WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 45 van 21 mei 2004

 

Redactioneel

Na een maand zonder ZIP nu een dubbeldik nummer over de spannende ontwikkelingen rondom de Wereld Handels Organisatie en de Europese Unie. Eind juli moet er een zogenaamde raamovereenkomst klaar zijn zodat "het momentum van de WTO-onderhandelingen niet verloren gaat". Aanleiding: de verkiezingen van een nieuwe Europese Commissie en een Amerikaanse president dit najaar. Handelministers Lamy en Zoellick moeten dan het veld ruimen, maar komen elkaar vast weer tegen bij het IMF (?) zodat ze het WTO-proces toch nog kunnen helpen sturen...

Veel leesplezier!, Rob Bleijerveld

 


INHOUD:

 

A) GroenLinks: 'WTO zien als groen instrument'

GL vindt de WTO een geschikte organisatie ter verbetering van het milieu? De partij wil de EU ertoe bewegen "een forse importheffing" op te leggen op energie-intensieve producten uit de VS wegens het niet nakomen van het Kyoto Protocol. Hoe valt deze strategie te beoordelen?

B) Overleeft Europa de vergrijzing? (ingekort)

Voor de Europese Unie en Europese politici is de vergrijzing het ideale breekijzer om de verzorgingstaat te privatiseren en de jammerende financiële markten te voeden. Maar wat zijn de gevolgen en wie betaalt?

C) ABN-AMRO op rooftocht in Canada; Verzet tegen privatisering gezondheidszorg in Canada zwelt aan

Canadese deelstaatregeringen hanteren het beruchte Private Public Partnerships-model om hun publieke diensten te privatiseren. De Nederlandse bank ABN-AMRO probeert in Ontario rijk te worden van de afbraak van het gezondheidsstelsel. Gezondheidswerkers vragen om ABN-AMRO duidelijk te maken dat niemand daarop zit te wachten...

D) Debat over toeeigening of toeeigening van het debat; Een blik over de grens

Waarom komt het verzet van Nederlandse andersglobalisten tegen de neo-liberale koers van Balkenende niet op gang? Beletten consensus-cultuur, politieke context of Fortuyn-effect een duidelijke stellingname en optreden? Misschien kunnen Duitse collega's een thema leveren dat Nederlanders weet te raken en aansluit bij mondiale problematiek: Aneignung, toeeigening, appropriation, appropriación, istimlaek, tamalluk, zhanyou.

E) Internationale vrouwenbeweging, WTO en EU-handelsbeleid: Diskussies en conferentie over confrontatie en integratie

Naar aanleiding van de conferentie "Globalising women's rights" van Women in Development Europe een vertaald artikel dat ingaat op de politieke agenda van de internationale vrouwenbeweging na Cancún en op de vraag of 'gender mainstreaming' een middel kan zijn (of niet) om het WTO- en EU-beleid aan te passen.

F) Eerste aanslag op landbouwsubsidies; WTO veroordeelt VS-katoenbeleid

De WTO sloeg op 26 april een eerste bres in de verdediging van de enorme landbouwsubsidies in (met name) de VS en de EU. Brazilië is in het gelijk gesteld in de klacht die het had ingediend tegen de Amerikaanse katoensubsidies. De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor het mondiale landbouwbeleid en de WTO-onderhandelingen in de Doha-ronde.

G) Einde aan exportsubsidies in de landbouw?; Brief Lamy: loos gebaar of stapje vooruit?

De EU-commissarissen Lamy en Fischler hebben in een brief aan alle onderhandelaars in de Doha-ronde aangeboden om onder voorwaarden een einde te maken aan de EU-exportsubsidies op landbouwproducten. De meningen over dit aanbod lopen sterk uiteen.

H) Offensief EU (en VS) om Doha-doorbraak te forceren; Nieuwe poging om wig te drijven tussen G20 en G90

Ondanks een open brief van de Europese Commissie en meerdere mini-ministerials is de impasse in de Doha-onderhandelingen niet doorbroken. Alle "positieve geluiden" ten spijt dringt de tijd voor EU en VS om nog voor eind juli alle zeilen bij te zetten voor het verkrijgen van een raamovereenkomst voordat de najaarsverkiezingen de WTO lamleggen.

I) IMF: financiële steun tegen gevolgen handelsliberalisering; Plan gericht op integratie van kritische WTO-lidstaten

Het IMF lanceeerde onlangs het Trade Integration Mechanism om lidstaten te steunen die door handelsliberalisering problemen verwachten met hun betalingsbalans. Het is gericht op die staten die tot nu toe de voortgang in de WTO-onderhandelingen in zekere mate vertraagden, en lijkt vooral bedoeld als politiek drukmiddel.

J) Brinkhorst over EU-voorzitterschap

Minister van EZ Laurens Brinkhorst maakte op 21 april bekend wat zijn aanpak zal zijn tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie.

K) Derde Vrijhandelstop EU-Latijns Amerika

Op 28 en 29 mei vindt de Derde Topconferentie tussen de EU en Latijns Amerika plaats in Guadelajara, Mexico. De top staat volledig in het teken van afspraken over vrijhandel. De agenda waartegen tienduizenden demonstranten zich hebben verzet bij de WTO-conferentie in Cancún en andere plekken, steekt zijn lelijke kop weer op.

L) Reactie op artikel over "Collectieve Preferenties" in WTO.ZIP nieuwsbrief nr 44


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp

 

A) GroenLinks: 'WTO zien als groen instrument'
(door Robin van Stokrom)

Is de WTO een geschikte organisatie ter verbetering van het milieu? GroenLinks vindt van wel en meent dat de EU, om druk uit te oefenen op de VS vanwege het niet nakomen van het Kyoto Protocol, "een forse importheffing" moet opleggen op energie-intensieve producten uit de VS. Hoe valt deze strategie van GroenLinks te beoordelen?


Tijdens het Kamerdebat over duurzaamheid in de Tweede Kamer op 19 april 2004 heeft de parlementaire partij GroenLinks gepleit voor importbelastingen op energie-intensieve producten uit de VS. De partij wil deze maatregel invoeren als straf voor de VS omdat zij het Kyoto Klimaatverdrag niet willen ratificeren. Volgens GroenLinks vormen de WTO-regels een legitimiteitsbron voor dit type handelssancties ter bescherming van het milieu.

Doordat de VS het Kyoto Protocol niet ratificeren hebben zij een "oneerlijk handelsvoordeel", terwijl klimaatverandering "een mondiaal probleem" betreft, beargumenteerde Wijnand Duyvendak in de Tweede Kamer namens GroenLinks. De partij wilt deze "oneerlijke concurrentie" opheffen door de centrale overheid van de VS te dwingen het Kyoto Protocol uit te voeren.

Volgens de WTO is het opleggen van importheffingen toegestaan zolang deze "noodzakelijk" zijn om "het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten te beschermen" (artikel XX van het GATT-verdrag). Dit artikel is het uitzonderingsartikel en is een van de voornaamste wetten voor de relatie tussen milieu en internationale handel. Het bepaalt de uitzonderingen waarmee handelsbelemmeringen beschouwd kunnen worden als legitiem. Volgens GroenLinks wordt van dit artikel weinig gebruik gemaakt "omdat landen beducht zijn de confrontatie met handelspartners te zoeken".

Uitlokken

Het idee van het opleggen van handelsbelemmeringen in verband met het Kyoto Protocol is niet nieuw. Zo bepleitte het internationale milieunetwerk Friends of the Earth voor een soortgelijke maatregel in 2002. Op basis van morele argumenten argumenteerden zij dat de tegenmaatregelen die de EU met toestemming van de WTO mocht nemen (compensatiemaatregelen van vier miljard euro voor een andere zaak), milieugerelateerd moesten zijn [2].

GroenLinks nu beargumenteert dat de EU het initiatief moet nemen om - zonder de toestemming vooraf van de WTO - met maatregelen te komen, en daarmee een zaak voor de WTO-geschillencommissie uit te lokken. Nederland moet hiervoor bij de Europese Unie pleiten, stelt milieuwoordvoerder Wijnand Duyvendak.

Een handelsbelemmering moet aan een aantal standaardvoorwaarden voldoen. Volgens uitzonderingsartikel XX mogen de beperkingen slechts opgelegd worden indien zij een legitiem doel beogen te bereiken, op wetenschappelijk bewijs berusten en noodzakelijk zijn "ter bescherming van eindige natuurlijke rijkdommen" of van "het leven en gezondheid van mensen, dieren en planten".

In principe kunnen staten milieustandaarden stellen, zolang de milieueisen voor producten uit binnen- en buitenland dezelfde zijn ("anti-discriminatiebepaling"). Staten hebben het recht om eigen nationale wetgeving te bepalen, maar zij hebben volgens de WTO-regels niet het recht om het milieu in andere landen te bepalen (middels handelssancties). De WTO-geschillencommissie heeft één uitzondering geaccepteerd. Is de nationale handelsbeperking gericht op het voorkomen van schade aan een door het internationaal milieurecht erkend bedreigde diersoort, dan heeft de handelsbelemmering een goede kans op legitimatie [3].

Legitiem?

De eis van GroenLinks ligt een stuk problematischer. Het klimaatprobleem beïnvloedt de aarde als geheel. Daarom hebben de besluiten in de VS ook hun invloed op het milieu in Europa en elders. Maar ook heeft klimaatverandering effect op de natuur als geheel, diersoorten en planten zullen in hun bestaan bedreigd worden en reeds bedreigde diersoorten zullen uitsterven. Recent wetenschappelijk onderzoek wijst dit ook uit [4].

De vraag is of het voorstel van GroenLinks de juridische toetsing doorstaat indien de handelsbelemmering doorgang zou vinden en aanhangig gemaakt wordt. Hoewel het milieu gevolgen ondervindt van de menselijke invloed op het klimaat, en de gevolgen wereldwijd te merken zijn, is de kans groot dat zo'n maatregel illegaal verklaard wordt. De maatregel is discriminerend. Het is alleen tegen de VS gericht en niet tegen de overige staten die het Kyoto Protocol evenmin uitvoeren, zoals Australië.

Indien de maatregel ook geldt voor de andere landen, dan zijn er nog andere uitvluchten mogelijk om de handelsbeperking illegaal te verklaren. Zoals het feit dat staten het Kyoto Protocol op diverse manieren kunnen implementeren, waardoor het effect van de milieumaatregelen als verwaarloosbaar beschouwd kan worden in relatie tot het doel. Indien dit laatste als bewezen wordt beschouwd voor de rechters van de WTO, dan is de maatregel discriminerend omdat het effect van de maatregel in geen verband staat met haar doel: het stabiliseren van het klimaat. Daarmee beoogt de maatregel een niet-legitiem doel en is zij voor de mondiale WTO-rechtbank niets meer dan een vorm van handelsprotectionisme. En dat is verboden.

Los van de effectiviteit van het beleid van nationale staten is er nog een ander zwaarwegend punt. Het voorstel van GroenLinks gaat om maatregelen tegen de aanbieders van energie-intensieve producten. Hierbij wordt niet het product zelf beoordeeld. Enkel wordt er gekeken of het Kyoto Protocol is geïmplementeerd door de staat. De wijze waarop is niet relevant. GroenLinks stelt hierbij een willekeurige benadering voor.

De VS zijn volgens Kyoto niet verplicht de energie-intensieve sector te belasten of om een systeem te ontwikkelen voor de handel in CO2-rechten dat gelijk is aan het systeem van de EU. De maatregel die door GroenLinks wordt voorgesteld zal daarom weinig kans hebben; paradoxaal genoeg vanwege de vrijblijvendheid van het Kyoto Protocol. Er wordt door GroenLinks niet gekeken of de energie-intensieve sector in de VS haar productiewijze moet aanpassen aan de milieueisen; er wordt gekeken of de VS het Kyoto Protocol uitvoert.

Groen&WTO

De vraag voor groene hervormers is of de WTO tot een groen instrument gemaakt kan worden. Het mobiliseren van de bevolking en steun zoeken vanuit de publieke opinie om dit soort tegenmaatregelen te eisen, zoals dit voorstel van GroenLinks voor een deel poogt, kan het bewustzijn doen toenemen over de complexiteiten van economische globalisering en kan uiteindelijk een versterkend effect hebben om de WTO te hervormen.

Terwijl groene hervormers actief dit type campagnes voeren, worden zij door het dominante discours en de zienswijzen in termen van problemen en oplossingen opgeslurpt. Parlementariër Duyvendak neemt nu moeiteloos het discours over van de energie-intensieve sector: door het niet nakomen van het Kyoto klimaatverdrag door de VS, heeft de sector een concurrentieprobleem. Duyvendak in de Kamer op 19 april: "De facto leidt dat tot een concurrentienadeel voor ons eigen bedrijfsleven" [5].

Door dit globaliseringsdiscours (competitie voor een mondiale "markt") niet ter discussie te stellen maar juist te gebruiken bij het aanbieden van "andere oplossingen" die de "vrije" markt groener moeten maken, doen de groene hervormers niets dan bevestigen dat neoliberale globalisering "God" is. Dit effect wordt nog versterkt doordat in dit geval de aangeboden oplossingen weinig kans van slagen hebben. Door dezelfde probleemdefinitie te hanteren (concurrienadeel), blijven ook klassieke oplossingen mogelijk, wat het liberale discours bevestigt en ruimte schept voor neoklassieke liberale globalisering.

Bovendien schept GroenLinks een beeld van de WTO als een herder van het grootste milieuprobleem dat we kennen: de klimaatdestabilisatie. En ook dat is volkomen in lijn met datgeen wat liberale goeroes ons op de mouw willen spelden.


Noten:
[1] "Strafheffing op Amerikaanse producten na boycot Kyoto", Persbericht GroenLinks, van 19 april 2004, http://www.groenlinks.nl/2ekamer/nieuws/Nieuwsbericht
[2] "EU should target US genetically modified food and energy intensive products in trade", Persbericht Friends of the Earth, van 16 september 2002, http://www.foeeurope.org/press/AW_16_09_02_GMOsynergy.htm
Zie ook http://www.globalwarming.org/article.php?uid=95 voor meer juridische argumenten. Een jurist pleit ervoor dat de VS ofwel het Kyoto Protocol moet ratificeren, ofwel de gezette handtekening moet schrappen.
[3] "Milieubescherming en de WTO", in scriptie "Sociale Bewegingen en Wereldhandelspolitiek" (pp. 66-70), door Robin van Stokrom, te downloaden via http://www.globalinfo.nl/filemanager/download/2/robinwto.pdf
[4] "Feeling the heat: Climate change and biodiversity loss", Nature nr 8, van januari 2004, http://www.nature.com/nature/links/040108/040108-1.html
[5] "Verslag van een notaoverleg d.d. 19 april 2004, nota Duurzame daadkracht". Tijdelijke link voor het stenografisch verslag: http://www.tweedekamer.nl/images/22_33891.do


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B) Overleeft Europa de vergrijzing?
(door Rodrigo Fernandez [*])

Voor de Europese Unie en Europese politici is de vergrijzing het ideale breekijzer om de verzorgingstaat te privatiseren en de jammerende financiële markten te voeden. Maar wat zijn de gevolgen en wie betaalt?


De samenstelling van de Europese bevolking verandert. Het aandeel van oudere mensen stijgt ten opzichte van de rest van de bevolking. Van de drie elementen die de vergrijzing veroorzaken - lager geboortecijfer, hogere levensverwachting en restrictrief migratiebeleid - is alleen de migratie direct door de politiek te beïnvloeden. In de toekomst zal migratie (lees: toelatingsbeleid) steeds meer bepaald worden door de arbeidsmarktwensen van werkgevers.

Los van de migratiepolitiek is vergrijzing vooral een verhaal van pensioenfondsen, financiële markten en de privatisering van de solidariteit. Doordat de samenstelling van de bevolking verandert, komt het zogenaamde omslagsysteem onder druk te staan. Het huidige systeem voorziet niet in een spaarregeling, maar de premies van mensen die werken worden meteen omgezet in bijdragen voor de AOW-voorziening voor ouderen.
Naast de AOW bestaat het systeem van pensioenfondsen, waarbij gepensioneerden extra geld krijgen uit een fonds waar gedurende hun arbeidsleven geld in is gestort.

Privatisering

In heel Europa staat het collectieve systeem van de oudedagsvoorziening onder druk. Het omslagsysteem, zo luidt het neoliberale devies, moet grotendeels worden vervangen door persoonlijk gebonden en privaat beheerde pensioenfondsen. Daarbij zal geen sprake meer zijn van een vastgestelde uitkering, wel van een vastgestelde (eigen) bijdrage. De hoogte van het feitelijke pensioen hangt af van de marktprestatie van het pensioenfonds op het moment van pensionering.

De achterliggende gedachte is dat marktkrachten efficiënter zouden zijn en er een toename is van keuzevrijheid - voor wie het kan betalen. De tweeledige strategie van de voorstanders is om enerzijds de overheidsfinanciën 'gezond' te maken door vervanging van het omslagsysteem door een privaat stelsel, en om anderzijds de economie te versterken door een algehele deregulering en privatisering.

De chronische honger van de financiële markten

Nu even terug naar de realiteit. De 'alles begrijpende' financiële markten veranderen het gedrag van bedrijven en overheden. Bedrijven die de tucht van de financiële markten ondergaan en zich onderwerpen aan haar wetten zijn bedrijven die voor shareholders value - hogere koersen en dividenten - moeten werken.

De strategie om deze shareholders value te vergroten leidt tot korte termijn winstbejag. Winstmaximalisatie moet nog sneller dan voorheen worden gerealiseerd. Daarnaast is er een verschuiving van investeringen in de reële productiesfeer (meer of nieuwe productie) naar investeringen in financiële markten (geld uit geld genereren). Dit is een wezenlijk verschil, aangezien de manier van concurreren tussen grote bedrijven verandert. Dat leidt op zijn beurt tot een grotere mobiliteit van kapitaal en een toename van kapitaal dat circuleert op financiële markten. De machtspositie van grote bedrijven ten opzichte van de zich steeds verder terugtrekkende nationale overheden wordt zo versterkt. Dit is de kern van het proces dat we economische globalisering noemen.

Als shareholders value de allesbepalende factor van economisch handelen wordt, leidt dit in de regel tot een sterkere kapitaalconcentratie en schaalvergroting. Meer in het algemeen vindt een verdere verwijdering plaats tussen de behoeftes van mensen en de belangen van het (internationale) bedrijfsleven. De reële economie, of simpelweg de reële wereld, komt steeds minder voor in de overwegingen van managers en beursanalisten.

Lost de markt alles op?

Om terug te komen op het probleem de vergrijzing zien we twee problemen.
In de eerste plaats wordt door het overleveren van de oudedagsvoorziening - en in feite de hele verzorgingsstaat - aan de markt, een groot deel van de samenleving afhankelijk van de (onvoorspelbare) ontwikkelingen op de financiële markten. En - in tegenstelling tot wat sommige analisten denken - valt er geen verzekering af te sluiten tegen marktverliezen.

In de tweede plaats is het de vraag of de grote hoeveelheid geld die zich concentreert op financiële markten ook geïnvesteerd zal worden in de samenleving. De reële problemen en kosten van de vergrijzing zijn veel groter dan enkel de oudedagsvoorziening - denk alleen al aan de kosten van de gezondheidszorg. Volgens het neoliberale model komen deze kosten en problemen op het bordje van financiële reuzen.

Te vrezen valt dat het eigenbelang van ondernemingen en financiële instellingen niet te combineren valt met zaken van gemeenschappelijk belang. Zelfs het Internationaal Monetair Fonds vraagt zich af wie de rekeningen zal betalen. Een aantal maanden geleden stond het probleem van de hoge lasten van vergrijzing, maar ook van andere zaken als de effecten van de klimaatverandering, prominent op haar agenda.

De 'coalition of the brave'

Er is een brede coalitie, die wereldwijd het neoliberale programma van privatisering en deregulering doordrukt. Het meeste werk is verricht door Wereldbank en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
De Wereldbank treedt met name buiten de Europese Unie op als 'adviseur', binnen de Unie is dat vooral de OESO.

Verschillende werkgeversorganisaties, aan het bedrijfsleven verbonden instituten en individuele ondernemingen zijn ook zeer actief binnen deze 'coalition of the brave'. In het lijstje van 'aandachtspunten' dat het bedrijfsleven regelmatig aanbiedt aan nationale en Europese politici ontbreekt nooit de wens van verdergaande privatisering.

Een bijzondere rol is weggelegd voor de Europese Commissie als hoedster van het neo-liberale beleid. De Lissabon agenda - het streven om de Europese economie in 2010 de meest concurrerende ter wereld te maken - geeft aan de opbouw van geprivatiseerde pensioenfondsen een belangrijke plek. Deze 'hervorming' van de pensioenfondsen is tevens belangrijk voor het creëren van pan-Europese financiële markten.

Parametrische hervormingen

Toch duurt het heel lang voordat dit beleid daadwerkelijk uitgevoerd is. Er zijn ook beleidsgebieden die wat concreter zijn en die sneller op de agenda komen, zoals langer werken, meer premie betalen en verlaging van de pensioenuitkering. En natuurlijk bezuinigen volgens de methode van de jaren tachtig. Deze parametrische hervormingen ziet de 'coalition of the brave' als een eerste stap die gevolgd moet worden door het echte werk: de privatisering van het pensioensysteem, de opbouw van private pensioenfondsen en het sterk vergroten van de financiële markten.

Het probleem voor de coalitie is dat er verschillende belangen zijn binnen de Europese Unie. Zo hebben Frankrijk en Duitsland relatief kleinere pensioenfondsen en veel kleinere financiële markten dan Nederland, en daarmee een langere takenlijst.
Inmiddels zijn de spanningen binnen Duitsland en Frankrijk maar ook tussen deze landen en de 'coalitie' zo hoog opgelopen dat het bedrijfsleven openlijk twijfelt of hun droom ooit nog werkelijkheid zal worden. En hoe langer gewacht wordt, hoe moeilijker het politieke spel wordt.


[*] Ingekort door Rob Bleijerveld.
Het origineel is te vinden in 'Geen Paniek' (jg 1, nr 1) van 1 mei 2004 (http://www.geenpaniekmagazine.nl)


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) ABN-AMRO op rooftocht in Canada
Verzet tegen privatisering gezondheidszorg in Canada zwelt aan
(door Kees Stad)


In februari werd bekend dat besloten is om een deel van de publieke gezondheidsvoorziening in Vancouver te privatiseren. Werknemers van drie ziekenhuizen in het distrikt Victoria pikten dat niet en gingen over tot bezetting van toegangswegen en restaurants van de ziekenhuizen. De maatregel zal meer dan duizend mensen hun baan kosten. Als de private ondernemingen het werk over nemen, bedraagt het loon dat uitbetaald wordt nog maar de helft (van 19 canadese dollars naar 9 of tien dollar per uur).

P3-model

Dergelijke conflicten spelen momenteel in heel Canada. Vele deelstaatregeringen zijn het beruchte P3-model gaan hanteren voor publieke diensten: Private Public Partnerships. Een deel van de bedrijfsvoering wordt daarbij uitbesteed aan particuliere bedrijven. Het model wordt niet alleen in de gezondheidszorg ingevoerd maar ook op allerlei andere voormalige publieke terreinen zoals onderwijs, watervoorziening en elektriciteit. Voor de overheden heeft het model het voordeel dat er investeringen aangetrokken worden die ze zelf niet meer hoeven te plegen. Maar voor de werknemers betekent het over het algemeen drastische achteruitgang van hun rechten en voor de afnemers van de diensten dat de dienstverlening in kwaliteit achteruitgaat en duurder wordt.

Op de achtergrond van deze ontwikkelingen spelen de onderhandelingen voor de vorming van een Amerikaanse vrijhandelszone (FTAA). Deze zou in januari 2005 definitief gevormd moeten zijn. Officieel zijn zuiver publieke sectoren uitgesloten van de FTAA-regulering. Maar gemengde modellen, zoals daar waar P3 toegeslagen heeft, worden er niet langer uitgesloten.

Slechte ervaringen

Veel Canadese deelstaten hebben al in de jaren negentig op P3 ingezet. De eerste deelstaat die omging was Nova Scotia, die in 1994 een bouwbedrijf inschakelde om dertig scholen op te richten. Daarbij ging zoveel fout, dat de lokale overheid besloot nooit meer op deze manier scholen te stichten. Zo besloot het private consortium bijvoorbeeld scholen op grond te bouwen die ze bezat, in plaats van in de binnenstad waar de scholen nodig waren. Ook bleken de scholieren maar beperkt toegang tot de gebouwen te hebben, omdat het consortium zich het recht toeeigende om de lokalen ook aan anderen te verhuren. Een andere schoolvoorbeeld van mislukte privatisering was de watervoorziening in Walkerton, Ontario. Daar stierven in mei 2000 zeven mensen aan infecties door het drinken van water nadat de kwaliteitscontrole uitbesteed was aan een privé-bedrijf. Daarna besloot de overheid de gedeeltelijke privatisering gehaast terug te draaien. Net op tijd, want als het FTAA-verdrag eenmaal ondertekend is, is een dergelijke terugdraaiing onmogelijk.

Schadeclaims door bedrijven

In de concepttekst van het FTAA-verdrag is bijvoorbeeld een kopie opgenomen van het beruchte artikel 11 van het NAFTA-verdrag ("vrij"handelsverdrag van de VS, Canada en Mexico), dat bedrijven het recht geeft om maatregelen van overheden aan te klagen bij een speciale geschillencommissie. Sinds het NAFTA-verdrag in 1994 van kracht werd, hebben Canadese overheden al miljoenen dollars schadevergoeding moeten betalen omdat buitenlandse bedrijven voor de geschillencommissie maatregelen van lokale overheden hadden aangevochten.

Een helder voorbeeld is de zogenaamde Fall Sun Belt Water-klacht. Een bedrijf uit Californië met die naam incasseerde 468 miljoen dollar schadevergoeding omdat de deelstaat British Colombia een wet had uitgevaardigd die de export van water verbood, waarmee een overeenkomst met Sun Belt kwam te vervallen. Met behulp van NAFTA hebben bedrijven uit Canada en de VS echter de onbeperkte toegang tot Canadees water (inclusief meren, bronnen en gletchers) verworven en als de overheid uit milieuoverwegingen of om andere redenen de uitbaters daarvan beperkingen op wil leggen, worden ze voor de geschillencommissie gesleept en delven ze het onderspit.

Een soortgelijke situatie dreigt nu dus ook op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg te ontstaan. Geen wonder dat vakbonden en maatschappelijke organisaties op hun achterste benen staan.

'Corporate sick shops' en ABN-AMRO bank

Een bijzonder geval in deze context is wat zich afspeelt in de deelstaat Ontario met een bekende Nederlandse bank als hoofdrolspeler. De regering van Ontario wil in Ottawa en Brampton oude ziekenhuizen opheffen en vervangen door nieuwe die voor een groot deel door het bedrijfsleven uitgebaat zullen worden. Voor Canadezen, die een goede vergelijking kunnen maken met de situatie in buurland VS, is hun gezondheidsstelsel echter veel waard. Er bestaat dan ook veel verzet tegen het plan. Het onderzoeksinstituut Polaris Institute noemt de nieuwe ziekenhuizen 'corporate sick shops'. Zowel voor de werknemers in de ziekenhuizen als voor de patienten, zal het een flinke achteruitgang betekenen. De overheid verdedigt de uitverkoop met het verhaal dat de kosten voor gezondheidszorg de pan uitgerezen zijn en onbetaalbaar zijn geworden.

Aanvankelijk waren er drie consortia die een bod deden op de vorming van het nieuwe ziekenhuis van Ottawa, Twee daarvan, die gefinancierd werden door Canadese banken, hebben zich teruggetrokken. Het enige consortium dat overgebleven is, Access Health Canada, heeft de Nederlandse bank ABN-AMRO als geldschieter. Deze bank probeert dus rijk te worden van de afbraak van het Canadese gezondheidsstelsel. Vanuit Canada wordt gevraagd om ABN-AMRO duidelijk te maken dat niemand daarop zit te wachten, behalve wat neoliberale politici.


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) Debat over toeeigening of toeeigening van het debat
Een blik over de grens
(door Renate Ebner)


Bezuinigen! Flexibiliseren! Dereguleren! Privatiseren!

In heel Europa worden dezelfde neo-liberale mantra's verkondigd. Ook in het Nederland van het kabinet Balkenende II en in het Duitsland van de regering Schroeder. Partijen, vakbonden, de kerken of sociale fora betogen tegen die koers. Maar of het protest nu bescheiden is (zoals hier) dan wel massaal (zoals daar [1]) - effect heeft het niet. De sloop van de rechten en verworvenheden van de welvaartsstaat gaat gewoon door.

En dan is er nog de radicale oppositie, de andersglobalisten. Wat hen beweegt en wat zij doen (of laten) is onlangs in Vrij Nederland op een rij gezet [2]. In het artikel "Andersglobalisten in Nederland, god straft wie activist in Holland wil zijn" gaat E. Nieuwenhuis op zoek naar verklaringen voor het raadsel dat men zo weinig merkt van de Nederlandse andersglobalisten.
J.W. Duyvendak wijst hem op de "typisch Nederlandse consensus-cultuur", het ontbreken van een "gunstige politieke context" (lees: Paarse kabinetten) en last but not least de effecten van het fenomeen Fortuyn. Nieuwenhuis' diagnose: "Het 'eigen kaas eerst'-sentiment raakt de juiste snaar bij de Fransen. De Nederlandse andersglobalisten hebben geen thema gevonden dat Nederlanders weet te raken en aansluit bij mondiale problematiek [3]."

En in Duitsland?

Daar lijken de andersglobalisten iets gevonden te hebben wat aanslaat en voor verbreding kan zorgen. Het betreft geen kaas, bier of auto van eigen bodem maar een concept voor verzet tegen de neo-liberale opmars: Aneignung, toeeigening, appropriation, appropriación, istimlaek, tamalluk, zhanyou [4].

Aneignung en Umsonst

De oorsprong van de lopende discussie over 'Aneignung' ligt in antikapitalistisch en andersglobalistisch Berlijn. De aanzet voor de discussie vormden de goede ervaringen met een nieuwe locale aktievorm: "Berlin Umsonst" [5]. Dit idee zag in het voorjaar van 2003 het licht en heeft nu, 1 jaar later, navolging gevonden in tenminste vijf andere Duitse steden. Er zijn talrijke acties gevoerd in het kader van de 'Umsonst-Idee'. "Het concept van de Umsonst-idee werkt." [6].
Het devies luidt: "Alles voor allen. En wel gratis." Dresden Umsonst: "Schoener Leben jetzt und fuer alle! - We willen laten zien dat bepaalde behoeftes bij het leven horen en hun bevrediging daarom voor allen mogelijk moet zijn. We nemen er geen genoegen meer mee om voor bioscoop, zwembad, bibliotheek, bus, kleuterspeelzaal, sportvereniging etcetera steeds meer te moeten betalen of buiten te moeten blijven [7]."

Sterke kanten

Naam en motto van de 'Umsonst-Idee' zijn inmiddels een label. Dat lijkt geen toeval. De 'Umsonst-Idee' is namelijk niet alleen simpel maar ook een aantrekkelijk strategisch concept. Hier zes sterke kanten op een rij, wie doordenkt vindt allicht meer.

1. De 'Umsonst-Idee' richt zich op het hier en nu. Dit is waar de problemen (ontslag, introductie van collegegeld, verlies van werkloosheidsuitkering, sluiting van kleuterspeelzalen, enzovoorts) zich voordoen en door het individu moeten worden opgelost. Daarmee steekt het concept scherp en positief af bij regeringsbetogen (over begrotingsdiscipline, geduld, toekomstige generaties en dergelijke), enerzijds, en marxistische betogen (over revoluties op langere termijn), anderzijds. "In the long run we are all dead", zoals Keynes treffend zei.
2. De 'Umsonst-Idee' sluit met het motto "Alles voor allen" elke twijfel over haar universele bedoelingen uit. Daarmee staat het concept opnieuw lijnrecht tegenover de steeds verfijnder uitsluitings- en beheersingsregimes van de staat, maar ook de nationalistische onderstroom van de gematigd kritische oppositie die lijkt te opereren volgens het principe van eigen werklozen/bejaarden/zieken etcetera eerst [8].
3. De 'Umsonst-Idee' stelt de behoeftes centraal waar neo-liberale politiek hen opoffert uit naam van de "Sachzwanglogik" (logica van de "feitelijke noodzaak"). Wie de leefwereld en behoeftes van mensen als uitgangspunt neemt, haalt het TINA discours - There is no alternative - onderuit [9]. De legitimatie van neo-liberaal beleid komt zo onder vuur te liggen. En belangen en belangentegenstellingen keren terug naar de politieke agenda en arena.
4. De 'Umsonst-Idee' hanteert als basis de onvervreemdbare rechten van de mens. Wat een naïeve notie en/of open deur lijkt, kan het hart van het neo-liberale gedachtegoed dodelijk raken, mits consekwent volgehouden. Te ver gezocht? Op 21 januari 2004, zagen drie leden van 'Dresden Umsonst' hun huizen binnengevallen en zichzelf afgevoerd voor foto's, vingerafdrukken en ondervragingen. Was getekend Binnenlandse Veiligheidsdienst [10].
5. De 'Umsonst-Idee' eist de vrije toegang tot basisgoederen en -voorzieningen uit naam van de vrijheid tot een leven in zelfbeschikking voor iedereen. Het Umsonst-concept vult daarmee het begrip "vrijheid" radikaal en utopisch in. "We bedoelen hiermee noch de liberale opvatting van vrijheid die beperkt is tot het aangaan van (marktgerichte) contracten noch de pogingen tot sociale hervorming door middel van gelijke kansen en rechtvaardige verdeling die de marktprocessen moeten corrigeren [11]."
6. In de 'Umsonst-Idee' gaan mensen (samen) tot actie over in plaats van hun hoop te vestigen op de staat. De Umsonst-idee voorziet niet in overleggen met, lobbyen of smeken bij het politieke en economische gezag. Daarmee vermijdt het de valkuil van de gematigd kritische oppositie, namelijk de idee dat "inhoudelijke argumenten" in combinatie met het appel aan het welbegrepen eigenbelang het neo-liberale beleid wel zal doen wijzigen [12].

Kan nog beter

Ondanks alle strategische charme van de 'Umsonst-idee' blijkt er nog ruimschoots behoefte aan een betere uitwerking van het concept, zowel in praktisch alsook in principeel opzicht.
Neem de gratis-zwemakties: geen punt voor jonge mensen, maar hoe speel je het klaar voor mensen die ouder, slecht ter been, in gezelschap van kinderen of zonder verblijfspapieren zijn? Kortom: hoe maak je de sociale akties voor allen toegankelijk?
Een ander voorbeeld betreft de theorievorming: wat te doen met het cruciale verschil tussen de toeeigening van kapitalistisch geproduceerde goederen en diensten, enerzijds, en de toeeigening van de productiemiddelen, anderzijds [13]? "We don't want a (bigger) piece of the cake, we want the whole bloody bakery?" De slogan is oud, maar het aangesneden dilemma is actueler dan ooit. Wat zijn TRIPS, GATS, copyright-regimes en dergelijke immers anders dan benamingen voor strategieën voor privé-toeeigening van "the whole bloody bakery"?

Congres BUKO: het einde van de bescheidenheid

Over deze en vele andere kanten van 'Aneignung' wordt van 20 tot 23 mei in Kassel verder gepraat. Dan houdt de BUKO - Bundeskoordination Internationalismus - haar jaarlijkse congres [14].
Terwijl in de officiële betogen continu wordt gehamerd op het aanhalen van de broekriem en het opgeven van sociale rechten, gaat de BUKO juist in het offensief en roept op tot "het einde van de bescheidenheid." En hanteert daarbij 'Aneignung' als strategische invalshoek.
"Op het bondscongres 2004 staat toeeigening centraal. Of het perspectief van toeeigening daadwerkelijk kan bijdragen tot een sterkere en duidelijkere rol van de praktische kritiek op de kapitalistische maatschappij in het dagelijkse leven, zal uit de praktijk moeten blijken. En over deze praktijk, die nog maar net begonnen is, willen we op dit congres debatteren. De nadruk ligt op de vraag waar anti-hegemoniale wijzen van toeeigening bestaan en hoe zij een collectieve en politieke functie kunnen krijgen. Tevens ligt hier een link met kwesties van representatie en cultureel bepaalde wijzen van toeeigening," aldus Berlin Umsonst [15].

Gangmaker Arranca!

Ook publicitair is het debat over het concept 'Aneignung' verder op stoom gekomen. Het tijdschrift Arranca! is een van de gangmakers. Arranca! heeft twee themanummer's over 'Aneignung' uitgebracht. "Aneignung I" bevat een inleidend essay op basis van de Berlijnse ervaringen en een reeks artikelen over praktijken van toeeigeningen uit diverse landen (waaronder het legendarische verhaal van de (de-)privatisering van het water in Bolivia. In "Aneignung II" staan beschouwingen over de theoretische en historische kanten van het begrip, bedoeld voor dieper inzicht en lering uit het verleden.

In Duitsland hebben de andersglobalisten dus Kassel en het einde van de bescheidenheid op de agenda gezet.

En in Nederland?

Daar staat voor september het Nederlands Sociaal Forum op de agenda. Offensieve toestanden (of een debat over onteigening en toeeigening) vallen hierbij vooralsnog niet te verwachten. Ongeacht de staat van ontbinding van het inmiddels officieel dood verklaarde poldermodel houden heel belangrijke trekkers namelijk vast aan praten en samenwerken. Omdat het meer oplevert dan ... eh ja [16].

Postmodern

Reeds in juni staat voor andersglobalisten het Festival van de Globalisering (http://www.festivalglobalisering.nl) op de agenda. De organisatie ligt in handen van de stichting festivalglobalisering ofwel veel vrijwilligers plus een bestuur. Wie de bestuurders zijn - volgens E. Nieuwenhuis "vijf dertigers die geen of nauwelijks banden hebben met andersglobalistische organisaties" [17] - vermeldt de website niet, wel hun filosofie: "Het bestuur stuurt op visie, niet op inhoud. De echte inhoud komt vanuit de werkgroepleden. Niemand heeft de wijsheid in pacht, veel moet ontdekt worden."
Bekeken door deze postmoderne bril zijn belangentegenstellingen een overblijfsel uit een nog onvoldoende door gesprek (niet 'debat'), respect (geen mens, bedrijf, opvatting is 'fout') en saamhorigheidsbesef verlichte opvatting van mens en economie. Onteigening of toeeigening zijn begrippen die thuishoren op een planeet die hiervan lichtjaren verwijderd is...

Onteigening en toeeigening?

Wat het NSF en het Festival van de Globalisering ook mogen opleveren, twee zaken lijken helder: een debat over globalisering in termen van onteigening en toeeigening vindt in Nederland niet plaats; ont- en toeeigening van het debat zelf daarentegen wel.

Van wie was, is, en wordt het debat over globalisering? Dat de strijd hierover alsmaar feller woedt, is op zich goed nieuws. Dat "toeeigening van boven" van het debat over globalisering plaatsvindt, is een feit en op zich niet verrassend (kijk maar naar de lotgevallen van het begrip "vrijheid" of "mensenrechten"). Dit te willen veranderen of terugdraaien, lijkt ondoenlijk, dom en tijdsverspilling. De aandacht kan veel beter uitgaan naar belangrijkere kwesties zoals: wie deden en doen er allemaal mee, met welke motieven en doelen, met welke mogelijkheden en beperkingen en wie of wat bepalen deze [18]?

Of, om in termen van bakkerij te spreken: wat wordt voor zoete koek aangenomen? Wat zijn de misbaksels? Wie krijgt een koekje van eigen deeg? Komt er een taartgevecht? Zal iemand zich verslikken? En waaraan?

Bak er iets moois van!


Noten:
[1] Voor informatie over protesten in Duitsland, zoals de landelijke demonstratie "Gegen Sozialraub und Agenda 2010" op 1 november 2003, de stakingen op de universiteiten en de europese aktiedagen op 2 en 3 april 2004 tegen de afbraak van de sociaalstaat, zie: http://www.jungle-world.com
[2] In Vrij Nederland, van 8 april 2004, http://www.attac.nl/attac-nw/op-vn.html De revue passeren Attac (oud en nieuw), de laatste WTO-toppen, de grote NGO's, de WSF en geplande NSF, het FNV, Keer het Tij, Jan Willem Duyvendak en Kees Hudig.
[3] In hetzelfde VN-artikel. Overigens gelooft Duyvendak wel dat dit kan veranderen nu een "harde, rechtse regering (die) het neoliberale gedachtegoed uitdraagt, wat de andersglobalisten een gezamenlijke vijand geeft die veel burgers ook als verwerpelijk ervaren."
[4] In "Aneigung I", door Arranca! nr 28, winter 2003/2004, http://arranca.nadir.org/index.php3
[5] Wat hieraan vooraf ging valt na te lezen in "Die Vermittlung von Grenzperspektiven", in "Aneignung I" (zie noot 4).
[6] Martin Kroeger in "Ein Label fuer LAU", Jungle World nr 7, van 4 februari 2004. De steden zijn Koeln, Hamburg, Halle, Freiburg, Dresden.
[7] "Umsonst", p. 3, in "das ende der bescheidenheit", het krantje van de Bundeskoordination Internationalismus (BUKO) over haar jaarcongres van 20 t/m 23 mei. Voor programma en teksten, zie: http://www.buko.info
[8] Zie "Die Aneignung des Lebens", door Moe Hirlmeier, in "Aneignung II" nr 29, voorjaar 2004.
http://arranca.nadir.org/index.php3
[9] Uitspraak van Thatcher. Niet voor niets komt de leuze "een andere wereld is mogelijk" altijd terug bij andersglobalistische akties.
[10] Zie: http://www.dresden-postplatz.de/dresdenumsonst. Overigens blijkt de Staatssicherheit inmiddels berispt voor haar overenthousiasme.
[11] "Annaeherung an eine andere Aneignung", door de Arranca!-redactie, in "Aneignung I" (zie noot 4).
[12] "Sinds begin van de jaren '90 heeft er een radikale verandering van politiek en discours plaatsgevonden. Wat van de beweging overgebleven is, raakte voor het grootste deel geïnstitutionaliseerd als professionele NGO's, die het politiek advieswerk als hun missie zien. Dat is gebaseerd op het geloof in het betere argument en het begrip van het verlichte individu, dat in het 'welbegrepen' eigen langetermijns belang de uitbuiting van mens en natuur opgeeft en een verandering van de politiek bewerkstelligt."
In: "Wer stets das Gute will. Zur Kritik des alten Internationalismus", pagina 'Weltwirtschaft' van de BUKO website (zie noot 7).
[13] "Aneignung - Anmerkungen zu einem ambivalenten Konzept", door ASSW van de BUKO en de Arranca!-redactie, in "Aneignung II" nr 29, voorjaar 2004.
[14] De BUKO is een onafhankelijke koepel van meer dan 150 derde-wereld-groepen, organisaties bezig met ontwikkelingspolitiek, internationalistische initiatieven, solidariteitscomitees, winkels, campagnes en tijdschriften. Meer info: http://www.buko.info
[15] Zie noot 7.
[16] "Maar wij blijven geloven in dialoog en overleg, daar bereik je meer mee dan (met) blind (!) protest," aldus Sylvia Borren, chef van NOVIB. "(...) inderdaad, wij voeren liever overleg dan dat we eieren breken... Met overleg bereik je meer, in ieder geval in Nederland," aldus Lodewijk de Waal, chef van het FNV. Beiden in het VN-artikel (zie noot 2).
[17] Zie noot 2.
[18] Vrij naar Christian Bruett's "Von Hartz zur Agenda 2010 oder: Ueber An- und Enteignungsverhaeltnsse im aktivierenden Sozialstaat", in "Aneigung I" (zie noot 4).


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


E) Internationale vrouwenbeweging, WTO en EU-handelsbeleid:
Diskussies en conferentie over confrontatie en integratie
(door Rob Bleijerveld)


Conferentie "Globalising women's rights"

Van 20 tot en met 22 mei wordt de jaarlijkse conferentie van Women in Development Europe/WIDE gehouden in Bonn [1]. De conferentie, waarvoor wereldwijd is uitgenodigd, heeft als titel "Globalising women's rights: Confronting unequal development between the UN rights framework and the WTO trade agreements". Geprogrammeerd zijn diverse diskussies over politieke perspectieven van en strategieën ten aanzien van de WTO handelsakkoorden, de VN Vrouwenconferentie Beijing 2005, en het Europese beleid voor handel en ontwikkeling. Een paar van de discussiethema's zijn:

- "Ontwikkelingsgerichtheid, sociale bewegingen en 'lokalisatie' als strategieën tegen de neoliberale agenda voor economie en handel";
- "De gevolgen van internationale verdragen voor het levensonderhoud ['livelihood'] van vrouwen in 4 regio's en de ruimte voor nationaal beleid voor het proactief opleggen van vrouwenrechten en gender rechtvaardigheid";
- "EU-beleid voor ontwikkeling en handel: tussen bedrijfsbelangen en duurzame ontwikkeling"; en
- "Sociale Fora: hoe feministische perspectieven te integreren in de andersglobaliserings/sociale rechtvaardigheidsbeweging?"

Hieronder een vertaald artikel dat kort ingaat op de politieke agenda van de internationale vrouwenbeweging na Cancún en op de vraag of 'gender mainstreaming' een middel kan zijn (of niet) om het WTO- en EU-beleid aan te passen. Het verslag van een diskussiebijeenkomst, op 12 maart 2004, getiteld "Women's Rights and the Multilateral Trading System: The Politics of Gender Mainstreaming at the WTO" gaat hier uitgebreider op in [2].


Post-Cancún uitdagingen voor feministen (door Maria Karadenizli [3])

Terwijl feministische organisaties ook na afloop van de Cancún Top de voortgang van WTO-onderhandelingen op kritische wijze blijven volgen, zien ze zich nog steeds geconfronteerd met allerlei moeilijke vragen. Gegeven de complexiteit van de WTO-onderhandelingen en de uiteenlopende strategieën van de WTO-lidstaten zijn feministische organisaties genoodzaakt een brede politieke agenda te ontwikkelen die zich richt op de volgende thema's:

- Hervorming van de WTO-struktuur en herziening van de WTO-akkoorden ten behoeve van bevordering van duurzame ontwikkeling, van status en macht van vrouwen ['women's empowerment'] en van de gelijkheid tussen vrouw en man als een mensenrechtenkwestie en onherroepbare voorwaarde voor sociale rechtvaardigheid;
- Transparantie en aanspreekbaarheid ['accountability'] in WTO-onderhandelingen;
- Integratie van genderanalyse in het maken van handelsbeleid, met als doel het formuleren van een op menselijke ontwikkeling gerichte opstelling ['approach'] ten aanzien van het 'gangbare' neoliberale handelsmodel van de grote economische machten en transnationale bedrijven;
- Ontwikkeling van alternatieven voor de agenda van liberalisering van handel gebaseerd op sociaal denken en solidariteit op lokaal, regionaal en internationaal niveau [4].

Op het internationale vlak heeft de recente oprichting van de UN Interagency Task Force on Gender and Trade [5] - geleid door UNCTAD - de belangstelling voor UNCTAD's werk weer opgeroepen bij feministische groepen, vooral vanwege de komende UNCTAD XI Conferentie [6]. Vanwege het zeer ondemocratische karakter van het WTO-systeem zien feministische organisaties in de versterking van het VN mensenrechtensysteem (en de rol van de UNCTAD in het bijzonder) een mogelijkheid om de macht van de WTO te verminderen ['counterbalance']. Een mogelijkheid om een uitgesproken feministisch perspectief in te brengen in internationale discussies over de verbanden tussen nationale ontwikkeling en internationaal handels- en investeringsbeleid, alsmede de gevolgen daarvan voor het levensonderhoud van vrouwen.

Tegelijkertijd hebben diskussies over het opzetten van een gender-departement in de WTO geleid tot levendige debatten. Sommige organisaties beschouwen 'gender mainstreaming' als een belangrijke politieke strategie voor beïnvloeding van de WTO-onderhandelingen en -processen. Andere spreken zich duidelijk uit tegen een dergelijk integratiebeleid en wijzen op de noodzaak van inperking van het bereik van de WTO, in plaats van uitbreiding van haar mandaat met nieuwe onderwerpen.

Het debat moet echter vergezeld gaan van een kritische beschouwing van regionale en nationale 'gender mainstreaming'-initiatieven. Zo blijft het formuleren van handelspolitiek door de EU gekenmerkt door een beperkte institutionele bereidheid om genderkwesties op te nemen en door politieke weerstand tegen de oproepen van 'civil society' voor een radicale hervorming van handelsakkoorden. Zelfs na een periode van interne reflectie [7] bleek de Europese positie niet of nauwelijks veranderd. De Unie blijft doorgaan met het naar voren schuiven van een door bedrijven opgestelde agenda. Daarmee worden ontwikkelingsstaten onder druk gezet om investerings- en dienstensectoren te openen voor handelsliberalisering met als argument dat dit "essentiele elementen" zijn voor ontwikkeling. Op landbouwgebied vindt de EU het daarentegen - en ondanks de politieke gevoeligheid van deze kwestie - niet noodzakelijk om verdere "concessions" te doen omdat de Unie al een grote mate van flexibiliteit getoond zou hebben in Cancún.

Binnen deze politieke context zal WIDE doorgaan met het kritisch beschouwen van de Europese onderhandelingspositie op bovenstaand terrein. Daarnaast richt WIDE zich op verhoging van bewustwording over de gevolgen van de WTO-akkoorden voor genderrelaties en voor vrouwen in hun rol als producent, arbeider en zorgverlener voor gezin en gemeenschap. Sustainability Impact Assessments/SIA's [8] spelen een centrale rol in WIDE's analyse als een potentiele politieke ruimte om een genderperspectief te integreren in het Europese handelsbeleid. Kijkend naar de relatie tussen SIA's en het Europese handelsbeleid stelt WIDE twee eisen ten aanzien van de lopende evaluaties. Ze moeten gebaseerd zijn op een kritische visie ten aanzien van de internationale context van handelsbesprekingen, en ze moeten leiden tot een algehele herziening van de Europese onderhandelingspositie in de WTO.

Doordat genderkwesties en vrouwenstemmen grotendeels afwezig zijn in handelsbeleid blijft de ontwikkeling van mensengerichte en gendergevoelige internationale handelsakkoorden die de toegang van vrouwen tot hulpbronnen vergroten en hun macht en status bevorderen het centrale punt op de agenda van WIDE.


Noten:
[1] Programma: http://www.eurosur.org/wide/Structure/AC_04Pro.htm
[2] Verslag door Alexandra Spieldoch van bijeenkomst van de Heinrich Boell Foundation/HBF en het International Gender and Trade Network/IGTN in Genève. Http://www.eurosur.org/wide/GM/IGTN-GM04.pdf
[3] Uit "WIDE News nr 3/2004" van maart 2004 en te vinden op: http://www.eurosur.org/wide/Newsletter/2004_News_3.pdf
[4] "Social reproduction and gender implications of GATS: A panel statement at the European Social Forum", door Christa Wichterich, van november 2003, http://www.eurosur.org/wide/Globalisation/ESF_CW.htm
[5] Deze 'Task Force' richt zich op het gevoelig maken van nationale en internationale beleidsmakers voor kwesties die belangrijk geacht worden met oog op gendergelijkheid en ontwikkeling. Verder biedt de instelling aan staten te adviseren op gebied van het integreren van genderperspectieven en ontwikkelingsoverwegingen in internationale economische processen en handelsakkoorden.
[6] Van 13 tot en met 18 juni 2004 in Sâo Paolo, Brazilië. Het verband tussen gender en handel is een van de drie overkoepelende thema's.
[7] De post-Cancún positie van de EU wordt weergegeven door het Commissie document "Reviving the DDA Negotiations - the EU perspective", van november 2003.
[8] De definitie volgens de EU: "Een SIA is een proces dat plaatsvindt gedurende een handelsbespreking bedoeld om gevolgen van een handelsakkoord op gebied van economie, sociale verhoudingen en milieu te identificeren."
Zie ook: "WIDE comments on SIA methodology concept paper", door Yorlene Vega, in WIDE News april 2004,
http://www.eurosur.org/wide/Newsletter/2004_News_4.pdf



WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


F) Eerste aanslag op landbouwsubsidies
WTO veroordeelt VS-katoenbeleid
(door Chris Peeters)

De WTO heeft op 26 april een eerste bres geslagen in de verdediging van de enorme landbouwsubsidies in (met name) de VS en de EU. Brazilië is in het gelijk gesteld in de klacht die het had ingediend tegen de Amerikaanse katoensubsidies. De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor het mondiale landbouwbeleid en de WTO-onderhandelingen in de Doha-ronde.


De enorme subsidies die Amerika aan zijn katoenboeren geeft zijn de katoenboeren in de derde wereld al lang een doorn in het oog. Vooral nadat de regering Bush in 2002 met de Farm Bill de subsidies nog eens drastisch had verhoogd. Volgens Oxfam geeft de VS een subsidie van 2,3 mld dollar voor een oogst die 3 mld waard is. Die subsidie komt terecht bij 25.000 katoenboeren, waaronder enkele duizenden multimiljonairs! Door de subsidies krijgen katoenboeren in Brazilië en West-Afrika geen eerlijke exportkans (de VS katoenexport is tussen 1991 en 2001 met 23% gegroeid!) en daalt de prijs van katoen op de wereldmarkt, en daarmee het inkomen van arme boeren. Brazilië schat dat zonder subsidies de VS-katoenproductie met 29% zou dalen en de export met 41%, waardoor de katoenprijs met 12,6% zou stijgen.

Brazilië stelt dat de Farm Bill in strijd is met de landbouwovereenkomst die is afgesloten bij de oprichting van de WTO in 1995. De rijke landen beloofden daarin hun subsidieniveau niet te verhogen. Amerika meent dat de subsidies in de Farm Bill daar niet onder vallen, omdat ze niet gekoppeld zijn aan productie, dus niet handelsverstorend zouden zijn. Maar de WTO schijnt nu in te stemmen met de gedachte dat dat argument niet steekhoudend is, omdat de subsidie de VS-katoenboeren in staat stelt om onder de kostprijs te exporteren. De precieze argumentatie van het klachtenpanel (het DSB) is nog niet bekend, die wordt pas in juni openbaar gemaakt.

Als inderdaad de basis van de WTO-uitspraak is dat productie- en inkomenssteun bij elkaar opgeteld handelsverstorend zijn dan kan dat vergaande gevolgen hebben voor het mondiale landbouwbeleid. Het zet de pogingen van de VS en de EU om hun landbouwsubsidies overeind te houden door ze te verschuiven van productiegerelateerde naar inkomenssteun (omdat die niet concurrentieverstorend zouden zijn) op losse schroeven. Er zijn al verwachtingen uitgesproken dat nu een hele reeks klachten tegen landbouwsubsidies zullen worden ingediend. Dat kan gevolgen hebben voor het Amerikaanse subsidiebeleid voor maïs, soja en graan, dat nu al onder vuur ligt. En voor de Europese subsidies voor suiker, zuivel en katoen waarvoor hetzelfde geldt. Dit, op zijn beurt, kan betekenen dat de net afgeronde hervorming van het Europese Landbouwbeleid (in 2003 ingezet) opnieuw ter diskussie komt te staan.

Doha-onderhandelingen

Het kan echter nog jaren duren voor de uitspraak een directe invloed heeft op het VS-landbouwbeleid. De regering-Bush zal immers zeker in beroep gaan. Dat geldt mogelijk ook voor een regering onder de democraten; met een schuin oog naar de verkiezingen hebben zowel democratische als republikeinse senatoren woedend gereageerd op de uitspraak. En zelfs na een definitieve uitspraak kan het nog jaren duren voor het Congress de noodzakelijke wetten om het landbouwbeleid te wijzigen heeft goedgekeurd (en let wel: de WTO-uitspraak verplicht de VS niet het beleid te wijzigen; het geeft de klagers het recht vergeldingsmaatregelen te nemen tegen de VS).

De uitspraak kan op kortere termijn wel grote gevolgen hebben voor het vervolg van de Doha-onderhandelingen. De laatste onderhandelingsronde in Cancún mislukte immers omdat de VS en de EU volstrekt niet bereid waren hun landbouwsubsidies af te bouwen. Een pleidooi van 4 straatarme Afrikaanse katoenproducerende landen werd afgedaan met de opmerking dat ze maar iets anders moesten gaan telen! Dat onderhandelingsklimaat kan misschien drastisch veranderen als het Zuiden zich geruggesteund voelt door een WTO-uitspraak. Tot nu toe eisten de VS en de EU altijd tegenprestaties van het Zuiden voor het verminderen van hun landbouwsubsidies.

EU-katoenbeleid

De Europese Raad van Landbouwministers heeft op 22 april een nieuw katoenbeleid vastgesteld, dat door de uitspraak zou kunnen worden geraakt. De steun voor katoenboeren wordt vanaf 2006 voor 65% losgekoppeld van de productie. Dat stelt de producenten dus nog steeds in staat hun producten ver onder de kostprijs te verkopen (de Europese subsidie per kilo katoen is de hoogste ter wereld). Dankzij de katoensubsidie heeft Griekenland (de voornaamste Europese katoenproducent) de export tussen 1991 en 2001 verhoogd met 209%, wat leidde tot een daling van de EU-import. Het nieuwe beleid zal de EU-katoenproductie ruwweg met slechts 4% verminderen. Dat betekent dat de concurentiepositie van Afrikaanse katoenboeren op de Europese markt nauwelijks zal verbeteren!

De EU heeft zich in de WTO-onderhandelingen altijd ferm achter de Afrikaanse katoenboeren gesteld. Ze meende dat te kunnen omdat de EU een van de grootste katoenimporteurs is en geen katoen op de wereldmarkt exporteert (i.t.t. de VS, een van de grootste katoenexporteurs). Haar subsidie zou dus weinig nadelig effect hebben voor de Afrikaanse katoenboeren. Een recente studie van het Engelse ministerie van ontwikkelingssamenwerking heeft echter aangetoond dat de invloed van het Europese beleid weliswaar kleiner is dan die van het VS-beleid, maar toch aanzienlijk. De reden daarvoor is dat de katoenmarkt geen wereldwijde homogene markt is, maar een gesegmenteerde. Daardoor is de invloed van het EU-katoenbeleid op de West-Afrikaanse landen - die vooral op de EU zijn gericht - toch relatief groot.

Kritiek kleine boeren

De uitspraak van de WTO wijst er opnieuw op dat niet het schuiven met subsidies van de ene categorie naar de andere de oplossing is van de wereldwijde landbouwcrisis. De rijke landen moeten gewoon ophouden hun landbouwproducten ver onder de kostprijs op de wereldmarkt te dumpen.
De Coordinatión Paysanne Européenne/CPE wijst deze hervorming daarom af. Veel kleine katoenboeren in kwetsbare streken zullen het loodje leggen, ook in Zuid-Europa. De productie zal nog intensiever en daardoor minder duurzaam worden. De CPE pleit voor steun aan kleine boeren; om een redelijke katoenprijs te bereiken moet wereldwijd het aanbod gereguleerd worden.
Ook de Amerikaanse landbouwdenktank Apac heeft in een recente studie aangegeven dat productieregulering gecombineerd met fatsoenlijke prijzen voor landbouwproducten de enige mogelijkheid is om uit die crisis te komen. Lage prijzen gekoppeld aan inkomenssteun spelen alleen maar in de kaart van de grote bedrijven die landbouwproducten verwerken; zij zijn gebaat bij zo laag mogelijke prijzen.

Bronnen:
- "Re-thinking the US farm policy: changing the orientation in order to ensure an income for the farmers all over the world", door APAC, december 2003, http://apacweb.ag.utk.edu/blueprint/APAC%20Report%208-20-03%20WITH%20COVER.pdf
- "European Cotton Subsidies: Meeting the Doha Challenge?", door Matt Griffith, in Bridges Monthly Trade News Digest nr. 4, van april 2004, http://www.ictsd.org/monthly/bridges/BRIDGES8-4.pdf
- "WTO interim report on US cotton case: Brazil claims victory" en "EU to reform tobacco, olive, cotton sectors", Bridges Weekly Trade News Digest nr 15, van 28 april 2004, http://www.ictsd.nl
- "Brazil's Challenge of U.S. Cotton Program at the WTO. What's at stake", door IATP, http://www.tradeobservatory.org/Library/index.cfm
- "Steun mediterrane producten hervormd", NRC, 22 april 2004; "Brazilië wint zaak subsidie katoenboeren", NRC, 27 april 2004; "Een nederlaag voor landbouwsteun. Uitspraak WTO-panel over katoen heeft wereldwijde gevolgen", door Roscam Abbing, NRC, 28 april 2004.
- "Understanding the impact of Cotton Subsidies on developing countries and poor people in these countries", door ODI (Engels Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking), maart 2004,
http://www.odi.org.uk/iedg/cotton_report.pdf
- "White Gold Turns to Dust; Which way forward for cotton in West-Africa", door Oxfam, maart 2004,
http://www.oxfam.org.uk/what_we_do/issues/trade/downloads/bp58_cotton_wafrica.pdf

- "Cotton, olive oil: The priority must be given to the maintenance of a lively countryside in Mediterranean regions", persbericht van Coordinatión Paysanne Européenne, Brussel, 20 april 2004, http://www.cpefarmers.org/positions/en/17_200404.htm


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


G) Einde aan exportsubsidies in de landbouw?
Brief Lamy: loos gebaar of stapje vooruit?
(door Chris Peeters)

De EU-commissarissen Lamy en Fischler hebben in een brief aan alle onderhandelaars in de Doha-ronde aangeboden om onder voorwaarden een einde te maken aan de EU-exportsubsidies op landbouwproducten. De meningen over dit aanbod lopen sterk uiteen.


De exportsubsidies die met name de VS en de EU gebruiken om hun landbouwproducten op de wereldmarkt te dumpen liggen al lang onder vuur. Ze waren een van de belangrijkste redenen waarom de WTO-onderhandelingen in Cancún (september 2003) mislukten.
De afgelopen maanden leek er nauwelijks vooruitgang te zijn. Maar nu heeft de EU mogelijk het onderhandelingsproces weer in beweging gebracht door in een brief aan alle WTO-onderhandelaars onder voorwaarden in te stemmen met het afschaffen van de exportsubsidies.
De EU stelt als voorwaarden dat ook de VS alle vormen van exportsubsidies stopzet en dat de andere deelnemers aan het onderhandelingsproces concessies doen met betrekking tot o.a. de markttoegang voor niet-agrarische producten en het accepteren van de door de EU voorgestelde formule voor het verminderen van importtarieven [1]. Ook pleit de EU voor meer vooruitgang in het dienstendossier en voor het opstarten van onderhandelingen over een deel van de Singapore Issues.

Het EU-voorstel komt op een strategisch belangrijk moment. Op een OESO-conferentie op 13 en 14 mei in Parijs waren de handelsministers optimistisch over de kans op een akkoord. Op 17 en 18 mei is de volgende WTO General Council.
De algemene indruk is dat als voor eind juni de contouren van een overeenkomst niet in beeld zijn de onderhandelingen dit jaar (vanwege de verkiezingen in de EU en de VS) niet verder zullen komen.

Definities

Een belangrijk struikelblok bij de beoordeling van het voorstel van Lamy is de vraag wat precies handelsverstorende subsidies zijn. De EU heeft in de herziening van haar landbouwbeleid (van augustus 2003) een grote ommezwaai gemaakt van direct aan productie gerelateerde steun naar inkomenssteun. Die beschouwt de EU als niet dan wel minder handelsverstorend. Ze eist dan ook in haar brief dat na haar aanbod in de onderhandelingen niet moeilijk moet worden gedaan over de dan overblijvende landbouwsubsidies (het grootste deel!). Brazilië heeft onlangs echter een WTO-klacht gewonnen waarin het (met betrekking tot katoensubsidies) stelde dat ook andere subsidies die landen in staat stellen producten beneden de kostprijs te exporteren, handelsverstorend werken.
Veel derde-wereldlanden en NGO's vinden daarom dat elke export beneden de kostprijs oneerlijke concurrentie is en door de WTO moet worden verboden. De EU staat mogelijk eenzelfde nederlaag te wachten als de WTO [2] zich deze zomer uitspreekt over het EU-suikersubsidiebeleid [3]. De brief van Lamy kan dus ook begrepen worden als een poging om de exportsubsidies op te offeren om de grote bulk van subsidies te kunnen redden en als een manier om concessies los te krijgen door toe te geven op een punt dat eigenlijk toch al verloren is.
Dan zou de Doha-ronde kunnen eindigen met een nieuw landbouwakkoord waarin exportsubsidies verboden zijn maar andere subsidies niet zullen worden aangevallen.

Reacties

De reacties in de EU waren verdeeld. Frankrijk reageerde direct negatief op Lamy's voorstel; het krijgt de meeste exportsubsidies toebedeeld. Strategisch onverstandig, oordeelde minister Gaymard, daarin gesteund door de grootste Franse boerenbond FNSEA. Duitsland daarentegen juichte het voorstel toe; het heeft dan ook het meest te winnen bij grotere toegang voor niet-agrarische producten. Ierland, Hongarije en België vinden dat Lamy niet gemachtigd was om zo'n vergaand voorstel te doen. De Nederlandse regering (met Engeland, Denemarken, Zweden en Finland) was juist positief over het voorstel [4]. De grootste Nederlandse boerenorganisatie LTO vindt het echter strategisch geen goede zet. Doornbos: "Ik wil voorkomen dat onze boeren de dupe worden van paniekvoetbal. Het wordt tijd dat eerst de Amerikanen de bescherming van hun veehouders, katoenboeren en akkerbouwers verminderen." Hij ziet nadelen voor de melkveehouders en de akkerbouwers en wil vooral de exportsubsidies op suiker niet abrupt afschaffen.
VS-onderhandelaar Zoellick was positief. Het is echter maar de vraag of hij in verkiezingstijd in de VS de handen op elkaar krijgt voor vermindering van exportsubsidies. Machtige belangengroepen hebben er voordeel bij en Bush staat onder zware druk geen concessies te doen!
Enkele G20-landen hebben zich lovend over het EU-voorstel uitgelaten, maar handhaafden hun bezwaren tegen de voorgestelde (Derbez) formule voor verlaging van importtarieven.

De NGO's die zich met de WTO bezig houden reageren in het algemeen negatief op de brief van Lamy. "Niks nieuws, dit lag ook in Cancún al op tafel. De EU moet exportsubsidies zonder voorwaarden vooraf afschaffen. De EU moet haar landbouw minder op export richten. Het voorstel gaat lang niet ver genoeg." Het IATP [5] benadrukt dat het afschaffen van (export)subsidies zonder afspraken over aanbodbeheer geen einde zal maken aan de chronische overproductie van landbouwproducten, met als gevolg lage prijzen en arme boeren. De EU mag het aanbod niet gebruiken om te eisen dat ontwikkelingslanden hun markten openstellen voor europese leveraars van diensten.

Strategie

Het lijkt er sterk op dat de EU vooral probeert om - voordat de WTO zich uitspreekt over het EU-suikerbeleid - haar nieuwe landbouwbeleid te redden. In de brief pleit de EU voor nieuwe regels om te voorkomen dat heen en weer geschoven wordt met subsidies (zonder die regels aan te geven). Dat biedt verdere perspectieven. Uitgangspunt voor die regels zou moeten zijn dat steun mag, als ze niet dient om landbouwproducten beneden de kostprijs te exporteren. Eigenlijk heeft het WTO-DSB in haar katoenuitspraak die regel al gesuggereerd. Hiervoor hoeven andere landen dus geen handelsconcessies te doen.
Zo'n voorstel stelt de EU in staat haar kleine boeren te beschermen (die zijn vooral gericht op de eigen markt), het biedt extra exportkansen voor ontwikkelingslanden en is een goed uitgangspunt voor een voedselzekerheidbeleid.


Noten:
[1] De EU wil hierin concessies doen aan de armste ontwikkelingslanden (de G90), die de Doha-ronde "gratis", dus zonder eigen concessies, zouden krijgen. Volgens sommigen stond dit echter ook al in het EU-Cancún aanbod en verzwakt het voorstel uiteindelijk toch de positie van de armste landen.
Grote exporteurs maken ook bezwaar tegen deze uitzondering. Argentinië: "De EU maakt op onze kosten een mooi gebaar naar de ontwikkelingslanden." Een land als Brazilië zit in een lastig spagaat: de EU heeft in haar onderhandelingen met Mercosur - die in het najaar afgerond worden - forse concessies gedaan. Brazilië is echter ook een vooraanstaand G20-lid en staat onder grote druk geen aparte deal met de EU af te sluiten voor de G20 in de Doha-ronde winst hebben geboekt.
[2] Dat wil zeggen het Dispute Settlement Body, DSB.
[3] Brazilië, Australië en Thailand hebben dit beleid bij de WTO aangeklaagd met ongeveer dezelfde argumenten als mbt. het katoenbeleid.
[4] Op 24 mei bespreken de EU-landbouwministers de brief opnieuw.
[5] Institute for Agriculture and Trade Policy. Http://www.iatp.org

Bronnen:
- "Doha-round: political momentum growing as ministers prepare for Paris meet", door ICTSD, Bridges Weekly vol 8 nr 17, van 13 mei 2004, http://www.ictsd.org
- Brief van Lamy en Fischler aan WTO-onderhandelaars, van 9 mei 2004, http://trade-info.cec.eu.int/doclib/docs/2004/may/tradoc_117097.pdf
- "EU minder genereus dan zij lijkt", door Hans Buddingh, NRC, van 11 mei 2004
- "Politieke impuls handelsoverleg," door Roscam Abbing, NRC, van 15 mei 2004
- "LTO kritisch over landbouwhervorming", door Arnold Veilbrief, NRC, van 12 mei 2004
- "Stiglitz: De handelsagenda is nog veel te Westers", door Velthuis, Volkskrant, van 15 mei 2004
- "CIDSE and Caritas disappointed by 'new' EC offers in agriculture", van 13 mei 2004, http://igtn.org/Index/CIDSE_CI_ECag0504.pdf
- "EU shows flexibility on export subsidies in Lamy-Fischler letter," Inside US-Trade, van 10 mei 2004
- "EU-members express anger at plan to negotiate end of exportsubsidies", door D. Pruzin, J. Kirwin en G. Yerkey, International Trade Daily, van 11 mei 2004
- "Doornbos: we houden niet van eenzijdige ontwapening", persbericht LTO, van 10 mei 2004, http://www.lto.nl
- "France raises trade talks hurdles", door Steve Schiffers, BBC News Online, http://news.bbc.co.uk/2/hi/business/3707883.stm
- "EC pulls off another publicity stunt", door A. Wandel en C. Smaller (IATP en TIP), van 13 mei 2004, http://www.polarisinstitute.org/
polaris_project/public_service/news/may_13_2004.html


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


H) Offensief EU (en VS) om Doha-doorbraak te forceren
Nieuwe poging om wig te drijven tussen G20 en G90
(door Rob Bleijerveld)

Ondanks een open brief van de Europese Commissie en meerdere mini-ministerials voorafgaand aan de Algemene Vergadering van de WTO van 17 en 18 mei is de impasse in de Doha-onderhandelingen niet doorbroken. Alle "positieve geluiden" ten spijt dringt de tijd voor EU en VS om nog voor eind juli spijkers met koppen te slaan. Zonder echte offers van hun kant zal een vurig gewenst pakket met raamovereenkomsten niet gereed zijn voordat de Commissie- en presidentsverkiezing van dit najaar de WTO lam leggen.


In een poging om onderhandelingen vlot te trekken stuurden de Europese Commissarissen Lamy (handel) en Fischler (landbouw) op 10 mei een open brief aan de handelsministers van alle WTO-lidstaten [1]. Ze gingen daarin in op de vijf hoofdthema's van de Doha Ronde: landbouwakkoord, markttoegang voor industriële producten, dienstenakkoord, Singapore Issues en 'ontwikkeling'. Het belangrijkste aanbod betrof de voorwaardelijke stopzetting van de Europese exportsubsidiëring voor landbouwproducten, een "tegemoetkoming" op gebied van de Singapore Issues en een "gratis ronde" voor de groep van 90 arm(st)e ontwikkelingsstaten.

De brief, die aan de vooravond van twee 'mini-ministerials' in Parijs gestuurd was, werd in de pers over het algemeen positief ontvangen. Alexandra Strickner van het IATP en Carin Smaller van het TIP [2] zijn echter niet onder de indruk van de goede bedoelingen en het aanbod van de Europese Unie. In hun artikel "EC Pulls off Another Publicity Stunt - Most developing countries remain marginalised" [3] analyseren ze de brief. Volgens hen bevat die helemaal geen nieuwe voorstellen of standpunten. Het is in hun ogen een poging om de onderhandelingen vlot te trekken door - enerzijds - de publieke opinie ervan te overtuigen dat de EU grote concessies doet, en -anderzijds - door de druk op ontwikkelingstaten te vergroten opdat die van hun kant nog meer concessies doen.

Landbouwsubsidies en -tarieven

De meeste aandacht van de pers ging uit naar het voorstel van Fischler en Lamy om de Europese landbouwexportsubsidies in te trekken. Voorwaarden voor intrekking zijn behalve de stopzetting van alle vormen van exportconcurrentie door de VS (en andere grote landbouwexporteurs), ook diverse toezeggingen op het gebied van markttoegang en andersoortige steunmaatregelen ('domestic support') [4]. Zo neemt de EU geen afstand van de door vele lidstaten bekritiseerde 'gemengde formule' voor tariefsverlagingen voor diverse landbouwproducten. Evenmin is ze bereid het gebruik van de zogenaamde "Green Box"-regeling - een soort parkeerplaats voor gewraakte subsidies - aan banden te leggen.
De Unie suggereerde met dit voorstel voor stopzetting van exportsubsidies echter een flexibele houding. Deze "flexibiliteit' werd onderstreept door de positieve reactie waarmee de VS het Europese voorstel begroette [5]. Beiden hebben er belang bij om andere WTO-lidstaten over te halen in juli een raamovereenkomst te laten tekenen zonder zelf te veel consessies te hoeven doen. Ze hebben onvoldoende politieke ruimte om op korte termijn drastische maatregelen te nemen [6]. Daarom zetten ze in op het verkrijgen van algemene instemming met een agenda die een meerjarige afbouw van steunmaatregelen voor bepaalde lucratieve landbouwproducten toelaat [7].

De positie van de G20

Volgens Strickner en Smaller vatten veel ontwikkelingstaten de brief van Lamy en Fischler op als een wig die de EU wil drijven tussen de G20 en andere arme staten (G90/MOL's/G33/Africa Groep). Op dit moment voert de G20, samen met de CAIRNS-groep, immers oppositie tegen het (eerder genoemde) voorstel van VS en EU voor een 'gemengde formule' voor landbouwproducten. Daarin wordt ze in zekere zin gesteund door de G33 (de Alliantie voor Speciale Producten en Speciale Garantie Maatregelen) en de G90 (de meerderheid van ontwikkelingsstaten).
Het oorspronkelijke G20-voorstel voor tariefwijzigingen is door EU en VS botweg afgewezen. Nu hebben ze de G20 uitgedaagd om voor eind mei met een 'goed' alternatief te komen. Het is de vraag of de G20 bereid is om de solidariteit met de armste staten overeind te houden door in zo'n voorstel bepalingen voor Speciale en Gedifferentieerde Behandeling, Speciale Producten en Speciale Garantie Maatregelen op te nemen [8].

Singapore Issues

De brief van Lamy en Fischler gaat ook in op de Singapore Issues. Ondanks aanhoudend voorbehoud en kritiek blijkt zij nog steeds niet bereid hier concessies te doen. Door 'Investeringen' (FDI) en 'Concurrentiebeleid' (CP) naar de zijlijn te verschuiven, geeft ze wel die indruk. Het Europese voorstel om onderhandelingen te starten op gebied van handelsfacilitatie (TF) lijkt vooralsnog een stap te ver: een groot aantal geïnteresseerde staten is terughoudend en wil eerst nader onderzocht hebben welke gevolgen dit voor hen heeft. Ze vrezen dat de kosten ervan hun reserves (ondermeer bedoeld voor verbetering van hun gezondheidszorg- en onderwijssysteem) teveel zullen aantasten. De Commissarissen lijken akkoord te willen gaan met plurilaterale besprekingen over overheidsaanbesteding (TGP), terwijl de EU ondertussen druk uitoefent om het uit te bouwen tot een WTO-breed niveau.

"Gratis ronde"

Het voorstel voor een "gratis ronde" komt grofweg neer op het verlenen van de Minst Ontwikkelde Landen-status aan de 90 armste ontwikkelingsstaten. De voorgestelde maatregelen waren al eerder in bilateraal en plurilateraal verband ter sprake gekomen en worden middels deze open brief door Lamy en Fischler gepresenteerd als een publiekelijke (Europese) erkenning van "eisen van de kant van de G90-staten" [9].
Verlening van een aangepaste Minst Ontwikkelde Landen-status - "weak and vulnerable developing countries" - is aantrekkelijk voor die groep van staten die nu volgens de WTO-definitie "ontwikkelingslanden" zijn en die door de Doha-afspraken aan veel te hoge liberaliseringseisen moeten voldoen [10]. Deze statuswisseling zou voor de G20 - "more advanced developing countries" - juist het verlies van de speciale behandelingsregelingen kunnen betekenen. Het beoogde doel van de EU is hiermee de band tussen G20 en G90 extra onder druk te zetten.

EBA-overeenkomst

Op het gebied van marktopening voor landbouwproducten en die voor industriële producten zou het de G90 ontheffen van verdere marktopening. Daarnaast kan het verlenging van de termijnen voor het nakomen van bepaalde afspraken opleveren, evenals uitstel van de gevolgen van het aflopen van voorkeursbehandelingen en het wegvallen van belastinginkomsten. De EU presenteert het EBA-model als werkvorm hiervoor [11].
Maar, om het werkbaar te máken, is de erkenning nodig van deze status door de andere, meer draagkrachtige WTO-lidstaten. Zelfs als deze horde genomen wordt, is er onvoldoende basis voor een belangrijke consessie van de kant van de G90: instemming met het juli-pakket van raamovereenkomsten voor het vervolg van de Doha-onderhandelingen! Het EU-voorstel biedt namelijk geen regelingen voor problemen die de G90-staten eerder naar voren brachten, zoals bescherming tegen plotselinge, massale import van goedkope goederen of diensten, en tegen aantasting van de voedselzekerheid. Ook komt het niet tegemoet aan vermindering van de grote grondstoffenafhankelijkheid van hun economieën.

Andere kwesties van belang

De EU blijft uitgaan van verdere marktopening van dienstensectoren en het "kwalitatief verbeteren" van het liberaliseringsaanbod. Sommige staten wachten echter op een doorbraak op landbouwgebied; andere kampen met een gebrek aan technische capaciteit. Meer in het algemeen wordt de vraag gesteld in hoeverre concessies op dit vlak de nationale beleidsruimte zal inperken. Onderwijl wordt de druk door dienstensectoren en regeringen van de rijke staten opgevoerd om het gewenste resultaat te verkrijgen [12].
Op het gebied van de Speciale Gedifferentieerde Behandeling is het aanbod van de EU niet bijzonder. Een belangrijk element daaruit - een pakket van 27 SGB-voorstellen - werd op 5 mei al door de gezamenlijke Minst Ontwikkelde Landen ter zijde geschoven als "nauwelijks van economische waarde".
Ook op het gebied van de Singapore Issues is er geen sprake van een doorbraak. De voorgestelde steunmaatregelen om de kostbare gevolgen te beperken van onderhandelingen over handelsfacilitatie blijken niet erg solide. De belofte om geen eisen te stellen aan de G90 voor markttoegang op het gebied van transparantie in overheidsaanbestedingen gelden alleen voor de duur van de Doha Ronde. En door het parkeren van direkte buitenlandse investeringen en concurrentiebeleid in WTO-werkgroepen ter voorbereiding van plurilaterale besprekingen kunnen de G90 in een later stadium weer onder druk gezet worden.
Dan zijn er nog de terreinen waarvoor geen speciale uitzonderingen voorzien zijn in het EU-voorstel. Zo moeten de G90-staten eventuele nieuwe regels voor anti-dumping, geschillenbeslechting, regionale akkoorden en andere zaken zondermeer accepteren.

EPA-"vrij"handelsakkoorden

De concessies die van de G90 worden gevraagd in ruil voor een aangepaste WTO-status ("zwak en kwetsbaar") hebben slechts het effect van uitstel van betaling. Via een achterdeur (en buiten het WTO-kader om) stuurt de EU namelijk aan op "vrij"handelsakkoorden met een belangrijk deel van de G90-groep: de 76 ACP-staten. De positie van deze staten is zwak gezien het binnenkort aflopen van bestaande voorkeursregelingen voor export naar de Europese markten. De EU maakt misbruik van deze zwakke positie door in de onderhandelingen over deze zogenaamde EPA-akkoorden te eisen dat de ACP-staten overgaan tot afschaffing van bestaande tarieven, tot acceptatie van de Singapore Issues, en tot andere maatregelen die het effect van een "gratis WTO-ronde" op termijn helemaal neutraliseren. Daarmee verkrijgt de EU een soort alleenrecht van volledige toegang tot de ACP-markten en blijven zo de oude koloniale banden gehandhaafd...

Algemene Raadsvergadering

Tijdens de Algemene Raadsvergadering van 17 en 18 mei is er nauwelijks vooruitgang is geboekt. Een akkoord over een raamovereenkomst dat in de visie van de WTO-leiding moet bestaan uit "concepten" en "procedurele modaliteiten" in plaats van "cijfers en percentages" is nog niet in zicht.

Een mengeling van bemoedigende en dreigende bewoordingen [13] werd gebezigd om de leden klaar te maken voor aanvaarding van een strak en druk werkschema tot aan eind juli. Er zullen diverse formele en informele bijeenkomsten gehouden worden die het mogelijk moeten maken om voor eind mei overeenstemming te bereiken over de "elementen" voor een raamovereenkomst. Daarna is er tot eind juli tijd om de overeenkomst klaar te maken voor ondertekening. Het is bedoeling om na november (en eventueel eerder) verder te werken aan de invulling van de formules (termijnen, standaards, cijfers en percentages), zodat de Doha Ronde in juni 2005 afgerond kan worden tijdens de Single Undertaking (de grote uitruiloperatie).


Noten:
[1] Brief van Lamy en Fischler aan WTO-onderhandelaars, van 9 mei 2004, http://trade-info.cec.eu.int/doclib/docs/2004/may/tradoc_117097.pdf
[2] IATP: Institute for Agriculture and Trade Policy; TIP: Geneve-afdeling van IATP
[3] "EC Pulls off Another Publicity Stunt - Most developing countries remain marginalised", door Alexandra Strickner en Carin Smaller, TIP/IATP Geneve, van 13 mei 2004, http://www.polarisinstitute.org/polaris_project/public_service/news/may_13_2004.html
[4] Meer hierover in "Einde aan exportsubsidies in de landbouw?; Brief Lamy: loos gebaar of stapje vooruit?", door Chris Peeters (elders in deze nieuwsbrief).
[5] Begin januari 2004 deed handelsminister Zoellick van de VS de WTO-leden een soortgelijk "genereus' aanbod. De brief, waarvoor Lamy Zoellick feliciteerde, bleek onderdeel van een campagne om de G20 uiteen te drijven, en om de WTO verouderde VS-landbouwvoorstellen op te dringen. Zie: WTO.ZIP nieuwsbrief nr 43, van 19 februari 2004, http://www.stelling.nl/trouble/zip/040219--00(43)
[6] De EU vanwege de gemaakte afspraken in het Gemeenschappelijk Landbouw Akkoord; de VS vanwege het risiko dat Bush teveel steun verliest bij de presidentsverkiezingen.
[7] De suggestie van zo'n agenda is van EU-onderhandelaar Trojan. Lucratief voor de EU zijn vlees, suiker en pluimvee. Subsidies voor andere producten worden in het EU-voorstel al afgedekt door de "Green Box"-regeling.
[8] Opvallend in dit verband: de Braziliaanse handelsminister kwam tijdens de Algemene Raadsvergadering van 17/18 mei terug op uitlatingen van een paar dagen eerder. Tijdens de AV stelde hij voor dat de WTO-leden "gezamenlijk" een nieuwe formulering opstellen voor marktoegang voor landbouwproducten (ipv. dat G20/CAIRNS met een alternatief komen voor de EU/VS-voorstellen. Zie: "WTO General Council frames negotiations ahead of end-july deadline", door OECD, in Bridges Weekly Trade News Digest vol 8, nr 18, van 19 mei 2004, http://www.ictsd.org
[9] Volgens een analyse door ingewijde deelnemer aan het SOS-WTO-EU netwerk.
[10] Dit vereist wel de acceptatie door het WTO-lidmaatschap van een nieuwe categorisering van "statussen". Nu zijn dat "developed country", "underdeveloped country" en "less developed country".
[11] EBA: Everyting-But-Arms initiatief
[12] Om dit te onderstrepen nodigde de WTO-leiding onlangs een delegatie van ruim 30 dienstenbedrijven uit om afgevaardigden van ontwikkelingsstaten te vertellen hoe belangrijk dienstenliberalisering voor hun economieën is. Het onderkomen van het European Services Forum was betaald door de EU...
[13] Uit Bridges Weekly Trade News Digest vol 8, nr 18:
"This is the time for us to move into a cooperative problem-solving" [and leave the listening mode]; "[I] noted a trend of convergence on the substance of the key issues, and a new sense of focus and determination"; "urgent action is needed, [because] the window of opportunity is small and closing rapidly..."; "momentum will be lost [soon]". Een self-fullfilling prophecy?


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


I) IMF: financiële steun tegen gevolgen handelsliberalisering
Plan gericht op integratie van kritische WTO-lidstaten
(door Rob Bleijerveld)

Het IMF lanceeerde onlangs een nieuw beleidsmiddel om lidstaten te steunen die door handelsliberalisering problemen verwachten met hun betalingsbalans: het Trade Integration Mechanism/TIM. Het is gericht op die staten die tot nu toe de voortgang in de WTO-onderhandelingen in zekere mate vertraagden, en lijkt vooral bedoeld als politiek drukmiddel. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden zijn namelijk zeer stringent en leveren arme staten en staten met een eenzijdige economie naar verwachting geen echte steun op.


Het TIM is volgens het Internationaal Monetair Fonds geen nieuwe leenfaciliteit, maar een beleidsmiddel dat de "voorspelbaarheid moet vergroten van de beschikbaarheid" van IMF-fondsen. Het moet de zorgen van díe ontwikkelingsstaten wegnemen die bang zijn voor een verminderde concurrentiekracht op de wereldmarkt en voor tekorten op hun betalingsbalans, veroorzaakt door multilaterale ("niet-discriminerende") handelsliberalisering [1]. Zoals het een goed neo-liberale instelling betaamt gaat de organisatie ervan uit dat "open handel" uiteindelijk voor alle economieën positieve gevolgen heeft. Slechts een klein aantal staten zullen, volgens het IMF, op korte termijn grote problemen ondervinden door liberaliseringsafspraken in WTO-verband.

Oorzaken voor verminderde concurrentiekracht

Voor die problemen worden drie oorzaken als de meest belangrijke aangemerkt. Een ervan is de afnemende waarde van bestaande voorkeurstoegang tot bepaalde markten door afspraken over tariefliberalisering over een brede linie. Dit zal naar verwachting de suiker- en bananenproducenten onder de ACP-staten treffen die exporteren naar de Europese markt. Een andere is de uitfasering van quota-systemen. Dit treft bijvoorbeeld de kleine textielproducenten die na eind 2004 geen aanspraak meer kunnen maken op een gegarandeerde afzet op de Noordelijke markten en hun concurrentiepositie daardoor sterk zullen zien afnemen. Als laatste zijn er de staten die voor hun voedselvoorziening sterk afhankelijk zijn van invoer en die verhoging van de voedselprijzen vrezen door afname van landbouwsubsidies elders.

Perspectief van liberalisering?

Het TIM is gericht op het verzwakken van de oppositie tegen (bepaalde) voorstellen voor multilaterale liberalisering. Volgens Hans Peter Lankes, Trade Policy Division Chief bij het IMF, is die oppositie een van de belangrijkste factoren voor vertraging (lees: vastlopen) van de onderhandelingen in de Doha Ronde. Voorbeelden zijn de WTO-voorstellen van de LAC-groep en de Afrika Groep ten aanzien van voor hen belangrijke sectoren. Zij hebben geen belang bij een algemene tariefsverlaging; dat zal hen juist confronteren met een grotere concurrentie door anderen op het gebied waar ze nu nog een voorkeursregeling hebben.

Daarnaast wijst Lankes op het grote potentieel van de Zuid-Zuid handel in het kader van de Doha Ronde. Hij suggereert dat de hier bedoelde sterke afname van tariefniveau's tussen zuidelijke staten onderling zeer veel voordelen kan opleveren voor met name de "kleine" staten. Daarbij gaat hij voorbij aan de bestaande kritiek dat dat alleen opgaat indien sprake is van regionale verbanden tussen ontwikkelingsstaten onderling of van tariefonderhandelingen in het kader van het Global System of Trade Preferences [2]. Zonder een dergelijke afbakening zullen - vanwege het "niet-discriminerende" karakter van WTO-akkoorden - de voordelen vooral toevallen aan geïndustrialiseerde staten die meer concurrerend kunnen zijn.

In beide gevallen is het, volgens de IMF-persvoorlichter, de bedoeling om met het TIM de lidstaten te helpen het bredere perspectief van multilaterale liberalisering voor ogen te houden en hen analytische en financiële steun te verzekeren in geval van schokken.

Voorwaarden ...

Verstrekking van TIM gaat alleen in samenhang met een bestaand IMF-project [3], eventueel als uitbreiding daarvan. De aanvrager zal in principe moeten voldoen aan de gebruikelijke eisen. Er is geen tegemoetkoming in de vorm van een hulpaanbod waar geen of minder concessies tegenover hoeven te staan, of die goedkoper zijn. Ook hanteert het IMF zeer stringente regelingen voor schuldsanering.
Getuige een evaluatie van de overeenkomstige CFF-regeling uit de jaren '60 is het IMF bepaald niet soepeler geworden. Het CFF moest schokken opvangen veroorzaakt door hevige schommelingen in de grondstoffenmarkt, maar bleek niet geschikt om arme grondstofleveranciers daadwerkelijk te steunen. Ook toen was de "non-concessional" regeling te duur en kon menige staat de ontstane schulden niet afbetalen. Veel van de toenmalige gebruikers zitten nu in het Poverty Reduction and Growth Facility programma hetgeen hen grote beperkingen oplegt om onder "non-concessional" voorwaarden te lenen.

... en beoordeling

Ook ten aanzien van de beoordeling van oorzaak en gevolg van schokken is er geen soepelheid. In het basisdocument voor TIM zijn aanwijzingen te vinden dat er sprake zal zijn van zeer conservatieve beoordeling door het IMF. Het zal naar verwachting zeer moeilijk zijn voor staten om aan te tonen dat de schade aan hun betalingsbalans geheel te wijten is aan externe factoren en niet aan eigen wanbeheer. Of om aan te tonen dat de negatieve gevolgen van schokken niet weggestreept of overschaduwd worden door de positieve gevolgen van de liberaliseringsmaatregel in kwestie.

Herstructurering, schuld en handel

De eerder genoemde vertragingstactiek is een noodgreep van bepaalde WTO-lidstaten; ze kunnen geen kant uit en moeten zich wel samen te weer te stellen tegen de voorstellen van geïndustrialieerde staten. Het beleid van IMF en WTO heeft dit in de hand gewerkt. Vanaf begin jaren '80 heeft het IMF, samen met Wereldbank en andere internationale financiële instellingen, deze staten eerst opgezadeld met een torenhoge schuld en met een deels gedereguleerde, geliberaliseerde en geprivatiseerde economie. Na toepassing van dit beruchte recept van de "Washington Consensus" kwam de wurgreep van de Uruguay Ronde en - in 1995 - van de WTO. De wettelijk bindende handelsakkoorden van de WTO verergerden de scheve structurele economische verhoudingen tussen Noord en Zuid. De WTO-akkoorden versterken de hardnekkige patronen van onttrekking van hulpbronnen van Noord naar Zuid, hetgeen neerkomt op toenemende winsten en schaalvergroting door Noordelijke bedrijven.

Perspectief van (lijdelijk) verzet?

Het is de vraag of invoering van TIM de WTO-lidstaten toch over de streep zal kunnen trekken. De WTO-leiding heeft hiermee weliswaar een extra drukmiddel in handen om nog vóór het komende zomerreces te proberen een raamwerk te verkrijgen voor het vervolg van de Doha-onderhandelingen na de Amerikaanse presidentsverkiezingen.
De onderliggende vooronderstelling van het TIM is het neoliberale dogma van de duidelijke lange termijn-"winst" van handelsliberalisering. Problemen met de betalingsbalans zijn in essentie van beperkte aard en van korte duur en kunnen in bepaalde gevallen tegengegaan worden met tijdelijke maatregelen. Maar de handelsmaatregelen die in WTO-verband afgesproken worden, zijn NIET van tijdelijk aard. Ze zijn niet-herroepbaar, zelfs niet indien de gevolgen langer dan verwacht zullen aanhouden of chronisch blijken te zijn. Net zoals de ervaring van veel staten leert die het voorwerp zijn van de structurele aanpassingsprogramma's van het IMF.

Naschrift:
De ICTSD meldde op 19 mei dat Tijdelijk Uitvoerend Directeur van het IMF, Anne Krueger, tijdens de Algemene Raadsvergadering van de WTO op 17 mei een presentatie gaf over het Trade Integration Mechanism. Een aantal ontwikkelingsstaten, waaronder Mauritius, Bangladesh, Jamaica en Colombia reageerden afwijzend. Ze vinden de nadruk op batelingsbalansproblemen te beperkt.


Bronnen:
- Mailbericht van Aldo Caliari aan het S2B-netwerk met voorlopige opmerkingen over TIM, van 16 april 2004.
- "IMF Executive Board approves Trade Integration Mechanism", IMF persbericht nr 04/73, van 13 april 2004, http://www.imf.org/external/np/sec/pr/2004/pr0473.htm
- "Debt and Trade: Making links to Break the Chains of Debt", door Aldo Caliari (Center of Concern) en Jessica Walker Beaumont (American Friends Service Committee), van februari 2004, http://www.coc.org/pdfs/coc/debttrade204.pdf
- "Rethinking Bretton Woods at 60; Spring meetings 2004", door Aldo Caliari, Centre of Concern Issue nr 163, van mei 2004, http://www.coc.org/resources/articles/display.html?ID=769
- "Transcript of a Teleconference with Journalists on: Trade Integration Mechanism", IMF, van 13 april 2004, http://www.imf.org/external/np/tr/2004/tr040413.htm

Noten:
[1] De analytische basis hiervan is te vinden in "Trade restrictions for Balans of Payments purposes" (WT/TF/COH/13) en "Financing of losses from preferences erosion" (WT/TF/COH/14). Beide documenten dateren van 14 februari 2003 en zijn mbv. hun code vindbaar op de WTO-website.
[2] Zie "Salvaging WTO from Cancún collapse", door Bhagirath Lal Das, van 20 september 2003,
http://www.southcentre.org/info/southbulletin/bulletin64-65/bulletin%2064-65-15.htm
[3] Zoals: de Upper Credit Tranche Stand-by Arrangement, de Extended Fund Arrangement of de Poverty Reduction and Growth Facility.
[4] "WTO General Council frames negotiations ahead of end-july deadline", door OECD, in Bridges Weekly Trade News Digest vol 8, nr 18, van 19 mei 2004, http://www.ictsd.org


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


J) Brinkhorst over EU-voorzitterschap
(door Kees Stad)

Minister van EZ Laurens Brinkhorst heeft op 21 april bekendgemaakt wat zijn aanpak zal zijn tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie. Hij schreef daarover een brief aan de 2e Kamer.

Uit een persbericht van EZ [1]: "Zijn streven is zoveel mogelijk voortgang te boeken op de Europese economische agenda - de Lissabon-strategie - en in dat kader knopen door te hakken op een aantal belangrijke economische dossiers. De Lissabon-strategie beoogt dat de Europese Unie in 2010 de meest innovatieve en concurrerende economische mogendheid is".
"Inhoudelijk ligt bij die Europese agenda het accent op de mid-term review van de Lissabon-strategie, de Richtlijn Diensten [2] en de Verordening Chemische Stoffen. Daarnaast wil hij bereiken dat het functioneren van de Raad voor Concurrentievermogen [3] wordt verbeterd."
"Naast het voorzitterschap van diverse EU-raden organiseert het ministerie van Economische Zaken in de tweede helft van 2004 in het kader van het EU-
voorzitterschap een aantal internationale evenementen als congressen en conferenties over onderwerpen als maatschappelijk verantwoord ondernemen, telecommunicatie en kenniswerkers."

Als alles mee/tegenzit zal tijdens het Nederlandse voorzitterschap ook de Europese grondwet afgerond zijn en in dat geval komt er in Nederland een referendum over. In het geval de kiezers de grondwet verwerpen, ontstaat er een ingewikkelde situatie waarvan de conclusie wel eens zou kunnen zijn dat Nederland uit de EU gaat. Een van de vele omstreden bepalingen in de concept grondwettekst die er nu ligt, is dat er letterlijk staat dat de EU een kapitalistische economie dient te hebben. Ook in Groot-Brittannië zal een referendum over de grondwet gehouden worden.

Voor nieuws over akties tijdens het EU-voorzitterschap, zie:
http://eu2004.eurodusnie.nl/


Noten:
[1] Zie: "Voornemens Brinkhorst Nederlands EU-voorzitterschap tweede helft 2004", van 21 april 2004,
http://www.minez.nl/homepages/default.asp?pagina=persbericht&iMessage=532
[2] De 'Richtlijn Diensten' schrijft voor waar overheden aan moeten voldoen als ze diensten kopen. Er staat onder andere in beschreven welke opdrachten voor dienstverlening Europees moeten worden aanbesteed.
[3] De Raad voor het Concurrentievermogen is een Ministeriële raad van de Europese ministers van EZ. Deze raad meet en analyseert de concurrentiekracht van Europa en stelt maatregelen voor.

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


K) Derde Vrijhandelstop EU-Latijns Amerika
(door Kees Stad)


Op 28 en 29 mei zal de Derde Topconferentie tussen de EU en Latijns Amerika plaatsvinden in Guadelajara, Xalisco, Mexico.

De top staat volledig in het teken van afspraken over vrijhandel. Met
andere woorden: de agenda waartegen tienduizenden demonstranten zich
hebben verzet bij de WTO-conferentie in Cancún en andere plekken, steekt zijn lelijke kop weer op.

Ook in Guadelajara zullen demonstranten - of zoals ze zichzelf noemen
'de niet genodigden' - proberen de 'vrij'handelaren de voet dwars te
zetten. Er komt een tegenconferentie ('Het Andere Guadelajara'), er komen protesten (de rode zone is al door de autoriteiten afgekondigd) en uiteraard is er al een speciaal indymediaproject in opbouw:
http://mexico.indymedia.org/guadalajara/

Het programma van de tegenconferentie is uitgebreider dan die van de
regeringsleiders en duurt van 25 tot 29 mei. Er wordt veel informatie
behandeld in de vorm van presentaties en workshops over de bekende problemen die neoliberale handel veroorzaakt: privatisering van water en andere publieke voorzieningen, buitenlandse schuld, kapitaalsvlucht, achteruitgang van arbeidsrechten en milieubescherming. Meer informatie over het alternatieve programma is te verkrijgen bij de organisatie RMALC: http://www.rmalc.org.mx/alcue/

Aan de topconferentie zullen tenminste 58 staatshoofden deelnemen. Inmiddels is bekend dat de EU de top zal benutten voor bilaterale of
regionale vrijhandelsafspraken. Er staan bresprekingen met Mexico,
Chili, het Mercosur-blok, het Andespact en Midden-Amerika op het
programma.

Verschillende groepen mobiliseren hun achterban om naar Guadelajara op te trekken (zie voor een engelstalig overzicht: http://arn.espora.org/guadalajara/04/04/14/0016228.shtml)

Uiteraard zouden de demonstranten daar het ook erg fijn vinden als zich aan deze kant van de oceaan ook wat in beweging zou zetten!


* Meer informatie over de top in Guadelajara:
http://arn.espora.org/article.pl?sid=04/04/14/0016228
* Meer informatie over handelsbetrekkingen EU-Latijns-Amerika:
http://arn.espora.org/guadalajara/04/04/20/1757214.shtml (Spaans)
* Een feature op Indymedia.org:
http://www.indymedia.org/nl/2004/05/110986.shtml
* entrale website tegenprogramma:
http://otromayoguadalajara.org/espanol/index.html

De ontwikkelingen zullen zo goed als mogelijk bijgehouden worden op de speciale globaliseringswebsite van XminY: http://www.globalinfo.nl


WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


L) Collectieve preferenties
(door Chris Peeters)

In WTO-ZIP nr. 44 beschrijft Rob Bleijerveld negatieve reacties op het idee van Lamy om de negatieve gevolgen voor andere landen van wat hij 'collectieve EU-preferenties' noemt, te compenseren met boetes. Ik vraag mij af of die absoluut negatieve houding terecht is (hoewel we natuurlijk altijd moeten uitkijken voor eigenbelang vermomd als collectieve preferentie).


Lamy's idee zou voor arme landen een welkome aanvulling kunnen zijn op het huidige WTO-systeem om conflicten af te handelen. Dat systeem bestaat er immers uit dat landen die van de WTO gelijk krijgen, sancties mogen treffen tegen het land dat veroordeeld wordt. Maar dan moet je wel over zulke sancties beschikken; het is een wapen voor machtige landen dan wel handelsblokken.
Het lijkt me niet voor niets dat de vier landen die op de WTO-bijeenkomst in Cancún het katoensubsidiebeleid van de VS hebben aangeklaagd, vroegen om compensatiebetalingen voor het verlies dat zij door het VS-beleid lijden, tot dat beleid is bijgesteld. Zij hebben immers niet de macht om, ook al krijgen ze gelijk van de WTO, geloofwaardige sancties tegen de VS te treffen.

Op dezelfde manier is het voorstelbaar dat, als de EU een collectieve preferentie heeft vastgesteld, die arme landen treft, de EU de gevolgen daarvan financieel compenseert.
Vanuit bijvoorbeeld de collectieve preferentie 'voedselzekerheid' (die veel NGO's onderschrijven) zou de EU kunnen besluiten om de suikerproductie in Europa gedeeltelijk in stand te houden. Dat treft o.a. arme producenten in het Zuiden, die dan minder suiker naar de EU kunnen exporteren.
Als de EU dat compenseert hebben de getroffen landen daar direct voordeel bij (en een door de WTO-regels vastgelegd recht is beter dan onbetrouwbare ontwikkelingshulp!).
Nog beter zou zijn als die compensatie rechtstreeks naar de getroffen boeren gaat, in plaats van naar de overheid. En nog beter als die compensatie niet aan productie wordt gekoppeld, maar uitgekeerd in een bedrag per boerderij. Dan krijgen vooral de kleine boeren steun, in plaats van de grote multinationals.

Deskundigen schatten in dat de EU-landbouwsteun in ieder geval tot 2013 nauwelijks zal verminderen. Zou het zo'n slecht idee zijn als de daardoor getroffen boeren in die periode gecompenseerd worden? Als het Europese publiek ervan overtuigd is dat een breed onderschreven beleid arme boeren in het Zuiden schaadt, dan vereist het rechtvaardigheidsgevoel juist dat wij die boeren financieel compenseren, zolang we het beleid handhaven.

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag. Aan dit bulletin hebben meegewerkt: Kees Stad, Renate Ebner, Chris Peeters, Rob Bleijerveld en Robin van Stokrom. Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op:http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva@xs4all.nl

 

------------------------