WTO.ZIP
nummer 45 van 21 mei 2004
Redactioneel
Na een maand zonder ZIP nu een dubbeldik nummer over
de spannende ontwikkelingen rondom de Wereld Handels Organisatie
en de Europese Unie. Eind juli moet er een zogenaamde
raamovereenkomst klaar zijn zodat "het momentum van
de WTO-onderhandelingen niet verloren gaat". Aanleiding:
de verkiezingen van een nieuwe Europese Commissie en een
Amerikaanse president dit najaar. Handelministers Lamy
en Zoellick moeten dan het veld ruimen, maar komen elkaar
vast weer tegen bij het IMF (?) zodat ze het WTO-proces
toch nog kunnen helpen sturen...
Veel leesplezier!, Rob Bleijerveld
INHOUD:
A) GroenLinks: 'WTO zien als groen instrument'
GL vindt de WTO een geschikte organisatie ter verbetering
van het milieu? De partij wil de EU ertoe bewegen "een
forse importheffing" op te leggen op energie-intensieve
producten uit de VS wegens het niet nakomen van het Kyoto
Protocol. Hoe valt deze strategie te beoordelen?
B) Overleeft Europa de vergrijzing? (ingekort)
Voor de Europese Unie en Europese politici is de vergrijzing
het ideale breekijzer om de verzorgingstaat te privatiseren
en de jammerende financiële markten te voeden. Maar
wat zijn de gevolgen en wie betaalt?
C) ABN-AMRO op rooftocht in Canada; Verzet tegen privatisering
gezondheidszorg in Canada zwelt aan
Canadese deelstaatregeringen hanteren het beruchte Private
Public Partnerships-model om hun publieke diensten te
privatiseren. De Nederlandse bank ABN-AMRO probeert in
Ontario rijk te worden van de afbraak van het gezondheidsstelsel.
Gezondheidswerkers vragen om ABN-AMRO duidelijk te maken
dat niemand daarop zit te wachten...
D) Debat over toeeigening of toeeigening van het debat;
Een blik over de grens
Waarom komt het verzet van Nederlandse andersglobalisten
tegen de neo-liberale koers van Balkenende niet op gang?
Beletten consensus-cultuur, politieke context of Fortuyn-effect
een duidelijke stellingname en optreden? Misschien kunnen
Duitse collega's een thema leveren dat Nederlanders weet
te raken en aansluit bij mondiale problematiek: Aneignung,
toeeigening, appropriation, appropriación, istimlaek,
tamalluk, zhanyou.
E) Internationale vrouwenbeweging, WTO en EU-handelsbeleid:
Diskussies en conferentie over confrontatie en integratie
Naar aanleiding van de conferentie "Globalising
women's rights" van Women in Development Europe een
vertaald artikel dat ingaat op de politieke agenda van
de internationale vrouwenbeweging na Cancún en
op de vraag of 'gender mainstreaming' een middel kan zijn
(of niet) om het WTO- en EU-beleid aan te passen.
F) Eerste aanslag op landbouwsubsidies; WTO veroordeelt
VS-katoenbeleid
De WTO sloeg op 26 april een eerste bres in de verdediging
van de enorme landbouwsubsidies in (met name) de VS en
de EU. Brazilië is in het gelijk gesteld in de klacht
die het had ingediend tegen de Amerikaanse katoensubsidies.
De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor het mondiale
landbouwbeleid en de WTO-onderhandelingen in de Doha-ronde.
G) Einde aan exportsubsidies in de landbouw?; Brief
Lamy: loos gebaar of stapje vooruit?
De EU-commissarissen Lamy en Fischler hebben in een brief
aan alle onderhandelaars in de Doha-ronde aangeboden om
onder voorwaarden een einde te maken aan de EU-exportsubsidies
op landbouwproducten. De meningen over dit aanbod lopen
sterk uiteen.
H) Offensief EU (en VS) om Doha-doorbraak te forceren;
Nieuwe poging om wig te drijven tussen G20 en G90
Ondanks een open brief van de Europese Commissie en meerdere
mini-ministerials is de impasse in de Doha-onderhandelingen
niet doorbroken. Alle "positieve geluiden" ten
spijt dringt de tijd voor EU en VS om nog voor eind juli
alle zeilen bij te zetten voor het verkrijgen van een
raamovereenkomst voordat de najaarsverkiezingen de WTO
lamleggen.
I) IMF: financiële steun tegen gevolgen handelsliberalisering;
Plan gericht op integratie van kritische WTO-lidstaten
Het IMF lanceeerde onlangs het Trade Integration Mechanism
om lidstaten te steunen die door handelsliberalisering
problemen verwachten met hun betalingsbalans. Het is gericht
op die staten die tot nu toe de voortgang in de WTO-onderhandelingen
in zekere mate vertraagden, en lijkt vooral bedoeld als
politiek drukmiddel.
J) Brinkhorst over EU-voorzitterschap
Minister van EZ Laurens Brinkhorst maakte op 21 april
bekend wat zijn aanpak zal zijn tijdens het voorzitterschap
van de Europese Unie.
K) Derde Vrijhandelstop EU-Latijns Amerika
Op 28 en 29 mei vindt de Derde Topconferentie tussen
de EU en Latijns Amerika plaats in Guadelajara, Mexico.
De top staat volledig in het teken van afspraken over
vrijhandel. De agenda waartegen tienduizenden demonstranten
zich hebben verzet bij de WTO-conferentie in Cancún
en andere plekken, steekt zijn lelijke kop weer op.
L) Reactie op artikel over "Collectieve Preferenties"
in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 44
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
A) GroenLinks: 'WTO zien als groen instrument'
(door Robin van Stokrom)
Is de WTO een geschikte organisatie ter verbetering van
het milieu? GroenLinks vindt van wel en meent dat de EU,
om druk uit te oefenen op de VS vanwege het niet nakomen
van het Kyoto Protocol, "een forse importheffing"
moet opleggen op energie-intensieve producten uit de VS.
Hoe valt deze strategie van GroenLinks te beoordelen?
Tijdens het Kamerdebat over duurzaamheid in de Tweede
Kamer op 19 april 2004 heeft de parlementaire partij GroenLinks
gepleit voor importbelastingen op energie-intensieve producten
uit de VS. De partij wil deze maatregel invoeren als straf
voor de VS omdat zij het Kyoto Klimaatverdrag niet willen
ratificeren. Volgens GroenLinks vormen de WTO-regels een
legitimiteitsbron voor dit type handelssancties ter bescherming
van het milieu.
Doordat de VS het Kyoto Protocol niet ratificeren hebben
zij een "oneerlijk handelsvoordeel", terwijl
klimaatverandering "een mondiaal probleem" betreft,
beargumenteerde Wijnand Duyvendak in de Tweede Kamer namens
GroenLinks. De partij wilt deze "oneerlijke concurrentie"
opheffen door de centrale overheid van de VS te dwingen
het Kyoto Protocol uit te voeren.
Volgens de WTO is het opleggen van importheffingen toegestaan
zolang deze "noodzakelijk" zijn om "het
leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten te
beschermen" (artikel XX van het GATT-verdrag). Dit
artikel is het uitzonderingsartikel en is een van de voornaamste
wetten voor de relatie tussen milieu en internationale
handel. Het bepaalt de uitzonderingen waarmee handelsbelemmeringen
beschouwd kunnen worden als legitiem. Volgens GroenLinks
wordt van dit artikel weinig gebruik gemaakt "omdat
landen beducht zijn de confrontatie met handelspartners
te zoeken".
Uitlokken
Het idee van het opleggen van handelsbelemmeringen in
verband met het Kyoto Protocol is niet nieuw. Zo bepleitte
het internationale milieunetwerk Friends of the Earth
voor een soortgelijke maatregel in 2002. Op basis van
morele argumenten argumenteerden zij dat de tegenmaatregelen
die de EU met toestemming van de WTO mocht nemen (compensatiemaatregelen
van vier miljard euro voor een andere zaak), milieugerelateerd
moesten zijn [2].
GroenLinks nu beargumenteert dat de EU het initiatief
moet nemen om - zonder de toestemming vooraf van de WTO
- met maatregelen te komen, en daarmee een zaak voor de
WTO-geschillencommissie uit te lokken. Nederland moet
hiervoor bij de Europese Unie pleiten, stelt milieuwoordvoerder
Wijnand Duyvendak.
Een handelsbelemmering moet aan een aantal standaardvoorwaarden
voldoen. Volgens uitzonderingsartikel XX mogen de beperkingen
slechts opgelegd worden indien zij een legitiem doel beogen
te bereiken, op wetenschappelijk bewijs berusten en noodzakelijk
zijn "ter bescherming van eindige natuurlijke rijkdommen"
of van "het leven en gezondheid van mensen, dieren
en planten".
In principe kunnen staten milieustandaarden stellen,
zolang de milieueisen voor producten uit binnen- en buitenland
dezelfde zijn ("anti-discriminatiebepaling").
Staten hebben het recht om eigen nationale wetgeving te
bepalen, maar zij hebben volgens de WTO-regels niet het
recht om het milieu in andere landen te bepalen (middels
handelssancties). De WTO-geschillencommissie heeft één
uitzondering geaccepteerd. Is de nationale handelsbeperking
gericht op het voorkomen van schade aan een door het internationaal
milieurecht erkend bedreigde diersoort, dan heeft de handelsbelemmering
een goede kans op legitimatie [3].
Legitiem?
De eis van GroenLinks ligt een stuk problematischer.
Het klimaatprobleem beïnvloedt de aarde als geheel.
Daarom hebben de besluiten in de VS ook hun invloed op
het milieu in Europa en elders. Maar ook heeft klimaatverandering
effect op de natuur als geheel, diersoorten en planten
zullen in hun bestaan bedreigd worden en reeds bedreigde
diersoorten zullen uitsterven. Recent wetenschappelijk
onderzoek wijst dit ook uit [4].
De vraag is of het voorstel van GroenLinks de juridische
toetsing doorstaat indien de handelsbelemmering doorgang
zou vinden en aanhangig gemaakt wordt. Hoewel het milieu
gevolgen ondervindt van de menselijke invloed op het klimaat,
en de gevolgen wereldwijd te merken zijn, is de kans groot
dat zo'n maatregel illegaal verklaard wordt. De maatregel
is discriminerend. Het is alleen tegen de VS gericht en
niet tegen de overige staten die het Kyoto Protocol evenmin
uitvoeren, zoals Australië.
Indien de maatregel ook geldt voor de andere landen,
dan zijn er nog andere uitvluchten mogelijk om de handelsbeperking
illegaal te verklaren. Zoals het feit dat staten het Kyoto
Protocol op diverse manieren kunnen implementeren, waardoor
het effect van de milieumaatregelen als verwaarloosbaar
beschouwd kan worden in relatie tot het doel. Indien dit
laatste als bewezen wordt beschouwd voor de rechters van
de WTO, dan is de maatregel discriminerend omdat het effect
van de maatregel in geen verband staat met haar doel:
het stabiliseren van het klimaat. Daarmee beoogt de maatregel
een niet-legitiem doel en is zij voor de mondiale WTO-rechtbank
niets meer dan een vorm van handelsprotectionisme. En
dat is verboden.
Los van de effectiviteit van het beleid van nationale
staten is er nog een ander zwaarwegend punt. Het voorstel
van GroenLinks gaat om maatregelen tegen de aanbieders
van energie-intensieve producten. Hierbij wordt niet het
product zelf beoordeeld. Enkel wordt er gekeken of het
Kyoto Protocol is geïmplementeerd door de staat.
De wijze waarop is niet relevant. GroenLinks stelt hierbij
een willekeurige benadering voor.
De VS zijn volgens Kyoto niet verplicht de energie-intensieve
sector te belasten of om een systeem te ontwikkelen voor
de handel in CO2-rechten dat gelijk is aan het systeem
van de EU. De maatregel die door GroenLinks wordt voorgesteld
zal daarom weinig kans hebben; paradoxaal genoeg vanwege
de vrijblijvendheid van het Kyoto Protocol. Er wordt door
GroenLinks niet gekeken of de energie-intensieve sector
in de VS haar productiewijze moet aanpassen aan de milieueisen;
er wordt gekeken of de VS het Kyoto Protocol uitvoert.
Groen&WTO
De vraag voor groene hervormers is of de WTO tot een
groen instrument gemaakt kan worden. Het mobiliseren van
de bevolking en steun zoeken vanuit de publieke opinie
om dit soort tegenmaatregelen te eisen, zoals dit voorstel
van GroenLinks voor een deel poogt, kan het bewustzijn
doen toenemen over de complexiteiten van economische globalisering
en kan uiteindelijk een versterkend effect hebben om de
WTO te hervormen.
Terwijl groene hervormers actief dit type campagnes voeren,
worden zij door het dominante discours en de zienswijzen
in termen van problemen en oplossingen opgeslurpt. Parlementariër
Duyvendak neemt nu moeiteloos het discours over van de
energie-intensieve sector: door het niet nakomen van het
Kyoto klimaatverdrag door de VS, heeft de sector een concurrentieprobleem.
Duyvendak in de Kamer op 19 april: "De facto leidt
dat tot een concurrentienadeel voor ons eigen bedrijfsleven"
[5].
Door dit globaliseringsdiscours (competitie voor een
mondiale "markt") niet ter discussie te stellen
maar juist te gebruiken bij het aanbieden van "andere
oplossingen" die de "vrije" markt groener
moeten maken, doen de groene hervormers niets dan bevestigen
dat neoliberale globalisering "God" is. Dit
effect wordt nog versterkt doordat in dit geval de aangeboden
oplossingen weinig kans van slagen hebben. Door dezelfde
probleemdefinitie te hanteren (concurrienadeel), blijven
ook klassieke oplossingen mogelijk, wat het liberale discours
bevestigt en ruimte schept voor neoklassieke liberale
globalisering.
Bovendien schept GroenLinks een beeld van de WTO als
een herder van het grootste milieuprobleem dat we kennen:
de klimaatdestabilisatie. En ook dat is volkomen in lijn
met datgeen wat liberale goeroes ons op de mouw willen
spelden.
Noten:
[1] "Strafheffing op Amerikaanse producten na boycot
Kyoto", Persbericht GroenLinks, van 19 april 2004,
http://www.groenlinks.nl/2ekamer/nieuws/Nieuwsbericht
[2] "EU should target US genetically modified food
and energy intensive products in trade", Persbericht
Friends of the Earth, van 16 september 2002, http://www.foeeurope.org/press/AW_16_09_02_GMOsynergy.htm
Zie ook http://www.globalwarming.org/article.php?uid=95
voor meer juridische argumenten. Een jurist pleit ervoor
dat de VS ofwel het Kyoto Protocol moet ratificeren, ofwel
de gezette handtekening moet schrappen.
[3] "Milieubescherming en de WTO", in scriptie
"Sociale Bewegingen en Wereldhandelspolitiek"
(pp. 66-70), door Robin van Stokrom, te downloaden via
http://www.globalinfo.nl/filemanager/download/2/robinwto.pdf
[4] "Feeling the heat: Climate change and biodiversity
loss", Nature nr 8, van januari 2004, http://www.nature.com/nature/links/040108/040108-1.html
[5] "Verslag van een notaoverleg d.d. 19 april 2004,
nota Duurzame daadkracht". Tijdelijke link voor het
stenografisch verslag: http://www.tweedekamer.nl/images/22_33891.do
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
B) Overleeft Europa de vergrijzing?
(door Rodrigo Fernandez [*])
Voor de Europese Unie en Europese politici is de vergrijzing
het ideale breekijzer om de verzorgingstaat te privatiseren
en de jammerende financiële markten te voeden. Maar
wat zijn de gevolgen en wie betaalt?
De samenstelling van de Europese bevolking verandert.
Het aandeel van oudere mensen stijgt ten opzichte van
de rest van de bevolking. Van de drie elementen die de
vergrijzing veroorzaken - lager geboortecijfer, hogere
levensverwachting en restrictrief migratiebeleid - is
alleen de migratie direct door de politiek te beïnvloeden.
In de toekomst zal migratie (lees: toelatingsbeleid) steeds
meer bepaald worden door de arbeidsmarktwensen van werkgevers.
Los van de migratiepolitiek is vergrijzing vooral een
verhaal van pensioenfondsen, financiële markten en
de privatisering van de solidariteit. Doordat de samenstelling
van de bevolking verandert, komt het zogenaamde omslagsysteem
onder druk te staan. Het huidige systeem voorziet niet
in een spaarregeling, maar de premies van mensen die werken
worden meteen omgezet in bijdragen voor de AOW-voorziening
voor ouderen.
Naast de AOW bestaat het systeem van pensioenfondsen,
waarbij gepensioneerden extra geld krijgen uit een fonds
waar gedurende hun arbeidsleven geld in is gestort.
Privatisering
In heel Europa staat het collectieve systeem van de oudedagsvoorziening
onder druk. Het omslagsysteem, zo luidt het neoliberale
devies, moet grotendeels worden vervangen door persoonlijk
gebonden en privaat beheerde pensioenfondsen. Daarbij
zal geen sprake meer zijn van een vastgestelde uitkering,
wel van een vastgestelde (eigen) bijdrage. De hoogte van
het feitelijke pensioen hangt af van de marktprestatie
van het pensioenfonds op het moment van pensionering.
De achterliggende gedachte is dat marktkrachten efficiënter
zouden zijn en er een toename is van keuzevrijheid - voor
wie het kan betalen. De tweeledige strategie van de voorstanders
is om enerzijds de overheidsfinanciën 'gezond' te
maken door vervanging van het omslagsysteem door een privaat
stelsel, en om anderzijds de economie te versterken door
een algehele deregulering en privatisering.
De chronische honger van de financiële markten
Nu even terug naar de realiteit. De 'alles begrijpende'
financiële markten veranderen het gedrag van bedrijven
en overheden. Bedrijven die de tucht van de financiële
markten ondergaan en zich onderwerpen aan haar wetten
zijn bedrijven die voor shareholders value - hogere koersen
en dividenten - moeten werken.
De strategie om deze shareholders value te vergroten
leidt tot korte termijn winstbejag. Winstmaximalisatie
moet nog sneller dan voorheen worden gerealiseerd. Daarnaast
is er een verschuiving van investeringen in de reële
productiesfeer (meer of nieuwe productie) naar investeringen
in financiële markten (geld uit geld genereren).
Dit is een wezenlijk verschil, aangezien de manier van
concurreren tussen grote bedrijven verandert. Dat leidt
op zijn beurt tot een grotere mobiliteit van kapitaal
en een toename van kapitaal dat circuleert op financiële
markten. De machtspositie van grote bedrijven ten opzichte
van de zich steeds verder terugtrekkende nationale overheden
wordt zo versterkt. Dit is de kern van het proces dat
we economische globalisering noemen.
Als shareholders value de allesbepalende factor van economisch
handelen wordt, leidt dit in de regel tot een sterkere
kapitaalconcentratie en schaalvergroting. Meer in het
algemeen vindt een verdere verwijdering plaats tussen
de behoeftes van mensen en de belangen van het (internationale)
bedrijfsleven. De reële economie, of simpelweg de
reële wereld, komt steeds minder voor in de overwegingen
van managers en beursanalisten.
Lost de markt alles op?
Om terug te komen op het probleem de vergrijzing zien
we twee problemen.
In de eerste plaats wordt door het overleveren van de
oudedagsvoorziening - en in feite de hele verzorgingsstaat
- aan de markt, een groot deel van de samenleving afhankelijk
van de (onvoorspelbare) ontwikkelingen op de financiële
markten. En - in tegenstelling tot wat sommige analisten
denken - valt er geen verzekering af te sluiten tegen
marktverliezen.
In de tweede plaats is het de vraag of de grote hoeveelheid
geld die zich concentreert op financiële markten
ook geïnvesteerd zal worden in de samenleving. De
reële problemen en kosten van de vergrijzing zijn
veel groter dan enkel de oudedagsvoorziening - denk alleen
al aan de kosten van de gezondheidszorg. Volgens het neoliberale
model komen deze kosten en problemen op het bordje van
financiële reuzen.
Te vrezen valt dat het eigenbelang van ondernemingen
en financiële instellingen niet te combineren valt
met zaken van gemeenschappelijk belang. Zelfs het Internationaal
Monetair Fonds vraagt zich af wie de rekeningen zal betalen.
Een aantal maanden geleden stond het probleem van de hoge
lasten van vergrijzing, maar ook van andere zaken als
de effecten van de klimaatverandering, prominent op haar
agenda.
De 'coalition of the brave'
Er is een brede coalitie, die wereldwijd het neoliberale
programma van privatisering en deregulering doordrukt.
Het meeste werk is verricht door Wereldbank en de Organisatie
voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
De Wereldbank treedt met name buiten de Europese Unie
op als 'adviseur', binnen de Unie is dat vooral de OESO.
Verschillende werkgeversorganisaties, aan het bedrijfsleven
verbonden instituten en individuele ondernemingen zijn
ook zeer actief binnen deze 'coalition of the brave'.
In het lijstje van 'aandachtspunten' dat het bedrijfsleven
regelmatig aanbiedt aan nationale en Europese politici
ontbreekt nooit de wens van verdergaande privatisering.
Een bijzondere rol is weggelegd voor de Europese Commissie
als hoedster van het neo-liberale beleid. De Lissabon
agenda - het streven om de Europese economie in 2010 de
meest concurrerende ter wereld te maken - geeft aan de
opbouw van geprivatiseerde pensioenfondsen een belangrijke
plek. Deze 'hervorming' van de pensioenfondsen is tevens
belangrijk voor het creëren van pan-Europese financiële
markten.
Parametrische hervormingen
Toch duurt het heel lang voordat dit beleid daadwerkelijk
uitgevoerd is. Er zijn ook beleidsgebieden die wat concreter
zijn en die sneller op de agenda komen, zoals langer werken,
meer premie betalen en verlaging van de pensioenuitkering.
En natuurlijk bezuinigen volgens de methode van de jaren
tachtig. Deze parametrische hervormingen ziet de 'coalition
of the brave' als een eerste stap die gevolgd moet worden
door het echte werk: de privatisering van het pensioensysteem,
de opbouw van private pensioenfondsen en het sterk vergroten
van de financiële markten.
Het probleem voor de coalitie is dat er verschillende
belangen zijn binnen de Europese Unie. Zo hebben Frankrijk
en Duitsland relatief kleinere pensioenfondsen en veel
kleinere financiële markten dan Nederland, en daarmee
een langere takenlijst.
Inmiddels zijn de spanningen binnen Duitsland en Frankrijk
maar ook tussen deze landen en de 'coalitie' zo hoog opgelopen
dat het bedrijfsleven openlijk twijfelt of hun droom ooit
nog werkelijkheid zal worden. En hoe langer gewacht wordt,
hoe moeilijker het politieke spel wordt.
[*] Ingekort door Rob Bleijerveld.
Het origineel is te vinden in 'Geen Paniek' (jg 1, nr
1) van 1 mei 2004 (http://www.geenpaniekmagazine.nl)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
C) ABN-AMRO op rooftocht in Canada
Verzet tegen privatisering gezondheidszorg in Canada zwelt
aan
(door Kees Stad)
In februari werd bekend dat besloten is om een deel van
de publieke gezondheidsvoorziening in Vancouver te privatiseren.
Werknemers van drie ziekenhuizen in het distrikt Victoria
pikten dat niet en gingen over tot bezetting van toegangswegen
en restaurants van de ziekenhuizen. De maatregel zal meer
dan duizend mensen hun baan kosten. Als de private ondernemingen
het werk over nemen, bedraagt het loon dat uitbetaald
wordt nog maar de helft (van 19 canadese dollars naar
9 of tien dollar per uur).
P3-model
Dergelijke conflicten spelen momenteel in heel Canada.
Vele deelstaatregeringen zijn het beruchte P3-model gaan
hanteren voor publieke diensten: Private Public Partnerships.
Een deel van de bedrijfsvoering wordt daarbij uitbesteed
aan particuliere bedrijven. Het model wordt niet alleen
in de gezondheidszorg ingevoerd maar ook op allerlei andere
voormalige publieke terreinen zoals onderwijs, watervoorziening
en elektriciteit. Voor de overheden heeft het model het
voordeel dat er investeringen aangetrokken worden die
ze zelf niet meer hoeven te plegen. Maar voor de werknemers
betekent het over het algemeen drastische achteruitgang
van hun rechten en voor de afnemers van de diensten dat
de dienstverlening in kwaliteit achteruitgaat en duurder
wordt.
Op de achtergrond van deze ontwikkelingen spelen de onderhandelingen
voor de vorming van een Amerikaanse vrijhandelszone (FTAA).
Deze zou in januari 2005 definitief gevormd moeten zijn.
Officieel zijn zuiver publieke sectoren uitgesloten van
de FTAA-regulering. Maar gemengde modellen, zoals daar
waar P3 toegeslagen heeft, worden er niet langer uitgesloten.
Slechte ervaringen
Veel Canadese deelstaten hebben al in de jaren negentig
op P3 ingezet. De eerste deelstaat die omging was Nova
Scotia, die in 1994 een bouwbedrijf inschakelde om dertig
scholen op te richten. Daarbij ging zoveel fout, dat de
lokale overheid besloot nooit meer op deze manier scholen
te stichten. Zo besloot het private consortium bijvoorbeeld
scholen op grond te bouwen die ze bezat, in plaats van
in de binnenstad waar de scholen nodig waren. Ook bleken
de scholieren maar beperkt toegang tot de gebouwen te
hebben, omdat het consortium zich het recht toeeigende
om de lokalen ook aan anderen te verhuren. Een andere
schoolvoorbeeld van mislukte privatisering was de watervoorziening
in Walkerton, Ontario. Daar stierven in mei 2000 zeven
mensen aan infecties door het drinken van water nadat
de kwaliteitscontrole uitbesteed was aan een privé-bedrijf.
Daarna besloot de overheid de gedeeltelijke privatisering
gehaast terug te draaien. Net op tijd, want als het FTAA-verdrag
eenmaal ondertekend is, is een dergelijke terugdraaiing
onmogelijk.
Schadeclaims door bedrijven
In de concepttekst van het FTAA-verdrag is bijvoorbeeld
een kopie opgenomen van het beruchte artikel 11 van het
NAFTA-verdrag ("vrij"handelsverdrag van de VS,
Canada en Mexico), dat bedrijven het recht geeft om maatregelen
van overheden aan te klagen bij een speciale geschillencommissie.
Sinds het NAFTA-verdrag in 1994 van kracht werd, hebben
Canadese overheden al miljoenen dollars schadevergoeding
moeten betalen omdat buitenlandse bedrijven voor de geschillencommissie
maatregelen van lokale overheden hadden aangevochten.
Een helder voorbeeld is de zogenaamde Fall Sun Belt Water-klacht.
Een bedrijf uit Californië met die naam incasseerde
468 miljoen dollar schadevergoeding omdat de deelstaat
British Colombia een wet had uitgevaardigd die de export
van water verbood, waarmee een overeenkomst met Sun Belt
kwam te vervallen. Met behulp van NAFTA hebben bedrijven
uit Canada en de VS echter de onbeperkte toegang tot Canadees
water (inclusief meren, bronnen en gletchers) verworven
en als de overheid uit milieuoverwegingen of om andere
redenen de uitbaters daarvan beperkingen op wil leggen,
worden ze voor de geschillencommissie gesleept en delven
ze het onderspit.
Een soortgelijke situatie dreigt nu dus ook op het gebied
van onderwijs en gezondheidszorg te ontstaan. Geen wonder
dat vakbonden en maatschappelijke organisaties op hun
achterste benen staan.
'Corporate sick shops' en ABN-AMRO bank
Een bijzonder geval in deze context is wat zich afspeelt
in de deelstaat Ontario met een bekende Nederlandse bank
als hoofdrolspeler. De regering van Ontario wil in Ottawa
en Brampton oude ziekenhuizen opheffen en vervangen door
nieuwe die voor een groot deel door het bedrijfsleven
uitgebaat zullen worden. Voor Canadezen, die een goede
vergelijking kunnen maken met de situatie in buurland
VS, is hun gezondheidsstelsel echter veel waard. Er bestaat
dan ook veel verzet tegen het plan. Het onderzoeksinstituut
Polaris Institute noemt de nieuwe ziekenhuizen 'corporate
sick shops'. Zowel voor de werknemers in de ziekenhuizen
als voor de patienten, zal het een flinke achteruitgang
betekenen. De overheid verdedigt de uitverkoop met het
verhaal dat de kosten voor gezondheidszorg de pan uitgerezen
zijn en onbetaalbaar zijn geworden.
Aanvankelijk waren er drie consortia die een bod deden
op de vorming van het nieuwe ziekenhuis van Ottawa, Twee
daarvan, die gefinancierd werden door Canadese banken,
hebben zich teruggetrokken. Het enige consortium dat overgebleven
is, Access Health Canada, heeft de Nederlandse bank ABN-AMRO
als geldschieter. Deze bank probeert dus rijk te worden
van de afbraak van het Canadese gezondheidsstelsel. Vanuit
Canada wordt gevraagd om ABN-AMRO duidelijk te maken dat
niemand daarop zit te wachten, behalve wat neoliberale
politici.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) Debat over toeeigening of toeeigening van het debat
Een blik over de grens
(door Renate Ebner)
Bezuinigen! Flexibiliseren! Dereguleren! Privatiseren!
In heel Europa worden dezelfde neo-liberale mantra's
verkondigd. Ook in het Nederland van het kabinet Balkenende
II en in het Duitsland van de regering Schroeder. Partijen,
vakbonden, de kerken of sociale fora betogen tegen die
koers. Maar of het protest nu bescheiden is (zoals hier)
dan wel massaal (zoals daar [1]) - effect heeft het niet.
De sloop van de rechten en verworvenheden van de welvaartsstaat
gaat gewoon door.
En dan is er nog de radicale oppositie, de andersglobalisten.
Wat hen beweegt en wat zij doen (of laten) is onlangs
in Vrij Nederland op een rij gezet [2]. In het artikel
"Andersglobalisten in Nederland, god straft wie activist
in Holland wil zijn" gaat E. Nieuwenhuis op zoek
naar verklaringen voor het raadsel dat men zo weinig merkt
van de Nederlandse andersglobalisten.
J.W. Duyvendak wijst hem op de "typisch Nederlandse
consensus-cultuur", het ontbreken van een "gunstige
politieke context" (lees: Paarse kabinetten) en last
but not least de effecten van het fenomeen Fortuyn. Nieuwenhuis'
diagnose: "Het 'eigen kaas eerst'-sentiment raakt
de juiste snaar bij de Fransen. De Nederlandse andersglobalisten
hebben geen thema gevonden dat Nederlanders weet te raken
en aansluit bij mondiale problematiek [3]."
En in Duitsland?
Daar lijken de andersglobalisten iets gevonden te hebben
wat aanslaat en voor verbreding kan zorgen. Het betreft
geen kaas, bier of auto van eigen bodem maar een concept
voor verzet tegen de neo-liberale opmars: Aneignung, toeeigening,
appropriation, appropriación, istimlaek, tamalluk,
zhanyou [4].
Aneignung en Umsonst
De oorsprong van de lopende discussie over 'Aneignung'
ligt in antikapitalistisch en andersglobalistisch Berlijn.
De aanzet voor de discussie vormden de goede ervaringen
met een nieuwe locale aktievorm: "Berlin Umsonst"
[5]. Dit idee zag in het voorjaar van 2003 het licht en
heeft nu, 1 jaar later, navolging gevonden in tenminste
vijf andere Duitse steden. Er zijn talrijke acties gevoerd
in het kader van de 'Umsonst-Idee'. "Het concept
van de Umsonst-idee werkt." [6].
Het devies luidt: "Alles voor allen. En wel gratis."
Dresden Umsonst: "Schoener Leben jetzt und fuer alle!
- We willen laten zien dat bepaalde behoeftes bij het
leven horen en hun bevrediging daarom voor allen mogelijk
moet zijn. We nemen er geen genoegen meer mee om voor
bioscoop, zwembad, bibliotheek, bus, kleuterspeelzaal,
sportvereniging etcetera steeds meer te moeten betalen
of buiten te moeten blijven [7]."
Sterke kanten
Naam en motto van de 'Umsonst-Idee' zijn inmiddels een
label. Dat lijkt geen toeval. De 'Umsonst-Idee' is namelijk
niet alleen simpel maar ook een aantrekkelijk strategisch
concept. Hier zes sterke kanten op een rij, wie doordenkt
vindt allicht meer.
1. De 'Umsonst-Idee' richt zich op het hier en nu. Dit
is waar de problemen (ontslag, introductie van collegegeld,
verlies van werkloosheidsuitkering, sluiting van kleuterspeelzalen,
enzovoorts) zich voordoen en door het individu moeten
worden opgelost. Daarmee steekt het concept scherp en
positief af bij regeringsbetogen (over begrotingsdiscipline,
geduld, toekomstige generaties en dergelijke), enerzijds,
en marxistische betogen (over revoluties op langere termijn),
anderzijds. "In the long run we are all dead",
zoals Keynes treffend zei.
2. De 'Umsonst-Idee' sluit met het motto "Alles voor
allen" elke twijfel over haar universele bedoelingen
uit. Daarmee staat het concept opnieuw lijnrecht tegenover
de steeds verfijnder uitsluitings- en beheersingsregimes
van de staat, maar ook de nationalistische onderstroom
van de gematigd kritische oppositie die lijkt te opereren
volgens het principe van eigen werklozen/bejaarden/zieken
etcetera eerst [8].
3. De 'Umsonst-Idee' stelt de behoeftes centraal waar
neo-liberale politiek hen opoffert uit naam van de "Sachzwanglogik"
(logica van de "feitelijke noodzaak"). Wie de
leefwereld en behoeftes van mensen als uitgangspunt neemt,
haalt het TINA discours - There is no alternative - onderuit
[9]. De legitimatie van neo-liberaal beleid komt zo onder
vuur te liggen. En belangen en belangentegenstellingen
keren terug naar de politieke agenda en arena.
4. De 'Umsonst-Idee' hanteert als basis de onvervreemdbare
rechten van de mens. Wat een naïeve notie en/of open
deur lijkt, kan het hart van het neo-liberale gedachtegoed
dodelijk raken, mits consekwent volgehouden. Te ver gezocht?
Op 21 januari 2004, zagen drie leden van 'Dresden Umsonst'
hun huizen binnengevallen en zichzelf afgevoerd voor foto's,
vingerafdrukken en ondervragingen. Was getekend Binnenlandse
Veiligheidsdienst [10].
5. De 'Umsonst-Idee' eist de vrije toegang tot basisgoederen
en -voorzieningen uit naam van de vrijheid tot een leven
in zelfbeschikking voor iedereen. Het Umsonst-concept
vult daarmee het begrip "vrijheid" radikaal
en utopisch in. "We bedoelen hiermee noch de liberale
opvatting van vrijheid die beperkt is tot het aangaan
van (marktgerichte) contracten noch de pogingen tot sociale
hervorming door middel van gelijke kansen en rechtvaardige
verdeling die de marktprocessen moeten corrigeren [11]."
6. In de 'Umsonst-Idee' gaan mensen (samen) tot actie
over in plaats van hun hoop te vestigen op de staat. De
Umsonst-idee voorziet niet in overleggen met, lobbyen
of smeken bij het politieke en economische gezag. Daarmee
vermijdt het de valkuil van de gematigd kritische oppositie,
namelijk de idee dat "inhoudelijke argumenten"
in combinatie met het appel aan het welbegrepen eigenbelang
het neo-liberale beleid wel zal doen wijzigen [12].
Kan nog beter
Ondanks alle strategische charme van de 'Umsonst-idee'
blijkt er nog ruimschoots behoefte aan een betere uitwerking
van het concept, zowel in praktisch alsook in principeel
opzicht.
Neem de gratis-zwemakties: geen punt voor jonge mensen,
maar hoe speel je het klaar voor mensen die ouder, slecht
ter been, in gezelschap van kinderen of zonder verblijfspapieren
zijn? Kortom: hoe maak je de sociale akties voor allen
toegankelijk?
Een ander voorbeeld betreft de theorievorming: wat te
doen met het cruciale verschil tussen de toeeigening van
kapitalistisch geproduceerde goederen en diensten, enerzijds,
en de toeeigening van de productiemiddelen, anderzijds
[13]? "We don't want a (bigger) piece of the cake,
we want the whole bloody bakery?" De slogan is oud,
maar het aangesneden dilemma is actueler dan ooit. Wat
zijn TRIPS, GATS, copyright-regimes en dergelijke immers
anders dan benamingen voor strategieën voor privé-toeeigening
van "the whole bloody bakery"?
Congres BUKO: het einde van de bescheidenheid
Over deze en vele andere kanten van 'Aneignung' wordt
van 20 tot 23 mei in Kassel verder gepraat. Dan houdt
de BUKO - Bundeskoordination Internationalismus - haar
jaarlijkse congres [14].
Terwijl in de officiële betogen continu wordt gehamerd
op het aanhalen van de broekriem en het opgeven van sociale
rechten, gaat de BUKO juist in het offensief en roept
op tot "het einde van de bescheidenheid." En
hanteert daarbij 'Aneignung' als strategische invalshoek.
"Op het bondscongres 2004 staat toeeigening centraal.
Of het perspectief van toeeigening daadwerkelijk kan bijdragen
tot een sterkere en duidelijkere rol van de praktische
kritiek op de kapitalistische maatschappij in het dagelijkse
leven, zal uit de praktijk moeten blijken. En over deze
praktijk, die nog maar net begonnen is, willen we op dit
congres debatteren. De nadruk ligt op de vraag waar anti-hegemoniale
wijzen van toeeigening bestaan en hoe zij een collectieve
en politieke functie kunnen krijgen. Tevens ligt hier
een link met kwesties van representatie en cultureel bepaalde
wijzen van toeeigening," aldus Berlin Umsonst [15].
Gangmaker Arranca!
Ook publicitair is het debat over het concept 'Aneignung'
verder op stoom gekomen. Het tijdschrift Arranca! is een
van de gangmakers. Arranca! heeft twee themanummer's over
'Aneignung' uitgebracht. "Aneignung I" bevat
een inleidend essay op basis van de Berlijnse ervaringen
en een reeks artikelen over praktijken van toeeigeningen
uit diverse landen (waaronder het legendarische verhaal
van de (de-)privatisering van het water in Bolivia. In
"Aneignung II" staan beschouwingen over de theoretische
en historische kanten van het begrip, bedoeld voor dieper
inzicht en lering uit het verleden.
In Duitsland hebben de andersglobalisten dus Kassel en
het einde van de bescheidenheid op de agenda gezet.
En in Nederland?
Daar staat voor september het Nederlands Sociaal Forum
op de agenda. Offensieve toestanden (of een debat over
onteigening en toeeigening) vallen hierbij vooralsnog
niet te verwachten. Ongeacht de staat van ontbinding van
het inmiddels officieel dood verklaarde poldermodel houden
heel belangrijke trekkers namelijk vast aan praten en
samenwerken. Omdat het meer oplevert dan ... eh ja [16].
Postmodern
Reeds in juni staat voor andersglobalisten het Festival
van de Globalisering (http://www.festivalglobalisering.nl)
op de agenda. De organisatie ligt in handen van de stichting
festivalglobalisering ofwel veel vrijwilligers plus een
bestuur. Wie de bestuurders zijn - volgens E. Nieuwenhuis
"vijf dertigers die geen of nauwelijks banden hebben
met andersglobalistische organisaties" [17] - vermeldt
de website niet, wel hun filosofie: "Het bestuur
stuurt op visie, niet op inhoud. De echte inhoud komt
vanuit de werkgroepleden. Niemand heeft de wijsheid in
pacht, veel moet ontdekt worden."
Bekeken door deze postmoderne bril zijn belangentegenstellingen
een overblijfsel uit een nog onvoldoende door gesprek
(niet 'debat'), respect (geen mens, bedrijf, opvatting
is 'fout') en saamhorigheidsbesef verlichte opvatting
van mens en economie. Onteigening of toeeigening zijn
begrippen die thuishoren op een planeet die hiervan lichtjaren
verwijderd is...
Onteigening en toeeigening?
Wat het NSF en het Festival van de Globalisering ook
mogen opleveren, twee zaken lijken helder: een debat over
globalisering in termen van onteigening en toeeigening
vindt in Nederland niet plaats; ont- en toeeigening van
het debat zelf daarentegen wel.
Van wie was, is, en wordt het debat over globalisering?
Dat de strijd hierover alsmaar feller woedt, is op zich
goed nieuws. Dat "toeeigening van boven" van
het debat over globalisering plaatsvindt, is een feit
en op zich niet verrassend (kijk maar naar de lotgevallen
van het begrip "vrijheid" of "mensenrechten").
Dit te willen veranderen of terugdraaien, lijkt ondoenlijk,
dom en tijdsverspilling. De aandacht kan veel beter uitgaan
naar belangrijkere kwesties zoals: wie deden en doen er
allemaal mee, met welke motieven en doelen, met welke
mogelijkheden en beperkingen en wie of wat bepalen deze
[18]?
Of, om in termen van bakkerij te spreken: wat wordt voor
zoete koek aangenomen? Wat zijn de misbaksels? Wie krijgt
een koekje van eigen deeg? Komt er een taartgevecht? Zal
iemand zich verslikken? En waaraan?
Bak er iets moois van!
Noten:
[1] Voor informatie over protesten in Duitsland, zoals
de landelijke demonstratie "Gegen Sozialraub und
Agenda 2010" op 1 november 2003, de stakingen op
de universiteiten en de europese aktiedagen op 2 en 3
april 2004 tegen de afbraak van de sociaalstaat, zie:
http://www.jungle-world.com
[2] In Vrij Nederland, van 8 april 2004, http://www.attac.nl/attac-nw/op-vn.html
De revue passeren Attac (oud en nieuw), de laatste WTO-toppen,
de grote NGO's, de WSF en geplande NSF, het FNV, Keer
het Tij, Jan Willem Duyvendak en Kees Hudig.
[3] In hetzelfde VN-artikel. Overigens gelooft Duyvendak
wel dat dit kan veranderen nu een "harde, rechtse
regering (die) het neoliberale gedachtegoed uitdraagt,
wat de andersglobalisten een gezamenlijke vijand geeft
die veel burgers ook als verwerpelijk ervaren."
[4] In "Aneigung I", door Arranca! nr 28, winter
2003/2004, http://arranca.nadir.org/index.php3
[5] Wat hieraan vooraf ging valt na te lezen in "Die
Vermittlung von Grenzperspektiven", in "Aneignung
I" (zie noot 4).
[6] Martin Kroeger in "Ein Label fuer LAU",
Jungle World nr 7, van 4 februari 2004. De steden zijn
Koeln, Hamburg, Halle, Freiburg, Dresden.
[7] "Umsonst", p. 3, in "das ende der bescheidenheit",
het krantje van de Bundeskoordination Internationalismus
(BUKO) over haar jaarcongres van 20 t/m 23 mei. Voor programma
en teksten, zie: http://www.buko.info
[8] Zie "Die Aneignung des Lebens", door Moe
Hirlmeier, in "Aneignung II" nr 29, voorjaar
2004.
http://arranca.nadir.org/index.php3
[9] Uitspraak van Thatcher. Niet voor niets komt de leuze
"een andere wereld is mogelijk" altijd terug
bij andersglobalistische akties.
[10] Zie: http://www.dresden-postplatz.de/dresdenumsonst.
Overigens blijkt de Staatssicherheit inmiddels berispt
voor haar overenthousiasme.
[11] "Annaeherung an eine andere Aneignung",
door de Arranca!-redactie, in "Aneignung I"
(zie noot 4).
[12] "Sinds begin van de jaren '90 heeft er een radikale
verandering van politiek en discours plaatsgevonden. Wat
van de beweging overgebleven is, raakte voor het grootste
deel geïnstitutionaliseerd als professionele NGO's,
die het politiek advieswerk als hun missie zien. Dat is
gebaseerd op het geloof in het betere argument en het
begrip van het verlichte individu, dat in het 'welbegrepen'
eigen langetermijns belang de uitbuiting van mens en natuur
opgeeft en een verandering van de politiek bewerkstelligt."
In: "Wer stets das Gute will. Zur Kritik des alten
Internationalismus", pagina 'Weltwirtschaft' van
de BUKO website (zie noot 7).
[13] "Aneignung - Anmerkungen zu einem ambivalenten
Konzept", door ASSW van de BUKO en de Arranca!-redactie,
in "Aneignung II" nr 29, voorjaar 2004.
[14] De BUKO is een onafhankelijke koepel van meer dan
150 derde-wereld-groepen, organisaties bezig met ontwikkelingspolitiek,
internationalistische initiatieven, solidariteitscomitees,
winkels, campagnes en tijdschriften. Meer info: http://www.buko.info
[15] Zie noot 7.
[16] "Maar wij blijven geloven in dialoog en overleg,
daar bereik je meer mee dan (met) blind (!) protest,"
aldus Sylvia Borren, chef van NOVIB. "(...) inderdaad,
wij voeren liever overleg dan dat we eieren breken...
Met overleg bereik je meer, in ieder geval in Nederland,"
aldus Lodewijk de Waal, chef van het FNV. Beiden in het
VN-artikel (zie noot 2).
[17] Zie noot 2.
[18] Vrij naar Christian Bruett's "Von Hartz zur
Agenda 2010 oder: Ueber An- und Enteignungsverhaeltnsse
im aktivierenden Sozialstaat", in "Aneigung
I" (zie noot 4).
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) Internationale vrouwenbeweging, WTO en EU-handelsbeleid:
Diskussies en conferentie over confrontatie en integratie
(door Rob Bleijerveld)
Conferentie "Globalising women's rights"
Van 20 tot en met 22 mei wordt de jaarlijkse conferentie
van Women in Development Europe/WIDE gehouden in Bonn
[1]. De conferentie, waarvoor wereldwijd is uitgenodigd,
heeft als titel "Globalising women's rights: Confronting
unequal development between the UN rights framework and
the WTO trade agreements". Geprogrammeerd zijn diverse
diskussies over politieke perspectieven van en strategieën
ten aanzien van de WTO handelsakkoorden, de VN Vrouwenconferentie
Beijing 2005, en het Europese beleid voor handel en ontwikkeling.
Een paar van de discussiethema's zijn:
- "Ontwikkelingsgerichtheid, sociale bewegingen
en 'lokalisatie' als strategieën tegen de neoliberale
agenda voor economie en handel";
- "De gevolgen van internationale verdragen voor
het levensonderhoud ['livelihood'] van vrouwen in 4 regio's
en de ruimte voor nationaal beleid voor het proactief
opleggen van vrouwenrechten en gender rechtvaardigheid";
- "EU-beleid voor ontwikkeling en handel: tussen
bedrijfsbelangen en duurzame ontwikkeling"; en
- "Sociale Fora: hoe feministische perspectieven
te integreren in de andersglobaliserings/sociale rechtvaardigheidsbeweging?"
Hieronder een vertaald artikel dat kort ingaat op de
politieke agenda van de internationale vrouwenbeweging
na Cancún en op de vraag of 'gender mainstreaming'
een middel kan zijn (of niet) om het WTO- en EU-beleid
aan te passen. Het verslag van een diskussiebijeenkomst,
op 12 maart 2004, getiteld "Women's Rights and the
Multilateral Trading System: The Politics of Gender Mainstreaming
at the WTO" gaat hier uitgebreider op in [2].
Post-Cancún uitdagingen voor feministen (door Maria
Karadenizli [3])
Terwijl feministische organisaties ook na afloop van
de Cancún Top de voortgang van WTO-onderhandelingen
op kritische wijze blijven volgen, zien ze zich nog steeds
geconfronteerd met allerlei moeilijke vragen. Gegeven
de complexiteit van de WTO-onderhandelingen en de uiteenlopende
strategieën van de WTO-lidstaten zijn feministische
organisaties genoodzaakt een brede politieke agenda te
ontwikkelen die zich richt op de volgende thema's:
- Hervorming van de WTO-struktuur en herziening van de
WTO-akkoorden ten behoeve van bevordering van duurzame
ontwikkeling, van status en macht van vrouwen ['women's
empowerment'] en van de gelijkheid tussen vrouw en man
als een mensenrechtenkwestie en onherroepbare voorwaarde
voor sociale rechtvaardigheid;
- Transparantie en aanspreekbaarheid ['accountability']
in WTO-onderhandelingen;
- Integratie van genderanalyse in het maken van handelsbeleid,
met als doel het formuleren van een op menselijke ontwikkeling
gerichte opstelling ['approach'] ten aanzien van het 'gangbare'
neoliberale handelsmodel van de grote economische machten
en transnationale bedrijven;
- Ontwikkeling van alternatieven voor de agenda van liberalisering
van handel gebaseerd op sociaal denken en solidariteit
op lokaal, regionaal en internationaal niveau [4].
Op het internationale vlak heeft de recente oprichting
van de UN Interagency Task Force on Gender and Trade [5]
- geleid door UNCTAD - de belangstelling voor UNCTAD's
werk weer opgeroepen bij feministische groepen, vooral
vanwege de komende UNCTAD XI Conferentie [6]. Vanwege
het zeer ondemocratische karakter van het WTO-systeem
zien feministische organisaties in de versterking van
het VN mensenrechtensysteem (en de rol van de UNCTAD in
het bijzonder) een mogelijkheid om de macht van de WTO
te verminderen ['counterbalance']. Een mogelijkheid om
een uitgesproken feministisch perspectief in te brengen
in internationale discussies over de verbanden tussen
nationale ontwikkeling en internationaal handels- en investeringsbeleid,
alsmede de gevolgen daarvan voor het levensonderhoud van
vrouwen.
Tegelijkertijd hebben diskussies over het opzetten van
een gender-departement in de WTO geleid tot levendige
debatten. Sommige organisaties beschouwen 'gender mainstreaming'
als een belangrijke politieke strategie voor beïnvloeding
van de WTO-onderhandelingen en -processen. Andere spreken
zich duidelijk uit tegen een dergelijk integratiebeleid
en wijzen op de noodzaak van inperking van het bereik
van de WTO, in plaats van uitbreiding van haar mandaat
met nieuwe onderwerpen.
Het debat moet echter vergezeld gaan van een kritische
beschouwing van regionale en nationale 'gender mainstreaming'-initiatieven.
Zo blijft het formuleren van handelspolitiek door de EU
gekenmerkt door een beperkte institutionele bereidheid
om genderkwesties op te nemen en door politieke weerstand
tegen de oproepen van 'civil society' voor een radicale
hervorming van handelsakkoorden. Zelfs na een periode
van interne reflectie [7] bleek de Europese positie niet
of nauwelijks veranderd. De Unie blijft doorgaan met het
naar voren schuiven van een door bedrijven opgestelde
agenda. Daarmee worden ontwikkelingsstaten onder druk
gezet om investerings- en dienstensectoren te openen voor
handelsliberalisering met als argument dat dit "essentiele
elementen" zijn voor ontwikkeling. Op landbouwgebied
vindt de EU het daarentegen - en ondanks de politieke
gevoeligheid van deze kwestie - niet noodzakelijk om verdere
"concessions" te doen omdat de Unie al een grote
mate van flexibiliteit getoond zou hebben in Cancún.
Binnen deze politieke context zal WIDE doorgaan met het
kritisch beschouwen van de Europese onderhandelingspositie
op bovenstaand terrein. Daarnaast richt WIDE zich op verhoging
van bewustwording over de gevolgen van de WTO-akkoorden
voor genderrelaties en voor vrouwen in hun rol als producent,
arbeider en zorgverlener voor gezin en gemeenschap. Sustainability
Impact Assessments/SIA's [8] spelen een centrale rol in
WIDE's analyse als een potentiele politieke ruimte om
een genderperspectief te integreren in het Europese handelsbeleid.
Kijkend naar de relatie tussen SIA's en het Europese handelsbeleid
stelt WIDE twee eisen ten aanzien van de lopende evaluaties.
Ze moeten gebaseerd zijn op een kritische visie ten aanzien
van de internationale context van handelsbesprekingen,
en ze moeten leiden tot een algehele herziening van de
Europese onderhandelingspositie in de WTO.
Doordat genderkwesties en vrouwenstemmen grotendeels
afwezig zijn in handelsbeleid blijft de ontwikkeling van
mensengerichte en gendergevoelige internationale handelsakkoorden
die de toegang van vrouwen tot hulpbronnen vergroten en
hun macht en status bevorderen het centrale punt op de
agenda van WIDE.
Noten:
[1] Programma: http://www.eurosur.org/wide/Structure/AC_04Pro.htm
[2] Verslag door Alexandra Spieldoch van bijeenkomst van
de Heinrich Boell Foundation/HBF en het International
Gender and Trade Network/IGTN in Genève. Http://www.eurosur.org/wide/GM/IGTN-GM04.pdf
[3] Uit "WIDE News nr 3/2004" van maart 2004
en te vinden op: http://www.eurosur.org/wide/Newsletter/2004_News_3.pdf
[4] "Social reproduction and gender implications
of GATS: A panel statement at the European Social Forum",
door Christa Wichterich, van november 2003, http://www.eurosur.org/wide/Globalisation/ESF_CW.htm
[5] Deze 'Task Force' richt zich op het gevoelig maken
van nationale en internationale beleidsmakers voor kwesties
die belangrijk geacht worden met oog op gendergelijkheid
en ontwikkeling. Verder biedt de instelling aan staten
te adviseren op gebied van het integreren van genderperspectieven
en ontwikkelingsoverwegingen in internationale economische
processen en handelsakkoorden.
[6] Van 13 tot en met 18 juni 2004 in Sâo Paolo,
Brazilië. Het verband tussen gender en handel is
een van de drie overkoepelende thema's.
[7] De post-Cancún positie van de EU wordt weergegeven
door het Commissie document "Reviving the DDA Negotiations
- the EU perspective", van november 2003.
[8] De definitie volgens de EU: "Een SIA is een proces
dat plaatsvindt gedurende een handelsbespreking bedoeld
om gevolgen van een handelsakkoord op gebied van economie,
sociale verhoudingen en milieu te identificeren."
Zie ook: "WIDE comments on SIA methodology concept
paper", door Yorlene Vega, in WIDE News april 2004,
http://www.eurosur.org/wide/Newsletter/2004_News_4.pdf
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F) Eerste aanslag op landbouwsubsidies
WTO veroordeelt VS-katoenbeleid
(door Chris Peeters)
De WTO heeft op 26 april een eerste bres geslagen in
de verdediging van de enorme landbouwsubsidies in (met
name) de VS en de EU. Brazilië is in het gelijk gesteld
in de klacht die het had ingediend tegen de Amerikaanse
katoensubsidies. De uitspraak kan grote gevolgen hebben
voor het mondiale landbouwbeleid en de WTO-onderhandelingen
in de Doha-ronde.
De enorme subsidies die Amerika aan zijn katoenboeren
geeft zijn de katoenboeren in de derde wereld al lang
een doorn in het oog. Vooral nadat de regering Bush in
2002 met de Farm Bill de subsidies nog eens drastisch
had verhoogd. Volgens Oxfam geeft de VS een subsidie van
2,3 mld dollar voor een oogst die 3 mld waard is. Die
subsidie komt terecht bij 25.000 katoenboeren, waaronder
enkele duizenden multimiljonairs! Door de subsidies krijgen
katoenboeren in Brazilië en West-Afrika geen eerlijke
exportkans (de VS katoenexport is tussen 1991 en 2001
met 23% gegroeid!) en daalt de prijs van katoen op de
wereldmarkt, en daarmee het inkomen van arme boeren. Brazilië
schat dat zonder subsidies de VS-katoenproductie met 29%
zou dalen en de export met 41%, waardoor de katoenprijs
met 12,6% zou stijgen.
Brazilië stelt dat de Farm Bill in strijd is met
de landbouwovereenkomst die is afgesloten bij de oprichting
van de WTO in 1995. De rijke landen beloofden daarin hun
subsidieniveau niet te verhogen. Amerika meent dat de
subsidies in de Farm Bill daar niet onder vallen, omdat
ze niet gekoppeld zijn aan productie, dus niet handelsverstorend
zouden zijn. Maar de WTO schijnt nu in te stemmen met
de gedachte dat dat argument niet steekhoudend is, omdat
de subsidie de VS-katoenboeren in staat stelt om onder
de kostprijs te exporteren. De precieze argumentatie van
het klachtenpanel (het DSB) is nog niet bekend, die wordt
pas in juni openbaar gemaakt.
Als inderdaad de basis van de WTO-uitspraak is dat productie-
en inkomenssteun bij elkaar opgeteld handelsverstorend
zijn dan kan dat vergaande gevolgen hebben voor het mondiale
landbouwbeleid. Het zet de pogingen van de VS en de EU
om hun landbouwsubsidies overeind te houden door ze te
verschuiven van productiegerelateerde naar inkomenssteun
(omdat die niet concurrentieverstorend zouden zijn) op
losse schroeven. Er zijn al verwachtingen uitgesproken
dat nu een hele reeks klachten tegen landbouwsubsidies
zullen worden ingediend. Dat kan gevolgen hebben voor
het Amerikaanse subsidiebeleid voor maïs, soja en
graan, dat nu al onder vuur ligt. En voor de Europese
subsidies voor suiker, zuivel en katoen waarvoor hetzelfde
geldt. Dit, op zijn beurt, kan betekenen dat de net afgeronde
hervorming van het Europese Landbouwbeleid (in 2003 ingezet)
opnieuw ter diskussie komt te staan.
Doha-onderhandelingen
Het kan echter nog jaren duren voor de uitspraak een
directe invloed heeft op het VS-landbouwbeleid. De regering-Bush
zal immers zeker in beroep gaan. Dat geldt mogelijk ook
voor een regering onder de democraten; met een schuin
oog naar de verkiezingen hebben zowel democratische als
republikeinse senatoren woedend gereageerd op de uitspraak.
En zelfs na een definitieve uitspraak kan het nog jaren
duren voor het Congress de noodzakelijke wetten om het
landbouwbeleid te wijzigen heeft goedgekeurd (en let wel:
de WTO-uitspraak verplicht de VS niet het beleid te wijzigen;
het geeft de klagers het recht vergeldingsmaatregelen
te nemen tegen de VS).
De uitspraak kan op kortere termijn wel grote gevolgen
hebben voor het vervolg van de Doha-onderhandelingen.
De laatste onderhandelingsronde in Cancún mislukte
immers omdat de VS en de EU volstrekt niet bereid waren
hun landbouwsubsidies af te bouwen. Een pleidooi van 4
straatarme Afrikaanse katoenproducerende landen werd afgedaan
met de opmerking dat ze maar iets anders moesten gaan
telen! Dat onderhandelingsklimaat kan misschien drastisch
veranderen als het Zuiden zich geruggesteund voelt door
een WTO-uitspraak. Tot nu toe eisten de VS en de EU altijd
tegenprestaties van het Zuiden voor het verminderen van
hun landbouwsubsidies.
EU-katoenbeleid
De Europese Raad van Landbouwministers heeft op 22 april
een nieuw katoenbeleid vastgesteld, dat door de uitspraak
zou kunnen worden geraakt. De steun voor katoenboeren
wordt vanaf 2006 voor 65% losgekoppeld van de productie.
Dat stelt de producenten dus nog steeds in staat hun producten
ver onder de kostprijs te verkopen (de Europese subsidie
per kilo katoen is de hoogste ter wereld). Dankzij de
katoensubsidie heeft Griekenland (de voornaamste Europese
katoenproducent) de export tussen 1991 en 2001 verhoogd
met 209%, wat leidde tot een daling van de EU-import.
Het nieuwe beleid zal de EU-katoenproductie ruwweg met
slechts 4% verminderen. Dat betekent dat de concurentiepositie
van Afrikaanse katoenboeren op de Europese markt nauwelijks
zal verbeteren!
De EU heeft zich in de WTO-onderhandelingen altijd ferm
achter de Afrikaanse katoenboeren gesteld. Ze meende dat
te kunnen omdat de EU een van de grootste katoenimporteurs
is en geen katoen op de wereldmarkt exporteert (i.t.t.
de VS, een van de grootste katoenexporteurs). Haar subsidie
zou dus weinig nadelig effect hebben voor de Afrikaanse
katoenboeren. Een recente studie van het Engelse ministerie
van ontwikkelingssamenwerking heeft echter aangetoond
dat de invloed van het Europese beleid weliswaar kleiner
is dan die van het VS-beleid, maar toch aanzienlijk. De
reden daarvoor is dat de katoenmarkt geen wereldwijde
homogene markt is, maar een gesegmenteerde. Daardoor is
de invloed van het EU-katoenbeleid op de West-Afrikaanse
landen - die vooral op de EU zijn gericht - toch relatief
groot.
Kritiek kleine boeren
De uitspraak van de WTO wijst er opnieuw op dat niet
het schuiven met subsidies van de ene categorie naar de
andere de oplossing is van de wereldwijde landbouwcrisis.
De rijke landen moeten gewoon ophouden hun landbouwproducten
ver onder de kostprijs op de wereldmarkt te dumpen.
De Coordinatión Paysanne Européenne/CPE
wijst deze hervorming daarom af. Veel kleine katoenboeren
in kwetsbare streken zullen het loodje leggen, ook in
Zuid-Europa. De productie zal nog intensiever en daardoor
minder duurzaam worden. De CPE pleit voor steun aan kleine
boeren; om een redelijke katoenprijs te bereiken moet
wereldwijd het aanbod gereguleerd worden.
Ook de Amerikaanse landbouwdenktank Apac heeft in een
recente studie aangegeven dat productieregulering gecombineerd
met fatsoenlijke prijzen voor landbouwproducten de enige
mogelijkheid is om uit die crisis te komen. Lage prijzen
gekoppeld aan inkomenssteun spelen alleen maar in de kaart
van de grote bedrijven die landbouwproducten verwerken;
zij zijn gebaat bij zo laag mogelijke prijzen.
Bronnen:
- "Re-thinking the US farm policy: changing the orientation
in order to ensure an income for the farmers all over
the world", door APAC, december 2003, http://apacweb.ag.utk.edu/blueprint/APAC%20Report%208-20-03%20WITH%20COVER.pdf
- "European Cotton Subsidies: Meeting the Doha Challenge?",
door Matt Griffith, in Bridges Monthly Trade News Digest
nr. 4, van april 2004, http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES8-4.pdf
- "WTO interim report on US cotton case: Brazil claims
victory" en "EU to reform tobacco, olive, cotton
sectors", Bridges Weekly Trade News Digest nr 15,
van 28 april 2004, http://www.ictsd.nl
- "Brazil's Challenge of U.S. Cotton Program at the
WTO. What's at stake", door IATP, http://www.tradeobservatory.org/Library/index.cfm
- "Steun mediterrane producten hervormd", NRC,
22 april 2004; "Brazilië wint zaak subsidie
katoenboeren", NRC, 27 april 2004; "Een nederlaag
voor landbouwsteun. Uitspraak WTO-panel over katoen heeft
wereldwijde gevolgen", door Roscam Abbing, NRC, 28
april 2004.
- "Understanding the impact of Cotton Subsidies on
developing countries and poor people in these countries",
door ODI (Engels Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking),
maart 2004,
http://www.odi.org.uk/iedg/cotton_report.pdf
- "White Gold Turns to Dust; Which way forward for
cotton in West-Africa", door Oxfam, maart 2004,
http://www.oxfam.org.uk/what_we_do/issues/trade/downloads/bp58_cotton_wafrica.pdf
- "Cotton, olive oil: The priority
must be given to the maintenance of a lively countryside
in Mediterranean regions", persbericht van Coordinatión
Paysanne Européenne, Brussel, 20 april 2004, http://www.cpefarmers.org/positions/en/17_200404.htm
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) Einde aan exportsubsidies in de landbouw?
Brief Lamy: loos gebaar of stapje vooruit?
(door Chris Peeters)
De EU-commissarissen Lamy en Fischler hebben in een brief
aan alle onderhandelaars in de Doha-ronde aangeboden om
onder voorwaarden een einde te maken aan de EU-exportsubsidies
op landbouwproducten. De meningen over dit aanbod lopen
sterk uiteen.
De exportsubsidies die met name de VS en de EU gebruiken
om hun landbouwproducten op de wereldmarkt te dumpen liggen
al lang onder vuur. Ze waren een van de belangrijkste
redenen waarom de WTO-onderhandelingen in Cancún
(september 2003) mislukten.
De afgelopen maanden leek er nauwelijks vooruitgang te
zijn. Maar nu heeft de EU mogelijk het onderhandelingsproces
weer in beweging gebracht door in een brief aan alle WTO-onderhandelaars
onder voorwaarden in te stemmen met het afschaffen van
de exportsubsidies.
De EU stelt als voorwaarden dat ook de VS alle vormen
van exportsubsidies stopzet en dat de andere deelnemers
aan het onderhandelingsproces concessies doen met betrekking
tot o.a. de markttoegang voor niet-agrarische producten
en het accepteren van de door de EU voorgestelde formule
voor het verminderen van importtarieven [1]. Ook pleit
de EU voor meer vooruitgang in het dienstendossier en
voor het opstarten van onderhandelingen over een deel
van de Singapore Issues.
Het EU-voorstel komt op een strategisch belangrijk moment.
Op een OESO-conferentie op 13 en 14 mei in Parijs waren
de handelsministers optimistisch over de kans op een akkoord.
Op 17 en 18 mei is de volgende WTO General Council.
De algemene indruk is dat als voor eind juni de contouren
van een overeenkomst niet in beeld zijn de onderhandelingen
dit jaar (vanwege de verkiezingen in de EU en de VS) niet
verder zullen komen.
Definities
Een belangrijk struikelblok bij de beoordeling van het
voorstel van Lamy is de vraag wat precies handelsverstorende
subsidies zijn. De EU heeft in de herziening van haar
landbouwbeleid (van augustus 2003) een grote ommezwaai
gemaakt van direct aan productie gerelateerde steun naar
inkomenssteun. Die beschouwt de EU als niet dan wel minder
handelsverstorend. Ze eist dan ook in haar brief dat na
haar aanbod in de onderhandelingen niet moeilijk moet
worden gedaan over de dan overblijvende landbouwsubsidies
(het grootste deel!). Brazilië heeft onlangs echter
een WTO-klacht gewonnen waarin het (met betrekking tot
katoensubsidies) stelde dat ook andere subsidies die landen
in staat stellen producten beneden de kostprijs te exporteren,
handelsverstorend werken.
Veel derde-wereldlanden en NGO's vinden daarom dat elke
export beneden de kostprijs oneerlijke concurrentie is
en door de WTO moet worden verboden. De EU staat mogelijk
eenzelfde nederlaag te wachten als de WTO [2] zich deze
zomer uitspreekt over het EU-suikersubsidiebeleid [3].
De brief van Lamy kan dus ook begrepen worden als een
poging om de exportsubsidies op te offeren om de grote
bulk van subsidies te kunnen redden en als een manier
om concessies los te krijgen door toe te geven op een
punt dat eigenlijk toch al verloren is.
Dan zou de Doha-ronde kunnen eindigen met een nieuw landbouwakkoord
waarin exportsubsidies verboden zijn maar andere subsidies
niet zullen worden aangevallen.
Reacties
De reacties in de EU waren verdeeld. Frankrijk reageerde
direct negatief op Lamy's voorstel; het krijgt de meeste
exportsubsidies toebedeeld. Strategisch onverstandig,
oordeelde minister Gaymard, daarin gesteund door de grootste
Franse boerenbond FNSEA. Duitsland daarentegen juichte
het voorstel toe; het heeft dan ook het meest te winnen
bij grotere toegang voor niet-agrarische producten. Ierland,
Hongarije en België vinden dat Lamy niet gemachtigd
was om zo'n vergaand voorstel te doen. De Nederlandse
regering (met Engeland, Denemarken, Zweden en Finland)
was juist positief over het voorstel [4]. De grootste
Nederlandse boerenorganisatie LTO vindt het echter strategisch
geen goede zet. Doornbos: "Ik wil voorkomen dat onze
boeren de dupe worden van paniekvoetbal. Het wordt tijd
dat eerst de Amerikanen de bescherming van hun veehouders,
katoenboeren en akkerbouwers verminderen." Hij ziet
nadelen voor de melkveehouders en de akkerbouwers en wil
vooral de exportsubsidies op suiker niet abrupt afschaffen.
VS-onderhandelaar Zoellick was positief. Het is echter
maar de vraag of hij in verkiezingstijd in de VS de handen
op elkaar krijgt voor vermindering van exportsubsidies.
Machtige belangengroepen hebben er voordeel bij en Bush
staat onder zware druk geen concessies te doen!
Enkele G20-landen hebben zich lovend over het EU-voorstel
uitgelaten, maar handhaafden hun bezwaren tegen de voorgestelde
(Derbez) formule voor verlaging van importtarieven.
De NGO's die zich met de WTO bezig houden reageren in
het algemeen negatief op de brief van Lamy. "Niks
nieuws, dit lag ook in Cancún al op tafel. De EU
moet exportsubsidies zonder voorwaarden vooraf afschaffen.
De EU moet haar landbouw minder op export richten. Het
voorstel gaat lang niet ver genoeg." Het IATP [5]
benadrukt dat het afschaffen van (export)subsidies zonder
afspraken over aanbodbeheer geen einde zal maken aan de
chronische overproductie van landbouwproducten, met als
gevolg lage prijzen en arme boeren. De EU mag het aanbod
niet gebruiken om te eisen dat ontwikkelingslanden hun
markten openstellen voor europese leveraars van diensten.
Strategie
Het lijkt er sterk op dat de EU vooral probeert om -
voordat de WTO zich uitspreekt over het EU-suikerbeleid
- haar nieuwe landbouwbeleid te redden. In de brief pleit
de EU voor nieuwe regels om te voorkomen dat heen en weer
geschoven wordt met subsidies (zonder die regels aan te
geven). Dat biedt verdere perspectieven. Uitgangspunt
voor die regels zou moeten zijn dat steun mag, als ze
niet dient om landbouwproducten beneden de kostprijs te
exporteren. Eigenlijk heeft het WTO-DSB in haar katoenuitspraak
die regel al gesuggereerd. Hiervoor hoeven andere landen
dus geen handelsconcessies te doen.
Zo'n voorstel stelt de EU in staat haar kleine boeren
te beschermen (die zijn vooral gericht op de eigen markt),
het biedt extra exportkansen voor ontwikkelingslanden
en is een goed uitgangspunt voor een voedselzekerheidbeleid.
Noten:
[1] De EU wil hierin concessies doen aan de armste ontwikkelingslanden
(de G90), die de Doha-ronde "gratis", dus zonder
eigen concessies, zouden krijgen. Volgens sommigen stond
dit echter ook al in het EU-Cancún aanbod en verzwakt
het voorstel uiteindelijk toch de positie van de armste
landen.
Grote exporteurs maken ook bezwaar tegen deze uitzondering.
Argentinië: "De EU maakt op onze kosten een
mooi gebaar naar de ontwikkelingslanden." Een land
als Brazilië zit in een lastig spagaat: de EU heeft
in haar onderhandelingen met Mercosur - die in het najaar
afgerond worden - forse concessies gedaan. Brazilië
is echter ook een vooraanstaand G20-lid en staat onder
grote druk geen aparte deal met de EU af te sluiten voor
de G20 in de Doha-ronde winst hebben geboekt.
[2] Dat wil zeggen het Dispute Settlement Body, DSB.
[3] Brazilië, Australië en Thailand hebben dit
beleid bij de WTO aangeklaagd met ongeveer dezelfde argumenten
als mbt. het katoenbeleid.
[4] Op 24 mei bespreken de EU-landbouwministers de brief
opnieuw.
[5] Institute for Agriculture and Trade Policy. Http://www.iatp.org
Bronnen:
- "Doha-round: political momentum growing as ministers
prepare for Paris meet", door ICTSD, Bridges Weekly
vol 8 nr 17, van 13 mei 2004, http://www.ictsd.org
- Brief van Lamy en Fischler aan WTO-onderhandelaars,
van 9 mei 2004, http://trade-info.cec.eu.int/doclib/docs/2004/may/tradoc_117097.pdf
- "EU minder genereus dan zij lijkt", door Hans
Buddingh, NRC, van 11 mei 2004
- "Politieke impuls handelsoverleg," door Roscam
Abbing, NRC, van 15 mei 2004
- "LTO kritisch over landbouwhervorming", door
Arnold Veilbrief, NRC, van 12 mei 2004
- "Stiglitz: De handelsagenda is nog veel te Westers",
door Velthuis, Volkskrant, van 15 mei 2004
- "CIDSE and Caritas disappointed by 'new' EC offers
in agriculture", van 13 mei 2004, http://igtn.org/Index/CIDSE_CI_ECag0504.pdf
- "EU shows flexibility on export subsidies in Lamy-Fischler
letter," Inside US-Trade, van 10 mei 2004
- "EU-members express anger at plan to negotiate
end of exportsubsidies", door D. Pruzin, J. Kirwin
en G. Yerkey, International Trade Daily, van 11 mei 2004
- "Doornbos: we houden niet van eenzijdige ontwapening",
persbericht LTO, van 10 mei 2004, http://www.lto.nl
- "France raises trade talks hurdles", door
Steve Schiffers, BBC News Online, http://news.bbc.co.uk/2/hi/business/3707883.stm
- "EC pulls off another publicity stunt", door
A. Wandel en C. Smaller (IATP en TIP), van 13 mei 2004,
http://www.polarisinstitute.org/
polaris_project/public_service/news/may_13_2004.html
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) Offensief EU (en VS) om Doha-doorbraak te forceren
Nieuwe poging om wig te drijven tussen G20 en G90
(door Rob Bleijerveld)
Ondanks een open brief van de Europese Commissie en meerdere
mini-ministerials voorafgaand aan de Algemene Vergadering
van de WTO van 17 en 18 mei is de impasse in de Doha-onderhandelingen
niet doorbroken. Alle "positieve geluiden" ten
spijt dringt de tijd voor EU en VS om nog voor eind juli
spijkers met koppen te slaan. Zonder echte offers van
hun kant zal een vurig gewenst pakket met raamovereenkomsten
niet gereed zijn voordat de Commissie- en presidentsverkiezing
van dit najaar de WTO lam leggen.
In een poging om onderhandelingen vlot te trekken stuurden
de Europese Commissarissen Lamy (handel) en Fischler (landbouw)
op 10 mei een open brief aan de handelsministers van alle
WTO-lidstaten [1]. Ze gingen daarin in op de vijf hoofdthema's
van de Doha Ronde: landbouwakkoord, markttoegang voor
industriële producten, dienstenakkoord, Singapore
Issues en 'ontwikkeling'. Het belangrijkste aanbod betrof
de voorwaardelijke stopzetting van de Europese exportsubsidiëring
voor landbouwproducten, een "tegemoetkoming"
op gebied van de Singapore Issues en een "gratis
ronde" voor de groep van 90 arm(st)e ontwikkelingsstaten.
De brief, die aan de vooravond van twee 'mini-ministerials'
in Parijs gestuurd was, werd in de pers over het algemeen
positief ontvangen. Alexandra Strickner van het IATP en
Carin Smaller van het TIP [2] zijn echter niet onder de
indruk van de goede bedoelingen en het aanbod van de Europese
Unie. In hun artikel "EC Pulls off Another Publicity
Stunt - Most developing countries remain marginalised"
[3] analyseren ze de brief. Volgens hen bevat die helemaal
geen nieuwe voorstellen of standpunten. Het is in hun
ogen een poging om de onderhandelingen vlot te trekken
door - enerzijds - de publieke opinie ervan te overtuigen
dat de EU grote concessies doet, en -anderzijds - door
de druk op ontwikkelingstaten te vergroten opdat die van
hun kant nog meer concessies doen.
Landbouwsubsidies en -tarieven
De meeste aandacht van de pers ging uit naar het voorstel
van Fischler en Lamy om de Europese landbouwexportsubsidies
in te trekken. Voorwaarden voor intrekking zijn behalve
de stopzetting van alle vormen van exportconcurrentie
door de VS (en andere grote landbouwexporteurs), ook diverse
toezeggingen op het gebied van markttoegang en andersoortige
steunmaatregelen ('domestic support') [4]. Zo neemt de
EU geen afstand van de door vele lidstaten bekritiseerde
'gemengde formule' voor tariefsverlagingen voor diverse
landbouwproducten. Evenmin is ze bereid het gebruik van
de zogenaamde "Green Box"-regeling - een soort
parkeerplaats voor gewraakte subsidies - aan banden te
leggen.
De Unie suggereerde met dit voorstel voor stopzetting
van exportsubsidies echter een flexibele houding. Deze
"flexibiliteit' werd onderstreept door de positieve
reactie waarmee de VS het Europese voorstel begroette
[5]. Beiden hebben er belang bij om andere WTO-lidstaten
over te halen in juli een raamovereenkomst te laten tekenen
zonder zelf te veel consessies te hoeven doen. Ze hebben
onvoldoende politieke ruimte om op korte termijn drastische
maatregelen te nemen [6]. Daarom zetten ze in op het verkrijgen
van algemene instemming met een agenda die een meerjarige
afbouw van steunmaatregelen voor bepaalde lucratieve landbouwproducten
toelaat [7].
De positie van de G20
Volgens Strickner en Smaller vatten veel ontwikkelingstaten
de brief van Lamy en Fischler op als een wig die de EU
wil drijven tussen de G20 en andere arme staten (G90/MOL's/G33/Africa
Groep). Op dit moment voert de G20, samen met de CAIRNS-groep,
immers oppositie tegen het (eerder genoemde) voorstel
van VS en EU voor een 'gemengde formule' voor landbouwproducten.
Daarin wordt ze in zekere zin gesteund door de G33 (de
Alliantie voor Speciale Producten en Speciale Garantie
Maatregelen) en de G90 (de meerderheid van ontwikkelingsstaten).
Het oorspronkelijke G20-voorstel voor tariefwijzigingen
is door EU en VS botweg afgewezen. Nu hebben ze de G20
uitgedaagd om voor eind mei met een 'goed' alternatief
te komen. Het is de vraag of de G20 bereid is om de solidariteit
met de armste staten overeind te houden door in zo'n voorstel
bepalingen voor Speciale en Gedifferentieerde Behandeling,
Speciale Producten en Speciale Garantie Maatregelen op
te nemen [8].
Singapore Issues
De brief van Lamy en Fischler gaat ook in op de Singapore
Issues. Ondanks aanhoudend voorbehoud en kritiek blijkt
zij nog steeds niet bereid hier concessies te doen. Door
'Investeringen' (FDI) en 'Concurrentiebeleid' (CP) naar
de zijlijn te verschuiven, geeft ze wel die indruk. Het
Europese voorstel om onderhandelingen te starten op gebied
van handelsfacilitatie (TF) lijkt vooralsnog een stap
te ver: een groot aantal geïnteresseerde staten is
terughoudend en wil eerst nader onderzocht hebben welke
gevolgen dit voor hen heeft. Ze vrezen dat de kosten ervan
hun reserves (ondermeer bedoeld voor verbetering van hun
gezondheidszorg- en onderwijssysteem) teveel zullen aantasten.
De Commissarissen lijken akkoord te willen gaan met plurilaterale
besprekingen over overheidsaanbesteding (TGP), terwijl
de EU ondertussen druk uitoefent om het uit te bouwen
tot een WTO-breed niveau.
"Gratis ronde"
Het voorstel voor een "gratis ronde" komt grofweg
neer op het verlenen van de Minst Ontwikkelde Landen-status
aan de 90 armste ontwikkelingsstaten. De voorgestelde
maatregelen waren al eerder in bilateraal en plurilateraal
verband ter sprake gekomen en worden middels deze open
brief door Lamy en Fischler gepresenteerd als een publiekelijke
(Europese) erkenning van "eisen van de kant van de
G90-staten" [9].
Verlening van een aangepaste Minst Ontwikkelde Landen-status
- "weak and vulnerable developing countries"
- is aantrekkelijk voor die groep van staten die nu volgens
de WTO-definitie "ontwikkelingslanden" zijn
en die door de Doha-afspraken aan veel te hoge liberaliseringseisen
moeten voldoen [10]. Deze statuswisseling zou voor de
G20 - "more advanced developing countries" -
juist het verlies van de speciale behandelingsregelingen
kunnen betekenen. Het beoogde doel van de EU is hiermee
de band tussen G20 en G90 extra onder druk te zetten.
EBA-overeenkomst
Op het gebied van marktopening voor landbouwproducten
en die voor industriële producten zou het de G90
ontheffen van verdere marktopening. Daarnaast kan het
verlenging van de termijnen voor het nakomen van bepaalde
afspraken opleveren, evenals uitstel van de gevolgen van
het aflopen van voorkeursbehandelingen en het wegvallen
van belastinginkomsten. De EU presenteert het EBA-model
als werkvorm hiervoor [11].
Maar, om het werkbaar te máken, is de erkenning
nodig van deze status door de andere, meer draagkrachtige
WTO-lidstaten. Zelfs als deze horde genomen wordt, is
er onvoldoende basis voor een belangrijke consessie van
de kant van de G90: instemming met het juli-pakket van
raamovereenkomsten voor het vervolg van de Doha-onderhandelingen!
Het EU-voorstel biedt namelijk geen regelingen voor problemen
die de G90-staten eerder naar voren brachten, zoals bescherming
tegen plotselinge, massale import van goedkope goederen
of diensten, en tegen aantasting van de voedselzekerheid.
Ook komt het niet tegemoet aan vermindering van de grote
grondstoffenafhankelijkheid van hun economieën.
Andere kwesties van belang
De EU blijft uitgaan van verdere marktopening van dienstensectoren
en het "kwalitatief verbeteren" van het liberaliseringsaanbod.
Sommige staten wachten echter op een doorbraak op landbouwgebied;
andere kampen met een gebrek aan technische capaciteit.
Meer in het algemeen wordt de vraag gesteld in hoeverre
concessies op dit vlak de nationale beleidsruimte zal
inperken. Onderwijl wordt de druk door dienstensectoren
en regeringen van de rijke staten opgevoerd om het gewenste
resultaat te verkrijgen [12].
Op het gebied van de Speciale Gedifferentieerde Behandeling
is het aanbod van de EU niet bijzonder. Een belangrijk
element daaruit - een pakket van 27 SGB-voorstellen -
werd op 5 mei al door de gezamenlijke Minst Ontwikkelde
Landen ter zijde geschoven als "nauwelijks van economische
waarde".
Ook op het gebied van de Singapore Issues is er geen sprake
van een doorbraak. De voorgestelde steunmaatregelen om
de kostbare gevolgen te beperken van onderhandelingen
over handelsfacilitatie blijken niet erg solide. De belofte
om geen eisen te stellen aan de G90 voor markttoegang
op het gebied van transparantie in overheidsaanbestedingen
gelden alleen voor de duur van de Doha Ronde. En door
het parkeren van direkte buitenlandse investeringen en
concurrentiebeleid in WTO-werkgroepen ter voorbereiding
van plurilaterale besprekingen kunnen de G90 in een later
stadium weer onder druk gezet worden.
Dan zijn er nog de terreinen waarvoor geen speciale uitzonderingen
voorzien zijn in het EU-voorstel. Zo moeten de G90-staten
eventuele nieuwe regels voor anti-dumping, geschillenbeslechting,
regionale akkoorden en andere zaken zondermeer accepteren.
EPA-"vrij"handelsakkoorden
De concessies die van de G90 worden gevraagd in ruil
voor een aangepaste WTO-status ("zwak en kwetsbaar")
hebben slechts het effect van uitstel van betaling. Via
een achterdeur (en buiten het WTO-kader om) stuurt de
EU namelijk aan op "vrij"handelsakkoorden met
een belangrijk deel van de G90-groep: de 76 ACP-staten.
De positie van deze staten is zwak gezien het binnenkort
aflopen van bestaande voorkeursregelingen voor export
naar de Europese markten. De EU maakt misbruik van deze
zwakke positie door in de onderhandelingen over deze zogenaamde
EPA-akkoorden te eisen dat de ACP-staten overgaan tot
afschaffing van bestaande tarieven, tot acceptatie van
de Singapore Issues, en tot andere maatregelen die het
effect van een "gratis WTO-ronde" op termijn
helemaal neutraliseren. Daarmee verkrijgt de EU een soort
alleenrecht van volledige toegang tot de ACP-markten en
blijven zo de oude koloniale banden gehandhaafd...
Algemene Raadsvergadering
Tijdens de Algemene Raadsvergadering van 17 en 18 mei
is er nauwelijks vooruitgang is geboekt. Een akkoord over
een raamovereenkomst dat in de visie van de WTO-leiding
moet bestaan uit "concepten" en "procedurele
modaliteiten" in plaats van "cijfers en percentages"
is nog niet in zicht.
Een mengeling van bemoedigende en dreigende bewoordingen
[13] werd gebezigd om de leden klaar te maken voor aanvaarding
van een strak en druk werkschema tot aan eind juli. Er
zullen diverse formele en informele bijeenkomsten gehouden
worden die het mogelijk moeten maken om voor eind mei
overeenstemming te bereiken over de "elementen"
voor een raamovereenkomst. Daarna is er tot eind juli
tijd om de overeenkomst klaar te maken voor ondertekening.
Het is bedoeling om na november (en eventueel eerder)
verder te werken aan de invulling van de formules (termijnen,
standaards, cijfers en percentages), zodat de Doha Ronde
in juni 2005 afgerond kan worden tijdens de Single Undertaking
(de grote uitruiloperatie).
Noten:
[1] Brief van Lamy en Fischler aan WTO-onderhandelaars,
van 9 mei 2004, http://trade-info.cec.eu.int/doclib/docs/2004/may/tradoc_117097.pdf
[2] IATP: Institute for Agriculture and Trade Policy;
TIP: Geneve-afdeling van IATP
[3] "EC Pulls off Another Publicity Stunt - Most
developing countries remain marginalised", door Alexandra
Strickner en Carin Smaller, TIP/IATP Geneve, van 13 mei
2004, http://www.polarisinstitute.org/polaris_project/public_service/news/may_13_2004.html
[4] Meer hierover in "Einde aan exportsubsidies in
de landbouw?; Brief Lamy: loos gebaar of stapje vooruit?",
door Chris Peeters (elders in deze nieuwsbrief).
[5] Begin januari 2004 deed handelsminister Zoellick van
de VS de WTO-leden een soortgelijk "genereus' aanbod.
De brief, waarvoor Lamy Zoellick feliciteerde, bleek onderdeel
van een campagne om de G20 uiteen te drijven, en om de
WTO verouderde VS-landbouwvoorstellen op te dringen. Zie:
WTO.ZIP nieuwsbrief nr 43, van 19 februari 2004, http://www.stelling.nl/trouble/zip/040219--00(43)
[6] De EU vanwege de gemaakte afspraken in het Gemeenschappelijk
Landbouw Akkoord; de VS vanwege het risiko dat Bush teveel
steun verliest bij de presidentsverkiezingen.
[7] De suggestie van zo'n agenda is van EU-onderhandelaar
Trojan. Lucratief voor de EU zijn vlees, suiker en pluimvee.
Subsidies voor andere producten worden in het EU-voorstel
al afgedekt door de "Green Box"-regeling.
[8] Opvallend in dit verband: de Braziliaanse handelsminister
kwam tijdens de Algemene Raadsvergadering van 17/18 mei
terug op uitlatingen van een paar dagen eerder. Tijdens
de AV stelde hij voor dat de WTO-leden "gezamenlijk"
een nieuwe formulering opstellen voor marktoegang voor
landbouwproducten (ipv. dat G20/CAIRNS met een alternatief
komen voor de EU/VS-voorstellen. Zie: "WTO General
Council frames negotiations ahead of end-july deadline",
door OECD, in Bridges Weekly Trade News Digest vol 8,
nr 18, van 19 mei 2004, http://www.ictsd.org
[9] Volgens een analyse door ingewijde deelnemer aan het
SOS-WTO-EU netwerk.
[10] Dit vereist wel de acceptatie door het WTO-lidmaatschap
van een nieuwe categorisering van "statussen".
Nu zijn dat "developed country", "underdeveloped
country" en "less developed country".
[11] EBA: Everyting-But-Arms initiatief
[12] Om dit te onderstrepen nodigde de WTO-leiding onlangs
een delegatie van ruim 30 dienstenbedrijven uit om afgevaardigden
van ontwikkelingsstaten te vertellen hoe belangrijk dienstenliberalisering
voor hun economieën is. Het onderkomen van het European
Services Forum was betaald door de EU...
[13] Uit Bridges Weekly Trade News Digest vol 8, nr 18:
"This is the time for us to move into a cooperative
problem-solving" [and leave the listening mode];
"[I] noted a trend of convergence on the substance
of the key issues, and a new sense of focus and determination";
"urgent action is needed, [because] the window of
opportunity is small and closing rapidly..."; "momentum
will be lost [soon]". Een self-fullfilling prophecy?
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
I) IMF: financiële steun tegen gevolgen handelsliberalisering
Plan gericht op integratie van kritische WTO-lidstaten
(door Rob Bleijerveld)
Het IMF lanceeerde onlangs een nieuw beleidsmiddel om
lidstaten te steunen die door handelsliberalisering problemen
verwachten met hun betalingsbalans: het Trade Integration
Mechanism/TIM. Het is gericht op die staten die tot nu
toe de voortgang in de WTO-onderhandelingen in zekere
mate vertraagden, en lijkt vooral bedoeld als politiek
drukmiddel. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden
zijn namelijk zeer stringent en leveren arme staten en
staten met een eenzijdige economie naar verwachting geen
echte steun op.
Het TIM is volgens het Internationaal Monetair Fonds geen
nieuwe leenfaciliteit, maar een beleidsmiddel dat de "voorspelbaarheid
moet vergroten van de beschikbaarheid" van IMF-fondsen.
Het moet de zorgen van díe ontwikkelingsstaten
wegnemen die bang zijn voor een verminderde concurrentiekracht
op de wereldmarkt en voor tekorten op hun betalingsbalans,
veroorzaakt door multilaterale ("niet-discriminerende")
handelsliberalisering [1]. Zoals het een goed neo-liberale
instelling betaamt gaat de organisatie ervan uit dat "open
handel" uiteindelijk voor alle economieën positieve
gevolgen heeft. Slechts een klein aantal staten zullen,
volgens het IMF, op korte termijn grote problemen ondervinden
door liberaliseringsafspraken in WTO-verband.
Oorzaken voor verminderde concurrentiekracht
Voor die problemen worden drie oorzaken als de meest
belangrijke aangemerkt. Een ervan is de afnemende waarde
van bestaande voorkeurstoegang tot bepaalde markten door
afspraken over tariefliberalisering over een brede linie.
Dit zal naar verwachting de suiker- en bananenproducenten
onder de ACP-staten treffen die exporteren naar de Europese
markt. Een andere is de uitfasering van quota-systemen.
Dit treft bijvoorbeeld de kleine textielproducenten die
na eind 2004 geen aanspraak meer kunnen maken op een gegarandeerde
afzet op de Noordelijke markten en hun concurrentiepositie
daardoor sterk zullen zien afnemen. Als laatste zijn er
de staten die voor hun voedselvoorziening sterk afhankelijk
zijn van invoer en die verhoging van de voedselprijzen
vrezen door afname van landbouwsubsidies elders.
Perspectief van liberalisering?
Het TIM is gericht op het verzwakken van de oppositie
tegen (bepaalde) voorstellen voor multilaterale liberalisering.
Volgens Hans Peter Lankes, Trade Policy Division Chief
bij het IMF, is die oppositie een van de belangrijkste
factoren voor vertraging (lees: vastlopen) van de onderhandelingen
in de Doha Ronde. Voorbeelden zijn de WTO-voorstellen
van de LAC-groep en de Afrika Groep ten aanzien van voor
hen belangrijke sectoren. Zij hebben geen belang bij een
algemene tariefsverlaging; dat zal hen juist confronteren
met een grotere concurrentie door anderen op het gebied
waar ze nu nog een voorkeursregeling hebben.
Daarnaast wijst Lankes op het grote potentieel van de
Zuid-Zuid handel in het kader van de Doha Ronde. Hij suggereert
dat de hier bedoelde sterke afname van tariefniveau's
tussen zuidelijke staten onderling zeer veel voordelen
kan opleveren voor met name de "kleine" staten.
Daarbij gaat hij voorbij aan de bestaande kritiek dat
dat alleen opgaat indien sprake is van regionale verbanden
tussen ontwikkelingsstaten onderling of van tariefonderhandelingen
in het kader van het Global System of Trade Preferences
[2]. Zonder een dergelijke afbakening zullen - vanwege
het "niet-discriminerende" karakter van WTO-akkoorden
- de voordelen vooral toevallen aan geïndustrialiseerde
staten die meer concurrerend kunnen zijn.
In beide gevallen is het, volgens de IMF-persvoorlichter,
de bedoeling om met het TIM de lidstaten te helpen het
bredere perspectief van multilaterale liberalisering voor
ogen te houden en hen analytische en financiële steun
te verzekeren in geval van schokken.
Voorwaarden ...
Verstrekking van TIM gaat alleen in samenhang met een
bestaand IMF-project [3], eventueel als uitbreiding daarvan.
De aanvrager zal in principe moeten voldoen aan de gebruikelijke
eisen. Er is geen tegemoetkoming in de vorm van een hulpaanbod
waar geen of minder concessies tegenover hoeven te staan,
of die goedkoper zijn. Ook hanteert het IMF zeer stringente
regelingen voor schuldsanering.
Getuige een evaluatie van de overeenkomstige CFF-regeling
uit de jaren '60 is het IMF bepaald niet soepeler geworden.
Het CFF moest schokken opvangen veroorzaakt door hevige
schommelingen in de grondstoffenmarkt, maar bleek niet
geschikt om arme grondstofleveranciers daadwerkelijk te
steunen. Ook toen was de "non-concessional"
regeling te duur en kon menige staat de ontstane schulden
niet afbetalen. Veel van de toenmalige gebruikers zitten
nu in het Poverty Reduction and Growth Facility programma
hetgeen hen grote beperkingen oplegt om onder "non-concessional"
voorwaarden te lenen.
... en beoordeling
Ook ten aanzien van de beoordeling van oorzaak en gevolg
van schokken is er geen soepelheid. In het basisdocument
voor TIM zijn aanwijzingen te vinden dat er sprake zal
zijn van zeer conservatieve beoordeling door het IMF.
Het zal naar verwachting zeer moeilijk zijn voor staten
om aan te tonen dat de schade aan hun betalingsbalans
geheel te wijten is aan externe factoren en niet aan eigen
wanbeheer. Of om aan te tonen dat de negatieve gevolgen
van schokken niet weggestreept of overschaduwd worden
door de positieve gevolgen van de liberaliseringsmaatregel
in kwestie.
Herstructurering, schuld en handel
De eerder genoemde vertragingstactiek is een noodgreep
van bepaalde WTO-lidstaten; ze kunnen geen kant uit en
moeten zich wel samen te weer te stellen tegen de voorstellen
van geïndustrialieerde staten. Het beleid van IMF
en WTO heeft dit in de hand gewerkt. Vanaf begin jaren
'80 heeft het IMF, samen met Wereldbank en andere internationale
financiële instellingen, deze staten eerst opgezadeld
met een torenhoge schuld en met een deels gedereguleerde,
geliberaliseerde en geprivatiseerde economie. Na toepassing
van dit beruchte recept van de "Washington Consensus"
kwam de wurgreep van de Uruguay Ronde en - in 1995 - van
de WTO. De wettelijk bindende handelsakkoorden van de
WTO verergerden de scheve structurele economische verhoudingen
tussen Noord en Zuid. De WTO-akkoorden versterken de hardnekkige
patronen van onttrekking van hulpbronnen van Noord naar
Zuid, hetgeen neerkomt op toenemende winsten en schaalvergroting
door Noordelijke bedrijven.
Perspectief van (lijdelijk) verzet?
Het is de vraag of invoering van TIM de WTO-lidstaten
toch over de streep zal kunnen trekken. De WTO-leiding
heeft hiermee weliswaar een extra drukmiddel in handen
om nog vóór het komende zomerreces te proberen
een raamwerk te verkrijgen voor het vervolg van de Doha-onderhandelingen
na de Amerikaanse presidentsverkiezingen.
De onderliggende vooronderstelling van het TIM is het
neoliberale dogma van de duidelijke lange termijn-"winst"
van handelsliberalisering. Problemen met de betalingsbalans
zijn in essentie van beperkte aard en van korte duur en
kunnen in bepaalde gevallen tegengegaan worden met tijdelijke
maatregelen. Maar de handelsmaatregelen die in WTO-verband
afgesproken worden, zijn NIET van tijdelijk aard. Ze zijn
niet-herroepbaar, zelfs niet indien de gevolgen langer
dan verwacht zullen aanhouden of chronisch blijken te
zijn. Net zoals de ervaring van veel staten leert die
het voorwerp zijn van de structurele aanpassingsprogramma's
van het IMF.
Naschrift:
De ICTSD meldde op 19 mei dat Tijdelijk Uitvoerend Directeur
van het IMF, Anne Krueger, tijdens de Algemene Raadsvergadering
van de WTO op 17 mei een presentatie gaf over het Trade
Integration Mechanism. Een aantal ontwikkelingsstaten,
waaronder Mauritius, Bangladesh, Jamaica en Colombia reageerden
afwijzend. Ze vinden de nadruk op batelingsbalansproblemen
te beperkt.
Bronnen:
- Mailbericht van Aldo Caliari aan het S2B-netwerk met
voorlopige opmerkingen over TIM, van 16 april 2004.
- "IMF Executive Board approves Trade Integration
Mechanism", IMF persbericht nr 04/73, van 13 april
2004, http://www.imf.org/external/np/sec/pr/2004/pr0473.htm
- "Debt and Trade: Making links to Break the Chains
of Debt", door Aldo Caliari (Center of Concern) en
Jessica Walker Beaumont (American Friends Service Committee),
van februari 2004, http://www.coc.org/pdfs/coc/debttrade204.pdf
- "Rethinking Bretton Woods at 60; Spring meetings
2004", door Aldo Caliari, Centre of Concern Issue
nr 163, van mei 2004, http://www.coc.org/resources/articles/display.html?ID=769
- "Transcript of a Teleconference with Journalists
on: Trade Integration Mechanism", IMF, van 13 april
2004, http://www.imf.org/external/np/tr/2004/tr040413.htm
Noten:
[1] De analytische basis hiervan is te vinden in "Trade
restrictions for Balans of Payments purposes" (WT/TF/COH/13)
en "Financing of losses from preferences erosion"
(WT/TF/COH/14). Beide documenten dateren van 14 februari
2003 en zijn mbv. hun code vindbaar op de WTO-website.
[2] Zie "Salvaging WTO from Cancún collapse",
door Bhagirath Lal Das, van 20 september 2003,
http://www.southcentre.org/info/southbulletin/bulletin64-65/bulletin%2064-65-15.htm
[3] Zoals: de Upper Credit Tranche Stand-by Arrangement,
de Extended Fund Arrangement of de Poverty Reduction and
Growth Facility.
[4] "WTO General Council frames negotiations ahead
of end-july deadline", door OECD, in Bridges Weekly
Trade News Digest vol 8, nr 18, van 19 mei 2004, http://www.ictsd.org
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
J) Brinkhorst over EU-voorzitterschap
(door Kees Stad)
Minister van EZ Laurens Brinkhorst heeft op 21 april
bekendgemaakt wat zijn aanpak zal zijn tijdens het voorzitterschap
van de Europese Unie. Hij schreef daarover een brief aan
de 2e Kamer.
Uit een persbericht van EZ [1]: "Zijn streven is
zoveel mogelijk voortgang te boeken op de Europese economische
agenda - de Lissabon-strategie - en in dat kader knopen
door te hakken op een aantal belangrijke economische dossiers.
De Lissabon-strategie beoogt dat de Europese Unie in 2010
de meest innovatieve en concurrerende economische mogendheid
is".
"Inhoudelijk ligt bij die Europese agenda het accent
op de mid-term review van de Lissabon-strategie, de Richtlijn
Diensten [2] en de Verordening Chemische Stoffen. Daarnaast
wil hij bereiken dat het functioneren van de Raad voor
Concurrentievermogen [3] wordt verbeterd."
"Naast het voorzitterschap van diverse EU-raden organiseert
het ministerie van Economische Zaken in de tweede helft
van 2004 in het kader van het EU-
voorzitterschap een aantal internationale evenementen
als congressen en conferenties over onderwerpen als maatschappelijk
verantwoord ondernemen, telecommunicatie en kenniswerkers."
Als alles mee/tegenzit zal tijdens het Nederlandse voorzitterschap
ook de Europese grondwet afgerond zijn en in dat geval
komt er in Nederland een referendum over. In het geval
de kiezers de grondwet verwerpen, ontstaat er een ingewikkelde
situatie waarvan de conclusie wel eens zou kunnen zijn
dat Nederland uit de EU gaat. Een van de vele omstreden
bepalingen in de concept grondwettekst die er nu ligt,
is dat er letterlijk staat dat de EU een kapitalistische
economie dient te hebben. Ook in Groot-Brittannië
zal een referendum over de grondwet gehouden worden.
Voor nieuws over akties tijdens het EU-voorzitterschap,
zie:
http://eu2004.eurodusnie.nl/
Noten:
[1] Zie: "Voornemens Brinkhorst Nederlands EU-voorzitterschap
tweede helft 2004", van 21 april 2004,
http://www.minez.nl/homepages/default.asp?pagina=persbericht&iMessage=532
[2] De 'Richtlijn Diensten' schrijft voor waar overheden
aan moeten voldoen als ze diensten kopen. Er staat onder
andere in beschreven welke opdrachten voor dienstverlening
Europees moeten worden aanbesteed.
[3] De Raad voor het Concurrentievermogen is een Ministeriële
raad van de Europese ministers van EZ. Deze raad meet
en analyseert de concurrentiekracht van Europa en stelt
maatregelen voor.
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
K) Derde Vrijhandelstop EU-Latijns Amerika
(door Kees Stad)
Op 28 en 29 mei zal de Derde Topconferentie tussen de
EU en Latijns Amerika plaatsvinden in Guadelajara, Xalisco,
Mexico.
De top staat volledig in het teken van afspraken over
vrijhandel. Met
andere woorden: de agenda waartegen tienduizenden demonstranten
zich
hebben verzet bij de WTO-conferentie in Cancún
en andere plekken, steekt zijn lelijke kop weer op.
Ook in Guadelajara zullen demonstranten - of zoals ze
zichzelf noemen
'de niet genodigden' - proberen de 'vrij'handelaren de
voet dwars te
zetten. Er komt een tegenconferentie ('Het Andere Guadelajara'),
er komen protesten (de rode zone is al door de autoriteiten
afgekondigd) en uiteraard is er al een speciaal indymediaproject
in opbouw:
http://mexico.indymedia.org/guadalajara/
Het programma van de tegenconferentie is uitgebreider
dan die van de
regeringsleiders en duurt van 25 tot 29 mei. Er wordt
veel informatie
behandeld in de vorm van presentaties en workshops over
de bekende problemen die neoliberale handel veroorzaakt:
privatisering van water en andere publieke voorzieningen,
buitenlandse schuld, kapitaalsvlucht, achteruitgang van
arbeidsrechten en milieubescherming. Meer informatie over
het alternatieve programma is te verkrijgen bij de organisatie
RMALC: http://www.rmalc.org.mx/alcue/
Aan de topconferentie zullen tenminste 58 staatshoofden
deelnemen. Inmiddels is bekend dat de EU de top zal benutten
voor bilaterale of
regionale vrijhandelsafspraken. Er staan bresprekingen
met Mexico,
Chili, het Mercosur-blok, het Andespact en Midden-Amerika
op het
programma.
Verschillende groepen mobiliseren hun achterban om naar
Guadelajara op te trekken (zie voor een engelstalig overzicht:
http://arn.espora.org/guadalajara/04/04/14/0016228.shtml)
Uiteraard zouden de demonstranten daar het ook erg fijn
vinden als zich aan deze kant van de oceaan ook wat in
beweging zou zetten!
* Meer informatie over de top in Guadelajara:
http://arn.espora.org/article.pl?sid=04/04/14/0016228
* Meer informatie over handelsbetrekkingen EU-Latijns-Amerika:
http://arn.espora.org/guadalajara/04/04/20/1757214.shtml
(Spaans)
* Een feature op Indymedia.org:
http://www.indymedia.org/nl/2004/05/110986.shtml
* entrale website tegenprogramma:
http://otromayoguadalajara.org/espanol/index.html
De ontwikkelingen zullen zo goed als
mogelijk bijgehouden worden op de speciale globaliseringswebsite
van XminY: http://www.globalinfo.nl
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
L) Collectieve preferenties
(door Chris Peeters)
In WTO-ZIP nr. 44 beschrijft Rob Bleijerveld negatieve
reacties op het idee van Lamy om de negatieve gevolgen
voor andere landen van wat hij 'collectieve EU-preferenties'
noemt, te compenseren met boetes. Ik vraag mij af of die
absoluut negatieve houding terecht is (hoewel we natuurlijk
altijd moeten uitkijken voor eigenbelang vermomd als collectieve
preferentie).
Lamy's idee zou voor arme landen een welkome aanvulling
kunnen zijn op het huidige WTO-systeem om conflicten af
te handelen. Dat systeem bestaat er immers uit dat landen
die van de WTO gelijk krijgen, sancties mogen treffen
tegen het land dat veroordeeld wordt. Maar dan moet je
wel over zulke sancties beschikken; het is een wapen voor
machtige landen dan wel handelsblokken.
Het lijkt me niet voor niets dat de vier landen die op
de WTO-bijeenkomst in Cancún het katoensubsidiebeleid
van de VS hebben aangeklaagd, vroegen om compensatiebetalingen
voor het verlies dat zij door het VS-beleid lijden, tot
dat beleid is bijgesteld. Zij hebben immers niet de macht
om, ook al krijgen ze gelijk van de WTO, geloofwaardige
sancties tegen de VS te treffen.
Op dezelfde manier is het voorstelbaar dat, als de EU
een collectieve preferentie heeft vastgesteld, die arme
landen treft, de EU de gevolgen daarvan financieel compenseert.
Vanuit bijvoorbeeld de collectieve preferentie 'voedselzekerheid'
(die veel NGO's onderschrijven) zou de EU kunnen besluiten
om de suikerproductie in Europa gedeeltelijk in stand
te houden. Dat treft o.a. arme producenten in het Zuiden,
die dan minder suiker naar de EU kunnen exporteren.
Als de EU dat compenseert hebben de getroffen landen daar
direct voordeel bij (en een door de WTO-regels vastgelegd
recht is beter dan onbetrouwbare ontwikkelingshulp!).
Nog beter zou zijn als die compensatie rechtstreeks naar
de getroffen boeren gaat, in plaats van naar de overheid.
En nog beter als die compensatie niet aan productie wordt
gekoppeld, maar uitgekeerd in een bedrag per boerderij.
Dan krijgen vooral de kleine boeren steun, in plaats van
de grote multinationals.
Deskundigen schatten in dat de EU-landbouwsteun in ieder
geval tot 2013 nauwelijks zal verminderen. Zou het zo'n
slecht idee zijn als de daardoor getroffen boeren in die
periode gecompenseerd worden? Als het Europese publiek
ervan overtuigd is dat een breed onderschreven beleid
arme boeren in het Zuiden schaadt, dan vereist het rechtvaardigheidsgevoel
juist dat wij die boeren financieel compenseren, zolang
we het beleid handhaven.