Liever baanloos dan loze baan

Liever baanloos dan loze baan

gepubliceerd in De Volkskrant van dinsdag 10 april 2007

(zie eventueel voor een copie zinvolbestaan.org)

Ook "bewust betaaldebaan-loze" ontsnapt niet aan repressie van Wet Werk en Bijstand
Ze zijn er nog: de principiële tegenstanders van loonarbeid. Van onze verslaggeefster Elsbeth Stoker

IJmuiden/ Den Bosch: "Werken is niet leuk, dat is een prachtig boek", zegt Gertjan van Beijnum (51) terwijl hij enthousiast zijn kast afstruint naar boeken over het arbeidsethos. "Of Arbeid, een eigenaardig medicijn van filosoof Hans Achterhuis. Die is ook zo goed."
De ex-student van de kunstacademie staat midden in zijn kamer van een voormalig kraakpand, een oud ziekenhuis in het centrum van Den Bosch. Sinds hij voortijdig stopte met zijn studie in 1979 is hij werkloos. Al 28 jaar ontvangt hij een uitkering van 800 euro per maand. "Het is niet dat ik niet kàn werken, ik wil het niet. Ik ben tegen loonarbeid", benadrukt hij.
Van Beijnum is een van de laatste 'bewust betaaldebaan-lozen'. Onder het motto: liever een baanloos bestaan, dan een loze baan, koos hij begin jaren tachtig, net als veel anderen, voor de bijstand. Inmiddels lijkt ook Van Beijnum niet meer te kunnen ontkomen aan de 'repressie' van de Wet Werk en Bijstand (WWB). Deze wet werd in 2004 ingevoerd. Doel: iedereen die kan werken, moet terug naar de arbeidsmarkt. Vorige week daalde het aantal mensen met een bijstandsuitkering tot 300 duizend. Het laagste niveau in ruim 25 jaar. Van Beijnum: "We zijn een uitstervende soort.".
Dat dit eraan zat te komen, beseft ook Jan Müter (48) uit IJmuiden. Als student sociologie had hij in 1982 een jaar een "betaalde baan bij het Indonesiëcomité. Daarna had ik recht op een ww-uitkering."
Begin jaren tachtig sloot hij zich aan bij de Nederlandse Bond Tegen het Arbeidsethos (NBTA) en werd actief voor het blad De Luie Donder. Recht op luiheid en zelfontplooiing, was het devies. "Niemand was tégen werk als zodananig. We werkten ons het rambam voor de actiegroepen. We vonden dat je niet gedwongen kon worden om te werken. Het moest een instrument zijn om jezelf te ontplooien." Voor het eerst werd de arbeidsmoraal ter discussie gesteld in Nederland. Met succes.
De NBTA werd de eerste jaren - in een tijd dat Nederland zo'n miljoen werklozen telde - serieus genomen door politici, vakbondsbestuurders, wetenschappers en journalisten. "In de grond van mijn hart denk ik er nog steeds zo over. Waarom zou ik werken voor de winst van anderen", verklaart Müter die afgelopen zomer 2006 zijn eerste sollicitatiebrief moest versturen. Voor het eerst in 25 jaar voelt hij een duidelijke dwang.
Maar zal het de gemeenten en uitkeringsinstantie UWV lukken Van Beijnum en Müter hun eigen geld te laten verdienen?
"Het zal lastig worden", denkt Müter. "Mijn cv is nogal atypisch."
"Misschien moet ik er ditmaal echt aan geloven", antwoordt Van Beijnum weifelend. "Of nee, eigenlijk ook niet", zegt hij even later gedecideerd. "Ik ben ervan overtuigd dat ik tot mijn pensioen een betaaldebaan-loze kan blijven."

gemeenten treden harder op tegen werklozen, die al tientallen jaren betaald werk weigeren
Nog nooit was het zo moeilijk
.

In de kast van bijstandsgerechtigde Gertjan van Beijnum staan vier ordners met tientallen bezwaarschriften die hij afgelopen decennia stuurde naar de sociale dienst, de Provinciale Staten en de Raad van State.
De afgelopen 28 jaar heeft hij iedere keer als de sociale dienst van Den Bosch hem wilde korten op zijn uitkering bezwaar gemaakt. Dat protesteren vindt hij geweldig leuk, zegt hij lachend terwijl hij door de map met bezwaarschriften bladert.
"Vroeger gold er ook een sollicitatieplicht. Maar er waren een miljoen werklozen en nauwelijks banen. Bovendien werd er amper gecontroleerd."
Uiteindelijk besloot de sociale dienst hem van de sollicitatieplicht te ontheffen. "Ik had toen zoveel bezwaarprocedures lopen dat ze het opgaven." Op zijn dossier stond de stempel n.r.a. , ofwel "niet reëel aanbod". Later veranderde dat in "werkloze categorie 4" en "niet-kunner." Tot nu.
Eind april moet hij weer voor de bezwaarcommissie verschijnen, omdat hij weigert hulp bij het zoeken naar werk te accepteren, ofwel te reïntegreren.
Niet eerder was het zó moeilijk om je uitkering te behouden, beaamt ook Jan Müter. Andere bewuste werklozen kozen al eieren voor hun geld. "Tot 1987 was de Nederlandse Bond Tegen het Arbeidsethos (NBTA) heel dynamisch." Ze vormden "mobiele discussiecommando's" en organiseerden publiciteitsstunts, een hoogtepunt was toen de oprichter van de NBTA in 1984 in de Tweede Kamer op een tafel klom en opriep tot bezinning.
"Daarna merkte je dat mensen teleurgesteld raakten. We kregen wel veel aandacht, maar er veranderde niets op de arbeidsmarkt. Sommigen gingen werken, anderen raakten verstrikt in psychologische, drank- of drugsproblemen."
Zelf profiteerde Müter, die nadat hij een paar jaar een WW-uitkering had gekregen ook in de bijstand was beland, begin jaren negentig van de "banenpool". Zijn vrijwilligerswerk werd een gesubsidieerde baan.
Met de komst van de Wet Werk en Bijstand in 2004 hielden de subsidies op en belandde hij weer in de WW. Deze werkloosheidsuitkering ontvangt hij tot 2009. Als hij in die tijd geen baan heeft gevonden, gaat hij terug naar de, lagere, bijstandsuitkering.
Echt druk over het wel of niet slagen van zijn banenjacht maakt hij zich niet. "Het enige probleem is dat ik een koophuis heb, als ik in de bijstand beland moet ik dat verpanden aan de sociale dienst." Het verwijt dat ze profiteurs zouden zijn van het sociale stelsel, kan zowel Müter als Van Beijnum niet deren. "Ik zie werkloosheid niet als een individueel, maar als een maatschappelijk probleem", zegt Müter. "Dat wij teren op andermans centen is geen argument", voegt Van Beijnum toe. "Hele bedrijfstakken worden overeind gehouden met belastinggeld. Als de boeren geen miljarden per jaar zouden ontvangen, zouden zij omvallen."
Bewust werklozen als Van Beijnum en Müter streven naar een maatschappij waarin iedereen een basisinkomen krijgt en gewaardeerd wordt voor wat-ie doet. Of zo'n maatschappij er ooit zal komen, betwijfelt Van Beijnum. Tot het zo ver is vult hij zijn dagen met vrijwilligerswerk voor website Kleintje Muurkrant en stichting De Stelling.
Wat Van Beijnum wel zeker weet is dat hij nooit meer een sollicitatiebrief zal schrijven. Een keer is hij door de knieën gegaan toen de gemeente hem in 1992 50 procent kortte op zijn uitkering.
"Ik heb toen een open sollicitatie gestuurd naar de honderd grootste bedrijven in Europa." De sociale dienst heeft de brief echter nooit gezien, omdat Van Beijnum tijdig een bezwaarprocedure won.
Uit een van de ordners met bezwaarschriften haalt hij de met typemachine geschreven sollicitatiebrief van zes kantjes waarin hij zijn visie op de arbeidsmarkt beargumenteert. "De huidige arbeidsmarkt ervaar ik als erg repressief en komt voort uit onjuiste aannames", is op pagina één te lezen.
"Ik heb er geweldig leuke reacties op gekregen", vertelt Van Beijnum lachend. "Echt waar, kijk maar", zegt hij terwijl hij het antwoord van vliegtuigbouwer Fokker tevoorschijn haalt.
"Ik heb uw brief helemaal doorgelezen, wat een heel karwei was", schrijft de P&O-medewerker. "Wij hebben echter geen passende functie voor u. Ik wens u veel geluk in uw verdere leven."

kader: Ritualisten, autonomen en retraitisten

Socioloog Godfried Engbersen onderzocht de verschillende subculturen onder werklozen. Hij onderscheidt in zijn boek Publieke bijstandsgeheimen zes typen:

kader: Aantal bijstandsuitkeringen liep vorig jaar terug

De afgelopen jaren is het moeilijker geworden een uitkering te krijgen én te houden.
Wie zijn baan verliest, klopt in eerste instantie aan bij uitkeringsinstantie UWV. Deze verstrekt de zogenaamde WW-uitkering. De duur van een werkloosheidsuitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. De werkloze is in die periode verplicht om een baan te zoeken en te reïntegreren.
Na de WW krijgt de werkloze de, lagere, bijstandsuitkering. Sinds de invoering van de Wet Werk en Bijstand in 2004 zijn gemeenten verantwoordelijk voor bijstandsgerechtigden. Door middel van onder meer hulptrajecten proberen ze zo veel mogelijk werklozen weer aan het werk te helpen. Jaarlijks krijgen zij een vast bedrag voor deze groep. Tekorten moeten ze zelf aanvullen en overschotten mogen deels vrij worden besteed. Het idee hierachter is dat het zo financieel aantrekkelijker wordt voor gemeenten om zoveel mogelijk mensen aan een baan te helpen. In 2006 daalde het aantal bijstandsuitkeringen met 27 duizend naar driehonderdduizend.


Een dag later (woensdag 11 april 2007) stond er in De Volkskrant het volgende stukje in de rubriek "vrijplaats" onder het kopje

Kleine avonturen (17)

Beste Gertjan van Beijnum,

Ik ken je niet, maar ik las gisteren op de voorpagina dat je al 28 jaar moedig standhoudt als 'bewust betaald baanloze'. Met een uitkering van 800 euro per maand is dat geen vetpot. Dankzij de Wet Werk en Bijstand staat je nobele positie nu op de tocht.
Er is geen ontkomen aan, je moet terug naar de arbeidsmarkt.
Daarom stuur ik je een bemoedigend schrijven. Heus Gertjan, het kon weleens reuze meevallen met dat gewerk. Als ik zo om mij heen kijk, ken ik heel wat onbewust betaalde loze baanhebbers.
Vorige week liep ik in freelancende toestand over het strand. Een groepje mensen was druk bezig met het bouwen van een vlot uit drijfhout. Enig, ik had graag mee willen doen. Helaas was het een teambuilding-oefening en mocht ik alleen toeschouwer zijn.
Op de boulevard stonden de gratis bedrijfsfietsen gestald. Die hadden ze ook wel nodig, het zand zat nog in hun schoenen toen ze met z'n allen naar de hei moesten. Daar gingen zij een paar dagen geheel verzorgd nadenken over hun functioneren. Geen eenvoudige kwestie, met de koele adem van een stuwmeer aan vakantiedagen in je nek.
Wat bijna niemand weet, is dat in Nederland ongeveer drie mensen de boel draaiende houden. De rest zit op cursus, is onderweg naar een congres, verschoont luiers met behoud van salaris of verzorgt zieke ouders.
Bovendien Gertjan, je bent nu 51 en een woud van sappige regelingen ligt in het verschiet. Leeftijdsverlof, Kwakkelrechten, Opstapdagen, AOW-training - en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Met een beetje geluk kom je in de pre-vut en zit je binnen de kortste keren weer lekker thuis. Terwijl er iedere maand met een zacht plofje een fijn bedrag op je bankrekening landt. En als je het dan in je agenda nakijkt, blijk je totaal één week te hebben gewerkt. Dat moet toch te doen zijn, Gertjan.
Sterkte en groeten, Dirk Mulder


Ik zou daar het volgende op willen antwoorden:

"Ik heb het te druk om (betaald) te werken"

(onderstaande tekst is een tijdelijke tekst waar ik de komende periode af en toe aan verder wil schrijven)

Hoi Dirk Mulder,

Ik ken je niet, maar ik wil toch even reageren op je column-achtige stukje in de Volkskrant van 11 april jongstleden. Ik zal tegelijkertijd wat stellingen nuanceren die in de Volkskrant van de dag ervoor terecht zijn gekomen in het artikel "liever baanloos dan loze baan", een uitdrukking die ik overigens inderdaad van harte onderschrijf.
Ik heb een uurtje of twee met de Volkskrant-journaliste gesproken en het is dan uiteraard maar een korte samenvatting die ik teruglees in de Volkskrant van 10 april 2007. Ik had me het van tevoren wellicht beter moeten realiseren dat het behoorlijk onmogelijk is om in een relatief kort krantartikel de ingewikkelde problematiek uit de doeken te doen van arbeidsethos, basisinkomen, de economische functie van werklozen (het "arbeidsreserveleger"), dat er tienduizenden mensen ziek worden van werken en mijn -nogal kort door de binnenbocht- stelling dat ik niet wil werken.
Ik wil natuurlijk wel degelijk werken, nog sterker - ik werk me regelmatig behoorlijk uit de naad. Waar het in dat krantenartikel over gaat is loonarbeid. Ik word in dat artikel omschreven als "bewust betaald baanloos" maar er had moeten staan dat ik bewust "betaaldebaanloos" ben, dat wil zeggen dat ik niet op zoek ben naar een betaalde baan, ik ambieer geen betaalde baan. Ik vind "werken met behoud van uitkering" of het vaker gebruikte "vrijwilligerswerk" ook een prima maatschappelijke positie. En in het gesprek met de Volkskrant-journaliste ben ik uitvoerig ingegaan op de invoering van een algeheel "basisinkomen" (*), voor iedereen dus. Dat zou de maatschappij pas ingrijpend ten goede veranderen!
Helaas is er van al die zijstraten en zijsporen niet veel in de krant terechtgekomen en hebben veel mensen na oppervlakkige lezing alleen onthouden dat ik al 28 jaar niet zou willen werken en nog steeds in de uitkering zit. Ik ga hier niet opschrijven waar ik de hele dag zoal mee bezig ben maar wil geïnteresseerden wel verwijzen naar een aantal projecten waar ik vrijwillig hand- en spandiensten aan verleen: Kleintje Muurkrant (en zie / documentatie en informatiecentrum De Stelling / Konfrontatie / woon- en werkgemeenschap de Papenhulst en Glaslicht bijvoorbeeld...

Natuurlijk had ik heel graag uitvoerig willen uitleggen dat mijn ideale samenleving er uitziet als een gemeenschap van mensen waar iedereen aan geeft naar vermogen en neemt naar behoefte. Een samenleving waarbij jeugdigen voornamelijk genieten van hun jong zijn en zich voorbereiden op een leven in een gemeenschap waarbij alle mensen zoveel mogelijk ondernemen waar ze goed in zijn en zij zich goed bij voelen. Dit klinkt ongelooflijk naïef en hippie-achtig maar is een uiterst serieuze maatschappijvisie die naar mijn vaste overtuiging mogelijk is. Invoering van een basisinkomen voor iedereen boven de achttien jaar bijvoorbeeld is dan een belangrijke voorwaarde. Heel veel meer voorzieningen zullen dan (weer) collectief gemaakt moeten worden: onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer, energievoorziening, posterijen, internet-toegang en telefoonverbindingen en ga zo maar even door. De hoogte van zo'n basisinkomen zou ongeveer de noodzakelijke levensbehoeften dienen te kunnen dekken zoals basisvoorzieningen als een dak boven je hoofd en eten en drinken. Nogmaals, dit functioneert natuurlijk alleen maar als de eerder genoemde collectieve voorzieningen echt van iedereen zijn en (dus) gratis.

"Dat kost allemaal heel erg veel geld" hoor ik heel veel mensen zeggen, maar dat valt allemaal wel mee als je je bedenkt dat zo'n samenleving fundamenteel anders in elkaar steekt. Allerlei controle-systemen zoals arbeidsbureaus, sociale diensten, ministeries voor arbeid, sociale recherche noem het allemaal maar op zijn overbodig geworden. Naast dat algemene basisinkomen mag natuurlijk iedereen meer verdienen als hij of zij dat wilt, maar dat hoeft niet! Diegenen die meer willen verdienen, en dus meer (betaald) willen werken, betalen gewoon belasting op een vergelijkbare wijze als nu ook het geval is. Het is dan ook duidelijk waar al die belasting naar toe gaat: naar alle collectieve voorzieningen die het ons allemaal mogelijk maken om voornamelijk datgene te doen waar onze talenten liggen.
Er is in Nederland al heel veel onderzoek en denkwerk gedaan naar invoering van een basisinkomen, er bestaat een Vereniging Basisinkomen die is opgericht in 1991 en "streeft naar de invoering van een onvoorwaardelijk minimuminkomen voor iedere ingezetene van Nederland"

"Van loonarbeid worden heel veel mensen ziek" is een stelling die wellicht wat onderbouwing behoeft maar vrijwel iedereen die er eventjes over na zou willen denken zal tot deze constatering komen. Kijk maar eens dichtbij jezelf rond. Heel veel mensen lijden enorm onder stressvolle omstandigheden "op hun werk". Zij ontwikkelen op den duur ernstige psychische en lichamelijke klachten en er zijn er heel veel die uiteindelijk met "aan hun werk gerelateerde klachten" in een of andere vorm van een uitkering terecht komen. En wat te denken van al het echt ongezonde werk! Te lang staan, te lang zitten, te lang knielen, te veel sjouwen, te zwaar tillen, te veel in de brandende zon, te veel in een koelcel, te lang in het stof, te veel giftige dampen inademen en ga zo nog maar even door. Dat leidt allemaal tot veel en grote fysieke klachten. Ontslagdreiging, intimidatie, machogedrag, jalouzie, naar boven slijmen en naar onderen trappen, werkstress, continue op je tenen lopen en vul zelf maar in leidt tot psychische druk en stress en (dus) klachten. Het gaat over honderduizenden mensen met "aan werk gerelateerde" problemen. Zie overigens "Elke werkdag een dodelijk arbeidsongeval in België". Het aantal personen dat jaarlijks in Nederland door een bedrijfsongeval overlijdt, schommelde in de periode 1996–2005 tussen de 74 en 126. Bijna alle slachtoffers zijn mannen. Het aantal 55-plussers onder hen is relatief hoog. Bekneld raken is de meest voorkomende oorzaak van een dodelijk ongeval, gevolgd door vallen. Ruim een kwart van de slachtoffers werkte in de bouwnijverheid; per honderdduizend werkenden vallen de meeste slachtoffers echter in de agrarische sector. Zie veel relevante cijfers op de arbo-website. Van die website ook de volgende gegevens: jaarlijks krijgen bijna 150 duizend personen een bedrijfsongeval. Een derde van de mensen gaat meteen weer aan het werk. Bijna een vijfde van de mensen die letsel heeft overgehouden aan het ongeval is langer dan een maand ziek thuis. En wereldwijd ziet de situatie er helemaal verschrikkelijk uit: zie het rapport van de International Labour Organisation, zij hebben het over maar liefst 2,2 miljoen werkgerelateerde doden per jaar en FNV stelt zelfs: "Werk leidt tot meer doden dan oorlog"...
In een recent boekje met als titel "de cultuur van het nieuwe kapitalisme" beschrijft Richard Sennett de structurele veranderingen van de arbeidsomstandigheden. De voortschrijdende flexibilisering ("Mobilmachung") leidt tot voortdurende onzekerheid, stress en permanent ("geïnstitutionaliseerd") wantrouwen, waardoor elke vorm van sociale samenhang ("cohesie") verdwijnt. En dat is precies de bedoeling van de generatie managers die heden ten dagen het bedrijfsleven aan het reorganiseren is.

"Het vieze werk moet ook gedaan worden" lijkt een redelijke tegenwerping te zijn voor invoering van een algeheel basisinkomen. Maar nee hoor, al dat vele vieze werk moet je juist - in tegenstelling tot de praktijk van vandaag - veel beter belonen! En dan zijn er altijd wel weer mensen die dat willen doen omdat ze graag meer centen bovenop dat basisinkomen willen verdienen. Nu wordt smerig en zwaar werk in de regel het slechtst betaald. Dat moet dus omgedraaid worden. Er is momenteel nogal wat consultancy en witte boorden werk dat ongelooflijk goed geld oplevert, daar kan en mag gerust wat vanaf. Sowieso is het schandalig dat er zulk een enorme kloof gaapt tussen hand- en hoofdarbeid, waarbij het eerste in de regel veel en veel slechter wordt betaald dan het laatste.

wordt vervolgd... (***) Gertjan van Beijnum ('s-Hertogenbosch)

noten:
(*) "Het basisinkomen is een vast (maand-) inkomen, dat de overheid aan iedere burger verstrekt zonder daar voorwaarden bij te stellen, dus er staat geen verplichting tot werken of tot solliciteren tegenover. Het is volledig onafhankelijk van inkomsten die men eventueel uit andere bron heeft en het wordt uitgekeerd aan individuen en niet aan huishoudens, ongeacht de eventuele inkomsten van een partner". Zie dit wikipediastukje
(**) "reïntegratiebureaus" komen regelmatig in opspraak, zie bijvoorbeeld deze artikelenserie in de "Gooi en Eembode" over "Euroflex". Door heel veel gemeenten wordt ook gebruik gemnaakt van zogenoemde "Workfirst"-projecten, maar ook daar komt steeds meer kritiek op.
(***) Ondertussen heeft er ook in het Brabants Dagblad van 23 juni 2007 naar aanleiding van het Volkskrant-artikel van 10 april jongstleden een klein stukje gestaan, zie hier. (****)En hier een mooie versie van John Lennon's "Working Class Hero" door Marianne Faithfull


Web-log


Een aantal interessante linken wat de zoektermen "Baanvrij, Arbeidsethos en Basisinkomen" betreft zijn (omgekeerd chronologisch):


Boeken- en artikelenlijstje over het thema "arbeid", alfabetisch op titel: