Juan en Evita Peron behoorden tot de top van een internationale organisatie die er in het geheim voor zorgde dat vele Duitse oorlogsmisdadigers de wijk konden nemen naar de overkant van de Atlantische plas. Niet alleen politieke overwegingen vormden de grondslag voor dit sinistere evacuatieprogramma, maar vooral enorme financiële belangen. Vooral de laatste jaren is daar veel over gepubliceerd. Maar nog veel meer is tot nu toe onder water gebleven. Zoals bijvoorbeeld blijkt uit een klein deel van een nog niet gepubliceerd Brits manuscript dat aan het Kleintje is toegespeeld. Een vertaald citaat:
zakkenvullers
"...De grootste zakkenvuller in Argentinië was Peron's zwager en secretaris Juan Duarte, de beruchte broer van Evita. Hij was alleen gevoelig voor steekpenningen als het om bedragen ging van zeven nullen en meer. Hij vond op dit gebied zijn gelijke in zijn secretaris, Jorge Antonio, die later een nog belangrijker rol zou spelen als Peron's speciale adviseur. Een andere figuur van importantie in de Argentijnse zakenwereld was de Uruguayaanse tycoon Alberto Dodero. Hij verdiende kapitalen met een eigen handelsvloot die hij in de jaren vijftig overdroeg aan Peron en die de basis vormde voor "La flota mercante Argentina" met haar hoofdkantoor op de pretentieuze Avenida Corrientes. Dodero was een intimus van Evita en vulde regelmatig haar exclusieve juwelencollectie aan. Net als zijn vriend Juan Duarte hield hij van jonge, strak in het vel zittende meisjes en was een bekende figuur aan de Franse Rivièra, waar hij voor de "café society" (later "jet-set") opulente feesten organiseerde. Voor één daarvan had hij de villa van de hertog van Windsor afgehuurd. Hij liet de tuin bedekken met een zee van orchideeën die speciaal voor die gelegenheid met twee vliegtuigen vanuit Brazilië waren aangevoerd. Tot de genodigden behoorde ook prins Bernhard der Nederlanden. Dat was in de periode waarin Evita haar beroemde bezoek aan West-Europa bracht waar zij met veel fanfare werd ontvangen door de Franse regering, de Italiaanse regering en de paus (zomer 1947, J.P.). In Engeland was zij niet welkom. Een paar jaar later zou zij wraak nemen."
Die wraak hield verband met de modernisering en uitbreiding
van het Argentijnse spoorwegennet dat sinds de aanleg op
Britse leest was geschoeid. Ondanks het feit dat de
overschakeling op afwijkende continentale afmetingen voor
grote moeilijkheden zou zorgen wist Evita na een tip van
Dodero de zo goed als in hun eindfase verkerende plannen van
tafel te krijgen. Er kwam een open inschrijving en één van de
Westeuropese kandidaten voor de order werd het Nederlandse
Werkspoor, dat al sinds 1936 pogingen ondernam om in
Argentinië een voet tussen de deur te krijgen.
"In verband met die inschrijving arriveerde prins Bernhard in
Buenos Aires (1951, J.P.) om Evita het Grootkruis in de Orde
van Oranje Nassau en een kostbare juwelencollectie te
bezorgen. Ook Juan Duarte kreeg een koninklijke
onderscheiding, zij het van wat bescheidener proporties.
Evita's broer was de eigenaar van de grootste nachtclub in de
Argentijnse hoofdstad, eveneens aan de Avenida Corrientes.
Daar organiseerde hij voor de prins een privé-receptie van een
pracht en praal die Buenos Aires tot dan toe niet had gekend.
Dit keer was de parterre niet bedekt met orchideeën maar met
de mooiste meisjes van de stad. Volgens goed geïnformeerde
bronnen was het bezoek van de prins voorbereid door Dodero die
van de veranderde plannen rond het spoorwegennet op de hoogte
was gesteld".
Zoals bekend werd de order van rond de 250 miljoen gulden inderdaad gegund aan Werkspoor, waarbij dertig miljoen gulden aan steekpenningen op een veertigtal geheime Zwitserse bankrekeningen werd gedeponeerd. Die rekeningen behoorden grotendeels toe aan Evita en haar broer Juan (1). Werkspoor zou overigens een deel van de Argentijnse order hebben uitbesteed aan het dankzij Amerikaanse steun langzaam herrijzende voormalige Krupp-concern. De bijbehorende financiële transacties zouden hebben plaatsgevonden via een daarvoor speciaal in het leven geroepen bankbedrijfje in Kiel dat onder leiding stond van de net vrijgelaten dr. Hjalmar Schacht, het financiële brein achter Hitler's Derde Rijk en schoonvader van Mussolini-bevrijder Otto Skorzeny.
ratlines
Uit het voorafgaande valt ondermeer op te maken dat prins
Bernhard sedert het tuinfeest dat Dodero in 1947 op het
landgoed van de Nazi-gezinde Windsors organiseerde op zeer
goede voet stond met de Uruguayaanse ondernemer. Op het oog
niks mis mee, ware het niet dat diens vloot één van de
belangrijkste schakels vormde bij de al eerder gememoreerde
evacuatie van Duitse oorlogsmisdadigers, waarvoor het
presidentiële echtpaar Peron mede de basis legde. De aanleg
van de tot dit netwerk behorende "ratlines", waarin Evita's
latere vriend Otto Skorzeny na diens "vlucht" uit geallieerde
gevangenschap in 1948 een belangrijk aandeel had, vormde zelfs
één van de onderliggende redenen voor de Europese trip van
Evita in datzelfde jaar (2). En onderdeel van gesprek met
generaal Franco, paus Pius XII en een aantal leden van de
Zwitserse regering. Die besprekingen waren uiterst succesvol
en in Bern werd op het adres Marktgasse 49 zelfs een geheim
emigratie-bureau ingericht. Eén van de leiders was de
voormalig SS-er Carlos Fuldner die als coverbaan het
agentschap voerde van Argentinian Civil Air Transport
Authority. Comfortabeler kan haast niet. Het ligt voor de hand
dat Fuldner ook gebruik maakte van deze positie om een soort
luchtbrug tussen Zwitserland en Argentinië in het leven te
roepen om de meest dringende gevallen op een wat snellere
manier te kunnen afhandelen. Documenten uit 1948 uit de
annalen van de Amerikaanse militaire inlichtingendienst maken
er gewag van dat Swiss Air binnen dit kader de rol vervulde
van boekingskantoor en dat de KLM voor het daadwerkelijke
vervoer zorgde. De Nederlandse vliegtuigmaatschappij, waar
prins Bernhard al snel na de oorlog in de Raad van
Commissarissen opdook, verzorgde al vanaf 1946 weer vluchten
op Zuid-Amerika met een paar door directeur Albert Plesman (3)
in de VS aangeschafte DC-3 toestellen, later aangevuld met
Constellations van Lockheed Uiteraard vervoerde de KLM volgens
dezelfde documenten de oud-Nazi's niet voor niets. Niet zelden
moesten de schichtige cliënten zo'n 50.000 dollar neertellen
om aan geldige dooreisdocumenten te komen. De bulk van
Hitler's voormalig personeel zocht echter zijn goedkopere heil
op schepen van Dodero. Ten tijde van Evita's succesvolle
Westeuropese tournee in de zomer van 1947 liep de "Santa Fe",
een schip dat deel uitmaakte van de Compagnie Dodero SA, op 19
juni de haven van Buenos Aires binnen met aan boord het eerste
contingent Nazi-vluchtelingen.
Bijna exact vier jaar en vele scheepsladingen later arriveerde
op 14 juni 1951 de "Giovanna C." in Argentinië's grootste
haven met omder andere Adolf Eichmann tussen de passagiers.
Hij werd begin april voorafgegaan door de "Corrientes" die ene
Klaus Barbie veilig had overgebracht. Om even bij te komen van
de vermoeienissen van zijn ietwat avontuurlijke zeereis bracht
Barbie na aankomst samen met zijn gezin tien dagen door in
hotel El Dorado in Buenos Aires alvorens verder te reizen naar
Bolivia. De wereld is klein en zit vol verrassingen.
Tezelfdertijd waren namelijk ook prins Bernhard en zijn gevolg
in verband met voornoemde Werkspoormissie per vliegtuig in de
stad neergestreken met aan het roer de voor die gelegenheid
tot reserve-majoor gebombardeerde Fokker-vlieger Gerben
Sonderman. Een oude kennis van Barbie volgens de Britse
schrijfster en historicus Evelyn le Chêne.
verzetshelden
Een citaat uit een artikel van haar hand in Elseviers Magazine
dd. 23 juni 1984 (4): " ...Barbie's taak was drievoudig. Eerst
moest hij de vrijmetselaars catalogiseren. Ten tweede: de
joodse immigranten en hun organisaties. Ten derde: economische
oorlogsvoering. Daartoe werd de jonge, uit het Rijnland
afkomstige "Referent" van de afdeling IV-D van de SD in
Berlijn naar Nederland gestuurd. Zijn opdracht: kennis
vergaren over en vriendschap sluiten met invloedrijke personen
in de Nederlandse industrie. Zijn speciale aandacht zou moeten
uitgaan naar die bedrijven die Duitsland zouden kunnen helpen
in de oorlogsinspanning. Fokker lag in dat verband natuurlijk
voor de hand en Barbie ontwikkelde inderdaad nauwe banden met
uitgeweken Duitsers in Nederland. Banden die hem in 1940 en
1941 uitstekend van pas zouden komen." Een maand na de Duitse
overval op ons land in mei 1940 meldde Barbie zich bij zijn
superieuren in Den Haag en ging aan het werk. "Barbie
hernieuwde de in zijn dagen in Berlijn gesloten vriendschappen
en trad toe tot een groep Duitsers die bijeenkwamen in de
Amsterdamse bar "Astoria" (in de Vijzelstraat, J.P.). Tot die
groep behoorde de directeur-generaal van Fokker, de
vliegtuigfabrikant Seekatz. Een ander lid van de
"Astoria-kring" was Alois Meadl, een Duits emigrant die al
sinds 1932 in Nederland woonde en die een speciale opdracht
van Hermann Göring moest uitvoeren: het verzamelen en naar
Duitsland sturen van zeldzaam antiek en waardevolle
schilderijen van gedeporteerde Joden. En dan was er nog een
derde man, Sondermann, die zich in hoge en invloedrijke
kringen bewoog."
De reactie op dit sensationele artikel was indertijd nul.
Mogelijk lag dat enigszins aan de spelling. Meadl was de
Britse interpretatie voor Miedl en Sondermann deed het met één
letter "n" aan het eind. Voor de rest is de informatie van Le
Chêne correct, zij het onvolledig. Alois Miedl had in
Duitsland een paar enorme zwendelaffaires achter zijn naam
staan en nam uit veiligheidsoverwegingen de benen naar
Nederland. Dat vormde overigens geen beletsel voor een latere
actieve rol binnen het Duitse spionagenetwerk in Nederland en
zijn na-oorlogse vriendschap met prins Bernhard. Zoals wij
zagen dateerde zijn vriendschap met Sonderman al van ver voor
de oorlog.
De eind 1909 in Drachten geboren Gerben Sonderman maakte in de
jaren dertig furore in de militaire vliegerij die in Nederland
beheerst werd door Fokker. Ook Duitsland vormde voor de
vliegtuigfabriek een uitstekend afzetgebied en het lag voor de
hand dat Sonderman, die in 1939 zelfs invlieger werd van
Fokker's nieuwste modellen, contacten onderhield met zijn
collega's ten oosten van Nieuwerschans. Hij zou zich na het
uitbreken van WO II al vroeg in het verzet hebben begeven. In
1942 zou de grond hem echter te heet onder de voeten zijn
geworden en dook hij onder bij een goede vriend: de Duitse
spion Alois Miedl (5).
Toen in datzelfde jaar de grond kennelijk wat was afgekoeld
werd hij de rechterhand van kolonel Six, die juist de leiding
van de verzetsgroep OD op zich had genomen (6).
"Verzetsleider" Six opereerde de verdere oorlog door onder
zijn eigen naam en dat was op zijn minst curieus omdat naast
Sonderman nog twee lieden met duistere Duitse contacten in
zijn nabijheid opereerden: de adelborst Wim Pasdeloup en
Guillaume Meertens. Pasdeloup werd begin 1943 iets langer
onder water gehouden dan goed is voor een mens. Meertens
haalde, ondanks of wellicht dankzij het feit dat hij de
topagent was geweest van zowel Klaus Barbie als Willy Lages,
wel de meet in 1945 en werd na een paar enerverende jaren vol
anti-communistische activiteiten en een tegen hem gevoerd
proces klusjesman van prins Bernhard (7). Eén van de redenen
waarom hij na de oorlog van het haakje werd gehaald was het
feit dat hij wel eens "chickenfeed" (ofwel onschuldige
informatie) aan Six doorsluisde. Die beschikte samen met
Sonderman over een eigen radioverbinding met prins Bernhard.
Meertens' materiaal zou langs die weg vervolgens terecht zijn
gekomen bij Bernhard's vooroorlogse vriend Sefton Delmer die
het gebruikt zou hebben voor de "black propaganda" die hij
bedreef via "zijn" Soldatensender Calais (8). De zender van
Six en Sonderman bevond zich in een leeg appartement in de
zogenoemde "Wolkenkrabber" aan het Victorieplein in
Amsterdam-Zuid. Ettelijke malen werd de zender uitgepeild,
waarna op de bekende Duitse wijze alle bewoonde appartementen
werden uitgekamd. Het lege appartement werd telkens ongemoeid
gelaten. Rare jongens, die Germanen.
Sonderman zette na de oorlog zijn vliegerscarrière voort.
Zoals al eerder aangehaald onder andere als captain bij prins
Bernhard's promotievluchten naar Zuid-Amerika, waar dankzij de
Perons het gedachtengoed van het Derde Rijk bewaard bleef. En
door figuren als Barbie weer werd uitgezaaid in veelbelovende
militaire kringen. Met als gevolg dat veel Latijns-Amerikaanse
landen al tientallen jaren gebukt gaan onder de terreur van
dictatoriale regimes, al dan niet voorzien van een
democratisch sausje. In Argentinië kwam in de jaren zeventig
de beruchte kliek van Videla aan de macht. Daartoe behoorde
ook ene Jorge Horacio Zorreguieta, hoe je het ook keert of
draait. Dochter Maxima zou Willem Alexander in hotel Llao Llao
hebben voorgesteld aan haar familie. Het hotel ligt in het
chique Argentijnse vakantieoord San Carlos de Bariloche. In
1951 rustte opa Bernhard in hetzelfde hotel uit van de
vermoeienissen van Juan Duarte's party in diens dancing aan de
Avenida Corrientes in Buenos Aires (9). Samen met zijn gevolg
en de Perons. De tango weerklinkt ook daar nog steeds. Maar
wie goed luistert hoort vele dissonanten.
Noten:
(1) Zie hiervoor ondermeer het door Henk de Mari in de
Telegraaf van 12 maart 1976 gepubliceerde artikel "Prins
Bernhard stemde de Perons gunstig met juwelen en
onderscheiding".
(2) Zie het artikel "Evita, Swiss & the Nazis" van Georg Hodel
in het Amerikaanse magazine IF (blad van het Consortium for
Independant Journalism) van 7 januari 1999.
(3) Plesman was ook nog kort na het uitbreken van de oorlog op
zijn zachtst gezegd Duitsgezind. In de zomer van 1940
probeerde hij via zijn connectie met Göring een vrede te
bewerkstelligen tussen Engeland en Duitsland waarbij met name
de Nederlandse economie aan die van Hitler-Duitsland werd
gekoppeld. Bernhard's Nazi-connecties zijn inmiddels
genoegzaam bekend.
(4) "Klaus Barbie. De rol van een nazi-beul in Nederland".
(5) Zie "De merkwaardige relatie Alois Miedl, een gannef in
commissie" van Igor Cornelisse in VN van 9/10/76.
(6) OD stond voor Ordedienst. De naam was gekozen omdat de
leiding ervan uitging dat de Duitse aanwezigheid in Nederland
van korte duur zou zijn en na terugtrekking van de Duitse
troepen een machtsvacuüm zou ontstaan bij afwezigheid van een
wettige Nederlandse regering. Men was bang dat links bij die
situatie de macht zou grijpen. De OD moest dat voorkomen.
(7) Zie onder andere Het Vrije Volk van 11 en 23 februari 1984 in Kleintje Muurkrant nummer 317 het artikel "Een noodzakelijke nuance".
(8) Zie het boek van Wim Klinkenberg " Prins Bernhard, een
politieke biografie", derde druk, uitgeverij In de Knipscheer,
april 1986.
(9) Uit het boekje "Met de prins op reis" uit 1951 van de hand
van dr. F. de Graaff en uitgegeven bij Uitgeverij Kok te Kampen.
Morgenster, 12 april 2000