"Het is de hoogste tijd om tegenover de overheidspropaganda voor de spoedige terugkeer van de ingestorte werknemer aan het arbeidsfront een privé-brief over het vredige nietsdoen te stellen", schrijft Ewald Vanvugt in het onlangs verschenen "Brief aan een overspannen werknemer". Een gesprek over de zin van het nietsdoen.
door Marina Groen
In 1983 telde Nederland zo'n miljoen werklozen; zeventien jaar later zijn de werklozen weliswaar nagenoeg verdwenen, maar telt ons land bijna een miljoen arbeidsongeschikten. In 1983 verscheen van de hand van Ewald Vanvugt "Brief aan een Nieuwe Werkloze", in 2000 leek het uitgeverij Baalprodukties een goed idee het boek opnieuw in aangepaste vorm opnieuw uitgegeven onder de actuele titel "Brief aan een overspannen werknemer".
Het boek gaat over stress en de zin van het nietsdoen. Het is in de woorden van Vanvugt "geen haastige oproep tot onthaasting. Het is een lofzang op het luieren die energiek het nietsdoen van haar gangbare opvattingen gaat ontdoen, tot zij hier naakt voor ons zal staan, en misschien niet langer een spook, maar juist een aantrekkelijke verschijning zal zijn."
Het boek heeft, zoals de titel al doet vermoeden, de vorm van een brief. De overspannen werknemer is zijn (fictieve) broer die zijn hele leven heeft gericht op geld verdienen en carrière maken. Nu is hij echter onder de druk bezweken, zoals veel van de ruim 900 duizend arbeidsongeschikten die Nederland eind vorig jaar telde. Staatssecretaris Hoogervorst die bang is dat hier de komende jaren elk jaar 15 duizend mensen bij zullen komen, heeft dit voorjaar voorgesteld werkgevers te straffen die niet helpen hun werknemers weer aan de slag te helpen, en WAO'ers die met behoud van uitkering gaan werken een bonus te geven. De overheid blijft de uitgerangeerde mensen opjagen om al vanuit de ziekenboeg weer 'passende arbeid' te zoeken. Ook na veertig arbeidsjaren mag het nog niet genoeg zijn: in het jaar 2000 moet er weer gewerkt worden tot in het graf. En wie geen werk kan vinden, moet tot op het doodsbed blijven solliciteren om in aanmerking te komen voor begrafeniskosten. Kortom het taboe van 2000.
"Brief aan een overspannen werknemer" is propaganda voor het 'nietsdoen', en voor de zelfontwikkeling. "In het boek schrijf ik aan mijn overspannen broer, maak je niet zo druk, probeer je rust te bewaren, dan vind je vanzelf weer iets waar je schik in hebt. De druk van buitenaf kan je het gevoel geven dat je niets meer kunt, je mag niet meer, je bent niks. Het gevaar is dat je jezelf inderdaad als een kneus gaat zien." Vanvugt adviseert zijn broer zich niet te laten opfokken. "Je bent niet zielig. Het motto van het boek is dan ook; een mens heeft een helder verstand nodig, of een juk. De moeilijkheden van een mens beginnen pas als hij kan doen wat hij wil, wanneer het juk je afgenomen is."
Vanvugt vindt dat er in het onderwijs les gegeven zou moeten worden in het 'nietsdoen'. Raak niet meteen in paniek als je niets te doen hebt, is wat ons Vanvugt ons keer op keer voorhoudt. Onderwijzers die met dit idee aan de slag willen kunnen putten uit het rijke notenapparaat in het boek.
Vanvugt schrijft dat onze oudste en meest verheven voorouders niet het werken maar juist het nietsdoen aanwijzen als de zin van ons leven. Zelf is hij nogal actief. Hij publiceerde onder meer romans en non-fictieboeken over koloniale geschiedenis, de islam, de opiumhandel in Oost-Indië en het verschijnsel van menselijke resten in musea. Is dit niet in tegenspraak met het betoog in zijn boek?
Vanvugt: "Een beetje wel. Maar in het boek tracht ik duidelijk te maken dat er een groot verschil bestaat tussen arbeid en werk. In een van de voetnoten onderscheid ik de "animal laboran's", het werkende dier, en de "homo faber", de makende mens. "Animal laboran's" staat voor de arbeid die verricht wordt om in je levensonderhoud te voorzien. De "homo faber" ontwikkelt zichzelf en schept daar genoegen in. Nu ik ouder ben werk ik vrij veel, in tegenstelling tot vroeger. In mijn jonge jaren heb ik veel gereisd en werkte ik minder. Ik maakte grote reizen, onder andere een van drieëneenhalf jaar door Azië. Naast het 'niets'doen heb ik in die jaren een aantal boeken en tijdschriftartikelen geschreven. In mijn boek staat dat je in principe nooit 'niets' doet."
"Tijdens deze reizen heb je contact gehad met andere culturen. In hoeverre is dit van invloed geweest op jouw idee over werken?"
"In elke samenleving wordt je een patroon voorgehouden hoe je je leven moet inrichten. Doe je daar niet aan mee, dan mankeert er wat aan je. In Azië bestaat een totaal ander patroon. Men houdt zich daar bijvoorbeeld niet erg strikt aan de klok of aan afspraken, zij leven meer op hun gevoel. Spreek je bijvoorbeeld om twee uur af, dan is de kans groot dat de ander er pas om half vier is. Terugkomend op het patroon dat ons hier voorgehouden wordt, denk ik dat bijna iedereen een keuze heeft. Men kiest ervoor om geld te verdienen, wat inhoudt dat je jezelf in dienst stelt van anderen, te vergelijken met een soort 'vrijwillige slavernij'. Of men kiest ervoor zichzelf te ontwikkelen."
"Zie je een verandering in het denken over arbeid?"
"Je ziet overal weer de keiharde propaganda die aanspoort tot werken. Op alle mogelijke manieren worden mensen tot arbeid gedwongen. Werk je niet, dan is er blijkbaar iets mis met je. De overheid en het bedrijfsleven hebben op dit moment veel behoefte aan arbeidskrachten. Maar een ieder die werkt voor een loon, die werkt om anderen rijker te maken. Geen enkele werkgever neemt iemand in dienst als hij daar zelf niet beter van wordt. Dat staat ook in het boek: arbeid betekent dat A ervoor zorgt dat B rijker wordt."
"In het boek zeg je dat je een voorstander bent van ruilhandel om zo niet mee te werken aan het vergroten van de kas van de staat, die een deel van het geld gebruikt voor bijvoorbeeld militaire doeleinden. In hoeverre zijn jouw ideeën hierover realiseerbaar? Om maar met de deur in huis te vallen, hoe kom jij zelf aan je geld?"
"Ik leef van mijn pen. Ik schrijf artikelen voor verschillende bladen, zoals Vrij Nederland. Ik heb voor allerlei bladen gewerkt, Playboy, de Gids, het Parool en de Volkskrant. Wat de ruilhandel betreft, in Nederland functioneren al jaren zogenaamde LET-systemen waarbij je iets in ruil doet voor een waardebon, die je weer kunt besteden. Er vindt dus geen directe ruilhandel plaats. Deze zijn kleinschalig opgezet. Ik geloof echter niet dat de hele samenleving op zo'n manier kan draaien, een dergelijke verandering zal naar mijn idee nooit kunnen plaatsvinden."
"Er zijn twee soorten arbeidsongeschikten, de overspannen werknemer, en mensen met problemen van fysieke aard. Wat raad je mensen aan die om een van deze redenen niet meer kunnen of mogen werken, maar wel graag willen."
"Ik zie mezelf niet als een goeroe die mensen hierin kan adviseren, of die een recept kan voorschrijven. Ik ben in eerste instantie een schrijver, ik ben met taal bezig. Ik denk dat het zoeken naar een weg om je te kunnen ontwikkelen al heel wat is. Maar nogmaals, ik werk en speel met taal, ik schrijf, en wat mensen daar verder mee willen doen is hun zaak. Ik hoop dat het boek wat losmaakt bij de lezers, maar wat precies weet ik niet."
"Je hebt veel geschreven over het kolonialisme, wat zijn jouw beweegredenen hierachter?"
"Men krijgt een bepaalde waarheid voorgespiegeld, terwijl als je verder kijkt een hele hoop dingen die als waarheden worden verkondigd, ficties blijken te zijn. Propaganda en leugens. Ik ontdekte dat de Nederlandse overheid miljoenen verdiend heeft aan het verkopen van opium in Azië, en bijna niemand had enige notie van de kolossale omvang van deze handel. In 1985 heb ik daarover het boek "Wettig opium" geschreven. Wat mij boeit aan het kolonialisme is dat de wereld van nu ondenkbaar is zonder het kolonialisme van vroeger. Een zichtbaar gevolg van het kolonialisme is bijvoorbeeld het kleurrijke Nederland van tegenwoordig. Het kolonialisme heeft de vermenging van de wereldbevolking op gang gebracht. Als je je verdiept in het kolonialisme, zou je kunnen concluderen dat veel mensen uit de vroegere kolonies het recht hebben hier te zijn. Voor mij betekent het dat je niet klakkeloos alles moet aannemen wat je voorgespiegeld krijgt. In dit opzicht ben ik wellicht toch een soort goeroe.
Ewald Vanvugt, "Brief aan een overspannen werknemer", Baalprodukties Sittard, 2000 (bestellen via 046-4524803)Dit artikel is eerder gepubliceerd in actieblad Ravage.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 349, 20 oktober 2000