slot: Rechts en verkiezingen
De derde oktober 1993 was een zwarte dag voor degenen die meenden dat er in Rusland sprake was van demokratie. Het zwartgeblakerde Witte Huis in Moskou bleek evenwel een duidelijk monument van het tegendeel. Enige tijd voor 3 oktober had Jeltsin het parlement al buiten werking gesteld, op 3 oktober liet hij het gebouw beschieten door zware tanks. Beelden van het uitgebrande Russische parlementsgebouw vulden de tv-schermen in de huiskamers van de westerse 'demokratieën', maar westerse 'demokratische' regeringsleiders sanktioneerden het antidemokratische beleid van de Russische president Jeltsin. Geen woord werd er vuil gemaakt over de verkrachting van het parlement, het zo geroemde en gekoesterde symbool van elke demokratie.
Onmiddellijk na de gevechten rond het Witte Huis leken de 'demokraten' van Jeltsin de strijd gewonnen te hebben en de rol van Russische patriotten, monarchisten, antisemieten, stalinisten, kortom van het brede skala van de zogenoemde roodbruine koalitie, verwaarloosbaar. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 12 december 1993 gaven kommentatoren de roodbruine koalitie dan ook geen schijn van kans op een parlementaire vertegenwoordiging. Het verbod op het Nationaal Reddingsfront, een samenraapsel van groeperingen die een belangrijke rol speelden in de verdediging van het Witte Huis, werd eind oktober weliswaar opgeheven, maar het blok kreeg geen toestemming voor verkiezingsdeelname. Een andere koalitie, het 'Vaderlands'-blok, onder andere bestaande uit de Socialistische Partij van Arbeiders, de Unie van Kozakken en de monarchistische Unie van Rusland's Wedergeboorte, slaagde er niet in het vereiste aantal handtekeningen voor deelname bijeen te krijgen. Hetzelfde overkwam de partij Konstitutionele Demokraten (met een forse scheut rechts bloed in de gelederen), de Russische Christendemokratische Beweging, de Nationaal-Republikeinse Partij en de Alrussische Unie van Volkeren, geleid door de nationalist Sergej Baburin.
drie organisaties
Dit betekende dat er voor de verkiezingen van 12 december slechts drie organisaties overbleven met een min of meer nationalistische politieke lijn. Zjuganov's Communistische Partij van de Russische Federatie (KPRF) kreeg pas kort voor de verkiezingen toestemming voor deelname, en op dat moment woedde in de KPRF een hevige fraktiestrijd tussen 'nationaal-bolsjewiki' (zij die voorstanders waren van een Russisch nationaal kommunisme) en degenen die aanhanger waren van meer socialistisch georiënteerde, dus ook internationalistische, politiek. De Agrarische Partij, pas in februari 1993 opgericht onder leiding van Michail Lapsjin, werd in voorbeschouwingen op de verkiezingen vanwege haar korte geschiedenis geen enkele kans gegeven. En als derde was daar Zjirinovski's Liberaal-Demokratische Partij (LDPR), waarvan wel verwacht werd dat zij de kiesdrempel van 5 procent zou halen, maar zelfs de meest optimistische schattingen kwamen niet boven de 8 tot 10 procent van de stemmen.
De propagandamogelijkheden voor deze drie organisaties waren ook gering, omdat ten gevolge van de strijd rond het Witte Huis door Jeltsin een groot aantal oppositiekranten en -tijdschriften verboden was. De krant 'Den' (De Dag), belangrijke spreekbuis van rechts in Rusland, van de extreem-nationalist Aleksandr Prochanov, kreeg een verschijningsverbod en hoewel Prochanov druk doende was een nieuwe krant op te zetten verscheen het eerste nummer van 'Zavtra' (Morgen) pas een paar dagen voor de verkiezingen. Een andere spreekbuis van rechts, 'Sovjetskaja Rossija' (Sovjet-Rusland), mocht pas weer na de verkiezingen verschijnen.
Meningsverschillen
Russische nationalisten hebben als gemeenschappelijke noemer het uitgangspunt dat er een schuldige moet worden aangewezen voor de tragedies van de Russische geschiedenis, of dat nu over de revolutie van 1917 gaat of over het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991. Er bestaan evenwel grote verschillen over de vraag wie als 'schuldige' moet worden beschouwd. Zo zijn er antisemieten onder de nationalisten, maar ook weer anti-antisemieten. Daarnaast bestaan er grote verschillen in visie op de sociale basis van de nationalisten. De nationaal-bolsjewiki gaan uit van een klasse als basis, en richten zich vooral tot de arbeiders in de steden, terwijl andere groeperingen inspiratie vinden in de prerevolutionaire boerengemeenschappen van het oude Rusland. Grote verschillen bestaan ook rond het vraagstuk van de privatisering van bedrijven en land. Een groot deel van de nationalisten beschouwt de privatisering van voormalige staatsbedrijven als een negatieve ontwikkeling, maar de verschillen treden op tussen degenen die voorstander zijn van herstel van de landeigenaar en 'hereboer' (de koelak) en degenen die het idee van de kollektieve landbouw (kolchoz) aanhangen. Tenslotte speelt ook de ideologie van het fascisme, en de bruikbaarheid of onbruikbaarheid daarvan in het huidige Rusland, een grote rol in meningsverschillen tussen nationalistische groeperingen. Een beroemde diskussie op dit punt vond bijvoorbeeld begin 1993 plaats tussen de genoemde Aleksandr Prochanov en Sergej Kurginyan, leider van het 'Kreatief Experimenteel Centrum', een denktank voor Russische patriotten, en lid van de nationalistische 'Nashe'('onze')-beweging. Terwijl Kurginyan uiterst kritisch stond tegenover, zoals hij het noemde 'het flirten met de zwarte poedel' door delen van rechts, en verklaarde niet langer deel te willen nemen aan diskussies over een oriëntatie voor rechts in Rusland zolang 'Adolf Hitler genoemd blijft worden als ideoloog voor deze oriëntatie', zei Prochanov dat 'beschuldigingen van fascistische sympathieën veel te simplistisch waren en bolstonden van de platte propaganda (van de kommunistische burokratie, insudok) waar de Sovjetburgers de laatste 40 jaar misselijk van geworden waren'. Bovendien, zo ging Prochanov verder, 'wat er in het verleden uit naam van het fascisme ook gedaan is, heeft dat nergens het beestachtige niveau bereikt van de recente aktiviteiten van de liberale ideologie'. Als voorbeelden noemde hij de 'vernietiging van 100.000 Iraakse vrouwen en kinderen tijdens de Golfoorlog' en 'het feit dat de liberale ideologie schuldig is aan een kolossale tragedie, de vernietiging van de Sovjet-Unie, die oorzaak is van voortdurend bloedvergieten zonder beperkingen'.
Opkomst van rechts
Gelet op al deze diepe tegenstellingen en tegenslagen binnen het rechtse politieke spektrum kan de vraag gesteld worden hoe het komt dat de drie deelnemende groeperingen van rechts Rusland tijdens de parlementsverkiezingen van 12 december 1993 samen toch zo'n 43% van de stemmen wisten te behalen, waarvan Zjirinovski's LDPR alleen al 22,92% voor z'n rekening nam. Onmiddellijk na de uitslag van de verkiezingen haastten de meeste kommentatoren zich met de verklaring dat de sterke opkomst van rechts in Rusland het gevolg was van protesten tegen de radikale hervormingen richting vrije marktekonomie van de twee jaar ervoor. Uiteraard was er binnen de Russische Federatie voldoende aanleiding tot protesten: er was niet alleen de pro-Westerse koers van de regering, maar ook de diepe ekonomische recessie, de sociale wanorde, de toenemende kriminaliteit, het verlies van de Russische nationale status en trots, allemaal items die door de drie rechtse groeperingen tot speerpunten van de verkiezingskampagnes waren gemaakt. Toch is de verklaring 'proteststemmen' een te gemakkelijk antwoord op de vraag naar het elektorale sukses. Immers, voor protesten waren er andere mogelijkheden, bijvoorbeeld door te stemmen op partijen die in het centrum opereerden en een ernstige vertraging in het doorvoeren van de hervormingen voorstonden, of zelfs op die kandidaten binnen de hervormingsgezinde partijen die duidelijk hadden gemaakt dat de snelheid van de hervormingen wel erg veel negatieve effekten met zich meebracht.
Rechtse traditie
Zoals we in de voorgaande hoofdstukken van deze serie hebben kunnen zien bestaat er reeds lang een diepgewortelde rechtse traditie in Rusland, waarvoor, zoals de verkiezingsuitslag van 12 december 1993 aangaf, nog steeds een solide basis aanwezig is. Profiterend van het feit dat een aantal organisaties dat een aanspraak op deze basis zou kunnen doen van deelname was uitgesloten, konden de drie deelnemende partijen de potentiële stemmen voor rechts binnenhalen. Temeer daar de uitgesloten groeperingen hun leden nog opriepen vooral op die partijen te stemmen die het dichtst bij hun ideologische uitgangspunten stonden. Voor de LDPR van Zjirinovski komt daarbij nog het feit dat hij en zijn partij tijdens de gevechten rond het Witte Huis van oktober 1993 neutraal waren gebleven, waarmee hij meende met recht de 'derde weg'-positie binnen de Russische politiek te kunnen claimen. Gezien de uitslag van de verkiezingen in 1993 is de belangrijkste vraag in hoeverre Zjirinovski's LDPR de toonaangevende rechtse kracht binnen de Russische politieke verhoudingen is, en in hoeverre de LDPR haar machtsbasis kan konsolideren of zelfs uitbreiden. Ieder antwoord op deze vragen kan alleen maar negatief zijn. Hoewel de LDPR een brede, en zelfs 'betrouwbare' ledenstruktuur heeft met mogelijkheden tot verbreding, zijn er toch grote twijfels mogelijk over de politieke samenhang van de partij, alsmede twijfels over de stabiliteit en trouw van het elektoraat op de langere termijn dat in 1993 nog op de LDPR stemde.
Elektoraat LDPR
Volgens een onderzoek door het Russisch Centrum voor Publieke Opinie, gedaan kort na de verkiezingen van december 1993, kwam de steun voor Zjirinovski's LDPR vooral uit twee specifieke, door mannen gedomineerde sektoren van de samenleving. Ten eerste uit wat genoemd kan worden de oudere Sovjet-arbeidersklasse; mensen van middelbare leeftijd of ouder, vooral uit de Russische steden, met gemiddelde opleidingen en salarissen en werkzaam in (voormalige) staatsbedrijven. Zij maken zich vooral bezorgd over hun toekomstkansen, zijn ongerust over de toenemende misdaadcijfers en het verlies van de status van Rusland als supermogendheid, en zien de enige oplossing in een sterke regering en sterke staat. Het gaat hier vooral om mensen die van de kommunisten werden losgeweekt door Zjirinovski's populistische en nationalistische oproepen. Ten tweede was er grote steun voor Zjirinovski's LDPR vanuit de jongere generatie, die werd aangetrokken door het verschijnen van de LDPR als 'nieuwigheid' en door het charisma van haar leider. Het interessantste aspekt uit dit onderzoek was evenwel het feit dat eenderde van het LDPR-elektoraat pas op de verkiezingsdag besloot op de LDPR te stemmen, en dat zij na bekend worden van de uitslag reeds spijt van haar keuze had. Dit zegt voldoende over stabiliteit en trouw van de kiezers op de langere termijn.
Diktator
Binnen de LDPR treedt Zjirinovski als een soort diktator op. Sergej Putin, hoofd van de ideologische afdeling van de partij, zei het als volgt: 'De LDPR is de partij van een leider. Als Zjirinovski er is, dan is er een partij, zonder Zjirinovski is er geen partij'. Zjirinovski mag dan binnen de partij de diktator spelen, binnen de parlementaire fraktie van de LDPR heeft hij aanzienlijk minder macht. Ex-LDPR-topman Andrej Savidija (zie ook deel 4) voorspelde dat de fraktie snel uiteen zou vallen onder het gewicht van haar eigen tegenstellingen. Volgens hem zou de helft van de fraktie evenveel sympathie voor de kommunisten als voor de LDPR hebben, terwijl nog een kwart feitelijk achter de radikale hervormers zou staan. Hoewel Savidija overdreef, ingegeven uit wrok na zijn verloren machtsstrijd met Zjirinovski, kreeg hij toch deels gelijk. Reeds in februari 1994 stapten Viktor Kobelev (kort daarvoor nog bestempeld als 'tweede man' binnen de partij) en Aleksandr Pronin uit de fraktie uit protest tegen de 'extremistische kapriolen van de partijleider'. Later die maand stapte ook Vjatsjeslav Marytsjev, leider van de partij in St.Petersburg, uit de fraktie. Begin april werden zij gevolgd door het hoofd van de afdeling Orenburg van de LDPR, Vladimir Borzyuk, en de voorzitter van de regionale LDPR-afdeling Oedmoertië, Vladimir Novikov.
Eenheid
Wat Zjirinovski's machtsbasis evenwel meer ondermijnt dan het verlies van leden uit zijn fraktie is het feit dat noch hij als persoon, noch zijn partij in staat is tot een serieuze eenheid van rechts Rusland te komen. Dit gebeurde niet tijdens de verkiezingen van december 1993 en het is zeer onwaarschijnlijk dat dit in de nabije toekomst wel zal gebeuren. Noch de kommunisten van Gennadi Zjuganov, noch de Agrarische Partij van Lapsjin hebben, ondanks de gemeenschappelijke standpunten op een groot aantal terreinen, een openlijke koalitie met de LDPR aangedurfd uit vrees voor grote konflikten en scheuringen binnen de eigen gelederen. Hetzelfde geldt echter ook voor die partijen en organisaties op de rechtervleugel die niet binnen het parlement zijn vertegenwoordigd, zoals de groepering van Baburin, en de Konstitutionele- en Christen-Demokraten.
Maar ook Aleksandr Roetskoj, eens vicepresident van Rusland onder Jeltsin, na de gevechten in oktober 1993 politiek gevangene in de Moskouse Lefortovo-gevangenis, en inmiddels leider van een eigen, rechtsnationalistische politieke organisatie, ziet geen mogelijkheden tot konstruktieve samenwerking met Zjirinovski. Toen Roetskoj in maart 1994 bekendmaakte een nieuwe politieke alliantie te willen oprichten van nationalistische en patriottistische groeperingen, zag Zjirinovski dit als een persoonlijke aanval en bedreiging en maakte openlijk bekend de nieuwe alliantie te zien als een beweging die 'wordt geleid door mensen die niets anders gedaan hebben dan Rusland vernederen' en die 'hun handen met bloed bevlekt hebben'. Roetskoj noemde Zjirinovski 'een psychopaat die een dwangbehandeling moet ondergaan', iets wat al eerder verklaard was door niemand minder dan een andere 'godfather' van patriottistisch Rusland, Aleksandr Solzjenitsyn.
Polarisatie
De verkiezingen van december 1993 hebben een sterke polarisatie binnen de Russische samenleving te zien gegeven, met als uitersten steun voor autoriteit en steun voor demokratie. Beide uitersten hebben rechter- en linkervleugels, en daartussen in zit een centristisch blok van partijen, waarvan de onlangs opgerichte partij van de Russische premier Tsjernomyrdin, 'Een huis voor Rusland' nog niet in het parlement vertegenwoordigd is.
De samenstelling van het Russische politieke spektrum sinds december 1993 ziet er als volgt uit (met tussen haakjes de naam van de leider):
1. Rechtervleugel autoritaire groeperingen:
-Russische Nationale Raad (Sterligov);
-Russische Nationale Eenheid (Barkasjov);
-Alrussische Unie van Volkeren (Baburin);
-'Derzjava' ('Grootmacht') (Roetskoj);
-Nationaal Reddingsfront (Konstantinov);
-LDPR (Zjirinovski)*;
-Agrarische Partij (Lapsjin)*.
2. Linkervleugel autoritaire groeperingen:
-Al-Unie Kommunistische Partij van Bolsjewieken (Nina Andrejeva);
-Russische Kommunistische Arbeiderspartij (Viktor Anpilov);
-Russische Partij van Kommunisten (Krjoetsjkov);
-Unie van Kommunisten (Sjenin);
-KPRF (Zjuganov)*.
3. Linkervleugel demokratische groeperingen:
-Partij van de Arbeid (Smolin-Kagarlitsky);
-Verenigde Sociaaldemokraten (Koedjoekin);
-Russische Partij van de Groenen (Sjubin);
-Socialistische Partij van Arbeiders (Vartazarova);
-Russische Sociaaldemokratische Partij (Lipitskij).
4. Rechtervleugel demokratische groeperingen:
-Republikeinse Partij Russische Federatie (Lysenko);
-Jabloko (Javlinskij)*;
-Demokratische Partij van Rusland (Glazev)*;
-Russisch Sociaaldemokratisch Centrum (Rumjantsev);
-Russische Beweging voor Demokratische Hervormingen (Popov);
-Partij van Ekonomische Vrijheid (Borovoj);
-Partij van Russische Eenheid en Akkoord (Sjachraj)*;
-Demokratisch Rusland (Ponomarev-Starovoitova);
-Rusland's Keuze (Gajdar)*.
De met een sterretje (*) aangeduide groeperingen zijn nu in het Russische parlement vertegenwoordigd.
En straks?
De komende parlementsverkiezingen in Rusland, op 17 december aanstaande, zullen vooral een antwoord moeten geven op de vraag in hoeverre de rechtse krachten hun elektorale basis kunnen konsolideren. Vanwege de kiesdrempel van 5%, plus de eis van 600.000 handtekeningen voor deelname aan de verkiezingen hebben een aantal partijen blokken gevormd, iets dat in 1993 ook al gebeurde. Op dit moment is bekend dat de Derzjava-beweging van Roetskoj van deelname is uitgesloten, evenals Javlinskij's Jabloko, die 28 zetels in het huidige parlement heeft.
Het volgende artikel in deze serie zal een nabeschouwing van de parlementsverkiezingen van december 1995 gegeven worden.
(Voor dit deel danken wij het Moskouse onderzoekscentrum naar politieke partijen Panorama voor de informatie).
InSudok, informatie- en dokumentatiecentrum over de voormalige Sovjet-Unie en het GOS, postbus 11061, 5200 EB Den Bosch.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant in 1995


