J) Europese patentrichtlijn voor software (voorlopig)
van de baan
Een stemming onder Europese ministers
over een richtlijn voor softwarepatenten heeft zijn
geldigheid verloren door een wijziging van de stemverhoudingen
per 1 november. Volgens de Foundation for a Free Information
Infrastructure (FFII) is de gekwalificeerde meerderheid
van mei 2004 verdwenen en zal de stemming over gedaan
moeten worden.
K) Kort en korter
-- Parlementair congres over WTO: steun
voor vrijhandel?
-- Cursus mondialisering in Haarlem
-- Actie oproep:
.........Stop Commissieplan om toe te geven
aan WTO-druk over GM
-- Europa en Afrika: In handel te delen? (Door
de Bank genomen)
-- boekje: "From Cancun to Hong Kong:
.........challenging corporate-led trade liberalisation"
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Europese primeur:
Nederlandse Waterleidingwet verbiedt privatisering van
drinkwatersector
(door Rob Bleijerveld [1])
Nederland is de tweede staat die binnenkort een wet
heeft die particuliere bedrijven verbiedt om drinkwater
te produceren voor en te leveren aan de bevolking. In
een referendum besloot de bevolking van Uruguay op 31
oktober voor een overeenkomstige grondwetswijziging [2].
De Nederlandse wet toont aan dat er geen onvermijdelijke
trend is richting privatisering van alle diensten in Europa,
zoals vaak wordt aangenomen. De weg is vrij voor andere
lidstaten om dit voorbeeld te volgen. Er is namelijk geen
Europese wet of handelsregel die het illegaal verklaren
van privatisering van de drinkwatervoorziening tegengaat.
De nieuwe Nederlandse wet [3] regelt dat drinkwaterdiensten
aan consumenten alleen door een "gekwalificeerde
rechtspersoon" geleverd mogen worden. Er zijn drie
categorieën van "gekwalificeerde rechtspersonen".
Het kan gaan om een "publiekrechtelijke rechtspersoon"
zoals landelijke, provinciale of gemeentelijke overheden
of een waterschap. Maar het kan ook een naamloze of besloten
vennootschap zijn, of een coöperatie, mits alle aandelen
direkt of indirekt in handen zijn van "publiekrechtelijke
rechtspersonen" en mits het bedrijf of de coöperatie
zijn beslissingsbevoegdheid niet deelt met andersoortige
bedrijven of rechtspersonen. Verder vallen er ook "bestaande
waterleidingbedrijven" onder die op 1 september 2000
al drinkwater leverden - of hun wettelijke opvolgers,
vooropgesteld dat die "gekwalificeerde rechtspersonen"
zijn.
In de wet zijn beschermings- en verduidelijkingsclausules
opgenomen om te voorkomen dat een andere dan een "gekwalificeerde
rechtspersoon" direkt of indirekt zeggenschap krijgt
over een waterbedrijf. Zo mogen 'derden' die geen "gekwalificeerde
rechtspersoon" zijn geen aandelen, eigendom of bedrijfsonderdelen
van waterbedrijven in handen krijgen.
Geschiedenis
Op 9 december 2003 werd het betreffende wetsvoorstel
aangenomen door de Tweede Kamer en op 7 september 2004
door de Eerste Kamer [4]. Na publicatie in de Staatscourant
- en dat wordt op korte termijn verwacht - heeft het rechtskracht.
In 1997 verscheen er al een overheidsdocument waarin
het standpunt werd verwoord dat concessies voor drinkwatervoorzieningen
alleen verleend zouden moeten worden aan overheidsbedrijven
[5].
In september 2000 kwam milieuminister Jan Pronk met een
wetsvoorstel dat particuliere bedrijven uitsloot van het
leveren van waterdiensten. Openbare drinkwaterbedrijven
zouden het exclusieve recht krijgen voor productie en
distributie in hun eigen leveringsgebied [6]. Na de val
van het kabinet in 2002 (wegens de Srebrenica-kwestie)
werd het proces van opstellen en indienen tijdelijk stilgelegd
door de nieuwe regering.
De nieuwe Waterleidingwet gaat alleen over de drinkwatervoorziening
voor huishoudens [7], maar niet over het rioleringswezen
en afvalwaterzuivering.
Europese wet en Unieverdrag
Deze Nederlandse wet is niet strijdig met de Europese
wetgeving omdat er geen beperkende Europese maatregelen
zijn voor deze dienstensector [8]. Geen enkele bestaande
Europese Richtlijn - noch het Verdrag van de Unie [9]
- voorkomt het illegaal maken van privatisering van waterdiensten,
hetzij door verkoop, hetzij door concessievolmacht.
Evenmin is er een Europese Richtlijn die een bepaalde
vorm van liberalisering in de watersector vereist en er
zijn geen redenen om aan te nemen dat zo'n maatregel op
handen is. In 2003 gaf de Europese Commisssie weliswaar
aan indiening van een dergelijke wet te overwegen, maar
dat stuitte op veel weerstand.
Parlement wijst liberalisering waterdiensten af
Het Europese Parlement nam in maart 2004 een resolutie
aan waarin het zich uitspreekt tegen pogingen om "water
en afvalwater diensten" ondergeschikt te maken aan
maatregelen over algemene marktwerking ("single market
sectoral directives"). Deze wijst liberalisering
van voorzieningen voor drinkwater en afvalwaterverwerking
af met oog op "de onderscheiden regionale eigenschappen
van de sector en de plaatselijke verantwoordelijkheid
voor de levering van drinkwater alsook diverse andere
condities die te maken hebben met drinkwater."
Het Parlement roept aan de andere kant - zonder echter
zo ver te gaan als liberalisering - op "de watervoorziening
op basis van economische uitgangspunten te 'moderniseren'
overeenkomstig kwaliteitsnormen, milieunormen en efficiëntie-behoeften."
Verder is het van mening "dat water- en afvaldiensten
niet onderworpen moeten worden aan sectorrichtlijnen van
de (Europese) Gemeenschap, maar benadrukt het feit dat
de Unie zijn verantwoordelijkheid behoudt waar het gaat
om kwaliteit en milieubeschermingsnormen in deze sectoren
[10]."
Interne Markt Dienstenrichtlijn en 'Diensten van
Algemeen Belang'
In het witboek over Diensten van Algemeen Belang dat
de Commissie aansluitend op deze EP-resolutie uitbracht,
wordt opgemerkt dat "uiteenlopende visies naar voren
zijn gebracht over de vraag of een specifiek reguleringskader
op Gemeenschapsniveau wenselijk is... Er is geen overeenstemming
met betrekking tot het openen van de watersector op Gemeenschapsniveau."
Verder wordt daarin gesteld, dat "de Commissie ten
aanzien van de watersector voor het eind van het jaar
(2004) de resultaten zal publiceren van de evaluatie die
het uitvoerde [11]."
Terwijl het voorstel voor de Interne Markt Richtlijn
voor Diensten aanleiding geeft tot algemene zorgen over
de gevolgen voor (publieke) dienstverlening, stelt het
DAB-Witboek van de Commissie dat de Richtlijn niet zal
leiden tot de verplichting om de watersector te herstructureren.
"In het voorstel zijn bepaalde activiteiten die door
Lidstaten aangemerkt kunnen worden als diensten van algemeen
economisch belang uitgezonderd van het bereik van het
voorstel, zoals transport, of uitgezonderd van het principe
van het oorsprongsland [12], zoals posterijen en elektriciteits-,
gas- en waterdistributiediensten. Belangrijker nog, het
voorstel vereist niet dat Lidstaten diensten van algemeen
economisch belang openstellen voor concurrentie, evenmin
belemmert het de wijze waarop ze zijn gefinancierd of
georganiseerd [13]."
Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op "Making water privatisation
illegal: new laws in Netherlands and Uruguay," door
David Hall, Emanuele Lobina en Robin de la Motte, in opdracht
van Public Services International, 14 november 2004 (http://www.world-psi.org/TemplateRedirect.cfm?template=/
ContentManagement/ContentDisplay.cfm&ContentID=3078
De overige noten (behalve nr 2, 7 en 12) zijn uit dit
artikel overgenomen.
[2] Onder de titel "Historisch referendum in Uruguay
- Privatisering van waterdiensten wordt illegaal"
is elders in deze WTO.ZIP een artikel te vinden over Uruguay.
[3] "Wijziging van de Waterleidingwet (eigendom waterleidingbedrijven),"
Eerste Kamer der Staten-Generaal (2003), 28 339, 9 december
2003
(http://www.eerstekamer.nl/9324000/1/j9vvgh5ihkk7kof/
vgm1kje0bqtk/f=y.pdf).
[4] Zie:
http://eerstekamer.cust.pdc.nl/9324000/1f/j9vvgh5ihkk7kof/vg6hctm6z000
[5] "Private Business, Public Owners: Government
Shareholdings in Water Companies," door M. Blokland,
O. Braadbaart, K. Schwartz (p. 39), bij International
Institute for Infrastructural, Hydraulic and Environmental
Engineering (IHE), 1999 (http://www.nwp.nl/objects/plc%2Epdf).
[6] WaterForum Online, 7 september 2000.
[7] In de wetsbepalingen zijn een paar uitzonderingen
opgenomen. Zo mogen particuliere bedrijven wel consumenten
op 'hun eigen terrein' voorzien van water. Eigenaren van
een collectief leverantienetwerk worden ook ontzien...
Het is de vraag of deze uitzonderingen grote invloed zullen
kunnen uitoefenen op kwaliteit en toegang tot de publieke
watervoorziening.
[8] "Wijziging van de Waterleidingwet (eigendom waterleidingbedrijven)
Nr. 3 Memorie van toelichting," Tweede Kamer der
Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001-2002 28 339. Samenvatting
door Jan Willem Goudriaan (EPSU).
[9] Consolidated Version Of The Treaty Establishing The
European Community, Article 295.
[10] European Parliament Texts Adopted by Parliament Provisional
Edition: 14/01/2004 Services of general interest P5_TA-PROV(2004)0018
A5-0484/2003 European Parliament resolution on the Green
Paper on services of general interest (COM(2003) 270 -
2003/2152(INI)).
[11] "374 White Paper on services of general interest/Section
4.6," COM(2004).
[12] Bij postale diensten, de levering van electriciteit,
gas en water mag een land ook nationale regels/regulering
opleggen aan leveranciers die in een ander land gevestigd
zijn waar het gaat om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid
van de dienst (Art. 17(1)-(4)). Uit: "Frequently
asked questions on the proposed Directive on Services
in the internal market," van de Europese Commissie"
(http://www.are-regions-europe.org/PDF/CA-General-interest/GB-Europe-Parliament-01-04.pdf).
[13] "374 White Paper on services of general interest/Section
3.7 and Annexe 2," COM(2004).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) Historisch referendum in Uruguay
Privatisering van waterdiensten wordt illegaal
(door Renate Ebner [1])
In een historische stap hebben meer dan 64% van de Uruguayanen
afgelopen 31 oktober hun goedkeuring gegeven aan de "Grondwetshervormng
ter verdediging van het water" [2]. In deze uitbreiding
van de Carta Magna wordt de toegang tot drinkwater [3]
een mensenrecht en wordt waterbeheer uitsluitend een publieke
taak die tevens participatief en duurzaam ingevuld moet
worden.
De inwerkingtreding van dit amendement maakt de aanwezigheid
van privébedrijven in het waterbeheer ongrondwettig.
Dit geldt ook voor de inning van compensatie voor "gedorven
toekomstige winst" [4] als gevolg van beëindiging
van eerder verleende concessies.
Dit staaltje van directe demokratie is te danken aan de
Nationale Commissie ter Verdediging van het Water en het
Leven (CNDAV) [5]. Deze commissie ontstond in 2002 in
reactie op de ondertekening van een "Letter of Intent"
van het IMF waarin de regering van Uruguay zich verplichtte
tot (meer) privatisering van drinkwatervoorzieningen in
het hele land.
Ellende!
De waterprivatisering in Uruguay begon met de Franse
transnational Suez-Lyonnaise Des Eaux en is voortgezet
met de Spaanse Aguas de Bilbao. Net als elders had privatisering
negatieve consequenties.
Zo zijn brede lagen van de bevolking om economische redenen
uitgesloten van toegang tot drinkwater [6]. Ook verslechterde
de kwaliteit, soms zelfs drastisch [7] en trad er milieuschade
op [8].
Bovendien was de privatisering voor de staat economisch
gezien een erg slechte deal. De bedrijven lieten namelijk
niet alleen de voorziene investeringen in infrastructuur
achterwege maar ook de betaling van de overeengekomen
vergoeding voor het vruchtgebruik. Contractuele bepalingen
werden ter discussie gesteld en de staat mocht in alle
gevallen voor de verliezen opdraaien.
Koerswijziging
Het referendum over het water betekent een echte sociale
overwinning.
Buurtorganisaties, de vakbond van het staatswaterbedrijf
FFOSE en Friends of the Earth Uruguay (REDES) zijn mede-oprichter
van de CNDAV. Later sloten zich het Frente Amplio aan
(de verkiezingswinnaar van 31 oktober) en de meerderheidsfraktie
van de Partido Nacional (tweede bij de verkiezingen).
De geprivatiseerde waterbedrijven alsook bedrijven in
verwante sectoren (zoals de waterbottelbedrijven) voerden
samen met conservatieve bedrijfssectoren een sterke lobby
tegen het referendum in politiek en media. En het IMF
ontkende het afdwingen van concessies middels haar "Letter
of Intent".
Met het referendum wordt nu een waterbeleid mogelijk
op basis van een visie waarin deze hulpbron een publiek
goed is dat openbaar, gemeenschappelijk en duurzaam moet
worden beheerd. Het referendum moet daartoe door het nieuwe
parlement vertaald worden naar wetgeving voor de grondwetswijziging.
Eind goed, al goed? Nee.
Adders onder het gras...
De Spaanse bedrijven Uragua en Aguas de la Costa zullen
de meest getroffen bedrijven zijn. Aankomend president
Vásquez en zijn minister van economische zaken,
Astori, verzekerden verontruste binnen- en buitenlandse
ondernemers dat de grondwetswijziging geen terugwerkende
kracht heeft. En dat deze dus niet de reeds geprivatiseerde,
buitenlandse waterbedrijven zou treffen.
De juristen in het Frente Amplio zijn verdeeld over deze
kwestie. Zo vindt Carlos Coitino [9] het hele debat misleidend:
"Het concept van terugwerkende kracht heeft niets
te maken met de tekst van het referendum. Als de hervorming
een keer is goedgekeurd, zullen de bestaande concessies
eenvoudigweg nietig worden verklaard". Guillermo
Garcia Duchini, medeopsteller van de concept-grondwetwijziging,
verwijst naar bepalingen in de concessies zelf volgens
welke de overheid deze kan intrekken mits zij indruisen
tegen het algemeen belang [10].
Er heerst wel overeenstemming over een ander soort beperking
van de werking van de grondwetswijziging: waterbottelbedrijven,
frisdrankproducenten en kuurbaden gaan vrijuit. Zolang
er geen overexploitatie plaatsvindt behouden zij hun vergunningen
[11].
Last not least is de grondwetswijziging helder over het
thema schadevergoedingen. Bedrijven krijgen bij intrekking
van hun concessie wel schadevergoeding, maar alleen voor
nog niet afgeschreven investeringen. "Gedorven"
toekomstige winst wordt niet gecompenseerd.
Historische stap
De campagne voor het referendum was vooral gericht op
de gevolgen van de "Letter of Intent" tussen
IMF en de regering van Uruguay in 2002.
Maar er zijn meer bedreigingen door 'vrij'handelsverdragen
voor diensten via de WTO en de ALCA [12], door het akkoord
tussen EU en MERCOSUR, en door bilaterale investeringsverdragen.
Zo worden de onderhandelingen van de MERSOCUR met de EU
opgehouden door de Europese eis van een breder "aanbod"
van te liberaliseren diensten zoals "milieudiensten"
- waaronder de drinkwatervoorzieningen.
Het referendum versterkt de onderhandelingspositie van
Uruguay waar het gaat om diensten in het algemeen en drinkwatervoorzieningen.
De regering kan - zelfs als ze graag wil - niet privatiseren.
Reeds in 1992 heeft de bevolking van Uruguay zich in een
referendum tegen privatisering van alle publieke bedrijven
(met uitzondering van luchtvaartmaatschappij PLUNA) uitgesproken.
Elke keer dat de regering probeerde er onderuit te komen,
zoals in 2002 met telecommunicatie (ANTEL) of in 2003
met energie (ANCAP), werd zij door nieuwe referenda teruggefloten
[13].
De grondwetswijziging in Uruguay stelt voorgoed paal
en perk aan de opening van drinkwatervoorzieningen voor
privékapitaal: zij wordt ongrondwettig. Typische
regelingen zoals de "most favoured nation"-clausule
van de WTO hebben dan ook geen consequenties voor deze
sector.
De privéwaterbedrijven zullen zeker de Uruguaanse
overheid voor de rechter dagen en zich daarbij beroepen
op de bilaterale investeringsverdragen (in geval van Aguas
de la Costa die met Frankrijk). Ze zullen zich met een
unieke situatie geconfronteerd zien: ten gevolge van een
grondwettig verbod kan de overheid hen namelijk noch als
privébedrijf verder laten functioneren, noch een
vergoeding geven voor "gedorven" toekomstige
winst!
Grondwet tegen vrijhandelsakkoorden
Door directe demokratie is het openbaar belang van een
land in haar grondwet bevestigd en verankerd, en biedt
het hoofd aan het belang van multinationale bedrijven
die gesteund worden door de verschillende liberaliseringsakkoorden
voor handel en diensten.
De privatisering van water heeft in meerdere Latijnsamerikaanse
landen tot verzet geleid, zoals in Argentina, Paraguay,
Chile en Bolivia. Maar het referendum in Uruaguay schept
een historisch precedent voor de hele wereld [14]. Geen
overbodige luxe: dankzij privatisering dreigt binnen enkele
jaren een handvol bedrijven zo'n 75% van al het water
voor menselijke consumptie in de wereld te beheersen...
[15]
Noten:
[1] Vertaling en bewerking van de tekst: "Uruguay:
decisión popular por el agua afecta 'liberalisación'
de los servicios". Het is op verzoek geschreven door
REDES-Amigos de la Tierra Uruguay (http://www.redes.org.uy/agua).
Met dank aan Antonio Villareal. Antonio is een van de
sprekers op de bijeenkomst "At your service: the
global sell-out of public services," van het Gatsplatform
(23 november, Felix Meritus, Amsterdam. Meer informatie:
http://www.tni.org/acts/publicservices.htm).
Daarnaast is gebruikt gemaakt van "Uruguay: Referendum
Gives Resounding 'No' to the Privatisation of Water",
door Raúl Pierri, IPS van 1 november 2004 (http://ipsnews.net/new_nota.asp?idnews=26097).
[2] "Reforma Constitucional en Defensa del Agua"
[3] Volgens de toevoeging aan artikel 47: "servicio
de saneamiento y el servicio de abastecimiento de agua."
Ofwel de voorzieningen voor het drinkbaar maken van water
en die voor het leveren via een waterleidingnet. Meer
over de classificatie van deze en andere 'Milieudiensten'
is te vinden "Classification Issues of the Environmental
Sector," van de WTO (van 28 september 1999; code:
S/CSC/W/25).
[4] Compensatie zoals voorzien in sommige bilaterale en
regionale akkoorden waar bedrijven niet alleen voor de
actuele waarde of de gemaakte kosten schadevergoeding
mogen eisen maar ook voor fiktieve, "misgelopen"
toekomstige winst. Dit soort bepalingen stonden ook in
het MAI-voorstel en het voorstel voor een WTO-investeringsverdrag.
[5] Comisión Nacional en Defensa del Agua y de
la Vida.
[6] Sinds Aguas de la Costa - deel van Aguas de Barcelona,
en op haar beurt een dochter van Suez-Lyonnaise - de watervoorziening
in het departement Maldonado overnam in 1992, is drinkwater
zeven keer zo duur geworden dan elders in het land (zie:
IPS-artikel).
[7] Zo moest in januari 2002 - op het hoogtepunt van het
toeristische seizoen - het water in de kust- en vakantiestad
Maldonado gekookt worden vóór consumptie,
dit vanwege vervuiling met de e-coli bacterie.
[8] Aguas de la Costa is verantwoordelijk voor de milieuverontreiniging
waardoor het drinkwaterdepot Laguna Blanca onbruikbaar
werd. (vergelijk het recente 'Coca Cola'-schandaal in
India...)
[9] Coitino is voor het Frente Amplio deelnemer aan de
CNDAV (zie: IPS-artikel).
[10] Zie: IPS-artikel. Overigens kunnen bestaande verdragen
volgens Vásquez ook zonder grondwetswijziging nietig
worden verklaard: als de waterbedrijven in gebreke blijven.
[11] Volgens Maria Selva Ortiz, lid van CVDAV en REDES
tegenover IPS. Voor grenzen aan waterverbruik, zie ook
het REDES-artikel.
[12] Area de Libre Comercio de las Americas (FTAA in het
Engels).
[13] ANTEL en ANCAP zijn naast UTE (electriciteit) de
drie belangrijkste bedrijven van het land en de enige
in Uruguay die voorkomen op de Fortune 500 van Latijns
America (zie REDES-artikel).
[14] Zie: REDES-artikel.
[15] Zie: IPS-artikel.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) Chemische industrie vervuilt nieuwe Europese milieuregels
(door Robin van Stokrom)
De chemische industrie uit de VS en EU staat op haar
achterste benen als het aankomt op het Europese wetsvoorstel
chemische stoffen (REACH). De nieuwe wet moet de bescherming
van gezondheid en het milieu verbeteren, maar mag tegelijkertijd
de concurrentiepositie en innovatievermogen van de Europese
chemische industrie niet verslechteren. Na zeven jaar
voorbereiding zijn de regels sterk afgezwakt, met dank
aan een gigantische lobbyoperatie.
Het merendeel van de chemische stoffen die in consumentenproducten
zitten, is niet geregistreerd, laat staan onderzocht of
goedgekeurd door een onafhankelijke toetsingscommissie.
Volgens wetenschappers zitten hier veel gevaarlijke stoffen
tussen.
Via speelgoed, tv-toestellen, shampoo, schoonmaakproducten,
enz. komen wij en het milieu dagelijks daarmee in aanraking.
Die chemische stoffen tasten de gezondheid en het milieu
sterk aan. Zo sterk, dat alleen al baby's chemische stoffen
in zich meedragen die zeventig jaar geleden nog onbekend
waren, en die huidziekten en andere gezondheidsproblemen,
zoals kanker, kunnen veroorzaken.
Sinds 1997 werkt de Europese Commissie aan nieuwe regels
voor de evaluatie en registratie van tienduizenden chemische
stoffen. Het doel is "duurzame ontwikkeling",
aldus de Europese Commissie in haar strategiedocument
[1]. Maar het kijkt niet alleen naar milieu en gezondheid.
Het voorstel "zoekt een geschikte balans tussen de
sociale en economische prioriteiten van de EU en de milieudoelstellingen".
Regelgeving
De EU staat voor een enorme uitdaging als het aankomt
op REACH, de nieuwe regels voor de registratie, evaluatie
en toelating van chemische stoffen. De wet zal een wereldwijd
effect hebben. Niet alleen de Europese producenten zullen
aan de eisen moeten voldoen, maar ook de niet-Europese
producenten, willen zij op de Europese markt actief blijven
[2]. Daarnaast leidt REACH tot kostenbesparing. Volgens
berekeningen van de Commissie tot zelfs zo'n vijftig miljard
euro in de Europese gezondheidszorg [3].
Het doel van de wet lijkt simpel: registratie van alle
chemische stoffen en openbaarheid van testgegevens. De
verantwoordelijkheid voor registratie en openbaarmaking
komt te liggen bij bedrijven die chemische stoffen gebruiken
in hun producten of deze produceren. Niet langer is de
consument aangewezen op een risico-analyse door de overheid
en een eventuele verbodsprocedure voor de stof. Het voorzorgsprincipe
wordt volledig toegepast en de bewijslast ligt bij het
bedrijf.
Een onafhankelijk Europees instituut zal daarnaast de
gegevens controleren, verzamelen en het gebruik van de
chemische stof goed- danwel afkeuren. Door de openbaarheid
van de data verwacht men dat de druk op bedrijven om gevaarlijke
chemische stoffen te vervangen door reeds bestaande en
minder gevaarlijke alternatieven groter wordt. Tevens
stelt de Europese Commissie dat er minder dierproeven
nodig zijn, want testgegevens worden gedeeld en samenwerking
tussen bedrijven wordt bevorderd. Daarnaast verwacht de
EC dat de belasting van het milieu afneemt, wat immers
ook een doel van de wet is.
Lobby
Vooral dit laatste centrale doel komt sinds het strategiedocument
drie jaar geleden gepresenteerd is steeds meer in het
geding. Het bedrijfsleven zit dwars, geruggesteund door
onder andere de regeringen van Japan, de VS en de grote
EU-lidstaten zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk
en Duitsland.
"De oorspronkelijke voorstellen waren vrij goed",
evalueerde Olivier Hoedeman van Corporate Europe Observatory
(CEO), een internationale onderzoeksgroep naar de bedrijfsinvloed
op de Europees politiek. "Maar de doelstellingen
zijn inmiddels onherkenbaar afgezwakt na een stevige lobbycampagne
van de chemische industrie" [4].
Dit lobby-offensief van bedrijven uit de EU en VS wordt
gecoördineerd door de Europese brancheorganisatie
van de chemische industrie CEFIC en de 'Reach Alliance',
waarin meer sectoren gebundeld zijn. Dagelijks zijn honderddertig
lobbyisten van CEFIC actief in de politieke wandelgangen
van de EU. Zij hebben als specifieke opdracht de vertraging
en afzwakking van REACH. De lobby richt zich ook op omkering
van de bewijslast (bedrijven zouden niet verantwoordelijk
moeten zijn) en vermindering van het aantal stoffen dat
getoetst moeten worden.
Propaganda
In zijn propaganda schermt deze lobby vooral met onnauwkeurige
cijfers. De chemische industrie en verwante sectoren stellen
dat de wet hen hard zal treffen. Onderzoek na onderzoek
is gepubliceerd met uit hun verband gehaalde cijfers over
de mogelijke kosten van REACH. "De cijfers vertonen
de sporen van propagandistische bedoelingen", stelt
redacteur Jeroen Piersma van het Financieele Dagblad onomwonden
vast [5].
Binnen de EU wordt daarnaast handig ingespeeld op de
Lissabon-agenda, het Europese doel om de meest concurrerende
staat van de wereld te zijn in 2010. De lobby weet het
Europese Parlement, de Commissie en de EU-lidstaten tegen
elkaar uit te spelen met behulp van dit competitiestreven.
Daarbij weten zij handig gebruik te maken van het feit
dat niet alleen de Europese Commissaris van Milieu Wallström
het REACH-dossier in haar portefeuille heeft, maar ook
de Commissaris van Industriezaken.
Het bedrijfsleven heeft heel effectief REACH weten te
kaderen in de Lissabon doelstellingen. Steeds vaker wordt
REACH als proef beschouwd als het aankomt op Lissabon,
niet alleen door de bedrijven zelf maar ook door de politici.
"Het Reach-voorstel (...) kan beschouwd worden (...)
als testcase voor onze vastberadenheid bij het verbeteren
van ons concurrentievermogen", meent minister Brinkhorst
in een open brief die hij samen met enkele ministers uit
andere EU-lidstaten schreef [6].
Hervormingen
De private campagne startte jaren geleden. Miljoenen
euro's later wordt een groot succes geboekt als blijkt
dat in het wetsvoorstel van september 2003 reeds een aantal
essentiële zaken zijn afgezwakt in vergelijking met
het oorspronkelijk strategiedeocument uit 2001. Steeds
meer en vaker laten de politici als het erop aankomt hun
oren hangen naar het bedrijfsleven.
Aanvankelijk wilde de Europese Commissie het nieuwe systeem
op zo'n 30.000 stoffen toepassen. Maar inmiddels is dit
doel bijgesteld. Voor chemicaliën waarvan minder
dan tien ton wordt geproduceerd per jaar - en dat geldt
voor meer dan de helft van alle stoffen! - zullen minder
zware eisen gelden.
Daarnaast introduceert de Commissie het begrip "adequate
controle". Volgens Greenpeace is dat is een gigantische
ontsnappingskanaal voor de industrie. "Als een producent
een bepaalde chemische substantie wil blijven gebruiken,
zal zij nu moeten aantonen deze 'adequaat' onder controle
te hebben. Wat dat betekent is niet gedefinieerd",
stelt de milieuorganisatie [7].
Ook voorstellen voor nieuwe wetgeving in Nederland hebben
onder de invloed van lobbycampagnes moeten lijden. Een
voorstel voor een chemicaliënbeleid, dat op 1 januari
2003 van start zou gaan, belandde in de 'koelkast' op
last van de Europese Commissie. Nederland zou met het
SOMS-beleid (Strategisch Omgaan Met Stoffen) vooruitlopen
op de EU. De achterliggende reden was dat de nationale
regelgeving strenger zou zijn dan de Europese voorstellen
[8].
Meer hervormingen
De ongekende lobby heeft al tot zoveel consternatie geleid
dat in het front van bedrijven een scheuring is ontstaan.
Er zijn namelijk ook bedrijven die profiteren van strengere
regelgeving. Dit zijn bedrijven die alternatieven aanbieden
voor gevaarlijke chemische stoffen en met technische middelen
de ergste vervuiling kunnen verminderen. Zij zijn inmiddels
gestart met een soort 'tegenoffensief'. De EIC (Environmental
Industries Commission) en de 'milieuvriendelijke lobbyclub'
Eucetsa (European Committee of Environmental Technology
Suppliers Associations), willen het debat een andere richting
opsturen [9].
Maar dit tegenoffensiefje komt laat. Ondanks jaren arbeid
door de Europese Commissie is REACH opnieuw uitgesteld
en zullen nieuwe wijzigingen worden aangebracht. Aankomend
Commissielid Günter Verheugen van Industriezaken
liet recentelijk in het Europees Parlement weten uit te
zijn op nog meer hervorming [10]. Lobbyisten reageerden
verheugd. "Net als wij vindt hij het voorstel te
duur en wil hij procedures stroomlijnen", stelde
Peter Noordervliet, directeur Vereniging van de Nederlandse
Chemische Industrie, onlangs in dagblad Trouw [11].
Verheugen liet zich bij zijn oordeel ongetwijfeld inspireren
door ondermeer Colin Powell, minister van Buitenlandse
Zaken onder het eerste kabinet van Bush jr. van de VS.
Deze stuurde tot tweemaal toe een memo naar de ambassadeurs
van de VS in de EU om druk uit te oefenen op de EU-lidstaten
om REACH af te zwakken. "De voorstellen omvatten
een zeer kostbaar en enorm complex reguleringssysteem,
dat moeilijk, danwel onwerkzaam zal zijn in de uitvoering",
schreef Powell aan zijn ambassadeurs [12]. "De export
van de VS zal door de nieuwe wetgeving voor de meeste
sectoren geschaad worden".
Meer viezigheid
Niet alleen de ambassadeurs hebben goed naar Powell geluisterd,
maar ook een aantal regeringsleiders van de EU. In september
2003, een paar maanden na de eerste memo van Powell en
anderhalve maand voordat de nieuwe regels door de EC gepresenteerd
zouden worden, stuurden Blair, Chirac en Schröder
een gezamenlijk brief naar de Commissie, waarin zij nagenoeg
dezelfde taal hanteren als Powell [13].
In navolging van de grote EU-lidstaten, laten nu ook
Europese Parlementariërs hun oren hangen naar de
industrie. De voorzitter van de milieucommissie van het
EP, Karl Heinz Florenz, deed tijdens een recente persconferentie
een oproep aan de Europese autorititeiten "om te
luisteren naar de VS" [14].
Schaduwrapporteur Ria Oomen-Ruijten (CDA) in de milieucommissie
gaat echter nog een stap verder en stelt in het Financieele
Dagblad onomwonden dat REACH overboord moet. Zij vindt
dat stoffen waar de meeste risico's aan verbonden zijn
prioriteit moeten krijgen, wat in feite neerkomt op voortzetting
van het hevig mislukte oude beleid. "Het voorstel
is onwerkbaar en te kostbaar", aldus Oomen-Ruijten
[15].
Witte Huis en WTO
"De wetgeving verschuift meer van het originele
EU-strategiedocument (2001) naar wat het Witte Huis wil",
meende Joseph DiGangi van de Amerikaanse milieuorganisatie
Environmental Health Fund reeds vorig jaar september.
Volgens hem heeft de EU nu al veel van het wensenlijstje
van chemische bedrijven uit de VS, die een groot marktaandeel
hebben in de EU, overgenomen. "De Verenigde Staten
hebben negentig procent binnen van REACH wat zij wilde",
meent ook Stefan Scheuer van de European Environmental
Bureau [16].
Zelfs dat gaat de VS niet ver genoeg. Naast de lobbycampagne
van Amerikaanse bedrijven, heeft de regering samen met
die van Japan dit jaar reeds haar beklag gedaan bij de
Commissie voor Technische Handelbarrières van de
Wereldhandelsorganisatie WTO [17]. Beide regeringen vinden
de wijzigingen die de Commissie in 2003 heeft ingevoerd
in REACH nog lang niet ver genoeg gaan. Het zou de wereldhandel
ontwrichten en een grote negatieve impact hebben op innovatiemogelijkheden.
Heldhaftig zegt Commissaris Wallström van Milieu
niet bang te zijn voor de WTO. "Angst voor de WTO
mag nooit leiden tot een verlaging van milieu- en gezondheidsstandaarden",
stelde ze in een speech tegenover een grote groep bedrijfsleiders
uit de VS en EU. Daarnaast is REACH volgens haar niet
in tegenspraak met WTO-handelsregels. "Ons systeem
is proportioneel (...) en het maakt geen onderscheid tussen
EU en niet EU-aanbieders" [18].
Nederlandse rol
De chemische branche- en lobbyorganisatie CEFIC heeft
inmiddels het initiatief genomen om een European Strategy
Group op te richten. Deze groep moet een permanent overlegorgaan
zijn voor de chemische industrie en de Europese Commissie.
De groep kan "een sleutelrol vervullen in het vinden
van een balans tussen de economische, politieke en milieubelangen".
Tijdens een REACH-conferentie in Noordwijk voor de private
sector, liet Laurens Jan Brinkhorst, minister van Economische
Zaken, weten dit idee te steunen [19].
De industrie en de Europese Commissie zitten overigens
al samen in een andere strategische alliantie, het Strategic
Partnership On REACH Testing (SPORT). In dit project werken
de Europese Commissie, de lidstaten en de industrie nauw
samen. Het heeft tot doel ervaring op te doen met de REACH
regelgeving en de daarmee samenhangende procedures [20].
Onderdeel van deze strategische alliantie is de implementatie
van een REACH- proefperiode. Voor komend voorjaar staat
dit op de agenda [21]. Daar is ook Nederland nauw bij
betrokken, zowel enkele Nederlandse bedrijven als de regering
[22]. Deze test wordt begeleid door de Nederlandse consultantonderneming
KPMG. Dit bedrijf zal tegelijkertijd onderzoek doen naar
de kosten van REACH. Milieuorganisaties zijn zeer kritisch,
vooral door het voorgestelde geheime brononderzoek. Zo
beperkt het KPMG-onderzoek zich alleen op de kosten én
op de meest getroffen bedrijfsectoren. Volgens Greenpeace,
het Wereld Natuur Fonds en het European Environmental
Bureau zal het onderzoek grondig falen, "omdat het
positieve economische gevolgen niet onderzoekt" [23].
Als huidig EU-voorzitter speelt de Nederlandse regering
een essentiële rol in het stroomlijningsproces van
de meningen van het bedrijfsleven en de EU over REACH.
Zo organiseerde de regering eind oktober een conferentie
voor EU-lidstaten over "de impact" van dit thema.
De conclusies zijn veelbelovend voor de chemische industrie.
Het eindoordeel was dat REACH te duur is en dat de Europese
Commissie er 'zo veel mogelijk aan moet doen om de kosten
te minimaliseren,' terwijl de 'voordelen van REACH niet
uit het oog verloren mogen worden' [24].
Ondertussen organiseert Minister Brinkhorst in Den Haag
samen met Premier Balkenende een 'Transatlantische Innovatie-
en Concurrentiebijeenkomst', waarbij ook REACH op de agenda
zal staan [25]. De top vindt plaats op donderdag 18 november
en biedt de chemische industrie voldoende ruimte om bezwaren
en voorstellen op de tafel van de Europese Ministers te
leggen, nog voordat onder Nederlands EU voorzitterschap
de Europese Raad en de Milieuministers REACH in december
zullen behandelen.
Bij het opstellen van een nieuwe consensustekst van de
Europese Raad, de Europese Commissie en de Milieucommissie
van het Europees Parlement speelt Nederland nu al een
belangrijke rol. De tekst wordt niet voor de zomer van
2005 verwacht. Het wetsvoorstel wordt daarna in het Europees
Parlement behandeld en eind 2005 zal het parlement daarover
stemmen, met twee jaar achterstand op de oorspronkelijke
planning. REACH zal naar alle waarschijnlijkheid alleen
nog een schaduw van zichzelf zijn...
Noten:
[1] "White Paper on the Strategy for a future Chemicals
Policy," door de Europese Commissie van 13 februari
2001(http://europa.eu.int/comm/environment/chemicals/whitepaper.htm).
[2] "Een oplossing van euro 6 voor probleem van euro
3," in Het Financieele Dagblad van 21 mei 2004.
[3] "EU Environment Commissioner Wallström calls
chemical safety a global concern," News release European
Union in the US, van 27 april 2004 (http://www.eurunion.org/news/press/2004/20040064.htm).
[4] "De noodzaak van alternatieven voor het economisch
beleid van de Europese Unie," inleiding van Olivier
Hoedeman (CEO) tijdens de Dag van Alternatieven 2004 in
Utrecht (http://www.globalternatives.nl/file/136).
[5] "Propaganda," door Jeroen Piersma, in Het
Financieele Dagblad van 14 oktober 2004.
[6] "Hoger concurrentievermogen EU," door Mary
Harney Tanaiste (Ierse vice-premier en minister voor ondernemingen,
handel en werkgelegenheid), Laurens Jan Brinkhorst (Nederlandse
minister van Economische Zaken), Henri Grethen (Luxemburgse
minister van economie) en Patricia Hewitt (Britse staatssecretaris
voor handel en industrie), in Het Financieele Dagblad
van 6 juli 2004.
[7] "REACH - EU chemicals policy reform," door
Greenpeace. Geraadpleegd op 10 november 2004 (http://eu.greenpeace.org/issues/chem.html).
[8] "Nieuw chemicaliënbeleid in Europa,"
door Greenpeace. Geraadpleegd 5 november 2004 (http://www.greenpeace.nl/extra/?item_id=566004).
Zie ook: http://www.gifstoffen.nl/
[9] "Milieu-industrie voelt zich achtergesteld in
EU," in Het Financieele Dagblad van 10 juni 2004.
[10] "Verheugen hints at reform of controversial
chemicals plan," in EUobserver van 30 september 2004
(http://euobserver.com/?aid=17414&rk=1).
[11] "Nieuwe eurocommissaris steunt chemie in verzet,"
in Trouw van 2 oktober 2004.
[12] "Toxic Lobbying," door Yves Engler, op
ZNet van 1 april 2004 (http://www.zmag.org/content/
showarticle.cfm?SectionID=10&ItemID=5254).
[13] "EU chemicals law causes stink," door Gareth
Harding, United Press International van 30 september 2003
(http://www.upi.com/view.cfm?
StoryID=20030930-124148-9874r).
[14] "Chemical Industry Fights Regulation,"door
Julio Godoy, in IPSnews van 29 oktober 2004 (http://www.ipsnews.net/new_nota.asp?idnews=26067).
[15] "EU-parlement hakt in op chemiewet," in
Het Financieele Dagblad van 11 september 2004, en "Verheugen
zet chemiewet EU op de helling," in Het Financieele
Dagblad van 1 oktober 2004.
[16] Zie noot 14.
[17] "U.S. Voices Concerns over Latest EC Chemicals
Proposal," Press Release US administration and contents
of WTO-complaint van 21 april 2004 (http://japan.usembassy.gov/e/p/tp-20040624-05.html).
[18] "EU Environment Commissioner Wallström
calls chemical safety a global concern," News release
European Union in the US, van 27 april 2004 (http://www.eurunion.org/news/press/2004/20040064.htm).
[19] "Reach to be tested in pilot project,"
op PRW.com van 3 november 2004 (http://www.prw.com/main/newsdetails.asp?id=3376).
[20] "Aftrap SPORT," in Chemiezine (wekelijkse
e-mail nieuwsbrief van de Vereniging van de Nederlandse
Chemische Industrie, VNCI) van 8 oktober 2004 (http://www.dzine-online.nl/client23/nb/nb516/batch652/emailnieuwsbrief.html).
[21] "Chemical execs set new agenda. Combined CEFIC,
SCI meeting allows high-level discussion on issues facing
industry," door Patricia Short, in Chemical and Engineering
News (Vol. 82, Nr. 42) van 18 oktober 2004 (http://pubs.acs.org/cen/ncw2004/8242bus2.html).
[22] Zie noot 20.
[23] "Europe needs REACH: Dutch Government concludes
impact assessments," persbericht van Greenpeace,
WNF en EEB. Geraadpleegd op 10 november 2004 (http://eu.greenpeace.org/issues/news.html).
[24] "The impact of REACH: 'limit costs for business
but maintain benefits for health and environment',"
persbericht Europese Commissie van 27 oktober 2004 (http://www.eu2004-reach.nl/pag/6_0-press.php).
[25] "De Trans-Atlantic Business Dialogue komt naar
Den Haag!," door Olivier Hoedeman, in WTO.ZIP nieuwsv=brief
nr. 48 van 13 oktober 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/041013--00(48).html).
[Vandaag, 18 november, werd bij de redactie bekend dat
de top een week geleden afgeblazen is (om overigens vage
redenen) en is uitgesteld tot in de eerste helft van 2005]
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) War = good business
(door Kees Hudig)
De herverkiezing van Bush heeft hernieuwde aandacht opgeleverd
voor de verstrengeling tussen politiek en bedrijfsleven.
In de VS waren er traditioneel altijd al sterke banden
tussen transnationals en partijen bij de verkiezingscampagnes
[1] maar het eerste kabinet Bush spande de kroon. Het
was vergeven van (voormalige) 'corporate executives' met
belangen in ondermeer defensie-investeringen (Carlyle)
en bedrijven die rijk worden aan 'wederopbouw' (Halliburton,
Bechtel). Naar verluidt wordt in kringen van topmanagers
tegenwoordig gegrapt over het 'doen van een Halliburton'
als een bouwbedrijf zich in financiele moeilijkheden bevindt.
Het komt neer op een land of regio laten platbombarderen
en vervolgens de lucratieve opdrachten in de wacht slepen
om de wederopbouw te doen.
Over het algemeen verdedigen deze CEO-politici zich met
de mededeling dat ze de directe banden met het bedrijf
waarvan ze afkomstig zijn, tijdelijk verbroken hebben.
En tot nu toe kwam het gehele kabinet Bush daar goed mee
weg. Media zochten soms wel uit welke banden er in werkelijkheid
nog bestonden [2] maar dat veroorzaakte geen grote ophef
bij de kiezers of in de grotere (en vaak mede door dezelfde
concerns beheerste) media.
James Baker
Naomi Klein schreef in haar vaste rubriek in weekblad
The Nation op 12 oktober over de merkwaardige dubbelrol
die voormalig minister van Buitenlandse Zaken James Baker
bekleedt in de oorlog tegen Irak [3].
Baker is tegenwoordig speciale gezant van Bush voor de
buitenlandse schuld van Irak. Zijn taak is om landen te
bewegen de vorderingen op Irak kwijt te schelden, zodat
dat land z'n geld kan besteden aan wederopbouw van de
door Baker en de zijnen door sancties en oorlog verwoeste
infrastructuur. Nu ontdekte The Nation dat Baker - die
senior counselor is bij de Carlyle Group en mede-eigenaar
ter waarde van een geschatte $180 miljoen - betrokken
was bij een poging om een gedeelte van de vordering die
Kuweit op Irak heeft, over te hevelen naar Carlyle. Via
een voor de leek ingewikkelde constructie hoopt Baker/Carlyle
daarmee een opdracht ter waarde van 1 miljard dollar in
de wacht te slepen. De overgenomen vorderingen zouden
vervolgens beheerd worden door een consortium waarin naast
de Carlyle Group de Allbright Group zit, inderdaad van
Clinton's minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Allbright.
Dit alles bleek uit een uitgelekt 'business proposal'
dat het consortium aan de Kuweitse regering had gestuurd.
Hiermee is niet alleen een merkwaardige belangenverstrengeling
geopenbaard, maar ook nog een die recht ingaat tegen het
officiële beleid dat de VS en de gezant beogen te
voeren. In plaats van te proberen de schulden zoveel mogelijk
kwijt te schelden, proberen Baker en de zijnen er zoveel
mogelijk uit te slepen (en dus Irak zoveel mogelijk te
laten betalen).
Sisser
Op 28 oktober kwam Klein terug op het verhaal, met een
relaas van de sisser waarmee de onthulling af dreigde
te lopen [4]. Ze liepen zich op de redactie van the Nation
net te verkneukelen over het feit dat het ze gelukt was
om Carlyle een miljard dollar door de neus te boren, toen
het nieuws binnenkwam dat Carlyle doodleuk ontkende nog
deel uit te maken van het bewuste consortium. Ze zouden
zich hebben teruggetrokken toen Baker benoemd werd tot
schulden-gezant. Alleen was daar geen enkel bewijs voor.
Het bedrijf beweerde dat ze dat "mondeling aan de
andere partners gemeld hadden". Terwijl in het uitgelekt
zakenvoorstel, dat twee maanden NADAT Baker aangesteld
was als hulp van Bush, de Carlyle Groep niet minder dan
47 keer vermeld wordt. James Baker wordt ook elf keer
met naam en toenaam opgevoerd. Ook andere partners in
het consortium, zoals het consultantbedrijf van Allbright,
bevestigden dat Carlyle nog steeds deel uitmaakt van het
consortium, evenals een woordvoerder van de premier van
Kuweit. Bovendien had de woordvoerder van Carlyle (Christopher
Ullman) het oorspronkelijke stuk ingezien en goedgekeurd.
Hij had Klein nog gebeld om te bedanken voor de manier
waarop hij geciteerd was.
Naomi Klein belt die Ullman nog maar eens om te weten
hoe het zit nu het verhaal 180 graden omgedraaid is en
beschrijft hoe ze "het gevoel kreeg te praten met
een van die gehersenspoelde tiepes uit "The Manchurian
Candidate," de film van Jonathan Demme over een Carlyle-achtig
bedrijf dat samenspant om een mindcontrollede kandidaat
in het Witte Huis te krijgen." "We hebben ontdekt
dat we niet eens tot dat consortium zijn toegetreden",
verklaarde Ullman vlakjes. "Toen ik gisteren met
je sprak, wist ik dat niet".
Geheugenchips
Het meest verbazingwekkende is, ook volgens Klein, dat
het nog werkte ook. Het verhaal dat eerst overal de voorpagina's
haalde, verdampte net zo snel weer. Een krant als The
New York Times heeft geen letter over de zaak geschreven,
terwijl ze nog wel een redactioneel commentaar hadden
gewijd aan zijn aanstelling als speciale gezant voor Iraaks
schulden waarin hij opgeroepen werd om op te stappen bij
Carlyle. Kerry deed er ook niets mee in zijn campagne,
uit angst dat dat terug zou slaan op Madeleine Allbright
uit zijn eigen partij. Klein vermoedt zelfs een geniale
zet van Carlyle die Allbright met opzet binnengehaald
zou hebben om zich op die flank beschermd te weten.
"Het leek wel alsof de gehele media in de VS met
Manchuriaanse geheugenchips waren geïmplanteerd,"
schrijft Klein in The Nation. "Hier hebben we het
bewijs dat de Carlyle Group had deelgenomen aan een plan
om Baker te gebruiken voor het ondermijnen van het beleid
van de VS, misschien wel in strijd met wetten op het gebied
van belangenverstrengeling. Maar Carlyle ontkomt weer
eens." Het bedrijf - dat bekend staat om de hoeveelheid
ex-presidenten in de gelederen - is notoir vanwege zijn
onaantastbaarheid.
Ook het Witte Huis voelde zich niet geroepen om een antwoord
te geven op de vraag of de zakenbelangen van Baker misschien
zijn werkzaamheden als gezant in de weg hadden gestaan.
"Het antwoord wordt in ieder geval niet gegeven doordat
er nu 1 miljard dollar in de schatkist van een rijk olie-emiraat
blijft, in plaats van naar Carlyle te vloeien," schrijft
Klein. "Een week nadat de deal verloren ging, keerde
Carlyle een recordbedrag van 6,6 miljard dollar uit aan
zijn investeerders". "Het zijn de beste 18 maanden
geweest die we ooit gehad hebben," pochte hoofd investeringen
van Carlyle Bill Conway in de Financial Times. "We
made money and we made it fast."
Minder voorspoedig
Klein besluit haar stuk met de blik te verplaatsen naar
Irak waar "het de afgelopen 18 maanden aanmerkelijk
minder voorspoedig is gegaan." "Het Iraakse
ministerie van Gezondheid heeft een gruwelijk rapport
uitgebracht over de crisis in de gezondheidszorg na de
invasie, waaronder uitbraken van typhus en tuberculose
en sterk gestegen sterftecijfers van pasgeboren kinderen
en hun moeders. Een week nadat dat rapport verscheen,
betaalde Irak weer eens $195 miljoen dollar aan herstelbetalingen
voor de oorlog, grotendeels aan Kuweit. Tegelijkertijd
kondigde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken
aan dat een bedrag van $3,5 miljard dat oorspronkelijk
bedoeld was voor verbetering van de voorzieningen op het
gebied van water, riolering en elektriciteit in Irak,
overgeheveld werd naar verbetering van de veiligheid.
Volgens onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage
kon dat omdat schuldenverlichting aanstaande was."
Maar dat is allerminst het geval volgens Klein. In feite
raakt Irak juist steeds dieper in de schulden nu IMF en
Wereldbank nieuwe leningen ter waarde van $836 miljoen
vrijgegeven hebben. "Ondertussen is het Baker niet
gelukt om een enkel land zover te krijgen om schulden
aan Irak te schrappen. Iraks schuldeisers weten dat, terwijl
Baker van hen vroeg om een hand over het hart te strijken,
zijn bedrijf aan Kuweit een speciale deal aanbood om Irak
onder druk te zetten om te betalen. Dat is niet het soort
nieuws dat leidt tot vergevingsgezindheid en goede wil".
Briljante onderzoeksjournalistiek, die helaas nog geen
rimpeltje in de vijver weet te produceren. Sterker nog:
degenen die zo blootgesteld worden, worden beloond met
winst in de verkiezingen. Desondanks blijft het uiteraard
belangrijk dat de feiten boven tafel komen, misschien
wel des te belangrijker nu duidelijk is dat niet meer
gerekend kan worden op enige vanzelfsprekende politieke
controle.
En verder...
Voor wie op dit gebied nog niet genoeg voor de kiezen
heeft gehad, is een regelmatige blik op de website http://www.corpwatch.com
altijd aan te bevelen. Daar wordt nu bijvoorbeeld de praktijk
van de onderneming Halliburton in Kuweit onder de loep
genomen [5]. Op basis van 400 documenten die zijn vrijgegeven
door een kwaad Democratisch congreslid, wordt duidelijk
dat Halliburton (die vanuit Kuweit een groot deel van
de wederopbouw van Irak coördineert) structureel
smeergeld eist van ondernemingen die ook een graai uit
de lucratieve pot willen halen. Halliburton wordt in de
volksmond dan ook Halibaba genoemd (van de veertig rovers,
ja).
De Amerikaanse activistenschool Ruckus Society heeft
inmiddels een kaartspel in de verkoop met de koppen van
de 52 grootste war profiteers erop [6]. De opbrengst gaat
naar acties tegen de bezetting van Irak.
Bij Uitgeverij Seven Stories is zojuist het boek "Iraq
Inc. - A Profitable Occupation" uitgekomen, dat voornamelijk
geschreven is door medewerkers van Corpwatch [7].
Corpwatch heeft een speciale afdeling "War Profiteers"
op de website, waar handige 'company profiles' te lezen
zijn en artikelen over graaiende bedrijven in uiteenlopende
oorlogen. Niet alleen Irak blijkt immers een lucratieve
oorlog op te leveren (dat wil zeggen: de lokale bevolking
en de belastingbetaler betalen de prijs, de bedrijven
strijken de winst op). Ook in Darfur liggen de bedrijven
alweer op de loer, blijkt uit het stuk "Darfur Diplomacy:
Enter the Contractors" [8]. Dat artikel gaat vooral
over Dyncorp Corporation, een bedrijf dat gespecialiseerd
is in het 'assisteren van vredesoperaties' en eigenlijk
een geprivatiseerd interventieleger is. Oorlogen als die
in Afghanistan en Irak worden in toenemende mate uitgevoerd
door bedrijven. De balans is zover doorgeslagen dat er
nu gemord wordt in de hoogste kringen van het Amerikaanse
leger volgens het blad Defense Daily [9].
Op de website van de Britse evenknie Corporatewatch [10]
vinden we vermelding van een onderzoek van de ngo's GRAIN
en Focus on the Global South waaruit blijkt dat de VS
ook bezig is om in Irak een wettelijk verbod op hergebruik
van (gepatenteerde) zaden door boeren in te stellen. Daardoor
zullen zij gedwongen worden om hun zaaigoed af te nemen
van multinationals als Syngenta of Monsanto [11]. "The
US has been imposing patents on life around the world
through trade deals. In this case, they invaded the country
first, then imposed their patents. This is both immoral
and unacceptable," said Shalini Bhutani, one of the
report's authors.
Het zal vast toeval zijn dat de cd-speler net nu ik dit
artikel (over)schrijf De Amerikaanse zanger Gill Scott-Heron
laat horen die zijn lied "A Poem for Peace"
inleidt met de ironische constatering dat "The only
thing wrong with Peace, is that you can't make no money
from it."
"The Military and the Monetary,
they get together whenever they think its necessary,
they've turned our brothers and sisters into mercenaries,
they are turning the planet, into a cemetery." [12]
Noten:
[1] "Verkiezingen in de VS: Voor Wat Hoort Wat"
(http://www.globalinfo.nl/article/articleview/443/1/1/)
[2] Zie bijvoorbeeld de opzienbarende VPRO-documentaire
over Carlyle "De IJzeren Driehoek" (http://www.globalinfo.nl/article/view/285)
[3] "James Baker's Double Life," Klein, The
Nation van 1 november 2004. Het artikel verscheen al op
12 oktober op de website (http://www.thenation.com/doc.mhtml?i=20041101&s=klein).
Voor een bewerkte Nederlandstalige versie verscheen in
De Groene, zie: "Het dubbelleven van James Baker,
Klein, 22 oktober 2004(http://www.groene.nl/2004/0443/nk_klein.html)
[4] "Carlyle Covers Up," Klein, The Nation van
15 november 2004. Op de website verscheen het al op 28
oktober (http://www.thenation.com/doc.mhtml?i=20041115&s=klein).
[5] "Kuwait documents allege Halliburton bribe scandal,"
van 11 november 2004 (http://www.corpwatch.org/article.php?id=11664).
[6] Het kaartspel is te zien en op te halen bij: http://ruckus.org/warprofiteers/
[7] Http://www.corpwatch.org/article.php?id=11583
[8] Http://www.corpwatch.org/article.php?id=11598
[9] Http://www.corpwatch.org/article.php?id=11643
[10] Http://www.corporatewatch.org
[11] Http://www.corporatewatch.org/news/carnage.htm
[12] Http://www.zmag.org/Songs/workforpeace.htm
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) Angst voor Big Bang in textielsector
(door Chris Peeters)
De textielsector is in rep en roer in afwachting van
de 'Big Bang', als op 31 december aanstaande de 'Agreement
on Textiles and Clothing' (ATC) afloopt [1]. Pogingen
van vele partijen om het quotaregime voor de import van
textiel en kleding te verlengen, zijn tot op heden op
niets uitgelopen. Een aantal landen [2] vreest voor de
economische gevolgen van het verdwijnen van de ATC en
op hun verzoek vergaderde de WTO-goederenraad op 26 oktober
(opnieuw) over maatregelen om hier iets aan te doen. Turkije
deed suggesties om de gevolgen te verzachten [3], zoals
het instellen van een monitor om marktverstoringen te
ontdekken of van een veiligheidsmechanisme dat vanzelf
in werking treedt bij marktverstoringen. Maar de WTO-leden
werden het niet eens. Op 25 november wordt de discussie
vervolgd.
Een recent WTO-rapport versterkt het vermoeden dat vooral
China en India zullen gaan profiteren van het verdwijnen
van het quotasysteem [4]. Landen als Pakistan, Bangla
Desh en Sri Lanka - sterk afhankelijk van de textielexport
- gaan tot de grote verliezers behoren. Een recent Unctad-rapport
pleit voor steunmaatregelen voor de verliezers [5]. Op
het WTO-overleg over minst ontwikkelde landen op 29 oktober
pleitte Tanzania voor preferentiële tarieven en oorsprongsregels
[6] en voor grotere Zuid-Zuid-markttoegang [7]. Zulke
maatregelen bieden echter geen zicht op een alternatief
exportproduct. Textiel is immers bij uitstek (doordat
het weinig kapitaal en technologie vereist) een makkelijk
exportproduct voor weinig ontwikkelde landen. Die arme
landen pleitten bij het afsluiten van de Uruguay-ronde
in 1995 juist voor het afschaffen van de quota, omdat
de rijke landen die gebruikten om hun markt af te schermen.
Maar ja, toen was China nog geen lid van de WTO (dat is
het pas sinds twee jaar). Wellicht was anders gekozen
voor het continu verhogen van de quota.
Massa-ontslagen
De ontwikkelingen werpen hun schaduw al vooruit. Een
woordvoerder van een klein textielproducerend land meldde:
"Fabrieken worden gesloten en mensen ontslagen omdat
orders vooruit worden geboekt en sommige bedrijven hun
orders al naar China verplaatsen" [8]. Enkele van
de grote Chinese producenten hebben al van hun klanten
te horen gekregen dat ze rekening moeten houden met 10%
grotere orders. Uit de berichtgeving is overigens onduidelijk
wáárom landen zich niet hebben voorbereid
op het einde van de ATC, terwijl ze toch wisten dat dat
er aan zat te komen. Waarom zijn in China wel moderne
textielfabrieken neergezet, maar in Bangla Desh niet?
Mogelijk hebben Westerse (VS) bedrijven hun (moderne)
productie juist naar China verplaatst mede in verband
met de reusachtige Chinese markt [9].
Chinese exportvloed?
Er zijn brede coalities ontstaan om de opmars van de
Chinese export te temperen.
Vertegenwoordigers van de Amerikaanse textielindustrie
overlegden in september met textielgroepen uit 13 landen.
Op 12 oktober kondigden Amerikaanse textielgroepen (zoals
de National Council of Textile Organisations) aan dat
ze bij het Commitee for the Implementation of Textile
Agreements (CITA) bescherming wilden vragen op basis van
de afspraken die met China zijn gemaakt toen het land
tot de WTO toetrad [10]. Ter afhandeling van een van de
eisen vroeg het CITA op 3 november aan belanghebbenden
om specifieke informatie over de Chinese exportsector
van broeken [11]. China heeft al aangekondigd eventueel
bij de WTO in beroep te gaan en dreigt met verslechtering
van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Er staat veel
op het spel! Sommige Chinese bronnen suggereren echter
dat de soep niet zo heet wordt gegeten, omdat China al
snel tegen zijn grenzen zal oplopen vanwege verwachte
tekorten aan elektriciteit of grondstoffen. China stelt
ook: "Wij hebben al meer dan veertig jaar niet kunnen
profiteren van ons comparatief voordeel in textiel. Als
de WTO deze sector anders behandelt als andere zal dat
grote invloed op andere onderdelen van de DOHA-ronde hebben
[12].
Een bijzonder probleem is de waarde van de Chinese munt.
China wordt er wereldwijd van beschuldigd deze kunstmatig
laag te houden om zijn export te bevorderen. De invloed
van een afgedwongen revaluatie op de textielimport is
onbekend.
Tegenstrijdige bedrijfsbelangen VS
In de VS bestaan tegenstrijdige belangen. Textiel- en
kledingproducenten zijn natuurlijk bang voor een vloedgolf
van goedkope import. De productie wordt flink beschermd
met importtarieven omdat die met name werkgelegenheid
oplevert in economisch zwakke gebieden [13]. De Amerikaanse
bedrijven die in China geïnvesteerd hebben, willen
van daaruit natuurlijk ook de Amerikaanse markt bedienen.
En de Amerikaanse kledingverkopers willen profiteren van
de goedkope Chinese leveranciers. Zij verzetten zich daarom
krachtig tegen het verlengen van de ATC en herinneren
hun regering eraan dat die heeft toegezegd geen voortijdige
importblokkades op te werpen. Zij hebben last van het
quotasysteem. "Het is idioot; 80% van onze kleding
komt uit 20% van de landen die ons leveren. Maar door
het quotasysteem moeten we ook in allerlei andere landen
inkopen", aldus een vertegenwoordiger van VS-kledingketen
"Children's Place"[14]. Zoals in veel sectoren
is de macht van de detailhandel ook in de textiel sterk
gegroeid. De Amerikaanse regering moet schipperen tussen
die tegenstrijdige belangen.
Versterking EU-concurrentiekracht
Ook de EU bereidt zich voor op het ATC-einde. De Commissie
stuurt een voorstel naar de lidstaten om per 1-1-2005
alle textiel- en kledingquota op te heffen [15]. De EU
zal de ontwikkeling van de Europese import uit China in
de gaten houden [16]. Het nieuwe systeem voor handelspreferenties
dat de EU onlangs vaststelde werpt voorlopig een (kleine)
hinderpaal op voor de Chinese textiel- en kledingexport
naar de EU [17]. Maar tariefpreferenties zullen op den
duur echter worden uitgehold [18], dus wil de EU op een
andere manier de invoer van textiel en kleding uit arme
landen die sterk van deze export afhankelijk zijn, ondersteunen
(zoals door simpelere oorsprongsregels). Om de Europese
textiel- en kledingsector verder te beschermen tegen de
aanstormende Chinese en Indiase import heeft de Commissie
een zeven-stappen-plan gelanceerd om haar concurrentiekracht
te vergroten [19]. De stappen zijn een concrete uitwerking
voor deze sector van de Lissabon-doelstelling om de Europese
economie de meest concurrerende ter wereld te maken: verbeter
research en vernieuwing, om een technologische doorbraak
bij het maken van kleding te bereiken en voor het ontwikkelen
van ecologisch efficiënte productieprocessen. De
Europese textielproducenten moeten zich concentreren op
producten met een hoge toegevoegde waarde. Ook doet de
commissie voorstellen voor levenslang leren, een reservefonds
voor noodsituaties in de sector, het beschermen van intellectuele
eigendom en markttoegang.
Toekomstbeeld
Critici denken dat het textielregime na de ATC alleen
maar nieuwe handelsbarrières zal kennen, zoals
ingewikkelde oorsprongsregels, veiligheidsmaatregelen
tegen marktverstoring, regionale samenwerkingsverbanden
zoals Euromed [20], nabijheidseisen en hogere tariefmuren.
Ahmad (zie noot 4) stelt dat voor de VS en de EU het quotasysteem
zijn waarde heeft verloren en ze dit door de andere beschermingsmaat-regelen
kunnen vervangen.
Die moeten gericht worden op een nieuwe verdeling van
de markt:
a/ in de VS en de EU blijven vooral de kapitaalintensieve
bedrijven met hoge toegevoegde waarde gevestigd;
b/ in hun omgeving (Noord-Afrika, Mexico) worden in fabrieken
van buitenlandse investeerders modegevoelige producten
gemaakt, waarvoor snelle leverantie belangrijk is;
c/ uit India komen de grovere massaproducten;
d/ uit China komen de massaproducten die technisch veeleisender
zijn, deels gemaakt in fabrieken van buitenlandse investeerders.
Het is moeilijk om een progressief alternatief voor het
opheffen van het quotasysteem te ontdekken. Er is geen
NGO-campagne voor verlenging van het quotasysteem en gegeven
het enorme belang van de textielsector voor arme ontwikkelingslanden
is dat merkwaardig. Oxfam, dat bij 'suiker' een wereldwijd
quotasysteem voorstaat, pleit bij textiel voor verzachtende
maatregelen (zie noot 1). Welke verzachtende maatregelen
er ook genomen worden (en die verdienen zeker steun),
in veel LDC's zal deze sector zal onvermijdelijk zware
klappen krijgen. Het enige alternatief lijkt een quotasysteem
te zijn, maar dat is op dit moment politiek niet haalbaar.
Noten:
[1] Dit artikel is een vervolg op "Opgenaaid; woelige
tijden in de textielsector door aflopen ATC" in WTO.ZIP
nr. 46 van 22 juni 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040622--00(46).htm).
De ATC had als doel het uitfaseren van de sinds 1974 onder
het Multivezelakkoord ingestelde quota voor de kleding-
en textielsector, om die zo onder de algemene WTO-regels
te brengen. Zie ook: "Kader over MVA" in "Kleding
en textiel in de Europese Unie: reactie op de afloop van
het Multi Vezel Akkoord," door Esther de Haan, in
WTO.ZIP nr. 41 van 9 december 2003 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/031209--00(41)).
[2] Bangla Desh, de Dominicaanse Republiek, Fiji, Madagascar,
Mauritius, Sri Lanka en Uganda - ondersteund door Jamaica,
Nepal en Mongolië. Deze landen vroegen de WTO de
gevolgen van de quota-opheffing te onderzoeken en om voorstellen
te doen om de negatieve effecten tegen te gaan.
[3] In zijn voorstel herinnerde Turkije er aan dat met
het opheffen van het quotumregime voor een aantal producten
in 2002, het aandeel van China op de Amerikaanse markt
van deze producten met 800% steeg, en de prijs met ca
60% daalde. Zie "Textile consultations deadlocked",
Bridges Weekly Trade News Digest vol. 8 nr. 36 van 27
oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-27/index.htm).
De aanpassing aan het beëindigen van de ATC is nog
groter doordat de rijke, importerende staten zich weliswaar
hielden aan de afgesproken percentages waarmee ze het
aantal quota moesten verminderen, maar de omvangrijkste
en belangrijkste quota tot het laatst in stand hielden.
De arme textielexporteurs hebben hun economieën daardoor
onvoldoende aangepast.
[4] "The Global Textile and Clothing Industry post
the Agreement on Textiles and Clothing," door de
Textiles Monitoring Body van de WTO (http://www.wto.org/english/tratop_e/texti_e/texti_e.htm).
Overigens worden er forse vraagtekens bij de conclusies
geplaatst. Zie bijv. "Hard Facts and the Way Forward
in the Textiles and Clothing Trade," door Munir Ahmad,
in Bridges Monthly Trade News Digest van september 2004
(http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES8-8.pdf).
Ook de Wereldbank meent dat het WTO-rapport met een korreltje
zout moet worden genomen. Zie ook: Chakravarthi Raghavan:
"A willing-to-hit, afraid-to-wound WTO-study on the
ATC?," in SUNS 5636 van 12 augustus 2004 (http://www.twnside.org.sg/title2/5636a.htm)
en idem "CTG to discuss ATC integration process,
post-ATC adjustment," in SUNS5653 van 24 september
2004 (http://www.twnside.org.sg/title2/5653a.htm).
[5] "Assuring Development Gains from the International
Trading System and Trade Negotiations: Implications of
ATC Termination on 31 december 2004," door het secretariaat
van de Unctad, van 30 september 2004 (http://www.unctad.org/en/docs//tdb51crp1_en.pdf).
[6] Oorsprongsregels moeten ervoor zorgen dat handelsvoordelen
ook werkelijk terecht komen bij de landen waarvoor ze
bedoeld zijn (en dat niet bijvoorbeeld een slimme Chinese
kledingexporteur zijn producten via Bangla Desh verscheept).
In het oorsprongsland moet minimaal een zekere waarde
aan het product zijn toegevoegd. Zeker voor textiel en
kleding - waar nogal veel met producten wordt gesleept
- kan dat veel last opleveren. Simpeler oorsprongsregels
kunnen bijvoorbeeld inhouden dat als een product maar
in Afrika is gemaakt, de preciese oorsprong niet meer
belangrijk is.
[7] Pas na grote druk van LDC's, andere ontwikkelingslanden
en Duitsland waren India, China, Brazilië en Hongkong
bereid het verzoek om een studie hiernaar aan hun regeringen
over te brengen. Zie "LDCs discuss upcoming textile
and clothing transitions," Bridges Weekly Trade News
Digest vol. 8 nr 37 van 3 november 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-11-3/story2.htm).
Brazilië vreest misschien dat maatregelen met betrekking
tot textiel ook zullen worden voorgesteld voor suiker
en katoen. "Adjustment issues relate to many of the
agreements and the trade liberalization process and should
be addressed in a cross-cutting horizontal way,"
in "Looking for ways for consultation on ATC adjustment
questions," door Chakravarthi Raghavan, in SUNS 5659
van 3 oktober 2004.
[8] "Insurgence grows against unbridled global textile
trade due in 2005," door AFP Geneve, van 30 september
2004 (http://www.turkishpress/news.asp?ID=29054).
[9] Uit de verhouding tussen loonhoogte en productiviteit
is dit niet te verklaren; terwijl de lonen van Chinese
arbeiders hoger zijn dan die van hun Indiase of Bengaalse
collega's, is de productiviteit juist lager (volgens een
recent IMF-rapport over de textielsector).
[10] Volgens bilaterale afspraken kan bij (dreigende)
ernstige marktverstoring import uit China drastisch beperkt
worden. China stelt echter dat eerst moet zijn aangetoond
dat de markt werkelijk verstoord is. De eis tot bescherming
betrof 15 van de 91 productcategoriën waarvan de
quota op 31 december 2004 zullen verdwijnen. Ze werd behalve
door Amerikaanse groepen ondersteund door de 'Global Alliance
for Fair Textile Trade', een groep van 96 textiel- en
kledinghandelsorganisaties uit 54 landen, die al eerder
had aangedrongen op verlenging van het ATC-regime. Zie
"US textile groups file safeguards against Chinese
imports" in Bridges Weekly Trade News Digest nr.
34 van 13 oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-13/story7.htm)
en "WTO members brace for textile quota liberalisation"
in Bridges Weekly Trade News Digest nr. 33 van 6 oktober
2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-06/story4.htm).
[11] 'Geïnteresseeerde partijen' moeten voor aanstaande
3 december informatie opsturen over vragen als: "Heeft
China overcapaciteit om broeken te exporteren, of overcapaciteit
die makkelijk kan worden omgezet om broeken te maken,
of kan het makkelijk extra capaciteit installeren."
Daarna beslist het Committee binnen 60 dagen of China
de VS-broekenmarkt dreigt te verstoren. Zo ja, dan moet
de VS-regering met China overleggen om die verstoring
te verzachten of op te heffen. Zie "Sollicitation
of Public Comments on Requist for Textile and Apparel
Safeguards on Imports from China," door CITA van
3 november 2004 (http://otexa.ita.doc.gov/FR_CITA_acceptance_110304.pdf).
[12] Zie Rhagavan, in noot 7.
[13] Het totale aandeel in de Amerikaanse werkgelegenheid
van textiel en kleding is slechts 2% maar neemt 83% van
de totale kosten van importbescherming voor zijn rekening.
Zie: "Extending ATC may unravel UR accords, endanger
Doha talks," door Chakravarthi Raghavan, in SUNS5657
van 30 september (http://www.twnside.org.sg/title2/5657a.htm).
[14] In: "Hanging by the Thread: Textile factories
throughout Asia face extinction as a long-standing global
trade pact is set to expire," door Aravant Adiga,
van 26 oktober 2004 (http://www.time.com/time/asia/magazine/printout/0,13675,501041101-733844,00.html).
Een belangrijke Amerikaanse kledingverkoper dreigde al
geen kleding in Bangla Desh te zullen inkopen als dat
land zijn eis voor het verlengen van de ATC niet intrekt.
Zijn belang was duidelijk: hij dreigde failliet te gaan
omdat de klanten hun blouses bij Wall Mart een paar dollar
goedkoper konden krijgen! Uit: "Retailers weighing
in on WTO Textiles Dispute," door Forrest Laws, 24
september 2004. Deze strijd tussen producenten en verkopers
is kenmerkend voor de steeds grotere macht van de (steeds
meer geconcentreerde) detailhandel binnen de productieketen,
die ook zichtbaar is binnen de agrobussiness.
[15] "Textiles: EU prepares for WTO textiles and
clothing quota elimination from 1 January 2005,"
Dgtrade van de EU, van 26 oktober 2004 (http://europa.eu.int/comm/trade/issues/sectoral/industry/textile/
pr261004_en.htm).
[16] Op 6 mei jl. heeft de EU met dit doel een overeenkomst
met China getekend voor een dialoog over de textielhandel.
Zie: "Textiles: Commission takes seven actions to
help EU textiles industry ahead of 1 January 2005,"
DGtrade of the EU van 13 oktober 2004 (http://europa.eu.int/rapid/pressReleasesAction.do?
reference=IP/04/1206&type=HTML&aged=0&language=EN&guiLanguage=en).
[17] De vrijstelling van importheffing voor goederen uit
ontwikkelingslanden op basis van het algemeen preferentiesysteem
wordt beperkt voor goederen waarvan de totale export naar
de EU meer dan 15% (voor de textielsector 12,5%) is van
de totale buitenlandse import. Aangezien van de totale
EU-textielimport meer dan 30% uit China komt, moeten Chinese
fabrikanten dus hogere heffingen gaan betalen. Aldus het
NRC van 21 oktober 2004 in "Hogere heffingen EU op
textiel China." Waarschijnlijk zal ook de Indiase
textielexport naar de EU snel onder deze bepaling vallen.
De bepaling roept zeer waarschijnlijk discussie op over
differentiatie tussen ontwikkelingslanden bij handelsregels,
een zeer gevoelig onderwerp bij WTO-onderhandelingen over
'special and differential treatment.'
[18] doordat in het kader van de WTO-onderhandelingen
de - nu nog relatief hoge - importtarieven op textiel
en kleding zullen worden verlaagd; dat is immers ook in
het belang van de buitenlandse investeerders in lage-lonen-landen.
[19] Zie: "European Commission presents textiles
and clothing plan," Bridges Weekly Trade News Digest
vol. 8 nr. 35 van 20 oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-20/story3.htm).
De Commissievoorstellen zijn een reactie op het rapport
van de 'High level group for textiles and clothing' (zie
noot 1). Deze groep presenteerde op 30 juni 2004 zeven
aanbevelingen om de concurrentiekracht van de EU-textielindustrie
te versterken: "European textiles and clothing in
a quota free environment" (http://europa.eu.int/comm/enterprise/textile/documents/hlg_report_30_06_04.pdf).
[20] Hier zijn de lopende vrijhandelsbesprekingen bedoeld
tussen de EU en diverse Middellandse Zeelanden.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F) De investeringstak van de Wereldbank - IFC - verandert
haar beleid
Het streven is echter nog steeds winst, niet armoedehalvering
(door Filka Sekulova [1])
Een langdurige en hevige strijd tussen ontwikkelingslanden
en ontwikkelde landen over een WTO-investeringsakkoord
leidde in juli dit jaar tot uitstel van de onderhandelingen.
Ondanks het resultaat van dit gevecht binnen de WTO ziet
de Wereldbank er niet van af door te gaan met haar investeringspraktijken
[2]. De International Finance Corporation (IFC), haar
investeringstak [3], blijft projecten financieren gericht
op "het stimuleren van duurzame investeringen in
de particuliere sector van ontwikkelingslanden ter ondersteuning
van armoedereductie en verbetering van het leven van de
mensen." Een toenemend aantal civil society-organisaties
bekritiseert echter de schadelijke gevolgen van deze projecten
op milieugebied en op de levensomstandigheden van de bevolking
daar. De beleidswijziging die de IFC recentelijk ondergaat
verandert daar niets namelijk aan.
Behalve dat de International Finance Corporation zelf
een grote globale financierder is, ondersteunt ze particuliere
ondernemingen door het verschaffen van leningen en door
de aankoop van aandelen (equity stocks). Daarnaast 'regelt'
de IFC ook leningen van particuliere banken voor ondernemingen.
Zelfs als de IFC niet het grootste deel voor zijn rekening
van de financiering van een bepaald project, dan nog zien
vele financiële instellingen de deelname van de Bank
als een teken van de 'economische en sociale levensvatbaarheid'
van dat project en beschouwen het als 'groen licht' voor
aanvullende financiering [4].
Standaards en besluitvorming
Goedkeuring van de IFC-leningen wordt gedaan door het
Directiebestuur van de Wereldbank (WB Board of directors)
die grotendeels aangesteld is door de G7-landen. De financiële
criteria en uitvoeringsnormen van de IFC worden in toenemende
mate overgenomen door andere grote financiële instellingen.
De Citibank, Bank of America en ruim twintig andere zeer
grote commerciële banken, ook wel de Equator Principles
Banks, zijn overeengekomen om haar normen voor milieunormen
en sociale normen te gebruiken [5]. Daarbij hebben vele
exportkrediet-agentschappen besloten om de IFC standaards
maatgevend te laten zijn voor die van henzelf.
Winstmaken en 'pro-armen' ontwikkeling
De IFC lijkt uit te gaan van de vooronderstelling dat
armoedereductie onvermijdelijk voortvloeit uit investeringen
in de particuliere sector. Het is echter zeer de vraag
of het ontwikkelingsconcept van de IFC gebaseerd is op
een analyse van de prioriteiten van arme mensen en of
haar financierings- en adviseringswerk voldoende gericht
is op het begunstigen van hen. Tegelijkertijd blijft het
opleveren van winst een van de hoofdcriteria dat de IFC
hanteert bij de evaluatie van projecten [6].
In de jaarverslagen van de IFC staan vele projecten vermeld
met twijfelachtige ontwikkelingsresultaten. Een paar voorbeelden
daarvan zijn Coca Cola-fabrieken in Azerbeidzjan, Domino
Pizza in Zuid-Afrika, luxe hotels op de Maldieven, dure
privéscholen in Uganda, bloementeelt in hongerend
Afrika en bio-industrie (varkens) in China. De IFC geeft
niet aan wat de positieve ontwikkelingsresultaten zijn
die voortkomen uit deze investeringen, maar het is wel
duidelijk dat veel van de IFC-investeringen niet de belangen
dienen van de armsten en de meest gemarginaliseerden,
en dat ze niet uitgaan van het verminderen van de ongelijkheid
tussen arm en rijk [6][7].
Transparantie en sanktionering
Vaak houdt de IFC informatie achter voor het publiek
omdat het daarbij zou gaan om "vertrouwelijke bedrijfsinformatie"
of omdat het vrijgeven ervan de concurrentiepositie van
het bedrijf zou schaden [6]. Zo heeft de IFC geen sankties
opgelegd aan de eigenaren van een door de IFC gefinancierde
goudmijn in Kirgezië ondanks het feit, dat het bedrijf
weigerde mee te werken aan een openbaar onderzoek naar
twee gifschandalen. Het bedrijf wordt verantwoordelijk
gehouden voor het niet tijdig inlichten van de autoriteiten
bij twee snelwegongelukken (in 1998 en 2000) waarbij het
giftige natriumcyanide vrijkwam. Dit leidde tot een (onnodig)
hoog aantal doden en gewonden. De IFC dwong het bedrijf
evenmin om hun rampenaktieplan openbaar te maken.
Begeleiding en bewaking
De IFC heeft nooit voldoende geld en bestuurlijke capaciteit
ingezet ten behoeve van supervisie bij en monitoring van
projectuitvoering, maar ook niet om te kunnen voldoen
aan de eisen van het door de Wereldbank gevoerde beleid.
De Wereldbank heeft onvoldoende investeringsmedewerkers
die op de hoogte zijn van het IFC-beleid, en de IFC heeft
te weinig stafleden om de ruim duizend bedrijven te kunnen
volgen die ze steunt [8].
Conflicterende belangen
Het recente samengaan van IFC-afdelingen met die van
de Wereldbank leidt ertoe dat degenen die regeringen adviseren
over privatiseringsstrategieën ook diegenen zijn
die met bedrijven praten over investeringsplannen in dezelfde
sectoren! Zij die daar het meeste voordeel bij hebben
zijn transnationale ondernemingen, zoals de rijkste onder
die groep: Rio Tinto, Citibank, Marriott en ExxonMobil.
Gevolgen voor mensenrechten en het milieu
Een aanzienlijk deel - 14 to 17 % - van de IFC-investeringen
van de laatste paar jaar vindt zijn weg naar de 'extractive
industries', zoals mijnbouw en oliewinning [9]. Die investeringen
worden veelal gedaan in landen met onvoldoende regelgeving
en voorzieningen op het gebied van milieubescherming hetgeen
gemakkelijk kan leiden tot milieuproblemen. Verder gaat
het om een sector met potentieel grote negatieve sociale
gevolgen, variërend van inbreuk op mensenrechten
tot het vergroten van de kloof tussen rijk en arm.
IFC advies, financiering, training en technische ondersteuning
aan bedrijven en regeringen gericht op privatisering van
diensten (en vooral openbare voorzieningen) leidt in toenemende
mate tot negatieve sociale gevolgen en milieuproblemen.
Zo was de instelling verantwoordelijk voor het ontwerp
voor de mislukte waterprivatisering in Manilla dat de
Filippijnse regering 6,2 miljoen dollar kostte. De bevolking
van Manilla kampt ondertussen met een hoge waterprijs,
een lage en onbetrouwbare waterkwaliteit, een lek buizenstelsel
en verspild water, maar ook - in bepaalde wijken - met
een blijvende bacteriële besmetting in de toevoer
die leidt tot maag- en darmziekten [10].
Beleidsherziening
Op dit moment is een omvangrijk herzieningsproces gaande
dat betrekking heeft op de eisen voor milieu en sociale
uitgangspunten bij de financieringen van de IFC. De herziene
standaards zullen een vergaande invloed hebben op het
soort beslissingen en op het resultaat van investeringen
in een groot aantal ontwikkelingslanden. Vele zaken zullen
daarvan afhankelijk zijn, zoals de handhaving van de rechten
van inheemse volkeren, de mate van uitstoot van broeigassen,
de omvang van beschermde 'habitats' en naleving van mensen-
en arbeidsrechten.
Belangrijke tekortkomingen
De voorgestelde beleidswijzigingen hebben grote tekortkomingen.
Nergens wordt de verantwoordelijkheid ten aanzien van
plaatselijke gemeenschappen en kwetsbare groepen aangehaald,
of duidelijkheid gegeven over de bindende vereisten waaraan
clienten (particuliere ondernemingen) moeten voldoen.
Een andere tekortkoming is dat de weergave van verantwoordelijkheden
ten aanzien van milieu en sociale omstandigheden niet
aangeeft welke rekenschap (accountability) clienten van
de IFC moeten afleggen. Verder is er geen duidelijkheid
onder welke voorwaarden de IFC een project zal afwijzen.
Behalve dat het voorgestelde beleid de internationale
wettelijke verplichtingen van de Wereldbank ondermijnt,
is de beleidstoepassing van alle IFC-operaties ook onzeker
en - zeer belangrijk - zijn de bestaande garantierichtlijnen
[11] verzwakt [12].
NGO boycott en publieke aktie
In antwoord op de talrijke tekortkomingen van de voorgestelde
IFC-leenstandaards, de versnelde consultatieprocedures
en de geringe aandacht voor aanbevelingen en eisen van
inheemse volkeren en 'civil society' worden de consultaties
over de beleidsherziening door vele NGO's geboycott [13].
De macht en de impact van de IFC is zondermeer enorm
groot en moeilijk aan te pakken. De NGO consultatieboycott
is een simbool van de groeiende frustratie van 'IFI-watchers'
[14] over het gebrek aan rekenschap en gebrek aan vooruitgang
naar meer demokratische verhoudingen in de IFC en betere
sociale en milieurelevante uitgangspunten van beleid.
Een zinvolle manier, echter, om te proberen radikale verandering
te weeg te brengen binnen de instelling is door haar obligaties
('bonds') [15], de belangrijkste inkomensbron, op de korrel
te nemen. 90 % van het IFC-inkomen wordt gegenereerd door
de verkoop van obligaties op de financiële markten.
Deze obligaties worden vaak aangekocht door publieke instellingen.
Universiteiten, gemeentes, kerken, vakbonden en pensioenfondsen
zijn over het algemeen niet bewust van de potentiële
macht die uitgaat van een publiek gemaakte boycott van
het aankopen van obligaties [16]. Omdat financiële
markten gebaseerd zijn op vertrouwen, geldt: hoe meer
publieke instellingen verklaren dat IFC-obligaties niet
duurzaam zijn, hoe groter de 'schade' aan de waarde (rating)
ervan en hoe kleiner de bereidheid van investeerders om
de financiële zekerheidspapieren van de Bank te kopen,
een bank die berucht is wegens het opdringen van neoliberaal
beleid aan ontwikkelingslanden.
Noten:
[1] Vertaald door Rob Bleijerveld.
[2] Meer over samenhang en afstemming van het beleid van
de Wereldbank (resp. IFC), het IMF en de WTO: "Harmonisation
and coherence: White knight or Trojan horses?" (http://www.brettonwoodsproject.org/article.shtml?cmd[126]=x-126-16735),
en "Circling the wagons: the World Bank IMF WTO coherence"
(http://www.brettonwoodsproject.org/article.shtml?cmd[126]=x-126-4423)
[3] "Mission Statement of the International Finance
Corporation," 2004 (http://www.ifc.org/ifcext/about.nsf/7afae2a79a656e70ca25692100069831/
d0e9906f064f418185256d03006fcfaa?OpenDocument). De andere
agentschappen uit de Wereldbankgroep zijn: the International
Bank for Reconstruction and Development IBRD, the International
Development Association IDA, the Multilateral Investment
Guarantee Agency MIGA and the International Centre for
Settlement of Investment Disputes ICSID.
[4] "A Handbook on the Office of the Compliance Advisor
Ombudsman of the International Finance Corporation and
Multilateral Investment Guarantee Agency," door Center
for Internationaal Environmental Law, september 2000 (http://www.ciel.org/Publications/CAOhandbook.pdf).
[5] Zie: http://www.equator-principles.com
[6] "Dubious Development, How the World Bank's Private
Arm is Failing the Poor and the Environment," door
FOE US, september 2002 (http://www.foe.org/camps/intl/worldbank/ifcreport).
[7] "Analysis of IFC's Role and Impact," by
Bretton Woods Project, september 2000 (http://www.ciel.org/Ifi/ifccaseanalysis.html).
[8] "IFC Annual Report," by IFC, 2000 (p. 69)
(http://www2.ifc.org/ar2000/index.htm).
[9] Volgens de IFC Jaarverslagen van 1995-1999. Pagina
met alle jaarverslagen op:
http://www2.ifc.org/publications/pubs/ar/ar.html
[10] "Will the World Bank Back Down," door Public
Citizen, april 2004. Voor regionale en landspecifieke
details over World Bankleningen betreffende drinkwater
en sanitatie van 2000-2004 (http://www.citizen.org/documents/worldbank2004.pdf)
Meer informatie: http://www.wateractivist.org
[11] De standaards voor milieu en social omstandigheden
mbt. de financiering van projecten tot nu toe.
[12] Zie: http://www.grrr-now.org/
[13] Ktitiek van civil society organisaties tav. proces,
en voorstellen aan de IFC: http://www.grrr-now.org/?action=showdoc&typedoc=1&menu=24
[14] IFI: International Financial Institutions.
[15] Financiële zekerheidspapieren die door banken
en bedrijven verkocht worden op de internationale financiële
markt om geld te genereren. Het geld komt van investeerders
die na een bepaalde periode terugbetaald worden inclusief
een vaste rente.
[16] Voor meer informatie, zie de website van de World
Bank Disinvestment Campaign, de Europese tak van het Global
World Bank Boycott Network: http://www.wbbeurope.org
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) Lamy kandidaat voor voorzitterschap WTO?
(door Rob Bleijerveld)
Vandaag (18 november) keurde het Europese Parlement het
nieuwe Barroso-team goed als aankomende Commissie. Daarmee
stopt volgende week de carrière van Pascal Lamy
als Commissaris voor Handel. Hij wordt opgevolgd door
Peter Mandelson waarover in de vorige nieuwsbrief al geschreven
is.
Lamy over de WTO
Lamy wil klaarblijkelijk bezig blijven met 'vrij'handelsbeleid
want hij overweegt zich kandidaat te stellen voor de funktie
van Directeur-Generaal van de WTO [1].
Voor de BBC doet hij al een inhoudelijke voorzet. Hij
vindt, dat de verantwoordelijkheid voor het beheer van
internationale handel niet uitsluitend bij de WTO zou
moeten liggen. "Ik denk dat andere organisaties zoals
de World Health Organisation, de International Labour
Organisation of globale milieuorganisations sterker zouden
moeten zijn zodat we niet de indruk wekken dat, omdat
het WTO-systeem zo sterk is, handelsregels boven standaards
voor milieu, gezondheid en sociale omstandigheden uitgaan,"
aldus Lamy [2]. Hij voegde daaraan toe dat hoe langer
die opvatting blijft bestaan, hoe moeilijker het wordt
voor makers van handelsbeleid om campagne te voeren voor
open markten.
Het is in het belang van de rijke staten om iemand op
de post van Dir.-Gen. WTO te hebben waar ze op kunnen
bouwen. Die voor hen de hete kastanjes uit het vuur zal
halen. Tenslotte kwam het tussentijdse akkoord van Geneve
(juli 2004) niet zonder slag of stoot tot stand en zal
er het komen de jaar heel wat druk en chantage nodig zijn
om de meeste neuzen weer één kant op te
laten wijzen.
Naar verwachting kan Lamy rekenen op steun van de EU (met
zijn vriend Mandelson aan het handelsroer) en de VS (ondanks
'strubbelingen' over concrete dossiers toch vijf jaar
van vruchtbare samenwerking met zijn andere vriend en
ex-handelsminister van de VS, Zoellick).
Reservebank
Een reservekandidaat voor Lamy is ex-voorzitter van de
Algemene Raad van de WTO, Perez del Castillo [3]. In de
aanloop naar de Ministerconferentie in Doha was hij degene
die - samen met de toenmalige voorzitter van de Landbouwraad
van de WTO - op zeer ondemokratische wijze de inhoud van
de concept-ministerstekst aan de arme WTO-lidstaten opdrong
[4]. Ook de namen van Shotaro Oshima, Japan's WTO ambassadeur,
en de Nieuw-Zeelander Tim Groser, huidig voorzitter van
de WTO Landbouwraad.
G-20
Ook de 'grote' ontwikkelingsstaten - de G20 - mengen
zich in de race. De naam van de voormalige Zuid-Afrikaanse
minister voor handel en industrie, Alec Erwin, is genoemd
(niet zelf aangemeld zoals hij beweert). Brazilie zet
zijn ambassadeur bij de WTO, Felipe Sexias Correa, in
die eerder optrad als onofficiële spreekbuis voor
de G20-groep.
G-90
Een kandidaat uit heel andere hoek is de minister voor
handel en buitenlandse zaken van Mauritius, Jaykrishna
Cuttaree [5]. Hij is op 29 oktober voorgedragen door de
ACP-staten. Hij was woordvoerder voor de Afrikaanse Unie
en de G-90-groep in Cancún.
Hoewel de 57 ACP-staten samen ruim eenderde van de WTO-lidstaten
vertegenwoordigen, denken waarnemers dat hij geen kandidaat
kan worden zonder de steun van de VS en EU. Daarmee lijkt
een gedeeld voorzitterschap zoals bij Moore-Supachai niet
onlogisch: twee jaar lang een kandidaat van de rijke staten
en twee jaar eentje van de arme of armste staten. Zo'n
deal zal echter wel wat kosten... (zoals de instemming
met de EPA en AGOA-plus voorstellen?).
Noten:
[1] "EU's Pascal Lamy to join the race for WTO top
job," Washington Trade Daily, van 26 oktober 2004
(http://www.tralac.org/scripts/content.php?id=3017).
De huidige Dir.-Gen. WTO, Supachai Panitchpakdi, treedt
naar verwachting in de herfst van 2005 af. Zijn opvolger
zal de ministersconferentie in Hong Kong voorzitten. In
mei 2005 zal de opvolger van Supachai gekozen worden.
[2] "Lamy bids farewell with call for trade reform,"
door Manuela Saragosa, BBC Europe, van 17 november 2004
(http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/4017155.stm).
[3] "Race heats up for WTO Director-General candidates,"
Bridges weekly trade news digest vol 8 nr 34, van 13 oktober
2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-13/WTOinbrief.htm).
[4] Zie: "Eerste ministeriële ontwerptekst voor
Cancún - Impasse or impossible?," WTO.ZIP
nr 24 van 1 augustus 2003 (http://www.globalinfo.nl/article/view/180)
en "Commotie in Genève, "door Kees Stad,
WTO.ZIP nr 28 van 3 september 2003 (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/202/).
[5] "ACP endorse candidacy of Mauritian trade minister
for WTO DG Position," Bridges Weekly Trade News Digest
Vol 8 nr 37 van 3 november 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-11-03/story4.htm)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) 12 Oktober-protesten tegen vrijhandelsakkoorden
in Midden-Amerika
(door Kees Hudig)
Op 12 oktober, de dag waarop voorheen gevierd werd
dat Columbus Amerika 'ontdekte', wordt door basisbewegingen
traditioneel gedemonstreerd tegen kolonisatie en ongewenst
regeringsbeleid. Dit jaar stonden in heel Midden-Amerika
de demonstraties met name in het teken van protest tegen
het regionale vrijhandelsverdrag CAFTA, dat op 28 mei
getekend werd.
In El Salvador werd vanaf twee punten geprobeerd op te
trekken naar de regeringsgebouwen in de binnenstad van
San Salvador, maar dat werd door 150 politieagenten in
rel(bestrijdings)uitrusting verhinderd. In Cuzcatlán
gebruikte de politie pepergas tegen demonstranten die
de Panamerikaanse snelweg gedurende twee uur hadden geblokkeerd.
Meer dan 500 mensen hielden een belangrijk wegenkruispunt
bezet in Sonsonate en ook in San Vicente werd drie uur
lang een autoweg geblokkeerd.
In Panamá-Stad deden ruim 1000 mensen mee aan
een demonstratie naar het Presidentiële paleis. Ze
protesteerden tegen de privatisering van de gezondheidszorg
en het onderwijs, en tegen het bilaterale vrijhandelsverdrag
met de VS. Bij de demonstratie sloten zich meer dan 100
leden aan van het Boeren Front tegen Dammen die 11 dagen
lang vanaf de bergen van Cocle gelopen hadden om te protesteren
tegen een dam die daar gebouwd dreigt te worden om het
Kanaal uit te breiden.
In Honduras kwamen 2000 Chorti-indianen bijeen bij de
ruïnes van Copán, waar ze de snelweg naar
Guatemala blokkeerden. De koepel van basisbewegingen CNRP
steunde de actie en organiseerde ook een grote demonstratie
in San Pedro Sula, de financiële hoofdstad van het
land. De demonstratie was gericht tegen CAFTA en het economische
beleid van de regering. Leden van verschillende inheemse
organisaties hielden een kleinere demonstratie in Tegucigalpa.
In Guatemala liepen zo'n 30.000 inheemse bewoners, boeren
en vakbondsleden in een demonstratie in de hoofdstad.
Ze eisten uitvoering van de bepalingen van het vredesakkoord
van 1996 en een beter ontwikkelingsbeleid voor het binnenland.
Protesterende leraren eisten het aftreden van minister
van onderwijs María del Carmen Acena. Boeren eisten
een einde aan de gewelddadige ontruimingen van bezette
stukken land, zoals op 31 augustus in Nueva Linda in Champerico,
Retalhuleu, gebeurde waarbij vele doden vielen. Ook op
andere plekken in het land werden demonstraties gehouden
en snelwegen geblokkeerd.
In Costa Rica demonstreerden zo'n 30.000 mensen ondermeer
tegen corruptie door politici en overheidspersoneel. Eerder
in augustus was Costa Rica toneel van een omvangrijke
stakingsgolf, die mede gericht was tegen het ondertekenen
van het CAFTA-vrijhandelsakkoord.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
I) Rien ne va plus...
(door Rob Bleijerveld)
Op 10 november deed het WTO panel een uitspraak over
Amerikaanse beperkingen op grensoverschrijdende dienstverlening
op het gebied van gokken en wedden door buitenlandse internetproviders.
Antigua en Barbuda, die deze zaak aanspande, werd in het
gelijk gesteld en het panel bepaalde dat de betreffende
Amerikaanse federale [1] en statelijke regels eerdere
afspraken over marktopening schenden die de VS afsloot
onder het GATS-akkoord [2]. Volgens handelsdeskundigen
kan deze uitspraak verstrekkende gevolgen hebben met betrekking
tot GATS-afspraken door WTO-lidstaten.
Misverstand
Volgens een woordvoerder van het Amerikaanse handelsministerie
komt het neer op een misverstand: volgens de VS valt 'gokken'
niet onder de categorie 'overige recreatieve diensten'.
Bij het vastleggen van het dienstenaanbod aan het einde
van de Uruguay Ronde zou de Clinton-regering de uitdrukkelijke
intentie hebben gehad om gokken uit te sluiten [3].
Verder zou het internetgokken en -wedden een probleem
vormen voor handhaving van de openbare orde en de bescherming
van de publiek. Afgezien van de hypocrisie uit dit land
waar met (internet)gokken veel geld wordt verdiend (en
verloren), kon ook dit argument de zaak niet redden bij
de WTO. De kwestie van 'openbare orde' en publieke moraal'
- die ook voorkomt in GATT- en GATS-bepalingen - had echter
volgens het panel met WTO-overeenkomstige maatregelen
afgedekt moeten worden. Daarnaast weigerde de VS in te
gaan op een eerder aanbod van Antigua om een bilaterale
of multilaterale oplossing te vinden.
De VS gaan in beroep.
Dit is de eerste uitspraak op dit gebied [4] en het is
nog de vraag wat dat gaat betekenen voor GATS-afspraken
en het proces van 'vraag en aanbod' dat nu plaats vindt.
Wellicht om niet teveel paniek te veroorzaken, benadrukte
het panel dat zijn conclusie direkt verband houdt met
de bijzondere omstandigheden in de VS. En de uitspraak
zou niet de WTO-lidstaten het recht ontnemen om gok- en
wed-activiteiten te reguleren, danwel te verbieden.
Nederland
Volgens de Amsterdamse advocaat mr Chr. Alberdingk Thijm
[5] zal de WTO-uitspraak een streep zetten door het Nedwerlandse
beleid voor kansspelen. Hier is gokken via internet officieel
verboden en heeft een tweetal instellingen een vergunning
voor het aanbieden van kansspelen (Lotto en Holland Casino).
Of buitenlandse internetproviders geweerd kunnen worden
is de vraag. Dat zal volgens Alberdingk Thijm afhangen
van de opheldering van minister Donner over zijn kansspelbeleid.
Het Nederlandse beleid is namelijk niet consequent. De
goklust moet worden beperkt, toch proberen de vergunninghouders
via de reclame zoveel mogelijk mensen naar het casino
te lokken. Dat zou wellicht onvoldoende reden zijn om
buitenlandse aanbieders buiten te blijven sluiten.
Collectieve Voorkeur geen oplossing
Helaas voor de VS (en in de toekomst misschien ook Nederland)
biedt het voorstel van aftredend handelsminister van de
EU, Lamy, hier geen uitkomst [6]. Hij stelde eerder dit
jaar voor dat een staat om bepaalde sociale, culturele
of andere collectieve redenen bepaalde importgoederen
of grensoverschrijdende dienstverlening zou moeten kunnen
weren, tegen alle afspraken in (Collectieve Voorkeuren
geheten). Het prijskaartje dat daar aan vast zit, is de
door de WTO vast te stellen sanktie voor de oneigenlijke
handelsbeperking...
Noten:
[1] Het gaat om ondermeer de Wire act, Travel act en Illegal
Gambling Business act. Uit: "Uitspraak WTO panel
over online gokken," door Thomas van Essen, 11 november
2004 (http://www.solv.nl/index.php?blz=3&bid=87#nid1341).
[2] Artikel XVI, GATS inzake inbreuk op publieke moraal
en openbare orde. Artikel XIV, GATS: bescherming tegen
fraude en bescherming van privacy.
[3] "WTO panel rules in favour of Antigua, Barbuda
in gambling dispute," Bridges Weekly Trade News Digest
Vol 8, Nr 39, van 17 november 2004.
[4] De paneluitspraak (WT/DS285/R): http://www.wto.org/english/tratop_e/dispu_e/285r_e.pdf
De GATS-tekst: http://www.wto.org/english/docs_e/legal_e/26-gats.doc
[5] "VS verliest geschil over gokverbod," Telegraaf
11 november 2004 (http://www.telegraaf.nl/i-mail/15532191/VS_verliest_geschil_over_gokverbod.html).
[6] Zie bijvoorbeeld "Lamy bids farewell with call
for trade reform," door Manuela Saragosa, BBC Europe,
van 17 november 2004 (http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/4017155.stm)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
J) Europese patentrichtlijn voor software (voorlopig)
van de baan
(door Rob Bleijerveld)
Een stemming onder Europese ministers over een richtlijn
voor softwarepatenten heeft zijn geldigheid verloren door
een wijziging van de stemverhoudingen per 1 november.
Volgens de Foundation for a Free Information Infrastructure
(FFII) is de gekwalificeerde meerderheid van mei 2004
verdwenen en zal de stemming over gedaan moeten worden
[1][2].
De Poolse regering die op 18 mei nog vóór
het wetsvoorstel stemde, liet op 16 november weten terug
te komen op die beslissing [3]. Ze is wel bereid om een
richtlijn te steunen die alleen uitgaat van het patenteren
van "computer-implemented inventions", maar
niet van de "Patentability of Computer-implemented
Inventions" richtlijn van mei die (ook) uitgaat van
het patenteren van computerprogramma's.
In mei had Polen nog te weinig stemkracht en zou stemonthouding
niet veel hebben betekend. Maar nu - na wijziging door
de EU van het aantal stemmen dat iedere lidstaat toegewezen
krijgt - heeft Polen er genoeg om de balans door te laten
slaan. Blijkbaar gingen de overige EU-lidstaten ervan
uit dat Polen ook nu in zou stemmen.
Volgens de NoSoftwarePatents campaign betekent deze stap
dat er te weinig steun overblijft voor het wetsvoorstel
en dat er geen gekwalificeerde meerderheid van voorstanders
meer mogelijk is.
Het wetsvoorstel staat op 25 november op de agenda van
de Raad voor Concurrentievermogen en wellicht ook binnenkort
op de agenda van de Raad voor Concurrentiebeleid.
De tegenstanders van de plannen om softwarepatenten in
de Europese Unie toe te
staan, zeggen dat dat slecht uitpakt voor innovatie. Softwarepatenten
zouden vooral grote bedrijven bevoordelen en gevreesd
wordt voor 'Amerikaanse toestanden', waarbij bedrijven
octrooi aanvragen voor simpele software-ideeën maar
met verstrekkende gevolgen. Zo is het 'one click'-systeem
gepatenteerd door Amazon en kan dat niet zondermeer door
andere programmateurs gebruikt worden.
Noten:
[1] "Stemming softwarepatenten niet meer geldig,"
door Maarten Reijnders, van 16 november 2004 (http://webwereld.nl/nieuws/20034.phtml).
[2] Voor achtergrondinformatie, zie: "Patentering
van software in de Europese Unie beperkt; Bolkestein en
Microsoft krijgen niet hun zin," WTO.ZIP nieuwsbrief
nr 39 van 31 oktober 2003 (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/254/)
en "Een patent idee?," WTO.ZIP nieuwsbrief nr
47 van 11 augustus 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040811--00(47).htm).
[3] "Polish rejection may derail E.U. patent directive,"
door Laura Rohde, IDG News, van 17 november 2004 (http://www.itworld.com/Man/2687/041117eupatent/)
en "Patent opponents claim success," ZDNET van
17 november 2004 (http://news.zdnet.co.uk/business/legal/0,39020651,39174217,00.htm).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
K) Kort en korter
Parlementair congres over WTO: steun voor vrijhandel?
Friends of the Earth Europe (FOEE) roept organisaties
in de Europese lidstaten dringend op navraag te doen bij
"hun" Europese Parlementsleden of die zullen
deelnemen aan "The Parliamentary Conference on the
World Trade Organisation" welke plaatsvindt van 24
tot 26 november. Deze conferentie wordt georganiseerd
door de Inter-Parliamentary Union (IPU) en heeft als doel
parlementaire steun te verwerven voor de neo-liberale
handelsagenda van de Europese Commissie bij de WTO-onderhandelingen.
De bedoeling van het IPU is om de conferentie af te sluiten
met een document voor Parlementaire Regels en een verklaring
waarin het Europese Parlement zich uitspreekt voor voortzetting
van het vrijhandelsbeleid. Deze twee documenten zijn bedoeld
om dit congres te formaliseren tot een jaarlijks terugkerende
gebeurtenis.
Het FOEE roept op om uit te zoeken wie er deel zullen
nemen aan de conferentie - de ledenlijst wordt namelijk
niet van te voren gepubliceerd. En om díe parlementsleden
voor deelname te interesseren die zich hard maken tegen
de bedrijfsvriendelijke handelsagenda van de Commissie
en het IPU. Het FOEE is van mening dat parlementaire betrokkenheid
bij de WTO-handelsbesprekingen uit moeten gaan van een
eerlijk en duurzaam handelssysteem.
NGO's kunnen als waarnemer deelnemen aan de conferentie
(geen spreekrecht), en kunnen daarom tijdens pauzes lobbyen.
Meer informatie: Kim Bizzarri (tel
Brussel: +32 (0)2 542 0189) en
http://www.europarl.eu.int/comparl/inta/conference_wto/2004_11/default_en.htm
http://www.europarl.eu.int/comparl/inta/conference_wto/2004_11/agenda_en.pdf
http://www.europarl.eu.int/comparl/inta/conference_wto/2004_11/rules_en.pdf
Voor de slotverklaring van de in 2003 gehouden (eerste)
Conferentie,zie:
http://www.ipu.org/splz-e/trade03/declaration.pdf
******************************
Cursus mondialisering in Haarlem
In december 2004, januari en februari 2005 organiseert
het Mondiaal Centrum op de woensdagavonden zes bijeenkomsten,
waarbij de wijze waarop de mondiale economie het leven
beheerst centraal staat. De cursus vormt de aftrap voor
een nieuw Haarlems initiatief. Het Mondiaal Centrum wil
komen tot lokaal netwerk van
organisaties en individuen die actief zijn op het gebied
van duurzaamheid, solidariteit en de multiculturele samenleving.
Dit netwerk organiseert nieuwe activiteiten en acties
waaronder debatten en lezingen.
Tijdens de zes cursusavonden staat steeds een ander onderwerp
centraal (de rol van de geld economie; op welke wijze
het milieu aan bod komt bij het beleid van de overheid;
de alternatieven voor de wijze waarop de economie nu is
georganiseerd; arbeidsverdeling en de invloed die andere
culturen op onze economie kunnen hebben).
Meer informatie: Mondiaal Centrum,
023-5423540 of arno@mondiaalcentrumhaarlem.nl
******************************
Actie oproep:
Stop Commissieplan om toe te geven aan WTO-druk over GM
Friends of the Earth Europe roept iedereen op om bij
de eigen regering aan te dringen om op 29 november tegen
het voorstel van de Commissie te stemmen gericht op het
verbieden van de ban op GM-voedsel en gewassen in 5 Europese
staten. De Commissie wil hiermee tegemoet komen aan de
dreiging van een WTO-conflict met de VS, Canada en Argentinië.
Stop de Commissie en eis dat het eigen beleid van regeringen
dat gebaseerd is op het voorzorgsprincipe gerespecteerd
wordt.
Meer informatie: http://www.bite-back.org
******************************
Europa en Afrika: In handel te delen?
Both ENDS, Novib en African Trade Network nodigen u uit
deel te nemen aan het Politiek Café DOOR DE BANK
GENOMEN op woensdag 24 november (Dudok, Hofweg 1a, Den
Haag; van 17.30 tot 19.15 uur).
Dit Politiek Café heeft als onderwerp de zogenaamde
EPAs (Economic Partnership Agreements) en vindt
gelijktijdig plaats met de 'Joint Parliamentary Assembly'
in Den Haag die parlementariërs en bestuurders van
Europa en de ACS-landen (Afrika, het Caribisch Gebied
en de Stille Oceaan) samenbrengt.
EPA's volgen uit de handelsrelatie die de Europese Unie
al decennia lang met de ACS-landen heeft. Deze relatie
bestond tot voor kort uit een combinatie van hulp en handelsvoordelen
voor de ACS-landen. Onder druk van de WTO hebben de ACS-landen
en de EU in 2000 afgesproken hun handelsrelaties drastisch
aan te passen. Met EPA's moeten de handelsvoordelen plaatsmaken
voor vrije handel tegen wereldmarktprijzen. Worden bijvoorbeeld
de Afrikaanse landen hiermee geholpen in hun economische
ontwikkeling? Is het niet beter om eerst samen te werken
aan regionale handelsbetrekkingen?
Meer informatie: MFI Informatiecentrum
van Both ENDS (mfi@bothends.org of 020-6230823).
******************************
boekje: "From Cancun to Hong Kong: challenging
corporate-led trade liberalisation"
Deze publicatie van het Europese S2B-netwerk bevat diverse
analyses over de belangrijkste kwesties die nu spelen
in de internationale handel. Het gaat ondermeer over zaken
als ontwikkeling, milieu en gender.
De focus van de analyses komt samen in kritiek op de door
bedrijven (mede)bepaalde Europese handelsagenda en diens
rol en invloed in de periode na de mislukte WTO-top in
Cancún, september 2003. Maar ook wordt vooruit
geblikt op de geplande ministerstop van eind 2005 in Hong
Kong.
Bijdragen van: Friends of the Earth Europe, World Economy,
Ecology and Development (WEED), Attac Austria, Attac Denmark,
Attac France, European Farmer's Co-ordination, Focus on
the Global South, Friends of the Earth International,
Campaign to Reform the World Bank, Corporate Europe Observatory,
Greenpeace, Third World Network, Transnational Institute,
Women in Development Europe and World Development Movement
Te vinden op: http://www.s2bnetwork.org/cancuntohongkong.pdf