WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 49 van 19 november 2004


INHOUD:


A) Europese primeur:
Nederlandse Waterleidingwet verbiedt privatisering van drinkwatersector

Nederland is de tweede staat die binnenkort een wet heeft die particuliere bedrijven verbiedt om drinkwater te produceren voor en te leveren aan de bevolking. De Nederlandse wet toont aan dat er geen onvermijdelijke trend is richting privatisering van alle diensten in Europa, zoals vaak wordt aangenomen. De weg is vrij voor andere lidstaten om dit voorbeeld te volgen.

B) Historisch referendum in Uruguay:
Privatisering van waterdiensten wordt illegaal

In een historische stap hebben meer dan 64% van de Uruguayanen afgelopen 31 oktober hun goedkeuring gegeven aan de "Grondwetshervormng ter verdediging van het water". De toegang tot drinkwater wordt een mensenrecht en waterbeheer uitsluitend een publieke taak. De aanwezigheid van privébedrijven in het waterbeheer wordt ongrondwettig, evenals het betalen van compensatie voor "gedorven toekomstige winst".

C) Chemische industrie vervuilt nieuwe Europese milieuregels

"De chemische industrie uit de VS en EU staat op haar achterste benen als het aankomt op het Europese wetsvoorstel chemische stoffen (REACH). De nieuwe wet moet de bescherming van gezondheid en het milieu verbeteren, maar mag tegelijkertijd de concurrentiepositie en innovatievermogen van de Europese chemische industrie niet verslechteren. Na zeven jaar voorbereiding zijn de regels sterk afgezwakt, met dank aan een gigantische lobbyoperatie.

D) War = good business

De herverkiezing van Bush heeft hernieuwde aandacht opgeleverd voor de verstrengeling tussen politiek en bedrijfsleven. Het eerste kabinet Bush was vergeven van (voormalige) 'corporate executives' met belangen in ondermeer defensie-investeringen (Carlyle) en bedrijven die rijk worden aan 'wederopbouw' (Halliburton, Bechtel). Over gedegen Amerikaanse onderzoeksjournalistiek en hoe berichtgeving over schandelen onschadelijk wordt gemaakt.

E) Angst voor Big Bang in textielsector

De textielsector is in rep en roer in afwachting van de 'Big Bang', als op 31 december aanstaande de 'Agreement on Textiles and Clothing' afloopt. Pogingen om het quotaregime voor de import van textiel en kleding te verlengen, zijn tot op heden op niets uitgelopen. Een aantal landen vreest voor de economische gevolgen en op hun verzoek vergaderde de WTO-goederenraad over maatregelen om hier iets aan te doen. Maar de WTO-leden werden het niet eens.

F) De investeringstak van de Wereldbank - IFC - verandert haar beleid
Het streven is echter nog steeds winst, niet armoedehalvering

Een langdurige en hevige strijd tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen over een WTO-investeringsakkoord leidde in juli dit jaar tot uitstel van de onderhandelingen. Ondanks het resultaat van dit gevecht binnen de WTO ziet de Wereldbank er niet van af door te gaan met haar investeringspraktijken. Formeel heet het dat de investeringen in de particuliere sector van ontwikkelingslanden de armoede verminderen en het leven van de mensen daar verbeteren. Maar vele civil society-organisaties bekritiseren de schadelijke gevolgen van deze projecten. Een recente beleidswijziging verandert daar niets aan.

G) Lamy kandidaat voor voorzitterschap WTO?

Met het aantreden van het nieuwe Barroso-team treedt Commissaris voor Handel Pascal Lamy af. Hij blikt vooruit en overweegt te kandideren voor Directeur-Generaal van de WTO. Voor de BBC geeft hij al aan welke kant het uit moet met de perceptioe van de internationale handel.

H) 12 Oktober-protesten tegen vrijhandelsakkoorden in Midden-Amerika

Op de dag waarop voorheen gevierd werd dat Columbus Amerika 'ontdekte', wordt door basisbewegingen traditioneel gedemonstreerd tegen kolonisatie en ongewenst regeringsbeleid. Dit jaar stonden in heel Midden-Amerika de demonstraties in het teken van protest tegen het regionale vrijhandelsverdrag CAFTA, dat op 28 mei getekend werd.

I) Rien ne va plus...

Op 10 november deed het WTO panel een uitspraak over Amerikaanse beperkingen op grensoverschrijdende dienstverlening op het gebied van gokken door buitenlandse internetproviders. Antigua en Barbuda, die deze zaak aanspande, werd in het gelijk gesteld en het panel bepaalde dat de betreffende Amerikaanse federale en statelijke regels eerdere afspraken over marktopening schenden die de VS afsloot onder het GATS-akkoord. Volgens handelsdeskundigen kan deze uitspraak verstrekkende gevolgen hebben met betrekking tot GATS-afspraken door WTO-lidstaten.

J) Europese patentrichtlijn voor software (voorlopig) van de baan

Een stemming onder Europese ministers over een richtlijn voor softwarepatenten heeft zijn geldigheid verloren door een wijziging van de stemverhoudingen per 1 november. Volgens de Foundation for a Free Information Infrastructure (FFII) is de gekwalificeerde meerderheid van mei 2004 verdwenen en zal de stemming over gedaan moeten worden.

K) Kort en korter

-- Parlementair congres over WTO: steun voor vrijhandel?
-- Cursus mondialisering in Haarlem
-- Actie oproep:
.........Stop Commissieplan om toe te geven aan WTO-druk over GM
-- Europa en Afrika: In handel te delen? (Door de Bank genomen)
-- boekje: "From Cancun to Hong Kong:
.........challenging corporate-led trade liberalisation"

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


A) Europese primeur:
Nederlandse Waterleidingwet verbiedt privatisering van drinkwatersector
(door Rob Bleijerveld [1])


Nederland is de tweede staat die binnenkort een wet heeft die particuliere bedrijven verbiedt om drinkwater te produceren voor en te leveren aan de bevolking. In een referendum besloot de bevolking van Uruguay op 31 oktober voor een overeenkomstige grondwetswijziging [2].
De Nederlandse wet toont aan dat er geen onvermijdelijke trend is richting privatisering van alle diensten in Europa, zoals vaak wordt aangenomen. De weg is vrij voor andere lidstaten om dit voorbeeld te volgen. Er is namelijk geen Europese wet of handelsregel die het illegaal verklaren van privatisering van de drinkwatervoorziening tegengaat.


De nieuwe Nederlandse wet [3] regelt dat drinkwaterdiensten aan consumenten alleen door een "gekwalificeerde rechtspersoon" geleverd mogen worden. Er zijn drie categorieën van "gekwalificeerde rechtspersonen". Het kan gaan om een "publiekrechtelijke rechtspersoon" zoals landelijke, provinciale of gemeentelijke overheden of een waterschap. Maar het kan ook een naamloze of besloten vennootschap zijn, of een coöperatie, mits alle aandelen direkt of indirekt in handen zijn van "publiekrechtelijke rechtspersonen" en mits het bedrijf of de coöperatie zijn beslissingsbevoegdheid niet deelt met andersoortige bedrijven of rechtspersonen. Verder vallen er ook "bestaande waterleidingbedrijven" onder die op 1 september 2000 al drinkwater leverden - of hun wettelijke opvolgers, vooropgesteld dat die "gekwalificeerde rechtspersonen" zijn.
In de wet zijn beschermings- en verduidelijkingsclausules opgenomen om te voorkomen dat een andere dan een "gekwalificeerde rechtspersoon" direkt of indirekt zeggenschap krijgt over een waterbedrijf. Zo mogen 'derden' die geen "gekwalificeerde rechtspersoon" zijn geen aandelen, eigendom of bedrijfsonderdelen van waterbedrijven in handen krijgen.

Geschiedenis

Op 9 december 2003 werd het betreffende wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer en op 7 september 2004 door de Eerste Kamer [4]. Na publicatie in de Staatscourant - en dat wordt op korte termijn verwacht - heeft het rechtskracht.

In 1997 verscheen er al een overheidsdocument waarin het standpunt werd verwoord dat concessies voor drinkwatervoorzieningen alleen verleend zouden moeten worden aan overheidsbedrijven [5].
In september 2000 kwam milieuminister Jan Pronk met een wetsvoorstel dat particuliere bedrijven uitsloot van het leveren van waterdiensten. Openbare drinkwaterbedrijven zouden het exclusieve recht krijgen voor productie en distributie in hun eigen leveringsgebied [6]. Na de val van het kabinet in 2002 (wegens de Srebrenica-kwestie) werd het proces van opstellen en indienen tijdelijk stilgelegd door de nieuwe regering.
De nieuwe Waterleidingwet gaat alleen over de drinkwatervoorziening voor huishoudens [7], maar niet over het rioleringswezen en afvalwaterzuivering.

Europese wet en Unieverdrag

Deze Nederlandse wet is niet strijdig met de Europese wetgeving omdat er geen beperkende Europese maatregelen zijn voor deze dienstensector [8]. Geen enkele bestaande Europese Richtlijn - noch het Verdrag van de Unie [9] - voorkomt het illegaal maken van privatisering van waterdiensten, hetzij door verkoop, hetzij door concessievolmacht.

Evenmin is er een Europese Richtlijn die een bepaalde vorm van liberalisering in de watersector vereist en er zijn geen redenen om aan te nemen dat zo'n maatregel op handen is. In 2003 gaf de Europese Commisssie weliswaar aan indiening van een dergelijke wet te overwegen, maar dat stuitte op veel weerstand.

Parlement wijst liberalisering waterdiensten af

Het Europese Parlement nam in maart 2004 een resolutie aan waarin het zich uitspreekt tegen pogingen om "water en afvalwater diensten" ondergeschikt te maken aan maatregelen over algemene marktwerking ("single market sectoral directives"). Deze wijst liberalisering van voorzieningen voor drinkwater en afvalwaterverwerking af met oog op "de onderscheiden regionale eigenschappen van de sector en de plaatselijke verantwoordelijkheid voor de levering van drinkwater alsook diverse andere condities die te maken hebben met drinkwater."

Het Parlement roept aan de andere kant - zonder echter zo ver te gaan als liberalisering - op "de watervoorziening op basis van economische uitgangspunten te 'moderniseren' overeenkomstig kwaliteitsnormen, milieunormen en efficiëntie-behoeften." Verder is het van mening "dat water- en afvaldiensten niet onderworpen moeten worden aan sectorrichtlijnen van de (Europese) Gemeenschap, maar benadrukt het feit dat de Unie zijn verantwoordelijkheid behoudt waar het gaat om kwaliteit en milieubeschermingsnormen in deze sectoren [10]."

Interne Markt Dienstenrichtlijn en 'Diensten van Algemeen Belang'

In het witboek over Diensten van Algemeen Belang dat de Commissie aansluitend op deze EP-resolutie uitbracht, wordt opgemerkt dat "uiteenlopende visies naar voren zijn gebracht over de vraag of een specifiek reguleringskader op Gemeenschapsniveau wenselijk is... Er is geen overeenstemming met betrekking tot het openen van de watersector op Gemeenschapsniveau." Verder wordt daarin gesteld, dat "de Commissie ten aanzien van de watersector voor het eind van het jaar (2004) de resultaten zal publiceren van de evaluatie die het uitvoerde [11]."

Terwijl het voorstel voor de Interne Markt Richtlijn voor Diensten aanleiding geeft tot algemene zorgen over de gevolgen voor (publieke) dienstverlening, stelt het DAB-Witboek van de Commissie dat de Richtlijn niet zal leiden tot de verplichting om de watersector te herstructureren. "In het voorstel zijn bepaalde activiteiten die door Lidstaten aangemerkt kunnen worden als diensten van algemeen economisch belang uitgezonderd van het bereik van het voorstel, zoals transport, of uitgezonderd van het principe van het oorsprongsland [12], zoals posterijen en elektriciteits-, gas- en waterdistributiediensten. Belangrijker nog, het voorstel vereist niet dat Lidstaten diensten van algemeen economisch belang openstellen voor concurrentie, evenmin belemmert het de wijze waarop ze zijn gefinancierd of georganiseerd [13]."

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op "Making water privatisation illegal: new laws in Netherlands and Uruguay," door David Hall, Emanuele Lobina en Robin de la Motte, in opdracht van Public Services International, 14 november 2004 (http://www.world-psi.org/TemplateRedirect.cfm?template=/
ContentManagement/ContentDisplay.cfm&ContentID=3078
De overige noten (behalve nr 2, 7 en 12) zijn uit dit artikel overgenomen.
[2] Onder de titel "Historisch referendum in Uruguay - Privatisering van waterdiensten wordt illegaal" is elders in deze WTO.ZIP een artikel te vinden over Uruguay.
[3] "Wijziging van de Waterleidingwet (eigendom waterleidingbedrijven)," Eerste Kamer der Staten-Generaal (2003), 28 339, 9 december 2003
(http://www.eerstekamer.nl/9324000/1/j9vvgh5ihkk7kof/
vgm1kje0bqtk/f=y.pdf).
[4] Zie:
http://eerstekamer.cust.pdc.nl/9324000/1f/j9vvgh5ihkk7kof/vg6hctm6z000
[5] "Private Business, Public Owners: Government Shareholdings in Water Companies," door M. Blokland, O. Braadbaart, K. Schwartz (p. 39), bij International Institute for Infrastructural, Hydraulic and Environmental Engineering (IHE), 1999 (http://www.nwp.nl/objects/plc%2Epdf).
[6] WaterForum Online, 7 september 2000.
[7] In de wetsbepalingen zijn een paar uitzonderingen opgenomen. Zo mogen particuliere bedrijven wel consumenten op 'hun eigen terrein' voorzien van water. Eigenaren van een collectief leverantienetwerk worden ook ontzien... Het is de vraag of deze uitzonderingen grote invloed zullen kunnen uitoefenen op kwaliteit en toegang tot de publieke watervoorziening.
[8] "Wijziging van de Waterleidingwet (eigendom waterleidingbedrijven) Nr. 3 Memorie van toelichting," Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001-2002 28 339. Samenvatting door Jan Willem Goudriaan (EPSU).
[9] Consolidated Version Of The Treaty Establishing The European Community, Article 295.
[10] European Parliament Texts Adopted by Parliament Provisional Edition: 14/01/2004 Services of general interest P5_TA-PROV(2004)0018 A5-0484/2003 European Parliament resolution on the Green Paper on services of general interest (COM(2003) 270 - 2003/2152(INI)).
[11] "374 White Paper on services of general interest/Section 4.6," COM(2004).
[12] Bij postale diensten, de levering van electriciteit, gas en water mag een land ook nationale regels/regulering opleggen aan leveranciers die in een ander land gevestigd zijn waar het gaat om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de dienst (Art. 17(1)-(4)). Uit: "Frequently asked questions on the proposed Directive on Services in the internal market," van de Europese Commissie" (http://www.are-regions-europe.org/PDF/CA-General-interest/GB-Europe-Parliament-01-04.pdf).
[13] "374 White Paper on services of general interest/Section 3.7 and Annexe 2," COM(2004).

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B) Historisch referendum in Uruguay
Privatisering van waterdiensten wordt illegaal
(door Renate Ebner [1])

In een historische stap hebben meer dan 64% van de Uruguayanen afgelopen 31 oktober hun goedkeuring gegeven aan de "Grondwetshervormng ter verdediging van het water" [2]. In deze uitbreiding van de Carta Magna wordt de toegang tot drinkwater [3] een mensenrecht en wordt waterbeheer uitsluitend een publieke taak die tevens participatief en duurzaam ingevuld moet worden.
De inwerkingtreding van dit amendement maakt de aanwezigheid van privébedrijven in het waterbeheer ongrondwettig. Dit geldt ook voor de inning van compensatie voor "gedorven toekomstige winst" [4] als gevolg van beëindiging van eerder verleende concessies.


Dit staaltje van directe demokratie is te danken aan de Nationale Commissie ter Verdediging van het Water en het Leven (CNDAV) [5]. Deze commissie ontstond in 2002 in reactie op de ondertekening van een "Letter of Intent" van het IMF waarin de regering van Uruguay zich verplichtte tot (meer) privatisering van drinkwatervoorzieningen in het hele land.

Ellende!

De waterprivatisering in Uruguay begon met de Franse transnational Suez-Lyonnaise Des Eaux en is voortgezet met de Spaanse Aguas de Bilbao. Net als elders had privatisering negatieve consequenties.
Zo zijn brede lagen van de bevolking om economische redenen uitgesloten van toegang tot drinkwater [6]. Ook verslechterde de kwaliteit, soms zelfs drastisch [7] en trad er milieuschade op [8].
Bovendien was de privatisering voor de staat economisch gezien een erg slechte deal. De bedrijven lieten namelijk niet alleen de voorziene investeringen in infrastructuur achterwege maar ook de betaling van de overeengekomen vergoeding voor het vruchtgebruik. Contractuele bepalingen werden ter discussie gesteld en de staat mocht in alle gevallen voor de verliezen opdraaien.

Koerswijziging

Het referendum over het water betekent een echte sociale overwinning.
Buurtorganisaties, de vakbond van het staatswaterbedrijf FFOSE en Friends of the Earth Uruguay (REDES) zijn mede-oprichter van de CNDAV. Later sloten zich het Frente Amplio aan (de verkiezingswinnaar van 31 oktober) en de meerderheidsfraktie van de Partido Nacional (tweede bij de verkiezingen).
De geprivatiseerde waterbedrijven alsook bedrijven in verwante sectoren (zoals de waterbottelbedrijven) voerden samen met conservatieve bedrijfssectoren een sterke lobby tegen het referendum in politiek en media. En het IMF ontkende het afdwingen van concessies middels haar "Letter of Intent".

Met het referendum wordt nu een waterbeleid mogelijk op basis van een visie waarin deze hulpbron een publiek goed is dat openbaar, gemeenschappelijk en duurzaam moet worden beheerd. Het referendum moet daartoe door het nieuwe parlement vertaald worden naar wetgeving voor de grondwetswijziging. Eind goed, al goed? Nee.

Adders onder het gras...

De Spaanse bedrijven Uragua en Aguas de la Costa zullen de meest getroffen bedrijven zijn. Aankomend president Vásquez en zijn minister van economische zaken, Astori, verzekerden verontruste binnen- en buitenlandse ondernemers dat de grondwetswijziging geen terugwerkende kracht heeft. En dat deze dus niet de reeds geprivatiseerde, buitenlandse waterbedrijven zou treffen.

De juristen in het Frente Amplio zijn verdeeld over deze kwestie. Zo vindt Carlos Coitino [9] het hele debat misleidend: "Het concept van terugwerkende kracht heeft niets te maken met de tekst van het referendum. Als de hervorming een keer is goedgekeurd, zullen de bestaande concessies eenvoudigweg nietig worden verklaard". Guillermo Garcia Duchini, medeopsteller van de concept-grondwetwijziging, verwijst naar bepalingen in de concessies zelf volgens welke de overheid deze kan intrekken mits zij indruisen tegen het algemeen belang [10].

Er heerst wel overeenstemming over een ander soort beperking van de werking van de grondwetswijziging: waterbottelbedrijven, frisdrankproducenten en kuurbaden gaan vrijuit. Zolang er geen overexploitatie plaatsvindt behouden zij hun vergunningen [11].

Last not least is de grondwetswijziging helder over het thema schadevergoedingen. Bedrijven krijgen bij intrekking van hun concessie wel schadevergoeding, maar alleen voor nog niet afgeschreven investeringen. "Gedorven" toekomstige winst wordt niet gecompenseerd.

Historische stap

De campagne voor het referendum was vooral gericht op de gevolgen van de "Letter of Intent" tussen IMF en de regering van Uruguay in 2002.
Maar er zijn meer bedreigingen door 'vrij'handelsverdragen voor diensten via de WTO en de ALCA [12], door het akkoord tussen EU en MERCOSUR, en door bilaterale investeringsverdragen.
Zo worden de onderhandelingen van de MERSOCUR met de EU opgehouden door de Europese eis van een breder "aanbod" van te liberaliseren diensten zoals "milieudiensten" - waaronder de drinkwatervoorzieningen.

Het referendum versterkt de onderhandelingspositie van Uruguay waar het gaat om diensten in het algemeen en drinkwatervoorzieningen. De regering kan - zelfs als ze graag wil - niet privatiseren. Reeds in 1992 heeft de bevolking van Uruguay zich in een referendum tegen privatisering van alle publieke bedrijven (met uitzondering van luchtvaartmaatschappij PLUNA) uitgesproken. Elke keer dat de regering probeerde er onderuit te komen, zoals in 2002 met telecommunicatie (ANTEL) of in 2003 met energie (ANCAP), werd zij door nieuwe referenda teruggefloten [13].

De grondwetswijziging in Uruguay stelt voorgoed paal en perk aan de opening van drinkwatervoorzieningen voor privékapitaal: zij wordt ongrondwettig. Typische regelingen zoals de "most favoured nation"-clausule van de WTO hebben dan ook geen consequenties voor deze sector.

De privéwaterbedrijven zullen zeker de Uruguaanse overheid voor de rechter dagen en zich daarbij beroepen op de bilaterale investeringsverdragen (in geval van Aguas de la Costa die met Frankrijk). Ze zullen zich met een unieke situatie geconfronteerd zien: ten gevolge van een grondwettig verbod kan de overheid hen namelijk noch als privébedrijf verder laten functioneren, noch een vergoeding geven voor "gedorven" toekomstige winst!

Grondwet tegen vrijhandelsakkoorden

Door directe demokratie is het openbaar belang van een land in haar grondwet bevestigd en verankerd, en biedt het hoofd aan het belang van multinationale bedrijven die gesteund worden door de verschillende liberaliseringsakkoorden voor handel en diensten.

De privatisering van water heeft in meerdere Latijnsamerikaanse landen tot verzet geleid, zoals in Argentina, Paraguay, Chile en Bolivia. Maar het referendum in Uruaguay schept een historisch precedent voor de hele wereld [14]. Geen overbodige luxe: dankzij privatisering dreigt binnen enkele jaren een handvol bedrijven zo'n 75% van al het water voor menselijke consumptie in de wereld te beheersen... [15]


Noten:
[1] Vertaling en bewerking van de tekst: "Uruguay: decisión popular por el agua afecta 'liberalisación' de los servicios". Het is op verzoek geschreven door REDES-Amigos de la Tierra Uruguay (http://www.redes.org.uy/agua). Met dank aan Antonio Villareal. Antonio is een van de sprekers op de bijeenkomst "At your service: the global sell-out of public services," van het Gatsplatform (23 november, Felix Meritus, Amsterdam. Meer informatie: http://www.tni.org/acts/publicservices.htm).
Daarnaast is gebruikt gemaakt van "Uruguay: Referendum Gives Resounding 'No' to the Privatisation of Water", door Raúl Pierri, IPS van 1 november 2004 (http://ipsnews.net/new_nota.asp?idnews=26097).
[2] "Reforma Constitucional en Defensa del Agua"
[3] Volgens de toevoeging aan artikel 47: "servicio de saneamiento y el servicio de abastecimiento de agua." Ofwel de voorzieningen voor het drinkbaar maken van water en die voor het leveren via een waterleidingnet. Meer over de classificatie van deze en andere 'Milieudiensten' is te vinden "Classification Issues of the Environmental Sector," van de WTO (van 28 september 1999; code: S/CSC/W/25).
[4] Compensatie zoals voorzien in sommige bilaterale en regionale akkoorden waar bedrijven niet alleen voor de actuele waarde of de gemaakte kosten schadevergoeding mogen eisen maar ook voor fiktieve, "misgelopen" toekomstige winst. Dit soort bepalingen stonden ook in het MAI-voorstel en het voorstel voor een WTO-investeringsverdrag.
[5] Comisión Nacional en Defensa del Agua y de la Vida.
[6] Sinds Aguas de la Costa - deel van Aguas de Barcelona, en op haar beurt een dochter van Suez-Lyonnaise - de watervoorziening in het departement Maldonado overnam in 1992, is drinkwater zeven keer zo duur geworden dan elders in het land (zie: IPS-artikel).
[7] Zo moest in januari 2002 - op het hoogtepunt van het toeristische seizoen - het water in de kust- en vakantiestad Maldonado gekookt worden vóór consumptie, dit vanwege vervuiling met de e-coli bacterie.
[8] Aguas de la Costa is verantwoordelijk voor de milieuverontreiniging waardoor het drinkwaterdepot Laguna Blanca onbruikbaar werd. (vergelijk het recente 'Coca Cola'-schandaal in India...)
[9] Coitino is voor het Frente Amplio deelnemer aan de CNDAV (zie: IPS-artikel).
[10] Zie: IPS-artikel. Overigens kunnen bestaande verdragen volgens Vásquez ook zonder grondwetswijziging nietig worden verklaard: als de waterbedrijven in gebreke blijven.
[11] Volgens Maria Selva Ortiz, lid van CVDAV en REDES tegenover IPS. Voor grenzen aan waterverbruik, zie ook het REDES-artikel.
[12] Area de Libre Comercio de las Americas (FTAA in het Engels).
[13] ANTEL en ANCAP zijn naast UTE (electriciteit) de drie belangrijkste bedrijven van het land en de enige in Uruguay die voorkomen op de Fortune 500 van Latijns America (zie REDES-artikel).
[14] Zie: REDES-artikel.
[15] Zie: IPS-artikel.


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) Chemische industrie vervuilt nieuwe Europese milieuregels
(door Robin van Stokrom)

De chemische industrie uit de VS en EU staat op haar achterste benen als het aankomt op het Europese wetsvoorstel chemische stoffen (REACH). De nieuwe wet moet de bescherming van gezondheid en het milieu verbeteren, maar mag tegelijkertijd de concurrentiepositie en innovatievermogen van de Europese chemische industrie niet verslechteren. Na zeven jaar voorbereiding zijn de regels sterk afgezwakt, met dank aan een gigantische lobbyoperatie.


Het merendeel van de chemische stoffen die in consumentenproducten zitten, is niet geregistreerd, laat staan onderzocht of goedgekeurd door een onafhankelijke toetsingscommissie. Volgens wetenschappers zitten hier veel gevaarlijke stoffen tussen.

Via speelgoed, tv-toestellen, shampoo, schoonmaakproducten, enz. komen wij en het milieu dagelijks daarmee in aanraking. Die chemische stoffen tasten de gezondheid en het milieu sterk aan. Zo sterk, dat alleen al baby's chemische stoffen in zich meedragen die zeventig jaar geleden nog onbekend waren, en die huidziekten en andere gezondheidsproblemen, zoals kanker, kunnen veroorzaken.

Sinds 1997 werkt de Europese Commissie aan nieuwe regels voor de evaluatie en registratie van tienduizenden chemische stoffen. Het doel is "duurzame ontwikkeling", aldus de Europese Commissie in haar strategiedocument [1]. Maar het kijkt niet alleen naar milieu en gezondheid. Het voorstel "zoekt een geschikte balans tussen de sociale en economische prioriteiten van de EU en de milieudoelstellingen".

Regelgeving

De EU staat voor een enorme uitdaging als het aankomt op REACH, de nieuwe regels voor de registratie, evaluatie en toelating van chemische stoffen. De wet zal een wereldwijd effect hebben. Niet alleen de Europese producenten zullen aan de eisen moeten voldoen, maar ook de niet-Europese producenten, willen zij op de Europese markt actief blijven [2]. Daarnaast leidt REACH tot kostenbesparing. Volgens berekeningen van de Commissie tot zelfs zo'n vijftig miljard euro in de Europese gezondheidszorg [3].

Het doel van de wet lijkt simpel: registratie van alle chemische stoffen en openbaarheid van testgegevens. De verantwoordelijkheid voor registratie en openbaarmaking komt te liggen bij bedrijven die chemische stoffen gebruiken in hun producten of deze produceren. Niet langer is de consument aangewezen op een risico-analyse door de overheid en een eventuele verbodsprocedure voor de stof. Het voorzorgsprincipe wordt volledig toegepast en de bewijslast ligt bij het bedrijf.

Een onafhankelijk Europees instituut zal daarnaast de gegevens controleren, verzamelen en het gebruik van de chemische stof goed- danwel afkeuren. Door de openbaarheid van de data verwacht men dat de druk op bedrijven om gevaarlijke chemische stoffen te vervangen door reeds bestaande en minder gevaarlijke alternatieven groter wordt. Tevens stelt de Europese Commissie dat er minder dierproeven nodig zijn, want testgegevens worden gedeeld en samenwerking tussen bedrijven wordt bevorderd. Daarnaast verwacht de EC dat de belasting van het milieu afneemt, wat immers ook een doel van de wet is.

Lobby

Vooral dit laatste centrale doel komt sinds het strategiedocument drie jaar geleden gepresenteerd is steeds meer in het geding. Het bedrijfsleven zit dwars, geruggesteund door onder andere de regeringen van Japan, de VS en de grote EU-lidstaten zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland.

"De oorspronkelijke voorstellen waren vrij goed", evalueerde Olivier Hoedeman van Corporate Europe Observatory (CEO), een internationale onderzoeksgroep naar de bedrijfsinvloed op de Europees politiek. "Maar de doelstellingen zijn inmiddels onherkenbaar afgezwakt na een stevige lobbycampagne van de chemische industrie" [4].

Dit lobby-offensief van bedrijven uit de EU en VS wordt gecoördineerd door de Europese brancheorganisatie van de chemische industrie CEFIC en de 'Reach Alliance', waarin meer sectoren gebundeld zijn. Dagelijks zijn honderddertig lobbyisten van CEFIC actief in de politieke wandelgangen van de EU. Zij hebben als specifieke opdracht de vertraging en afzwakking van REACH. De lobby richt zich ook op omkering van de bewijslast (bedrijven zouden niet verantwoordelijk moeten zijn) en vermindering van het aantal stoffen dat getoetst moeten worden.

Propaganda

In zijn propaganda schermt deze lobby vooral met onnauwkeurige cijfers. De chemische industrie en verwante sectoren stellen dat de wet hen hard zal treffen. Onderzoek na onderzoek is gepubliceerd met uit hun verband gehaalde cijfers over de mogelijke kosten van REACH. "De cijfers vertonen de sporen van propagandistische bedoelingen", stelt redacteur Jeroen Piersma van het Financieele Dagblad onomwonden vast [5].

Binnen de EU wordt daarnaast handig ingespeeld op de Lissabon-agenda, het Europese doel om de meest concurrerende staat van de wereld te zijn in 2010. De lobby weet het Europese Parlement, de Commissie en de EU-lidstaten tegen elkaar uit te spelen met behulp van dit competitiestreven. Daarbij weten zij handig gebruik te maken van het feit dat niet alleen de Europese Commissaris van Milieu Wallström het REACH-dossier in haar portefeuille heeft, maar ook de Commissaris van Industriezaken.

Het bedrijfsleven heeft heel effectief REACH weten te kaderen in de Lissabon doelstellingen. Steeds vaker wordt REACH als proef beschouwd als het aankomt op Lissabon, niet alleen door de bedrijven zelf maar ook door de politici. "Het Reach-voorstel (...) kan beschouwd worden (...) als testcase voor onze vastberadenheid bij het verbeteren van ons concurrentievermogen", meent minister Brinkhorst in een open brief die hij samen met enkele ministers uit andere EU-lidstaten schreef [6].

Hervormingen

De private campagne startte jaren geleden. Miljoenen euro's later wordt een groot succes geboekt als blijkt dat in het wetsvoorstel van september 2003 reeds een aantal essentiële zaken zijn afgezwakt in vergelijking met het oorspronkelijk strategiedeocument uit 2001. Steeds meer en vaker laten de politici als het erop aankomt hun oren hangen naar het bedrijfsleven.

Aanvankelijk wilde de Europese Commissie het nieuwe systeem op zo'n 30.000 stoffen toepassen. Maar inmiddels is dit doel bijgesteld. Voor chemicaliën waarvan minder dan tien ton wordt geproduceerd per jaar - en dat geldt voor meer dan de helft van alle stoffen! - zullen minder zware eisen gelden.

Daarnaast introduceert de Commissie het begrip "adequate controle". Volgens Greenpeace is dat is een gigantische ontsnappingskanaal voor de industrie. "Als een producent een bepaalde chemische substantie wil blijven gebruiken, zal zij nu moeten aantonen deze 'adequaat' onder controle te hebben. Wat dat betekent is niet gedefinieerd", stelt de milieuorganisatie [7].

Ook voorstellen voor nieuwe wetgeving in Nederland hebben onder de invloed van lobbycampagnes moeten lijden. Een voorstel voor een chemicaliënbeleid, dat op 1 januari 2003 van start zou gaan, belandde in de 'koelkast' op last van de Europese Commissie. Nederland zou met het SOMS-beleid (Strategisch Omgaan Met Stoffen) vooruitlopen op de EU. De achterliggende reden was dat de nationale regelgeving strenger zou zijn dan de Europese voorstellen [8].

Meer hervormingen

De ongekende lobby heeft al tot zoveel consternatie geleid dat in het front van bedrijven een scheuring is ontstaan. Er zijn namelijk ook bedrijven die profiteren van strengere regelgeving. Dit zijn bedrijven die alternatieven aanbieden voor gevaarlijke chemische stoffen en met technische middelen de ergste vervuiling kunnen verminderen. Zij zijn inmiddels gestart met een soort 'tegenoffensief'. De EIC (Environmental Industries Commission) en de 'milieuvriendelijke lobbyclub' Eucetsa (European Committee of Environmental Technology Suppliers Associations), willen het debat een andere richting opsturen [9].

Maar dit tegenoffensiefje komt laat. Ondanks jaren arbeid door de Europese Commissie is REACH opnieuw uitgesteld en zullen nieuwe wijzigingen worden aangebracht. Aankomend Commissielid Günter Verheugen van Industriezaken liet recentelijk in het Europees Parlement weten uit te zijn op nog meer hervorming [10]. Lobbyisten reageerden verheugd. "Net als wij vindt hij het voorstel te duur en wil hij procedures stroomlijnen", stelde Peter Noordervliet, directeur Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, onlangs in dagblad Trouw [11].

Verheugen liet zich bij zijn oordeel ongetwijfeld inspireren door ondermeer Colin Powell, minister van Buitenlandse Zaken onder het eerste kabinet van Bush jr. van de VS. Deze stuurde tot tweemaal toe een memo naar de ambassadeurs van de VS in de EU om druk uit te oefenen op de EU-lidstaten om REACH af te zwakken. "De voorstellen omvatten een zeer kostbaar en enorm complex reguleringssysteem, dat moeilijk, danwel onwerkzaam zal zijn in de uitvoering", schreef Powell aan zijn ambassadeurs [12]. "De export van de VS zal door de nieuwe wetgeving voor de meeste sectoren geschaad worden".

Meer viezigheid

Niet alleen de ambassadeurs hebben goed naar Powell geluisterd, maar ook een aantal regeringsleiders van de EU. In september 2003, een paar maanden na de eerste memo van Powell en anderhalve maand voordat de nieuwe regels door de EC gepresenteerd zouden worden, stuurden Blair, Chirac en Schröder een gezamenlijk brief naar de Commissie, waarin zij nagenoeg dezelfde taal hanteren als Powell [13].

In navolging van de grote EU-lidstaten, laten nu ook Europese Parlementariërs hun oren hangen naar de industrie. De voorzitter van de milieucommissie van het EP, Karl Heinz Florenz, deed tijdens een recente persconferentie een oproep aan de Europese autorititeiten "om te luisteren naar de VS" [14].

Schaduwrapporteur Ria Oomen-Ruijten (CDA) in de milieucommissie gaat echter nog een stap verder en stelt in het Financieele Dagblad onomwonden dat REACH overboord moet. Zij vindt dat stoffen waar de meeste risico's aan verbonden zijn prioriteit moeten krijgen, wat in feite neerkomt op voortzetting van het hevig mislukte oude beleid. "Het voorstel is onwerkbaar en te kostbaar", aldus Oomen-Ruijten [15].

Witte Huis en WTO

"De wetgeving verschuift meer van het originele EU-strategiedocument (2001) naar wat het Witte Huis wil", meende Joseph DiGangi van de Amerikaanse milieuorganisatie Environmental Health Fund reeds vorig jaar september. Volgens hem heeft de EU nu al veel van het wensenlijstje van chemische bedrijven uit de VS, die een groot marktaandeel hebben in de EU, overgenomen. "De Verenigde Staten hebben negentig procent binnen van REACH wat zij wilde", meent ook Stefan Scheuer van de European Environmental Bureau [16].

Zelfs dat gaat de VS niet ver genoeg. Naast de lobbycampagne van Amerikaanse bedrijven, heeft de regering samen met die van Japan dit jaar reeds haar beklag gedaan bij de Commissie voor Technische Handelbarrières van de Wereldhandelsorganisatie WTO [17]. Beide regeringen vinden de wijzigingen die de Commissie in 2003 heeft ingevoerd in REACH nog lang niet ver genoeg gaan. Het zou de wereldhandel ontwrichten en een grote negatieve impact hebben op innovatiemogelijkheden.

Heldhaftig zegt Commissaris Wallström van Milieu niet bang te zijn voor de WTO. "Angst voor de WTO mag nooit leiden tot een verlaging van milieu- en gezondheidsstandaarden", stelde ze in een speech tegenover een grote groep bedrijfsleiders uit de VS en EU. Daarnaast is REACH volgens haar niet in tegenspraak met WTO-handelsregels. "Ons systeem is proportioneel (...) en het maakt geen onderscheid tussen EU en niet EU-aanbieders" [18].

Nederlandse rol

De chemische branche- en lobbyorganisatie CEFIC heeft inmiddels het initiatief genomen om een European Strategy Group op te richten. Deze groep moet een permanent overlegorgaan zijn voor de chemische industrie en de Europese Commissie. De groep kan "een sleutelrol vervullen in het vinden van een balans tussen de economische, politieke en milieubelangen". Tijdens een REACH-conferentie in Noordwijk voor de private sector, liet Laurens Jan Brinkhorst, minister van Economische Zaken, weten dit idee te steunen [19].

De industrie en de Europese Commissie zitten overigens al samen in een andere strategische alliantie, het Strategic Partnership On REACH Testing (SPORT). In dit project werken de Europese Commissie, de lidstaten en de industrie nauw samen. Het heeft tot doel ervaring op te doen met de REACH regelgeving en de daarmee samenhangende procedures [20].

Onderdeel van deze strategische alliantie is de implementatie van een REACH- proefperiode. Voor komend voorjaar staat dit op de agenda [21]. Daar is ook Nederland nauw bij betrokken, zowel enkele Nederlandse bedrijven als de regering [22]. Deze test wordt begeleid door de Nederlandse consultantonderneming KPMG. Dit bedrijf zal tegelijkertijd onderzoek doen naar de kosten van REACH. Milieuorganisaties zijn zeer kritisch, vooral door het voorgestelde geheime brononderzoek. Zo beperkt het KPMG-onderzoek zich alleen op de kosten én op de meest getroffen bedrijfsectoren. Volgens Greenpeace, het Wereld Natuur Fonds en het European Environmental Bureau zal het onderzoek grondig falen, "omdat het positieve economische gevolgen niet onderzoekt" [23].

Als huidig EU-voorzitter speelt de Nederlandse regering een essentiële rol in het stroomlijningsproces van de meningen van het bedrijfsleven en de EU over REACH. Zo organiseerde de regering eind oktober een conferentie voor EU-lidstaten over "de impact" van dit thema. De conclusies zijn veelbelovend voor de chemische industrie. Het eindoordeel was dat REACH te duur is en dat de Europese Commissie er 'zo veel mogelijk aan moet doen om de kosten te minimaliseren,' terwijl de 'voordelen van REACH niet uit het oog verloren mogen worden' [24].

Ondertussen organiseert Minister Brinkhorst in Den Haag samen met Premier Balkenende een 'Transatlantische Innovatie- en Concurrentiebijeenkomst', waarbij ook REACH op de agenda zal staan [25]. De top vindt plaats op donderdag 18 november en biedt de chemische industrie voldoende ruimte om bezwaren en voorstellen op de tafel van de Europese Ministers te leggen, nog voordat onder Nederlands EU voorzitterschap de Europese Raad en de Milieuministers REACH in december zullen behandelen.
Bij het opstellen van een nieuwe consensustekst van de Europese Raad, de Europese Commissie en de Milieucommissie van het Europees Parlement speelt Nederland nu al een belangrijke rol. De tekst wordt niet voor de zomer van 2005 verwacht. Het wetsvoorstel wordt daarna in het Europees Parlement behandeld en eind 2005 zal het parlement daarover stemmen, met twee jaar achterstand op de oorspronkelijke planning. REACH zal naar alle waarschijnlijkheid alleen nog een schaduw van zichzelf zijn...


Noten:

[1] "White Paper on the Strategy for a future Chemicals Policy," door de Europese Commissie van 13 februari 2001(http://europa.eu.int/comm/environment/chemicals/whitepaper.htm).
[2] "Een oplossing van euro 6 voor probleem van euro 3," in Het Financieele Dagblad van 21 mei 2004.
[3] "EU Environment Commissioner Wallström calls chemical safety a global concern," News release European Union in the US, van 27 april 2004 (http://www.eurunion.org/news/press/2004/20040064.htm).
[4] "De noodzaak van alternatieven voor het economisch beleid van de Europese Unie," inleiding van Olivier Hoedeman (CEO) tijdens de Dag van Alternatieven 2004 in Utrecht (http://www.globalternatives.nl/file/136).
[5] "Propaganda," door Jeroen Piersma, in Het Financieele Dagblad van 14 oktober 2004.
[6] "Hoger concurrentievermogen EU," door Mary Harney Tanaiste (Ierse vice-premier en minister voor ondernemingen, handel en werkgelegenheid), Laurens Jan Brinkhorst (Nederlandse minister van Economische Zaken), Henri Grethen (Luxemburgse minister van economie) en Patricia Hewitt (Britse staatssecretaris voor handel en industrie), in Het Financieele Dagblad van 6 juli 2004.
[7] "REACH - EU chemicals policy reform," door Greenpeace. Geraadpleegd op 10 november 2004 (http://eu.greenpeace.org/issues/chem.html).
[8] "Nieuw chemicaliënbeleid in Europa," door Greenpeace. Geraadpleegd 5 november 2004 (http://www.greenpeace.nl/extra/?item_id=566004). Zie ook: http://www.gifstoffen.nl/
[9] "Milieu-industrie voelt zich achtergesteld in EU," in Het Financieele Dagblad van 10 juni 2004.
[10] "Verheugen hints at reform of controversial chemicals plan," in EUobserver van 30 september 2004 (http://euobserver.com/?aid=17414&rk=1).
[11] "Nieuwe eurocommissaris steunt chemie in verzet," in Trouw van 2 oktober 2004.
[12] "Toxic Lobbying," door Yves Engler, op ZNet van 1 april 2004 (http://www.zmag.org/content/
showarticle.cfm?SectionID=10&ItemID=5254).
[13] "EU chemicals law causes stink," door Gareth Harding, United Press International van 30 september 2003 (http://www.upi.com/view.cfm?
StoryID=20030930-124148-9874r).
[14] "Chemical Industry Fights Regulation,"door Julio Godoy, in IPSnews van 29 oktober 2004 (http://www.ipsnews.net/new_nota.asp?idnews=26067).
[15] "EU-parlement hakt in op chemiewet," in Het Financieele Dagblad van 11 september 2004, en "Verheugen zet chemiewet EU op de helling," in Het Financieele Dagblad van 1 oktober 2004.
[16] Zie noot 14.
[17] "U.S. Voices Concerns over Latest EC Chemicals Proposal," Press Release US administration and contents of WTO-complaint van 21 april 2004 (http://japan.usembassy.gov/e/p/tp-20040624-05.html).
[18] "EU Environment Commissioner Wallström calls chemical safety a global concern," News release European Union in the US, van 27 april 2004 (http://www.eurunion.org/news/press/2004/20040064.htm).
[19] "Reach to be tested in pilot project," op PRW.com van 3 november 2004 (http://www.prw.com/main/newsdetails.asp?id=3376).
[20] "Aftrap SPORT," in Chemiezine (wekelijkse e-mail nieuwsbrief van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, VNCI) van 8 oktober 2004 (http://www.dzine-online.nl/client23/nb/nb516/batch652/emailnieuwsbrief.html).
[21] "Chemical execs set new agenda. Combined CEFIC, SCI meeting allows high-level discussion on issues facing industry," door Patricia Short, in Chemical and Engineering News (Vol. 82, Nr. 42) van 18 oktober 2004 (http://pubs.acs.org/cen/ncw2004/8242bus2.html).
[22] Zie noot 20.
[23] "Europe needs REACH: Dutch Government concludes impact assessments," persbericht van Greenpeace, WNF en EEB. Geraadpleegd op 10 november 2004 (http://eu.greenpeace.org/issues/news.html).
[24] "The impact of REACH: 'limit costs for business but maintain benefits for health and environment'," persbericht Europese Commissie van 27 oktober 2004 (http://www.eu2004-reach.nl/pag/6_0-press.php).
[25] "De Trans-Atlantic Business Dialogue komt naar Den Haag!," door Olivier Hoedeman, in WTO.ZIP nieuwsv=brief nr. 48 van 13 oktober 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/041013--00(48).html).
[Vandaag, 18 november, werd bij de redactie bekend dat de top een week geleden afgeblazen is (om overigens vage redenen) en is uitgesteld tot in de eerste helft van 2005]


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) War = good business
(door Kees Hudig)

De herverkiezing van Bush heeft hernieuwde aandacht opgeleverd voor de verstrengeling tussen politiek en bedrijfsleven. In de VS waren er traditioneel altijd al sterke banden tussen transnationals en partijen bij de verkiezingscampagnes [1] maar het eerste kabinet Bush spande de kroon. Het was vergeven van (voormalige) 'corporate executives' met belangen in ondermeer defensie-investeringen (Carlyle) en bedrijven die rijk worden aan 'wederopbouw' (Halliburton, Bechtel). Naar verluidt wordt in kringen van topmanagers tegenwoordig gegrapt over het 'doen van een Halliburton' als een bouwbedrijf zich in financiele moeilijkheden bevindt. Het komt neer op een land of regio laten platbombarderen en vervolgens de lucratieve opdrachten in de wacht slepen om de wederopbouw te doen.

Over het algemeen verdedigen deze CEO-politici zich met de mededeling dat ze de directe banden met het bedrijf waarvan ze afkomstig zijn, tijdelijk verbroken hebben. En tot nu toe kwam het gehele kabinet Bush daar goed mee weg. Media zochten soms wel uit welke banden er in werkelijkheid nog bestonden [2] maar dat veroorzaakte geen grote ophef bij de kiezers of in de grotere (en vaak mede door dezelfde concerns beheerste) media.

James Baker

Naomi Klein schreef in haar vaste rubriek in weekblad The Nation op 12 oktober over de merkwaardige dubbelrol die voormalig minister van Buitenlandse Zaken James Baker bekleedt in de oorlog tegen Irak [3].

Baker is tegenwoordig speciale gezant van Bush voor de buitenlandse schuld van Irak. Zijn taak is om landen te bewegen de vorderingen op Irak kwijt te schelden, zodat dat land z'n geld kan besteden aan wederopbouw van de door Baker en de zijnen door sancties en oorlog verwoeste infrastructuur. Nu ontdekte The Nation dat Baker - die senior counselor is bij de Carlyle Group en mede-eigenaar ter waarde van een geschatte $180 miljoen - betrokken was bij een poging om een gedeelte van de vordering die Kuweit op Irak heeft, over te hevelen naar Carlyle. Via een voor de leek ingewikkelde constructie hoopt Baker/Carlyle daarmee een opdracht ter waarde van 1 miljard dollar in de wacht te slepen. De overgenomen vorderingen zouden vervolgens beheerd worden door een consortium waarin naast de Carlyle Group de Allbright Group zit, inderdaad van Clinton's minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Allbright. Dit alles bleek uit een uitgelekt 'business proposal' dat het consortium aan de Kuweitse regering had gestuurd.

Hiermee is niet alleen een merkwaardige belangenverstrengeling geopenbaard, maar ook nog een die recht ingaat tegen het officiële beleid dat de VS en de gezant beogen te voeren. In plaats van te proberen de schulden zoveel mogelijk kwijt te schelden, proberen Baker en de zijnen er zoveel mogelijk uit te slepen (en dus Irak zoveel mogelijk te laten betalen).

Sisser

Op 28 oktober kwam Klein terug op het verhaal, met een relaas van de sisser waarmee de onthulling af dreigde te lopen [4]. Ze liepen zich op de redactie van the Nation net te verkneukelen over het feit dat het ze gelukt was om Carlyle een miljard dollar door de neus te boren, toen het nieuws binnenkwam dat Carlyle doodleuk ontkende nog deel uit te maken van het bewuste consortium. Ze zouden zich hebben teruggetrokken toen Baker benoemd werd tot schulden-gezant. Alleen was daar geen enkel bewijs voor. Het bedrijf beweerde dat ze dat "mondeling aan de andere partners gemeld hadden". Terwijl in het uitgelekt zakenvoorstel, dat twee maanden NADAT Baker aangesteld was als hulp van Bush, de Carlyle Groep niet minder dan 47 keer vermeld wordt. James Baker wordt ook elf keer met naam en toenaam opgevoerd. Ook andere partners in het consortium, zoals het consultantbedrijf van Allbright, bevestigden dat Carlyle nog steeds deel uitmaakt van het consortium, evenals een woordvoerder van de premier van Kuweit. Bovendien had de woordvoerder van Carlyle (Christopher Ullman) het oorspronkelijke stuk ingezien en goedgekeurd. Hij had Klein nog gebeld om te bedanken voor de manier waarop hij geciteerd was.

Naomi Klein belt die Ullman nog maar eens om te weten hoe het zit nu het verhaal 180 graden omgedraaid is en beschrijft hoe ze "het gevoel kreeg te praten met een van die gehersenspoelde tiepes uit "The Manchurian Candidate," de film van Jonathan Demme over een Carlyle-achtig bedrijf dat samenspant om een mindcontrollede kandidaat in het Witte Huis te krijgen." "We hebben ontdekt dat we niet eens tot dat consortium zijn toegetreden", verklaarde Ullman vlakjes. "Toen ik gisteren met je sprak, wist ik dat niet".

Geheugenchips

Het meest verbazingwekkende is, ook volgens Klein, dat het nog werkte ook. Het verhaal dat eerst overal de voorpagina's haalde, verdampte net zo snel weer. Een krant als The New York Times heeft geen letter over de zaak geschreven, terwijl ze nog wel een redactioneel commentaar hadden gewijd aan zijn aanstelling als speciale gezant voor Iraaks schulden waarin hij opgeroepen werd om op te stappen bij Carlyle. Kerry deed er ook niets mee in zijn campagne, uit angst dat dat terug zou slaan op Madeleine Allbright uit zijn eigen partij. Klein vermoedt zelfs een geniale zet van Carlyle die Allbright met opzet binnengehaald zou hebben om zich op die flank beschermd te weten.

"Het leek wel alsof de gehele media in de VS met Manchuriaanse geheugenchips waren geïmplanteerd," schrijft Klein in The Nation. "Hier hebben we het bewijs dat de Carlyle Group had deelgenomen aan een plan om Baker te gebruiken voor het ondermijnen van het beleid van de VS, misschien wel in strijd met wetten op het gebied van belangenverstrengeling. Maar Carlyle ontkomt weer eens." Het bedrijf - dat bekend staat om de hoeveelheid ex-presidenten in de gelederen - is notoir vanwege zijn onaantastbaarheid.

Ook het Witte Huis voelde zich niet geroepen om een antwoord te geven op de vraag of de zakenbelangen van Baker misschien zijn werkzaamheden als gezant in de weg hadden gestaan. "Het antwoord wordt in ieder geval niet gegeven doordat er nu 1 miljard dollar in de schatkist van een rijk olie-emiraat blijft, in plaats van naar Carlyle te vloeien," schrijft Klein. "Een week nadat de deal verloren ging, keerde Carlyle een recordbedrag van 6,6 miljard dollar uit aan zijn investeerders". "Het zijn de beste 18 maanden geweest die we ooit gehad hebben," pochte hoofd investeringen van Carlyle Bill Conway in de Financial Times. "We made money and we made it fast."

Minder voorspoedig

Klein besluit haar stuk met de blik te verplaatsen naar Irak waar "het de afgelopen 18 maanden aanmerkelijk minder voorspoedig is gegaan." "Het Iraakse ministerie van Gezondheid heeft een gruwelijk rapport uitgebracht over de crisis in de gezondheidszorg na de invasie, waaronder uitbraken van typhus en tuberculose en sterk gestegen sterftecijfers van pasgeboren kinderen en hun moeders. Een week nadat dat rapport verscheen, betaalde Irak weer eens $195 miljoen dollar aan herstelbetalingen voor de oorlog, grotendeels aan Kuweit. Tegelijkertijd kondigde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aan dat een bedrag van $3,5 miljard dat oorspronkelijk bedoeld was voor verbetering van de voorzieningen op het gebied van water, riolering en elektriciteit in Irak, overgeheveld werd naar verbetering van de veiligheid. Volgens onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage kon dat omdat schuldenverlichting aanstaande was."

Maar dat is allerminst het geval volgens Klein. In feite raakt Irak juist steeds dieper in de schulden nu IMF en Wereldbank nieuwe leningen ter waarde van $836 miljoen vrijgegeven hebben. "Ondertussen is het Baker niet gelukt om een enkel land zover te krijgen om schulden aan Irak te schrappen. Iraks schuldeisers weten dat, terwijl Baker van hen vroeg om een hand over het hart te strijken, zijn bedrijf aan Kuweit een speciale deal aanbood om Irak onder druk te zetten om te betalen. Dat is niet het soort nieuws dat leidt tot vergevingsgezindheid en goede wil".

Briljante onderzoeksjournalistiek, die helaas nog geen rimpeltje in de vijver weet te produceren. Sterker nog: degenen die zo blootgesteld worden, worden beloond met winst in de verkiezingen. Desondanks blijft het uiteraard belangrijk dat de feiten boven tafel komen, misschien wel des te belangrijker nu duidelijk is dat niet meer gerekend kan worden op enige vanzelfsprekende politieke controle.

En verder...

Voor wie op dit gebied nog niet genoeg voor de kiezen heeft gehad, is een regelmatige blik op de website http://www.corpwatch.com altijd aan te bevelen. Daar wordt nu bijvoorbeeld de praktijk van de onderneming Halliburton in Kuweit onder de loep genomen [5]. Op basis van 400 documenten die zijn vrijgegeven door een kwaad Democratisch congreslid, wordt duidelijk dat Halliburton (die vanuit Kuweit een groot deel van de wederopbouw van Irak coördineert) structureel smeergeld eist van ondernemingen die ook een graai uit de lucratieve pot willen halen. Halliburton wordt in de volksmond dan ook Halibaba genoemd (van de veertig rovers, ja).

De Amerikaanse activistenschool Ruckus Society heeft inmiddels een kaartspel in de verkoop met de koppen van de 52 grootste war profiteers erop [6]. De opbrengst gaat naar acties tegen de bezetting van Irak.

Bij Uitgeverij Seven Stories is zojuist het boek "Iraq Inc. - A Profitable Occupation" uitgekomen, dat voornamelijk geschreven is door medewerkers van Corpwatch [7].

Corpwatch heeft een speciale afdeling "War Profiteers" op de website, waar handige 'company profiles' te lezen zijn en artikelen over graaiende bedrijven in uiteenlopende oorlogen. Niet alleen Irak blijkt immers een lucratieve oorlog op te leveren (dat wil zeggen: de lokale bevolking en de belastingbetaler betalen de prijs, de bedrijven strijken de winst op). Ook in Darfur liggen de bedrijven alweer op de loer, blijkt uit het stuk "Darfur Diplomacy: Enter the Contractors" [8]. Dat artikel gaat vooral over Dyncorp Corporation, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het 'assisteren van vredesoperaties' en eigenlijk een geprivatiseerd interventieleger is. Oorlogen als die in Afghanistan en Irak worden in toenemende mate uitgevoerd door bedrijven. De balans is zover doorgeslagen dat er nu gemord wordt in de hoogste kringen van het Amerikaanse leger volgens het blad Defense Daily [9].

Op de website van de Britse evenknie Corporatewatch [10] vinden we vermelding van een onderzoek van de ngo's GRAIN en Focus on the Global South waaruit blijkt dat de VS ook bezig is om in Irak een wettelijk verbod op hergebruik van (gepatenteerde) zaden door boeren in te stellen. Daardoor zullen zij gedwongen worden om hun zaaigoed af te nemen van multinationals als Syngenta of Monsanto [11]. "The US has been imposing patents on life around the world through trade deals. In this case, they invaded the country first, then imposed their patents. This is both immoral and unacceptable," said Shalini Bhutani, one of the report's authors.

Het zal vast toeval zijn dat de cd-speler net nu ik dit artikel (over)schrijf De Amerikaanse zanger Gill Scott-Heron laat horen die zijn lied "A Poem for Peace" inleidt met de ironische constatering dat "The only thing wrong with Peace, is that you can't make no money from it."

"The Military and the Monetary,
they get together whenever they think its necessary,
they've turned our brothers and sisters into mercenaries,
they are turning the planet, into a cemetery." [12]


Noten:
[1] "Verkiezingen in de VS: Voor Wat Hoort Wat" (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/443/1/1/)
[2] Zie bijvoorbeeld de opzienbarende VPRO-documentaire over Carlyle "De IJzeren Driehoek" (http://www.globalinfo.nl/article/view/285)
[3] "James Baker's Double Life," Klein, The Nation van 1 november 2004. Het artikel verscheen al op 12 oktober op de website (http://www.thenation.com/doc.mhtml?i=20041101&s=klein). Voor een bewerkte Nederlandstalige versie verscheen in De Groene, zie: "Het dubbelleven van James Baker, Klein, 22 oktober 2004(http://www.groene.nl/2004/0443/nk_klein.html)
[4] "Carlyle Covers Up," Klein, The Nation van 15 november 2004. Op de website verscheen het al op 28 oktober (http://www.thenation.com/doc.mhtml?i=20041115&s=klein).
[5] "Kuwait documents allege Halliburton bribe scandal," van 11 november 2004 (http://www.corpwatch.org/article.php?id=11664).
[6] Het kaartspel is te zien en op te halen bij: http://ruckus.org/warprofiteers/
[7] Http://www.corpwatch.org/article.php?id=11583
[8] Http://www.corpwatch.org/article.php?id=11598
[9] Http://www.corpwatch.org/article.php?id=11643
[10] Http://www.corporatewatch.org
[11] Http://www.corporatewatch.org/news/carnage.htm
[12] Http://www.zmag.org/Songs/workforpeace.htm

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


E) Angst voor Big Bang in textielsector
(door Chris Peeters)

De textielsector is in rep en roer in afwachting van de 'Big Bang', als op 31 december aanstaande de 'Agreement on Textiles and Clothing' (ATC) afloopt [1]. Pogingen van vele partijen om het quotaregime voor de import van textiel en kleding te verlengen, zijn tot op heden op niets uitgelopen. Een aantal landen [2] vreest voor de economische gevolgen van het verdwijnen van de ATC en op hun verzoek vergaderde de WTO-goederenraad op 26 oktober (opnieuw) over maatregelen om hier iets aan te doen. Turkije deed suggesties om de gevolgen te verzachten [3], zoals het instellen van een monitor om marktverstoringen te ontdekken of van een veiligheidsmechanisme dat vanzelf in werking treedt bij marktverstoringen. Maar de WTO-leden werden het niet eens. Op 25 november wordt de discussie vervolgd.


Een recent WTO-rapport versterkt het vermoeden dat vooral China en India zullen gaan profiteren van het verdwijnen van het quotasysteem [4]. Landen als Pakistan, Bangla Desh en Sri Lanka - sterk afhankelijk van de textielexport - gaan tot de grote verliezers behoren. Een recent Unctad-rapport pleit voor steunmaatregelen voor de verliezers [5]. Op het WTO-overleg over minst ontwikkelde landen op 29 oktober pleitte Tanzania voor preferentiële tarieven en oorsprongsregels [6] en voor grotere Zuid-Zuid-markttoegang [7]. Zulke maatregelen bieden echter geen zicht op een alternatief exportproduct. Textiel is immers bij uitstek (doordat het weinig kapitaal en technologie vereist) een makkelijk exportproduct voor weinig ontwikkelde landen. Die arme landen pleitten bij het afsluiten van de Uruguay-ronde in 1995 juist voor het afschaffen van de quota, omdat de rijke landen die gebruikten om hun markt af te schermen. Maar ja, toen was China nog geen lid van de WTO (dat is het pas sinds twee jaar). Wellicht was anders gekozen voor het continu verhogen van de quota.

Massa-ontslagen

De ontwikkelingen werpen hun schaduw al vooruit. Een woordvoerder van een klein textielproducerend land meldde: "Fabrieken worden gesloten en mensen ontslagen omdat orders vooruit worden geboekt en sommige bedrijven hun orders al naar China verplaatsen" [8]. Enkele van de grote Chinese producenten hebben al van hun klanten te horen gekregen dat ze rekening moeten houden met 10% grotere orders. Uit de berichtgeving is overigens onduidelijk wáárom landen zich niet hebben voorbereid op het einde van de ATC, terwijl ze toch wisten dat dat er aan zat te komen. Waarom zijn in China wel moderne textielfabrieken neergezet, maar in Bangla Desh niet? Mogelijk hebben Westerse (VS) bedrijven hun (moderne) productie juist naar China verplaatst mede in verband met de reusachtige Chinese markt [9].

Chinese exportvloed?

Er zijn brede coalities ontstaan om de opmars van de Chinese export te temperen.
Vertegenwoordigers van de Amerikaanse textielindustrie overlegden in september met textielgroepen uit 13 landen. Op 12 oktober kondigden Amerikaanse textielgroepen (zoals de National Council of Textile Organisations) aan dat ze bij het Commitee for the Implementation of Textile Agreements (CITA) bescherming wilden vragen op basis van de afspraken die met China zijn gemaakt toen het land tot de WTO toetrad [10]. Ter afhandeling van een van de eisen vroeg het CITA op 3 november aan belanghebbenden om specifieke informatie over de Chinese exportsector van broeken [11]. China heeft al aangekondigd eventueel bij de WTO in beroep te gaan en dreigt met verslechtering van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Er staat veel op het spel! Sommige Chinese bronnen suggereren echter dat de soep niet zo heet wordt gegeten, omdat China al snel tegen zijn grenzen zal oplopen vanwege verwachte tekorten aan elektriciteit of grondstoffen. China stelt ook: "Wij hebben al meer dan veertig jaar niet kunnen profiteren van ons comparatief voordeel in textiel. Als de WTO deze sector anders behandelt als andere zal dat grote invloed op andere onderdelen van de DOHA-ronde hebben [12].
Een bijzonder probleem is de waarde van de Chinese munt. China wordt er wereldwijd van beschuldigd deze kunstmatig laag te houden om zijn export te bevorderen. De invloed van een afgedwongen revaluatie op de textielimport is onbekend.

Tegenstrijdige bedrijfsbelangen VS

In de VS bestaan tegenstrijdige belangen. Textiel- en kledingproducenten zijn natuurlijk bang voor een vloedgolf van goedkope import. De productie wordt flink beschermd met importtarieven omdat die met name werkgelegenheid oplevert in economisch zwakke gebieden [13]. De Amerikaanse bedrijven die in China geïnvesteerd hebben, willen van daaruit natuurlijk ook de Amerikaanse markt bedienen. En de Amerikaanse kledingverkopers willen profiteren van de goedkope Chinese leveranciers. Zij verzetten zich daarom krachtig tegen het verlengen van de ATC en herinneren hun regering eraan dat die heeft toegezegd geen voortijdige importblokkades op te werpen. Zij hebben last van het quotasysteem. "Het is idioot; 80% van onze kleding komt uit 20% van de landen die ons leveren. Maar door het quotasysteem moeten we ook in allerlei andere landen inkopen", aldus een vertegenwoordiger van VS-kledingketen "Children's Place"[14]. Zoals in veel sectoren is de macht van de detailhandel ook in de textiel sterk gegroeid. De Amerikaanse regering moet schipperen tussen die tegenstrijdige belangen.

Versterking EU-concurrentiekracht

Ook de EU bereidt zich voor op het ATC-einde. De Commissie stuurt een voorstel naar de lidstaten om per 1-1-2005 alle textiel- en kledingquota op te heffen [15]. De EU zal de ontwikkeling van de Europese import uit China in de gaten houden [16]. Het nieuwe systeem voor handelspreferenties dat de EU onlangs vaststelde werpt voorlopig een (kleine) hinderpaal op voor de Chinese textiel- en kledingexport naar de EU [17]. Maar tariefpreferenties zullen op den duur echter worden uitgehold [18], dus wil de EU op een andere manier de invoer van textiel en kleding uit arme landen die sterk van deze export afhankelijk zijn, ondersteunen (zoals door simpelere oorsprongsregels). Om de Europese textiel- en kledingsector verder te beschermen tegen de aanstormende Chinese en Indiase import heeft de Commissie een zeven-stappen-plan gelanceerd om haar concurrentiekracht te vergroten [19]. De stappen zijn een concrete uitwerking voor deze sector van de Lissabon-doelstelling om de Europese economie de meest concurrerende ter wereld te maken: verbeter research en vernieuwing, om een technologische doorbraak bij het maken van kleding te bereiken en voor het ontwikkelen van ecologisch efficiënte productieprocessen. De Europese textielproducenten moeten zich concentreren op producten met een hoge toegevoegde waarde. Ook doet de commissie voorstellen voor levenslang leren, een reservefonds voor noodsituaties in de sector, het beschermen van intellectuele eigendom en markttoegang.

Toekomstbeeld

Critici denken dat het textielregime na de ATC alleen maar nieuwe handelsbarrières zal kennen, zoals ingewikkelde oorsprongsregels, veiligheidsmaatregelen tegen marktverstoring, regionale samenwerkingsverbanden zoals Euromed [20], nabijheidseisen en hogere tariefmuren. Ahmad (zie noot 4) stelt dat voor de VS en de EU het quotasysteem zijn waarde heeft verloren en ze dit door de andere beschermingsmaat-regelen kunnen vervangen.
Die moeten gericht worden op een nieuwe verdeling van de markt:
a/ in de VS en de EU blijven vooral de kapitaalintensieve bedrijven met hoge toegevoegde waarde gevestigd;
b/ in hun omgeving (Noord-Afrika, Mexico) worden in fabrieken van buitenlandse investeerders modegevoelige producten gemaakt, waarvoor snelle leverantie belangrijk is;
c/ uit India komen de grovere massaproducten;
d/ uit China komen de massaproducten die technisch veeleisender zijn, deels gemaakt in fabrieken van buitenlandse investeerders.

Het is moeilijk om een progressief alternatief voor het opheffen van het quotasysteem te ontdekken. Er is geen NGO-campagne voor verlenging van het quotasysteem en gegeven het enorme belang van de textielsector voor arme ontwikkelingslanden is dat merkwaardig. Oxfam, dat bij 'suiker' een wereldwijd quotasysteem voorstaat, pleit bij textiel voor verzachtende maatregelen (zie noot 1). Welke verzachtende maatregelen er ook genomen worden (en die verdienen zeker steun), in veel LDC's zal deze sector zal onvermijdelijk zware klappen krijgen. Het enige alternatief lijkt een quotasysteem te zijn, maar dat is op dit moment politiek niet haalbaar.


Noten:
[1] Dit artikel is een vervolg op "Opgenaaid; woelige tijden in de textielsector door aflopen ATC" in WTO.ZIP nr. 46 van 22 juni 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040622--00(46).htm). De ATC had als doel het uitfaseren van de sinds 1974 onder het Multivezelakkoord ingestelde quota voor de kleding- en textielsector, om die zo onder de algemene WTO-regels te brengen. Zie ook: "Kader over MVA" in "Kleding en textiel in de Europese Unie: reactie op de afloop van het Multi Vezel Akkoord," door Esther de Haan, in WTO.ZIP nr. 41 van 9 december 2003 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/031209--00(41)).
[2] Bangla Desh, de Dominicaanse Republiek, Fiji, Madagascar, Mauritius, Sri Lanka en Uganda - ondersteund door Jamaica, Nepal en Mongolië. Deze landen vroegen de WTO de gevolgen van de quota-opheffing te onderzoeken en om voorstellen te doen om de negatieve effecten tegen te gaan.
[3] In zijn voorstel herinnerde Turkije er aan dat met het opheffen van het quotumregime voor een aantal producten in 2002, het aandeel van China op de Amerikaanse markt van deze producten met 800% steeg, en de prijs met ca 60% daalde. Zie "Textile consultations deadlocked", Bridges Weekly Trade News Digest vol. 8 nr. 36 van 27 oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-27/index.htm). De aanpassing aan het beëindigen van de ATC is nog groter doordat de rijke, importerende staten zich weliswaar hielden aan de afgesproken percentages waarmee ze het aantal quota moesten verminderen, maar de omvangrijkste en belangrijkste quota tot het laatst in stand hielden. De arme textielexporteurs hebben hun economieën daardoor onvoldoende aangepast.
[4] "The Global Textile and Clothing Industry post the Agreement on Textiles and Clothing," door de Textiles Monitoring Body van de WTO (http://www.wto.org/english/tratop_e/texti_e/texti_e.htm). Overigens worden er forse vraagtekens bij de conclusies geplaatst. Zie bijv. "Hard Facts and the Way Forward in the Textiles and Clothing Trade," door Munir Ahmad, in Bridges Monthly Trade News Digest van september 2004 (http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES8-8.pdf). Ook de Wereldbank meent dat het WTO-rapport met een korreltje zout moet worden genomen. Zie ook: Chakravarthi Raghavan: "A willing-to-hit, afraid-to-wound WTO-study on the ATC?," in SUNS 5636 van 12 augustus 2004 (http://www.twnside.org.sg/title2/5636a.htm) en idem "CTG to discuss ATC integration process, post-ATC adjustment," in SUNS5653 van 24 september 2004 (http://www.twnside.org.sg/title2/5653a.htm).
[5] "Assuring Development Gains from the International Trading System and Trade Negotiations: Implications of ATC Termination on 31 december 2004," door het secretariaat van de Unctad, van 30 september 2004 (http://www.unctad.org/en/docs//tdb51crp1_en.pdf).
[6] Oorsprongsregels moeten ervoor zorgen dat handelsvoordelen ook werkelijk terecht komen bij de landen waarvoor ze bedoeld zijn (en dat niet bijvoorbeeld een slimme Chinese kledingexporteur zijn producten via Bangla Desh verscheept). In het oorsprongsland moet minimaal een zekere waarde aan het product zijn toegevoegd. Zeker voor textiel en kleding - waar nogal veel met producten wordt gesleept - kan dat veel last opleveren. Simpeler oorsprongsregels kunnen bijvoorbeeld inhouden dat als een product maar in Afrika is gemaakt, de preciese oorsprong niet meer belangrijk is.
[7] Pas na grote druk van LDC's, andere ontwikkelingslanden en Duitsland waren India, China, Brazilië en Hongkong bereid het verzoek om een studie hiernaar aan hun regeringen over te brengen. Zie "LDCs discuss upcoming textile and clothing transitions," Bridges Weekly Trade News Digest vol. 8 nr 37 van 3 november 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-11-3/story2.htm). Brazilië vreest misschien dat maatregelen met betrekking tot textiel ook zullen worden voorgesteld voor suiker en katoen. "Adjustment issues relate to many of the agreements and the trade liberalization process and should be addressed in a cross-cutting horizontal way," in "Looking for ways for consultation on ATC adjustment questions," door Chakravarthi Raghavan, in SUNS 5659 van 3 oktober 2004.
[8] "Insurgence grows against unbridled global textile trade due in 2005," door AFP Geneve, van 30 september 2004 (http://www.turkishpress/news.asp?ID=29054).
[9] Uit de verhouding tussen loonhoogte en productiviteit is dit niet te verklaren; terwijl de lonen van Chinese arbeiders hoger zijn dan die van hun Indiase of Bengaalse collega's, is de productiviteit juist lager (volgens een recent IMF-rapport over de textielsector).
[10] Volgens bilaterale afspraken kan bij (dreigende) ernstige marktverstoring import uit China drastisch beperkt worden. China stelt echter dat eerst moet zijn aangetoond dat de markt werkelijk verstoord is. De eis tot bescherming betrof 15 van de 91 productcategoriën waarvan de quota op 31 december 2004 zullen verdwijnen. Ze werd behalve door Amerikaanse groepen ondersteund door de 'Global Alliance for Fair Textile Trade', een groep van 96 textiel- en kledinghandelsorganisaties uit 54 landen, die al eerder had aangedrongen op verlenging van het ATC-regime. Zie "US textile groups file safeguards against Chinese imports" in Bridges Weekly Trade News Digest nr. 34 van 13 oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-13/story7.htm) en "WTO members brace for textile quota liberalisation" in Bridges Weekly Trade News Digest nr. 33 van 6 oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-06/story4.htm).
[11] 'Geïnteresseeerde partijen' moeten voor aanstaande 3 december informatie opsturen over vragen als: "Heeft China overcapaciteit om broeken te exporteren, of overcapaciteit die makkelijk kan worden omgezet om broeken te maken, of kan het makkelijk extra capaciteit installeren." Daarna beslist het Committee binnen 60 dagen of China de VS-broekenmarkt dreigt te verstoren. Zo ja, dan moet de VS-regering met China overleggen om die verstoring te verzachten of op te heffen. Zie "Sollicitation of Public Comments on Requist for Textile and Apparel Safeguards on Imports from China," door CITA van 3 november 2004 (http://otexa.ita.doc.gov/FR_CITA_acceptance_110304.pdf).
[12] Zie Rhagavan, in noot 7.
[13] Het totale aandeel in de Amerikaanse werkgelegenheid van textiel en kleding is slechts 2% maar neemt 83% van de totale kosten van importbescherming voor zijn rekening. Zie: "Extending ATC may unravel UR accords, endanger Doha talks," door Chakravarthi Raghavan, in SUNS5657 van 30 september (http://www.twnside.org.sg/title2/5657a.htm).
[14] In: "Hanging by the Thread: Textile factories throughout Asia face extinction as a long-standing global trade pact is set to expire," door Aravant Adiga, van 26 oktober 2004 (http://www.time.com/time/asia/magazine/printout/0,13675,501041101-733844,00.html). Een belangrijke Amerikaanse kledingverkoper dreigde al geen kleding in Bangla Desh te zullen inkopen als dat land zijn eis voor het verlengen van de ATC niet intrekt. Zijn belang was duidelijk: hij dreigde failliet te gaan omdat de klanten hun blouses bij Wall Mart een paar dollar goedkoper konden krijgen! Uit: "Retailers weighing in on WTO Textiles Dispute," door Forrest Laws, 24 september 2004. Deze strijd tussen producenten en verkopers is kenmerkend voor de steeds grotere macht van de (steeds meer geconcentreerde) detailhandel binnen de productieketen, die ook zichtbaar is binnen de agrobussiness.
[15] "Textiles: EU prepares for WTO textiles and clothing quota elimination from 1 January 2005," Dgtrade van de EU, van 26 oktober 2004 (http://europa.eu.int/comm/trade/issues/sectoral/industry/textile/
pr261004_en.htm).
[16] Op 6 mei jl. heeft de EU met dit doel een overeenkomst met China getekend voor een dialoog over de textielhandel. Zie: "Textiles: Commission takes seven actions to help EU textiles industry ahead of 1 January 2005," DGtrade of the EU van 13 oktober 2004 (http://europa.eu.int/rapid/pressReleasesAction.do?
reference=IP/04/1206&type=HTML&aged=0&language=EN&guiLanguage=en).
[17] De vrijstelling van importheffing voor goederen uit ontwikkelingslanden op basis van het algemeen preferentiesysteem wordt beperkt voor goederen waarvan de totale export naar de EU meer dan 15% (voor de textielsector 12,5%) is van de totale buitenlandse import. Aangezien van de totale EU-textielimport meer dan 30% uit China komt, moeten Chinese fabrikanten dus hogere heffingen gaan betalen. Aldus het NRC van 21 oktober 2004 in "Hogere heffingen EU op textiel China." Waarschijnlijk zal ook de Indiase textielexport naar de EU snel onder deze bepaling vallen. De bepaling roept zeer waarschijnlijk discussie op over differentiatie tussen ontwikkelingslanden bij handelsregels, een zeer gevoelig onderwerp bij WTO-onderhandelingen over 'special and differential treatment.'
[18] doordat in het kader van de WTO-onderhandelingen de - nu nog relatief hoge - importtarieven op textiel en kleding zullen worden verlaagd; dat is immers ook in het belang van de buitenlandse investeerders in lage-lonen-landen.
[19] Zie: "European Commission presents textiles and clothing plan," Bridges Weekly Trade News Digest vol. 8 nr. 35 van 20 oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-20/story3.htm). De Commissievoorstellen zijn een reactie op het rapport van de 'High level group for textiles and clothing' (zie noot 1). Deze groep presenteerde op 30 juni 2004 zeven aanbevelingen om de concurrentiekracht van de EU-textielindustrie te versterken: "European textiles and clothing in a quota free environment" (http://europa.eu.int/comm/enterprise/textile/documents/hlg_report_30_06_04.pdf).
[20] Hier zijn de lopende vrijhandelsbesprekingen bedoeld tussen de EU en diverse Middellandse Zeelanden.


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


F) De investeringstak van de Wereldbank - IFC - verandert haar beleid
Het streven is echter nog steeds winst, niet armoedehalvering
(door Filka Sekulova [1])

Een langdurige en hevige strijd tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen over een WTO-investeringsakkoord leidde in juli dit jaar tot uitstel van de onderhandelingen. Ondanks het resultaat van dit gevecht binnen de WTO ziet de Wereldbank er niet van af door te gaan met haar investeringspraktijken [2]. De International Finance Corporation (IFC), haar investeringstak [3], blijft projecten financieren gericht op "het stimuleren van duurzame investeringen in de particuliere sector van ontwikkelingslanden ter ondersteuning van armoedereductie en verbetering van het leven van de mensen." Een toenemend aantal civil society-organisaties bekritiseert echter de schadelijke gevolgen van deze projecten op milieugebied en op de levensomstandigheden van de bevolking daar. De beleidswijziging die de IFC recentelijk ondergaat verandert daar niets namelijk aan.


Behalve dat de International Finance Corporation zelf een grote globale financierder is, ondersteunt ze particuliere ondernemingen door het verschaffen van leningen en door de aankoop van aandelen (equity stocks). Daarnaast 'regelt' de IFC ook leningen van particuliere banken voor ondernemingen. Zelfs als de IFC niet het grootste deel voor zijn rekening van de financiering van een bepaald project, dan nog zien vele financiële instellingen de deelname van de Bank als een teken van de 'economische en sociale levensvatbaarheid' van dat project en beschouwen het als 'groen licht' voor aanvullende financiering [4].

Standaards en besluitvorming

Goedkeuring van de IFC-leningen wordt gedaan door het Directiebestuur van de Wereldbank (WB Board of directors) die grotendeels aangesteld is door de G7-landen. De financiële criteria en uitvoeringsnormen van de IFC worden in toenemende mate overgenomen door andere grote financiële instellingen. De Citibank, Bank of America en ruim twintig andere zeer grote commerciële banken, ook wel de Equator Principles Banks, zijn overeengekomen om haar normen voor milieunormen en sociale normen te gebruiken [5]. Daarbij hebben vele exportkrediet-agentschappen besloten om de IFC standaards maatgevend te laten zijn voor die van henzelf.

Winstmaken en 'pro-armen' ontwikkeling

De IFC lijkt uit te gaan van de vooronderstelling dat armoedereductie onvermijdelijk voortvloeit uit investeringen in de particuliere sector. Het is echter zeer de vraag of het ontwikkelingsconcept van de IFC gebaseerd is op een analyse van de prioriteiten van arme mensen en of haar financierings- en adviseringswerk voldoende gericht is op het begunstigen van hen. Tegelijkertijd blijft het opleveren van winst een van de hoofdcriteria dat de IFC hanteert bij de evaluatie van projecten [6].

In de jaarverslagen van de IFC staan vele projecten vermeld met twijfelachtige ontwikkelingsresultaten. Een paar voorbeelden daarvan zijn Coca Cola-fabrieken in Azerbeidzjan, Domino Pizza in Zuid-Afrika, luxe hotels op de Maldieven, dure privéscholen in Uganda, bloementeelt in hongerend Afrika en bio-industrie (varkens) in China. De IFC geeft niet aan wat de positieve ontwikkelingsresultaten zijn die voortkomen uit deze investeringen, maar het is wel duidelijk dat veel van de IFC-investeringen niet de belangen dienen van de armsten en de meest gemarginaliseerden, en dat ze niet uitgaan van het verminderen van de ongelijkheid tussen arm en rijk [6][7].

Transparantie en sanktionering

Vaak houdt de IFC informatie achter voor het publiek omdat het daarbij zou gaan om "vertrouwelijke bedrijfsinformatie" of omdat het vrijgeven ervan de concurrentiepositie van het bedrijf zou schaden [6]. Zo heeft de IFC geen sankties opgelegd aan de eigenaren van een door de IFC gefinancierde goudmijn in Kirgezië ondanks het feit, dat het bedrijf weigerde mee te werken aan een openbaar onderzoek naar twee gifschandalen. Het bedrijf wordt verantwoordelijk gehouden voor het niet tijdig inlichten van de autoriteiten bij twee snelwegongelukken (in 1998 en 2000) waarbij het giftige natriumcyanide vrijkwam. Dit leidde tot een (onnodig) hoog aantal doden en gewonden. De IFC dwong het bedrijf evenmin om hun rampenaktieplan openbaar te maken.

Begeleiding en bewaking

De IFC heeft nooit voldoende geld en bestuurlijke capaciteit ingezet ten behoeve van supervisie bij en monitoring van projectuitvoering, maar ook niet om te kunnen voldoen aan de eisen van het door de Wereldbank gevoerde beleid. De Wereldbank heeft onvoldoende investeringsmedewerkers die op de hoogte zijn van het IFC-beleid, en de IFC heeft te weinig stafleden om de ruim duizend bedrijven te kunnen volgen die ze steunt [8].

Conflicterende belangen

Het recente samengaan van IFC-afdelingen met die van de Wereldbank leidt ertoe dat degenen die regeringen adviseren over privatiseringsstrategieën ook diegenen zijn die met bedrijven praten over investeringsplannen in dezelfde sectoren! Zij die daar het meeste voordeel bij hebben zijn transnationale ondernemingen, zoals de rijkste onder die groep: Rio Tinto, Citibank, Marriott en ExxonMobil.

Gevolgen voor mensenrechten en het milieu

Een aanzienlijk deel - 14 to 17 % - van de IFC-investeringen van de laatste paar jaar vindt zijn weg naar de 'extractive industries', zoals mijnbouw en oliewinning [9]. Die investeringen worden veelal gedaan in landen met onvoldoende regelgeving en voorzieningen op het gebied van milieubescherming hetgeen gemakkelijk kan leiden tot milieuproblemen. Verder gaat het om een sector met potentieel grote negatieve sociale gevolgen, variërend van inbreuk op mensenrechten tot het vergroten van de kloof tussen rijk en arm.

IFC advies, financiering, training en technische ondersteuning aan bedrijven en regeringen gericht op privatisering van diensten (en vooral openbare voorzieningen) leidt in toenemende mate tot negatieve sociale gevolgen en milieuproblemen. Zo was de instelling verantwoordelijk voor het ontwerp voor de mislukte waterprivatisering in Manilla dat de Filippijnse regering 6,2 miljoen dollar kostte. De bevolking van Manilla kampt ondertussen met een hoge waterprijs, een lage en onbetrouwbare waterkwaliteit, een lek buizenstelsel en verspild water, maar ook - in bepaalde wijken - met een blijvende bacteriële besmetting in de toevoer die leidt tot maag- en darmziekten [10].

Beleidsherziening

Op dit moment is een omvangrijk herzieningsproces gaande dat betrekking heeft op de eisen voor milieu en sociale uitgangspunten bij de financieringen van de IFC. De herziene standaards zullen een vergaande invloed hebben op het soort beslissingen en op het resultaat van investeringen in een groot aantal ontwikkelingslanden. Vele zaken zullen daarvan afhankelijk zijn, zoals de handhaving van de rechten van inheemse volkeren, de mate van uitstoot van broeigassen, de omvang van beschermde 'habitats' en naleving van mensen- en arbeidsrechten.

Belangrijke tekortkomingen

De voorgestelde beleidswijzigingen hebben grote tekortkomingen. Nergens wordt de verantwoordelijkheid ten aanzien van plaatselijke gemeenschappen en kwetsbare groepen aangehaald, of duidelijkheid gegeven over de bindende vereisten waaraan clienten (particuliere ondernemingen) moeten voldoen. Een andere tekortkoming is dat de weergave van verantwoordelijkheden ten aanzien van milieu en sociale omstandigheden niet aangeeft welke rekenschap (accountability) clienten van de IFC moeten afleggen. Verder is er geen duidelijkheid onder welke voorwaarden de IFC een project zal afwijzen. Behalve dat het voorgestelde beleid de internationale wettelijke verplichtingen van de Wereldbank ondermijnt, is de beleidstoepassing van alle IFC-operaties ook onzeker en - zeer belangrijk - zijn de bestaande garantierichtlijnen [11] verzwakt [12].

NGO boycott en publieke aktie

In antwoord op de talrijke tekortkomingen van de voorgestelde IFC-leenstandaards, de versnelde consultatieprocedures en de geringe aandacht voor aanbevelingen en eisen van inheemse volkeren en 'civil society' worden de consultaties over de beleidsherziening door vele NGO's geboycott [13].

De macht en de impact van de IFC is zondermeer enorm groot en moeilijk aan te pakken. De NGO consultatieboycott is een simbool van de groeiende frustratie van 'IFI-watchers' [14] over het gebrek aan rekenschap en gebrek aan vooruitgang naar meer demokratische verhoudingen in de IFC en betere sociale en milieurelevante uitgangspunten van beleid.
Een zinvolle manier, echter, om te proberen radikale verandering te weeg te brengen binnen de instelling is door haar obligaties ('bonds') [15], de belangrijkste inkomensbron, op de korrel te nemen. 90 % van het IFC-inkomen wordt gegenereerd door de verkoop van obligaties op de financiële markten. Deze obligaties worden vaak aangekocht door publieke instellingen. Universiteiten, gemeentes, kerken, vakbonden en pensioenfondsen zijn over het algemeen niet bewust van de potentiële macht die uitgaat van een publiek gemaakte boycott van het aankopen van obligaties [16]. Omdat financiële markten gebaseerd zijn op vertrouwen, geldt: hoe meer publieke instellingen verklaren dat IFC-obligaties niet duurzaam zijn, hoe groter de 'schade' aan de waarde (rating) ervan en hoe kleiner de bereidheid van investeerders om de financiële zekerheidspapieren van de Bank te kopen, een bank die berucht is wegens het opdringen van neoliberaal beleid aan ontwikkelingslanden.


Noten:
[1] Vertaald door Rob Bleijerveld.
[2] Meer over samenhang en afstemming van het beleid van de Wereldbank (resp. IFC), het IMF en de WTO: "Harmonisation and coherence: White knight or Trojan horses?" (http://www.brettonwoodsproject.org/article.shtml?cmd[126]=x-126-16735), en "Circling the wagons: the World Bank IMF WTO coherence" (http://www.brettonwoodsproject.org/article.shtml?cmd[126]=x-126-4423)
[3] "Mission Statement of the International Finance Corporation," 2004 (http://www.ifc.org/ifcext/about.nsf/7afae2a79a656e70ca25692100069831/
d0e9906f064f418185256d03006fcfaa?OpenDocument). De andere agentschappen uit de Wereldbankgroep zijn: the International Bank for Reconstruction and Development IBRD, the International Development Association IDA, the Multilateral Investment Guarantee Agency MIGA and the International Centre for Settlement of Investment Disputes ICSID.
[4] "A Handbook on the Office of the Compliance Advisor Ombudsman of the International Finance Corporation and Multilateral Investment Guarantee Agency," door Center for Internationaal Environmental Law, september 2000 (http://www.ciel.org/Publications/CAOhandbook.pdf).
[5] Zie: http://www.equator-principles.com
[6] "Dubious Development, How the World Bank's Private Arm is Failing the Poor and the Environment," door FOE US, september 2002 (http://www.foe.org/camps/intl/worldbank/ifcreport).
[7] "Analysis of IFC's Role and Impact," by Bretton Woods Project, september 2000 (http://www.ciel.org/Ifi/ifccaseanalysis.html).
[8] "IFC Annual Report," by IFC, 2000 (p. 69) (http://www2.ifc.org/ar2000/index.htm).
[9] Volgens de IFC Jaarverslagen van 1995-1999. Pagina met alle jaarverslagen op:
http://www2.ifc.org/publications/pubs/ar/ar.html
[10] "Will the World Bank Back Down," door Public Citizen, april 2004. Voor regionale en landspecifieke details over World Bankleningen betreffende drinkwater en sanitatie van 2000-2004 (http://www.citizen.org/documents/worldbank2004.pdf)
Meer informatie: http://www.wateractivist.org
[11] De standaards voor milieu en social omstandigheden mbt. de financiering van projecten tot nu toe.
[12] Zie: http://www.grrr-now.org/
[13] Ktitiek van civil society organisaties tav. proces, en voorstellen aan de IFC: http://www.grrr-now.org/?action=showdoc&typedoc=1&menu=24
[14] IFI: International Financial Institutions.
[15] Financiële zekerheidspapieren die door banken en bedrijven verkocht worden op de internationale financiële markt om geld te genereren. Het geld komt van investeerders die na een bepaalde periode terugbetaald worden inclusief een vaste rente.
[16] Voor meer informatie, zie de website van de World Bank Disinvestment Campaign, de Europese tak van het Global World Bank Boycott Network: http://www.wbbeurope.org


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


G) Lamy kandidaat voor voorzitterschap WTO?
(door Rob Bleijerveld)

Vandaag (18 november) keurde het Europese Parlement het nieuwe Barroso-team goed als aankomende Commissie. Daarmee stopt volgende week de carrière van Pascal Lamy als Commissaris voor Handel. Hij wordt opgevolgd door Peter Mandelson waarover in de vorige nieuwsbrief al geschreven is.

Lamy over de WTO

Lamy wil klaarblijkelijk bezig blijven met 'vrij'handelsbeleid want hij overweegt zich kandidaat te stellen voor de funktie van Directeur-Generaal van de WTO [1].
Voor de BBC doet hij al een inhoudelijke voorzet. Hij vindt, dat de verantwoordelijkheid voor het beheer van internationale handel niet uitsluitend bij de WTO zou moeten liggen. "Ik denk dat andere organisaties zoals de World Health Organisation, de International Labour Organisation of globale milieuorganisations sterker zouden moeten zijn zodat we niet de indruk wekken dat, omdat het WTO-systeem zo sterk is, handelsregels boven standaards voor milieu, gezondheid en sociale omstandigheden uitgaan," aldus Lamy [2]. Hij voegde daaraan toe dat hoe langer die opvatting blijft bestaan, hoe moeilijker het wordt voor makers van handelsbeleid om campagne te voeren voor open markten.

Het is in het belang van de rijke staten om iemand op de post van Dir.-Gen. WTO te hebben waar ze op kunnen bouwen. Die voor hen de hete kastanjes uit het vuur zal halen. Tenslotte kwam het tussentijdse akkoord van Geneve (juli 2004) niet zonder slag of stoot tot stand en zal er het komen de jaar heel wat druk en chantage nodig zijn om de meeste neuzen weer één kant op te laten wijzen.
Naar verwachting kan Lamy rekenen op steun van de EU (met zijn vriend Mandelson aan het handelsroer) en de VS (ondanks 'strubbelingen' over concrete dossiers toch vijf jaar van vruchtbare samenwerking met zijn andere vriend en ex-handelsminister van de VS, Zoellick).

Reservebank

Een reservekandidaat voor Lamy is ex-voorzitter van de Algemene Raad van de WTO, Perez del Castillo [3]. In de aanloop naar de Ministerconferentie in Doha was hij degene die - samen met de toenmalige voorzitter van de Landbouwraad van de WTO - op zeer ondemokratische wijze de inhoud van de concept-ministerstekst aan de arme WTO-lidstaten opdrong [4]. Ook de namen van Shotaro Oshima, Japan's WTO ambassadeur, en de Nieuw-Zeelander Tim Groser, huidig voorzitter van de WTO Landbouwraad.

G-20

Ook de 'grote' ontwikkelingsstaten - de G20 - mengen zich in de race. De naam van de voormalige Zuid-Afrikaanse minister voor handel en industrie, Alec Erwin, is genoemd (niet zelf aangemeld zoals hij beweert). Brazilie zet zijn ambassadeur bij de WTO, Felipe Sexias Correa, in die eerder optrad als onofficiële spreekbuis voor de G20-groep.

G-90

Een kandidaat uit heel andere hoek is de minister voor handel en buitenlandse zaken van Mauritius, Jaykrishna Cuttaree [5]. Hij is op 29 oktober voorgedragen door de ACP-staten. Hij was woordvoerder voor de Afrikaanse Unie en de G-90-groep in Cancún.

Hoewel de 57 ACP-staten samen ruim eenderde van de WTO-lidstaten vertegenwoordigen, denken waarnemers dat hij geen kandidaat kan worden zonder de steun van de VS en EU. Daarmee lijkt een gedeeld voorzitterschap zoals bij Moore-Supachai niet onlogisch: twee jaar lang een kandidaat van de rijke staten en twee jaar eentje van de arme of armste staten. Zo'n deal zal echter wel wat kosten... (zoals de instemming met de EPA en AGOA-plus voorstellen?).


Noten:
[1] "EU's Pascal Lamy to join the race for WTO top job," Washington Trade Daily, van 26 oktober 2004 (http://www.tralac.org/scripts/content.php?id=3017).
De huidige Dir.-Gen. WTO, Supachai Panitchpakdi, treedt naar verwachting in de herfst van 2005 af. Zijn opvolger zal de ministersconferentie in Hong Kong voorzitten. In mei 2005 zal de opvolger van Supachai gekozen worden.
[2] "Lamy bids farewell with call for trade reform," door Manuela Saragosa, BBC Europe, van 17 november 2004 (http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/4017155.stm).
[3] "Race heats up for WTO Director-General candidates," Bridges weekly trade news digest vol 8 nr 34, van 13 oktober 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-10-13/WTOinbrief.htm).
[4] Zie: "Eerste ministeriële ontwerptekst voor Cancún - Impasse or impossible?," WTO.ZIP nr 24 van 1 augustus 2003 (http://www.globalinfo.nl/article/view/180) en "Commotie in Genève, "door Kees Stad, WTO.ZIP nr 28 van 3 september 2003 (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/202/).
[5] "ACP endorse candidacy of Mauritian trade minister for WTO DG Position," Bridges Weekly Trade News Digest Vol 8 nr 37 van 3 november 2004 (http://www.ictsd.org/weekly/04-11-03/story4.htm)

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


H) 12 Oktober-protesten tegen vrijhandelsakkoorden in Midden-Amerika
(door Kees Hudig)

Op 12 oktober, de dag waarop voorheen gevierd werd dat Columbus Amerika 'ontdekte', wordt door basisbewegingen traditioneel gedemonstreerd tegen kolonisatie en ongewenst regeringsbeleid. Dit jaar stonden in heel Midden-Amerika de demonstraties met name in het teken van protest tegen het regionale vrijhandelsverdrag CAFTA, dat op 28 mei getekend werd.


In El Salvador werd vanaf twee punten geprobeerd op te trekken naar de regeringsgebouwen in de binnenstad van San Salvador, maar dat werd door 150 politieagenten in rel(bestrijdings)uitrusting verhinderd. In Cuzcatlán gebruikte de politie pepergas tegen demonstranten die de Panamerikaanse snelweg gedurende twee uur hadden geblokkeerd. Meer dan 500 mensen hielden een belangrijk wegenkruispunt bezet in Sonsonate en ook in San Vicente werd drie uur lang een autoweg geblokkeerd.

In Panamá-Stad deden ruim 1000 mensen mee aan een demonstratie naar het Presidentiële paleis. Ze protesteerden tegen de privatisering van de gezondheidszorg en het onderwijs, en tegen het bilaterale vrijhandelsverdrag met de VS. Bij de demonstratie sloten zich meer dan 100 leden aan van het Boeren Front tegen Dammen die 11 dagen lang vanaf de bergen van Cocle gelopen hadden om te protesteren tegen een dam die daar gebouwd dreigt te worden om het Kanaal uit te breiden.

In Honduras kwamen 2000 Chorti-indianen bijeen bij de ruïnes van Copán, waar ze de snelweg naar Guatemala blokkeerden. De koepel van basisbewegingen CNRP steunde de actie en organiseerde ook een grote demonstratie in San Pedro Sula, de financiële hoofdstad van het land. De demonstratie was gericht tegen CAFTA en het economische beleid van de regering. Leden van verschillende inheemse organisaties hielden een kleinere demonstratie in Tegucigalpa.

In Guatemala liepen zo'n 30.000 inheemse bewoners, boeren en vakbondsleden in een demonstratie in de hoofdstad. Ze eisten uitvoering van de bepalingen van het vredesakkoord van 1996 en een beter ontwikkelingsbeleid voor het binnenland. Protesterende leraren eisten het aftreden van minister van onderwijs María del Carmen Acena. Boeren eisten een einde aan de gewelddadige ontruimingen van bezette stukken land, zoals op 31 augustus in Nueva Linda in Champerico, Retalhuleu, gebeurde waarbij vele doden vielen. Ook op andere plekken in het land werden demonstraties gehouden en snelwegen geblokkeerd.

In Costa Rica demonstreerden zo'n 30.000 mensen ondermeer tegen corruptie door politici en overheidspersoneel. Eerder in augustus was Costa Rica toneel van een omvangrijke stakingsgolf, die mede gericht was tegen het ondertekenen van het CAFTA-vrijhandelsakkoord.

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


I) Rien ne va plus...
(door Rob Bleijerveld)

Op 10 november deed het WTO panel een uitspraak over Amerikaanse beperkingen op grensoverschrijdende dienstverlening op het gebied van gokken en wedden door buitenlandse internetproviders. Antigua en Barbuda, die deze zaak aanspande, werd in het gelijk gesteld en het panel bepaalde dat de betreffende Amerikaanse federale [1] en statelijke regels eerdere afspraken over marktopening schenden die de VS afsloot onder het GATS-akkoord [2]. Volgens handelsdeskundigen kan deze uitspraak verstrekkende gevolgen hebben met betrekking tot GATS-afspraken door WTO-lidstaten.


Misverstand

Volgens een woordvoerder van het Amerikaanse handelsministerie komt het neer op een misverstand: volgens de VS valt 'gokken' niet onder de categorie 'overige recreatieve diensten'. Bij het vastleggen van het dienstenaanbod aan het einde van de Uruguay Ronde zou de Clinton-regering de uitdrukkelijke intentie hebben gehad om gokken uit te sluiten [3].
Verder zou het internetgokken en -wedden een probleem vormen voor handhaving van de openbare orde en de bescherming van de publiek. Afgezien van de hypocrisie uit dit land waar met (internet)gokken veel geld wordt verdiend (en verloren), kon ook dit argument de zaak niet redden bij de WTO. De kwestie van 'openbare orde' en publieke moraal' - die ook voorkomt in GATT- en GATS-bepalingen - had echter volgens het panel met WTO-overeenkomstige maatregelen afgedekt moeten worden. Daarnaast weigerde de VS in te gaan op een eerder aanbod van Antigua om een bilaterale of multilaterale oplossing te vinden.
De VS gaan in beroep.

Dit is de eerste uitspraak op dit gebied [4] en het is nog de vraag wat dat gaat betekenen voor GATS-afspraken en het proces van 'vraag en aanbod' dat nu plaats vindt.
Wellicht om niet teveel paniek te veroorzaken, benadrukte het panel dat zijn conclusie direkt verband houdt met de bijzondere omstandigheden in de VS. En de uitspraak zou niet de WTO-lidstaten het recht ontnemen om gok- en wed-activiteiten te reguleren, danwel te verbieden.

Nederland

Volgens de Amsterdamse advocaat mr Chr. Alberdingk Thijm [5] zal de WTO-uitspraak een streep zetten door het Nedwerlandse beleid voor kansspelen. Hier is gokken via internet officieel verboden en heeft een tweetal instellingen een vergunning voor het aanbieden van kansspelen (Lotto en Holland Casino).
Of buitenlandse internetproviders geweerd kunnen worden is de vraag. Dat zal volgens Alberdingk Thijm afhangen van de opheldering van minister Donner over zijn kansspelbeleid. Het Nederlandse beleid is namelijk niet consequent. De goklust moet worden beperkt, toch proberen de vergunninghouders via de reclame zoveel mogelijk mensen naar het casino te lokken. Dat zou wellicht onvoldoende reden zijn om buitenlandse aanbieders buiten te blijven sluiten.

Collectieve Voorkeur geen oplossing

Helaas voor de VS (en in de toekomst misschien ook Nederland) biedt het voorstel van aftredend handelsminister van de EU, Lamy, hier geen uitkomst [6]. Hij stelde eerder dit jaar voor dat een staat om bepaalde sociale, culturele of andere collectieve redenen bepaalde importgoederen of grensoverschrijdende dienstverlening zou moeten kunnen weren, tegen alle afspraken in (Collectieve Voorkeuren geheten). Het prijskaartje dat daar aan vast zit, is de door de WTO vast te stellen sanktie voor de oneigenlijke handelsbeperking...


Noten:
[1] Het gaat om ondermeer de Wire act, Travel act en Illegal Gambling Business act. Uit: "Uitspraak WTO panel over online gokken," door Thomas van Essen, 11 november 2004 (http://www.solv.nl/index.php?blz=3&bid=87#nid1341).
[2] Artikel XVI, GATS inzake inbreuk op publieke moraal en openbare orde. Artikel XIV, GATS: bescherming tegen fraude en bescherming van privacy.
[3] "WTO panel rules in favour of Antigua, Barbuda in gambling dispute," Bridges Weekly Trade News Digest Vol 8, Nr 39, van 17 november 2004.
[4] De paneluitspraak (WT/DS285/R): http://www.wto.org/english/tratop_e/dispu_e/285r_e.pdf
De GATS-tekst: http://www.wto.org/english/docs_e/legal_e/26-gats.doc
[5] "VS verliest geschil over gokverbod," Telegraaf 11 november 2004 (http://www.telegraaf.nl/i-mail/15532191/VS_verliest_geschil_over_gokverbod.html).
[6] Zie bijvoorbeeld "Lamy bids farewell with call for trade reform," door Manuela Saragosa, BBC Europe, van 17 november 2004 (http://news.bbc.co.uk/1/hi/business/4017155.stm)

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


J) Europese patentrichtlijn voor software (voorlopig) van de baan
(door Rob Bleijerveld)

Een stemming onder Europese ministers over een richtlijn voor softwarepatenten heeft zijn geldigheid verloren door een wijziging van de stemverhoudingen per 1 november. Volgens de Foundation for a Free Information Infrastructure (FFII) is de gekwalificeerde meerderheid van mei 2004 verdwenen en zal de stemming over gedaan moeten worden [1][2].

De Poolse regering die op 18 mei nog vóór het wetsvoorstel stemde, liet op 16 november weten terug te komen op die beslissing [3]. Ze is wel bereid om een richtlijn te steunen die alleen uitgaat van het patenteren van "computer-implemented inventions", maar niet van de "Patentability of Computer-implemented Inventions" richtlijn van mei die (ook) uitgaat van het patenteren van computerprogramma's.

In mei had Polen nog te weinig stemkracht en zou stemonthouding niet veel hebben betekend. Maar nu - na wijziging door de EU van het aantal stemmen dat iedere lidstaat toegewezen krijgt - heeft Polen er genoeg om de balans door te laten slaan. Blijkbaar gingen de overige EU-lidstaten ervan uit dat Polen ook nu in zou stemmen.

Volgens de NoSoftwarePatents campaign betekent deze stap dat er te weinig steun overblijft voor het wetsvoorstel en dat er geen gekwalificeerde meerderheid van voorstanders meer mogelijk is.
Het wetsvoorstel staat op 25 november op de agenda van de Raad voor Concurrentievermogen en wellicht ook binnenkort op de agenda van de Raad voor Concurrentiebeleid.

De tegenstanders van de plannen om softwarepatenten in de Europese Unie toe te
staan, zeggen dat dat slecht uitpakt voor innovatie. Softwarepatenten zouden vooral grote bedrijven bevoordelen en gevreesd wordt voor 'Amerikaanse toestanden', waarbij bedrijven octrooi aanvragen voor simpele software-ideeën maar met verstrekkende gevolgen. Zo is het 'one click'-systeem gepatenteerd door Amazon en kan dat niet zondermeer door andere programmateurs gebruikt worden.


Noten:
[1] "Stemming softwarepatenten niet meer geldig," door Maarten Reijnders, van 16 november 2004 (http://webwereld.nl/nieuws/20034.phtml).
[2] Voor achtergrondinformatie, zie: "Patentering van software in de Europese Unie beperkt; Bolkestein en Microsoft krijgen niet hun zin," WTO.ZIP nieuwsbrief nr 39 van 31 oktober 2003 (http://www.globalinfo.nl/article/articleview/254/) en "Een patent idee?," WTO.ZIP nieuwsbrief nr 47 van 11 augustus 2004 (http://www.stelling.nl/trouble/zip/040811--00(47).htm).
[3] "Polish rejection may derail E.U. patent directive," door Laura Rohde, IDG News, van 17 november 2004 (http://www.itworld.com/Man/2687/041117eupatent/) en "Patent opponents claim success," ZDNET van 17 november 2004 (http://news.zdnet.co.uk/business/legal/0,39020651,39174217,00.htm).

 

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


K) Kort en korter


Parlementair congres over WTO: steun voor vrijhandel?

Friends of the Earth Europe (FOEE) roept organisaties in de Europese lidstaten dringend op navraag te doen bij "hun" Europese Parlementsleden of die zullen deelnemen aan "The Parliamentary Conference on the World Trade Organisation" welke plaatsvindt van 24 tot 26 november. Deze conferentie wordt georganiseerd door de Inter-Parliamentary Union (IPU) en heeft als doel parlementaire steun te verwerven voor de neo-liberale handelsagenda van de Europese Commissie bij de WTO-onderhandelingen.

De bedoeling van het IPU is om de conferentie af te sluiten met een document voor Parlementaire Regels en een verklaring waarin het Europese Parlement zich uitspreekt voor voortzetting van het vrijhandelsbeleid. Deze twee documenten zijn bedoeld om dit congres te formaliseren tot een jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Het FOEE roept op om uit te zoeken wie er deel zullen nemen aan de conferentie - de ledenlijst wordt namelijk niet van te voren gepubliceerd. En om díe parlementsleden voor deelname te interesseren die zich hard maken tegen de bedrijfsvriendelijke handelsagenda van de Commissie en het IPU. Het FOEE is van mening dat parlementaire betrokkenheid bij de WTO-handelsbesprekingen uit moeten gaan van een eerlijk en duurzaam handelssysteem.

NGO's kunnen als waarnemer deelnemen aan de conferentie (geen spreekrecht), en kunnen daarom tijdens pauzes lobbyen.

Meer informatie: Kim Bizzarri (tel Brussel: +32 (0)2 542 0189) en
http://www.europarl.eu.int/comparl/inta/conference_wto/2004_11/default_en.htm
http://www.europarl.eu.int/comparl/inta/conference_wto/2004_11/agenda_en.pdf
http://www.europarl.eu.int/comparl/inta/conference_wto/2004_11/rules_en.pdf
Voor de slotverklaring van de in 2003 gehouden (eerste) Conferentie,zie:
http://www.ipu.org/splz-e/trade03/declaration.pdf

******************************

Cursus mondialisering in Haarlem

In december 2004, januari en februari 2005 organiseert het Mondiaal Centrum op de woensdagavonden zes bijeenkomsten, waarbij de wijze waarop de mondiale economie het leven beheerst centraal staat. De cursus vormt de aftrap voor een nieuw Haarlems initiatief. Het Mondiaal Centrum wil komen tot lokaal netwerk van
organisaties en individuen die actief zijn op het gebied van duurzaamheid, solidariteit en de multiculturele samenleving. Dit netwerk organiseert nieuwe activiteiten en acties waaronder debatten en lezingen.

Tijdens de zes cursusavonden staat steeds een ander onderwerp centraal (de rol van de geld economie; op welke wijze het milieu aan bod komt bij het beleid van de overheid; de alternatieven voor de wijze waarop de economie nu is georganiseerd; arbeidsverdeling en de invloed die andere culturen op onze economie kunnen hebben).

Meer informatie: Mondiaal Centrum, 023-5423540 of arno@mondiaalcentrumhaarlem.nl

******************************

Actie oproep:
Stop Commissieplan om toe te geven aan WTO-druk over GM

Friends of the Earth Europe roept iedereen op om bij de eigen regering aan te dringen om op 29 november tegen het voorstel van de Commissie te stemmen gericht op het verbieden van de ban op GM-voedsel en gewassen in 5 Europese staten. De Commissie wil hiermee tegemoet komen aan de dreiging van een WTO-conflict met de VS, Canada en Argentinië.

Stop de Commissie en eis dat het eigen beleid van regeringen dat gebaseerd is op het voorzorgsprincipe gerespecteerd wordt.

Meer informatie: http://www.bite-back.org

******************************

Europa en Afrika: In handel te delen?

Both ENDS, Novib en African Trade Network nodigen u uit deel te nemen aan het Politiek Café DOOR DE BANK GENOMEN op woensdag 24 november (Dudok, Hofweg 1a, Den Haag; van 17.30 tot 19.15 uur).

Dit Politiek Café heeft als onderwerp de zogenaamde EPA’s (Economic Partnership Agreements) en vindt gelijktijdig plaats met de 'Joint Parliamentary Assembly' in Den Haag die parlementariërs en bestuurders van Europa en de ACS-landen (Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan) samenbrengt.

EPA's volgen uit de handelsrelatie die de Europese Unie al decennia lang met de ACS-landen heeft. Deze relatie bestond tot voor kort uit een combinatie van hulp en handelsvoordelen voor de ACS-landen. Onder druk van de WTO hebben de ACS-landen en de EU in 2000 afgesproken hun handelsrelaties drastisch aan te passen. Met EPA's moeten de handelsvoordelen plaatsmaken voor vrije handel tegen wereldmarktprijzen. Worden bijvoorbeeld de Afrikaanse landen hiermee geholpen in hun economische ontwikkeling? Is het niet beter om eerst samen te werken aan regionale handelsbetrekkingen?

Meer informatie: MFI Informatiecentrum van Both ENDS (mfi@bothends.org of 020-6230823).

******************************

boekje: "From Cancun to Hong Kong: challenging corporate-led trade liberalisation"

Deze publicatie van het Europese S2B-netwerk bevat diverse analyses over de belangrijkste kwesties die nu spelen in de internationale handel. Het gaat ondermeer over zaken als ontwikkeling, milieu en gender.
De focus van de analyses komt samen in kritiek op de door bedrijven (mede)bepaalde Europese handelsagenda en diens rol en invloed in de periode na de mislukte WTO-top in Cancún, september 2003. Maar ook wordt vooruit geblikt op de geplande ministerstop van eind 2005 in Hong Kong.

Bijdragen van: Friends of the Earth Europe, World Economy, Ecology and Development (WEED), Attac Austria, Attac Denmark, Attac France, European Farmer's Co-ordination, Focus on the Global South, Friends of the Earth International, Campaign to Reform the World Bank, Corporate Europe Observatory, Greenpeace, Third World Network, Transnational Institute, Women in Development Europe and World Development Movement

Te vinden op: http://www.s2bnetwork.org/cancuntohongkong.pdf

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Robin van Stokrom, Filka Sekulova, Kees Hudig, Chris Peeters, Renate Ebner en Rob Bleijerveld. Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op:http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva@xs4all.nl

 

------------------------