Deel 1: Inleiding
Als alles gaat zoals gepland zullen er in december, voor de tweede maal sinds het uiteenvallen van de voormalige Sovjet-Unie, parlementsverkiezingen worden gehouden in de Russische Federatie. De eerste verkiezingen in december 1993 leverden een grote overwinning op voor de extreem-nationalistische Liberaal-Demokratische Partij van Rusland (LDPR) onder aanvoering van Vladimir Zjirinovski. Ook bij de verkiezingen van december 1995 zal er waarschijnlijk weer een breed skala nationalistische, patriottistische en zelfs openlijk fascistische partijen deelnemen. In een aantal afleveringen zullen wij nader ingaan op de achtergronden van deze partijen, de voedingsbodem voor hun denkbeelden en de politieke ontwikkelingen in de Russische Federatie.
Over het fascisme, nationaal-socialisme en rechts totalitarisme zijn veel studies verschenen, uiteraard met name over ontwikkelingen in Duitsland en Italië voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook over Spanje, Portugal en Griekenland. In vrijwel alle studies is men het erover eens dat het begrip 'de aanwezigheid van objektieve voorwaarden' een onvoldoende verklaring geeft voor de groei en het succes van rechts extremistische ideeën. Objektieve voorwaarden als een diepe ekonomische krisis, en het ontbreken of de ineenstorting van demokratische tradities deden en doen zich in allerlei landen voor, zonder dat dit direkt leidt tot een aan de macht komen van extreem rechts. Slechts in die situaties waarin een sterke leider, omgeven door een gelijkgezind kader en gesteund door het grootkapitaal, een massabeweging kon opbouwen, werd aan de 'objektieve voorwaarden' voldaan.
In het geval van Rusland zijn er zeker een aantal objektieve voorwaarden aanwezig voor de opkomst van rechts extremistische ideeën. Er is het algemene gevoel van nationale vernedering sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, de idee dat staten die oorspronkelijk tot het Sovjetimperium behoorden nu zelfstandig zijn en overeenkomstig in de buitenlandse politiek behandeld dienen te worden, het feit dat in deze voormalige Sovjetstaten grote Russische bevolkingsgroepen leven die van overheersers in één klap tot minderheden zijn geworden, de buitengewoon slechte ekonomische situatie en de noodzaak tot invoering van impopulaire hervormingen, de chaos op het gebied van recht en orde die aanleiding geeft tot de idee dat Rusland door de mafia wordt geregeerd, het ontbreken van demokratische tradities in de Russische Federatie gekoppeld aan de traditie van een repressieve overheid -ook al voor het kommunisme-, het ontbreken van een demokratisch kader om een demokratie te leiden en de hopeloze verdeeldheid van links. Al deze voorwaarden zijn koren op de molen van extreem rechts in Rusland, dat beweert dat de tijdsomstandigheden duidelijk in haar voordeel zijn. Volgens sommigen zijn de omstandigheden in het Rusland van nu zelfs beduidend gunstiger voor extreem rechts dan in de Duitse Weimarrepubliek van 1932/33, al was het alleen maar omdat er in Duitsland op dat moment een demokratische ervaring van ruim tien jaar bestond.
Opkomst extreem rechts
De opkomst van rechtse partijen en groeperingen in Rusland is een proces dat haar wortels al heeft in de dissidentenbeweging ten tijde van Leonid Brezjnjev. Delen van die beweging baseerden zich op nationalistische, Russisch Orthodoxe of antisemitische uitgangspunten, of een kombinatie daarvan. De perestrojka-politiek van Michail Gorbatsjov gaf sinds het midden van de jaren 80 een belangrijke impuls aan het ontstaan van talloze groeperingen, partijen en bewegingen.
Het oprichtingskongres van de grootste extreemrechtse organisatie, de Nationaal Demokratische Partij, vond in 1990 plaats. In oktober 1990 werd de Russische Nationale Eenheid opgericht onder aanvoering van Hitler-adept Aleksandr Barkasjov en in november van dat jaar vond de oprichting plaats van de Volks-Sociale Beweging, geleid door Viktor Jakutsjev. De oprichting van deze laatste beweging vond niet toevallig plaats op 9 november, de datum van de Rijkskristalnacht in 1938. De Volks-Sociale Beweging werd een voortzetting van de Nationaal-Sociale Unie, die op 9 november 1990 was opgericht.
De voorgeschiedenis van zowel de Russische Nationale Eenheid (RNE) als de Volks-Sociale Beweging (VSB, of volgens de Russische afkorting NSD) is nauw met Pamjat verbonden, een organisatie waar we nog nader op terug zullen komen. Jakutsjev is een ekonoom uit Moskou die ideologisch werk verrichtte voor het Nationaal-Patriottistisch Front Pamjat van Nikolaj Filomonov en in de Pamjatgroep die geleid werd door Dmitri Vasiljev. Eind 1989 had Jakutsjev binnen Pamjat al de groepering Het Derde Rome opgericht, die een gelijknamig blad uitgaf, als gevolg waarvan hij uit Filomonov's Pamjatgroep gestoten werd.
Aleksandr Barkasjov was lang aktief als propagandist van de militair-patriottistische opvoeding, een stroming binnen extreem rechts die de oprichting van paramilitaire organisaties op patriottistische grondslag ten doel had. Sinds 1985 was hij verbonden aan de Centrale Raad van de Pamjatbeweging en na de splitsing van Pamjat in 1988 koos hij de zijde van de Pamjatgroep van Dmitri Vasiljev. Binnen de Vasiljevgroep was Barkasjov verantwoordelijk voor het organisatiewerk. Vanwege zijn toenemende fascistische standpunten en zijn gedrag als 'Führer' werd hij in het najaar van 1990 uit Vasiljev's Pamjat gezet. Als reaktie hierop verlieten circa 50 leden de groep van Vasiljev. De meesten sloten zich aan bij de door Barkasjov, samen met Jakutsjev, opgerichte Nationale Eenheid voor een Vrij, Sterk en Rechtvaardig Rusland. Al snel kwam het tot ernstige konflikten tussen Jakutsjev en Barkasjov over het leiderschap van de beweging en al in november 1990 kwam het tot een breuk. Jakutsjev richtte de Nationaal-Sociale Unie op en Barkasjov de Russische Nationale Eenheid. Alle kontakten tussen beide leiders waren verbroken.
In oktober 1991 werd Jakutsjev leider van de Moskouse afdeling van Zjirinovski's Liberaal-Demokratische Partij van de Sovjet-Unie (LDPSU, heet inmiddels Liberaal-Demokratische Partij van Rusland, LDPR). Vanaf dat moment werd de Nationaal-Sociale Unie als jeugdorganisatie van de LDPR gezien. Het lidmaatschap van deze Unie bedraagt naar schattingen van het Antifascistisch Centrum in Moskou ongeveer 80 personen, terwijl de VSB volgens Jakutsjev nog zo'n 2000 leden heeft. Zowel door de Nationaal-Sociale Unie, als door de VSB, werd deelgenomen aan door Zjirinovski's organisatie opgezette aktiviteiten, zoals bijvoorbeeld de Mars van de Hongerrijen op 22 januari 1992. Jakutsjev is verder ook aktief binnen de Bond van het Gehele Russische Volk, een overkoepeling voor een aantal nationalistische groeperingen.
Barkasjov op zijn beurt is afgevaardigde in het 'parlement' van de Slavische Volksvergadering, waar de leden van zijn RNE de orde handhaven in de vorm van een garde. De Slavische Volksvergadering is een extremistische, sterk antisemitische organisatie. Aan het Derde Kongres van de Volksvergadering, gehouden van 17 tot 19 januari 1992, namen 700 afgevaardigden deel, waaronder een naaste medewerker van de toenmalige vicepresident Aleksandr Rutskoj, de vroegere KGB-generaal Aleksandr Sterligov. Barkasjov's RNE heeft een afdeling die zich bezighoudt met militaire training en een afdeling voor ideologische en organisatorische propaganda. Volgens Barkasjov heeft de RNE enige duizenden leden, maar is het aantal sympatisanten vele malen groter.
De programmatische uitgangspunten van zowel de VSB als de RNE hebben een sterk racistische inslag, en zijn voor een deel overgenomen van de Hitlerduitse NSDAP. Het belangrijkste wervingsterrein voor beide organisaties ligt in het leger en in de opvolger van de vroegere geheime dienst, de KGB. Beide groepen worden gekenmerkt door een strenge, paramilitaire discipline en een aantal naar binnen gerichte geheime aktiviteiten. Trouw aan de leiding is een basiseis en grote waarde wordt gehecht aan de uniformen die leden van beide groeperingen dragen.
InSudok, informatie- en dokumentatiecentrum over de (voormalige) Sovjet-Unie, postbus 11061, 5200 EB Den Bosch.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant in 1995


