WTO.ZIP
nummer 46 van 22 juni 2004
Redactioneel
Beste lezers,
aanstaand weekend is het zover: Festival
Globalisering te Amsterdam!
Een veelheid aan activiteiten waarvan ik jullie een paar
wil aanbevelen. Zo is er op zaterdagmiddag het debat van
het GATS-platform (ism. de FNV) over de Europese Richtlijn
Diensten, een maatregel van Eurocommissaris Bolkestein
cs. die alle publieke voorzieningen op zijn kop zal zetten!
Over de protesten ertegen lees je op http://www.globalinfo.nl/article/articleview/384/1/2/,
en voor een achtergrondartikel moet je doorbladeren in
deze nieuwsbrief. Andere aanbevolen activiteiten op het
festival zijn die van het Basta-netwerk en van XminY Solidaiteitsfonds
(ook elders in deze ZIP).
En dan nog een dringende oproep: lees
wat er voor de ACP-staten op het spel staat in de zoganaamde
EPA-onderhandelingen en teken de petitie!
Dat en meer in deze editie.
Veel leesplezier,
Rob Bleijerveld
INHOUD:
A) Festival Globalisering 26 en 27 juni:
BASTA-netwerk, XminY Solidariteitsfonds en GATS-Platform
nodigen uit!
Programma-gegevens en voorstelronde van een drietal
groepen die op heel verschillende wijze strijden tegen
de (gevolgen van) de globaliserende economie en dit uitdragen
via een of meerdere activiteiten op het festival.
B) De EU, GATS en de liberalisering en privatisering
van diensten
Vergelijkbaar met het GATS-akkoord dreigt de Europese
Richtlijn Diensten binnen Europa de publieke voorzieningen,
arbeidsvoorwaarden, sociale rechten en milieubescherming
uit te hollen. Publieke voorzieningen worden een commercieel
product, en de toegankelijkheid wordt afhankelijk van
iemands inkomen.
C) De neoliberale route naar 'betere' gezondheidszorg
in Europa
De invoering van de euro luidde een nieuwe periode
in voor Europa. Politiek beladen onderwerpen die decennialang
waren toebedeeld aan de verzorgingstraditie van de lidstaten
worden nu voorzien van een Europees jasje. De herziening
van het Nederlandse gezondheidsbeleid kan dan ook niet
worden losgekoppeld van het neoliberale Europese beleid.
D) GATS-onderhandelingen in financiële
diensten:
Risico's van armoede en financiële instabiliteit
te weinig belicht
De EU is zeer geïnteresseerd in marktopening
voor de grote financiële bedrijven. Maar de liberalisering
van banken, verzekeringen en private pensioenen krijgt
weinig aandacht, en politieke of publieke discussies zijn
zo goed als afwezig. Toch kan het leiden tot grotere armoede
in de wereld en financiële instabiliteit.
E) NGO's verwerpen vrijhandelsakkoorden tussen
de EU en de ACS
Oproep om petitie te tekenen
Begin april kwamen 20 NGO's uit de EU en de ACS landen
in Brussel bijeen om te praten over het tegenhouden van
de EPA-onderhandelingen. In een gezamenlijk verklaring
roepen ze op de "Economische Partnerschap Overeenkomsten"
te verwerpen en een herziening te eisen van het Europese
externe handelsbeleid met betrekking tot ontwikkelingslanden.
F) Papier is geduldig op UNCTAD XI
Tijdens de UNCTAD-conferentie in Sâo Paolo drongen
de ontwikkelingslanden - ondersteund door de verzamelde
NGO's - aan op een betere regulering van de handel in
grondstoffen. Tevens werd een nieuwe onderhandelingsronde
gestart om de Zuid-Zuid-handel te stimuleren.
G) Bilaterale (en regionale) vrijhandelsverdragen
Het hernieuwde gevaar
In februari was er in Bangkok een conferentie over
de desastreuze gevolgen van bilaterale (en regionale)
vrijhandelsverdragen voor beleidsruimte van overheden,
voor bevolking, natuur en milieu in ontwikkelingslanden.
Guus Geurts roept op om dit onderwerp meer prioriteit
te geven op de Europese en Nederlandse andersglobaliserings-agenda,
want de verwachte negatieve gevolgen bij deze FTA's zijn
zelfs nog groter dan die van de WTO.
H) Opgenaaid
Woelige tijden in de textielsector door aflopen ATC
Op 31 december 2004 loopt het Verdrag over Textiel
en Kleding af. Door de manier waarop de rijke landen (vooral
de VS en de EU) de verdragsbepalingen hebben toegepast,
dreigt een aantal arme landen in ernstige problemen te
komen. Maar ook de textielindustrie in het Westen zweet
peentjes en eist extra beschermingsmaatregelen.
I) Amerikaanse transportbelangen overstijgen die van
het milieu
NAFTA-jurispudentie ook richtlijn voor WTO?
Volgens het International Centre for Trade and Sustainable
Development (ICTSD) kan een uitspraak van het Amerikaanse
Hooggerechtshof over luchtverontreiniging gevolgen hebben
voor WTO-onderhandelingen over diensten en milieu.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) Festival Globalisering 26 en 27 juni:
BASTA-netwerk, XminY Solidariteitsfonds en GATS-Platform
nodigen uit!
Het aanstaande weeekend wordt het Festival Globalisering
gehouden in Amsterdam. Van 10:30 tot 20 uur kun je onder
het motto "Word een wereldleider!" deelnemen
aan een groot aantal activiteiten over globalisering.
Een uitgebreid programma met "Prikkelende discussies,
podiumkunsten, beeldende kunst, modeshow, films, documentaires
en veel meer", met als doel een open forum te creëeren
voor maatschappelijk debat over Globalisering. Meer hierover,
zie: http://www.festivalglobalisering.nl
Hieronder de programma-gegevens en een voorstelronde
van een drietal groepen die op heel verschillende wijze
strijden tegen de (gevolgen van) de globaliserende economie:
het BASTA-netwerk, XminY Solidariteitsfonds en het GATS-Platform.
Een uitnodiging om deel te nemen!
I. Het BASTA-netwerk
Anders Globaliseren is hip, ontdekken steeds meer politieke
partijen en grote NGO's. En dus zie je steeds meer organisaties
die zich profileren als Anders Globalistisch. Om vervolgens
haastig te melden dat ze 'natuurlijk' niets van doen hebben
met die relschoppers die grote toppen verstoren. Zij willen
blijven overleggen, aanschurken bij de machthebbers in
de hoop dat het kapitalistische systeem wat groener en
meer solidair wordt gemaakt.
Voor de groepen binnen het Basta netwerk is dat niet genoeg.
Wij willen fundamentele veranderingen, en de problemen
bij de wortel aanpakken. We willen geen andere wereldleiders,
niet zelf een wereldleider worden, maar de huidige wereldleiders
afzetten en voorkomen dat er ooit nog troonpretedenten
opstaan.
Voor ons betekent de Anders Globaliseringsbeweging, een
beweging die erg divers is, die niet streeft naar het
leveren van confectie antwoorden op complexe problemen,
die streeft naar het afschaffen van macht in plaats van
het veroveren van macht en die uitgaat van het eigen initiatief
van mensen.
Het Basta Netwerk is een samenwerkingsverband van
een aantal anti-autoritaire en anti-kapitalistische groeperingen
in Nederland, waaronder de Activisten School, EuroDusnie,
XminY, Rampenplan en Infocentrum Wageningen. Het doel
van Basta is het ondersteunen van elkaars activiteiten
en het versterken van de anti-parlementaire stroming binnen
de Anders Globaliseringsbeweging. Meer informatie vind
je op http://www.bastanetwerk.nl
Alle hierondervermelde activiteiten worden gehouden in
zaal I 101 van het Routerseilandcomplex, van de Universiteit
van Amsterdam.
- Programma Zaterdag:
* 11.00 - 12.00: Workshop "De multinational als target:
hoe en waarom", door de Activisten School, met inleider
Kees Stad (XminY). Met de groeiende macht van de multinationale
onderneming worden zij steeds meer het doelwit van actiegroepen
en protestbewegingen. In deze workshop een uitleg over
waarom dat zo is en vooral de strategie daar achter.
* Vertoning van European News Real, een video nieuwsbrief
met acties uit heel europa.
* 13:00 - 14.00: Workshop "Globalisering op Internet"
door Indymedia Nederland. Over open source en hoe je internet
kunt gebruiken.
* 14.30 - 16.15: Lezing "De anti beweging",
door Kees Stad (XminY) en Peter Polder (Activisten School).
Over de campagnes die bedrijven en hun belangengroepen
voeren tegen actiegroepen en NGO's, gevolgd door een discussie
over de effectiviteit van de acties en campagnes van die
actiegroepen en NGO's.
* 16.30 - 17.30: "Actie-brainstorm", door A
Seed. Wat kunnen we doen tegen GenTech-producten in Nederland.
Korte uitleg over de stand van zaken.
* 17.45 - 19:00: Film "Zanon". In argentinie
namen de werknemers van een fabriek een drastisch
besluit toen de directie aankondigde dat de fabriek gesloten
werd. Ze bezetten de fabriek en namen zelf de productie
over. Arbeiderszelfbestuur in de praktijk.
- Programma Zondag:
* 11.00 - 12.00: Workshop "Hoe organiseer ik mijn
eigen actiegroep?", door de Activisten School.
Verander de wereld, organiseer je zelf! Alle ins en outs
over het opzetten van je eigen actiegroep.
* Vertoning van European News Real, een video nieuwsbrief
met acties uit heel europa.
* 13.00 - 14.30: "PGA, Peoples Global Action",
door Eurodusnie (basis democratische collectief uit Leiden).
Uitleg over PGA, een wereldwijd netwerk van anti-parlementaire
andersglobalisten, en de PGA Europa conferentie in Servië
(zomer 2004).
* 15.00 -16.00: Workshop "Hoe overleef ik het bezoek
aan een grote top", door de Activisten School.
Alles wat je altijd al wilde weten over het steeds riskanter
wordende protesteren tegen de machtigen der aarde.
* 16.00 - 17.00: "Actie-brainstorm", met inleiding
door Eurodusnie. Wat gaan we doen met het NL voorzitterschap
van de Europese Unie?
* 17.00 -19.00: Film "Anarchists Against The Wall".
Inspirerende documentaire over de acties van Israelische
anarchisten tegen de 'Apartheidsmuur' in Palestina. Samen
met Palestijnse dorpsbewoners proberen zij de bouw van
de muur door middel van geweldloze directe acties te stoppen.
Het Israelische leger reageerde door een van de activisten
neer te schieten. De documentaire is gemaakt door de activisten
zelf.
---
II. XminY Solidariteitsfonds
Een andere wereld is mogelijk!
Maar met geleuter (alleen) kom je er niet.
Als het Festival Globalisering iets bewijst, is het wel
dat we in Nederland heel goed zijn in eindeloos praten
over hoe de wereld in elkaar zit. XminY Solidariteitsfonds
doet daar graag aan mee. Maar er moet vooral ook wat gebeuren.
Het daadwerkelijk veranderen van de wereld zal niet voortkomen
uit theekransjes met managers van multinationals, maar
wel doordat we van onderop verzet en bevrijding organiseren.
We willen daarom graag de aandacht vestigen op enkele
workshops die XminY (mede) organiseert:
* Zaterdag van 10.30 - 11.30, in zaal E
151: Discussie "Gentech globaal".
Over de plaats van gentech in de wereld en de rol van
Nederland daarbinnen. En over de mogelijkheden van actievoerders
om hiertegen in verzet te komen.
* Zondag van 15.00 - 16.30, in zaal A 108:
"Strategieën tegen multinationals".
Multinationals zijn het probleem (en niet de oplossing).
En er zijn middelen om deze monsters te bestrijden.
* Zondag van 17.15 - 18.45, in zaal I 203: "Het einde
van het poldermodel?".
Achtergrond van en uitwegen uit een overlegmodel dat elke
fundamentele verandering in de weg staat.
* Zondag van 14.30 - 16.00, op het hoofdpodium: Attac-debat
"Een andere polder is mogelijk".
Over nut en noodzaak van een Nederlands Sociaal Forum.
* Hele weekend: doorlopende werkplaats over
actie in zaal I 101.
* Hele weekend: De zojuist bij XminY uitgekomen CD-Rom
over directe actie, in Kriterion.
* Hele weekend: infostand van XminY Solidariteitsfonds
op de informatiemarkt.
Hier is deze CD-Rom en veel meer materiaal verkrijgbaar.
Om permanent op de hoogte te blijven van het laatste
(actie)nieuws en de meest
recente achtergronden over globalisering is er de website:
http://www.globalinfo.nl
Acties en campagnes van de andersglobaliseringsbeweging
vanuit en in alle werelddelen kunnen op de steun van XminY
Solidariteitsfonds rekenen. Mag XminY op uw steun rekenen?
Meer info: http://www.xminy.nl
---
III. Het GATS-platform
Het GATS-platform wil in Nederland het politieke en maatschappelijke
debat aanzwengelen over de wenselijkheid en de effecten
van verdergaande liberalisering en commercialisering in
de dienstensector, zoals gezondheidszorg, watervoorziening,
onderwijs en energie, maar ook supermarkten, toerisme
en banken. Die discussie wordt momenteel in Nederland
nauwelijks gevoerd. Het GATS-platform eist betere informatie
over internationale onderhandelingen en overeenkomsten
die de publieke voorzieningen in gevaar kunnen brengen,
zowel in het rijke Westen als in de derde wereld. Het
GATS-platform wil dat economische belangen niet stelselmatig
voorrang krijgen boven sociale belangen.
Het GATS-platform is een samenwerkingsverband van
Wemos Health for All, het Transnational Institute (TNI),
Corporate Europe Observatory (CEO), Stichting Onderzoek
Multinationale Ondernemingen (SOMO), Milieudefensie, Wold
Information Service on Energy (WISE), solidariteitsfonds
XminY, Dwars en de Landelijke Studentenvakbond (LSVb)
- maatschappelijke organisaties die zeer kritisch staan
tegenover de gevolgen van liberalisering voor mens, maatschappij
en milieu.
* Zaterdag 26 juni van 14.00 - 15.30 uur,
in zaal A-B, Psychologiegebouw (gebouw A) van de Universiteit
van Amsterdam, Roeterseiland 15, Amsterdam:
Debat "De erfenis van Bolkestein", door GATS-platform
in samenwerking met de vakcentrale FNV.
Over de Europese richtlijn Diensten van Eurocommissaris
Bolkestein, en over de gevolgen ervan, zoals de uitholling
van arbeidsrechten, sociale voorzieningen en publieke
diensten. Zie elders in deze WTO.ZIP een uitgebreid artikel
over deze Europese richtlijn Diensten.
Met:
Ieke van den Burg - PvdA/Europarlement PES-fractie
Jan Willem Goudriaan - Europese Federatie van Dienstenbonden
EPSU,
en anderen
Voor meer informatie:
Roeline Knottnerus, secretariaat GATS-platform, secretariaat@gats.nl
of tel 06-24867442 of http://www.gats.nl
De website van het platform wordt zeer binnenkort geactualiseerd.
Tot die tijd zullen folder en brochure van GATS-platform
over de dienstenrichtlijn ondermeer te vinden zijn op
http://www.stelling.nl/trouble/
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) De EU, GATS en de liberalisering en privatisering
van diensten
(door Roeline Knottnerus [1])
De Europese Unie hecht grote waarde aan het uitbreiden
van het GATS-akkoord. De EU schermt graag met de kansen
die GATS ontwikkelingslanden zou bieden door het opheffen
van handelsbeperkingen in de dienstensfeer. De EU baseert
zich daarbij op cijfers van de Wereldbank, die stelt dat
de liberalisering van diensten in ontwikkelingslanden
in 2015 voor 6 biljoen dollar aan extra inkomen kan zorgen:
vier maal zoveel als wat liberalisering van de handel
in goederen zou opleveren.
Maar het veroveren van de lucratieve internationale markt
in diensten voor het Europese bedrijfsleven is daarbij
een niet te onderschatten drijfveer. De EU ziet GATS "in
de eerste plaats als een instrument ten behoeve van het
zakenleven". De dienstensector is de belangrijkste
economische activiteit in de EU. Diensten nemen tweederde
van het BNP en werkgelegenheid voor hun rekening. De EU
is met 23,9% van de wereldhandel de belangrijkste exporteur
van diensten wereldwijd en ziet zichzelf als "the
natural leader of the drive to liberalise trade in services."
De EU is vooral geïnteresseerd in winstgevende sectoren
zoals banken en verzekeringen, maar is ook uit op uitbreiding
van GATS naar nieuwe dienstensectoren - waaronder infrastructurele
diensten die tot nog toe exclusief door overheden werden
geleverd, zoals bijvoorbeeld watervoorziening en postverwerking.
Eenzijdige inzet en gebrek aan democratische controle
De EU overlegt op regelmatige basis over de GATS-inzet
met de Europese dienstenlobby, verenigd in het European
Services Forum. Maatschappelijke organisaties en vakbonden
zijn nooit op vergelijkbare wijze gehoord. Bovendien schiet
de democratische controle op de GATS-agenda en de verplichtingen
die in dat verband worden aangegaan ernstig te kort. En
niet alleen omdat de GATS-onderhandelingen goeddeels achter
gesloten deuren plaatsvinden en democratische controle
pas achteraf kan plaatsvinden. Nationale regeringen hebben
veel bevoegdheden op het gebied van internationale (handels)politiek
overgedragen aan 'Europa'. Dat betekent dat de ministers
van Europese landen alleen aan het begin van de onderhandelingen
het Europese standpunt vastleggen en dan langs de zijlijn
staan wanneer de Europese Commissie voor hen onderhandelt.
Enige bijsturing door ministeries en nationale parlementen
is mogelijk maar door gebrek aan informatie aan parlementen
worden die nagenoeg uitgeschakeld. En dat terwijl het
Europees Parlement formeel geen enkele bevoegdheid heeft
over het aansturen van de handelspolitiek! Het Europees
Parlement mag op het gebied van buitenlandse politiek
alleen adviseren. Instemming van het Europees Parlement
met WTO-verdragen is weliswaar vereist, maar het Parlement
mag dan alleen ja of nee zeggen. Het kan verder geen invloed
uitoefenen op de inhoud.
GATS beperkt de democratische controle en de beleidsruimte
van overheden ook nog op een andere manier. In een democratie
kunnen nieuw gekozen regeringen normaal gesproken controversiële
maatregelen van hun voorgangers terugdraaien. De onomkeerbaarheid
van GATS-afspraken ondermijnt dit politieke proces. Als
een regering eenmaal heeft gekozen voor een marktgerichte
benadering op een bepaald terrein en die afspraken in GATS
heeft vastgelegd, kunnen volgende regeringen die verplichtingen
nauwelijks nog ongedaan maken, hoe graag ze dat misschien
ook zouden willen.
Handelsgerelateerde hulp
Het eigen belang van het rijke Westen in de liberalisering
van de handel in diensten - hoe fraai ook ingekleed als
aanjager van ontwikkeling in de derde wereld - is evident.
Ook in de ontwikkelingshulp speelt eigenbelang een steeds
grotere rol. Ontwikkelingshulp neemt in de EU steeds meer
de vorm aan van handelsgerelateerde hulp. De Europese
Commissaris voor Handel, Pascal Lamy, spreekt van "de
noodzaak voor het versterken van de relatie tussen de
Doha-ontwikkelingsronde en ontwikkelingshulp of het verstrekken
van financiële middelen" [vertaling GATS-platform].
Europese richtlijn diensten
Diensten zijn het belangrijkste onderdeel van de Europese
economie en betreffen onder andere: supermarkten, toerisme,
vervoer, banken en verzekeringen, onderwijs en gezondheidszorg.
De dienstensector in Europa is goed voor ongeveer 50%
van alle economische activiteiten en circa 70% van het
Europese BNP en werkgelegenheid. De dienstenmarkt heeft
een grote potentie om verder te groeien en meer werkgelegenheid
te creëren. De richtlijn diensten is een stukje Europese
regelgeving bedoeld om de dienstenindustrie een impuls
te geven door het creëren van een interne vrije markt.
Een heel scala aan diensten valt onder de werking van
de richtlijn, van uitzendbureaus tot gereglementeerde
beroepen en van toerisme tot vastgoedmakelaars. Ook basisvoorzieningen
als gezondheidszorg moeten onder deze richtlijn gaan vallen.
De richtlijn diensten en GATS
Waar het GATS-akkoord door verdergaande liberalisering
en marktwerking wereldwijd de publieke voorzieningen,
arbeidsvoorwaarden, sociale rechten en milieubescherming
uitholt, dreigt de richtlijn diensten dat binnen Europa
te gaan doen. De richtlijn past naadloos in de trend van
lastenverlichting en terugdringing van de overheid om
de economie concurrerender te maken. Zo dreigt privatisering
van de publieke sector nu op Europees niveau in een stroomversnelling
te raken. Gezondheidszorg en andere publieke voorzieningen
dreigen een commercieel product te worden, waarbij de
toegankelijkheid afhankelijk is van iemands inkomen.
Het is de Europese Commissie die namens de EU-lidstaten
in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de onderhandelingen
voert. De Europese Commissie kan strategische verbanden
leggen tussen liberalisering van diensten binnen de EU
en met de onderhandelingsinzet van de EU bij het ontwikkelen
van het GATS-verdrag zonder dat de lidstaten hier voldoende
zicht op hebben. Het is dus van groot belang om goed in
de gaten te houden wat er op Europees niveau op dit front
gebeurt.
Invoeren richtlijn diensten hoog op de agenda
De nieuwe dienstenrichtlijn werd op 11 maart 2004 op
initiatief van Europees commissaris voor concurrentiebeleid
Frits Bolkestein gepresenteerd op de Raad voor Concurrentievermogen.
De richtlijn zou van groot belang zijn voor de economische
groei in Europa. Hij maakt onderdeel uit van de Lissabon-agenda,
die van Europa de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie
ter wereld moet maken. De voorzitter van de Raad voor
Concurrentievermogen stelde bij de presentatie van de
richtlijn dat het zonder de wil om belemmeringen in het
dienstenverkeer weg te nemen, onmogelijk zou zijn om de
Lissabon-doelstellingen te halen. De behandeling van de
richtlijn diensten zal dan ook de hoogste prioriteit krijgen
bij het Nederlandse EU-voorzitterschap. De interne markt
voor diensten moet worden voltooid en het bedrijfsleven
moet daarbij alle ruimte krijgen.
De richtlijn in het kort
Belangrijkste doel van de richtlijn diensten is het bevorderen
van de vrijheid van vestiging van dienstverlenende bedrijven
en het vrije verkeer van diensten. De administratieve
lasten voor dienstverlenende bedrijven moeten worden vereenvoudigd.
En de richtlijn wil paal en perk stellen aan overbodig
restrictieve wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van
kwaliteits-, vergunnings- en vestigingseisen. Daarbij
wordt het 'oorsprongslandbeginsel' gehanteerd: dienstverleners
hoeven zich alleen nog maar te houden aan de wetten en
voorschriften van het land waar hun hoofdkantoor gevestigd
is. De landen waar ze opereren, zouden nauwelijks nog
eigen randvoorwaarden mogen stellen.
Kern van de kritiek
De richtlijn diensten maakt het lidstaten zo goed als
onmogelijk om voorwaarden te stellen aan bedrijven en
bedrijfsactiviteiten, of het nu gaat om maatregelen in
het algemeen belang, het bewaken van de kwaliteit van
samenleving en milieu of het garanderen van grondrechten.
Bedrijven moeten overal in de EU hun diensten kunnen verrichten
op basis van het land van oorsprong van de dienstverlener.
Hen mag geen strobreed in de weg worden gelegd bij het
uitoefenen van hun activiteiten: nationale overheden moeten
elke belemmerende wetgeving ontmantelen. Overheden worden
zo ernstig beperkt in hun mogelijkheden regels te stellen
op het gebied van publieke dienstverlening, sociale zekerheid,
arbeidsrecht, controle op kwaliteit en beroepskwalificaties,
en ga zo maar door.
Oorsprongslandbeginsel
Het meest omstreden is het oorsprongslandbeginsel dat
in de richtlijn wordt gehanteerd. Dat heeft zowel binnen
als buiten het Europees Parlement voor een storm aan protest
gezorgd.
De Europese Vakbeweging (EVV) en andere maatschappelijke
organisaties stellen dat dit principe in de hand zal werken
dat bedrijven zich vooral zullen gaan vestigen in landen
waar de belastingdruk laag is en waar sociale voorzieningen
en milieuvoorschriften ontbreken. Zij vrezen dat door
deze richtlijn lonen en arbeidsvoorwaarden in landen met
relatief hoge beschermingsniveaus ernstig zullen worden
aangetast, met alle maatschappelijke gevolgen van dien.
De EVV vreest bovendien dat diensten van algemeen belang,
zoals de gezondheidszorg, in gevaar komen en eist een moratorium
op verdere liberalisering tot de EU met een uitgewerkt voorstel
komt om essentiële publieke voorzieningen veilig te
stellen.
De EVV zet daarnaast grote vraagtekens bij het groeipotentieel
en het creëren van werkgelegenheid waar de richtlijn
van uitgaat. Volgens de EVV blijkt uit vakbondsonderzoek
dat eerdere liberaliseringsoperaties nooit het beloofde
effect hebben gehad. Zij hebben juist geleid tot de vernietiging
van bestaande banen en de erosie van de sociale cohesie.
De EVV vreest dat deze richtlijn zal leiden tot uitholling
van collectieve arbeidsovereenkomsten, deregulering en sociale
onzekerheid, allemaal in naam van de hypothetische groei
van de werkgelegenheid. De EVV eist dan ook meer garanties
voor werknemers op sociaal gebied en garanties omtrent de
kwaliteit van diensten van algemeen belang.
Kritiek in het Europees Parlement
Ook binnen het Europees Parlement is forse kritiek geuit
op de richtlijn. De Commissie Werkgelegenheid en Sociale
Zaken van het Europees Parlement heeft haar bezorgdheid
uitgesproken over de effecten op de gezondheidszorg. Veel
lidstaten hanteren nu kwaliteits-, vergunnings- en vestigingseisen
om de kwaliteit van de gezondheidszorg en de sociale voorzieningen
te bewaken. Ook wordt er nu gewerkt met tariefafspraken
en voorwaarden om de gezondheidszorg betaalbaar te houden
voor iedereen. Als de richtlijn diensten wordt aangenomen,
mag dat straks niet meer. De gezondheidszorg dreigt dan
onbetaalbaar en ontoegankelijk te worden voor mensen met
een smalle beurs. Men vreest dat de richtlijn diensten
zo zal leiden tot een "race to bottom" van onze
gezondheidsstelsels en pleit daarom voor de uitsluiting
van de gezondheidszorg uit deze richtlijn.
Men deelt de zorg van het EVV dat het oorsprongslandbeginsel
het arbeidsrecht in de lidstaten zal uithollen. Ook waarschuwt
men voor de effecten van de richtlijn "op diensten
van algemeen belang, de onderwijssector, de sociale economie,
de cultuursector, waar deze sectoren zich op een grensgebied
tussen economische en sociale activiteit bewegen."
De EP-commissie brengt deze ontwikkelingen rechtstreeks
in verband met "de ontwikkelingen van de dienstensector
op wereldvlak o.a. in het kader van de GATS" en wil
dat diensten van algemeen belang van de richtlijn worden
uitgezonderd.
Daarnaast zou er een 'social assessment' moeten komen
om te bepalen wat de gevolgen van de richtlijn zullen
zijn voor "de sociale en arbeidssituatie van de inwoners
in elke lidstaat, op de sociale zekerheidsstelsels in
de lidstaten voornamelijk de gezondheidsstelsels, maar
ook voor sociale economie, op de bescherming van de consument,
op de bescherming van het leefmilieu, op de kwaliteit
van de dienstverlening en op de diensten van algemeen
belang."
Hoe zal de richtlijn in de praktijk uitpakken?
Een paar voorbeelden.
Ieke van den Burg, europarlementariër voor de PvdA,
wijst op de mogelijk desastreuze effecten voor de Nederlandse
gezondheidszorg. Het kabinet Balkenende wil in het nieuwe
Nederlandse zorgstelsel ziektekostenverzekeringen laten
uitvoeren door commerciële verzekeraars. Daarbij
wordt er altijd gezegd dat de burger zich geen zorgen
hoeft te maken dat de toegankelijkheid van de zorg in
gevaar komt. De overheid zal immers randvoorwaarden stellen:
chronisch zieken mogen niet geweigerd worden en mensen
met een hoger gezondheidsrisico hoeven geen hogere premie
te betalen. Maar "het Nederlandse kabinet houdt er
te weinig rekening mee dat Nederland gebonden is aan de
afspraken over één interne markt in Europa.
Als straks de verzekeringsmaatschappijen zich teveel door
de overheid aan banden gelegd voelen, kunnen ze naar de
Europese rechter stappen en zich op de Europese regels
beroepen," zo stelt Van den Burg. De zwakste groepen
betalen dan de rekening.
De Europese bouwwerkgeversorganisatie FIEC en de Europese
Federatie van Bouw- en Houtbonden (EFBH) vrezen voor sociale
dumping. Straks kan, zeggen zij, een Nederlands detacheringsbedrijf
een postbusadres in Polen hebben en Poolse arbeiders op
Poolse arbeidsvoorwaarden naar Nederland halen. De richtlijn
diensten verlegt de controle op dit soort bedrijven en
hun werknemers naar het land van vestiging. Het land waar
wordt gewerkt, kan daardoor nauwelijks maatregelen nemen
tegen dienstverleners die onwettig bezig zijn of wanneer
werknemers onwettig aan het werk worden gezet.
Dit betekent dat preventieve maatregelen op het gebied
van veiligheid en gezondheid, de technische en financiële
capaciteiten van de onderneming, de betaling van fiscale
en sociale lasten niet van toepassing zijn op buitenlandse
dienstverleners, terwijl lokale bouwondernemingen daar
wel aan moeten voldoen.
De richtlijn diensten zet daarmee de deur wijd open voor
oneerlijke concurrentie en verdringing van reguliere arbeidskrachten
door goedkope buitenlandse, stellen de FIEC en de EFBH.
Noten:
[1] Roeline is werkzaam op het secretariaat van het GATS-platform.
Dez een andere teksten over GATS zijn te vinden op http://www.gats.nl/
[2] Voor de Europese Richtlijn Diensten, zie:
http://europa.eu.int/eur-lex/pri/nl/lip/latest/doc/2004/com2004_0002nl02.doc
[3] "Werkdocument betreffende het Voorstel van de
Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement
en de Raad betreffende diensten op de interne markt (COM(2004)
2 def", Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken
van het Europees Parlement. Http://www.epsu.org/spip/IMG/pdf/it_62
_DU_WD_on_proposal_Directive_of_EP_Council_on_Serv_IM.pdf
[4] Voor de verklaring van de Europese Vakbeweging, zie:
http://www.etuc.org/en/index.cfm?target=/EN/Decisions/
ecenglish/sgi/Services_approuvé_DEF_EN.cfm
[5] zie: http://www.ivandenburg.nl/onderhoud/templates/bericht.php?id=81
[6] zie: http://www.cobouw.nl/paginas/rubrieknews.asp?RID=2&ID=21743
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) De neoliberale route naar 'betere' gezondheidszorg
in Europa
(door Erwin Pannekeet [1])
De voltooiing van de Europese Monetaire Unie met de
invoering van de euro luidde een nieuwe periode in voor
Europa. Door verbreding en verdieping van het Europese
beleid waarborgt de Europese Unie (EU) haar eigen relevantie
in de eenentwintigste eeuw. Politiek beladen onderwerpen
die decennialang waren toebedeeld aan de verzorgingstraditie
van de lidstaten worden nu voorzien van een Europees jasje.
De herziening van het Nederlandse gezondheidsbeleid kan
dan ook niet worden losgekoppeld van het neoliberale Europese
beleid.
Marktwerking in de zorg
In het kader van de zogenoemde Lissabon Strategie [2]
drong de Europese Raad er bij de lidstaten op aan maatregelen
te nemen om de financiële gevolgen van de vergrijzing
aan te pakken [3]. Het gaat hierbij om vermindering van
de overheidsschuld, verhoging van de arbeidsparticipatie
en hervorming van het pensioen -en gezondheidszorgstelsel
[4]. Dit toont aan dat de Europese instituties de problemen
van de zorg niet zien als een nationaal sociaal probleem,
maar als een Europees economisch probleem. Zelfs het Europese
Hof heeft hiermee ingestemd door gezondheidszorg te beschouwen
als een verhandelbare dienst [5]. Deze liberalisering
van de gezondheidszorg was op haar beurt de aanleiding
voor de Europese lidstaten om een nieuwe balans te zoeken
tussen economische principes, de betaalbaarheid van zorg
en de behoeften van haar burgers.
Deze zoektocht leidde in Nederland tot een presentatie
op 1 juli 2001 door het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS) van de nieuwe plannen voor de gezondheidszorg.
In de nota 'Vraag aanbod' [6] is de vernieuwing van het
Nederlandse gezondheidsstelsel vooral gericht op liberalisering
van de zorg: meer marktwerking, meer particulier initiatief
en een terugtrekkende overheid. Kwaliteit, toegankelijkheid
en betaalbaarheid van de zorg wordt zo afhankelijk gemaakt
van het marktresultaat. Ook de huidige minister van VWS,
Hoogervorst, staat positief tegenover toenemende marktwerking
in de gezondheidszorg en gaf recent aan open te staan
voor winstgevendheid en voor het aantrekken van buitenlandse
investeerders.
De hervorming van het zorgstelsel gaat gepaard met de
grootste bezuinigingen in Nederland ooit [7]. Dit heeft
ingrijpende gevolgen voor zorgaanbieders en patiënten.
Zorgaanbieders zullen loonmatiging en prijsmaatregelen
voor geneesmiddelen moeten doorvoeren. Patiënten
zullen worden benadeeld door het snijden in het ziekenfondspakket
en de verhoging van de eigen bijdrage voor medicijnen
en de AWBZ [8]. Deze 'modernisering' van de zorg moet
uiteindelijk leiden tot een volledige stelselherziening
van de curatieve zorg in 2006, waarin marktwerking door
concurrentie tussen verzekeraars en zorgaanbieders centraal
staat.
Witboek over Diensten van Algemeen Belang
Op 12 mei 2004 keurde de Europese Commissie een Witboek
goed dat de aanpak omschrijft voor de ontwikkeling van
kwalitatief hoogwaardige Diensten van Algemeen Belang
(DAB, deze term benadert de publieke diensten). Het Europese
Witboek is het product na een felle discussie tussen belangengroepen
[9] en de Commissie over het definiëren van DAB.
Deze discussie vond plaats tegen de achtergrond van de
ontwerprichtlijn [10] voor diensten in de interne markt.
De Commissie erkende dat het opnemen van basisdiensten
in een algemene Europese kaderrichtlijn problematisch
is en deed uiteindelijk water bij de wijn; de conclusie
luidde dat diensten van hoogwaardig algemeen belang, waaronder
gezondheidszorg, vooralsnog onder toezicht blijven van
de nationale overheid.
Hiermee is de horizontale benadering van de Europese
kaderregelgeving voor diensten voor onbepaalde periode
van de baan. Een overwinning voor diegenen die zich binnen
Europa hebben ingezet voor de bescherming van basisdiensten
door de overheid. Dit betekent echter niet dat we op onze
lauweren kunnen gaan rusten.
De liberalisering van DAB zal doorgaan op nationaal niveau
met het oog op de hervorming van de Europese interne markt.
Dit zal voorlopig gebeuren vanuit een sectorspecifiek
kader in overleg tussen de EU en haar lidstaten. In maart
2005 evalueert de Europese Raad de Lissabon-doelstellingen,
waarbij de Commissie de mogelijkheden zal bekijken voor
de integratie van volksgezondheid in de Lissabon Strategie.
Een ander belangrijk punt met betrekking tot het Witboek
DAB is de nadruk die wordt gelegd op de rol van plaatselijke
autoriteiten. Zij krijgen de verantwoordelijkheid voor
het omschrijven, organiseren, financieren en controleren
van diensten van algemeen belang [11]. Het ministerie
van VWS heeft de decentralisering van zorg ondergebracht
in de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning [12][13].
Deze wet ziet de plaatselijke overheden als regisseur
die zorgt voor afstemming van zorgvoorzieningen op behoeften
van haar burgers en voor voortgang van kwalitatief goede
zorg. De gemeenten krijgen daarvoor weliswaar meer beleidsruimte
maar niet de bijbehorende financiële middelen en
andere instrumenten. Dit leidt tot verschillen tussen
de verleende ondersteuning per gemeente en tot concurrentie
op gebied van zorg en welzijn tussen gemeenten.
Conclusie
Centraal in het neoliberale gedachtegoed is de idee dat
vrije handel de sleutel is tot mondiale welvaartstoename
en dat welvaart voorwaarde is voor welzijn. Begrippen
als liberalisering, deregulering en decentralisatie spelen
in deze stroming een belangrijke rol. Alles draait om
het ten volle benutten van de marktwerking als organiserend
principe, hetgeen voor Europa de openstelling betekent
van de nieuwste en grootste markt: de dienstensector
Met de aanname van het Witboek DAB blijft de gezondheidszorg
voorlopig een taak van de lidstaten. De liberalisering
van diensten gaat op nationaal niveau echter door, omdat
de lidstaten handelen vanuit het streven naar economische
hervorming van de Europese interne markt. Dit leidde in
Nederland tot een herziening van het bestaande zorgstelsel
waarbij een toenemende marktwerking centraal staat. Dit
betekent dat de nationale overheid in steeds mindere mate
toegang tot en optimaal aanbod van zorg garandeert voor
iedereen.
De verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van Europese
regelgeving voor Diensten van Algemeen Belang ligt in
handen van de EU én haar nationale lidstaten. Deze
samenwerking betekent dat organisatie, aanbod en uitvoering
van de gezondheidszorg blijvend onder druk staat van het
Europese streven naar één interne markt
voor alle diensten.
Noten:
[1] Erwin is student Politicologie aan de Vrije Universiteit
Amsterdam en werkt als stagiair bij St. Wemos, die een
optimale gezondheidszorg voor iedereen nastreeft. Voor
meer informatie over projecten van WEMOS (zoals "Gezondheid
en armoede", "Gezondheid en handel" of
"Gezondheid en de rol van de private sector"),
zie: http://www.wemos.nl
[2] De Lissabon Strategie werd in maart 2004 opgesteld
door de Europese Commissie en omvat een tienjarig plan
om van de Unie de meest concurrerende en innovatieve kenniseconomie
van de wereld in 2010 te maken.
[3] "'Lissabon' waarmaken, hervormingen voor de uitgebreide
Unie", Europese Commissie, Brussel, COM (2004) 29
definitief/2.
Http://europa.eu.int/comm/lisbon_strategy/pdf/COM2004_029_nl.pdf
[4] "Kamerbrief Verslag Europese Raad" (bijlage
1), Jaarlijkse vergadering Raad over de Lissabon Strategie,
25-26 maart 2004, Brussel.
Http://www.minbuza.nl/default.asp?CMS_ITEM=C8B4441A8E674ACF98
B14F6183ECDADFX3X38808X94&CMS_NOCOOKIES=YES
[5] "Grensoverschrijdende zorg vanuit Brussel",
Intermezzo, nr 2 , maart 2004.
Http://www.nizw.nl/Intelligence/docs/intermezzo%20nr%202%202004.pdf
[6] "Nota vraag aanbod, hoofdlijnen van vernieuwing
van het zorgstelsel", Ministerie van VWS (Den Haag,
2001). Http://www.zorgaanzet.nl/materiaal/Vraag_aan_bod.pdf
[7] In totaal zal onder het tweede kabinet Balkenende
17 miljard euro worden bezuinigd. Hiervan neemt het ministerie
van VWS 2,3 miljard voor haar rekening. De opbrengsten
moeten worden gegenereerd door zorgaanbieders (977 miljoen
euro) en patiënten (944 miljoen euro). Http://medischcontact.artsennet.nl/content/resources/AMGATE_6059_138_TICH_R1129781143697326/
[8] AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
[9] De discussie over het ontwerpboek DAB (het groenboek)
werd vooral gevoerd tussen Commissie en (decentrale) overheden.
In Nederland speelde VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten)
en IPO (Interprovinciaal Overleg) een belangrijke rol.
Voor een overzicht van alle publieke reacties op het Groenboek
diensten, zie:
http://europa.eu.int/comm/secretariat_general/services_general_interest/comments/authority_en.htm
[10] Dit voorstel Kaderrichtlijn Diensten werd opgesteld
als een economische push voor de Lissabon Strategie (maart
2004) en is bedoeld als legaal raamwerk om hindernissen
voor de interne dienstenmarkt uit de weg te ruimen.
[11] "Witboek over Diensten van Algemeen Belang",
Europese Commissie, 12 mei 2004. Http://europa.eu.int/comm/secretariat_general/services_general_interest
[12] "Op weg naar een bestendig stelsel voor langdurige
zorg en maatschappelijke ondersteuning", Ministerie
van VWS, (Den Haag, 2003). Http://www.minvws.nl/images/kb_awbz_tcm10-49215.pdf
[13] Het kabinet wil de WMO vanaf 1 januari 2006 gefaseerd
toepassen.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) GATS-onderhandelingen in financiële diensten:
Risico's van armoede en financiële instabiliteit
te weinig belicht
(door Myriam Vander Stichele [1])
Voor haar afreis naar de WTO-top in Cancún
(september 2003) bleek dat staatssecretaris Van Gennip
van Economische Zaken niet op de hoogte was dat er een
paragraaf van de ministeriële tekst toegevoegd zou
worden over de WTO-onderhandelingen over diensten (GATS)
[2]. In Cancún bleken Europa en de VS echter drastische
plannen te hebben op dat gebied. Niettegenstaande de vele
acties van NGO's willen ze de publieke diensten niet aan
het GATS-verdrag onttrekken. Daarnaast zijn de EU, inclusief
Nederland, en de VS vooral geïnteresseerd in marktopening
voor hun financiële conglomeraten [3]. Hoewel de
liberalisering van banken, verzekeringen, private pensioenen
enz. minder aandacht krijgt, en politieke of publieke
discussies daarover zo goed als afwezig zijn, is de verwachting
dat het de armoede in de wereld en de financiële
instabiliteit vergroot [4].
1. Financiële conglomeraten wereldwijd nog
verder verspreid
Uitgelekte teksten van wat de EU vraagt aan ontwikkelingslanden
op het gebied van liberalisering van financiële diensten
duiden op een regelrechte aanval op de lokale banken en
de financiële wetgeving van die landen. Om snel te
kunnen liberaliseren bevat het GATS-verdrag zelfs een
bijlage, de "Understanding on Commitments in Financial
Services", dat voorziet in een model van sectoren
en maatregelen die elke hindernis wegnemen voor buitenlandse
financiële bedrijven om winst te maken; de EU vraagt
veel landen om dit model te volgen.
De enorme lobby van de financiële conglomeraten
blijkt tot nu toe heel succesvol te zijn geweest. GATS
sluit nauw aan bij de huidige strategie van grote banken
en verzekeraars om zich wereldwijd uit te breiden ("consolidatie").
Niet alleen worden er meer financiële diensten verhandeld,
maar ook laat GATS vooral buitenlandse 'investeringen'
toe, wat vaak neerkomt op een volledige overname van lokale
banken. Bij marktopening in ontwikkelingslanden kan dit
proces heel snel plaatsvinden, blijkt uit ervaring.
2. GATS vergroot de risico's van een financiële
crisis
Afgezien van de IMF doctrine die aan ontwikkelingslanden
werd opgelegd om kapitaalstromen te liberaliseren, spelen
de financiële conglomeraten een belangrijke rol bij
het uitbreiden van instabiele financiële stromen.
Dit kan ondermeer leiden tot financiële crises zoals
we zagen in Zuid-Oost Azië en Argentinië. Buitenlandse
financiële dienstverleners bieden allerlei speculatieve
en complexe financiële 'producten' aan, zoals investeringsfondsen,
derivaten, leningen aan grote speculanten (hedge funds),
enz. Bij liberalisatie onder GATS zullen die 'producten'
en hun instabiele kapitaalstromen wereldwijd nog meer
verspreid worden.
De GATS-regels beperken overheden en centrale banken
om onafhankelijk de nodige maatregelen te nemen, want
hun beleidsruimte wordt ondergeschikt gemaakt aan het
waarborgen van de toegestane marktopening. De GATS-regels
die gaan over de voorzorgsmaatregelen die overheden wel
mogen nemen om financiële problemen te vermijden,
zijn zo vaag dat ze tijdens de WTO-onderhandelingen of
door uitspraken van het WTO-geschillensysteem onderuit
gehaald kunnen worden.
3. Hoe GATS de kloof tussen arm en rijk zich verbreedt
Om grotere winstmarges te behalen richten de financiële
conglomeraten zich strategisch vooral op de rijke klanten
- individuen, grote bedrijven, de meest ontwikkelde regio's
(bv. steden) - en halen het beste personeel uit de lokale
banken ("krenten uit de pap halen", "cherry
picking"). De financiële dienstverlening aan
lagere inkomensgroepen, zoals voor allerlei transacties
en kleine leningen, wordt ingeperkt en verhoudingsgewijs
veel duurder. De werkwijze van financiële bedrijven
vergroot op deze wijze het verschil tussen arm en rijk
in binnen- en buitenland, en leidt tot meer (over)consumptie
door de hogere inkomensgroepen.
Meer geld uit het Zuiden stroomt naar het Noorden. De
winsten die banken of verzekeraars maken op dienstverlening
aan rijke klanten in het Zuiden stromen immers naar het
moederbedrijf in het Noorden (GATS-artikel XI verbiedt
het tegenhouden van 'winstrepatriëring'). Maar ook
omdat buitenlandse financiële bedrijven rijken in
het Zuiden aanbieden voor hen te beleggen in het Noorden,
bijvoorbeeld via private pensioenfondsen of investeringsfondsen.
Investeringsbanken ondersteunen de verdere globalisering
van multinationale ondernemingen door allerlei diensten
aan te bieden, zoals de uitgifte van nieuwe aandelen en
advies voor fusies & overnames. Dat de schuldenlast
daarbij soms leidt tot het uiteenspatten van een bedrijf
(zoals bij Parmalat) of tot grote overproductie (China
!?) wordt vaak over het hoofd gezien.
De GATS-onderhandelingen leiden er niet toe, dat vergroting
van de kloof tussen rijk en arm en de financiering van
onduurzame consumptie en productie door financiële
conglomeraten voorkomen wordt. Wereldwijd is er weinig
regelgeving om de arme consument te beschermen en om kapitaalstromen
naar duurzame projecten en consumptie te leiden. De initiatieven
op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen
hebben goede voorbeelden opgeleverd van hoe dit kan verbeteren.
Toch hebben ze tot nu toe weinig tot geen effect gehad
op de miljarden euro's en dollars die de wereld rond worden
gesluist.
4. Westerse GATS-onderhandelaars vergeten de lessen
van financiële crises
Zorgelijk is dat de Westerse GATS-onderhandelaars de
bezorgdheid van ontwikkelingslanden van tafel schuiven
terwijl er nog geen goede analyse is gemaakt over de risico's
van een financiële crisis bij toename van liberalisering
van financiële diensten volgens de GATS-regels. Dit
kan er toe leiden dat ontwikkelingslanden minder de mogelijkheden
gebruiken die GATS biedt om uitzonderingen te maken of
om nieuwe wetten in te voeren. Het invoeren van een Tobin-tax
zou hierdoor ook wel eens kunnen worden bemoeilijkt.
Na de financiële crises in Mexico, Azië, Brazilië,
Rusland en Argentinië is men het er in de internationale
financiële kringen over eens dat liberalisering van
kapitaalstromen en financiële diensten geleidelijk
aan moet gebeuren, en samen met het opbouwen van de nodige
regelgeving en toezicht. In onderhandelingen over handel
in diensten zoals bij de WTO, maar ook bij het EU-Chili
vrijhandelsverdrag of bij de nieuwe handelsverdragen met
Afrikaanse, Caribische en Stille Zuidzee landen, zijn
waarborgen voor een blijvende liberalisering van financiële
diensten voor de Westerse onderhandelaars een prioriteit.
Liberalisering van financiële diensten zonder de
nodige nationale en internationale hervormingen en regelgeving
om de stabiliteit te versterken, en zonder financiering
onderschikt te maken aan armoedebestrijding en duurzame
ontwikkeling is niet de weg die moet worden ingeslagen!
Noten:
[1] Myriam werkt bij Stichting Onderzoek Multinationale
Ondernemingen als onderzoekster over handels- en investeringsverdragen,
en de financiële sector.
[2] Dat bleek tijdens een bijeenkomst met NGO's in Den
Haag.
[3] 'Financiële conglomeraten' zijn multinationale
ondernemingen die niet alleen bankdiensten zoals leningen
aanbieden, maar ook verzekeringen, beleggingen enz., en
die wereldwijd vestigingen hebben.
[4] Voor een uitgebreide analyse van SOMO naar de GATS-risico's
op basis van een sectoronderzoek van de private financiële
sector, zie hoofdstuk 6 in "Critical issues in the
financial industry". Http://www.somo.nl (onder: "publicaties").
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) NGO's verwerpen vrijhandelsakkoorden tussen de EU
en de ACS
Oproep om petitie te tekenen
(door Stefan Verwer [1])
Op initiatief van Both ENDS kwamen begin april 20 NGO's
uit de EU en de ACS landen in Brussel bijeen om te praten
over een gezamenlijke strategie ten aanzien van de EU
en de ACS landen, met als doel de EPA-onderhandelingen
tegen te houden [2]. Het resultaat van de strategiebijeenkomst
was een verklaring waarin de "Economische Partnerschap
Overeenkomsten" worden verworpen en tot een revisie
van het Europese neoliberale externe handelsbeleid, met
name met betrekking tot ontwikkelingslanden, wordt opgeroepen.
De EU-ACS handelssamenwerking moet gebaseerd worden op
een benadering die:
a. uitgaat van het principe van non-reciprociteit (niet-wederkerigheid),
zoals neergelegd in het Algemeen Preferentieel Stelsel
(APS), en van speciale en gedifferentieerde behandeling
zoals neergelegd in de akkoorden van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO);
b. de nationale en regionale markten van ACS producenten
beschermt;
c. de druk gericht op handels- en investeringsliberalisatie
stopt; en
d. de ACS landen de benodigde beleidsruimte laat en ze
ondersteunt in het navolgen van hun eigen ontwikkelingsstrategieën.
De petitie en de lijst van ondertekenaars zijn te
vinden op http://www.stopepa.org
De verklaring zal gepresenteerd worden tijdens de Vijfde
ACS Ministeriële Conferentie (in Maputo, van 21 tot
en met 23 juni 2004). Both ENDS roept maatschappelijke
organisaties in Europa en de ACS landen op de campagne
tegen EU-ACS vrijhandelsakkoorden te steunen.
De campagne is geïnitieerd door
het African Trade Network en wordt nu al gesteund door
een brede coalitie van maatschappelijke organisaties in
Europa en de ACS landen, waaronder Both ENDS. Voor meer
informatie over de EPA onderhandelingen surf naar http://www.epawatch.org
of http://www.stopepa.org en/of stuur een mail naar Both
ENDS via acp@bothends.org
Hieronder een briefing paper geschreven is voor CONCORD,
het Europese NGO Netwerk:
Stop EU-ACS vrijhandelsovereenkomsten
De Europese Unie voert sinds september 2002 onderhandelingen
over zogenaamde "Economische Partnerschap Overeenkomsten"
(Economic Partnership Agreements, oftewel EPA's) met 77
ontwikkelingslanden in Afrika, het Caribische Gebied en
de Stille Zuidzee (ACS, [3]) [4]. Deze onderhandelingen
lopen parallel met de multilaterale handelsbesprekingen
in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en zijn een onderdeel
van de brede Europese liberaliseringagenda, welke verreikende
handelsconcessies van ontwikkelingslanden eist.
Door Marc Maes (11.11.11), Liz Dod (Traidcraft), Klaus
Schilder (WEED) & Stefan Verwer (Both ENDS)
Samenwerking tussen de EU en de ACS landen is sinds 1975
bepaald door successievelijke (zogenaamde) Lomé
overeenkomsten. Velen beschouwen de samenwerking tussen
de ACS en de EU als oninteressant, onbelangrijk, veel
te technisch van karakter en niet van deze tijd. Het Cotonou
Verdrag wordt zelfs vaak als neo-koloniaal beschouwd.
Het verdrag en de daaruit volgende bepalingen zijn daardoor
niet minder belangrijk voor de ACS landen, waaronder zich
40 Minst Ontwikkelde Landen bevinden.
Een belangrijk kenmerk van de Lomé overeenkomsten
waren de unilaterale handelspreferenties, welke door de
EU aan de ACS landen werden gegeven. In juni 2000 werd
een nieuwe operationele overeenkomst getekend in Cotonou.
Voor het eerst voorzag het verdrag van Cotonou in regionale
onderhandelingen tussen de EU en de ACS landen met als
doel een nieuw handelsregime te creëren, vastgelegd
in EPA's tussen de EU en verschillende regionale groepen
van ACS landen.
Volgens het Verdrag van Cotonou moeten EPA's leiden tot
"nieuwe met WTO verenigbare handelsovereenkomsten,
die handelsbarrières tussen de EU en de ACS op
een progressieve manier verwijderen." Deze moeten
tegelijkertijd voortborduren op "de initiatieven
voor regionale integratie van ACS landen" [5]. De
onderhandelingen moeten vervolgens afgerond worden aan
het eind van 2007 en geleidelijkaan worden geïmplementeerd
tussen 2008 en 2020. EPA's moeten niet alleen de unilaterale
handelspreferenties van de ACS landen beëindigen,
maar moeten tegelijkertijd een handelsregime tussen de
EU en de ACS landen instellen, welke verder gaat in twee
opzichten.
Ten eerste, kunnen EPA's voor de EU alleen gebaseerd
zijn op Vrijhandelsovereenkomsten, zoals gedefinieerd
door de WTO in Art. XXIV van de GATT. Vrijhandel impliceert
de eliminatie (niet de vermindering) van accijnzen en
andere restrictieve handelsreguleringen op in essentie
alle handel binnen een periode van 10 jaar (welke alleen
verlengd kan worden in uitzonderlijke gevallen). De EU
houdt daarnaast vast aan een bekrompen interpretatie van
de WTO regels, waarbij zij stelt dat met "in essentie
alle", "meer dan 90%" bedoeld wordt en
dat verlenging hiervan gelimiteerd is. Met andere woorden,
EPA's vereisen dat ACS landen hun markten in een hele
korte tijd bijna volledig openen voor importen uit de
EU.
Ten tweede, voor de EU moeten EPA onderhandelingen ook
onderwerpen als investeringen, concurrentiebeleid, overheidsaanbestedingen,
handelsfacilitering en informatiebescherming bevatten
[6]. De eerste vier behoren tot de zogenaamde "Singapore
onderwerpen", waartegen veel ontwikkelingslanden,
waaronder de ACS landen, zich in grote mate hebben verzet
binnen de WTO. Het Cotonou Verdrag voorziet overigens
alleen in het sluiten van een overeenkomst ten aanzien
van het beschermen van investeringen en samenwerking op
het gebied van concurrentiebeleid. De EU wil dus niet
alleen verder gaan dan de consensus binnen de WTO ten
aanzien van deze onderwerpen, maar gaat hiermee ook verder
dan het kader dat het verdrag van Cotonou biedt. Dit laatste
geldt ook voor handel in diensten, waar de EU pleit voor
snelle en ambitieuze onderhandelingen.
Terwijl de EU en de ACS landen het er over eens zijn
dat EPA's "een instrument voor ontwikkeling"
zouden moeten zijn, brengt de EU benadering van de EPA
onderhandelingen deze ontwikkelingsdoelstelling in gevaar.
De problemen ten aanzien van Economische Partnerschap
Overeenkomsten:
1. Vrijhandel zal de ACS landen 'bloot' stellen
aan verwoestende concurrentie vanuit de EU
GATT artikel XXIV, zeker in combinatie met de enge interpretatie
van de EU, biedt te weinig flexibiliteit voor de ACS landen:
de overgangsperiode is te kort, de dekking is te breed,
de afschaffing van tarieven te ambitieus en er is te weinig
aandacht voor de positie van de Minst Ontwikkelde landen,
kleine kwetsbare economieën, "door land omsloten"
of eilandeconomieën.
De producenten uit de ACS landen, inclusief de Minst
Ontwikkelde landen en andere kwetsbare economieën,
lijden onder serieuze capaciteitsproblemen en zullen worstelen
om te concurreren met importstijgingen van belastingvrije
en veelal zwaar gesubsidieerde Europese producten in gebieden
waar zij al concurreren.
Er zal weinig aansporing zijn voor ACS producenten om
hun productie te diversificeren gericht op producten met
een grotere toegevoegde waarde, of voor investeerders
om geld te investeren in het ontwikkelen van nieuwe capaciteiten.
Zij worden namelijk geconfronteerd met onzekere binnenlandse
en regionale markten, waar men moet concurreren met EU
importen. Hierdoor dreigt een 'glazenplafond' geplaatst
te worden op de ontwikkeling van ACS landen. Deze landen
zien namelijk hun afhankelijkheid van de productie en
export van primaire producten toenemen, evenals de mogelijke
gevolgen van deïndustrialisatie en het daarmee verbonden
verlies aan werkgelegenheid. De uitkomst van de Duurzaamheid
Effect Rapportages, welke in opdracht van de Commissie
zijn uitgevoerd, duidt op een "mogelijke versnelling
van de ineenstorting van de West-Afrikaanse fabricagesector
in West-Afrika door EPA's [7]."
2. ACS landen zullen geconfronteerd worden met
substantiële aanpassingskosten als men markten opent
voor EU exporten
De blootstelling aan concurrentie van EU importen vereist
aanzienlijke hoeveelheden fondsen voor investeringen in
ACS productiecapaciteiten en sociale en andere compenserende
maatregelen. Op dit moment zijn die niet aanwezig voor
ACS landen die verzwakt zijn door de grondstofcrisis,
structurele aanpassing, schulden, de HIV pandemie en oorlogen.
Aan de kant van de EU zijn zulke maatregelen niet nodig,
terwijl zij haar markten vergroot ziet. Ondertussen weigert
de EU om voldoende verplichtingen voor additionele fondsen
aan te gaan, die cruciaal zijn voor de voorbereiding,
de instelling en implementatie van de EU-ACS vrijhandelszones.
Met andere woorden: ACS landen worden verwacht om immense
verplichtingen aan te gaan zonder enige verzekering in
staat te zijn om de kosten hiervoor te dragen.
3. Verlies aan overheidsinkomsten zal de mogelijkheden
voor ACS overheden beperken
De afschaffing van importtarieven zal verreikende gevolgen
hebben voor overheidsinkomsten, aangezien een groot gedeelte
van de fiscale inkomsten van de ACS landen uit de importtarieven
afkomstig zijn. Het wegnemen van deze bron van inkomsten
zal de middelen en institutionele capaciteit dramatisch
verkleinen en behoeft daarom investeringen in alternatieve
belastingsystemen. Zelfs dan is het onzeker of zulke alternatieve
belastingssystemen in sommige landen dezelfde hoeveelheid
aan overheidsinkomsten kunnen genereren noodzakelijk voor
de duurzame steun aan het fiscale herstructureringsproces
in de ACS landen.
4. Zelfs de armste ACS landen zullen gedwongen
worden om hun economieën open te stellen voor de
EU markt
De Minst Ontwikkelde landen (MOL's) zijn doorgaans uitgezonderd
van wederkerigheid in de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Als zij echter accepteren om toe te treden tot een vrijhandelszone,
zoals gedefinieerd in artikel XXIV van GATT, moeten zij
zich committeren aan het streven om alle handelsbarrières
te slechten. Ondanks het feit dat de EU belasting- en
quotumvrije toegang tot de Europese markt heeft aangeboden
aan de MOL's, door het zogenaamde 'Everything-But-Arms'-initiatief
(EBA) uit 2001, worden MOL's in de EPA's gedwongen als
tegenprestatie hun eigen markt te openen voor de EU [8]
5. In het wilde weg ACP economieën openen
ondermijnt regionale integratie in de ACS landen
Door verdergaande handelsliberalisering worden bestaande
regionale integratieprocessen en regionale samenwerkingsinitiatieven
tussen de ACS landen door de EU gekaapt. Dit wordt veroorzaakt
doordat de EU
(i) de tendens om regionale initiatieven en processen
terug te brengen tot handelsliberalisering bevordert;
(ii) de omvang en het tempo van die liberalisering aan
de ACS landen dicteert;
(iii) regionale configuraties verdeelt; en
(iv) deel wil zijn van elke regio (zoals voorzien door
de EU zullen de EPA onderhandelingen vrijhandelszones
tussen de EU en West-Afrika, de EU en Centraal Afrika,
de EU en Oost- en Zuidelijk Afrika, de EU en het Caribische
Gebied en de EU en het Stille Zuidzee gebied instellen).
6. De externe gevolgen van ander EU beleid zal
de waarde van de huidige handelspreferenties verder eroderen
De handelspreferenties voor de ACS landen worden verder
geërodeerd door de handelsliberalisering in de WTO
en andere bilaterale onderhandelingen tussen de EU en
derde landen, welke geleid hebben tot verbeterde markttoegang
voor niet-ACS ontwikkelingslanden. De waarde van de bestaande
ACS preferenties is afgenomen ten gevolge van de hervorming
van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB).
Toegang tot de EU markt is moeilijker gebleken door strenge
herkomstregels en verscheidene niet-tarifaire handelsbarrières
(Sanitaire en Fytosanitaire -SPS- maatregelen). Met andere
woorden, de waarde van de markttoegang, welke de ACS landen
in het kader van wederkerigheid verwachten te krijgen
tegen hoge kosten, is continu aan het afnemen.
Het is duidelijk dat als Economische Partnerschap Overeenkomsten
gebaseerd worden op vrijhandelszones met de EU, zij een
te grote last voor de ACS landen vormen. Het optimisme
van de Europese Commissie omtrent de positieve ontwikkelingseffecten
van de benadering is daarom niet op z'n plaats.
Noten:
[1] Stefan is als Policy Officer werkzaam bij Both ENDS,
dat milieu en ontwikkelingsdiensten verleent aan NGO's.
[2] De bijeenkomst volgde een expertbijeenkomst over Afrika
en Globalisering
welke door XminY, Both ENDS, NiZa en TNI werd georganiseerd
in het Europees
Parlement. Ook op deze bijeenkomst werden EPA's als belangrijk
agendapunt
voor Afrika geidentificeerd, naast schulden en het verdwijnen
van de sociale
staat. Meer informatie hierover op http://www.globalisationandafrica.net
[3] In het Engels afgekort als ACP.
[4] De enige uitzondering is Zuid-Afrika, dat in 1999
al een regionale handelsovereenkomst met de EU heeft gesloten.
[5] Art. 34 tot 38 van het Cotonou Verdrag.
[6] Mandaat voor de onderhandeling van Economische Partnerschap
Overeenkomsten met landen en regio's in de ACS, 17 juni
2002.
[7] "Sustainability Impact Assessments (SIA) of Trade
Negotiations of the EU-ACP Economic Partnership Agreements,
Mid Term Report Working Draft", 1 oktober 2003.
Http://www.sia-gcc.org/acp/download/summarized_mid-erm_report_final_doc_light.pdf
[8] 40 ACS landen behoren tot de MOL's.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F) Papier is geduldig op UNCTAD XI
(door Chris Peeters)
Tijdens de UNCTAD-conferentie in Sâo Paolo voerden
de ontwikkelingslanden de volgende ronde in de strijd
tegen een volledige liberalisering van de wereldhandel.
Ondersteund door de verzamelde NGO's drongen ze er vooral
op aan de handel in grondstoffen beter te reguleren. Er
werd een nieuwe onderhandelingsronde gestart om de Zuid-Zuid-handel
te stimuleren.
Elke vier jaar houdt UNCTAD (de VN-organisatie voor handel
en ontwikkeling) haar grote conferentie. Van 13 tot 18
juni vond in Sâo Paolo 'nummer 11' plaats. Het hoofdthema
van de conferentie was: "Enhancing coherence between
national development strategies and global economic processes
towards economic growth and development" [1]. Dat
zorgde voor het zoveelste gevecht om de vraag wat in de
internationale handel op de eerste plaats komt: een blind
geloof in vrije handel of de regulering van handel om
een rechtvaardige verdeling van de wereldwijde welvaart
te bevorderen. Bepaalt UNCTAD de kaders waarbinnen de
WTO moet opereren of is UNCTAD ondergeschikt aan de WTO?
Is vrijhandel binnen WTO-verband dwangbuis en panacee
waarnaar ook de armste landen zich moeten voegen of is
er beleidsruimte ('policy space') om maatwerk voor elk
land af te spreken, gericht op de specifieke mogelijkheden
van dat land? De rijke landen - ook de EU! - proberen
de ruimte voor UNCTAD zoveel mogelijk te beperken. De
arme landen - daarin gesteund door de in Sâo Paolo
verzamelde NGO's - bepleiten juist een ruim mandaat van
UNCTAD om de kaders te bepalen waarbinnen de WTO moet
werken.
Grondstoffen
De handel in grondstoffen speelde een belangrijke rol
in Sâo Paolo. Veel arme landen zijn erg afhankelijk
van de handel in een beperkt aantal grondstoffen [2].
En de internationale prijzen daarvan zijn de laatste decennia
gekelderd [3]. Bij die handel speelt hetzelfde probleem:
moet de vrije markt de handel in grondstoffen reguleren
of moeten er grondstoffenovereenkomsten komen? UNCTAD
heeft vanaf haar ontstaan geijverd voor zulke akkoorden.
Maar die zijn door het Westen vanaf het begin gesaboteerd.
De NGO's IATP en OXFAM hebben ter gelegenheid van de UNCTAD
conferentie papers gepubliceerd waarin ze pleiten voor
grondstoffenakkoorden, gebaseerd op aanbodregulering.
Als IMF en Wereldbank afzonderlijke landen immers blijven
stimuleren om meer grondstoffen te produceren zal er altijd
een overaanbod bestaan, resulterend in lage prijzen. De
UNCTAD slotverklaring bepleit meer aandacht voor de wisselvalligheid
van grondstoffenprijzen, zonder zich echter uit te spreken
over concrete maatregelen.
Zuid-Zuid handel
De G20 [4] heeft het initiatief genomen om de Zuid-Zuid-handel
te stimuleren door een nieuwe onderhandelingsronde te
starten over het 'Global System of Trade Preferences Among
Developing Countries' (GSTP) [5]. Zo'n 43 landen hebben
zich al achter het initiatief geschaard. Het is uitdrukkelijk
niet de bedoeling dat dit ten koste gaat van de WTO [6]
NGO-verklaring
Voorafgaand en parallel aan UNCTAD hebben een groot aantal
NGO's een conferentie in Sâo Paolo georganiseerd.
Ze stelden een gezamenlijke verklaring op, die aan de
algemene UNCTAD-vergadering is aangeboden. Daarin pleiten
ze voor een internationaal handelssyteem gericht op ontwikkeling.
UNCTAD moet in hun visie kritisch (kunnen) blijven en
onafhankelijk onderzoek, analyse en advies leveren die
de bestaande orde eerder kritiseert dan ondersteunt. Het
moet landen op maat gesneden advies geven om de uitdaging
van de mondiale ontwikkelingen aan te kunnen. De NGO's
zijn verontrust over de ernstige gevolgen van de grondstoffencrisis
en pleiten voor een actieve rol van UNCTAD om marktfalen
op dit terrein te corrigeren. IATP en OXFAM ondersteunen
het pleidooi van een vergadering van experts op grondstoffengebied
(door UNCTAD in september 2003 bijeengeroepen), en gericht
aan de lidstaten, om binnen de organisatie een 'High level
panel on commodities' op te richten. IATP: "De WTO
heeft geen deskundigheid op dit terrein, terwijl UNCTAD
precies met dit doel is opgericht" [7].
Slotverklaring
18 Paragrafen van het conferentiedocument stonden bij
de start van UNCTAD XI 'tussen haken', dat wil zeggen
dat ze in de vooronderhandelingen controversieel waren
verklaard. Deze knelpunten weerspiegelen de eerder aangegeven
strijd. Uiteindelijk gingen de onderhandelingen zo vlot
dat de conferentie vervroegd kon worden afgesloten. De
conferentie heeft een slotverklaring - getiteld "The
spirit of Sâo Paolo" - vastgesteld, waarin
ze het werkprogramma van UNCTAD voor de komende vier jaar
zoals vastgelegd in het 'Bangkok actieprogramma' grotendeels
heeft herbevestigd. De uiteindelijke tekst over 'policy
space' was vaag genoeg om voor iedereen acceptabel te
zijn. Iedereen erkende het belang van 'good governance'.
Papier is echter geduldig. Het lijkt er vooral op dat
de rijke landen zo vlak voor een belangrijke fase in de
WTO-onderhandelingen het onderhandelingsklimaat niet wilden
verpesten door zich hard op te stellen in een gevecht
om papieren teksten.
Noten:
[1] Vertaling: Verbetering van de samenhang tussen nationale
strategieën voor ontwikkelingsbeleid en wereldwijde
economische processen gericht op economische groei en
ontwikkeling. De 4 subthema's waren: ontwikkelingsstrategieën;
het opbouwen van productiecapaciteit; hoe te zorgen dat
'ontwikkeling' van handel profiteert; en partnerschap
voor ontwikkeling.
[2] "Zo'n 50 ontwikkelingslanden zijn afhankelijk
van de export van twee of drie grondstoffen, 39 landen
van één product", aldus voorziter Hunt
van de Algemene Vergadering van de VN (Bridges Weekly
8/21).
[3] Volgens het Institute for Agriculture and Trade Policy
(IATP) verloren grondstoffen t.o.v. industrieproducten
meer dan 50% van hun koopkracht tussen 1997 en 2001 (IATP
2004, pag. 4).
[4] Een invloedrijke groep van ontwikkelingslanden met
onder andere Brazilië, Zuid Afrika, China en India,
die in de aanloop van Cancún en nu naar Genève
een belangrijke rol bij de Doha-onderhandelingen speelt.
Hun initiatief was geen onderdeel van het UNCTAD-programma.
[5] Op dit moment maakt de Zuid-Zuid-handel al 40% van
de handel van ontwikkelingslanden uit.
[6] Het is volgens de Most Favoured Nation-clausule van
de WTO en de GATT 1979 Enabling Clause aan ontwikkelingslanden
toegestaan onderlinge voorkeursregelingen af te spreken
over tariefvermindering of - verwijdering in regionaal
of globaal verband.
[7] Zie: IATP 2004, pag. 2
Bronnen:
- "Civil Society, Corporate Globalisation and the
role of UNCTAD", Bridges Weekly Trade News Digest
vol. 8 nr. 21, van 16 juni 2004. Http://www.ictsd.org
- "Kigali communique on UNCTAD", verklaring
Afrikaanse Unie, http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refID=31462
- "Civil Society Forum Declaration to Unctad XI",
van 13 juni 2004.
Http://www.forumsociedadecivil.org.br/dspMostraBiblioteca.asp?idBib=62
- "The Rural Poverty Trap. Why agricultural trade
rules need to change and what UNCTAD XI could do about
it", OXFAM, juni 2004. Http://www.oxfam.org.uk/what_we_do/issues/trade/downloads/bp59_unctad.pdf
- "UNCTAD XI: Challenging the Commodity Crisis",
Sophia Murphy (IATP), juni 2004.
Http://www.tradeobservatory.org/library.cfm?refid=31507
- "UNCTAD XI - The spirit of Sâo Paolo",
tekst van slotdocument UNCTAD XI Conference. Http://www.unctad.org/en/docs/tdl380_en.pdf
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) Bilaterale (en regionale) vrijhandelsverdragen
Het hernieuwde gevaar
(door Guus Geurts [1])
Naar aanleiding van de onderhandelingen voor een bilateraal
handelsverdrag tussen de VS en Thailand die dit jaar starten,
organiseerde het pas opgerichte Thaise platform 'FTA Watch'
op 9 en 10 februari in Bangkok een conferentie over Free
Trade Agreements (FTA's). Op deze "Sovereignity not
for sale"-conferentie [2] kwamen de vergaande gevolgen
aan de orde van bilaterale (en in mindere mate regionale)
vrijhandelsverdragen. Het voorbeeld van het VS-Chili verdrag
diende daarbij als belangrijke illustratie voor Thailand
en andere ontwikkelingslanden. Meer en meer ontwikkelingslanden
zoeken namelijk hun heil tot deze verdragen, waarmee ze
hun soevereiniteit op het spel zetten.
Motieven van de VS
Diverse sprekers brachten naar voren dat de VS sinds
het mislukken van de WTO-top in Cancún hun zinnen
nog meer hebben gezet op het afsluiten van deze bilaterale
en regionale verdragen. Deze inzet is een hernieuwde poging
om de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven er door
te drukken, ondermeer door verdragsbepalingen op te nemen
die verder gaan dan de huidige WTO-afspraken. Een andere
belangrijke reden betreft de geopolitiek, namelijk het
weer oppakken van de 'Koude Oorlog'-strategie in de 'war
on terrorism' na 9/11. Landen worden dus weer in 'good'
en 'bad' ingedeeld, en op grond hiervan geschikt of ongeschikt
bevonden voor het afsluiten van FTA's. Bilaterale verdragen
worden in dit verband gebruikt om een poot tussen de deur
te krijgen in alle relevante handelsblokken. Verder wil
men de FTA's gebruiken om de tegenstand van de G20 binnen
de WTO te breken, met name door Brazilië te isoleren.
De Europese Unie voert overigens dezelfde strategie, maar
dan gericht op de groep van ACP-landen, op de Mercosur
en op landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
De overheersende mening op de conferentie was dat vooral
FTA's tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden
schadelijk zijn voor ontwikkelingslanden vanwege het strukturele
verschil in onderhandelings- en machtspositie [3]. Dit
speelt minder bij verdragen tussen ontwikkelingslanden
onderling.
Het wrange voorbeeld: het bilaterale verdrag tussen
de VS en Chili
Vooral de toespraak van Camila Montecinos uit Chili [4]
van de internationale milieuorganisatie Grain maakte duidelijk
wat de desastreuze effecten voor ontwikkelingslanden kunnen
zijn. Zij vertelde over het intransparante onderhandelingsproces
en de gevolgen van het verdrag voor bevolking, overheid,
natuur en milieu in Chili.
* Onderhandelingsproces
Na tien jaar van onderhandelingen kwam het verdrag tot
stand en pas twee maanden later werd de verdragstekst
openbaar gemaakt. Het was toen te laat om nog enige invloed
te hebben. Om de schijn te wekken dat civil society geconsulteerd
was, werd een klein aantal geselecteerde NGO's tijdens
de onderhandelingen door de Chileense overheid voor de
vorm om hun mening gevraagd over een aantal zaken. Zij
kregen echter geen inzage in de tekst. De Chileense overheid
op haar beurt kreeg weinig onderhandelingsruimte van de
Amerikaanse onderhandelaars. Zoals ook het geval bij onderhandelingen
tussen de VS en Singapore en over het CAFTA-verdrag [5]
kreeg ze een soort blauwdruk voorgelegd. Zo'n blauwdruk
omvat honderden pagina's tekst en is daardoor moeilijk
(snel) te doorgronden voor niet-verdragsdeskundigen zoals
de meeste politici.
* Inhoud
Een aantal belangrijke punten uit haar en andere presentaties:
- In tegenstelling tot wat de naam suggereert is niet
liberalisering van handel het belangrijkste onderdeel
van het verdrag, maar het beschermen van investeringen
en een maximaliseren van de winst voor Amerikaanse investeerders.
- Tot investeringen behoren niet alleen de normale investeringen
van bedrijven maar ook: licenties, patenten en andere
intellectuele eigendomsrechten, aandelen, obligaties en
opties. Zelfs als een bedrijf kan aantonen de intentie
te hebben om te investeren wordt men al investeerder genoemd.
- Van investeerders wordt niet geëist dat ze bijdragen
aan lokale economieën of werkgelegenheid. Amerikaanse
bedrijven die actief zijn in Chili moeten op dezelfde
wijze behandeld worden als Chileense bedrijven ('Most
Favourite Nation'-principe), wat betekent dat zij evenals
enkele Chileense bedrijven geen belastingen hoeven te
betalen. Hetgeen bijvoorbeeld geleid heeft tot grote belastingvrije
uitvoer van koper naar de VS.
- Hoewel Camila Montecinos niet inging op de voordelen
voor grote Chileense bedrijven, blijkt dat in Thailand
vooral de agribusiness die tropische producten en kippenvlees
exporteert, denkt te kunnen profiteren van een FTA met
de VS. De nadelen voor onder andere kleinschalige boerenbedrijven
die de concurrentie aan moeten gaan met gesubsidieerd
Amerikaans voedsel zijn echter vele malen groter.
- Amerikaanse bedrijven kunnen de Chileense overheid aanklagen
bij een strafhof buiten Chili wegens het 'derven' van
verwachte(!) en gerealiseerde winsten indien nieuwe nationale
wetgeving het investeringsstreven dwarsboomt [6]. Dit
heeft veel weg van bepalingen uit het MAI-verdrag van
de OESO uit 1997, maar het komt ook voor in het door de
VS en EU voorgestelde WTO-investeringsverdrag (één
van de Singapore-issues).
- Hoewel de Chileense overheid wel voor de rechter gedaagd
kan worden door Amerikaanse bedrijven, kan dit andersom
niet. Ook Chileense burgers mogen de regering van de VS
niet aanklagen.
- Amerikaanse bedrijven moeten geconsulteerd worden over
alle Chileense wetsvoorstellen, een recht dat zelfs de
Chileense burger niet heeft.
- Chili is gedwongen internationale verdragen te ondertekenen
die gesteund worden door de VS. Er is een veelheid van
impliciete en expliciete verplichtingen om nationale Chileense
wetten aan te passen, en zo worden zaken die de VS niet
toestaat voortaan gecriminaliseerd.
- Het is Chili verboden om de import en export te reguleren.
Dit kan bijvoorbeeld grote negatieve gevolgen hebben voor
de voedselzekerheid als men in geval van een dreigend
voedselgebrek geen rem mag leggen op de export van voedsel.
- De VS wilde geen toezeggingen doen over afschaffen van
landbouwsubsidies en anti-dumpingwetgeving.
- Chili wordt gedwongen alle overheidsdiensten te liberaliseren
en privatiseren. Dit geldt ook voor natuurlijke hulpbronnen
als de zee (viswater), rivieren, de atmosfeer, en traditionele
kennis. In feite kan de hele overheid worden geprivatiseerd.
- Uit een presentatie van Renee Velvee (Grain, de Filippijnen)
bleek dat een zeer intransparante TRIPS-plus agenda wordt
gevoerd. Dit heeft tot gevolg dat bedrijven als Monsanto
met genetisch gemanipuleerde zaden de zaadmarkt van ontwikkelingslanden
kunnen openbreken. Een ander gevolg is dat men geconfronteerd
wordt met duurdere medicijnen, omdat het landen onmogelijk
gemaakt wordt zelf goedkopere medicijnen te produceren.
Ook in het vergelijkbare CAFTA-verdrag is dit effect merkbaar
[7].
* Gevolgen
Het zijn vooral de armste mensen die de grootste gevolgen
ondervinden. De verlaging van belastingen voor bedrijven
werd op hen afgewenteld door verhoging van de BTW op goederen.
Ook werden sociale programma's afgebouwd, goedkope leningen
aan boeren onmogelijk gemaakt, en werd lokale vissers
het vissen onmogelijk gemaakt (door het privatiseren van
de territoriale wateren). Milieu- en arbeidswetten zijn
aangepast; de achturige werkdag veranderde in een twaalfurige
werkdag...
Het Chilleense rechtssysteem is zonder consultatie omgevormd
naar Amerikaans model. De wetten om kapitaalstromen te
beheersen, die Chili in 1997 hadden geholpen om de peso-crisis
te voorkomen, werden opgeheven.
In feite betekent dit dat Chili haar soevereiniteit is
kwijtgeraakt, en nu niet meer dan een kolonie van de VS
is.
Het bilaterale verdrag tussen Chili en de VS bevat een
zogenaamde WTO-plus agenda. Afspraken op gebied van investeringen,
liberalisering van diensten en TRIPS gaan veel verder
dan wat in WTO-verband is overeengekomen. De inhoud van
deze en andere FTA's zijn dan ook een indicatie voor de
uiteindelijke onderhandelingsdoelen van de VS (en de EU)
binnen de WTO.
Aanbevelingen
Nadat de specifieke situatie van Thailand aan de orde
was gekomen besprak men tijdens de tweede conferentiedag
welke aktie men gaat ondernemen richting Thaise samenleving
en andere ontwikkelingslanden.
Aan de hand van het "Chileense verhaal" en van
wat bekend is over de 'FTA-blauwdruk' van de VS wordt
informatie ingewonnen over hetgeen Thailand en andere
ontwikkelingslanden boven het hoofd hangt. Maatschappelijke
organisaties en het parlement worden gemobiliseerd, instelling
van openbare hoorzittingen opgeëist, en de Thaise
FTA-onderhandelaars van informatie voorzien.
Onafhankelijk onderzoek moet de langetermijn gevolgen
voor de verschillende economische sectoren, voor milieu
en arbeidsomstandigheden in Thailand duidelijk maken.
Ook riep de conferentie op tot meer samenwerking en informatie-uitwisseling
tussen Thaise NGO's onderling en met het Thaise parlement,
met de wetenschap (die een belangrijke rol speelt in de
tegenbeweging), met boeren, arme stedelingen en consumenten,
met buitenlandse NGO's (op de conferentie afkomstig uit:
Indonesië, de Filippijnen, Cambodja, Bangladesh,
VS, Chili, Australië, Nieuw Zeeland, Zweden, Engeland,
en Nederland), en met bedrijven en instellingen uit de
economische sectoren waar de grootste negatieve gevolgen
te verwachten zijn. Toch is het van belang om niet tegen
elkaar uitgespeeld te worden (door in te gaan op voorstellen
om bijvoorbeeld de exportmogelijkheden voor tropisch fruit
uit te ruilen tegen TRIPS-plus bepalingen). Ook wil men
voorkomen dat landen in de regio tegen elkaar uit worden
gespeeld en dat regionale samenwerking onmogelijk wordt
gemaakt door FTA's die op een strukturele ongelijkheid
berusten.
Dit alles vergt een nieuwe soort mobilisatie, de mobilisatie
tegen de WTO was vrij succesvol in Azië, maar men
heeft nu te maken met een (nog) veel minder toegankelijk
en intransparant fenomeen. Lori Wallach (Global Trade
Watch) spreekt van "a slow-motion coup d'etat on
your sovereignity" [8]. Hopelijk kunnen we dit onderwerp
ook meer prioriteit geven op de Europese en Nederlandse
andersglobaliserings-agenda, want de verwachte negatieve
gevolgen zijn zelfs nog groter dan die van de WTO. Het
ziet er ook naar uit dat deze WTO-plus-agenda een precedent
schept voor toekomstige WTO-onderhandelingen.
Noten:
[1] Guus Geurts is vrijwilliger bij XminY Solidariteitsfonds,
op gebied van landbouw en globalisering. Een uitgebreider
artikel met ook de situatie in Thailand is te vinden op
zijn website http://guusgeurts.tripod.com.
[2] Voor programma en sprekers, zie: http://www.ftawatch.org/cgi-bin/content/update/show.pl?0020
[3] De Wereldbank berekende in 2003 dat bij Noord-Noord-FTA's
en Zuid-Zuid-FTA's beide (groepen) landen over het algemeen
gelijk 'profiteren'; bij bilaterale Noord-Zuid verdragen
profiteren Noordelijke landen over het algemeen drie keer
zo veel als de Zuidelijke.
[4] Zie: http://www.ftawatch.org/eng/download/camila_presentation_01.ppt
[5] VS en Midden Amerikaanse landen
[6] Zie: http://www.ftawatch.org/cgi-bin/content/newse/show.pl?0245
[7] "CAFTA draws debate in the US", Bridges
Weekly Trade News Digest Vol 8 Nr 7, van 26 februari 2004.
Http://www.ictsd.org.
En: "UN Committee Warns El Salvador that IP Rights
in CAFTA Must Not Undermine Children's Rights", persbericht
UN Committee on the Rights of the Child, van 10 juni 2004.
Http://www.unhchr.ch/html/menu2/6/crc/doc/co/El%20Salvador-CO2.pdf
[8] Voor artikelen die in de Thaise en internationale
pers verschenen, en voor de huidige activiteiten van de
tegenbeweging in Thailand, zie:
http://ftaweb.biothai.net/eng/ of http://www.ftawatch.org/eng
(waaronder de link bij noot 6).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) Opgenaaid
Woelige tijden in de textielsector door aflopen ATC [1]
(door Chris Peeters)
Op 31 december 2004 loopt het Verdrag over Textiel
en Kleding (ATC) af [2]. Door de manier waarop de rijke
landen (vooral de VS en de EU) de verdragsbepalingen hebben
toegepast, dreigt een aantal arme landen in ernstige problemen
te komen. Maar ook de textielindustrie in het Westen zweet
peentjes en eist extra beschermingsmaatregelen.
De textielsector is zeer belangrijk voor veel arme landen.
Helaas beschermen de rijke landen de eigen industrie,
met een quotasysteem (vastgelegd in het MultiVezelakkoord)
en hoge importtarieven. Een recent Wereldbankrapport schat
dat die bescherming arme landen 27 miljoen banen en $
40 mld jaarlijkse export kost. Elke in het Westen beschermde
baan gaat ten koste van 35 banen in de arme landen! In
het ATC was voorzien dat de rijke landen hun quota geleidelijk
aan zouden afbouwen. Dat was met name bedoeld om de arme
landen die onder bescherming van de hen toegekende quota
een bloeiende textielindustrie hebben opgebouwd, de kans
te bieden zich aan te passen aan het opheffen van het
quotasysteem, bijv. door andere industriesectoren te ontwikkelen.
De algemene verwachting is immers dat met name China en
India zullen profiteren van het opheffen van de quoto
[3], ten koste van deze arme landen. Het percentage textiel/kledingexport
als deel van de totale export is vooral in Bangla Desh
(85%), Cambodja (70%), Pakistan (70%), El Salvador (60%),
Mauritius (55%), Sri Lanka (53%) en de Dominikaanse Republiek
(50%) hoog.
De rijke landen hebben hun quota echter zeer traag afgebouwd,
en lieten daarbij de quota die de grootste economische
waarde vertegenwoordigen tot het laatst onaangetast [4]
De arme landen hebben zich daardoor slecht voorbereid
op het einde van het ATC. Een land als Bangla Desh vreest
op korte termijn een miljoen banen te verliezen als de
resterende quota met een klap worden afgeschaft en India
en China de markt bestormen. In Sri Lanka zal wellicht
40-50% van de fabrieken de poorten sluiten. Landen die
vallen onder het Europese 'Everything But Arms'-initiatief
worden enigszins beschermd tegen het wegvallen van de
quota (voor hen gelden immers geen importtarieven). Oxfam
pleit er daarom voor de genoemde 5 landen die zeer afhankelijk
zijn van de textielsector te beschermen door ze bijv.
tot 2010 onder het EBA te laten vallen. Ook zou het Westen
deze landen steun moeten bieden bij de herstructurering
van hun industrie.
Westers protectionisme
Dat het quotasysteem wordt opgeheven betekent niet dat
het rijke Westen geen middelen heeft om zich te beschermen
tegen import van textiel. Ook daar bedreigt het wegvallen
van het ATC vele banen, wat leidt tot zware druk van bonden
en bedrijfsleven om bescherming te bieden. De voor arme
landen schadelijke vormen van bescherming:
* Importtarieven
Op textiel heffen (Westerse) landen vaak hoge importtarieven.
Het gemiddelde tarief is nu 12% (tegenover 3,8% gemiddeld
voor alle industriële goederen). Op volledig bewerkte
textielproducten kan soms wel een tarief van 30-40% rusten.
De kosten vanwege Westerse importtarieven voor arme landen
zijn vaak veel hoger dan de inkomsten door Westerse hulp
[5]. Het aflopen van de quotaregeling onder het ATC is
daarom nauw verbonden met de onderhandelingen in de DOHA-ronde
over een nieuwe formule voor de afbouw van importtarieven.
* Oorsprongsregels
De EU en de VS hanteren in het kader van hun overeenkomsten
voor preferentiële handelstoegang zeer ingewikkelde
oorsprongsregels [6]. Vaak moet een product een aantal
bewerkingsstappen ondergaan en er moet een bepaalde hoeveelheid
waarde aan het eindproduct zijn toegevoegd wil een product
gelden als uit een bepaald land afkomstig. Dat staat dikwijls
haaks op de werkelijkheid van de zeer geglobaliseerde
textielmarkt. Veel arme landen kunnen daardoor de hun
toebedeelde quota niet benutten [7].
* 'Anti-dumping' maatregelen
Tussen 1994 en 2001 startte de EU 57 anti-dumpingzaken
tegen ontwikkelingslanden. India moest bijvoorbeeld hogere
importtarieven op bedlinnen betalen vanwege vermeende
dumping [8]. Toen de WTO de EU in het ongelijk stelde
veranderde de EU gewoon de klacht een beetje en bleef
toch de extra tarieven vragen.
Verlenging ATC
Een combinatie van textielproducenten uit de VS en Turkije
heeft in een brief aan de WTO gepleit voor een verlenging
van het ATC met drie jaar [9]. In een brief aan Bush roept
de Amerikaanse raad van textielorganisaties het doembeeld
op van het verlies van meer dan 600.000 Amerikaanse banen
en 30 miljoen over de hele wereld door het verdwijnen
van de quota. Belangrijke partners van de VS in de strijd
tegen het terrorisme (zoals Turkije, Pakistan, Egypte,
Indonesië en Bangla Desh) zouden vele banen verliezen
waardoor ze niet meer kunnen investeren in de strijd tegen
het terrorisme en zelfs broeinest van terrorisme dreigen
te worden! Door het banenverlies in Latijns-Amerika dreigt
een nieuwe vloedgolf van immigranten. Van dik hout zaagt
men planken dus.
De Amerikaanse textielfabrikanten hebben naar verluidt
al 100 Congresleden (zowel Republikeinen als Democraten)
achter een verzoek aan de regering gekregen om een spoedvergadering
van de WTO bij elkaar te roepen. India heeft aangekondigd
zich fel tegen elke verlenging van het ATC te zullen verzetten
[10].
Concurrentie
Op 5 maart 2004 kwam voor het eerst de 'Textiles High
Level Group' van de Europese Unie bijeen. Deze adviesgroep,
die voortvloeit uit de EU-top in Lissabon (die Europa
voor 2015 tot de meest concurrerende economie wilde maken),
bestaat uit Eurocommissarissen, ministers en vertegenwoordigers
van de textielindustrie, winkeliers, distributeurs, Europese
handelsverbanden en vakbonden. Ze moet aanbevelingen ontwikkelen
hoe de sector in de vergrote EU haar concurrentiekracht
kan vergroten. Een eerste rapport wordt deze zomer verwacht
[11]
Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO)
verwacht dat de intensivering van de concurrentie in de
textielsector na het verdwijnen van de quota een negatief
effect zal hebben op de rechten van textielarbeiders.
Inkopers van Westerse bedrijven zullen hogere kwaliteit
eisen tegen lagere prijzen en snelle en precieser leveringstijden.
Dat kan leiden tot soepeler ontslagrecht, langere werktijden,
onveilig werken en verslechtering van het arbeidsrecht
[12]
Aanbevelingen door Oxfam
De textielsector is mondiaal zeer belangrijk: er spelen
grote en vaak conflicterende belangen. Oxfam doet in relatie
tot het aflopen van het ATC de volgende aanbevelingen:
1. Voor Noordelijke regeringen:
- het opzetten van goede herstructureringsprogrammas
in regio's in het Westen waar veel textielbanen verloren
dreigen te gaan;
- het uiterlijk in 2010 verlagen van de importtarieven
tot het gemiddelde (4%) van de industriële tarieven;
- het afzien van bijvoorbeeld anti-dumpingmaatregelen
voor protectionisme;
- het direct en fors steunen van landen die de dupe dreigen
te worden van het afschaffen van de textielquota;
- het geven van een voorkeursbehandeling tot tenminste
2010 aan de vijf landen die zeer kwetsbaar zijn voor het
afschaffen van de quota;
- het ontwikkelen van meer programma's (bijv. voor herscholing)
voor arbeiders in het Noorden die hun baan dreigen te
verliezen;
2. Voor Zuidelijke regeringen:
- het zorgdragen voor de naleving van internationale standaards
voor arbeidsomstandigheden en het hierop scherp controleren
van bedrijven;
- het ondersteunen van arbeiders die hun baan dreigen
te verliezen;
- het verbeteren van de eigen concurrentiepositie door
middel van een beter juridisch systeem, een efficiënte
douane, goede marketing en een adequate infrastructuur;
3. Voor grootwinkelbedrijven:
- het stimuleren van respect voor arbeidsomstandigheden
door middel van een geschikt inkoopbeleid;
- het nemen van verantwoordelijkheid voor de gemeenschap
waar de geïmporteerde goederen vandaan komen;
- het toezien op daadwerkelijk verstrekking van uitkeringen
door toeleveranciers die moeten sluiten of veel mensen
moeten ontslaan;
4. Voor producenten:
- het respecteren van de rechten van werknemers;
- het fatsoenlijk behandelen van werknemers die door de
mondiale verschuivingen ontslagen worden.
Noten:
[1] Dit artikel is grotendeels gebaseerd op het - zeer
goede - Oxfam-rapport "Stitched Up; How rich-country
protectionism in textiles and clothing trade prevents
poverty alleviation", mei 2004 http://www.oxfam.org.uk/what_we_do/issues/trade/downloads/bp60_textiles.pdf
[2] Het ATC - de 'Agreeement on Textiles and Clothing'
- trad op 1 januari 1995 in werking en was bedoeld om
de kleding- en textielsector, die onder het Multivezelakkoord
lang gereguleerd werd door een uitgebreid quotasysteem,
onder de algemene WTO-regels te brengen door het in fases
afschaffen van quota. Zie ook "Kleding en textiel
in de Europese Unie" van Esther de Haan, WTO-ZIP
nr. 41, 9 december 2003, http://www.stelling.nl/trouble/zip/031209--00(41).htm
[3] Aangezien daar getalsmatig ook de meeste arme mensen
wonen is dat niet perse slecht.
[4] Nu - een half jaar voor het aflopen van het verdrag
- heeft de US pas 20% van de oorspronkelijke 937 quota
afgeschaft, en de EU 32%.
[5] In 2001 betaalde Bangla Desh aan de VS $ 331 mln aan
importtarieven, terwijl de VS-hulp aan Bangla Desh slechts
$ 87 mln was. "Schoenen en kleding" vertegenwoordigden
samen 6,7% van de waarde van de VS-import, maar leverden
bijna de helft van de importtarieven op, namelijk $ 8,7
mld.
[6] Om te voorkomen dat hun voorkeursbehandeling ondermijnd
wordt door schijnbewegingen, zoals het verschepen van
textielproducten via een voorkeursland zonder dat er veel
bewerking plaatsvindt.
[7] De EU herziet momenteel haar oorsprongsregels. Oxfam
pleit voor een sterke vereenvoudiging. Want ondanks de
gebezigde EU-retoriek over het bevorderen van de Zuid-Zuid-handel
straffen de Europese oorsprongsregels kledingproducenten
uit arme landen, die input uit andere ontwikkelingslanden
gebruiken. Vooral de armste landen (die geen uitgebreide
industriële infrastructuur hebben) zijn daarvan de
dupe.
[8] 'Dumping' betreft aanbieden op buitenlandse markten
van goederen onder de kostprijs
[9] "Textile groups call for quota extension",
door ICTSD, in Bridges Weekly Trade News Digest van 10
maart 2004 en "Textiles liberalisation sparks reaction"
door ICTSD, in Bridges Monthly Trade News Digest van mei
2004. Beiden te vinden op http://www.ictsd.org
[10] "India to oppose extension of textile quota
regime", Business Line van 17 juni.
[11] "Textiles and Clothing: first meeting of High
Level Group to boost European competitiveness", Brussels,
5 March 2004. Http://trade-info.cec.eu.int/doclib/docs/2004/march/tradoc_116149.pdf
[12] "Somo-bulletin on issues in garments & textiles",
nr. 4, februari 2004 (pag. 3). Http://www.somo.nl
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
I) Amerikaanse transportbelangen overstijgen die van
het milieu
NAFTA-jurispudentie ook richtlijn voor WTO?
(door Rob Bleijerveld)
Volgens het International Centre for Trade and Sustainable
Development (ICTSD) kan een uitspraak van het Amerikaanse
Hooggerechtshof over luchtverontreiniging gevolgen hebben
voor WTO-onderhandelingen over diensten en milieu [1].
Op 7 juni vonniste het Hooggerechtshof van de VS dat
de US Federal Motor Carrier Safety Administration (FMCSA)
geen diepgaand onderzoek hoeft te verrichten naar de omvang
van luchtverontreiniging door Mexicaanse vrachtwagens
en bussen. Hiermee is de weg vrij voor de regering Bush
om een moratorium op te heffen dat het gebruik van deze
voertuigen in de VS tot nu toe tegenhield.
Het Hooggerechtshof is van mening dat het FMCSA met een
eerder verrichte, minder diepgaande milieu-rapportage
voldeed aan de verplichtingen die voortvloeien uit de
US Clean Air Act en de National Environmental Policy Act
inzake luchtkwaliteitsnormen. Volgens die rapportage zal
een toename van verkeer van Mexicaanse vrachtwagens geen
belangrijke negatieve milieugevolgen hebben [2].
Met deze uitspraak verwerpt de US Supreme Court niet
alleen de argumenten van maatschappelijke groepen - zoals
Public Citizen en het International Brotherhood of Teamsters
- die in 2002 een zaak aanspanden tegen het FMCSA, maar
legt ze mogelijk ook een basis voor overeenkomstige uitspraken
in de WTO of bij regionale handelsverdragen. Voor Amerikaanse
WTO-onderhandelaars staat het NAFTA-akkoord, waar deze
Amerikaanse uitspraak betrekking op heeft, model voor
de wijze waarop ze de WTO-verdragen willen aanpassen.
Noten:
[1] "US Supreme Court against moratorium on Mexican
trucks", Bridges Weekly Trade News Digest Vol 8,
Nr 21, van 16 juni 2004. Http://www.ictsd.org
[2] Volgens een rapport van de Commission for Environmental
Cooperation of North America (CECD) van 10 november 2003
sterven jaarlijks vele kinderen in de sloppenwijken van
Mexicaanse steden als gevolg van aandoeningen veroorzaakt
door hoge niveau's van luchtverontreining. Dat is in grensgemeenten
vooral te wijden aan het drukke verkeer van op diesel
rijdende vrachtwagens. Bron: "Mexico-US border air
pollution responsible for higher child death rates",
Bridges Weekly Trade News Digest Vol 7, Nr 38, van 13
November 2003. Http://www.ictsd.org