Deel 5: Pamjat
In de tachtiger jaren ontstonden in een aantal Russische steden, -waaronder Moskou, St.Petersburg en Novosibirsk-, rechts-extremistische groeperingen die Pamjat zouden vormen. De naam Pamjat is het Russische woord voor geheugen, en duidt op de herinnering aan het groot-Russisch bewustzijn uit de tsarentijd en aan de extremistische groeperingen die in die tijd opereerden (waaronder de beruchte Zwarte Honderd die op grote schaal pogroms tegen Joden organiseerden). Pamjat zou de bakermat worden voor het ontstaan van een groot aantal extreemrechtse organisaties. In de beginperiode maakte Pamjat zich bekend als een organisatie voor kultureel werk: zij ijverde voor de restauratie van diverse kloosters en kerkhoven in Moskou.
De oorspronkelijke Pamjatbeweging was een los verband van een aantal individuen, zonder een duidelijke organisatievorm en zonder eenduidig politiek program. Hierdoor was het mogelijk dat zich al snel allerlei groepen van Pamjat afsplitsten, die zich soms ook Pamjat bleven noemen, maar daarnaast aangeduid werden met de naam van de leider. Eén van die leiders, Dmitri Vasiljev, sloot zich in 1984 bij Pamjat aan. Hij was daarvoor al aktief in patriottistische kringen en ontwikkelde zich als een ware demagoog die zijn publiek perfekt wist te bespelen en manipuleren. Jarenlang was Vasiljev assistent geweest van de extreemrechtse schilder Ilja Glazunov (wiens tentoonstelling in 1994 in Moskou honderdduizenden bezoekers trok) en deed via Glazunov tal van kontakten op in extreemrechtse kringen. Al snel na zijn toetreding ontwikkelde Vasiljev zich tot de meest spraakmakende figuur binnen Pamjat en voerde een politiseringsproces binnen de beweging door. Pamjat werd geregistreerd als 'historisch-patriottistische associatie'. Oorspronkelijk werd propaganda gevoerd tegen het alcoholmisbruik in de Sovjet-Unie, maar dit werd spoedig overvleugeld door antisemitische propaganda, waarbij de 'Protokollen van de Ouderen van Zion' een belangrijke richtlijn vormden. Deze Protokollen waren allang 'ontmaskerd' als een historische falsifikatie, maar in Rusland waren en zijn er nog velen die zich op de teksten baseren om er argumenten voor hun antisemitisme aan te ontlenen. Toen één van de Pamjatleiders in Moskou op straat werd beroofd stond de Pamjatpers bol van de beschuldigingen dat het hier 'een Zionistische aanval' betrof, ondanks dat de dader een 'zuivere Rus' bleek te zijn die lid was van een professionele kriminele organisatie.
politisering
Met Vasiljev's politiseringsproces veranderde het karakter van Pamjat in een antisemitische organisatie. Openbare bijeenkomsten van Pamjat in Moskou, met Vasiljev als hoofdattraktie, trokken steeds meer bezoekers. Vasiljev's toespraken werden op kassettes vastgelegd die op ruime schaal in andere Russische steden werden verspreid. Pamjat organiseerde demonstraties waarbij andere extreemrechtse groeperingen trachtten een graantje mee te pikken van de aantrekkingskracht die de ideeën van Pamjat op grote aantal mensen uitoefenden.
In de zomer van 1987 werd een aantal Pamjataanhangers geroyeerd uit de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU). Verschillende Sovjetkranten publiceerden kritische artikelen over Pamjat. Maar dat nam niet weg dat er vanuit hoge kringen in de CPSU, de KGB en het leger ook steun en sympathie voor Pamjat was. Pamjat werd beschouwd als tegenwicht tegen de 'liberalen' die de Sovjet-Unie wilden uitleveren aan het westers kapitalisme door invoering van een marktekonomie, en tegen de dissidentenbeweging die in behoudende kringen voor de nodige onrust zorgde door het formuleren van 'demokratische eisen'. De toenmalige president Gorbatsjov en zijn naaste medewerkers, waaronder Boris Jeltsin, gaven er de voorkeur aan het onderwerp 'Pamjat' te negeren omdat een openlijk debat over het toenemend extreem-nationalisme en groot Russisch chauvinisme in die tijd van toenemende politieke spanningen wellicht tot nog grotere spanningen zou leiden. Zelfs toen de aktiviteiten van Pamjat internationaal de aandacht trokken deed het presidentiële team er het zwijgen toe.
Vasiljev ontpopte zich meer en meer als leider van Pamjat en duldde geen konkurrenten. Eenieder die het waagde zijn leiderschap ter diskussie te stellen wachtte een royement wegens 'aktiviteiten gericht tegen de eenheid van Pamjat'. In 1987 ontwierp Vasiljev een politiek manifest voor Pamjat, getiteld 'Zuivering'. Het manifest begon met een opsomming van de gevaren die het Russische volk bedreigden: het internationale Zionistische kapitaal trachtte op alle mogelijke manieren het Russische volk om te vormen tot de slaven van Zionistische schurken en hebzuchtige spekulanten. Maar door de aanwezigheid van Pamjat was er nu een macht gekreëerd om deze kwaadaardige bedreiging tegen te gaan. Doch helaas, zo ging het manifest verder, waren er zelfs allerlei bandieten binnen de rangen van Pamjat geïnfiltreerd die probeerden de beweging te ondermijnen in opdracht van het Zionisme. Deze bewering werd gevolgd door een lange rij namen, waarin men alle opposanten en mogelijke konkurrenten van Vasiljev binnen Pamjat kon herkennen. Onder anderen werden genoemd Lipatnikov uit Sverdlovsk (nu Jekaterinburg), die zich opwierp als leider van de Siberische tak van Pamjat en Vasiljev's voornaamste rivalen, Riverov en Lysenko, leiders van de Leningradse beweging Pamjat-3. Ook Sytsjev werd met name genoemd, leider van de fraktie Pamjat-2 in Moskou die zich van Vasiljev trachtte los te maken met behulp van gematigder Pamjatleden.
Na het verschijnen van het manifest verlieten een aantal kopstukken Pamjat. Aleksandr Dugin en Gaidar Jemal ontpopten zich als de ideologen van nieuw rechts in Rusland in de bladen Den en Politika.
versplintering
Naast Vasiljev's Pamjat en de frakties 2 en 3 versplinterde de beweging verder. In 1990 werd Valeri Jemeljanov uit Vasiljev's Pamjat geroyeerd en vormde zijn eigen Pamjat. Het leek erop alsof iedere leider, of vermeende leider, aan het begin van de jaren 90 zijn eigen Pamjat had opgericht en het aantal afsplitsingen van groepen die aanspraak op de naam Pamjat maakten was dan ook niet meer te tellen. Jemeljanov's Pamjat was een uiterst rechtse groep en Jemeljanov een extremist onder de extremisten. Jemeljanov, oriëntalist, publiceerde in 1979 in Parijs het boek 'Dezionisatie', waarin hij opriep tot oprichting van VASAMF (een Russisch letterwoord voor de afkorting van het Wereldwijd Front tegen Zionisme en Vrijmetselarij). Nieuw in Jemeljanov's doktrine was dat het christendom werd beschouwd als een zionistische sekte, dat Jezus een vrijmetselaar was en dat prins Vladimir, die het christendom in Rusland introduceerde, de zoon van een Joodse vrouw en kleinzoon van een rabbi was.
In 1980 werd Jemeljanov gearresteerd wegens moord op zijn vrouw Tamara en er volgde een proces voor een rechtbank in Moskou. Het proces was omgeven met antisemitische propaganda. Tijdens het proces bleek dat nadat Jemeljanov het lijk van zijn vrouw in stukken had gesneden en in een grote tas had gedaan hij deze wilde verbranden. Hij vroeg een vriend, een zekere Bakirov, hem te helpen door te beweren dat de tas zionistische lektuur bevatte. Voor de rechtbank hield Jemeljanov vol dat de zionisten zijn vrouw hadden vermoord, een bewering die evenwel zelfs niet door Jemeljanov's advokaat werd onderschreven. Het proces wierp weinig licht op de ware toedracht van de moord en de hoofdgetuige, Bakirov, bleek onvindbaar. Later werd bekend dat Bakirov werkte voor de KGB. Door de mist waarin de procesgang was gehuld veroordeelde de rechtbank Jemeljanov tot opsluiting in een psychiatrische kliniek, maar in 1987 liep hij weer vrij rond. Vrijwel onmiddellijk na zijn invrijheidstelling sloot Jemeljanov zich bij Vasiljev's Pamjat aan en sprak al snel als hoofdattraktie op bijeenkomsten. Maar oudere Pamjatleden, waaronder Vasiljev zelf, wilden niet dat Jemeljanov een leidende rol binnen de beweging ging spelen. In 1990 werd Jemeljanov 'te extreem' bevonden en uit de beweging gezet, waarop hij zijn eigen Pamjat oprichtte.
In 1991 had Jemeljanov's Pamjat enkele tientallen leden. Zij leidden een militaire sportschool in Moskou. Eén van Jemeljanov's naaste medewerkers was Arkadi Dobrovolsky. Deze was zijn politieke karrière begonnen binnen de demokratische dissidentenbeweging, waarin o.a. ook de bekende Aleksandr Ginzburg aktief was. Dobrovolsky werd als dissident gearresteerd en veroordeeld, maar tijdens het proces bleek dat hij ofwel vanaf het begin KGB-informant was geweest, of na zijn arrestatie met de KGB was gaan samenwerken. Op zijn aanwijzingen waren tientallen dissidenten tot jarenlange straffen veroordeeld. Nadat Dobrovolsky was vrijgelaten werd hij aktief in extreemrechtse kringen en schreef een aantal wijdverspreide brochures als 'Slachtoffers van de duistere krachten', 'De alchemie van de geest' en 'Aroma Yoga'.
ideologie
Het is moeilijk een algemene noemer voor Pamjat aan te geven. Enerzijds door de vele afsplitsingen die de beweging kende, maar anderzijds ook omdat de vele Pamjats zich vooral als beweging manifesteerden, zonder het strakke kader en de gedetailleerde politieke programma's van een partij. In de beginperiode stond Pamjat niet tegenover de machthebbende CPSU, maar trad de partij welgezind tegemoet. Deze houding strooide de autoriteiten zand in de ogen. Pas in 1987 nam Pamjat een duidelijk standpunt in over de oorlog in Afghanistan, die zij als 'misdadig' bestempelde. Voor dat standpunt was evenwel weinig moed nodig, aangezien de afkeer van de oorlog breed gedragen werd in de hele Sovjet-Unie en Gorbatsjov inmiddels al geruime tijd pogingen deed een einde aan het Afghaanse debâcle te maken. Alleen van de zijde van de 'liberalen' in de Sovjet-Unie werd getracht aktie tegen Pamjat te ondernemen. Daarbij baseerden zij zich op paragraaf 74 van de Sovjet Strafwet, het artikel dat handelt over 'aanzet tot rassenhaat'. Het enige 'ingrijpen' van officiële zijde tegen Pamjat vond plaats op 28 mei 1988, toen Pamjat een waarschuwing van de KGB kreeg in verband met haar 'antisociale aktiviteiten die nationale tweedracht zouden kunnen zaaien'.
Voor korte tijd richtte Pamjat na deze waarschuwing haar aandacht weer op de oorspronkelijke uitgangspunten: kulturele aktiviteiten in het kader van monumentenzorg. Voor velen binnen Pamjat werd Vasiljev als te extreem beschouwd, voor de extremisten binnen de beweging was hij echter te behoudend. In oktober 1989 lukte het de Pamjatgroep van Filimonov in Moskou Vasiljev uit de beweging te zetten wegens 'morele verdorvenheid, financiële malversaties en ideologische dwalingen'. Een groep intellektuelen, waaronder de nieuwrechtse ideoloog Gaidar Jemal, verlieten Pamjat. Jemal, een moslim, werd een leider van de Sovjet Moslimbeweging die grote sympathie voor Saddam Hussein tentoonspreidde. Met Vasiljev verlieten enkele tientallen aanhangers de nu door Filimonov gedomineerde Moskouse organisatie van Pamjat. Vasiljev richtte met zijn beperkte aanhang een eigen Moskouse groep op.
Filimonov was een groter extremist dan Vasiljev. In januari 1989 had hij reeds een manifest geschreven over politieke sociaalekonomische vraagstukken dat verderging dan wat Vasiljev ooit geschreven had. Het manifest leidde tot de nodige opschudding toen twee Sovjetschrijvers tot de ontdekking kwamen dat grote delen van het manifest overgenomen waren uit het programma van de Duitse Nationaalsocialistische Arbeiderspartij (NSDAP), de partij van Adolf Hitler. Volgens sommige geruchten was het manifest niet geschreven door Filimonov, maar door Viktor Jakusjev, die in de herfst van 1990 een openlijk nationaal-socialistische beweging, de Nationaalsocialistische Unie, zou oprichten.
een groep van aktie
Nog een andere Pamjatsplinter werd geleid door Konstantin Smirnov-Ostasjvili, voorman in een Moskouse fabriek, die Pamjat eind 1987 had verlaten. Hij beklaagde zich over het feit dat de groep van Vasiljev wel heel veel praatte, maar dit gepraat niet of nauwelijks omzette in aktie. Smirnov-Ostasjvili wilde aktie en samen met een kleine groep aanhangers vormde hij de 'Unie voor Nationaal Proportionele Afvaardiging-Pamjat'. Hoofdpunt van hun programma was het gegeven dat 'slechts 0,69% van de bevolking joods is en dat de joodse vertegenwoordiging in beroepsgroepen en vertegenwoordigende organen dit percentage niet mag overschrijden'. De groep van Smirnov-Ostasjvili dreigde de joodse bevolking met een grootschalig pogrom en stelde de eis dat de joodse emigratie uit de Sovjet-Unie naar Israël onmiddellijk stopgezet moest worden, zodat 'geen jood aan zijn veroordeling zou kunnen ontsnappen'. Bij andere gelegenheden liet Smirnov's groep weten wel akkoord te gaan met emigratie, indien 'het wereld-jodendom per emigrant een bedrag van 100.000 roebels zou betalen' (in die tijd een bedrag van ca. 35.000 gulden). Het programma van Smirnov-Ostasjvili eiste verder een verhoging van het budget voor de KGB en vrijlating van de reeds genoemde Jemeljanov, die 'op oneigenlijke gronden beschuldigd was van moord op zijn vrouw'. Berucht werd Smirnov-Ostasjvili toen zijn aanhangers op 18 januari 1990 een bijeenkomst trachtten te verstoren van de liberale schrijversorganisatie 'April' in het centraal kantoor van de Schrijversunie. Zo'n 30-40 aanhangers stormden de hal van het gebouw binnen en bedreigden de aanwezige Aprilleden met harde maatregelen indien zij hun organisatie niet zouden opheffen. Er ontstond een handgemeen waarbij de bril van een oudere schrijver werd vernield. De gewaarschuwde politie kwam met veel vertraging (iets dat gebruikelijk was in dit soort situaties) en arresteerde enkele Smirnov-aanhangers, die evenwel na vaststelling van hun identiteit weer werden vrijgelaten.
In de pers kreeg het gebeuren veel aandacht. Ontdekt werd dat het niet om een spontane aktie ging, maar dat alles zorgvuldig was gepland. De schrijvers dienden een officiële klacht in, maar een woordvoerder van de KGB zei 'dat hij niet dacht dat een rechtbank deze klacht zou willen behandelen'. De schrijversorganisatie April reageerde woedend en beschuldigde ideologische manipulatoren achter Smirnov-Ostasjvili van aanzetten tot deze aktie.
Het blad van Smirnov-Ostasjvili's Pamjat gaf de volgende lezing van 'het incident': een hongerige arbeider (Smirnov-Ostasjvili) was in het gebouw van de Schrijversunie verzeild geraakt en heel kwaad geworden toen hij daar heel veel voedsel zag dat elders niet verkrijgbaar was'. Uiteindelijk lukte het 'April' toch Smirnov-Ostasjvili voor de rechter te krijgen. Het proces begon op 24 juli 1990 en duurde tien weken. Smirnov-Ostasjvili verscheen als een man met een groot zelfvertrouwen. Eerst eiste hij verdedigd te worden door een Duitse advokaat, later argumenteerde hij dat alleen Kurt Waldheim hem zou kunnen begrijpen en uitgenodigd zou moeten worden voor zijn verdediging. Tijdens het proces wist Smirnov te ontkomen, maar werd twee weken later weer gearresteerd in een kapsalon. Toen hij veroordeeld was weigerde hij zijn straf te aksepteren, omdat de Sovjet-Unie 'een bezet land' was en de wetten op basis waarvan hij veroordeeld was die van een bezettende macht waren. Dat hij met die 'bezettende macht' de joodse bevolking bedoelde was voor eenieder duidelijk. In de tien weken dat het proces duurde werd het gerechtsgebouw een verzamelplek voor rechtse extremisten. Er werd gedemonstreerd voor het gebouw, waar ook openlijk extreemrechts propagandamateriaal werd verspreid, zonder dat er ingegrepen werd. Op 12 oktober 1990 werd Smirnov tot twee jaar strafkamp veroordeeld. Hij verklaarde dat onder zijn invloed 'het hele kamp, inklusief de bewaking binnen zes maanden patriottistisch zou zijn'. Zover kwam het echter niet, op 26 april 1991 pleegde Smirnov zelfmoord door zich in het kamp op te hangen. Rond zijn zelfmoord ontstonden nieuwe mythes. Zo zou de aanleiding zijn dat medegevangenen hem van een joodse afkomst beschuldigden, volgens anderen ging het om een 'rituele zionistische moord'. Weer anderen beweerden dat Smirnov vermoord was door leden van 'April'; het kon immers geen toeval zijn dat hij in de maand april dood gevonden werd? Smirnov's aanhang eiste een onderzoek. De resultaten van dit onderzoek werden evenwel nooit bekend gemaakt, zodat de mythe van Smirnov-Ostasjvili voortleeft.
nog meer aktie
Toen eind 1987 een groep rond Smirnov-Ostasjvili de groep rond Vasiljev had verlaten, was dit voor de kunstenaar Igor Sytsjev met een aantal aanhangers ook reden voor een breuk met Vasiljev. Sytsjev vormde een eigen groep die van het begin af aan zeer aktief was. Tussen 1988 en 1990 werden talloze demonstraties in Moskou georganiseerd, o.a. bij verkiezingsbijeenkomsten van liberale partijen en bij het Moskouse tv-station Ostankino die zij van zionistische sympathieën beschuldigden. Ook werden veel openbare bijeenkomsten georganiseerd, waaronder herdenkingsceremonies voor de vermoorde familie van de laatste tsaar en protestbijeenkomsten tegen de groeiende anti-Russische gevoelens in de Baltische republieken Estland, Letland en Litouwen.
De standpunten van Sytsjev's groep waren afwijkend van de andere Pamjatgroepen. Sytsjev's groep vereerde zowel de laatste tsaar Nikolaas II als Stalin en zij koncentreerden hun komplottheorie op het 'rode zionisme' (het Marxisme), in plaats van op de gebruikelijke samenzweringen van joden en vrijmetselaars. Waren de ideeën oorspronkelijk nog nationaal-bolsjewistisch te noemen, langzaam evolueerde Sytsjev's groep zich in de richting van een 'volkse monarchie'.
In de herfst van 1990 verscheen Sytsjev onverwacht op een receptie, georganiseerd door de Joodse gemeenschap van Moskou en verklaarde daar dat zijn groepering noch fascistisch, noch antisemitisch was en niets tegen joden had. Hij verklaarde dat 'het doel van het zionisme slechts was het vestigen van een Joodse staat in Israel', waar zijn groepering niets op tegen had. Verder zei hij dat het fout was te denken dat de Joden schuldig waren aan alle misdaden, zoals de moord op de tsarenfamilie en de genocide van het Russische volk. Deze openhartigheid van Sytsjev duurde evenwel niet lang; een jaar later werden er weer anti-Joodse demonstraties georganiseerd. Het Joodse vraagstuk zorgde voor de nodige beschuldigingen over en weer tussen Sytsjev en Vasiljev. Vasiljev beschuldigde Sytsjev ervan Joodse grootouders te hebben en zelfs familie van Trotzki (een der leiders van de Russische revolutie die eigenlijk Bronstein heette en afkomstig was uit een Joodse familie) te zijn. Volgens Sytsjev was Vasiljev een agent provocateur en allesbehalve een militante patriot.
zwart is de kleur
Na de krisis van 1989 herstelde de Vasiljevgroep zich snel en had vooral aantrekkingskracht op jongeren, die zich onveranderlijk in het zwart kleedden. 'Zwart,' zo zei Vasiljev, 'is de kleur van het rouwen van Rusland en heeft niets te maken met de Italiaanse zwarthemden, de Duitse SS of de Britse fascisten van Mosley'. Maar de jongeren van zijn beweging droegen riemen, insignes en hoge laarzen die weinig met rouwen te maken hadden. In 1990 begon Vasiljev met de uitgifte van een nieuw blad, Pamjat geheten, dat teruggreep op de spelling van de Russische taal uit de periode van voor de revolutie. Volgens Pamjat was dit omdat volgens de Orthodoxe kerk dit de enige erkende spelling was en de spellingsvereenvoudiging die in kommunistische tijd was doorgevoerd een verkrachting van het Russisch had betekend. Vasiljev's Pamjat-nieuwe stijl was een mengeling van de tradities van het Russisch-Orthodoxe geloof en de monarchie. Volgens Vasiljev zou er door een concilie een nieuwe tsaar moeten worden benoemd, geheel in de traditie zoals in 1613 de familie Romanov de eerste tsaar van die dynastie had opgeleverd. Tegelijkertijd gingen de aanvallen op 'de wereldwijde samenzwering van Zionisten en Vrijmetselaars' gewoon door, zij het dat orthodoxie en monarchie nu de uithangborden van de nieuwe doktrine waren. Intussen werden nieuwe vijanden gesignaleerd, zoals de separatisten in Georgië en de onafhankelijkheidsbewegingen in de Baltische staten. Deze zouden moeten worden geïsoleerd en ontmaskerd.
In 1991 was de konkurrentie tussen extreemrechtse groeperingen in de Sovjet-Unie groot, een strijd die alleen maar toenam toen de Unie uiteengespat was. In 1992 werd in Moskou het 'Kongres van Burgerlijke en Patriottistische Organisaties' gehouden, waarop Vasiljev niet was uitgenodigd. Het lukte hem evenwel toch het woord tot de kongresgangers te richten, maar zijn boodschap week weinig af van de toespraken van andere extreemrechtse leiders die wel formeel spreektijd op het kongres hadden. De algemene teneur luidde: 'de toestand is slecht en verslechtert nog steeds; een sterke hand is nodig om het land uit de krisis te halen.'
Door Vasiljev's ongevraagde optreden kwam het tijdens het kongres tot vechtpartijen tussen aanhangers van Vasiljev en Pamjatleden van uitgetreden frakties. De kozakken, die voor ordediensten tijdens het kongres gezorgd hadden, moesten tussenbeide komen om met hun zwepen de strijdende partijen te scheiden.
Na ineenstorting van de Sovjet-Unie was ook duidelijk dat Pamjat het monopolie op extreem rechts verloren had. Jemeljanov wierp zich nog op als 'hoofd van de algemene Russische regering' en daagde zelfs Jeltsin uit. Hij was evenwel geen serieus konkurrent, maar de vele extreme organisaties die in het kielzog van Pamjat ontstaan waren reageerden bezorgd.
Inmiddels is de rol van Pamjat vrijwel uitgespeeld. Allen die in Pamjat hun leerschool hebben doorlopen zijn leider van een eigen extreemrechtse organisatie geworden. Op de zondagsmarkt in Moskou kan men nog de Pamjatbladen kopen, maar meer dan extremistische folklore is het niet. De groeperingen die uit Pamjat zijn voortgekomen vormen het werkelijke gevaar van vandaag. Zij hebben echter allen hun ontstaan aan Pamjat te danken en in die zin zullen zij het woord Pamjat -'geheugen'- met zich mee bijven dragen.
De Moskouse onderzoeksgroep naar nieuwe politieke groepen Panorama heeft in 1991 een interessante brochure over Pamjat uitgegeven (in het Russisch) onder de titel 'Pamjat, dokumenten en teksten'. Geïnteresseerden kunnen voor kopieën kontakt opnemen met InSudok.
InSudok, informatie- en dokumentatiecentrum over de voormalige Sovjet-Unie en het GOS, Postbus 11061, 5200 EB Den Bosch.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant in 1995


