English summary english

Samenvatting van The Politics of Divine Wisdom
Theosophy and labour, national, and women's movements in Indonesia and South Asia, 1875-1947

door Herman de Tollenaere

ISBN 90 373 0330 7; © 1996 H.A.O. de Tollenaere, Leiden
Uitgeverij Katholieke Universiteit Nijmegen, Nijmegen, 1996
Adres: Postbus 9102, 6500 HC Nijmegen, Nederland
Telefoon (vooral 's ochtends): 0243612073; bij geen gehoor: 0243611794; Mevr. Hautvast, of Dhr. J. van Loon
E-mail: m.hautvast@uitgeverij.kun.nl


De politiek van goddelijke wijsheid

Theosofie en arbeiders-, nationale en vrouwenbewegingen in Indonesië en Zuid Azië, 1875-1947

H.P. BlavatskyDit is geen volledige geschiedenis van de in 1875 opgerichte Theosofische Vereniging (TV); het gaat niet verder dan 1947 (onafhankelijkheid van India). Ook is het geen volledige politieke geschiedenis van deze organisatie. Het onderwerp is de geschiedenis van het snijvlak ervan met een aantal politieke vraagstukken, in het bijzonder in India en Indonesië.

Hoe was de verhouding tot arbeidersbeweging, nationale bewegingen, en vrouwen-beweging? Wie waren in deze voor- en tegenstanders van de theosofen? Dit onderzocht ik aan de hand van bronnen, afkomstig van verschillende standpunten in de tegenstellingen.

De TV bestond langere tijd, in vrij veel landen. Zo was de vereniging noch te klein om interessant te zijn, noch zo groot, dat overzicht moeilijk werd. Dit maakt de relaties met de politieke geschiedenis van die tijd beter te onderzoeken. Ik heb grafische voorstellingen van gevonden getallen, en andere illustraties, opgenomen.

Hoe ziet de literatuur tot dusver de relatie van stromingen als de theosofie tot politiek? Ten eerste ziet men de occulte zienswijzen van theosofen vaak als politiek irrelevant. Dit blijkt o.a. uit de geringe aandacht die zij tot dusver in de politieke geschiedschrijving kregen. Ten tweede worden ze in het bijzonder met de politieke linkerzijde in verband gebracht: James Webb associeerde occultisme met 'Nationalisms, Socialisms.' Daniel Bell verbond zonder onderbouwing 'gnostisch esoterisme' en 'anarchisme'. Auteurs, zowel links als rechts in het politieke spectrum staand, en zowel voor- als tegenstanders van de TV, brachten vaak een van deze twee standpunten naar voren. Na mijn onderzoek moet ik beide in twijfel trekken. Daarbij beperk ik het voor veel interpretaties vatbare 'nationalisme' tot dat in een situatie van koloniaal bestuur.

Deel I vat de belangrijkste ideeën van de theosofen, over karma, re´ncarnatie, het niet bestaan van toeval, astrologie, enz., samen. Ook geeft het de verhouding aan tot verschillende godsdiensten, wetenschappen, en geschiedenis. Toen wetenschappers traditioneel-godsdienstige visies op de mens als belangrijkste resultaat van een goddelijke schepping ter discussie stelden, probeerden theosofen die te herstellen. Dit gebeurde via een idealistische evolutieleer, afwijkend van die van bijvoorbeeld Darwin.

Deel II is een beknopt historisch overzicht van de Theosofische Vereniging van 1875-1947, en van belangrijke personen daarin als Helena Blavatsky, kolonel Olcott, Annie Besant, Rudolf Steiner, en C.W. Leadbeater. Vanuit de VS verspreiden de ideeën zich naar voornamelijk West Europa, Zuid Azië, en Australië. Ondanks afsplitsingen bereikte men het hoogtepunt qua ledental in 1928: 45.098 in enige tientallen landen.

Deel III gaat over posities in, en ideeën over, de maatschappij van theosofen. Uit welke maatschappelijke groepen waren TV leden afkomstig? In het algemeen waren dit groepen als adel, zakenwereld, en officieren. Theosofie, dat verwachtingen van een internationale elite opriep, werkte onder meer als ideologische steun voor delen van bevoorrechte groepen, die voelden dat ze misschien privileges zouden kwijtraken. In India meest Brahmanen; als beroepsgroep waren advocaten zeer sterk vertegenwoordigd. In Indonesië veel totok Nederlanders, meer dan Britten in India, met goede posities in regeringsapparaat en zakenleven. Uit de categorie 'Vreemde Oosterlingen' waren vermoedelijk maximaal twintig Indiërs, geen Arabieren, en 190 Chinezen lid. Vele Chinese leden waren uit kringen van de Chinese (civiele) officieren, die toen onder kritiek lagen in de Chinese gemeenschap. De Indonesische leden behoorden vrijwel allen tot de Javaanse adel. Twee kleine uitzonderingen hierop waren (west) Sumatra, en, pas sinds de jaren dertig, Bali en Lombok.

In theorie was theosofie voor 'de gehele mensheid'. In de praktijk ontbraken arbeiders en boeren vrijwel in het ledenbestand; men probeerde nauwelijks dit te veranderen. Als uitzondering ondernam de TV in Indonesië twee pogingen onder boeren. In 1915 probeerde men een eind te maken aan de Samin-beweging, van geweldloos verzet in noord Java, door hen tot de theosofie te bekeren. Dit mislukte. Naar verhouding langduriger en succesvoller was de tweede poging, in de jaren dertig toen als geheel de TV achteruit ging. Toen functioneerde enige jaren de Pemitran Thahja, een nevenorganisatie met tegen de duizend aanhangers op Java, Bali en Lombok.

Deel IV tot en met VI behandelen politieke geschiedenis van de verhouding van de TV tot drie stromingen: arbeidersbewegingen, bewegingen voor zelfbestuur binnen, of onafhankelijkheid buiten, het kolonialisme, en vrouwenbewegingen. Deze stromingen kan men, breed gedefinieerd, emancipatiebewegingen noemen.

Deel IV gaat over de verhouding van de TV tot drie stromingen in de arbeiders-beweging: sociaal democratie, communisme en anarchisme. De verhouding tot het socialisme was problematisch sinds het begin, zoals bleek in de beginselverklaring door mevrouw Blavatsky in het eerste nummer van The Theosophist in 1879; en de korte afwijzende commentaren van Friedrich Engels op theosofie en verwante stromingen.

IndiŰ Weerbaar

Hier speciale aandacht voor de tot nu toe in de geschiedschrijving weinig belichte strijd rond het comitÚ Indië Weerbaar, met name van 1916-1918. In deze strijd, rond het invoeren van dienstplicht voor Indonesiërs, stonden vakbonden en socialisten als Sneevliet en Semaoen tegenover de Nederlands-Indische sectie van de TV. De meeste belangrijke voorstanders van Indië Weerbaar waren daar lid van of politiek verwant aan. Dit was in overeenstemming met de visie van theosofen, ook buiten Indonesië, op de eerste wereld- oorlog en andere oorlogen als geestelijke strijd tussen machten van licht en duisternis. Men kan Van Hinloopen Labberton, de leider van de theosofen in Nederlands Indië, en Sneevliet zien als de twee Nederlanders die Indonesische politieke bewegingen het meest be´nvloed hebben, zij het in verschillende richting.

Indië Weerbaar was het eerste politieke twistpunt in de twintigste eeuw in Indonesië, dat massale aandacht trok onder alle bevolkingsgroepen. Dit conflict droeg veel bij tot polarisatie tussen links en rechts in Sarekat Islam, in het algemeen in Indonesië, en tegen het Nederlands gezag. Zo was het effect van Indië Weerbaar tegengesteld aan de ideeën van zijn oprichters over harmonie tussen klassen en in het koloniale rijk. De eerste politieke artikelen van latere leiders van de PKI, de grootste niet-regerende communistische partij ter wereld, als Semaoen, Darsono, en Alimin, waren gericht tegen TV leden. Van Hinloopen Labberton was in 1916-7 de meest bekritiseerde persoon in de sociaal democratische pers van Indonesië. De eerste grote politieke meeting in Jakarta, in 1918, was tegen Indië Weerbaar.

Onder Indonesiërs in Nederland waren TV aanhangers als Noto Soeroto en Sooryopoetro voor, Soewardi Soerianingrat tegen Indië Weerbaar. Soewardi keerde zich later ook tegen de politiek van de theosofen rond Wederopbouw. In dit licht kan men niet zonder meer aannemen, zoals beweerd is, dat zijn latere activiteit in de Taman Siswa onderwijsbeweging op de ideeën van de TV of van Rudolf Steiner gebaseerd zou zijn.

Bij crises in het Tsarenrijk voor 1917, zoals de boerenopstand in Letland in 1905, hadden mevrouw Blavatsky en kolonel Olcott zich tegen de opstandige bewegingen gekeerd. De bolsjewistische regering verbood de kleine TV afdeling in Rusland in 1919. De meeste leden emigreerden, en vormden de enige TV sectie in ballingschap.

In haar boek over India bekritiseerde Sylvia Pankhurst Annie Besant's veranderde ideeën over maatschappelijke ngelijkheid, sinds de tijd dat ze socialiste en nog geen theosofe was geweest. Ook met Indiase communisten was de verhouding niet goed. Vanuit ballingschap bekritiseerden M.N. Roy en Shapurji Saklatvala Annie Besant; evenals Dange in Bombay, en Singaravelu Chettiar in Madras. Muzaffar Ahmad in Bengalen, waar de TV relatief zwak was, noemde haar daarentegen niet.

Met de marxisten van Indonesië, die in 1920 de PKI vormden, was de verhouding slecht in 1918. Hun blad verweet de theosofen feitelijk steun aan de autoriteiten, die op zeer gewelddadige wijze de opstand in het oliegebied Jambi hadden neergeslagen. Ook beschuldigde het twee vooraanstaande TV leden, A.J. Hamerster en kapitein Christoffel, van moord op een dorpshoofd in Borneo (Kalimantan) in een kwestie rond sexuele intimidatie tegen diens zuster. In 1921 leken de tegenstellingen uit de Indië Weerbaar periode iets te slijten. Maar toen en daarna kwam de vraag Wel of niet non-coöperatie op. Zoals in India plaatste deze niet alleen communisten, maar ook anderen tegenover theosofen. Algemeen secretaris Kruisheer beschuldigde de PKI in 1926 van een complot tegen zijn TV. Hij schreef later, dat communisten minstens een lid ervan doodden tijdens de opstand in 1927 in West Sumatra.

Nationalisme

Deel V gaat over de verhouding tot bewegingen voor meer nationale politieke rechten, en uiteindelijk onafhankelijkheid, in koloniaal geregeerde landen. Een kort inleidend hoofdstuk bespreekt de ideeën in theosofische kring over imperialisme. Voor vormen van zelfbestuur binnen imperiaal verband bleek men vaak te voelen. Maar tegen onafhankelijkheid verzette men zich met wereldbeschouwelijke argumenten.

In Sri Lanka was de invloed na een veelbelovende beginfase al vroeg achteruit gegaan. Sri Lanka had weinig internationale invloed. De later populaire Dharmapala begon er als TV lid, en bleef steeds trouw aan ideeën daaruit, maar niet aan de leiding. Ierland had vrij veel invloed op India en Indonesië; maar de TV al sinds de jaren 1890 maar weinig in Ierland. Dit in tegenstelling tot Ijsland: daar woonden uiteindelijk naar verhouding de meeste TV leden, maar het had internationaal weinig betekenis.

In het begin van de twintigste eeuw was de verhouding met de vertegenwoordiger van het Britse gezag in India, Lord Curzon, goed. Zo bleek bijvoorbeeld in de strijd over de deling van Bengalen in 1905. Dit veranderde tijdens de Home Rule actie van Annie Besant tijdens de eerste wereldoorlog. Naarmate in India bredere bevolkingsgroepen bij de politiek betrokken werden, verminderde de invloed van de TV weer. Binnen het Indian National Congress verloor Annie Besant van Gandhi en oud-TV leden Jawaharlal Nehru, en later Krsna Menon. In feite was de strijd in 1918 al beslist, al probeerde mevrouw Besant nog minstens tien jaar daarna het tij te doen keren. Dit deed zij onder meer door non-coöperatie politiek onverenigbaar te verklaren met haar spirituele beginselen. Leden van de Esoterische Sectie van de TV mochten dat alleen blijven als zij de non-coöperatie niet aanhingen. Enige jaren later werden Indonesische leden van theosofische organisaties voor een dergelijke keus gesteld. De Nationaal Liberale stroming, die mevrouw Besant samen met de latere gouverneur-generaal van Pakistan, Jinnah, opzette, werd echter geen succes in India. Omdat over deze fase veel minder geschreven is dan over de Home Rule League in 1916-7, besteed ik er extra aandacht aan.

Sinds 1916 zo'n tien jaar lang in Indonesië, leidden theosofische redacteuren als H.J. Kiewiet de Jonge, Raden Djojosoediro, en Tabrani regeringsgezinde dagbladen, als Bataviaasch Nieuwsblad, Pemitran, en Neratja. Ook hadji Agoes Salim was korte tijd actief TV lid en medewerker van maandblad Pewarta ThÚosofie.

Van Hinloopen Labberton en drie andere TV leden kwamen in 1918 in de Volksraad, het surrogaat-parlement van Nederlands Indië. Begin 1921 waren vijf van de negenendertig leden TV lid, evenals de burgemeester van Jakarta, Mr A. Meijroos. Maar net als in India was het hoogtepunt al voorbij. Zowel voorstanders van harde lijn kolonialisme als revolutionairen waren Labberton gaan wantrouwen. Dit leidde tot isolement, en uiteindelijk tot vertrek van Labberton naar Nederland.

Annie Besant benadrukte in India boven-regionale eenheid; in Tamil Nadu was regionalisme verbonden met haar niet-Brahmaanse tegenstanders. In Indonesië lag dit anders. De contacten waren het sterkst met op de adel van twee regio's gerichte groeperingen. Ten eerste de Javaanse nationalisten rond prins Soetatmo Soeriokoesoemo's tijdschrift Wederopbouw, een van de stromingen binnen Budi Utomo. De uitgave van Wederopbouw was mogelijk dankzij prins Mangkoe Negoro VII. Wederopbouw streefde naar een eigen Javaanse staat, lid van de Volkenbond; en naar herstel van de Javaanse cultuur in aristocratische zin. Zich baserend op Annie Besant, en de in het Theosofisch Maandblad voor Nederlandsch-Indië veel geciteerde filosoof Bolland, keerde Soeriokoesoemo zich principieel tegen democratie. Annie Besant veranderde in kwesties als algemeen kiesrecht van opvatting sinds ze TV lid geworden was. Zowel binnen hun organisatie als in de politiek dachten theosofen in termen van hiërarchie en gezag. Althans de Japanse historicus Tsuchiya ziet het doorwerken van Soeriokoesoemo's ideeën als factor in het inperken van democratie in Indonesië sinds 1959. Tsuchiya vermeldt overigens Soeriokoesoemo's band met de TV in deze niet. David Reeve ziet theosofie als een invloed op de regerende Golkar partij. Autoritaire trekken in theosofische ideeën zouden zo Indonesië dieper be´nvloed hebben dan India; hoewel na 1945 de reputatie van de TV in India juist beter was dan in Indonesië.

Ten tweede had de TV een band met de Sarekat Adat Alam Minangkabau van Datoek Soetan Maharadja in Sumatra. Maharadja was vroeger in zijn dagblad Oetoesan Melajoe en vrouwenblad Soenting Melajoe kritisch geweest ten opzichte van Nederlands gezag en aristocraten. Sinds ongeveer 1916 veranderde dit. Toen schreven hijzelf, en medewerkers als Abdoel Karim, voortdurend theosofisch gerichte artikelen. Kaoem moeda (Islam-modernisme), socialisme, strijdbaar feminisme en heel-Indonesisch nationalisme moesten het hierin ontgelden. Veelal liep Oetoesan Melajoe parallel aan Wederopbouw, dat het waardeerde.

Contacten met andere organisaties als Sarekat Islam liepen moeilijker, naarmate die zich op bredere volksgroepen richten, en een scherpere lijn gingen volgen. In Jakarta waren al sinds 1915 leden van de linker vleugel van Sarekat Islam rond dagblad Pantjaran-Warta (met o.a. Soekirno, Marco, Goenawan, Alimin en Abdullah Fatah), uitgesproken anti-theosofisch. Fatah, van de bond van petroleumarbeiders, riep op tot gezamenlijke actie van moslims en sociaal democraten tegen theosofische ideeën. Marco werd in 1917 veroordeeld tot gevangenisstraf na publikatie van karikaturen, artikelen en een gedicht tegen dienstplicht. Met de rechtervleugel van Sarekat Islam (Djojosoediro, Abdoel Moeis, hadji Agoes Salim) was de verhouding zeker tot eind 1918 wel goed. Deze vleugel was sterk vertegenwoordigd in het landelijke bestuur, de Centraal Sarekat Islam. Hier was de invloed van de TV groter dan veelal op plaatselijk niveau. De regering had een directe band tussen landelijk en lokaal niveau verboden. Zo konden persoonlijke verbindingen bijvoorbeeld van de actieve Labberton naar Djojosoediro een grote rol spelen; ondanks verschillende ideeën over bijvoorbeeld hiërarchie.

Met Budi Utomo was in 1919 de verhouding niet meer zo goed als tien jaar eerder, zoals bleek bij de staking van leerlingen van de theosofische kweekschool in Jakarta. In de jaren twintig werden ex-TV leden als Salim en Soerjopranoto de meest uitgesproken anti-theosofen binnen Sarekat Islam. Met de Indische Partij, later Insulinde en Nationaal Indische Partij geheten, was geen goed contact. Met de Perhimpoenan Indonesia, de vereniging van Indonesiërs in Nederland, werd de verhouding uiteindelijk slecht. Pogingen tot invloed op de nieuwe lichting leden, zoals Mohammad Hatta, mislukten. De PI vond de TV: 'een groot gevaar voor onze nationale strijd.' Hoewel Sukarno theosofisch opgevoed was, en zijn eerste politieke boeken in de bibliotheek der TV in Surabaya had gelezen, ging zijn Partai Nasional Indonesia er ook zo over denken.

Vrouwenbeweging

Deel VI gaat over de verhouding tot de vrouwenbeweging. Zowel uitgesproken aanhangers als uitgesproken tegenstanders waren minderheden in de theosofische stroming. Annie Besant vertegenwoordigde een tussenpositie. Voor zij lid van de TV werd, zag men haar wel als de meest uitgesproken feministe van haar tijd. Zoals ook op andere punten, veranderde zij hierin in conservatieve richting tijdens haar snelle opkomst als TV-leidster. Ook zoals op andere punten ging zij kort voor de eerste wereldoorlog weer iets progressievere standpunten innemen, mede inzake vrouwen in India. Zowel inzake kiesrecht voor vrouwen daar, als inzake onderwijs voor meisjes, mede in Sri Lanka, is stimulerende invloed waarschijnlijk of aantoonbaar. In de periode rond 1915 had de TV, voor zover ik kon nagaan, wel enig contact met de beweging van Nederlandse vrouwen in Indonesië, maar niet met die van Javaanse vrouwen.

Annie Besant kreeg in 1914 in Engeland en in 1920 in India enige kritiek dat zij niet ver genoeg met de vrouwenbeweging meeging. Langduriger was in 1918-20 de tegenstelling met vrouwenbladen in Indonesië, die de theosofen rond Datoek Soetan Maharadja conservatisme verweten.

In tegenstelling tot bij anti-koloniale en arbeidersbewegingen, was 1920-1945 voor de vrouwenbeweging, over de hele wereld bezien, een periode van neergang. Zo leidde de sinds 1914 enigszins optredende wrijving toen hier niet tot zo'n verslechtering in de verhoudingen als daar.

Met die twee andere bewegingen verslechterde de verhouding als hun aanhang massaler werd, en maatschappelijke lagen die in de TV weinig vertegenwoordigd waren, er een grotere rol gingen spelen. In Indonesië ging het scherpe conflict, sinds 1916, met de arbeidersbeweging vooraf aan dat met de nationale beweging. In India daarentegen stond eerst, vanaf 1918, het conflict met de nationale beweging op de voorgrond. Dit hangt er mee samen dat in Indonesië in tegenstelling tot India, de arbeidersbeweging eerder kracht won dan de nationale beweging (Sarekat Islam was een aantal bewegingen in een). De tegenstelling met de nationale beweging in India had duidelijk invloed in Indonesië. India was dan ook het land waar de internationale leiding van de TV gevestigd was. Daarentegen be´nvloedde Indonesië voor zover ik kon nagaan, de verhouding met de Indiase arbeidersbeweging niet. Talenkennis zou hier een factor kunnen zijn: Engels en Sanskriet waren bekender in Indonesië, dan Nederlands of Maleis in India.

De veronderstelling over 'apolitieke aard' van de TV blijkt niet te kloppen. Zowel Annie Besant, als tegenstanders zoals de Perhimpoenan Indonesia, bestreden dit. Wel nam de TV in Indonesië een meer apolitieke houding aan in de dertiger jaren dan daarvoor. Dit was niet typisch voor andere landen: hoewel ook in India de politieke invloed was gedaald, probeerde TV voorzitter Arundale dat tij te keren.

Tegen de veronderstelling pleit ook dat veel belangrijke politici in diverse landen lid waren van de TV, of erdoor be´nvloed; of de vereniging belangrijk genoeg vonden om stelling tegen te nemen.

Wat betreft de veronderstelling over de verhouding tot in het bijzonder politiek links: James Webb zelf wees al op verbindingen tussen occultisme en conservatief Frans monarchisme; in tegenstelling tot zijn opmerking over 'Nationalisms, Socialisms'. Dit boek relativeert die stellingname verder.

Enerzijds vind men in de onderzochte periode personen als Annie Besant, Rudolf Steiner, de Australische ex-Labor, daarna rechtse senator M. Reid, de Nederlandse ex-anarchist Van Steenis, Datoek Soetan Maharadja, mevrouw A.P. Dekker-Groot, en als de vermelding van Resink klopt, D. van Hinloopen Labberton. Dezen werden TV-lid, ongeveer tegelijkertijd met van links naar rechts gaan in het politieke spectrum. Anderzijds ging bij personen als Jawaharlal Nehru, Krsna Menon, M. Hatta, S.A. Wickremasinghe die van Ceylon TV- tot Ceylon communistische partij-leider werd, en Krishnamurti, afstand nemen van de theosofische sfeer samen met een politieke ontwikkeling naar links. A.P. Sinnett ging positiever over Indiërs schrijven in The Pioneer nadat hij TV lid werd (maar bijvoorbeeld zijn tegenstand tegen socialisme bleef). Waarschijnlijk waren er meer voorbeelden van ontwikkelingen deze richting op. Ze beperkten zich echter voornamelijk tot visies op niet-Europese elites, die men als 'Arisch' zag; visies op bijvoorbeeld Javaanse dorpsbewoners stonden hier buiten.

Voor de Theosofische Vereniging was 1913-1918 zowel een periode van naar verhouding meer progressiviteit (met name in India) als van meer invloed. Zowel in India als in Indonesië was 1917 een hoogtepunt. Daarna verloor men die gunstige uitgangspositie. De daling begon snel, ook al probeerde de leiding van de TV invloed te behouden in de periode 1920 en later. Dat bredere lagen van de bevolking bij politieke bewegingen betrokken raakten, bij Indiërs en Indonesiërs zowel in hun land als in Engeland of Nederland, bemoeilijkte het behoud van invloed.


top Naar bovenzijde
home Naar Nederlandse home page
English Home page

E-mail: simpos@zonnet.nl