sustainability Impact rapport' van de Europese
Commissie met betrekking tot EPA's constateert dat EPA's
de ineenstorting van de West-Afrikaanse productiesector
zouden kunnen versnellen, en de verdere verbetering van
industriële capaciteit in de ACP-landen zou kunnen
ontmoedigen.
[10] De EPA-term hiervoor: 'liberalisering van overheidsopdrachten
op basis van non-discriminatie'. Over 'wederzijdsheid' gesproken;
het lijkt niet erg waarschijnlijk dat Afrikaanse bedrijven
meedingen bij Europese overheidsaanbestdeingen! De ACP-landen
hebben gezamenlijk verklaard ook in EPA-verband niet over
deze Singapore-zaken te willen onderhandelen. Zie CAFOD-rapport,
waarin ook veel verwijzingen naar aanvullende studies.
[11] Dat heeft de EU ook beloofd, maar nog niet geconcretiseerd.
Met name (phyto) sanitaire eisen (gezondheidseisen aan producten)
zorgen volgens CAFOD voor handelsbarrières die duur
zijn om te overwinnen.
[12] Zie ook "Liberalisation of Agricultural trade
- the way forward for sustainable development," door
Marita Wiggerthale (Heinrich Boll Stiftung), http://www.fairer-agrarhandel.de
[13] "The ACP-EU relationship in the global economy,"
door Mandelson, op 1 december (http://europa.eu.int/comm/commission_barroso/mandelson/speeches_articles/
temp_mandels_speeches_en.cfm?temp=sppm006_en); zie ook de
brief van Lamy aan Eurostep, noot 1.
[14] Deze gedifferentieerde behandeling wordt in WTO-verband
heftig besteden door bijv. Brazilië en China.
[15] Klemtoon door Mandelson!
[16] Zie http://www.epawatch.net/general/text.php?itemID=255&menuID=28
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
I) VS: tekort aan exporten, begrotingsgeld en vooral
ideeën
Econoom Galbraith sabelt Amerikaans economisch beleid neer
(door Rob Bleijerveld)
Als voorbereiding op zijn nieuwe ambtstermijn is de
Amerikaanse president Bush begonnen met een serie debatten
over het nieuwe economische beleid. Op aandringen van toplieden
van grote ondernemingen stelde hij alvast dat hij begin
volgend jaar een sobere begroting aan het Congres zal voorleggen
[1]. Volgens econoom James Galbraith [2] moet er eerst aan
een aantal randvoorwaarden worden voldaan alvorens zo'n
debat zin kan hebben.
Galbraith benoemt een drietal crises waaraan de economie
van de VS lijdt: handelstekort, begrotingstekort en een
tekort aan ideeën. De status quo van de wereldmacht
VS loopt gevaar en zal niet in stand gehouden kunnen worden
door versteviging van de greep op de olietoevoer. Hij trekt
daarvoor een parallel met de falende goudpolitiek van het
oude Spaanse wereldrijk. Wat nodig is, is een herziening
van de positie in de internationale financiële struktuur,
en het minder afhankelijk worden van geïmporteerde
olie door aanpassing van de strategieën voor economie
en veiligheid.
Dollardal
Sinds 1989 gaat het bergafwaarts met de export. "Na
het instorten van het Bretton Woodssysteem, de anarchie
van de jaren zeventig en de schuldencrisis van de jaren
tachtig ontstond een dominerend handelspatroon, waarbij
vooral Japanse en Chinese goederen werden omgeruild voor
dollars."
Door het instorten van de markt voor Informatica Technologie
was het niet meer vanzelfsprekend om dollars te beleggen
in de VS en "kreeg het handelstekort gezelschap van
een begrotingstekort." Door de wanverhouding tussen
particuliere investeringen en bezuigingen is het einde daarvan
niet in zicht. Terwijl er gewacht wordt op de opkomst van
een 'nieuwe economie' is het Amerikaanse beleid nu vooral
gericht op waardedaling van de dollar [3]. Toch zal de muntwaarde
nooit de lage productiekosten in Azië kunnen compenseren,
evenmin kan het aanjagen van de Europese economie de Amerikaanse
export redden.
(Nog) geen alternatief
Volgens Galbraith is een echte dollarcrisis echter nog
niet zicht, omdat er nog geen alternatief is voor de "Amerikaanse
veiligheidsgaranties en de daarbij behorende voorkeursbehandeling
van de dollar." De VS en EU kunnen dit niet onderling
oplossen en de reserves van China en Japan kelderen zodra
ze "uit de dollar stappen." Hij gebruikt de beeldspraak
van vier sumoworstelaars in een vertrek zonder uitgang:
ze hebben geen van allen belang bij paniek. Ondertussen
probeert Het rente-beleid van Fed-voorzitter Greenspan is
gericht op het instandhouden van de dollarreserves, een
beleid dat ten koste zal gaan van het bankwezen en de Amerikaanse
binnenlandse economie.
Ideeën voor andere strategieën
De VS zouden moeten inzien dat de 'rest van de wereld'
niet meer mee wil betalen aan de kosten van de Amerikaanse
'veiligheidsbelangen'. Waartoe hebben de EU en Japan een
'nucleaire paraplu' nodig? Is de strategische rivaliteit
met China nog te rechtvaardigen?
Op de lange duur moeten de VS onafhankelijk worden van
energietoevoer van buiten. Dat is een economische en geostrategische
noodzaak. Dit kan juist een stimulans betekenen voor Amerikaanse
beleggingen in de ontwikkeling van een nieuwe technologishe
ontwikkeling.
Er moet meer evenwicht komen in de handelsrelaties door
het struktureel ontwikkelen tot stabiele afzetmarkt van
die gebieden waar de VS, EU, Japan en China veel invloed
doen gelden, namelijk Latijns-Amerika, Afrika en de rest
van Azië [4].
Het privatiserings- en pensioenbeleid van Bush leidt zeker
tot vergroting van het begrotingstekort. Verkleining van
het begrotingstekort is op zich staand echter geen remedie
voor de problemen en impliceert niet de terugkeer van de
lage rentestand. Het was niet de lage rente die een economische
opleving tot gevolg had in de jaren negentig ('de nieuwe
economie'); het was de misplaatste veronderstelling dat
de IT Revolutie eeuwigheidswaarde had en dat het aantrekken
van kapitaal niet meer zou stoppen.
Noten:
[1] "Bush zet druk
op aanpassing pensioenen," Financieel Dagblad van 17
december 2004
[2] "Galbraith: VS kampen vooral met tekort aan visie
- Streven van Washington naar een steviger greep op olietoevoer
is een heilloze weg," door Rik Winkel, Financieel Dagblad
van 20 december 2004 . James Galbraith is hoogleraar aan
de universiteit van Texas (Austin) en is de zoon van de
beroemde econoom John K. Galbraith, ondermeer bekend van
het boek "The Great Crash 1929".
[3] McKinsley ondervroeg 16500 bestuurders van ondernemingen
uit 148 staten over hun verwachtingen van 2005: de zwakke
dollar, instabiele olieprijzen en geopolitieke onzekerheid
hebben het vertrouwen in de wereldeconomie danig geschaad,
vooral in de ontwikkelde Aziatische staten. En veertig procent
van de ondervraagden denkt dat de herverkiezing van Bush
een negatief effect zal hebben op handelsliberalisering.
Uit: "The McKinsey Global Survey of Business Executives,
November 2004," in McKinsey Quarterly van 16 december
2004 (http://yaleglobal.yale.edu/display.article?id=5042).
[4] De WTO-leiding geeft zelfs aan, dat de VS niet meer
de "belangrijkste motor van de groei van de wereldeconomie
zijn en dat het stimulerende effect dat uitging van de hoge
Amerikaanse uitgaven begint weg te vallen." Secretaris-Generaal
Panitchpakdi zegt zich zorgen te maken over de "enorme
tekorten op de Amerikaanse begroting en handelsbalans"
en de kans dat de instabiele financiële situatie in
de VS leidt tot "protectionistische reflexen."
Ontwikkelingslanden worden opgeroepen zich meer te gaan
richten op het aanzwengelen van hun binnenlandse vraag...
Uit: "WTO waarschuwt voor te grote afhankelijkheid
van exportgroei," Oneworld, 17 december 2004 (http://www.oneworld.nl/p_ne_re.asp?BerichtID=3505).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
J) Meer over strijd tegen privatisering van waterdiensten
In WTO.ZIP nr 49 werd verslag gedaan van het referendum
in Uruguay dat de privatisering van waterdiensten daar tegen
moet houden. Begin december 2004 verscheen er een artikel
in het tijdschrift La Chispa nr 307 dat uitgebreid de 'watersituatie'
beschrijft in de andere landen van het Latijns-Amerikaanse
continent. Het artikel gaat in op de politieke druk de gevolgen
en het verzet en is getiteld: "Diefstal van openbaar
water - de strijd om water in Latijns-Amerika" (samenvatting
op: http://www.noticias.nl/chispa/num307.html#Diefstal).
Het betreft een ingekorte vertaling van een artikel van
Maude Barlow en Tony Clarke uit NACLA nr 38 nr 1 (van juli/augustus
2004).
Van beide auteurs is dit jaar bij Lemniscaat het boek "Blauw
Goud" verschenen dat de wereldwijde strijd tegen waterprivatisering
beschrijft (http://www.lemniscaat.nl/site/detail.php3?boekid=541).