De Europese productie wordt het laagst - en de import
het hoogst - bij volledige liberalisering. De Europese
export is het laagst bij volledige liberalisering en bij
lagere prijzen. De Europese suikerprijs blijft hoog in
de status quo en bij vaste quota, maar wordt bij liberalisering
laag.
Met dit overzicht vallen de (re-)acties op de verschillende
beleidsopties redelijk goed te voorspellen [8].
Om te beginnen die van de opdrachtgever, de Europese
Commissie.
De commissie heeft maar drie van de vier beleidsopties
aan de Europese regeringen voorgelegd. Het systeem van
vaste quota is weggelaten [9]. Handhaving van de status
quo en volledige liberalisering zijn geen reële opties.
De status quo staat immers zwaar onder druk door de EBA-toezeggingen
en de WTO-onderhandelingen. Volledige liberalisering heeft
zo'n dramatische invloed op de Europese suikerproductie
dat er nooit draagvlak voor zal zijn. De Commissie mikt
dus duidelijk op het scenario met lagere prijzen [10].
In de eerste discussie in de Europese landbouwraad over
de commissievoorstellen bleken de lidstaten zeer verdeeld
over inhoud en timing van de voorstellen [11]. Alleen
Denemarken was voor volledige liberalisering. Enkele landen
waren voor handhaving van de status quo, andere voor prijsverlaging.
Sommige landen wilden afwachten voor een standpunt in
te nemen [12].
De Europese suikerproducenten vragen zich af waarom de
Commissie het alternatief productiequota in de voorstellen
heeft weggelaten [13]. Zij voelen weinig voor prijsverlaging.
Ze worden daarin bijgevallen door de Europese bietenverbouwers.
Deze pleiten voor een wereldquotasysteem [14].
Oxfam voert al jaren campagne tegen het Europese suikerbeleid
[15]. Uitgangspunt voor Oxfam is dat de EU moet stoppen
met suiker dumpen - en dus de productie aanzienlijk terug
moet brengen. Daaarnaast zal de markttoegang voor de Minst
Ontwikkelde Landen toe moeten nemen. Een quotasysteem
zou kleine boeren in alle regio's in staat moeten stellen
bieten te blijven telen. Subsidies moeten vooral bij kleine
boeren terechtkomen.
En Nederland?
November j.l. heeft de regering haar eerste reactie op
de commissievoorstellen aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt
[16]. Het kabinet blijkt voorstander van een flinke prijsverlaging
met EU-intern verhandelbare suikerquota. Het wil de steun
aan boeren bij de resulterende herstructurering loskoppelen
van de productie.
Ter voorbereiding van een standpuntsbepaling heeft het
ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een
breed 'stakeholdersoverleg' in het leven geroepen [17]
en is het Landbouweconomisch Instituut (LEI) gevraagd
de gevolgen van de verschillende scenario's voor de Nederlandse
boeren te onderzoeken. Het onderzoeksrapport verschijnt
dit najaar.
Het 'Platform Toekomst Suikermarkt' [18] pleit in een
eerste reactie onder andere voor volledige compensatie
van boeren bij verlaging van de bietenprijs. De Nederlandse
Akkerbouw Vakbond noemt een verlaging van de prijs 'onterecht
en overbodig' [19].
De discussie beslaat vele vraagstukken. Eén betreft
het verdwijnen (al dan niet via quotaverhandeling) van
de Nederlandse bietenteelt. Cruciaal is of de functie
die suiker nu heeft - namelijk de kurk waarop veel akkerbouwbedrijven
overleven - wordt overgenomen door inkomenssubsidies [20].
Maar betekent dit ook het einde van de suikerproductie?
De invloed van een gewijzigd suikerregime op de suikerverwerkende
industrie staat bol van vragen waarop de LEI-studie antwoord
moet geven [21].
Een wereldquotasysteem zou de wens van velen vervullen
om de armste landen een kans te geven. Maar dat roept
allerlei vragen op. Wie stelt de quota vast, en hoe? Kunnen
quota verhandeld worden? Hoe is de controle, en is er
een sanctiesysteem voor overtreders? Wie - en hoe - bepaalt
de prijs op de wereldsuikermarkt? Wat gebeurt er met de
minder efficiënte producenten? Worden productiviteitsverhogende
subsidies van rijke landen aan hun boeren verboden?
The Catch
De uitkomst van de discussie (en 'armstwisting') over
prijsverlaging versus quota zal mede de koers van het
wereldhandelsysteem bepalen. Het scenario 'prijsverlaging'
past immers binnen de Washington-consensus van liberalisering
van de wereldhandel. Maar een quotasysteem niet. Dit staat
namelijk voor 'managed trade', een wereldhandelssysteem
waarin niet handel op zich centraal staat maar wat je
met handel wilt bereiken, bijvoorbeeld eerlijker handelsrelaties
en duurzaamheid.
De lotgevallen van vele grondstoffenakkoorden voorspellen
in deze weinig goeds....
-------------------------------------------------------------------------------------
Kader: Stellingname van Actionaid, Oxfam
en Cafod over het Europese suikerbeleid [22]
In de eerste plaats moet de EU natuurlijk het dumpen
van gesubsidieerde suiker op de wereldmarkt stoppen (en
alle EU-suikerexport is dumping). De EU moet daarmee niet
wachten op de uitkomst van de DOHA-onderhandelingen.
Dat betekent dat in ieder geval de quota voor de Europese
suikerproductie omlaag moeten. Die zijn samen al 25% hoger
dan de Europese suikerconsumptie. Quota plus preferentiële
import (uit de ACP-landen) moeten lager zijn dan de consumptie.
De C-suiker [3] moet verdwijnen. Het verhandelen van quota
tussen lidstaten moet niet worden toegestaan. De quota
moeten vooral bij kleine boeren terechtkomen.
Om de productie omlaag te brengen moet ook de Europese
suikerprijs omlaag. Dat moet voorspelbaar, geleidelijk
en planmatig gebeuren, om de ACP-landen de kans te geven
zich aan te passen. De prijsverlaging moet zodanig zijn
dat de winst op suiker (die nu de bietenproductie stimuleert)
niet hoger is dan op andere landbouwproducten.
Als de EU Europese boeren moet compenseren voor het nieuwe
beleid dan moet de nadruk daarbij liggen op kleine boeren,
en moet dat niet gekoppeld worden aan productie, maar
aan publieke doelen zoals plattelandsontwikkeling en het
milieu.
Het lijkt er op dat de ACP-landen - die nu preferentiële
toegang tot de Europese suikermarkt hebben - de dupe zullen
worden van een herzien Europees suikerbeleid. De EU moet
ze daarvoor compenseren. Dat kan uit de vrijvallende exportsubsidies,
of uit bijv. een belasting op de suikerprijs of door het
belasten van de Europese suikerindustrie. Met die compensatie
(die bijv. 15-20 jaar geldt) kunnen landen hun productie
diversifiëren. Het is belangrijk om het effect van
de hervorming van het suikerbeleid op alle ACP-landen
afzonderlijk goed uit te zoeken.
De EU moet de landen die kunnen profiteren van het EBA-initiatief
ondersteunen; dat initiatief moet ook voor bewerkte suiker
gelden.
--------------------------------------------------------------------------------------
Noten:
[1] Met dank aan Renate voor het uitgebreide redigeerwerk.
Bij het schrijven heb ik gebruik gemaakt van het paper
"Oxfam Consultation on EU sugar reform" van
Oxfam International, jan. 2004.
[2] Bijvoorbeeld bij de onlangs gehouden besprekingen
over het Amerikaanse Vrijhandels Akkoord FTAA en over
een bilaterale handelsakkoord tussen VS en Australië.
[3] Dat wil zeggen van de export van de zgn C-suiker (*)
en de met subsidies uitgevoerde suiker afkomstig uit ACP-landen.
Die vielen namelijk niet binnen de Peace Clause. Een uitspraak
wordt op zijn vroegst einde zomer 2004 verwacht (Bridges
Monthly, vol 8 nr 1, jan. 2004, pag. 10, http://www.ictsd.org
(* C-suiker: in de EU geproduceerde suiker waarop de EU
geen exportsubsidie verleent. Boeren kunnen produceren
door overheveling van andere wel gesubsidieerde productie).
[4] Zeventig procent van de EU suikerproductie wordt verwerkt
in andere producten. Europese bedrijven die die producten
exporteren krijgen een subsidie afhankelijk van het aandeel
suiker. Vanwege hoge importheffingen is het voor suikerverwerkende
industrieën in de derde wereld moeilijk hun waar
naar de EU te exporteren.
[5] "Overwegingen bij de hervorming van het suikerbeleid
van de Europese Unie; Resultaten van het onderzoek naar
de gevolgen van de hervorming", Werkdocument van
de diensten van de Commissie, http://europa.eu.int/comm/agriculture/capreform/index_nl.htm
[6] Afgekort: EBA. Afspraken over opening van de Europese
markt in 2009 voor arme landen.
[7] Alleen de productie in Frankrijk, Duitsland, Engeland
en Oostenrijk zou overeind blijven.
[8] Zie noot 5 pag. 41. Dit lijkt overigens naar het lage-prijzen-scenario
toegeschreven. De aangegeven partijen zijn erg ongelijk.
De voorkeur van de milieubeweging voor lage prijzen (omdat
de suikerbieten dan verdwijnen van de ongeschikste gronden)
lijkt eenvoudig te ondervangen door subsidie aan boeren
bij een quotasysteem te verbinden aan duurzame productie-eisen.
[9] "Over de totstandkoming van een duurzaam landbouwmodel
voor Europa via het hervormde GLB -de sectoren tabak,
olijfolie, katoen en suiker", Brussels, 23 september
2003, Com 2003, 554. URL: zie noot 5. De Commissie zegt
niets over het weggevallen quota-scenario. Een verklaring
zou kunnen liggen in het mislukken van bijna alle grondstoffenovereenkomsten
in de laatste decennia.
[10] "Het gegeven dat de huidige quotaregeling en
de hoge gegarandeerde interne prijs een gespreide suikerproductie
in de hele EU in stand houdt, staat haaks op het streven
naar het verbeteren van de concurrentiekracht en het vergroten
van de marktgerichtheid van de Europese landbouw ... De
productiequota belemmeren de meest efficiënte producenten
in hun ontwikkeling en expansiedrift". Bron: zie
noot 16 (pag. 3).
[11] Brief minister Veerman aan de Tweede kamer van 9
december 2003, IZ.2003.2217, http://www.minlnv.nl/infomart/parlemnt/2003/par03368.htm
[12] De uitkomst van de DOHA-onderhandelingen en de uitspraak
van het WTO-panel afwachtend.
[13] Toespraak door Johann Marihart bij de jaarlijkse
borrel van de Europese Vereniging van Suikerproducenten
CEFS, 8 oktober 2003. Zie http://www.cefs.org
[14] "Rohr gegen Ruebe", Die Zeit, 8 januari
2004
[15] Zie "The great EU Sugar Scam; How Europe's sugar
regime is devastating livelihoods in the developing world",
2002, http://www.oxfam.org.uk
[16] Brief aan de Tweede kamer van 11 november 2003 met
betrekking tot de hervorming van marktordeningen voor
tabak, olijfolie, katoen en suiker, IZ.2003/1698, http://www.minlnv.nl/infomart/parlemnt/2003/par03341.htm
[17] Hierin nemen deel de Nederlandse suikerindustrie,
de LTO, de suikerverwerkers (Coca Cola etc), Oxfam/Novib,
de ministeries van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking
en Economische Zaken, Alterra (een onderzoeksinstituut
van de Landbouwuniversiteit Wageningen), het Landbouweconomisch
Instituut (LEI) en de Universiteit van Amsterdam.
[18] Waarin de Nederlandse bietentelers en suikerfabrieken
samenwerken; "Naar een gewogen en verantwoorde suikermarktordening
in de Europese Unie", http://www.platformsuiker.nl
[19] Ledenblad NAV, oktober 2003, http://www.nav.nl
[20] Zie bijvoorbeeld het verslag van de discussiedag
op 17 oktober 2003 van de werkgroep Landbouw en Armoede
(http://www.aardeboerconsument.nl). Het suikerregime is
een belangrijk element in de visie op de toekomst van
de Nederlandse landbouw in het algemeen.
[21] Het verdwijnen van exportsubsidie zou ook moeten
gelden voor producten waarin suiker verwerkt is. En het
EBA-initiatief zou ook moeten gelden voor producten uit
het Zuiden waarin suiker is verwerkt.
[22] "Submission to the DEFRA Consultation on Sugar
Reform (Joint policy paper by CAFOD, Action Aid and Oxfam
calling for an end to sugar dumping and assistance to
countries negatively affected by trade reform)",
januari 2004, http://www.cafod.org.uk/policy_and_analysis/policy_papers/sugar_reform_submission
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) PPP's - S.O.S.?
Public Private Partnerships nader bekeken
(door Renate Ebner)
Voor een (nog) grotere rol van het bedrijfsleven in de
Nederlandse ontwikkelingshulp heeft minister Van Ardenne
een offensief rond PPP's gestart. 1 Maart 2004 is de deadline
van een eerste ideeënwedstrijd voor geïnteresseerde
ondernemingen. Wat PPP's eigenlijk zijn en kunnen of moeten
opleveren, blijft onderwijl een half open vraag. Een conferentie
over 'business and financing opportunities in developing
countries' waartoe de ministeries van BUZA en EZ samen
met VNO/NCW en ICC (NL) voor 4 maart hebben uitgenodigd,
zal vermoedelijk een aanzet geven tot een vollediger antwoord.
Ervaringen van Europese buren laten zien dat PPP's in
ontwikkelingssamenwerking beter met argusogen kunnen worden
bekeken.
Sinds de toppen van Johannesburg (WSSD) en Monterrey (FfD)
in 2002/2003 over inhoud en financiering van duurzame
ontwikkeling is het (grote) bedrijfsleven niet meer weg
te denken uit de besluitvorming over en uitvoering van
ontwikkelingssamenwerking.
PPP's, public private partnerships, worden op alle mogelijke
terreinen en niveau's aangeprezen als wonderolie [1].
Basis vormt het credo "(buitenlandse) investeringen
leidt tot groei leidt tot ontwikkeling." Hierbij
kunnen flinke vraagtekens geplaatst worden. Zo roept de
Wereldbank recent op tot meer migratie [2]. Jubilee vindt
vooral de schuldenberg van het zuiden een sta-in-de-weg
van ontwikkeling ter waarde van 1000 dollar pro seconde
[3].
Met het "Actieprogramma Duurzame Daadkracht"
en de nota "Aan elkaar verplicht" van de nieuwe
vakminister Van Ardenne heeft ook in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking
het model PPP een centrale rol verworven [4].
Het begrip
Het eerst wat opvalt, is het stevige contrast tussen
het gepropageerde belang van het instrument en de vaagheid
van het begrip. Dit is nader bekeken door P. van Seters
[5].
Partnerschappen zijn volgens hem geen nieuw fenomeen.
Dus wat is er zo vernieuwend aan van Ardennes PPP's? Zij
schrijft de meerwaarde van haar PPP's toe aan hun additionele
karakter en de creatie van draagvlak voor duurzame ontwikkeling.
Zij kritiseert de PPP's van de VN als te ruim. Maar laat
zelf na een betere of smallere definitie te geven. Volgens
P. van Seters blijft de minister ook vaag over de vraag
of de participatie van NGO's noodzakelijke voorwaarde
bij PPP is (het begrip doet hem vermoeden van niet [6]).
De hamvraag is: welk belang staat voorop? Duurzame ontwikkeling
en armoedebestrijding, of de marktbelangen van bedrijven?
Laten we de oproep van DGIS [7] aan het bedrijfsleven
voor PPP-ideeën bekijken....
Projectbeschrijving
In de geest van de WSSD-top in Johannesburg en de nota
"Aan elkaar verplicht" heeft DGIS een ideeënwedstrijd
uitgeschreven voor PPP's. "DGIS wants to involve
the private sector more actively in the development process
of developing countries [8]." De projecten moeten
de reguliere hulp aanvullen en extra fondsen en resultaten
opleveren. Geëist wordt "a clear contribution
to poverty reduction and sustainable development in DGIS
partner countries, preferably in sub-Saharan Africa."
Omvangrijke investeringen in infrastructuur zijn taboe.
De projecten mogen zich uitsluitend richten op de WEHAB-sectoren
- Water/sanitation, Energy, Health, Agriculture, Biodiversity
(inclusief gerelateerde handels- en investeringszaken
[9]).
Per PPP stelt DGIS tussen 0,2 en 1 mln Euro beschikbaar.
Privé-partners moeten de helft van de projectkosten
betalen, aan capacity-building/kennisoverdracht bijdragen
en "sustainable results" bewerkstelligen. Ook
moeten de projecten passen bij de nationale plannen voor
armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling [10]. Ontvangende
overheden moeten elk project steunen en stakeholders/
targetgroups moeten in die landen participeren. De Nederlandse
ambassades zullen zorgen voor het betrekken van de lokale
privé-sector. So far, so good.
Tekortkomingen
Het concept vertoont echter ook enkele substantiële
weeffouten.
"Partners must function on an equal basis" stelt
DGIS. Toch worden alleen de overheid en het bedrijfsleven
aangemerkt als noodzakelijke partners van PPP's. Civil
society en/of intergouvernementele organisaties zijn alleen
maar "preferably" deelnemers. Of ze een rol
spelen, en - zo ja - welke, bij het initiëren, voorbereiden,
uitvoeren of evalueren van PPP's blijft onduidelijk.
Voor de hand liggende voorwaarden [11] aan bedrijven (anders
dan het indienen van de projectaanvraag in het Engels
en zonder tegemoetkoming in kosten) worden niet gesteld.
Wel zal de regelgeving op maat gesneden worden [12]. Ook
garandeert DGIS vertrouwelijke behandeling van de aanvragen.
De werkwijze bij PPP's vertoont daarmee opmerkelijke
overeenkomsten met de (oude) regeling van de overheid
voor exportkredietverzekering van grote bedrijven [13].
(Hierbij wordt risico van bedrijven afgewenteld op overheden).
In beide gevallen betreft het een PublicPrivate samenwerking.
Met een gedeeld doel en via bilaterale verdragen. In beide
constructies rijst ook de vraag of het instrument het
belang van het ontvangende land dient of wordt toegepast
"om het Nederlandse zakenleven te spekken."
[14]
Voor een antwoord inzake exportkredieten heeft BothEnds
een WOB-procedure (Wet Openbaarheid Bestuur) aangespannen
- en verloren. Want de overheid had de bedrijven vertrouwelijke
behandeling toegezegd. "De rechter vond die belofte
zwaarder wegen dan ons belang om te kunnen controleren
of de regeling heeft bijgedragen aan ontwikkeling in de
arme landen [15]." Het gevolg: een onafhankelijke
toets van de financiële effecten en doelmatigheid
van dit instrument is haast onmogelijk is.
Een laatste overeenkomst tussen PPP's en exportkredietregeling
wordt mogelijkerwijs dat NGO's geen rol van betekenis
spelen.
Kijkend naar de inhoud van de beoogde PPP's, valt overigens
meteen een wezenlijk verschil te constateren: "Public
money cannot be used to protect partners from normal commercial
risk [16]." Heldere taal.
Blijft over de belangrijke vraag: werken PPP's ook zoals
bedoeld?
Doeltreffendheid
Overheid en bedrijfsleven zullen hierbij niet gauw kanttekeningen
maken. NGO's wel.
Bijvoorbeeld B. de Steenhuijsen (KIT)[17]. "De minister
gaat er te gemakkelijk van uit dat handel en investeringen
automatisch tot ontwikkeling leiden. Ik heb daar mijn
twijfels over. Bedrijven gaan het liefst naar de ontwikkelde
gebieden in de landen met de laagste lonen. Ze gaan niet
de binnenlanden in. Je kunt je daarom afvragen of ze echt
bijdragen aan armoedebestrijding." [18].
M. Hillen (Stichting Maatschappij en Onderneming) vindt
dat de DGIS voorwaarden moet stellen aan de financiering
en het delen in de winst door lokale bedrijven. [19]
P. Hoebink (Katholieke Universiteit Nijmegen) is positief
over partnerschap maar signaleert een groot probleem.
"Blijkbaar is men op het ministerie niet in staat
de centrale doelstelling te operationaliseren" [20].
Armoedebestrijding daar draait het om. Maar elke nadere
omschrijving of operationalisering van de beoogde resultaten
is opvallend afwezig in het verhaal van DGIS. (Verderop
zal blijken dat dit funest uitpakt voor het toetsen van
de doeltreffendheid - nota bene een van de belangrijkste
reden om aan PPP's te beginnen.)
Moeten we dan maar aannemen dat (rendabele) projecten
- want verplicht gericht op de WEHAB sectoren - als het
ware automatisch armoedebestrijdend en duurzaamheidsbevorderend
zijn? Een erg gewaagde (vooronder)stelling gezien de beschikbare
ervaringen [21]!
Privé en/of privatiserende partnerships ?
De meeste voor PPP's gedoodverfde sectoren lijken niet
alleen in hun armoedebestrijdingspotentieel op elkaar
maar meer nog in hun commercieel potentieel. Het betreft
namelijk allemaal voorzieningen in de collectieve sector
die men graag wil liberaliseren en privatiseren. Multilateraal
(via onderhandelingen over diensten in de WTO) dan wel
bilateraal (via voorwaarden aan de ontwikkelingshulp,
[22]). Waarom dan niet via pro-business ontwikkelingshulp
in de vorm van PPP's?
De Nederlandse regering zou heus de enige niet zijn.
Zo is het Britse ontwikkelingsbeleid verbouwd onder ex-minister
Clare Short. "In Britain the Labour Government...
has found a far more effective means of helping the rich
while pretending to help the poor. It is spending its
money on projects that hand public goods to corporations
[23]." Een voorbeeld.
342 Mln pounds (ruim 1 miljard Euro) aan Britse "ontwikkelingshulp"
gaan naar Andhra Pradesh (India). Het leeuwendeel is bestemd
"to 'restructure' and 'reform' the state and its
utilities... It permits Andhra Pradesh to become a laboratory
for the kind of mass privatisations the department is
seeking to encourage all over the world." [24].
Publiek ontwikkelingsgeld uit Europa onder de vlag van
armoedebestrijding aangewend voor de privatisering en
commercialisering van alle publieke voorzieningen in je
(arme) land - valt er een groter nachtmerrie-scenario
voor de armen in het Zuiden te bedenken? Cynisme ten top,
toch lijkt het zich te voltrekken [25).
Terug naar Den Haag.
WEHA-business opportunities
Of de PPP's de hoge verwachtingen inzake additionele
middelen, vernieuwende samenwerkingsvormen en duidelijke
armoedebestrijding waar zullen maken, moet blijken.
Wat de WEHAB-sectoren betreft, wordt aan de weg getimmerd.
Ze staan centraal op een bedrijvendag bij de Nederlandse
werkgeversorganisaties op 4 maart: "The role of YOUR
BUSINESS in development, a conference on business and
financing opportunities in developing countries."
De conferentie is een initiatief van de ministeries van
economische en buitenlandse zaken, het NCDO (op wiens
website meer informatie), het VNO/NCW en de International
Chamber of Commerce-NL.
Medewerking verlenen SENTER [26], "A-strong-private-sector-is-a-necessary-precondition-for
sustainable-growth-and-thus-one-for-effectieve-poverty-reduction-as-well"
FMO [27] en EVD [28]. Ondersteuning komt van Sunsia [29],
Brooklyn Bridge [30] en Stichting IntEnt [31].
Het doel? "This conference will bring your company
up to speed on a wide range of financing facilities, partnership-
and business opportunities in numerous sectors in developing
countries. Our objective is to promote business activity
in developing countries." [32]. Bedrijven met activiteiten
of belangen in ontwikkelingslanden genieten voorrang.
Bedrijven uit de ontwikkelingslanden zelf worden niet
genoemd. Nieuwsgierig naar de gasten? Een lijst van genodigden
staat op de website van NCDO.
H. Wijffels (voorzitter SER, ex ERT [33]) zit voor. Keynote-speaker
is naast de ministers Brinkhorst en Van Ardenne ook S.
Brenninkmeijer (CEO van Andromeda Fund BV [34]. SNV, NCDO
[35] en FMO presenteren een "company survey"
over "drivers, barriers and needs of Dutch companies
doing business in developing countries".
Centraal staan in de workshops de 'business opportunities'
in de sectoren Water (and environmental services), (renewable)
Energy, Health, Agribusiness. Kortom: WEHA.
Koffiedik
PPP's zijn weliswaar pas recent op de agenda van de Nederlandse
ontwikkelingssamenwerking beland - een nieuw fenomeen
zijn zij niet. Reeds in 1999 heeft de Duitse overheid
56,4 mln Euro voor PPP's met Europese ondernemingen uitgetrokken.
Deze pilot - 36 PPP's in 7 landen - is na drie jaar geëvalueerd.
In het aprilnummer 2003 van het tijdschrift 'D+C' [36]
valt na te lezen of het PPP-instrument ook heeft gewerkt.
Helaas: "De meeste doelen onttrekken zich aan een
systematische verifiëring aan de hand van controleerbare
criteria" [37) Onvoldoende geoperationaliseerde doelstellingen
blijken zich te wreken.
Dit geldt ook voor het zo cruciaal geachte katalysator
effect: "Ook de vraag in hoe verre publieke middelen
zijn bespaard dankzij het mobiliseren van additioneel
particulier kapitaal, kan niet worden beantwoord. Want
er valt geen opheldering te verkrijgen over de kwestie
van de additionaliteit (hoe groot is het aandeel particuliere
investeringen, die zonder subsidie van het ministerie
van ontwikkelingssamenwerking achterwege zouden zijn gebleven)"
[38].
En onder het kopje "Einige grundsaetzliche Probleme"
lezen we kort maar krachtig: "3. Noch locale stakeholders
noch de regeringen van de partnerlanden hebben invloed
op de maatregelen van de PPP-voorziening." [39]
Hell broke loose. InWent gooide er maar een tweede themanummer
met filosofische editorial - "According to Herakleitos,
dispute is the father of all things" - tegen aan
[40].
PPP's kunnen het best worden beoordeeld op hun eigen
pretenties en door het stellen van passende vragen.
R. Thiel, uitgever van D+C: "If the donors are no
longer to be in the "driver's seat" of development,
but the partner countries, then one cannot see why PPP
does not provide for the partner countries to have a say
in decisions, nor why only companies from Germany or other
EU countries are promoted but not those in the partner
country." Zijn conclusie: "a true forming of
political opinion on PPP is not possible" - met dank
aan de onmogelijkheid van onafhankelijke toetsing....[41]
Voor wie Berlijn voor wijze lessen te ver vindt liggen
(of gaan), kan in de geschiedenis van een decennium PPP's
in de Nederlandse vastgoed- en ruimtelijke ontwikkeling
duiken [42].
Noten:
[1] "Van Ardenne wil meer in zaken", Internationale
Samenwerking nr 12 (p. 8/9), december 2003, http://www.isonline.nl/default.asp?CMS_ITEM=E684FCE057242958D6E0C0A45B1AB19X3X50315X55
[2] "Migranten maken meer geld over", Internationale
Samenwerking nr 5 (p. 11), mei 2003.
[3] Jubilee Nederland: "Ontwikkelingslanden betalen
jaarlijks 43 miljard dollar schuldeneisers", in "Wie
z'n schuld?", Internationale Samenwerking nr 12 (p.
6), december 2003, http://www.isonline.nl/default.asp?CMS_ITEM=74828D2E64EF4E4F8E963FE6CFFC2075X3X49892X27
[4] Voor een uiteenzetting van het nieuwe beleid, zie
"Minder Landen meer partners", Internationale
Samenwerking, nr 11 (p.32), november 2003, of http://www.minbuza.nl
[5] "Tussen daadkracht en misverstand - partnerschappen
mogen van de minister geen 'oude wijn in nieuwe zakken'
zijn, maar wat zijn ze dan wel?", Internationale
Samenwerking nr 2, februari 2004, http://www.isonline.nl/default.asp?CMS_ITEM=MFCWD4602012BF4074FE89E12DCCE318A4D3F
[6] idem
[7] DGIS: Directeur-Generaal voor Internationale Samenwerking
[8] "Public Private Partnerships", ministerie
van BUZA, Oktober 2003,
http://www.minbuza.nl/default.asp?CMS_ITEM=0081A4BC6D474BED9AEF043F75319125X1X52700X65
[9] Deze sectoren zijn in de Millennium Development Goals
aangewezen voor maatregelen ter armoedebestrijding.
[10] Zoals Poverty Reduction Strategy Papers. Zie: http://www.imf.org/external/np/prsp/prsp.asp
[11] Denk aan: aantoonbaar maatschappelijk verantwoord
ondernemen, of lidmaatschap van het MKB, of niet betrokken
zijn bij fraudezaken in Nederland.
[12] "Appropriate legal instruments for the involvement
of the Dutch government will be decided, depending on
the specific features of the partnership", zie noot
8.
[13] De aflossing ter waarde van 500 mln Euro/jaar is
goed voor een substantieel deel van het budget van 3,8
miljard Euro van OS (Eveline Lubbers in "Verdubbel
de ontwikkelingshulp - om te beginnen", De Volkskrant,
15 januari 2004). Van Ardenne heeft hiervoor 11% van haar
budget gereserveerd (in "Latijns-Amerika als proeftuin",
La Chispa, februari 2004). Volgens W. Wiertsema wordt
in nieuwe gevallen wel inzage gegeven ("De WOB van
Wiertsema", Internationale Samenwerking nr 10 (p.14),
oktober 2003.
[14] "De WOB van Wiertsema", Internationale
Samenwerking nr 10 (p.14), oktober 2003.
[15] idem
[16] Zie noot 8
[17] KIT: Koninklijk Instituut voor de Tropen (http://www.kit.nl)
[18] In "Van Ardenne meer in zaken" (zie noot
1). A. Driessen van VNO-NCW erkent hier dat in de allerarmste
gebieden bedrijven inderdaad geen rol kunnen spelen.
[19] Idem.
[20] Paul Hoebink in "De Nederlandse navel"
over de nota "Aan elkaar verplicht", in Internationale
Samenwerking nr 11 (p. 6), november 2003.
[21] Bijvoorbeeld inzake watervoorziening in bijvoorbeeld
Zuid-Afrika. Zie daarvoor ondermeer "Aangeb. (i.z.g.s.)
waterleidingbedr. in ontw. land - de strijd om nutsvoorzieningen",
Internationale Samenwerking nr 9 (p. 33 ev.), september
2003. Zie ook een recent onderzoek van de Rijksuniversiteit
Groningen "Developing Countries and GATS" door
Catrinus Jepma en Elise Kamphuis. Bestellen kan via wewi@eco.rug.nl.
[22] "In Ghana, the department made its aid payments
for upgrading the water system conditional on partial
privatisation.", in "On the edge of lunacy -
British foreign aid is now targeted at countries willing
to sell off their assets to big business", Georges
Monbiot, The Guardian, 6 januari 2004, http://www.monbiot.com
[23] Zelfde bron als noot 22.
[24] Idem.
[25] Op 28 januari j.l. heeft de Europese Commissie 1,2
miljard US$ uit het Europees Ontwikkelingsfonds bestemd
voor de verbetering van de toegang tot water en sanitatie
voor de 79 landen van het ACP-blok (waarvan 40 Minst Ontwikkelde
Landen). Volgens Stefan Verwer van BothEnds konden noch
de ontvangende landen noch NGO's in Noord of Zuid meepraten
over de bestemming van het geld. Volgens een woordvoerder
van de EC "funds would be invested in measures to
build or strengthen institutional and regulatory frameworks,
which are seen as a precondition for ability to attract
more funds." In: "Money Flow to Water Challenged",
Stefania Bianchi, IPS, 30 januari 2004, http://www.ipsterraviva.net
[26] SENTER: agentschap van EZ verantwoordelijk voor de
uitvoering van subsidie-, krediet- en financiële
regelingen en programma's op het gebied van technologie,
milieu, export en internationale samenwerking. Doelstelling:
"Duurzaam versterken van de positie van het bedrijfsleven
en kennisinstellingen in Nederland". SENTER beheert
rond 1 miljard Euro beleidsgeld. Http://www.senter.nl
[27] FMO: Nederlandse Financierings-Maatschappij voor
Ontwikkelingslanden N.V., "een joint venture van
de Nederlandse Staat, de grote Nederlandse banken en het
Nederlandse bedrijfsleven"... Doelstelling is bij
te dragen aan structurele en duurzame economische groei
in deze landen en samen met de private sector een goed
rendement te behalen." In 2002 1,9 miljard euro uitstaand
en gecontracteerd. Http://www.fmo.nl
[28] EVD: agentschap van EZ. "De centrale organisatie
van de rijksoverheid die het Nederlandse bedrijfsleven
ondersteunt bij internationaal ondernemen". Beheert
onder andere IFOM, investeringsfaciliteit voor opkomende
markten. Http://www.evd.nl
[29] SUNSIA: Support Unit for Sustainable Investment in
Africa. "An agency for consultancy, mediation and
match making in the field of sustainable economic partnership
between Africa and Europe." Directeur is drs. M.
Kabore (Burkina Faso), voorheen werkzaam als onderzoeker
bij Shell en Hewlett Packard en projectmanager bij SMO
(Stichting Maatschappij en Onderneming). Http://www.sunsia.com
[30] Brooklyn Bridge: "Raises consciousness of self-interest
to institutionalize sustainability in the financial world....
a knowledge broker, specializing in 'Triple Bottomline'
or 'Social Responsibility' ..." Http://www.tbli.org
[31] Stichting IntEnt: Internationalization of Entrepreneurship.
Doelstelling: hulp aan allochtone ondernemers in Nederland
bij het opzetten van nieuwe ondernemingen in het land
van herkomst." Http://www.ondernemenoverdegrens.nl
[32] In: "The role of YOUR BUSINESS in development",
ministerie van BUZA, http://www.minbuza.nl/default.asp?CMS_ITEM=4A86C7AD1CC544149953F65A0C479ABFX3X40806X27
[33] ERT: European Round Table of Industrialists. Http://www.ert.be
[34] Andromeda Fund BV is een capital fund met als motto
"If you can dream it - we can do it". "Unlike
many venture philanthropy or social investment funds it
has ambitious investment return targets"; http://www.andromeda-fund.com
Andromeda is onderdeel van COFRA, een holding in Zwitserland
voor de wereldwijde commerciële belangen van de familie
Brenninkmeijer (C&A). Zie http://www.matlockbank.co.uk/pb.asp
en Http://www.optinose.no/news/default.asp?ID=74
[35] SNV: Netherlands Development Organization (SNV).
http://www.snvworld.org of http://snv.nl NCDO: Nationale
Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame
Ontwikkeling. Http://www.ncdo.nl
[36] Magazine for Development and Cooperation, van InWent
[37] (vertaling) in "Bilanz der ersten Jahre",
Tilman Altenburg en Tatjana Chahoud, http://www.inwent.org/E+Z/content/archiv-ger/04-2003/schwer_art1.html
[38] Stel dat 50% van de privé-investeringen (uit
2001) de PPP toe te schrijven zijn. Dan bedraagt het extra
volume de helft van 35,8 mln Euro, ofwel 0,5% van het
budget van het (Duitse) ontwikkelingsbudget (bron: noot
37)
[39] Zie noot 38.
[40] Zie "PPPs: doem of roem?", Internationale
Samenwerking nr 9 (p.45), september 2003. Daarom bevat
en het april- en het juninummer van het Magazine for Development
and Cooperation artikelen waarin PPP's uitgebreid worden
geëvalueerd. Zie: http://www.inwent.org/E+Z/
[41] "What developmental impacts?" (editorial)
van Magazine for Development and Cooperation, april 2003,
http://www.inwent.org/E+Z/content/archive-eng/04-2003/edit_art1.html
[42] Twan Zeegers (senior procesmanager gebiedsontwikkeling
Berenschot Osborne) bijvoorbeeld schrijft in "PPS
als wonderelixer of smeerolie in ruimtelijke ordening",
COBOUW 12 februari 2004: "Een aantal belangrijke
waarnemingen waren dat PPS vaak met grote ambities start
in de planvormingsfase. In de realisatiefase verzandt
de samenwerking echter in een strategisch spel waarbij
de private (lees: rendement) en publieke (lees: politiek)
belangen de arena domineren. De werkelijke projectdoelen
verdwijnen dan al snel achter de horizon."
Tip: zoek via http://www.NIROV.nl (of google natuurlijk).
Opgelet: in de ruimtelijke ordening is een PPP nog een
"PPS"(publiek-particuliere samenwerking)
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) GATS - hoe staat het er voor?
Update van dienstenakkoord van de WTO
(door Erik Wesselius [1])
Stilstand na Cancún?
Het mislukken van de Ministeriële Conferentie van
de WTO in Cancún had grote gevolgen voor de GATS-onderhandelingen:
sinds de laatste speciale zitting van de Raad voor Handel
in Diensten, vorig jaar juli, heeft er geen volledige
GATS-onderhandelingssessie meer plaatsgevonden. De onderhandelingen
over markttoegang op basis van de bilaterale verzoeken
en aanbiedingen die tot nu toe ingediend zijn, zijn feitelijk
tot stilstand gekomen.
De vrijwel volledige impasse van de GATS-onderhandelingen
na Cancún komt bovenop het gebrek aan enthousiasme
dat de meeste ontwikkelingslanden al etaleerden binnen
de WTO. Tot nu toe hebben er slechts ongeveer zestig WTO-lidstaten
liberaliseringsverzoeken aan andere WTO-leden gedaan;
en 42 landen (minder dan een derde van het totaal aantal
WTO-leden) hebben in antwoord daarop een eerste liberaliserings-aanbod
gedaan. Van deze 'aanbiedingen' komt minder dan de helft
van ontwikkelingslanden, en van de Afrikaanse landen heeft
tot nu toe alleen Senegal een bod gedaan.
In een poging om dit gebrek aan betrokkenheid van vooral
de ontwikkelingslanden te doorbreken, heeft de EU geprobeerd
om tijdens de Ministeriële Conferentie van Cancún
deadlines vast te stellen voor het indienen van herziene
verzoeken en aanbiedingen. Het valt te verwachten dat
tijdens de eerste GATS-onderhandelingssessie na Cancún,
die gepland is voor eind maart/begin april dit jaar, opnieuw
geprobeerd zal worden om zulke deadlines vast te leggen.
Jammergenoeg zijn de GATS-onderhandelingen na Cancún
niet volledig tot stilstand gekomen. In verschillende
WTO-werkgroepen (de Working Parties on Gats Rules and
Domestic Regulation en het Committee on Specific Commitments)
zijn de onderhandelingen gewoon doorgegaan. In deze werkgroepen
wordt niet over specifieke markttoegang gesproken maar
over zogenaamde horizontale thema's als noodgaranties
('emergency safeguards'), subsidies, overheidsaanbestedingen
en binnenlandse regulering ('domestic regulation').
Noodgaranties
De onderhandelingen over regels voor maatregelen op het
gebied van noodgaranties, lijken de deadline van 15 maart
2004 niet te gaan halen. Voor ontwikkelingslanden is dit
een zeer belangrijk thema. Maar de VS, de EU en andere
OECD-landen hebben zich vanaf het begin verzet tegen noodgaranties
voor handel in diensten. Als gevolg daarvan zijn verschillende
deadlines voor deze onderhandelingen al gepasseerd (zoals
die van 30 juni 1999 [2]).
In de aanloop naar Cancún heeft een groot aantal
ontwikkelingslanden nog eens bevestigd dat zij op dit
punt vastbesloten zijn [3] en het ziet er naar uit dat
de noodgaranties ('emergency safeguards') een belangrijk
thema zullen worden bij de eerstkomende GATS-onderhandelingssessie,
eind maart.
Binnenlandse regulering
In december bracht het WTO-secretariaat een geactualiseerde
versie naar buiten van een studie naar noodzakelijkheidstesten
('necessity tests'). Dergelijke testen zouden moeten garanderen
dat binnenlandse wetgeving niet "meer handelsbelemmerend"
is dan noodzakelijk. De studie is te vinden op de website
van ICTSD [4].
GATS-doorstart in maart 2004?
Op de vergadering van de Algemene Raad op 12 februari
2004 werd ambassadeur Alejandro Jara (Chili) herbenoemd
als voorzitter van de speciale sessie van de Raad voor
Handel in Diensten. Het voorlopige programma van bijeenkomsten
in 2004 zoals dat momenteel op de website van de WTO is
te vinden (versie van 13 februari 2004, 14:45) kondigt
een reeks GATS-gerelateerde bijeenkomsten aan in de periode
tussen 23 maart en 2 april. Het ontbreken van verdere
data voor GATS-sessies op het voorlopige programma voor
2004 lijkt erop te wijzen dat de GATS-vergaderdata voor
de rest van het jaar nog vastgesteld moeten worden.