Slechts op één punt verdiende ik correctie.
1. Landmark geeft geen provisie aan mensen die nieuwe leden
werven; dat had ik mis. Vrijwel iedereen werkt gratis voor
Landmark, slechts een klein percentage (circa 450 mensen)
krijgt betaald. Landmark is een commercieel bedrijf (omzet:
circa 50 miljoen dollar per jaar) dat hoofdzakelijk op
vrijwilligers draait. Je zou de wervers werkelijk een deel van
de winst toewensen.
2. Landmark staat bekend om de sterke druk die zij uitoefent
op cursisten. Ik beschreef hoe dat er in de homo-wereld aan
toeging. Ik heb nergens willen suggereren dat Landmark het
uitsluitend op deze groep voorzien heeft, integendeel: de hele
klasse van gegoede, licht over zichzelf bezorgde burgers, is
doelgroep.
3. Landmark beweert immer dat er niet zoiets bestaat als
groepsdruk: je kunt iemand niet laten doen wat hij niet wil
doen, is het adagio. Het is de fout van de (aanstaande)
cursist als hij het aandringen der verkopers als druk ervaart.
Herhaaldelijk en publiekelijk tegen iemand zeggen dat geen
(vervolg)cursus willen een teken is dat je je door negatieve
impulsen laat overmannen en dat wèl intekenen een bewijs is
dat je op de goede weg bent, definieer ik als druk uitoefenen.
Net zoals de harde verkooptechniek (diverse malen per dag
opbellen, geen 'nee' accepteren) en mensen drie dagen
achtereen nauwelijks tijd laten voor eten of slapen.
4. De link tussen Landmark en Werner Erhard (die eigenlijk
John Rosenberg heet) is hard en evident. Erhard richtte "est"
op, een groep die door haar sterk tirannieke praktijken
(cursisten die urenlang niet naar de wc mogen, niet mogen eten
en drinken buiten door de leiding aangewezen tijdstippen,
sessies waarbij mensen publiekelijk onder handen werden
genomen) en door rellen rond de persoon Erhard zelf een
slechte naam kreeg. Est werd later omgevormd in Landmark, en
Erhard verkocht de rechten aan zijn werknemers. Art Schreiber,
de huidige voorzitter van Landmark, is Erhards voormalige
advocaat. Zowel Erhards broer als zuster zitten hoog in de
organisatie (Harry en Joan Rosenberg). Belangrijker nog is dat
Landmark onder licentie van Erhard werkt, een licentie die in
2009 weer aan hem toevalt. Voorts krijgt Erhard vijftig
procent van Landmarks brutowinst. (Bron: Metro News, San
Francisco, 9 juli 1998.) Wellicht heeft Schreiber gelijk
wanneer hij stelt dat Erhard niet betrokken is bij de
exploitatie van Landmark, maar Erhard is zeker betrokken bij
het verdelen van de winst.
5. Schreiber meldt voorts dat Erhard "nooit Scientology-lid
[is] geweest" en zegt daarna even zo vrolijk dat Erhard "twee
Scientology-cursussen [heeft] gedaan". Elke cult-watcher weet
dat alleen Scientology-leden Scientology-cursussen mogen doen;
de eindconclusie laat ik voor rekening van de lezers. Dat er
connecties zouden zijn tussen Landmark en Scientology heb ik
nergens beweerd; wèl dat er overeenkomsten zijn. Dat vindt
Scientology zelf trouwens ook: zij hebben Erhard er
herhaaldelijk van beschuldigd materiaal van hen te hebben
gestolen. Altijd leuk, zo'n moddergevecht tussen twee clubjes
die in dezelfde vijver vissen.
6. Het beeld dat ik van Landmark schetste, is volgens
Schreiber onjuist. Het is jammer hij in zijn brief vergat dat
ik uitgebreid uit Landmarks eigen stukken citeerde.
7. Dat mensen van Landmark kunnen leren, zoals Tineke de Haan
meent, is goed mogelijk. Alleen vind ik het hoogst pijnlijk
dat je ervoor en erna je chequeboekje moet trekken, en de
'afstudeeravonden' waar de gelukkige cursist zijn diploma kan
ophalen, vooral gebruikt worden om diens intimi te werven.
Maar zoals ik al in mijn column schreef: Landmark is niet de
enige die zich op de handel in geluk heeft gestort. Veel
andere clubs zijn geen haar beter.
8. Tenslotte bied ik mijn oprechte excuses aan de firma
Tupperware aan voor het misbruiken van hun naam. Bij hen krijg
je tenminste iets tastbaars voor je geld.
Karin Spaink september 1999