NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
D) Waterprivatisering en de EU
Vertaling van BBC-interview met Lamy na documenten-lek
De BBC heeft Europees Commissaris Lamy jl. 25 februari
aan de tand gevoeld over de inhoud van gelekte GATS-documenten
waaruit ondermeer duidelijk werd dat de Europese Unie arme
WTO-lidstaten onder druk zet met verzoeken tot opening van
hun drinkwatermarkt, maar de eigen markt gesloten houdt.
Er is inmiddels veel kritiek gerezen op het wegwuiven door
Lamy van de te verwachten negatieve gevolgen van verdere
dienstenliberalisering in en buiten Europa.
Erik Wesselius van Corporate Europe Observatory heeft het
live (!) tv-interview van BBC-World met Lamy uitgeschreven.
Het is te vinden op: http://www.gatswatch.org/news/BBC250203.html
De Nederlandse vertaling vind u hier. Dezelfde dag was er
ook een radio-interview met BBC 4 waarin Lamy het lekken
afdeed als een "grap". Toch wist hij niets zinnigs
te antwoorden op de vraag waarom lekken blijkbaar nodig
zijn om informatie openbaar te maken?
Lamy beweert voor de radio dat de gelekte documenten al
sinds juli 2002 beschikbaar zijn. Erik Wesselius geeft echter
aan, dat de Europese Commissie op 4 juli 2002 slechts een
zeer beknopte samenvatting openbaar maakte van de gewraakte
'verzoeken voor marktopening' aan 109 andere WTO-lidstaten.
De samenvatting was 10 pagina's lang, terwijl - naar nu
blijkt - de originele documenten duizenden pagina's omvatten
....
Destijds kon een zeer select gezelschap, onder strenge voorwaarden
van geheimhouding, deze 109 documenten inzien. Eén
van hen, Europees parlementariër voor de Groenen, Caroline
Lucas, en een van de weinige leden van het EP die inzage
kreeg, vertelde hoe haar was opgedragen om de papieren in
een afgesloten kluis te bewaren. Ze mocht ze niet kopiëren
of per email versturen en moest ze na het lezen vernietigen.
Vertaling van transcriptie van "Water Privatisation
and the EU" (BBC World (TV), 25 February 2003)
1. Waterprivatisering en de EU
Intro: [...] die de mogelijkheden van arme landen verzwakt
om hun eigen zaken te reguleren. Dit exclusieve verslag
is van onze correspondent voor ontwikkelingslanden David
Loyn.
DL: Privatisering van basisvoorzieningen heeft geen goede
start gehad in de ontwikkelingslanden. Enron werd India
uitgedreven, nog vóór het bedrijf ineenstortte.
Maar de Europese Unie dringt juist bij een groot aantal
ontwikkelingslanden aan op privatisering van diensten. De
volle omvang van die verzoeken is duidelijk geworden door
documenten die gelekt zijn naar de BBC.
DL: Een van de effecten van dit lek is dat deze landen,
waarvan enkele behoren tot de kleinste en zwakste economieën
ter wereld, nu voor het eerst vernemen wat gevraagd is aan
de andere landen op de lijst. Campagnevoerders zeggen dat
het de kloof toont tussen retoriek en realiteit in Europa.
Hoewel de Europese landen zeggen dat ze voorstander zijn
van ontwikkeling zijn ze alleen gericht op het smalle eigenbelang
van multinationals.
Barry Coates (World Development Movement): Vaak is beweerd
dat het (bij GATS - RB) gaat om een ontwikkelingsagenda,
terwijl het in feite om meer van hetzelfde gaat: de voordelen
voor onze bedrijven en de toegang tot de markten van de
ontwikkelingslanden.
DL: Trinidad heeft al een voorproefje gehad van privatisering,
maar toen duizend arbeiders hun baan verloren na de verkoop
(van hun bedrijf - RB) kon de koper, de Britse onderneming
Severn Trent Water, zijn contract niet verlengd krijgen
vanwege het protest. De leider van dat protest vergelijkt
de Europese verzoeken van nu met slavenhandel: "Ze
gebruiken consequent dezelfde benadering, [...] moderniseer
[...] en noem het de WTO, GATS, maar waar het op neer komt
is het plunderen van de rijkdom van onze natie."
DL: Tijdens de lange onderhandelingen zei een gefrustreerde
Indiase ambtenaar dat het net is als het geblinddoekt najagen
van een zwarte kat in een verduisterde kamer. Door het lekken
van deze documenten is tenminste de blinddoek afgenomen.
David Loyn, BBC News.
2. Live interview met Pascal Lamy
BBC World (TV), 25 February 2003, 20:00 GMT
Intro: 's werelds armste landen om de wetten af te schaffen
die de activiteiten van multinationale ondernemingen beperken.
Campagnevoerders zeggen dat de verzoeken die tijdens de
meest recente handelsbesprekingen doorgedrukt zijn het voor
buitenlandse bedrijven mogelijk maken om essentiële
publieke diensten op te kopen zoals water en elektriciteit.
Dit verslag komt van onze correspondent voor ontwikkelingslanden,
David Loyn.
DL: De uitverkoop van basisvoorzieningen wordt een van
de meest omstreden kwesties in ontwikkelingslanden. De grote
protestmars tijdens de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling
in Johannesburg ging voornamelijk daarover. De Zuid-Afrikanen
demonstreerden tegen verlies van banen en gestegen prijzen
voor water en elektriciteit na privatisering.
DL: Elders is het is hetzelfde verhaal. In Trinidad verloren
duizend mensen in de watersector hun werk nadat een Britse
onderneming, Severn Trent Water, hun bedrijf overnam. Door
het aanhoudende protest was de onderneming niet in staat
na drie jaar het contract te verlengen.
Protestleider uit Trinidad: "Er moet een soort partnerschapregeling
zijn, maar ik denk dat Europa nog steeds de slavenhouder
speelt, de grote broer, de wrede grote broer ..."
Vrouwenstem: Severn Trent gaf de volgende verklaring uit
als antwoord:"Severn Trent Water International's betrokkenheid
bij het beheerscontract leverde een effectievere waterdienst
op voor Trinidad en Tobago en vestigde een goede basis voor
de toekomst."
[Bladerend door de gelekte vragen]
DL: Deze documenten, die allemaal met "geheim"
("restricted") gemerkt zijn, waren tot nu toe
niet openbaar. De geheimhouding van het proces heeft Europa
de gelegenheid gegeven de ontwikkelingslanden er één
voor één uit te pikken. Nu is het voor het
eerst mogelijk om naast elkaar te zetten wat politici zeggen
en wat ze doen. Terwijl Europa beweert dat de zeggenschap
van overheden over de watervoorziening niet in gevaar is
hebben campagnevoerders het over wereldwijde overname van
basisvoorzieningen omdat land na land gevraagd wordt om
belangrijke markten als water te openen voor buitenlandse
investeerders. En het komt allemaal op hetzelfde neer. De
documenten tonen een opvallende overeenkomst tussen de verzoeken
die gesteld worden aan de armste landen alsof er slechts
één weg is naar rijkdom.
Barry Coates (WDM): "Uit deze verzoeken komt duidelijk
naar voren dat ze in belang zijn van multinationale ondernemingen.
Dit gaat niet over ontwikkeling maar voornamelijk over toegang
voor multinationals van rijke landen tot de hulpbronnen
in ontwikkelingslanden."
DL: Uiteindelijk moet er iets gedaan worden aan het chronische
gebrek aan schoon water en toegang tot elektriciteit in
landen als Zuid-Afrika. Maar is er een betere weg vooruit
dan een politieke strom veroorzaakt door privatisering?
David Loyn, BBC News
BBC: Vanuit Brussel is hier nu Europees Commissaris voor
Handel, Pascal Lamy. Meneer Lamy, waarom zijn er lekken
nodig om deze informatie naar buiten te brengen?
PL: Nou, ik bedoel, waar gaat dit allemaal over? Het gaat
over openingen voor handel in diensten en wij zijn goed
in bankieren, verzekeringen en maritiem transport en we
willen op deze gebieden markten geopend zien. In India zijn
ze goed in computerprogrammering, de Chinezen zijn goed
in het tolken en zij willen onze markten geopend zien. Dus
ieder van ons heeft sterke punten en wij willen méér
daarvan want dat is goed voor onze groei en banen.
PL: Het gaat niet over deregulering. Het gaat niet over
privatisering. Het gaat niet over het verkopen van publieke
voorzienigen hier of daar. Het gaat niet over harmonisering
van regels. Wij behouden onze sovereiniteit en ontwikkelingslanden
houden hun sovereiniteit over de regels die voor elke dienstenleverancier
gelden.
BBC: Maar veel ontwikkelingslanden hebben regels specifiek
om hun voorzieningen te beschermen en u vraagt hun om die
regels op te heffen, naar aan te nemen valt om ...
PL: Nee, nee helemaal niet. Nee, het spijt me, maar we
vragen dat helemaal niet. Indien ik een watersysteem heb
kan ik, ongeacht welk land ik ben, of ik Europeaan ben,
of Afrikaan of Latijn-Amerikaan, besluiten over de regels
volgens welke water gedistribueerd zal worden. Het openen
van handel in diensten betekent slechts dat ik bereid ben
buitenlandse ondernemingen en mijn nationale ondernemingen
gelijktijdig en onder dezelfde regels te laten funktioneren
in de sector.
BBC: Maar zou u niet toe moeten geven dat ...
PL: Dus het gaat helemaal niet om het veranderen van de
regels.
BBC: Moet u niet toe geven dat de ervaringen met liberalisering
van handel in veel ontwikkelingslanden niet goed zijn, als
je het voorbeeld neemt uit het verslag over Trinidad, of
bijvoorbeeld Bolivia waar de privatisering van een waterbedrijf
in feite leidde tot prijsstijgingen van 200 % en tot rellen
waarbij mensen gedood werden. Dat is toch geen goede reputatie,
wel? Ik bedoel, dat is toch iets waarvan de Europese Unie
afstand van zou moeten nemen?
PL: Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar u praat over
een voorbeeld dat gaat over privatisering. De Europese Unie
vraagt niet om privatisering, noch - tussen haakjes - zijn
wij bereid om onze publieke diensten te privatiseren. Publieke
diensten kunnen zowel beheerd worden door overheden als
door bedrijven. Wij vragen helemaal niet om privatisering.
U kunt uw diensten openen als u daartoe bereid bent en niemand
is verplicht dat te doen. Wij kunnen dat doen en we vragen
dat op gebieden waarin we goed zijn. Ontwikkelingslanden
vragen ons onze markten te openen in gebieden waar zij goed
in zijn. Dus, alstublieft, verwar niet opening van handel
in diensten en liberalisering (deregulering?? - RB) of privatisering.
Dat heeft niets daarmee te maken - wij hebben nooit in welk
verzoek dan ook, in welke onderhandeling dan ook, multilateraal
danwel bilateraal, gevraagd om deregulering of privatisering,
en dat zullen we ook niet doen, ik zal dat niet doen.
BBC: Laat me een andere beschuldiging van vele campagnevoerders
voor ontwikkeling aan u voorleggen. Ze beschuldigen de EU
van huichelarij, omdat de EU haar landbouwmarkten niet wil
openen, een van de best beschermde en overmatig gesubsidieerde
markten ter wereld, en toch vraagt u de Derde Wereld om
hun markten voor nutsvoorzieningen ("utilities")
te openen.
PL: Natuurlijk, natuurlijk. Wij zijn bereid om in deze
onderhandelingen onze markten meer open te stellen voor
ontwikkelingslanden, om onze binnenlandse steun te verminderen
en om de steun die we verlenen aan onze export te verminderen.
Ja, we hiertoe bereid en het is deel van de onderhandelingen.
BBC: Dus u zegt tegen hen: als jullie jullie dienstenmarkt
openen dan zullen zij onze landbouwmarkt openen. Gaat het
op die manier?
PL: We zijn het eens geworden, de 140 lidstaten van de
WTO zijn het twee jaar geleden eens geworden over een programma
van onderhandelingen over markttoegang in de industrie -
en laat me noemen dat industrie 80 % uitmaakt van de wereldhandel
en 75 % van de export van Europese landen - in de landbouw,
in diensten. Maar ook over de regels van de WTO. Dus er
zijn veel onderwerpen in de onderhandelingen en uiteindelijk
willen van dit alles een pakket maken. En natuurlijk gaat
het om onderhandelingen.
BBC: Meneer Lamy, ik ben bang dat het hierbij moeten laten.
Dank u zeer.
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
E) Bewustwording en coalitievoming op
gebied van landbouw en globalisering
(door Guus Geurts [1])
Inleiding
De afgelopen maanden heb ik een aantal artikelen geschreven
over landbouw en globalisering. Hierbij kwamen onder andere
de rol van de WTO, de EU, IMF, Wereldbank, nationale lidstaten
en politieke partijen, multinationals en NGO's aan de orde.
Het komende jaar worden er waarschijnlijk belangrijke en
verstrekkende beslissingen genomen, met name binnen de Landbouwradenad
van EU en WTO. De voorstellen die daar op tafel liggen zullen
de liberalisering zowel binnen de EU als de WTO verder versterken.
De voorstellen in mijn scriptie 'Liberalisering in de landbouw,
een heilloze weg!' [2]
zijn daar tegengesteld aan. In het kort komen die er op
neer dat we moeten komen tot productiebeheersing binnen
regionale handelsblokken of nationale lidstaten. Het doel
is een kostendekkende prijs voor boeren, voor een product
dat aan verhoogde maatschappelijke eisen voldoet. Daarbij
moeten landen hun eigen landbouwproductie kunnen beschermen
tegen dumping en kwalitatief slechte landbouwproducten.
De WTO moet gericht zijn op het recht op voedselsoevereiniteit
in plaats op het recht om te kunnen exporteren.
Boeren en de armste bevolking in ontwikkelingslanden kunnen
vooral worden geholpen door te stoppen met dumpen zodat
boeren zich kunnen richten op de landbouwproductie voor
de eigen lokale, nationale en regionale markten. Andere
noodzakelijke maatregelen zijn kwijtschelding van schulden,
landhervorming, hervorming van het beleid van IMF en Wereldbank,
invoering van bindende regelgeving aan multinationals. Maar
ook het bieden van markttoegang voor bewerkte tropische
producten die geproduceerd zijn via een uitgebreid fairtrade-principe
(inclusief milieu en voedselzekerheid). Dit alternatief
wordt in meer of mindere mate ook uitgedragen door boerenorganisaties
(Via Campesina, CPE, Platform Aarde Boer Consument, NMV,
NAV), ontwikkelingsorganisaties (waaronder Novib) en milieuorganisaties
(waaronder Milieudefensie). De verschillen tussen dit alternatief
en eerdergenoemde tot verdere liberalisering in EU en WTO
liggen echter mijlenver uit elkaar. Ik ga ervan uit dat
het alternatief leidt tot vooruitgang - in plaats van verdere
achteruitgang - op gebied van de voorziening van basisbehoeftes
in Noord en Zuid, natuur en milieu, en het behoud van kleine
en middelgrote boeren. In dit artikel wil ik ingaan op wat
er de komende jaren zou moeten gebeuren om dit alternatief
ook haalbaar te maken.
Bewustwording
Het beste wat nu in eerste instantie kan gebeuren is dat
de nationale lidstaten van de EU de voorstellen van Fischler
in meerderheid verwerpen, en dat er o.a. door 'Irak' zo'n
grote belangentegenstelling ontstaat tussen EU en de VS
dat de WTO-onderhandelingen in september mislukken. Hierbij
is ook van belang in hoeverre ontwikkelingslanden een vuist
kunnen maken binnen de WTO. Verdere overeenkomsten binnen
de WTO zullen namelijk zeer moeilijk zijn te herstellen
in de richting van genoemde alternatief. Als de WTO-onderhandelingen
mislukken krijgen we met NGO's en hervormingsgezinde boerenorganisaties
wat meer tijd om de bewustwording rond ons alternatief te
vergroten. Hierbij zal nadrukkelijk ook de burger (als voedselconsument)
moeten worden betrokken. De onderlinge relaties moeten worden
gelegd tussen landbouwliberalisering en voedselveiligheid,
milieuproblemen als het broeikaseffect en verlies van biodiversiteit,
de consument die niet profiteert van lagere prijzen door
liberalisering, de rol van multinationals, het behoud van
een mooi cultuur- en natuurlandschap met koeien in de wei,
hongersnoden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, en
migratiestromen van ex-boeren binnen ontwikkelingslanden
maar ook naar Europa.
Misverstanden en discussiepunten
In het kader van deze bewustwording is het van belang dat
in het debat over landbouw en globalisering een aantal misverstanden
en discussiepunten worden besproken. Binnen organisaties
als de Consumentbond maar ook binnen de gangbare media en
meeste politieke partijen leven nu nog vrij neoliberale
gedachtes die verdere vooruitgang in de weg staan.
Ik heb deze misverstanden in een ander artikel behandeld.
Samenvattend is mijn kritiek op de huidige gangbare neoliberale
meningen:
- Het westerse modernistische en neoliberale ontwikkelingsmodel
wordt als voorbeeld genomen voor ontwikkelingslanden. Hierdoor
worden zelfvoorzienende en informele economieën als
niet modern beschouwd en - erger nog - kapot gemaakt. Enerzijds
vanwege een goedkope grondstoffenvoorziening voor het Noorden,
met alle problemen in de voorziening van basisbehoeftes,
conflicten en milieuproblemen tot gevolg; Anderzijds om
overschotten van landbouwproducten uit het Noorden te dumpen
en om markten te zoeken voor zaden, machines en bestrijdingsmiddelen.
Ook hiervan worden vooral kleine en regionale (landbouw)bedrijven
de dupe.
- De discussie wordt te ééndimensionaal gevoerd;
liberalisering van landbouwproducten wordt los gezien van
de huidige machtsverhoudingen in de wereld. Zo worden schuldenlasten,
het beleid van Wereldbank en IMF, en de grote invloed van
multinationals op dit beleid vaak buiten de discussie gehouden.
- De aandacht is vooral gericht op markttoegang voor ontwikkelingslanden
als oplossing voor hun problemen. De voordelen van meer
markttoegang voor ontwikkelingslanden wegen niet op tegen
de schade die ze ondervinden van overproductie en dumping
en de eis uit het Noorden tot het openen van hun eigen markten
als compensatie.
- De invloed van het Noorden en haar bedrijven op de problemen
in ontwikkelingslanden wordt onderschat en gebagatelliseerd.
- Ontwikkeling wordt vooral gemeten in gemiddeld BNP per
hoofd van de bevolking en niet in de voorziening van basisbehoeftes
van alle leden van de bevolking.
- Landbouw wordt als een 'normale' economische sector beschouwd,
waar liberalisering net zo kan worden toegepast als bij
industriële producten.
- De vrije-markt-theorie wordt niet goed toegepast binnen
de liberalisering van landbouwproducten.
- Het milieu wordt niet meegenomen in de economische berekeningen.
Uitputting (bodem, zoet water, biodiversiteit) en vervuiling
(lucht, water, bodem) die worden daardoor niet gecorrigeerd
en zullen altijd negatief uitpakken voor de economie op
lange termijn. Het broeikaseffect met zijn economische schade
door overstromingen, droogtes en verdwijnende gletsjerrivieren
zal naar verwachting deze discussie als eerste op de kaart
zetten.
- Er wordt vanuit gegaan dat de nationale politiek geen
invloed heeft op de prijsvorming voor landbouwproducten.
Maar dat het alleen de kosten kan beperken door de regelgeving
niet te streng te maken en niet voorop te willen lopen in
Europa.
- Milieu-, economische - en oorlogsvluchtelingen (naar het
Noorden) worden niet in verband gebracht met hiervoor genoemde
problemen.
- De neoliberale rol van de EU ten opzichte van ontwikkelingslanden,
met name tegenover de ACP-landen binnen het Cotonou-Akkoord
en hernieuwde partnerships, wordt onderschat en te weinig
bekritiseerd.
- Er wordt ten onrechte van uit gegaan dat het voedsel dat
momenteel in de winkel ligt en vanuit de gehele wereld afkomstig
kan zijn, veilig is en voldoet aan dezelfde strenge eisen
als die aan onze boeren worden gesteld.
- Er wordt ten onrechte van uit gegaan dat de consument
zal profiteren van liberalisering door een lagere prijs.
- Er wordt vanuit gegaan dat kleine en middelgrote boeren
in Noord en Zuid tegengestelde belangen hebben. Vandaar
dat de landbouwsector een vrij negatieve naam heeft in de
Nederlandse media. In feite worden ze tegen elkaar uitgespeeld
door multinationals in handel en verwerkende industrie.
- Tenslotte wordt er vanuit gegaan door veel betrokken actoren
dat de belangen van milieu, behoud van levensonderhoud voor
kleine en middelgrote boeren, voedselveiligheid en voedselzekerheid
in Noord en Zuid, tegengesteld aan elkaar zijn.
Bewustwording zou zich vooral moeten richten op die groepen
die we tot nu toe niet hebben kunnen bereiken via onze bewustwordingsactiviteiten.
Hierbij moet gedacht worden aan het houden van discussiebijeenkomsten
en lezingen, het uitgeven van brochures, het schrijven van
opinieartikelen ook in de reguliere media, en het houden
van acties op straat.
Coalitievorming
Een andere doelstellingen voor de komende jaren is het
sluiten van coalities tussen betrokken actoren. Er zijn
in Nederland de afgelopen jaren al diverse coalities gesloten
onder andere binnen het Platform 'Aarde Boer Consument'
(een aantal boerenorganisaties, NGO's en politieke partijen),
en de Werkgroep 'Landbouw en Armoede'. Het laatste jaar
is er sprake van meer samenwerking en het zoeken van gezamenlijke
standpunten tussen organisaties als Milieudefensie, Novib,
FairFood en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond. Er zullen
echter ook andere milieu- en ontwikkelingsorganisaties moeten
worden betrokken bij deze coalities. Het internationale
landbouwbeleid en de hervorming hiervan is ook een belangrijk
onderwerp binnen de Nederlandse Melkveehouders Vakbond,
het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontact, het Kritisch
Landbouw Beraad (lid van CPE), en solidariteitsfonds XminY.
Tussen de diverse genoemde landbouworganisaties en de LTO
is er momenteel echter nog veel onenigheid over het internationale
landbouwbeleid. Hierbij moet in gedachten worden gehouden
dat de LTO nog 40 tot 45 % van de boeren vertegenwoordigt,
maar in sommige provincies zeer veel leden heeft. In bijvoorbeeld
Limburg zijn bijna alle boeren lid, waaraan ook een zekere
vanzelfsprekendheid ten grondslag ligt: 'We stemmen CDA,
en zijn lid van de LLTB.' Binnen de lezingen die ik gegeven
heb en debatten die ik bijgewoond heb de afgelopen maanden,
heb ik echter gemerkt dat ook buiten de beschermde sectoren
als suiker en melk, er steeds meer animo is voor onze alternatieven.
Dit komt mede door de huidige crisis in de meeste landbouwsectoren.
Binnen de LTO zijn er de liberaliserings- en schaalvergrotingsvoorstanders
en de voorstanders van een kostendekkende prijs of meer
solidariteit met boeren wereldwijd. Het probleem is echter
dat de eerste groep boeren vooral de bestuursfuncties vervult
en de andere groep nog te weinig mondige vertegenwoordigers
heeft. Er zijn echter positieve uitzonderingen zoals de
voorzitter van WLTO, die in ieder geval open staat voor
onze voorstellen.
Wat over het algemeen ontbreekt in Nederland is samenwerking
en solidariteit met boerenorganisaties buiten Nederland.
Alleen het Kritisch Landbouw Beraad is lid van de CPE, de
tegenhanger van de conservatieve COPA in Europa waar de
LTO lid van is. Daarentegen zijn de milieu- en ontwikkelingsorganisaties
wel beter Europees en internationaal georganiseerd binnen
organisaties als Friends of the Earth en Oxfam. De onderlinge
landenorganisaties zijn het overigens niet altijd geheel
eens met elkaar, hoewel men werkt aan een consensus. Om
daadwerkelijk een vuist te kunnen maken is het onontbeerlijk
dat de samenwerking niet alleen binnen Nederland maar ook
buiten Nederland geïntensiveerd wordt. Overigens zijn
veel boeren niet geneigd om acties op straat te gaan voeren,
omdat men bang is voor negatieve beeldvorming in de media
en onder de bevolking. Samenwerking met organisaties als
Milieudefensie (60.000 leden) en Novib, zou deze boeren
over de streep kunnen trekken.
Tenslotte is er coalitievorming nodig tussen politieke
partijen. Momenteel staan de ChristenUnie en de SP vrijwel
achter genoemde alternatief. GroenLinks, en de linkervleugel
van het CDA komen in de buurt. Er is echter nog veel zendingswerk
nodig richting PvdA, de rechtervleugel van het CDA, LPF
en D66. Over de VVD ben ik ronduit negatief, hoewel men
nog steeds een belangrijke aanhang heeft binnen de boerenbevolking.
Ook binnen de ministeries overheerst (uit loyaliteit met
vorige kabinetten) het neoliberalisme, dit blijkt onder
andere uit de huidige Nederlandse voorstellen richting WTO
[3] en de notitie
'Beleidscoherentie Ontwikkelingssamenwerking-Landbouw' [4].
Deze notities zouden dan ook als eerste ter discussie moeten
komen te staan de komende maanden.
Noten:
[1] Guus is vrijwilliger bij XminY,
en lid Landbouwwerkgroep, Noord-Zuid netwerk en Themagroep
Mondiale voedselzekerheid van GroenLinks. NAAR
TEKST
[2] Zie: http://guusgeurts.tripod.com
NAAR TEKST
[3] Http://www.minez.nl
NAAR TEKST
[4] Http://www.minbuza.nl
NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
F) EU standpunt voor WTO-onderhandelingen
in Cancún weinig vernieuwend
Milieu, kleine boeren en zich ontwikkelende landen niet
gediend met nieuw Fischler voorstel
(door Donald Pols)
Met de Cancún-bijeenkomst (Mexico) van de Wereld
Handels Organisatie aan de horizon heeft de Europese Unie
de eerste schoten afgevuurd in de onderhandelingsstrijd.
Eén van de belangrijkste onderwerpen tijdens deze
WTO-vergadering die in september gaat plaatsvinden is landbouw
en dan met name de maatregelen die landen toepassen om hun
landbouwproductie te beschermen. In december legde EU-commissaris
Fischler het voorstel van de Europese Commissie hierover
voor aan de landbouwministers van de EU. Het voorstel is
een bevestiging van de eigen kijk van de EU op landbouw
(multifunctionaliteit) en wordt door de Commissie gezien
als een praktische manier om de landbouwonderhandelingen
uit de huidige impasse te slepen. Dit in tegenstelling tot
de standpunten van de Verenigde Staten en de CAIRNS-groep
[1]
die de Commissie aanduidt als 'extreem'.
Samengevat stelt Fischler voor dat ontwikkelde landen gedurende
een periode van 6 jaar en zich ontwikkelende landen gedurende
een periode van 10 jaar tot de volgende resultaten komen:
- Een verlaging met 55 % van handelsverstorende landbouwsubsidies.
- Een algemene verlaging met 45 % van exportsubsidies en
de totale uitfasering van exportsubsidies op graan, oliezaden,
olijfolie en tabak op voorwaarde dat alle landen die subsidies
staken.
- Een verdere vergroting van markttoegang door algemene
verlaging van importtarieven met 36% met een minimum van
15% per item.
Aanvullende punten omvatten onder andere:
- Ontwikkelde landen passen allen een 'everything but
arms'-behandeling [2]
toe op Minst Ontwikkelde Landen.
- Steun voor een uitzonderingsregeling ('food security box')
om voedselzekerheid te garanderen (vooral in zich ontwikkelende
landen).
- De eis dat het EU-model voor landbouwontwikkeling erkend
wordt en dat het EU-standpunt ten opzichte van de bescherming
van de geografische oorsprong van producten gesteund wordt.
Het zal niet verbazen dat (negatieve) reacties op het EU-standpunt
niet uitbleven. De CAIRNS-groep maakte duidelijk dat het
standpunt volgens hen onhoudbaar is. Het voorstel zou strijdig
zijn met de Doha-afspraken, met name met de bindende afspraak
om alle vormen van exportsubsidies af te schaffen. De Amerikaanse
onderhandelaars verweten de EU gebrek aan visie. Milieudefensie
en Friends of the Earth Europe noemden het voorstel een
forse stap achteruit ten opzichte van het voorstel van juli
2002. Het is te eenzijdig gericht op het veroveren van exportmarkten
en het verlagen van prijzen, aldus Milieudefensie in een
verklaring. Er wordt minder geld gereserveerd voor plattelandsontwikkeling
en de meeste steun gaat naar grote boeren.
Enkele kanttekeningen van ondergetekende bij het EU-voorstel:
De EU hanteert een heel eigen en enge definitie van 'handelsverstorende
maatregelen' die niet overeenkomt met de definitie die algemeen
gangbaar is in de WTO. Dat is belangrijk aangezien op deze
wijze maatregelen die door zich ontwikkelende landen als
problematisch ervaren worden buiten de EU-definitie vallen.
Meeste van de elementen uit het voorstel passen binnen reeds
bestaande aanpassingen van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid
(GLB). Er worden dus geen echt vernieuwende stappen gezet.
Zo wordt er binnen de EU al langer gewerkt aan het vervangen
van subsidues voor productieondersteuning door directe betalingen.
Directe betalingen maken exportsubsidies en prijsondersteuning
minder noodzakelijk aangezien het inkomen van boeren verzekerd
is uit een andere bron, namelijk directe betalingen. Er
is een beweging merkbaar waarin de wereldmarktprijzen en
de EU-prijzen voor landbouwproducten elkaar in toenemende
mate naderen. De verlaging van importtarieven is dus minder
een bedreiging voor de EU-productie dan op het eerste gezicht
lijkt.
Voor zich ontwikkelende landen betekent de liberalisering
van de EU-handel niet alleen toegang tot de voorheen moeilijk
toegankelijke markt. De hoge prijzen die voorheen gegarandeerd
werden door het GLB golden niet alleen voor Europese boeren.
Exporterende ontwikkelingslanden die op basis van verdragen
toegang hadden tot de EU-markt konden ook profiteren van
de hoge prijzen. Het verschuiven van productiesubsidies
en een vaste prijs naar directe betalingen heeft tot gevolg
dat de prijzen voor landbouwproducten zullen dalen. Dat
geldt ook voor import uit zich ontwikkelende landen. De
boeren in die landen hebben echter niet het voordeel van
gulle overheidsondersteuning.
Het EU-standpunt in de WTO-onderhandelingen gaat uit van
de verbetering van de EU-positie in de internationale markten.
In het onderhandelingsspel worden de belangen van zich ontwikkelende
landen en het milieu soms meegenomen als steekpenningen
om de eigen positie te verbeteren. Het afschaffen van subsidies
en importtarieven zullen niet alleen voordelen hebben voor
zich ontwikkelende landen maar ook nadelen. Het is namelijk
de vraag of ze kunnen concurreren op de internationale markten.
Bovendien komen de winsten van de export niet noodzakelijkerwijs
terecht bij de armste delen van de bevolking. Alleen gerichte
en duidelijk gedefinieerde afspraken die de belangen van
zich ontwikkelende landen (met name de arme delen van de
bevolking) centraal stellen zullen bijdragen aan het verbeteren
van hun economische positie.
Noten:
[1] De CAIRNS-groep bestaat uit 17
hoofdzakelijk exporterende landen
namelijk Argentina, Australia, Bolivia, Brazil, Canada,
Chile,
Columbia, Costa Rica, Guatemala, Indonesia, Malaysia, New
Zealand,
Paraguay, the Philippines, South Africa, Thailand en Uruguay.
Deze
landen staan een verregaande liberalisering van de handel
in landbouw-
producten voor, met name een afschaffing van handelsverstorende
subsidies. NAAR TEKST
[2] 'everything but arms' verwijst
naar het EU-beleid waarin de 48 armste
landen in de wereld tariefvrije toegang tot de Europese
markt hebben.
De toegang geldt voor alle producten die deze landen produceren
met
uitzondering van wapens. NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
G) Havenarbeiders nemen de kop
Brede internationale staking tegen plannen Europese Commissie
(door Hans Boot [1])
Misschien is de schatting van de International Transport
Workers' Federation wat ruim uitgevallen, maar een gezamenlijke
staking in een groot aantal Europese landen door 20.000
havenarbeiders is een unieke en strijdbare daad. Doelwit
was een zogenaamde Richtlijn (werking van een wet) van de
Europese Unie die uitgerekend op de actiedag, 17 januari
2003, in zijn volle ellende getoond werd. Een tiental Poolse
kraanmachinisten - net in Bremen aan boord gekomen, valselijk
geboekt als zeelieden op een schip onder Panamese vlag van
een Japanse eigenaar, in het bezit van een toeristenvisum
en in dienst van een Poolse firma - blijkt ingehuurd te
zijn voor los- en laadwerk. In de Richtlijn heet dat 'zelfafhandeling',
de bemanning zelf verricht de havenarbeid.
De richtlijn is nog in behandeling en wil wettelijk vastleggen
wat tot nu toe verboden is. Een inspecteur van de havenarbeid
in Amsterdam geeft een voorbeeld dat laat zien hoe de Richtlijn
zijn schaduw vooruitwerpt. "Het begint ermee dat de
kapitein eist dat de scheepsliften door de bemanning worden
bediend. Dan volgt de scheepskraan, uiteindelijk wordt het
sjorwerk ook door de bemanning gedaan."
Bescherming opruimen
De geschiedenis van de havenarbeiders is op vele manieren
te schrijven. Eén daarvan is via de lange weg, in
Nederland een eeuw, van terugdringen van de losse arbeid,
van erkenning van het vak havenwerker en van strijd voor
wettelijke bescherming van werk, veiligheid en gezondheid.
De Richtlijn beoogt deze weg met harde hand op te breken.
De beslissing daarover zal dit voorjaar vallen.
De Europese Commissie laat met haar offensief van liberalisering
en deregulering de havens niet onberoerd. In eerste instantie
werd geprobeerd aan de 'oneerlijke' concurrentie tussen
de Europese havens een einde te maken. Bij 'oneerlijk' gaat
het dan om overheidssubsidies die de tarieven voor de klanten
zouden verlagen. Daarna kwamen de voorstellen om de concurrentie
tussen de havens te bevorderen. Dat wil zeggen dat de beperkingen
waaraan in de loop der jaren de vrije concurrentie was onderworpen,
opgeruimd moeten worden. De verschillende vormen van regulering
van de arbeid - arbeidsvoorwaarden, wetgeving enzovoort
- werden gezien als 'concurrentiebelemmerend'. Niet verrassend
was dus dat in november 2000 'uitlekte' dat de Commissaris
van Transport en Energie Loyalo de Palacio die regulering
wilde aanpakken. Onder andere door oude tijden te doen herleven
en de stuwadoorsbedrijven en reders de gelegenheid te geven
zelf te bepalen wie met de betreffende werkzaamheden belast
werden. Een paar maanden later kwamen de officiële
voorstellen van onder andere 'zelfafhandeling', maar werd
ook duidelijk dat werk uitbesteed kon worden aan niet als
havenarbeiders geregistreerde 'lossen' en dat de havenpools
(in een aantal landen een aangelegenheid van de overheid)
op de schop moesten. In september 2001 volgden de eerste
acties, op een kleine internationale schaal. In juni 2002,
een paar maanden voor de eerste behandelingsronde in het
Europees Parlement, werden ze uitgebreid. Vooral in België
en Duitsland (waar de wettelijke bescherming sterk is);
in Nederland werd hier en daar de pauze verlengd. Ondanks
kritiek van linkse politieke partijen en (internationale)
vakbeweging waren de voorstellen voor de tweede ronde eerder
slechter dan beter. Ter gelegenheid daarvan werd gestaakt
(of gedemonstreerd of het werk onderbroken; gegevens van
18 januari 2003) in België, Cyprus, Denemarken, Duitsland,
Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Malta, Nederland,
Noorwegen, Portugal en Spanje.
Sociale dialoog
De invoering van de Richtlijn, met verscherpte concurrentie
als hoofdkenmerk, zal de havenondernemers de vrije teugel
laten. Goedkoper, efficiënter en sneller, met concurrentie
via arbeidsvoorwaarden als onvermijdelijk gevolg. De keten
van uitbesteding zal langer worden en daarmee zullen de
arbeidsrisico's verplaatst worden naar de meest onbeschermde
arbeiders die bovendien per klus aangenomen zullen worden.
Geen onbekende praktijken van ondernemers. Zeker niet in
het havenbedrijf waarin decennia lang halve of hele koppelbazen
actief zijn, soms meer soms minder. Het is dan ook niet
gemakkelijk te begrijpen dat de internationale vakbeweging,
daarin zeer gesteund door de Nederlandse, eindeloos de 'sociale
dialoog' zoekt. Steeds weer flakkert de hoop op van samenwerking,
als er maar één ondernemer twijfelt bij een
onderdeel van de Richtlijn in voorbereiding. Wat de Nederlandse
situatie betreft, is de grote actiedeelname in Vlissingen
en Terneuzen opvallend (500 mensen) en laat die in Rotterdam
(nog geen 1.000) en minder in Amsterdam (300) zien dat het
krediet dat de bond in de tweede helft van de jaren negentig
verspeelde nog niet is teruggewonnen. Bond en bondsleden
lijken twee werelden te vertegenwoordigen. Hoe zou anders
één van de eerste zinnen in een pamflet opgevat
kunnen worden? "De bond roept nu de hulp in van haar
leden om de bond bij te staan om een conflict tussen havenwerkers
enerzijds en rederijen, verladers en stuwadoorsbedrijven
anderzijds in jullie voordeel te beslechten."
Noten:
[1] Overgenomen uit Solidariteit, nr
111, februari 2003 NAAR TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
H) GATS en de liberalisering van transportsectoren
Logistieke bedrijfssector wil opening binnenlandse markt
VS
(door Stuart Howard [1])
De lucht- en scheepvaartsectoren zijn grotendeels uitgesloten
van liberalisering in GATS-verband. Het waren met name de
VS die integratie in de WTO tegenhielden ter afscherming
van de eigen binnenlandse markt. Aangespoord door grote
industriële bedrijven gaan Europese Unie en andere
WTO-lidstaten nu in de aanval om delen van deze lucratieve
markten te openen. Stuart Howard van de International Transport
Workers' Federation (ITF) beschrijft hoe dat in zijn werk
gaat.
Onderhandelingen over maritieme sector gestrand
Al geruime tijd is er sprake van deregulering bij de overbrenging
van scheepladingen van de ene naar de andere staat. De internationale
scheepvaartsector heeft een eigen extreme vorm van deregulering
voortgebracht, de verdragsvlag ("flag of convenience
system"), die een groot deel van de scheepvaartindustrie
onttrekt aan overheidsscontrole.
Voor vele binnenlandse scheepvaartdiensten zijn er echter
wel beperkingen. Overeenkomstig VN-regels gaan de meeste
echte vlagstaten uit van een band tussen scheepseigenaar
en overheid. Ze stellen beperkingen aan buitenlands eigendom
en eisen de naleving aan boord van nationale wetten, zoals
voor arbeid. In enkele landen mogen buitenlandse schepen
geen aandeel hebben in de kusthandel (cabotage). Zo kan
volgens de US Jones Act het interne goederenvervoer in de
VS alleen gedaan worden door schepen onder VS-vlag met arbeidsvoorwaarden
volgens VS-wet (2).
Meteen na de start van GATS in 1995 werd begonnen met onderhandelingen
over libereralisering van scheepvaart en havendiensten.
In juni 1996 mislukten de besprekingen echter toen de regering
van de VS elke vorm van toegang afwees tot de binnenlandse
markt. Na 11 september 2001 lijkt de gevoeligheid bij de
VS voor veiligheid van kust en havens te verzekeren dat
opheffing van cabotage niet op de GATS-agenda zal verschijnen.
Een groeiend aantal global terminal operators (overslagbedrijven)
is ondertussen gefrustreerd geraakt over het feit dat de
bevriezing van de GATS-onderhandelingen ook de liberalisering
van andere maritieme diensten dan de binnenlandse buiten
bereik houdt. Op voorspraak van gigant Hutchison drong de
regering van Hong Kong in maart 2001 aan op hervatting van
de besprekingen over opheffing van beperkingen op buitenlands
eigendom en havenbeheer.
Uitsluiting van de luchtvaart
Vanaf het begin zijn (burgerlijke) luchtvaartdiensten uitgesloten
geweest van GATS. Dat had te maken met politieke en economische
gevoeligheden rondom luchtverbindingen tussen staten. De
wettelijke naleving van de ruim 3000 bilaterale overeenkomsten
en de regulering van afspraken over veiligheid, beveiliging,
economie en milieu zijn in handen van de Internationale
Organisatie voor Burgerlijke Luchtvaart, de ICAO. Het ICAO-systeem
van 'bilateralen' werd door voormalig WTO Directeur-generaal
Mike Moore als 'nachtmerrie' bestempeld. Toch is het jarenlang
een effectief middel gebleken om te komen tot een gelijkwaardige
markttoegang tussen twee willekeurige staten op basis van
het principe van wederzijds belang. Als de 'luchtvaartrechten'
echter ondergebracht worden bij GATS zou elke staat in principe
alle andere WTO-lidstaten markttoegang moeten bieden volgens
zijn meest 'liberale' bilaterale overeenkomst. Hetgeen leidt
tot wereldwijde dominering van luchtvaartdiensten door de
grootste luchtvaartbedrijven.
Omdat de WTO de ICAO niet kan negeren wordt geprobeerd
deze organisatie te omzeilen, te absorberen, onder druk
te zetten en uit te dagen. Er worden pogingen ondernomen
om 'luchtvracht' te onttrekken aan het beheer van de ICAO
en onder te brengen bij GATS, ondanks de complicatie dat
de meeste lading vervoerd wordt door passagiersvliegtuigen.
Ondertussen houdt de ICAO de WTO van zich af met een eigen
agressief liberaliseringsprogramma. Naar verwachting zal
op de ICAO-conferentie van deze maand een voorstel gedaan
worden over verdergaande liberalisering [3].
De VS zijn de grootste belemmering voor opname van de lucratieve
('harde') luchtvaartdiensten in de GATS. Hoewel de VS een
groot voorvechter zijn van liberalisering van internationale
luchtvaartroutes houden ze de omvangrijke binnenlandse markt
gesloten voor buitenlandse bedrijven. En die constructie
kan alleen in stand blijven door de basis luchtvaartdiensten
buiten GATS te houden.
Van de overige ('zachte') luchtvaartactiviteiten - de 'diensten
direct gelieerd aan luchtvaartdiensten' - zijn er 3 opgenomen
in GATS: vliegtuigreparatie, computerreserveringen en marketing.
Toch is hiervoor slechts door een enkele staat marktopening
geboden (maart 2002). De uitgebreide restgroep valt niet
onder GATS, maar is onderhevig aan de taktiek van herdefiniëring
en hercategorisering door de Europese Commissie. In de huidige
onderhandelingsronde heeft de EC vliegtuigcatering en opleidingen
voor vliegtuigpersoneel ondergebracht onder respectievelijk
cateringdiensten en onderwijsdiensten die beide wèl
deel uitmaken van de GATS-onderhandelingen. Ook wil de EC
toezeggingen van staten voor de liberalisering van vliegvelddiensten
('airport ground services') nadat ze eenzijdig besloot dat
die diensten niet 'direkt gelieerd zijn aan luchtvaartrechten'.
Logistieke sector ontwijkt de blokkades
Een nieuwe aanzet tot liberalisering voor scheepvaart-
en havendiensten komt van logistieke bedrijven. De sectorindeling
van de verschillende transportdiensten zoals onder GATS
gehanteerd komt niet meer overeen met hoe intermodaal transport
en logistiek zich recentelijk ontwikkeld hebben. Logistiek
gaat niet alleen over transport maar ook over zaken als
ladingafhandeling, opslag, douane-inklaring, containerdepots
en inventarisbeheer.
De regering van Hong Kong, de Europese Commissie en de
Internationale Kamer van Koophandel (ICC) willen dat onder
GATS iets geregeld wordt om aan "de groeiende vraag
te voldoen naar deur-tot-deur logistieke dienstverlening."
De onderhandelingen over maritieme diensten zouden moeten
gaan over goederenvervoer door havens en naar de 'achterlanden'
[4]. En indien
een herstart van de onderhandelingen over maritieme diensten
mocht mislukken zou een nieuwe dienstencategorie - 'logistieke
diensten' - ingesteld moeten worden, los van 'maritiem'.
Deze benadering sluit nauw aan bij de strategie van luchtvrachtbedrijven
als UPS en Federal Express. Zij hebben ingezet op een lobby
om enerzijds de banden tussen ICAO-systeem en luchtvrachtdiensten
losser te maken en anderzijds de nationale postale diensten
te liberaliseren. Onder GATS zijn postale diensten en koeriersdiensten
opgenomen in dezelfde categorie en de grote weerstand tegen
liberalisering van postale diensten zorgt ervoor dat er
weinig schot zit in de liberalisering van koeriersdiensten.
Na grote druk door bedrijven stelde de regering van de VS
in juli 2002 voor om een aparte dienstensector in te stellen
binnen GATS, de Express Delivery Services.
Ook de weg- en railtransportsectoren voelen de invloed
van de 'logistiek'-lobby. De Internationale Kamer van Koophandel
dringt aan liberalisering van binnenlands transport ondanks
de bijzondere gevoeligheden in de maritieme sector en een
aantal regeringen, waaronder die van Groot-Brittannië,
willen het huidige liberaliseringsbeleid in de railtransportsector
vastleggen door toezeggingen te doen in GATS-verband over
buitenlandse investeringen. Het huidige proces van liberalisering
van het Europese railtransportsysteem loopt al vooruit op
de binnenlandse opmars van GATS.
Noten:
[1] 'Transport: the WTO's problem industry',
Stuart Howard in ITF journal Transport International (maart
2003). Howard is Assistant General Secretary van de ITF.
Meer informatie over de ITF op haar website: http://www.itf.org.uk
Bewerkt, ingekort en vertaald door Rob Bleijerveld.
NAAR TEKST
[2] Volgens Ellen Gould, onderzoekster
van dienstenliberalisering, lijkt de Bush-regering geneigd
om na acties van havenwerkers aan de Westkust (eind 2002)
de regulering van arbeidsvoorwaarden aan te pakken. Ze verwacht
echter niet dat aan de veiligheidsbelangen getornd zal worden.
Bush zou de capaciteit voor de bouw van marinevaartuigen
door de eigen scheepvaartindustrie in stand willen houden,
evenals de strategische belangen van afhandeling van scheepsladingen
in de Noordamerikaanse havens. NAAR TEKST
[3] De ICAO conferentie vind plaats
op 31 maart en 1 april 2003; de agenda is te vinden op:
http://www.icao.int/icao/en/assembl/a34/agenda.htm
NAAR TEKST
[4] in 'U.S. Under Pressure for Transport
Commitments in WTO Services Talks' (BNA News Services van
4 maart 2003) wordt een gezamenlijke verklaring aangehaald
van 52 WTO-lidstaten dd. 3 maart, waarin - op indirekte
wijze - een actieve opstelling wordt geëist van de
VS in onderhandelingen over maritieme diensten. Volgens
woordvoerder Japan is een substantiële liberalisering
van deze sector van wezenlijk belang voor het welslagen
van de huidige ronde van WTO-onderhandelingen ...NAAR
TEKST
NAAR INHOUD
WTO---zzzzzzzzzzzzzzzziiiiiiiiiiiiiiiiiiiiipppppppppppppppppppppp
I) De vergeten oorlog ....
(door Rob Bleijerveld)
De grootste Noordamerikaanse vakbond voor acteurs waarschuwt
dat de regering Bush een zwarte lijst aanlegt van spelers
die zich uitspreken tegen een oorlog met Irak [1].
Volgens de bond lopen critici het risiko het recht op werk
te verliezen. Maar er is meer in de VS dat doet denken aan
een heropleving van de McCarthy-hetze van de jaren '50.
Er is een wet in de maak die nog grotere gevolgen heeft
voor tegenstanders van oorlog. Niet alleen kan dat betekenen
het recht op werk te verliezen maar - getuige onderstaand
artikel - zelfs het recht op burgerschap! Zonder twijfel
een bedreiging voor iedereen die zich verzet tegen het beleid
van Bush, zoals anti-globalisten. Tijd voor een solidariteitscampagne?
Jack Balkin, professor aan de Yale Law School, schreef op
13 februari een artikel in de Los Angeles Times [2]
waarin hij aangeeft dat het Hoofd van Procureurs-Generaal
John Ashcroft in het geheim een anti-terreurwet heeft laten
ontwerpen. Het gaat om een aanscherping van de "USA
Patriot Act" uit 2001, die de burgerrechten in de VS
nog verder dreigt te ondermijnen.
Het bestaan van het ontwerp voor deze "Domestic Security
Enhancement Act" is herhaaldelijk ontkend door ambtenaren
van het ministerie van Justitie. Maar door een lek is de
inhoud ervan bekend geworden [3].
Sinds 11 september 2001 zijn honderden mensen in het geheim
gevangengezet. De regering wilde zelfs hun namen niet bekend
maken, naar zeggen om hun privacy te garanderen. De nieuwe
wetgeving van Ashcroft zou elke nu nog bestaande bescherming
onder de "Freedom of Information Act" ongedaan
maken. De regering kan dan zonder probleem stilhouden wie
het vasthoudt en waarom.
Een ander wetsonderdeel maakt het onmogelijk het bespioneren
van individuen en organisaties door federale overheidsinstanties
met juridische middelen te blokkeren. Zo'n blokkade bleek
eerder juist nodig vanwege de (illegale) praktijk van het
aantasten van de privacy van burgers en hun mensenrechten.
Verder kunnen rechtbanken geen verboden meer uitvaardigen
om toekomstig misbruik te voorkomen.
Wellicht het meest verontrustende onderdeel gaat over het
"materieel steunen" van elke groep die aangemerkt
wordt als terroristische organisatie. Dat "materieel
steunen" kan gaan om activiteiten die normaal gesproken
niet onwettig zijn! Diegenen die zich hieraan schuldig maken
worden alle burgerrechten ontzegd. Dat betekent een aantasting
van de Grondwet van de VS die juist zegt dat Amerikanen
niet kunnen worden beroofd van hun burgerrechten en alle
daarvan afgeleide rechten. Ze kunnen die alleen vrijwillig
opgeven. Via een "gat" in de wet kan deze grondwettelijke
garantie worden omzeild. Bovengenoemd "materieel steunen"
zou gelijkstaan aan het vrijwillig afstaan van burgerrechten.
Daarmee kunnen die personen onmiddellijk het land uitgegooid
worden ...
Het McCarthy-tijdperk toont de enorme macht die een Hoofd
van Procureurs-Generaal kan verwerven. Ook nu weer: geef
een paar dollar aan een moslim-liefdadigheidsorganisatie
die toevallig op Ashcrofts lijst staat en het eerstvolgende
vliegtuig neemt je definitief mee uit het land.
"We mogen blij zijn dat het plan voor dit wetsvoorstel
nu al aan het licht gekomen is. Anders zou de regering waarschijnlijk
gewacht hebben tot na het begin van de oorlog met Irak,
op een moment dat politieke oppositie onmogelijk is vanwege
de (geëiste) steun aan de troepen. Het wetsvoorstel
is niet van belang voor de oorlog, maar kan de regering
helpen haar fouten te verbergen. Het is beangstigend dat
onze leiders zouden proberen onze burgerrechten te ondermijnen
door een cynische manipulatie van de openbare mening in
tijden van oorlog. Maar nog meer beangstigend indien ze
daarin daadwerkelijk zou slagen."
Noten:
[1] 'Acteurs VS zijn bang voor zwarte
lijst', Spits (5 maart 2003).NAAR TEKST
[2] "USA Patriot Act: A Dreadful
Act II" - Jack M Balkin, Los Angeles
Times (13 febaruari 2003). Balkin is ook auteur van "The
Laws of Change"
(Schocken Press, 2002). NAAR TEKST
[3] Http://www.publicintegrity.org
NAAR TEKST
NAAR INHOUD
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------