"Israel Shahak en het joodse chauvinisme" is een door Peter Edel in november 1996 geschreven artikel. Wij nemen het binnen deze serie artikelen op vanwege de in de tekst voorkomende spanning tussen de begrippen "links" en "antisemitisme". De tekst is geschreven naar aanleiding van het in 1994 verschenen boek "Jewish History, Jewish Religion: the Weight of three thousand Years" van Israel Shahak, met een voorwoord van Gore Vidal.
De stelling rond de pogroms is niet het enige punt in Jewish History, Jewish Religion, the Weight of Three Thousand Years waar de balans bij Shahak naar de verkeerde kant lijkt door te schieten. Dat gebeurt hem in zijn overtuiging, dat de joodse religie voor veel ellende verantwoordelijk is, wel vaker. Wat meer nuance had in veel gevallen zeker op zijn plaats geweest. Helemaal omdat zijn argumenten in bepaalde gevallen koren op de molen zouden kunnen zijn van extreem rechtse antisemitische groeperingen. Wat dat betreft lijkt Shahak's werk dan ook een aantal gevaarlijke kanten te kennen. Het is echter niet erg waarschijnlijk dat Shahak's argumenten gebruikt zullen gaan worden door overtuigde neonazistische racisten. Zij zullen immers nooit de woorden van een jood willen erkennen. In het denkbeeldige geval dat Shahak's boek al voor de tweede wereldoorlog was geschreven, had het dan ook waarschijnlijk niet aan de boekverbrandingen van de nazi's kunnen ontkomen.
Dit laatste punt neemt echter niet weg dat de visie van Shahak ook op andere punten nogal eenzijdig van aard is. Zo doet hij het voorkomen alsof het racisme dat uitgaat van de Talmoedische literatuur een exclusief aspect is van het joodse geloof. In werkelijkheid ligt dat echter anders, want de praktijk toont aan dat discriminatie een wezenlijk bestanddeel is van vrijwel ieder religieus systeem.
Religies worden in de praktijk vaak gekenmerkt door discriminatie ten opzichte van andere religieuze overtuigingen, of in sommige gevallen zelfs van rassen. Zo vormden racistische interpretaties van de Bijbel voor blanke christenen vaak de inspiratie tot de onderdrukking van de zwarte bevolking in Zuid Afrika. Religie is echter niet alleen voor het westen een voedingsbodem voor discriminatie. Het komt bijvoorbeeld ook bij oosterse religies voor. In India geeft het 'kasten' systeem, dat zo kenmerkend is voor het Hindoe geloof, bijvoorbeeld vaak aanleiding tot discriminatie van bepaalde groepen binnen de samenleving.
Het joodse geloof vormt wat dit betreft geen uitzondering op andere religies. Als we Shahak mogen geloven gaat de discriminatie van vreemde groepen door het joodse geloof in veel opzichten echter verder dan bij andere religies. Waar het racisme dat andere religies kenmerkt, doorgaans gebaseerd is op een racistische interpretatie van een bepaalde leer, daar staat het in de Talmoed allemaal letterlijk beschreven.
De discriminatie van niet-joden door joden is volgens Shahak echter niet alleen gebaseerd op sociale, culturele of religieuze argumenten, zoals bij veel andere religies. Het kent in aanvulling daarop een specifiek raciaal karakter, dat een fictieve rassenstatus toekent aan bevolkingsgroepen, die eigenlijk alleen qua geloof of nationaliteit van elkaar verschillen. Zelf zien fundamentalistische religieuze joden zich ook zonder meer als ras, dat kwam al eerder naar voren.
De eerder genoemde middeleeuwse joodse denker Maimonides ging er aan de hand van de Talmoed zelfs van uit dat de joden als ras superieur waren. Zijn minachting ten opzichte van andere rassen had daardoor, op een omgekeerde manier, veel weg van de raciale standpunten, die de nazi's eeuwen later naar voren zouden brengen met betrekking tot joden.
2. De relatie van het socialisme met het joodse chauvinisme en antisemitisme.
Het zal duidelijk zijn dat Israel Shahak niets wil weten van de verschillende joodse wetten die racistisch zijn ten opzichten van niet-joden. Hij is dan ook een uitgesproken tegenstander van een religieus vorm gegeven samenleving en staatsinrichting en is er bovendien bang voor dat Israël meer en meer in deze richting afglijdt. In plaats daarvan is hij voorstander van een seculier systeem, dat veel overeenkomsten kent met wat Salmon Rushdie zich voorstelt met betrekking tot de moslimwereld. Shahak maakt zich met dit soort ideeën vanzelfsprekend niet geliefd binnen extreem religieuze kringen in Israël. Dat geldt echter lang niet voor iedereen in dat land, want Shahak benadrukt dat met name in Israël veel kritiek bestaat op het joodse chauvinisme, zoals dat door de middeleeuwse Talmoed wordt aangewakkerd.
Ook buiten Israël krijgt Shahak echter bijval wat betreft zijn opvattingen. Zo staat er op de omslag van Jewish History, Jewish Religion-The Weight of Three Thousand Years een lovende tekst van de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky. Zelf raakte deze een aantal jaar geleden in opspraak toen hij een voorwoord schreef voor een boek van de Franse revisionist Faurisson. Wat Chomsky hier eigenlijk echter probeerde te doen, was een statement te maken met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting wat betreft de geschiedschrijving van de tweede wereldoorlog. Het voorwoord in het boek van Shahak werd geschreven door de Amerikaanse schrijver Gore Vidal. Voor zowel Noam Chomsky als Gore Vidal geldt dat zij qua reputatie veel te verliezen hebben. Blijkbaar vormde die mogelijkheid voor hen echter geen bezwaar om hun naam te verbinden aan de controversiële stellingname van Shahak.
Shahak heeft verder een interessante visie op de relatie tussen extremistische joodse standpunten en het linkse activisme. Zelfs de meest extremistische opvattingen die er binnen extreem religieuze joodse groepen leven, zouden volgens hem ondersteund worden door sommige kringen binnen het linkse activisme. Dat zou men daar vooral doen in een drang om blijk te geven van schuldgevoelens met betrekking tot de vervolging die de joden door de geschiedenis heen heeft getroffen. Het leidt geen twijfel dat militante joodse stromingen de kunst verstaan om op dit soort schuld gevoelens in te spelen.
Om uiting te geven aan hun solidariteit met joden zou men er in dergelijke kringen binnen het linkse activisme zelfs geen problemen mee hebben, om mee te werken aan bepaalde historische misvattingen, die de bedoeling hebben om sommige minder positieve kenmerken van het joodse geloof in een wat gunstiger daglicht te stellen.
Het zijn volgens Shahak vooral deze linkse 'jodenvrienden' die met een grote felheid de kritiek op bepaalde negatieve joodse aspecten neersabelen. Dat doen zij volgens hem zelfs in een sterkere mate dan de meeste joden dat zelf doen. Volgens Shahak is de beschuldiging van antisemitisme het beproefde argument van linkse groepen om aanvallen op het joodse chauvinisme te pareren. Dit argument wordt volgens Shahak door dergelijke linkse groeperingen zelfs vaak gebruikt als er in werkelijkheid helemaal geen sprake van antisemitisme is. In hun heksenjacht hebben deze linkse groepen het blijkbaar erg moeilijk om het verschil te bepalen tussen terechte kritiek op het joodse religieuze systeem en het werkelijke (vaak op raciale gronden gebaseerde) antisemitisme. Doorgaans nemen zij echter geen risico's en vallen zij alles aan wat in de verte ook maar enigszins op dat laatste lijkt. Daar is menigeen tot zijn stomme verbazing het slachtoffer van geworden.
De linkse groepen waar Shahak het over heeft hameren er doorgaans op dat uitspraken over de holocaust en alles wat daar mee in verband staat, vooral op morele gronden gebaseerd moeten zijn. Daar is op zich niets op tegen in te brengen, maar het punt bij dit soort groepen is dat zij er van uit gaan dat historische correctheid ondergeschikt is aan politieke correctheid. Het is echter de vraag hoe de politieke correctheid die door dit soort linkse groepen wordt uitgedragen, gebaseerd kan zijn op historische deformatie.
Het berust volgens Shahak op een misverstand dat de opstelling ten aanzien van joden door linkse groepen alleen het gevolg zou zijn van de tweede wereldoorlog. Hoewel het in eerste instantie een redelijke veronderstelling lijkt dat de (linkse) kritiek die er vroeger heeft bestaan ten opzichte van het joodse chauvinisme, de mond is gesnoerd naar aanleiding van de holocaust, ligt het volgens Shahak toch anders. Volgens hem gaat de relatie tussen linkse kringen en het joodse racisme veel verder terug in de geschiedenis. Er zou zelfs altijd al een verbinding hebben bestaan tussen links en het joodse racisme, al zijn de argumenten die Shahak wat dit betreft noemt niet anders dan mager te noemen. Hij wijst er op dat de socialist Moses Hess (één van de vroegste vrienden van Karl Marx), regelmatig blijk zou hebben gegeven over zijn ideeën met betrekking tot de superioriteit van het joodse ras. Shahak voegt hier verder aan toe dat het Duitse socialisme er later in de strijd tegen het Duitse racisme, de voorkeur aan gaf om te zwijgen over joodse racistische gevoelens. Veel verder komt Shahak niet met zijn argumenten wat betreft de relatie tussen links en het joods chauvisnisme. Dat neemt echter niet weg dat de visie van Shahak wat dit betreft enigszins aansluit bij rechtse theoriën uit de VS, waarin wordt gesproken over een joods bolsjewistische samenzwering. Ook wat betreft zijn visie op het socialisme is de nuance bij Shahak weer ver te zoeken. Zo gaat hij totaal voorbij aan ontwikkelingen binnen het socialisme die in een heel andere richting wijzen dan een verband met het joodse chauvinisme. Het antisemitisme is immers ook bij links terug te vinden.
Het meest extreme voorbeeld daarvan is natuurlijk het Stalinistische bewind, waar veel Russische joden het slachtoffer van zijn geworden. Maar ook na Stalin is er in de Sovjet Unie en andere oostblok landen nog vaak sprake geweest van heftige uitbarstingen van antisemitisme (7). In Polen vonden die zelfs na de tweede wereldoorlog nog plaats en het is dan ook niet vreemd dat veel Oost Europese joden de wijk namen naar Israël. De vervolging van joden door communistische landen is overigens één van de vele redenen om de veronderstelde joods bolsejwistische samenzwering naar het land der fabelen te verwijzen.
Maar ook buiten de Sovjet Unie kende het communisme vaak antisemitische trekken. Vooral in Frankrijk is dat waarneembaar geweest. Zo bleek uit een enquete die er in de jaren 70 en 80 onder Franse communisten werd gedaan dat een kwart van hen van mening was dat er toen te veel joden in Frankrijk leefden.
Maar ook meer recentelijk staat de relatie tussen links en het antisemitisme ter diskussie. Dat gebeurde afgelopen jaar nog naar aanleiding van de Franse revisionist Garaudy (8). Aanleiding tot deze diskussie vormde de bijval die Garaudy kreeg van de in Frankrijk voorheen erg populaire mensenrechtenwerker Abbé Pierre. Garaudy beweert in L'affaire Israel: Le sionisme politique uit 1983 dat Israel de holocaust heeft misbruikt door het als bestaansrecht aan te grijpen. Verder vergelijkt hij het Israëlische zionisme met het nationaal socialistische 'lebensraum' concept (9).
Ook met de relatie tussen links en het joodse chauvinisme lijkt Shahak alles bij elkaar de plank flink mis te hebben geslagen. Want met de verschillende manifestaties van het antisemitisme binnen het communisme kent links wel degelijk antisemitische verschijningsvormen. Daarmee wordt de stelling van Shahak, wat betreft de door hem veronderstelde onverbrekelijke relatie tussen linkse en het joodse chauvinisme, in ruime mate geweld aangedaan.
Het dient opgemerkt te worden dat er naast de twee genoemde uitersten tegenwoordig weinig of geen mogelijkheden zijn om vanuit links perspectief in dit verband iets te ondernemen. Het is vandaag de dag dan ook erg moeilijk om vanuit links perspektief het antisemitisme te bestrijden, als men daarbij niet de realiteit van het joodse chauvinisme uit het oog wil verliezen.
Dat de situatie ooit anders was blijkt wel uit het linkse activisme in Nederland, dat zich in de jaren 70 en 80 nog alom solidair kon verklaren met het lot van het Palestijnse volk. Dat hier tegenwoordig zo weinig van over is, komt omdat de begrippen antizionisme en antisemitisme meer en meer met elkaar geassocieerd zijn geraakt. Vooral het linkse activisme, zoals dat door Shahak wordt besproken, heeft er problemen mee om deze begrippen van elkaar te scheiden. Dat leidt er tegenwoordig al snel toe dat solidariteit met de Palestijnen tegen de staat Israël, met antisemitisme in verband wordt gebracht.
Het leidt dan ook geen twijfel dat in het geval Jewish Religion, Jewish History-the Weight of Three Thousand Years niet was geschreven door een jood, de schrijver zonder meer van antisemitisme zou zijn beschuldigd. Het valt zelfs te veronderstellen dat de schrijver in dat geval strafrechtelijke vervolging boven het hoofd had gehangen. Nu blijkt dat dit boek door iemand is geschreven die in Bergen-Belsen heeft gezeten, lijken de kaarten anders te liggen, maar is dat wel zo? Want waar niet-joden, die kritiek hebben op het joodse religieuze systeem de mond gesnoerd wordt met de beschuldiging van antisemitisme, worden joden die zich op een soortgelijke manier opstellen vaak verondersteld 'zelfhaters' te zijn. Iets dergelijks overkwam ook Hannah Arendt naar aanleiding van Eichman in Jerusalem, a Report on the Banality of Evil. De kritiek op het joodse systeem waar het bij Shahak om gaat heeft echter net zo weinig met zelfhaat van joden te maken te hebben, als met antisemitisme door niet-joden. In plaats daarvan is er bij hem, ondanks zijn gebrek aan nuance, sprake van kritiek op een religieus systeem, dat net als andere dogmatische religieuze instituten, zoals het Rooms Katholicisme en de Islam, eigenlijk niet meer van deze tijd is.
Zoals gesteld gaat Shahak er van uit dat deze kritiek vooral in Israël gehoord kan worden. Wat binnen Israël niets anders is dan verzet tegen de gevestigde macht, wordt buiten dat land echter al snel antisemitisme genoemd. Mede door toedoen van de door Shahak bedoelde linkse groepen is er buiten Israël dan ook slechts beperkte kritiek op het daar heersende systeem mogelijk. Bovendien heeft de kritiek die er wel is doorgaans betrekking op politieke aangelegenheden, maar vrijwel nooit op de religieuze achtergronden die hier aan ten grondslag liggen. Dit heeft er toe geleid dat er in de wereld langzamerhand een totaal vervalst beeld is ontstaan over de geschiedenis van het joodse geloof en vooral van de negatieve kanten daarvan.
Het is in de opinie van Shahak echter van groot belang dat het joodse geloof met het eigen verleden in het reine komt. Het is volgens hem niet mogelijk om het antisemitisme doeltreffend te bestrijden, zonder ook naar de zwarte pagina's uit de joodse geschiedenis te kijken. Zolang dat niet gebeurt lijkt er altijd een voedingsbodem te zullen blijven bestaan voor de ontwikkeling van antisemitische tendensen, zoals die zich in het neonazisme en het revisionisme wederom openbaren. Shahak stelt zelf dat: 'The maxim that those who do not learn from history are condemned to repeat it, applies to Jews who refuse to come to terms with the Jewish past'.
Zo lang iedere aanzet om de negatieve aspecten van het joodse geloof in beschouwing te nemen echter als een vorm van antisemitisme neergesabeld blijft worden, lijkt er weinig kans op te zijn dat zich een dergelijk bewustwordingsproces onder religieuze joden zal kunnen ontwikkelen. In plaats daarvan wordt kritiek op het joodse chauvinisme, vaak op één lijn gesteld met het raciale antisemitisme dat het nationaal socialisme kenmerkte. En dat is feitelijk volstrekt onterecht, want de kritiek op de minder positieve aspecten van het jodendom, is iets totaal anders dan de rassenwaan die bij de nazi's centraal stond.
Begin artikel | Vervolg artikel
Dit artikel is verschenen als speciale bijlage in de digitale versie van Kleintje Muurkrant in 1997