In het NRC van 21 september jongstleden beschreef Harry van Wijnen in zijnartikel "Vrije jongens heroverden eigenhandig nazi-buit" hoe kort nade oorlog zogenoemde recuperatieteams Duitsland introkken om terug te stelen watvan ons was. Van koeien tot diamanten, van machines tot effecten van hetKoninklijk Huis.
Om deze strooptochten van een flauw legaal tintje te voorzien beschikten dezeteams over door prins Bernhard getekende passepartouts. De man die achter deschermen aan de touwtjes trok was de voormalige OD (Orde Dienst)-voorman envriend van de prins, kolonel P.J. Six.
Deze notoire intrigant had een dikke vinger in de pap bij de sectie II BDvan het Militair Gezag, die eerst onder leiding stond van de juridisch adviseurvan prins Bernhard, prof. mr. J.M. van Bemmelen, en later van overste S.M.S.Reitsma. De sectie diende zich organiek bezig te houden met het opsporen,interneren en bewaken van politieke delinkwenten. Maar in de praktijk groeide IIBD al snel uit tot een soort inlichtingendienst, waarbij Six en uiteraard deprins de dienst uitmaakten. Dat Six in deze context herhaaldelijk in aanvaringkwam met zijn "collega" van het Bureau Nationale Veiligheid - de doorhem als "rood" bestempelde Wim Sanders - lag voor de hand.
Uitzijn II BD-reservoir putte Six veelal zijn kandidaten voor de recuperatieteams.Hadden hun kaalplukakties nog een zweem van rechtvaardigheid, de andere zakenwaarmee deze paladijnen van de prins en Six - die elkaar voor de oorlog alkenden dankzij hun gedeelde liefde voor de ruitersport - zich bezighielden,konden daar zeker niet op bogen. Zo blijkt uit officiële verklaringen, datin het najaar van 1945 in het hoofdkwartier van II BD in de AmsterdamseMichelangelostraat (tijdens de oorlog de woning van Lydia Bos, de vriendin vanSD-Aussenstelleleiter Willy Lages) duistere plannen werden gesmeed.
Incriminatie
In die tijd deden hardnekkige geruchten de ronde, dat de communisten zichaan het bewapenen waren voor een greep naar de macht. Six wilde voedsel gevenaan die geruchten door vanuit België een kist met wapens te laten smokkelenen te bezorgen op het adres van een nog nader te selecteren communistischevoorman. Daarna zou een "heterdaadje" volgen en de pers zou de restdoen. De leiding bij de uitvoer van dit plan delegeerde hij aan zijnrechterhand, Guillaume Meertens.
Meertens was een hoog gekwalificeerdeV-Mann geweest van zowel de later als de beul van Lyon berucht geworden KlausBarbie, als de na de oorlog door koningin Juliana gegratieerde SD-chef WillyLages. Toen de Duitse kansen om de oorlog te winnen wat leken te keren, begonhij wat voor de Duitsers onschadelijke informatie uit de SD-keuken richting Sixte sluizen, die hij kende via zijn broer. De rechterhand van Six was overigensde
bekende KLM-piloot Gerben Sonderman, die tot de kennissenkring van KlausBarbie behoorde en later in de oorlog nog onderdook bij de kunstinkoper vanGoering, Alois Miedl. Gevoegd bij het feit, dat een van de aktiefste handlangersvan Six in 1942, de adelborst Pasdeloup, een informant van de Duitsers was,geeft dat een aardige indicatie hoe het verzet van de club rond Six in elkaarzat. Opvallend is dat de hierboven genoemde Nederlanders alle drie na de oorlogeen warm plekje vonden in de coterie van de prins. Meertens maakte zich aan het einde van de oorlog nog verdienstelijkvoor de club van Six om met Lages, die toen een heftige relatie onderhield metde al genoemde Lydia Bos, te onderhandelen over de voorwaarden waaronder dezezich diende over te geven om het er eventueel levend af te brengen.
Deze aktiviteiten ten behoeve van Six hadden Meertens in de eerste tijd nade oorlog vooralsnog buiten de gevangenis gehouden.
Hoe dit ook zij, in hetkader van het II BD-plan om de communisten te incrimineren zond Meertens agentAlex Sternheim naar België om kontakt op te nemen met de Antwerpseonderwereld.
Sternheims poging eindigde bij de halte wijn en trijn. Inarren moede stuurde Meertens daarna een andere agent, Charles Dijkmans, naar eenoude kennis uit het Amsterdamse milieu, Walter Schoonenberg, de broer van dehoofdredakteur van De Waarheid in die tijd, Fred Schoonenberg. Walter was eenvoormalige Wehrmachtinkoper die naar België was gevlucht en binnen hetmisdaadsyndicaat van de beruchte Rotterdammer Peter Louis Henssen een grote rolspeelde bij het sluizen van gestolen effecten, het witwassen van de winsten vanhet syndicaat en het opkopen van goud.
Dijkmans reisde voor deonderhandelingen met Schoonenberg over de wapenaankoop begin december 1945 eenpaar maal naar België. Door Clouseau-achtig gedrag trok hij de aandacht vande Belgische politie en hij belandde achter de tralies.
Aan het thuisfrontgroeide de irritatie over zoveel dilettantisme, dat ook nog eens handenvol geldkostte. Om aan dat laatste probleem het hoofd te bieden richtte Meertens, zondertwijfel daarbij gedirigeerd door de prins en Six, zijn schreden naar deAmerikaanse ambassade om te informeren of daar belangstelling bestond voor hetprojekt en zo ja, een mogelijkheid tot financiering ervan. Meertens kreeg eenwillig oor en 3000 dollar.
De Amerikanen hadden wel als voorwaarde gesteld,dat de kist waarin de wapens zouden worden verborgen de stempels zouden dragenvan UNRRHA, een hulporganisatie van de Verenigde Naties die in de ogen van deAmerikanen een te links karakter droeg - daarmee zou de II BD-operatie tweevliegen in een klap slaan. Meertens besloot nu zelf naar België te gaanvoor een ontmoeting met Schoonenberg. Zij kwamen tot een deal. Meertens betaalde3000 dollar vooruit en vertrok naar Nederland. Het grote wachten begon. Na eenpaar weken, toen de spanning in de Michelangelostraat tot Matterhornhoogte wasgestegen, arriveerde eindelijk de kist uit België. Jammer genoeg ontbrakende UNRRHA-stempels en ook de inhoud viel tegen: Belgische kinderhoofdjes. DeAmerikanen waren des devil's, Schoonenberg cs. namen een koele pint. Tweemaanden later werd het Militair Gezag opgedoekt en daarmee ook de sectie II BD.Op 18 maart 1946 schreef Meertens op aandringen van de Politieke RechercheAmsterdam een verslag van het hele gebeuren, waarin al zijn agenten de gangbarekleur van een begrafenisondernemer kregen aangemeten en Meertens zelf die van deleliën des velds.
Dat weerhield de PRA er niet van eens verder tesnuffelen in het verleden van Six' topagent. Begin september resulteerde dat indiens arrestatie op beschuldiging van lid te zijn geweest van de SD. HetBijzondere Gerechtshof in Amsterdam sprak hem in januari 1947 vrij vooral doortoedoen van Six en consorten.
Niet lang daarna belandde bijna de hele groep opnieuw achter de tralies.Aanleiding was een klacht van de zoon van de voormalige NSB-topman Farwerck bijpolitiechef Oele. Het recuperatieteam van Meertens had de suikerzieke Farwercksenior beloofd hem uit het kamp van Laren te zullen halen in ruil voor diensaanzienlijke effectenbezit. Opnieuw bleek de stille kracht van Six. Binnen eenpaar dagen trok Oele aan het kortste eind en moest de groep laten gaan. Er werdgeen vervolging ingesteld.
Meertens trad in dienst van de dekenfabrikant AaBe uit Tilburg en vertroknaar Zuid-Amerika, waar hij naar verluidt een klein fortuin vergaarde. Een paarjaar daarna zou hij tot de intimi van prins Bernhard gaan behoren en namens dezeaktief zijn bij schimmige deals met onder anderen de enigmatische Pakistaansesjeik Ali Ahmed, die ooit in India had vastgezeten wegens diamantsmokkel endaarvoor later min of meer werd gehonoreerd met het lidmaatschap van dePanda-club van prins Bernhard.
Of die diamantsmokkel ook het karakter droeg van een recuperatie-aktievermeldt de geschiedenis niet, maar Van Wijnen's wat vergoelijkende artikel ishiermee voorzien van een ons nuttig lijkende nuancering.
Jan Portein
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 302, oktober 1996