1) Evert van der Tuin/Gjalt Zondergeld, 'De schaduwkant van de antroposofie. Rudolf Steiner's rassenleer' 't Kan Anders 4 (Amsterdam 1984) 48-55; Evert van der Tuin/Gjalt Zondergeld, 'Pikken we in eigen vlees? Nogmaals antroposofie' 't Kan Anders 3 (Amsterdam 1985) 33-43; Evert van der Tuin/Gjalt Zondergeld, 'De leer van Steiner over volken en rassen' in: R. Kranenborg (red.), Antroposofie - Religieuze Bewegingingen in Nederland 17 (Amsterdam 1988) 108-121.
2) Hans Peter van Manen, 'Het lijm- en plakwerk van een bewijsvoering' Jonas 16 (Amsterdam 1985) 9-12; Dieter Brüll, 'De nieuwe reactionairen - met bijzondere aandacht voor het verschijnsel Zondergeld', Driegonaal. Tijdschrift voor sociale driegeleding 1 (Gorredijk 1986) 6-14. In deze discussie beschuldigde Arnold Sandhaus Gjalt Zondergeld zelfs van het misbruiken van zijn beroep als historicus; Arnold Sandhaus, '"Herhaling van dit bericht"' Driegonaal 1 (Gorredijk 1989).
3) Zie voor een kritische reactie op mijn artikel ook Michiel Suurmond, '"Een spiegel is een parasiet." Over het tragikomische van anti-racistische kritiek op de antroposofie' Galapas 2. Orgaan van de vakgroep geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam (Amsterdam 1996) 21-27.
4) Hugo Verbrugh, 'Racisme en antroposofie' Skepter 9, nr. 2, juni 1996, p. 38-39, aldaar 39.
5) Hier wordt gedoeld op de bundel Anthroposophie und Rassismus uit de Flensburger Hefte-reeks.
6) Aanhalingstekens bij het (onwetenschappelijke) begrip 'ras' zullen voortaan worden weggelaten.
7) Thomas Höfer, 'Der Hammer kreist. Zur Bewertung problematischer Aussagen Rudolf Steiners'; Anthroposophie und Rassismus. Flensburger Hefte 41 (Flensburg 1993) 8-22.
8) Bernd Hansen, 'Zu Rudolf Steiners Indianerbild' Anthroposophie und Rassismus, 113-127.
9) Zie Wolfgang Weirauch, 'Über die Menschenrassen in der Darstellung Rudolf Steiners', Anthroposophie und Rassismus, 54-106, aldaar 99.
10) René Zwaap, 'Karmische noodzakelijkheden', De Groene Amsterdammer 28-2-1996, 20-21.
11) Louis Pauwels en Jacques Bergier, Le matin des magiciens (Paris 1960); J.H. Brennan, Occult Reich (New York 1974); Trevor Ravenscroft, The Spear of Destiny (London 1972). Wat in deze lectuur te berde wordt gebracht, kan naar het rijk der fabelen worden verwezen.
12) Peter Burger, 'Hitler en het Occulte', Skepter 2 (1996) 21-23. Met dank aan de heer Verbrugh die mij dit artikel toezond.
13) Zie hier o.a. Jeffrey A. Goldstein, 'On Racism and Anti-Semitism in Occultism and Nazism' Yad Vashem Studies XIII (Jerusalem 1979) 53-72; Jackson Spielvogel and David Redles, 'Hitler's Racial Ideology: Content and Occult Sources' Simon Wiesenthal Center Annual 3 (Los Angeles/New York 1986) 227-246; Helmut Zander, 'Sozialdarwinistische Rassentheorien aus dem okkulten Untergrund des Kaiserreichs' in: Uwe Puschner, Walter Schmitz, Justus H. Ulbricht (Hrsg.), Handbuch zur 'Völkischen Bewegung' 1871-1918 (München/New Providence/London/Paris 1996) 224-252. In dit artikel gaat Zander ook uitgebreid in op de antroposofie (p. 240-248); Helmut Zander, 'Der Weltgeist auf dem Weg durch die Rassengeschichte. Anthroposophische Rassentheorie.' Dit artikel is nog in voorbereiding en zal verschijnen in Justus H. Ulbricht/Stefanie von Schnurbein (Hrsg.), Völkische Religion und Krisen der Moderne (Köln/Weimar/Wien 1997); George L. Mosse, 'The Mystical Origins of National Socialism' Journal of the History of Ideas XXII (1961) 81-96; James Webb, The Occult Underground (La Salle 1974).
14) Rudolf Steiner, De Volkszielen. De opdracht van de verschillende volkeren in relatie tot de Germaanse mythologie (Zeist 1980). Zie hier voor Jahweh die vanaf de maan leiding geeft aan het joodse volk p. 112-113, de Indianen als 'Saturnusras' p. 108 en hun uitsterven onder invloed van deze planeet p. 116. Steiners karakteriseringen beperken zich hier niet tot de joden en de Indianen. In dit boek (een bundeling van voordrachten die hij in juni 1910 in Oslo hield) wemelt het van de stereotypen over volken en culturen.
15) Rudolf Steiner, Grundelemente der Esoterik (Dornach 1976) 251. Deze verwijzing geeft Wolfgang Weirauch in zijn artikel.
16) Zo ben ik in het kader van mijn onderzoek niet alleen op parallellen tussen de Ariosofie en de antroposofie gestoten, maar ook op verrassende overeenkomsten tussen de mystieke christologieën van Rudolf Steiner en de (bijna geëxcommuniceerde) Franse priester en theoloog Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955), in de jaren zestig populair in progressief katholieke kring (maar nu ook weer in de New Age-beweging). Deze 'christologische' thematiek heeft overigens niets te maken met de racisme-discussie die hier gevoerd wordt. Over dit 'afvalprodukt' zal de heer Sandhaus wellicht minder ontevreden zijn.
17) Niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland. De bundel Anthroposophie und Rassismus is door Duitse antroposofen geschreven naar aanleiding van de ook in Duitsland vaak heftig gevoerde discussie over dit onderwerp.
18) Zie Friedrich Heer, Der Glaube des Adolf Hitler. Anatomie einer politischen Religiosität (München und Esslingen 1968) 220-221. Hitler stelde in 1938 expliciet dat 'Das Einschleichen mythisch veranlagter okkulter Jenseitsforscher (...) in der Partei nicht geduldet werden [kann].' Geciteerd naar Ekkehard Hieronimus, 'Von der Germanen-Forschung zum Germanen-Glauben. Zur Religionsgeschichte des Präfaschismus' in: Richard Faber u. Renate Schleier (Hrsg.), Die Restauration der Götter. Antike Religion und Neo-Paganismus (Würzburg 1985) 241- 257, aldaar 256. Hitler was overigens niet vrij van een zekere ambivalentie jegens allerlei occulte rassentheorieën; zie hier de artikelen van Jackson Spielvogel/David Redles, Jeffrey Goldstein en de studie van Friedrich Heer. Dat Hitler niettemin allerlei bewegingen buiten spel zette die dergelijke theorieën verkondigden, vloeide voort uit machtspolitieke overwegingen.
19) Zie voor Dinter: George M. Kren en Rodler F. Morris, 'Race and spirituality: Arthur Dinter's theosophical antisemitism'; Holocaust and Genocide Studies 3 (Oxford/New York/Seoul/Tokyo 1991) 233-252.
20) Wilfried Daim, Der Mann, der Hitler die Ideen gab. Von den religiösen Verirrungen eines Sektierers zum Rassenwahn des Diktators (München 1958; herdruk Wien 1994) 181.
21) Op eventuele personele en ideologische dwarsverbindingen tussen de antroposofie en het nationaal-socialisme zal hier niet verder worden ingegaan. De door Arnold Sandhaus in zijn artikel vermelde Arfst Wagner, redacteur van de Flensburger Hefte, heeft hieraan nog een apart nummer gewijd, dat in deze reeks verschenen is; Arfst Wagner, Anthroposophen und Nationalsozialismus (Flensburg 1991). Zie hier ook het interview met Arfst Wagner in de Deutsche Tageszeitung van 11/12 maart 1995, 'Gewaltige Abgründe der Spiritualität'.
22) Klaus-Peter Endres u. Wolfgang Schad, 'Die Vielfalt des Menschen. Die verschiedenen Annäherungen Rudolf Steiners an das Problem der menschlichen Rassen - ein Entwurf' in: Mitteilungen aus der anthroposophischen Arbeit in Deutschland. Geistige Individualität und Gattungswesen. Anthroposophie in der Diskussion um das Rasseverständnis (Frankfurt am Main 1995) 36-71. Dit Sonderheft uit de zomer van 1995 verscheen eveneens naar aanleiding van de in Duitsland gevoerde discussies over (vermeend) racisme in de antroposofie.
23) Rudolf Steiner, 'Die physischen und geistigen Abhängigkeiten der Menschenwesenheit.' Dit opstel is te vinden in de bundel Von Seelenrätseln, welke als nr. 21 in de Rudolf Steiner Gesamtausgabe is verschenen.
24) Zie Schad/Endres, 'Die Vielfalt des Menschen,' 64-66.
25) Steiner, Volkszielen, 116.
26) Schad/Endres, 'Die Vielfalt des Menschen,' 61. Zie hier ook Carl Gustav Carus, Denkschrift zum hundertjährigen Geburtsfest Goethe's. Über ungleiche Befähigung der verschiedenen Menschheitstämme für höhere geistige Entwickelung (Leipzig 1849) 36-37.
27) Hier wordt overigens bijzonder duidelijk hoe Carus de onderwerping van de Indianen door de Europeanen 'kosmisch' legitimeert; zoals de schemering wordt verdreven door de rijzende zon, verdwijnen de schemervolken in het aangezicht van de rijzende (expanderende) dagvolken.
28) Schad/Endres, 'Die Vielfalt des Menschen,' 62.
29) Zie noot 22. De benamingen 'geistige Individualität' en 'Gattungswesen' stammen van Schad en Endres.
31) Steiner, Volkszielen, 49. Zie hier ook van antroposofische zijde Stephan Geuljans/Arjen Nijeboer, 'Antroposofie: ras versus individu. Enkele opmerkingen over het vermeend racisme van Rudolf Steiner' Ravage 224/225 (Amsterdam 1996) 26.
32) Geciteerd naar Schad/Endres, 'Die Vielfalt des Menschen,' 49.
33) Geciteerd naar Höfer, 'Der Hammer Kreist,' 9. Zie voor dit citaat ook Rudolf Steiner Gesamtausgabe 349: Vom Leben des Menschen und der Erde. Über das Wesen des Christentums (Dornach 1980) 67.
34) Geciteerd naar Weirauch, 'Über die Menschenrassen' 87. Zie voor dit citaat ook Rudolf Steiner Gesamtausgabe 348: Über Gesundheit und Krankheit. Grundlagen einer geisteswissenschaftlichen Sinneslehre (Dornach 1976) 98.
35) Zie voor dit hele complex Léon Poliakov, De Arische mythe. Over de bronnen van het racisme en de verschillende vormen van nationalisme (Amsterdam 1979).
36) Steiner, Volkszielen, 108.
37) Weirauch, 'Über die Menschenrassen,' 85. Zie hier ook Rudolf Steiner Gesamtausgabe 354: Die Schöpfung der Welt und des Menschen Erdenleben und Sternenwirken (Dornach 1977) 61.
38) Hans Peter van Manen, 'Rudolf Steiners visie op volken en rassen' in: Roel den Dulk, Jelle van der Meulen e.a. (red.), Antroposofie ter discussie (Zeist 1985) 46- 58, aldaar 52. Deze bundel met opstellen van antroposofen verscheen indertijd naar aanleiding van de o.a. door Gjalt Zondergeld geïnitieerde discussie over racisme in de antroposofie.
39) De antroposofische veronderstelling over de 'rassenuitwissende werking' van de Europese volken is overigens geheel in strijd met de demografische ontwikkelingen in de Verenigde Staten (en in mindere mate met die in Europa); hier zien we juist een toename van het Latijnse en Aziatische bevolkingsdeel, het aandeel van de Amerikanen van Europese afkomst loopt daarentegen gestaag terug. Een ontwikkeling die zich in de volgende eeuw krachtig zal voortzetten. Hier zijn dus de 'schemervolken' in opkomst. Deze ontwikkeling is geheel in strijd met de voorspellingen van de antroposofie.
40) Weirauch, 'Über die Menschenrassen,' 97.
41) Hansen, 'Zu Rudolf Steiners Indianerbild,' 125.
42) Zie voor een fundamentele methodologische kritiek op de pretenties van speculatieve geschiedfilosofieën, waartoe ook de antroposofie gerekend moet worden, Poppers klassieke studie The Poverty of Historicism (1967). In dit boek karakteriseert Popper 'de leer van de historische noodzakelijkheid' (die kenmerkend is voor alle speculatieve geschiedfilosofieën) als 'het reinste bijgeloof.' Zie Karl R. Popper, De armoede van het historicisme (Utrecht/Antwerpen 1974) 7. In Poppers classificatie zou de antroposofie onder de 'pro-naturalistische leerstukken van het historicisme' vallen (p. 45-65).