WTO.ZIP NIEUWSBRIEF
 

WTO.ZIP nummer 22 van 13 maart 2003

 

REDACTIONEEL

Ziekte en drukte wegens het meehelpen bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten rondom GATS zijn mede debet aan het late verschijnen van deze WTO.ZIP. Zo zijn er een aantal artikelen opgenomen die al in januari/februari geschreven zijn. En wordt de uitwerking van aantal thema's doorgeschoven naar de volgende uitgave. De volgende keer zal aandacht worden besteed aan ondermeer de acties van havenwerkers tegen een Europese richtlijn voor liberalisering van havendiensten, aan de meningsverschillen binnen de WTO over 'landbouw' en zal worden belicht hoe de voortgang van de WTO-onderhandelingen gevaar loopt aan de vooravond van belangrijke sluitdata voor GATS en landbouw.

In deze WTO.ZIP wordt stilgestaan bij de info-middag over 'GATS en privatisering' van 8 februari jl. Van de hand van Jo Versteijnen is er een samenvatting van de drie inleidingen, verder is de spreekbeurt van Bart Brugmans van WISE over liberalisering van de energiesector uitgeschreven. Meer over GATS betreft de inhoud van uitgelekte documenten over het standpunt van de EU ten aanzien van GATS. Ze leidden tot veel ophef en Lamy voelde zich gedwongen om zich te verdedigen bij de BBC. In de pers is de conclusie van critici over de gevolgen van de EU-opstelling inmiddels breed uitgemeten en het speelt zeker ook een grote rol tijdens de Europese actiedag tegen GATS die vandaag gehouden wordt.

Guus Geurts en Donald Pols buigen zich over landbouw. Aan de orde komen de noodzaak tot bewustwording en coalitievorming bij organisaties en politieke partijen in Nederland en kritiek op de voorstellen van Commissaris Fischler.

Naar aanleiding van de waarschuwingsstaking van Europese havenwerkers op 17 januari belicht Hans Boot de voorgeschiedenis van hun strijd. Zoals gezegd de volgende keer meer over deze vakbondsstrijd tegen verlies van banen en verslechtering van arbeidsvoorwaarden. Deze week leidde dat tot confrontaties met de Brusselse politie bij het gebouw van het Europese Parlement.
Stuart Howard geeft aan hoe ondermeer de Europese Unie op voordracht van grote ondernemingen probeert om binnen de WTO meer marktopeningen te forceren op gebied van lucht- en zeevaart.

En McCarthy lijkt herrezen te zijn in de VS. In hoeverre vormen voorgenomen een bedreiging voor 'anti-globalisten' daar?


Rob Bleijerveld

 

INHOUD:

WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


A) Privatisering en GATS: een balans van een informatiemiddag
Utrecht, 8 maart 2003

Op 8 februari werd in Utrecht een informatiemiddag gehouden over privatisering en GATS, georganiseerd door XminY Solidariteitsfonds en Voor de Verandering, in samenwerking met SOMO (Stichting Onder-zoek Multinationale Organisaties) en CEO (Corporate Europe Observatory). Er zijn drie inleidingen over privatisering en GATS-onderhandelingen, gevolgd door de uitwerking van privatisering geïllustreerd aan de hand van een drietal cases: energie, onderwijs en gezondheidszorg. Daarna twee korte paneldiscussies (respectievelijk over GATS en parlement, en GATS en vakbonden in Nederland) en uitleg over de activiteiten in het kader van een Europese actiedag op 13 maart.

Hieronder een samenvatting van de drie algemene inleidingen, gemaakt door Jo Versteijnen.

 

I. 'Algemene schets van de achtergronden van privatisering'
(door Lou Keune, Universiteit van Tilburg [1])

Lou Keune bijt het spits af met een algemene schets van de achtergronden van privatisering. Hij definieert privatisering als de overdracht van door (semi)overheidsinstanties of ondernemingen verzorgde taken aan particulier bedrijven die met winstoogmerk opereren. Hij plaatst privatisering in de context van een breder proces naar liberalisering van de economie (neoliberalisme). Sleutelbegrippen daarbij zijn deregulering, afbraak van belemmering voor internationale handel en investeringen, flexibilisering van de arbeid, bevordering van concurrentie en marktwerking, primaat over de economie bij private ondernemingen. Die liberalisering zien we ook terug daar waar (semi)overheidsinstellingen en ondernemingen die niet primair geleid worden door winstoogmerken, (een deel van) hun activiteiten afstoten naar de private sector (privatisering), respectievelijk zich laten leiden door neoliberale principes als dat van de marktwerking.

Dit beleid van liberalisering van de economie volgt op de bloeiperiode van het ontwikkelen van (semi)overheidstaken. Op menig gebied van de collectieve sector bracht deze inspanning veel goeds, maar riep tevens ook ernstige kritiek op. Zo werd gewezen op de bureaucratisering en verkokering van een aantal overheidsvoorzieningen en instellingen, misbruik van sociale voorzieningen et cetera. En ook ontwikkelingslanden kenden vergelijkbare problemen, naast corruptie, inflatie, tekorten op de betalingsbalans, en een explosief groeiende schuldenlast. Deze kritiek op de collectieve interventies, die tot de jaren 1975-'80 veel goeds brachten, en de vraag hoe het anders moest, gaven de stoot tot de keuze voor een beleid van liberalisering van de economie. Deze keuze was echter niet zozeer gebaseerd op een principiële en inhoudelijke discussie, alswel op een strijd op ideologisch niveau, waarin de aanhangers van de collectieve interventies en de staatsbemoeienis zich - onder meer door de val van de Berlijnse muur en het einde van het reëel bestaande socialisme - al te gemakkelijk uit het veld lieten slaan door de voorstanders van de markteconomieën. Het bleek al spoedig dat het neoliberalisme zijn beloften niet waar kon maken. Vanaf de jaren 1980 barst de kritiek op het liberaliseringsbeleid, waaronder ook de privatisering, dan ook los. Ervaringen in ontwikkelingslanden en in landen van de OECD wijzen op groeiende welvaarts- en inkomensongelijkheid. De milieudegradatie neemt alsmaar toe, zodat in 2001 de biologische capaciteit van de aarde al met 20% overbelast was. De privatisering van kennis keert zich steeds meer tegen het algemeen belang en dat van de armere lagen van de bevolking (zo hebben Amazone-indianen minder recht op een door hen ontdekte medicinale plant, omdat een farmaceutisch bedrijf daarop patent verworven heeft). De privatisering van waterleiding leidt in nogal wat gevallen tot uitsluiting van de armen van toegang tot schoon water. Uitsluitingen ook in het geprivatiseerde onderwijs en de gezondheidszorg. Erbarmelijke arbeidsomstandigheden bij de productie van kleding, schoeisel etc. Ook in ons land zijn er voorbeelden te over: problemen met de NS; herziening van het zorgstelsel die leidt naar kwaliteitsdaling en kostenstijging. De hoge schuldenlast van de KPN, het ontslag van duizenden werknemers, en bedrijven die van het ene land naar het andere 'hoppen', op jacht naar goedkope arbeid, zoals Philips.

Het is duidelijk dat het neoliberalisme zijn pretentie dé oplossing te bieden niet waar kan maken. Maar om te voorkomen dat bij de vraag hoe de economie moet worden ingericht opnieuw oppervlakkig en op een ideologiserende manier wordt gediscussieerd, zal een aantal principiële kwesties en argumenten niet kunnen worden genegeerd. Lou Keune wijst op:

  1. Efficiëntie. Bij de inrichting van een nieuwe economie zullen de inefficiënties van de door private winst geleide producties en dienstverleningen vermeden moeten worden, zoals: de hoge kosten van reclame, marketing; steeds meer 'managers' die werken in functies die niets voortbrengen; overinvestering vanwege de concurrentie; werkloosheid en fysiek kapitaalvernietiging; verspillend consumentengedrag.
  2. En dan is daar ook het democratisch tekort. Wie heeft het voor het zeggen? In plaats van democratische controle zien we bijvoorbeeld allerlei vormen van internationaal overleg tussen transnationale bedrijven die zich aan democratische controle onttrekken. Het gaat om grote maatschappelijke belangen, maar het zijn transnationals en grote bedrijven die eigenhandig beslissen over plaats en land van vestiging, en daarbij uitsluitend het winstoogmerk nastreven, met voorbijgaan aan het maatschappelijk belang.
  3. Tegenstelling tussen publieke taken en winstoogmerk. Bij de inrichting van een nieuwe economie zal vermeden moeten worden dat de winstgevendheid van bedrijven prioriteit krijgt boven de basisbehoeften van mens en natuur, nu en in de toekomst.
  4. Tegenstelling tussen individuele bedrijfskosten en maatschappelijke kosten. Met het oog op het winstoogmerk streven bedrijven naar minimalisering van de eigen, individuele bedrijfskosten door onder andere allerlei maatschappelijke kosten niet mee te rekenen en dus ook niet op zich te nemen: wie draait er op voor de kosten van werklozen, zieken, milieudegradaties? Als deze kosten zouden worden meegenomen bij het huidige stelsel van nationale rekeningen, zou men moeten vaststellen dat er vanaf 1980 geen sprake meer is van economische groei, maar van economische achteruitgang.
  5. De groeidwang die het neoliberalisme zo kenmerkt, zal in een nieuwe economie afwezig moeten zijn. Voor landen als Nederland zou in plaats van groeidwang eerder sprake dienen te zijn van 'krimpeconomie' of 'economie van het genoeg'. Groeidwang staat in functie van de winstmaximalisering van bedrijven en de bedreiging van de werkgelegenheid.
  6. In een nieuwe economie zal de nadruk moeten vallen op solidariteit in plaats van op concurrentie die in het neoliberalisme noodzakelijk is: concurrentie tussen bedrijven, tussen landen (en volkeren) en groepen van landen (en volkeren), tussen sociale lagen, maar ook tussen dochterondernemingen, afdelingen, arbeidsgroepen en individuen. Mensen en collectiviteiten worden voortdurend tegen elkaar opgejaagd, waarbij fundamentele waarden als solidariteit en sociale rechtvaardigheid onderdrukt worden.

 

II. 'Privatisering en GATS-onderhandelingen'
(door Mirjam Vander Stichele, SOMO [2])

In Nederland zijn bijna alle publieke diensten al geprivatiseerd. Alleen een deel van de gezondheidszorg, van onderwijs en watervoorziening is nog in publieke handen. Als bedrijven gaan privatiseren komen ze niet alleen op de markt van nationale, maar onmiddellijk ook op die van de internationale concurrentie. Dit heeft consequenties die vaak vergeten worden. De kans bestaat dat die Nederlandse geprivatiseerde bedrijven overgenomen worden door (grotere) buitenlandse geprivatiseerde bedrijven. En die aanwezigheid op de internationale markt noodzaakt ook tot zoveel mogelijk winstgeving, om in die internationale concurrentie te kunnen groeien en het hoofd boven water te houden.

Wat is het GATS-verhaal? Geliberaliseerde en geprivatiseerde diensten komen in het GATS-verdrag, en dat verdrag zet de liberalisering en privatisering vast, dat wil zeggen dat het door dit verdrag bijna niet meer mogelijk is een (deel van een) geprivatiseerde dienst terug te nemen. Wat de GATS voorts doet is rechten geven aan bedrijven. De definitie van 'handel in diensten' is zeer breed, en omvat vele sectoren, ook de essentiële, zoals waterdistributie, gezondheidheidszorg, onderwijs, energie, telecom, financiële diensten, zoals banken en zorgverzekeringen. Die rechten houden onder andere in dat:

a. buitenlandse bedrijven hier binnen kunnen komen, en dat overheden geen normen mogen hanteren die handelsbeperkend zijn voor de diensten die in de GATS zijn opgenomen,
b. buitenlandse bedrijven dienen op dezelfde manier behandeld te worden als eigen, nationale bedrijven. Dit betekent bijvoorbeeld dat de overheid niet kan verhinderen dat winsten naar het buitenland vloeien.
c. overheden moeten voorzieningen treffen voor buitenlandse bedrijven om in geval van ontevredenheid over een overheidsbeslissing, te kunnen protesteren.

Weer een andere GATS-regel luidt dat de overheid transparant moet zijn in haar regelgeving. Diezelfde eis wordt echter niet gesteld ten aanzien van bedrijven. Bedrijven krijgen rechten, maar de overheid krijgt in de GATS slechts zeer beperkte mogelijkheden toegewezen. Dat geldt bijvoorbeeld ingeval de overheid bedrijven zou willen corrigeren die klanten schaden of een slechte kwaliteit dienstverlening leveren. Diezelfde ongelijkheid is overigens ook te vinden in de globalisering: rechten van bedrijven zijn internationaal vastgezet, maar sociale- en milieuwetgeving niet, evenmin consumenten- en werknemersbescherming. GATS is de globalisering tot in de kern van de maatschappij: diensten die aan de grote internationale markt worden overgeleverd.

Gats-onderhandelingen zijn pas sinds 1995 aan de gang. De eerste fase was dat ieder land dienstensectoren moest aangeven waarvan ze willen dat andere landen die openstellen ('requests'). Beperkende maatregelen voor die openstelling, vaak bedoeld voor bescherming van de nationale veiligheid of consumenten, moesten dus verdwijnen. De volgende fase is dat landen moeten aangeven welke sectoren ze zelf willen openstellen ('offers'). De voorbereidingen hiervoor zijn in de EU tot nu toe besloten geweest. Onder protest van NGO's tegen deze beslotenheid en onder hun aandrang op goede debatten met publiek en parlement hierover, heeft de EU nu voor het eerst een persconferentie gehouden over de conceptlijst van open te stellen diensten. En het is onder die druk van de NGO's dat niet zo heel veel diensten ter privatisering werden voorgelegd. Naast de vele diensten die al eerder geprivatiseerd werden, betreft het nu voornamelijk professionele diensten, zoals advocatuur, postbedrijven, milieudienst, afvalverwerkingsbedrijven, toerisme, transportdiensten. Wil men deze sectoren privatiseren ja of nee? Het toegewezen tijdspad is kort: 31 maart. Onderhandelingen daarover gebeuren bilateraal: achterkamertjesonderhandelingen over welke van de sectoren op de conceptlijst men wederzijds wil openstellen.

 

III. 'Public Private Partnerships'
(door Ted van Hees (coördinator van EURODAD) [3])

Hij gaat eerst in op de context van de Public Private Partnerships (PPP's), e.e.a. aan de hand van zijn ervaringen op de World Summit on Sustainment and Development (WSD) in Johannesburg. PPP's staan voor een vorm van samenwerking tussen private ondernemingen en de overheid, in het onderhavige geval dan met het oog op ontwikkelingsprojecten in de publieke sector in ontwikkelingslanden. De rol van de overheid in deze vorm van samenwerking kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld financiële ondersteuning of politieke controle. Vóór de WSD werden wereldwijd al zo'n 220 PPP's afgesloten, in Johannesburg kwam er nog een 60-tal bij, en daarna groeit dat getal alleen maar verder. Er gaat veel geld in om. Eurodad maakte zich nogal zorgen over de enorm hype in Johannesburg over PPP's, vooral omdat een en ander sterk gepushed werd door transnationale ondernemingen en de VS. Vooral de VS deed dat om aldoende politieke verdragen die uit de WSD zouden moeten resulteren over milieubeleid en duurzame ontwikkeling te omzeilen. Het aangaan van PPP's is sterk gestimuleerd door de VN, en wel op de volgende 5 terreinen: Water, Energy, Health, Agriculture, Biodiversity (WEHAB). De bedoeling was dat transnationals, regeringen en NGO's in goed overleg en elkaar aanvullend initiatieven op deze gebieden zouden ontwikkelen. De praktijk is vaak geweest dat transnationals - vooral op gebied van water en energie - dat met beide handen hebben aangegrepen, onder meer om zo hun activiteiten te kunnen uitbreiden, en 'mooi weer' te spelen.

De privatisering van de watervoorziening was op de WSD in Johannesburg een hoofddiscussiepunt en een duidelijk voorbeeld inzake de nadelen van privatisering van andere publieke diensten. Aan leningen van het IMF en de Wereldbank worden voorwaarden gesteld, zoals bijvoorbeeld dat mensen moeten gaan betalen voor diensten die tot dan toe gratis waren. Volgens de speciale VN-rapporteur op het gebied van rechten op onderdak, leidt privatisering van waterdiensten tot drie soorten problemen, die ook illustratief zijn voor privatisering van andere diensten:

a. te veel nadruk op winst en de poging de kosten te dekken,
b. te weinig bereik van kwetsbare groepen,
c. het ontbreken van verantwoordingsplicht van de dienstverleners.

Bovendien blijkt privatisering, als zij eenmaal op gang is gebracht, moeilijk terug te draaien. In Johannesburg was een grote coalitie van NGO's actief. Het deel daarvan dat betrokken was bij politieke beïnvloeding kwam samen in de z.g. Eco Equity Coalition, waarvan ook milieuorganisaties, de internationale vakbeweging en consumentenorganisaties deel uit maakten [4].

In het tweede gedeelte van zijn voordracht gaat Ted van Hees in op de vraag hoe PPP's zijn te waarderen? Een blinde 'anti'-houding zou niet verstandig zijn, want volgens hem is het een ontwikkeling die niet tegen te houden is. Bovendien kunnen publiek en privaat soms vruchtbaar samenwerken. Hij geeft als voorbeeld het Chili van destijds. Pinocet, toch een adept van Freedman, heeft de nationalisering door Allende van de koperproductie nooit teruggedraaid en geprivatiseerd, omdat hij goed wist dat de inkomsten uit de koperproductie van wezensbelang waren voor de economie van Chili. Er zijn ook eclatante mislukkingen. Volgens de Wereldbank zou de geprivatiseerde gezondheidszorg in Zambia zó goed gelukt zijn dat zij een voorbeeld is voor andere landen. Zo zijn er onder andere geen wachtlijsten meer. Bij nader toezien echter blijken die lijsten niet meer te bestaan omdat de mensen de gezondheidszorg niet kunnen betalen, en dus thuis sterven. De vraag naar de waarde van de PPP's is een complexe aangelegenheid. Aan de ene kant zijn er projecten die mislukt zijn, tot minder efficiency en hogere kosten leiden, aan de andere kant valt er veel te leren van een verstandig soort privatisering. Door goede organisatie slagen sommige erin gericht te blijven op dienstverlening aan de armen in plaats van op winstmaximalisatie. Het zal afhangen van specifieke omstandigheden of een publieke, een private, of een gecombineerde aanpak van beide aangewezen is. De filosofie achter goed werkende PPP's is dat winsten op ethisch verantwoorde en publieke manier worden ingezet. En waar publiek geld wordt ingezet in combinatie met particulier initiatief, dient speciaal aandacht gegeven te worden aan de verantwoordingsplicht van beide.

 

Noten:
[1] Http://www.voordeverandering.nl NAAR TEKST
[2] Http://www.somo.nl NAAR TEKST
[3] Http://www.eurodad.org Eurodad is een netwerk van zo'n 50 Europese NGO's in 16 Europese landen. Naast de schuldenkwestie houdt het zich bezig met het IMF- en Wereldbankbeleid, speciaal op sociaal en macro-economisch vlak, en met condities die deze banken ontwikkelingslanden opleggen, bijvoorbeeld wat betreft liberalisering en deregulering. NAAR TEKST
[4] De onderzoekswebsite over privatisering is: http://www.psiru.org Het bevat gegevens vanaf 1996, over alle terreinen van privatisering die met publieke diensten te maken hadden en hebben. NAAR TEKST


NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


B) Korte schets van liberalisering en privatisering van Nederlandse electriciteitssector
WISE start in maart met een GATS-campagne)

WISE (World Information Service on Energy) start per 1 maart een campagne over GATS en elektriciteit. Deze campagne heeft een heel simpel doel: 'de EU moet onder GATS geen elektriciteit aanbieden en dat evenmin van andere landen vragen. En de EU moet bij dit standpunt blijven.' In de campagne, die loopt tot december 2004 zal WISE een aantal publieke debatten organiseren. Deze debatten zullen plaatsvinden op of rond belangrijke momenten in het onderhandelingstraject over GATS. Zo zal er in september a.s. een debat gehouden worden in aanloop naar de WTO-top in Cancún. Deze debatten zullen verschillende thema's aansnijden en daar zullen politici, ngo's, de elektriciteitssector etc. voor uitgenodigd worden.
Een belangrijk deel van de campagne richt zich op 'het zuiden'. NGO's uit ontwikkelingslanden zullen nadrukkelijk gevraagd worden om hun ervaringen te vertellen ... ook in nederland. Vertegenwoordigers van die NGO's zullen gevraagd worden deel te nemen aan de debatten in Nederland. Hieronder is de tekst van een spreekbeurt die Bart Brugmans [1] hield tijdens de infomiddag 'GATS en Privatisering' op 8 februari in Utrecht (inclusief de beantwoording van vragen uit de zaal) (ingekort en bewerkt door Rob Bleijerveld)

 

"Hallo, ik ben Bart Brugmans van WISE en ik zal een korte schets geven van de liberalisering en privatisering in de Nederlandse elektriciteitssector.

Tot 1998 was de Nederlandse overheid verantwoordelijk voor de elektriciteitsproductie. In 1998 werd de nieuwe elektriciteitswet aangenomen waarin de elektriciteitsbedrijven geprivatiseerd zijn. De vroegere overheidsbedrijven zijn dus nu opgedeeld. De groten kennen we allemaal, zoals Essent, Nuon, Eon en Eneco.
De liberalisering van de elektriciteitsmarkt gaat in stappen. Op 1 januari 1999 is de markt geliberaliseerd voor grootverbruikers. Grote bedrijven konden toen zelf hun elektricteitsleverancier gaan kiezen. Die zijn gaan onderhandelen en er hebben toen wat verschuivingen plaatsgevonden. Daarna is op 1 juli 2001 de markt voor 'groene' elektriciteit opengegaan voor iedereen. Iedereen kon vanaf dat moment 'groene' energie kiezen en kon ook bepalen waar ze die wilde kopen. Op 1 januari 2002 is de elektriciteitsmarkt opengegaan voor middengebruikers. En op 1 januari 2004 zal de markt opengaan voor kleingebruikers [2]. Vanaf 1 januari 2004 kan iedereen kiezen welke elektriciteit die waar wil kopen.

Niet volgens het model

De geliberaliseerde energiemarkt wordt gezien als een succes en dan wordt altijd verwezen naar de 'groene' elektriciteit. Er zijn 1,4 miljoen Nederlandse huishoudens die 'groene' stroom afnemen. Het overstappen is echter versneld door allerlei belastingvoordelen. Maar de meeste mensen hebben 'groene' elektriciteit afgenomen van de bestaande energieleverancier. Ze zijn helemaal niet massaal overgestapt naar andere energieleveranciers. Die leveranciers proberen natuurlijk zo goed mogelijk aan klantenbinding te doen, zoals met de 'roos van Essent' [3]. En ze proberen allerlei (verschillende) diensten aan te bieden, zoals elektriciteit, internet, telefonie, kabel en gas. Gas wordt ook geliberaliseerd op 1 januari 2004. Nuon heeft aangegeven dat ze ook graag waterbedrijven erbij willen hebben ....
Met electriciteit is het anders dan bij het kopen van een brood. Is het brood bij de eerste bakker te duur dan loop je gewoon wat verder. Uit gesprekken blijkt dat mensen niet gaan shoppen voor 'groene energie'. Het is zo dat ze het makkelijker vinden als de kosten voor alle diensten opéén rekening staan en ze in één keer alles kunnen betalen.

GATS en mogelijke gevolgen

Gaat elektriciteit straks onder het GATS-verdrag vallen? Dat is een interessante vraag. Afgelopen woensdag (5 februari) is er een document uitgekomen van de Europese Commissie waarin elektriciteit niet genoemd wordt als een van de aangeboden diensten. Dat wil dus helemaal niet zeggen dat dat ook zo blijft. En wie weet valt het onder een ander dienstaanbod en zit het daarin verborgen ....
De eerste privatiseringsstappen zijn heel duidelijk gezet in de Europese Unie, met Groot-Brittannië en Spanje voorop. In Groot-Brittannië wordt echter nu al weer gepraat over het re-nationaliseren van British Nucleair Fuel. BNF houdt zich bezig met kernenergie en werd geprivatiseerd. Het probleem is alleen dat de investeringskosten zo hoog zijn en de investeringsterugverdientermijn zo lang bij grootschalige energievoorzieningen dat ... Als je een energiecentrale wilt neerzetten en dat geldt zeker voor kerncentrales dan duurt dat van planning tot en met bouw 10, 15 jaar. En dan duurt het nog 20 jaar tot je de investeringen terugverdiend hebt. BNF is het tot nu toe niet gelukt om investeerders te interesseren en er dreigt nu faillissement. Bij re-nationaliseren komt het bedrijf weer in publieke handen en dan draait het publiek op voor de kosten. Terwijl iedereen beloofd was dat het goedkoper zou worden en beter zou gaan.

Nederland

Voor een deel zijn bedrijven hier geprivatiseerd en geliberaliseerd en wat voor dingen staan nu al op gespannen voet met het overheidsbeleid? Neem bijvoorbeeld energiebesparing, de gerichtheid van bedrijven op het maken van winst staat daarmee op gespannen voet. Nuon heeft een hele tijd energiebesparingsteams gehad. Die kon je langs laten komen en dan gingen ze met je je huis dóórlopen en legden uit hoe je met eenvoudige maatregelen energie kan besparen. De teams werden vaak ook ingezet bij mensen die problemen hadden met het betalen van de rekeningen. Nu worden mensen echter afgesloten, energiebesparingsteams zijn opgeheven en het is dus duidelijk geen prioriteit meer voor Nuon. Ook gingen de bedrijven 0900-nummers instellen en dat kost geld, de wachttijden zijn lang, nou ja dat soort dingen.

Borssele

Een frappante kwestie die nu actueel is .... is Borssele. WISE vecht tegen kernenergie overal op de wereld en wij hebben vragen gesteld over Borssele. Borssele zou dicht gaan, gaat niet dicht, gaat wel dicht. Nou ja wanneer dat weet niemand. We vroegen zowel eigenaar Essent als de overheid: wie gaat er nou eigenlijk over de sluiting van Borssele, wie beslist daar straks over? Is dat de overheid? Nee, zegt de overheid, eigenaar Essent moet beslissen of die dicht gaat. Essent zegt tegen ons: Nee het is de overheid die moet beslissen of wij langer door kunnen gaan of niet. Een rare situatie, niemand is verantwoordelijk. Ja, of ze zijn allebei verantwoordelijk. Maar je krijgt niet voor elkaar dat ze daar duidelijk over worden.

Opknippen en vragen

Een ander punt is dat de elektriciteitsmarkt wordt opgeknipt in stukjes. Je hebt de producenten, de regionale netwerkbeheerders en de leveranciers. De regionale netwerkbeheerders zorgen er voor dat de electra je thuis inkomt. De leverantieprijs is nu opgebouwd uit vaste tarieven die zijn vastgesteld door de overheid. Dat wordt straks losgelaten. Voor het beheer van het hoogspanningsnetwerk zal de overheid verantwoordelijk zijn en blijven. De leveranciers en producenten moeten voor het gebruik daarvan een vaste prijs gaan betalen.

Er zijn een aantal vragen, bijvoorbeeld hoe de dienstverlening er uit komt te zien op meer lokaal niveau. Wie zal binnenkort verantwoordelijk zijn voor de aansluiting naar je huis, wie zal de investeringen doen? De afgelopen hebben de kranten bol gestaan van die energie-uitval. En de bedrijven roepen allemaal: ja, maar dat is veel minder dan vroeger en jullie letten daar nu meer op. Ik was in Porto Alegre twee weken geleden en daar zat meneer DeLeuze uit België en die had een verhaal over het aanleggen van een windmolenpark in zee. En hij zei: er zijn zat investeerders te vinden die een windmolenpark aan willen leggen in zee, maar alleen is er niemand die de kabel naar land wil betalen. Iedereen vind dat de overheid dat moet doen .... Grootschalige energieopwekking is lang niet altijd voordeliger en beter. Neem het voorbeeld van de elektriciteitscrisis in California. Op de commerciële markt steeg daarbij de prijs naar 377 dollar per MegaWattUur. Maar er waren ook heel kleine elektriciteitsbedrijven, bijvoorbeeld in San Francisco staat er een, en die hadden gewoon een prijs van 30 dollar voor een MegaWattUur! En dat op de top van de elektriciteitscrisis. In Amerika beginnen nu, ook na het ENRON-schandaal, gemeentes en communities te denken over kleinschalige, lokale energieopwekking om niet afhankelijk te zijn van grote bedrijven.

Ik wou het hier even bij laten."

Zeggenschap

Een informatieve vraag uit de zaal: "Je zei dat de aandelen van energiebedrijven nog in handen zijn van overheden. Maar het energiebedrijf in mijn regio - de EMH - is verkocht aan Eneco. De gemeentes hebben hun kassen vetgespekt met de opbrengst van de aandelen. Onze gemeente heeft hier dus geen zeggenschap meer. Ligt dat nu bij een andere overheid?" Bart: "Bij verkoop door een gemeente komt de zeggenschap in grotere mate te liggen bij de overige aandelenbezittende overheden."

Terugvalregeling

Andere vraag: "Stel dat in Nederland alle energiebedrijven geprivatiseerd worden en er komt een of andere concurrentieslag en de prijs daalt. Binnen drie jaar is iedereen failliet omdat ze elkaar kapot concurreren. Dan betekent dat de Nederlandse overheid dat op een gegeven moment zal moeten gaan overnemen zoals in Groot-Brittannië. Komt deze vraag voor bij de onderzoeken die jij gedaan hebt? Ik hoor daar nooit over als men wil gaan privatiseren." Bart: "In principe is de struktuur aanwezig in Nederland. Ik weet niet hoe lang jij het zonder elektriciteit kunt uithouden maar na 1 dag zal dat vervelend worden en dan zal de overheid gaan ingrijpen. En op welke manier, dat weet ik niet." Reactie van iemand anders: "In een rapport van het Centraal Planbureau over de verandering van het zorgstelsel wordt door het CPB niet gesproken over verzelfstandigen maar over privatiseren. Het Planbureau zegt ook dat aan privatiseren grote gevaren vastzitten dus willen ze terugvalopties. Het is voor het eerst dat ik dat hoor dat bij privatisering de term 'terugvalopties' gebruikt wordt. Dus als het fout gaat - bijvoorbeeld het kan te duur worden, de kwaliteit kan achteruit gaan of er kan een te grote concentratie komen van die zorgndernemingen - dan moet de overheid weer terug kunnen komen. Het geeft overigens aan dat het Planbureau ook heel erg kritisch is over privatisering. Dat geldt ook voor de energiesector trouwens." Reactie uit zaal: "Dat kan een goedkope manier zijn om veel winst te maken en schulden vervolgens op de overheid af te wentelen..." Andere reactie: "En bovendien is het de vraag of vervolgens door die bedrijven aangevochten wordt bij de WTO dat de overheid ingrijpt."

Leveringsplicht

Opmerking uit zaal: "Ik had juist begrepen dat als het onder GATS valt dat het dan niet meer teruggedraaid mag worden naar een publieke dienst." Bart: "Stel je woont in Utrecht en je gaat 'groene' stroom kopen bij een bedrijf wat niet eens een productiefaciliteit heeft maar die jou stroom levert. Als dat bedrijf failliet gaat dan heeft de REMU (energiebedrijf Utrecht) de plicht om jou energie te blijven leveren. Maar hoe dat dan zit als NUON failliet gaat. Dat is misschien een testcase. Dat is misschien een van de vele vraag die burgers moeten gaan stellen."


Meer info:
- http://www.tni.org/energy (info over electriciteit en links).
- http://www.tegenstroom.nl (Binnenkort zijn hier de Nederlandse vertalingen te vinden van de teksten van de TNI-website).

Noten:
[1] Bart is 'nucleair campaigner' bij World Information Service on
Energy (T: 020 - 6126368; F: 020 - 689 21 79; E: wiseamster@antenna.nl; W: http://www.antenna.nl/wise/)
NAAR TEKST
[2] "Op dit moment zijn de aandelen van energiebedrijven nog in handen van gemeenten en provincies, niet meer van de rijksoverheid. Die heeft er dus in principe niks meer over te zeggen. De situatie is een overgangssituatie, het is erg onduidelijk allemaal. Toch zou je kunnen zeggen dat de energiebedrijven in principe nu al privaat zijn. Pas na 1 juli 2004 zijn gemeenten en provincies volledig vrij in hun handelen, want dan zijn de aandelen van de bedrijven vrij verhandelbaar. De lagere overheden zullen dan waarschijnlijk de
bedrijven willen verkopen aan de hoogste private bieder. Toch is de regelgeving hieromtrent nog steeds niet rond, dus wie weet duurt het langer." NAAR TEKST
[3] Ongevraagd 'kadootje' van Essent aan haar klanten. NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


C) GATS-onderhandelingsinzet Europese Commissie uitgelekt
Dringende oproep mee te helpen met analyse van gevolgen!
(door Rob Bleijerveld)

Door recent 'lekken' is de onderhandelingsinzet van de Europese Commissie voor dienstenliberalisering eindelijk openbaar! Het betreft door de Europese Unie geratificeerde documenten over gevraagde marktopeningen van juli 2002 [1], en het concept van de Europese Commissie voor aanbod van marktopeningen dat vóór 31 maart bij de WTO ingeleverd moet worden [2]. Hiermee kunnen burgers en parlementen in Europa (en daarbuiten) eindelijk nagaan welke (mogelijke) negatieve gevolgen de door de Commissie beoogde dienstenliberalisering zal hebben.

 

Het is duidelijk dat Unie en Commissie niet beticht kunnen worden van een werkelijk demokratische en transparante houding. Jarenlang is er van verscheidene kanten tevergeefs aangedrongen op openbaarmaking van de inzet van de EU bij de WTO-onderhandelingen over diensten. Commissaris voor Handel Lamy weigerde pertinent om inzage te geven; een paar vage samenvattingen op de website van Commissie, ondermeer in juli 2002 over de gedane 'verzoeken', is het enige dat naar buiten werd gebracht. Europarlement en nationale parlementen zijn voor zover mogelijk door Commissie en ministers van economische zaken van de lidstaten steeds voor voldongen feiten geplaatst. Slechts een enkele Europarlementariër kreeg - onder voorwaarde van absolute geheimhouding - inzage in de documenten, maar van een algemene invulling van het demokratische recht van inzage en inspraak is geen sprake geweest. Nu is er dan eindelijk materiaal voor handen om dit alles aan de kaak te stellen.

'Vraag'-lijsten

Op 19 april 2002 lekte de inhoud uit van het Commissie-voorstel voor de 'vraag'-lijsten die de Unie vóór 31 juli dat jaar moest inleveren bij de WTO. De voorstellen - gepubliceerd op de website van GATSwatch - omvatten de verzoeken voor marktopening aan 29 WTO-lidstaten en waren op dat moment nog niet door de EU-lidstaten geratificeerd. Ondanks de beperkte omvang en het voorlopige karakter van de documenten was het mogelijk een globale indruk te krijgen van de dienstenmarkten die de Commissie met name in zuidelijke staten wil openbreken. De eind februari jl. openbaar gemaakte informatie betreft het volledige en definitieve pakket van 'vragen' van juli 2002. Het gaat om de 'vraag'-lijsten aan in totaal 109 WTO-lidstaten. Daaronder zijn de inmiddels bijgewerkte en uitgebreide 'vraag'-lijsten aan de eerder genoemde 29 staten. Nú kan er een begin gemaakt worden met het maken van een volledige en uitgebreide analyse van de intenties van de Unie. En de regeringen van arme staten kunnen het overzicht gebruiken om zich wellicht beter te wapenen voor de bilaterale onderhandelingen met de EU na 31 maart.

Urgent: analyse nodig tbv moratorium

Vanwege de krappe GATS-agenda maakte de World Development Movement (WDM) op 25 februari al een voorlopige analyse van de gevolgen van de gelekte 'vraag'-lijsten [3]. 31 Maart is de sluitdatum voor het inleveren van de 'aanbod'-lijsten en in de onderhandelingen die aansluitend daaraan beginnen spelen ook de 'vraag'-lijsten weer een rol. Het wordt door WDM en een aantal andere groepen van groot belang geacht dat organisaties wereldwijd nu gaan meehelpen met het maken van een volledige en diepgaande analyse. Vakbonden, belangengroepen, actiegroepen worden nadrukkelijk verzocht om de informatie te analyseren en na te gaan welke mogelijke gevolgen ze hebben voor de mensen in hun eigen samenleving. En om die kennis te verspreiden met als doel om vóór 31 maart zoveel steun te verwerven voor de eis tot een moratorium op GATS.

De lekken van de 'vraag'lijsten' laten volgens de WDM duidelijk zien, dat:
  • de EU zich in grote mate richt op de dienstensectoren in de armste staten.
  • de EU zich op staten richt met effectief funktionerende diensten- voorzieningen die níet op markt-systemen zijn gebaseerd.
  • de verzoeken tot marktopening door de EU wel degelijk ook gericht zijn op publieke diensten.
  • de eis van de EU voor bindende GATS-afspraken demokratische beleidsvorming zal ondermijnen in juist díe staten waar men zich succesvol verzette tegen liberaliseringsbeleid van de eigen regering.
  • de sector-specifieke verzoeken van de EU - indien daarmee ingestemd wordt - regeringen de mogelijkheid ontneemt tot regulering van investeringen in het algemene belang.
  • de EU de intentie heeft om overkoepelende reguleringsrechten in arme staten uit de weg te ruimen.

Voorlopige conclusies van WDM:

Ten eerste is de claim van de EU dat het een 'ontwikkelingsagenda' nastreeft holle retoriek [4]. De agenda van de EU is uitsluitend gericht op bevoordeling van de eigen multinationale ondernemingen. Ten tweede zouden de 'vraag'-lijsten onderwerp moeten zijn van openbaar onderzoek. De geheimhouding is eenvoudigweg niet acceptabel en het is spijtig dat een 'lek' de enige manier is waarop het publiek er inzicht in krijgt.

Concept 'Aanbod'-lijsten

Corporate Europe Observatory maakte bekend dat sinds 18 februari 2003 op de GATSwatch-website 3 gelekte documenten te vinden zijn over aanbod van dienstenliberalisering in de Europese Unie. De documenten op 6 februari door de Commissie aan de lidstaten gestuurd en zijn gemerkt als 'restricted'. Het betreft het voorstel voor 'aanbod'-lijsten, een samenvatting daarvan en een bijlage met uitzonderingen voor artikel 2/'Meest Begunstigde Natie'. Het voorstel voor de 'aanbod'-lijsten - het 'Initiële GATS-aanbod van de Europese Commissie' - is een weerslag van de diskussie tussen Commissie en lidstaten over het uiteindelijke aanbod voor marktopening. Het zal worden bijgesteld door de 133Commissie (top-ambtenaren van de Europese lidstaten) en de Europese Commssie en daarna voorgelegd worden ter ratificatie aan de ministers van de lidstaten. Voor 31 maart zal het definitieve document aan de WTO moeten worden aangeboden.

Tijdelijke uitzonderingen

De lijst toont de intentie van de Commissie om de dienstenmarkten voor ondermeer postbezorging, milieu, telecommunicatie, distributie (waaronder winkeldiensten), transport en financiele transacties verder te openen voor internationale concurrentie. Een aantal sectoren zijn echter (gedeeltelijk) uitgezonderd van verdere marktopening. Het betreft de audiovisuele sector, onderwijs, gezondheidszorg, energie en drinkwater. Op 5 februari maakte Lamy nl. bekend dat daarvoor een uitzondering gemaakt wordt. Deze mededeling heeft een aantal NGO's even op het verkeerde been gezet, want de opmerkingen van Lamy leken enigszins tegemoet te komen aan de kritiek die eerder losbarstte ten aanzien de zogenaamde consultatie van december en januari (zie WTO.ZIP nr 21). Kort daarna werd een en ander echter opgehelderd. Ten eerste is in een eerder stadium van de GATS-onderhandelingen al besloten om de onderwijs- en gezondheidszorgssector voor een deel te liberaliseren, dus blijft er weinig over om uit te zonderen. Tot nu toe werd de afgesproken liberalisering echter niet omgezet in concrete marktopening zodat daarover verwarring kon ontstaan. Daarnaast bleken verlenging van de sluitdatum van de consultatie geen 'tegemoetkoming' van de Commissie aan haar critici. Het is een gevolg van meningsverschillen binnen de Unie over reikwijdte en diepgang van marktopeningen op gebied van cultuur en onderwijs [5]. Gezien de inzet van de Commissie en het karakter van de GATS-onderhandelingen - nl. 'progressief' - zal dit alles in feite niet meer dan een tijdelijke beperking betrffen. Daarbij kan er tot het moment van defitieve vaststelling van 'aanbod' door de Unie nog van alles gebeuren.

Actiedag 13 maart

Een van de dingen die gebeuren is een actiedag op 13 maart waaraan vele NGO's, vakbonden, studenten- en andere organisaties uit heel Europa aan mee doen. De acties gericht op openheid door de EU en een moratorium van 1 jaar dat een uitgebreid en openbaar onderzoek mogelijk maakte naar de gevolgen in Europa en daarbuiten. Voor een overzicht van de geplande acties zie: http://www.gatswatch.org

 

Noten:
[1] Een ZIP-bestand met de complete lijst met verzoeken van de EU aan 109 andere WTO-lidstaten is te kopiëren van: http://www.polarisinstitute.org/gats/main.html
De informatie is ook te vinden op: http://www.gatswatch.org/requests-offers.html NAAR TEKST
[2] * Voorstel voor aanbod: http://www.gatswatch.org/docs/EU-draftoffer-1.pdf
* 'Meest Begunstigde naties'-uitzonderingen:
http://www.gatswatch.org/docs/EU-draftoffer-MFN-1.pdf
* Samenvatting van voorstel aanbod: http://www.gatswatch.org/docs/EU-draftoffer-1-sum.pdf
Reacties van organisaties die meedoen aan de Stop GATS! Campagne zijn te vinden op:
http://www.gatswatch.org/offreq-pr.html
En van media op: http://www.gatswatch.org/offreq-news.html NAAR TEKST
[3] 'A preliminary analysis of the EU's leaked GATS requests to 109 WTO member states', World Development Movement (http://www.wdm.org.uk/action/EUleaksmedia.htm). NAAR TEKST
[4] Op basis van gezamenlijk onderzoek van World Development Movement en de Public Services Research Unit bekritiseerden diverse media eind februari 2003 de EU-politiek ten aanzien van 'drinkwater'. Ze maakten gewag van het feit dat de EU liberalisering van de drinkwatervoorziening in een aantal arme staten nastreeft. En dat het aan de andere kant de eigen drinkwatervoorziening wil sparen. Lamy - inverlegenheid gebracht - moest zich zelfs 'live' verdedigen in een uitzending van BBC-World tegen beschuldigingen van hypocrisie en pogingen tot privatisering van de drinkwatervoorzieningen in arme staten met negatieve gevolgen voor de burgers aldaar (zie elders). NAAR TEKST
[5] Op 28 januari bericht Dr. Stummann aan de GATScrit-maillijst dat een gerucht er op duidt dat er binnen de ad hoc Commissie Artikel 1335 Diensten van de EU onenigheid is over 'onderwijs' en 'cultuur'. NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


D) Waterprivatisering en de EU
Vertaling van BBC-interview met Lamy na documenten-lek

De BBC heeft Europees Commissaris Lamy jl. 25 februari aan de tand gevoeld over de inhoud van gelekte GATS-documenten waaruit ondermeer duidelijk werd dat de Europese Unie arme WTO-lidstaten onder druk zet met verzoeken tot opening van hun drinkwatermarkt, maar de eigen markt gesloten houdt. Er is inmiddels veel kritiek gerezen op het wegwuiven door Lamy van de te verwachten negatieve gevolgen van verdere dienstenliberalisering in en buiten Europa.
Erik Wesselius van Corporate Europe Observatory heeft het live (!) tv-interview van BBC-World met Lamy uitgeschreven. Het is te vinden op: http://www.gatswatch.org/news/BBC250203.html De Nederlandse vertaling vind u hier. Dezelfde dag was er ook een radio-interview met BBC 4 waarin Lamy het lekken afdeed als een "grap". Toch wist hij niets zinnigs te antwoorden op de vraag waarom lekken blijkbaar nodig zijn om informatie openbaar te maken?
Lamy beweert voor de radio dat de gelekte documenten al sinds juli 2002 beschikbaar zijn. Erik Wesselius geeft echter aan, dat de Europese Commissie op 4 juli 2002 slechts een zeer beknopte samenvatting openbaar maakte van de gewraakte 'verzoeken voor marktopening' aan 109 andere WTO-lidstaten. De samenvatting was 10 pagina's lang, terwijl - naar nu blijkt - de originele documenten duizenden pagina's omvatten ....
Destijds kon een zeer select gezelschap, onder strenge voorwaarden van geheimhouding, deze 109 documenten inzien. Eén van hen, Europees parlementariër voor de Groenen, Caroline Lucas, en een van de weinige leden van het EP die inzage kreeg, vertelde hoe haar was opgedragen om de papieren in een afgesloten kluis te bewaren. Ze mocht ze niet kopiëren of per email versturen en moest ze na het lezen vernietigen.

Vertaling van transcriptie van "Water Privatisation and the EU" (BBC World (TV), 25 February 2003)

1. Waterprivatisering en de EU

Intro: [...] die de mogelijkheden van arme landen verzwakt om hun eigen zaken te reguleren. Dit exclusieve verslag is van onze correspondent voor ontwikkelingslanden David Loyn.

DL: Privatisering van basisvoorzieningen heeft geen goede start gehad in de ontwikkelingslanden. Enron werd India uitgedreven, nog vóór het bedrijf ineenstortte. Maar de Europese Unie dringt juist bij een groot aantal ontwikkelingslanden aan op privatisering van diensten. De volle omvang van die verzoeken is duidelijk geworden door documenten die gelekt zijn naar de BBC.

DL: Een van de effecten van dit lek is dat deze landen, waarvan enkele behoren tot de kleinste en zwakste economieën ter wereld, nu voor het eerst vernemen wat gevraagd is aan de andere landen op de lijst. Campagnevoerders zeggen dat het de kloof toont tussen retoriek en realiteit in Europa. Hoewel de Europese landen zeggen dat ze voorstander zijn van ontwikkeling zijn ze alleen gericht op het smalle eigenbelang van multinationals.

Barry Coates (World Development Movement): Vaak is beweerd dat het (bij GATS - RB) gaat om een ontwikkelingsagenda, terwijl het in feite om meer van hetzelfde gaat: de voordelen voor onze bedrijven en de toegang tot de markten van de ontwikkelingslanden.

DL: Trinidad heeft al een voorproefje gehad van privatisering, maar toen duizend arbeiders hun baan verloren na de verkoop (van hun bedrijf - RB) kon de koper, de Britse onderneming Severn Trent Water, zijn contract niet verlengd krijgen vanwege het protest. De leider van dat protest vergelijkt de Europese verzoeken van nu met slavenhandel: "Ze gebruiken consequent dezelfde benadering, [...] moderniseer [...] en noem het de WTO, GATS, maar waar het op neer komt is het plunderen van de rijkdom van onze natie."

DL: Tijdens de lange onderhandelingen zei een gefrustreerde Indiase ambtenaar dat het net is als het geblinddoekt najagen van een zwarte kat in een verduisterde kamer. Door het lekken van deze documenten is tenminste de blinddoek afgenomen.
David Loyn, BBC News.

2. Live interview met Pascal Lamy
BBC World (TV), 25 February 2003, 20:00 GMT

Intro: 's werelds armste landen om de wetten af te schaffen die de activiteiten van multinationale ondernemingen beperken. Campagnevoerders zeggen dat de verzoeken die tijdens de meest recente handelsbesprekingen doorgedrukt zijn het voor buitenlandse bedrijven mogelijk maken om essentiële publieke diensten op te kopen zoals water en elektriciteit. Dit verslag komt van onze correspondent voor ontwikkelingslanden, David Loyn.

DL: De uitverkoop van basisvoorzieningen wordt een van de meest omstreden kwesties in ontwikkelingslanden. De grote protestmars tijdens de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg ging voornamelijk daarover. De Zuid-Afrikanen demonstreerden tegen verlies van banen en gestegen prijzen voor water en elektriciteit na privatisering.

DL: Elders is het is hetzelfde verhaal. In Trinidad verloren duizend mensen in de watersector hun werk nadat een Britse onderneming, Severn Trent Water, hun bedrijf overnam. Door het aanhoudende protest was de onderneming niet in staat na drie jaar het contract te verlengen.

Protestleider uit Trinidad: "Er moet een soort partnerschapregeling zijn, maar ik denk dat Europa nog steeds de slavenhouder speelt, de grote broer, de wrede grote broer ..."

Vrouwenstem: Severn Trent gaf de volgende verklaring uit als antwoord:"Severn Trent Water International's betrokkenheid bij het beheerscontract leverde een effectievere waterdienst op voor Trinidad en Tobago en vestigde een goede basis voor de toekomst."

[Bladerend door de gelekte vragen]
DL: Deze documenten, die allemaal met "geheim" ("restricted") gemerkt zijn, waren tot nu toe niet openbaar. De geheimhouding van het proces heeft Europa de gelegenheid gegeven de ontwikkelingslanden er één voor één uit te pikken. Nu is het voor het eerst mogelijk om naast elkaar te zetten wat politici zeggen en wat ze doen. Terwijl Europa beweert dat de zeggenschap van overheden over de watervoorziening niet in gevaar is hebben campagnevoerders het over wereldwijde overname van basisvoorzieningen omdat land na land gevraagd wordt om belangrijke markten als water te openen voor buitenlandse investeerders. En het komt allemaal op hetzelfde neer. De documenten tonen een opvallende overeenkomst tussen de verzoeken die gesteld worden aan de armste landen alsof er slechts één weg is naar rijkdom.

Barry Coates (WDM): "Uit deze verzoeken komt duidelijk naar voren dat ze in belang zijn van multinationale ondernemingen. Dit gaat niet over ontwikkeling maar voornamelijk over toegang voor multinationals van rijke landen tot de hulpbronnen in ontwikkelingslanden."

DL: Uiteindelijk moet er iets gedaan worden aan het chronische gebrek aan schoon water en toegang tot elektriciteit in landen als Zuid-Afrika. Maar is er een betere weg vooruit dan een politieke strom veroorzaakt door privatisering?
David Loyn, BBC News


BBC: Vanuit Brussel is hier nu Europees Commissaris voor Handel, Pascal Lamy. Meneer Lamy, waarom zijn er lekken nodig om deze informatie naar buiten te brengen?

PL: Nou, ik bedoel, waar gaat dit allemaal over? Het gaat over openingen voor handel in diensten en wij zijn goed in bankieren, verzekeringen en maritiem transport en we willen op deze gebieden markten geopend zien. In India zijn ze goed in computerprogrammering, de Chinezen zijn goed in het tolken en zij willen onze markten geopend zien. Dus ieder van ons heeft sterke punten en wij willen méér daarvan want dat is goed voor onze groei en banen.

PL: Het gaat niet over deregulering. Het gaat niet over privatisering. Het gaat niet over het verkopen van publieke voorzienigen hier of daar. Het gaat niet over harmonisering van regels. Wij behouden onze sovereiniteit en ontwikkelingslanden houden hun sovereiniteit over de regels die voor elke dienstenleverancier gelden.

BBC: Maar veel ontwikkelingslanden hebben regels specifiek om hun voorzieningen te beschermen en u vraagt hun om die regels op te heffen, naar aan te nemen valt om ...

PL: Nee, nee helemaal niet. Nee, het spijt me, maar we vragen dat helemaal niet. Indien ik een watersysteem heb kan ik, ongeacht welk land ik ben, of ik Europeaan ben, of Afrikaan of Latijn-Amerikaan, besluiten over de regels volgens welke water gedistribueerd zal worden. Het openen van handel in diensten betekent slechts dat ik bereid ben buitenlandse ondernemingen en mijn nationale ondernemingen gelijktijdig en onder dezelfde regels te laten funktioneren in de sector.

BBC: Maar zou u niet toe moeten geven dat ...

PL: Dus het gaat helemaal niet om het veranderen van de regels.

BBC: Moet u niet toe geven dat de ervaringen met liberalisering van handel in veel ontwikkelingslanden niet goed zijn, als je het voorbeeld neemt uit het verslag over Trinidad, of bijvoorbeeld Bolivia waar de privatisering van een waterbedrijf in feite leidde tot prijsstijgingen van 200 % en tot rellen waarbij mensen gedood werden. Dat is toch geen goede reputatie, wel? Ik bedoel, dat is toch iets waarvan de Europese Unie afstand van zou moeten nemen?

PL: Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar u praat over een voorbeeld dat gaat over privatisering. De Europese Unie vraagt niet om privatisering, noch - tussen haakjes - zijn wij bereid om onze publieke diensten te privatiseren. Publieke diensten kunnen zowel beheerd worden door overheden als door bedrijven. Wij vragen helemaal niet om privatisering. U kunt uw diensten openen als u daartoe bereid bent en niemand is verplicht dat te doen. Wij kunnen dat doen en we vragen dat op gebieden waarin we goed zijn. Ontwikkelingslanden vragen ons onze markten te openen in gebieden waar zij goed in zijn. Dus, alstublieft, verwar niet opening van handel in diensten en liberalisering (deregulering?? - RB) of privatisering. Dat heeft niets daarmee te maken - wij hebben nooit in welk verzoek dan ook, in welke onderhandeling dan ook, multilateraal danwel bilateraal, gevraagd om deregulering of privatisering, en dat zullen we ook niet doen, ik zal dat niet doen.

BBC: Laat me een andere beschuldiging van vele campagnevoerders voor ontwikkeling aan u voorleggen. Ze beschuldigen de EU van huichelarij, omdat de EU haar landbouwmarkten niet wil openen, een van de best beschermde en overmatig gesubsidieerde markten ter wereld, en toch vraagt u de Derde Wereld om hun markten voor nutsvoorzieningen ("utilities") te openen.

PL: Natuurlijk, natuurlijk. Wij zijn bereid om in deze onderhandelingen onze markten meer open te stellen voor ontwikkelingslanden, om onze binnenlandse steun te verminderen en om de steun die we verlenen aan onze export te verminderen. Ja, we hiertoe bereid en het is deel van de onderhandelingen.

BBC: Dus u zegt tegen hen: als jullie jullie dienstenmarkt openen dan zullen zij onze landbouwmarkt openen. Gaat het op die manier?

PL: We zijn het eens geworden, de 140 lidstaten van de WTO zijn het twee jaar geleden eens geworden over een programma van onderhandelingen over markttoegang in de industrie - en laat me noemen dat industrie 80 % uitmaakt van de wereldhandel en 75 % van de export van Europese landen - in de landbouw, in diensten. Maar ook over de regels van de WTO. Dus er zijn veel onderwerpen in de onderhandelingen en uiteindelijk willen van dit alles een pakket maken. En natuurlijk gaat het om onderhandelingen.

BBC: Meneer Lamy, ik ben bang dat het hierbij moeten laten. Dank u zeer.

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


E) Bewustwording en coalitievoming op gebied van landbouw en globalisering
(door Guus Geurts [1])


Inleiding

De afgelopen maanden heb ik een aantal artikelen geschreven over landbouw en globalisering. Hierbij kwamen onder andere de rol van de WTO, de EU, IMF, Wereldbank, nationale lidstaten en politieke partijen, multinationals en NGO's aan de orde. Het komende jaar worden er waarschijnlijk belangrijke en verstrekkende beslissingen genomen, met name binnen de Landbouwradenad van EU en WTO. De voorstellen die daar op tafel liggen zullen de liberalisering zowel binnen de EU als de WTO verder versterken.

De voorstellen in mijn scriptie 'Liberalisering in de landbouw, een heilloze weg!' [2] zijn daar tegengesteld aan. In het kort komen die er op neer dat we moeten komen tot productiebeheersing binnen regionale handelsblokken of nationale lidstaten. Het doel is een kostendekkende prijs voor boeren, voor een product dat aan verhoogde maatschappelijke eisen voldoet. Daarbij moeten landen hun eigen landbouwproductie kunnen beschermen tegen dumping en kwalitatief slechte landbouwproducten. De WTO moet gericht zijn op het recht op voedselsoevereiniteit in plaats op het recht om te kunnen exporteren.

Boeren en de armste bevolking in ontwikkelingslanden kunnen vooral worden geholpen door te stoppen met dumpen zodat boeren zich kunnen richten op de landbouwproductie voor de eigen lokale, nationale en regionale markten. Andere noodzakelijke maatregelen zijn kwijtschelding van schulden, landhervorming, hervorming van het beleid van IMF en Wereldbank, invoering van bindende regelgeving aan multinationals. Maar ook het bieden van markttoegang voor bewerkte tropische producten die geproduceerd zijn via een uitgebreid fairtrade-principe (inclusief milieu en voedselzekerheid). Dit alternatief wordt in meer of mindere mate ook uitgedragen door boerenorganisaties (Via Campesina, CPE, Platform Aarde Boer Consument, NMV, NAV), ontwikkelingsorganisaties (waaronder Novib) en milieuorganisaties (waaronder Milieudefensie). De verschillen tussen dit alternatief en eerdergenoemde tot verdere liberalisering in EU en WTO liggen echter mijlenver uit elkaar. Ik ga ervan uit dat het alternatief leidt tot vooruitgang - in plaats van verdere achteruitgang - op gebied van de voorziening van basisbehoeftes in Noord en Zuid, natuur en milieu, en het behoud van kleine en middelgrote boeren. In dit artikel wil ik ingaan op wat er de komende jaren zou moeten gebeuren om dit alternatief ook haalbaar te maken.

Bewustwording

Het beste wat nu in eerste instantie kan gebeuren is dat de nationale lidstaten van de EU de voorstellen van Fischler in meerderheid verwerpen, en dat er o.a. door 'Irak' zo'n grote belangentegenstelling ontstaat tussen EU en de VS dat de WTO-onderhandelingen in september mislukken. Hierbij is ook van belang in hoeverre ontwikkelingslanden een vuist kunnen maken binnen de WTO. Verdere overeenkomsten binnen de WTO zullen namelijk zeer moeilijk zijn te herstellen in de richting van genoemde alternatief. Als de WTO-onderhandelingen mislukken krijgen we met NGO's en hervormingsgezinde boerenorganisaties wat meer tijd om de bewustwording rond ons alternatief te vergroten. Hierbij zal nadrukkelijk ook de burger (als voedselconsument) moeten worden betrokken. De onderlinge relaties moeten worden gelegd tussen landbouwliberalisering en voedselveiligheid, milieuproblemen als het broeikaseffect en verlies van biodiversiteit, de consument die niet profiteert van lagere prijzen door liberalisering, de rol van multinationals, het behoud van een mooi cultuur- en natuurlandschap met koeien in de wei, hongersnoden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, en migratiestromen van ex-boeren binnen ontwikkelingslanden maar ook naar Europa.

Misverstanden en discussiepunten

In het kader van deze bewustwording is het van belang dat in het debat over landbouw en globalisering een aantal misverstanden en discussiepunten worden besproken. Binnen organisaties als de Consumentbond maar ook binnen de gangbare media en meeste politieke partijen leven nu nog vrij neoliberale gedachtes die verdere vooruitgang in de weg staan.

Ik heb deze misverstanden in een ander artikel behandeld. Samenvattend is mijn kritiek op de huidige gangbare neoliberale meningen:

- Het westerse modernistische en neoliberale ontwikkelingsmodel wordt als voorbeeld genomen voor ontwikkelingslanden. Hierdoor worden zelfvoorzienende en informele economieën als niet modern beschouwd en - erger nog - kapot gemaakt. Enerzijds vanwege een goedkope grondstoffenvoorziening voor het Noorden, met alle problemen in de voorziening van basisbehoeftes, conflicten en milieuproblemen tot gevolg; Anderzijds om overschotten van landbouwproducten uit het Noorden te dumpen en om markten te zoeken voor zaden, machines en bestrijdingsmiddelen. Ook hiervan worden vooral kleine en regionale (landbouw)bedrijven de dupe.
- De discussie wordt te ééndimensionaal gevoerd; liberalisering van landbouwproducten wordt los gezien van de huidige machtsverhoudingen in de wereld. Zo worden schuldenlasten, het beleid van Wereldbank en IMF, en de grote invloed van multinationals op dit beleid vaak buiten de discussie gehouden.
- De aandacht is vooral gericht op markttoegang voor ontwikkelingslanden als oplossing voor hun problemen. De voordelen van meer markttoegang voor ontwikkelingslanden wegen niet op tegen de schade die ze ondervinden van overproductie en dumping en de eis uit het Noorden tot het openen van hun eigen markten als compensatie.
- De invloed van het Noorden en haar bedrijven op de problemen in ontwikkelingslanden wordt onderschat en gebagatelliseerd.
- Ontwikkeling wordt vooral gemeten in gemiddeld BNP per hoofd van de bevolking en niet in de voorziening van basisbehoeftes van alle leden van de bevolking.
- Landbouw wordt als een 'normale' economische sector beschouwd, waar liberalisering net zo kan worden toegepast als bij industriële producten.
- De vrije-markt-theorie wordt niet goed toegepast binnen de liberalisering van landbouwproducten.
- Het milieu wordt niet meegenomen in de economische berekeningen. Uitputting (bodem, zoet water, biodiversiteit) en vervuiling (lucht, water, bodem) die worden daardoor niet gecorrigeerd en zullen altijd negatief uitpakken voor de economie op lange termijn. Het broeikaseffect met zijn economische schade door overstromingen, droogtes en verdwijnende gletsjerrivieren zal naar verwachting deze discussie als eerste op de kaart zetten.
- Er wordt vanuit gegaan dat de nationale politiek geen invloed heeft op de prijsvorming voor landbouwproducten. Maar dat het alleen de kosten kan beperken door de regelgeving niet te streng te maken en niet voorop te willen lopen in Europa.
- Milieu-, economische - en oorlogsvluchtelingen (naar het Noorden) worden niet in verband gebracht met hiervoor genoemde problemen.
- De neoliberale rol van de EU ten opzichte van ontwikkelingslanden, met name tegenover de ACP-landen binnen het Cotonou-Akkoord en hernieuwde partnerships, wordt onderschat en te weinig bekritiseerd.
- Er wordt ten onrechte van uit gegaan dat het voedsel dat momenteel in de winkel ligt en vanuit de gehele wereld afkomstig kan zijn, veilig is en voldoet aan dezelfde strenge eisen als die aan onze boeren worden gesteld.
- Er wordt ten onrechte van uit gegaan dat de consument zal profiteren van liberalisering door een lagere prijs.
- Er wordt vanuit gegaan dat kleine en middelgrote boeren in Noord en Zuid tegengestelde belangen hebben. Vandaar dat de landbouwsector een vrij negatieve naam heeft in de Nederlandse media. In feite worden ze tegen elkaar uitgespeeld door multinationals in handel en verwerkende industrie.
- Tenslotte wordt er vanuit gegaan door veel betrokken actoren dat de belangen van milieu, behoud van levensonderhoud voor kleine en middelgrote boeren, voedselveiligheid en voedselzekerheid in Noord en Zuid, tegengesteld aan elkaar zijn.

Bewustwording zou zich vooral moeten richten op die groepen die we tot nu toe niet hebben kunnen bereiken via onze bewustwordingsactiviteiten. Hierbij moet gedacht worden aan het houden van discussiebijeenkomsten en lezingen, het uitgeven van brochures, het schrijven van opinieartikelen ook in de reguliere media, en het houden van acties op straat.

Coalitievorming

Een andere doelstellingen voor de komende jaren is het sluiten van coalities tussen betrokken actoren. Er zijn in Nederland de afgelopen jaren al diverse coalities gesloten onder andere binnen het Platform 'Aarde Boer Consument' (een aantal boerenorganisaties, NGO's en politieke partijen), en de Werkgroep 'Landbouw en Armoede'. Het laatste jaar is er sprake van meer samenwerking en het zoeken van gezamenlijke standpunten tussen organisaties als Milieudefensie, Novib, FairFood en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond. Er zullen echter ook andere milieu- en ontwikkelingsorganisaties moeten worden betrokken bij deze coalities. Het internationale landbouwbeleid en de hervorming hiervan is ook een belangrijk onderwerp binnen de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontact, het Kritisch Landbouw Beraad (lid van CPE), en solidariteitsfonds XminY.

Tussen de diverse genoemde landbouworganisaties en de LTO is er momenteel echter nog veel onenigheid over het internationale landbouwbeleid. Hierbij moet in gedachten worden gehouden dat de LTO nog 40 tot 45 % van de boeren vertegenwoordigt, maar in sommige provincies zeer veel leden heeft. In bijvoorbeeld Limburg zijn bijna alle boeren lid, waaraan ook een zekere vanzelfsprekendheid ten grondslag ligt: 'We stemmen CDA, en zijn lid van de LLTB.' Binnen de lezingen die ik gegeven heb en debatten die ik bijgewoond heb de afgelopen maanden, heb ik echter gemerkt dat ook buiten de beschermde sectoren als suiker en melk, er steeds meer animo is voor onze alternatieven.

Dit komt mede door de huidige crisis in de meeste landbouwsectoren. Binnen de LTO zijn er de liberaliserings- en schaalvergrotingsvoorstanders en de voorstanders van een kostendekkende prijs of meer solidariteit met boeren wereldwijd. Het probleem is echter dat de eerste groep boeren vooral de bestuursfuncties vervult en de andere groep nog te weinig mondige vertegenwoordigers heeft. Er zijn echter positieve uitzonderingen zoals de voorzitter van WLTO, die in ieder geval open staat voor onze voorstellen.

Wat over het algemeen ontbreekt in Nederland is samenwerking en solidariteit met boerenorganisaties buiten Nederland. Alleen het Kritisch Landbouw Beraad is lid van de CPE, de tegenhanger van de conservatieve COPA in Europa waar de LTO lid van is. Daarentegen zijn de milieu- en ontwikkelingsorganisaties wel beter Europees en internationaal georganiseerd binnen organisaties als Friends of the Earth en Oxfam. De onderlinge landenorganisaties zijn het overigens niet altijd geheel eens met elkaar, hoewel men werkt aan een consensus. Om daadwerkelijk een vuist te kunnen maken is het onontbeerlijk dat de samenwerking niet alleen binnen Nederland maar ook buiten Nederland geïntensiveerd wordt. Overigens zijn veel boeren niet geneigd om acties op straat te gaan voeren, omdat men bang is voor negatieve beeldvorming in de media en onder de bevolking. Samenwerking met organisaties als Milieudefensie (60.000 leden) en Novib, zou deze boeren over de streep kunnen trekken.

Tenslotte is er coalitievorming nodig tussen politieke partijen. Momenteel staan de ChristenUnie en de SP vrijwel achter genoemde alternatief. GroenLinks, en de linkervleugel van het CDA komen in de buurt. Er is echter nog veel zendingswerk nodig richting PvdA, de rechtervleugel van het CDA, LPF en D66. Over de VVD ben ik ronduit negatief, hoewel men nog steeds een belangrijke aanhang heeft binnen de boerenbevolking. Ook binnen de ministeries overheerst (uit loyaliteit met vorige kabinetten) het neoliberalisme, dit blijkt onder andere uit de huidige Nederlandse voorstellen richting WTO [3] en de notitie 'Beleidscoherentie Ontwikkelingssamenwerking-Landbouw' [4]. Deze notities zouden dan ook als eerste ter discussie moeten komen te staan de komende maanden.


Noten:

[1] Guus is vrijwilliger bij XminY, en lid Landbouwwerkgroep, Noord-Zuid netwerk en Themagroep Mondiale voedselzekerheid van GroenLinks. NAAR TEKST
[2] Zie: http://guusgeurts.tripod.com NAAR TEKST

[3] Http://www.minez.nl NAAR TEKST

[4] Http://www.minbuza.nl NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


F) EU standpunt voor WTO-onderhandelingen in Cancún weinig vernieuwend
Milieu, kleine boeren en zich ontwikkelende landen niet gediend met nieuw Fischler voorstel
(door Donald Pols)

Met de Cancún-bijeenkomst (Mexico) van de Wereld Handels Organisatie aan de horizon heeft de Europese Unie de eerste schoten afgevuurd in de onderhandelingsstrijd. Eén van de belangrijkste onderwerpen tijdens deze WTO-vergadering die in september gaat plaatsvinden is landbouw en dan met name de maatregelen die landen toepassen om hun landbouwproductie te beschermen. In december legde EU-commissaris Fischler het voorstel van de Europese Commissie hierover voor aan de landbouwministers van de EU. Het voorstel is een bevestiging van de eigen kijk van de EU op landbouw (multifunctionaliteit) en wordt door de Commissie gezien als een praktische manier om de landbouwonderhandelingen uit de huidige impasse te slepen. Dit in tegenstelling tot de standpunten van de Verenigde Staten en de CAIRNS-groep [1] die de Commissie aanduidt als 'extreem'.

Samengevat stelt Fischler voor dat ontwikkelde landen gedurende een periode van 6 jaar en zich ontwikkelende landen gedurende een periode van 10 jaar tot de volgende resultaten komen:

- Een verlaging met 55 % van handelsverstorende landbouwsubsidies.
- Een algemene verlaging met 45 % van exportsubsidies en de totale uitfasering van exportsubsidies op graan, oliezaden, olijfolie en tabak op voorwaarde dat alle landen die subsidies staken.
- Een verdere vergroting van markttoegang door algemene verlaging van importtarieven met 36% met een minimum van 15% per item.

Aanvullende punten omvatten onder andere:

- Ontwikkelde landen passen allen een 'everything but arms'-behandeling [2] toe op Minst Ontwikkelde Landen.
- Steun voor een uitzonderingsregeling ('food security box') om voedselzekerheid te garanderen (vooral in zich ontwikkelende landen).
- De eis dat het EU-model voor landbouwontwikkeling erkend wordt en dat het EU-standpunt ten opzichte van de bescherming van de geografische oorsprong van producten gesteund wordt.

Het zal niet verbazen dat (negatieve) reacties op het EU-standpunt niet uitbleven. De CAIRNS-groep maakte duidelijk dat het standpunt volgens hen onhoudbaar is. Het voorstel zou strijdig zijn met de Doha-afspraken, met name met de bindende afspraak om alle vormen van exportsubsidies af te schaffen. De Amerikaanse onderhandelaars verweten de EU gebrek aan visie. Milieudefensie en Friends of the Earth Europe noemden het voorstel een forse stap achteruit ten opzichte van het voorstel van juli 2002. Het is te eenzijdig gericht op het veroveren van exportmarkten en het verlagen van prijzen, aldus Milieudefensie in een verklaring. Er wordt minder geld gereserveerd voor plattelandsontwikkeling en de meeste steun gaat naar grote boeren.

Enkele kanttekeningen van ondergetekende bij het EU-voorstel: De EU hanteert een heel eigen en enge definitie van 'handelsverstorende maatregelen' die niet overeenkomt met de definitie die algemeen gangbaar is in de WTO. Dat is belangrijk aangezien op deze wijze maatregelen die door zich ontwikkelende landen als problematisch ervaren worden buiten de EU-definitie vallen.
Meeste van de elementen uit het voorstel passen binnen reeds bestaande aanpassingen van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). Er worden dus geen echt vernieuwende stappen gezet. Zo wordt er binnen de EU al langer gewerkt aan het vervangen van subsidues voor productieondersteuning door directe betalingen. Directe betalingen maken exportsubsidies en prijsondersteuning minder noodzakelijk aangezien het inkomen van boeren verzekerd is uit een andere bron, namelijk directe betalingen. Er is een beweging merkbaar waarin de wereldmarktprijzen en de EU-prijzen voor landbouwproducten elkaar in toenemende mate naderen. De verlaging van importtarieven is dus minder een bedreiging voor de EU-productie dan op het eerste gezicht lijkt.

Voor zich ontwikkelende landen betekent de liberalisering van de EU-handel niet alleen toegang tot de voorheen moeilijk toegankelijke markt. De hoge prijzen die voorheen gegarandeerd werden door het GLB golden niet alleen voor Europese boeren. Exporterende ontwikkelingslanden die op basis van verdragen toegang hadden tot de EU-markt konden ook profiteren van de hoge prijzen. Het verschuiven van productiesubsidies en een vaste prijs naar directe betalingen heeft tot gevolg dat de prijzen voor landbouwproducten zullen dalen. Dat geldt ook voor import uit zich ontwikkelende landen. De boeren in die landen hebben echter niet het voordeel van gulle overheidsondersteuning.

Het EU-standpunt in de WTO-onderhandelingen gaat uit van de verbetering van de EU-positie in de internationale markten. In het onderhandelingsspel worden de belangen van zich ontwikkelende landen en het milieu soms meegenomen als steekpenningen om de eigen positie te verbeteren. Het afschaffen van subsidies en importtarieven zullen niet alleen voordelen hebben voor zich ontwikkelende landen maar ook nadelen. Het is namelijk de vraag of ze kunnen concurreren op de internationale markten. Bovendien komen de winsten van de export niet noodzakelijkerwijs terecht bij de armste delen van de bevolking. Alleen gerichte en duidelijk gedefinieerde afspraken die de belangen van zich ontwikkelende landen (met name de arme delen van de bevolking) centraal stellen zullen bijdragen aan het verbeteren van hun economische positie.


Noten:
[1] De CAIRNS-groep bestaat uit 17 hoofdzakelijk exporterende landen
namelijk Argentina, Australia, Bolivia, Brazil, Canada, Chile,
Columbia, Costa Rica, Guatemala, Indonesia, Malaysia, New Zealand,
Paraguay, the Philippines, South Africa, Thailand en Uruguay. Deze
landen staan een verregaande liberalisering van de handel in landbouw-
producten voor, met name een afschaffing van handelsverstorende
subsidies. NAAR TEKST
[2] 'everything but arms' verwijst naar het EU-beleid waarin de 48 armste
landen in de wereld tariefvrije toegang tot de Europese markt hebben.
De toegang geldt voor alle producten die deze landen produceren met
uitzondering van wapens. NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


G) Havenarbeiders nemen de kop
Brede internationale staking tegen plannen Europese Commissie
(door Hans Boot [1])


Misschien is de schatting van de International Transport Workers' Federation wat ruim uitgevallen, maar een gezamenlijke staking in een groot aantal Europese landen door 20.000 havenarbeiders is een unieke en strijdbare daad. Doelwit was een zogenaamde Richtlijn (werking van een wet) van de Europese Unie die uitgerekend op de actiedag, 17 januari 2003, in zijn volle ellende getoond werd. Een tiental Poolse kraanmachinisten - net in Bremen aan boord gekomen, valselijk geboekt als zeelieden op een schip onder Panamese vlag van een Japanse eigenaar, in het bezit van een toeristenvisum en in dienst van een Poolse firma - blijkt ingehuurd te zijn voor los- en laadwerk. In de Richtlijn heet dat 'zelfafhandeling', de bemanning zelf verricht de havenarbeid.

De richtlijn is nog in behandeling en wil wettelijk vastleggen wat tot nu toe verboden is. Een inspecteur van de havenarbeid in Amsterdam geeft een voorbeeld dat laat zien hoe de Richtlijn zijn schaduw vooruitwerpt. "Het begint ermee dat de kapitein eist dat de scheepsliften door de bemanning worden bediend. Dan volgt de scheepskraan, uiteindelijk wordt het sjorwerk ook door de bemanning gedaan."

Bescherming opruimen

De geschiedenis van de havenarbeiders is op vele manieren te schrijven. Eén daarvan is via de lange weg, in Nederland een eeuw, van terugdringen van de losse arbeid, van erkenning van het vak havenwerker en van strijd voor wettelijke bescherming van werk, veiligheid en gezondheid. De Richtlijn beoogt deze weg met harde hand op te breken. De beslissing daarover zal dit voorjaar vallen.

De Europese Commissie laat met haar offensief van liberalisering en deregulering de havens niet onberoerd. In eerste instantie werd geprobeerd aan de 'oneerlijke' concurrentie tussen de Europese havens een einde te maken. Bij 'oneerlijk' gaat het dan om overheidssubsidies die de tarieven voor de klanten zouden verlagen. Daarna kwamen de voorstellen om de concurrentie tussen de havens te bevorderen. Dat wil zeggen dat de beperkingen waaraan in de loop der jaren de vrije concurrentie was onderworpen, opgeruimd moeten worden. De verschillende vormen van regulering van de arbeid - arbeidsvoorwaarden, wetgeving enzovoort - werden gezien als 'concurrentiebelemmerend'. Niet verrassend was dus dat in november 2000 'uitlekte' dat de Commissaris van Transport en Energie Loyalo de Palacio die regulering wilde aanpakken. Onder andere door oude tijden te doen herleven en de stuwadoorsbedrijven en reders de gelegenheid te geven zelf te bepalen wie met de betreffende werkzaamheden belast werden. Een paar maanden later kwamen de officiële voorstellen van onder andere 'zelfafhandeling', maar werd ook duidelijk dat werk uitbesteed kon worden aan niet als havenarbeiders geregistreerde 'lossen' en dat de havenpools (in een aantal landen een aangelegenheid van de overheid) op de schop moesten. In september 2001 volgden de eerste acties, op een kleine internationale schaal. In juni 2002, een paar maanden voor de eerste behandelingsronde in het Europees Parlement, werden ze uitgebreid. Vooral in België en Duitsland (waar de wettelijke bescherming sterk is); in Nederland werd hier en daar de pauze verlengd. Ondanks kritiek van linkse politieke partijen en (internationale) vakbeweging waren de voorstellen voor de tweede ronde eerder slechter dan beter. Ter gelegenheid daarvan werd gestaakt (of gedemonstreerd of het werk onderbroken; gegevens van 18 januari 2003) in België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Malta, Nederland, Noorwegen, Portugal en Spanje.

Sociale dialoog

De invoering van de Richtlijn, met verscherpte concurrentie als hoofdkenmerk, zal de havenondernemers de vrije teugel laten. Goedkoper, efficiënter en sneller, met concurrentie via arbeidsvoorwaarden als onvermijdelijk gevolg. De keten van uitbesteding zal langer worden en daarmee zullen de arbeidsrisico's verplaatst worden naar de meest onbeschermde arbeiders die bovendien per klus aangenomen zullen worden. Geen onbekende praktijken van ondernemers. Zeker niet in het havenbedrijf waarin decennia lang halve of hele koppelbazen actief zijn, soms meer soms minder. Het is dan ook niet gemakkelijk te begrijpen dat de internationale vakbeweging, daarin zeer gesteund door de Nederlandse, eindeloos de 'sociale dialoog' zoekt. Steeds weer flakkert de hoop op van samenwerking, als er maar één ondernemer twijfelt bij een onderdeel van de Richtlijn in voorbereiding. Wat de Nederlandse situatie betreft, is de grote actiedeelname in Vlissingen en Terneuzen opvallend (500 mensen) en laat die in Rotterdam (nog geen 1.000) en minder in Amsterdam (300) zien dat het krediet dat de bond in de tweede helft van de jaren negentig verspeelde nog niet is teruggewonnen. Bond en bondsleden lijken twee werelden te vertegenwoordigen. Hoe zou anders één van de eerste zinnen in een pamflet opgevat kunnen worden? "De bond roept nu de hulp in van haar leden om de bond bij te staan om een conflict tussen havenwerkers enerzijds en rederijen, verladers en stuwadoorsbedrijven anderzijds in jullie voordeel te beslechten."


Noten:
[1] Overgenomen uit Solidariteit, nr 111, februari 2003 NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


H) GATS en de liberalisering van transportsectoren
Logistieke bedrijfssector wil opening binnenlandse markt VS
(door Stuart Howard [1])

De lucht- en scheepvaartsectoren zijn grotendeels uitgesloten van liberalisering in GATS-verband. Het waren met name de VS die integratie in de WTO tegenhielden ter afscherming van de eigen binnenlandse markt. Aangespoord door grote industriële bedrijven gaan Europese Unie en andere WTO-lidstaten nu in de aanval om delen van deze lucratieve markten te openen. Stuart Howard van de International Transport Workers' Federation (ITF) beschrijft hoe dat in zijn werk gaat.

Onderhandelingen over maritieme sector gestrand

Al geruime tijd is er sprake van deregulering bij de overbrenging van scheepladingen van de ene naar de andere staat. De internationale scheepvaartsector heeft een eigen extreme vorm van deregulering voortgebracht, de verdragsvlag ("flag of convenience system"), die een groot deel van de scheepvaartindustrie onttrekt aan overheidsscontrole.

Voor vele binnenlandse scheepvaartdiensten zijn er echter wel beperkingen. Overeenkomstig VN-regels gaan de meeste echte vlagstaten uit van een band tussen scheepseigenaar en overheid. Ze stellen beperkingen aan buitenlands eigendom en eisen de naleving aan boord van nationale wetten, zoals voor arbeid. In enkele landen mogen buitenlandse schepen geen aandeel hebben in de kusthandel (cabotage). Zo kan volgens de US Jones Act het interne goederenvervoer in de VS alleen gedaan worden door schepen onder VS-vlag met arbeidsvoorwaarden volgens VS-wet (2).

Meteen na de start van GATS in 1995 werd begonnen met onderhandelingen over libereralisering van scheepvaart en havendiensten. In juni 1996 mislukten de besprekingen echter toen de regering van de VS elke vorm van toegang afwees tot de binnenlandse markt. Na 11 september 2001 lijkt de gevoeligheid bij de VS voor veiligheid van kust en havens te verzekeren dat opheffing van cabotage niet op de GATS-agenda zal verschijnen.

Een groeiend aantal global terminal operators (overslagbedrijven) is ondertussen gefrustreerd geraakt over het feit dat de bevriezing van de GATS-onderhandelingen ook de liberalisering van andere maritieme diensten dan de binnenlandse buiten bereik houdt. Op voorspraak van gigant Hutchison drong de regering van Hong Kong in maart 2001 aan op hervatting van de besprekingen over opheffing van beperkingen op buitenlands eigendom en havenbeheer.

Uitsluiting van de luchtvaart

Vanaf het begin zijn (burgerlijke) luchtvaartdiensten uitgesloten geweest van GATS. Dat had te maken met politieke en economische gevoeligheden rondom luchtverbindingen tussen staten. De wettelijke naleving van de ruim 3000 bilaterale overeenkomsten en de regulering van afspraken over veiligheid, beveiliging, economie en milieu zijn in handen van de Internationale Organisatie voor Burgerlijke Luchtvaart, de ICAO. Het ICAO-systeem van 'bilateralen' werd door voormalig WTO Directeur-generaal Mike Moore als 'nachtmerrie' bestempeld. Toch is het jarenlang een effectief middel gebleken om te komen tot een gelijkwaardige markttoegang tussen twee willekeurige staten op basis van het principe van wederzijds belang. Als de 'luchtvaartrechten' echter ondergebracht worden bij GATS zou elke staat in principe alle andere WTO-lidstaten markttoegang moeten bieden volgens zijn meest 'liberale' bilaterale overeenkomst. Hetgeen leidt tot wereldwijde dominering van luchtvaartdiensten door de grootste luchtvaartbedrijven.

Omdat de WTO de ICAO niet kan negeren wordt geprobeerd deze organisatie te omzeilen, te absorberen, onder druk te zetten en uit te dagen. Er worden pogingen ondernomen om 'luchtvracht' te onttrekken aan het beheer van de ICAO en onder te brengen bij GATS, ondanks de complicatie dat de meeste lading vervoerd wordt door passagiersvliegtuigen. Ondertussen houdt de ICAO de WTO van zich af met een eigen agressief liberaliseringsprogramma. Naar verwachting zal op de ICAO-conferentie van deze maand een voorstel gedaan worden over verdergaande liberalisering [3].

De VS zijn de grootste belemmering voor opname van de lucratieve ('harde') luchtvaartdiensten in de GATS. Hoewel de VS een groot voorvechter zijn van liberalisering van internationale luchtvaartroutes houden ze de omvangrijke binnenlandse markt gesloten voor buitenlandse bedrijven. En die constructie kan alleen in stand blijven door de basis luchtvaartdiensten buiten GATS te houden.

Van de overige ('zachte') luchtvaartactiviteiten - de 'diensten direct gelieerd aan luchtvaartdiensten' - zijn er 3 opgenomen in GATS: vliegtuigreparatie, computerreserveringen en marketing. Toch is hiervoor slechts door een enkele staat marktopening geboden (maart 2002). De uitgebreide restgroep valt niet onder GATS, maar is onderhevig aan de taktiek van herdefiniëring en hercategorisering door de Europese Commissie. In de huidige onderhandelingsronde heeft de EC vliegtuigcatering en opleidingen voor vliegtuigpersoneel ondergebracht onder respectievelijk cateringdiensten en onderwijsdiensten die beide wèl deel uitmaken van de GATS-onderhandelingen. Ook wil de EC toezeggingen van staten voor de liberalisering van vliegvelddiensten ('airport ground services') nadat ze eenzijdig besloot dat die diensten niet 'direkt gelieerd zijn aan luchtvaartrechten'.

Logistieke sector ontwijkt de blokkades

Een nieuwe aanzet tot liberalisering voor scheepvaart- en havendiensten komt van logistieke bedrijven. De sectorindeling van de verschillende transportdiensten zoals onder GATS gehanteerd komt niet meer overeen met hoe intermodaal transport en logistiek zich recentelijk ontwikkeld hebben. Logistiek gaat niet alleen over transport maar ook over zaken als ladingafhandeling, opslag, douane-inklaring, containerdepots en inventarisbeheer.

De regering van Hong Kong, de Europese Commissie en de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) willen dat onder GATS iets geregeld wordt om aan "de groeiende vraag te voldoen naar deur-tot-deur logistieke dienstverlening." De onderhandelingen over maritieme diensten zouden moeten gaan over goederenvervoer door havens en naar de 'achterlanden' [4]. En indien een herstart van de onderhandelingen over maritieme diensten mocht mislukken zou een nieuwe dienstencategorie - 'logistieke diensten' - ingesteld moeten worden, los van 'maritiem'.

Deze benadering sluit nauw aan bij de strategie van luchtvrachtbedrijven als UPS en Federal Express. Zij hebben ingezet op een lobby om enerzijds de banden tussen ICAO-systeem en luchtvrachtdiensten losser te maken en anderzijds de nationale postale diensten te liberaliseren. Onder GATS zijn postale diensten en koeriersdiensten opgenomen in dezelfde categorie en de grote weerstand tegen liberalisering van postale diensten zorgt ervoor dat er weinig schot zit in de liberalisering van koeriersdiensten. Na grote druk door bedrijven stelde de regering van de VS in juli 2002 voor om een aparte dienstensector in te stellen binnen GATS, de Express Delivery Services.

Ook de weg- en railtransportsectoren voelen de invloed van de 'logistiek'-lobby. De Internationale Kamer van Koophandel dringt aan liberalisering van binnenlands transport ondanks de bijzondere gevoeligheden in de maritieme sector en een aantal regeringen, waaronder die van Groot-Brittannië, willen het huidige liberaliseringsbeleid in de railtransportsector vastleggen door toezeggingen te doen in GATS-verband over buitenlandse investeringen. Het huidige proces van liberalisering van het Europese railtransportsysteem loopt al vooruit op de binnenlandse opmars van GATS.


Noten:
[1] 'Transport: the WTO's problem industry', Stuart Howard in ITF journal Transport International (maart 2003). Howard is Assistant General Secretary van de ITF. Meer informatie over de ITF op haar website: http://www.itf.org.uk Bewerkt, ingekort en vertaald door Rob Bleijerveld. NAAR TEKST
[2] Volgens Ellen Gould, onderzoekster van dienstenliberalisering, lijkt de Bush-regering geneigd om na acties van havenwerkers aan de Westkust (eind 2002) de regulering van arbeidsvoorwaarden aan te pakken. Ze verwacht echter niet dat aan de veiligheidsbelangen getornd zal worden. Bush zou de capaciteit voor de bouw van marinevaartuigen door de eigen scheepvaartindustrie in stand willen houden, evenals de strategische belangen van afhandeling van scheepsladingen in de Noordamerikaanse havens. NAAR TEKST
[3] De ICAO conferentie vind plaats op 31 maart en 1 april 2003; de agenda is te vinden op:
http://www.icao.int/icao/en/assembl/a34/agenda.htm NAAR TEKST
[4] in 'U.S. Under Pressure for Transport Commitments in WTO Services Talks' (BNA News Services van 4 maart 2003) wordt een gezamenlijke verklaring aangehaald van 52 WTO-lidstaten dd. 3 maart, waarin - op indirekte wijze - een actieve opstelling wordt geëist van de VS in onderhandelingen over maritieme diensten. Volgens woordvoerder Japan is een substantiële liberalisering van deze sector van wezenlijk belang voor het welslagen van de huidige ronde van WTO-onderhandelingen ...NAAR TEKST

NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp


I) De vergeten oorlog ....
(door Rob Bleijerveld)

De grootste Noordamerikaanse vakbond voor acteurs waarschuwt dat de regering Bush een zwarte lijst aanlegt van spelers die zich uitspreken tegen een oorlog met Irak [1]. Volgens de bond lopen critici het risiko het recht op werk te verliezen. Maar er is meer in de VS dat doet denken aan een heropleving van de McCarthy-hetze van de jaren '50. Er is een wet in de maak die nog grotere gevolgen heeft voor tegenstanders van oorlog. Niet alleen kan dat betekenen het recht op werk te verliezen maar - getuige onderstaand artikel - zelfs het recht op burgerschap! Zonder twijfel een bedreiging voor iedereen die zich verzet tegen het beleid van Bush, zoals anti-globalisten. Tijd voor een solidariteitscampagne?


Jack Balkin, professor aan de Yale Law School, schreef op 13 februari een artikel in de Los Angeles Times [2] waarin hij aangeeft dat het Hoofd van Procureurs-Generaal John Ashcroft in het geheim een anti-terreurwet heeft laten ontwerpen. Het gaat om een aanscherping van de "USA Patriot Act" uit 2001, die de burgerrechten in de VS nog verder dreigt te ondermijnen.

Het bestaan van het ontwerp voor deze "Domestic Security Enhancement Act" is herhaaldelijk ontkend door ambtenaren van het ministerie van Justitie. Maar door een lek is de inhoud ervan bekend geworden [3].

Sinds 11 september 2001 zijn honderden mensen in het geheim gevangengezet. De regering wilde zelfs hun namen niet bekend maken, naar zeggen om hun privacy te garanderen. De nieuwe wetgeving van Ashcroft zou elke nu nog bestaande bescherming onder de "Freedom of Information Act" ongedaan maken. De regering kan dan zonder probleem stilhouden wie het vasthoudt en waarom.

Een ander wetsonderdeel maakt het onmogelijk het bespioneren van individuen en organisaties door federale overheidsinstanties met juridische middelen te blokkeren. Zo'n blokkade bleek eerder juist nodig vanwege de (illegale) praktijk van het aantasten van de privacy van burgers en hun mensenrechten. Verder kunnen rechtbanken geen verboden meer uitvaardigen om toekomstig misbruik te voorkomen.

Wellicht het meest verontrustende onderdeel gaat over het "materieel steunen" van elke groep die aangemerkt wordt als terroristische organisatie. Dat "materieel steunen" kan gaan om activiteiten die normaal gesproken niet onwettig zijn! Diegenen die zich hieraan schuldig maken worden alle burgerrechten ontzegd. Dat betekent een aantasting van de Grondwet van de VS die juist zegt dat Amerikanen niet kunnen worden beroofd van hun burgerrechten en alle daarvan afgeleide rechten. Ze kunnen die alleen vrijwillig opgeven. Via een "gat" in de wet kan deze grondwettelijke garantie worden omzeild. Bovengenoemd "materieel steunen" zou gelijkstaan aan het vrijwillig afstaan van burgerrechten. Daarmee kunnen die personen onmiddellijk het land uitgegooid worden ...

Het McCarthy-tijdperk toont de enorme macht die een Hoofd van Procureurs-Generaal kan verwerven. Ook nu weer: geef een paar dollar aan een moslim-liefdadigheidsorganisatie die toevallig op Ashcrofts lijst staat en het eerstvolgende vliegtuig neemt je definitief mee uit het land.

"We mogen blij zijn dat het plan voor dit wetsvoorstel nu al aan het licht gekomen is. Anders zou de regering waarschijnlijk gewacht hebben tot na het begin van de oorlog met Irak, op een moment dat politieke oppositie onmogelijk is vanwege de (geëiste) steun aan de troepen. Het wetsvoorstel is niet van belang voor de oorlog, maar kan de regering helpen haar fouten te verbergen. Het is beangstigend dat onze leiders zouden proberen onze burgerrechten te ondermijnen door een cynische manipulatie van de openbare mening in tijden van oorlog. Maar nog meer beangstigend indien ze daarin daadwerkelijk zou slagen."


Noten:
[1] 'Acteurs VS zijn bang voor zwarte lijst', Spits (5 maart 2003).NAAR TEKST
[2] "USA Patriot Act: A Dreadful Act II" - Jack M Balkin, Los Angeles
Times (13 febaruari 2003). Balkin is ook auteur van "The Laws of Change"
(Schocken Press, 2002). NAAR TEKST
[3] Http://www.publicintegrity.org NAAR TEKST

NAAR INHOUD

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuwsbrief over ontwikkelingen rondom Wereld Handels Organisatie WTO en de Europese Unie. Het is een initiatief van de Werkgroep Globalisering Delft-Den Haag.

Nieuwsbrief WTO.ZIP (en meer over globalisering) is ook te vinden op: http://www.globalinfo.nl en op http://www.indymedia.nl

Voor een gratis email-abonnement en voor het sturen van mededelingen, copy of reacties: onyva@xs4all.nl

-----------------------