WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 50 van 31 december 2004

 

Redactioneel

Op dit moment gebeurt er veel op het gebied van dienstenliberalisering. Daarom in deze WTO.ZIP uitgebreid aandacht voor dit thema. Aan bod komen (nieuwe) pogingen om waterdiensten te liberaliseren (en het verzet daartegen); de opzet om de vrijheid van overheidsaanbestedingen aan banden te leggen via een wijziging van het GATS-akkoord; de druk van VS en EU op de wetgever om buitenlandse aanbieders van financiële diensten (meer) invloed te geven op de inhoud van wetsvoorstellen; en het succes van Franse en Belgische groepen om gemeentebesturen te activeren tegen de invloed van GATs op lokale regel- en wetgeving.

Helaas is het niet gelukt om nog iets te schrijven over betekenis en belang van twee financiële standaards die per morgen van kracht zullen zijn in de EU: de International Financial Reporting Standard en de International Accountancy Standard. Of over de afspraken over "opvang" van migranten in het EU-Mediterranea Vrijhandelsverdrag waarover nu onderhandeld wordt. Evenmin over de betekenis van de "Development Agenda" van de World Intellectual Property Organisation en wat dat kan betekenen voor TRIPs en bilaterale verdragen.

Het afgelopen jaar zijn helaas ook een aantal andere onderwerpen "op de plank" blijven liggen die onderdeel uitmaken van de WTO-onderhandelingen en die van belang zijn bij de ontwikkeling van welzijn en welvaart in de wereld. Ik denk dan ondermeer aan TRIPs (anders dan software en medicijnen), Implementatie en Speciale en Gedifferentieerde Behandeling, Sanitary and Phyto Sanitary Measures, de relatie tussen WTO en milieu (anders dan water- en afvalverwerkingsdiensten), Visserij, Subsidies and Countervailing Measures, Rules.


Daarom een verzoek aan de lezers: wie heeft zin om (op basis van kritisch onderzoek) over zo'n thema te schrijven voor de nieuwsbrief? Het gaat dan om artikelen die de ontwikkeling van het thema (of van een aspect daarvan) en de belangen die ermee gemoeid zijn, belichten.


In 2005 gaat de ZIP gewoon door met verschijnen, maar zal naar verwachting wat minder vaak op de virtuele deurmat vallen. Het schrijf- en redactiewerk slokt namelijk erg veel tijd en energie op...

een prettig en strijdbaar jaar toegewenst,

Rob Bleijerveld

 


INHOUD:

 

A) Rectificatie:

B) Attac slaat alarm over GATS artikel XIII:
Gemeentebesturen mikpunt van WTO
(Naschrift: 'water'-privatisering en US Patriotic Act)

Een geagendeerde technische herziening van het Algemeen Verdrag voor de Handel in Diensten zou tot een bijzonder onaangename verrassing kunnen leiden. Via een omweg en achter de rug van verkozen parlementen om wordt een wereldwijde 'liberalisering' van aanbestedingen van diensten door overheden gepland.

C) Nieuwsbrief GATS-platform van 16 december 2004

* C1. Crisis in GATS-onderhandelingen duurt voort
Op Europees niveau wordt nu gewerkt aan een herziening van Europese onderhandelingsvoorstellen voor GATS. Tweede Kamerleden worden dringend verzocht voor de behandeling door EU-lidstaten bij de Europese Commissie aan te dringen op het verwijderen van controversiële verzoeken voor de drinkwatervoorziening in 72 staten.

* C2. Aanbevelingen Adviesraad Internationale Vraagstukken GATS
De AIV rapporteert aan de Minister van Ontwikkelingssamenwerking over de vraag hoe ontwikkelingslanden uit de GATS-onderhandelingen voordeel kunnen halen: "Dienstenliberalisering en ontwikkelingslanden: leidt openstelling tot achterstelling?".

* C3. Verzoeken aan Nederlands Parlement uit Kenia
John Kinuthia van het Consumer Information network te Kenia richt zich tot de westerse parlementen met verzoeken aangaande de GATS-onderhandelingen.

* C4. Buitenlandse bedrijven willen controle op nationale wetgeving.
Veel ontwikkelingslanden worden door de VS en de EU gepusht hun financiële sector open te gooien voor Amerikaanse en Europese banken en andere financiële instellingen. Dat geeft buitenlandse aanbieders de mogelijkheid om controle te krijgen op de betreffende nationale wetgeving.

D) Europese provincies, steden en dorpen spreken zich uit over GATS
Tegen liberalisering publieke diensten, vóór GATS-vrije zones

In verschillende Europese staten lopen campagnes over het dienstenakkoord van de WTO, GATS. Een verslag uit Vlaanderen, Frankrijk en Zwitserland.

E) WTO-uitspraak over gokken brengt VS in grote problemen!
Vergelijkbaar risiko voor de EU

Het vonnis van een WTO-panel over de Amerikaanse beperkingen tegen het aanbieden van grensoverschrijdend internetgokken (november 2004) heeft niet alleen ingrijpende gevolgen voor de VS, maar ook voor de onderhandelingen over de WTO-geschillenbeslechting, de voortgang van de GATS-onderhandelingen en de ruimte voor demokratische beslissingen (ook in de EU).

F) Beijing +10 en de NAFTA

Bijna 10 jaar geleden vond de Vierde Wereldvrouwenconferentie van de VN plaats in Beijing. Zijn vrouwen er sindsdien op vooruitgegaan? Over de dikwijls negatieve invloeden van vrijhandelsverdragen en privatiseringen op de economische positie van vrouwen in de VS in de afgelopen 10 jaar.

G) Vrijhandel als 'red herring'

Recensie door Wim Dierckxsens van "Vrijhandel is geen wondermiddel, gevolgen van liberalisering in Latijns-Amerika" van Rob Vos (La Chispa 306, noveemvber 2004.

H) STOP EPA of WATCH EPA

De Europese Unie heeft het onderhandelingsproces in gang gezet dat in 2008 moet leiden tot vrijhandelsovereenkomsten met alle ACP-landen. Maar deze EPA- onderhandelingen stuiten op fel verzet. Niet vrijhandel maar ontwikkeling moet het uitgangspunt zijn. En de EU probeert de 'Singapore issues' door te drukken. Toch bieden uitspraken van Mandelson ruimte voor een NGO-campagne om de EPA's te beïnvloeden.

I) VS: tekort aan exporten, begrotingsgeld en vooral ideeën
Econoom Galbraith sabelt Amerikaans economisch beleid neer

Als voorbereiding op zijn nieuwe ambtstermijn is de Amerikaanse president Bush begonnen met een serie debatten over het nieuwe economische beleid en wil hij op aandringen van toplieden van grote ondernemingen volgend jaar bezuinigen. Volgens econoom James Galbraith moet er eerst aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan alvorens zo'n debat zin kan hebben.

J) Meer over strijd tegen privatisering van waterdiensten

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp

 

A) Rectificatie:

In het artikel "Historisch referendum in Uruguay - Privatisering van waterdiensten wordt illegaal" in WTO.ZIP nr 49 is een foutje geslopen. De juiste naam van de spreker van REDES-Amigos de la Tierra Uruguay op de bijeenkomst "At your service: the global sell-out of public services," van het Gatsplatform op 23 november is niet Antonio Villareal, maar Alberto Villareal.


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B) Attac slaat alarm over GATS artikel XIII: Gemeentebesturen mikpunt van WTO
(Naschrift: 'water'-privatisering en US Patriotic Act)

(door Stijn Oosterlynck [1])

Een technische herziening van het Algemeen Verdrag voor de Handel in Diensten (GATS) zou tot een bijzonder onaangename verrassing kunnen leiden. Via een omweg en achter de rug van verkozen parlementen om wordt een wereldwijde 'liberalisering' van aanbestedingen van diensten door overheden gepland. De werkgroep over GATS-regels in Genève is van plan om ministers op de volgende WTO-conferentie in Hong Kong een bijlage bij GATS artikel XIII over overheidscontracten te laten goedkeuren.


De inzet is enorm. In de eerste plaats voor derde wereldlanden, waarvan een meerderheid weigert overheidscontracten open te stellen voor multinationale ondernemingen uit het Noorden. Tijdens de WTO-conferentie in Cancún kregen ze immers officieel gedaan dat de onderhandelingen over transparantie in overheidscontracten (Transparancy in Government Procurement [2]) gestopt zouden worden. Toch krijgen alle WTO-lidstaten, zowel in het Noorden als in het Zuiden, ermee te maken omdat ze het GATS-akkoord hebben ondertekend.

Het beleid rond overheidsopdrachten, of dat nu een nationaal, regionaal of lokaal niveau betreft, is een zaak van politieke criteria en keuzes. Die politieke keuzes hebben gevolgen voor de lokale tewerkstelling, de kwaliteit van de dienstverlening en de toegang tot die diensten (betaalbaarheid en bereikbaarheid).
Besturen houdt in vooruitziend te zijn. Daarom zijn overheidscontracten een essentieel onderdeel van ieder politiek en maatschappelijk project. Erkennen dat er regels moeten zijn voor overheidscontracten- en opdrachten, ook in de dienstensector, is één zaak. Dat een niet-verkozen werkgroep van de Wereldhandelsorganisatie deze regels uitschrijft voor de hele wereld is een totaal andere zaak. Welke regels? Van toepassing op welke diensten? En onder welke specifieke voorwaarden?

Als de in de WTO bekokstoofde bijlage goedgekeurd zou worden, dan zouden lokale overheden onderhevig worden aan drastische beperkingen ('disciplines'). Op het nationale, regionale en gemeentelijk niveau (GATS artikel I, lid 3) zouden ze verplicht worden om:

* internationale offertes te publiceren voor alle overheidsopdrachten boven de zeer lage drempel van 200.000 'speciale trekkingsrechten' [3];
* op regelmatige basis de totale uitgaven aan overheidsopdrachten bekend te maken;
* de offertes op te stellen en te publiceren volgens de regels van de bijlage bij GATS artikel XIII [4]. Onder dwang van sancties kunnen overheden beperkt worden in hun mogelijkheden om aanspraak te maken op betaalbare en kwaliteitsdiensten.

Anderzijds kunnen multinationale dienstenbedrijven die hun marktkansen belemmerd zien met een klacht direct naar de regionale rechtbank gaan. Volgens artikel VI, lid 2 [5] moet deze regionale rechtbank haar uitspraak in overeenstemming brengen met de nieuwe GATS-regels.

Tot slot, maar niet minder belangrijk, het onderscheid tussen publieke overheidsopdrachten voor diensten en publieke dienstenmarkten is gevaarlijk vaag. Analyses rond een referentiedocument voor de bijlage bij GATS artikel XIII suggereren taalkundige verdraaiingen met serieuze juridische implicaties. Er wordt verwezen naar beperkingen op "niet-discriminerende toegang tot beperkte publieke middelen", "beperkingen op verplichtingen tot universele dienstverlening" en de "promotie van internationale normen en internationale instellingen die deze normen vastleggen." GATS artikel XIII is een geheim handelswapen gericht op de landen in het Zuiden, maar evenzeer een oorlogsverklaring aan de rechten van lokale overheden over de hele wereld.


Noten:
[1] Stijn is lid van de wetenschappelijke raad van Attac Vlaanderen en vertaalde dit uit het franse perscommuniqué van het "Nationaal Anti-GATS Netwerk van Franse Verkozenen" (Grigny, 3 december 2004). Via Attac Vlaanderen werd het ondermeer verspreid op de Nederlandse GATS-Platformlijst.
Het artikel is enigszins aangepast door de ZIP-redactie.
[2] Een van de vier zogenaamde Singapore Issues.
[3] Speciale trekkingsrechten of SDR's (zie: http://fx.sauder.ubc.ca/SDR.html) zijn een kunstmatige munteenheid die door het Internationaal Muntfonds gebruikt wordt voor de interne boekhouding. De waarde van de munteenheid wordt sinds 1974 berekend aan de hand van de koers van een vijftal belangrijke munten.
[4] Artikel XIII leest als volgt: "Article XIII, Government Procurement
1. Articles II, XVI and XVII shall not apply to laws, regulations or requirements
governing the procurement by governmental agencies of services purchased for governmental purposes and not with a view to commercial resale or with a view to use in the supply of services for commercial sale.
2. There shall be multilateral negotiations on government procurement in services under this Agreement within two years from the date of entry into force of the WTO Agreement."
[5] Meer over dit artikel is te vinden in "Domestic Regulation in de GATS," door Esther Spronk in WTO.ZIP nr 40 van 10 november 2003 (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/263/1/2/).

Voor meer over het internationaal anti-GATS netwerk van lokale overheden en politici, zie: http://www.hors-agcs.org/agcs/
*********************************************************************

NASCHRIFT: 'water'-liberalisering' en US Patriotic Act
(door Rob Bleijerveld, met dank aan Stijn)

Uit berichten op de GATScrit-lijst blijkt, dat de EU een van de meest agressieve voorstanders is van het toepassen van bepalingen van 'markttoegang' en 'nationale behandeling' op overheidsaanbesteding. In 2004 heeft de EU zijn voorstel aan de GATS Working Party on GATS Rules (WPGR) nog aangescherpt ondanks de uitgesproken bezwaren tegen verandering van artikel XIII van de kant van ontwikkelingsstaten.

Privatisering van waterdiensten via een omweg

Een van de belangrijkste drijfveren van de EU zou kunnen zijn om via een wijziging van dat artikel de privatisering van alle waterdiensten mogelijk te maken!! Op dit moment is men het niet eens over reikwijdte en impact van de huidige formulering van art. XIII. Zo vallen in Canada door de overheid betaalde maar door een particuliere onderneming uitgevoerde waterdiensten onder de term 'aanbesteding'. Maar de EU stuurt aan op verandering van de GATS-regels waarbij de uitvoering van publieke dienstverlening die aanbesteed is aan particuliere bedrijven niet meer door de overheid 'teruggenomen' kan worden.

Uw persoonlijke gegevens in veilige (Amerikaanse) handen?

Wijziging van GATS-artikel XIII maakt het mogelijk dat persoonsgegevens (van bijvoorbeeld Europese burgers) via een omweg in de computers van de Amerikaanse veiligheidsdiensten belanden! Dat is het geval indien de EU bijvoorbeeld de zogenaamde 'health database services' zou aanbesteden. Amerikaanse bedrijven kunnene meebieden en de opdracht verkrijgen, waarna ze - onder bepalingen van de US Patriot Act - alle beschikbare persoonsgegevens over moeten dragen aan de autoriteiten van de VS. Dit blijkt uit de ervaring in de Canadese provincie British Columbia met de firma Maximus uit de VS.


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) Nieuwsbrief GATS-platform [1] aan leden van de vaste Tweede Kamercommissie Economische Zaken
16 december 2004 [2]


In deze nieuwsbrief:

1. Crisis in GATS-onderhandelingen duurt voort.
2. Aanbevelingen Adviesraad Internationale Vraagstukken GATS.
3. Verzoeken aan Nederlands Parlement uit Kenia.
4. Buitenlandse bedrijven willen controle op nationale wetgeving.


***


C1. Crisis in GATS-onderhandelingen duurt voort


Eind november vond in Genève weer een serie besprekingen plaats in het kader van de WTO-dienstenonderhandelingen (GATS), maar na afloop constateerden diverse bronnen dat de crisis in de GATS-onderhandelingen voortduurt. Op Europees niveau wordt momenteel gewerkt aan een herziening van Europese onderhandelingsvoorstellen. Als de Kamer hierop invloed wil uitoefenen zal zij snel moeten handelen, want de Europese Commissie streeft ernaar deze herziening begin januari 2005 af te ronden.


GATS-onderhandelingen blijven vastzitten

De crisis in de GATS-onderhandeling heeft twee aspecten:

a) ongeveer tweederde van de WTO-lidstaten heeft nog steeds geen GATS-aanbod gedaan.
b) de 47 GATS-aanbiedingen die wel zijn ingediend (waaronder dat van de Europese Unie) zijn zeer terughoudend van karakter.

De Europese Commissie probeert al enige tijd de crisis in de GATS- onderhandelingen te doorbreken. Tijdens de WTO-besprekingen in juli dit jaar heeft EU Handelscommissaris Pascal Lamy een nieuwe deadline voor de GATS- onderhandelingen binnengesleept: vóór mei 2005 zouden alle WTO-lidstaten herziene GATS-aanbiedingen ingediend moeten hebben.
Aangezien tweederde van de WTO-lidstaten nog niet eens een eerste bod heeft uitgebracht, valt het te betwijfelen of deze nieuwe deadline realistisch is. Maar de Europese Commissie doet er alles aan om de ontwikkelingslanden onder druk te zetten om met een GATS-aanbod te komen.

Herziening Europese GATS-verzoeken aan 109 WTO-lidstaten

Een paar weken geleden presenteerde de Europese Commissie aan de EU-lidstaten voorstellen voor aanpassing van de GATS-verzoeken die de EU in juli 2002 bij 109 WTO-lidstaten heeft ingediend. De voorstellen van de Commissie worden momenteel in het Comité 133 besproken.
Hoewel deze herziening van de Europese GATS-verzoeken de kans biedt om een aantal controversiële aspecten te schrappen, bleek tijdens een door DG Handel georganiseerde voorlichtingsbijeenkomst voor NGO's (Brussel, 9 december 2004) dat de Commissie vooralsnog blijft vasthouden aan de controversiële GATS-verzoeken voor de drinkwatervoorziening in 72 landen.

De herziening van de Europese GATS-verzoeken wordt momenteel besproken in het Comité 133. Deze besprekingen zullen naar verwachting in de eerste helft van januari 2005 worden afgesloten. Wil de Kamer enige invloed op dit proces kunnen uitoefenen, dan zal zij op zo kort mogelijke termijn aan het Ministerie van Economische Zaken moeten vragen om gedetailleerd op de hoogte te worden gesteld van de voorgenomen aanpassingen in de 109 Europese GATS-verzoeken.

De Kamer zou, in lijn met eerdere Kameruitspraken, kunnen overwegen om de Nederlandse regering te vragen om bij de aanpassing van de Europese GATS- verzoeken de drinkwatersector, en wellicht bij uitbreiding andere publieke sectoren (bijvoorbeeld gezondheidszorg), uit te sluiten van de Europese GATS- verzoeken.


***


C2. Aanbevelingen Adviesraad Internationale Vraagstukken GATS


De AIV kreeg van Minister van Ontwikkelingssamenwerking de vraag voorgelegd hoe ontwikkelingslanden uit de GATS-onderhandelingen voordeel kunnen halen. Het rapport van de adviesraad had als belangrijkste thema zoals in de titel staat "Dienstenliberalisering en ontwikkelingslanden: leidt openstelling tot achterstelling?" [3]


De belangrijkste adviezen van het rapport zijn, al dan niet in de woorden van het rapport, als volgt:

2-1. GATS-liberalisering vraagt specifieke aandacht voor de omstandigheden per land

"De belangrijkste boodschap van dit advies is [...] dat ontwikkelingslanden de boot niet mogen en hoeven te missen, maar dat er van geval tot geval moet worden nagegaan of er voldoende waarborgen in hun economie, beleidsvoering en institutionele capaciteit zijn ingebouwd om te voorkomen dat de liberalisering uiteindelijk verkeerd voor hen uitpakt." In de praktijk moeten de condities zijn vervuld zodat liberalisering van de internationale dienstenhandel zich niet te veel keert tegen lokale initiatieven of de lokale zeggenschap teveel aantast. Het bepalen waar al dan niet concessies gedaan moeten worden tijdens de onderhandelingen, is maatwerk.

De onderhandelaars beweren dat GATS gunstig is voor ontwikkelingslanden als er de nodige regelgeving is. NGO's hebben aangegeven dat, zoals de AIV besluit, dat de nodige regelgeving en gunstige omstandigheden er niet altijd zijn en dat nauwkeurig moet worden omgegaan met de GATS-onderhandelingen. De Nederlandse en Europese overheid hebben tot nu toe vooral de positieve effecten aangegeven en zich gebaseerd op de belangen van de exporterende dienstenindustrie van Europa. De bilaterale GATS-onderhandelingen met ontwikkelingslanden over marktopening zijn geheim maar de gelekte 'requests' van de EU geven aan dat bepaalde regelgeving wordt ondermijnd (bijvoorbeeld in EU 'requests' voor financiële diensten aan opkomende markten).

2-2. Meer evaluaties van effecten van GATS-liberalisering nodig

"De effecten van liberalisering op de economieën van ontwikkelingslanden zijn onvoldoende in kaart gebracht," wat volgens de AIV een rem vormt op de bereidheid van de ontwikkelingslanden om tot liberaliseringen over te gaan. In de GATS is een artikel opgenomen dat de lidstaten aanspoort om evaluaties op te stellen ter voorbereiding van de onderhandelingen "maar tot nu toe is slechts rudimentair aan deze oproep gehoor gegeven."

De AIV adviseert de regering te bevorderen dat evaluaties per land worden
uitgevoerd over de stand van zaken bij de liberalisering van diensten.
Daartoe zou Nederland:

* onderzoekscapaciteit beschikbaar moeten stellen;
* en/of middelen moeten verschaffen om de evaluatiecapaciteit in de
ontwikkelingslanden zelf op te bouwen dan wel te versterken;
* op eigen initiatief studies laat verrichten;
* moeten bevorderen dat de EU zo'n evaluatie laat verrichten.

NGO's hebben al heel lang aangedrongen op die specifieke evaluaties, en er zelf enkele uitgevoerd. De nationale en Europese overheid is tot nu erg terughoudend geweest om die evaluaties uit te voeren met de juiste 'terms of reference'.

2-3. Beschermingsmechanisme moet in GATS worden ingebouwd

"De AIV beveelt aan bij de nadere uitwerkingen van de gronden van vrijwaring (de 'Emergency Safeguard Measures', artikel X van de GATS) voorzieningen op te nemen die ontwikkelingslanden het recht geven een GATS-verplichting (tijdelijk) op te schorten, indien deze verplichting een grote verstoring op haar binnenlandse markt teweegbrengt. Hiervoor moet een mechanisme worden ontworpen waaronder essentiële belangen van ontwikkelingslanden geïdentificeerd kunnen worden. Onvoorziene nadelen voor deze landen kunnen zo worden ondervangen, zodat de onderhandelingen zelf geen vertraging meer oplopen."

NGO's stellen vast dat de GATS-onderhandelingen over de vrijwaringsclausule tot nu toe eindeloos zijn uitgesteld en dat verschillende deadlines voor het afsluiten van de onderhandelingen zijn gemist. Een van de oorzaken is dat de EU allerlei technische bezwaren oppert en in principe tegen die clausule is omdat het bedrijfsleven zich ertegen verzet.
De AIV beveelt aan dat Nederland eventuele vertragingen en hiaten in de
onderhandelingen gaat gebruiken om tussentijds de zogenaamde horizontale kwesties in GATS (zoals bijvoorbeeld de 'Emergency Safeguard Measures') ter hand te nemen, zowel in Brussel binnen EU, als in Genève op WTO-niveau. "Succes op deze punten zou een belangrijke klimaatsverbetering voor de eigenlijke onderhandelingen tot stand kunnen brengen."

2-4. Verbeteren van onderhandelingsklimaat en versterken van onderhandelingscapaciteit

"De AIV beveelt aan ontwikkelingslanden en met name de MOL's via het ontwikkelingsbeleid verdere steun te verlenen bij de institutionele ontwikkeling en het beheer en uitvoering van de handelsregels in het algemeen, en bij het voeren van (WTO-)onderhandelingen en het formuleren van aanbiedingen in het bijzonder. Hiertoe is versterking nodig van de instituties die zich bezighouden met toezicht, onderhoud en uitvoering van de handelsregels."

"Wat de onderhandelingscapaciteit van ontwikkelingslanden betreft, adviseert de AIV trainingen en cursussen ter zake op te zetten." Een voorstel voor ondersteuning van ontwikkelingslanden in het onderhandelingsproces is het ontwikkelen van een digitaal handboek op basis waarvan 'liberaliseringstoetsen' kunnen worden uitgevoerd."

Om als volwaardige partners in de onderhandelingen te kunnen deelnemen en om te kunnen concurreren tegen Westerse bedrijven, moet de lokale dienstensector in ontwikkelingslanden tot een basisniveau worden aangebracht en dit door gelegenheid te geven voor her- en bijscholing. De AIV is van mening dat de ontwikkelingssamenwerking de activiteiten moet uitbreiden die gericht zijn op het versterken van de lokale private dienstensector. Dat kan ten eerste door het versterken van wet- en regelgeving, van de rechtspraak en van de toezichthoudende organisaties. De AIV geeft aan dat er risico's zijn verbonden aan privatisering van basisvoorzieningen en het aangaan van GATS-verplichtingen in geprivatiseerde sectoren.

NGO's willen dat de EU (geprivatiseerde) basisdiensten buiten de WTO houdt en daarover geen 'requests' maakt.

Om de GATS=onderhandelingen niet afhankelijk te maken van de andere WTO-onderhandelingen, beveelt de AIV aan te laten onderzoeken of de afspraak dat de Doha-onderhandelingen worden opgevat als een 'single undertaking' (niets is beslist tot alles is beslist) kan worden geamendeerd, wanneer vooruitgang bij de andere Doha-dossiers uitblijft. Om een positieve prikkel te geven aan de GATS-onderhandelingen beveelt de AIV aan dat de EU geen nieuwe beperkingen invoert op 'outsourcing'.

De ontwikkelingslanden vragen meer toegang voor personen die tijdelijk diensten leveren (mode 4). De AIV raadt aan om dit soort toegang in Europa niet te beperken tot hoog opgeleide personen, er voor te zorgen dat die migratie tijdelijk is en ook andere manieren van kennisuitwisseling te stimuleren zoals public private samenwerkingsverbanden en korte cursussen met uitwisseling.


***


C3. Verzoeken aan Nederlandse parlement uit Kenia


Op het Nederlands Sociaal Forum (26 t/m 28 november jongstleden) sprak John Kinuthia (Consumer Information Network Kenia) tijdens een strategieworkshop van het GATS-platform. Hij kwam met een aantal verzoeken/aandachtspunten aan de westerse parlementen wat betreft de GATS-onderhandelingen:

* Er is dringend een 'impact assessment' nodig van de gevolgen van dienstenliberalisering. Deze moet plaats vinden voordat er herziene aanbiedingen gedaan worden.
* Essentiële diensten moeten publiek blijven en uitgesloten worden van de GATS-onderhandelingen. Hieronder vallen bijvoorbeeld: gezondheidsdiensten, transportdiensten, waterdiensten, energiediensten, onderwijsdiensten en milieudiensten.
* De 'emergency safeguard measures' moeten versneld worden ingevoerd.
* Kapitaalvlucht is een serieus probleem voor ontwikkelingslanden. Dienstverlenende bedrijven die zich snel verplaatsen van het ene land naar het andere, sluizen de winst weg. Daarom moeten voorwaarden aan bedrijven worden gesteld om herinvesteringen in betreffende land te garanderen.
* Totdat bovenstaande eisen gerealiseerd zijn moet een moratorium op de GATS-onderhandelingen ingesteld worden.

***


C4. Buitenlandse bedrijven willen controle op nationale wetgeving


Een belangrijke sector van de GATS-onderhandelingen, die op het moment in volle gang zijn, vormt de financiële sector. Veel ontwikkelingslanden worden door de VS en de EU gepusht hun financiële sector open te gooien voor Amerikaanse en Europese banken en andere financiële instellingen. Afgezien van de mogelijke risico's die met deze liberalisering gepaard gaan, is er nog een probleem, namelijk dat deze buitenlandse aanbieders meer controle krijgen op de betreffende nationale wetgeving.


De lobby van financiële bedrijven is steeds een belangrijke drijvende kracht achter de roep vanuit het Westen om liberalisering van financiële markten. Het zijn de grote internationaal opererende bedrijven die nieuwe markten willen betreden, en die dus hun overheden stimuleren ver te gaan in hun verzoek om liberalisering aan andere WTO-leden. De EU heeft bijvoorbeeld in haar 'request' aan Chili opgenomen dat geld dat Chili binnenkomt niet langer op een rekening wordt vastgehouden zoals de wet bepaalt.

Maar er wordt niet alleen op inhoudelijke punten onderhandeld. Bedrijven merken dat ze niet alleen hinder ondervinden van bestaande wetgeving, ook de invoering van nieuwe wetgeving, als ze al eenmaal in het land gevestigd zijn, kan als obstakel worden ervaren. Daarom wordt er door bedrijven ook gelobbyd om regels op te stellen over de wijze waarop nieuwe wetgeving wordt ingevoerd.

Een voorbeeld komt van een lobbyorganisatie van de Britse verzekeringsindustrie, die wereldwijd opereert. Zij stelden een 'model schedule' voor over hoe idealiter landen hun verzekeringswezen zouden liberaliseren. Bijzonder is dat er ook wordt gevraagd om de mogelijkheid tot commentaar geven op voorgestelde wetgeving. Bedrijven zou dan moeten worden toegestaan binnen een bepaalde termijn voorgestelde wijzingen in te sturen. Een verdergaande eis is dat deze bedrijven ook op de hoogte moeten worden gesteld, waarom hun voorstellen niet zijn geaccepteerd door de wetgever.

In (uitgelekte) 'requests' van de VS aan een aantal ontwikkelingslanden zijn dezelfde eisen opgenomen: "When proposing new regulations or amendments to existing regulations, make such proposals publicly available, provide the rationale for them, establish procedures for submission of comments by the public, and provide reasonable time for preparation and submission of such comments... When adopting in final form new regulations or amendments to existing regulations, publish the text and, as appropriate, address substantive comments received, if any, from the public with respect to the proposed regulations".

Op zich kan het goed zijn dat er een heldere wetgeving bestaat waarvoor verantwoording wordt afgelegd. Echter, bovenstaande eisen zouden voor ontwikkelingslanden problematisch kunnen zijn gezien hun beperkte administratieve middelen en de beperkte mogelijkheid van het 'publiek' om financiële regelgeving te beïnvloeden. De gevolgen van toezeggingen op dit gebied zijn dan ook moeilijk te overzien. Veel ontwikkelingslanden hebben dan ook al aangegeven dat onderhandelingen over regels, zoals transparantie van wetgeving, niet op bilateraal, maar op multilateraal niveau dienen plaats te vinden - iets wat de EU en VS niet echt willen...

Liberalisering van financiële diensten een probleem in Mexico

De ervaring van Mexico leert dat de komst van buitenlandse banken niet perse een enkel rooskleurig verhaal is. Na de pesocrisis van 1994 was de hoop was dat de buitenlandse banken het financiële bestel weer op orde zou kunnen brengen en dat de Mexicaanse overheid niet voor de zoveelste keer de banken uit de brand zou hoeven te helpen, als een crisis plaatsvond.

Op het moment is meer dan 80% van het Mexicaanse bankwezen in handen van buitenlandse aanbieders, met name de Amerikaanse banken Citigroup en HSBC, en de Spaanse BBVA en Santander Central Hispano. Hoewel het bankenstelsel veel stabieler is geworden, is er weinig terechtgekomen van de andere beloften. De president van de Centrale Bank presenteerde een rapport waaruit bleek dat de prijzen die door buitenlandse banken voor financiële diensten in Mexico worden gevraagd, stukken hoger liggen dan in andere markten waarin de banken opereren.
Ook worden misschien de rijkste klanten wel bediend, maar hebben veel gewone huishoudens en kleinere bedrijven amper toegang tot kredieten, die juist hard nodig zijn in de Mexicaanse economie. Het gebrek aan kredietverlening door de buitenlandse banken maakt economische groei onmogelijk en vormt een groot economisch probleem, aldus de Centrale Bank van Mexico.

In de politiek werd gediscussieerd over nieuwe wetgeving om buitenlandse banken te dwingen hun prijzen te verlagen en meer kredieten te verschaffen. Tot nu toe is er van deze pogingen echter nog niet veel terechtgekomen. Het is moeilijk buitenlandse banken te reguleren, niet in het minst omdat zij vaak op een andere buitenlandse beurs staan genoteerd.


***


Aan deze GATS-platform nieuwsbrief droegen bij:

Anke Tijtsma (St. Wemos Gezondheid voor Allen)
Erik Wesselius (Corporate Europe Observatory)
Meike Skolnik (Ver. Milieudefensie)
Myriam vander Stichele (St. Onderzoek Multinationale Ondernemingen)


Noten:
[1] Het GATS-platform is een samenwerkingsverband van St. WEMOS Gezondheid voor
Allen, het Transnational Institute (TNI), Corporate Europe Observatory (CEO), St. Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), Ver. Milieudefensie, World Information Service on Energy (WISE), Solidariteitsfonds XminY, de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), Dwars (Jongerenorganisatie GroenLinks).
[2] Deze nieuwsbrief zal binnenkort ook te vinden zijn op de website van het GATS-platform: http://www.gats.nl
[3] "Dienstenliberalisering en ontwikkelingslanden: leidt openstelling tot achterstelling?" door Adviesraad Internationale Vraagstukken, rapport nr. 39 van september 2004. De volledige tekst is nog niet beschikbaar op de website, maar is opvraagbaar bij: Andrea Nederlof, Secr. Comm. Ontw. Samenwerking AIV (070-3485990 / andrea.nederlof@minbuza.nl).
De samenvatting en conclusies zijn te vinden op: http://www.aiv-advies.nl


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) Europese provincies, steden en dorpen spreken zich uit over GATS
Tegen liberalisering publieke diensten, vóór GATS-vrije zones

(door Rob Bleijerveld [1])

In verschillende Europese staten lopen campagnes over het dienstenakkoord van de WTO, GATS. In Vlaanderen hielden 11.11.11 en Attac de afgelopen herfst een campagne tegen privatisering van publieke diensten waaronder de drinkwatervoorziening. In Frankrijk en Zwitserland lopen al enige tijd scucesvolle campagnes voor GATS-vrije zones.


Vlaanderen

In Vlaanderen ondertekenden 171 gemeenten, waaronder Antwerpen en Gent een motie tegen GATS en waterliberalisering. Brussel tekende een overeenkomstige Attac-motie. Daarmee steunt 55% van alle Vlaamse gemeenten de aktie! Ook tekenden vier van de vijf Vlaamse provincies het document. En de campagne loopt nog steeds...

De motie roept op om:
* te bevestigen dat water een mensenrecht is en dat drinkwaterdiensten door overheden beheerd dienen worden;
* een eind te maken aan de druk op staten in het Zuiden om hun drinkwaterdiensten te liberaliseren, en om hun andere openbare diensten te steunen;
* waterdiensten en andere publieke diensten (zoals gezondheidszorg) uit te sluiten van GATS;
* waterdiensten in Vlaanderen in publieke handen te houden;
* de GATS-onderhandelingen meer transparant te maken en meer democratische deelname mogelijk te maken, vooral van plaatselijke autoriteiten;
* de inperking van de reguleringsmogelijkheden door plaatselijke authoriteiten af te wijzen;
* evaluatie-studies uit te voeren naar de gevolgen van GATS; en
* een moratorium in te stellen voor de GATS-onderhandelingen.

Frankrijk en Zwitserland [2]

In Frankrijk verklaarden ongeveer 600 gemeenten (28 miljoen mensen omvattend!) zich een GATS-vrije zone.
De Zwitserse stad Genève, de hoofdzetel van de WTO, deed hetzelfde al in juni 2003. In Lausanne werd ook een motie van deze strekking aangenomen maar moet nog bindend verklaar worden. In vijftien kantons en 20 andere gemeenten zijn GATS-gerelateerde vragen gesteld aan de autoriteiten.

Europese regio's

Op 26 november werd op de jaarvergadering van de Assembly of European Regions [3] unaniem een resolutie [4] aangenomen waarin gevraagd wordt "internationale handel op een gebalanceerde manier te organiseren, door middel van een democratisch proces en met de deelname van alle betrokken instellingen, waaronder de regio's en andere 'stakeholders.' Er moet rekening gehouden worden met bestaande waarden en normen van de Europese Unie, zoals mensenrechten - vooral van rechten van kinderen en arbeiders - en met sociale normen en milieunormen. De Assembly of European Regions deelt niet het principe van totale onderschikking aan globale logica van ongereguleerde concurrentie en vrijhandel."

De verklaring gaat er verder van uit dat de bevoegdheden van regionale overheidsbesturen gehandhaafd dienen te blijven, vooral op gebied van economische ontwikkeling, onderwijs en training, huisvesting, transport, gezondheidszorg, zorg voor ouderen en 'sociaalzwakkeren', en milieubescherming.


Noten:
[1] Informatie ontleend aan de WTO-INTL-mailijst, met dank aan Jan Willem Goudriaan van de Europese Federatie van Dienstenbonden EPSU.
[2] Voor meer informatie, zie: http://www.hors-agcs.org/agcs/
[3] De AER werd opgezet in 1985 om de deelname van de regio's in de Europese politiek te bevorderen en vertegenwoordigt nu 250 lidregio's uit 30 staten.
[4] "Services of General interest in a New Europe - Reinforcing the scope for action by the regions," persbericht AER van 26 november 2004 (http://www.are-regions-europe.org/Press_Releases_2004/
GB-CP-Final-AG-2004.doc).
Zie ook: "The AER calls upon the European Council to assess the impact of liberalization before adopting the draft Services Directive,", persbericht AER van 14 december 2004 (http://www.are-regions-europe.org/News_GB.htm)


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


E) WTO-uitspraak over gokken brengt VS in grote problemen!
Vergelijkbaar risiko voor de EU

(door Rob Bleijerveld)

Eind november 2004 werd in het artikel "Rien ne va plus..." in WTO.ZIP nr 49 [1] geschreven over het vonnis van een WTO-panel ten aanzien van internetgokken. Overeenkomstig een klacht van de eilandstaat Antigua/Barbuda vond het panel dat de Amerikaanse beperkingen tegen het aanbieden van grensoverschrijdend internetgokken een schending zijn van eerder gemaakte GATS-afspraken [2]. Sindsdien zijn er diverse analyses verschenen over de reikwijdte van dit WTO-besluit. De panelbeslissing heeft invloed op de onderhandelingen over de geschillenbeslechting, op de voortgang van de GATS-onderhandelingen en op de ruimte voor demokratische beslissingen.


David-Goliath effect?

De grote media verlenen aan deze kwestie een soort David-Goliath-dimensie: het kleine Antigua verslaat de reus VS. Het ICTSD [3] - dat de beslissing "grensverleggend" noemt - wijst echter op de reëele beperkingen van kleine staten om op succesvolle wijze handelssancties op te leggen aan machtige staten. Zo is de markt van de eilandstaat te klein om exporteurs uit de VS tariefsverhogingen op te leggen als effectieve compensatie. En zouden eventuele uitbreidingen van Amerikaanse markttoegang voor Antigua nauwelijks een verschil maken.
Tevens geeft het ICTSD aan dat de VS, die in hoger beroep zijn gegaan tegen deze beslissing, blijkbaar inzet op het jarenlang laten voortslepen van deze kwestie. Daarbij wordt een Amerikaanse handelsvertegenwoordiger aangehaald die gehint heeft op het niet uitvoeren door de VS van een eventueel negatief eindvonnis.

Een ander aspect is de betrokkenheid van machtige gokbedrijven en hun advokatenkantoren bij het formuleren en aanbrengen van de Antigua-klacht bij het WTO-panel. Een aantal Amerikaanse bedrijven zagen hun aandeelkoersen al stijgen kort na het bekend worden van de uitspraak... [4]

Gevolgen voor onderhandelingen over geschillenbeslechting?

Van meer strukturele aard zijn de inschattingen ten aanzien van de WTO-onderhandelingen op het gebied van geschillenbeslechting. Zo meldt het ICTSD dat de panelbeslissing verstrekkende gevolgen kan hebben voor de lopende onderhandelingen over "verbetering en verduidelijking van bestaande regels voor WTO geschillenbeslechting", de Dispute Settlement Understanding Review [5][6]. In het kader van deze herziening gaven arme staten eerder al aan dat de regels hen geen goede instrumenten bieden om handels- en hulppartners te dwingen om te voldoen aan de panelbeslissingen. Ook repten ze van het ontbreken van geschikte maatregelen om onnodig uitstel - middels beroepsprocedures - tegen te gaan en om een goede compensatie van geleden schade te bewerkstelligen.

Foutje bedankt: GATS overstemt demokratische wetgeving!

Ook de GATS-onderhandelingen komen hier in zicht. Het gaat met name om de 'positieve lijst'-benadering in de onderhandelingsfase van aanbod van marktopening voor dienstensectoren. Volgens deze 'positieve lijst'-benadering beperkt een staat zijn liberaliseringsaanbod tot die dienstencategoriën en -subcategoriën waarvoor het marktopening wil bieden aan buitenlandse aanbieders. Maar, zoals de Antigua-kwestie aantoont, verhindert dat niet dat vonnissen van het WTO-panel boven nationaal, provinciaal en gemeentelijk vastgestelde wetten en regelgeving uitgaan indien er fouten gemaakt worden bij het vaststellen van de lijsten [7][8]! Het laat zien dat zelfs de VS - met hun grote personele en juridische capaciteit - de mogelijke gevolgen van de vastgelegde 'commitments' kunnen onderschatten [9]. Dat dat gevaar des te meer geldt voor staten die onvoldoende capaciteit hebben om hun zaken eerst goed uit te zoeken, is zeker.

GATS: meer struktureel...

Ellen Gould, een onafhankelijke onderzoekster en journalist, denkt dat de paneluitspraak op vier manieren belangrijk is [4].
Ten eerste zal de federale overheid in de VS (op den duur) drie federale wetten moeten aanpassen. Maar ook vier statelijke wetten, hoewel dat laatste een bevoegdheid is die grondwettelijk toebedeeld is aan de betreffende staten.
Ten tweede is de uitspraak in de beroepskwestie [10] van groot belang, omdat het een definitieve WTO-interpretatie oplevert van de betekenis van bepaalde (dubbelzinnige) GATS-bepalingen [11]. De Antigua-kwestie is de tweede GATS-zaak waar het panel zich over buigt. Bij de eerste - de zogenaamde "Mexicaanse Telecom zaak" - is door gedaagde Mexico afgezien van hoger beroep.

(Onbetaalbare) compensatie

Verder moeten de VS binnen de WTO kiezen uit twee kwaden indien de beroepscommissie het panelbesluit handhaaft. Ze kunnen de beslissing negeren en hopen dat geen enkel ander WTO-lid - bijvoorbeeld een staat die de VS wèl onder druk kan zetten - het voorbeeld van Antigua/Barbudas zal volgen...
Of ze kunnen proberen om met het GATS artikel XXI ("Modification of Schedules") in de hand de aangevochten GATS-afspraak terug te trekken. Elk (!) WTO-lid heeft dan echter het recht om compenserende maatregelen te eisen zodat de VS zijn lijst van marktopening voor diensten moet aanpassen. En artikel XXI schrijft voor dat onderhandelingen daarover niet mogen leiden tot afspraken die minder voordelig zijn op handelsgebied dan daarvoor het geval was [12]. Het recht op onbeperkte grensoverschrijdende toegang voor buitenlandse bedrijven op de lucratieve Amerikaanse internetgokmarkt is nu al miljarden dollars waard...

En het probleem overstijgt zelfs het grensoverschrijdende karakter, iets dat de grote media niet opgemerkt hebben. De VS hebben namelijk ook een GATS-afspraak gemaakt over "commerciële presentie", waardoor een groot aantal Amerikaanse wetten die betrekking hebben op gokken binnen de grenzen waarschijnlijk eveneens de GATS-bepalingen schenden [13]. De waarde van de Amerikaanse "commerciële presentie"-toezegging in deze sector is zo groot dat er nauwelijks een vervangende concessie denkbaar is de VS zouden kunnen doen om de terugtrekking ervan van de GATS-lijst te compenseren.

Nog meer beperking van overheidsregulering!

Als laatste betekent de uitspraak van het WTO-panel een inperking van het recht van een overheid om te reguleren. In de "Mexicaanse Telecom zaak" werd al geconcludeerd dat een algeheel verbod op het leveren een bepaalde dienst een schending is van de GATS-afspraken over markttoegang, omdat het equivalent is aan een "nul-quotum" voor die dienstensector. In de "US - Gok zaak" probeerden de VS zonder succes aan te tonen dat de aangelegde beperkingen (federale en statelijke wetten) gerechtvaardigd waren wegens het speciale karakter van de gokdiensten (aanbod via internet). Het panel oordeelde echter dat ze toch een kwantitatieve beperking vormen van de afgesproken volledige markttoegang voor deze dienstensector. Ofwel: ook een algeheel verbod op een subcategorie van een aangeboden dienst danwel op een willekeurige leveringsvorm onder een afgesproken handelsmodus is niet toegestaan.

Anticiperen?

Ten aanzien van overheidsregulering en het overeenkomstig onderhandelen over GATS-toezeggingen speelt ook het kunnen anticiperen op nieuwe ontwikkelingen een rol. In het begin van de jaren '90 konden de VS niet voorzien dat grensoverschrijdende toezeggingen door technologische veranderingen veel belangrijker zouden worden dan aangenomen, en dat het aangaan van hun "other recreation"-afspraken [14] later voor problemen zou zorgen.
Tijdens de huidige onderhandelingen staan de WTO-lidstaten onder grote druk van vooral de VS en de EU om ongelimiteerde toezeggingen te doen in gevoelige sectoren van de financiële, distributie en reclame diensten. De "US - Gok zaak" betekent dat ze plannen voor het aangaan van nieuwe toezeggingen goed moeten (her-)overwegen.

Koekje van eigen deeg

De VS worden nu om de oren geslagen met de gevolgen van de eigen aggressieve opstelling bij het promoten van e-commerce binnen de WTO. Tijdens de onderhandelingen stonden ze erop dat een bepaling werd opgenomen, waarin afspraken over markttoegang en nationale behandeling ook gelden voor de levering van diensten via electronische middelen, uitgaande van het "principe van technologische neutraliteit."
Door hun GATS-afspraken hebben ze nu een echt probleem en pogingen om onder de gemaakte afspraken uit te komen zullen mislukken! Het aangaan van de GATS-toezeggingen over gokken maakt manouvreren welhaast onmogelijk. Het 'argument' dat de toezeggingen voor "other recreational services" niet overeen komt met de VN-classificatiecode werd aan de kant geveegd door de schriftelijke bevestiging daarvan door de eigen US International Trade Commission. En de zaak van de VS tegen Mexico (Telecom) haalt de grond weg onder de bewering dat de toezegging over gokken het internetgebeuren uitsloot.

De VS kan niet anders doen dan hopen dat de andere WTO-lidstaten hun ogen dicht zullen doen in ruil voor een hele grote concessie aan de GATS-onderhandelingstafel... Of toch maar betalen?

Vergelijkbaar risiko voor de EU!

De Europese Commissie maakte GATS-afspraken over ongelimiteerde "commerciële presentie" ten aanzien van diensten voor de opslag/verwerking van vast en gevaarlijk afval [14]. Volgens het classificatiesysteem van de VN omvat dit "transport- en verwerkingsdiensten door verbranding of op andere wijze" van afval "afkomstig van huishoudens of van industriële en commerciële instellingen."
Toepassing van de interpretatie van het WTO-panel over de betreffende markttoegang betekent dat geen enkele lokale, provinciale, of nationale rechtbank ("jurisdiction") een buitenlands bedrijf ervan kan weerhouden om gevaarlijk afval te verbranden of om dat op andere wijze op te slaan/verwijderen. Zelfs indien dit in het geheel niet toegestaan is aan lokale bedrijven onder de plaatselijke wet- en regelgeving! Het panel heeft namelijk gedefinieerd dat een geheel verbod op dienstverlening op subsectoraal niveau een nul-quotum inhoudt en dat het daarom de afspraken over markttoegang schendt. Het enige dat de EU kan doen indien de afval-wetgeving van een Europese lidstaat aangeklaagd wordt, is het proberen de GATS-uitzonderingsclausule te gebruiken, een echter bijna onmogelijke exercitie gezien de ontwikkeling in de "US - Gok zaak".


Noten:
[1] Zie: http://www.stelling.nl/trouble/zip/041119--00(49).htm
[2] Het rapport is getiteld "United States - Measures Affecting the Cross-border Supply of Gambling and Betting Services" (WT/DS285/R) en is te vinden op: http://docsonline.wto.org
[3] Bijvoorbeeld in het artikel "Antigua wins gambling dispute", in Bridges Monthly Trade News Digest jg. 8, nr. 10 van november 2004 (http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES8-10.pdf).
[4] Email van onderzoekster Ellen Gould aan de GATScrit-lijst (26 november 2004), getiteld "Highlights of the US - Gambling Decision".
[5] "US-Antigua gambling dispute raises systemic issues," door ICTSD in Bridges Weekly Trade News Digest vol. 8, nr. 40 van 24 november 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-11-24/story4.htm).
[6] Bij ICTSD en WTO was niets te vinden over eventuele behandeling hiervan op de speciale DSU-zitting van 25 en 26 november. De volgende speciale zitting is op 18 en 19 januari 2005.
[7] Het WTO-panel herinnerde daaraan bij zijn vonnis van november 2004: "Members' regulatory sovereignty is an essential pillar of the progressive liberalization of trade in services, but this sovereignty ends whenever rights of other Members under the GATS are impaired." (zie: noot 2).
[8] Staten die met de VS onderhandelen over bilaterale en regionale vrijhandelsakkoorden lopen een nog groter gevaar waar het gaat om dienstenliberalisering. De VS dringen er namelijk zeer sterk bij hun partners op aan dat er een zogenaamde 'negatieve lijst'-benadering gehanteerd wordt: geen enkele (sub-)categorie wordt uitgesloten van potentiële grensoverschrijdende handel tenzij uitdrukkelijk van te voren aangegeven.
[9] Naar verwachting zal dit probleem zich vooral - maar niet uitsluitend - voordoen bij diensten die te maken hebben met e-commerce, omdat de snelle technologische ontwikkeling mogelijk leidde tot onopgemerkte gaten in wet- en regelgeving en GATS-aanbod. Zie "Antigua wins gambling dispute", noot 3.
[10] Mogelijk doet de WTO-instantie voor beroepszaken, de Appellate Body, al in januari 2005 een uitspraak.
[11] Daaronder: de betekenis van markttoegang, en de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een maatregel als "noodzakelijk" aan te merken.
[12] "Members shall endeavour to maintain a general level of mutually advantageous commitments not less favourable to trade than that provided for in Schedules of specific commitments prior to such negotiations."
[13] Zoals staatsmonopolies over loterijen, exclusieve rechten voor inheemsen op het exploiteren van casino's, plaastelijke verboden op bepaalde vormen van gokken (bijvoorbeeld 'slot machines').
[14] "Solid and hazardous waste disposal services" (email Gould, zie noot 4)


WTO----zzzzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppppp


F) Beijing +10 en de NAFTA
(door Tijn van Beurden)

Bijna 10 jaar geleden vond de Vierde Wereldvrouwenconferentie van de VN plaats in Beijing [1]. Zijn vrouwen er sindsdien op vooruitgegaan? Hieronder een samenvatting en vertaling van een artikel van Alexandra Spieldoch [2] over de dikwijls negatieve invloeden van vrijhandelsverdragen en privatiseringen op de economische positie van vrouwen in de VS in de afgelopen 10 jaar.


Beloftes van de regering van de VS

In Beijing beloofde de VS-regering onder druk van activisten ondermeer om:
- wetten en administratieve procedures te herzien om gelijke rechten van vrouwen in economisch opzicht mogelijk te maken;
- het recht van vrouwen op werk en goede werkomstandigheden te bevorderen;
- alle vormen van discriminatie bij personeelsbeleid af te schaffen; en om
- harmonisering van werk en gezin te bevorderen voor vrouwen en mannen (zoals bij ouderschapsverlof).

Tien jaar na Beijing is het duidelijk dat de regering de beloftes niet is nagekomen.
Duidelijk is verder dat er wereldwijd een toename is van economische ongelijkheid tussen landen en in de landen zelf. De natiestaten zijn steeds minder in staat om sociale zekerheid te bieden. De verschuiving van publieke diensten naar het huishouden en de verschillen in aard van het werk dat vrouwen en mannen hebben (beloond en onbeloond, formeel en informeel) hebben een onevenredig negatieve invloed op vrouwen.

NAFTA (North American Free Trade Agreement)

Toen de VS het NAFTA-verdrag ondertekende in 1993 werd voorspeld dat NAFTA de grenzen zou openen, nieuwe banen zou scheppen en de inkomensverschillen in en tussen landen zou verkleinen. De feiten geven een ander beeld te zien. Goederen kunnen grenzen passeren, mensen niet. Duizenden arbeiders zonder geldige papieren proberen iedere dag tevergeefs de VS binnen te komen. Honderden van hen worden ieder jaar gedood als ze de grens van Mexico naar de VS willen oversteken.

De verschillen tussen de rijken en armen zijn groter geworden in de NAFTA-landen. Miljoenen banen zijn verloren gegaan in deze landen. Ook is de aard van het werk veranderd.
De veronderstelde voordelen van de NAFTA zijn niet gerealiseerd en veel mensen zijn bezorgd over de huidige en toekomstige handelsregels die NAFTA als model gebruiken. Verschillende groepen in de samenleving, waaronder vakbonden en milieugroeperingen, benadrukken de negatieve effecten van NAFTA. Vrouwen beginnen dit ook te doen.

Uit voorlopige statistische gegevens blijkt dat de NAFTA in de VS, Mexico en Canada dikwijls een negatieve invloed op de kwaliteit van het leven, het milieu en duurzame ontwikkeling heeft. Laten we aan de hand van wat statistische gegevens kijken wat de invloed van NAFTA is op werkgelegenheid, landbouw en migratie.

Werkgelegenheid

In de VS was er banenverlies in belangrijke sectoren als de staal- en textielindustrie. De aard van het werk is ook in de loop der jaren gewijzigd van hoofdzakelijk stabiele lange termijnbanen naar flexibele, slechter betaalde banen. Multinationals in de VS vonden het economisch voordeliger om de productie naar Mexico en andere landen in het zuiden te verplaatsen, waar ze milieu en arbeidswetgeving kunnen omzeilen. Dit had zwakkere vakbonden, slechter betaald werk en verlies aan banen tot gevolg.
De volgende gegevens tonen de verliezen aan:
- in de VS trad banenverlies op in alle 50 staten na de invoer van NAFTA. Vooral in de industriële staten was het verlies fors omdat de industrie verplaatst werd naar Mexico;
- veel vrouwen die hun baan in de industriële sector verloren en nieuw werk vonden in de dienstensector kregen te maken met lagere lonen en minder kans op vast werk;
- in Texas was er een verlies van 17000 banen in de textielindustrie toen ondernemingen eerst naar Mexico en vervolgens naar China verhuisden.

Landbouw

Door de NAFTA en andere vrijhandelsverdragen werd grootschalige op export gerichte landbouwproductie aangemoedigd. Grote landbouwondernemingen worden bevoordeeld door oneerlijke subsidies en het openbreken van exportmarkten. Kleine bedrijven in de VS en Mexico zijn daardoor verdwenen. Daarbij komt dat de inkomens van agrariërs en prijzen van de producten zijn gedaald en de kans op milieuschade is toegenomen.
Hieronder enkele gegevens:
- landarbeiders, van wie de meerderheid in Mexico is geboren, behoren tot de armste arbeiders in de VS met een inkomen ruim beneden de armoedegrens;
- volgens een rapport van Oxfam America krijgen arbeiders in veel gevallen 30% minder uitbetaald dan in 1980;
- van de landarbeiders valt 99% niet onder de social security of een arbeidsongeschiktheidsverzekering; en
- de meerderheid van de landarbeiders heeft geen geldige papieren.

Migratie

Na de inwerkingtreding van NAFTA is door werkloosheid op het platteland en elders de migratie van Mexico naar de VS toegenomen. Veel arbeiders in de VS sturen geld op naar hun thuislanden om zo hun families te ondersteunen. Er zijn aanwijzingen dat het aantal vrouwen dat migreert stijgt. Ze krijgen met de volgende specifieke problemen te maken:
- Van de meer dan 8 miljoen arbeiders zonder geldige papieren in de VS komt meer dan de helft uit Mexico.
- De meerderheid van die Mexicaanse arbeiders is man, maar het aantal vrouwen stijgt.
- Sinds de invoering van de NAFTA bestaat 43,5% van de families die op het Mexicaanse platteland wonen en geld uit de VS ontvangen, uit gezinnen met een vrouwelijk gezinshoofd.

Privatisering en Deregulering

Privatisering en deregulering zijn voorwaarden voor het openen van markten en hebben een sterke uitwerking op de positie van vrouwen. Het beleid van de VS met betrekking tot NAFTA en andere vrijhandelsverdragen is gebaseerd op de veronderstelling dat privatisering en deregulering op nationaal niveau succesvol zijn geweest. Maar al die veranderingen hebben plaatsgevonden zonder goede garanties met betrekking tot - en regelingen voor - de basisvoorzieningen van de bevolking.
Behalve de verschuivingen naar de privésector veroorzaakt door NAFTA, is er ook sprake van verslechtering van gezondheidszorg, sociale zekerheid, en pensioenen op federaal niveau door privatiserings- en dereguleringsbeleid. Daardoor zijn in de VS meer dan 44 miljoen mensen niet verzekerd voor ziektekosten. In 2002 bestond de helft van de gezinnen die in armoede leven uit eenoudergezinnen.

In veel gevallen verergeren privatiseringen en dereguleringen de gevolgen van het banenverlies en de flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden doordat de sociale zekerheid is afgenomen, precies op het moment dat veel gezinnen er aanspraak op moeten maken.

Conclusie

Deze voorlopige, statistische gegevens laten zien dat zowel het NAFTA-model dat is gebaseerd op liberalisering van handel, geldstromen en investeringen, als het daarmee in de pas lopende privatiserings- en dereguleringsproces een negatief effect hebben op het levensonderhoud van veel vrouwen en hun gezinnen. Tien jaar na de World Conference on Women in Beijing en NAFTA is het noodzakelijk dat vrouwen in de VS een ander macroeconomisch beleid eisen. Een beleid dat onze mensenrechten niet aantast maar juist bevordert, en dat zal leiden tot vergroting - niet vermindering - van de solidariteit met onze zusters in de wereldwijde vrouwenbeweging.


Noten:
[1] De VN Commissie over de Status van Vrouwen (CSW) zal van 28 februari tot en met 11 maart 2005 haar evaluatie presenteren van de toepassing van de Beijing Verklaring en het Aktieplatform van de Vierde Wereldvrouwenconferentie in 1995, en van het slotdocument van de drieentwintigste speciale sessie van de General Assembly in 2000.
Op WomenWatch, de website van de Inter-Agency Network on Women and Gender Equality (IANWGE), vinden tot januari 2005 online discussies plaats over de kritische aandachtspunten in verband met die evaluatie (http://www.un.org/womenwatch/forums/review/).
Op zaterdag 15 januari 2005 is er in Utrecht de conferentie "Beijing+10, Tijd voor actie!" die gaat over de positie van vrouwen in Nederland en wereldwijd. Tijdens de bijeenkomst zal de zogenaamde Agenda voor de Toekomst worden opgemaakt die de Nederlandse politiek onder druk moet zetten om concrete actiepunten uit te voeren. Alle geïnteresseerde vrouwen worden uitgenodigd voor deze "inspirerende dag met boeiende sprekers, interactieve workshops, een plenair debat, theater, film, tentoonstellingen en een informatiemarkt."
Meer hierover op: http://www.beijing10.nl
[2] "Beijing + 10 in light of the North American Free Trade Agreement: How Have Women Fared?," op 17 december 2004 uitgebracht op de website van Americas Program (Interhemispheric Resource Center)(http://www.americaspolicy.org/reports/2004/0412women.html).


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


G) Vrijhandel als 'red herring' [1]
Recensie van "Vrijhandel is geen wondermiddel, gevolgen van liberalisering in Latijns-Amerika" door Rob Vos [2].

(door Wim Dierckxsens [3])

Het artikel van Rob Vos beschouwt de sociale en economische gevolgen van vrijhandelsbeleid in Latijns-Amerika. Hij stelt daarbij de voor- en tegenstanders lijnrecht tegenover elkaar, maar ziet al gauw geen reden om te hard van stapel te lopen tegen vrijhandelsverdragen als de WTO of het op stapel staande regionale FTAA [4]. Op basis van cijfers die de realiteit volledig tegenspreken brengt Vos een positieve relatie aan tussen vrijhandel en groei. De ontwikkeling van de armoede zou een afwijzen van vrijhandel niet rechtvaardigen, maar Vos gaat volkomen voorbij aan de wereldwijd toenemende inkomensconcentratie. En zijn stelling dat vrijhandel tot meer werkgelegenheid leidt is empirisch onhoudbaar.
Vos brengt dan ook geen evenwichtige balans aan tussen voors en tegens van vrijhandel, zoals het artikel wel wil suggereren, maar is een pleidooi zonder objectieve basis voor de vrijhandel. Het is een document, als zovele, dat het belang verdedigt van (in aantal afnemende maar in omvang groeiende) transnationale ondernemingen en het financieringskapitaal. Je zou je zelfs de vraag kunnen stellen wie de opdrachtgever is van het onderzoek van Vos...


Vos haalt weliswaar belangrijke zaken aan, zoals de vrijhandelsverdragen, export, groei, werkgelegenheid en armoede, maar nergens komt de kernvraag naar voren waar het liberaliseringsbeleid nu eigenlijk vandaan komt. Bijgevolg heeft hij het dan ook niet over de beleidsmaatregelen die daar voor nodig waren. Het beleid komt echter niet uit de lucht vallen, maar moet de belangen van het grootkapitaal ten koste van wat dan ook behartigen. Dit motief wil Vos juist verhullen en dat maakt dat hij alleen ogenschijnlijk zaken afweegt om een vooropgezette conclusie te staven.

"Groei?"

Groei is het belangrijkste begrip van Vos en daarom ga ik hier nader op in. Vos stelt dat "meer vrijhandel in bijna alle landen, behalve Brazilië en Venezuela, tot meer economische groei leidt door de stimulans voor exporten." Dit is een neoliberaal dogma. Zelfs volgens statistieken van de Wereldbank dragen liberalisering en vrijhandel niet bij tot de groei van de wereldeconomie. De sterke groei die de naoorlogse periode kenmerkte neemt juist af in de neoliberale decennia van de tachtiger en negentiger jaren. Na de zeventiger jaren daalt de economische groei in de wereld gestaag. Was de groei nog 4,5% in de jaren zeventig, in de negentiger jaren was dat cijfer gedaald naar 2,9%. Als we afzien van de sterke groei in China, een land dat zich juist door een sterk staatsgeleide en exportgerichte economie kenmerkt, zou het plaatje er nog minder fraai uitzien. Per hoofd van de bevolking is het dalende beeld nog sterker. De groei van het Bruto Mondiaal Product per hoofd (BMP) daalt van 2,1% in de jaren zeventig naar 1% in de jaren negentig en tot minder dan 1% in eerste jaren van dit decennium. Zonder China zou er bijna geen sprake van groei zijn [5]. Ook Latijns-Amerika kende tussen 1960 en 1979 een sterke groei die in contrast staat met het verloren decennium van de jaren tachtig [6] en het verloren lustrum zoals het conservatieve tijdschrift The Economist in "The World in 2005" (pp 60) de periode tussen 1998 en 2002 kenmerkt.

Vrijhandel? Corporate-led globalization!

Vrijhandel heeft dan ook minder te maken met het stimuleren van de groei van de verschillende nationale economieën in de wereld, zoals Vos wel wil suggeren, dan met groei van het grootkapitaal door middel van de concentratie van het wereldinkomen en de bestaande wereldmacht in steeds minder handen. Als we China buiten beschouwing laten, is de armoede in de wereld gedurende het laatste decennium toegenomen van 876 miljoen naar 996 miljoen mensen. De verhouding van het inkomen per hoofd van de bevolking van de 20 rijkste landen tot die van de 20 armste is meer dan verdubbeld. Was deze verhouding in de jaren zestig er een van 53:1; in 2002 was deze verhouding opgelopen naar 121:1. Binnen landen lopen de inkomenscontrasten eveneens op en niet alleen in de arme landen. De 1% rijksten in de VS zagen hun inkomensaandeel oplopen tot 17% van het nationaal inkomen, een percentage dat sinds 1920 niet meer is waargenomen [7]. Het door de Verenigde Naties uitgebeelde steeds bredere champagneglas met betrekking tot de groeiende inkomensongelijkheid in de wereld is kennelijk aan Vos voorbijgegaan. De winnaars stopt Vos weg achter zijn gegevens. Het zou de achterliggende motieven van het vrijhandelsbeleid bloot kunnen leggen. Dat is de bedoeling van Vos kennelijk juist niet. De deelname van de 200 grootste transnationale ondernemingen in het Bruto Mondiaal Product is namelijk tussen 1975 en 1995 verdubbeld van 17% naar 33%. De deelname van de 35.000 grootste bedrijven in het BMP eind jaren negentig bedroeg zelfs 50% [8].

Beleid ins Blaue Hinein

Volgens Vos is het beleid er gewoon, ineens. Terwijl er juist hard aan gewerkt is door de actoren achter de vrijhandelsbevordering en hun instrumenten zoals de SAP's [9]. De integratie van markten tot één globale markt ten behoeve van transnationale ondernemingen en een vrij opererend financieringskapitaal stimuleert de inkomensconcentratie, maar vergt wel een afbraak van de nationale souvereiniteit. De WTO, het IMF en de Wereldbank hebben zich voor deze taak in Latijns-Amerika ingezet. Tolmuren worden steeds verder afgebroken; staatsbedrijven worden geprivatiseerd; het fiscale beleid komt in dienst te staan van het afbetalen van een steeds groter wordende buitenlandse schuld; buitenlandse investeerders krijgen de loper uitgelegd; het buitenlands kapitaal krijgt een steeds grotere en speculatievere bewegingsvrijheid, etcetera.

Effecten van vrijhandel in Latijns-Amerika

De opdracht van Vos lijkt te zijn om de positieve effecten van vrijhandel in Latijns-Amerika in beeld te brengen. Uit zijn stuk blijkt dat hij zijn best doet om die effecten genuanceerd te beschouwen. Vos concludeert aan de hand van een recente studie in 16 landen uit de regio dat vrijere handel geen garantie is voor stabiele groei, maar gaat er wel vanuit dat het de tendens is. Maar het beeld is bewust vertekend. Het is juist omgekeerd: vrijhandel in het algemeen en zeker in Latijns-Amerika leidt tot afnemende groei. Nationale artikelen worden steeds meer vervangen door producten vervaardigd door steeds minder transnationale ondernemingen. In de supermarkten van Latijns-Amerika moest je in de jaren zeventig met een lantaarn zoeken naar geïmporteerde artikelen. Vandaag de dag wordt dezelfde lantaarn gebruikt om nog nationale producten te vinden. Dit proces leidt niet tot groei noch tot een verruimende werkgelegenheid. Het bewerkstelligt de concentratie van bestaande markten in handen van steeds minder transnationals. Dit opengooien van de economie in de periferie staat in contrast met de beschermende maatregelen voor landbouwproducten in de rijke landen. De export vanuit Latijns-Amerika blijft in de neoliberale periode dan ook achter bij de snelgroeiende import. De export vanuit Latijns-Amerika is wel steeds meer in handen van transnationals. De groei van het grootkapitaal door concentratie van inkomens en markten in steeds minder handen vindt in Latijns-Amerika dan ook plaats via het bevorderen van export en import.

Arme staat

Vos heeft het over groei en bepaalde economische aspecten, zoals export en werkgelegenheid, maar er zijn belangrijke economische zaken waar hij het niet over heeft en die maatgevend zijn voor de positie van staten in Latijns-Amerika. Waar Vos concludeert dat Latijns-Amerika geen sterkere concurrentiepositie heeft verworven ten gevolge van vrijhandel is er sprake van verlies van economische souvereiniteit. Vrijhandel heeft met name tot de groei van de buitenlandse schuld geleid. In 1975 bedroeg de buitenlandse schuld van Latijns-Amerika 80 miljard dollar. De structurele aanpassingspolitiek van het IMF en de Wereldbank hebben niet bijgedragen tot een verlichting van die schuld, deze instituten zijn juist medeplichtig aan het uitmelken van het continent. Dankzij de structurele aanpassingspolitiek bedroeg de buitenlandse schuld in 2002 meer dan 900 miljard dollar ofwel meer dan het tienvoudige van de schuld vóór de liberaliseringspolitiek [10]. Om de oplopende buitenlandse schuld af te kunnen lossen werd er ondermeer op aangedrongen staatsbedrijven massaal te privatiseren. Deze buitenlandse directe investeringen droegen niet bij tot groei, en nog minder tot meer werkgelegenheid; ze leidden juist tot de concentratie van bestaande diensten en markten in handen van vaak buitenlands kapitaal en monopolies. Om de winst in harde munt uit te kunnen voeren, willen de geprivatiseerde staatsbedrijven ook in harde munt innen. De druk op dolarisering van de economie, zoals eerder gebeurde in Argentinië en nu in Ecuador en El Salvador, is daarmee steeds groter. Het gevolg is wel dat zo'n land nog meer autonomie verliest en leeggepompt kan worden. Tevens heeft het geen instrument meer ter beschikking om te devalueren om zodoende beter te concurreren met de omliggende buurlanden.

Arme werkenden

Vrijhandel leidt niet tot (iets) meer werkgelegenheid en (iets) minder armoede zoals Vos wel wil beweren. Volgens gegevens van het ILO is gedurende het laatste decennium de werkeloosheid in de wereld toegenomen en Latijns-Amerika is geen uitzondering. De werkeloosheid op het continent nam toe van 6,9% in 1990 naar 9,9% in 2002 [11]. Dit veroorzaakt een flexibelere arbeidsmarkt met minder arbeidszekerheid en een verlies aan sociale zekerheid. Dalende lonen en langere werkdagen zijn de algemene tendens. Het aanbod van arbeid neemt toe wanneer de vraag juist afneemt. De lonen dalen daardoor nog meer. Met name vrouwen verschijnen vaker op de arbeidsmarkt dan voorheen.
Gezien de afnemende vraag evenwel, wordt er met name meer voor eigen rekening gewerkt. Het percentage economisch actieven in Latijns-Amerika dat tegen lage inkomens als kleine zelfstandige werkt, neemt dan ook gestaag toe. Was tussen 1980 en 1989 het percentage economisch actieven dat buiten de landbouw voor eigen rekening werkte 29%, tien jaar later was dit cijfer opgelopen naar 44% [12]. Lagere lonen, maar meer werkende mensen (met name vrouwen) per gezinshuishouding is het algemene beeld. Op deze wijze weten gezinshuishoudingen een gezamelijk inkomen te vergaren en de armoede met kunst en vliegwerk buiten de deur te houden, maar niet door een door Vos gesuggereerde groei van de werkgelegenheid en verbetering van lonen. Door het steeds groeiend gebrek aan banen neemt de informele sector - waar Vos het nergens over heeft - gestaag toe. Het gebrek aan banen leidt ook tot internationale migratie waar Vos ook al niet over rept. Massale migratie van gezinsleden van armere families naar het Noorden met geldovermakingen naar huis is de andere manier van armoedebestijding die met name in landen als El Salvador, México, Colombia en Ecuador relatief zwaar weegt.

Eén agenda, meerdere wegen

Het hele verhaal van de komende vrijhandelsverdragen in het continent waar Vos naar toe wil (FTAA en CAFTA [13]) is het gevolg van het spaaklopen van wereldhandelsverdragen sinds 1998 (MAI) en 1999 (WTO). De verdeling van de wereldmarkt liep stuk aan het einde van de jaren negentig en het gevolg is blokvorming. Latijns Amerika moet worden verder worden ingelijfd bij de VS, zoals Oost-Europa bij de Europese Unie. Weliswaar zijn in het Amerikaans continent de verschillen in ontwikkelingsgraad duidelijk veel groter dan in Europa, de effecten zijn echter op grote lijnen dezelfde.

Waar Vos zijn conclusies op baseert blijft een raadsel; mijn bronnen laten iets anders zien. Het siert Vos dat hij een pleidooi houdt voor sociale hervormingen, maar het zal nutteloos zijn zolang de uitgangspunten voor economisch beleid dezelfde blijven. Opvallend aan de uitkomst van zijn pleidooi voor vrijhandel is dat de positieve balans heel minimaal is: "de positieve resultaten van de vrijhandel zijn zacht gezegd zeer magertjes." Ik beveel hem daarom aan een vervolgstudie te doen naar de positieve resultaten voor transnationale ondernemingen...
Vos blijft als wetenschapper en onderzoeker vooralsnog denken en redeneren binnen het bestaande neo-liberale paradigma. Hij is niet in staat om de contouren van een ander soort economie te schetsen. Maar ja, dat is dan ook de taak van de anders-globalisten.


Noten:
[1] Red herring: misleidende aanwijzing, iets dat de aandacht afleidt van een onderzochte kwestie.
[2] Vos' artikel verscheen in november 2004 in La Chispa nr 306, het magazine over Latijns-Amerika en de Cariben. Rob Vos is hoogleraar Finance & Development verbonden aan het Institute of Social Studies in Den Haag. Het artikel is te vinden op: http://www.noticias.nl/chispa/num306.html#Vrijhandel
Vos coördineerde een studie in zestien Latijns-Amerikaanse landen, getiteld: "?Quién se beneficia del libre comercio? Promoción de exportaciones y pobreza en América Latina y el Caribe en los 90." (Co-schrijvers: Enrique Ganuza, Samuel Moriey en Sherman Robinson; bij Alfaomega Publishers in Bogota; 2004; http://www.mail-archive.com/r-caldas@redcaldas.colciencias.gov.co/msg01006.html).
[3] Wim Dierckxsens is doctor in de sociale wetenschappen, lid van het Wereld Forum voor Alternatieven en onderzoeker van het Ecumenisch Onderzoekcentrum voor Latijns Amerika in San José, Costa Rica.
[4] Free Trade Agreement of the Americas
[5] "Por una globalizacíon justa: crear oportunidades para todos" door de International Labour Organisation ILO (p 39, 2004; ISBN 92-2-315426-X) en "La larga crisis de la economía global" door Beinstein (p 114-115, 1999; ISBN 950-05-125909).
[6] "El área de libre comercio de las Américas', uit het tijdschrift Alternativas Sur van het Centre Tricontinental (p 21, 2003; ISBN M-24461-2003).
[7] International Labour Organisation, 2004:41,47 (zie noot 4).
[8] Beinstein, 1999:60 (zie noot 4).
[9] de Structural Adaptation Programs van het IMF
[10] CETRI, 2003:21 (zie noot 5)
[11] International Labour Organisation, 2004:45 (zie noot 4)
[12] International Labour Organisation, 2004:46 (zie noot 4)
[13] Central American Free Trade Agreement.


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp

H) STOP EPA of WATCH EPA
(door: Chris Peeters [1])

De Europese Unie (EU) heeft het onderhandelingsproces in gang gezet dat in 2008 moet leiden tot vrijhandelsovereenkomsten met alle ACP-landen, de zogenaamde EPA's ('Economic Partnerships Agreements'). Maar de onderhandelingen stuiten op fel verzet. Vrijhandelsovereenkomsten tussen zulke ongelijke partners leiden tot rampen voor de zwakste partner! Niet vrijhandel maar ontwikkeling moet het uitgangspunt zijn. En de EU probeert de 'Singapore issues' [2], die ze er in de WTO-onderhandelingen niet heeft kunnen doordrukken, alsnog in de EPA's op te nemen. Maar de eerste uitspraken van Mandelson bieden ruimte voor een NGO-campagne om de EPA's te beïnvloeden.


In juni 2000 ondertekenden de EU en 77 landen in Afrika, het Caraïbische gebied en de Pacific (de ACP-landen) de Cotonou-overeenkomst - als opvolger van het verdrag van Lomé. Daarin was vastgelegd dat het hele terrein van de wederzijdse handelsbetrekkingen opnieuw zou worden vastgelegd met - en dat is nieuw - vrijhandel als uitgangspunt [3]. De te vormen EPA's moeten daarenboven in overeenstemming zijn met de WTO-verdragen. De EU voert de onderhandelingen met 6 regio's tegelijk [4].

In het kader van deze onderhandelingen hanteert de EU zelfs een striktere definitie voor vrijhandel dan de VS. Terwijl die laatste in zijn recente vrijhandelsverdragen uitgaat van 80%, wil de EU dat de Afrikaanse landen binnen 10 jaar 90% van alle handelsbarrières hebben opgeheven. Terwijl de Unie zelf haar marktbescherming niet bereid is op te geven [5].

Speelveld

De voorstellen van de Europese Commissie zouden volgens CAFOD leiden tot een vrijhandelsgebied waarin de armste Afrikaanse landen, hun boeren en hun bedrijven onbeschermd moeten concurreren met de rijkste Europese landen en de zwaar gesubsidieerde Europese boeren. Dat is geen eerlijke concurrentie [6]. Een ongelijker 'speelveld' dan tussen de EU en de ACP-landen bestaat niet. De subsidie voor de gemiddelde Europese boer is 100 keer zoveel als het bedrag dat de Afrikaanse boer per jaar verdient! "Het liberaliseren van lokale voedselmarkten bij zulke ongelijke concurrentie is geen voorschrift voor verbeterde efficiency, maar een recept voor de vernietiging van een levensvatbaar platteland op enorme schaal [7]. Alleen al de Europese melkpolitiek heeft naar schatting geleid tot een vermindering van de ACP-melkproductie met 50% en van de export met meer dan 90% [8].

Tot nu toe heeft de EU altijd preferentiële toegang tot de EU aangeboden, zonder wederkerigheid van de ACP te vragen. En recente studies over ontwikkeling geven duidelijk aan dat het beste niveau van marktopenheid varieert, afhankelijk van het ontwikkelingsniveau, de grootte, de institutionele ontwikkeling en de aard van de relatieve handelsvoordelen van het betreffende land. Het CAFOD-rapport geeft helder aan dat naast de boeren ook de ACP-industrie kampt met reusachtige nadelen ten opzichte van haar Europese concurrenten en dat die bij een open concurrentie zou worden weggevaagd [9]. Ook de ACP-overheden zouden grote schade ondervinden door het wegvallen van importheffingen. Die vormen vaak - omdat ze eenvoudig te heffen zijn - een aanzienlijk deel van de ACP-staatsinkomsten.

WTO Plus

De EU probeert ook de vier Singapore-zaken er in de EPA's door te drukken, dat, terwijl er door fel verzet van de Afrikaanse landen in de Doha-onderhandelingen alleen nog 'trade facilitation' op de agenda staat. Met betrekking tot overheidsaanbesteding verlangt de EU zelfs meer dan aan de orde is in WTO-verband [10].
Bovendien vraagt de EU om vergaande marktopening met betrekking tot dienstverlening (meer dan in de GATS-onderhandelingen) en strikte handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Al deze punten zijn vooral in het voordeel van Europese bedrijven. Door de zwakke positie van de ACP-landen in onderhandelingen met de EU (o.a. door hun afhankelijkheid van Europese ontwikkelingshulp) staan ze hier in beginsel nog zwakker dan in WTO-onderhandelingen, waar ze zich tenminste nog met andere ontwikkelingslanden kunnen verbinden.

Niet vrijhandel, maar ontwikkeling zou bij zulke ongelijke 'partners' het uitgangspunt moeten zijn. De EU moet accepteren dat ze om ontwikkeling mogelijk te maken bij zulke handelsverdragen in het nadeel zal zijn. Ze moet haar markten openen zonder dat ook van de ACP-landen te verlangen, en ACP-bedrijven steunen om de EU-markt te betreden [11]. Als dat resultaten heeft, kunnen Afrikaanse landen zich meer openstellen [12]. CAFOD bepleit alternatieven voor vrijhandelsverdragen, zoals een verbeterd algemeen stelsel van preferenties, of een uitbreiding van het "Alles Behalve Wapens"-initiatief met minder arme Afrikaanse landen, wat regionale handel in Afrika bevordert en de oorsprongsregels minder belemmerend maakt.

Mandelson

De nieuwe Eurocommissaris voor handel, Mandelson, lijkt zich bewust van de gevaren verbonden aan EPA's. In zijn eerste speech op de EU-ACP ministersbijeenkomst op 1 december jongstleden pleitte hij voor een gedifferentieerde benadering van ontwikkelingslanden [13]. "Gevorderde ontwikkelingslanden moeten zich er van bewust zijn dat ze niet dezelfde voordelen en privileges kunnen krijgen als de zwakke en kwetsbare landen [14]. Hij ziet als voornaamste taak van de EPA's het stimuleren van regionale markten. "Alleen als regionale integratie van de grond is gekomen kan gestreefd worden naar toegankelijkheid voor Europese goederen en diensten. Dan, aan het einde van het onderhandelingsproces, is volledige integratie in de wereldmarkt aan de orde - maar alleen na een lange overgangsperiode." "Marktopening moet worden aangepast aan de individuele omstandigheden van de landen. Het moet flexibel en a-symmetrisch zijn. U zult àlle gevoelige producten kunnen beschermen, tijdens een lange overgangsperiode." [15]

Stop EPA of Watch EPA

Er tekenen zich in de actiegroepenwereld duidelijk twee tendensen af: het afwijzen of het beïnvloeden van de EPA-onderhandelingen. Op het Europees Sociaal Forum in Londen is op 15 oktober een door 120 Europese NGO's onderschreven campagne gestart om druk op de regeringen uit te oefenen om met de EPA-onderhandelingen in hun huidige vorm te stoppen [16].

Mijns inziens zou de andersglobaliseringsbeweging het stadium van 'Nee' zeggen voorbij moeten zijn. Het levert weinig op. De EPA-onderhandelingen zullen doorgaan en in 2007 resulteren in - goede of slechte - EPA-verdragen. In de huidige mondiale machtsverhoudingen is het belangrijk dat de EU een alternatief biedt voor de machts- en handelspolitiek van de VS. Daar ligt - als het grootste handelsblok van de wereld - haar potentiële politieke macht. Dat alternatief kan beter in EPA- dan in Doha-verband worden ontwikkeld. In de WTO voert de EU immers ook onderhandelingen met de VS en andere ontwikkelde handelsmachten, waaraan ze geen eenzijdige concessies wil doen. Uiteraard is er een relatie tussen de twee processen. Het zou merkwaardig zijn als voor een product in WTO-verband de grenzen open zouden moeten, terwijl in EPA-verband bescherming is afgesproken.
De tekst van Mandelson biedt aanknopingspunten om de EPA-onderhandelingen positief te beïnvloeden. De verzamelde NGO-kracht moet groot genoeg zijn om die ruimte te benutten, en te vechten voor goede handelsverdragen, in het belang van de armsten.


Noten:
[1] Dit artikel is vooral een bewerking van het CAFOD-rapport "The wrong ointment; why the EU's proposals for free trade with Africa will not heal its scar of poverty" (nov. 2004, http://www.cafod.org.uk/var/storage/original/application/php7ywMCg.pdf)
Voor verdere informatie over EPA's zie:
- Het Eurostep-rapport "New ACP-EU trade arrangements: new barriers to eradicating poverty?" (maart 2004) en reactie van de vorige EU-handelscommissaris Lamy (http://europa.eu.int/comm/development/body/tmp_docs/
PL-PN_040621_letter_Eurostep_en.pdf) en een weerwoord van Eurostep (http://www.eurostep.org/docs/200409101701402170.DOC?
&username=guest@eurostep.org&password=9999&groups=EUROSTEP).
- De websites http://www.stopepa.org, http://www.epawatch.net en http://www.bothends.nl
- De website van de Europese handelscommissaris met veel over de stand van zaken met betrekking tot de EPA-onderhandelingen, zoals road maps voor de onderhandelingen per deelgebied (http://europa.eu.int/comm/trade/issues/bilateral/regions/acp/index_en.htm).
[2] De Singapore thema's zijn investeringsovereenkomsten, concurrentie, transparantie van overheidsopdrachten en handelsfacilitering. De EU wilde deze thema's opnemen in de Doha-onderhandelingsronde. Door fel verzet vanuit de ontwikkelingslanden - met name in Afrika - is alleen handelsfacilitering op de agenda blijven staan.
[3] Ondertussen geeft zelfs de Wereldbank in een recent rapport aan dat vrijhandelsverdragen tussen ongelijke handelspartners in het nadeel van de zwakste partner zijn.
[4] De Pacific, het Caraïbische gebied, Centraal Afrika, West Afrika, Oostelijk plus Zuidelijk Afrika en de Zuid-Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap.
[5] De EU heeft bijvoorbeeld aangegeven dat ze tot 2017 de exportsubsidies voor suiker wil handhaven!
[6] De betreffende WTO-regels zijn geschreven voor handel tussen ongeveer gelijke partners. De GATT stelt in artikel 24 dat handelsverdragen wederzijds moeten zijn: de handelsvoordelen die partijen elkaar geven moeten in balans zijn. De EU-ACP-verdragen vloeien daarentegen voort uit een zogenaamde 'waiver' - een uitzonderingssituatie - die op 31-12-2007 afloopt. Vandaar dat de EU per 1-1-2008 wederzijdse EPA's wil afsluiten. In het kader van de Doha-ronde hebben de ACP-landen voorstellen ingediend om te komen tot aanpassing van deze GATT-regel.
[7] UNDP Human Development Report 1999.
[8] CAFOD, noot lxiii.
[9] Het eigen 'Sustainability Impact rapport' van de Europese Commissie met betrekking tot EPA's constateert dat EPA's de ineenstorting van de West-Afrikaanse productiesector zouden kunnen versnellen, en de verdere verbetering van industriële capaciteit in de ACP-landen zou kunnen ontmoedigen.
[10] De EPA-term hiervoor: 'liberalisering van overheidsopdrachten op basis van non-discriminatie'. Over 'wederzijdsheid' gesproken; het lijkt niet erg waarschijnlijk dat Afrikaanse bedrijven meedingen bij Europese overheidsaanbestdeingen! De ACP-landen hebben gezamenlijk verklaard ook in EPA-verband niet over deze Singapore-zaken te willen onderhandelen. Zie CAFOD-rapport, waarin ook veel verwijzingen naar aanvullende studies.
[11] Dat heeft de EU ook beloofd, maar nog niet geconcretiseerd. Met name (phyto) sanitaire eisen (gezondheidseisen aan producten) zorgen volgens CAFOD voor handelsbarrières die duur zijn om te overwinnen.
[12] Zie ook "Liberalisation of Agricultural trade - the way forward for sustainable development," door Marita Wiggerthale (Heinrich Boll Stiftung), http://www.fairer-agrarhandel.de
[13] "The ACP-EU relationship in the global economy," door Mandelson, op 1 december (http://europa.eu.int/comm/commission_barroso/mandelson/speeches_articles/
temp_mandels_speeches_en.cfm?temp=sppm006_en); zie ook de brief van Lamy aan Eurostep, noot 1.
[14] Deze gedifferentieerde behandeling wordt in WTO-verband heftig besteden door bijv. Brazilië en China.
[15] Klemtoon door Mandelson!
[16] Zie http://www.epawatch.net/general/text.php?itemID=255&menuID=28


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


I) VS: tekort aan exporten, begrotingsgeld en vooral ideeën
Econoom Galbraith sabelt Amerikaans economisch beleid neer
(door Rob Bleijerveld)

Als voorbereiding op zijn nieuwe ambtstermijn is de Amerikaanse president Bush begonnen met een serie debatten over het nieuwe economische beleid. Op aandringen van toplieden van grote ondernemingen stelde hij alvast dat hij begin volgend jaar een sobere begroting aan het Congres zal voorleggen [1]. Volgens econoom James Galbraith [2] moet er eerst aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan alvorens zo'n debat zin kan hebben.


Galbraith benoemt een drietal crises waaraan de economie van de VS lijdt: handelstekort, begrotingstekort en een tekort aan ideeën. De status quo van de wereldmacht VS loopt gevaar en zal niet in stand gehouden kunnen worden door versteviging van de greep op de olietoevoer. Hij trekt daarvoor een parallel met de falende goudpolitiek van het oude Spaanse wereldrijk. Wat nodig is, is een herziening van de positie in de internationale financiële struktuur, en het minder afhankelijk worden van geïmporteerde olie door aanpassing van de strategieën voor economie en veiligheid.

Dollardal

Sinds 1989 gaat het bergafwaarts met de export. "Na het instorten van het Bretton Woodssysteem, de anarchie van de jaren zeventig en de schuldencrisis van de jaren tachtig ontstond een dominerend handelspatroon, waarbij vooral Japanse en Chinese goederen werden omgeruild voor dollars."
Door het instorten van de markt voor Informatica Technologie was het niet meer vanzelfsprekend om dollars te beleggen in de VS en "kreeg het handelstekort gezelschap van een begrotingstekort." Door de wanverhouding tussen particuliere investeringen en bezuigingen is het einde daarvan niet in zicht. Terwijl er gewacht wordt op de opkomst van een 'nieuwe economie' is het Amerikaanse beleid nu vooral gericht op waardedaling van de dollar [3]. Toch zal de muntwaarde nooit de lage productiekosten in Azië kunnen compenseren, evenmin kan het aanjagen van de Europese economie de Amerikaanse export redden.

(Nog) geen alternatief

Volgens Galbraith is een echte dollarcrisis echter nog niet zicht, omdat er nog geen alternatief is voor de "Amerikaanse veiligheidsgaranties en de daarbij behorende voorkeursbehandeling van de dollar." De VS en EU kunnen dit niet onderling oplossen en de reserves van China en Japan kelderen zodra ze "uit de dollar stappen." Hij gebruikt de beeldspraak van vier sumoworstelaars in een vertrek zonder uitgang: ze hebben geen van allen belang bij paniek. Ondertussen probeert Het rente-beleid van Fed-voorzitter Greenspan is gericht op het instandhouden van de dollarreserves, een beleid dat ten koste zal gaan van het bankwezen en de Amerikaanse binnenlandse economie.

Ideeën voor andere strategieën

De VS zouden moeten inzien dat de 'rest van de wereld' niet meer mee wil betalen aan de kosten van de Amerikaanse 'veiligheidsbelangen'. Waartoe hebben de EU en Japan een 'nucleaire paraplu' nodig? Is de strategische rivaliteit met China nog te rechtvaardigen?

Op de lange duur moeten de VS onafhankelijk worden van energietoevoer van buiten. Dat is een economische en geostrategische noodzaak. Dit kan juist een stimulans betekenen voor Amerikaanse beleggingen in de ontwikkeling van een nieuwe technologishe ontwikkeling.

Er moet meer evenwicht komen in de handelsrelaties door het struktureel ontwikkelen tot stabiele afzetmarkt van die gebieden waar de VS, EU, Japan en China veel invloed doen gelden, namelijk Latijns-Amerika, Afrika en de rest van Azië [4].

Het privatiserings- en pensioenbeleid van Bush leidt zeker tot vergroting van het begrotingstekort. Verkleining van het begrotingstekort is op zich staand echter geen remedie voor de problemen en impliceert niet de terugkeer van de lage rentestand. Het was niet de lage rente die een economische opleving tot gevolg had in de jaren negentig ('de nieuwe economie'); het was de misplaatste veronderstelling dat de IT Revolutie eeuwigheidswaarde had en dat het aantrekken van kapitaal niet meer zou stoppen.


Noten:
[1] "Bush zet druk op aanpassing pensioenen," Financieel Dagblad van 17 december 2004
[2] "Galbraith: VS kampen vooral met tekort aan visie - Streven van Washington naar een steviger greep op olietoevoer is een heilloze weg," door Rik Winkel, Financieel Dagblad van 20 december 2004 . James Galbraith is hoogleraar aan de universiteit van Texas (Austin) en is de zoon van de beroemde econoom John K. Galbraith, ondermeer bekend van het boek "The Great Crash 1929".
[3] McKinsley ondervroeg 16500 bestuurders van ondernemingen uit 148 staten over hun verwachtingen van 2005: de zwakke dollar, instabiele olieprijzen en geopolitieke onzekerheid hebben het vertrouwen in de wereldeconomie danig geschaad, vooral in de ontwikkelde Aziatische staten. En veertig procent van de ondervraagden denkt dat de herverkiezing van Bush een negatief effect zal hebben op handelsliberalisering. Uit: "The McKinsey Global Survey of Business Executives, November 2004," in McKinsey Quarterly van 16 december 2004 (http://yaleglobal.yale.edu/display.article?id=5042).
[4] De WTO-leiding geeft zelfs aan, dat de VS niet meer de "belangrijkste motor van de groei van de wereldeconomie zijn en dat het stimulerende effect dat uitging van de hoge Amerikaanse uitgaven begint weg te vallen." Secretaris-Generaal Panitchpakdi zegt zich zorgen te maken over de "enorme tekorten op de Amerikaanse begroting en handelsbalans" en de kans dat de instabiele financiële situatie in de VS leidt tot "protectionistische reflexen." Ontwikkelingslanden worden opgeroepen zich meer te gaan richten op het aanzwengelen van hun binnenlandse vraag... Uit: "WTO waarschuwt voor te grote afhankelijkheid van exportgroei," Oneworld, 17 december 2004 (http://www.oneworld.nl/p_ne_re.asp?BerichtID=3505).


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


J) Meer over strijd tegen privatisering van waterdiensten

In WTO.ZIP nr 49 werd verslag gedaan van het referendum in Uruguay dat de privatisering van waterdiensten daar tegen moet houden. Begin december 2004 verscheen er een artikel in het tijdschrift La Chispa nr 307 dat uitgebreid de 'watersituatie' beschrijft in de andere landen van het Latijns-Amerikaanse continent. Het artikel gaat in op de politieke druk de gevolgen en het verzet en is getiteld: "Diefstal van openbaar water - de strijd om water in Latijns-Amerika" (samenvatting op: http://www.noticias.nl/chispa/num307.html#Diefstal).
Het betreft een ingekorte vertaling van een artikel van Maude Barlow en Tony Clarke uit NACLA nr 38 nr 1 (van juli/augustus 2004).
Van beide auteurs is dit jaar bij Lemniscaat het boek "Blauw Goud" verschenen dat de wereldwijde strijd tegen waterprivatisering beschrijft (http://www.lemniscaat.nl/site/detail.php3?boekid=541).

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Rob Bleijerveld, Stijn Oosterlijnck, Myriam vander Stichele, Wim Dierckxsens, Tijn van Beurden, Renate Ebner en Chris Peeters. Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op:http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva@xs4all.nl

 

------------------------