Uit het persbericht blijkt ons thans, dat het Landelijk Parket sinds begin april 2007, dus nu ruim drie maanden lang, niets heeft gedaan met deze wetenschap over het Turkse geheime ‘Aanvullend rapport’ en al evenmin enige stap heeft gezet om zelf via de officiële weg dit Turkse rapport te bemachtigen. In plaats daarvan worden wij als advocaten van Baybasin in dit persbericht weg gezet als brengers van een ‘mysterieus’ genoemd rapport dat volgens een door het Landelijk Parket ingeschakelde tolk vertaler “opmerkelijke fouten in de grammatica en gebruikte terminologie bevatten”.
Kortom, in plaats van eenvoudigweg de betreffende stukken bij de Turkse overheid op te vragen – zoals door ons van meet af aan is verzocht – wordt nu de suggestie gewekt dat wij als advocaten van Baybasin zouden werken met vervalste Turkse overheidsdocumenten.
Het persbericht van het Landelijk Parket culmineert dan ook in de volgende verbijsterende slotpassage:
“Van het Openbaar Ministerie kan niet worden verwacht dat een opsporingsonderzoek wordt ingesteld naar beweringen en geruchten die voortkomen uit een volgens de advocaten geheim rapport en geheime notities waarvan niet valt aan te tonen of ze in werkelijkheid wel bestaan”.
In de eerste plaats verbijsterend, omdat daarmee glashard wordt toegegeven dat terzake zelfs geen navraag bij de Turkse autoriteiten is gedaan. In de tweede plaats verbijsterend, omdat daarmee wordt genegeerd dat wij als advocaten van Baybasin in nadere brieven aan het Landelijk Parket (zie brief D.D. 3 juli en brief 11 juli 2007 van mr. A.G. Van der Plas aan OvJ mr.G H.Rip) een zestal getuigen op een presenteerblaadje hebben aangeboden, die uit eigen wetenschap over de feiten in het rapport en met name het complot kunnen verklaren, waaronder een rechtstreeks slachtoffer, een Turkse oud-minister, indertijd bij het onderzoek tegen Baybasin betrokken Turkse politieambtenaren, een Israëlische luitenant kolonel, etc.
Het persbericht van het Landelijk Parket toont slechts één zaak aan: een onbedwingbare doofpotcultuur.
Over de weigering van het Landelijk Parket nader strafrechtelijk onderzoek te verrichten naar de gepresenteerde feiten en de in de aangifte genoemde personen strafrechtelijk te vervolgen, zal door Baybasin worden geklaagd bij het Gerechtshof te ’s Gravenhage (artikel 12 wetboek van Strafvordering).
Mr. P.H. Bakker Schut
Mr. A. G. Van der Plas
Advocaten te Amsterdam