Direct responses op dit artikel

kinderen, hun dealers en handlangers

Wie de jeugd drogeert...

Tot in de vorige eeuw bestond in Nederland gedwongen winkelnering. Kocht je niet bij de baas, tegen woekerprijzen, dan kon je daardoor stevige problemen krijgen. Een opkomende arbeidersbeweging bood toenemend verzet tegen zulke praktijken, waardoor uiteindelijk het bedrijfsleven gedwongen werd deze te staken.

door eric zwitser

Om toch tot een bevrediging van de agressieve verkoopdrang te komen bedachten de geldmakers vervolgens andere vormen van klantenbinding: er kwamen allerlei zegel-, spaar- en plakplaatjessystemen om de klant maar aan zich te binden, lees: koopverslaafd te maken aan één bepaald merk of één bepaalde winkelketen. Bejaarden als ik herinneren zich, onder veel meer, als één van de meer aansprekende de avonturen van Flipje, het Fruitbaasje van Tiel: decimeterlange stripstroken die in een album van jamfabriek De Betuwe konden worden geregen. Van het zeepmerk Castella konden de papieren "cameeën" worden gespaard. Bij de VIVO-kruidenier kreeg je zegeltjes en bij De Gruyter oranje kassabonnetjes waarmee een tegoed kon worden opgebouwd. Deze laatste bedacht ook "het snoepje van de week" voor de kinderen. En op rommelmarkten vind je nog altijd massaal zestiger en zeventiger jaren speldjes en sleutelhangers, liefst een hele serie per product: "Mam, neem je drie pakjes Blue Band mee, want ik heb speldjes nummer twee, vier en zeven nog niet."
Toch stelde het allemaal niet heel veel voor. Het ging nog om gezond verstand-psychologie van de koude grond, voor veel consumenten duidelijk, zodat men redelijk vrij kon beslissen er al dan niet aan mee te doen. Nu, tientallen jaren verder, pakt het bedrijfsleven het heel wat professioneler aan. Horden geldgeile creativiteits-yuppen en moraal-gedeformeerde psychologen adviseren het bedrijfsleven maar al te graag hoe de (potentiële) klant veel ongemerkter een artikelkeuze kan worden opgedrongen. De markt overspoelen en door een massaal aanbod vraag creëren is één van de methoden. In combinatie met, bijvoorbeeld, de zich als een naïeve artistiekeling - maar ondertssen - profilerende Dick Bruna, leidt dat tot rampzalige gevolgen. Streekeigen kinderverhalen worden wereldwijd steeds meer verdrongen door het geneuzepeuzel van het eenheidskoNijntje, dat een massaal bejubelde gelijkvormigheid neerzet met een succes waarvan zekere "Germanen" in de eerste helft van de vorige eeuw niet eens durfden drómen. En de merchandising borduurt voort op het idee van speldjes-in-serie: "Mam, mag ik een Nijntje-horloge, dat staat zo leuk bij mijn Nijntje-rugzak, -sokken en -schoenen." Kennelijk gaat daarbij niets te ver: zo verkocht afgelopen december een groot warenhuis volledig met Nijntje-frutsels opgetuigde kerstbomen.
Wijlen Walt Disney, door wiens studio's nog altijd een orgie van verkrachtingen raast waaraan geen enkel verhaal uit de wereld(kinder)literatuur schijnt te kunnen ontkomen: Alice in Wonderland, Tarzan, Aladdin, Winnie The Pooh, de studio-medewerkenden discrimineren absoluut niet, àl deze klassiekers worden genadeloos gelijkgeschakeld waarna zij verder nog slechts Disney-versiaans opgekreupeld door het leven kunnen strompelen als nog niet eens B-lectuur. Wat er toe leidde dat enkele jaren terug, richting jaarwisseling op jacht naar een leuke kinderkalender voor mijn zoontje (dank u voor het compliment, inderdaad, ik ben een vitále bejaarde, jonge vriendin en zo, ja, leuk hè? Tenslotte kan je je niet alléén met ellende bezighouden!) slechts vier "verschillende" versies van één type eenheidskalender - zelfde formaat, zelfde calendarium - te vinden bleek, drie voorzien van diverse door Disney omgebouwden en één besmet met die Brunale krengen waardoor je naar myxomatose gaat verlangen. Winkel na winkel n“èts anders aan kinderkalenders te koop!

Kinderen aan de drugs
Deze ontwikkeling is niet minder gevaarlijk dan een Haider met zijn Ski Heil-beweging. Het aankweken van deze "hebben-hebben/meer-meer"-mentaliteit werkt in de hand dat, vooral onder kinderen, het "recht" van de sterkste weer steeds meer geldend zal worden. Daarnaast leren kinderen door het uitermate eenzijdig aanbod niet meer zèlf keuzes te maken, maar integendeel klakkeloos achter de marktleider aan te lopen. Allebei zaken die een bijzonder gunstige voedingsbodem vormen voor het fascisme.
Begonnen met het door psychologisering steeds meer uitbuiten van rages die in mijn jeugd bestonden uit min of meer onschuldige en elkaar afwisselende vlagen van knikkeren, prik- of zweeptollen bereikten via onder meer de flippo's van zoutjesboer Smith peuters, kleuters, keuters en leuters de status van volwaardig consument. Letterlijk niet zonder slag of stoot, want werden heel wat kinderen tot akelig fanatieke flippofielen mismaakt, nog gekker werden van deze bewust opgewekte verslaving vele ouders: ik heb er letterlijk enkele op de vuist zien gaan bij een poging het flippo-album iets minder incompleet te krijgen: "Zo kind, ik heb nummer 343 voor je, maar je kunt beter een paar weken maar niet bij Patrick gaan spelen." En de ene serie was nog niet compleet of de volgende werd al in omloop gebracht.
Ooit was er een, meen ik, milieugroepering die een affiche uitbracht met daarop een zwangere vrouw en een tekst die ongeveer luidde "Voor onze economie zouden we zelfs ons vruchtwater vergiftigen". Inmiddels is deze tekst ruimschoots door de feiten achterhaald. De economie zou wel gèk zijn foetussen te vergeven, baby's en peuters vormen een véél te grote afzetmarkt: zie het fenomeen Teletubbies. Op een walging opwekkende wijze werden ouders er middels hun gek gemaakte kindertjes toe geprest deze spraakgemankeerde misgeboorten uit een door een infantiel grijnzend zonnetje beschenen vacantieparadijs aan te schaffen.
En nu hebben we dan Pokémon, wéér een stapje in de richting van de finale natte marketingdroom. Uiterst bewust wordt kinderen een verslaving bijgebracht, met voor de samenleving alle gevaren vandien. Kinderen worden modeljunks: van afkickverschijnselen, die zolang de drug gescoord kan worden nauwelijks zullen voorkomen want ze w“llen helemaal niet afkicken, tot zwarte markt-heroïneprijzen. Maakt ze niet meer uit wááruit en hoè gejat wordt, huishoudportemonnee of tasjesroof, van elkaar of uit een winkel, de dope moèt gescoord, Pokémon moèt er komen.

dealers en hun handlangers
Net als in de "echte" drugswereld zijn ook hier gewetenlozen aan te wijzen die tegen ruime betaling aansturen op het aankweken van een verslaving. Het blad ZoZitDat is daarvan een sprekend voorbeeld. In het verleden ben ik al eens met de redactie in de slag geweest met betrekking tot de overvloed aan taal-, stijl- en zetfouten in het blad alsook de verhouding tussen (sluik)reclame en redactionele pagina's (zie de rubriek "Het bedrijfsleven e.o." in het vorige en dit Kleintje). In ZoZitDat maart 1999 kun je je via een aanmeldingsstrook op pagina 35 opgeven als abonnee op het blad. Net als delen van de voorzijde omslag en pagina 17 wordt het overige driekwart deel van deze pagina geheel gewijd aan Pokémon-promotie onder de kop: "gratis starter set Pokémon bij een jaarabonnement op ZoZitDat!"
Ook inhoudelijk verandert er iets: hangt bij Nijntje, Teletubbies, Disney-Pooh en consorten de wereld nog (soms tot spugens toe) van rozegeur en maneschijn aan elkaar, kennelijk achten de psychologen de kinderen (en hun ouders) inmiddels voldoende rijp gemaakt voor een andere benadering. Van de afgebeelde Pokémon-kaarten druipt de gewelddadigheid af met kreten als: "Super Fang does damage to the Defending Pokémon", "Pokémon's attacks", "This attack does 30 damage" en "Pikachu does 10 damage to itself". Dat agressief karakter van Pokémon spoort met mijn waarneming gedurende de enige keer dat ik een Pokémon-uitzending op televisie volgde: vechten uitsluitend om het vechten en als je wint, is je beloning verder te mogen vechten. Omwille van de commercie wordt onze kinderen deze levensgevaarlijke nonsens massaal ingepompt. De hypocriete maatschappij blijft zich ondertussen maar verbazen dat kindertjes zo gewelddadig zijn tegenwoordig. Ja, ráár hè, wanneer ze bijgebracht wordt dat vechten een "mogen" is, een "genot" dat net als bij fysiek toegediende drugs een kick geeft?!
De Volkskrant van 16 februari jl. meldt dat een aantal scholen een Pokémon-verbod heeft uitgeroepen: zo zag "Basisschool de Binnenstad in Maastricht het schoolplein veranderen in een beursplein en verbood de handel." Pokémon-kaarten blijken van enkele tot 85 gulden per stuk te doen. Een joch van twaalf heeft "wel voor vierhonderd gulden aan Pokémon-kaarten." En: "In Den Haag werd een achtjarige van zijn fiets geslagen en van zijn kaarten beroofd." Een variant daarop overkwam mijn achtjarige zoon. Die werd door een iets oudere jongen gesommeerd deze een Pokémon-videospel te leveren; zo niet, zou hij in elkaar geslagen worden. Dat hij helemaal geen Pokémon-trash bezit bleek daarbij niet van belang: dan moest-ie maar zien dat-ie eraan kwam. Het artikel noemt Hasbro als fabrikant van Pokémon. Hasbro heeft een Nederlandse vestiging in Utrecht en is eveneens fabrikant van K'NEX: "K'NEX is wereldwijd bekroond met belangrijke onderscheidingen." Volgt een scala aan Belgische "Toy and Baby Business Toy Award-" prijzen en nominaties en prijzen en uitverkiezingen van de Stichting Goed Speelgoed Nederland. Gedurende 1998 en 1999 had ik een vrij uitvoerige correspondentie met Hasbro, waarin ik (onder het nodige meer) ook inging op "een extreem onfrisse vorm van agressieve verkoop" in welk verband ik opmerkte dat "potentiële kopers met de aanschaf van hun eerste K'NEX-set wel een erg commerciële variant van een never ending story in de kinderkamer binnenhalen." Het eerdergenoemde Volkskrant-artikel: "Fabrikant Hasbro komt binnen een maand met een Pokémon-speelgoedlijn van knuffels tot monopoly."
Mag ik constateren dat Hasbro de eerder door mij met betrekking tot K'NEX gesignaleerde verkoopagressieve mentaliteit in verhevigde mate tot uitdrukking laat komen aangaande Pokémon? Als uitsmijtster van het artikel slaat de dertienjarige Desiree haar handen voor haar ogen: "Strakjes leven we in een Pokémon-wereld. Vet eng!" Waar zijn bedrijven als Hasbro mee bézig: moeten we, om onze kinderen te beschermen, spéélgoedwinkels op gaan blazen??!!


Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 344, 5 mei 2000

hoofdmenu mail reactie