Antroposoof, laat u kennen

Na publicatie van het artikel 'bloed is een zeer bijzonder sap' was ik zeer benieuwd wat de reactie vanuit de antroposofische hoek zou zijn. Mijn vreugde was dan ook zeer groot toen ik een reactie zag staan onder de titel 'zin en onzin over de antroposofie'. 'Bloed is een zeer bijzonder sap' bood de antroposofische beweging een goede mogelijkheid om uit te leggen hoe de discussie over de racistische theorie van Steiner binnen de antroposofische beweging zelf gevoerd wordt. Mijn vreugde over het artikel 'zin en onzin over de antroposofie' sloeg alras om in een hevige teleurstelling. Niets geen uitleg over de positie van de antroposofie heden ten dagen. Slechts een botte ontkenning en bagatelliseren van het feit dat Rudolf Steiner een racistische theorie in zijn boeken heeft beschreven. Het was noch Hitler, noch Haushofer die in het boek 'bloed is een zeer bijzonder sap' speciale betekenissen aan diverse rassen toekende. Tevens was het niet de auteur van het artikel die het uit zijn grote duim zoog. Het was Steiner die vanuit zijn theorie over het ontstaan van de mensheid een hiërarchie in rassen aanbracht waarbij het Europees-Indische ras aanzienlijk verder in de menselijke ontwikkeling staat dan andere rassen.
Dit onderdeel in de antroposofische leer lijkt me geen klein detail in het geheel van denken, voelen en willen. Als je het nodig vindt om een alles omvattende theorie over de mensheid te geven, lijkt me het ontstaan van de mensheid één van de kernzaken. Wijs je, als antroposoof, deze kernzaak af dan lijkt het mij dat de hele antroposofische leer gaat wankelen. Dat je gaat twijfelen over de juistheid van allerlei zaken die je tot dan toe als onomstotelijke waarheden hebt aangehangen. Of je jezelf vanuit deze twijfel gesterkt voelt ten aanzien van de antroposofie, of juist afkerig, doet niets af aan de noodzaak om af en toe eens flink te twijfelen.
Is er, vanuit de antroposofie, geen discussie over het racistische karakter van de theorie over het ontstaan van de mensheid mogelijk, dan lijkt het me niet gepast om als linkse 'idealist' samen te werken met een zich antroposofisch idealist noemend persoon. Zonder discussie verwordt het idealisme tot een dogmatisme van een mens die zich vanuit de eigen dogmatiek een beter mens acht dan een ander.

Edoch, mijn nieuwsgierige, onderzoekende, weliswaar vanuit uw optiek wellicht wat laag in de menselijke ontwikkeling staande geest is nog steeds zeer benieuwd naar de discussie vanuit de antroposofie zelf. Aan u, antroposofisch ingestelde mensen, de uitdaging om het vermeende racisme van de antroposofie voor altijd en eeuwig uit mijn wereld te helpen.


Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 293, januari 1996

hoofdmenumail reactie